CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting en regels Ontwerp BP Kuyperstraat Maarssen.pdf

Commissie Fysiek Domein 16 april 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 5: Vaststelling bestemmingsplan Kuyperstraat in Maarssen19.559 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

26

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

4.7.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Op navolgende afbeelding is een uitsnede weergegeven van de risicokaart. Hierop is informatie weergegeven ten aanzien van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, transportroutes en buisleidingen:

Uitsnede risicokaart met globale aanduiding plangebied (blauwe stip) Inrichtingen c.q. bedrijven In de directe omgeving van het plangebied zijn geen relevante risicovolle inrichtingen of bedrijven aanwezig. Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van een inrichting of bedrijf. Vervoer van gevaarlijke stoffen Het plangebied is niet gelegen in de directe nabijheid van een transportroute voor gevaarlijke stoffen. De dichtstbijzijnde transportroutes waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd zijn het AmsterdamRijnkanaal, de spoorweg Utrecht-Amsterdam en A2. De minimum afstand tot deze transportroutes bedraagt 1,2 km. Overigens ligt het plangebied wel binnen het invloedsgebied van de spoorweg Utrecht-Amsterdam zodat een beperkte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is. Bij de risicobron kan een incident plaatsvinden met gevaarlijke stoffen met een toxisch scenario. Een dergelijk ongeval kan tot op grote afstand slachtoffers in de omgeving veroorzaken. De aanwezigen in het plangebied kunnen door een incident met giftige stoffen op het spoor slachtoffer worden van een toxische wolk. Een gifwolk kan tot meer dan 4.000 m slachtoffers veroorzaken. Vervoer van gevaarlijke stoffen door een buisleiding De kortste afstand van het plangebied tot de dichtstbijzijnde hogedrukaardgastransportleiding betreft circa 1,7 km.

De woningen zijn daarmee buiten de invloedssfeer van deze leiding gelegen. Beperkte verantwoording groepsrisico Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen.

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

27

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Het handelingsperspectief bij een gifwolkscenario is schuilen in het gebouw tot de lekkage is verholpen en/of de concentratie in de lucht laag genoeg is om het gebied te ontvluchten. Daarvoor is het noodzakelijk dat de gifwolk het gebouw niet binnendringt. Het eenvoudig en snel kunnen uitschakelen van het ventilatiesysteem is daarvoor een vereiste. Dit advies wordt meegenomen bij de verdere uitwerking van het ontwerp van het nieuwe woongebouw. Gelet op de hiervoor genoemde overwegingen zijn er voldoende mogelijkheden voor de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij een zwaar ongeval op deze transportroutes. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan gesteld hoeven te worden in het kader van het aspect externe veiligheid. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.8

Waterhuishouding

4.8.1

Regelgeving

Algemeen Het plangebied ligt in het beheersgebied van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Voor het plangebied is het volgende waterhuishoudkundige beleid van toepassing:  Rijksbeleid: Waterwet, Nationaal Waterplan 2016 - 2021, Waterbeleid in de 21e eeuw en Nationaal Bestuursakkoord Water;  Provinciaal beleid: Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht;  Waterschapsbeleid: Waterbeheerplan 2016-2021 Amstel, Gooi en Vecht en de Keur voor waterkeringen en wateren; Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, wordt door de overheid het volgende criterium met betrekking tot het duurzaam omgaan met water gehanteerd. Doordat een toename van het verhard oppervlak ertoe leidt dat het afvoerverloop niet meer natuurlijk is, is het beleid erop gericht het regenwater zoveel mogelijk te infiltreren naar het freatisch grondwater, waardoor een meer natuurlijk afvoerverloop ontstaat. Dit vertaalt zich in de volgende richtlijnen: 1. Nieuwe plannen dienen te voldoen aan het principe van het “hydrologisch neutraal” bouwen. Hierbij moet de hydrologische situatie, voor wat betreft de afvoer van hemelwater, minimaal gelijk blijven aan de oorspronkelijke situatie. De oorspronkelijke landelijke afvoer (naar het oppervlaktewater) mag niet overschreden worden. 2.

In aansluiting op het landelijk beleid hanteert het waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht moet worden hoe met het schone hemelwater omgegaan kan worden. 3. Bij alle nieuwbouwplannen moet (vuil) afvalwater en (schoon) hemelwater gescheiden worden behandeld. Het schone en vuile water worden daarbij apart aangeleverd aan de riolering of, indien mogelijk, wordt het schone water aan de natuur teruggegeven. Dit is ook het geval als in openbaar gebied nog steeds een gemengd rioolstelsel aanwezig is. Bij de inrichting, het bouwen en het beheer dienen zo min mogelijk vervuilende stoffen aan het bodem- en oppervlaktewatersysteem te worden toegevoegd. Hierbij verdient het materiaalgebruik speciale aandacht: uitloogbare of uitspoelbare bouwmaterialen dienen te worden vermeden om watervervuiling te voorkomen. Uitgangspunten Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Het waterschap heeft de zorg voor het regionale watersysteem:  optimale bescherming tegen overstromingen;  beschikbaarheid van schoon water;  efficiënte zuivering van afvalwater. Belangrijke kernwoorden daarbij zijn ‘duurzaam’ en ‘kosteneffectief’. Het waterschap vindt de intrinsieke waarde van water als beeldbepalend element in de leefomgeving heel belangrijk: water is ook om van te genieten! Het waterschap wil bijdragen aan de belevingswaarde door aandacht voor recreatie, landschap en cultuurhistorie.

