Programmabegroting 2024_2023-09-19 Raad.pdf
Tekst van het document
Forensenbelasting Totaal
59
64
€ 0,21 € 3,09 € 209,81
Precariobelasting (Water)toeristenbelasting
81 311
€ 69,85
Tweede en iedere volgende hond
Scheendijk-Noord, per 14 minuten
81 284
100
109
€ 1,70
298
596
0,21072%
142
151
33.590
40.622
De genoemde tarieven zijn gebaseerd op de belastingverordeningen 2023. De tarieven van 2024 worden u op 19 december 2023 ter vaststelling aangeboden.
Kostendekkendheid Kostendekkendheid afval en riolering Bij het opstellen van de begroting nemen we de door uw raad vastgestelde beleidsdocumenten als uitgangspunt. Voor de rioolheffing is dit het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2022-2026. In de begroting bepalen we of de tarieven voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing kostendekkend zijn. Hierbij wordt gekeken welke uitgaven en inkomsten drukken op de producten afval en riolering. Bij de jaarstukken berekenen we achteraf of deze tarieven ook daadwerkelijk kostendekkend zijn geweest. Bij een te lage kostendekkendheid doen we een beroep op de daarvoor gevormde egalisatievoorziening. Bij een kostendekkendheid boven de 100% moet het surplus in de egalisatievoorziening gestort worden. Hierdoor kunnen we grote investeringen in de toekomst opvangen zonder grote schommelingen in de tarieven.
60
Berekening kostendekkendheid Afvalstoffenheffing Kostendekkendheid 2024 Afvalstoffenheffing (x € 1.000) Product afval: kosten
8.049
inkomsten (excl. heffingen)
-582
Netto kosten
7.467
Toe te rekenen kosten: overhead uren straatreiniging, kwijtschelding, btw
1.279 361 2.067
Totaal toe te rekenen kosten
3.707
Totaal kosten
11.174
Opbrengst heffingen
10.247
Totaal kosten - opbrengsten
927
Afval Het kostendekkingspercentage voor afval bedraagt op basis van de baten en lasten 92%.
Berekening kostendekkendheid Rioolheffing Kostendekkendheid 2024 Rioolheffing (x € 1.000) Product riolering: kosten
5.288
inkomsten (excl. heffingen)
0
Netto kosten
5.288
Toe te rekenen kosten: overhead uren straatreiniging, kwijtschelding, btw
899 708 1.507
Totaal toe te rekenen kosten
3.114
Totaal kosten
8.402
Opbrengst heffingen
8.402
Totaal kosten - opbrengsten
0
Riolering Het kostendekkingspercentage voor riolering bedraagt op basis van de baten en lasten 100% en is gebaseerd op de huidige GRP. Eventuele verschillen storten of doteren wij aan de egalisatievoorziening riolering en zijn verwerkt binnen het programma Fysiek’.
Kostendekkendheid Lijkbezorgingsrechten Binnen onze gemeente zijn 8 gemeentelijke begraafplaatsen die wij onderhouden en exploiteren. De onderstaande tabel geeft inzicht in de kostendekkendheid van de begraafplaatsen voor het jaar 2024. Hierin zijn de inkomsten verkregen uit onder andere grafrechten en begravingen vergeleken met de kosten voor het onderhoud, exploitatie van de begraafplaatsen en de personeelskosten (exclusief overhead). Kostendekkendheid 2024 Lijkbezorgingsrechten (x € 1.000) Kosten
600
Opbrengst heffingen
600
Kostendekkendheid
100%
61
Kostendekkendheid Burgerlijke stand en documentverstrekkingen Bij het opstellen van de begroting 2024 gaan wij voor de tarieven uit van de belastingverordening 2023. Eind 2023 publiceert het Rijk de maximale tarieven voor onder andere reisdocumenten en rijbewijzen. Dit nemen we mee bij de definitieve vaststelling van de belastingverordening 2024. Kostendekkendheid 2024 Burgerlijke stand en documentverstrekkingen (x € 1.000) Kosten
2.291
Opbrengst heffingen
1.436
Kostendekkendheid
62,7%
Kostendekkendheid Omgevingsvergunningen De voor 2024 geraamde legesopbrengst Omgevingsvergunningen en de daarmee verband houdende kosten zijn geïndexeerd met 9% ter compensatie van de inflatie. Na de invoering van de Omgevingswet zal de legesopbrengst voor de omgevingsvergunningen aanzienlijk dalen. Op basis van de bekende gegevens op het moment van schrijven van deze begroting is de omvang van deze daling nog niet in te schatten. Kostendekkendheid 2024 Omgevingsvergunningen (x € 1.000) Kosten
3.564
Opbrengst heffingen
3.512
Kostendekkendheid
98,5%
Lokale belastingdruk De onderstaande tarieven zijn de voorlopige tarieven 2024. Op dit moment is de gemiddelde stijging van de WOZ-waarden nog niet bekend. Hierdoor is ter indicatie voor het ozb -tarief 2024 de gemiddelde WOZ-waarde gelijk verondersteld aan die van het voorgaande jaar. Het ozb-tarief is verhoogd met 9%, het inflatiepercentage. Tot de tariefvaststelling in de raadsvergadering van 19 december 2023 ontstaat het volgende beeld:
Lokale belastingdruk (x € 1)
2022
Gemiddelde WOZ – waarde
385.000
439.000
n.t.b.
Ozb – eigenarendeel
356,26
367,47
n.t.b.
Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens)
318,03
328,54
n.t.b.
Rioolheffing (tot 150 m3)
246,87
251,55
n.t.b.
Ontwikkeling lastendruk
921,16
947,56
-
% stijging t.o.v. voorgaande jaar
-0,67%
2,87%
n.t.b.
2023
Indicatief 2024
62
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan in hoeverre de gemeente zelf in staat is om risico's die zij onderkent bij de uitvoering van haar taken op te vangen. De paragraaf bestaat uit een drietal onderdelen: de risico's, de weerstandscapaciteit en de financiële kengetallen. Onder weerstandscapaciteit wordt verstaan de mate waarin de gemeente niet begrote kosten die voortkomen uit risico's, met de daarvoor beschikbare middelen kan opvangen. Aandacht voor het weerstandvermogen voorkomt dat substantiële risico’s dwingen tot extra bezuinigingen of leiden tot ongewenste bijstellingen in de uitvoering. De relatie tussen de benodigde middelen om de risico’s te kunnen opvangen (de weerstandscapaciteit) en de daarvoor beschikbare middelen wordt uitgedrukt in de ratio weerstandsvermogen. De ratio is een indicator voor de robuustheid van de begroting van de gemeente. Naast de ratio weerstandsvermogen hanteert de gemeente ook andere kengetallen om te bepalen hoe solide de financiële positie van de gemeente is, zoals de solvabiliteit, netto schuldquote en structurele exploitatieruimte. Deze kengetallen geven de gevoeligheid van de financiële positie voor financiële ontwikkelingen aan. Omdat alle gemeenten deze kengetallen in hun begrotingen opnemen, is het ook mogelijk om de gemeenten onderling te vergelijken.
Uitgangspunten risicomanagement De uitgangspunten voor het weerstandsvermogen en risicobeheersing zijn beschreven in de Nota herziening risicomanagementbeleid Stichtse Vecht en de Beleidsnotitie Algemene reserve. In het risicomanagementbeleid is een risico gedefinieerd als ‘een onzekere gebeurtenis die een effect kan hebben op het behalen van de doelstellingen van de gemeente’. Risicomanagement is geen afzonderlijke activiteit, maar maakt deel uit van de (management)processen. Het is een instrument om te kunnen acteren op de risico’s die we lopen en om deze waar mogelijk beheersbaar te houden. Daartoe is het van belang een beeld van de risico’s te hebben en een inschatting te maken van zowel de omvang als de mogelijke kans dat risico's zich voor kunnen doen. De gemeente verkrijgt inzicht in de risico’s door deze periodiek te inventariseren en mogelijke beheersmaatregelen toe te passen om de gevolgen van de risico’s te verkleinen. De geïnventariseerde risico’s worden twee keer per jaar integraal geactualiseerd. De actualisatie van de risico’s bij de begroting heeft plaatsgevonden met het laatst vastgestelde risicoprofiel uit de Jaarrekening 2022 als uitgangspunt. De uitkomst van de risico-inventarisatie gebruikt de gemeente vervolgens voor het vaststellen van het weerstandsvermogen.
