CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Rekenkameronderzoek naar klimaatbeleid Stichtse Vecht.pdf

Commissie Fysiek Domein 12 oktober 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 3. 19:30: Rekenkameronderzoek Klimaatbeleid.29.825 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

 De prestatie- en effectindicatoren zijn gedefinieerd en het is inzichtelijk hoe ze gemeten worden (bron).

 De klimaatroutekaart bevat geen doelenschema met prestatie- en effectindicatoren. De routekaart geeft aan dat een monitoringsysteem moet worden opgezet.  Het energieplan bevat geen doelenschema met prestatie- en effectindicatoren. De routekaart geeft aan dat een monitoringsysteem moet worden opgezet en dat voor data gebruikgemaakt gaat worden van de nationale klimaatmonitor.

 De huidige situatie met betrekking tot de gekozen effectindicatoren is bekend zodat toekomstige metingen daarmee vergeleken kunnen worden.

 De klimaatroute geeft aan dat een nulmeting moet plaatsvinden.  Het energieplan bevat geen referentie /nulmeting.  In de P&C-cyclus zijn (andere) meetbare doelen geformuleerd. De uitgangspunten voor (met name de scope van de klimaatvoetafdruk - CO2) en duiding van de getallen zijn niet duidelijk. Wel is steeds een bron vermeld. In de P&Ccyclus missen we vaak referentiegetallen.

Pagina 22 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Door de tijd heen worden deze wel beter ingevuld.

5. Is het klimaatbeleid verbonden met en ingebed in andere beleidsvelden en hoe wordt omgegaan met belemmeringen vanuit andere beleidsvelden? (Bijvoorbeeld in wonen, werken/economie, mobiliteit, ruimtelijke ordening, (maatschappelijk) vastgoedbeleid, sociaal beleid, inkoop- en financieel beleid.)

5.1.

 In andere beleidsterreinen zijn relaties met het klimaatbeleid expliciet benoemd en duidelijk gemaakt.  Belemmeringen vanuit andere beleidsvelden worden in de uitvoeringspraktijk benoemd en er wordt actief op bestuursniveau afgewogen of dit moet leiden tot een beleidsaanpassing of andere oplossing.

De klimaatopgave is ingebed in andere beleidsvelden zoals in de omgevingsvisie, het woonbeleid, vastgoedbeleid en de perspectiefnota landbouw. De opgave en de ambities zijn in alle beleidsvelden geborgd. Er zijn echter beperkingen in hoeverre hier uitwerking aan wordt gegeven en in de consistentie tussen de beleidsvelden en klimaatroutekaart of energieplan (afhankelijk van jaar van beleid). Wat opvalt, is dat in het strategische klimaatbeleid (klimaatroutekaart en energieplan) geen beeld wordt gegeven van de impact en potentie van de opgave terwijl dit in de perspectiefnota landbouw wel wordt geduid. In de omgevingsvisie is een kansenkaart voor zon opgenomen en zijn acties voor klimaat benoemd, maar deze acties komen niet helemaal overeen met het klimaatbeleid. In de nota vastgoed is het klimaatbeleid geborgd, echter in het uitvoeringsplan vastgoed wordt op basis van nader onderzoek de uitvoering bijgesteld naar een haalbare aanpak omdat realisatie van klimaatneutraal vastgoed in 10 jaar logistiek en financieel niet realiseerbaar is.

De ontwikkeling van het klimaatbeleid Stichtse Vecht

Ambitie Klimaatneutraal 2030 Tot en met 2015 was de ambitie 20% CO2-vermindering ten opzichte van 1990 leidend voor het klimaatbeleid dat onderdeel was van het brede duurzaamheidsbeleid. Eind 2015 besloot de gemeenteraad bij de begroting voor 2016 het duurzaamheidsbeleid te intensiveren. Naast het omzetten van een structurele stelpost van € 200.000 voor duurzaamheid naar een structurele begrotingspost, trok de gemeenteraad door middel van een amendement meerjarig extra middelen voor duurzaamheid uit: € 95.000 met eenmalig een lager bedrag van € 55.000 in 2017. Uit beantwoording van raadsvragen blijkt dat deze extra middelen waren bedoeld voor een brede set van activiteiten gericht op doorontwikkeling van Stichtse Vecht Energiek 1) Nul op de Meter (via de regionale samenwerking U-thuis en via een lokaal programma), 2) het duurzaamheidshuis, 3) onderzoek naar een lokaal of regionaal energiebedrijf, 4) een intern programma duurzaamheid gericht op o.a. verduurzaming van maatschappelijk vastgoed, duurzame economie, duurzame openbare ruimte, en communicatie, en 5) een bewonersenquête op afvalbeleid en duurzaamheid. Dit is in lijn met het hoofdlijnenakkoord ‘Samen Verder 2014-2018’ (april 2014) en het op energie aangescherpte raadsprogramma ‘Samen Verder’ (juli 2014). Het hoofdlijnenakkoord geeft aan dat het duurzaamheidsbeleid wordt gecontinueerd en doorontwikkeld.

Ten aanzien van het klimaat geeft het aan dat de gemeente gaat onderzoeken of het mogelijk is een lokaal energiebedrijf (bij voorkeur in PPS-constructie) op te richten en dat de gemeente voorstander is van het opwekken van duurzame energie en deze initiatieven wil stimuleren, mits dit geen overlast levert voor de omgeving. Daarom continueert de gemeente het terughoudende beleid voor de plaatsing van windturbines. In het raadsprogramma ‘Samen Verder’ is de ambitie op energie aangescherpt naar ‘De gemeente gaat voorop met gebruik en stimulering van duurzame energie, mits dit geen overlast levert voor de Pagina 23 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

omgeving. Wij onderzoeken de verduurzaming van de gemeentelijke gebouwen en continueren het terughoudende beleid voor de plaatsing van windturbines.’ In de voorjaarsnota 2016 die de kaders geeft voor de programmabegroting 2017, is een ambitie voor 2030 opgenomen: de gemeente Stichtse Vecht wil in 2030 klimaatneutraal zijn. Wat daaronder wordt verstaan, is niet in deze voorjaarsnota gedefinieerd. De voorjaarsnota geeft aan dat de gemeente ondertussen niet afwacht, maar concrete stappen onderneemt. In de programmabegroting 2017 is de opdracht opgenomen om de ambitie samen met partners verder vorm te geven door een Routekaart ‘Klimaatneutraal 2030’ op te stellen. Het college heeft gebaseerd op de Visie Stichtse Vecht Energiek een uitvoeringsprogramma duurzaamheid en een integraal programmaplan opgesteld, waaronder het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed en wagenpark waarvoor ook extra middelen worden uitgetrokken. Een mogelijke verklaring voor de opkomst van de ambitie klimaatneutraal 2030 is de coalitiewijziging eind 2015. We zien echter geen aangepaste ambities in het hoofdlijnenakkoord van de nieuwe coalitie ‘Samen Verder, Solide en Duurzaam’.

Sinds deze voorjaarsnota lopen er dus feitelijk twee beleidslijnen langs elkaar: de beleidslijn gericht op klimaatneutraal 2030 waarvoor een klimaatroutekaart wordt opgesteld en de beleidslijn Stichtse Vecht Energiek gericht op 20% vermindering van de CO2-uitstoot in 2020. Vertalen ambitie klimaatneutraal 2030 in een klimaatroutekaart Een door het college vastgestelde startnotitie met strategische keuzes en procesaanpak In de zomer van 2017 stelde het college een startnotitie vast met daarin een aantal uitgangspunten en het proces voor de totstandkoming van de klimaatroutekaart. In deze startnotitie is de strategische ambitie klimaatneutraal 2030 verder ingevuld en gedefinieerd: ‘op het grondgebied van de gemeente Stichtse Vecht wordt in 2030 evenveel energie duurzaam opgewekt als aan energie wordt verbruikt.’ De invulling van deze ambitie wordt in de startnotitie niet onderbouwd. Ook wordt niet geduid wat de scope is van de klimaatambitie en wat dat betekent. Het is niet duidelijk of bijvoorbeeld het energiegebruik voor mobiliteit ook meegenomen wordt en of dat inclusief snel- en vaarwegen is. Met deze ambitie wijzigt het college de systematiek van definiëren van de klimaatambitie van een vermindering in % CO2-uitstoot (bij klimaatneutraal naar nul) naar een energieambitie (% hernieuwbare opwek).

