Perspectiefnota Landbouw - Op weg naar een vitaal platteland in Stichtse Vecht (Toegankelijke webversie).pdf
Tekst van het document
Perspectiefnota Landbouw Op weg naar een vitaal platteland in Stichtse Vecht
CLM Onderzoek en Advies Postbus: Postbus 62 4100 AB Culemborg Bezoekadres: Gutenbergweg 1 4104 BA Culemborg T: 0345 470 700 www.clm.nl 2
Auteur(s): Frits van der Schans, Rikke Arnouts, Alice Blok © CLM Onderzoek & Advies Mei 2021 status: werkdocument
Inhoudsopgave Samenvatting
4
1. Inleiding 1.1 Achtergrond en scope 1.2 Totstandkoming en verantwoording 1.3 Leeswijzer
6 6 6 6
2. Karakterschets landbouw 2.1 Landgebruik 2.2 Bedrijven 2.3 Bedrijfsomvang 2.4 Verbreding
10 10 10 11 11
3. Huidige beleidskaders 3.1 Mest 3.2 Ammoniak 3.3 Grondgebondenheid 3.4 Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 3.5 Ruimtelijk beleid
16 16 16 16 16 17
4. Maatschappelijke opgaven, beleidsprocessen en consequenties 4.1 Voorkomen van klimaatverandering 4.2 Aanpassen aan klimaatverandering 4.3 Bijdragen aan energietransitie 4.4 Verbeteren natuur en biodiversiteit 4.5 Ruimte bieden voor wonen, werken en recreëren
20 20 22 22 23 27
5. Toekomstvisie agrariërs 5.1 Trend 1: Business as usual 5.2 Trend 2: Duurzamer en natuurinclusiever 5.3 Trend 3: Verbreding van activiteiten 5.4 Trend 4: Omvorming naar andere functies 5.5 Perspectief melkveehouders op trends
34 34 36 39 42 44
6. Ontwikkelingsperspectief 6.1 Reflectie op toekomstvisie agrarisch ondernemers 6.2 Toekomstperspectieven naar deelgebieden
48 48 49
7. Handelingsopties 7.1 Communicatie en relatie 7.2 Vernieuwen met stoppers 7.3 Kavelruil 7.4 Experimenteerruimte 7.5 Energietransitie 7.6 Gebiedsontwikkeling 7.7 Duurzame zuivel
54 54 54 55 55 55 56 56
3
Samenvatting Gemeente Stichtse Vecht heeft de ambitie om te werken aan een vitaal platteland, met de agrarische sector als belangrijke economische drager. Naast landbouw betreft dit ook onder andere recreatie, natuur- en landschapsbeheer en duurzame-energieproductie. Om toekomstige ontwikkelingen in de agrarische sector mogelijk te maken, wil de gemeente ruimte bieden in haar Omgevingsvisie. Om inzicht te krijgen in de toekomstige ontwikkelingen is CLM Onderzoek & Advies gevraagd een toekomstvisie vanuit agrarisch perspectief en met betrokkenheid van agrariërs op te stellen, en daarop onafhankelijk te reflecteren. De ondergrond in gemeente Stichtse Vecht, deels veen en deels klei, vormen een uitstekende basis voor grasland. Op maar liefst 95% van de gronden groeit gras, overwegend voor melkkoeien. Melkveehouders zijn verreweg de belangrijkste groep agrarische ondernemers in de gemeente. Zij houden vaak naast hun melkkoeien en jongvee, ook wat schapen. Gemiddeld zijn de bedrijven 20% tot 25% kleiner dan het landelijk gemiddelde. Ook in Stichtse Vecht worden agrarische bedrijven groter. Zij nemen gronden van stoppende collega’s over en gaan meer dieren houden. Relatief veel agrarisch ondernemers, een derde van het totaal, spannen zich in voor het beheer van natuur en landschap.
Graslandbedrijven in een open buitengebied met koeien en schapen in de wei en agrarische natuur geven kleur aan het buitengebied van gemeente Stichtse Vecht. De bedrijfsvoering wordt gereguleerd door wet- en regelgeving van de Europese unie, het rijk, de provincie en de gemeente. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, mest- en ammoniakbeleid, de natuurbeschermingswet en het bestemmingsplan vormen belangrijke kaders ter bescherming van de omgeving. In de nabije toekomst krijgen agrarisch ondernemers te maken met nieuwe maatschappelijke opgaven. Dat zijn het voorkomen en omgaan met klimaatverandering, de productie van duurzame energie, bevorderen van natuur en biodiversiteit, en ruimte bieden aan wonen, werken en recreëren. Al deze opgaven vergen ruimte en in combinatie met bestaande regelgeving is er grote behoefte aan gronden en ontstaat er drukte in het landelijk gebied. Die drukte vormt een bedreiging voor agrarisch ondernemers, voor de kwaliteit van het buitengebied 4
en daarmee ook voor de leefomgeving van inwoners van gemeente Stichtse Vecht. Voor de landbouw zijn vier belangrijke trends te onderscheiden. Bedrijven kunnen verder gaan op de ingeslagen weg (‘business as usual’), verdergaand verduurzamen (bijv. natuurinclusieve kringlooplandbouw), bedrijfsvoering verbreden (bijv. recreatie, toerisme of verkoop aan huis) en functieverandering inclusief bedrijfsbeëindiging (bijv. grootschalige energieproductie en woningbouw). Daarnaast zijn er in de gemeente deelgebieden te onderscheiden met specifieke kwaliteiten en omstandigheden. Door verschillende ambities van agrarische ondernemers en potenties in elk deelgebied zal de huidige diversiteit van agrarische bedrijven ook in de toekomst blijven. Die diversiteit draagt bij aan de aantrekkelijkheid van het buitengebied en vormt een kracht van de gehele agrarische sector in de gemeente. Agrarisch ondernemers geven aan dat het niet nodig is om specifiek sturing te geven aan deze trends. Veel bedrijven zijn relatief kleinschalig, met koeien in de wei en hebben aandacht voor natuur en landschap. Daarmee sluit hun huidige bedrijfsvoering reeds aan op een breder in de samenleving bestaand wensbeeld. Zuivelfabrieken en andere afnemers stimuleren met financiële prikkels en kwaliteitseisen agrarisch ondernemers verder in de richting van een nog duurzamere bedrijfsvoering.
De gemeente zou ruimte kunnen bieden voor specifieke opgaven, zoals de productie van duurzame energie, de bouw van woningen en bedrijven, en kunnen zorgen voor infrastructuur voor recreatie en toerisme. Diverse partijen kunnen bijdragen aan krachtige agrarische bedrijven en aan maatschappelijke opgaven in het landelijk gebied. Om gezamenlijk die toekomst in te (kunnen) vullen, zijn bij het opstellen van deze Perspectiefnota Landbouw diverse suggesties naar voren gekomen. Die suggesties zijn verwoord in handelingsopties voor verschillende partijen. • Er kan worden gewerkt aan de communicatie en relatie tussen gemeente en agrarisch ondernemers. Enkele concrete suggesties zijn een accountmanager agrarische bedrijven en een plattelandsraad voor het gebiedsgerichte werk. • De komende decennia zullen tientallen agrarische bedrijven stop-
pen en die bedrijfslocaties zijn vaak geschikt voor andere functies. Met gericht en stimulerend VAB-beleid kan invulling worden gegeven aan maatschappelijke opgaven en kunnen ongewenste activiteiten en daarmee ondermijning worden voorkomen. • Agrarische bedrijven hebben voor de verduurzaming behoefte aan meer gronden en stoppende bedrijven kunnen die gronden bieden. Om ervoor te zorgen dat bedrijven zo goed als mogelijk hun gronden kunnen gebruiken en andere functies op de meest geschikte locaties plaatsvinden, is het nodig om gronden te ruilen. Wellicht kan de provincie vanwege deels gemeentegrens overstijgende ruil van gronden bijdragen aan een kavelruil tussen ondernemers. • Bestaande bouwblokken van agrarische bedrijven bieden weinig ruimte. Dit bevordert een efficiënt ruimtegebruik en voorkomt ongewenste activiteiten. Maar om maatschappelijk gewenste (agrarische) ontwikkelingen te stimuleren, is ruimte nodig op deze bouwblokken. De gemeente zou met ruimere (mogelijkheden op) bouwblokken agrarisch ondernemers daartoe kunnen verleiden. • De energietransitie en dan met name de productie van duurzame energie, is een belangrijke maatschappelijke opgave met grote ruimtelijke impact. Agrarisch ondernemers die daaraan invulling willen geven, bijvoorbeeld met zonnepanelen op staldaken, lopen aan tegen de capaciteit van het netwerk.
