CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota Landbouw - Op weg naar een vitaal platteland in Stichtse Vecht (Toegankelijke webversie).pdf

Commissie Fysiek Domein 22 juni 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 5. 20:45: Perspectiefnota Landbouw.18.204 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5. Toekomstvisie agrariërs Kijkend naar de toekomst van de landbouw dan zijn enkele trends te onderscheiden: • business as usual, • verdergaande verduurzaming, • verbreding, en • functieverandering inclusief bedrijfsbeëindiging. Deze trends gelden voor de landbouw in het algemeen, maar zeker ook specifiek voor de melkveehouderij in de gemeente Stichtse Vecht. Elke trend wordt in het kort beschreven, met een beschrijving hoe de trend zich tot nu toe heeft ontwikkeld heeft. Daarna volgt een beschrijving van deze trend doorgetrokken naar de nabije toekomst en gerelateerd aan de maatschappelijke opgaven uit hoofdstuk 4. Daarna volgt per trend een beschrijving van hoe de betrokken melkveehouders in de gemeente tegen de betreffende trend aankijken. Het gehele hoofdstuk wordt afgesloten met een weging van het relatieve belang van de verschillende trends door de melkveehouders van Stichtse Vecht.

32

33

5. Toekomstvisie agrariërs 5.1 Trend 1: Business as usual

Kenschets en ontwikkeling tot nu toe Een eerste trend is dat de (gangbare) melkveehouderij op de bestaande weg voortgaat. Dit betekent een doortrekking van de ontwikkelingen gedurende de afgelopen decennia en zoals in hoofdstuk 2 beschreven. Voor melkveehouders (in gemeente Stichtse Vecht) betekent het dat ze over productierechten, zogenoemde fosfaatrechten, moeten beschikken. Daarnaast moeten ze uiteraard voldoen aan de regels voor de opslag, de aanwending en het gebruik van dierlijke mest en kunstmest. En naast de reguliere omgevingsvergunning, zullen de meeste agrarisch ondernemers moeten beschikken over een Natuurbeschermingswet (Wnb) vergunning. Bedrijven die de afgelopen jaren zijn uitgebreid zullen ook over voldoende gronden moeten beschikken om te kunnen voldoen aan de criteria die het Rijk en de provincie stellen met betrekking tot grondgebondenheid29. Daarbij zijn de criteria van de provincie, maximaal circa twee melkkoeien per hectare, strenger dan die van het Rijk. Veel melkveehouders hebben de afgelopen jaren behoorlijk geïnvesteerd in hun bedrijven waardoor hun bedrijven ‘bij de tijd zijn’, voldoen aan de vigerende regels van Rijk, provincie en gemeente en er is geïnvesteerd in nieuwe technieken zoals automatische melksystemen (melkrobots) en emissiearme stallen.

Er zijn geen directe belemmeringen voor melkveehouders in Stichtse Vecht om met hun huidige bedrijf en bedrijfsvoering door te gaan. Ook uitbreiding van het bedrijf behoorde tot nu toe tot de mogelijkheden, omdat gronden (in de buurt of elders in Nederland) en productierechten in voldoende mate konden worden overgenomen van stoppende melkveehouders. Voor de benodigde stikstofruimte kon tot voor kort een beroep worden gedaan op ontwikkelingsruimte beschikbaar gesteld door het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Met de vernietiging van het PAS door de Raad van State en de daaruit voortkomende wet Stikstofreductie en natuurverbetering30, is de toekomst ten aanzien van de beschikbare stikstofruimte onzeker. Veel melkveehouders hebben evenwel nog niet benutte ruimte in hun Wnb-vergunning, waardoor enige uitbreiding op die bedrijven nog mogelijk is. 34

Blik op de toekomst Verdere uitbreiding van de bedrijven, buiten de verleende Natuurbeschermingswet-vergunning, is momenteel moeilijk. Dit komt doordat provincies, en dus ook provincie Utrecht, vanwege onduidelijkheden ten aanzien van de stikstofproblematiek moeilijk Wnb-vergunningen kan verlenen. Een uitbreidende melkveehouder zal door emissiebeperkende stalmaatregelen op zijn eigen bedrijf stikstofruimte moeten creëren (intern salderen) of stikstofruimte van een stoppende collega moeten overnemen (extern salderen). Bij dit laatste wordt een deel (30%) van de aangekochte stikstofruimte afgeroomd. Als extern salderen mogelijk is voor alle bedrijven met een Wnbvergunning, dan kunnen ook niet agrarische (industriële) bedrijven stikstofruimte van stoppende agrarische bedrijven opkopen. Doordat de rendementen in andere sectoren vaak veel hoger zijn dan in de (grondgebonden) melkveehouderij, is het de verwachting dat melkveehouders de concurrentie met industriële bedrijven gaan verliezen. Een andere, mogelijk belemmerende, factor is dat recentelijk steeds meer vragen worden geplaatst bij de effectiviteit van emissiearme stalvloeren en zelfs een rechter zich daarover al heeft uitgesproken31. Als die uitspraak stand houdt dan kunnen (melk-) veehouders bij uitbreiding van het aantal dieren geen beroep meer doen op emissiearme stalsystemen.

En dan is ook het intern salderen nauwelijks meer mogelijk. Een ander probleem dat in de toekomst kan spelen, zijn effecten van bodemdaling ten gevolge van veenoxidatie en inklinking van de bodem. Op kleine schaal zijn deze effecten duidelijk merkbaar, bijvoorbeeld in het westelijk veenweidegebied in en rond de kern Kockengen 32 . Hier komt het einde van de huidige praktijk van het droogmalen van de polder in zicht33. In dit licht wordt al langer gesproken over een andere manier van landbouw bedrijven in het veenweidegebied. Die signalen klinken zowel in Den Haag als in provinciehuizen en bij waterschappen en komen in grote lijnen neer op «functie volgt peil» in plaats van «peil volgt functie». Dit betekent dat niet de huidige functie (landbouw), maar een breder maatschappelijk gewenst waterpeil (bezien vanuit met name bodemdaling en broeikasgase-

missies), leidend zou worden. Dat kan grote consequenties hebben voor de landbouw. Maar in het westelijk weidegebied van gemeente Stichtse Vecht zijn, ten opzichte van elders in Nederland, de gronden al relatief nat én zijn (vrijwel) alle gronden in gebruik als grasland. Verdergaande vernatting van deze gronden met behulp van waterinfiltratie is mogelijk en effectief, blijkt uit onderzoek. Enkele bedrijven in het westelijk deel van de gemeente hebben de afgelopen jaren ervaring opgedaan met waterinfiltratie in hun graslanden. Deze vernatting heeft effect op de gebruiksmogelijkheden van het grasland in het voor- en najaar. De effecten van waterinfiltratie op de veenoxidatie, broeikasgasemissies en bodemdaling zullen pas op langere termijn blijken. Ondanks de onzekerheid met betrekking tot de effectiviteit op de langere termijn, wordt de techniek in 2021/2022 -met steun van overheden- op grotere schaal in het westelijk weidegebied van de gemeente toegepast. Hiertoe wordt het programma Veenweiden Infiltratie Systeem (VIS) uitgevoerd.

bedrijven of zonnevelden. Deze laatste drie functies hebben een veel hoger rendement dan de melkveehouderij, waardoor het niet vanzelfsprekend is dat ‘blijvers’ over de vrijkomende gronden kunnen gaan beschikken.

Perspectief van de melkveehouders Melkveehouders in de gemeente zijn positief over de mogelijkheid om een gangbare bedrijfsvoering voort te zetten. Een sterke schaalvergroting verwachten zij niet binnen de gemeente. Voor zeer grote melkveebedrijven zijn de logistieke omstandigheden in gemeente Stichtse Vecht niet optimaal. De melkveehouders stellen dat ook de gangbare bedrijfsvoering steeds duurzamer wordt door wet- en regelgeving en doordat melkafnemers (zuivelverwerkers) steeds hogere eisen stellen. Daarbij zijn veel melkveebedrijven in gemeente Stichtse Vecht behoorlijk extensief en hebben melkveehouders de verwachting dat er voldoende gronden beschikbaar komen van de stoppers. Niet onbelangrijk voor het toekomstperspectief is de ontVooralsnog lijken overheden (rijk, provincie en waterschappen) niet wikkeling van de melkprijs. Een structureel lage prijs zet het verdienvan plan om sturende instrumenten gericht op minder veenoxida- model sterk onder druk. tie, broeikasgasemissie en bodemdaling in te zetten. Wel beschrijft het rijk in de landbouwvisie ‘Waardevol en Verbonden’34 uit 2018 dat Ondanks het overwegend positieve toekomstbeeld voor de ganghet huidige landbouwsysteem onhoudbaar is.

