Bijlage 2 Stedenbouwkundig Programma van Eisen.pdf
Tekst van het document
Daarvoor zoeken ze plekjes 2 waar het koel is maar niet vriest en waar de waar het rustig is, luchtvochtigheid hoger is dan 90%. De belangrijkste voorwaarden om een kwaliteitsvol winterverblijf te hebben, zijn: een optimale temperatuur, een hoge luchtvochtigheid, schuilplaatsen en rust. Grote stenen en betonnen gebouwen (flats, appartementen) met spouwmuren komen hiervoor in aanmerking. Incorporeren van insectenstenen: Plaatsen van vijf insectenstenen (= 1 cluster) per gebouw op enkele meters afstand van elkaar waarbij er minimaal twee op een zon beschenen plek worden gestitueerd en twee op een meer beschaduwde plaats. De neststenen moeten op maximaal drie meter afstand van nectarleverende planten en maximaal twee meter boven het maaiveld (of dakoppervlak in het geval van een groendak) worden geplaatst. Maatregel alleen te combineren met aanbrengen groen dak. Deze maatregel heeft alleen zin als de omgeving geschikt is voor deze dieren. De steenstapel/muur is tenminste 5 m lang , 0,5 m hoog en 0,3 m diep Deze maatregel combineren met voldoende inheemse bloemrijke beplanting.
De biotoop op het terrein moet aansluiten bij de omgeving. De biotoop wordt in overleg met de ecoloog ontworpen. De biotoop versterkt de ecologische structuur. De biotoop op het terrein moet aansluiten bij de omgeving. De biotoop wordt in overleg met de ecoloog ontworpen. De biotoop versterkt de ecologische structuur. Dit kan ontwikkeld worden in relatie met een vijver of wadi. In clusters aanplanten / behouden van minimaal 3 inheemse bomen, zoals zomereik, wintereik, linde, berk, zwarte els, beuk, haagbeuk, veldiep, zoete kers, gewone appel en/of lijsterbes.
3 Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
33
1 1 2
3
Er is nestgelegenheid op groene daken voor vogels en insecten Er zijn habitats en overwinteringsplaatsen voor amfibieën en reptielen. Er zijn voorzieningen voor insecten b.v. steenstapel, insectenhotel met gerecycleerd materiaal
Terrein/Omgeving De biotopen op het terrein zijn ontworpen als natte natuur
3
De biotopen op het terrein zijn ontworpen als droge natuur
2 1
Er is een biotoop voor waterinsecten op het terrein Er is een cluster van 3 inheemse bomen
Puntenformulier Natuurinclusief bouwen Stichtse Vecht
2
Er is een rij van >10 inheemse bomen
1 2
Er zijn ten minste twee verschillende eetbare fruiten bessenplanten op het terrein Boomgaard met > 10 fruitbomen
1 1
Voor vlinders geschikte struiken Er is droog bloemrijk grasland > 10m2
2
Het terrein is groen, er zijn geen gazons maar kruidenrijke weiden.
3
Het hele terrein wordt gebruikt voor de productie voedsel (groenten, fruit, noten) (Voedselbos) Er is een moestuin van tenminste 25 m2 Er is een moestuin met een composteervoorziening voor tuinafval. Er zijn Fauna trappetjes bij watergangen bij de harde overgangen. Tenminste 50% van de oever is natuurlijk aangelegd
2 3 1 2 3
Tenminste 80% van de oever is natuurlijk aangelegd
2 2
Een deel van het terrein wordt overgelaten aan natuurlijke successie (natuurlijke ontwikkeling zonder menselijke invloed) Er is een natuurlijke haag
1
Afscheidingen worden als takkenril uitgevoerd
minimaal twee op een zon beschenen plek worden gestitueerd en twee op een meer beschaduwde plaats. De neststenen moeten op maximaal drie meter afstand van nectarleverende planten en maximaal twee meter boven het maaiveld (of dakoppervlak in het geval van een groendak) worden geplaatst. Maatregel alleen te combineren met aanbrengen groen dak. Deze maatregel heeft alleen zin als de omgeving geschikt is voor deze dieren. De steenstapel/muur is tenminste 5 m lang , 0,5 m hoog en 0,3 m diep Deze maatregel combineren met voldoende inheemse bloemrijke beplanting.
De biotoop op het terrein moet aansluiten bij de omgeving. De biotoop wordt in overleg met de ecoloog ontworpen. De biotoop versterkt de ecologische structuur. De biotoop op het terrein moet aansluiten bij de omgeving. De biotoop wordt in overleg met de ecoloog ontworpen. De biotoop versterkt de ecologische structuur. Dit kan ontwikkeld worden in relatie met een vijver of wadi. In clusters aanplanten / behouden van minimaal 3 inheemse bomen, zoals zomereik, wintereik, linde, berk, zwarte els, beuk, haagbeuk, veldiep, zoete kers, gewone appel en/of lijsterbes.
3 Aanplant van boomgaard met minimaal 10 fruitbomen: appel, kers, peer, pruim en/of walnoot Realiseren van droog grasland ter plaatse van gemeenschappelijk of openbaar groen waar deze van lage ecologische kwaliteit is (wat nu gazon is): minimaal 10m² grondoppervlak. Na inrichting over gaan op ecologisch beheer. Inzaaien van bloemrijk grasland met inheems bloemenmengsel ter plaatse van openbaar / gemeenschappelijk groen: grassen met éénjarige kruidachtige soorten en overblijvende bloeiende vegetatie, minimaal 500 m² grondoppervlak. Na inrichting overgaan op ecologisch beheer.
In combinatie met de aanleg van watergangen of aansluiten op bestaande watergangen. In combinatie met de aanleg van watergangen of aansluiten op bestaande watergangen. Er is minimaal 10 meter oeverlengte met een talud van 1:5 of flauwer. In combinatie met de aanleg van watergangen of aansluiten op bestaande watergangen. Er is minimaal 50 meter oeverlengte met een talud van 1:5 of flauwer.
Aanplant van hagen - al of niet ter vervanging van hekwerk/ schutting - over een lengte van minimaal 25 meter en met breedte van tenminste 1 meter en hoogte van 1,5 meter met liguster, spaanse aak, zuurbes, hulst, beuk of haagbeuk.