Het is dan ook van het grootste belang dat de netbeheerder zorgt voor versterking van het netwerk. Daarnaast kan met enige verruiming van de bouwregels de duurzame-energieproductie op agrarische bedrijven sterk toenemen. • Het rijk en de provincie zullen de stikstofproblematiek (deels) gebiedsgericht aanpakken. Het is kansrijk om andere maatschappelijke opgaven te combineren met de gebiedsgerichte aanpak van stikstof. Een grondbank of een gebiedsfonds kunnen bij die aanpak een grote rol spelen. Voor een breed ingestoken gebiedsgerichte aanpak is een goede samenwerking tussen overheden en met agrarisch ondernemers essentieel. • Steeds meer zuivelproducten worden voorzien van een concreet kwaliteitslabel. Dat begon tien jaar geleden met Weidemelk en is ondertussen uitgebreid met labels als met PlanetProof, BeterVoor en BeterLeven. Het kopen van zuivel met kwaliteitslabel draagt bij
aan duurzamere melkveebedrijven in het algemeen. Rechtstreeks van boerderijen in de gemeente voedsel kopen, versterkt dat specifieke bedrijf en de relatie met de betreffende ondernemer.
5
1. Inleiding 1.1 Achtergrond en scope
In het coalitieakkoord van gemeente Stichtse Vecht 2018-2022 is de ambitie opgenomen om te werken aan een vitaal platteland. Daarbij is de agrarische sector omschreven als een belangrijke economische drager. De gemeente wil als bouwsteen bij de Omgevingsvisie, zicht krijgen op de toekomstige ontwikkelingen van de landbouw in de volle breedte. Dit betreft ook niet-agrarische activiteiten zoals recreatie en zorg, natuur- en landschapsbeheer, productverwerking (bijv. kaasboerderij), verkoop aan huis en productie van duurzame energie. CLM Onderzoek & Advies is gevraagd om een toekomstvisie op te stellen vanuit het perspectief van agrariërs en daarbij uiteraard agrariërs nadrukkelijk te betrekken. Het grondgebied van gemeente Stichtse Vecht heeft een oppervlakte van 10.683 ha. Het grootste deel van het grondgebied, tweederde van het oppervlak, wordt gebruikt door de landbouw en dan met name de melkveehouderij. Andere functies met een groot ruimte gebruik (circa 10% elk) zijn ‘water’ en ‘bebouwing met woningen en bedrijven’. Voor de functies ‘wegen en spoorwegen’, ‘natuur’ en ‘recreatie- en sportterreinen’ zijn allen 5% of minder van de oppervlakte in gebruik. Door het grote ruimtegebruik van de landbouw heeft deze sector een grote impact op niet alleen het buitengebied, maar ook op de gehele gemeente.
Het is daarom relevant voor de gemeente om bij de opstelling van de Omgevingsvisie kennis te hebben van enerzijds perspectieven van de landbouw en anderzijds ambities van agrarisch ondernemers. Deze Perspectiefnota Landbouw biedt dat inzicht.
1.2 Totstandkoming en verantwoording
Bij de opstelling van deze Perspectiefnota Landbouw zijn agrariërs en organisaties van agrarisch ondernemers nadrukkelijk betrokken. Gelijktijdig met de inventarisatie van feitelijke gegevens van de agrarische sector van Centraal Bureau voor de Statistiek, is gesproken met LTO-Noord (afdelingen Noordwest Utrecht en Gooi, Vecht & Amstelstreek), Natuurcollectief Rijn, Vecht en Venen, Gebiedscoöperatie Groot Wilnis – Vinkeveen en Programmabureau Utrecht-West. Daarnaast is een overzicht opgesteld van het huidige 6
en toekomstige beleid (Europese Unie, Rijk, provincie Utrecht en gemeente Stichtse Vecht) waar agrarisch ondernemers mee te maken hebben of naar alle waarschijnlijkheid mee te maken krijgen. Dat beleid bepaalt immers in belangrijke mate de perspectieven voor landbouwbedrijven. Een eerste tussenresultaat is met de commissie van de gemeenteraad besproken en een twintigtal agrariërs, afkomstig uit de gehele gemeente, is gevraagd te reflecteren en reageren op alle bevindingen. Bij de besprekingen is ook gekeken naar de kansen en beperkingen in de verschillende deelgebieden van de gemeente. Heel specifiek zijn deze agrariërs schriftelijke vragen voorgelegd om duidelijkheid te krijgen over hun toekomstperspectieven en welke ontwikkelscenario’s zij zien voor de verschillende deelgebieden. Op de inbreng van agrarisch ondernemers uit de gemeente en hun organisaties, feitelijke data van de agrarische sector en de huidige en toekomstige beleidskaders heeft CLM een reflectie geschreven. Met die reflectie is de Perspectiefnota Landbouw voor Stichtse Vecht afgerond. De bijdragen van alle agrarisch ondernemers en hun organisaties waren cruciaal om tot deze Perspectiefnota Landbouw te kunnen komen, omdat hun keuzes en beslissingen de basis leggen voor de ontwikkelingen in het buitengebied van Stichtse Vecht. CLM is alle agrariërs en organisaties erkentelijk voor hun bijdragen.
De feedback op het concept van agrariërs en vanuit de ambtelijke organisatie was waardevol en daarmee hebben we de Perspectiefnota kunnen aanscherpen. Frits van der Schans en Alice Blok (CLM Onderzoek & Advies) en Rikke Arnouts (Arnouts Advies) hebben deze nota uitgeschreven, onder eindverantwoordelijkheid van CLM Onderzoek & Advies.
1.3 Leeswijzer
Deze Perspectiefnota bestaat uit verschillende onderdelen. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige landbouw in de gemeente Stichtse Vecht, met een karakterschets inclusief belangrijkste kenmerken. Daarna geeft hoofdstuk 3 het beleidskader weer voor de huidige agrarische bedrijfsvoering. In hoofdstuk 4 zijn maatschappelijke opgaven beschreven waar de melkveehouderij in de gemeente mee te
maken heeft of krijgt. Belangrijke opgaven die aan bod komen zijn voorkomen en omgaan met klimaatverandering inclusief vormgeven van energietransitie, aanpakken van de achteruitgang van natuur en biodiversiteit en ruimte bieden voor wonen, werken en recreëren. Hoofdstuk 5 schetst aan de hand van een aantal zichtbare trends in de melkveehouderij, kansrijke perspectieven voor de landbouw in gemeente Stichtse Vecht. Trends die aan bod komen, zijn a) ‘business as usual’, b) extensivering, c) verbreding en d) verandering van functie. Tevens komen in dit hoofdstuk de opvattingen van agrarisch
Grafiek Grondgebruik Stichtse Vecht
ondernemers en hun organisaties ten aanzien van de trends nadrukkelijk naar voren. Hun opvattingen vormen de basis voor belangrijke conclusies. Hoofdstuk 6 geeft een reflectie op de opvattingen van agrariërs en een beschrijving van het toekomstperspectief voor de verschillende deelgebieden van de gemeente waarbij de geschetste maatschappelijke opgaven als referentiekader zijn gebruikt. In het slothoofdstuk zijn handelingsopties uitgewerkt waar de gemeente met haar omgevingsbeleid op in kan zetten.
7
2. Karakterschets landbouw Dit hoofdstuk beschrijft de landbouw in gemeente Stichtse Vecht en hoe deze zich de afgelopen decennia heeft ontwikkeld. Naast het gebruik van de gronden, het aantal bedrijven en de bedrijfsomvang, wordt ook ingegaan op de verbreding van activiteiten op de agrarische bedrijven.