Weerstandsvermogen De uitgangspunten voor het weerstandsvermogen zijn opgenomen in de Beleidsnotitie Algemene reserve. In deze notitie is vastgelegd dat het beschikbare weerstandsvermogen wordt gevormd door de Algemene reserve (AR). Binnen de Algemene reserve worden 3 schijven onderscheiden:
Schijf 1 geeft de minimale omvang van het weerstandsvermogen aan voor het opvangen van geïnventariseerde risico’s;
Schijf 2 is het deel van de AR bestemd voor het opvangen van bijvoorbeeld calamiteiten of een negatief rekeningsaldo;
Schijf 3 is de vrije ruimte in de AR in het geval de AR hoger is dan de door de raad vastgestelde maximum weerstandscapaciteit. De middelen uit schijf 3 kunnen worden ingezet voor actieve (beleids)keuzes.
Als normratio voor het weerstandsvermogen (= de verhouding tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit) heeft de raad een streefnorm tussen de 1,4 en 2,0 (ruim voldoende) bepaald. Voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s relevant die niet op een andere manier zijn ondervangen en die financiële gevolgen kunnen hebben. Als deze risico’s zich voordoen, dan worden ze opgevangen met het weerstandsvermogen. Voor het opvangen van risico’s uit grondexploitaties geldt een ander regime. Voor die risico’s geldt de Algemene reserve grondexploitaties eerst als weerstandscapaciteit, pas daarna wordt de Algemene
63
reserve aangesproken. De risico’s uit grondexploitaties actualiseren we jaarlijks bij de jaarrekening met een afzonderlijke risicoanalyse. De hoofdlijnen voor de grondexploitaties zijn opgenomen in de paragraaf Grondbeleid.
Risicoprofiel De gemeente heeft ten behoeve van de begroting 2024 de risico's geactualiseerd. De risicoinventarisatie uit de Jaarrekening 2022 vormde daarvoor de basis. Met de geactualiseerde inventarisatie is het benodigde weerstandsvermogen bepaald. Uit de risico-inventarisatie volgen voor de begroting 2024 in totaal 50 risico’s. Deze risico’s kennen een ingeschat financieel gevolg van € 25,3 mln. Met behulp van het risicomanagementsysteem Naris is het risicoprofiel bij de begroting 2024 bepaald op € 8,50 mln. Onderstaand taartdiagram geeft aan hoe de voor de begroting 2024 geïnventariseerde risico’s over de begrotingsprogramma’s zijn verdeeld (op basis van hun aandeel in de benodigde weerstandscapaciteit):
Grootste risicogebieden Van de drie gebieden/domeinen die qua invloed op het weerstandsvermogen het grootst in omvang zijn, lichten wij de drie risico’s met de hoogste invloed alsmede de bijbehorende beheersmaatregelen toe. Voor het totaal aan risico’s verwijzen wij naar het overzicht aan het eind van deze paragraaf. 1. Gemeentebrede risico’s / bedrijfsvoeringrisico’s In de bedrijfsvoering heeft de gemeente te maken met organisatorische, financiële en technische risico’s. De drie grootste geïnventariseerde risico’s op dit onderdeel zijn: Het niet (blijvend) kunnen waarborgen van de continuïteit van dienstverlening Er is sprake van kwetsbaarheid in de continuïteit van de dienstverlening door een disbalans in de capaciteit en het ambitieniveau. De afgelopen jaren hebben we als organisatie te maken met een krap bemeten formatie. Dit zorgt voor kwetsbaarheid in de continuïteit van de taken van de organisatie. Er is momenteel binnen de organisatie sprake van een krappe bezetting, een hoog verloop, een hoog ziekteverzuim en daarnaast is er sprake van een krappe arbeidsmarkt. Beheersmaatregelen: De ‘Organisatievisie Stichtse Vecht – Samen verder bouwen’ omvat de strategie, doelen en het tijdspad om verder aan het fundament te bouwen. Middels o.a.
het concernplan, de domein- en teamplannen wordt perspectief aan de ambtelijke organisatie geboden ten aanzien van de verdere organisatieontwikkeling. Daarnaast is in de Kadernota 2024 formatie opgenomen voor versterking van het fundament, waardoor de disbalans tussen capaciteit en ambitie verkleind kan worden. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is wel dat vacatures worden ingevuld. Hiervoor is een recruitmentplan opgesteld. Tevens draagt het actieplan inzetbaarheid bij aan het versterken van de duurzame inzetbaarheid van medewerkers en dus aan het verder reduceren van (beïnvloedbaar) verzuim. Het leiderschapsprogramma is in 2023 afgerond en heeft bijgedragen aan het equiperen van het management om in te zetten op de relatie (koesteren en waarderen van medewerkers) en de taak. Aansprakelijkstelling (juridisch) door inwoners, instellingen of bedrijven Beheersmaatregel: Voor veel situaties is de gemeente verzekerd. Voor onvoorziene situaties, situaties waarvoor we niet verzekerd zijn en/of extra kosten maken indien een juridische procedure wordt gestart is een bedrag in de risico-inventarisatie opgenomen.
64
Het risico op gijzeling van informatie of systemen / cybercrime Het beschermen en beveiligen van gegevens, systemen en in het bijzonder persoonsgegevens is een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering van de gemeente. Het gaat om gedrag van medewerkers, het inrichten van processen en procedures en techniek. Informatiebeveiliging is een combinatie van organisatorische en technische maatregelen én de toepassing daarvan. Beheersmaatregelen:
Samen met een externe partij stellen we een organisatiebreed bedrijfscontinuïteitsplan op. Dit plan dient als basis voor het opzetten en implementeren van bedrijfscontinuïteitsmanagement in de organisatie. Met leveranciers moeten overeenkomsten (SLA, VWO) worden afgesloten die ervoor zorgen dat de dienstverlening in overeenstemming is met het informatiebeveiligingsbeleid en wettelijke bepalingen.
Informatiebeveiliging en privacy is een verplicht onderdeel van onboarding bij nieuwe medewerkers. Het cluster Leren & Ontwikkelen beziet de mogelijkheden van bijvoorbeeld elearning in een totaalpakket voor verdere bewustwording bij medewerkers.
Omdat de VNG de dienstverlening van GGI-veilig voortijdig heeft beëindigd, moeten we ons gaan oriënteren naar een SIEM-SOC oplossing van een andere leverancier. Verder laten we, om inzicht in status en effectiviteit van beveiligingsmaatregelen te krijgen, jaarlijks een penetratietest (pentest) uitvoeren. Dit is een test door ethical hackers waarbij ze de systemen onderzoeken op kwetsbaarheden en zwakke plekken. Ook wordt er jaarlijks een uitwijktest gedaan. We simuleren dan dat de hoofdlocatie niet meer beschikbaar is, bouwen de uitwijklocatie op en functioneel beheerders testen of hun applicaties daar werken zoals verwacht.
Informatiebeveiliging en het invoeren van maatregelen is een continu proces. We hebben zaken ingericht, maar er blijft altijd ruimte voor verbetering.