28

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

4.8.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Waterkeringen In het voorliggende plangebied zijn geen waterkeringen aanwezig. Watergangen Er is geen oppervlaktewater aanwezig in en om het plangebied. Watercompensatie In de toekomstige situatie wordt een gedeelte van het plangebied bebouwd. Naast de beoogde bebouwing in de vorm van een appartementencomplex, wordt binnen het plangebied extra parkeergelegenheid gerealiseerd. Er is een verhardingsbalans opgesteld om te laten zien hoe de voormalige situatie met school met schoolplein (gesloopt in 2017) en de toekomstige situatie zich tot elkaar verhouden: Dakoppervlak (m²) Terreinverharding (m²) Onverhard (m²) Totaal (m²) Voormalige situatie

840

510

1.280

2.630

Toekomstige situatie

715

990

925

2.630

Verschil

- 125

+ 480

- 355

Ten opzichte van de voormalige schoolbebouwing met parkeervoorziening, neemt het totale afvoerende verharde oppervlak binnen het plangebied toe. De toename van de terreinverharding schuilt met name in de uitbreiding van de parkeerplaatsen. De toename van verharding bedraagt circa 1.280 - 925 = 355 m². In de beleidsregels voor de Keur van AGV zijn voorwaarden gesteld aan de toename aan verhard oppervlak van meer dan 1.000 m² in stedelijk gebied. Wanneer deze norm wordt overschreden is compensatie vereist. Hoeveel compensatie (in de vorm van open water) nodig is verschilt per afwateringsgebied. Uitgangspunt is 10 % van de oppervlakte van het verhard oppervlak dat er bij komt, tenzij het bestuur anders besluit tot minder of meer, waarbij een maximum geldt van 20 %. De toename is kleiner dan 1.000 m², de norm van het Waterschap. Daarom is compensatie niet vereist. Overigens vindt er in het kader van meerlaagse veiligheid, in verband met de kans op wateroverlast bij intensieve regenval, wel extra waterberging voor het plangebied plaats in de groenstrook aan de zuidwest- en zuidoostzijde van het plangebied. Er wordt ingezet op een klimaatadaptieve herinrichting van de groenstrook aan de zuidwest- en zuidoost zijde van het nieuwe woongebouw. Grondwater Het plan is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. In en om het plangebied is geen grondwateroverlast bekend.

Ingrepen voorkomend uit dit plan zullen het functioneren van het grondwatersysteem niet beïnvloeden. Riolering en hemelwaterafvoer Voor de afvoer van het afvalwater is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor de rioolaansluiting. Het hemelwater wordt niet gekoppeld aan het rioolsysteem, maar wordt op het eigen perceel verwerkt om bodemverdroging tegen te gaan. Het plangebied biedt voldoende ruimte om het hemelwater te verwerken op eigen terrein. Waterkwaliteit Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die het hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Afkoppeling van hemelwater zorgt ervoor dat het aantal riooloverstorten laag is. Ook dit komt de waterkwaliteit (in de omgeving) ten goede. Voor het aspect duurzaam bouwen wordt verwezen naar paragraaf 4.11. Het aspect 'waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

29

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

4.9

Ecologie

4.9.1

Regelgeving

Voor het thema ecologie wordt onderscheid gemaakt tussen gebieds- en soortenbescherming. Gebiedsbescherming ziet toe op bescherming van waardevolle gebieden met een nationaal of internationaal bijzondere natuur. De soortenbescherming ziet toe op het beschermen van planten en dieren. Deze bescherming geldt voor geheel Nederland en is niet gekoppeld aan beschermde natuurgebieden. Wet Natuurbescherming Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Gebiedsbescherming Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen:  bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken;  gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd;  landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;  ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee;  alle Natura 2000-gebieden.

