CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsvisie Stichtse Vecht.pdf

Commissie Fysiek Domein 30 november 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 4. 19:45: Omgevingsvisie Stichtse Vecht.29.774 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Opdracht Handreiking initiatieven met focus op kwaliteit en identiteit

De opdracht Handreiking initiatieven met focus op kwaliteit en identiteit is overkoepelend en betreft in minder of meerdere mate alle thema’s. Voor de thema’s ruimte voor recreatie, toekomstbestendig vitaal platteland, prettig wonen in de kernen en ruimte voor verstedelijking is deze opdracht het meest expliciet. Een intitiatief kan op verschillende manieren bijdragen aan de kwaliteit en identiteit. Dit kan bijvoorbeeld door in te spelen op de cultuurhistorische verhaallijnen of door een verdienmodel te

76

Foto: Fietsers over Kanaaldijk Oost in Breukelen 77 Fotograaf: Willem Mes

5.6 Toekomstbestendig vitaal platteland Wat speelt er?

In het veenweidegebied is de melkveehouderij de belangrijkste drager en beheerder van het landschap. Qua beeld en beleving worden de kenmerkende groene weilanden met sloten en koeien door de meeste mensen hoog gewaardeerd. De agrarische sector staat echter onder druk. De komende jaren zullen veel agrariërs gaan stoppen. Dit komt onder andere door de opgaven en verantwoordelijkheden die op het buitengebied en dus de agrarische sector afkomen. De bodemdaling, de veenoxidatie en de stikstofproblematiek kunnen hebben gevolgen voor het gebruik van de landbouwgronden (zie ook 5.7). Het Rijk en de Provincie schrijven een transitie voor om tot kringlooplandbouw te komen. We nodigen agrariërs nadrukkelijk uit om hierop te anticiperen. Naast landbouw vragen de verstedelijkingsopgaven, de toenemende recreatiedruk, de energietransitie en de urgentie om de biodiversiteit te verhogen ook om ruimte in het buitengebied. De agrarische sector staat voor de uitdaging om de bedreigingen om te buigen in kansen. Een nieuwe balans is nodig voor het platteland. Voorop staat dat we op het platteland een aantrekkelijk ondernemersklimaat willen bieden. Essentieel daarin zijn goede/nieuwe verdienmodellen voor de (agrarische) ondernemers. Daarvoor moeten we samenwerken met de inwoners, (agrarische) ondernemers en organisaties.

Onderdeel van een toekomstbestendig platteland is een kwantitatief en kwalitatief goed natuurnetwerk. In de gemeente Stichtse Vecht is veel waardevolle natuur aanwezig: • Natura 2000 gebied: de Oostelijke Vechtplassen • Natuur Netwerk Nederland: o.a. buitenplaatsen langs de Vecht, Polder Mijnden, trekgaten bij Scheendijk, Polderreservaat Kockengen, de Aa, de Nieuwe Wetering, etc. • Natte parels: gebieden met hoge potentie op het gebied van waternatuur en -kwaliteit (waterparels) • Weidevogelkerngebied: westelijk veenweidegebied ten noorden en westen van Kockengen • Weidevogelrandzone: westelijk veenweidegebiedten oosten van Kockengen en rondom Nieuwer Ter Aa. 78

Het overgrote deel van het westelijke veenweidegebied is weidevogelgebied. Het oostelijk veenweidegebied / Plassengebied is grotendeels natuurgebied (Natura 2000 en NNN). Aanvullend hierop zijn groene contour gebieden (toekomstig NNN) en ecologische verbindingen aangewezen. De door de Provincie Utrecht en regio gewenste robuuste ecologische verbindingen verbinden het westelijke en oostelijke veenweidegebied (en Plassengebied). We gaan invulling geven aan deze robuuste ecologische verbindingen. Dit leidt tot de volgende opgaven: • Een nieuwe balans vinden op het platteland, die enerzijds anticipeert op de bodemdaling, veenoxidatie, waterhuishouding, en stikstofproblematiek en anderzijds op de toenemende ruimteclaims vanuit de verstedelijkingsopgave, recreatie, duurzame energie en de wens om de biodiversiteit te vergroten. Essentieel hierin zijn goede en duurzame verdienmodellen. • Een bijdrage leveren aan de transitie van het platteland in het hele buitengebied. Het veenweidegebied is hierbij aandachtsgebied. Hierbij nadrukkelijk de samenwerking opzoeken met de agrariërs, natuurorganisaties, regio, provincie en Rijk. • Mede invulling geven aan de robuuste ecologische verbindingen uit de provinciale Omgevingsvisie.

Visie

We zetten ons zoveel mogelijk in op een buitengebied met (economisch) gezonde melkveehouderijen. Het buitengebied is divers en heeft een eigen dynamiek en is voortdurend in beweging. Door verschillende oorzaken zal het gebruik gedeeltelijk veranderen, waarbij nieuwe verdienmodellen ontstaan. We zien de volgende knoppen waaraan gedraaid kan worden om die verandering te begeleiden: • Economie en gebruik • Verbreding in de landbouw • Een integrale, gebiedsgerichte benadering Als het gaat om economie en gebruik dan willen we dat er ondernemersruimte is om binnen de landbouw te ontwikkelen en

Kaart: natuur 79

om te verbreden. Ontwikkelruimte binnen de landbouw is er als het omgevingsbeslag van de landbouwproductieprocessen niet toeneemt. Verdere uitbreiding van de agrarische bedrijven, buiten de verleende Natuurbeschermingswet-vergunning, is moeilijk. De stikstofproblematiek zorgt ervoor dat beleid vanuit het Rijk en de Provincie erop gericht is dat de agrarische bedrijven minder milieuruimte innemen. Met bedrijfsprocessen die minder externe effecten hebben is er meer ondernemersruimte. Professionalisering, modernisering, innovatie in combinatie met verbreding dragen hier gezamenlijk aan bij. Bij uitbreiding van een bedrijf zullen melkveehouders intern moeten salderen of stikstofdepositie ruimte van een ander agrarisch bedrijf moeten overnemen, extern salderen. Bij die overname wordt 30% van de stikstofruimte afgenomen. Als gemeente denken we mee, verbinden we en brengen mogelijkheden in beeld. Ook geven we aan in welke gebieden het niet wenselijk is dat stikstofruimte van stoppende agrariërs wordt overgekocht. Dit maakt onderdeel uit van het programma VABbeleid (Vrijkomde Agrarische Bebouwing). Landelijk is de belangrijkste trend in de afgelopen decennia schaalvergroting van de hoeveelheid vee. Schaalvergroting kan bij voorkeur alleen wanneer dit past bij de bedrijfsvoering en wanneer in onbruik geraakte bijgebouwen gesloopt worden.

Samen met de agrariërs willen we kijken hoe we ruimte kunnen geven aan groei met behoud van de erfstructuur en de landschappelijk waarden. Hierbij kan ontwikkeling van de landbouw richting natuur-inclusief en kringlooplandbouw tot de mogelijkheden behoren. Daar horen professionalisering, modernisering en innovatie bij. In de ‘Perspectiefnota Landbouw’ (2021) worden de volgende trends gesignaleerd voor de melkveehouderij in Stichtse Vecht: • Business as usual • Duurzamer en natuurinclusiever • Verbreding van activiteiten • Functieverandering inclusief bedrijfbeëindiginig Op de kaart hiernaast is aangegeven waar wij als gemeente het

80

accent qua landbouw graag willen zien. Voor de Belevingszone Vecht geldt dat we de meeste kansen zien voor verbreding, aansluitend bij de hoge cultuurhistorische en recreatieve waarden van dit gebied. Voor het Veenweidegebied West geldt dat we agrariërs willen stimuleren in te zetten op verbreding en duurzamer/ natuurinclusiever. Op deze manier dragen zij bij aan een hogere recreatieve waarde van dit gebied. Business as usual vraagt in Veenweidegebied west wel om actie tegen de bodemdaling en veenoxidatie. Rondom Kockengen wordt al gewerkt met waterinfiltratiesystemen. De landbouwgebieden op de klei hebben dit probleem niet, waardoor zij gemakkelijker op de huidige wijze door kunnen boeren (Business as usual). Uiteraard binnen het geldende beleid en regelgeving. In en nabij het natura 2000 gebied en het weidevogelgebied ligt het accent op duurzamer/natuurinclusiever. In en nabij het natura 2000 gebied is het streven dat de stikstofruimte afneemt. Stikstofruimte van stoppende boeren kan hier niet overgenomen worden. Wij zien met name veel kansen voor groei van de economische omvang van de landbouw in verbreding, over de hele gemeente. We denken aan hoogwaardige en lokaal verkochte producten, recreatieve en andere functies die toegevoegd worden en groen/ blauwe diensten.