Die zorgen gelden bare landbouw noemen melkveehouders ook knelpunten: veel breder dan enkel de melkveehouderij in het veengebied en zijn door de huidige stikstofcrisis alleen maar dwingender geworden. Veenweide Een deel van de bedrijven beschikt over veenweideMogelijk dat een nieuwe regering, in combinatie met de aanstaande gronden. Zij herkennen problemen rondom bodemdaling en een herziening van het Europees landbouwbeleid, hervormingen aan eventuele verminderde drooglegging in de toekomst. Vanwege die het Nederlandse landbouwsysteem zal willen doorvoeren. bodemdaling willen veel melkveehouders waterinfiltratie doorvoeren. Die techniek van vernatting past het beste in een gangbare Een trend die zeer waarschijnlijk doorzet is de afname van het aantal bedrijfsvoering. Investeren in deze techniek is een lange termijn bedrijven. De ‘blijvers’ zouden dan de gronden van de ‘stoppers’ investering. En doordat de provincie voor waterinfiltratie een aankunnen overnemen. Een blijver kan zijn bedrijf extensiveren door zienlijke subsidie beschikbaar stelt, mogen melkveehouders ervan gronden over te nemen zonder het aantal melkkoeien uit te breiden. uitgaan dat hun gronden daarmee voor langere tijd bruikbaar blijven Het bedrijf wordt daarmee volledig grondgebonden (alle mest mag als landbouwgrond.

Natte teelten worden niet als oplossing gezien, op de eigen gronden worden gebruikt) en/of ontstaat er ruimte voor omdat er grote onzekerheden zijn over de teelttechnieken, de genatuur waardoor het bedrijf natuurinclusief kan worden gemaakt. wasopbrengsten, de economische rendementen én de effecten op Een kanttekening bij deze ontwikkeling is dat de gronden van stop- emissies van broeikasgassen en bodemdaling. pers ook daadwerkelijk beschikbaar moeten komen en niet worden gebruikt voor andere ruimtelijke functies zoals natuur, woningen, 35

Gronddruk Er is een grote druk op de grond in grote delen van de gemeente. Zo is er niet alleen grond nodig voor bedrijfsuitbreiding maar ook als bedrijven willen extensiveren of een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering willen realiseren. Daarnaast zijn gronden nodig voor woningen, bedrijven en infrastructuur, voor natuur en recreatie en voor de energietransitie. Daarbij ervaren melkveehouders de aanleg van zonnevelden, vanwege de benodigde oppervlakte landbouwgrond, als zeer bedreigend. De beschikbaarheid en zekerheid van structureel voldoende grond is een voorwaarde voor goede, robuuste en duurzame melkveebedrijven. Dat is belangrijk als grote investeringen in waterinfiltratie of een emissiearme stal nodig zijn. Om er zeker van te zijn dat gronden beschikbaar blijven voor agrariërs, is het belangrijk om de mogelijkheden en ruimte voor andere functies scherp in te kaderen. Ook is het denkbaar dat in de nabije toekomst de financiering en daarmee beschikbaarstelling van extra gronden voor de landbouw op andere wijze, bijvoorbeeld via een grondgebiedsfonds, vorm te geven. Bouwblok Veel melkveehouders voelen zich beperkt in het verduurzamen, extensiveren en of verbreden van hun bedrijf vanwege de grootte van hun bouwblok. Gemeente en provincie hebben de bouwblokken strak ingekaderd om een sterke uitbreiding van bedrijven te voorkomen.

Die zorg was begrijpelijk ten tijde van het vervallen van het melkquotum, maar is nu volledig ongegrond. Nieuwe regelgeving, met name ten aanzien van grondgebondenheid en productierechten (fosfaatrechten), beperken de groei van melkveebedrijven al zeer sterk. De huidige bouwblokken zijn relatief klein; gemiddeld nog geen hectare, ondanks dat er enkele uitschieters naar boven zijn. Daarbij zijn veel bouwblokken niet optimaal en volledig te benutten door de beschermde status van monumentale boerderijen. Om een duurzame bedrijfsvoering te kunnen realiseren is op veel bedrijven een ruimer bouwblok nodig voor onder andere voer- en mestopslag, ruimere stallen, erfverharding en landschappelijke inpassing. De grootte van het bouwblok is maatwerk volgens de melkveehouders. Als de gemeente meer bereidheid toont om de grootte van het bouwblok aan te passen aan de situatie op het bedrijf en de ambities van de ondernemer, biedt dit perspectief voor een biologische bedrijfsvoering, 36

aanvullende maatregelen ter verduurzaming of verbreding naar andere functies. Regelgeving Alle regels en beperkingen die verschillende overheden op agrarische bedrijven stapelen worden in totaliteit ook als een belangrijk knelpunt gezien. Het is volgens de betrokken melkveehouders, gezien de reductiedoelstellingen die recent zijn vastgelegd in de wet Stikstofreductie en natuurverbetering en de aanwezigheid van de stikstofgevoelige natuur (Oostelijke Vechtplassen), niet waarschijnlijk dat de overheid stikstofruimte gaat uitgeven. En ook op andere terreinen lijkt de overheid eerder met meer dan met minder regels te komen.

5.2 Trend 2: Duurzamer en natuurinclusiever

Kenschets en ontwikkeling tot nu toe Een duidelijk zichtbare trend, aanvullend op business as usual is de transitie naar een duurzame en/of natuurinclusieve melkveehouderij die minder belastend is voor haar omgeving. Deze trend haakt aan bij het streven naar kringlooplandbouw. Hierbij worden melkveebedrijven extensiever en meer grondgebonden. Zo’n bedrijfsvoering betekent: • minder koeien, melk- en/of mestproductie per hectare, • ander grasland; natter en met gevarieerdere samenstelling (bijv. kruiden), • aanleg en herstel van landschapselementen, natuurvriendelijke oevers, ‘plas-dras’ percelen, • sluiten van kringlopen en verminderen van emissies. Veel ondernemers met een gangbaar bedrijf zetten stappen richting een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering. Maar ze zijn terughoudend omdat zo’n bedrijfsvoering slecht is in te passen in hun verdienmodel. Er zijn relatief beperkte vergoedingen via de melkprijs of vanuit het agrarisch natuurbeheer. Daarbij moet een natuurinclusieve bedrijfsvoering ook bij de betreffende ondernemer passen. Het zou kunnen helpen als alle partijen waar agrarisch ondernemers mee te maken hebben gelijkluidende signalen afgeven, inclusief bijbehorende financiering. Dus zolang een overheid ten aanzien van het waterpeil het principe «peil volgt functie» hanteert, zal het vraagstuk van veenoxidatie met daaruit voortkomende bodemdaling weinig

Foto van het buitengebied 37

effectief kunnen worden opgepakt. Tevens voelen melkveehouders zich dan gesteund in een bedrijfsvoering gericht op maximale opbrengsten. Maar als overheden dit principe verlaten en «functie volgt peil» hanteren met daarbij passende vergoeding of compensatie en verdienmodel, dan kan een omschakeling naar nattere veenweiden, met minder bodemdaling, en een extensievere, natuurinclusievere bedrijfsvoering snel worden gerealiseerd.

financiers en vanuit het collectief Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Er zijn vergoedingen voor ecosysteemdiensten in ontwikkeling zoals in het Friese project “Valuta voor Veen”. Dat project richt zich op het geven van een vergoeding voor het beperken van CO2-uitstoot. Ook zijn er projecten als Veen, Voer en Verder en experimenten met waterinfiltratie, en wordt er geëxperimenteerd met natte teelten, zoals lisdodden. Dit wordt onder andere georganiseerd door onder andere het Veenweide Innovatie Centrum (VIC). Provincie Utrecht Op dit moment lijkt alleen de omschakeling naar een biologische ondersteunt deze laatste innovatieve projecten. bedrijfsvoering een volwaardig en passend alternatief binnen deze trend. Dan is de bedrijfsvoering extensiever, sterk grondgebonden Tal van partijen willen melkveehouders en andere agrarisch onderen biedt ruimte voor meer natuur en landschapselementen. Een nemers stimuleren om om te schakelen naar een meer duurzame natuurinclusieve bedrijfsvoering is dan ook goed mogelijk op bio- natuurinclusieve bedrijfsvoering. Zuivelbedrijven hebben specilogische melkveebedrijven. Maar voor deze omschakeling moeten fieke kwaliteitssystemen ontwikkeld, overheden stimuleren agrabedrijven over aanzienlijk meer gronden kunnen beschikken.

