CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Rekenkameronderzoek naar klimaatbeleid Stichtse Vecht.pdf

Commissie Fysiek Domein 12 oktober 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 3. 19:30: Rekenkameronderzoek Klimaatbeleid.29.825 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl Datum 7 september 2022 Auteur(s) Tom Plat, Lenny Putman, Ciska van Alphen Status Definitief

‘Worstelen met klimaatbeleid - onderzoek naar het klimaatbeleid van de gemeente Stichtse Vecht’ Rekenkamercommissie Stichtse Vecht

Pagina 1 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Colofon De Rekenkamercommissie van de gemeente Stichtse Vecht bestaat uit drie externe leden en wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris. Leden Rekenkamercommissie: Martijn Bakker, Gerth Molenaar (voorzitter), Robert Olieman Secretaris: Jacqueline Willenborg Postadres: Rekenkamercommissie Stichtse Vecht, Postbus 1212, 3600 BE Maarssen E-mail: rekenkamercommissie@stichtsevecht.nl Telefoon: 0346-254200

Pagina 2 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Inhoudsopgave Colofon ................................................................................................................2

Leeswijzer .................................................................... 4 1 Inleiding .................................................................... 6 1.1 Aanleiding voor het onderzoek .................................................................6 1.2 Doelstelling en vraagstelling van het onderzoek ....................................6

2 Conclusies en aanbevelingen ................................ 7 2.1 Conclusies ...................................................................................................7 2.2 Aanbevelingen ..........................................................................................11

3. Onderzoeksverantwoording ................................. 14 3.1. Doelstelling onderzoek.............................................................................14 3.2. Hoofdvraag en deelvragen .......................................................................14 3.3. Onderzoeksmethoden ..............................................................................15

4. Klimaatbeleid ......................................................... 17 4.1. Klimaatverandering ..................................................................................17 4.2. Internationaal klimaatbeleid ....................................................................17 4.3. Nederlands klimaatbeleid ........................................................................18

5. Bevindingen ten aanzien van beleid .................... 20 5.1. De ontwikkeling van het klimaatbeleid Stichtse Vecht .........................23 5.2. De ontwikkeling van doelen en getallen .................................................32 5.3. Samenhang met aanpalende beleidsvelden ..........................................33

6. Bevindingen organisatie en uitvoering................ 36 6.1. Organisatie van de uitvoering van het klimaatbeleid ............................37 6.2. Toerusting van de organisatie en financiële middelen .........................38 6.3. Uitvoering van ambities en maatregelen ................................................40 6.4. Samenwerking in de uitvoering ...............................................................42

7. Bevindingen ten aanzien van de resultaten ........ 44 7.1. Resultaten ..................................................................................................45 7.2. Benchmark van de resultaten met andere regiogemeenten en de regio U16 49

8. Bevindingen ten aanzien van de verantwoording59 8.1. Informeren .................................................................................................60 8.2. Kaderstellen ..............................................................................................62 8.3. (Bij)sturen en controleren ........................................................................63

9 Bestuurlijke reactie ................................................ 66 10 Nawoord rekenkamercommissie ........................ 68 Bijlage 1 Lijst van bestudeerde documenten .... 69 Bijlage 2 Respondentenlijst ................................ 70 Bijlage 3 Klimaatbenchmark ............................... 71

Pagina 3 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Leeswijzer Voor u ligt het rapport van het rekenkameronderzoek naar klimaatbeleid in Stichtse Vecht. Hierin doen we verslag van de onderzoeksactiviteiten die plaatsvonden in de periode november 2021 tot en met maart 2022. Dit rapport geeft een overzicht van de bevindingen van het onderzoeksteam, zoals verzameld aan de hand van de onderzoeksvragen van de Rekenkamercommissie. Dit rapport bestaat uit twee delen. Deel I is te beschouwen als een zelfstandig leesbaar onderzoeksrapport. In dit deel zijn de hoofdlijnen van het onderzoek en de belangrijkste uitkomsten op hoofdlijnen beschreven. In dit deel leest u:  het doel van het onderzoek;  het belang van het onderwerp voor de gemeenteraad;  de conclusies uit het onderzoek;  de aanbevelingen voor verbetering van het klimaatbeleid. Voor degenen die geïnteresseerd zijn in een gedetailleerde uitwerking van de onderzoeksvragen, is in Deel II (nota van bevindingen) het integrale onderzoek met daarin de volledige beantwoording van de onderzoeksvragen en de onderbouwing van de conclusies en aanbevelingen opgenomen.

Pagina 4 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

DEEL I ESSENTIE VAN HET ONDERZOEK

Pagina 5 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

1 Inleiding 1.1

Aanleiding voor het onderzoek

Ons klimaat verandert sneller en extremer door menselijk handelen dan door natuurlijke processen en deze verandering heeft verstrekkende gevolgen voor onze samenleving. De laatste jaren zijn de politieke en maatschappelijke aandacht voor het onderwerp klimaat snel gegroeid. Ook in de gemeente Stichtse Vecht. Het is de afgelopen jaren vaak onderdeel van gesprek in de gemeenteraad en het is een van de dossiers die veel aandacht vraagt van het college en de ambtelijke organisatie. De gemeente Stichtse Vecht heeft al sinds haar oprichting klimaatbeleid om bij te dragen aan het voorkomen van klimaatverandering. Voortbouwend op het klimaatbeleid van de voormalige gemeenten Breukelen, Loenen en Maarssen, werd in 2013 klimaatbeleid met de ambities voor 2020 vastgesteld. In de duurzaamheidsvisie ‘Stichtse Vecht Energiek, samen sterk in duurzaamheid’ staat: ‘Door het versterken van de lokale duurzaamheidskracht en het verduurzamen van de eigen organisatie wordt de landelijk geformuleerde CO2-reductiedoelstelling in Stichtse Vecht behaald, te weten een reductie van 20% in 2020 ten opzichte van het niveau van de CO 2-uitstoot in 1990. Hierbij wordt met name ingezet op energiebesparing en decentrale energieopwekking.’ Daarna ontwikkelde de gemeente klimaatbeleid gericht op 2030.

Deze ontwikkeling vond op verschillende plekken plaats: in coalitieakkoorden en collegeprogramma’s, in de P&C-cyclus, in moties en amendementen in de gemeenteraad en in duurzaamheids- en klimaatbeleid. Het startpunt voor deze ontwikkeling was eind 2015. In de voorjaarsnota 2016 stelde de gemeente de klimaatambitie voor 2030 vast. Ook besloot ze, vooruitlopend op de vaststelling van nader beleid, te starten met de uitvoering van het beleid en stelde daarvoor incidenteel middelen beschikbaar. In de voorjaarsnota staat: ‘Eind 2015 is besloten om meer aandacht te geven aan duurzaamheid. Dit betekent dat we met de maatschappelijke partners nadrukkelijk gaan kijken hoe we de gemeente toekomstbestendig gaan maken. Stichtse Vecht wil in 2030 klimaatneutraal zijn. Ondertussen wachten we niet af maar nemen concrete stappen.’ De gemeente begon met het opstellen van een Routekaart Klimaatneutraal 2030. Een routekaart, zoals uit het voorliggende onderzoek blijkt, waar vijf jaar aan gewerkt en over gesproken is, en waar meerdere versies van bestaan, maar die nooit is vastgesteld.