De indicatoren die in de startnotitie worden gebruikt zijn ook niet helder en eenduidig. Het proces dat is weergegeven in de startnotitie beslaat ruim een half jaar voor het maken van een energiepotentie en energiegebruikstudie en voor gesprekken met de gemeenteraad en de samenleving. De bedoeling is  dat na de studie en eerste gesprekken in de gemeenteraad en samenleving een peilnota door de gemeenteraad wordt vastgesteld,  dat in december 2017 de routekaart gereed is met daarin de stappen die de gemeente en de samenleving nemen om in 2030 klimaatneutraal te zijn, en  dat deze stappen worden bekrachtigd in een Vechts Energieakkoord in 2018. Op deze wijze zou de routekaart voor de verkiezingen in de gemeenteraad komen. Het klimaat en energievraagstuk We hebben de in de startnotitie voorgenomen potentiestudie niet aangetroffen tijdens dit onderzoek. In een potentiestudie wordt de energiepotentie van de gemeente in kaart gebracht: de mogelijkheden voor zonne- en windenergie, aardgasvrije wijken en hun bijdrage aan de klimaatdoelstelling. We vinden wel een regionale potentiestudie. De gemeente heeft deze samen met andere gemeenten in de regio opgesteld. Daarin zit ook een energiepaspoort voor de gemeente Stichtse Vecht. In 2019 is een studie gemaakt van de te maken investeringen en kosten door de samenleving aan de hand van drie scenario’s voor klimaatneutraal 2030.

Daarbij is ook op basis van kengetallen de ruimtelijke impact weergegeven (aantal windmolens en ha zonnevelden). Workshops en bijeenkomsten met de samenleving Pagina 24 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

We lezen in het raadsvoorstel bij de routekaart dat in 2017 één inwonersbijeenkomst met 70 deelnemers heeft plaatsgevonden. Opvallend is dat in het raadsvoorstel niet wordt aangegeven wat de uitkomsten van de participatie zijn. Hierdoor is op basis van de raadsstukken niet duidelijk wat de geleverde inbreng door belanghebbenden is, hun verschillende standpunten en hoe dit is gewogen en meegenomen in het voorstel. Bespiegeling en advies beleidsparticipatie Voor inwoners is het belangrijk om te weten wanneer zij in de beleidsontwikkeling kunnen participeren, wat daarin hun rol is en hoe met hun inbreng is omgegaan. Dat kan alleen als er een duidelijke rolverdeling en goed samenspel is tussen de ambtelijke organisatie, het college en de gemeenteraad. Organiseert de ambtelijke organisatie de participatie, hoe komt de inbreng van inwoners dan op tafel bij de beslissers: college en/of gemeenteraad? En wat is dan de rol van insprekers bij een commissie? Geldt wie het laatst komt (in de laatste stap in het proces inspreekt bij de raad), gelijk haalt? Of worden de verschillende inbrengen gedurende het hele beleidsproces in samenhang afgewogen? Indien de ambtelijke organisatie participatie in het kader van beleidsontwikkeling organiseert dan heeft de gemeenteraad inzicht nodig in de geleverde inbreng door belanghebbenden en hoe dit is gewogen en meegenomen in het voorstel.

Een manier hiervoor is standaard een paragraaf in raadsvoorstellen op te nemen waarin niet alleen een beschrijving van het participatieproces is opgenomen, maar ook op hoofdlijnen een beschrijving waaruit blijkt of er sprake is van verschil in inzicht door belanghebbenden en door belanghebbenden en het college en wat met verschil in inzichten is gedaan. Wanneer een voorstel aan de gemeenteraad afwijkt van de inbreng van belanghebbenden is dit extra belangrijk, evenals de motivatie voor afwijking. Kaders door de gemeenteraad via een peilnota Later dan gepland in de startnotitie, vond in november 2017 een informatieve commissiebijeenkomst voor de gemeenteraad plaats. Tijdens deze bijeenkomst is de gemeenteraad geïnformeerd over de ambitieuze doelstelling en de inzet om in februari 2018 de routekaart gereed te hebben. Ook gaven maatschappelijke partijen over hoe de klimaatambitie met de samenleving samen gerealiseerd kan worden. Er is geen peilnota opgesteld met daarin kaders en richting vanuit de gemeenteraad.

Nieuwe raad Stichtse Vecht In het coalitieakkoord (april 2018) is de ambitie klimaatneutraal 2030 herbevestigd, is een nieuwe ambitie opgenomen om als gemeentelijke organisatie in 2022 klimaatneutraal te zijn, en de afspraak uit Interbestuurlijk Programma (IBP) tussen Rijk en gemeenten om uiterlijk in 2021 een transitievisie warmte vast te stellen met het oog op het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. In het coalitieakkoord is ook aangegeven dat voor de ambitie klimaatneutraal 2030 een routekaart wordt opgesteld met een mix aan maatregelen en beschikbaar budget. Hiervoor komt € 100.000 extra budget in 2018, en € 250.000 structureel budget vanaf 2019. Ook komt er € 100.000 structureel extra budget voor een duurzaamheidsfonds dat wordt gevormd. Ook wordt aangegeven dat voor het opwekken van duurzame energie deze raadsperiode niet meegewerkt wordt aan het realiseren van windmolens, omdat daar onvoldoende draagvlak voor is. Zonne-energie zal zoveel mogelijk benut worden. Het collegewerkprogramma, dat in oktober 2018 door de gemeenteraad is vastgesteld, is hiermee in lijn. Het geeft aan dat de ontwerp-routekaart door het college is vastgesteld en begin 2019 ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. In het eerste kwartaal van 2019 wordt een uitvoeringsplan voor de klimaatneutrale organisatie voorgelegd aan de gemeenteraad.

In dat uitvoeringsplan wordt aangegeven wat er nodig is om in 2022 een klimaatneutrale gemeentelijke organisatie te zijn. Opgemerkt wordt dat de fracties hebben meegegeven aan het college om zich te richten op besparing van energie, zorgvuldig om te gaan met de budgetten voor duurzaamheid en samen met de regio een sterke lobby te voeren richting het Rijk. Dit gaat onderdeel uitmaken van de routekaart. Waar de lobby zich op moet richten, is niet duidelijk geworden uit de documenten. Het valt verder op dat de afspraak uit IBP om als gemeenten met provincie en waterschappen gezamenlijk een regionale energiestrategie op te stellen niet is genoemd. Pagina 25 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Bespreking eerste concept routekaart Op 17 en 18 september 2019, later dan gepland in het collegewerkprogramma, wordt het raadsvoorstel met de klimaatroutekaart voor het eerst in de raadscommissie Fysiek Domein besproken. Het is gelijktijdig geagendeerd met de startnotitie voor de Regionale Energiestrategie U16. Inmiddels is dan ook het nationaal klimaatakkoord gesloten en de nationale Klimaatwet met doelstellingen voor 2030 en 2050 vastgesteld. Bij twee inloopsessies voor raadsleden over de klimaatroutekaart ter voorbereiding van de commissie, worden 50 technische vragen gesteld. Daarnaast zijn nog vijftien schriftelijke technische vragen gesteld. De vragen gaan over:  de landelijke kaders (klimaatakkoord en klimaatwet) en gezamenlijke energiestrategie U10/U16, welke rol de gemeente heeft met welke beleidsvrijheid.  de relatie en verhouding tussen de rijksambities, regionale ambities en de gemeentelijke ambities en wanneer bij de beantwoording blijkt dat de gemeentelijke ambities hoger zijn dan de rijks- en regionale insteek en wat daarvan de consequenties zijn voor de regionale bijdrage.  wie de klimaatambitie voor de gemeente vaststelt: het college of de raad? En wie en wanneer een scenario hiervoor vaststelt.