(Groen/blauwe diensten zijn bovenwettelijke, vaak gesubsidieerde activiteiten van grondeigenaren gericht op de realisatie van maatschappelijke wensen of doelen op het gebied van natuur, landschap en water.) Hiermee wordt aangesloten op de visie op recreatie en wordt de gebruikswaarde van het landelijk gebied voor iedereen groter. Dit wordt momenteel ondersteund met de mogelijkheden die geboden worden in de bestemmingsplannen. Met toekomstig beleid kijken we of verruiming nodig en wenselijk is. Wij zien agrarische bedrijven als individuele ondernemingen die een individueel bedrijfsmodel ontwikkelen. De economische omvang van een bedrijf ontstaat door combinaties van verschillende bedrijfsonderdelen en bedrijfsprocessen. Er zijn dus geen generieke verdienmodellen. Wij stimuleren het ondernemerschap door ruimte te maken voor dat individuele bedrijfsmodel waar wij daar

Kaart: Accent landbouw 81

invloed op hebben, en wij nodigen de ondernemers uit om daar ook op in te spelen. We denken dat dat de meest kansrijke economische groeimogelijkheden in ons gebied in de verbreding zitten. De bodemdaling en veenoxidatie zijn een serieus probleem in de veenweidegebieden. Met name in het westelijke veenweidegebied zijn er grote aanpassingen nodig om de bodemdaling en veenoxidatie te stoppen of te vertragen. Echt duurzame landbouw draagt hieraan bij. Hiervoor zetten we voorlopig in om via een waterinfiltratiesysteem de bodemdaling te verminderen. Met een waterinfiltratiesysteem is de veenoxidatie en daarmee de bodemdaling tot ongeveer de helft te verminderen. Belangrijk voordeel van deze aanpak is dat het toepassen van een waterinfiltratiesysteem nauwelijks effect heeft op de agrarische bedrijfsvoering. Dit geeft ons én de agrariërs tijd om over de toekomst na te denken. Dergelijke ingrijpende veranderingen vragen om een integrale en gebiedsgerichte aanpak. Deze problemen spelen niet alleen in Stichtse Vecht, maar in de hele regio. Daarom zien we een leidende rol voor de Provincie(s) en sluiten wij graag aan als partner. Voor het veenweidegebied West willen we samen met de inwoners, organisaties, ondernemers en agrariërs onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor een of meerdere integrale, gebiedsgerichte en toekomstbestendig plannen.

We gaan invulling geven aan de (robuuste) ecologische verbindingszones in Stichtse Vecht, die vanuit de Provincie op kaart zijn gezet. Bij nieuwe ontwikkelingen anticiperen we op de gewenste ecologische verbindingen. We werken samen met de verschillende initiatiefnemers om beetje bij beetje de gewenste natuurverbindingen te realiseren. Hier kijken we ook naar het realiseren van recreatieve verbindingen. In de toekomst is er nog 40% van de huidige agrarische bedrijven over. Naast ruimte voor de agrariërs dient ook nagedacht te worden over vervolgfuncties voor de stoppende agrarische bedrijven. Wonen, recreatie en natuur zijn de meest voor de hand liggende opties. Daarbij moet wel goed afgewogen worden wat dit betekent voor de agrariërs die wel doorgaan. Denk hierbij aan de mogelijkheid om extern te salderen, maar ook aan de transitie naar duur82

zamere en natuurinclusievere landbouw. De agrariërs hebben hier mogelijk meer ruimte (grond) voor nodig. Behoud van de oude erfstructuren en het tegen gaan van vertuinen van het landschap zijn daarbij belangrijk. Bedrijven die niet gelieerd zijn aan het onderhoud van het agrarisch landschap zijn niet gewenst. Visie Toekomstbestendig vitaal platteland: • We bieden ontwikkelruimte binnen de agrarische bedrijfsvoering als het omgevingsbeslag (negatieve invloed op het milieu) niet toeneemt. Dit kan door intern salderen of extern salderen. Professionalisering, modernisering, innovatie in combinatie met verbreding dragen hier aan bij. • De meest kansrijke economische groeimogelijkheden voor de landbouw zitten in de verbreding en in duurzamer/natuurinclusiever. De gemeente stimuleert en faciliteert waar mogelijk de agrariërs die willen verbreden en/of duurzamer en natuurinclusiever willen worden. • We gaan naar een multifunctioneler platteland. Daarbij streven we naar een gevarieerder, duurzamer/natuurinclusiever en multifunctioneel landschap met een hogere opvangcapaciteit voor nevenfuncties en natuur. • De bodemdaling en veenoxidatie willen we stoppen of vertragen. Voor dit transitieproces is een integrale en gebiedsgerichte aanpak een geschikt middel. Wij zetten de huidige samenwerking met de agrarische sector, buurtgemeenten en Provincie voort.

Wij vinden dat de Provincie (en/of Rijk) hier een leidende rol heeft. We winnen tijd door de bodemdaling en veenoxidatie te vertragen m.b.v. een waterinfiltratiesysteem. • We onderzoeken samen met de samenleving de mogelijkheden voor een toekomstbestendig, integraal en gebiedsdekkend plan voor Veenweidegebied West. Dit kunnen ook meerdere kleine plannen worden. Indien gewenst gaan ook aan de slag in de andere gebieden. • We geven mede invulling aan de ecologische verbindingszones uit de provinciale Omgevingsvisie (POVI). De provincie Utrecht is hiervoor verantwoordelijk. • We gaan richtlijnen maken voor hoe om te gaan met vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) en de bijbehorende stikstofruimte.

Woordenwolk: Toekomstbestendig vitaal platteland 83

Opdrachten voor programma’s

Om de Omgevingsvisie te realiseren is het nodig om de volgende opdrachten mee te nemen in de bestaande en nieuwe programma’s: • Opdracht Handreiking initiatieven met focus op kwaliteit en identiteit (zie opdrachten Ruimte voor recreatie) • Programma Veenweide West: toekomstbestendig, integraal en gebiedsdekkend plan(nen) voor het westelijk veenweidegebied • Opdracht ontwikkelruimte versus omgevingsbeslag • Opdracht Verbreding van de landbouw • Opdracht andere vormen van landbouw (zie 5.7 en 7.1) • Opdracht Ecologische en recreatieve verbindingszones realiseren • Opdracht direct en eenduidig aanspreekpunt agrarische bedrijven • Opdracht Plattelandsraad • Opdracht VAB-beleid • Opdracht Promotie agrarische sector • Opdracht Experimenteerruimte Bovenstaande opdrachten zijn beschreven in de notitie ‘Opdrachten voor programma’s’. Voor de onderstaande onderwerpen geldt dat de gemeente Stichtse Vecht graag meedoet als partner in een grotere gebiedsgerichte aanpak. De gemeente Stichtse Vecht neemt hiervoor niet het eerste initiatief. • Gebiedsgerichte aanpak stikstof • Kavelruil • Grondbank • Gebiedsfonds Gebiedsgerichte aanpak stikstof De aanpak van het stikstofvraagstuk zal deels gebiedsgericht plaatsvinden onder regie van de provincie. In die gebiedsgerichte aanpak kunnen ook andere maatschappelijke opgaven, zoals het

84

anticperen op de klimaatverandering, worden meegenomen. Door samen te werken met de agrariërs kunnen waarschijnlijk de beste resultaten worden geboekt. Kavelruil Melkveehouders in Stichtse Vecht zullen graag extra grond willen t.b.v. het vergroten, meer grondgebonden of natuurinclusiever maken van hun melkveehouderij. Geregisseerde kavelruil, ook over de gemeentegrenzen heen, kan helpen om de landbouwstructuur te verbeteren. Ook hier zien wij een rol voor de provincie of regio. Grondbank In heel Nederland ontstaan initiatieven waarbij niet-agrariërs investeren in boerenland. Reden hiervoor is zorg en betrokkenheid van veel burgers voor het landschap en hun leefomgeving. Naast private grondbanken zijn er ook publieke grondbanken. Aan het verpachten van de gronden zitten dan voorwaarden verbonden waaraan de pachter moet voldoen. Stichtse Vecht particpeert graag als de provincie Utrecht een grondbank start. Gebiedsfonds De gemeente participeert graag in een gebiedsgericht fonds vanuit de regio, provincie of ander samenwerkingsverband.