1.2

Doelstelling en vraagstelling van het onderzoek

Bij de start van het onderzoek was de Rekenkamercommissie van de gemeente Stichtse Vecht benieuwd naar de voortgang in de uitvoering van de Routekaart ‘Klimaatneutraal 2030’. In het bijzonder welke ambities gerealiseerd zijn, in hoeverre dit doeltreffend en doelmatig is gebeurd en welke verbeteringen daarbij mogelijk zijn richting de toekomst. Gedurende het onderzoek bleek dat de Routekaart Klimaatneutraal 2030 nooit is vastgesteld en daarom is de vraag verbreed naar de voortgang en uitvoering van het klimaatbeleid van de gemeente vanaf 2016 gericht op het behalen van de ambitie klimaatneutraal 2030. Hierbij moet duidelijk worden welke ambities gerealiseerd zijn op het klimaatgebied en in hoeverre dit doeltreffend en doelmatig is gebeurd. Tot slot wordt er ook een doorkijk gegeven richting de toekomst. De volgende centrale onderzoeksvraag is gebruikt tijdens het onderzoek: Op welke wijze heeft de gemeente Stichtse Vecht uitvoering gegeven aan het klimaatbeleid en in hoeverre is dit doelmatig en in hoeverre ligt de gemeente op koers voor wat betreft de door haar geformuleerde doelstellingen en ambities? De Rekenkamercommissie heeft de centrale onderzoeksvraag verder geoperationaliseerd in een vijftiental deelvragen die zijn opgesomd in de onderzoeksverantwoording (hoofdstuk 3).

De deelvragen zijn onderverdeeld onder de aspecten die tezamen de beleidscyclus vormen die gemeenten normaliter hanteren bij de voorbereiding, de organisatie, de uitvoering en de evaluatie van beleid.

Pagina 6 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

2 Conclusies en aanbevelingen In deel II van dit rapport zijn alle bevindingen uitvoerig beschreven. In dit deel gaan we in op de belangrijkste conclusies.

2.1

Conclusies

Hoofdboodschap Tijdens het onderzoek is met alle respondenten op een constructieve en open wijze gesproken over het klimaatbeleid en de opgave op dit vlak voor de gemeente Stichtse Vecht. Er is door de gemeente de afgelopen jaren hard gewerkt aan de klimaatopgave. We zien bevlogen medewerkers, een betrokken raad en een ambitieus college. Tegelijkertijd zien we dat de gemeente worstelt met het formuleren van klimaatbeleid en het organiseren van uitvoeringskracht. De doorlooptijd voor ontwikkeling en besluitvorming over klimaatbeleid is erg lang, zo is de Routekaart Klimaatneutraal 2030 na vijf jaar uiteindelijk niet vastgesteld en is het beleid en uitvoeringsplan voor zonnevelden na bijna drie jaar pas vastgesteld. Die doorlooptijd is voor een deel ten koste gegaan van het realiseren van gestelde klimaatambities, maar het heeft ook zijn weerslag gehad op de processen en verhoudingen binnen de gemeente. De uitvoeringskracht van de organisatie heeft dan ook baat bij snellere en heldere beleids- en besluitvorming. Dit geldt ook voor (de uitvoeringskracht van) maatschappelijke partners. Naast de besluitvorming is ook de informatievoorziening over de klimaatopgave nog onvoldoende in lijn met de behoefte van de raad. Daarbij ontbreekt het vooral aan samenhang en duiding, maar het gaat ook over de wijze waarop informatie wordt gedeeld; veel in de commissie, weinig informeel.

Ook is er geen monitor of voortgangsrapportage waarmee de raad de voortgang van het klimaatbeleid kan volgen. Stichtse Vecht heeft een belezen en erg betrokken raad, maar mede door het ontbreken van (de juiste) informatie is het gesprek over het klimaatbeleid de afgelopen jaren niet op een constructieve wijze gevoerd. Als gevolg van bovenstaande situatie zijn de afgelopen jaren veel moties en amendementen ingediend ten aanzien van het beleid, maar ook ten aanzien van de organisatie en uitvoering. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de raad flink heeft (bij)gestuurd, het betekent echter niet dat de raad het stuur daarmee in handen heeft. Raadsleden geven aan erg betrokken te zijn bij het thema, maar omdat het veld zo complex en dynamisch is en omdat de informatievoorziening niet aansluit op hun behoefte, voelen ze zich vaak nog niet geëquipeerd om echt te kunnen (bij)sturen op dit thema. Hoewel het niet binnen de oorspronkelijke scope van het onderzoek viel, is tijdens dit onderzoek duidelijk geworden dat er op personeelsvlak een duidelijke kwetsbaarheid zit in de organisatie. Zo is in bijna alle gesprekken expliciet het capaciteitstekort en de door- en uitstroom van personeel benoemd, wat volgens velen de oorzaak is dat plannen niet van de grond komen en waardoor de organisatie ook niet regisseur van de klimaatopgave is.

Om de aanbevelingen vanuit dit onderzoek uit te kunnen voeren is het van vitaal belang dat het betrokken team en de medewerkers die op andere plekken aan de uitvoering van het beleid werken, voldoende slagkracht krijgen om hun werkzaamheden uit te voeren. Ons advies is om eerst te investeren in personeel, zowel uitvoerend als beleidsmatig, voordat nieuw beleid en plannen worden gemaakt. En om sterker te prioriteren, met name door geen beleid vast te stellen zonder daarvoor de benodigde middelen én capaciteit beschikbaar te stellen. Een belangrijke noot is dat er daarbij ook oog moet zijn voor de doorwerking van de politieke cultuur in de ambtelijke organisatie. Deze heeft nu een negatieve invloed op de organisatie en leidt niet alleen tot trage beleidsvorming en -uitvoering, maar ook tot een onprettige en soms onveilige werksfeer. Daar zouden alle betrokkenen zich van moeten vergewissen. De signalering van dit rekenkameronderzoek strookt op dit punt met de bevindingen in het rapport ‘Van goed naar beter’.1

1

Doorontwikkeling ambtelijke organisatie ‘Van goed naar beter’, 25 mei 2020.

Pagina 7 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Conclusies ten aanzien van beleid Stichtse Vecht worstelt met het klimaatbeleid. Het vormen van strategisch overkoepelend klimaatbeleid heeft in Stichtse Vecht lang geduurd en het is een moeizaam proces geweest. In 2016 is de ambitie klimaatneutraal 2030 vastgesteld. De klimaatroutekaart die is opgesteld om strategisch invulling te geven aan deze ambitie, is alleen nooit vastgesteld. Begin 2020 is een nieuwe ambitie voor klimaatbeleid vastgesteld: klimaatneutraal 2040 (of 2050 als 2040 niet haalbaar blijkt). Het huidige beleidsplan ‘Stichtse Vecht op weg naar nieuwe energie’ (het energieplan uit 2020) heeft hier uiteindelijk invulling aan gegeven. Het stellen van de ambitie klimaatneutraal 2030 en de Routekaart ‘Klimaatneutraal 2030’ zijn ook niet gevoed door een evaluatie van voorgaand duurzaamheidsbeleid. Er heeft geen evaluatie plaatsgevonden van voorgaand beleid. Wat meespeelde bij dit moeizame proces is dat de beleidsontwikkelingen voor klimaat gedeeltelijk parallel liepen, met name de ontwikkeling van de Routekaart ‘Klimaatneutraal 2030‘ het beleids- en uitvoeringsplan zonnevelden en de RES. Dit bleek verwarrend voor zowel raadsleden als inwoners. Zo kwamen bijvoorbeeld bij de bespreking van de klimaatroutekaart in de commissie mensen inspreken over het zonneveldenbeleid.

En tijdens het vormen van de klimaatroutekaart vonden meerdere wijzigingen plaats in college en coalities. De gemeenteraad heeft beperkt invulling gegeven aan de kaderstellende rol voor de Routekaart ‘Klimaatneutraal 2030’. Zo heeft de gemeenteraad geen peilnota vastgesteld. Dit wijkt af van de gangbare werkwijze waarin het college een startnotitie opstelt en de gemeenteraad een peilnota vaststelt. De gemeenteraad heeft deze rol later wel opgepakt nadat zij de concept klimaatroutekaart voorgelegd heeft gekregen. Dit deed de raad door het vaststellen van uitgangspunten voor de klimaatroutekaart. Deze uitgangspunten zijn meegenomen in de opstelling van het beleidsplan ‘Stichtse Vecht op weg naar nieuwe energie’. De ambities klimaatneutraal 2030, klimaatneutraal 2040 (of 2050 als 2040 niet haalbaar blijkt) zijn hoger dan de Europese, landelijke doelen. De huidige klimaatambitie is in lijn (of lager) met het provinciale doel energieneutraal 2040. Een lagere ambitie dan provincie heeft uiteindelijk als consequentie dat andere gemeenten in de provincie meer moeten realiseren. De ambities zijn uitgewerkt in een beperkt aantal meetbare doelen in het ‘Stichtse Vecht op weg naar nieuwe energie’ en in de P&C-cyclus. Echter, niet voor alle pijlers in het plan zijn concrete doelen en effectindicatoren opgesteld en veelal niet uitgewerkt in kleinere stappen in de tijd.