Wordt met het vaststellen van de routekaart een scenario gekozen?  wat de raad vaststelt met het vaststellen van de routekaart - wat is de beleidsuitspraak/het kader dat de raad daarmee stelt - waar geeft de raad dan akkoord op?  de begrippen en definities nationaal, regionaal en lokaal en de samenhang daartussen.  de financiële consequenties van de gemeentelijke ambities voor de samenleving en behoefte aan inzicht op financiële consequenties bij andere gemeentelijke ambities.  de (tijdige) geschiktheid van het elektriciteitsnet en de rol van de gemeente in relatie tot de netbeheerder hierin.  de financiële consequenties voor de gemeente en de landelijke bijdrage hiervoor aan de gemeente en organisatorische consequentie voor de gemeente (meer personeel?).  de ruimtelijke impact van de benodigde duurzame elektriciteit en de consequenties voor natuur.  de impact van de ambitie 25% gasloos voor de bestaande gebouwde omgeving in verhouding tot de bijdrage van gasloze nieuwbouw in de ambitie.  de rol van de gemeente in nieuwe warmtenetten en of warmtenetten publiek of privaat moeten zijn.  op welke wijze de ambitie klimaatneutraal gehaald kan worden en de impact/bijdrage van verschillende maatregelen aan deze ambitie.  de samenwerking met de samenleving en de afhankelijkheid daarvan in het behalen van de ambitie.  de behoefte aan een concreet uitvoeringsprogramma.

Bij de bespreking in de Commissie Fysiek Domein zijn er acht inwoners die inspreken: de voorzitter van de lokale energiecoöperatie 2030.nu, de voorzitter van stichting duurzame vecht, inwoners die zich zorgen maken over de gevolgen van de kansenkaart zonnevelden die voor een van de insprekers onverwacht niet tegelijk aan de gemeenteraad is voorgelegd en nog niet openbaar is en inwoners die zich zorgen maken over een concreet zonnevelden project (van agrariërs, een ontwikkelaar en energiecoöperatie 2030.nu), een agrarische ondernemer die kansen ziet in zonnevelden voor zijn duurzame agrarische onderneming, een inwoner die de werkwijze van de gemeente ziet als kiezen voor een scenario (Berenschot) zonder gesprek met inwoners met daarbij een keuze tussen hoeveelheid besparing, opwek op dak en opwek op velden en roept op geen vergunningen voor zonnevelden te verlenen tenzij aan bepaalde voorwaarden is gedaan. In het debat van de commissie op 17 september en op 18 september gaat het o.a. over:  het proces van totstandkoming en het moment van openbaar maken van de routekaart.  de status van de routekaart en waar de raad zich aan committeert bij vaststelling (o.a. de consequentie van de tekst voor al dan niet windturbines na deze raadsperiode, een leidraad Pagina 26 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

die stap voor stap uitgevoerd en bijgestuurd kan worden versus vaststellen van doelen en activiteiten, commitment aan een van de scenario’s of niet, ambities of doelen).  de mate waarin het gaat om verplichtingen vanuit het Rijk en wat eigen beleidskeuzes en vrijheid zijn zoals de aardgasvrij ambities.  inhoudelijke zaken zoals randvoorwaarden ten aanzien van energieleveringszekerheid, de relatie met en impact op monumenten, natuur en landschap en de impact op gezondheid/ overlast, de NOVI en welke oplossingsrichtingen zoals windturbines en kernenergie. De commissie concludeert dat het document niet rijp is voor besluitvorming in de gemeenteraad en dat extra informatie nodig is. Wisseling in college en coalitie De portefeuillehouder voor het klimaatbeleid vertrok in november 2019 en vervolgens vertrok ook de fractie uit de coalitie vanwege een verschil van inzicht over de ambities op duurzaamheid. De portefeuille duurzaamheid wordt overgenomen door een zittende wethouder. Het college ging in eerste instantie door als minderheidscoalitie. De coalitieverandering leidde tot een korte evaluatie van het collegewerkprogramma op verzoek van de gemeenteraad (motie 29 januari 2020) en tot een aanpassing van het collegewerkprogramma dat in maart 2020 ook door de gemeenteraad is vastgesteld (zie ook 5.1.3: addendum collegewerkprogramma).

Voor de zomer wordt de coalitie en het college uitgebreid. Uitgangspunten en kaders voor de routekaart ‘klimaatneutraal 2030’ in commissie en raad In februari 2020 ligt een memo van de fracties VVD en Streekbelangen aan de gemeenteraad voor bij de commissie. Zij hebben zich gebogen over het formuleren van uitgangspunten/kaders waaraan een volgende versie van de routekaart zou moeten voldoen. Het voorstel betreft de volgende kaders: 1. De routekaart is voorzien van een korte kernachtige samenvatting. 2. De routekaart is voorzien van een korte paragraaf die de wettelijke opgaven vermeldt en de relatie met de RES aanbrengt, alsmede het principe van uitruil van opgaven binnen de U16. 3. De routekaart wordt aangevuld met korte paragrafen die de volgende onderwerpen behelzen: a. De financierbaarheid, mede in relatie met additionele rijksgelden. b. De wijze waarop de leveringszekerheid energie wordt geborgd, dan wel dat beleid hierop voor het reces van 2020 in het vooruitzicht wordt gesteld. c. De wijze waarop hittebestendigheid en waterrobuustheid in beleid en uitvoering vorm krijgt. d. De wijze waarop monumenten in het streven naar klimaatneutraliteit ingepast worden. e. Beleid met betrekking tot zonnevelden voor het reces van 2020 in het vooruitzicht te stellen in relatie met (voorgenomen) rijks- en provinciaal beleid ten aanzien van het Groene Hart en veenweidegebieden. f.

De randvoorwaarden c.q. beperkingen bij de maatregelen benoemen zoals die in de rijksdocumenten staan vermeld. g. De wijze waarop aan inwonerparticipatie met betrekking tot de klimaatopgaven vorm wordt gegeven. 4. De teksten in de routekaart anders te formuleren zodat deze kort en niet multi-interpretabel zijn, maar ook begrip en draagvlak bevorderen voor de uitvoering van de opgaven. 5. Een paragraaf toevoegen met maatregelen die inwoners per direct kunnen gaan treffen met een verwijzing naar subsidiemogelijkheden (laaghangend fruit). 6. Verder lijkt het ons zinnig om te bediscussiëren/een visie te ontwikkelen op: a. het al dan niet oprichten van een (boven)gemeentelijke energiecoöperatie (denk dat we hierover inhoudelijk flink van mening kunnen verschillen. b. of de routekaart in de ambitie wel of niet verder kan gaan dan de ambities die in het College Werkprogramma staan vermeld. In het commissiegesprek wordt gerefereerd aan de lopende evaluatie van het collegewerkprogramma en de bijstelling ervan. Het commissiegesprek hierover betrof onder andere de klimaatambitie. De voorzitter concludeert dat een meerderheid zich kan vinden in de punten 1 t/m 5 met enkele aanvullingen zoals de verticale zonwinning aan gevels. De aangepaste motie wordt geagendeerd voor Pagina 27 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

de vergadering van de gemeenteraad op 31 maart 2020. Deze vergadering wordt echter geannuleerd in verband met de coronapandemie. Op 9 juni 2020 wordt de motie besproken en alsnog aangenomen. Met de motie Nieuwe kaders voor routekaart duurzaamheid draagt de gemeenteraad het college op: 1. de routekaart duurzaamheid te herschrijven aan de hand van een aantal criteria. 2. de routekaart te voorzien van een korte kernachtige samenvatting. 3. de routekaart te voorzien van een korte paragraaf die de wettelijke opgaven vermeldt en de relatie met de RES aanbrengt, alsmede het principe van uitruil van opgaven binnen de U16. 4. de routekaart aan te vullen met korte paragrafen die de volgende onderwerpen behelzen: a. de financierbaarheid, mede in relatie met additionele Rijksgelden; b. de wijze waarop de leveringszekerheid energie wordt geborgd, dan wel dat beleid hierop voor januari 2021 in het vooruitzicht wordt gesteld; c. de wijze waarop hittebestendigheid en waterrobuustheid in beleid en uitvoering vorm krijgt; d. de wijze waarop monumenten in het streven naar klimaatneutraliteit ingepast worden; e. de toepassing van de afwegingprincipes van de NOVI (voorkeur voor zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen, onbenutte terreinen in bebouwd gebied, waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, binnenwateren, bermen van spoor- en autowegen); f. een beleid m.b.t.