8
9
2. Karakterschets landbouw 2.1 Landgebruik
Uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt het areaal cultuurgrond (gronden die voor en door de landbouw worden gebruikt) de afgelopen 20 jaar met 10% te zijn afgenomen van 6.319 naar 5.705 ha. Verhoudingsgewijs is deze afname iets groter dan het landelijk gemiddelde. Landelijk was er in 2020 ruim 8% minder cultuurgrond dan in 2000. Van de cultuurgrond in gemeente Stichtse Vecht is het overgrote deel (95%) in gebruik als grasland. Opvallend is de sterke toename van het areaal natuurlijk grasland. Hieruit is ook af te leiden dat veel melkveehouders zich inzetten voor agrarisch natuurbeheer (zie paragraaf 2.4).
circa 20% veroorzaakt. In Stichtse Vecht lopen op 102 bedrijven melkkoeien, op 88 bedrijven schapen en op 31 bedrijven paarden en pony’s. Daarnaast zijn er bedrijven met varkens, kippen en geiten, en met tuinbouw, fruitteelt en akkerbouwgewassen. Die totalen overschrijden het totale aantal van 158 agrarische bedrijven. Dat komt doordat veel agrarische bedrijven in gemeente Stichtse Vecht niet zijn gespecialiseerd in één enkele activiteit, maar beschikken over meerdere agrarische activiteiten. Zo hebben melkveebedrijven vaak ook schapen en of enkele paarden. En tuinbouwbedrijven telen niet alleen gewassen onder glas maar ook in de open grond. Er zijn in Stichtse Vecht nauwelijks bedrijven met intensieve veehouderij. In 2020 waren er 2 bedrijven met pluimvee, 2 met vleeskalveren, 4 met melkgeiten en 5 met varkens. Maar ook zijn er heel weinig bedrijven met akkerbouw (4x) en tuinbouw onder glas (5x). Het aantal bedrijven is de afgelopen decennia sterk verminderd en dat geldt met name voor de bedrijven met varkens (-89%), akkerbouw (-80%) en glastuinbouw (-76%).
Grafiek, Areaal grond naar gebruik (ha)
2.2 Bedrijven
In 2020 had gemeente Stichtse Vecht 158 agrarische bedrijven. Dat aantal is bijna een halvering ten opzichte van het jaar 2000, en die daling is vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde. Overigens is de daling gedurende de afgelopen 20 jaar versterkt doordat in 2016 enkel de agrarische bedrijven die zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel worden meegenomen in de CBS-statistieken. Die wijziging heeft een eenmalige extra daling van het aantal bedrijven met Grafiek Aantal bedrijven uitgesplitst 10
2.3 Bedrijfsomvang
De gronden van agrarische bedrijven die hun bedrijfsvoering beëindigen, komen beschikbaar voor de bedrijven die voortgaan. Bedrijven kunnen zo uitbreiden, extensiveren, natuur inclusiever worden of anderszins de concurrentiepositie versterken. Melkveebedrijven in Stichtse Vecht zijn de afgelopen decennia gegroeid van 36,5 naar ruim 55 ha, en van gemiddeld 47,5 naar 81,8 melkkoeien. Deze trends komen sterk overeen met de landelijke trends. Wel zijn de melkveebedrijven in de gemeente gemiddeld kleiner dan elders in Nederland. In 2020 hadden Stichtse Vechtse melkveehouders 19% minder melkkoeien (82 t.o.v. 101 koeien) en 26% minder grasland en maisland (55 t.o.v. 75 ha).
latief veel bedrijven in provincie Utrecht actief zijn met diverse nevenactiviteiten1. De belangrijkste zijn agrarisch natuurbeheer (circa 35%, veel meer dan het landelijk gemiddelde), loonwerk voor derden, stalling van goederen of dieren (veelal paarden) en verkoop aan huis. Circa 7% van de bedrijven produceert duurzame energie en levert netto aan het elektriciteitsnet.
Grafiek Nevenactiviteiten agrarische bedrijven in Utrecht en NL
Belangrijk bij verbreding zijn de mogelijkheden om daadwerkelijk iets aan de activiteiten te kunnen verdienen. Activiteiten als toerisme, verkoop aan huis en in mindere mate kinderopvang en zorglandbouw zijn sterk marktgericht. Vraag en aanbod bepalen daarbij de prijzen van de aangeboden diensten. Daardoor kunnen ondernemende agrariërs daadwerkelijk geld verdienen aan die activiteiGrafiek Bedrijfsomvang in Stichtse Vecht en NL ten. Dat geldt in mindere mate voor natuur- en landschapsbeheer. 2.4 Verbreding Daarvoor geeft de overheid (provincie) vergoedingen die niet hoger Op de gemiddeld kleinere bedrijven in Stichtse Vecht hebben veel mogen zijn dan de kosten die een agrariër maakt. Het zijn derhalve agrarisch ondernemers betaalde nevenactiviteiten. De vraag is of ‘onkostenvergoedingen’ die nauwelijks bijdragen aan het verdienzij vanwege de kleinere bedrijfsomvang een neventak erbij moesten model van agrariërs. ontwikkelen of dat een sterke, betaalde neventak ervoor heeft gezorgd dat vergaande schaalvergroting niet nodig was. In de praktijk Een klein maar sterk groeiend percentage van de agrarische bedrijzijn oorzaak en gevolg moeilijk te onderscheiden. Feit is wel dat re- ven realiseert minimaal 50% van de bedrijfsomzet uit verbreding. 11
In 10 jaar tijd is dat percentage toegenomen van een half naar bijna 7%. Ook het aandeel bedrijven dat 10 - 50% van de omzet uit verbreding haalt, is groeiende. In 10 jaar tijd is deze categorie bijna verdubbeld van ruim 2% naar iets meer dan 4%. Alle cijfers met betrekking tot verbreding gelden voor de gehele provincie Utrecht. Maar er zijn geen aanwijzingen dat gemeente Stichtse Vecht hiervan sterk zal afwijken.
Grafiek Opbrengsten uit verbreding in Utrecht en NL 1. CBS rapporteert de resultaten ten aanzien van nevenactiviteiten niet op gemeentelijk niveau.
12
13
3. Huidige beleidskaders De landbouw in gemeente Stichtse Vecht bestaat voor het overgrote deel uit veehouderijbedrijven gericht op de productie van melk met bijbehorend rundvlees. Veel van deze bedrijven hebben ook enige schapen. Het huidige beleidskader dat de speelruimte van deze melkveehouders bepaalt, heeft grofweg de componenten: mest, ammoniak en grondgebondenheid. Daarnaast is er ook nog het Europese landbouwbeleid en heeft de gemeente regels in het kader van een goede ruimtelijke ordening.
14
15
3. Huidige beleidskaders 3.1 Mest
moet de mest emissiearm worden opgeslagen en aangewend, en worden steeds verdergaande eisen gesteld aan de emissie van ammoniak uit stallen. Dit laatste is geregeld in landelijke regelgeving zoals het Besluit Emissiearme Huisvesting. Bedrijven die met de ammoniakemissie impact hebben op te beschermen natuur (de zogenaamde Natura2000-gebieden) moeten een provinciale vergunningen hebben gebaseerd op de Wet Natuurbescherming.
De mestregelgeving vloeit met name voort uit de Europese Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water (KRW). Nederland heeft deze richtlijnen verwerkt in de Meststoffenwet (MSW), en de daaronder vallende Uitvoeringsregeling Mest (URM), het Uitvoeringsbesluit Mest (UBM), het Besluit Gebruik Meststoffen (BGM) en de bijbehorende uitvoeringsregeling (UGM). Al deze regels tezamen hebben grofweg twee effecten: de omvang van de (mestproductie van de) melkveestapel en de wijze waarop met de geproduceerde mest mag 3.3 Grondgebondenheid worden omgegaan. In de Wet Grondgebonden Groei Melkveehouderij is in 2015 vastgelegd dat melkveehouders die hun bedrijf willen uitbreiden over Voor het beheersen van de omvang van de mestproductie is in 2018 voldoende gronden moeten beschikken. Deze regelgeving komt een stelsel van fosfaatrechten2 ingevoerd. Dat stelsel is gebaseerd erop neer dat bij uitbreiding de helft van de extra dierlijke mest op op het aantal melkkoeien op elk bedrijf op de referentiedatum in eigen gronden kan worden gebruikt. Aansluitend hierop heeft pro2015. Met het stelsel van fosfaatrechten reguleert de Rijksoverheid vincie Utrecht in haar ruimtelijke beleid (de Provinciale Ruimtelijke dat melkveebedrijven gezamenlijk niet te veel fosfaat (en stikstof) in Verordening, binnenkort onderdeel van de Omgevingsverordening) de mest produceren.