Puntenformulier bouwen Stichtse Vecht 1 Het Natuurinclusief snoeihout blijft op het terrein b.v. in een
takkenril Beleid voor anciënniteit in het bomen beheer Bomen moeten planologisch ruimte krijgen. Ook ten opzichte van (ondergrondse) infrastructuur.
1 2
34
Scheiden regenwater en verharden Tuinen worden maar voor maximaal 40% betegeld. Dit ook met het oog op waterberging Tuinen worden maar voor maximaal 40% betegeld met toepassing van waterdoorlatende verharding.
4
Waterdoorlaten de verharding is o.a.: • Houtspaanders, dennenschors of cacaodoppen. • Grind of split in roosterstenen. • Grind, steenslag of schelpen. • Stapstenen • Klinkers met openvoeg of losverband • Poreuze betonklinkers • Grasbetonklinkers
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
1
Regentonnen worden geintegreerd bij de bouw
Puntenformulier Natuurinclusief bouwen Stichtse Vecht Puntenformulier Natuurinclusief bouwen Stichtse Vecht
1 1 2 2
1 2 1 2 3 3 2 2 1 1 2 3 2 3
Bomen moeten planologisch ruimte krijgen. Ook ten opzichte vanplanologisch (ondergrondse) infrastructuur. Bomen moeten ruimte krijgen. Ook ten opzichte van (ondergrondse) infrastructuur. Scheiden regenwater en verharden Tuinen worden maar voor Scheiden regenwater en maximaal verharden40% betegeld. Dit ook metvoor het oog op waterberging Tuinen worden maar maximaal 40% Tuinen worden maar maximaal 40% betegeld betegeld. Dit ook metvoor het oog op waterberging met toepassing van waterdoorlatende verharding. Tuinen worden maar voor maximaal 40% betegeld met toepassing van waterdoorlatende verharding.
Regentonnen worden geintegreerd bij de bouw Hemelwater gescheiden opgevangen in de Regentonnenwordt worden geintegreerd bij de bouw tuinen en/of groenvoorziening geinfiltreerd Hemelwater wordt gescheidenen opgevangen in in de de tuinbodem. tuinen en/of groenvoorziening en geinfiltreerd in Alle regenwater van de gebouwen en verharde de tuinbodem. oppervlaktes wordt opgevangen Alle regenwater vangescheiden de gebouwen en verharde geinfiltreerd de bodem van hetopgevangen terrein. oppervlaktesinwordt gescheiden Alle oppervlakten het terrein water geinfiltreerd in de op bodem van hetzijn terrein. doorlaatbaar Alle oppervlakten op het terrein zijn water Er is een wadi van minimaal 50m2 waarin doorlaatbaar hemelwater wordt Er is een wadi vanopgevangen. minimaal 50m2 waarin Er is een regenwatervijver van tenminste 100 m2 hemelwater wordt opgevangen. Per m² verharde oppervlakte is er 1 m² 100 m2 Er is5een regenwatervijver van tenminste natuurlijke vijver oppervlakte is er 1 m² Per 5 m² verharde natuurlijke vijver
2 Alle bio-afbreekbaar afval van de huishoudens en de wordt gecomposteerd 2 Alletuin bio-afbreekbaar afval van de huishoudens en 3 Alleen materialen worden op het de tuin gerecycleerde wordt gecomposteerd Puntenformulier Natuurinclusief Stichtse Vecht terrein gebruikt bouwenmaterialen 3 Alleen gerecycleerde worden op het terrein gebruikt Infrastructuur/Civieltechnische werken Infrastructuur/Civieltechnische 2 Kades en bruggen: Voorzieningenwerken voor Oeverzwaluw en ijsvogel en vleermuizen (bij bruggen) 3 Wegen: Straatverlichting die vleermuisvriendelijk is, of zo veel mogelijk uit/slim gestuurd (kleur en uitstraling vastleggen) 1 Duikers en bruggen met loopplanken voor kleine zoogdieren 1 Er zijn putten waar padden en kikkers uit kunnen klimmen 1 Er is geen buitenverlichting bij groen 1
Metselwerk met kalkspecie voor kalkminnende planten
1-3
Eigen initiatief
Waterdoorlaten de verharding is o.a.: • Houtspaanders, dennenschors Waterdoorlaten de verharding is o.a.: of cacaodoppen. • Grind of split in roosterstenen. Houtspaanders, dennenschors of cacaodoppen. • Grind,of steenslag of schelpen. split in roosterstenen. • Stapstenen Grind, steenslag of schelpen. • Klinkers met openvoeg of losverband Stapstenen • Poreuze betonklinkers Klinkers met openvoeg of losverband • Grasbetonklinkers Poreuze betonklinkers • Grasbetonklinkers
Realiseren van poel / vijver met minimaal 1 meter waterdiepte, 3 meter diameter en flauw talud; inheemse Realiseren van poel / vijver metbeplant minimaal 1 meteroeverplanten: waterdiepte, 3 gele moerasandoorn, grote beplant kattenstaart, moerassprirea, echte meterlis, diameter en flauw talud; inheemse oeverplanten: valeriaan, grote egelskop grote en inheemse waterplanten: witte echte gele lis, moerasandoorn, kattenstaart, moerassprirea, waterlelie, gele plomp, watergentiaan, valeriaan, grote egelskop en inheemsekrabbescheer waterplanten: witte Dit kan eengele compostbak in de tuin zijn krabbescheer of een gemeenschappelijke waterlelie, plomp, watergentiaan, voorziening. Dit kan een compostbak in de tuin zijn of een gemeenschappelijke voorziening.
5 5 Deze maatregel is zinvol als dit aansluit bij andere maatregelen die de habitat van vleermuizen verbeteren.
Dit kan uit oogpunt van veiligheid betekenen dat de functies groen en wandel- en fietspaden niet samen gaan Bij renovatie / restauratie aan oude muren met geschikte groeiplaatsen: rekening houden met verplaatsen van muurplanten en realiseren van muren met terugliggend voegwerk met kalkhoudende specie en vochtig metselwerk met afstromend regenwater of het realiseren van kademuren met een muurplantvriendelijke constructie die is voorzien van een smalle spouwmuur met vochthoudend materiaal om planten van voldoende water te voorzien, kalkhoudende specie en een terugliggende voeg. Eigen initiatief: in overleg 1 tot 3 punten Er kan ook een eigen groene omgevingsmaatregel worden geformuleerd, mits goed beargumenteerd hoe deze maatregel de biodiversiteit en/of klimaatbestendigheid binnen het project vergroot. Bruggen kunnen bijvoorbeeld zo ontworpen worden dat ook vleermuizen en huiszwaluwen hier een verblijfplaats in vinden. Het aantal punten wordt nader bepaald, in samenspraak met de gemeente.