Omgevingsvisie Natuur & landbouw Inwoners van Stichtse Vecht zijn trots op de natuur in hun gemeente. Ze vinden het belangrijk dat deze behouden blijft en dat woningbouw beperkt wordt. Anderen vinden vooral een goede balans belangrijk tussen natuur enerzijds en bijvoorbeeld de bouw van woningen of aanleg van zonnevelden anderzijds.

78%

De inwoners van Stichtse Vecht vinden dat er voldoende natuur is in hun woonomgeving.

Stellingen Ben je het ermee eens? (ja/nee)

Landbouw Er wordt verschillend gedacht over landbouw. Een deel van de inwoners is voorstander van kleinere boerenbedrijven en vindt dat de landbouwsector biologischer en duurzamer moet gaan werken. Andere inwoners zien kansen om een deel van de landbouwgrond te gebruiken als bijvoorbeeld natuurgebied of voor de aanleg van zonnevelden. Er is ook een groep inwoners die geen noodzaak ziet tot verandering. Een ruime meerderheid van de inwoners vindt dat de gemeente een belangrijke rol speelt op dit terrein.

“Stichtse Vecht heeft een mooi, divers landschap dat behouden moet worden, d.w.z. weidelandschap en karakteristieke Vecht.” – Inwoner Breukelen

Wat voor landbouw past er in de toekomst van Stichtse Vecht?

94,9%

Ja, de bestaande natuur moeten we in ieder geval behouden.

72,2%

Ja, groen in mijn kern is belangrijker dan veel parkeerruimte.

Meer groen Het aanleggen van nieuw groen wordt vaak genoemd door inwoners. Het gaat hierbij om het planten van meer bomen en bloemen en het aanleggen van plantsoenen. Dit is goed voor insecten en vogels. Om het groene karakter van kernen te behouden, pleiten inwoners voor een belasting of verbod op het volledig betegelen van tuinen.

Infographic: resultaten inwonersenquête 2020 14 Thema Natuur & landbouw

35%

Kleine(re) agrarische bedrijven die zich richten op de regionale en nationale markt.

61,8%

Ja, ruimte voor natuur is belangrijker dan ruimte voor landbouw.

25%

Een combinatie van voedselproductie en andere functies, zoals recreatie, horeca, winkel, etc.

15,6%

Ja, natuur moet altijd toegankelijk zijn voor recreanten. Ook als dit de natuur schaadt.

10%

28%

Kringlooplandbouw: waarbij mest van het vee teruggaat naar de plek waar hun voer groeide, om daar weer te dienen als voeding voor nieuwe gewassen.

2%

Grote agrarische bedrijven die aan Europa vlees en zuivel leveren.

Waterlandbouw (vis, algen, rijst, etc.) in een deel van de huidige veenweidegebieden.

Terugkoppeling Omgevingsvisie

85

5.7 Werken aan klimaatverandering Wat speelt er?

Het klimaat verandert wereldwijd, veroorzaakt door de uitstoot van koolstofdioxide en andere broeikasgassen. Ook in Stichtse Vecht ervaren we veranderingen en zien we dat het weer extremer is en nog extremer wordt in de toekomst. We krijgen te maken met meer regenval en extreme buien, langere perioden van droogte en meer hittegolven. Ook stijgt het risico op overstromingen door grotere rivierafvoeren. Om onze omgeving nu en in de toekomst leefbaar en aangenaam te houden, werken we via twee sporen aan klimaatverandering: • We passen ons aan aan de gevolgen van klimaatverandering (klimaatadaptatie). • We beperken verdere klimaatverandering door minder broeikasgassen uit te stoten (klimaatmitigatie). Aanpassen aan het veranderende klimaat vraagt om (veelal ruimtelijke) maatregelen. Weersextremen veroorzaken wateroverlast, droogte, hittestress en een grotere kans op overstromingen. We zullen onze systemen en ruimtelijke inrichting hierop moeten aanpassen. We hebben meer ruimte voor water en groen nodig. Hierdoor kunnen we: • meer waterberging creëren, waardoor we minder wateroverlast krijgen; • het grondwater aanvullen, waardoor we beter bestand zijn tegen droge perioden; • meer bomen laten groeien, die zorgen voor schaduw en verkoeling tijdens hete perioden. De opwarming van de aarde kunnen we beperken door minder broeikasgassen uit te stoten.

Naast het stoppen/vertragen van de veenoxidatie met de bijbehorende CO2 uitstoot, is een ingrijpende verandering in ons energiegebruik nodig. Vermindering van het energiegebruik, maar ook het duurzaam opwekken is nodig. Als land hebben we de ambitie bepaald om in 2030 35 TWh (terawattuur) elektriciteit duurzaam op land op te wekken. Op regionaal niveau onderzoeken we hoeveel we hier als regio aan gaan bijdragen (RES: 1,8 TWh in 2030). Stichtse Vecht heeft de lokale opgave voor het opwekken van duurzame energie vastgesteld op minimaal 0,1 86

TWh in 2030 en minimaal 0,2 TWh in 2040. De focus ligt hierbij in de nabije toekomst op zonne-energie. Daarnaast hebben we nog een besparingsopgave en een warmteopgave. Bodemdaling door zetting en veenoxidatie speelt in het veenweidegebied al sinds de 12e eeuw. Bij zetting daalt de bodem onder het eigen of erbovenop geplaatste gewicht. Dit speelt bij wegen en gebouwen en dus vooral in de kernen. Zetting wordt niet veroorzaakt door klimaatverandering, maar kan wel worden verergerd door droogte. Als veen, door een dalende grondwaterstand, aan de buitenlucht wordt blootgesteld, verbrandt of verdampt het langzaam. Dat heet oxideren. Door klimaatverandering zullen er vaker en langer drogere perioden voorkomen waardoor de grondwaterstand daalt en er meer veenoxidatie plaatsvindt. Door veenoxidatie komt het broeikasgas koolstofdioxide vrij, wat bijdraagt aan verdere klimaatverandering. We moeten oplossingen bedenken hoe we samen met de onze inwoners, agrarische ondernemers en organisaties kunnen werken aan een toekomstbestendig veenweidegebied. Daarbij zal naast een goed verdienmodel voor de agrariërs ook een oplossing gevonden moeten worden voor het stoppen/vertragen van veenoxidatie. Het is ook belangrijk om bodemdaling door zetting te voorkomen. Dat verkleint de kans op wateroverlast doordat wegen minder snel zakken en de berging in de watergangen vermindert.

Daarnaast hoeven de wegen dan minder vaak opgehoogd te worden. Het regelmatig ophogen van de wegen is een grote kostenpost voor de gemeente (en dus de maatschappij). Dit resulteert in de volgende opgaven: • Aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en hier ruimte voor zoeken. • Stoppen/vertragen bodemdaling: veenoxidatie in veenweidegebied en zetting in de kernen. • Minder broeikasgassen uitstoten door: minder veenoxodatie, minder energieverbruik en opwekken van duurzame energie.

Omgevingsvisie Duurzaamheid & milieu

Ervaar je overlast van extreem weer of bodemdaling?

Dat het klimaat verandert en we daar rekening mee moeten houden, wordt door vrijwel iedereen gezien. Inwoners noemen het tegengaan van de efecten van die verandering, onder meer door het verminderen van fjnstof en CO2-uitstoot en de verduurzaming van de landbouw. Ook bodemdaling en het onder controle houden van het grondwaterpeil staan op het lijstje van problemen. Hoe we met elkaar het milieu leefbaar kunnen houden, levert verdeeldheid op. De gemeente zal met duidelijk beleid moeten komen hoe ze dit samen met inwoners en ondernemers wil aanpakken. Dit geldt niet alleen voor klimaatverandering, maar ook voor verduurzaming van Stichtse Vecht.

Stellingen Ben je het ermee eens? (ja/nee) 93,7%

87,6%

Ja, het weer is de afgelopen jaren veranderd.

Ja, er zijn maatregelen nodig om de gevolgen van extreem weer te beperken.

20% Geen overlast

80% Overlast

top

4

1

2

3

4

Planten en bomen drogen uit.

Eigen woning wordt erg warm.

Openbare ruimte is aan het verzakken.