De samenhang tussen de doelen en effectindicatoren in het strategisch klimaatbeleid en de effect- en prestatie-indicatoren in de P&C-cyclus is daarmee onduidelijk. De klimaatopgave is ingebed in andere beleidsvelden. De opgave en de ambities zijn in alle beleidsvelden geborgd. Er zijn echter beperkingen in hoeverre hier uitwerking aan wordt gegeven en er zijn beperkingen in de consistentie tussen de beleidsvelden en de klimaatroutekaart of energieplan (afhankelijk van jaar van beleid). Wat opvalt, is dat in het strategische klimaatbeleid (klimaatroutekaart en energieplan) geen beeld wordt gegeven van de impact en potentie van de opgave terwijl dit in de perspectiefnota landbouw wel wordt geduid. In de omgevingsvisie zijn acties voor klimaat benoemd, maar deze acties komen niet helemaal overeen met het klimaatbeleid. In de nota vastgoed is het klimaatbeleid geborgd, echter in het uitvoeringsplan vastgoed wordt op basis van nader onderzoek de uitvoering bijgesteld naar een haalbare aanpak omdat realisatie van klimaatneutraal vastgoed in tien jaar logistiek en financieel niet realiseerbaar is.

Conclusies ten aanzien van de organisatie en uitvoering Stichtse Vecht heeft een zwakke organisatie voor het vormen en uitvoeren van klimaatbeleid. Er is geen uitgewerkt overzicht van taken, rollen en verantwoordelijkheden. Gedurende de beleidsvorming is door de ambtelijke organisatie (verder) gewerkt aan klimaat op basis van het (voorgaande) programmaplan Duurzaamheid Stichtse Vecht 2016-2018 waarin doelen, taken, betrokkenen intern en extern staan beschreven. Het programma bevat activiteiten die door verschillende afdelingen en teams uitgevoerd worden. De ambtelijke eindverantwoordelijkheid voor de uitvoering van activiteiten in het programma ligt en blijft liggen bij de betreffende afdeling. De ambtelijke verantwoordelijkheid voor de informatie, voortgang van het programma en toebedeling van Pagina 8 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

de gereserveerde programmamiddelen ligt bij de programmamanager. Wie ambtelijk opdrachtgever is voor het programma is niet beschreven. Er is behoefte aan (een sterkere vorm van) ambtelijk opdrachtgeverschap en sturing op samenwerking aan klimaatbeleid. Dit komt onder andere voort uit de behoefte aan betere samenwerking tussen teams en organisatieonderdelen en de behoefte aan ondersteuning binnen het spanningsveld bestuurlijk-ambtelijke samenwerking. De sturing en rolduidelijkheid is een breder vraagstuk in de gemeentelijke organisatie dat de aandacht heeft in de doorontwikkeling van de organisatie, in de nieuwe organisatiestructuur, de profielen van het nieuwe management en in het opgavegericht en projectmatig werken. De organisatie is daarnaast onvoldoende toegerust op de uitvoering. De capaciteit en middelen zijn onvoldoende, er is een groot verloop in het duurzaamheidsteam en de beschikbare middelen voor het klimaatbeleid wijzigen vaak. In het beleidsplan ‘Stichtse Vecht op weg naar nieuwe energie’ staat “We verwachten een krapte in de financiële begroting voor duurzaamheid vanaf 2022 [...].

We verwachten dat we onvoldoende zijn uitgerust (middelen en capaciteit) voor de grote hoeveelheid (uitvoerend) werk die op ons afkomt uit de transitievisie warmte en de beoordeling en afhandeling van initiatieven voor zonnevelden.” Uit gesprekken is gebleken dat wanneer extra middelen vanuit het Rijk beschikbaar komen, het aantrekken en vasthouden van gekwalificeerd personeel op klimaat een groot vraagstuk blijft. Dit is een breder vraagstuk in de gemeentelijke organisatie, met name in het fysiek domein, dat sterk de aandacht heeft in de doorontwikkeling van de organisatie. Hierover wordt de gemeenteraad maandelijks geïnformeerd. Het is moeilijk om verdere uitspraken te doen over de uitvoering van vastgesteld klimaatbeleid, omdat dit beleid eind 2020 is vastgesteld. Er is één jaar na vaststelling van het beleid nog geen vastgesteld uitvoeringsprogramma voor dit beleid. We zien wel dat planningen van producten, zoals bijvoorbeeld genoemd in de P&C-cyclus, regelmatig niet worden gehaald. De Routekaart Klimaatneutraal 2030 is hier ook een voorbeeld van. In de uitvoering van het klimaatbeleid wordt veel samengewerkt met clubs en verenigingen. De persoonlijke contacten worden doorgaans als prettig ervaren. Wel liggen er kansen om de samenwerking met belanghebbenden te verbeteren om de uitvoeringskracht van het klimaatbeleid te vergroten.

Uit gesprekken blijkt dat de effectiviteit van de samenwerking wordt belemmerd door gebrek aan capaciteit en door de vele wisselingen in personeel. Hierdoor is het moeilijk een duurzame relatie op te bouwen. Het wordt ook bemoeilijkt door het uitblijven van heldere beleidskaders waardoor vrijwilligers op duurzaamheidsinitiatieven niet weten waar zij aan toe zijn en enthousiasme verliezen. Uit gesprekken blijkt dat het de samenwerking versterkt als de tijd wordt genomen om elkaar mee te nemen in de dagelijkse praktijk. Dit vraagt echter tijd die er nu veelal niet is. De samenwerking kan daarnaast worden versterkt door verbetering van de interne samenwerking in de organisatie, door heldere beleidskaders, door een actievere netwerkrol te vervullen waarin de gemeente partners meer met elkaar in contact brengt en actiever communiceert.

Conclusies ten aanzien van resultaten De ambitie van Stichtse Vecht in het voorgaande duurzaamheidsbeleid was om in 2020 de uitstoot van CO2 met 20% te verminderen ten opzichte van 1990. Het is niet mogelijk om te bepalen of Stichtse Vecht deze doelstelling heeft gehaald, omdat pas sinds 2010 de CO2-uitstoot op gemeenteniveau gemonitord wordt. Daarnaast bevat de klimaatmonitor nog geen getal voor CO 2uitstoot in het jaar 2020. Een vergelijking tussen 2020 en 1990 is dus (nog) niet mogelijk. Ook is het lastig om de overkoepelende ambities in het huidige klimaatbeleid kwantitatief te duiden. Dit komt door de dubbele ambitie in het huidige klimaatbeleid: de ambitie klimaatneutraal (we wekken in 2040 onze energie volledig duurzaam op (indien niet haalbaar in 2050) én de ambitie “Voor de gemeentelijke klimaatambities zijn het nationale Klimaatakkoord en de daaruit voortvloeiende Regionale Energie Strategie (RES) leidend.” Een vergelijking tussen de huidige CO 2-uitstoot en de klimaatneutraal ambitie van het beleid is niet mogelijk, omdat de scope van de ambitie niet duidelijk is. Daarnaast is geen uitspraak mogelijk over de voortgang op de doelstelling 0,1 TWh in 2030 omdat er geen tussendoelen zijn geformuleerd. We zien wel dat Stichtse Vecht in 2020 0,003 TWh Pagina 9 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

zonnestroom leverde met grootschalige installaties (> 15 KWp). Dit is volledig met grootschalig zon op dak en is nog ver onder de 0,1 TWh die de gemeente bij wil dragen aan de RES-opgave in 2030. Wanneer we kijken naar de totale hoeveelheid grootschalige zonnestroom (dak en veldopstelling), dan zien we dat Stichtse Vecht, De Ronde Venen en De Bilt veel minder zonnestroom leveren dan Wijdemeren en Woerden. Dit blijkt uit de benchmark. De benchmark die voor dit onderzoek is uitgevoerd (zie hoofdstuk 7) doet vermoeden dat de toename van hernieuwbare energie in relatie tot het verbruik niet hard genoeg stijgt. In lijn hiermee doet de benchmark vermoeden dat de vermeden CO2-uitstoot niet hard genoeg stijgt.