2. Fysiek Binnen het programma Fysiek is sprake van risico’s die samenhangen met projecten, wetgeving, klimaatverandering en technische risico’s. De drie grootste risico’s die binnen dit programma spelen, zijn: Kunstwerken (m.n. bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken Door het tijdelijk niet of onvoldoende kunnen gebruiken van bruggen wordt de doorstroming beperkt en zijn kernen mogelijk niet of beperkt bereikbaar. Beheersmaatregelen: We voeren noodreparaties uit en voor de civiele kunstwerken is een beheerbeleidsplan 2021-2025 opgesteld. Het plan is in maart 2021 vastgesteld door uw raad. Momenteel zijn wij bezig met het opstellen van een meerjarenonderhoudsplan voor de bruggen, tunnels en geluidsschermen. Op basis hiervan kunnen onderhoudscontracten aanbesteed worden. Door gebrek aan capaciteit zijn de kademuren en de beschoeiingen nog niet geïnspecteerd (2023). Achterstand onderhoud fysiek domein (asfaltelementen, verharding en bermen) Door een gebrek aan capaciteit vanwege het bereiken van de aanbestedingsgrenzen op raamcontracten en anderzijds het ontbreken van beheerplannen voor een aantal taakgebieden in het fysiek domein, is achterstand in onderhoud in de openbare ruimte ontstaan. Beheersmaatregelen: In 2020 zijn de wegen opnieuw geïnspecteerd. Deze inspectie vormde de basis voor het Beheerplan wegen 2021-2024.
In 2023 zijn de nieuwe aanbestedingen voor elementen en asfalt succesvol afgerond. Vanuit de methodiek voor tweejaarlijkse nieuwe inspectie zal een gewijzigde langjarige planning opgesteld worden. Uit deze inspectie zal tevens blijken of de onderhoudsachterstand groter of kleiner geworden is. Het areaal en de status van de oeverbescherming is niet inzichtelijk en zal geïnspecteerd moeten worden, op basis waarvan een beheerplan wordt opgesteld. Mogelijk is er tot na afronding daarvan sprake van risicovolle situaties bij wegen langs het water. Kockengen Waterproof (Financiële) risico’s die voortvloeien uit het gebiedsproces, waarbij het zowel risico's betreft die samenhangen met de technische uitvoering in de openbare ruimte als ontwikkelingen (bijv. prijsontwikkelingen) die van invloed zijn op het project.
65
Beheersmaatregelen: Voor de risico’s binnen het project Kockengen Waterproof kent de gemeente diverse beheersmaatregelen zoals:
We zijn alert op de wijze van aanbesteding,
We maken afspraken met leveranciers over te leveren materialen,
We onderzoeken in afstemming met het Hoogheemraadschap mogelijkheden om vervuiling van oppervlaktewater bij bronneren te voorkomen,
We informeren bewoners actief over nut en noodzaak en
Voor het verleggen van de huisaansluitingen is er een regeling getroffen. In overleg met bewoners wordt maatwerk geboden.
3. Sociaal Binnen het programma Sociaal is sprake van financiële en politiek-bestuurlijke risico’s. Hierbij kan worden gedacht aan imagorisico’s, bijvoorbeeld dat een zorgvoorziening niet het gewenste effect heeft of als ambities van de gemeente niet haalbaar blijken te zijn. De grootste risico’s die op het domein zijn geïnventariseerd betreffen: Toename beroep op gemeentelijke Wmo-voorzieningen Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de ondersteuning bij mensen thuis. Het doel hiervan is om hen zo lang mogelijk thuis te kunnen laten wonen en te laten deelnemen aan de maatschappij. De vergrijzing en het zo lang mogelijk thuis blijven wonen maken dat er een groter beroep op voorzieningen wordt gedaan. Daarnaast blijven ook de hulpmiddelen en woningaanpassingen van thuiswonende cliënten met een WLZ-indicatie de verantwoording van de gemeente. Met name dure woningaanpassingen kunnen een zware druk op het budget leggen. Deze factoren geven een financiële druk op de beschikbare ‘open einde’ budgetten. Beheersmaatregelen: We sturen op het versterken en aanspreken van eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van mensen, tezamen met het stimuleren van de samenredzaamheid in de samenleving.
Daarnaast kijken wij met onder andere het ontwikkelen van de woonzorgvisie en aanbestedingen van voorzieningen hoe we het gebruik van de Wmo waar mogelijk kunnen voorkomen of anders kunnen organiseren. Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur) en/of bijstelling van het macrobudget BUIG Bijstand is een openeinderegeling. Dit kan een overschrijding van de budgetten tot gevolg hebben. Een toename van het beroep op bijstand leidt tot hogere uitkeringslasten. Gemeenten ontvangen van het Rijk een budget voor het bekostigen van bijstandsuitkeringen. Ook aanpassing van het landelijk macrobudget voor het bekostigen van deze bijstandsuitkeringen kan leiden tot hogere/lagere baten ten opzichte van de in de begroting geraamde uitkering. Beheersmaatregelen: Om de risico’s te beheersen voeren wij het actieplan Stichtse Vecht Werkt! uit. Tevens zetten wij in op gerichte acties als
voorliggende voorzieningen en preventieve activiteiten
doorverwijzing naar de keten (uitzendbureaus – werk / terug naar school / startkwalificatie)
inzet van social return
intensievere samenwerking met het werkgeversservicepunt Midden-Utrecht om vraag en aanbod bij elkaar te brengen en instroom in de bijstand te voorkomen
preventieve activiteiten gericht op het voorkomen van instroom
handhaving en vergroten van uitstroom door re-integratie activiteiten
monitoren van ontwikkelingen in het budget. Overschrijding van de uitgaven van meer dan 10% van het budget kan gecompenseerd worden door het Rijk.
66
Financieel gevolg (€ 1.000)
Grootste risicogebieden
(inschatting o.b.v. risico-inventarisatie) 1. Gemeentebrede risico’s / bedrijfsvoeringrisico’s (excl. verbonden partijen)
€ 11.050
2. Fysiek domein (excl. verbonden partijen)
€ 4.600
3. Sociaal domein (excl. verbonden partijen)
€ 4.300
Totaal 3 grootste risicogebieden
€ 19.950
Overige risico’s (waarvan verbonden partijen: € 1.350.000 en grex’en € 1.000.000)
€ 5.350
Totaal alle risico’s
€ 25.300
Ratio weerstandsvermogen Op de geïnventariseerde risico’s voeren we een risicosimulatie uit. Deze simulatie vindt plaats, omdat het reserveren van het maximale bedrag van € 25,3 mln. niet wenselijk is. De risico’s treden immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang op. Uit deze simulatie volgt dat voor 90% zeker is dat we de risico’s kunnen opvangen met een bedrag van € 8,50 mln. Dat is de benodigde weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt bepaald door de Algemene reserve (AR). In de Beleidsnotitie Algemene reserve is aangegeven dat de AR drie schijven kent, die bepalen hoe de beschikbare middelen uit de AR ingezet kunnen worden. De middelen uit schijf 1 en 2 (voor het opvangen van de geïnventariseerde risico’s, calamiteiten, tegenvallers op taakstellingen en negatieve rekeningsaldi) vormen de weerstandscapaciteit van de gemeente. De door de raad vastgestelde ratio weerstandsvermogen (1,4 - 2,0) bepaalt de bandbreedte voor de weerstandscapaciteit. Op basis van de benodigde weerstandscapaciteit van € 8,50 mln. geeft dit het volgende beeld:
Weerstandscapaciteit - schijf 1 Minimale hoogte voor opvang geïnventariseerde risico’s (1,4 x € 8,50 mln., minimumnorm)
€ 11.900
- schijf 2 Deel AR voor opvang calamiteiten (bijv. onderhoud bruggen), taakstellingen SD en negatief rekeningsaldo
€ 5.100
Maximum weerstandscapaciteit (2 x € 8,50 mln.)
€ 17.000
De omvang van de Algemene reserve bedraagt eind 2023 naar verwachting € 13,6 mln. , waarbij rekening is gehouden met de benodigde onttrekking voor uitvoering van de Kadernota 2024. De omvang van de Algemene reserve ligt daarmee ca. € 1,7 mln. boven de minimumnorm voor de weerstandscapaciteit. Bij de Jaarrekening 2023 zal dit bedrag bijgesteld worden met het jaarresultaat 2023. De ratio weerstandsvermogen, de verhouding tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit, bedraagt: Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandcapaciteit = € 13,6 mln / € 8,50 mln = 1,6 Ten opzichte van de risico-inventarisatie uit de Jaarrekening 2022 is de ratio weerstandsvermogen licht afgenomen (van 1,72 naar 1,6). Deze afname hangt met name samen met de afname van de Algemene reserve ten opzichte van de Jaarrekening 2022. Daarnaast geldt dat zich in beperkte mate wijzigingen in de risico's hebben voorgedaan. Het aantal risico's en het ingeschatte financiële gevolg is weliswaar nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van de Jaarrekening 2022, de samenstelling is wel gewijzigd. De nieuwe risico's kennen een andere inschatting van kans op optreden en gevolg dan de vervallen risico's. Verder is bij een aantal van de bestaande risico's de kwantitatieve inschatting (kans op optreden en/of de gevolg) bijgesteld.