Mede riërs gebruik te maken van instrumenten om biodiversiteit op de vanwege de schaarste aan gronden is het aantal biologische bedrij- bedrijven in beeld te brengen, banken willen een rentekorting geven binnen gemeente Stichtse Vecht echter beperkt (6 van de 171, ven aan bedrijven met een duurzame, natuurinclusieve bedrijfsvoecijfer uit 201635). ring, keurmerken zijn ontwikkeld die verwerkers en retailers kunnen gebruiken om een duurzamere bedrijfsvoering te verwaarden in een hogere prijs, en bij de herziening van het Gemeenschappelijk Blik op de toekomst Sinds enkele jaren is er meer aandacht voor deze trend en dan met Landbouwbeleid wordt gepoogd om hogere vergoedingen te bieden name als alternatief voor het gangbare landbouwsysteem. Deze aan duurzamere bedrijven met meer natuur en landschap36. De wil trend komt onder andere naar voren in de visie van ministerie LNV om een duurzame, natuurinclusieve bedrijfsvoering te stimuleren “Waardevol en verbonden”. Daarin pleit de overheid voor een om- en waarderen is daarmee breed aanwezig. De nabije toekomst zal schakeling naar kringlooplandbouw. Voor melkveehouders betekent leren of het daadwerkelijk mogelijk is om vergoedingen van verschildit onder andere het sluiten van de mineralenkringloop, betrekken lende partijen ‘te stapelen’ tot een stabiel en robuust verdienmodel van veevoer uit de omgeving en ruimte bieden aan weidegang.

Ook voor deze bedrijven. de landbouwvisie van de provincie Utrecht gaat uit van dit principe van kringlooplandbouw. De uitdaging voor de Utrechtse melkvee- Perspectief van de melkveehouders houders ligt volgens de provincie vooral in het nog beter sluiten Melkveehouders in gemeente Stichtse Vecht geven aan dat zij al bevan de mineralenkringloop zodat negatieve effecten op het milieu hoorlijk extensief en grondgebonden zijn. Velen erkennen en herkennen de trend van verdere verduurzaming en zijn daar op hun verminderen. bedrijven ook mee bezig. Maar buiten omschakeling naar biologiVanuit de visie “Waardevol en verbonden” werken partijen aan een sche landbouw, zien zij op dit moment geen sluitend verdienmodel alternatief voor gangbare bedrijfsvoering met bijbehorend verdien- dat volledig natuurinclusief werken mogelijk maakt. Binnen de huimodel. Daarbij is het de bedoeling om boeren te betalen voor de dige bedrijfsvoering kan nog extensiever werken, bijvoorbeeld naar maatschappelijke- en ecosysteemdiensten die zij leveren. Deze sig- 1,5 koe per ha, niet uit. Wil deze trend verder kunnen doorzetten nalen komen van verschillende kanten waaronder de zuivelindustrie, dan is het belangrijk dat er een aanvullende geldstroom beschikbaar 38

komt om de extra stappen, zoals de niet rendabele extensivering, te bekostigen. Momenteel is er alleen een vergoeding voor agrarisch natuurbeheer. Die vergoeding is in principe kostendekkend, maar daarmee geen aanvulling op het inkomen. Bovendien kunnen niet alle agrariërs in de gemeente een vergoeding voor agrarisch natuurbeheer aanvragen. Weidevogelbeheer bijvoorbeeld, is goed inpasbaar in het bedrijf en in het oostelijk en westelijk deel van de gemeente is er een vergoeding voor. Maar in het noordelijk deel van de gemeente, in de Hoeker- en Garstenpolder niet. Als meer melkveehouders gebruik kunnen maken van een vergoeding voor agrarisch natuurbeheer, zou de interesse in bijvoorbeeld weidevogelbeheer kunnen toenemen. En door een verruiming van de vergoedingen kan agrarisch natuur- en landschapsbeheer wezenlijk bijdragen aan het verdienmodel van agrarische bedrijven. Een andere beperking voor extensivering en een natuurinclusieve bedrijfsvoering is de beschikbaarheid van grond. Melkveehouders verwachten dat er grond beschikbaar komt, maar zien ook stevige concurrentie binnen de gemeente door andere functies en dan met name de zonnevelden. Ze zien wel een groeiende mogelijkheid om samen te werken met natuurorganisaties. Als van bijvoorbeeld Natuurmonumenten gronden kunnen worden gepacht die zeer extensief natuurvriendelijk mogen worden gebruikt, dan zien zij daarin kansen.

Maar de beperking van het bouwblok is ook van invloed op verdere extensivering van bedrijven. Bij een extensievere bedrijfsvoering is meer ruimte op het bouwblok nodig, bijvoorbeeld voor de opslag van vaste mest of compost, dan wel voor een stal met ingestrooide ligruimte. Maar juist op een iets ruimer bouwblok kunnen die opslagen en stal landschappelijk goed worden ingepast.

5.3

Trend 3: Verbreding van activiteiten

Kenschets en ontwikkeling tot nu toe Een derde zeer duidelijk zichtbare trend binnen de melkveehouderij is verbreding. Verbreding betreft het aangaan van commerciële nevenactiviteiten als integraal onderdeel van het verdienmodel van de gehele onderneming. Te denken valt aan het parttime betaald werken buiten het bedrijf of het verwerken van melk tot kaas, zure zuivel en of ijs. Maar ook aan een boerderijwinkel met streekproducten, verhuur van ruimtes, evenementenorganisatie, duurzame energieproductie via zonnepanelen op staldaken, ‘boerderijmolen’ of biogasinstallatie, (kleinschalige) zorg en kinderopvang. Belangrijk kenmerk bij verbreding is continuering van een grondgebonden bedrijf en behoud van de agrarische functie.

Verbreding van de landbouw vindt reeds langere tijd plaats. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat het aantal agrarische bedrijven dat op deze manier het inkomen aanvult, met name de laatste jaren sterk gestegen is. In 2020 signaleert CBS zelfs een toename van 60% ten opzichte van 2016. Inmiddels heeft een ruime 40% van de boeren aanvullend inkomen uit verbrede landbouw. Overigens dient hierbij aangetekend dat CBS ook agrarisch natuur- en landschapsbeheer als verbrede landbouw beschouwd en dat deze categorie ruim een derde van de verbreding omvat. Dit betekent dat ongeveer een kwart van de Utrechtse boeren een deel van het inkomen haalt uit andere vormen van verbrede landbouw. Grootste stijgers van de afgelopen jaren in provincie Utrecht, zijn bedrijven die zich toeleggen op de productie van duurzame energie voor derden. Dit is toegenomen van 12 bedrijven in 2010 naar 129 in 2020 (ruim vertienvoudiging). Ook bedrijven die rechtstreeks vanuit Grootschalige omschakeling naar biologische landbouw zien de huis aan consumenten producten verkopen of die direct leveren aan melkveehouders niet van de grond komen. Momenteel is er onvol- horeca en detailhandel zijn sterk toegenomen van circa 70 in 2010 doende ruimte in de markt bij zuivelbedrijven als FrieslandCampina naar 230 in 2020 (ruim verdrievoudiging).