Conclusies ten aanzien van de verantwoording Er wordt veel informatie over het klimaatbeleid gedeeld met de raad, zowel vanuit de P&Ccyclus als in de Commissie Fysiek Domein. Uit verschillende gesprekken (waaronder die met de raad) komt desondanks naar voren dat de informatievoorziening nog niet voldoende aansluit op de behoefte van een groot deel van de raad. Ook het beeld over de kwaliteit van de wijze waarop de raad wordt geïnformeerd en de kwaliteit van de informatie die de raad van het college ontvangt, is wisselend. Daarbij worden vooral samenhang en duiding gemist in de stukken. De informatie die vervolgens door het college wordt gedeeld, voldoet niet altijd aan de verwachtingen van raadsleden. Wel is de informatievoorziening de afgelopen jaren verbeterd, bemerken de meeste respondenten. Er is geen aparte klimaatmonitor of rapportage waarmee de raad de voortgang van het klimaatbeleid kan volgen. Verantwoording vindt vooral plaats in documenten die onderdeel zijn van de P&C-cyclus (met name de jaarrekening). Hierin zijn beperkt indicatoren opgenomen maar deze zijn voor de raadsleden moeilijk te interpreteren en ook moeilijk in de juiste context te plaatsen. Wat verder opvalt, is dat de indicatoren uit de jaarrekening van de gemeente niet overeenkomen met de indicatoren uit de klimaatroutekaart en het energieplan.

Het is dan ook niet duidelijk of deze indicatoren een afgeleide zijn van de doelstellingen uit deze documenten. Juist omdat de doelen en de daaraan gekoppelde indicatoren over verschillende kaders zijn verdeeld en niet consistent zijn, is het voor raadsleden lastig (net als voor het college en de ambtelijke organisatie) om de voortgang op de uitvoering van het klimaatbeleid te monitoren. Ook is er geen overzicht van het budget voor de uitvoering van het energie- en klimaatplan en de uitgaven hiervoor. Vastgesteld kan dus worden dat een degelijke monitoringssystematiek ontbreekt en dat de voortgang niet is te volgen. Stichtse Vecht heeft een belezen en erg betrokken raad, maar door het ontbreken van (de juiste) informatie is het gesprek over het klimaatbeleid de afgelopen jaren veelal los van de feiten gevoerd. Dit heeft niet alleen tot frustratie maar ook tot vertraging in de beleidsvorming gezorgd, met uiteindelijk als gevolg dat de routekaart nooit is vastgesteld. Er is daarbij ook een slechte start gemaakt met de klimaatroutekaart wat heeft gezorgd voor negatieve doorwerking in de verdere kaderstelling en beleidsontwikkeling. Onder andere gebrek aan eenduidigheid in begrippen en gebrek aan inzicht (duiding) hebben dit lastig gemaakt. Wat eveneens meespeelde was de hoeveelheid aan kaderstellende stukken (gelieerd aan het klimaatbeleid) die vastgesteld moesten worden.

Bij de totstandkoming van het klimaatbeleid zijn daarnaast ook te weinig informele informatiesessies geweest waarin men met elkaar van gedachten kon wisselen. De klimaatkaderstelling is een achterstevoren proces geweest waarin ‘we hebben door gerommeld’, bemerkte een van de respondenten. Uit het onderzoek komt naar voren dat de raad regelmatig beleidsdocumenten, visies en uitvoeringsplannen uitstelt, bijstelt of niet vaststelt. Meerdere respondenten hebben aangegeven dat het college hierin daadkrachtiger zou kunnen optreden. Niet alleen interne, maar ook externe respondenten verwonderen zich over de verhouding tussen de raad en het college en de politieke cultuur waarin het lang een spel is van geen ‘ja’ en geen ‘nee’. De politieke cultuur in Stichtse Vecht en het feit dat het om een politiek gevoelig onderwerp gaat, hebben ook een rol gespeeld in de stroperige kaderstelling. Daarbij werkt de cultuur ook door in de organisatie en uitvoering. Pagina 10 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Er kan worden vastgesteld dat de belangstelling van inwoners groot is, maar dat de bijdragen (en participatie hierin) aan de voorkant door de gemeente nog niet goed zijn geregisseerd. Meerdere respondenten merken op dat er doorgaans geen representatieve groep inwoners aanwezig is op de bijeenkomsten waar input wordt opgehaald voor de beleidsvorming. Ook is het voor de betrokken inwoners niet altijd duidelijk wat er met de opbrengsten wordt gedaan vanuit de bijeenkomsten. De termijn tussen betrokkenheid in de beleidsvorming en besluitvorming wordt ook als lastig ervaren door belanghebbenden. Naast participatie in beleidsvorming kunnen inwoners, maar ook belangenclubs, inspreken tijdens commissieavonden. Er bestaat bij respondenten een wisselend beeld over hoe met de input van insprekers tijdens commissieavonden wordt omgegaan. Er wordt aangegeven dat sommige insprekers wel degelijk koers- of beleidswijzigingen weten te realiseren, maar tegelijkertijd bestaan er zorgen over de macht die bepaalde insprekers/insprekende organisaties hebben. Er zijn de afgelopen jaren veel moties en amendementen ingediend ten aanzien van het beleid, maar ook ten aanzien van de organisatie en uitvoering. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de raad flink heeft (bij)gestuurd. Ook als het gaat om raadsvragen zien we een flinke hoeveelheid vragen die eveneens ingaan op zowel de koers als de uitvoering.

Dit alles betekent niet dat de raad het stuur in handen heeft. Raadsleden geven aan erg betrokken te zijn bij het thema, maar omdat het veld zo complex en dynamisch is, voelen ze zich vaak nog niet geëquipeerd om echt te kunnen (bij)sturen op dit thema. In de interviews is heel duidelijk aangegeven dat de keuzes op dit moment voor raadsleden ook lastig zijn te overzien omdat het een maatschappelijke opgave is van meerdere decennia in een veld dat bovendien continu in beweging is. De opgave gaat over meerdere raadsperiodes en raakt de wortels van de samenleving.

2.2

Aanbevelingen

Op basis van bovenstaande conclusies en bevindingen komen wij tot de volgende aanbevelingen: Aanbevelingen ten aanzien van beleid 1. College, raad en ambtelijke organisatie: Onderzoek hoe gemeenteraad, college en organisatie de (strategische) beleidsontwikkeling op klimaat en energie alsmede de besluitvorming hierover kan verbeteren. Onze adviezen hierbij zijn: o Start bij complexe vraagstukken en opgaven zoals het klimaatbeleid met informele beeldvorming met zicht krijgen op het vraagstuk en duiding van het vraagstuk. o Maak vooraf aan het strategisch beleidstraject duidelijke afspraken over rolneming door raad, college, ambtelijke organisatie en samenleving en blijf hierop gezamenlijk reflecteren en evalueren. Hierin kan de griffie een belangrijke rol spelen. o Laat een startnotitie door de gemeenteraad vaststellen met daarin de ambities, richting en uitgangspunten voor het beleid. Probeer hierbij ook het proces met daarin de afspraken over rolverdeling en samenwerking te verwerken. o Maak ook bij strategisch beleid een (indicatieve) raming wat het beleid betekent voor de gemeentelijke financiën en capaciteit. o Stel tegelijk met het klimaatbeleid een monitor op (doel en effecten en hoe deze gemeten gaan worden en met welke frequentie). o Stel bij voorkeur tegelijk met het beleid een uitvoeringsprogramma op (resultaten en activiteiten en raming capaciteit en middelen). 2.