Straat minder goed begaanbaar na regen.

“Er zou meer aan duurzaamheid gedaan moeten worden, zoals lantaarnpalen op zonne-energie, meer zonnepanelen op daken of meer groen rondom scholen.” – Inwoner Maarssen

Maatregelen Inwoners stellen maatregelen voor om de gevolgen van de klimaatverandering tegen te gaan. Bijvoorbeeld het stimuleren van groenere tuinen voor de waterafvoer en de aanleg van groene daken. In het verlengde van deze oplossingen doen inwoners ook suggesties voor verduurzaming. Denk aan het plaatsen van zonnepanelen en meer laadpalen voor elektrische auto’s.

50,8% 72,2% Ja, ik maak mij zorgen over de klimaatverandering.

79,5%

Ja, mijn buurt blijft ook zonder aanpassingen in de toekomst aangenaam.

Ja, gebieden met grote bodemdaling zijn geen geschikte locaties om te bouwen.

Infographic: resultaten inwonersenquête 2020 6 Thema Duurzaamheid & milieu

Terugkoppeling Omgevingsvisie

87

Visie

We werken aan klimaatverandering via twee sporen: 1. Klimaatadaptatie: het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering op de thema’s wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. We werken aan een groener en klimaatbestendiger Stichtse Vecht. 2. Klimaatmitigatie: het beperken van klimaatverandering door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. 1. Klimaatadaptatie Klimaatverandering vergroot de kans op: wateroverlast door hevige regenbuien, langere periodes van droogte, hittestress en overstromingen. Om de overlast en schade te beperken zijn ruimtelijke maatregelen én brede bewustwording nodig. Klimaatadaptatie vraagt om een lange adem en continuïteit in beleid. Daarvoor is draagvlak nodig. 87,6% van de inwoners vindt dat er maatregelen nodig zijn. Bij hevige regenbuien komt water op straat te staan. Dit kan noodzakelijk zijn om grote overlast in woningen te voorkomen. Dat is niet te voorkomen en moeten we accepteren. Wel proberen we om ernstige overlast te beperken en schade aan bijvoorbeeld woningen en vitale en kwetsbare functies te voorkomen. Ook blijven hoofd- en ontsluitingswegen zo veel mogelijk begaanbaar. Geplande werkzaamheden, zoals nieuwbouwplannen en onderhoudscycli van bijvoorbeeld infrastructuur, riolering, groen en gebouwen, benutten we zoveel mogelijk benut om een klimaatbestendige inrichting te realiseren.

We gaan meer ruimte creëren voor water, bomen en groen in en nabij de kernen en op werklocaties. Hiermee houden we regenwater langer vast volgens de trits: vasthouden-bergen-afvoeren en zorgen we voor schaduw en verkoeling in hete zomers. Wanneer het regenwater wordt afgevoerd, gebeurt dat zoveel mogelijk gescheiden van het vuilwater. We stimuleren inwoners en bedrijven ook om hun eigen terrein groener te maken en regenwater af te koppelen van de riolering. Meer ruimte voor water, bomen en groen gaat ook hittestress tegen. Hittestress speelt in het stedelijk gebied van Maarssenbroek. We nemen de natuur mee in onze plannen en kiezen voor ‘natuurinclusief bouwen’. Dat betekent dat we bewust ruimte creëren voor de natuur in de groenstructuur (bijvoorbeeld door planten te gebruiken die als voedselbron voor dieren dienen) en in ge88

bouwen (bijvoorbeeld door schuil- en nestelgelegenheden in het gebouw te integreren). Daarnaast willen we ook de aanwezigheid, gezondheid en het welzijn van dieren in onze openbare ruimte beschermen en waar nodig bevorderen. Op die manier kunnen we de natuurbeleving van mensen in hun woonomgeving versterken. Samen met het waterschap en hoogheemraadschap gaan we inzetten op de ontwikkeling van een robuust en toekomstbestendig bodem- en watersysteem. Onderdeel hiervan is het verbeteren van de waterkwaliteit. Dit is belangrijk voor de natuur en de landbouw, maar komt ook ten goede aan andere functies zoals recreatie, wonen en werken. De manier waarop de omgeving gebruikt wordt, heeft zijn weerslag op de waterkwaliteit en -kwantiteit. Ook wordt er ook gekeken naar meer biodiversiteit. Bij nieuwe ontwikkelingen is een robuust en toekomstbestendig bodem- en watersysteem uitgangspunt voor hoe je ontwikkelt en waar je ontwikkelt. Technische oplossingen kunnen oplossingen bieden om op, vanuit bodem en water gezien, onlogische plaatsen toch te ontwikkelen. Het bodem- en watersysteem is gemeente overschrijdend. Daarom werken we goed samen met waterschappen, buurgemeenten en andere partijen in de regio. Hier wordt onder andere gekeken naar meerlaagse veiligheid van de dijken.

Daarnaast willen we de gevolgen van droogte beperken en daarmee versnelde veenoxidatie en zetting ten gevolge van droogte verminderen. We hebben samen de verantwoordelijkheid om een oplossing te zoeken voor het op zijn minst vertragen van de bodemdaling en de daarmee samenhangende veenoxidatie en zetting. Op de lange termijn is het (steeds verder) verlagen van het waterpeil (in natte perioden) niet houdbaar in het veenweidegebied. Het waterpeil moet naar een duurzaam niveau. Hiervoor zijn verschillende oplossingen: een waterinfiltratiesysteem, peilfixatie, permanente inundatie en optoppen (en afgraven). We willen graag samen met de agrariërs een toekomstbestendig en gebiedsdekkend plan maken voor het westelijk veenweidegebied. Dit vraagt om een integrale aanpak en ruimte om te experimenteren. We zoeken een goede balans tussen vernatten en haalbare verdienmodellen. Met het toepassen van een waterinfiltratiesysteem zijn alle ervaringen opgedaan. (zie 5.6)

Woordenwolk: Werken aan klimaatverandering 89

2. Klimaatmitigatie: de energietransitie We staan voor een ingrijpende energietransitie. Het Nationaal Klimaatakkoord geeft richting met een beoogde CO2-reductie van 49% in 2030 t.o.v. 1990. We willen in 2040, uiterlijk 2050, alleen nog maar duurzaam opgewekte energie gebruiken. Om een groener en klimaatbestendiger Stichtse Vecht te worden, werken we naast duurzame energieopwekking aan energiebesparing, duurzame mobiliteit, warmtetransitie (aardgasvrij) en klimaatadaptatie. We beperken ons ruimtegebruik door nieuwe functies slim te combineren. We zoeken bij het opwekken van duurzame energie zoveel mogelijk naar een combinatie van functies en/of maatregelen om de natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden te verbeteren evenals de recreatieve beleving. Uitgangspunten bij de energietransitie: • We richten ons op vermindering van de energievraag, ofwel energiebesparing. Hoe meer we besparen hoe minder we (grootschalig) hoeven op te wekken èn op het zoveel mogelijk duurzaam opwekken van de energie die we gebruiken. • De duurzame energie die we opwekken met grootschalige (zonne)energie is onder voorbehoud van een goede landschappelijke inpassing, bijdrage aan lokaal eigendom, wederkerigheid en realisatiemogelijkheden • De energietransitie is een gezamenlijke opgave. De gemeente is één van de partijen.