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming krijgen. De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. 4.9.2

Doorvertaling bestemmingsplan

In het kader van de beoogde herontwikkeling van het plangebied is er een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 3 bij de toelichting gevoegd. Soortenbescherming De voormalige schoolbebouwing is gesloopt, waardoor in het plangebied geen bebouwing meer aanwezig is, die als mogelijke verblijfslocatie zou kunnen dienen. Wel zijn in het plangebied gewone dwergvleermuizen en ruige dwergvleermuizen foeragerend waargenomen. De gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis gebruikte de open ruimte tussen omliggende bebouwing als foerageergebied. Gebleken is dat de foeragerende dieren kort (ongeveer tien minuten tot een half uur) gebruik maakten van de open gebieden en daarna weer door vlogen. Mitigerende maatregelen om verstoring van de (non)essentiële foerageergebieden te voorkomen zijn:  Verlichting tussen zonsondergang en zonsopkomst in de kraamperiode (zijnde half mei tot half juni) uit zetten;  Indien het bovenstaande niet mogelijk is kan gekozen worden voor vleermuisvriendelijke verlichting (amberkleurig) of speciale armaturen. Een ontheffing is niet noodzakelijk.

30

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Los van het voorgaande maait de gemeente het braakliggende plangebied (zonder bebouwing) regelmatig en is een deel van het plangebied in gebruik als verhard parkeerterrein. Het ligt daarmee niet in de lijn der verwachting dat zich opnieuw beschermde soorten in het plangebied gaan vestigen. Een actualisatie van het ecologisch onderzoek heeft daarmee geen toegevoegde waarde. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Oostelijke Vechtplassen', circa 1,0 km ten noordoosten van het plangebied. Vanwege de kleinschalige aard van de ontwikkeling en de afstand tussen het plangebied en de Natura 2000-gebieden, worden geen significante nadelige effecten, als gevolg van verstoring door geluid, licht, trillingen en dergelijke, op de aangewezen habitattypen en doelsoorten van dit Natura 2000-gebied verwacht. Voor deze storingsfactoren is daarom geen verdere toetsing aan de natuurwetgeving nodig. Ten aanzien van stikstofdepositie naar de Natura 2000-gebieden is zowel voor de aanleg- als de gebruiksfase een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 4 bij de toelichting gevoegd.

Uit de rekenresultaten met AERIUS Calculator volgt dat zowel vanwege de aanlegfase als vanwege de gebruiksfase sprake is van een bijdrage van de stikstofdepositie (afgerond op 2 decimalen) van maximaal 0,00 mol N/ha/jaar ter plaatse van de omliggende Natura 2000-gebieden. De beoogde ontwikkeling zorgt niet voor een significante toename in stikstofdepositie en negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.10

Archeologie & cultuurhistorie

4.10.1 Regelgeving In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting van een ruimtelijk plan ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging wordt de huidige Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Daarbij is voorzien in overgangsrecht. De bedoeling is dat in de Erfgoedwet een betere integratie met verschillende soorten erfgoed komt. Daarnaast worden de procedures uniformer en daarmee overzichtelijker. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 met betrekking tot de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in de Omgevingswet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stadsen dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Hierbij wordt wel als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet.

Voor de onderdelen die in de Omgevingswet zullen worden opgenomen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de tussenliggende periode. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt. Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden. De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente.

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

31

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Archeologische beleidsadvieskaart Stichtse Vecht Op 30 november 2012 is de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de voormalige gemeenten Maarssen, Loenen, Abcoude en Breukelen geldend verklaard voor de gemeente Stichtse Vecht voor zover deze betrekking heeft op het grondgebied van de gemeente Stichtse Vecht. In 2022 is deze kaart vervangen door een nieuwe versie. Op navolgende afbeelding is een uitsnede van deze archeologische beleidsadvieskaart weergegeven:

Uitsnede archeologische beleidsadvieskaart met globale begrenzing plangebied (rode omkadering) In oranje de aanduiding 'Waarde - Archeologie 4' en in lichtgroen de aanduiding 'Waarde Archeologie 5'.

4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie In 2022 is nieuw archeologisch beleid vastgesteld (Hogenboom e.a. 2022), dat is gebaseerd op de meest recente archeologische informatie en inzichten. Op de nieuwe beleidskaart ligt het plangebied grotendeels in een zone met een lage archeologische verwachting (WA-5). Op grond van het beleid is archeologisch onderzoek pas verplicht bij bodemingrepen dieper dan 30 cm over een oppervlakte groter dan 10 hectare. Alleen voor een smalle strook in het westen van het plangebied, direct langs de Kuyperstraat, geldt een (middel)hoge archeologische verwachting (W-A4). In deze strook moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd bij ingrepen dieper dan 30 cm én over een oppervlakte groter dan 500 m². Bij toekomstige ingrepen zullen deze grenzen niet overschreden worden. Het plangebied is kleiner dan 10 ha, en de strook met de hoge verwachting is kleiner dan 500 m². Toekomstige ingrepen leiden daarom niet tot een onderzoeksverplichting. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

32

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Cultuurhistorie In omgeving van het plangebied ligt de Vecht als zijnde cultuurhistorisch element. Het plangebied ligt echter te ver van de Vecht af om hier rekening mee te hoeven houden. Het plangebied is ook niet gelegen binnen de grens van het gemeentelijk beschermd dorpsgezicht van Maarssen. In het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied zijn verder geen specifieke cultuurhistorische waarden aanwezig. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.11