Andere activiteiten waar Utrechtse boeren actief in zijn, zijn stalling van goederen of dieren, om te kunnen omschakelen. agrotoerisme, zorg, kinderopvang, educatie, verwerking van landbouwproducten of loonwerk voor derden. Van de bedrijven die aan verbrede landbouw doen, haalt ongeveer 17% meer dan de helft van het inkomen uit dergelijke activiteiten. Dit zijn gemiddeld kleinere bedrijven37. In hoeverre deze verbreding ook binnen de gemeente 39

Stichtse Vecht plaatsvindt valt niet op te maken uit de cijfers van het CBS. Maar er zijn in de gemeente veel voorbeelden van verbrede landbouw te vinden. Blik op de toekomst Uitgaande van de trend van de afgelopen jaren mag worden verwacht dat verbreding in de landbouw zich zal doorzetten, ook in gemeente Stichtse Vecht. Het beleid van de provincie, zoals verwoord in de ontwerpOmgevingsvisie en naar verwachting ook in het recreatiebeleid dat wordt geactualiseerd, kan daarvoor een stimulans zijn. Verbreding van de landbouw wordt door provincie Utrecht gestimuleerd onder andere vanuit de behoefte om de relatie tussen stad en platteland te versterken. Zowel met beleid (o.a. ontwerp-Omgevingsvisie) als middelen (o.a. uit het LEADER-programma) ondersteunt de provincie deze ontwikkeling. Agrarisch ondernemers willen verbreden door kleinschalige opwekking van duurzame energie met behulp van zonnepanelen op staldaken of een boerderijmolen nabij de bedrijfsgebouwen. Maar op dit moment staat het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied west’ boerderijmolens niet toe en schiet het elektriciteitsnetwerk in veel gevallen tekort om op veel bedrijven zonnepanelen op staldaken te kunnen realiseren. Aanzienlijke investeringen in het elektriciteitsnetwerk door Stedin zijn noodzakelijk om de productie van duurzame energie mogelijk te maken.

De sterke focus van gemeente Stichtse Vecht op zonne-energie heeft consequenties voor Foto van een kaasboerderij 40

de benutting van het elektriciteitsnetwerk. Energieproductie via zonnepanelen leidt tot een veel zwaardere piekbelasting van het elektriciteitsnetwerk (met name tijdens zonnige dagen in de voorjaar en zomer) waardoor veel grotere en kostbaardere aanpassingen van het netwerk noodzakelijk zijn. De synergie van energieproductie via zon en wind gezamenlijk wordt zo niet benut. Juist daarom wensen agrariërs meer ruimte binnen de bestemmingsplannen voor ‘boerderijmolens’ (kleine windmolens tot circa 20 meter ashoogte). Perspectief van de melkveehouders Melkveehouders in Stichtse Vecht zien duidelijk kansen in een verdere verbreding van hun bedrijven. Verschillende agrariërs geven aan dat zij zelf al stappen hebben gezet. Ze stellen dat er zeker een markt is in bijvoorbeeld recreatie en zorg en dat dit waarschijnlijk ook toe zal nemen. Verbreding wordt vrij algemeen gezien als een manier om het bedrijf te versterken zonder daarbij extra vee te hoeven nemen. Melkveehouders geven aan dat zij vrijkomende bedrijfsgebouwen willen benutten voor verbreding. Tevens geven zij aan dat in veel gevallen verbreding moeilijk is in te passen in bestaande gebouwen en het huidige bouwblok. Het beschikbare bouwblok voor agrarische bedrijven in gemeente Stichtse Vecht is (vrijwel) overal 1 ha of kleiner.

Binnen dat bouwblok moet naast (historische bedrijfsgebouwen en) de in gebruik zijnde bedrijfsgebouwen ook ruimte worden gevonden voor landschappelijke inpassing. Ruimte om de bebouwing voor de verbredingsactiviteiten op passende afstand te plaatsen van de agrarische bedrijfsgebouwen, is er dan zelden. Dit vormt een bottle-neck voor veel vormen van verbreding.

graag hun gronden die op afstand liggen ruilen met gronden van derden die dichter bij de eigen bedrijfsgebouwen liggen. Stimulering en ondersteuning van kavelruil door provincie (en gemeente) kan daarbij helpen. Melkveehouders ervaren twee beperkingen ten aanzien van verbreding. Ten eerste hebben overheden beperkte investeringsruimte ter financiering van de benodigde maatschappelijke voorzieningen. Zo heeft de provincie weinig geld beschikbaar ter versterking van de recreatieve infrastructuur en zijn subsidies voor onder andere de aanleg van wandelpaden afgebouwd. Ten tweede beperken huidige bestemmingsplannen, zowel qua mogelijke functies als benodigd bouwblok, de kansen voor verbreding. Daardoor ervaren veel melkveehouders en andere agrarisch ondernemers het verbreden van hun bedrijf als een grote uitdaging en missen een meedenkende en meewerkende opstelling van de gemeentelijke organisatie ten aanzien van verbreding.

Melkveehouders kunnen en willen een grote rol spelen bij het opwekken van duurzame energie via het plaatsen van zonnepanelen op staldaken en via kleine windturbines, zogenaamde boerderijmolens. Boerenorganisatie LTO heeft becijferd dat agrarische bedrijven in gemeente Stichtse Vecht nu al bijna 7.000 MWh duurzame energie produceren. Daarnaast hebben deze bedrijven een potentie voor nog eens bijna 20.000 MWh per jaar met behulp van zonnepanelen op staldaken en ruim 4.000 MWh per jaar via boerderijmolens. Ten aanzien van de mogelijkheden voor duurzame energieproductie op de boerderij zien melkveehouders in Stichtse Vecht beperkingen. Verbreding is niet voor iedere agrariër weggelegd, er zijn ook melk- Ten eerste zijn slechts in een deel van de gemeente boerderijmolens veehouders die geen brood zien in nevenactiviteiten. Diversiteit in toegestaan38. Daarbij wensen agrarisch ondernemers een ashoogte bedrijven en in verbreding wordt door de melkveehouders ook be- tot 20 - 22 meter voor boerderijmolens. langrijk gevonden. Het aanbieden van bijvoorbeeld lokale verkoop, boerenlandwandelingen of campings, brengt meer drukte met zich mee. Zeker met kijk op de infrastructuur, die nu al sterk belast wordt. Wegen in het buitengebied van de Stichtse Vecht zijn over het algemeen smal en niet altijd even toegankelijk.

Daarnaast worden ze veel gebruikt voor recreatie (auto’s, motoren, fietsers en wandelaars). Om de druk op infrastructuur te verlichten, willen melkveehouders 41

5.4 Trend 4: Omvorming naar andere functies

Perspectief van de melkveehouders De melkveehouders voelen een grote druk op de vrijgekomen grond en zijn binnen de gemeente vooral beducht voor de komst van zonnevelden. Voor die ontwikkeling bestaat geen collectief draagvlak. Maar projectontwikkelaars zijn bereid vergoedingen te betalen die veel hoger liggen dan het agrarisch rendement, tot wel 10 keer zo hoog. Daardoor is de verleiding voor eigenaren om gronden beschikbaar te stellen voor zonnevelden groot. Nadeel van deze ontwikkeling is dat niet alleen de oppervlakte grond die kan worden gebruikt voor zonnevelden in prijs stijgt, maar alle gronden in prijs stijgen. Enerzijds omdat deze grondeigenaar bereid is om met zijn opbrengst andere, vervangende gronden (binnen of buiten de gemeente) tegen een hoge prijs te kopen. En anderzijds omdat deze ontwikkeling een schaduwwerking oplevert naar het gehele gebied waar in potentie nu of in de toekomst mogelijk zonnepanelen kunnen worden geplaatst.

Kenschets en ontwikkeling tot nu toe Een laatste trend waar melkveehouders in Stichtse Vecht mee te maken krijgen is dat landbouwgrond een andere functie krijgt, ofwel onder de huidige eigenaar, ofwel door verkoop aan derden, die vervolgens voor de functieverandering zorgen. Voorbeelden van een dergelijke functieverandering: • ontwikkeling van nieuwe natuur of van ecologische verbindingen, • aanleg van recreatiegebied of recreatieve verbindingen, • woningbouw en de aanleg van bedrijventerreinen, of • realisatie van grootschalige zonnevelden. Sinds mensenheugenis stoppen agrarische bedrijven zonder opvolger en worden gronden aan de landbouw onttrokken voor woningbouw, bedrijventerreinen en (spoor)wegen. En de laatste decennia is daar ook de onttrekking ten behoeve van natuur bijgekomen. Dit proces voltrekt zich ook in Stichtse Vecht. Daardoor is in de afgelopen 20 jaar het aantal bedrijven bijna gehalveerd en het areaal grond met 10% afgenomen39.