College, raad en ambtelijke organisatie: reflecteer op het samenspel tussen ambtelijke organisatie, college en gemeenteraad in de beleidsvorming, uitvoering en monitoring/controle op energie en klimaat. Uit alle gesprekken blijkt dat dit samenspel op dit moment niet in evenwicht is, waardoor er ook niet tot evenwichtige besluiten gekomen kan worden. Dit probleem lijkt wel zo diep te zitten dat het aan te bevelen valt om hier een apart traject voor op te zetten. 3. Raad: overweeg een standaard paragraaf in raadsvoorstellen op te nemen met daarin een beschrijving van het participatieproces op hoofdlijnen én een beschrijving waaruit blijkt of er sprake is van verschil in inzicht door belanghebbenden en/of door belanghebbenden en het college en wat met verschil in inzichten is gedaan. Pagina 11 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Aanbevelingen ten aanzien van organisatie en uitvoering 4. College en raad: Maak duidelijke afspraken over waar de inhoudelijke strategische beleidsontwikkeling plaats kan vinden. Het moet hierbij vooral duidelijk worden in hoeverre inhoudelijke beleidsvorming en doelstelling via de reguliere P&C-cyclus gaan lopen. 5. College en raad: Zorg dat er meer capaciteit en budget beschikbaar komt voor de beleidsvorming en de uitvoering. Het team duurzaamheid en medewerkers die op andere plekken in de organisatie aan de uitvoering van het klimaatbeleid werken, hebben nu onvoldoende capaciteit om aan alle verwachtingen te voldoen, waardoor plannen en uitvoering niet altijd van de grond komen. Ons advies is, zoals ook in de hoofdconclusie beschreven, om eerst te investeren in personeel, zowel uitvoerend als beleidsmatig, voordat nieuw beleid en plannen gemaakt worden. Heb daarbij ook oog voor de doorwerking van de politieke cultuur in de organisatie, die nu een negatieve invloed heeft op de werksfeer. Dit laat onverlet dat er ook verbeterpunten zijn in de organisatiecultuur, zoals reeds onderdeel is van de doorontwikkeling van de organisatie. 6. College: Blijf inzetten op het betrekken en bereiken van inwoners (en ondernemers). Uit gesprekken komt naar voren dat er nog gewerkt moet worden aan de inwoners attent te maken op participatietrajecten (bij de beleidsvorming).

De gemeente mag hierin wat assertiever communiceren en het meer faciliteren.

Aanbevelingen ten aanzien van resultaten 7. College en raad: Zorg dat er meer inzicht komt in de doelmatigheid door een overzicht op te stellen voor het klimaatbeleid en de daarmee gemoeide kosten. Op dit moment is er geen totaaloverzicht van het budget en de kosten op de klimaatopgave. Een deel van het energie- en klimaatbeleid valt onder milieubeheer waarin de gemeentelijke taken ter bescherming van het milieu, inclusief afval, riolering en omgevingsdienst staan benoemd, maar een ander deel van het energie- en klimaatbeleid valt onder andere BBV-taakvelden. Dit betekent dat op dit moment de doelmatigheid niet is vast te stellen. Er zou op dit vlak gekeken kunnen worden naar de gemeente De Bilt die een eigen duurzaamheidparagraaf heeft waarin alle kosten samenkomen.

Aanbevelingen ten aanzien van de verantwoording 8. College: Betrek de gemeenteraad actief bij het inrichten van de proces- en informatievoorziening. Zorg dat raadsleden mee kunnen bepalen hoe en wanneer ze worden ingelicht over zowel de inhoudelijke taakuitvoering als de voortgang op de doelstellingen en de indicatoren. Zorg dat de P&C-cyclus en de overige informatiestromen op inhoud aan elkaar gerelateerd zijn zodat er samenhang en overzicht in de informatievoorziening ontstaat. 9. College: Zorg dat de informatiebehoefte aan een overkoepelend beeld (over voortgang en resultaten) wordt vervuld. Met name door een toelichting te geven op de indicatoren, cijfers en aantallen. Kortom, reflecteer duidelijk op het gebruik van gekwantificeerde informatie. 10. Raad: Ontwikkel een informatieprotocol. Kijk of in samenspraak met het college een protocol opgesteld kan worden waarin vastgelegd wordt welke informatie de raad wil ontvangen en welke informatie het college dient te geven. De griffie zou een centrale rol kunnen spelen in dit proces. 11. Raad: Kijk naar mogelijkheden om samen met elkaar (en het college) tot afspraken te komen om (informeel) over kaders en doelen te praten. Probeer te werken vanuit hoofdlijnen, vanuit vertrouwen, en zorg dat er ruimte blijft om met elkaar het goede gesprek te voeren zonder daarbij in te gaan op de details en de uitvoering.

Dit goede gesprek is niet alleen vorm te geven via afspraken, maar uiteraard gaat het ook om een kwestie van een vertrouwen dat moet groeien, maar het kan niet genoeg aanbevolen worden.

Pagina 12 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

DEEL I I NOTA VAN BEVINDINGEN

Pagina 13 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

3. Onderzoeksverantwoording Deel II van het rapport gaat gedetailleerder in op de bevindingen waarop de conclusies en aanbevelingen in Deel I zijn gebaseerd. Deel II kent de volgende hoofdstukindeling:  Hoofdstuk 3: Onderzoeksverantwoording  Hoofdstuk 4: Beleid  Hoofdstuk 5: Organisatie  Hoofdstuk 6: Uitvoering  Hoofdstuk 7: Resultaten  Hoofdstuk 8: Verantwoording Deze nota van bevindingen is voorzien van een uitgebreide set van bijlagen (bestudeerde documenten, lijst met geïnterviewde personen, normenkader, de 33 taken van de ROB, benchmark).

3.1.

Doelstelling onderzoek

De Rekenkamercommissie wil met dit onderzoek inzicht verschaffen in de voortgang van de uitvoering van het klimaatbeleid in Stichtse Vecht. Hierbij moet duidelijk worden welke ambities gerealiseerd zijn op het klimaatgebied en in hoeverre dit doeltreffend en doelmatig is gebeurd. Tot slot wordt er ook een doorkijk gegeven richting de toekomst.

3.2.

Hoofdvraag en deelvragen

De hoofdvraag van het onderzoek luidt: Op welke wijze heeft de gemeente Stichtse Vecht uitvoering gegeven aan het klimaatbeleid en in hoeverre is dit doelmatig en in hoeverre ligt de gemeente op koers voor wat betreft de door haar geformuleerde doelstellingen en ambities? Deze hoofdvraag is verder uitgewerkt in onderstaande deelvragen. De onderzoeksvragen sluiten aan op het normenkader. Beleid 1. Is het voorgaande klimaatbeleid gericht op 20% CO 2-vermindering in 2020 geëvalueerd, zijn daaruit lessen getrokken en hoe zijn deze tot uiting gekomen in het nieuwe klimaatbeleid gericht op 2030 en verder? 2. Hoe is de gemeenteraad meegenomen in de ontwikkeling van de Routekaart ‘Klimaatneutraal 2030’? Hoe is dit proces verlopen? 3. Hoe verhouden de geformuleerde doelen zich tot Europese, landelijke en provinciale doelen? 4. Zijn de uitgangspunten voldoende meetbaar en concreet geformuleerd? 5. Is het klimaatbeleid verbonden met en ingebed in andere beleidsvelden en hoe wordt omgegaan met belemmeringen vanuit andere beleidsvelden? (Bijvoorbeeld in wonen, werken/economie, mobiliteit, ruimtelijke ordening, (maatschappelijk) vastgoedbeleid, sociaal beleid, inkoop- en financieel beleid.) Organisatie 6. Hoe is de uitvoering van het klimaatbeleid in de gemeentelijke organisatie georganiseerd (taken, rollen en verantwoordelijkheden)? 7.