Deze factoren samen maken dat het benodigde weerstandsvermogen is toegenomen en per saldo de ratio ten opzichte van de Jaarrekening 2022 is afgenomen. De ratio voldoet met 1,6 aan de door de raad vastgestelde norm ("ruim voldoende", zie toelichting hierna). Het weerstandsvermogen is echter geen statisch gegeven. Beleidsontwikkelingen, nieuwe projecten of besluiten beïnvloeden het risicoprofiel van de gemeente waardoor het weerstandsvermogen aan fluctuaties onderhevig is. Risico's kunnen zich, ondanks het risicomanagement, altijd voordoen. Met het beschikbare weerstandsvermogen kent de gemeente, op dit moment, een voldoende weerstandscapaciteit om de financiële effecten van de huidige bekende
67
risico’s op te vangen. Gelet op ontwikkelingen en daarmee gepaard gaande onzekerheden blijven wij het weerstandsvermogen wel nadrukkelijk volgen. Voor het toetsen van de ratio weerstandsvermogen maakt gemeente Stichtse Vecht gebruik van de risicomatrix van de Universiteit Twente. Volgens de schaalindeling van deze matrix valt de ratio van 1,6 in de categorie B “Ruim voldoende”.
Waarderingscijfer
Ratio
A
>= 2.0
Betekenis Uitstekend
B
1.4 < 2.0
Ruim voldoende
C
1.0 < 1.4
Voldoende
D
0.8 < 1.0
Matig
E
0.6 < 0.8
Onvoldoende
F
< 0.6
Ruim onvoldoende
Totaaloverzicht geïnventariseerde risico's Programmabegroting 2024 In onderstaande tabel zijn de geïnventariseerde gekwantificeerde risico's per programma weergegeven. De kolom ‘invloed’ geeft de impact van een risico op de benodigde weerstandscapaciteit weer (o.b.v. simulatie). In onderstaande tabel staat VP voor verbonden partijen en KWP voor Kockengen waterproof. Risicogebeurtenis
Kans
Ingeschat Financieel Maximum
Invloed (%)
Het niet (blijvend) kunnen waarborgen van de continuïteit van dienstverlening
90%
2.000
13,93%
Aansprakelijkstelling door inwoners, instellingen of bedrijven
50%
2.000
7,74%
Gijzeling van informatie of systemen
50%
2.000
7,71%
Beveiliging en uitval ICT in de organisatie
50%
1.000
3,87%
Het overtreden van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)
70%
500
2,70%
Gemeente kan niet tijdig beschikken over het juiste materiaal of dienst
0,7
500
2,70%
Onvoldoende beschikking over kennis (bij bestaande medewerkers of door vertrek cruciale medewerkers) met betrekking tot aanbestedingsregels, waardoor mogelijk niet aan deze regels wordt voldaan.
0,7
500
2,69%
Onvoldoende borging van de authenticiteit van de gegevensvoorziening van de gemeente
50%
500
1,94%
Achterstand in dossiervorming- en vernietiging
70%
250
1,35%
Het niet of onvoldoende kunnen voldoen aan aanbestedingsregels door Stichtse Vecht of leveranciers
70%
250
1,35%
Fysieke bedreigingen voor mensen, informatie en bezittingen
30%
500
1,16%
Verval archieven door gebruikschade of schimmelvorming
30%
250
0,58%
Ontwikkeling organisatie
50%
50
0,19%
VP: Onvoldoende inzicht in informatiebeheer bij verbonden partijen
50%
50
0,19%
Het niet kunnen beschikken over een nieuwe financiële applicatie
10%
250
0,19%
10.600
48,29%
Programma 1 Bestuur Gemeentebrede risico's
Subtotaal Risico's algemene / financiële dekkingsmiddelen Fraude financiële transacties
500
1,16%
Totaal programma 1
30%
11.100
49,45%
excl. Verbonden partijen (VP)
11.050
49,26%
68
Programma 2 Veiligheid VP: Het onjuist reageren op een crisissituatie (VRU)
30%
1.000
2,30%
Ondermijning: aantreffen van misstanden waarbij directe actie noodzakelijk is, maar waar onze organisatie niet op ingericht is.
50%
500
1,95%
1.500
4,25%
500
1,95%
Totaal programma 2 excl. Verbonden partijen (VP) Programma 3 Fysiek Kunstwerken (m.n. bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken
50%
1.000
3,86%
Achterstand onderhoud fysiek domein (asfaltelementen, verharding en bermen)
50%
1.000
3,82%
Niet goed begaanbare wegen en ongevallen a.g.v. extreme weersomstandigheden en sneeuwval
50%
500
1,92%
KWP Aanspraak op nadeelcompensatieregeling KWP
90%
250
1,73%
KWP: Lozen van bronneringswater op oppervlaktewater
50%
250
0,97%
KWP: Prijsstijgingen in de uitvoering
50%
250
0,96%
VP: Druk op financieel perspectief recreatieschappen
50%
250
0,96%
Financiële herplaatsingsgarantie flexwoningen
10%
500
0,40%
Gemeentelijke garantstellingen woningcorporaties (achtervang WSW)
10%
500
0,38%
Verontreiniging van oppervlaktewater
10%
250
0,19%
Geen afvoer door een calamiteit aan de riolering
30%
50
0,11%
Omgevingswet: niet op elkaar aansluiten legesverordeningen (bestaand en nieuw)
10%
50
0,04%
Totaal programma 3
4.850
15,34%
excl. Verbonden partijen (VP)
4.600
14,38%
Programma 4 Sociaal Toename beroep op gemeentelijke WMO voorzieningen
90%
1.000
6,94%
Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur) en/of bijstelling van het macrobudget Buig
50%
1.000
3,86%
Toename beroep op en stijging kosten jeugdhulp
70%
500
2,72%
Op gemeentelijk sturingsniveau onvoldoende sturingsmogelijkheden op trajecten jeugdigen
50%
500
1,93%
Energiecrisis en hogere kosten levensonderhoud
90%
250
1,74%
Extra uitvoeringskosten breed offensief
70%
250
1,34%
Inkoop essentiële functies: ontbreken van voldoende en adequate (lokale) alternatieven
50%
250
0,97%
Overbelasting en/of stoppen van vrijwilligers en/of mantelzorgers.
30%
250
0,58%
Incidenten op gebied van jeugdhulp
30%
250
0,57%
Toename beroep op minimaregelingen etc.
30%
50
0,12%
VP: Algemene risico's op de begroting van Kansis
10%
50
0,04%
Totaal programma 4
4.350
20,81%
excl. Verbonden partijen (VP)
4.300
20,77%
Programma 5 Samenleving (Onderhouds)budgetten te realiseren schoolgebouwen niet toereikend om aan kwaliteitsaspecten te kunnen voldoen
50%
500
1,92%
Beëindiging landelijke subsidieregeling Bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA)
50%
250
0,96%
Lagere kwaliteit van onderhoud sportparken
50%
250
0,96%
Financiële problemen schoolbestuur openbaar onderwijs.
30%
250
0,57%
Onveilige schoolgebouwen
10%
500
0,39%
Ongelukken in zwem- en sportaccommodaties
10%
250
0,20%
Gemeentelijke garantstellingen aan (sport)verenigingen en instellingen van algemeen maatschappelijk nut
10%
250
0,20%
Financiële problemen schoolbesturen (bijzonder onderwijs)
10%
250
0,19%
2.500
5,39%
1.000
4,75%
25.300
99,99%
Totaal programma 5 Grondexploitaties Totaal geïnventariseerde risico's
50%
NB Het totaal financieel gevolg en invloed voor de benodigde weerstandscapaciteit kunnen niet per programma met elkaar vergeleken worden. De verwachte kans dat een risico zich voordoet speelt hierbij ook een rol.