zonnevelden voor januari 2021 in het vooruitzicht te stellen in relatie met (voorgenomen) Rijks- en Provinciaal beleid t.a.v. het Groene Hart en veenweidegebieden; g. de randvoorwaarden c.q. beperkingen bij de maatregelen benoemen zoals die in de rijksdocumenten staan vermeld; h. de wijze waarop aan inwonerparticipatie m.b.t. de klimaatopgaven vorm wordt gegeven. 5. de teksten in de routekaart zodanig te formuleren dat deze kort en niet multi-interpretabel zijn, maar ook begrip en draagvlak bevorderen voor de uitvoering van de opgaven. 6. een paragraaf toe te voegen met maatregelen die inwoners per direct kunnen gaan treffen met een verwijzing naar subsidiemogelijkheden (laaghangend fruit). 7. de herschreven routekaart voor januari 2021 aan te bieden ter besluitvorming aan de gemeenteraad. Wijziging klimaatambitie en geen routekaart ‘klimaatneutraal 2030’ De routekaart ‘klimaatneutraal 2030’ wordt uiteindelijk nooit vastgesteld. In de periode voor de zomer 2020 wijzigt de klimaatambitie met een addendum op het collegewerkprogramma. Daarin staat opgenomen “dat de ambitie voor een duurzamere gemeente in 2030 niet realistisch is mede gezien de financiële beperkingen. Hiervoor moeten in een te kort tijdsbestek - minder dan tien jaar - zeer ingrijpende maatregelen worden getroffen en middelen worden vrijgemaakt. Daarnaast vinden we breed draagvlak onder de inwoners erg belangrijk.

We willen daar voldoende tijd voor nemen. Tot slot gaan de technische ontwikkelingen zo snel dat de verwachting is dat de komende jaren zich meer, betere en goedkopere oplossingen aandienen dan nu voorhanden zijn. Daarom willen we nu niet alleen inzetten op actueel gangbare oplossingen. Een voorbeeld hiervan kan zijn de ontwikkeling van het gebruik van waterstof over het bestaande gasleidingennetwerk. We blijven werken aan een duurzamere gemeente en gemeentelijke organisatie, maar hanteren daarvoor meer realistische ambities:  De ambitie voor het volledig opwekken van duurzame energie in 2030 laten we los en verleggen we naar 2040, met een eventuele uitloop naar 2050 als 2040 niet realistisch blijkt te zijn. Immers, dit is een ambitie voor de lange termijn en we kunnen nog niet de impact voorzien van toekomstige ontwikkelingen zien. We sluiten hiermee nauw aan bij de landelijke duurzaamheidsafspraken, waarvoor de basis ligt in het Nationaal Klimaatakkoord. De landelijke afspraken zijn 49% minder CO2-uitstoot in 2030 en 95% minder in 2050.  Voor de gemeentelijke organisatie verleggen we de ambitie naar 2030.

Pagina 28 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Wat ons opvalt, is dat een dubbele ambitie ontstaat voor het klimaatbeleid: de ambitie klimaatneutraal 2040 (of 2050) en de uitspraak dat de RES leidend is voor de gemeentelijke klimaatambities. Energieopgave Tegelijk met de memo voor de uitgangspunten voor de routekaart, ligt in februari 2020 een raadsvoorstel voor om in plaats van de routekaart ‘klimaatneutraal 2030’, de meerjarige energietransitieopgave voor Stichtse Vecht op basis van het landelijke, regionale en hun eigen lokale klimaatbeleid, vast te stellen. Deze voorgestelde energieopgave behelst het realiseren van 0,2 TWh in 2030 op eigen grondgebied. Dat is het dubbele van 10% van de RES-opgave (0,1 TWh). De reden voor de verdubbeling is dat de ambitie van Stichtse Vecht uit het collegewerkprogramma hoger ligt dan die van de RES. Het gesprek in de commissie gaat onder andere over de samenhang tussen uitgangspunten voor de klimaatroutekaart en de opgaven. De voorzitter concludeert dat de commissie het aangeboden raadsvoorstel niet besluitrijp vindt en geeft het college de door de wethouder gedane suggestie mee om te komen tot een opgave voor de regio en een uitwerking van de randvoorwaarden. Op 8 september 2020 is een nieuw raadsvoorstel over de energieopgave onderwerp van gesprek in de commissie Fysiek Domein.

Ondertussen is in de ontwerp-Regionale Energiestrategie (RES) de regionale doelstelling opgenomen van 1,8 TWh in 2030 (Terra Watt uur). Dat is 0,8 TWh hoger dan de 1,0 TWh die was benoemd als ondergrens in de startnotitie en waarop het vorige raadsvoorstel over de energieopgave (van februari 2020) op was gebaseerd. De vaststelling van het concept RES staat gelijk geagendeerd met het voorstel energieopgave voor de gemeenteraad van 29 september 2020. Om tot een inbreng van de Stichtse Vecht in de RES te komen wordt in het raadsvoorstel een opgave voor duurzame elektriciteit voorgesteld van 0,1 TWh in 2030 0,2 TWh in 2040. Deze opgave is onder voorbehoud van een goede landschappelijke inpassing, bijdrage aan lokaal eigendom, wederkerigheid en realisatiemogelijkheden. De opgave voor duurzame elektriciteit in 2030 is daarmee gehalveerd ten opzichte van het eerste raadsvoorstel in februari. Op 29 september 2020 stelde de gemeenteraad de energieopgave conform voorstel vast. Op de ontwerp RES met het concept-bod zijn echter negen moties ingediend die ook gerelateerd zijn aan de opgave. Zoals de aangenomen motie die opdracht geeft aan het college om zich in te spannen voor een verbod op windturbines in het UNESCO werelderfgoed.

Beleidsplan Stichtse Vecht op weg naar nieuwe energie Op 24 november 2020 is in de commissie Fysiek Domein het beleidsplan ‘Stichtse Vecht op weg naar nieuwe energie’ besproken. In het beleidsplan is de route uitgezet om ambities voor nieuwe energie te bereiken. Het beleidsplan geeft uitvoering aan de op 2 juni 2020 door de raad aangenomen motie "Nieuwe kaders voor Routekaart duurzaamheid" en de in september 2020 vastgestelde energieopgave. De energievraag van inwoners, bedrijven en organisaties moet verminderen en zoveel mogelijk duurzaam worden opgewekt. Het aandeel op te wekken duurzame elektriciteit bedraagt in 2030 ten minste 0,1 TWh en in 2040 0,2 TWh. Op 15 december 2020 is het beleidsplan in de gemeenteraad besproken en vastgesteld. In dezelfde vergadering staat het beleidskader zonnevelden geagendeerd. Op het voorstel voor het energieplan zijn zes amendementen ingediend. Daarvan zijn er drie aangenomen. Een amendement schrapt een zin uit het beleidsstuk dat een indicatie geeft van het volume zonnepanelen dat samenhangt met de energieopgave. Een ander amendement voegt aan het raadsbesluit de zin toe dat een belangrijke randvoorwaarde voor het kunnen uitvoeren van het uitvoeringsprogramma de beschikbaarheid is van additionele rijksmiddelen en dat indien deze onvoldoende blijken te zijn, dit van invloed zal zijn op de prioritering en fasering voor de uitvoering.