Die maximale hoeveelheden fosfaat en stikstof ook grondgebondenheid vastgelegd. Zo is bepaald dat melkveehouzijn vastgelegd in een fosfaat- en stikstofplafond; de mestproduc- ders hun ruwvoer in principe van het eigen land moeten kunnen tie in het referentiejaar 2002. Beperking van stikstof en fosfaat in halen en dat ze al hun dierlijke mest in principe op het eigen land de mestproductie kan worden afgedwongen door inperking van de moeten kunnen gebruiken. In de praktijk betekent het dat in de profosfaatrechten. vincie Utrecht per ha grasland ongeveer ruimte is voor 2 melkkoeien met jongvee. Dit Utrechtse beleid is in lijn met het advies van de Hoe dierlijke mest moet worden opgeslagen en aangewend, is ook sectorale Commissie Grondgebondenheid “Naar een grondgebonden in de mestwetgeving vastgelegd. Ten aanzien van mestaanwending melkveehouderij” uit 2018. gaat het om zowel de manier waarop de mest moet worden aangewend als ook de hoeveelheden aan te wenden mest. Bij mestaan- 3.4 Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) wending gaat het dan om de technieken die moeten worden gebruikt Melkveehouders in Europa, en dus ook in gemeente Stichtse Vecht, om mest aan te wenden, en de omstandigheden waaronder en de worden financieel ondersteund vanuit het gemeenschappelijk landperioden waarin mest mag worden aangewend. En de hoeveelheden bouwbeleid (GLB) van de Europese Unie.
Dat beleid, ooit een ondierlijke mest (en kunstmest) zijn afgestemd op de verschillende ge- dersteuning van de Europese voedselproductie, is de afgelopen dewassen, grondsoorten en kwaliteit (fosfaatgehalte) van de bodem. cennia doorontwikkeld tot een inkomensondersteuning gekoppeld aan het gebruik van gronden. Een belangrijke voorwaarde om die 3.2 Ammoniak inkomenssteun te ontvangen is het onverkort voldoen aan alle voor Ter bescherming van de natuur moet Nederland de stikstofde- de landbouw relevante Europese Richtlijnen. Naast de directe inkopositie, hoeveelheid stikstof die op de bodem terecht komt, be- mensondersteuning, stelt de Europese Unie ook middelen beschikperken. Die verplichting vloeit voort uit de Europese Vogel- en baar via het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP) om diverse Habitatrichtlijnen, en heeft ook als consequentie dat de ammonia- ontwikkelingen op het platteland te stimuleren. kuitstoot van agrarische bedrijven moet worden beperkt. Daartoe 16
3.5 Ruimtelijk beleid
Wat betreft regelgeving waaraan agrarische bedrijven, en in het bijzonder melkveehouders moeten voldoen, is de verantwoordelijkheid van gemeenten relatief bescheiden. Maar gemeenten kunnen via de bestemmingsplannen ruimte bieden aan verschillende typen agrarische bedrijven. Die ruimte is evenwel begrensd door provinciale kaders. Daardoor kunnen niet alle typen agrarische bedrijven zich overal vestigen. Zo is met name de vestigingsruimte voor varkens- en pluimveebedrijven in veel gemeenten sterk beperkt. Dat geldt ook voor gemeente Stichtse Vecht. Daarnaast gelden voor agrarische bedrijven eisen ten aanzien van de maximaal te bebouwen oppervlakte en de landschappelijke inpassing van de bedrijfsgebouwen. Ook voor de grootte van het agrarisch bouwblok zijn gemeenten niet geheel autonoom verantwoordelijk. Zij hebben daarbij ook te maken met het provinciale ruimtelijke beleid. Bedrijven die op enige wijze willen verbreden en dan ruimte nodig hebben voor bijvoorbeeld compostering (bij natuurinclusieve landbouw), sanitaire voorzieningen (bij boerderijcamping) of vergaderruimten, zullen die ruimte primair binnen het agrarisch bouwblok moeten zoeken. Als belangrijkste gebruiker van het landelijk gebied heeft de melkveehouderij een grote bijdrage geleverd aan de cultuurhistorie van het buitengebied van gemeente Stichtse Vecht.
Die bijdrage is heden ten dage nog goed te zien in het typisch veenweidelandschap met langgerekte percelen en relatief veel, brede sloten en in de aanwezigheid van diverse landgoederen. Cultuurhistorie is en blijft belangrijk en vormt een belangrijk kader voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in gemeente Stichtse Vecht.
2. Na het afschaffen van het melkquotum is dit een concrete begrenzing van de mestproductie en daarmee het aantal melkkoeien en jongvee.
Foto van het buidengebied en vee 17
4. Maatschappelijke opgaven, beleids en consequenties De melkveehouderij, als belangrijkste agrarische activiteit in de gemeente Stichtse Vecht, heeft te maken met diverse maatschappelijke opgaven in het landelijk gebied. Het aan- en oppakken van die opgaven heeft invloed op de toekomstige bedrijfsvoering. Zo kan er een beroep worden gedaan op landbouwgrond en/of moeten ingrijpende technieken worden toegepast. Hieronder schetsen we een viertal belangrijke maatschappelijke opgaven: • voorkomen en omgaan met klimaatverandering, • de energietransitie vormgeven, • het verlies van natuur en biodiversiteit tot staan brengen, en • ruimte bieden voor wonen, werken en recreëren.
18
sprocessen
19
4. Maatschappelijke opgaven, beleidsprocessen en consequenties 4.1 Voorkomen van klimaatverandering
weidegemeenten. Provincie Utrecht heeft de Visie Bodemdaling en het Uitvoeringsprogramma Bodemdaling opgesteld, en wil op basis daarvan een Regionale Veenweide Strategie (RVS) presenteren. Deze opgave wordt meegenomen in de Provinciale Omgevingsvisie die in de loop van 2021 zal worden vastgesteld.
Het klimaat is aan het veranderen door een veelheid van menselijk handelen. De klimaatopgave omvat een tweetal strategieën. Allereerst het voorkomen (of beperken) van klimaatverandering door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen (klimaatmitigatie) en daarnaast de leefomgeving aanpassen aan de veranderende omstandigheden (klimaatadaptatie). In deze paragraaf de het voor- In startnotitie Regionale Veenweide Strategie heeft de provincie de komen van klimaatverandering en in paragraaf 4.2 het omgaan met doelstelling geformuleerd om in 2030 de bodemdaling met 50% klimaatverandering. af te remmen. Met vaststelling van de Provinciale Omgevingsvisie wordt dit een bindende, ambitieuze doelstelling. Provincie Utrecht Opgave neemt verantwoordelijkheid voor 23% van de totale reductieopgave Met betrekking tot het verminderen van de broeikasgasemissies voor de veenweiden (0,23 Mton), terwijl maar 7% van de uitstoot speelt de veenoxidatie, met bijbehorend effect de daling van de bo- door veenweiden in Utrecht plaatsvindt. dem, een grote rol. De afgelopen decennia is duidelijk geworden dat veengronden in aanwezigheid van zuurstof geleidelijk verteren.
De provincie kiest voor een gebiedsgerichte aanpak, waarbij de ontDie vertering (oxidatie) vindt zijn oorsprong in de ontwatering van wikkeling van nieuwe verdienmodellen en het uitrollen van nieuwe veengronden door het waterschap welke nodig is om het grasland te technieken en alternatieve manieren van agrarisch ondernemen kunnen beweiden en berijden. Het veenweidelandschap is onlosma- centraal staan (zie tekst box 1). kelijk verbonden aan ontwatering. Ook het veenweidegebied in de gemeente Stichtse Vecht is ontwaterd en daarmee onderhevig aan Consequenties bodemdaling. Die kan tot wel meer dan 1,0 cm per jaar bedragen3. De maatregelen in het kader van het verminderen van veenoxidaAls gevolg van bodemdaling ontstaan funderingsproblemen bij ge- tie c.q. remmen van bodemdaling zullen op termijn consequenties bouwen, zowel in de dorpen en steden als daarbuiten, en onder- gaan hebben. Deze maatregelen worden echter pas concreet met vinden ook lokale wegen en boerenerven schade. Een effect van het uitwerken van Regionale Veenweide Strategie. Daarom is nog veenoxidatie is de aanzienlijke hoeveelheid broeikasgassen, met niet precies te zeggen wat de gevolgen precies zullen zijn voor de name CO2, die daardoor vrijkomt. Op landelijke schaal is deze uit- agrarische bedrijfsvoering of voor eventuele alternatieve vormen stoot jaarlijks circa 4 Mton.