Duurzaamheid

De gemeente Stichtse Vecht stimuleert samen met inwoners, bedrijven en organisaties duurzame ontwikkeling. De gemeente wil in 2030 een klimaatneutrale gemeente zijn. Dit doel is opgenomen in de duurzaamheidsvisie Stichtse Vecht Energiek 2014 - 2020 'Samen Sterk in Duurzaamheid'. Deze visie is eind 2013 vastgesteld. Om deze doelstelling te behalen, worden diverse maatregelen genomen met betrekking tot adaptatie en mitigatie. Een belangrijke mitigatiemaatregel waarmee nieuwbouw van doen heeft, is het beperken van de CO2-uitstoot om zodoende klimaatverandering tegen te gaan. Dit kan door de energiehuishouding in nieuwe woningen te verduurzamen en zo veel mogelijk duurzame energie te produceren. Planspecifiek Voor onderhavig plan bestaat de verplichting om gasloos te bouwen. Ook moet het nieuwe woongebouw voldoen aan de meest recente eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG), bijvoorbeeld door het gebouw te voorzien van zonnepanelen en een lucht- en/of bodemwarmtepomp. De gemeente Stichtse Vecht heeft begin 2023 het 'Convenant Toekomstbestendige Woningbouw' ondertekend. Het streven is om alle nieuwbouwwoningen minimaal te laten voldoen aan het niveau 'Brons'; het minimale prestatieniveau voor duurzaamheid voor alle nieuwe woningbouwprojecten en gebiedstransformaties met sloop/ nieuwbouw.

Dit wel met de kanttekening dat voor woningbouw in het sociale segment nog nadere uitwerking plaatsvindt. Een aantal zaken zullen bij het nieuwe woongebouw beter worden uitgevoerd dan wettelijk vereist, waarbij er gestreefd wordt naar het niveau brons. Maar niet aan alle eisen kan voldaan worden. De belangrijkste reden hiervoor zijn de bouwkosten. Het complex is bestemd voor de sociale huur en dan met name voor de laagste inkomensgroepen. In ieder geval zal er gebruik gemaakt worden van warmtepompen en zonnepanelen, en wordt het gebouw gasloos uitgevoerd.

4.12

Leidingen

4.12.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd:  gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen;  aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”;  defensiebrandstoffen;  warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”.

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

33

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

4.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, aardgas, brandstof en/of hoogspanningsverbindingen gelegen, die in het kader van het bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones dienen te worden opgenomen.

4.13

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

4.13.1 Regelgeving Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Wanneer speelt een m.e.r.-beoordeling? In het Besluit m.e.r. staat wanneer m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Boven de C-drempel geldt een m.e.r.-plicht, tussen de C- en D-drempel geldt een plan-m.e.r.-plicht en onder de D-drempel geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient onderbouwd te worden of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft.

Sinds de implementatie van de gewijzigde m.e.r.-richtlijn op 16 mei 2017 is de procedure voor de vormvrije en de formele m.e.r.-beoordeling bijna gelijk. Het enige verschil is dat van het besluit bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling geen kennisgeving wordt gedaan.

4.13.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Omdat het aantal woningen in de toekomstige situatie met maximaal 26 wooneenheden toeneemt, is er geen m.e.r.-beoordeling conform het Besluit m.e.r. noodzakelijk. Ook treedt er geen cumulatie op met omliggende projecten. Bovendien betreft het een transformatielocatie waar voorheen een basisschool gevestigd was. Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. In navolgende tabel zijn de relevante kenmerken van het plan weergegeven alsmede de belangrijkste effecten die het plan op de omgeving zal veroorzaken.

Daarnaast zijn in het kader van voorliggende bestemmingsplan diverse (milieu)onderzoeken uitgevoerd voor alle, voor dit plan, relevante milieuaspecten. Uit deze onderzoeken, waarvan de uitkomsten zijn verwerkt in het voorliggende bestemmingsplan, blijkt dat het plan beperkte milieueffecten heeft. Er zijn geen (belangrijke) positieve milieueffecten te onderscheiden, maar het plan levert natuurlijk wel een belangrijke bijdragen aan de maatschappelijke taak op het gebied van volkshuisvesting. Omdat sprake is van een vormvrije m.e.r. moet het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen:

34

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Kenmerken van het plan Omvang van het project (relatie met drempel D-lijst)

D11.2: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Initiatief: het realiseren van 26 sociale huurappartementen op een inbreidingslocatie in Maarssen op een oppervlakte van in totaal circa 2.630 m². De indicatieve drempel van de D-lijst wordt niet overschreden.

Cumulatie met andere projecten

Er is geen sprake van cumulatie van milieueffecten met andere projecten

Gebruik natuurlijke hulpbronnen

Realisering van de voorgenomen activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.