69
Financiële kengetallen Kengetallen
Rekening Begroting
Begroting Categorie A Categorie B Categorie C
2022
2023
2024
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Netto schuldquote
64%
78%
72%
< 90%
90%-130%
> 130%
Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen)
63%
77%
72%
< 90%
90%-130%
> 130% < 20%
Solvabiliteitsratio
21%
22%
18%
> 50%
20%-50%
Structurele exploitatieruimte
0,06%
1,55%
0,40%
> 0%
0
< 0%
Grondexploitatie
0,22%
-0,36%
-0,79%
< 20%
20%-35%
> 35%
Belastingcapaciteit
102,07%
100,38%
n.n.b.
< 95%
95%-120%
> 120%
Wat betekenen deze getallen? Voor de kritische signaalwaarden is aansluiting gezocht bij de ‘Houdbaarheidstest gemeentefinanciën' van de VNG. Deze waarden geven aan of er sprake is van potentiële financiële stress op het betreffende gebied. Netto schuldquote (inclusief verstrekte leningen) De netto schuldquote geeft indirect antwoord op de vraag of met het inkomen blijvend de schuldverplichtingen kunnen worden gedragen. De signaalwaarde voor de netto schuldquote bedraagt 130%. Bij een overschrijding van deze signaalwaarde is sprake van een erg hoge schuldendruk. Het is verstandig om al bij een netto schuldquote hoger dan 100% alert te zijn. Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De signaalwaarde voor de effectieve netto schuldquote bedraagt 120%. Als de effectieve netto schuldquote de individuele signaalwaarde overschrijdt, heeft de gemeente een erg hoge schuld. Het is verstandig om al bij een effectieve netto schuldquote hoger dan 90% alert te zijn. Solvabiliteit Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om op lange termijn haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger het percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. De solvabiliteit is gedaald door de verwachte toename van het investeringsvolume en de daarmee benodigde aan te trekken geldleningen.
Grondexploitatie De boekwaarde van de grondexploitaties moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Stichtse Vecht heeft een beperkte grondpositie. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer is ter ondersteuning om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een negatief cijfer houdt in dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Belastingcapaciteit Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde en wat de onbenutte belastingcapaciteit is. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer (structurele) inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. De signaalwaarde is 120% en is gerelateerd aan artikel 12 van de financiële verhoudingswet.
70
Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Voor het in stand houden en op kwaliteit houden van kapitaalgoederen zijn langlopende investeringen en onderhoudsplannen nodig. Dit doen we door de toepassing van Assetmanagement. Assets zijn de kapitaalgoederen in de openbare ruimte, ofwel de objecten groen, wegen, civiele kunstwerken etc. Assetmanagement is een systematische en gecoördineerde wijze van beheren. Het gaat hierbij vooral om de optimalisatie van de prestaties, de risico's en de kosten van de kapitaalgoederen in relatie tot de doelstellingen van de gemeente. We richten ons op het beheer over de gehele levensduur en kijken verder dan wat goed is voor de objecten zelf. We kijken naar wat goed is voor de organisatie en nog belangrijker, wat goed is voor inwoner/ de gebruiker. Deze paragraaf bevat een toelichting op het beleidskader, kwaliteitsniveau, onderhoudsplan en de financiën van de volgende kapitaalgoederen:
Wegen
Civiele constructies
Openbare verlichting
Water en riolering
Groen
Speelterreinen
Gebouwen
Beleids- en beheerplannen Kapitaalgoederen
Beheer-/beleidsplan
Looptijd plan
Wegen
Beheerplan wegen
2021-2024
Achterstallig onderhoud Ja
Civiele constructies
Beheerbeleidsplan Civiele kunstwerken
2021-2025
Ja
Openbare verlichting
Beleidsplan Openbare verlichting 2020
2020-2024
Ja
Water en Riolering
Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)
2022-2026
Ja
Groen
Bomenbeleid en structuurplan
2015-2035
Nee
Speelterreinen
Beleidskader speelruimte en -voorzieningen
2014-2018
Ja
Gebouwen
Nota Duurzaamheid; IVAB.
2020-2025
Nee
Kwaliteitsniveau openbare ruimte Om de kwaliteit te beoordelen, wordt gebruikt gemaakt van de Kwaliteitscatalogus van CROW. In deze catalogus worden vijf niveaus onderscheiden op het gebied van de technische kwaliteit van de openbare ruimte: A+, A, B, C en D. Hierbij staat kwaliteitsniveau A voor een hoog niveau en betekent kwaliteitsniveau D dat het niveau laag is en dat er achterstanden zijn. Onderdelen van de openbare ruimte met dit kwaliteitsniveau moeten op zeer korte termijn weer op kwaliteit gebracht worden. Gemeente Stichtse Vecht hanteert verschillende kwaliteitsniveaus, afhankelijk van de locatie. Voor wegen en groen is het areaal van de gemeente Stichtse Vecht onderverdeeld in 3 deelgebieden. Voor kernen is kwaliteitsniveau B vastgesteld en voor het buitengebied en industriegebieden is niveau C vastgesteld.
71
Kerncijfers openbare ruimte Een groot deel van de kapitaalgoederen zijn een onderdeel van de openbare ruimte van de gemeente. Onderstaande tabel geeft een beeld van de omvang van verschillende kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Kerncijfers openbare ruimte (bron: GBI)
2023
Wegvakonderdelen
3.272.978
m2
Bomen
37.944
st
Gazon
653.373
m2
Overig gras
1.348.164
m2
Haag
52.352
m2
Cultuurlijke beplanting
333.597
m2
Natuurlijke beplanting
498.203
m2
Stalen en betonnen bruggen
143
st
Houten bruggen
51
st
Beweegbare bruggen
15
st
Rioolputten
16.636
st
Vrijvervalleiding
372.124
m2
Mechanische leidingen
226.640
m2
Kolken
22.649
st
Openbare verlichting (masten en armaturen)
12.257
st
Verkeerslichten
16
st
Speelplaatsen
255
st
Speeltoestellen
1.291
st
Sportvoorzieningen
60
st
Ondergrondse containers
666
st
1.111
st
Banken
886
st
Picknicktafels
50
st
Afvalbakken
Wegen Beleidskader Op grond van de Wegenwet hebben wij de zorgplicht om onze wegen goed en verantwoord te beheren. Hieronder vallen de zorgplicht asfalt, elementen en half-verhardingen. In 2023 zijn de wegen opnieuw geïnspecteerd. Op basis van de resultaten uit de inspectie wordt het onderhoudsplan herijkt. Indien uit deze herijking blijkt dat nieuwe of aanvullende investerings- en onderhoudsbudgetten nodig zijn, dan zal dit via een separaat voorstel aan de raad worden voorgelegd. Financiën Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Het groot onderhoud loopt daarbij via een voorziening. De dotaties aan en onttrekkingen uit deze voorziening zijn vastgelegd in het wegenbeheerplan en uitgewerkt in onderliggende uitvoeringsplanningen. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
Onderhoudsbudget in exploitatie
€ 420
€ 420
€ 420
€ 420
Budget groot onderhoud in voorziening
€ 3.300
€ 4.999
€ 2.721
€ 2.721
Dotatie voorziening
€ 2.699
€ 2.699
€ 2.699
€ 2.699
Civiele constructies Beleidskader Onder civiele constructies wordt verstaan tunnels, viaducten, bruggen, duikers, (aanleg)steigers, beschoeiing, kades, grondkeringen en geluidschermen. Het doel is om veilige verkeersroutes in stand te houden, een vrije doorgang voor de scheepvaart te garanderen en de waterhuishouding op peil te houden. Het beheer- en beleidsplan Civiele kunstwerken is vastgesteld door uw raad in 2021. Naast
72
een beleidsmatig plan stellen we ook een meerjarig onderhoudsplan op. Daartoe zijn in 2022 de volgende assets geïnspecteerd:
verkeersbruggen;
beweegbare bruggen;
fietsbruggen;
voetgangersbruggen;
tunnels;
viaducten;
geluidschermen.