Voor grootschalige opwekking en de warmtetransitie hebben wij een regierol. Veel initiatieven voor besparing en opwekking komen van de doelgroepen zelf. Waar mogelijk en waar nodig zullen wij faciliterend optreden. We dragen bij aan de energiedoelstelling van de regio Utrecht door binnen Stichtse Vecht in 2030 minimaal 0,1 TWh duurzame elektriciteit op te wekken en in 2040 in totaal minimaal 0,2 TWh . Dit is onder voorbehoud van een goede landschappelijke inpassing, bijdrage aan lokaal eigendom, wederkerigheid en realisatiemogelijkheden. De focus ligt hierbij in de nabije toekomst op zonne-energie. Dit is zowel zon op daken en gevels als zon op land. We realiseren zoveel mogelijk zon op daken en gevels door inwoners, agrariërs en bedrijven te stimuleren zonnepanelen op hun daken en gevels te leggen. 90

Voor grondgebonden zonne-energie hebben we de voorkeursvolgorde vastgelegd in het beleidskader zonnevelden. 1. Ja: Zon op daken en gevels en onbenutte terreinen 2. Ja, mits: Zon op land in de groene en oranje gebieden 3. Nee, tenzij: Zon op land in de rode gebieden 4. Nee: de donkerrode gebieden. De bijbehorende kansenkaart zonnevelden is hiernaast weergegeven. Zonnevelden zijn het meest kansrijk in de groene gebieden, daarna in de oranje gebieden en tot slot in de lichtrode gebieden. en daarna in de oranje gebieden. De rode gebieden zijn uitgesloten voor zonnevelden omdat het hier sprake is van Natura2000. De kansenkaart is een richtsnoer. Zonnevelden zijn niet overal en niet overal evenveel mogelijk. Voorwaarden worden gesteld aan aanvragen om de waarden te beschermen. Daadwerkelijke kansrijkheid en inpassing vindt plaats per initiatief op een specifieke locatie. Dit betekent dat we met name kansen voor zonnevelden zien in deelgebied de Snelle Vecht en in de landbouwgebieden op klei ten westen van de Vecht (deelgebied Langzame Vecht). Zonnevelden kunnen een (aanvullend) verdienmodel voor stoppende en doorgaande agrariërs vormen. Uit de Plattelandsvisie blijkt dat de agrariërs bereid zijn te investeren in duurzame energie als dat de primaire functie (landbouw) niet beperkt.

Zonnepanelen op staldaken, kleine windmolens (tot 15 meter ashoogte) of grote windturbines (passen niet binnen beleid) hebben geen negatief effect op de agrarische bedrijfsvoering. Verruiming van de netwerkcapaciteit is hierbij wel cruciaal. Alleen zonne-energie is niet toereikend is voor de lange termijn doelstelling. Daarom zetten we ook in op andere vormen van duurzame energie, zoals aquathermie, geothermie, etc. Daarvoor doen we eerst goed onderzoek (en pilots). We spelen in op nieuwe technologieën. Ook gaan we in gesprek met de buurgemeenten en waar mogelijk werken we samen. Wij willen voorkomen dat onze inwoners alleen de lasten hebben en niet de lusten.

Kansenkaart zonnevelden 15 dec 2020 vastgesteld voor de gemeenteraad (bron: gemeente Stichtse Vecht) 91

Visie werken aan klimaatverandering Klimaatadaptatie • Bewustwording van de ruimtelijke impact van reageren op de klimaatverandering. • Meer ruimte voor groen en water t.b.v. verkoeling, water vasthouden en bergen. • Robuust en toekomstbestendig bodem- en watersysteem leidend bij ontwikkelingen. • De bodemdaling en veenoxidatie stoppen/vertragen in veenweidegebied. Klimaatmitigatie • Klimaatbestendiger Stichtse Vecht door slim ruimtegebruik, duurzame mobiliteit, minder veenoxidatie, energiebesparing, warmtetransitie (aardgasvrij) en de opwek van zonne-energie. • Er wordt binnen Stichtse Vecht minimaal 0,1 TWh duurzame energie opgewekt voor 2030 en minimaal 0,21 TWh voor 2040. De focus ligt in de nabije toekomst op zonne-energie. Hierbij hanteren we onze voorkeursvolgorde. • Voor de lange termijn zetten we ook in op andere vormen van duurzame energie. Daarvoor doen we eerst onderzoek (en pilots). We bespreken met de buurgemeenten hun energieplannen en werken waar mogelijk samen.

Opdrachten voor programma’s

Om de Omgevingsvisie te realiseren is het nodig om de volgende opdrachten mee te nemen in de bestaande en nieuwe programma’s: • Opdracht Bewustwording reageren op klimaatverandering • Opdracht Meer ruimte voor water en groen • Opdracht Bodem- en watergeschiktheid voor ontwikkelingen. Hierin meenemen: actualisatie bodemkwaliteitskaart en bodembeheerplan • Opdracht andere vormen van landbouw (zie 5.6 en 7.1) • Opdracht Integraal en toekomstbestendig plan Veenweide West (zie 5.6) • Opdracht Opwek duurzame energie • Opdracht Uitvoeringsplan zonnevelden (gereed 2021) • Opdracht Warmtetransitievisie (gereed 2021) Vervolgens per wijk of buurt concreet maken in wijkuitvoeringsplannen. 92

Kaart: Werken aan klimaatverandering

93

Geschiktheid ondergrond voor bouwen (bron: gemeente Stichtse Vecht)

Schets uitleg ontstaan bodemdaling en veenoxidatie en mogelijke oplossingen

94

Inschatting bodemdalingsgevoeligheid (bron: provincie Utrecht)

Stedelijk hitte eiland effect

95

6. Gebieden De visie op thema’s is generiek en geldt voor de hele gemeente. Wel kan een thema in het ene gebied meer impact hebben dan in het andere gebied. We hebben per gebied de visie ingekleurd en genuanceerd. We hebben de opgaven, de verantwoordelijkheden en de input vanuit de samenleving vertaald naar ruimtelijke keuzes voor de volgende gebieden: 1. Veenweide West 2. Snelle Vecht 3. Langzame Vecht 4. Veenweide Oost/Plassengebied 5. De drie grote kernen Binnen deze 5 gebieden hebben we subgebieden bepaald, waarvoor we verschillende doelen nastreven. Dit heeft geleid tot een puzzel van verschillende gebieden die gezamenlijk de gemeente Stichtse Vecht vormen. De visiekaart ‘Kerngezond leven in een stedelijke regio’ biedt het integrale toekomstbeeld voor al deze gebieden en de ruimtelijke keuzes de we maken. In de volgende paragraaf lichten we de vijf hoofdgebieden toe. Voor de meeste gebieden hebben we al een duidelijk beeld. Bij Veenweide West en Oost geven we een eerste richting. De komend ejaren gaan we deze met elkaar verder uitwerken.

96

Foto: Historische brug over de Vecht

97

G

Bewustwording ruimtelijke impact klimaatverandering

Kaart: Integrale visie

98

99

Bewustwording ruimtelijke impact klimaatverandering

Kaart: Integrale visie stedelijke ontwikkeling 100

101

6.1 Veenweide West Wat speelt er?

ven en belangenbehartigers van het gebied. Dit pakken we op in Door maatschappelijke ontwikkelingen zoals klimaatverandering, de opdracht Integraal, toekomstbestendig en gebiedsdekkend plan waterkwaliteit en bodemdaling verwachten we in de toekomst ver- Veenweide West (zie ook 5.6). anderingen. Een landschap met meer biodiversiteit, meer belevingsmogelijkheden en verrassingen. Dit landschap heeft, naast de Opdrachten voor programma’s agrarische bedrijfsvoering, ruimte voor recreatieve functies en an- • Programma Veenweide West: toekomstbestendig, integraal en gebiedsdekkend plan(nen) voor het westelijk veenweidegebied. dere functies. Het gebied Veenweide West is een uniek waardevol De meeste opdrachten bij het thema toekomstbestendig vitaal cultuurlandschap, waar ruimte is voor agrarische bedrijfsvoering, platteland worden hierin specifiek voor dit gebied meegenomen. landbouw en natuur, wonen en recreatie. Hierbij hoort een nieuwe governance als koepel voor behoud en versterking van het unieke • Opdracht Handreiking initiatieven met focus op kwaliteit en identiteit (zie opdrachten Ruimte voor recreatie) copelandschap. • Robuust en toekomstbestendig bodem- en watersysteem leidend bij ontwikkelingen. Om dit mogelijk te maken komt er meer ruimte voor functieveranderingen.

Met name voor (agrarische) bedrijven die zich richten op • De bodemdaling en veenoxidatie stoppen/vertragen in veenweidegebied lokale voedselkringlopen en die direct gericht zijn op de consument. Daarnaast zullen we beleidsruimte maken voor bedrijven die zich • Opdracht Betere spreiding van recreanten op een breed scala aan recreatieve en maatschappelijke functies • Opdracht Ondernemerskansen in recreatie- en ontspanningseconomie richten. Daarbij kan de landbouw of het landschap beleefbaar een onderdeel van het bedrijfsconcept zijn. We willen dat de functieverandering zoveel mogelijk past bij het unieke copelandschap. In een deel van dit gebied, met name in de noord-west hoek, zakt de bodem sneller dan in de overige gebieden. Het stabiliseren van de bodem hier is een ingewikkeld vraagstuk dat nauwelijks op bedrijfsniveau is aan te pakken. Op bedrijfs- en polderniveau wordt dit reeds aangepakt. De komende jaren blijven we samen met elkaar zoeken naar oplossingen. Een deel van dit gebied ligt binnen een straal van ongeveer 4 kilometer vanaf station Breukelen. 4 kilometer wordt gezien als de ‘langzaamverkeerszone’ (fietsen) rond een station. Dat is voor de langere termijn en na 2030 een deel van het onderzoeksgebied voor verdere verstedelijking van de regio.