Het derde amendement voegt zonnepanelen op gevels toe aan het beslispunt dat de gemeente zich richt op stimuleren van zon op dak. Daarnaast zijn er vijf moties ingediend, waarvan er twee zijn aangenomen. De aangenomen moties zijn een motie om kleine zonnepanelen bij particulieren mee te laten tellen in de RES-opgave, o.a. door hiervoor te pleiten bij de RES en te onderzoeken hoe kleine installaties samen georganiseerd kunnen worden en opgeteld kunnen worden als een grote installatie en een motie die het college oproept om met de netbeheerder in gesprek te gaan over leveringszekerheid van elektriciteit en de kwaliteit van elektriciteit bij grootschalige opwekking van zonne-energie. Pagina 29 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Klimaatambities mede afhankelijk van de ontwikkeling van klimaatinformatie Terwijl het Rijk vooral technische doelstellingen voor klimaatbeleid definieerde zoals % vermindering van het CO2 (equivalenten) uitstoot of % duurzame energie en daarbij gebruikmaakte van kennis van instituten als CBS en PBL, ontwikkelden veel gemeenten lokale ambities in termen van klimaatneutraal, energieneutraal of CO2-neutraal. Al doende werd steeds concreter wat er met deze doelstellingen bedoeld werd. Het werd ook steeds beter mogelijk om dit concreter te maken omdat gemeenten steeds meer en beter toegang kregen tot gegevens. In het begin moesten gemeenten zelf op zoek naar gegevens en deze vertalen naar lokaal. Vergelijking tussen gemeenten was daardoor moeilijk. Inmiddels is er één systeem: de klimaatmonitor. Data hierin is ook verbonden met bijvoorbeeld het CBS en PBL. Ook dit systeem blijft in ontwikkeling. Des te meer gemeenten en regio’s met hun klimaatbeleid aan de slag zijn, des te groter de vraag om specifieke informatie. Een nadeel van dit systeem is dat sommige data twee of drie jaar achterlopen. De ontwikkeling van strategisch beleid op nieuwe vraagstukken gaat vaak gepaard met gebrek aan kennis en gegevens. Dit vraagt om een goede weergave: wat weten we wel, wat weten we niet, wat zouden we willen weten en hoe gaan we er mee om dat we het nu niet weten.

Het vraagt ook om extra duiding en uitleg van wel beschikbare gegevens. Experts kunnen lange discussies voeren over wat de juiste manier is van informatie verzamelen en presteren. Bij lang lopend beleid zijn veel van deze discussies al redelijk beslecht en is er een norm ontstaan. Bij nieuwe ontwikkelingen loopt deze discussie vaak nog. Een manier om als bestuurder niet in de expertdiscussie terecht te komen is door de uitgangspunten van of aannames onder de gegevens te laten beschrijven en te werken vanuit de kennis die op dat moment beschikbaar is. Hierin een keuze te maken en te accepteren dat je in de toekomst de wijze van beschrijven van doelen en monitoring nog een keer moet aanpassen.

Pagina 30 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl Figuur 1 Tijdlijn ontwikkeling klimaatbeleid Stichtse Vecht

Pagina 31 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

5.2.

De ontwikkeling van doelen en getallen

Doelen voor het klimaatbeleid zijn gedurende de beleidsvorming gewijzigd. Uit de gesprekken blijkt dat er veel verwarring is geweest over doelen, begrippen en getallen. In ons onderzoek zien we dat de wijze van definiëren van de ambitie wijzigt tijdens de beleidsvorming. Daarnaast is de samenhang tussen doelstellingen niet helder. Tabel 2 geeft een overzicht van de gebiedsgerichte klimaatdoelen van Stichtse Vecht. Routekaart ‘klimaatneutraal 2030’ In de concept routekaart (juli 2019) is de opgave beschreven in termen van CO 2-uitstoot. De routekaart maakt een afbakening in de scope, al blijft impliciet dat het alleen gaat om CO2-uitstoot door energie. De routekaart benoemt niet expliciet dat de CO 2 in 2030 nul moet zijn, maakt niet duidelijk in welke stappen de CO2-uitstoot naar nul gaat (bijvoorbeeld in 2020, 2025, 2030) en vertaalt de CO2-opgaven niet naar de pijlers (wonen, werken, mobiliteit, gemeente als voorbeeld en grootschalige energieopwekking). In de routekaart wordt de RES-opgave voor duurzame elektriciteit vertaald naar de duurzame elektriciteitsopgave voor Stichtste Vecht passend bij de klimaatambitie 2030: 0,2 TWh in 2030. Voor de routekaart is ook een rapport energiescenario’s opgesteld om een beter beeld te geven van de mogelijke oplossingen, de te maken investeringen en kosten door de samenleving.

Deze scenario’s zijn opgesteld in TeraJoules, een eenheid voor energie. Hoe deze zich verhouden tot de beschreven klimaatopgave in CO2 en tot de opwekopgave in TWh is onduidelijk. Beleidsplan Stichtse Vecht op weg naar nieuwe energie In het beleidsplan Stichtse Vecht op weg naar nieuwe energie staat de ambitie klimaatneutraal 2040 (of 2050) niet meer expliciet benoemd. De scope van deze ambitie wordt in het beleidsplan dan ook niet uitgewerkt en niet gekwantificeerd naar een totale opgave op energie (elektriciteit, warmte en besparing). Het doel voor duurzame elektriciteitsopwekking staat centraal. Dit blijkt ook uit het raadsvoorstel. Het raadsvoorstel beschrijft dat het beleidsplan het overkoepelend kader is waarbinnen de gemeente werkt aan de uitvoering van de klimaatambities uit het Addendum op het Collegewerkprogramma 2018-2022. De ambities uit het Addendum zijn vertaald in een lokale opgave voor duurzame elektriciteit voor Stichtse Vecht, te weten 0,1 TWh in 2030 en 0,2 TWh in 2040. Bij de kanttekeningen in het raadsvoorstel staat opgenomen dat als de gemeente in 2040 (of indien niet haalbaar in 2050) alles duurzaam wil opwekken, de opgave volgens het rapport met energiescenario’s hoger is. De opgave is uitgewerkt in vijf pijlers (wonen, werken, mobiliteit, duurzame energieopwekking en de gemeente als voorbeeld). Voor de pijler werken is geen doelstelling geformuleerd.

Wonen heeft een doelstelling aardgasvrij, mobiliteit heeft de doelstelling emissievrije mobiliteit in 2050 in lijn met de rijksdoelstelling, de gemeentelijke organisatie is in 2030 klimaatneutraal. In het beleidsplan is nog geen monitoringsstructuur opgenomen.

Pagina 32 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Tabel 2

Doelstellingen in het klimaatbeleid

Doelen

Doel 2020

CO2-doelstellingen gebied

-20% CO2 1990

Energiedoelstellingen gebied

Doel 2030

Doel 2040

Doel 2050

Evenveel duurzame energie opwekken als gebruiken (klimaatneutraal doel tot 2019)

Evenveel duurzame energie opwekken als gebruiken (klimaatneutraal doel vanaf 2020)

Als blijkt dat 2040 niet realistisch is, dan 2050 (klimaatneutraal doel vanaf 2020)

>0,2 TWh (doel vanaf 2020)

Energieopwek Energieplan (2020)

14% duurzame elektriciteit (woonvisie)

>0,1 TWh (doel vanaf 2020)

Woningen

50.000 NOM woningen U16

25% woningen aardgasvrij (doel vanaf 2020)

100% woningen aardgasvrij

Gebouwen (alle gebouwen in de gemeente)

100% gebouwen aardgasvrij

Mobiliteit

Emissievrije mobiliteit

Organisatie

5.3.