Bovendien maken melkveehouders zich zorgen over de gehele landbouwstructuur als gevolg van het plaatsen van zonnevelden en Blik op de toekomst vinden ze dat er goede alternatieven voor de productie van duurDe druk op de ruimte in de regio Utrecht is groot en dit gaat gepaard zame energie zijn die geen waardevolle landbouwgrond kosten, bijmet ruimteclaims die ook de landbouw in gemeente Stichtse Vecht voorbeeld zonnepanelen op daken of kleine en grote windmolens. raken. Niet alle ruimteclaims zijn hard en concreet. Maar op basis Naast de ruimteclaim doen zonnevelden afbreuk aan het landschap van de verschillende opgaves (zie hoofdstuk 4) is een inschatting te en zijn zij nadelig voor biodiversiteit waaronder de weidevogels. De maken tot 2030: agrarisch ondernemers geven aan dat de weerstand breed wordt ge• ontwikkelen nieuwe natuur in Groene Contour: facultatief deeld binnen de eigen sector, ook binnen het zoekgebied dat door • ontwikkelen ecologische verbindingen: nnb ha de gemeente is aangewezen. Vooralsnog is er maar één mogelijke • aanleg van recreatiegebied of recreatieve verbindingen: 35 ha locatie bekend (van circa 10 ha) voor plaatsing van zonnepanelen. • aanleg van bedrijventerreinen: max. 12 ha Realisatie van zonnevelden zal idealiter op locaties plaatsvinden die • woningbouw: ca. 10 ha ongeschikt zijn voor de landbouw, bijvoorbeeld langs snelwegen.

• realisatie van grootschalige zonnevelden40:

opp. t.b.v. 0,1 TWh

Dit betekent dat agrarisch ondernemers in de gemeente ten behoeve van de verschillende functies tot 2030 worden geconfronteerd met een onttrekking van circa 150 ha op een totaal huidig areaal van ruim 5.600 ha landbouwgrond.

42

De melkveehouders in Stichtse Vecht willen in plaats van zonnevelden liever collectief enkele grote windturbines plaatsen. Door dit collectief op te pakken kan het ook bijdragen aan het verdienmodel van veel bedrijven. Qua plaatsing denken melkveehouders aan het uiterste noorden van de gemeente. Aan de Noord-Hollandse kant van de gemeentegrens worden enkele grote windturbines geplaatst. Daardoor is een combinatie met plaatsing van enkele windturbines

Foto van opslag verhuur bord

aan de Utrechtse kant landschappelijk passend. Ook kan ruimte- agrarisch bedrijf. lijk worden aangesloten bij de mogelijkheden die buurgemeente De De locaties van agrarische bedrijven die stoppen (VAB’s) kunnen Ronde Venen wil creëren voor de productie van duurzame energie. volgens de melkveehouders heel geschikt zijn om te benutten voor tal van maatschappelijke functies. Gezien alle maatschappelijke opNaast landbouw en de productie van duurzame energie, gaat ook gaven van gemeente Stichtse Vecht zou het daarom volgens hen een deel van de vrijgekomen grond naar wonen, werken, natuur goed zijn als de gemeente VAB-beleid ontwikkeld. Daarmee kan naen recreatie. Wat opvalt is dat deze ruimteclaims door de melkvee- drukkelijk richting worden gegeven in het invullen van maatschaphouders nauwelijks ter sprake komen, wellicht omdat deze claims pelijke opgaven. Eventueel kan daarbij ook kavelruil nog worden bekleiner zijn en of nog niet concreet. Het bouwen van woningen op nut waardoor de hoeveelheid landbouwverkeer sterk kan afnemen. VAB-locaties wordt als passend ervaren, aangezien er woningtekorten zijn. Daarbij is het wel belangrijk dat de nieuwe woningen en de Melkveehouders geven aan dat zij met andere inwoners willen naomliggende agrarische bedrijven elkaar geen overlast (kunnen) be- denken over de invulling van het buitengebied. Zij doen de suggeszorgen.

De suggestie wordt gedaan om hierin maatwerk te leveren. tie om, vergelijkbaar met dorps- en wijkraden, plattelandsraden in Dit komt erop neer dat indien mogelijk ter plaatse burgerwoningen het leven te roepen. Door gezamenlijk te spreken over de toekomst terug mogen worden gebouwd en als dat niet mogelijk is die burger- van het gebied ontstaat er begrip voor elkaars positie en belangen. woningen geclusterd nabij een van de kernen mogen worden terug- Dat kan bijdragen aan breed gedragen voorstellen die een passende gebouwd. Belangrijk aandachtspunt bij het ter plaatse terugbouwen bijdrage leveren aan de invulling van het platteland. is de mogelijke hinder (bijv. geur) die veehouderijbedrijven kunnen veroorzaken voor de nieuwe bewoners en andersom nieuwe bewoners die gaan procederen tegen toekomstige ontwikkelingen van het 43

5.5 Perspectief melkveehouders op trends

Perspectieven melkveehouders samengevat De betrokken melkveehouders is gevraagd om per trend te beoordelen hoe kansrijk die trend is. Daarop mochten zij hun verwachtingen voor de beschreven trends verdelen. Het gemiddelde resultaat van de betrokken melkveehouders staat in figuur 1. Dat resultaat is het gemiddelde van de reacties op de vraag: “Voor de toekomst van de landbouw onderscheiden we de onderstaande trends. Geef aan (in procenten) welke van deze trends voor Stichtse Vecht het belangrijkst zijn.”. Hoeveel agrarische bedrijven in de gemeente zich concreet conform de verschillende trends gaan ontwikkelen is niet bekend. Wel geeft deze figuur aan hoe waarschijnlijk het is -naar de mening van de betrokken melkveehouders- dat de verschillende trends realiteit worden.

Figuur 1. De verwachting van agrariërs in de Stichtse Vecht over de invulling van de trends in het gebied.

Het is opvallend dat melkveehouders verwachten dat business as usual (gangbare landbouw) voor ruim een derde van de bedrijven het reële toekomstperspectief is. Met daarnaast voor ruim een kwart van de bedrijven verdere verduurzaming inclusief meer natuur. De melkveehouders geven aan dat deze twee trends in elkaars verlengde liggen. Als deze twee dan worden samengenomen zou circa twee derde voortgaan op de weg die bedrijven de afgelopen decennia hebben gevolgd. Aan de betrokken melkveehouders is ook gevraagd om hun toekomstperspectieven te benoemen voor de verschillende deelgebieden. Daarvoor is hen gevraagd om per deelgebied maximaal drie van de oorspronkelijk vijf trends aan te kruisen. (De vierde trend omvatte in de enquête enerzijds bedrijf veranderen naar andere functies en anderzijds bedrijfsverplaatsing of -beëindiging.) Het resultaat van de antwoorden op deze vraag staat in onderstaande figuur.

Figuur 2. De opvatting van agrariërs in de Stichtse Vecht over de trends in de deelgebieden.

Verschillende melkveehouders geven aan dat wat hen betreft de in44

deling naar vier deelgebieden weinig relevant is. In alle vier de deelgebieden dienen de verschillende ontwikkelingen mogelijk te zijn. Uiteraard zullen (collega) agrarische ondernemers in meer of mindere mate gebruik maken van die mogelijkheden om hun bedrijf te ontwikkelen. Daardoor zullen in de deelgebieden in de toekomst bepaalde (type) bedrijven meer of juist minder voorkomen. Dat gegeven hebben zij meegenomen in de antwoorden op de gestelde vragen. Veel bedrijven zullen zich de komende jaren ontwikkelen in de lijn van de drie trends ‘business as usual’ (huidig - gangbaar), ‘duurzamer – natuurinclusiever’ en ‘verbreden’. Dit zal hen in alle gebieden, met name in de drie weidegebieden, een toekomstperspectief bieden. Daarom geven vrijwel alle melkveehouders aan dat de huidige gangbare bedrijfsvoering in de weidegebieden moet kunnen worden voortgezet. Daarnaast verwachten zij ook, getuige de hoge scores, dat veel collega’s zullen kiezen voor ‘duurzamer – natuurinclusiever’ en ‘verbreden’. In deelgebied Langzame Vecht kan de strategie ‘veranderen – beëindigen’ voor relatief veel melkveehouders een reële optie zijn voor de toekomst.