Speerpunt voor 2023 en 2024 is het in kaart brengen van de staat van de civiele kunstwerken en indien nodig het herijken van de beheer-/onderhoudsplannen. Financiën Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Het groot onderhoud wordt gedekt door een reserve. De dotaties aan en onttrekkingen uit deze reserve zijn vastgelegd in het beheerplan en uitgewerkt in onderliggende uitvoeringsplanningen. Bij het opstellen van het nieuwe beheerplan zal ook een voorstel uitgewerkt worden voor de benodigde budgetten. De ramingen voor groot onderhoud in 2026 en 2027 zullen op basis van dat voorstel in de begroting verwerkt worden. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
Onderhoudsbudget in exploitatie
€ 231
€ 254
€ 254
€ 254
Budget groot onderhoud gedekt door reserve
€ 414
€ 966
€0
€0
Dotatie reserve
€ 921
€ 893
€ 893
€ 893
Openbare verlichting Beleidskader Het doel is een verkeersveilige, sociaal veilige en leefbare omgeving die voldoet aan de landelijke richtlijnen. Per 2019 zijn wij geheel verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het verlichtingsareaal. Op basis van het in 2020 door uw raad vastgestelde beleidsplan en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsplannen is een bestek opgesteld en gegund. In 2023 worden de eerste deelopdrachten verstrekt. In de jaren 2023, 2024 en 2025 is jaarlijks circa € 1 mln. aan investeringen gepland om de masten en armaturen te vervangen. Hierbij worden de armaturen voorzien van energiezuinigere LED-verlichting. Financiën Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
Onderhoudsbudget in exploitatie
€ 56
€ 56
€ 56
€ 56
Water en riolering Beleidskader Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) heeft de gemeente een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en op grond van de Waterwet een zorgplicht voor hemelwater en grondwater. Hoe de gemeente invulling geeft aan de zorgplichten staat uitgewerkt in het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Het huidige GRP heeft een looptijd van 2022 tot en met 2026 en beschrijft de beleidsvoornemens op het gebied van Water en Klimaat en geeft inzicht in de aanleg, tijdige vervanging, verbeteringen, beheer en onderhoud van de riolering. Ook de kosten van al deze facetten
73
zijn hierin uitgewerkt. Integraal en risico-gestuurd werken spelen een belangrijke rol in het GRP en de uitvoering daarvan. Financiën Onderstaande budgetten zijn de vertaling van het GRP in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Er wordt een 100% kostendekkend tarief gehanteerd, waarbij alle kosten voor de rioleringszorg uit de rioolheffing worden gedekt. Bij de lasten maken we onderscheid tussen exploitatiekosten en investeringen. De kosten voor het jaarlijkse operationeel beheer en onderhoud vormen de exploitatiekosten. De investeringsactiviteiten zijn onderverdeeld in aanleg, vervanging en verbetering. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. Om schommelingen in de kosten op te vangen, maken we gebruik van een egalisatievoorziening, waardoor het tarief niet steeds aangepast hoeft te worden wanneer sprake is van een piek of dal in de uitgaven. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) Onderhoudsbudget in exploitatie
2024
2025
2026
2027
€ 1.361
€ 1.364
€ 1.372
€ 1.372
Groen Beleidskader Onder groen verstaan we bomen, plantsoenen, gazons en andere velden in de openbare ruimte alsmede de paden in parken. Ook de begraafplaatsen en beschoeiingen scharen we hieronder. Voor groenvoorzieningen en onkruid en zwerfvuil op verhardingen wordt onderhoudsniveau B in de kernen en onderhoudsniveau C buiten de kernen gehanteerd. Voor Begraafplaatsen wordt onderhoudsniveau B gehanteerd. Bomen worden conform handboek bomen en de daaraan gekoppelde veiligheidsinspecties op beeld gehouden. Het beleidskader wordt gevormd door de Omgevingsvisie, het Boombeleidsplan, de parkbeheerplannen, de landschapsontwikkelingsplannen en de regionale visie klimaatadaptie. In 2023 is nadruk gelegd op het reconstrueren van plantvakken. Daarnaast is in 2023 gewerkt aan het op peil brengen van het bomenbestand aan de vastgestelde kwaliteitseisen. Er is enige achterstand in het snoeien van bosplantsoen en het bomenbeheer. Deze kleine achterstanden kunnen grotendeels binnen de bestekken opgelost worden. Eind 2024 zijn deze achterstanden grotendeels verdwenen. De beschoeiingen worden in 2023 geïnspecteerd en vervolgens wordt er een raambestek opgesteld en aanbesteed. Belangrijkste speerpunt voor de komende jaren is om het groen (incl. bomen en parken) op het gewenste kwaliteitsniveau te krijgen.
Dit kan naar verwachting grotendeels binnen de beschikbare budgetten gerealiseerd worden. Financiën Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Op basis van een nieuwe aanbesteding in 2022 zijn in de begroting 2022 voor de periode 2022-2026 de exploitatiebudgetten herzien. Uit de ophanden zijnde herziening van de beleidsen beheerplannen volgt de komende jaren de herziening van de financiën. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) Onderhoudsbudget in exploitatie
2024
2025
2026
2027
€ 3.991
€ 3.991
€ 3.991
€ 3.991
Speelterreinen Beleidskader De speelplekken worden ingericht volgens de kadernota Buiten spelen natuurlijk! De uitwerking van dit plan is in 2021 vastgelegd in de kwaliteitskaarten spelen. Het definitief vaststellen van de kwaliteitskaarten spelen staat in 2023 op de planning. In de definitieve versie van de kwaliteitskaarten wordt aandacht besteed aan het participatief inrichten van speelplekken met speeltoestellen en speelaanleidingen gericht op vergroening, natuur en klimaat. Het onderhoud van de speeltoestellen vindt plaats volgens de richtlijnen Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Voor de speel- en sporttoestellen en valondergronden worden de normen van het WAS gehanteerd. Jaarlijks loopt de aannemer de speeltoestellen na en vindt inspectie door een onafhankelijke partij plaats. Op hun aanwijzingen worden reparaties uitgevoerd.
74
Financiën Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
Onderhoudsbudget in exploitatie
€ 315
€ 315
€ 315
€ 315
Gebouwen Beheer en onderhoud gemeentelijk vastgoed Het niveau waarop het vastgoed in stand wordt gehouden is vastgesteld aan de hand van een objectief meetinstrument voor het inspecteren en onderhouden van vastgoed. Een instrument dat is gebaseerd op de Conditiemetingsmethodiek volgens NEN 2767. Het niveau waarop het onderhoud gemiddeld wordt gehouden is vastgesteld op conditieniveau 3. Dit onderhoudsniveau is sober en draagt bij aan een doelmatig en duurzaam beheer van het gemeentelijk vastgoed. Voor de representatieve, publiekelijke objecten, zoals de gemeentekantoren en de aula’s op begraafplaatsen, hanteert de gemeente Stichtse Vecht een gemiddeld conditieniveau 2: Goed/representatief. Om maximaal uitvoering te geven aan het efficiënt en planmatig uitvoeren van het onderhoud aan het gemeentelijk vastgoed, wordt bij aanbestedingen gekozen voor wat grotere, meerjarige clustercontracten waarbij de markt wordt uitgenodigd om mee te denken met de gemeente. Verduurzaming gemeentelijk vastgoed In december 2021 is de eerste fase van het verduurzamingsplan goedgekeurd door uw gemeenteraad, het verduurzamingsplan bestaan uit drie fases van elk drie jaar tot 2029. Met als doel om voor 2030 een CO2-reductie te krijgen van 49%. Hiermee voldoet de gemeente Stichtse Vecht aan het klimaatbeleid van de rijksoverheid.