Hoe is de organisatie toegerust op de uitvoering (middelen, capaciteit, kennis en vaardigheden)? Uitvoering 8. In hoeverre is er uitvoering gegeven aan de geformuleerde ambities en maatregelen? 9. Welke projecten en activiteiten zijn uitgevoerd? 10. In hoeverre is er sprake van een effectieve samenwerking op het gebied van duurzaamheid en klimaatbeleid? Pagina 14 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Resultaten en effecten 11. Hoe ontwikkelt duurzaamheid in de gemeente Stichtse Vecht zich (op basis van bestaande benchmarks en onderzoeken), in relatie tot de gestelde doelen en ligt de gemeente hierbij op koers? Welke kansen zijn er voor succesvol beleid (onder andere op basis van voorbeelden van andere gemeenten)? 12. Wordt het budget voor duurzaamheid doelmatig besteed en staan de investeringen in verhouding tot het gesorteerde effect? Evaluatie en verantwoording 13. Kent het klimaatbeleid een model van monitoring en werkt dat? 14. Hoe heeft de raad invulling gegeven aan zijn kaderstellende en controlerende taak? 15. Hoe wordt de gemeenteraad over de voortgang van het beleid geïnformeerd (en is dit tijdig, juist en volledig)?

Scope van het onderzoek Het onderzoek richt zich op:  Beleid en activiteiten gericht op het doel klimaatneutraal 2030 zoals uitgesproken in de voorjaarsnota 2016 en daarmee op het bijdragen van de gemeente aan het voorkomen van vergaande klimaatverandering. Het betreft alleen beleid en activiteiten die direct of indirect gericht zijn op vermindering van uitstoot van broeikasgassen (CO 2 en andere broeikasgassen). Klimaatadaptatie en andere vormen van milieu- en duurzaamheidsbeleid liggen buiten de scope van dit onderzoek.  Beleid en activiteiten gericht op inwoners, organisaties en bedrijven in het gebied gemeente Stichtse Vecht en de organisatie van de gemeente Stichtse Vecht.  Samenwerkingen gericht op resultaten en effecten op inwoners, organisaties en bedrijven in het gebied gemeente Stichtse Vecht en de organisatie gemeente Stichtse Vecht.  Middelen en capaciteit (input) beschikbaar in de gemeentelijke organisatie Stichtse Vecht. Doelmatigheid en effectiviteit van inzet van middelen en capaciteit van inwoners, bedrijven en organisaties in het gebied Stichtse Vecht zijn niet meegenomen in de scope van dit onderzoek.

3.3.

Onderzoeksmethoden

De volgende methoden zijn ingezet voor het onderzoek naar het klimaatbeleid in de gemeente Stichtse Vecht. Normenkader Voor het waarderen van het beleid en de uitvoering is gebruikgemaakt van een normenkader. In de hoofdstukken worden de bevindingen gepresenteerd aan de hand van dit normenkader. Documentenstudie Op basis van de documentenstudie zijn topiclijsten opgesteld voor de interviews met betrokkenen. Een complete lijst van de bestudeerde documenten is opgenomen in bijlage 1.

Pagina 15 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Benchmark Om de resultaten van de gemeente Stichtse Vecht in perspectief en in een bredere context te plaatsen, is een benchmark opgezet op een aantal (kern)indicatoren. Voor de benchmark zijn gegevens van de volgende gemeente/vergelijkingsgroepen gebruikt:  De Ronde Venen  Woerden  De Bilt  Wijdemeren  Gemiddelde van de regio U16 Voor de vergelijking aan de hand van data is zoveel mogelijk aangesloten op de indicatoren die door https://klimaatmonitor.databank.nl/Jive, het CBS en de VNG (waarstaatjegemeente) zijn opgesteld. Hiermee zijn een aantal resultaten afgezet tegen landelijk en soms zelfs regionaal beleid. In het rapport zijn in het hoofdstuk 7 de belangrijkste resultaten van de benchmark opgenomen. In bijlage 3 is de volledige benchmark te vinden. Interviews met betrokken organisaties/functionarissen Voor verdieping en nadere duiding zijn interviews gehouden. Er zijn intern gesprekken gevoerd met zowel bestuurlijk als ambtelijk verantwoordelijken. Op het gebied van het klimaatbeleid waarin beleid en uitvoering sterk afhankelijk zijn van andere partijen, is het perspectief van samenwerkingspartners van groot belang.

Daarom zijn tevens gesprekken gevoerd met samenwerkingspartners, zoals Stichting Duurzame Vecht, 2030.nu (Energie Coöperatie), de netbeheerder, maar ook met een vertegenwoordigers van inwonersinitiatieven zoals Stichting Energietransitie Garstenpolder (I.O.). Ook is er een groepsgesprek gevoerd met een delegatie van de gemeenteraad. De complete lijst van geïnterviewde personen is te vinden in bijlage 2. Voor de interviews met intern en extern betrokkenen is een interviewprotocol opgesteld.

Pagina 16 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

4. Klimaatbeleid In dit hoofdstuk schetsen we in vogelvlucht de context waarin gemeentelijk klimaatbeleid zich vormt. Dit hoofdstuk laat zien dat klimaatverandering een zeer complex vraagstuk is. Overheden, samenleving en bedrijfsleven werken tegelijk aan het vraagstuk op verschillende schaalniveaus zoals op rijksniveau, provinciaal niveau en gemeentelijk niveau. De inzichten in klimaatverandering en in de wijze hoe hiermee om te gaan, ontwikkelen zich razendsnel. Daarbij ontstaan ook vraagstukken zoals over de rolverdeling binnen de gemeente tussen gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie en tussen de gemeente en samenleving. Hoe geef je dat vorm op zo’n complex dynamisch dossier?

4.1.

Klimaatverandering

Ons klimaat verandert snel door menselijk handelen en deze verandering heeft verstrekkende gevolgen voor onze samenleving. Nederland is een delta met veel land onder zeeniveau en met grote Europese rivieren die via Nederland naar zee stromen. Nederland is daarmee kwetsbaar voor vergaande klimaatverandering en heeft daarom een groot belang bij het voorkomen van vergaande klimaatverandering. De vergaande klimaatverandering ontstaat door een hoge uitstoot van broeikasgassen door menselijk handelen. CO2-uitstoot als beleidsindicator voor het effect op klimaatverandering Er zijn veel verschillende broeikasgassen, zoals koolstofdioxide (CO 2), stikstofdioxide (N2O), en methaan (CH4). Om de effecten van die broeikasgassen op klimaatverandering bij elkaar op te kunnen tellen worden de gevolgen van alle gassen omgerekend naar CO 2-equivalenten. In de praktijk wordt het woord equivalent vaak weggelaten. Wanneer CO 2 als indicator wordt gekozen voor het klimaatbeleid dan is het belangrijk om eerst de scope te beschrijven; of 1) het alleen gaat over de CO2-uitstoot en welke bronnen van CO2 daarin meegenomen worden; en 2) of het gaat over CO2-equivalenten en welke broeikasgassen en welke bronnen daarin meegenomen worden. De verandering van het klimaat is een mondiaal vraagstuk. Eén gemeente alleen of één land alleen kan vergaande klimaatverandering niet afremmen.

Vergaande klimaatverandering is alleen te voorkomen als iedereen aan de aanpak bijdraagt.

4.2.