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
35
monocultuur aan honingbijen levertNaast weliswaar honing, magergeen vervanging zijn van zijn het van rijkespeciefieke insectenleven dat vanom nature gaten en gleuvenmaar bestaan ook insecten die afhankelijk bodemtypen holen in te g voor zou komen. materiaal te oogsten als nestmateriaal; de metselbij bijvoorbeeld.
Aandacht voor een diversiteit aan inheemse insecten is van belang, omdat dit nodig is voor een evenwichtig systee monocultuur aan honingbijen levert weliswaar honing, maar mag geen vervanging zijn van het rijke insectenleven voor zou komen.
Eis: Circulair Bouwen en Registratie materialen
• Doel: Hergebruik van grondstoffen • Omschrijving: De bestaande stad is de grondstoffenmijn van de toekomst. Het opstellen van een materialenpaspoort en de registratie daarvan in het Madaster, of vergelijkbaar registratiesysteem, draagt daaraan bij. Het betreft een relatief makkelijk uitvoerbare maatregel (Quick-win) omdat het in de ontwerpfase wordt toegepast en geen uitvoeringskosten betreft.
Referenties • Doel: Verminderen CO2-uitstoot, • Omschrijving: Als onderdeel van de energiestransitie wordt elektrisch rijden gestimuleerd door het vergroten van de laadinfrastructuur (laadvoorzieningen). Bouwontwikkelingen moeten voldoende laadvoorzieningen realiseren. Het CROW heeft hiervoor een richtlijn opgesteld, die als uitgangspunt gehanteerd dient te worden. Als laadvoorzieningen inpandig worden gerealiseerd (in een parkeergarage), dient aan de juiste veiligheidseisen voldaan te worden.
• Doel: Hoogwaardige, duurzame afvalinzameling • Omschrijving: Bij nieuwbouw wordt vaak onvoldoende rekening gehouden met de integratie van voorzieningen voor de (gescheiden) inzameling van afval en grondstofstromen. De voorzieningen voor (gescheiden) inzameling van afval dienen bij de oplevering van nieuwbouwlocaties al op orde te zijn, zodat geen noodoplossingen worden ingezet. Daarom dienen voorzieningen zoals ondergrondse en inpandige containers in een vroege fase van het ontwerp geïntegreerd te worden. 36
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
indicatie aanlegkosten
kosten
indicatie beheerskosten
belevingswaarden
indicatie aanlegkosten
beleving
kosten
tegengaan droogte
belevingswaarden
beleving verminderen wateroverlast
Nestgelegenheid voor insecten
Ambitie: Voor gebruik van wc-spoeling en wasmachine wordt de aanleg van een
‘grijs-watercircuit’ aanbevolen.
Ambitie: Toekomstbestendig ontwerpen
Eis: Afvalinzameling integreren in ontwerp
tegengaan droogte
Eis: Laadpunten autoReferenties
Insectenhotel in Zwolle - foto: Dana Wiersma
• Doel: Flexibiliteit, rekening houden met een veranderend gebruik. • Omschrijving: Gebouwen worden zo efficiënt mogelijk ontworpen qua kosten, materiaal en ruimte. Dat is op zich een duurzaam uitgangspunt. Het risico is echter dat daardoor het ontwerp weinig flexibiliteit biedt voor functionele verandering op termijn. Gevraagd wordt om daar rekening mee te houden in het ontwerp. Denk aan extra dragend vermogen, flexibel indeelbare plattegronden, overdimensioneren draagstructuur etc. Een gebied heeft een goede toekomstwaarde als er flexibiliteit is om aan te blijven sluiten bij veranderende wensen en verwachte ontwikkelingen.
klimaatadaptief
verminderen wateroverlast verbinding - verplaatsing
verminderen hittestress
veiligheid - verblijf
voedsel - variatie
natuurinclusief
verbinding - verplaatsing
veiligheid - verblijf
voedsel - variatie
• Doel: mobiliteitstransitie, verminderen CO2-uitstoot, stimuleren beweging • Omschrijving: De fiets speelt een belangrijke rol in de gewenste duurzame mobiliteitstransitie. Fietsparkeren is daarom een belangrijk speerpunt. In het ontwerp moet er aandacht zijn voor het fietsparkeren voor bewoners, maar ook voor bezoekers. Slimme locaties, goed bereikbaar en zeer comfortabel waardoor gebruikers verleid worden de fiets te verkiezen boven de auto. Het fietsparkeren neemt minder ruimte in dan autoparkeren, maar het ruimtebeslag is niet nihil. Bovendien komen er steeds meer soorten fietsen (bakfietsen, elektrische fietsen). Een goede integratie van voldoende fietsparkeren in het ontwerp moet als doel hebben de ruimtelijke kwaliteit te vergroten én om het gebruik van de fiets te stimuleren.
verminderen hittestress
klimaatadaptief
Natuur- en klimaatscore
GEBOUW
Eis: Fietsparkeren in ontwerp
natuurinclusief
• Doel: Verminderen vraag naar grondstoffen en belasting op het milieu • Omschrijving: Voor nieuwbouw dienen de waardes gehanteerd te worden conform bouwbesluit 2018. De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. De MPG is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. Er geldt voor de MPG een maximum grenswaarde van 0,8. Dat is een norm voor de ‘schaduwkosten’ van de toegepaste materialen. De MPG is opgebouwd uit vier pijlers: (1) de milieubelasting van de productie van het materiaal, (2) de milieubelasting van het gebruik van het materiaal, (3) de milieubelasting van het afval na de sloop of vervanging van het materiaal en (4) de milieuwinst of -verlies van het materiaal door hergebruik. (Het gaat hierbij om nieuwbouwwoningen en nieuwe kantoorgebouwen die groter zijn dan 100m²). Aanbevolen wordt om de nieuwe gebouwen met een lagere MPGwaarde uit te voeren dan wettelijk vereist (de huidige vereiste waarde is 0,8.). Het verhogen van de ambitie ten aanzien van de MPG is een concrete maatregel die bijdraagt bij aan de doelstelling. Dat betekent dat waar mogelijk een lagere MPGnorm wordt voorgeschreven (hoe lager de norm, hoe beter de prestatie).