Productie afvalstoffen

Zowel tijdens de aanleg- als de gebruiksfase vindt er geen productie van stoffen plaats die leiden tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen of tot effecten voor de bodem- en waterkwaliteit. Voor wat betreft de afvoer van huishoudelijk afval worden de reguliere procedures en processen gevolgd, waardoor geen sprake is van belangrijke resteffecten die aanleiding zouden geven tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure

Verontreiniging en hinder

Bodem Op basis van het verkennend bodemonderzoek hoeven er geen restricties gesteld te worden aan toekomstige bouwactiviteiten op de onderzoekslocatie. De lichte verhogingen in de grond en het grondwater vormen geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De aanwezigheid van bovengenoemde componenten vormt, gezien de concentraties, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen bezwaar. Geluid Het uitgevoerde akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (toont aan dat, overeenkomstig 'de methode Miedema', de geluidsbelasting ter plaatse van de vier gevels van het voorgenomen wooncomplex geclassificeerd kan worden als redelijk tot goed. Op grond van de ‘methode Miedema’ is derhalve sprake van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Milieuzonering Het plangebied ligt geheel buiten de richtafstanden van (agrarische) bedrijven in de omgeving. Luchtkwaliteit Het plan draagt niet in betekende mate (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit ter plaatse. De aanwezige achtergrondconcentraties inclusief toename van de voorgenomen activiteiten blijven ruimschoots onder de grenswaarden.

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

35

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Externe veiligheid Uit de uitgevoerde risico-inventarisatie is gebleken dat er in de directe omgeving geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen of risicovolle inrichtingen zijn. Waterhuishouding Volgens het beleid van het waterschap hoeft er gezien de beperkte toename aan verharding geen compensatie plaats te vinden. Desondanks wordt de groenstrook aan de zuidwest- en zuidoostzijde op een klimaatadaptieve wijze heringericht, waarmee tevens voorzien kan worden in voldoende waterberging ter compensatie van de toename aan verhard oppervlak. De betreffende groenstrook biedt overigens ruimschoots voldoende bergingsruimte om de toename in verharding te compenseren. Ecologie Uit het uitgevoerde stikstofdepositieonderzoek blijkt dat toename van de stikstofdepositie op nabij gelegen Natura 2000-gebieden op voorhand niet is uit te sluiten. Daarom is een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd. Uit de rekenresultaten met AERIUS Calculator volgt dat zowel vanwege de aanlegfase als vanwege de gebruiksfase sprake is van een bijdrage van de stikstofdepositie (afgerond op 2 decimalen) van maximaal 0,00 mol N/ha/jaar ter plaatse van de omliggende Natura 2000-gebieden. De voormalige schoolbebouwing is in de bestaande situatie al gesloopt, waardoor in het plangebied geen bebouwing meer aanwezig is, die als mogelijke verblijfslocatie zou kunnen dienen voor diersoorten.

Los van het voorgaande maait de gemeente het braakliggende plangebied (zonder bebouwing) regelmatig en is een deel van het plangebied in gebruik als verhard parkeerterrein. Het ligt daarmee niet in de lijn der verwachting dat zich opnieuw beschermde soorten in het plangebied gaan vestigen. Archeologie Het plangebied heeft een lage archeologische verwachting en is vrijgegeven. Risico voor ongevallen

36

De beoogde ontwikkeling van het gebied zorgt niet voor een toename van risico's in de omgeving. Er worden geen extra gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd.

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Plaats van de projecten Bestaand grondgebruik

Het plangebied bestaat uit een braakliggend terrein (voormalige school). Met de nieuwe ontwikkeling komt de maatschappelijke functie ter plaatse te vervallen.

Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied

Niet van toepassing

Opname vermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.

- Wetlands: niet van toepassing - Kustgebieden: niet van toepassing - Berg- en bosgebieden: niet van toepassing - Reservaten en natuurparken: niet van toepassing - Habitat/richtlijngebieden: niet van toepassing (zie ecologie) - Gebieden met hoge bevolkingsdichtheid. Nee. - Landschappelijk, historisch, cultureel of archeologische gebieden van belang: niet van toepassing

Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking)

Niet van toepassing

Grensoverschrijdend karakter

Niet van toepassing

Orde van grootte en complexiteit effect

Niet van toepassing

Waarschijnlijkheid effect

Niet van toepassing

Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect

Niet van toepassing

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

37

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere bestemmingsplannen van de gemeente. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningsvrije bouwwerken opgenomen. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht.

5.1.1

Inleidende regels

Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

5.1.2

Bestemmingsregels

In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde. Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In deze bepaling zijn voor een bepaald gebruik speciale regels gegeven, bijvoorbeeld ten aanzien van parkeren.

38

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

5.1.3

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent strijdig gebruik. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent onder andere ondergronds bouwen en ondergeschikte bouwdelen. Algemene afwijkingsregels Deze bepaling bevat algemene regels om af te wijken van het plan. Het gaat hier om afwijkingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene wijzigingsregels In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Overige regels In deze regel is de parkeernorm vastgelegd die voor het plangebied van toepassing is.