Klimaatneutrale organisatie 2022 (doel vanaf 2018 tot 2020)

Klimaatneutrale organisatie 2030 (doel vanaf 2020)

Samenhang met aanpalende beleidsvelden

Voor een succesvolle uitvoering van de ambities en maatregelen zoals verwoord in het Energieplan is het is noodzakelijk dat het klimaatbeleid verbonden met en ingebed is in andere beleidsvelden. Een korte analyse van de belangrijkste aanpalende beleidsvelden toont aan dat het klimaatbeleid opgenomen is in het aanpalende beleid maar geen richting biedt voor de keuzes die gemaakt moeten worden in het aanpalende beleid. Hieronder zetten we deze analyse uiteen waarbij we gekeken hebben naar de belangrijkste aanpalende beleidsvelden. Het betreft de omgevingsvisie, de woonvisie, de mobiliteitsvisie grootstedelijk Utrecht en de perspectiefnota landbouw. Omgevingsvisie Stichtse Vecht ‘t Beste van twee werelden De omgevingsvisie is een integrale visie waarin beschreven wordt hoe Stichtse Vecht in 2040 een fijne plek blijft om te wonen, te werken en te recreëren. De visie is in december 2021 vastgesteld. ‘Inspelen op klimaatverandering en inspelen op de energietransitie’ is een van de drie hoofddoelen van de omgevingsvisie en is uitgewerkt in het thema ‘werken aan klimaatverandering’. Energie was ook een belangrijk onderdeel van de stakeholderbijeenkomsten. De omgevingsvisie bevat uitgangspunten voor de energietransitie, doelstellingen voor de energietransitie en een voorkeursvolgorde voor zonneenergie gecombineerd met een kansenkaart zonne-energie.

De energiedoelstelling voor de gemeente Stichtse Vecht, zoals deze ook is opgenomen in de RES U16 en het energieplan 2020, is in dit document opgenomen. Het document benoemt niet de doelstelling met betrekking tot klimaatneutraliteit. Wel benoemt het de ambitie om klimaatbestendiger te worden door slim ruimtegebruik, duurzame mobiliteit, minder veenoxidatie, energiebesparing, warmtetransitie en de opwek van zonne-energie. Het klimaatbeleid in de omgevingsvisie heeft een bredere reikwijdte dan de klimaatroutekaart en het energieplan. Zo is minder veenoxidatie geen onderdeel van de klimaatroutekaart en het energieplan. Het energieplan beschrijft niet hoe het energieplan zich verhoudt tot de Omgevingsvisie. Actualisatie woonvisie 2017-2022 Verduurzaming van de woningvoorraad is een van de doelstellingen van de woonvisie. In dit document is nog de 'oude ambitie van de gemeente opgenomen om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Pagina 33 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

De gemeente wil dat alle nieuwbouw aardgasvrij en nul-op-de-meter is en wil grote stappen zetten op energiebesparing, duurzame energieopwekking en aardgasvrij maken van de bestaande woningen. De woonvisie geeft aan welke concrete acties de gemeente blijft doen, gaat doen en gaat onderzoeken om dat te bereiken. Daarbij zien we een aantal acties terugkomen in de woonvisie die niet opgenomen zijn in de klimaatroutekaarten. Het is onduidelijk of deze wel/niet zijn uitgevoerd. Voordat keuzes gemaakt kunnen worden in hoe de gemeente aardgasvrij gaat worden, wordt eerst nader onderzoek gedaan en wordt een warmtevisie opgesteld. De woonvisie zet ondertussen in op energiebesparing door middel van verschillende acties. In de woonvisie zijn de uitspraken uit een eerdere versie van de klimaatroutekaart opgenomen waarbij de impact op het gebied van de verduurzaming van de woningvoorraad is gebaseerd op de studie die gemaakt is van de te maken investeringen en kosten door de samenleving aan de hand van drie scenario’s voor klimaatneutraal 2030. Integraal Ruimtelijk Perspectief U16 (IRP): Gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen Het IRP is een integraal ruimtelijke visie voor de regio Utrecht (U16) voor 2040 op het gebied van groen, landschap en water, wonen, werken, vitale kernen, duurzame bereikbaarheid van dorpen en steden, en energie.

In het IRP is de energieambitie van de RES voor 2030 opgenomen: tenminste 1,8 TWh duurzame elektriciteitsopwekking in 2030. Dat is een zesde van de verwachte elektriciteitsbehoefte in 2050. Het IRP geeft aan dat ook na 2030 er een substantiële opgave is om duurzame opwekking ruimtelijk in te passen. Duurzame energie is een gezamenlijke opgave. In de regio zijn weinig bovenlokale duurzame warmte bronnen. Hierdoor lijkt de overstap naar duurzame warmte vooral lokaal plaats te gaan vinden. Het IRP zet ook in op duurzame mobiliteit. Nabijheid is het uitgangspunt en wordt gerealiseerd door op plekken die goed bereikbaar zijn met de fiets en OV wonen, werken en voorzieningen toe te voegen, door de groei te concentreren rond OV-knooppunten en door een schaalsprong in het OV-systeem. Hierdoor wordt het gemakkelijker gemaakt voor mensen om zich op een duurzame manier door de regio te bewegen. Daarnaast wordt in het IRP een koppeling gemaakt tussen landschap, water en groen en energie: o.a. door te zorgen voor voldoende ruimte voor duurzame energieopwekking. En er is een koppeling gemaakt tussen economie en energie zoals de uitspraak dat bedrijventerreinen op zijn minst energieneutraal zullen zijn. In het raadsvoorstel voor het Integraal Ruimtelijk Perspectief wordt wel de relatie gelegd tussen het IRP en de omgevingsvisie, maar niet met energie en klimaatbeleid.

In het beleidsplan “Stichtse Vecht op weg naar Nieuwe Energie” wordt geen relatie gelegd met het IRP. Perspectiefnota landbouw 2021 In de perspectiefnota landbouw 2021 zijn ‘voorkomen en omgaan met klimaatverandering’ en ‘de energietransitie’ twee van de vier maatschappelijke opgaven voor de landbouw. De opgave om klimaatverandering te voorkomen betreft het verminderen van de uitstoot van CO2 door veenoxidatie. De opgave energietransitie beschrijft de doelstelling van het nationaal klimaatakkoord en de bijdrage van de gemeente Stichtse Vecht aan RESU16 De perspectiefnota geeft aan dat de gemeente zoveel mogelijk duurzame elektriciteit wil realiseren in de gebouwde omgeving, maar verwacht dat ook zonnevelden moeten worden gerealiseerd. Ook zijn het proces en de resultaten van de totstandkoming van het zonneveldenbeleid benoemd. Wat opvalt, is dat in het strategische klimaatbeleid (klimaatroutekaart en energieplan) geen beeld wordt gegeven van de impact en potentie van de opgave terwijl dit in de perspectiefnota landbouw wel wordt geduid. Zo wordt er gesteld: afhankelijk van het aantal en de omvang van de zonnevelden, kan dit ten koste gaan van wel drie melkveebedrijven van gemiddelde omvang in 2040. Daarbij kan de realisatie van zonnevelden de landbouwstructuur in de gemeente aantasten en dat het een impact heeft op de agrarische verkeersstromen.

Daarnaast heeft LTO Noord becijferd dat agrarische bedrijven nu al bijna 7000 MWh duurzame energie produceren en dat binnen de gemeente voldoende agrarisch dakoppervlak beschikbaar is voor de productie van bijna 20.000 MWh duurzame elektriciteit. Daarnaast geeft de perspectiefnota in het deel toekomstvisie ook aan dat het elektriciteitsnetwerk een knelpunt is voor het realiseren van grootschalig zon op dak bij agrariërs en dat het net beter benut kan worden door een combinatie van zon en wind. De agrariërs wensen daarom meer ruimte voor boerderijmolens (windmolens met ashoogte 20m) waarmee 4000 MWh per jaar kan worden geproduceerd. Om de druk op de agrarische grond te beperken willen melkveehouders collectief enkele windturbines plaatsen aan de gemeentegrens samen met Pagina 34 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

buurgemeenten. Het wordt in de perspectiefnota gezien als handelingsoptie als hiervoor de benodigde ruimte ontstaat in de gemeente.

Pagina 35 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

6. Bevindingen organisatie en uitvoering In de vorige hoofdstukken is de ontwikkeling van het klimaatbeleid beschreven. In dit hoofdstuk gaan we verder in op de vraag hoe het klimaatbeleid georganiseerd is, hoe er uitvoering aan wordt gegeven in de praktijk en hoe er wordt samengewerkt met andere partijen. Deelvraag organisatie

Norm

Bevinding

6. Hoe is de uitvoering van het klimaatbeleid in de gemeentelijke organisatie georganiseerd (taken, rollen en verantwoordelijkheden)?