GEBOUW
Eis: Milieu Prestatie Gebouwen (MPG)
Natuur- en klimaatscore
Insectenhotel in Zwolle - foto: Dana Wiersma
Insectenhotel - bron: Natuur voor Elkaar
36
36
Insectenhotel - bron: Natuur voor Elkaar
Schutting gevuld met natuurlijk mater kunnen verschuilen
Schutting gevuld met natuurlijk materiaal waar insecten zich kunnen verschuilen
CENTRUMKWADRAAT ENSCHEDE KLIMAATBESTENDIG EN
CENTRUMKWADRAAT ENSCHEDE KLIMAATBESTENDIG EN NATUURINCLUSIE
de gebouwschil en biedt schuilplaatsen voor vogels, insecten en kleine zoogdieren. Sommige vogels kunnen hier zelfs hun nest bouwen en bij andere vogels kan het groen goed gecombineerd worden met nestvoorzieiningen. Een groene gevel kan ook als ladder dienen om naar een hoger gelegen groendak te kunnen migreren.
14. Verticale en hangende begroeiing
Kabels of een pergola constructie kunnen de klimplanten ook horizontaal laten groeien en zo voor schaduw zorgen.
Ook draagtgevels dit bij kunnen aan het groene van bijvoorbeeld een hechten woonbuurt. Begroeide ontstaankarakter door klimplanten die zich aan het geveloppervlak. Er zijn echter ook klimplanten die klimhulp nodig hebben. Architectuur, plantsoort en oriëntatie van de gevel hangen daarom sterk samen. Naar gelang de soort kan worden gekozen voor een ruw hechtoppervlak, een raster of kabels. Een groene gevel vormt als het ware een extra laag op de gebouwschil en biedt schuilplaatsen voor vogels, insecten en kleine zoogdieren. Sommige vogels kunnen hier zelfs hun nest bouwen en bij andere vogels kan het groen goed gecombineerd worden met nestvoorzieiningen. Een groene gevel kan ook als ladder dienen om naar een hoger gelegen groendak te kunnen migreren.
Groene daken
indicatie beheerskosten
indicatie aanlegkosten
kosten
belevingswaarden
beleving
tegengaan droogte
verminderen wateroverlast
verminderen hittestress
indicatie beheerskosten
indicatie aanlegkosten
kosten
belevingswaarden
beleving
Referenties Verticale staalkabels voor windende gevelbegroeiing Genderdal - Bron: Buro Lubbers
Gevelraster als ondersteuning voor gevelbegroeiing
Groenslingers, De Dampuurters, Gent
33
ferenties
oestuin - intensief - Bron: De Dakakker
indicatie beheerskosten
indicatie aanlegkosten
kosten
belevingswaarden
beleving
verminderen wateroverlast
tegengaan droogte
Afkoppelen hemelwater van privaat domein: tegengaan droogte
verminderen hittestress
klimaatadaptief verminderen hittestress
verbinding - verplaatsing
voedsel - variatie
veiligheid - verblijf
veiligheid - verblijf
klimaatadaptief
verbinding - verplaatsing
veiligheid - verblijf
voedsel - variatie
atuur- en klimaatscore
voedsel - variatie
Referenties
verminderen wateroverlast
klimaatadaptief
verbinding - verplaatsing
natuurinclusief
natuurinclusief
Nestgelegenheid voor vogels, vleermuizen (kleine zoogdieren)
GEBOUW
nsieve groendaken werken verkoelend in de zomer en werken als een extra deken in de winter. Op groendaken wordt het enwater opgeslagen in planten en in het substraat. Ook is het mogelijk om een dunne laag kratten aan te brengen onder de etatie voor extra ruimte voor het bergen van hemelwater. Door verdamping verdwijnt een gedeelte van het water weer terugNatuur- en klimaatscore e atmosfeer. Intensieve groendaken hebben vaak een dubbelfunctie. Naast vergroening en/of waterberging kunnen deze en worden gebruikt om te verblijven of om voedsel op te verbouwen. Intensieve groendaken vereisen een stevige constructie gezien de belasting van dit dak hoger is dan een extensief groen dak. Groendaken kunnen gecombineerd worden met nepanelen. Het rendement van de panelen is zelfs hoger door de lagere temperatuur van het dak. Daarnaast draagt een en dak bij aan de levensduur van de dakbedekking. Groene daken Verticale en hangende begroeiing
GEBOUW
ene daken zorgen voor een geringere opwarming van het dakoppervlak, ze houden regenwater vast en hebben een Kabels of eenen pergola constructie kunnen de klimplanten ook horizontaal laten groeien en zo voor schaduw zorgen. Natuurklimaatscore tief effect op biodiversiteit. Ze kunnen over het algemeen in twee types worden opgesplitst, namelijk extensieve en intensieve Ook draagt dit bij aan het groene karakter van bijvoorbeeld een woonbuurt. endaken. Extensieve groendaken zijn geringer in opbouw, vereisen minder onderhoud en hebben minder positieve effecten intensieve groendaken. Intensieve groendaken herbergen meer mogelijkheden voor beplanting, ze hebben een groter erbergend vermogen en isoleren beter dan extensieve groendaken. Ze zijn derhalve ook duurder in aanleg en in onderhoud.
Overstortsteen Verticale staalkabels voor windende gevelbegroeiing Genderdal - Bron: Buro Lubbers
Gevelraster als ondersteuning voor gevelbegroeiing
‘Hemelwater-steen’
Groenslingers, De Dampuurters, Gent
33
Afkoppelen op eigen terrein
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
Groendak op winkelcentrum Miro in Enschede - foto: Mark van Veen
Bloeiende sedumvegetatie trekt bijen en
37
im te
vo or g
ro e
n
do or h
er
pr ofi le r
in g
rs tru ct ur er en he
re re n rs tru ct u te
he
Het groen dat toegepast wordt, bestaat uit bestaande en nieuwe bomen (inheems gebiedseigen), heesters, haagbiotopen (natuurlijke hagen), bodembedekkers en bloem- en kruidenrijk gras. Het groen wordt zoveel als mogelijk natuurinclusief ingericht. Bij het toevoegen van groen is het belangrijk dat er ook wordt gekeken naar de omgeving. het is belangrijk om biotopen aan te sluiten op het buitengebied en de groenblauwe netwerken.