5.1.4

Overgangs- en slotregels

Overgangsregels Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.2

Bestemmingsplan

In het plangebied komen de volgende (dubbel)bestemmingen voor: Artikel 3 Groen - 1 Deze bestemming regelt het openbaar groen met de daarbij behorende voorzieningen zoals deze vaak voorkomen in bijvoorbeeld een plantsoen. Het parkeren van motorvoertuigen, waaronder auto's en dergelijke, is binnen bestemming niet toegestaan, ook niet op eventueel aangebrachte verhardingen. Het parkeren van een voertuig is niet 'ten dienste van' de groenbestemming. Een wandel- en fietspad daarentegen wel. Burgemeester en wethouders kunnen evenwel afwijken van de bestemming voor de aanleg van parkeerplaatsen.

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

39

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Artikel 4 Verkeer - Verblijfsgebied Deze bestemming is van kracht op het deel van het plangebied dat hoofdzakelijk als parkeerterrein wordt ingericht. Binnen het bestemmingsvlak zijn wegen met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie en pleinen, evenementen en standplaatsen toegestaan, met de daarbij behorende parkeervoorzieningen en straatmeubilair, groenvoorzieningen en water, bruggen en duikers, waterhuishoudkundige voorzieningen, voet- en fietspaden en overige functioneel met deze bestemming verbonden voorzieningen. Artikel 5 Wonen Het deel van het plangebied waar de woningen zijn voorzien, krijgen deze bestemming. De gronden bestemd met de bestemming 'Wonen' staan het wonen, met de daarbij behorende tuinen en erven, toegangspaden tot gebouwen en in- en uitritten, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en water en overige functioneel met de bestemming 'Wonen' verbonden voorzieningen, toe. De aanduiding 'gestapeld' bepaalt dat tevens gestapelde woningen zijn toegestaan. De aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' geeft het aantal woningen aan dat ten hoogste is toegestaan.

40

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro):  de bouw van één of meer woningen;  de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen;  de uitbreiding van een hoofdgebouw met tenminste 1.000 m² of met één of meer woningen;  de verbouwing van één of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd;  de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.000 m² bedraagt;  de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m². Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Alle kosten die gemaakt moet worden het opstellen van het bestemmingplan zijn voor rekening van Portaal.

Hiervoor is een overeenkomst afgesloten, waarin ook de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade is geregeld. Daarmee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente afdoende geregeld.

6.2

Overleg

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het plan onder andere besproken worden met de volgende partijen:  Waternet (AGV);  Veiligheidsregio Utrecht (VRU);  Provincie Utrecht;  Gasunie. In bijlage 5 is een verslag opgenomen van de ingediende vooroverlegreacties en de gemeentelijke reactie daarop.

6.3

Inspraak

De afgelopen jaren zijn er meerdere inspraakbijeenkomsten geweest die uiteindelijk hebben geleid tot de gekozen verkavelingsopzet die met onderhavig bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt. De verslagen van deze bijeenkomsten zijn in bijlage 6 bij deze toelichting zijn gevoegd:  Maandag 24 april 2017: gemeentelijke inloopavond nieuwbouw Kuyperstraat;  Dinsdag 17 december 2019: inloopavond plannen hele Atlantische buurt;  Dinsdag 21 september 2021: Inloopbijeenkomst Atlantische buurt specifiek over de locatie Kuyperstraat.

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

41

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

6.4

Zienswijzen

Te zijner tijd zullen eventueel ingediende zienswijzen hier, of in een separate nota, van een gemeentelijke reactie worden voorzien.

42

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

43

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Bijlagen toelichting

44

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

45

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Bijlage 2

46

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Bijlage 3

Nader ecologisch onderzoek

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

47

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Bijlage 4

48

Stikstofdepositieonderzoek

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Bijlage 5

Nota vooroverleg Kuyperstraat

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

49

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Bijlage 6

50

Verslagen inspraakbijeenkomsten

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

51

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Regels

52

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen met identificatienummer NL.IMRO.1904.BPkuyperstraatMDP-OW01 van de gemeente Stichtse Vecht; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aan huis verbonden beroep of bedrijf: een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dan wel het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.6 achtererf(gebied): erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1,0 m van de voorkant, van het hoofdgebouw; 1.7 afhankelijke woonruimte (in verband met mantelzorg): een gebouw bij een woning dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; 1.8 ambulante handel: de verkoop en het te koop aanbieden, alsmede de

uitstalling daarvan, van waren aan consumenten buiten vestigingen. Onder ambulante handel wordt mede verstaan (week)markten, standplaatsen buiten de markten en het venten; 1.9 archeologische waarde: de aan een gebied toegerekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden; 1.10 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.11 bebouwingspercentage: het percentage van de oppervlakte van het bouwperceel, binnen de aangegeven bouwgrenzen, dat mag worden bebouwd; 1.12 bedrijf: onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als niet zelfstandige en ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen; 1.13 beeldkwaliteit: alle aspecten die van invloed zijn op de voorstelbaarheid en beleving van de ruimtelijke omgeving en objecten in die omgeving (waaronder de cultuurhistorische en landschappelijke waarden); 1.14 bestaand (in relatie tot bebouwing): bebouwing die aanwezig is of is vergund ten tijde van het inwerkingtreden van het bestemmingsplan;