 Er is een overzicht van de taken, rollen en verantwoordelijkheden en deze zijn duidelijk bekend in de organisatie.

 Er is geen uitgewerkt overzicht van taken, rollen en verantwoordelijkheden.  Er is behoefte aan (een sterkere vorm van) ambtelijk opdrachtgeverschap en sturing op samenwerking aan klimaatbeleid.  Er is een goed samenwerkend duurzaamheidsteam dat gebaseerd is op het vorige duurzaamheidsprogramma..  Samenwerking binnen de organisatie als geheel en de taken, rollen en verantwoordelijkheden ten aanzien van duurzaamheid organisatie breed is een vraagstuk. Er is o.a. behoefte aan betere samenwerking tussen organisatie onderdelen en teams.

7. Hoe is de organisatie toegerust op de uitvoering (middelen, capaciteit, kennis en vaardigheden)?

 Er is een werkplanning met inzicht in middelen en capaciteit en daarin blijkt dat de middelen en capaciteit toereikend zijn voor de geplande activiteiten.  Er is een overzicht dat inzicht geeft of kennis en ervaring op energie- en klimaatbeleid toereikend is en er is een aanpak om ambtelijke kennis en ervaring op peil te brengen indien nodig.

 Er is geen uitgewerkte werkplanning met inzicht in middelen en capaciteit.  Er is geen overzicht dat inzicht geeft of kennis en ervaring op energie- en klimaatbeleid toereikend zijn en er is een aanpak om ambtelijke kennis en ervaring op peil te brengen indien nodig.  Het duurzaamheidsteam werkt hard en creatief, maar de capaciteit en middelen zijn onvoldoende en wijzigen te vaak waardoor er zowel in de beleidsvorming als uitvoering capaciteitsproblemen zijn. Het aantrekken en behouden van goed gekwalificeerd personeel voor klimaatbeleid is zeer lastig.  De meeste tijd gaat zitten in beleidsvoorbereiding (wat niet altijd leidt tot vastgesteld beleid). Er is minder tijd voor de uitwerking van het beleid en de uitvoering van projecten. De moeizame beleidsvorming heeft invloed op de werksfeer bij de organisatie

Deelvraag uitvoering

Norm

Bevinding

8. In hoeverre is er uitvoering gegeven aan de geformuleerde ambities en maatregelen zoals verwoord in de het klimaatbeleid.

 Activiteiten, projecten en maatregelen die zijn benoemd in het klimaatbeleid en/of aanpalend beleid gericht op de klimaatdoelstelling en/of de P&C-cyclus zijn uitgevoerd in lijn met de planning.

 Het is moeilijk om een uitspraak te doen over de uitvoering van vastgesteld klimaatbeleid, omdat dit beleid eind 2020 is vastgesteld.  Monitoring op basis van de voorgenomen activiteitenoutput van het strategische klimaatbeleid ontbreekt dan ook. Hierdoor is het onduidelijk wat de status is van de uitvoering, of er een planning is en of deze is gehaald.

9. Welke projecten en activiteiten zijn uitgevoerd?

 Activiteiten, projecten en maatregelen die niet expliciet zijn benoemd maar wel zijn uitgevoerd in het kader van het klimaatbeleid en daaraan bijdragen.

 In de uitvoering van het klimaatbeleid en de aanpalende beleidsvelden zijn ook projecten en maatregelen uitgevoerd die niet opgenomen zijn in het strategische

Pagina 36 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

 Er is een overzicht van de ingezette instrumenten (financieel, juridisch, communicatie en samenwerking) in het klimaatbeleid.  De gemaakte keuzes binnen het beleid zijn vastgelegd in documenten en bekend in de organisatie.  De keuzes voor het inzetten van instrumenten zijn gemotiveerd. 10. In hoeverre is er sprake van een effectieve samenwerking op het gebied van duurzaamheid en klimaatbeleid?

6.1.

 Er is een overzicht van partners met wie wordt samengewerkt in de uitvoering van klimaatbeleid.  Er zijn samenwerkingsafspraken tussen de gemeente en de partners over doelen, activiteiten/resultaten en rolneming.  Er is sprake van een effectieve samenwerking. De samenwerkingen hebben concrete resultaten beschreven en/of bereikt.  De gemeente deelt actief informatie, houdt bijeenkomsten en ontplooit initiatieven om maatschappelijke partners betrokken te houden.  De gemeente is responsief en pikt signalen van maatschappelijke partners op en zet deze om in actie.

klimaatbeleid. Wij zijn in ons onderzoek geen overzicht hiervan tegengekomen.

 Er is een overzicht van partners met wie wordt samengewerkt.  Het is niet duidelijk of er samenwerkingsafspraken zijn gemaakt met daarin concrete resultaten. Met de Energiecoöperatie en Stichting Duurzame Vecht zijn samenwerkingsafspraken gemaakt (subsidie/ financiële bijdrage)  In de uitvoering van het klimaatbeleid wordt veel met de samenleving samengewerkt en de persoonlijke contacten worden ervaren als prettig.  De ervaring is dat er op een effectievere manier samengewerkt wordt als er de tijd wordt genomen om elkaar mee te nemen in de dagelijkse praktijk van de ander. Hierdoor voelen partijen zich gehoord en ontstaat er, ondanks dat je het niet altijd met elkaar eens bent, meer begrip.  Er liggen kansen om de samenwerking met belanghebbenden te verbeteren om de uitvoeringskracht van het klimaatbeleid te vergroten.

Organisatie van de uitvoering van het klimaatbeleid

Organisatie Er is geen (uitgewerkt) overzicht van taken, rollen en verantwoordelijkheden voor de ambtelijke inzet op het klimaatdossier. Gedurende de beleidsvorming is door de ambtelijke organisatie (verder) gewerkt aan klimaat op basis van het (voorgaande) programmaplan Duurzaamheid Stichtse Vecht 2016-2018 waarin doelen, taken, betrokkenen intern en extern staan beschreven. Het programma bevat activiteiten die door verschillende afdelingen en teams uitgevoerd worden. De ambtelijke eindverantwoordelijkheid voor de uitvoering van activiteiten in het programma ligt en blijft liggen bij de betreffende afdeling. De ambtelijke verantwoordelijkheid voor de informatie, voortgang van het programma en toebedeling van de gereserveerde programmamiddelen ligt bij de programmamanager. Wie ambtelijk opdrachtgever is voor het programma is niet beschreven. Bestuurlijk en ambtelijk opdrachtgeverschap De wethouder duurzaamheid is bestuurlijk opdrachtgever voor het strategische klimaatbeleid waaronder de klimaatroutekaartenergieplan, het zonneveldenbeleid en de transitievisie warmte. Het ambtelijk opdrachtgeverschap is niet duidelijk Er is behoefte aan (een sterkere vorm van) ambtelijk opdrachtgeverschap en sturing op samenwerking aan klimaatbeleid.

Dit komt onder andere voort uit de behoefte aan betere samenwerking tussen teams en organisatieonderdelen en de behoefte aan ondersteuning binnen het spanningsveld bestuurlijk-ambtelijke samenwerking. De sturing en rolduidelijkheid is een breder vraagstuk in de gemeentelijke organisatie dat de aandacht heeft in de doorontwikkeling van de organisatie, in de nieuwe organisatiestructuur, de profielen van het nieuwe management en in het opgavegericht en projectmatig werken.