ru
te
Groen heeft naast haar recreatieve en esthetische functie ook een rol in duurzaamheid. De urgentie voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen is evident. De biodiversiteit loopt terug en de gevolgen van de klimaatverandering zijn merkbaar in de dagelijkse leefomgeving. De zomers kunnen extreem droog zijn waardoor de bodem daalt en planten en dieren het moeilijker hebben. Daartegenover staan hevigere buien met veel overlast tot gevolg. Een natuurinclusieve en klimaatadaptieve inrichting van de leefomgeving draagt bij aan het terugdringen van de negatieve effecten. En daarnaast zorgt een leefomgeving met meer biodiversiteit, een robuuste waterhuishouding, minder hittestress, en een op natuurlijke wijze gezuiverde lucht ook voor het welzijn van mensen. Hoe meer groen in de wijk, hoe beter regenwater in de grond opgenomen kan worden en hoe minder water er afgevoerd hoeft te worden via het riool. In het plangebied wordt waar mogelijk de toepassing van verharding beperkt. Er komt groen waar het kan, en verharding alleen waar het moet. Waar mogelijk wordt halfverharding e/o halfopen verharding toegepast (parkeerplaatsen uit te voeren met halfopen verharding). Het beperken van verharding, het groen (schaduw) en de waterstructuur (verkoeling) dragen bij aan het voorkomen van hittestress.
Op de kaart is aangegeven welke locaties overwogen kunnen worden om verharding te verwijderen en groen toe te voegen.
Groen
re re n
Uitgangspunten
Groen is een belangrijk element in het plangebied. Dit is waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten en kunnen recreëren. Het creëren van een prettige, groene en informele sfeer is van groot belang voor de ontwikkeling. Door het plangebied heen ligt de centrale groene as, die verschillende plekken en speelplaatsen met elkaar verbindt. Nieuwe woningen aan de centrale groene as zorgen voor ‘sociale ogen’, zicht op het groen en verbeteren de sociale veiligheid. Het centrale groen dient als ontmoetingsplek, waar gespeeld en verbleven kan worden.
rs tru ct u
4.1
he
Openbare ruimte
te
4
kansen voor vergroening toevoegen groen/beplanting 38
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
Centrale groene zone
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
39
4.2
Speelplekken
In de Staatsliedenbuurt worden de speelplekken geherstructureerd en heringericht. In de uiteindelijke situatie zullen er drie speel-/beweeg-/ontmoetingsplekken zijn. Deze drie plekken liggen in de centrale groene zone. De middelste speelplek is een “Buurtinitiatiefplek” die voor alle leeftijden wordt ingericht. De andere speelplekken zijn “Steunspeelplekken” voor de leeftijd 4-12 jaar. De speelplek tussen Kuyperstraat en Schaepmanstraat (nabij de Kennedylaan) wordt opgeheven. De toestellen van deze speelplek worden verplaatst naar één van de steunspeelplekken en de locatie wordt groen ingericht. Speelplekken lenen zich ervoor om extra kwaliteit te geven aan de buurt. Deze zorgen niet alleen voor speelgelegenheid in de wijk, maar brengen ook extra groen, duurzaamheid of een ontmoetingsplek in de buurt. Bij de inrichting van de buurtinitiatiefplek en de steunspeelplekken zullen (in een latere fase) bewoners betrokken worden. De inrichting is maatwerk en de aard van de plekken zal per locatie verschillen. Dit zal o.a. afhangen van welke doelgroep wordt bediend, welke type spel wordt aangeboden en welke extra opgave er aan gekoppeld kan worden. zo is te thematiseren per speelplek naar activiteit of leeftijdsgroep: 1x speelplek voor jongere jeugd, en de andere plekken inrichten voor bijvoorbeeld ontmoeting (ook voor volwassenen), sport (basketbal, tafeltennis?), etc.
Bij het ontwerpen van de speelplekken zal de focus niet liggen op de speeltoestellen, maar meer op speelaanleidingen. Dat zijn objecten die, in plaats van slechts één functionaliteit te hebben, meer aan de fantasie van de kinderen overlaten. Hierbij kan gedacht worden aan boomstammen, hoogteverschillen (heuvels), klimblokken, etc. Dit draagt ook meer bij aan de duurzame uitstraling van de wijk. Een ontmoetingsplek kan ook ‘smart’ ingericht worden met bijvoorbeeld een USB-aansluiting op zonne-energie. Een belangrijk uitgangspunt bij de speelplekken is dat ze groen worden ingericht. Deze kunnen zo een duurzaam en onderscheidend karakter krijgen. Speelplekken worden met natuurlijke materialen ingericht (o.a. hout) en niet met ‘plastic’ in felle kleuren. De toepassing van hout ligt voor de hand, en voor de ondergrond kan gras, zand of houtsnippers worden toegepast. Er dienen voldoende bankjes te komen om te zitten, ook op plekken waar geen speelplek is. Verder is bij de inrichting van de speelplekken en de toepassing van speeltoestellen de veiligheid van het eerste belang, en pas dan de (groene) inrichting van deze plekken. Ten aanzien van veiligheid is het ook van belang dat speelplekken veilig te bereiken zijn voor kinderen. De uiteindelijke inrichting en vormgeving van de speelplekken zal plaatsvinden in samenspraak met de (toekomstige) bewoners.
40
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
Speellint
S
steunspeelplek 4-12 jaar
S
buurt-initiatiefplek alle leeftijden
S
S
op te heffen toestellen verplaatsen
steunspeelplek 4-12 jaar
S
steunspeelplek 4-12 jaar
S
buurt-initiatiefplek alle leeftijden
S
steunspeelplek 4-12 jaar
S
op te heffen toestellen verplaatsen
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
41
• • • • •
natuurlijke uitstraling natuurlijke materialen, natuurlijke kleuren hoofdmateriaal hout toestellen in combinatie met speelaanleidingen gericht op beweging, klauteren, etc.