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

53

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

1.15 bestaand (in relatie tot gebruik): gebruik dat bestaat of is vergund ten tijde van het in werking treden van het bestemmingsplan; 1.16 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.17 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.18 bijbehorend bouwwerk: een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.19 dienstverlening: een (naar openingstijden grotendeels) met een winkel vergelijkbare onderneming die is gericht op het verlenen van diensten aan particulieren, zoals reisbureaus, kapsalons, banken en (para) medische dienstverlening zulks met uitzondering van horecaondernemingen en erotisch getinte horeca; 1.20 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.21 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.22 bouwlaag: een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder indien deze lager zijn dan 2,1 m en niet normaal beloopbaar zijn; 1.23

bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.24 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.25 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.26 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.27 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een bedrijfs- of beroepsactiviteit; 1.28 erf: een al dan niet bebouwd perceel, of gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en de bestemming deze inrichting niet verbiedt; 1.29 erfbebouwing: met een hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en door zijn ligging, constructie en afmetingen daaraan ondergeschikt, op de grond staande gebouwen of andere overdekte bouwwerken, met uitzondering van zelfstandig wonen;

54

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

1.30 erotisch getinte horeca: een horecaonderneming die tot doel heeft het daarbinnen doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotisch-pornografische aard en tevens het bedrijfsmatig ten behoeve van verbruik ter plaatse verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken. Hieronder vallen eveneens een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.31 evenementen: periodieke en/of incidentele manifestaties zoals sportmanifestatie, concerten, bijeenkomsten, voorstellingen, tentoonstellingen, shows, thematische beurzen en markten; 1.32 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.33 gestapelde woning: een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat; 1.34 hoofdgebouw: gebouw dat op een perceel door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.35 horeca(onderneming): een onderneming die in zijn algemeenheid is gericht op het verstrekken van nachtverblijf, het verstrekken en/of ter plaatse nuttigen van voedsel en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie; De volgende specifieke vormen worden onderscheiden, waarbij in het kader van dit plan geen discotheken zijn toegestaan.

Bij de begrippen is een categorie-indeling aangegeven welke in de regels wordt gebruikt: a. winkelondersteunende horeca (categorie h1): een onderneming, die qua openingstijden vergelijkbaar is met detailhandelsvestigingen, althans geen latere sluitingstijd dan 21.00 uur heeft, zoals een dagcafé, lunchroom, koffiecorner en ijssalon; b. bed & breakfast, pensionbedrijf (categorie h2): een overnachtingaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt en waarbij het verstrekken van consumpties eventueel op een klein terras van ondergeschikte betekenis is; c. hotel (categorie h2): een onderneming, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf en eventueel het ondergeschikt exploiteren van zaalaccommodatie en het ondergeschikt verstrekken van voedsel en dranken; d. restaurant/eetcafé (categorie h2): een onderneming, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse en waarbij het verstrekken van dranken (daaraan) ondergeschikt is; alsmede tot het exploiteren van een ondergeschikte zaalaccommodatie; e. cafetaria/snackbar (categorie h3): een onderneming gericht op het verstrekken aan de verbruiker van al dan niet ter plaatse bereide, kleine etenswaren, welke al dan niet ter plaatse kunnen worden gebruikt zaalaccommodatie (categorie h4); f.

partycentrum (categorie h4): een onderneming, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van gelegenheid tot het houden van bruiloften en partijen, alsmede tot het houden van congressen, conferenties en andere vergaderingen en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is; g. café/bar (categorie h4): een zelfstandige, niet geheel of gedeeltelijk deel uitmakend van een hotel, restaurant of zaalaccommodatie voorkomende bedrijvigheid, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en waar het verstrekken van maaltijden daaraan ondergeschikt is; hieronder wordt niet begrepen een discotheek; 1.36 huishouden: persoon of groep personen die een huishouding voert, niet zijnde bedrijfsmatige kamerverhuur; 1.37 huishouding: regeling van het huishouden, familieleven, huisgezin;

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

55

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

1.38 kamerverhuur: de verhuur van ruimte(n) in een (deel van een) gebouw die geschikt is voor of geschikt te maken is voor (nacht)verblijf of een zelfstandige woonruimte, ongeacht de duur van het verblijf en al dan niet tegen betaling; 1.39 kantoor: een ruimte welke door haar indeling en inrichting is bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor administratieve en daarmee gelijk te stellen werkzaamheden met geen of slechts een ondergeschikte baliefunctie; 1.40 kunstwerk: bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening; 1.41 mantelzorg: het anders dan bedrijfsmatig bieden van zorg aan een of meer leden van een huishouden, die hulpbehoevend is of zijn op het fysieke, psychische en/of sociale vlak; 1.42 peil: a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c.