Pagina 37 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Werkzaamheden duurzaamheidsteam De vorming en een deel van de uitvoering van het klimaatbeleid vindt plaats door een ambtelijk duurzaamheidsteam. Het team bestaat uit medewerkers van de gemeente, medewerkers van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) en uit inhuur. Het is een team met ambitie op het thema, maar met een zeer grote werkdruk en met veel verloop. Het team roeit met de riemen die zij heeft. De moeizame totstandkoming van het klimaat- en energiebeleid en de wisselingen in koers door de politieke wisselingen werken vaak niet motiverend. Daarnaast moet van te voren steeds goed nagedacht worden over het kansrijk maken van het beleid. Dat doen zij in samenspel met de wethouder. Ook het grote aantal raadsvragen, moties en amendementen speelt een rol in de motivatie, zo blijkt uit de gesprekken. Een voorbeeld is dat het team veel tijd heeft gestopt in het opstellen van een uitvoeringsprogramma bij de klimaatroutekaart en de ambitie klimaatneutraal 2030. Dat biedt perspectief en wordt gezien als een heel mooi en bruikbaar programma. Op het moment van dit onderzoek in februari /maart 2022 was het ambtelijk concept aangepast aan de nieuwe klimaatambitie met de bedoeling het programma aan het college en aan de gemeenteraad voor te leggen. Voor dit onderzoek hebben we geen kennis kunnen nemen van het concept uitvoeringsprogramma.

Tegelijk neemt het team de vrijheid om werkzaamheden op te pakken die bijdragen aan de klimaatdoelstelling en is het team hierover enthousiast, evenals over de resultaten die zij hiermee bereiken, zo blijkt uit de gesprekken. Mooie voorbeelden hiervan zijn de aanvragen en toekenning van de Regeling Reductie Energieverbruik subsidie voor gemeenten en de Erfgoeddeal (subsidie voor duurzaamheid in erfgoed). Daarnaast haakt de gemeente slim aan bij ontwikkelingen elders. Toen het proces voor de klimaatroutekaart tot stilstand kwam, is het team doorgegaan met de projecten waar ze al mee bezig waren. Dit deed ze op basis van het programmaplan dat in 2016 door het college is vastgesteld. Dit was een helder programma met een goede koppeling tussen activiteiten, doelen, planning en betrokkenen binnen en buiten de organisatie. Er werd met name doorgegaan met de niet politiek gevoelige projecten, zoals zon op dak en energiebesparing. Daarnaast zijn twee strategische beleidstrajecten gestart en afgerond: de warmtetransitie en het zonneveldenbeleid. Omgevingsdienst Regio Utrecht Een belangrijk deel van het klimaatbeleid wordt uitgevoerd door verschillende onderdelen van de ambtelijke organisatie en door de ODRU. De ODRU werkt volgens een jaarlijks met de gemeente overeengekomen uitvoeringsplan met een maandelijkse monitoring op de voortgang.

De uitvoeringsorganisatie ziet mogelijkheden voor verbetering van betrokkenheid van de gemeentelijke organisatie bij beleidsontwikkeling met het oog op uitvoerbaarheid: door inbreng van uitvoeringskennis en door inbreng van kennis op wet- en regelgeving. De ODRU heeft behoefte aan een inhoudelijk strategisch ambtelijk aanspreekpunt met wie over inhoudelijke omgevings- en klimaatvraagstukken in samenhang kan worden gesproken zodat ook kansen op bijvoorbeeld bodemenergie beter benut kunnen gaan worden.

6.2.

Toerusting van de organisatie en financiële middelen

Onderzoek Raad voor Openbaar Bestuur naar uitvoeringsmiddelen gemeenten klimaatakkoord De ambitie van de gemeente was klimaatneutraal 2030, eind 2019/begin 2020 werd dit klimaatneutraal 2040 en als dit niet haalbaar blijkt te zijn 2050. Deze ambitie klimaatneutraal in 2030, is een veel verdergaande ambitie dan de energie- en klimaatambitie op rijksniveau (zie ook hoofdstuk 4). Dit vraagt dan ook meer inspanningen van de gemeente dan de inspanningen die voortkomen uit het klimaatakkoord. De Raad voor Openbaar Bestuur heeft onderzoek laten doen naar de gemeentelijke taken die voortkomen uit het Nationaal Klimaatakkoord (zie figuur 2) en de middelen die gemeenten nodig hebben voor de uitvoering van deze taken.

Pagina 38 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Uit dit onderzoek blijkt dat in het meest ‘doorsnee’ jaar in de periode, het jaar 2024, een middelgrote gemeente 17-19 fte extra nodig heeft voor energie en klimaat. Daarnaast zijn er substantiële materiële kosten, vooral voor technisch onderzoek. Het grootste deel van deze fte is nodig voor de opgave duurzame opwek en warmtewinning en voor de opgave aardgasvrij. Volgens het onderzoek zullen de jaarlijkse uitvoeringskosten van gemeenten tot 2030 steeds verder oplopen. Figuur 2

Gemeentelijke taken die voortkomen uit het Nationaal Klimaatakkoord

Personeel en capaciteit De inzet van het team duurzaamheid wordt gewaardeerd door de wethouder en door belanghebbenden betrokken bij energie en klimaat, zo blijkt uit de gesprekken. Dat wil zeker niet zeggen dat de belanghebbenden met wie we gesproken hebben, altijd tevreden zijn over de werkzaamheden en hoe alles verloopt. Nagenoeg alle respondenten geven aan dat ze het idee hebben dat de ambtelijke capaciteit zeer beperkt is, dat er vaak wisselingen van medewerkers zijn en dat dit een duurzame relatieopbouw en een effectieve samenwerking bemoeilijkt. Dit geldt zowel voor het team duurzaamheid als voor de verdere uitvoering van het thema energie en klimaat in de gehele gemeentelijke organisatie. In 2016 werd een ambitie vastgesteld, die volgens de startnotitie in 2017 een vervijfvoudiging van het tempo inhield. Hiervoor werden geen extra substantiële middelen beschikbaar gesteld. Er is dan ook weinig capaciteit in verhouding tot de werkzaamheden, zowel in het team duurzaamheid als in de organisatie. Ten tijde van het schrijven van dit rapport (maart 2022) rusten de activiteiten voor klimaat en energie op circa 2,5 FTE. Een deel van deze inzet in belegd bij de ODRU. Het is onbekend hoeveel uren of fte andere medewerkers in de organisatie werken aan energie en klimaat.

Uit gesprekken blijkt dat de capaciteit voor energie en klimaat in andere onderdelen van de organisatie beperkt is. Hierdoor is het lastig voor het team duurzaamheid om met anderen in de organisatie een vraagstuk op te pakken. Een voorbeeld hiervan is het programma gemeentelijke organisatie klimaatneutraal. Dit programma is om deze reden inmiddels afgebroken. Uit gesprekken blijkt dat het zeer lastig is om voldoende gekwalificeerd personeel te krijgen en vast te houden. Medewerkers vertrekken naar grotere gemeenten en de provincie. Ook als de gemeente substantieel meer middelen krijgt voor energie en klimaat, zal het voor Stichtse Vecht zeer lastig zijn om de formatie op peil te krijgen, zo blijkt uit gesprekken. Het aantrekken en behouden van personeel is een breder vraagstuk in de gemeentelijke organisatie, met name in het fysiek domein. Daarbij is de spagaat tussen doelen en middelen binnen het klimaatbeleid groter dan in andere delen van de organisatie, blijkt uit een gesprek. Het tekort aan personeel heeft sterk de aandacht in de doorontwikkeling van de organisatie. Hierover wordt de gemeenteraad maandelijks geïnformeerd. Pagina 39 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Afgezet tegen de ramingen van het ROB-onderzoek is duidelijk dat de middelen en capaciteit die beschikbaar zijn gesteld voor het klimaatbeleid in Stichtse Vecht en de capaciteit in de organisatie, minder zijn dan de benodigde middelen om de ambities te realiseren. Dit heeft gevolgen voor de medewerkers van de gemeente, voor inwoners en samenwerkingspartners die door de ambities verwachtingen hebben richting de gemeente, voor de doorlooptijd en de kwaliteit van beleidsontwikkeling, voor de samenwerking van de gemeente met samenwerkingspartners, en voor de positie van de gemeente in de regionale samenwerking op energie en klimaat. Kennis en vaardigheden Om de kennis over energie en klimaat in de organisatie te vergroten zijn in het verleden inspiratiesessies georganiseerd. Het team duurzaamheid heeft hier op dit moment echter geen capaciteit meer voor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1996/documents/42906