29. Die gronden hoeven evenwel niet binnen de gemeente te liggen maar mogen ook elders in Nederland gesitueerd zijn. 30. Zie https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/10/13/ stikstofaanpak-sterkere-natuur-perspectief-voor-de-bouw 31. Zie https://www.trouw.nl/duurzaamheid-natuur/ de-rechter-wijst-de-milieuvriendelijke-veestal-af~b272de56/ 32. Zie https://stichtsevecht.nl/onderwerp/4768/project-kockengen-waterproof/# 33. Zie rapport “Trendlijnen Stichtse Vecht” via https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl 34. Zie: https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-landbouwnatuur-en-voedselkwaliteit/documenten/beleidsnota-s/2018/09/08/ visie-landbouw-natuur-en-voedsel-waardevol-en-verbonden 35. Zie https://www.cbs.nl/-/media/_excel/2017/48/aantal-biologische-bedrijven-in-deland-en-tuinbouw-naar-gemeente-2011-2016.xls 36. Zie bijv. https://www.resource-online.nl/index.php/2021/01/27/ geld-voor-meer-vogels-en-bloemen-uit-brussel/ 37. Zie https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/80807ned/table?dl=4653F 38. Bestemmingsplannen Kievitsbuurten, Landelijk gebied Maarssen, Herenweg – Gageldijk, Maarssenveense plassen, Oud Zuilen en Op Buuren e.o., en Landelijke gebied Noord (ten noorden van Breukelen) 39. Zie https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/80781ned/ table?ts=1618172326510 40.

Een opgave van 0,1 TWh komt met de huidige stand der techniek overeen met circa 70 tot 100 ha zonnevelden.

45

6. Ontwikkelingsperspectief Het vorige hoofdstuk is sterk ingekleurd door de inbreng van agrarisch ondernemers uit gemeente Stichtse Vecht. In dit hoofdstuk plaatst CLM die inbreng in een breder perspectief. Daarbij wordt voor de verschillende deelgebieden van de gemeente een perspectief geschetst.

46

47

6. Ontwikkelingsperspectief 6.1 Reflectie op toekomstvisie agrarisch ondernemers

samen dat op veel bedrijven verbreding aan de orde van de dag is. De sector landbouw in gemeente Stichtse Vecht bestaat overwegend Hoewel melkveehouders dat zelf niet zo expliciet zien of noemen is uit melkveehouderij. Daardoor klinken met name signalen vanuit duidelijk dat zij hun bedrijven doorontwikkelen in de richting van de melkveehouderij door in deze Perspectiefnota Landbouw. Door Trend 2 (duurzaam, natuurinclusief) en Trend 3 (verbreden). de afgesproken aanpak was het moeilijk om de signalen van alle typen agrarisch ondernemers mee te nemen. Ook al zijn er maar Uit de bijdragen van de agrarisch ondernemers zou de indruk kunnen enkele akkerbouwers, tuinders of varkens- of pluimveehouders in de ontstaan dat zij weinig oog hebben voor de impact van maatschapgemeente, het is belangrijk om ook de belangen van deze onderne- pelijke opgaven als verminderen van veenoxidatie, bodemdaling en mers serieus te nemen. stikstofemissie. Maar die terughoudendheid ligt genuanceerd. Deze ondernemers realiseren zich maar al te goed dat in de afgelopen deBinnen de landbouw is er een grote diversiteit tussen bedrijven en cennia er altijd heel veel tijd lag tussen het agenderen van dit soort ondernemers. Die diversiteit zorgt ervoor dat er altijd ondernemers vraagstukken en de uitvoering van het vastgestelde beleid.

Want pas zijn die op een maatschappelijke ontwikkeling kunnen en willen in- op dat moment konden zij gericht hun bedrijfsvoering daarop aanspelen, en ondernemers die daar niet voor voelen. Het is belangrijk passen. En omdat voorlopen op toekomstig beleid in het verleden dat de gemeente en provincie bij (de uitvoering van) hun beleid op zelden effectief of financieel aantrekkelijk bleek te zijn, zijn veel agraondernemers die zich richten op maatschappelijke opgaven die op risch ondernemers terughoudend. Als de overheid op de hiervoor dat moment spelen en tegelijkertijd oog heeft voor de belangen van genoemde vraagstukken daadwerkelijk resultaten wil boeken, zal zij ondernemers die zich daarop nu niet richten. Diversiteit biedt overal zeer doortastend moeten optreden. Wat deze vraagstukken betreft in gemeente Stichtse Vecht kansen voor vernieuwing en innovaties zal veel afhangen van de ambities en doorzettingskracht van het kamet een goed verdienmodel. binet dat nu in wording is. Melkveehouders in de gemeente zien voldoende perspectief om ook in de toekomst te blijven ondernemen in de gemeente Stichtse Vecht. Relatief gezien ten opzichte van elders in Nederland hebben zij gemiddeld een extensieve bedrijfsvoering en zijn zij zeer actief met betrekking tot agrarische natuurbeheer en verbreding.

Daarbij geven melkveehouders aan dat de omstandigheden in Stichtse Vecht zich niet lenen voor sterke schaalvergroting. In Stichtse Vecht zijn geen zeer grote bedrijven en die zullen er naar verwachting in de toekomst ook niet komen. Dus als veel melkveehouders in de gemeente aangeven voort te willen gaan op de ingeslagen weg, dan is dat ‘conservatisme’ slechts het behoud van een maatschappelijk gewaardeerde bedrijfsvoering. Veel agrarisch ondernemers in de gemeente zijn sterk gericht op verduurzamen, extensiveren, kringlopen sluiten, natuur beheren en zien dat als business as usual. Mede door de minder gunstige ontsluiting en weginfrastructuur in delen van Stichtse Vecht zijn de bedrijven in de gemeente kleiner dan gemiddeld. Daar hangt mee 48

Naarmate de rest van de samenleving dichter bij de landbouw staat, komen verbreding van de bedrijfsvoering en anticiperen op maatschappelijke opgaven sterker in beeld. Zo hebben ondernemers op bedrijven met een opvolger of een partner van buiten de agrarische sector, vaak een bredere scope op kansrijke ontwikkelingen. Alleen al daarom is het heel gezond als agrarisch ondernemers voldoende om zich heen kijken of zelfs enkele dagen per week buiten de deur werken. Daarmee wint het bedrijf niet alleen economisch, maar ook sociaal en maatschappelijk aan kracht. Belangrijk is dat ook andere vormen van verbreding een bijdrage (kunnen) leveren aan het gezinsinkomen. Maar helaas zijn de vergoedingen voor veel activiteiten niet veel meer dan een onkostenvergoeding in plaats van een resultaatwaardering. De komende jaren zullen ook in gemeente Stichtse Vecht veel bedrijven gaan stoppen. Tot 2030 lijkt een krimp van het aantal bedrijven van 20% reëel. Dat is veel meer dan de melkveehouders zelf hebben

aangegeven. Het is belangrijk oog te hebben voor de stoppende ondernemers, hun bedrijven, hun ambities en de mogelijkheden van hun locaties. Juist die stoppende ondernemers zijn in staat om nieuwe activiteiten die aansluiten op de maatschappelijke opgaven van de gemeente op te pakken. Met een breed ingestoken en stimulerend beleid, waarbij de stoppende ondernemer wordt meegenomen in de toekomstige bestemming van zijn grond en bedrijfsgebouwen, kan de gemeente met goede randvoorwaarden de stoppende agrariër stimuleren om de geschetste opgaven op te pakken. Melkveehouders maken zich zorgen over mogelijkheden voor realisatie van zonnevelden. Zij vinden dat zonnepanelen primair op andere locaties -niet zijnde agrarische gronden- zouden moeten worden gerealiseerd; een rangorde conform de zonneladder. Niet alleen is er grote impact op landschap en biodiversiteit. Ook kan deze ontwikkeling impact hebben op de bedrijfsvoering van andere melkveehouders en hun ontwikkelingsmogelijkheden beperken. Daarnaast kunnen voor individuele grondeigenaren de financiële belangen zo groot worden dat het de sociale cohesie in het landelijk gebied schade toebrengt en zelfs hele plattelandsgemeenschappen onder druk zet. De gemeente kan deze zorgen adresseren door zich maximaal in te spannen voor de realisatie van zonnepanelen op staldaken.