indien in of op het water wordt gebouwd: het waterpeil; 1.43 perceel: afgedeeld stuk land of water, kavel; 1.44 perceelsgrens: een grens van een perceel; 1.45 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of daarmee naar de aard en omvang vergelijkbare activiteiten, in de vorm van seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen: a. een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon; b. een seksbioscoop of sekstheater; c. een seksautomatenhal; d. een seksclub of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar of in combinatie met een sekswinkel; 1.46 straatmeubilair: bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare (nuts-) voorzieningen, zoals: a. verkeersgeleiders, verkeersborden, lichtmasten, zitbanken, trappen en bloembakken; b. telefooncellen, abri's, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame (inclusief de reclame zelf); c. afvalinzamelsystemen; d. kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van maximaal 50 m3 en een bouwhoogte van maximaal 3 m, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen;

56

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

1.47 voorgevelrooilijn: een naar de weg of het openbaar gebied gekeerde bouwgrens; bij percelen op de hoek van straten/paden geldt dat langs beide straten/paden een voorgevelrooilijn is gelegen; 1.48 woning of wooneenheid: een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden; 1.49 zorgwoning: een woning bestemd voor zelfstandig wonen voor mensen die in lichte dan wel overwegende mate hulpbehoevend zijn; 1.50 zijerf: de gronden die behoren bij een hoofdgebouw en gelegen zijn achter de voorgevelrooilijn en vóór de achtergevelrooilijn.

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

57

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Artikel 2

Wijze van meten

Bij het toepassen van deze regels wordt als volgt gemeten: a. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; b. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; c. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; d. de afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse perceelsgrens: vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het bouwwerk en haaks op de perceelsgrens; e. de bebouwde oppervlakte van een bouwperceel, bouwvlak of ander terrein: buitenwerks boven peil, met dien verstande, dat de grondoppervlakten van alle op een terrein gelegen bouwwerken worden opgeteld; f. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; g.

de bedrijfsvloeroppervlakte (bvo): wordt gemeten binnenwerks met dien verstande, dat de totale vloeroppervlakte ten dienste van kantoren, horecaondernemingen (of horecagelegenheden), winkels of bedrijven, met inbegrip van de daarbij behorende magazijnen en overige dienstruimten, worden opgeteld; h. de verkoopvloeroppervlakte (detailhandel) (vvo): binnenwerks met dien verstande, dat de totale vloeroppervlakte van ruimten welke rechtstreeks ten dienste staan van de detailhandelsactiviteiten en welke voor het publiek toegankelijk zijn worden opgeteld; kantoren, magazijnen en overige dienstruimten worden hieronder niet begrepen; i. horizontale diepte van een gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de voorgevel en de achtergevel of buitenwerk (en/of het hart van scheidingsmuren) en haaks op de betreffende gevel; j. verticale diepte van een ondergronds gebouw: van het peil tot aan de bovenzijde van de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk.

58

bestemmingsplan "Kuyperstraat Maarssen" (ontwerp)

bestemmingsplan Kuyperstraat Maarssen

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen - 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen, met de daarbij behorende: b. groenvoorzieningen en water; c. speelvoorzieningen; d. kunstobjecten en straatmeubilair; e. nutsvoorzieningen; f. waterhuishoudkundige voorzieningen; g. voet- en fietspaden; h. overige functioneel met de bestemming 'Groen - 1' verbonden voorzieningen. 3.2

Bouwregels

Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd, met dien verstande, dat: a. de bouwhoogte van bouwwerken niet meer bedraagt dan 5,0 m; b. de bouwhoogte van lichtmasten niet meer bedraagt dan 15,0 m; c. de bouwhoogte van speelvoorzieningen niet meer bedraagt dan 6,0 m. 3.3

Specifieke gebruiksregels

a. Onverminderd het bepaalde in lid 3.1 van deze regels is het in ieder geval verboden de gronden te gebruiken voor: 1. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; 2. het opslaan van gerede en ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; 3. het opslaan c.q. stallen van gebruiksklare of onklare voer- of vaartuigen of onderdelen hiervan; 4. het opslaan of opgeslagen houden, storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen. b. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op: 1. het opslaan van stoffen die noodzakelijk zijn voor het normale onderhoud van de gronden en de daarbij behorende voorzieningen; 2. het tijdelijk opslaan van materialen en werktuigen, welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de bestemming en aanduidingen. 3.4

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken ten behoeve van het realiseren van parkeervoorzieningen, met dien verstande dat: a. de parkeervoorzieningen noodzakelijk zijn in verband met de verkeersveiligheid; b. er sprake is van een ruimtelijke noodzaak in verband met parkeercongestie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2473/documents/53380