Visie

De komende jaren zal de visie op het (veen)weidegebied nader uitgewerkt worden. Dit doen we samen met de inwoners, bedrij-

102

Kaart Veenweide West

103

104

105

6.2 Snelle Vecht Wat speelt er?

Samen met de regio en provincie is bepaald dat grote aantallen woningen het beste bij binnenstedelijke, bestaande OV-knooppunten kunnen worden ontwikkeld. Daarom bouwen we al zo’n 3000 woningen in Maarssenbroek (Planetenbaan, Haagstede en Bisonspoor). Voor de langere termijn is OV-knooppunt Breukelen in beeld.

gezondheid is het uitgangspunt, maar wat nog net toelaatbaar is. Dit leidt tot de volgende opgave: Negatieve gezondheidseffecten van de grote infrabundel en de Zuilense Ring zoveel mogelijk beperken/oplossen. Hierbij spelen de aspecten luchtkwaliteit, geluid en externe veiligheid.

In het stedelijk gebied van Maarssenbroek en Maarssen-Dorp komt De grote infrabundel met de A2, het spoor, het Amsterdam-Rijnkanaal hittestress voor als gevolg van een grote mate van bebouwd en verzorgt naast een goede bereikbaarheid ook voor een minder gezond hard oppervlak. leefmilieu in de buurt van deze infrabundel. Inwoners geven aan dat zij de meest stedelijke gebieden in de nabijheid van deze grote Visie infrabundel en/of de Zuilense Ring (ringweg Utrecht) als ongezond We maken van de nood een deugd. De zone langs de A2 is zonder zien. De luchtverontreiniging, de geluidsoverlast en het transport ingrijpende maatregelen voor de luchtkwaliteit en het geluid niet van gevaarlijke stoffen zijn hier van invloed op. De geldende normen aantrekkelijk/gezond om te wonen. Op een aantal hoog-dynamische zoeken de grens op m.b.t. gezondheid. Niet een zo goed mogelijke locaties waar de verschillende verkeersmodaliteiten bij elkaar komen is het toch aantrekkelijk om ingrijpende maatregelen te nemen om

Kaart Snelle Vecht

106

Foto: station Breukelen, fotograaf Willem Mes

107

deze locaties ook op het gebied van gezond wonen aantrekkelijk te • door nieuwe woningen verder van de vervuilende infrabundel te maken. We zien hiervoor kansen rondom stationsgebied Breukelen. bouwen (buiten de roetbundel) • door de infrabundel minder of niet vervuilend te maken (heeft de Voor de laag-dynamische delen versterken we de huidige functie gemeente weinig invloed op) van het visitekaartje van het Groene Hart en daarmee ook Stichtse • door de manier van bouwen aan te passen: gezondheid-inclusief Vecht. Automobilisten en vrachtwagenchauffeurs genieten van het bouwen groene landschap en worden verleid om hier een keer te komen re- • door meer ruimte voor groen te maken creëren of een bezoek te brengen aan de bedrijven met een prach- We creëren hierbij win-win situaties. Denk bijvoorbeeld aan een matige zichtlocatie. nier van bouwen voor een wijk, waarbij de (groene) buitenmuur geluid en fijnstof absorbeert. Belevingszone: snelwegpanorama Bij een gezonde leefomgeving hoort dat we voldoen aan de streefVanaf de A2 geniet je hier van het weidse uitzicht. Hier heeft de waarden op het gebied van geluid en luchtkwaliteit die de WHO snelweg nog geen geluidsschermen en ervaar je de ruimte tussen stelt. Middelen daarvoor zijn bijvoorbeeld geluidluwe gevels en geUtrecht en Amsterdam.

Hier zie je groene grasvelden met koeien en luidluwe buitenruimte waardoor inwoners kunnen ontsnappen aan sloten. De oude molen maakt de beleving compleet. Deze beleving hoge geluidsbelasting. Deelname aan het Schone Lucht Akkoord is een visitekaartje van de Snelle Vecht. Dit gebied heeft minder last (SLA) is een onderdeel van het beleid. van bodemdaling omdat er klei in de bodem zit. Goed onderzoek naar ontwikkelingsmogelijkheden rondom knoopAandachtsgebied gezondheid punt Breukelen De gebieden vlak langs de grote infrabundel en de Zuilense Ring We nemen de tijd om de verschillende ontwikkelingsmogelijkheden hebben een ongezond leefmilieu en zijn daardoor minder geschikt rondom knooppunt Breukelen goed te onderzoeken. Voor het planvoor nieuwe woningen. Er zijn verschillende opties voor nieuwe wo- gebied van de knoopontwikkeling gaan we uit van een reikwijdte van ningen: verder weg bouwen, de infrabundel minder vervuilend ma- de genoemde 4 kilometer. Dan is het station in 20 minuten fietsen ken (hier hebben we weinig invloed op) of aangepast bouwen. De bereikbaar. Dit betekent nog niet dat we voor alle functies binnen laatste optie moet dan wel een zo gezond mogelijke leefomgeving deze straal gaan kijken.

Een belangrijk onderdeel van het onderzoek creëren door maatregelen te nemen voor een goede luchtkwaliteit, is het optimaal benutten van het stationsgebied door dit gebied te geen/weinig geluidsoverlast, veilige vluchtwegen in geval van cala- transformeren naar een woon-werkgebied. We onderzoeken op bamiteiten, schone en veilige bodem en water. sis van verschillende modellen hoeveel nieuwe woningen en bedrijven mogelijk zijn in dit gebied. Op het gebied van werken zien we Nieuwe leefomgeving nabij OV-knooppunt Breukelen mogelijkheden voor verplaatsing van niet courante kantoren naar We gaan kijken dat we na 2040 een groot aantal nieuwe woningen knooppunt Breukelen. Hierbij creëren we ontwikkelruimte door benabij OV-knooppunt Breukelen kunnen realiseren op locaties waar staande functies efficiënter en in hogere dichtheid te ordenen en we een zo gezond mogelijke leefomgeving kunnen garanderen. door P&R-voorzieningen en de stationsomgeving anders te gebruiDaarbij doen we geen concessies aan de goede bereikbaarheid. Juist ken en in te richten. het feit dat veel verkeersmodaliteiten hier samenkomen is een reden om hier te willen wonen en werken. Een goede leefomgeving garanderen kan o.a. op de volgende manieren:

108

Kaart ontwikkeling rondom OV-knooppunt Breukelen

109

Foto: zicht op Breukelen over het Amsterdam-Rijnkanaal

Breukelen is ook een groene poort. Door de aanwezigheid van de snelweg en het station en de ligging nabij het westelijk veenweidegebied en de Vecht heeft het een bijzondere ligging om als recreatieve poort te fungeren en waar mogelijk te versterken.

Meer ruimte voor water,bomen en groen Door in het stenige, stedelijke gebied van Maarssenbroek meer ruimte voor water, bomen en groen te maken, gaan we hittestress tegen.

Toekomstbestendig ontwikkelen bedrijventerrein Breukelerwaard Breukelerwaard is een hoogwaardig bedrijventerrein met bedrijven met allure. Dit bedrijventerrein aan De Corridor is volledig klimaatproof: duurzame energieopwekking, ruimte voor biodiversiteit, hoogwaardige inrichting met veel groen en water. De zichtlocatie langs de A2 is optimaal benut en het hoogwaardige bedrijventerrein is een visitekaartje voor de gemeente. De toename van 9 tot 12 hectare bedrijventerrein is een fantastische injectie voor de werkgelegenheid in de gemeente en regio. Daarnaast kijken we naar vestigingsmogelijkheden voor een regionaal bedrijventerrein.