Daarbij kan de gemeente een beroep doen op de sector: hoe meer staldaken beschikbaar komen voor zonnepanelen, hoe minder risico er bestaat dat landbouwgrond voor zonnevelden nodig zijn. Er zal dan wel geïnvesteerd moeten worden in het wegnemen van belemmeringen ten aanzien van bijvoorbeeld het elektriciteitsnetwerk. Binnen de landbouw is er een grote diversiteit tussen bedrijven en ondernemers. Die diversiteit zorgt ervoor dat er altijd ondernemers zijn die op een maatschappelijke ontwikkeling kunnen en willen inspelen, en ondernemers die daar niet voor voelen. Het is belangrijk dat de gemeente en provincie bij (de uitvoering van) hun beleid op ondernemers die zich richten op maatschappelijke opgaven die op dat moment spelen en tegelijkertijd oog heeft voor de belangen van ondernemers die zich daarop nu niet richten. Want als op een later moment een andere maatschappelijke opgave speelt, dan kan de bereidheid om daaraan te werken bij een ondernemer liggen die eer-

der niet wilde (of kon) investeren.

6.2 Toekomstperspectieven naar deelgebieden

Gemeente Stichtse Vecht heeft verschillende deelgebieden die zich elk op hun eigen wijze hebben ontwikkeld. Weidegebied West is een typisch veenweidelandschap waar vraagstukken als veenoxidatie en bodemdaling goed worden gevoeld. Maar richting de Aa maakt de venige ondergrond plaats voor klei waardoor veenoxidatie en bodemdaling veel minder spelen. Die grondsoort zet zich ook door in Weideggebied Midden-Noord (deelgebied Snelle Vecht en het noordelijk deel van deelgebied Langzame Vecht). Ook dat zijn echte weidegebieden maar veenoxidatie en bodemdaling spelen daar in mindere mate. Weidegebied Oost heeft niet alleen een venige bodem, maar biedt naast landbouw ook veel ruimte aan natuur. Tot slot de Langzame Vecht (zonder het noordelijke gedeelte ten westen van de Vecht). Die zone kenmerkt zich door een multifunctioneel landschap waar landbouw op plaatsen nevengeschikt en op plaatsen ondergeschikt is aan andere functies. Uit veel reacties inclusief toelichtingen van de melkveehouders blijkt dat zij vinden dat alle ontwikkelingsrichtingen, dus ook ‘business as usual’ (huidige – gangbaar) en ‘duurzamer – natuurinclusiever’ in alle deelgebieden moeten kunnen. Dat lijkt erg behoudend, weinig ondernemend en weinig gericht op maatschappelijke ontwikkelingen.

Maar zoals al eerder aangegeven zijn veel melkveehouders in gemeente Stichtse Vecht behoorlijk actief met betrekking tot natuurinclusieve landbouw en andere activiteiten. Als melkveehouders met die bedrijfsvoering verder gaan sluit dat goed aan op maatschappelijke wensen. Overigens wordt ook ‘verbreden’ als een belangrijk toekomstperspectief gezien. De richting ‘veranderen en beëindigen’ wordt enkel voor Langzame Vecht als toekomstperspectief genoemd. Het is logisch dat het beëindigen van het bedrijf door en voor weinigen als toekomstperspectief wordt genoemd. Maar de realiteit is, terugkijkende over de afgelopen decennia, dat het komend decennium circa 20% van de agrarische bedrijven zullen stoppen met de agrarische bedrijfsvoering. Maar het is wel denkbaar dat een deel van hen zal veranderen (omschakelen) naar een niet agrarisch bedrijf. 49

Weidegebied West Dit gebied bestaat voor een belangrijk deel uit veengronden en daarnaast kleigronden. Het landschap is open met relatief smalle wegen, rechte percelen, een regelmatig slotenpatroon. De agrarische structuur is geschikt voor de melkveehouderij waardoor deze sector succesvol is in dit gebied. Doordat het westelijk weidegebied eerder is aangewezen als Landbouwkerngebied kan en dient die geschiktheid ook te blijven. Met steun van de provincie wordt de veenoxidatie aangepakt door middel van waterinfiltratie. Voor een verdergaande aanpak van het vraagstuk veenoxidatie – bodemdaling is momenteel geen draagvlak. Voor aanvullende verdergaande maatregelen ten aanzien van veenoxidatie zullen overheden met een zeer doortastend plan moeten komen. Naast het voortzetten van de huidige bedrijfsvoering heeft ook verbreding in Weidegebied West goede kansen. Trends:

gangbare landbouw, duurzaam natuurinclusief en verbreding van activiteiten

Weidegebied Midden-Noord Het noorden van deelgebied Midden-Noord bevat hele goede kleigrond en heeft ruimte waardoor het een goed perspectief heeft voor gangbare landbouw. Deze gronden zijn ook goed te benutten voor een meer natuurinclusieve en/of biologische landbouw. In het midden van dit Weidegebied (deelgebied Snelle Vecht) liggen een aantal bedrijven behoorlijk klem tussen Amsterdam-Rijnkanaal, snelweg, spoorweg en een industrieel ge50

Illustratie conclusiekaarttreindlijnen

bied. De bedrijven in deze zone hebben vrijwel geen mogelijkheid tot uitbreiding en ook extensiveren zal hier dan ook lastig worden. Daarnaast zou dit potentieel gebied zijn voor zonneweides en nu ook als verbinding tussen twee natuurgebieden (Loosdrechtse plassen en Vinkeveense plassen). Trends:

gangbare landbouw, duurzaam natuurinclusief, verbreding van activiteiten en functieverandering

Oostelijk Weidegebied In dit gebied ligt er meer nadruk op het samenkomen van landbouw, natuur en recreatie dan in de andere deelgebieden. Ook hier zijn er weinig wegen en zijn deze wegen smal. De Bethunepolder in deelgebied Oost wijkt af van de rest van het gebied en is vooral zand, als gevolg van het later droogmalen van deze polder. In dit weidegebied biedt een natuurinclusieve bedrijfsvoering hele goede kansen. Uit de bovenstaande figuur 3 is af te leiden dat melkveehouders dit zelf ook zo ervaren; verduurzaming wordt door alle deelnemers als kansrijk gezien. Trends:

Tot slot In elk deelgebied zullen bedrijven zich verschillend ontwikkelen in lijn met de beschreven trends. Maar de verhouding tussen de verschillende trends zal in elk deelgebied anders zijn, omdat elk deelgebied potenties biedt aan bepaalde trends. De huidige diversiteit tussen melkveebedrijven in de deelgebieden zal blijven en dat is ook goed. Het is belangrijk dat bedrijven die niet de meest kansrijke trends in hun deelgebied willen volgen, ruimte houden om hun eigen keuzes te volgen. Uiteraard mits hun bedrijfsvoering past binnen bestaande (en toekomstige) wet- en regelgeving. Kwaliteiten van het buitengebied zijn nauw verbonden met de agrarische bedrijfsvoering van de melkveehouderij. Die kwaliteiten kunnen alleen behouden blijven als agrarisch ondernemers over voldoende gronden kunnen blijven beschikken. Door gronden beschikbaar te stellen of houden, door ontwikkelingsruimte te bieden en/of door een financiële tegemoetkoming kan gemeente Stichtse Vecht ondernemers in een deelgebied stimuleren om hun bedrijven te ontwikkelen in een niet-autonome richting.

duurzaam natuurinclusief, verbreding van activiteiten en gangbare landbouw

Langzame Vecht Voornamelijk het noordelijke deel van de langzame Vecht is agrarisch en biedt mogelijkheden voor innovatieve agrarische bedrijven die zich richten op een multifunctionele bedrijfsvoering. Nu al hebben in de Proosdij polder vrijwel alle agrariërs hun bedrijven omgeschakeld naar een biologische bedrijfsvoering. Ook in andere delen van Langzame Vecht zal een deel van de ondernemers zo succesvol zijn in verbreding en of andere functies, dat het de agrarische functie overschaduwt. Op die bedrijven kan op termijn de agrarische functie gaan verdwijnen. De ontwikkeling naar andere functies speelt in het zuidelijke deel van Langzame Vecht nog sterker omdat de omstandigheden daar beperkte ruimte laten voor landbouw. Trends:

duurzaam natuurinclusief, verbreding van activiteiten, functieverandering en gangbare landbouw 51

7. Handelingsopties In de consultatie met agrarisch ondernemers en hun organisaties zijn een groot aantal ideeën en suggesties naar voren gekomen. Die ideeën en suggesties zijn uitgewerkt in een aantal concrete handelingsopties voor de gemeente, provincie, rijksoverheid of bedrijfsleven. Deze zijn in een aantal categorieën uitgewerkt. Aan het eind van dit hoofdstuk zijn de handelingsopties samengevat. Daarbij is aangegeven welke partijen (eerst) verantwoordelijk zijn en een grote rol kunnen spelen.