beeld: Google Images beeld: Google Images
speellint
speelaanleiding beeld: Google Images
speelaanleiding 42
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
toestellen voor de jongste jeugd
beeld: Google Images
toestellen voor de jongste jeugd
Wateroverlast beperken door waterafvoer te verbeteren en meer waterberging te creëren. Groter oppervlak ‘onverharde bodems’: overweeg halfopen verharding en halfverharding
4.3
Klimaatadaptatie
Veilig, schoon en gezond water is een belangrijk onderdeel van een duurzame leefomgeving. Dat vraagt extra aandacht bij een veranderend klimaat. Kwetsbaarheid voor klimaatverandering vermindert door kansen voor klimaatadaptatie te benutten, bijvoorbeeld door in het ontwerp van de openbare ruimte rekening te houden met de toenemende kans op wateroverlast, hitte en droogte en de gevolgen van overstromingen. Door klimaatverandering worden de zomers gemiddeld droger, maar er komen ook hevigere buien voor die wateroverlast kunnen veroorzaken. Beperk schade door wateroverlast door de waterafvoer te verbeteren en meer waterberging te creëren. Als het oppervlak onverharde bodems en oppervlaktewater toeneemt, zakt regenwater gemakkelijker in de bodem en ontstaat een buffer voor drogere perioden. De ecologische waterkwaliteit verbetert als de kwaliteit en de omvang van leefgebieden voor planten en dieren toenemen.
Eis: Watertoets en -compensatie
• Doel: Verminderen van wateroverlast en -tekort • Omschrijving: Het watersysteem wordt robuust ingericht met waterbergings- en afvoermogelijkheden conform de watertoets. Een ontwikkeling mag niet leiden tot verslechtering van de waterhuishouding of een versnelde toename van de af- en aanvoer van water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden op naastgelegen percelen/gebieden en er wordt rekening gehouden met de gewenste stroombaan van het hemelwater. De watertoets is een wettelijke verplichting bij planvorming en moet uitwijzen of/hoeveel gecompenseerd dient te worden. (Richtlijn : 100% van het verlies wateroppervlak en 15% van de toename van verhard oppervlak.) De watertoets is geen toets achteraf, maar een ontwerpvraagstuk waarbij de waterbeheerder vroegtijdig wordt betrokken. Natuur in de bebouwde kom draagt bij aan het ecosysteem. Bouwen en ontwikkelen met oog voor deze natuur zorgt voor een gezonde, kwalitatieve en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier. Door natuur al in het ontwerpstadium mee te nemen kan er met relatief simpele en goedkope maatregelen al veel bereikt worden.
Eis: Quickscan Wet Natuurbescherming, compensatiemaatregelen ecologie en natuurinclusieve bebouwing en openbare ruimte
• Doel: Behoud en bevordering van de natuurinclusieve waarden, ecologische waarden en biodiversiteit. • Omschrijving: Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet deze met een quickscan Wet Natuurbescherming beoordeeld worden op ecologische effecten. Een quickscan ecologie maakt standaard deel uit van de uit te voeren onderzoeken. Deze quickscan kan als basis dienen voor een mitigatie- of compensatieplan in het kader van een ontheffingsaanvraag. Het ontwerp houdt rekening met uitkomsten van de quickscan en wordt hierop aangepast en past, als behoud niet mogelijk is, compenserende maatregelen toe. De compenserende maatregelen worden genomen voor de aangetroffen (beschermde) soorten. Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
43
4.4
Verkeer en Parkeren
Ten behoeve van dit stedenbouwkundig programma van eisen is door BVA Verkeersadviezen een verkeersonderzoek uitgevoerd (22049 verkeersonderzoek Atlantische Buurt Maarssen, d.d. 21 november 2022). De grootschalige vernieuwing van de buurt zorgt ervoor dat de mobiliteit mee zal veranderen. BVA Verkeersadviezen is om die reden gevraagd om de huidige en toekomstige parkeer- en verkeerssituatie inzichtelijk te maken, en eerder is al een parkeeronderzoek uitgevoerd. De realisatie van nieuwbouwwoningen in de Staatsliedenbuurt ter vervanging en uitbreiding van het bestaande woningareaal brengt en extra parkeervraag met zich mee. Met betrekking tot de invulling van het parkeren is het de vraag of het maximaliseren van het aantal parkeerplaatsen in de directe omgeving van de nieuwbouw wenselijk is. Als gevolg van het maximaliseren van het aantal parkeerplaatsen in de herontwikkelingsgebieden krijgen deze gebieden vorm als een ‘stenige’ omgeving met heel veel verharding en weinig groen. Hierbij is de vraag gerechtvaardigd of dit de gewenste kwaliteitsslag voor de omgeving biedt. Het is dan ook de vraag of deze werkwijze de meeste gewenste is. Dit mede omdat uit het parkeeronderzoek blijkt dat er in de directe omgeving van de planlocaties nog ruimschoots voldoende restcapaciteit aan parkeerplaatsen beschikbaar is.
Op basis van onderzoek, de ‘Passende Parkeernorm-tool’ en een enquête van Portaal kan worden geconcludeerd dat een parkeernorm van 0,95 – 1,7 parkeerplaats per woning (afhankelijk van het type woning) voor de nieuwbouw passend is. De minimale waarde ligt lager dan de parkeernormen die de gemeente Stichtse Vecht hanteert (1,4 parkeerplaats per woning). Het verdient om meerdere redenen (onder andere financiële en ruimtelijke) aanbeveling uit te gaan van het realiseren van voldoende parkeerplaatsen, maar een (te groot) overschot te voorkomen en daarom de gevalideerde parkeernorm toe te passen. Temeer daar hierin al restcapaciteit is ingebouwd. Er wordt dan ook geadviseerd de nieuwe situatie niet sectoraal (per deelgebied) te beschouwen maar een en ander in een breder perspectief te bezien. Dit vraagt om een meer integrale visie op de gehele Staatsliedenbuurt. Tijdens een uitgevoerde schouw in het gebied is gebleken dat er weliswaar veel groen binnen de wijk aanwezig is, maar dat het veelal niet gaat om functioneel groen. Het anders gebruiken van (delen van) dit groen kan veel meer kwaliteit opleveren. Ook het parkeren kan op veel locaties veel meer geïntegreerd worden in het groen, waardoor de ruimte efficiënter kan worden gebruikt, er meer groen kan worden ingebracht en het aantal parkeerplaatsen, indien nodig of gewenst, op diverse locaties zelfs eenvoudig kan worden vergroot.