Internationaal klimaatbeleid

Wereldwijd werken landen samen om vergaande klimaatverandering te voorkomen en maken klimaatafspraken onder andere in het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (1992), het Kyoto Protocol (1997) en het Klimaatakkoord Parijs (2015). In het Klimaatakkoord Parijs is afgesproken om de opwarming van de aarde in ieder geval te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius en bij voorkeur tot 1,5 graden Celsius. De EU en Nederland hebben zich gecommitteerd aan deze afspraken. In de EU werken landen samen aan klimaatbeleid. Op dit moment is afgesproken dat de EU in 2030 ten minste 40% minder CO2 moet uitstoten en dat de EU in 2050 klimaatneutraal is. Nederland heeft, samen met andere landen, de afgelopen jaren binnen de EU gepleit voor het aanscherpen van het klimaatdoel voor 2030 naar ten minste 55% minder CO2-uitstoot. De Europese Commissie heeft het pleidooi voor aanscherping van het klimaatdoel voor 2030 overgenomen in de Europese Greendeal en heeft een pakket van maatregelen voorgesteld om deze doelstelling ook te kunnen realiseren: ‘Fit for 55’. De Europese Commissie zet daarbij in op versnelling van het klimaatbeleid, een inclusiever en socialer klimaatbeleid en versterking van de Europese marktpositie.

Dit betekent onder andere een sterkere aanpak op energiebesparing in woningen en andere gebouwen, versneld invoeren van elektrisch rijden, en een sterkere aanpak op verandering van opslag of uitstoot van broeikasgassen door verandering in landgebruik. Over deze voorstellen vinden nu gesprekken plaats met de lidstaten en het Europees Parlement. Pagina 17 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

4.3.

Nederlands klimaatbeleid

In 2013 werd het SER-energieakkoord gesloten door overheid, bedrijven en maatschappelijke partijen. De doelstelling en de aanpak en inzet van de verschillende partijen werd bepaald door de deelnemers aan het akkoord. Er kwam geen nieuwe subsidieregeling voor gemeenten en provincies. Overheden en andere partijen konden Greendeals afsluiten met het Rijk op onderwerpen waar vraagstukken lagen op bijvoorbeeld bevoegdheden. In 2019 heeft Nederland haar klimaatdoelen opgenomen in een Klimaatwet: 49% minder CO2-uitstoot in 2030 en 95% minder CO2-uitstoot in 2050. Door deze wet en de Europese en internationale afspraken is het klimaatbeleid niet vrijblijvend. In 2019 werd ook het Nationaal Klimaatakkoord gesloten met overheden, bedrijven en maatschappelijke partijen. Anders dan bij het SERenergieakkoord was de overkoepelende klimaatdoelstelling gegeven evenals de doelstelling per pijler. Mede door lobby van de VNG en IPO is er ruimte geboden voor lokale afweging op duurzame energieopwekking in plaats van een opdracht voor windenergie per provincie of regio zoals eerder gebeurde als gevolg van het SER- energieakkoord. Ook hebben VNG en IPO ingezet op voldoende middelen voor de decentrale overheden. Afgesproken werd dat een onafhankelijk onderzoek zou worden gedaan.

Dit onderzoek laat zien dat gemeenten substantieel meer middelen en capaciteit nodig hebben voor het uitvoeren van hun taken binnen het klimaatakkoord. In 2024 (het meest ‘doorsnee’ jaar in de periode) heeft een middelgrote gemeente gemiddeld zeventien tot negentien extra fte nodig. Daarnaast zijn er substantiële materiële kosten, vooral voor technisch onderzoek. Eind 2021 werd het coalitieakkoord ‘Omzien naar Elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ gepresenteerd. Dit coalitieakkoord zet in op een versnelling van het klimaatbeleid in lijn met het Europese ‘Fit for 55’. Het zet in op het behalen van de maximaal 1,5 graden temperatuurstijging zoals afgesproken in Parijs. Daarvoor wordt de doelstelling voor 2030 aangescherpt tot 60% CO 2vermindering in 2030 en zijn nieuwe doelstellingen toegevoegd voor 2035, 2040 en 2050.

Pagina 18 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl Tabel 1

Vereenvoudigd overzicht nationaal klimaatbeleid met lokaal klimaatbeleid

Convenant of akkoord Wet

Deelnemers

Doelstelling CO2eq t.o.v. 1990

Thema’s

Subsidieregeling voor gemeenten

SER-energieakkoord 2013

Rijk, gemeenten, provincies, bedrijven en maatschappelijke partijen

1,5% besparing per jaar

12 domeinen:  Energiebesparing gebouwde omgeving  Grootschalig hernieuwbaar  Energietransport en distributienetwerk  Kolencentrales en Carbon Capture Storage (CCS)  Werk en scholing  Financiering  Energiebesparing industrie en agro  Energieopwekking decentraal  Europees systeem emissiehandel  Mobiliteit en transport  Stimulering commercialisering  Duurzame warmte

-

6 pijlers:  Gebouwde omgeving  Mobiliteit  Industrie  Landbouw en landgebruik  Elektriciteit  Crosssectorale samenhang

Uitkeringen in verschillende vormen via gemeentefonds

7 thema’s:  Gebouwde omgeving  Mobiliteit  Industrie  Landbouw en landgebruik  Elektriciteit  Infrastructuur, innovatie en maatwerk  Overig

Nog onbekend

100PJ besparing 2020 14% hernieuwbare energie in 2020 16% hernieuwbare energie in 2024 15.000 banen per jaar

Klimaatwet 2019

-

-49% CO2 in 2030 -95% CO2 in 2050

Nationaal Klimaatakkoord 2019

Rijk, gemeenten, provincies, bedrijven en maatschappelijke partijen

-49% CO2 in 2030

Coalitieakkoord 2022

Rijk

- 60% CO2 in 2030 - 70% CO2 in 2035 - 80% CO2 in 2040 - 95% CO2 in 2050

Afspraak onderzoek middelen decentrale overheden

Pagina 19 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

5. Bevindingen ten aanzien van beleid Dit hoofdstuk gaat in op de gemeentelijke (beleids)kaders ten aanzien van het klimaatbeleid én het aanpalende beleid. Stichtse Vecht worstelt met het klimaatbeleid. Het vormen van strategisch overkoepelend klimaatbeleid heeft in Stichtse Vecht lang geduurd en het is een moeizaam proces geweest. Tijdens het vormen van de routekaart ‘klimaatneutraal 2030’ (afgekort klimaatroutekaart of routekaart) vonden meerdere wijzigingen plaats in college en coalities. In 2016 is de ambitie klimaatneutraal 2030 vastgesteld. De klimaatroutekaart die is opgesteld om strategisch invulling te geven aan deze ambitie, is echter niet vastgesteld. Begin 2020 is een nieuwe ambitie voor klimaatbeleid vastgesteld: klimaatneutraal 2040 (of 2050 als 2040 niet haalbaar blijkt). Het huidige beleidsplan ‘Stichtse Vecht op weg naar nieuwe energie’ (afgekort energieplan) heeft hier uiteindelijk invulling aan gegeven. Deelvraag 1.

Is het voorgaande klimaatbeleid gericht op 20% CO2-vermindering in 2020 geëvalueerd, zijn daaruit lessen getrokken en hoe zijn deze tot uiting gekomen in het nieuwe klimaatbeleid?

2. Hoe is de gemeenteraad meegenomen in de ontwikkeling van het klimaatbeleid? Hoe is dit proces verlopen?

Norm

Bevinding

 Er is een evaluatie beschikbaar met daarin evaluatie op het doel (effect), op de resultaten en de kosten.  De lessen zijn expliciet betrokken (bijvoorbeeld in startnotitie of plan van aanpak) bij het nieuwe beleid met als doel klimaatneutraal 2030.