Opdrachten voor programma’s

• Programma Geluid (verplicht) • Opdracht Portofolio streefwaarden WHO en andere normen • Opdracht Gezondheid bij nieuwbouw • Opdracht Hoogwaardig en toekomstbestendig bedrijventerrein Breukelerwaard • Opdracht Onderzoek ontwikkelingsmogelijkheden rondom OVknooppunt Breukelen • Opdracht Intensiveren en kwaliteitsverbetering bestaande bedrijventerreinen • Programma woningbouwopgave: combinatie van een aanRevitaliseren en kwaliteitsverbetering bestaande bedrijventerreinen tal opdrachten over woningbouw. Kwantitatief en kwalitatief. We maken de bestaande bedrijventerreinen toekomstbestendig. Klimaatadaptief bouwen (waaronder natuurinclusief bouwen). Hiertoe onderzoeken we de mogelijkheden voor intensiveren. • Programma Mobiliteit Voorop staat een aanzienlijke kwaliteitsverbetering, toekomstbe- • Opdracht meer ruimte voor water, bomen en groen. En daarmee stendigheid, klimaatadaptief en aandacht voor biodiversiteit. hittestress tegengaan. • Robuust en toekomstbestendig bodem- en watersysteem leidend Behoud van groene corridors bij ontwikkelingen. Tussen de bestaande verstedelijkingslijn langs de A2 zijn meerdere groene corridors aanwezig. We streven ernaar deze veel mogelijk zichtbaar te houden. Hiermee kan de west - oost verbinding versterkt worden welke ook een belangrijk is als verbindingszone voor het recreatief verkeer.

110

111

112

113

6.3 Langzame Vecht Wat speelt er?

dorpen aan de Vecht. De verbindende weg tussen de verschillende Het gebied de Langzame Vecht heeft twee gezichten: de drukkere, kernen is de N402: een in 1812 door Napoleon aangelegde weg als levendige westzijde en de rustigere, groene oostzijde. onderdeel van Route impériale 2 tussen Parijs en Amsterdam. De belevingszone zien we als het gebied waar het samenspel van al De Straatweg ligt aan de westzijde, net als de oude dorpskernen. De deze elementen beleefbaar is. oude hoofdweg tussen Amsterdam en Utrecht is tegenwoordig een relatief drukke provinciale weg. Langs deze weg liggen de (oude) kernen: Oud-Zuilen, Maarssen-Dorp, Breukelen, Nieuwersluis Visie en Loenen aan de Vecht. Van Loenen aan de Vecht steekt de De zone tussen Vecht en Amsterdam-Rijnkanaal Rijksstraatweg door naar Loenersloot en vervolgt zijn weg langs de De westzijde van de Vecht is en blijft een dynamisch gebied. Hier Angstel. Het Noordelijk deel van de langzame Vecht wordt ook wel wonen de meeste inwoners en er komen veel recreanten. De dorpen de Boerenvecht genoemd. Ook hier liggen de historische dorpen, groeien geleidelijk door en tussen de dorpen houden we groene gebieden vrij zodat de dorpen niet aan elkaar groeien. Vreeland en Nigtevecht aan de westzijde van de Vecht. Speciale aandacht is er voor de dorpscentra van alle dorpen aan de Doordat de wegen en dorpen ten westen van de Vecht liggen en Vecht.

De historische delen van die centra zijn van een uitzonderer maar een paar bruggen over de Vecht zijn, is de oostzijde veel lijke kwaliteit en ze hebben een groot potentieel voor blijvende economische activiteit. De kunst is om de beschikbare ruimte in deze rustiger. centra zo veel mogelijk te gebruiken voor bezoekers en inwoners Over het algemeen geldt echter dat er een te grote druk op en langs en ‘omgevingsruimteverslinders’ als motoren en auto’s op afstand de Vecht ligt. Iedereen wil hier wonen en recreëren. (zie 5.3, 5.4 en te houden. Ook moeten we kritisch blijven op het vaargebruik, we 5.5) willen de noodzakelijke overgang naar elektrisch aangedreven vaartuigen stimuleren. Belevingszone Vecht: een tijdloze omgeving De rivier de Vecht is een omgeving die al honderden jaren mensen Belevingszone Vecht als sturend instrument aantrekt. Het bijzonderste van dit gebied is de rivier de Vecht zelf. Binnen de belevingszone zijn veranderingen alleen mogelijk als ze Haar vorm, breedte en vaak beboomde oevers, zijn de basis voor de typische beleving van de Langzame Vecht behouden en/of verde schilderachtige kwaliteit van wat er in eeuwen aan en lang ge- sterken. De bestaande kwaliteiten op het gebied van erfgoed, culbouwd is. Het gebied wordt gekenmerkt door een afwisseling van tuurhistorie en landschap zijn leidend.

De belevingszone is over het dorpen, buitenplaatsen, landhuizen, kastelen, boerderijen en rivie- algemeen maar een smalle zone, zeker in de kernen. Daardoor valt ren. Langs de rivier de Vecht werden kastelen en voorname huizen een groot deel van het gebied buiten de belevingszone. Hier is de gebouwd waarvan er nog vele overeind staan, zoals Slot Zuylen, bandbreedte breder voor ontwikkelingen die aanvullend zijn op de Kasteel Nyenrode en ridderhofstad Gunterstein. In de 17e en 18e typische beleving van de Langzame Vecht. eeuw bouwden vooral rijke kooplieden hun buitenhuizen aan de rivier. De zomerse stank van de Amsterdamse singels en grachten Specifieke aandacht hebben we voor de zichtlijnen. In de Langzame dreef hen naar de Vechtstreek. Bekende voorbeelden van de in to- Vecht zijn er zichtlijnen van en naar de buitenplaatsen, de forten taal 72 buitenplaatsen binnen de gemeentegrenzen zijn Goudestein, (verboden kringen), groepsaccommodaties, molens (molenbiotoOver-Holland en Rupelmonde. Het bracht rijkdom en welvaart in de pen) en beschermde dorpsgezichten.

114

Kaart Langzame Vecht

115

Om te inspireren hoe verantwoord omgegaan kan worden met ons verleden is een beoordelingskader opgesteld. Deze geeft inzicht in de gebiedseigen waarden en kwaliteiten. Zie hiervoor bijlage 1.

Opdrachten voor programma’s

• Opdracht Handreiking initiatieven met focus op kwaliteit en identiteit (zie opdrachten Ruimte voor recreatie) • Opdracht Betere spreiding van recreanten • Opdracht Ondernemerskansen in recreatie- en ontspanningseconomie • Opdracht Belevingszone Vecht als sturend instrument • Opdracht Ecologische en recreatieve verbindingszones realiseren • Programma woningbouwopgave: combinatie van een aantal opdrachten over woningbouw. Kwantitatief en kwalitatief. • Opdracht Volledig voorzieningennetwerk • Opdracht Bouwen bij de kleine kernen

Kaart Langzame Vecht

116

117

Buitenplaatsen en zichtlijnen De belevingszone van de Vecht bestaat eigenlijk al honderden jaren. Het kent een cultuurhistorische rijkdom die langs de kronkelende rivier de Vecht is ontstaan. Het is een gevarieerd landschap met buitenplaatsen, kastelen, historische dorpen en parken. Het oude Vechtlandschap zorgt voor een aangename sfeer met voorzieningen, landschap en cultuur en is aantrekkelijk om te recreëren. Vraag een willekeurige Nederlander waar hij aan denkt bij de Vechtstreek en velen zullen ‘buitenplaatsen’ zeggen. De prachtige buitenplaatsen en hun verhaal zijn tot op de dag van vandaag belangrijke identiteitsdragers van de Vechtstreek. Geen enkele plek in Nederland kent het beeld wat de Vechtstreek laat zien, prachtige buitenhuizen, die liggen te schitteren aan de rivier de Vecht, omgeven door groene tuinen overgaande in grotere landschapsstructuren. Stichtse Vecht omvat meer dan de helft van de lengte van de Vecht en heeft zo’n 72 historische buitenplaatsen. Velen hiervan zijn particulier bewoond. Anderen hebben bijvoorbeeld een horeca kantoor of museumfunctie. Van origine waren de buitenplaatsen lustoorden. Het was een ontwikkeling van een snel rijk wordende burgerij die het zich kon permitteren om ‘s zomers de stinkende drukke stad (Amsterdam werd ook we de ‘schone maagd met stinkende adem’ genoemd) kon ontvluchten: naar buiten, vandaar buitenplaats.