Dat komt overeen met ongeveer een van ruimtegebruik. kwart van de broeikasgassen die het autoverkeer jaarlijks uitstoot4. Het (gebruik van het) veenweidegebied draagt via de veenoxidatie Een deel van de CO2-reductie is gekoppeld aan het verminderen door ontwatering bij aan de klimaatverandering5. van veenoxidatie en daarmee het remmen van bodemdaling, en moet worden gerealiseerd in het veenweidegebied van de gemeente Aanpak Stichtse Vecht. In de gemeente ligt circa 4.250 ha grond die gevoelig Het aanpakken van de bodemdaling door veenoxidatie is onderdeel is voor bodemdaling6. Deze ligt met name in Weidegebied West en van het Klimaatakkoord uit 2019. Dit akkoord bevat een reductie- Weidegebied Oost. Omgerekend vanuit de provinciale opgave (0,23 doelstelling van 1 Mton CO2 voor het gehele veenweidegebied, te Mton reductie voor in totaal circa 30.000 ha aan grondgebied dat gebereiken in 2030. De uitwerking van de opgave voor de gemeente voelig is voor bodemdaling7) zou hierdoor grofweg ruim 0,03 Mton Stichtse Vecht vindt plaats onder regie van provincie Utrecht, in aan CO2-reductie in gemeente Stichtse Vecht moeten worden genauwe samenwerking met twee waterschappen en andere veen- realiseerd, uitgaande van gemiddelde bodemdalingsgevoeligheid8. 20
De belangrijkste maatregel om de veenoxidatie te remmen is verhogen van het grondwaterpeil in de percelen. Meest effectief daarvoor is het toepassen van waterinfiltratie (eerder onderwaterdrainage en nu ook wel Veenweide Infiltratie Systeem genoemd). Minder effectief is het verhogen van het waterpeil in de sloten. Met waterinfiltratie is het mogelijk om de veenoxidatie en daarmee de bodemdaling tot ongeveer de helft te verminderen. Op verschillende bedrijven in Weidegebied West is waterinfiltratie aangelegd en dat zal in de ko-
mende jaren op veel meer bedrijven worden gedaan. Het toepassen van waterinfiltratie heeft beperkt effect op de agrarische bedrijfsvoering. Enkel verhogen van het slootwaterpeil geeft met name in het voorjaar natter grasland en een lagere grasproductie, slechtere toegankelijkheid voor landbouwvoertuigen en verminderde mogelijkheden voor weidegang. In de zomer droogt het grasland alsnog uit en treedt aanzienlijke veenoxidatie op.
Samenwerken en innoveren Om de bodemdaling en de CO2-uitstoot te remmen, kiest de provincie voor een aanpak waarin we verbinding zoeken met agrariërs, waterschappen, gemeenten en de maatschappelijke organisaties in het veenweidegebied. Samen verhogen we ons kennisniveau, leren we van eerdere praktijkervaringen en blijven we constant in overleg met elkaar. De aanpak van bodemdaling gaat hand in hand met het creëren van een stabiele toekomst voor de agrarische sector. Dit vraagt zowel om heldere kaders vanuit de gezamenlijke overheden, als om praktische maatwerkoplossingen van agrariërs zelf. Het uitvoeringsplan zet daarbij in op het verder ontwikkelen en testen van onder andere alternatieve gewassen en potentiele nieuwe verdienmodellen voor boeren. Ook is er aandacht voor innovatieve technieken die de daling moeten remmen, zoals onderwater- en drukdrainage. Op die manier wordt enerzijds gekeken waar aanpassing aan de situatie mogelijk is en anderzijds wordt de daling zoveel mogelijk geremd. Gedeputeerde Bruins Slot in het voorwoord van het Uitvoeringsprogramma Bodemdaling van provincie Utrecht. Tekst box 1 Aanpak van de provincie Utrecht aangaande bodemdaling in het veenweidegebied
21
4.2 Aanpassen aan klimaatverandering
Opgave Wat betreft klimaatadaptatie, het aanpassen aan de veranderende klimatologische omstandigheden, kent het vraagstuk meerdere aspecten. In 2018 heeft KNMI voor 14 gemeenten in provincie Utrecht waaronder Stichtse Vecht geconstateerd dat aan klimaatverandering vier met elkaar verbonden risico’s zijn verbonden9. Dit zijn wateroverlast, droogte, hitte en waterveiligheid. Ook de landbouw zal met die effecten om moeten (leren) gaan. Daarvoor zijn voor de gehele sector alle risico’s en gevolgen schematisch weergegeven10.
te rusten op de gevolgen van klimaatverandering kunnen van invloed zijn op de landbouwgrond in de gemeente. Zo kan er een beroep worden gedaan op landbouwgrond om water langer vast te houden, om de aanwezige waterlopen structureel meer ruimte te geven of om als overloopgebied te dienen in tijden van grote regenval en of hoge waterstanden. Om extreme hitte het hoofd te kunnen bieden, zijn een vergaande isolatie en of mechanische ventilatie van stallen mogelijk. Ook kan het helpen om op hete dagen de melkkoeien juist gedurende de koelere nachten te weiden en hen enige verkoeling overdag op stal te geven. Deze consequenties hebben vooralsnog weinig ruimtelijke impact. Wel kan het nodig zijn om vanwege de hitte in de toekomst meer volume te realiseren in stallen voor melkvee. Dit kan worden gerealiseerd met een grotere oppervlakte per dier en of een hoger stalgebouw. Beide kunnen consequenties hebben voor de in de huidige bestemmingsplannen geboden ruimte.
Aanpak Klimaatadaptatie via het aanpassen van de leefomgeving aan de gevolgen van klimaatverandering is op landelijk niveau in 2016 aan de orde gesteld in de Nationale Adaptatie Strategie (NAS). Doel is het klimaatbestendig maken van Nederland. Provincie Utrecht wil dat in 2050 de gehele provincie klimaatbestendig en waterveilig is inge- 4.3 Bijdragen aan energietransitie richt en heeft daarvoor een aanpak voor Utrecht Zuidwest concreet Opgave uitgewerkt11. Om de klimaatverandering te beperken is het nodig om energie gebaseerd op fossiele brandstoffen te vervangen door duurzaam opOm de aanpak bodemdaling en klimaatadaptatie op te kunnen gewekte energie. In het Klimaatakkoord is daartoe afgesproken dat nemen in het ruimtelijk beleid van gemeenten, hebben 16 samen- in 2050 alle gebruikte energie CO2 neutraal moet zijn opgewekt. In werkende gemeenten in provincie Utrecht een Integraal Ruimtelijk 2030 moet dat al voor 70% van de gebruikte energie het geval zijn. Perspectief (IRP) als onderdeel van het Ruimtelijk Economisch Perspectief (REP) voorbereid. Daarin zijn vijf pijlers benoemd: wo- Om deze doelstellingen te realiseren wordt met name geïnvesteerd nen, werken, mobiliteit, energie en groen & landschap. in duurzame energie vanuit wind en zon. Veel duurzame energie zal worden geproduceerd met windturbines in de Noordzee.
Naar Bodemdaling en klimaatadaptatie zijn onderdeel van de pijler groen schatting moet op die manier in 2030 tenminste 49 TWh (49 miljard & landschap. In deze pijler is een ‘schaalsprong’ uitgewerkt met een kWh) per jaar worden opgewekt. Maar om aan de stijgende energieruimteclaim voor recreatie en natuur, en zijn kaartbeelden opgesteld vraag te blijven voldoen is het ook noodzakelijk om op land duurvoor de klimaat- en wateropgaven. Die opgaven hebben een relatie zame energie op te wekken. De schatting is dat in 2030 tenminste met zowel bodemdaling als klimaatadaptatie. Dit zal worden uit- 35 TWh op land moet worden opgewekt. gewerkt in de gemeentelijke Omgevingsvisie. De maatregelen die nodig zijn om de opgaven te realiseren worden opgenomen in een Aanpak uitvoeringsprogramma. De landelijke opgave voor de productie van duurzame energie wordt momenteel uitgewerkt in een Regionale Energie Strategie per regio. Consequenties Stichtse Vecht werkt met 16 gemeenten samen in U16. Daarbinnen Eventuele maatregelen om het landelijk gebied in Stichtse Vecht toe wordt ook het ruimtelijk beleid (Ruimtelijk Economisch Perspectief) 22
voorbereid. In de RES geven gemeenten aan hoeveel energie de betreffende regio gebruikt en wil gaan produceren. Maar ook op welke manier en waar de energieproductie plaats zal vinden. Daarmee brengen gemeenten ook in kaart hoeveel ruimte nodig is. De resultaten van de Regionale Energie Strategie (RES) worden dan ook meegenomen in het Ruimtelijk Economisch Perspectief (REP) dat door de U16 wordt uitgewerkt. De resultaten van de RES en het REP zijn belangrijke kaders voor de gemeentelijke Omgevingsvisie. In 2020 is een ontwerp-RES gepubliceerd en in het voorjaar 2021 is gewerkt aan een definitieve RES. Het bestuur van gemeente Stichtse Vecht heeft in 2018 bepaald dat er wel zonnepanelen maar geen windturbines mogen worden geplaatst. De inzet is het opwekken van 0,1 TWh aan duurzaam geproduceerde elektriciteit voor 2030, met een verdubbeling (0,2 TWh) in 2040. Daarbij wil de gemeente zo veel als mogelijk inzetten op de plaatsing van zonnepanelen op bestaande bebouwing, maar verwacht ze dat ook zonnevelden zullen moeten worden gerealiseerd. Waar die zonnevelden komen, is nog niet uitgekristalliseerd. Wel heeft de gemeente een kansenkaart opgesteld, waaruit de kansrijkheid van verschillende deelgebieden blijkt. Met name in het midden van de gemeente (Weidegebied Midden-Noord) ziet de gemeente ruimte12.