 Er heeft geen evaluatie plaatsgevonden van voorgaand beleid.  We zijn geen gestructureerd aanbod van lessen ten aanzien van het voorgaande beleid tegengekomen

 De gemeenteraad heeft opdracht en kaders gegeven voor de ontwikkeling van het klimaatbeleid, bijvoorbeeld door het vaststellen van een startnotitie of plan van aanpak.

 De gemeenteraad heeft via de P&C- cyclus opdracht gegeven voor het vormen van klimaatbeleid en heeft in de voorjaarsnota de ambitie klimaatneutraal 2030 vastgesteld. In het door de raad vastgestelde collegewerkprogramma 2018 is de opdracht herbevestigd. De opdracht en ambitie is in maart 2020 in een addendum aan collegewerkprogramma bijgesteld naar klimaatneutraal 2040 (of 2050 als dat niet haalbaal blijkt)  De gemeenteraad heeft beperkt invulling gegeven aan de kaderstellende rol voor de Routekaart ‘Klimaatneutraal 2030’. Zo heeft de gemeenteraad geen peilnota vastgesteld. Dit wijkt af van de gangbare werkwijze waarin het college een startnotitie opstelt en de gemeenteraad een peilnota vaststelt.  De gemeenteraad heeft de kaderstellende rol later wel opgepakt. Na bespreking van een tweede concept van de klimaatroutekaart, is op initiatief van een aantal raadsleden een aantal uitgangspunten/ richtlijnen opgesteld voor de klimaatroutekaart. Deze zijn opgenomen in een motie en deze is aangenomen. Deze uitgangspunten zijn meegenomen in de opstelling van het beleidsplan ‘Stichtse Vecht op weg naar nieuwe energie’.  De gemeenteraad heeft vooraf met een raadsbesluit de doelstelling voor duurzame elektriciteitsopwekking in Stichtse Vecht in TWh bepaald voor het energieplan en het RES bod 1.0.

 De gemeenteraad heeft het klimaatbeleid vastgesteld voordat tot uitvoering werd overgegaan, met daarin:

 Omdat er al sprake was van lopend klimaatbeleid lopen uitvoeringslijnen en beleidsvorming door elkaar. Daarnaast wordt in de voorjaarsnota 2016 expliciet gekozen om met de uitvoering niet te wachten op vastgesteld beleid.

Pagina 20 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

a) een opgave/probleembeschrijving; b) beschrijving van de rol van de gemeente, uitgangspunten en/of strategie; c) beschrijving van doelstellingen en resultaten (al dan niet gekoppeld aan effectindicatoren en prestatie-indicatoren); d) beschrijving van inzet instrumenten, activiteiten en samenwerkingen; e) raming en inzet van middelen; f) beschrijving van verbinding en samenhang met ander beleid.

 Het is in de strategische beleidsvorming (klimaatroutekaart) niet gelukt om a) tot een gedeelde eenduidige probleem/opgave beschrijving te komen. b) tot een rol of strategie van de gemeente op klimaatbeleid in brede zin of op deelonderwerpen te komen, met uitzondering van de uitspraak dat de gemeentelijke organisatie een voorbeeldrol heeft. c/d/e) tot een samenhangend programma te komen van doelstellingen en resultaten met daaraan gekoppeld de inzet van middelen. De klimaatroutekaart is niet vastgesteld.  In het energieplan a) staat geen gedeelde eenduidige probleem-/opgavebeschrijving. In het plan staat het doel voor duurzame elektriciteitsopwekking centraal en is maatschappelijke context (publieksenquête), beleidscontext en cijfermatige context beschreven. De cijfermatige context is niet vertaald naar een totale gekwantificeerde opgave op energie (elektriciteit, warmte en besparing). Doelstellingen op deelopgaven zijn gebaseerd op nationale doelstellingen. b) is de beschrijving van de rol op hooflijnen in algemene termen van regie, faciliteren en stimuleren en reguleren. Deze rollen verschillen binnen de pijlers. Zo faciliteert en stimuleert de gemeente energiebesparing bij woningen en heeft ze een regierol bij aardgasvrij en zonnevelden. In het raadsvoorstel is opgenomen dat de gemeente geen koplopersrol in de regio neemt.

c) zie 4 d) wordt met name de verdere beleidsontwikkeling beschreven en met wie de gemeente samenwerkt om stappen te maken per pijler. Het bevat geen uitvoeringsprogramma waarin inzet van instrumenten en activiteiten meer concreet moet worden. Dat wordt opgesteld na vaststelling van het beleidsplan. e) staat geen begroting. Deze zal worden opgesteld bij het uitvoeringsprogramma. Het energieplan vermeldt dat ze krapte verwacht in de financiële begroting voor duurzaamheid vanaf 2022, omdat dan de middelen die de gemeente vanuit het Rijk ontvangt, zijn geëindigd. Dat ze verwacht dat de gemeente onvoldoende is uitgerust (middelen en capaciteit) voor de grote hoeveelheid (uitvoerend) werk die op de gemeente afkomt uit de transitievisie warmte en de beoordeling en afhandeling van initiatieven voor zonnevelden. f) wordt de benodigde verdere uitwerking van het beleid beschreven zoals in de transitievisie warmte, zonneveldenbeleid en laadpalenbeleid. Het beschrijft niet (expliciet) de doorwerking in andere beleidsdocumenten.  De beleidsontwikkelingen voor klimaat liepen gedeeltelijk parallel, met name de ontwikkeling van de klimaatroutekaart, het beleidsplan zonnevelden en de RES. Dit bleek verwarrend

Pagina 21 van 90

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

voor raadsleden en inwoners, blijkt uit gesprekken. Zo kwamen bijvoorbeeld bij de bespreking van de klimaatroutekaart in de commissie mensen inspreken over het zonneveldenbeleid. 3. Hoe verhouden de geformuleerde doelen in het klimaatbeleid zich tot Europese, landelijke en provinciale doelen?

 De geformuleerde doelen zijn tenminste in lijn met de Europese, landelijke en provinciale doelen.

 De ambities klimaatneutraal 2030, klimaatneutraal 2040 (of 2050 als 2040 niet haalbaar blijkt) zijn hoger dan de Europese, landelijke doelen. De huidige klimaatambitie is in lijn (of lager) met het provinciale doel energieneutraal 2040. Een lagere ambitie dan provincie heeft uiteindelijk als consequentie dat andere gemeenten in de provincie meer moeten realiseren.

4. Zijn de uitgangspunten van het klimaatbeleid voldoende meetbaar en concreet geformuleerd?

 De uitgangspunten zijn zodanig SMART beschreven dat ze als meetlat/handvat gebruikt kunnen worden voor beleids- en uitvoeringskeuzes.

 In de klimaatroutekaart geven de doelen richting op hoog abstractieniveau. Er zijn geen doelstellingen per pijler geformuleerd. Het is hierdoor niet duidelijk hoeveel welke pijler bij moet dragen aan de totale ambitie en in welke stappen. Er zijn wel een beperkt aantal doelen binnen pijlers geformuleerd, zoals het percentage aardgasvrije woningen in de pijler wonen.  In de klimaatroutekaart is verwarring omdat CO2, TWh en TJ (in rapport scenario’s) door elkaar heen gebruikt worden, de doelen op verschillende wijzen herleid worden en doordat de samenhang tussen de doelen niet inzichtelijk wordt gemaakt.  Bij het energieplan geldt een dubbele ambitie: de ambitie klimaatneutraal (we wekken in 2040 onze energie volledig duurzaam op (indien niet haalbaar in 2050) én de ambitie “Voor de gemeentelijke klimaatambities zijn het nationale Klimaatakkoord en de daaruit voortvloeiende Regionale Energie Strategie (RES) leidend.” Daarnaast is de doelstelling minder sturend door de toevoeging: indien niet haalbaar. Er is geen kwantitatieve samenhang tussen de doelen binnen pijlers en ‘het’ overkoepelende doel. De doelen binnen de pijlers zijn gebaseerd op nationale doelstellingen en geven binnen de pijler richting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1996/documents/42906