Financiën Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen voor gemeentelijk gebouwen terug te vinden. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
Onderhoudsbudget in exploitatie
€ 531
Budget onderhoud in voorziening
€ 2.590
€ 531
€ 531
€ 531
€ 513
€ 1.703
€ 344
75
Financiering Inleiding De financierings- of treasuryfunctie richt zich op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen en de financiële posities, inclusief de daaraan verbonden risico’s. De kaders voor uitoefening van de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (kortweg: Wet fido) en vertaald in het Treasurystatuut gemeente Stichtse Vecht 2020. De beleidsmatige infrastructuur voor de financieringsfunctie van onze gemeente is hiermee vastgelegd. Voor het inrichten van de financieringsfunctie stelt de Wet fido twee belangrijke beleidsmatige richtlijnen:
Het aangaan of verstrekken van geldleningen en het verlenen van garanties is alleen toegestaan uit hoofde van de publieke taak;
Het uitzetten van tijdelijk overtollige middelen heeft een prudent karakter en is primair niet gericht op het genereren van extra inkomsten.
Financieringspositie Gemeten over het begrotingsjaar lopen de reguliere baten en lasten synchroon. Dit laat onverlet dat lopende het begrotingsjaar positieve of negatieve posities ontstaan. Om (lopende en toekomstige) posities inzichtelijk te krijgen, maken wij gebruik van een liquiditeitsplanning. Deze planning stellen we periodiek bij.
Financieringsbeleid Binnen de wettelijke kaders voert onze gemeente een risicomijdend financieringsbeleid. Het streven is erop gericht eventuele liquiditeitstekorten met kortlopende geldleningen te financieren en de kasgeldlimiet zo optimaal mogelijk te benutten.
Leningenportefeuille Per 1 januari 2024 is de leningenportefeuille opgebouwd uit 16 langlopende geldleningen met een totale restschuld bij aanvang van het begrotingsjaar van afgerond € 110 mln. Dit is inclusief een destijds door de voormalige gemeente Breukelen doorgeleende geldlening aan de woningcorporatie Vecht en Omstreken (volledige aflossing in 2024). Leningenportefeuille Leningenportefeuille per 1 januari 2023
Restant hoofdsom (x € 1.000) 123.093
Reguliere aflossingen 2023
-13.350
Leningenportefeuille per 31 december 2023
109.743
Reguliere aflossingen 2024
-12.356
Prognose nieuw op te nemen geldlening 2024
35.000
Leningenportefeuille per 31 december 2024
132.388
Beleggingen Sinds eind 2013 is de ministeriële Regeling schatkistbankieren decentrale overheden van kracht. De hoofdlijnen van het schatkistbankieren zijn verankerd in de Wet fido. De regeling verplicht decentrale overheden hun overtollige financiële middelen in de schatkist van het Rijk te beleggen, waardoor publiek geld de schatkist niet eerder verlaat dan noodzakelijk is. In het verlengde hiervan is het ook toegestaan overtollige financiële middelen te beleggen bij andere decentrale overheden waarmee geen toezichthoudende relatie wordt onderhouden. Van het verplicht beleggen van overtollige middelen in ’s Rijks schatkist is een drempelbedrag vrijgesteld. Voor onze gemeente is het drempelbedrag berekend op € 3,6 mln.
76
Renteschema 2024 Renteschema 2024 (x € 1.000) Externe rentelasten over korte en lange financiering
2.568
Af: externe rentebaten
-5
Totaal door te rekenen externe rente
2.563
Af: rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
-4
Af: rentelasten door verstrekte leningen aan woningcorporaties
-2
Bij: rentebaten door verstrekte leningen aan woningcorporaties
2
Rente over eigen vermogen (kapitaaldekkingsreserves)
0
Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
0
Aan taakvelden toe te rekenen rente (programma’s inclusief overzicht overhead)
2.559
Af: werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (rente omslag)
-2.274
Renteresultaat op taakveld Treasury
285
Renteontwikkeling
Door de renteontwikkelingen is het rentepercentage, waarmee in de liquiditeitenplanning wordt gerekend voor nieuw aan te trekken leningen, verhoogd van 2% in de Begroting 2023 naar 3% in de Begroting 2024.
De interne renteberekening op investeringen is verhoogd van 0,5% in de Begroting 2023 naar 1% in de Begroting 2024.
Risicobeheersing De Wet fido bevat instrumenten die de risico’s bij het lenen en beleggen van financiële middelen moeten beperken. De wet bepaalt onder meer dat gemeenten uitsluitend voor de uitoefening van de publieke taak leningen kunnen aangaan, middelen kunnen uitzetten en garanties kunnen verlenen. De risico’s op kort- en langlopende geldleningen worden beperkt door de introductie van respectievelijk de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een grens aan de maximaal op te nemen kortlopende middelen en beoogt de budgettaire gevolgen van schommelingen in de rente op kortlopende geldleningen te beheersen. De limiet is gesteld op een percentage van 8,5% van het begrotingstotaal. Begrotingstotaal 2024 (x € 1.000)
Percentage
Kasgeldlimiet (x € 1.000)
183.205
8,5%
15.572
Renterisiconorm De renteonzekerheid voor de lange termijn wordt uitgedrukt in de renterisiconorm. De renterisiconorm vormt een kader voor een adequate spreiding van looptijden in de financieringsportefeuille, met als doel de portefeuille zodanig op te bouwen dat renterisico’s door renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate zijn beperkt. Renterisiconorm 2024
2024
2025
2026
2027
(x € 1.000) 1 Berekening renterisico 1a
Renteherzieningen
-
-
-
-
1b
Betaalde aflossingen
12.356
11.413
11.141
10.732
Renterisico (1 + 2)
12.356
11.413
11.141
10.732
183.205
180.211
176.481
176.939
20%
20%
20%
20%
A
2 Berekening renterisiconorm 2a
Begrotingstotaal
2b
Percentage
B
Renterisiconorm
36.641
36.042
35.296
35.388
B
Renterisiconorm
36.641
36.042
35.296
35.388
A
Renterisico
12.356
11.413
11.141
10.732
24.285
24.630
24.156
24.656
Toets (B - A)
Ruimte renterisiconorm
77
Bedrijfsvoering Inleiding Wij willen een organisatie zijn die voortdurend verbetert, vernieuwt en bekijkt hoe de kwaliteit van onze medewerkers zo optimaal mogelijk kan worden ingezet. Dit vereist een goed functionerende bedrijfsvoering die de medewerkers en de organisatie optimaal ondersteunt in haar maatschappelijke taken. De bedrijfsvoering dient blijvend te voldoen aan de ontwikkelingen in de markt en de eisen van de samenleving.
Opleidingsprogramma Medewerkers zijn het belangrijkste kapitaal van onze organisatie, maar zeker ten tijde van een krappe arbeidsmarkt is het belangrijk om hen te koesteren. Dit wordt onder andere gedaan door te blijven investeren in de (persoonlijk) ontwikkeling van medewerkers. Er zal in 2024 inzet blijven op de individuele opleidingen, onboarding (eerste drie maanden van een nieuwe medewerker) kwaliteit bestuurlijke stukken en de leerlijn voor de omgevingswet. Daarnaast zal er waar nodig maatwerk zijn om teams te ondersteunen in hun leerbehoeften. Tot slot wordt het leerbeleid voor meerdere jaren verder uitgewerkt, om op deze manier kwaliteiten en ervaring in de organisatie optimaal in te zetten en doorlopend te ontwikkelen.
Human Resources We blijven inzetten op de vier genoemde pijlers in het coalitieakkoord om het fundament verder te verstevigen. Onverminderd blijft de inzet om vacatures in te vullen met vaste medewerkers. Dit doen wij door in te zetten op arbeidsmarktcommunicatie, te gaan werken met een programma 'medewerver' (recruitment via het netwerk van medewerkers), het gebruik van een doelgroependashboard, activiteiten op LinkedIn en het optimaliseren van de kandidaat beleving. Bij lastig in te vullen posities wordt een bureau ingeschakeld. Verder is er veel aandacht voor het vergroten van de inzetbaarheid van medewerkers. Door te spreken over inzetbaarheid is er naast inzet op herstel extra aandacht voor preventie en vroegtijdige interventies bij dreigende uitval. Tot slot blijven we investeren in het koesteren van medewerkers, onder meer door het aanbieden van (persoonlijke) ontwikkelmogelijkheden, informele activiteiten en het verbeteren van processen en de samenwerking binnen en tussen teams. Het verbeteren en digitaliseren van de HRM-processen krijgt in 2024 verder vorm. In januari 2024 zal de overgang naar e-HRM plaatsvinden, dat bij zal dragen aan het op orde brengen van de basis en modern werkgeverschap.