Natuurlijk dichtbij genoeg om op snel, binnen een dag op en neer te kunnen om nog even wat zaken te doen, of voor het weekeinde naar ‘buiten’. Hiermee ontstond een lint van lustoorden aan de Vecht. Investeren in de bezittingen hoorde erbij en was een keuze van de eigenaren. Het eigendom is 118

niet statisch gebleken. Verervingen, andere woonwensen of te veel zorg voor het onderhoud zijn redenen geweest voor eigenaren om de buitenplaats te verkopen. De buitenplaats ging dan weer over naar een nieuwe eigenaar, die met passie voor de buitenplaats de investering aan durfde. Ondanks deze passie bij de huidige eigenaren, waarvan we wel kunnen constateren dat deze aanwezig is, is er zorg over het onderhoud en beheer. Met name het groenonderhoud blijkt veel inspanningen te vergen waar beperkte inkomstenbronnen tegenover staan.

op een zichtveld’ over de Vecht. Een zeer bijzonder voorbeeld van een zichtlijn is die vanaf de eikenbomenlaan van Gunterstein (deze ligt naast de weg met de naam Laan van Gunterstein). Die bomenlaan ligt scheef in de bestaande verkaveling en is dus met opzet aangelegd. Als je net ten westen van vanaf de Scheendijk de bomenlaan inloopt op weg naar Gunterstein, dan zie je de spits van de Pieterskerk, die zo’n driehonderd meter ten westen van Gunterstein ligt, precies boven de ‘lantaarn’ van Gunterstein uitsteken. Die ‘lantaarn’ is het meest in het oog springende kenmerk van het gebouw. En dat is ook begrijpelijk want als je op je wandeling op weg naar Gunterstein doorloopt dan ontstaat er in de laatste paar honderd meter een intrigerend visueel spel tussen lantaarn en toren. Op een bepaald punt van je wandeling lijkt de lantaarn de sokkel van de toren en vervolgens verdwijnt de toren langzaamaan uit het zicht. Dit spel tussen toren en lantaarn dat nu zichtbaar is, is overigens niet precies hetzelfde als de oorspronkelijke situatie omdat de toren van de Pieterskerk een keer ingestort is. Het punt waar de lantaarn de sokkel van de toren leek lag waarschijnlijk wat verder naar achteren. Dit visuele spel is een prachtig voorbeeld van ‘beleving’. Stel je voor dat je met licht de effecten nog wat sterker zou maken!

Een ander aandachtspunt is de ruimtelijke druk in de Vechtstreek. Enerzijds biedt dit kansen vanwege de recreatieve interesse en het aantrekkelijk vestigingsklimaat. Anderzijds brengt dit verstedelijking met zich mee, met mogelijk verstoring, verkeersdruk en aantasting van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden tot gevolg. Dit heeft ook zijn invloed op de buitenplaatsen. Als we niet opletten worden buitenplaatsen verbouwd, gesplitst of volgebouwd (mede in de zoektocht naar nieuwe economische dragers) of de omgeving zorgt voor verstoring. We willen dit “goud” behouden. Daarvoor moeten we mensen inspireren om verantwoord om te gaan met ons verleden. Inzicht in de gebiedseigen waarden en kwaliteiten helpt daarbij. Beoordelingskaders hoe we hiermee om kunnen gaan zijn te vinden in De gemeente beschermt de bijzondere het trendlijnenrapport en de matrix in de bij- zichtlijnen en zichtvelden. Dit geldt ook voor lage bij deze Omgevingsvisie. de verboden kringen rondom de forten en groepsschuilplaatsen (Nieuwe Hollandse In de belevingszone van de Vecht zijn zichtlij- Waterlinie en de Stelling van Amsterdam) en nen en zichtvelden ook een bijzondere kwali- de molenbiotopen rondom de historische teit. Zo zijn er landgoederen met een ‘recht molens.

Kaart Buitenplaatsen 119

Magdalena Poulle met de kaart van de landschappelijke aanleg 120

Zicht op Gunterstein en Pieterskerk vanaf de eikenbomenlaan 121

Waterlinies Ontstaan van de Hollandse Waterlinies Het strategisch gelegen grondgebied van Stichtse Vecht is in het verleden vaak toneel geweest van militair machtsvertoon tussen landsheren, roofridders, bisschoppen, graven en later complete legers. Wat ooit begon met enkele losse kastelen ontwikkelde zich door de eeuwen heen tot een stelsel van vestingen, forten en uiteindelijk aaneengesloten waterlinies. In Stichtse Vecht is het nog allemaal zichtbaar. Meest beeldbepalend zijn de waterlinies. Ogenschijnlijk losse objecten vertellen het unieke verhaal van de inzet van water en landschap als bondgenoot in Nederlands streven naar vrijheid en onafhankelijkheid. In het rampjaar 1672 rukten de Franse legers al plunderend en brandschattend op tot aan de Vecht. Vanaf daar werden zij gestuit door inderhaast op goed geluk onder water gezette stukken land: De Oude Hollandse Waterlinie. Deze boog vanaf Nieuwersluis nog westwaarts af. Dat veranderde in 1815 met de zich zuidwaarts langs De Vecht rondom de stad Utrecht naar de Biesbosch voortzettende 85 kilometer lange Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW). Een nauwkeurig ontworpen stelsel van onderwaterzettingen met afsluitende verdedigingswerken in een door de verdediger optimaal gecontroleerd landschap.

Hoe werkte het? De waterlinie was een verdedigingssysteem waarbij grote stukken land door een netwerk van sluizen, kanalen en kaden 30 tot 60 cm onder water kon worden gezet. Niet

diep genoeg als vaarwater maar net te diep voor soldaten om met paarden en kanonnen doorheen te trekken. De watervlakte onttrok greppels, wegen en sloten aan het zicht en transformeerde het landschap tot een voor de vijand ondoordringbare verraderlijke watervlakte. Voor het noordelijk deel van de NHW vormde de Vecht de ruggengraat die het water aanvoerde om het land te ‘inunderen’. De NHW was een paar kilometer breed, zodat de vijand er aanvankelijk niet overheen kon schieten. Kwetsbare plekken, zoals droogblijvende dijken, (spoor)wegen, bevaarbare kanalen en cruciale sluizen werden beschermd en afgegrendeld door zelfstandig verdedigbare van kanonnen voorziene forten. Wedloop aanval en verdediging De waterlinie is ook het verhaal van een wedloop tussen aanvaller en verdediger in een steeds veranderend maatschappelijk landschap. Tot circa 1860 had een verdediger ruimschoots de tijd om de waterlinie in staat van verdediging te brengen door de aanvoer van voldoende water en het voltooien van verdedigingswerken. De industriële revolutie resulteerde echter in de aanleg van steeds meer wegen en spoorlijnen met nieuwe snelle vervoersmiddelen. Steeds grotere legers konden in steeds kortere tijd voor de waterlinie verschijnen.

Tot overmaat werd het aanvalsgeschut steeds beter: het kon steeds verder en gerichter met steeds zwaardere explosieven de forten van de verdedigers beschieten en vernielen. Nieuwe kanalen, dammen, sluizen en afgravingen moesten de wateraanvoer verbeteren

en vooral bespoedigen. Nieuwe forten met steeds dikkere wallen en gemetselde ‘bomvrije gebouwen’ werden in steeds kortere tijd aangelegd en weer gemoderniseerd om het aanvalsgeschut te weerstaan. De in 1853 ingevoerde en pas in 1963 ingetrokken Kringenwet moest voorkomen dat het zicht- en schootsveld rondom forten en vestingsteden werd bebouwd. Tot 1000 meter afstand werden binnen een drietal ‘verboden kringen’ streng gehandhaafde verboden en geboden opgelegd aan gebouwen. Nieuwe bebouwing mocht binnen de kringen vanaf zekere afstand en op eigen risico alleen in hout worden uitgevoerd zodat een gebouw in de kortst mogelijke tijd zonder omhaal en vergoeding kon worden platgebrand. Rond 1885 waren de forten in de NHW net gemoderniseerd en tragisch genoeg vrijwel direct weer verouderd door uitvinding en invoering van de ‘brisante granaat’…. Inmiddels was in 1880 begonnen met de aanleg van een nieuwe moderne waterlinie: de Stelling van Amsterdam. Deze kringstelling rond Amsterdam moest als laatste verdedigingslinie en toevluchtsoord functioneren. Tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog is aan deze nieuwe waterlinie met in cementbeton uitgevoerde van stalen pantserkoepels voorziene forten gewerkt tot bleek dat ook deze niet bestand waren tegen de nieuwste Duitse kanonnen….. Kaart Waterlinies

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1696/documents/37499