Dit speelt met name als gepachte gronden nabij een landbouwbedrijf worden ingericht als zonneveld en dit bedrijf daardoor op grotere afstand gronden moet gaan gebruiken. Hierdoor zal meer landbouwverkeer, met zwaardere tractoren en machines, over de openbare weg gaan. Naast de impact op de weginfrastructuur, zorgt een toename van het landbouwverkeer ook voor een toename van kosten (arbeid en brandstof) van het agrarisch bedrijf. Melkveehouders kunnen een relatief grote rol spelen in de energietransitie door plaatsing van zonnepanelen op bestaande bebouwing. LTO Noord heeft becijferd dat binnen de gemeente voldoende agrarisch dakoppervlak beschikbaar is, voor de productie van bijna 20.000 MWh duurzame elektriciteit14.
4.4 Verbeteren natuur en biodiversiteit
Opgave De biodiversiteit, het aantal soorten planten en dieren, neemt al langere tijd wereldwijd en ook in Nederland af. Dit komt door verkleining en versnippering van de leefgebieden van planten en dieren en doordat de kwaliteit van deze gebieden afneemt. Daarbij spelen in Nederland verdroging en vermesting (met name neerslag van stikstof die elders is uitgestoten) een grote rol15. Ons land slaagt er onvoldoende in om te voldoen aan de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Die richtlijn verplicht de zorg voor specifieke, kenmerkende planten diersoorten en hun leefgebieden. Dit komt neer op een gezonde veerkrachtige populatie van deze soorten, gebaseerd op voldoende met elkaar verbonden leefgebied van voldoende kwaliteit.
Gewerkt wordt (voorjaar 2021) aan een uitvoeringsplan zonnevelden met daarin ruimtelijke en maatschappelijke randvoorwaarden. Die zijn gebaseerd op een rapport met landschappelijke verbeeldingen per landschapstype13 en een impactanalyse die in kaart brengt welke aanpassingen aan het huidige elektriciteitsnetwerk nodig zijn. Na vaststelling van het uitvoeringsplan zonnevelden kan de gemeente De verminderde biodiversiteit in het agrarisch gebied blijkt onder toestemming gaan geven voor de realisatie van zonnevelden. andere uit de afname van het aantal weidevogels. In de meest recente Rapportage Natuur (2017) geeft de provincie aan dat tussen 2006 Consequenties en 2016 het aantal weidevogels in het Utrechtse veenweidegebied De energietransitie kan op verschillende manieren consequenties met 40 tot 60 procent is afgenomen16 . Deze afname is vooralsnog hebben voor de landbouw. Zo gaat de realisatie van zonnevelden ten niet tot staan gebracht en kent meerdere oorzaken. De belangrijkste koste van landbouwgrond. Afhankelijk van het aantal en de omvang zijn een intensief landbouwkundig gebruik en de aanwezigheid van van de zonnevelden, kan dit ten koste gaan van wel drie melkveebe- predatoren. drijven van gemiddelde omvang in 2040. Daarbij kan de realisatie van zonnevelden de landbouwstructuur in de gemeente aantasten. In beschermde natuurgebieden zoals de Oostelijke Vechtplassen17 , 23
Foto van het buitengebied 24
is het gelukt om de daling van de biodiversiteit af te remmen. Maar de kwaliteit van deze gebieden laat nog steeds te wensen over. Door de stikstofbelasting groeien de gebieden dicht en door een laag waterpeil treedt er verdroging op in de natuurgebieden . In beide gevallen speelt het landbouwkundig gebruik in de directe omgeving een rol. Een ander knelpunt voor de biodiversiteit is de harde scheiding door de noord - zuid lopende infrastructuren; rijksweg A2, spoorlijn Utrecht-Amsterdam en Amsterdam-Rijnkanaal.
water (KRW). En voor het adequaat beheren van natuurgebieden stelt de provincie middelen beschikbaar. Ook buiten natuurgebieden is aandacht voor de kwaliteit van de natuur. Zo kunnen boeren in het veenweidegebied beheerovereenkomsten afsluiten waardoor zij een vergoeding ontvangen voor agrarisch natuurbeheer. In provincie Utrecht neemt grofweg een derde van de boeren deel aan het agrarisch natuurbeheer, blijkt uit cijfers van het CBS20. In 2017 heeft de provincie met de provinciale Natuurvisie21 de ambitie uitgesproken om het agrarisch natuurbeheer een impuls te geven. Provincie Utrecht wil meer agrariërs verleiden om natuur te beheren en hen stimuleren om hogere natuurwaarden te realiseren. Hierover heeft de provincie afspraken gemaakt met een aantal agrarische collectieven die verantwoordelijk zijn voor de organisatie van het agrarisch natuurbeheer. Binnen de gemeente Stichtse Vecht zijn de collectieven Rijn Vecht en Venen en Utrecht Oost actief. Daarnaast heeft de provincie Platform Kleine Landschapselementen opgericht om het herstel en de aanleg van houtwallen en bosschages in het agrarisch cultuurlandschap te stimuleren. Gemee nte Stichtse Vecht en Collectief Rijn Vecht en Venen zijn bij dit platform aangesloten.
De benodigde aanpak van de achteruitgang van natuur en biodiversiteit is door de vernietiging van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) door de Raad van State in 2019 in een stroomversnelling gekomen. Feitelijk kunnen hierdoor nieuwe activiteiten die een toename van stikstofdepositie op beschermde natuurgebieden (Natura2000) veroorzaken, niet worden vergund. Het Rijk en de provincies moeten gaan werken aan het verbeteren van de condities voor plant- en diersoorten. Hiertoe moet onder andere de uitstoot van stikstof, zijnde ammoniak vanuit de landbouw en stikstofoxiden vanuit verkeer en industrie, verminderen. In de Stikstofwet is een doelstelling opgenomen van 50% reductie in 2035. In combinatie met een investering van bijna 3 miljard euro in natuurherstel zou van de stikstofgevoe- Recent is aanvullend beleid doorgevoerd om de stikstofproblemalige natuur in 2025 weer 40% gezond moeten zijn. Dit percentage tiek aan te pakken. Onderdeel daarvan is een opkoopregeling voor loopt in de jaren daarna op tot 50% in 2030 en 74% in 2035. varkensbedrijven, om de stikstofuitstoot van de gehele sector te beperken.