Het algemene beeld binnen de wijk kan hierdoor kwalitatief naar een (veel) hoger niveau worden getrokken. Het is van belang dat de inrichting van de straten zodanig is dat parkeren op niet aangegeven plaatsen niet mogelijk is. Alleen dan zal men bereid zijn het voertuig op iets grotere afstand dan ‘voor de deur’ te parkeren. Het is hierbij van belang dat deze situatie vanaf het begin optreedt, waardoor er geen gewenning optreedt in een tijdelijke situatie. Het aanpassen van gedrag is lastig.
44
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
Concreet betekent bovenstaande voor het realiseren van voldoende parkeerplekken in het plangebied (volgens de aangepaste passende parkeernorm) dat er 238 parkeerplekken nodig zijn, deels te realiseren door (betere) benutting van bestaande parkeerplekken en deels door parkeerplaatsen toe te voegen. In het gebied is ruimte voor 260 parkeerplaatsen. Het advies is om dit overschot van 22 parkeerplekken niet te realiseren, maar achter de hand te houden. Deze ruimte wordt groen ingericht en ingeval er toch meer parkeerplaatsen nodig zijn, is toevoeging relatief eenvoudig mogelijk. Bij het uitwerken van herinrichtingsvoorstellen van straten om ruimte te maken voor meer parkeerplaatsen dient te worden gekeken in hoeverre dit mogelijk is in verband met de kabels en leidingen in de ondergrond. Het is niet wenselijk als kabels en leidingen onder de parkeerplekken komen te liggen, aangezien deze te allen tijde bereikbaar moeten zijn. Dit kan bijvoorbeeld bij de Europalaan het geval zijn, waar in plaats van langsparkeren, haaks parkeren is voorgesteld. Met het oog op de verkeersveiligheid is een aantal ingrepen mogelijk: - twee verkeersknips op de Kennedylaan invoeren, waardoor sluipverkeer vanaf de Plesmanlaan (vaak veroorzaakt door halterende bussen) niet meer mogelijk is. Op de locatie van de knips, is het toevoegen van groen mogelijk.
- Het invoeren van eenrichtingsverkeer op de Thorbeckelaan in noord-zuid richting, waardoor een circuit ontstaat met de Albardastraat (die nu al eenrichtingsverkeer is in zuid-noordelijke richting). Met deze ingreep worden de kruispunten aan de noord en zuidzijde van beide straten overzichtelijker. Beide verkeersmaatregelen dienen in samenspraak met de omwonenden nader uitgewerkt en onderzocht te worden . Tot slot dient opgemerkt te worden dat de ontwikkeling van de Staatsliedenbuurt een toename van de autoverkeersbewegingen tot gevolg zal hebben. Met de komst van ongeveer 115 nieuwe woningen neemt de verkeersdruk in en rondom het gebied enigszins toe. Globaal zal het gaan om maximaal ongeveer 600 voertuigbewegingen per werkdagetmaal extra ten opzichte van de huidige situatie. Het is niet de verwachting dat er in grote mate sprake zal zijn van interne ritten. Dat wil zeggen, ritten die uitsluitend binnen de Atlantische buurt worden afgewikkeld. De 600 voertuigbewegingen per werkdagetmaal wikkelen zich dus met name af op de Plesmanlaan. Omgerekend naar het drukste uur (spitsuur) betreft het maximaal ongeveer 20 voertuigbewegingen per uur. Ergo circa 1 voertuig per 3 minuten.
Dergelijke aantallen leiden niet tot een substantiële verkeerstoename op de Plesmanlaan en hebben slechts zeer beperkt invloed op de verkeersafwikkeling van de Plesmanlaan, die nu echter al wel te wensen over laat.
Parkeernorm uitgegaan van 1,5 parkeerplaats voor bewoners en 0,2 parkeerplaats voor bezoekers. Een en ander leidt voorde onderscheiden deelgebieden zoals weergegeven in figuur 1 tot het beeld zoals dat in tabel 2 is weergegeven. Hierbij merken wij op dat de parkeernorm voor de toekomstige situatie dus hoger ligt dan de empirisch bepaalde waarde in de huidige situatie en de Passende Parkeernorm. Er is dan naar verwachting ook sprake van enige restcapaciteit, indien dit aantal parkeerplaatsen wordt gerealiseerd.
Tabel 2: Parkeernorm en -vraag toekomstige situatiebebouwing parkeernorm en parkeervraag nieuwe Aantal woningen sociale
vrije sector
A, B, C
huur 113
huur 13
D, F, G
76
8
H Totaal
189
21
Verkeer nieuw
Parkeernorm sociale huur
vrije sector huur
Parkeervraag
vrije sector koop
koop bewoner bezoeker bewoner bezoeker bewoner bezoeker bewoner bezoeker 109,05 13,25 0,85
0,1
1
0,15
1,5
0,2
totaal 122,3
72,6
8,8
81,4
20
30
4
34
20
211,65
230
26,05
237,7
237,7
bron: 22049 verkeersonderzoek Atlantische Buurt Maarssen, d.d. 21 november 2022
Uit de tabel blijkt dat afgerond 238 parkeerplaatsen nodig zijn om te kunnen voorzien in de huidige parkeerbehoefte.
3. Ontsluiting he
Zoals al aangegeven is de Atlantische buurt een wijk die wordt omsloten door de Kennedylaan, Thorbeckelaan, Europalaan en de Dr. Ariënslaan. Genoemde wegen zorgen ook voor de hoofdontsluiting van de wijk. Hierbij verzorgen de Dr. Ariënslaan en de Thorbeckelaan ook de verbinding naar het lokale hoofdwegennet, in casu de Dr. Plesmanlaan. Centraal tussen beide genoemde wegen is er nog een aansluiting op de Dr. Plesmanlaan. Het gaat hierbij om de Schaepmanstraat. Via deze drie wegen wordt de wijk ontsloten op het lokale wegennet.