52

53

7. Handelingsopties 7.1 Communicatie en relatie

Agrariërs willen hun ondernemingen toekomstbestendig en economisch sterker maken, en daarbij hebben zij oog voor maatschappelijke ontwikkelingen en opgaven. Gelijktijdig willen gemeente, provincie, waterschap en rijk (laten) werken aan maatschappelijke opgaven als ‘Klimaatverandering’, ‘Natuur en biodiversiteit’, ‘Energietransitie’ en ‘Ruimte voor wonen, werken en recreëren’, en heeft daarbij oog voor belangen van agrarisch ondernemers. Als ondernemers en overheden zich realiseren dat partijen verschillende belangen hebben én dat partijen elkaar nodig hebben om elkaars belangen te dienen, dan is er veel gewonnen. Om wederzijds dat inzicht te krijgen of houden zijn een goed contact, een open communicatie en een warme relatie tussen ondernemers en gemeente belangrijk.

denken valt aan bijdragen aan de sociale cohesie in de omgeving, aan beschikbaar stellen van schuurruimte voor buurtactiviteiten of bijdragen aan beheer van lokale bermen of landschapselementen. Een Plattelandsraad per deelgebied met vertegenwoordigers van alle betrokkenen van het platteland kan bijdragen aan gebiedsgericht werken in het landelijk gebied.

Promotie agrarische sector Agrarische bedrijven gebruiken en beheren een groot deel van de buitenruimte van gemeente Stichtse Vecht. Dat doen zij op een wijze die in meer of mindere mate gewaardeerd wordt door de samenleving. Door aandacht te schenken aan ondernemers die grote stappen hebben gezet ten aanzien van duurzaamheid, natuur, verbreding of functieverandering, toont de gemeente expliciet belangAccountmanager stelling en waardering voor hen. Dat kan andere ondernemers inspiBij veel ontwikkelingen op de bedrijven van melkveehouders en an- reren om vergelijkbare stappen te zetten, zeker als hieraan ook nog dere agrarisch ondernemers is een zekere medewerking van de ge- een jaarlijkse prijs wordt gekoppeld. meente (en soms ook provincie) nodig. Maar de gemeente heeft geen concreet en eenduidig aanspreekpunt voor agrarisch onder- 7.2 Vernieuwen met stoppers nemers. Deze ondernemers worden daardoor niet altijd goed ver- Voormalige Agrarische Bedrijven - beleid staan, waardoor zij kunnen verzanden in een moeras van regels en Elk jaar stoppen agrarisch ondernemers met hun bedrijf, vaak doorgoede bedoelingen. Een gemeentelijk aanspreekpunt in de vorm van dat er geen opvolger in beeld is. Vaak worden op een later moment een accountmanager agrarische bedrijven is gewenst.

Bij haar/hem de bedrijfsgebouwen gesloopt als daarvoor een woning in de plaats kunnen agrarisch ondernemers terecht met vragen over benodigde mag worden gebouwd. Als de gemeente ruimte biedt voor een vergunningen, over wet- en regelgeving en over stimulansen vanuit bouwkavel ter compensatie van sanering van de bedrijfsgebouwen, de gemeente. De gemeente heeft met deze persoon een ‘antenne’ in is het belangrijk dat toekomstige bewoners van de nieuwe burgerde agrarische sector en de accountmanager heeft ook een brugfunc- woning en voortgaande agrarisch ondernemers elkaar niet ‘in de tie tussen sector en gemeentelijke organisatie bij de verdere uitwer- weg zitten’. Veel locaties van stoppende agrarische bedrijven zijn uitstekend geschikt om positieve bijdragen aan maatschappelijke king van de Omgevingsvisie. opgaven te kunnen realiseren; waaronder ruimte voor wonen, werken en recreëren. Maar als bedrijfsgebouwen niet worden gesloopt Plattelandsraad Binnen gemeente Stichtse Vecht wordt dorps- en wijkgericht ge- of benut voor gewenste maatschappelijke opgaven, dan faciliteren werkt. Diverse vraagstukken worden daardoor integraal en gebieds- die bedrijfsgebouwen op enig moment vaak juist ongewenste acgericht opgepakt. Tevens worden inwoners met die manier van tiviteiten.

Daarmee liggen criminele activiteiten op de loer die bijwerken nadrukkelijk bij de ontwikkeling van hun leefomgeving be- dragen aan ondermijning. Het is belangrijk dat gemeente Stichtse trokken, hetgeen ruimte biedt voor maatschappelijk initiatief. In het Vecht een goed beleid heeft voor Voormalige Agrarische Bedrijven landelijk gebied van de gemeente ontbreekt die structuur, waardoor om gewenste activiteiten te faciliteren en ongewenste activiteiten (mogelijke) initiatieven van agrariërs niet van de grond komen. Te te voorkomen. In dat beleid zou niet alleen aandacht dienen te zijn 54

voor de mogelijkheden van de bedrijfsgebouwen maar ook voor de menteerruimte te bieden, kunnen agrariërs worden verleid en gestiresterende ambities van de (stoppende) ondernemer. De gemeente muleerd om op korte termijn bij te dragen aan de maatschappelijke kan hierbij aanhaken op het beleid van de provincie Utrecht41. opgaven. Vormen van beleidsmatige experimenteerruimte waaraan agrarisch ondernemers denken, zijn een groter bouwblok om aan 7.3 Kavelruil verschillende, ook niet-agrarische functies ruimte te bieden en verKavelruil met breed maatschappelijke belang gunningvrij (kleinschalige) evenementen te organiseren op agrariMelkveehouders in gemeente Stichtse Vecht zullen onder invloed sche bedrijven met verbrede functies. van maatschappelijke wensen, prikkels uit de markt, regelgeving van het Rijk en eigen ambities hun bedrijven vergroten, meer grondge- 7.5 Energietransitie bonden en/of natuurinclusiever maken. Voor al deze ontwikkelingen Versterking netwerk is extra grond nodig maar doordat gronden van de buurman zelden De hoeveelheid duurzame energie die de komende jaren zal worden te koop zijn, zullen vaak gronden op afstand worden gekocht of ge- opgewekt, is met name afhankelijk van de door de gemeente gebopacht. Dat leidt tot een minder optimale bedrijfsvoering en extra den beleidsruimte en de capaciteit van het netwerk. In veel situaties verkeersbewegingen.

Zo is het moeilijk om dieren te weiden op de is het rendement van de productie van duurzame energie geen beveldkavel en zorgen de gronden op afstand voor veel extra transport- perkende factor. Zo zijn agrarisch ondernemers bereid te investekosten. Gelijktijdig zorgen extra verkeersbewegingen, met steeds ren in duurzame energie als dat de primair agrarische functie niet grotere tractoren en machines voor overlast aan andere bewoners, beperkt. Zonnepanelen op staldaken en boerderijmolens (windmobedrijven en recreanten. Met een geregisseerde kavelruil kunnen lens tot 15 - 20 meter ashoogte) hebben geen negatief effect op de gronden van meerdere agrariërs worden uitgewisseld. Daarmee agrarische bedrijfsvoering of op het landschap. Agrariërs in Stichtse kan de landbouwstructuur sterk verbeteren, de overlast beperken Vecht geven aan dat zij veel meer duurzame elektriciteit kunnen en en kunnen andere maatschappelijke opgaven worden gerealiseerd. willen produceren als het beleid en netwerk dat mogelijk maken. Doordat vaak gronden ‘over de gemeentegrenzen’ moeten worden Knelpunt dat dan wel moet worden opgelost is het huidige netwerk. geruild voor een optimaal resultaat is een betrokkenheid of initiatief Dat is in veel situaties op dit moment niet toereikend voor afvoer van alle geproduceerde elektriciteit. Daarom is verruiming van de van de provincie gewenst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1527/documents/34476