Aanvullend daarop kwam het Rijk najaar 2020 met een regeAanpak ling specifiek gericht op zogenoemde “piekbelasters”; veehouderijOm het verlies van natuur en biodiversiteit tot staan te brengen heb- bedrijven die een relatief hoge stikstofdepositie op stikstofgevoelige ben provincies natuurbeleid. Zo heeft provincie Utrecht19 beleid om Natura2000-gebieden veroorzaken. Met deze regeling kunnen pronatuurgebieden te beschermen, gericht te vergroten en te verbinden. vincies op basis van vrijwilligheid veehouderijbedrijven opkopen22 Momenteel werkt de provincie aan enkele nieuwe natuurgebieden . De gronden van deze ‘stoppers’ zouden kunnen worden ingezet en aan het verbinden van bestaande natuur. Ook heeft de provincie voor extensivering van de blijvers. Deze strategie is ook geopperd nog een natuuropgave van circa 3.000 ha. Die opgave is niet con- in het Klimaatakkoord, maar hiervoor bestaat nog geen concrete creet voor gemeente Stichtse Vecht en ook nog zonder financiering. aanpak. Naast de omvang van de natuur richt de provincie zich op het verbeteren van de kwaliteit van natuurgebieden. Hiervoor heeft provincie Utrecht bodem-, water- en milieubeleid; een Bodem-, Water- en Milieuplan. Voor de waterkwaliteit zijn waterschappen verantwoordelijk op basis van doelen vastgelegd in de Europese Kaderrichtlijn
Voor natuurherstel heeft het Rijk in de komende 10 jaar 300 miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld via Programma Natuur. Hiervoor kunnen maatregelen worden getroffen in of nabij stikstofgevoelige Natura2000-gebieden. Provincie Utrecht krijgt 6 tot 12 miljoen toebedeeld voor (hydrologische) verbetering van natuurgebieden, 25
versnelling van natuurontwikkelingsprojecten en realisatie van overgangszones23. De daarvoor benodigde maatregelen worden gebiedsgericht ingezet en daartoe stellen verschillende partijen gezamenlijk een advies op dat eind 2021 uitkomt24. Voor de natuur- en biodiversiteitsopgave is de provincie verantwoordelijk, maar ook de gemeente zet zich hiervoor in. Dit komt onder andere uit het provinciale Ruimtelijk Economisch Programma. Als onderdeel van Groen & Landschap moeten nieuwe natuurgebieden en -verbindingen worden ontwikkeld. Voor gemeente Stichtse Vecht zijn groene oostwest verbindingen noodzakelijk; de zogenoemde natte as en enkele kleinere ecologische verbindingszones. Ook zijn noord-zuid verbindingen nodig, waarvoor onder andere oevers van de Vecht kunnen worden benut. Dit alles komt terug in verschillende gebiedsgerichte opgaven.
Een andere mogelijke consequentie is dat er meer dan nu het geval is een beroep zal worden gedaan op de melkveehouders in Stichtse Vecht om deel te nemen aan agrarisch natuurbeheer. Een relatief groot gedeelte van de ondernemers doet dat al (zie paragraaf 2.4). Aan deze melkveehouders zal wellicht gevraagd worden om de inzet te intensiveren bijvoorbeeld door het afsluiten van een zwaarder beheerpakket. Momenteel wordt bij de herziening van het Europese landbouwbeleid GLB (zie paragraaf 3.4) bekeken of de regeling voor agrarisch natuurbeheer aantrekkelijker gemaakt kan worden. Deelname vindt altijd plaats op vrijwillige basis. De stikstofproblematiek, en het daaruit voortkomende beleid, heeft grote consequenties voor melkveehouders in Stichtse Vecht. De aanwezigheid van stikstofgevoelige natuur, zoals de Oostelijke Vechtplassen, zorgt ervoor dat bedrijfsuitbreiding veel moeilijker wordt. Voor die uitbreidingen zijn vergunningen in het kader van de Natuurbeschermingswet nodig. Daarnaast kunnen maatregelen voor natuurherstel die de provincie gaat treffen, effect hebben op het landbouwkundige gebruik van agrarische percelen, bijvoorbeeld nabij de Oostelijke Vechtplassen. Zeker als de waterhuishouding wordt aangepast. In de Leidraad van het Programma Natuur geeft de provincie aan op zoek te gaan naar ruimte voor extensiveringsmaatregelen nabij dit natuurgebied.
Of die ruimte zal worden gevonden en zo ja op welke schaal en met welk instrumentarium, is vooralsnog onduidelijk.
Consequenties Onder regie van de provincie worden enkele kleine nieuwe natuurgebieden ontwikkeld, met name in de Oostelijke Vechtplassen. Daarnaast vallen nog enkele gebieden in gemeente Stichtse Vecht, bijvoorbeeld ten oosten van Breukelen25, binnen de Groene Contour. Natuurontwikkeling in de Groene Contour, circa 155 ha binnen gemeente Stichtse Vecht, gaat op basis van vrijwilligheid en leidt tot agrarische gronden met natuur. Hierdoor zijn consequenties voor agrarisch ondernemers vooralsnog beperkt. Wel kan natuurontwikkeling effect hebben op de gronden die lokaal te koop komen. De schaarste die daardoor ontstaat kan de grondprijs laten stijgen, met als gevolg dat blijvende boeren moeilijk hun bedrijf kunnen uitbrei- De afgelopen decennia stopten jaarlijks circa 3 tot 5% van de agrariden, extensiveren en/of meer natuurin clusief maken. sche bedrijven. Die trend zal de komende jaren, mogelijk versterkt, doorzetten. Daarbij spelen opkoopregelingen van de overheid en de Mogelijk kunnen uit het Integraal Ruimtelijk Perspectief en/of het mogelijkheden van extern salderen met industriële bedrijven een Ruimtelijk Economisch Perspectief nog natuuropgaven voor ge- grote rol. Als industriële bedrijven stikstofruimte nodig hebben en meente Stichtse Vecht voortkomen. Die ambities zijn nu niet con- daarvoor een melkveebedrijf nabij een Natura2000-gebied mogen creet.
Stichtse Vecht richt zich met name op het versterken van oost- saneren, zal dat naar verwachting op grote schaal gaan gebeuren. west en noord-zuid verbindingen in de deelgebieden Weidegebied Daardoor kan veel grond vrijkomen, maar of die inzetbaar is voor Midden-Noord en Langzame Vecht. Daarbij vraagt een robuuste maatschappelijke opgaven is nog ongewis. verbinding tussen het westelijk en oostelijk veenweidegebied waarschijnlijk de meeste ruimte, maar hoeveel is nog onduidelijk.
26
4.5 Ruimte bieden voor wonen, werken en recreëren
Opgave Eén van de grotere maatschappelijke opgaves in Nederland is de sterk groeiende vraag naar woonruimte. Dit geldt zeker ook voor de regio Utrecht, één van de snelst groeiende regio’s. Becijferd is dat ten opzichte van 2019 er in 2035 circa 135.000 mensen extra in en om de stad Utrecht zullen en willen wonen26. Hierdoor zal ook het aantal inwoners van Stichtse Vecht toenemen, waarvoor veel extra woningen nodig zijn. Uit onderzoek dat de U16 in het kader van het Ruimtelijk Economisch Perspectief heeft laten uitvoeren, blijkt dat er tot 2040 behoefte is aan 124.100 tot 147.500 woningen in de regio Utrecht. Voor gemeente Stichtse Vecht zou dat neerkomen op 5.000 extra woningen, waarvan er 4.400 reeds zijn gepland. Voor de resterende woningbouwopgave dient nog een locatie te worden gevonden. Veelal zullen deze woningen worden gerealiseerd aan de
randen van kleinere kernen. Naar verwachting is daarvoor in de komende 20 jaar niet meer dan circa 50 ha landbouwgrond nodig. Daarnaast is er in de gemeente ruimte nodig voor extra bedrijventerreinen ten behoeve van nieuwe economische activiteiten. Eerder heeft provincie Utrecht onderzoek laten uitvoeren naar de behoefte aan bedrijventerreinen27. Uit dat onderzoek blijkt dat tot en met 2027 er binnen gemeente Stichtse Vecht een vraag bestaat naar 11 ha, waarvan 6 ha kan worden opgevangen op bestaande locaties. In de huidige situatie is er in de gemeente verdeeld over 9 locaties, circa 62,4 ha aan bedrijventerrein. De toekomstige vraag naar bedrijventerreinen tot 2030 bedraagt op basis van een meer recente analyse in de Toekomstvisie Bedrijventerreinen Stichtse Vecht zo’n 2,8 tot 8 ha28. Hiervan is slechts een klein deel in te vullen op de bestaande bedrijventerreinen.
Foto van een boerderijcamping 27
28
Illustratie 7 principes
Tenslotte is het van belang dat zowel de nieuwe als de huidige inwoners van de regio Utrecht voldoende ruimte hebben om buiten te recreëren. Het rapport “Utrecht Buiten; Groene recreatie voor een gezond stedelijk leven” beschrijft dat de regio Utrecht veel te bieden heeft. Daarbij wordt de Vechtzone neergezet als een icoongebied van internationale allure. Vanwege de groeiende bevolking neemt de recreatieve druk op de regio toe. Direct rondom de stad Utrecht is er behoefte aan circa 550 ha nieuwe recreatieterreinen. Daarnaast is er behoefte aan een recreatieve dooradering van het landelijk gebied rondom de stad. Het rapport “Utrecht Buiten” beschrijft een netwerk van nieuwe fiets- en wandelpaden in een gebied ter grootte van 5.000 ha binnen 5 kilometer rondom de bebouwing en 2.500 ha daarbuiten, deels op het grondgebied van Stichtse Vecht. In de betreffende gebieden gaat het om recreatief medegebruik, dus toegevoegd aan (bestaande) functies zoals landbouw of natuur. Het recreatieve voorzieningenniveau in algemene zin is hoog, maar er zijn nog kansen om het te versterken. Voor Stichtse Vecht geldt dit onder andere voor delen van de Vechtoever en het Noorderpark. Aanpak De opgaven op het gebied van wonen, werken en recreëren worden in verschillende beleidsprocessen opgepakt.