Loonsom organisatie In vergelijking met de primitieve begroting 2023 zijn de personeelskosten met € 7,0 mln. gestegen. De loonsom is met € 8 mln. gestegen en het inhuurbudget is € 1 mln. lager gepresenteerd. De loonsom is gestegen door indexatie en CAO ontwikkelingen (€ 3,3 mln.) en besluitvorming bij de kadernota over extra formatie (€ 4,7 mln.). De toename van de formatie wordt voor € 2,4 mln. gedekt door externe financieringsbronnen, zoals versnelling woningbouw (€ 1,2 mln.), functies omgevingswet (€ 0,35 mln.), Wet Open Overheid en BOA's (€ 0,15 mln.) en de Specifieke uitkering capaciteit voor klimaat (€ 0,7 mln.). De investering in de formatie vanuit de algemene middelen bedraagt € 2,3 mln. en is gedaan voor fundament op orde (€ 1,3 mln.), Openbare orde en veiligheid (€ 0,3 mln.), Strategische advisering IHP (€ 0,1 mln.), Kikkerfort, gebiedsvisies en functieonderhoud (€ 0,2 mln.) en sociaal domein (€ 0,4 mln.). Het inhuurbudget is € 1 mln. lager gepresenteerd in het overzicht, omdat het inhuurbudget uit 2023 betrekking heeft op inhuur buiten de loonsom en ook als zodanig wordt gepresenteerd (zie tabel indicatoren).
78
Toerekende personeelskosten
2023
2024
Programma 1
17.136
20.970
Programma 2
1.198
1.443
Programma 3
9.466
11.029
Programma 4
9.414
10.462
Programma 5
2.285
2.598
Totaal toegerekende personeelskosten
39.499
46.502
Loonsom organisatie
32.179
39.869
Loonsom overig
5.577
5.865
720
768
Verdeling naar kostensoort
Indirecte personeelskosten Inhuurbudget
1.023
Totaal personeelskosten per kostensoort
39.499
46.502
Verplichte indicatoren Rijk
P/E
Bron
R2022
B2023
B2024
Formatie per 1.000 inwoners
P
SV
6,2
6,2
6,8
Bezetting per 1.000 inwoners
P
SV
5,5
5,6
5,5
Apparaatskosten per inwoner
P
SV
337,00
324,53
386,63
Kosten externe inhuur als % van totale loonsom
P
SV
20,6%
<10%
<10%
Totale kosten inhuur externen (€ 1.000)
P
SV
6.833
1.024
1.489
Inkoop- en aanbesteding Stichtse Vecht zet verder in op de doorontwikkeling van de inkoopfunctie binnen de gehele gemeente om in het belang van de inwoners doel- en rechtmatig in te kopen en contracten optimaal uit te nutten. Het doel is het inkoopproces verbeteren om de rechtmatigheid te verbeteren. Het duurzaam verbeteren van de inkoopfunctie en het inkoopproces volledig rechtmatig krijgen is een traject van meerdere jaren (in control statement). Hierbij worden de gemeentelijke speerpunten meegenomen; het stimuleren van lokale economie, Social Return (SROI), duurzaamheid en circulariteit. Dit betekent dat we een bezetting creëren die toereikend is om de gemeentelijke ambities te realiseren en de achterstanden in te lopen. We zetten activiteiten in op het vergroten van de bewustwording binnen de gehele organisatie van het belang van kwalitatief hoogwaardige inkoop conform wet- en regelgeving. Qua organisatie richten we een decentrale contractbeheer en managementfunctie en decentrale inkoopplanning in met een regiefunctie voor het centrale inkoopteam. De samenwerking tussen verschillende rollen wordt geïntensiveerd. Belangrijke speerpunten: de samenstelling van de inkoopbezetting met medewerkers in dienst van de gemeente, het implementeren van de nieuwe inkoopwerkwijze en het opzetten van de inkooporganisatie.
Informatisering en Automatisering In 2023-2024 migreren en moderniseren we het eigen datacenter naar dat van onze beheerpartij Centric op basis van een pay-per-use model. Hiermee mitigeren we het risico voor de organisatie dat verouderde server-hardware en software waarvan de support stopt met zich meebrengt. In 2024 starten we ook de aanbesteding en implementatie van een nieuwe managed services provider om ons op langere termijn te ondersteunen bij beheer en doorontwikkeling van informatievoorziening en technologie (automatisering) van Stichtse Vecht. Vanwege de aanstaande migratie van het datacenter is er even pas op de plaats gemaakt als het gaat om de cloudstrategie. Bij aanbestedingen en implementaties wordt echter nog wel uitgegaan van ‘SaaS tenzij’. "SaaS" staat voor Software as a Service. Gebruik van de cloud minimaliseert het beheer van IT en maximaliseert de innovatiekracht van gemeente Stichtse Vecht. Applicaties die we zullen gaan afnemen als dienst (SaaS) zijn in 2024 onder andere een e-HRM oplossing. Ook worden in 2024 voorbereiding getroffen voor de aanbestedingen en implementaties van het financiële en het burgerzaken systeem.
79
Intern voeren we een verbetertraject uit om ons contractmanagement en change management. De doelstelling is een verhoogde rechtmatigheid. Op het gebied van data zetten we moderne programmatuur en technieken in voor het inwinnen, verwerken en analyseren van data, in aanvulling op het datawarehouse. Zo gaan we door met het inrichten van een ‘data fabriek’ waarmee ‘API verbindingen' conform Common Ground gerealiseerd worden. Common Ground is een informatiekundige visie waarmee gemeenten collectief de informatievoorziening eenvoudiger, flexibeler en slimmer gaan inrichten. We bieden steeds meer presentaties en dashboards aan de organisatie aan om zowel de grip op de actuele werkzaamheden te verbeteren als de beleidsontwikkeling te ondersteunen.
Informatiebeleid en –beheer In 2024 continueren we de implementatie van informatiebeheer beleid. Dit vindt doorlopend plaats door aansluiting op bestaande projecten voor het herijken van werkprocessen en/of systemen binnen de organisatie. Concreet betekent dit dat bij elke wijziging het proces volledig digitaal wordt ingericht, getoetst wordt aan actuele wetgeving en kwaliteitsnormen en keuzes en afspraken m.b.t. archivering vastgelegd worden. Voor 2024 staan onder andere de applicatie en processen van burgerzaken en financiën en de griffie informatie gepland. Resterende achterstanden in digitale vernietiging worden projectmatig opgepakt. In 2024 worden o.a. de meer complexe zaken vernietigd, zoals zaken met een procestermijn (bijv. de bewaartermijn van een vergunning gaat in op het moment dat de vergunning is verlopen). Hier is veel en zorgvuldig controlewerk voor nodig. Verder wordt dit jaar op basis van het kwaliteitssysteem informatiebeheer een eerste zelfevaluatie ingericht en uitgevoerd. Tevens wordt een project gestart om de eerste digitale archieven vanuit de gemeentelijke systemen over te brengen naar het e-depot (digitaal archief) van het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHCVV). De digitalisering van de bouwdossiers en overbrenging naar het RHCVV loopt nog enkele jaren door, naar verwachting tot en met 2029.
In 2024 vindt een Europese aanbesteding voor digitalisering van de dossiers plaats. In 2023 is het gemeentearchief van de voormalige gemeente Loenen 2000-2010 bewerkt en vervroegd overgebracht naar het RHCVV. In de komende jaren worden ook de archieven van de voormalige gemeenten Breukelen en Maarssen uit dezelfde periode bewerkt en overgebracht. Dit duurt tot uiterlijk 2030.