In (het ontwerp van) de provinciale Omgevingsvisie en in het Ruimtelijk Economisch Perspectief komen wonen, werken en recreëren nadrukkelijk aan bod. Die kaders zijn leidend voor de gemeentelijke Omgevingsvisies- en plannen. In het ‘koersdocument’ voor de Omgevingsvisie, geeft de gemeente aan voorkeur te hebben voor binnenstedelijke verdichting in het deelgebied Snelle Vecht (onderdeel van Weidegebied MiddenNoord) en dan met name nabij station Breukelen. Belangrijk is wel dat er genoeg groene en landschappelijk open verbindingen blijven bestaan. Tegelijkertijd wil de gemeente investeren in woningbouw in en nabij kleine kernen in het westelijke veenweidegebied. Daarvoor zijn ook investeringen in de lokale infrastructuur nodig. In het koersdocument geeft gemeente Stichtse Vecht ook aan dat ruimte nodig voor nieuwe bedrijventerreinen gezocht zal worden in deelgebied Snelle Vecht, en dan met name langs de Corridor in Breukelen.
nomen. Ter voorbereiding hierop heeft de gemeente het Beleidsplan Waardevol Toerisme opgesteld. Dit plan gaat uit van een balans tussen verdere toeristisch-recreatieve ontwikkeling enerzijds en het beperken van overlast anderzijds. Verder dienen de kwaliteiten van natuur, cultuur en erfgoed gekoesterd en waar mogelijk versterkt te worden vanuit een gedeeld belang voor bewoners, bezoekers en bedrijven. Het beleidsplan bevat zeven principes die leidend zijn bij de ontwikkeling van recreatie en toerisme. Consequenties De geschetste ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken en recreëren kunnen op verschillende manieren van invloed zijn op de landbouw in de gemeente Stichtse Vecht. Ten eerste is er ruimte nodig om nieuwe woningen en bedrijventerreinen te realiseren. Bij woningbouw gaat het naar schatting om 50 ha tot 2040 en bij de aanleg van bedrijventerreinen om maximaal 12 ha tot 2030. Ruimte hiervoor wordt met name gezocht in het deelgebied Snelle Vecht (Weidegebied Midden-Noord). Daarnaast is er ook grond nodig om nieuw recreatiegebied te realiseren. Indicatief is hiervoor circa 35 ha nodig volgens het Regionaal Economisch Programma. Verder zal een deel van de circa 200 km nieuwe wandel- en fietspaden, in de U16 gemeenten in Stichtse Vecht moeten worden gerealiseerd. Waar deze opgave zal landen is nog niet bekend.
Maar de kans is groot dat deze drie ruimteclaims op zijn minst gedeeltelijk ten koste gaan van landbouwgrond, waardoor grond aan de sector wordt onttrokken. Een tweede consequentie is dat mogelijk een beroep wordt gedaan op melkveehouders om gronden open te stellen voor recreatieve doeleinden, bijvoorbeeld voor het realiseren van wandel- of fietspaden. Het fysieke ruimtebeslag hiervan is relatief beperkt omdat de gronden grotendeels een landbouwkundige functie blijven houden. Maar recreatief medegebruik, bijvoorbeeld zwerfafval of loslopende honden, kan wel serieuze overlast geven.
Een laatste consequentie is een intensiever gebruik van de weginfrastructuur in het landelijk gebied door bewoners en recreanten. Dit kan enerzijds tot (nieuwe) spanningen leiden vanwege interactie De recreatieve opgave zal ook in de Omgevingsvisie worden meege- tussen landbouw- en recreatieverkeer. Het Beleidsplan Waardevol 29
Toerisme kondigt maatregelen aan om overlast tegen te gaan. Maar intensivering van de recreatie kan anderzijds ook kansen bieden voor verbreding van de landbouw, waarbij agrarisch ondernemers recreatieve voorzieningen aanbieden. Het Beleidsplan Waardevol Toerisme geeft aan dat hier kansen liggen, met name in Weidegebied Oost en Weidegebied West, maar concretiseert verder niet hoe deze benut kunnen worden.
30
3. Zie onder andere de bodemkaart veengebieden, te raadplegen via https://www.atlasleefomgeving.nl/veengebieden-provincie-utrecht 4. Zie bijvoorbeeld https://www.trouw.nl/nieuws/de-veenweiden-spugen-evenveel-co2-uitals-2-miljoen-uitlaten~bad9241d/ 5. Zie bijvoorbeeld rapport “Dalende bodem, stijgende kosten” (2015) van het Planbureau voor de Leefomgeving 6. Hierbij zijn 4 van de 5 categorieën veengrond die de provincie
23. Zie https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2020/07/10/hoofdlijnen-programma-natuur/bijlage-hoofdlijnen-programmanatuur.pdf 24. Zie https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/Vergaderingen/ Statencommissie-Ruimte-Groen-en-Water/2020/01-juli/15:00/2020RGW108-02Leidraad-stikstof-DEFINITIEF.pdf
Utrecht onderscheidt meegeteld: kleidek op veen, kleiig veen, puur veen en dun veen.
25. Zie https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/
De vijfde categorie (klei op veen; in Stichtse Vecht bijna 1.000 ha) is niet meegeteld
26. Zie https://www.provincie-utrecht.nl/sites/default/files/2020-07/210819_hoofdrap-
omdat de CO2 uitstoot bij deze grondsoort beperkt is. Bron: bijlage 2 van de provinciale startnotitie Regionale Veenweide Strategie. 7. Bron: bijlage 2 van de provinciale startnotitie Regionale Veenweide Strategie 8. Als de gemeente Stichtse Vecht relatief meer gebieden heeft waar de bodemdaling sneller gaat, kan de reductieopgave wat hoger uitvallen. Bij relatief meer gebieden met lang-
port_utrecht_buiten_eindversie.pdf 27. Zie https://www.provincie-utrecht.nl/sites/default/files/2020-03/stec_groep_18_361_ def_prognose_bedrijventerreinen_provincie_utrecht.pdf 28. Zie https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/Documenten/1-ToekomstvisieBedrijventerreinen-Stichtse-Vecht-2.pdf
zamere bodemdaling kan de opgave lager zijn. 9. Te raadplegen via https://www.erikzeegers.nl/regio-utrecht/klimaatverandering/ 10. Zie https://klimaatadaptatienederland.nl/thema-sector/landbouw/bollen-landbouw/ 11. Zie https://klimaatadaptatienederland.nl/@245295/ regionale-adaptatiestrategie-zuidwest-utrecht/ 12. Zie https://zonneveldenstichtsevecht.nl/kansenkaart/ 13. Zie “Energielandschappen RES U16” via https://www.energieregioutrecht.nl/publicaties/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=1819888 14. Zie https://www.ltonoord.nl/provincie/regio-west/regio-west/nieuws/2020/05/01/ afdelingen-aan-zet-bij-de-res 15. Zie https://www.clo.nl/onderwerpen/biodiversiteit 16. Zie https://www.provincie-utrecht.nl/sites/default/files/2020-03/rapportage_natuur_oktober_2017.pdf 17. Het Utrechtse gedeelte van dit gebied is circa 900 ha groot en bevindt zich grotendeels in de gemeente Stichtse Vecht, aan de oostkant. Een kleiner deel ligt in de buurgemeenten De Bilt en Utrecht. 18. Zie https://themasites.pbl.nl/balansvandeleefomgeving/jaargang-2016/themas/ natuur/milieucondities-natuur 19. Zie de Natuurvisie van de provincie Utrecht, via https://www.provincie-utrecht.nl/ sites/default/files/2020-02/natuurvisie_provincie_utrecht_2017.pdf 20. Zie https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/80807ned/table?dl=4653F 21.
Zie https://www.provincie-utrecht.nl/sites/default/files/2020-03/realisatiestrategie_ natuurvisie_12-12-2017.pdf 22. https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/11/03/ regeling-gerichte-opkoop-veehouderijen-gestart 31