ric
ht en
Eu ro pa
laa n
ve r
ke e
rs k
lb
ne
/A
ip sK en
ar da st
kn
dy laa n
ke laa n
di ge
ra at
un
ec
Op beide eerstgenoemde aansluitingen is het kruispunt vormgegeven door middel van een plateau (verhoogd kruisingsvlak), met aan beide zijden een voetgangersoversteekplaats (zebra). De Schaepmanstraat is niet voorzien van een dergelijke snelheidsremmende maatregel, maar op deze locatie ligt net ten westen van het kruispunt een plateau met daarop een voetgangersoversteekplaats die de Het is bekend datnaar de verkeersafwikkeling vanwinkelcentrum. de Plesmanlaan niet afdoende is, en verbinding vormt het tegenoverliggende Vanwege de aanwezigheid van een woningbouwplannen winkelcentrum en eenin groot aantal voetgangersoversteek met de verschillende Maarssen is de verwachting dat dit plaatsen is opals deer Dr. Plesmanlaan, ondanks hetworden feit dat getroffen het hier een ontsluitingsweg verslechterd geen verkeersmaatregelen door de gemeente betreft een 30van km/uur regime van toepassing. Dit regimeStichtse geldt uiteraard voor ter ontlasting de hoofdinfrastructuur. De gemeente Vecht isook bezig met alle wegen binnen de Atlantische buurt. Als gevolg van het geldende snelheidsregime het tegen het licht houden van de verkeersafwikkeling op de hoofdwegenstructuur.
en de aanwezige snelheidsremmende maatregelen zal de snelheid ter afstemming hoogte van de Bij verdere planvorming van de Staatsliedenbuurt dient hierover te aansluitingen niet heel hoog liggen, hetgeen de verkeersveiligheid ten goede komt. worden gezocht.
rin
Th ht in g nr ic éé
Met de komst van ongeveer 115 nieuwe woningen neemt de verkeersdruk in en rondom het gebied enigszins toe. Globaal zal het gaan om maximaal ongeveer 600 voertuigbewegingen per werkdagetmaal extra ten opzichte van de huidige situatie. Het is niet de verwachting dat er in grote mate sprake zal zijn van interne ritten. Dat wil, zeggen ritten die uitsluitend binnen de Atlantische buurt worden afgewikkeld. Een en ander betekent dus dat het geprognosticeerde aantal voertuigbewegingen
or b
Een en ander is nader toegelicht in de bijlage “22049 verkeersonderzoek Atlantische Verkeersgeneratie en afwikkeling Buurt Maarssen, d.d. 21 november 2022”.
bron: 22049 verkeersonderzoek Atlantische Buurt Maarssen, d.d. 21 november 2022 Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
45
Te vervangen/te optimaliseren bestaande parkeerplaatsen
Nieuwe parkeerplaatsen
nieuwe parkeerplaatsen reservering parkeerplaatsen - groen inrichten
46
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
in tekening:
Parkeerbalans
parkeerbehoefte parkeerbehoefte parkeernorm parkeernorm Blok nieuw huidig nieuw nieuw parkeren parkeren nieuwoninggrootte nieuw saldosaldo
woninggrootte
11 won.
70,0 m GBO
2
31 won.
1,0 p.p/won.
42 p.p.
42 p.
2
11 won.
70,0 m GBO
2
31 won.
1,0 p.p/won.
42 p.p.
42 p.
2
11 won.
70,0 m GBO
2
31 won.
1,0 p.p/won.
42 p.p.
42 p.
2
9 won.
70,0 m GBO
2
19 won.
1,0 p.p/won.
28 p.p.
28 p.
2
0 won.
2 70,0 m GBO
26 won.
1,2 p.p/won.
31 p.p.
27 p.
2
9 won.
2
19 won.
1,0 p.p/won.
28 p.p.
28 p.
2
9 won.
70,0 m GBO 2 A 70,0 m GBO
19 won.
1,0 p.p/won.
28 p.p.
28 p.
2
0 won.
70,0 m GBO
20 won.
1,4 p.p/won.
28 p.p.
28 p.
170 won.
238 p.p.
238 p.
196 won. B
269 p.p.
265 p.
1,0 p.p/won. 1,0 p.p/won. A
4224 p.p. 42 won. p.p.
42 won. 42 p.p. 42 p.p. 50,0 m0 GBO p.p. 0 p.p.
1 won. 31 won.
1,0 p.p/won. 1,0 p.p/won. B
4224 p.p. won. 42 p.p.
42 won. 50,0 m0 GBO 42 p.p. 42 p.p. p.p. 0 p.p.
1 won. 31 won.
1,0 p.p/won. 1,0 p.p/won. C
4224 p.p. won. 42 p.p.
42 won. 50,0 m0 GBO 42 p.p. 42 p.p. p.p. 0 p.p.
9 won. 19 won.
1,0 p.p/won. 1,0 p.p/won. D
2814 p.p. won. 28 p.p.
28 won. 50,0 m0 GBO 28 p.p. 28 p.p. p.p. 0 p.p.
6 won. 26 won.
1,2 p.p/won. 1,2 p.p/won. E
31 0p.p. 31 won. p.p.
GBO 26 won. 27 p.p. 27 p.p. 50,0 m -4 p.p. -4 p.p.
9 won. 19 won.
1,0 p.p/won. 1,0 p.p/won. F
2814 p.p. 28 won. p.p.
28 won. 28 p.p. 28 p.p. 50,0 m0 GBO p.p. 0 p.p.
9 won. 19 won.
1,0 p.p/won. 1,0 p.p/won. G
2814 p.p. won. 28 p.p.
28 won. 50,0 m0 GBO 28 p.p. 28 p.p. p.p. 0 p.p.
0 won. 20 won.
1,4 p.p/won. 1,4 p.p/won. H
28 0 p.p. 28 p.p. won.
28 p.p. 28 p.p. p.p. 0 p.p. 20 won. 48,0 m0 GBO
0 170 won.won.
Totaal238 114 238 p.p. won. p.p. 230 won. 238 238 p.p. p.p.
0 p.p. 0 p.p. 60 won.
6 196 won.won.
inclusief269 veld269 p.p. E p.p. 256 won. p.p. p.p. 265 265
60 won.
Tabel 2: Parkeernorm en -vraag toekomstige situatie parkeernorm en parkeervraag nieuwe bebouwing Aantal woningen sociale
vrije sector
A, B, C
huur 113
huur 13
D, F, G
76
8
189
21
H Totaal
vrije sector huur
0,1
1
0,15
H G
C
F E
Parkeervraag
vrije sector koop
koop bewoner bezoeker bewoner bezoeker bewoner bezoeker bewoner bezoeker 109,05 13,25 0,85
2
D
Parkeernorm sociale huur
parkeren
2
1 won. 31 won.
Parkeernorm uitgegaan van 1,5 parkeerplaats voor bewoners en 0,2 parkeerplaats voor bezoekers. Een en ander leidt voorde onderscheiden deelgebieden zoals weergegeven in figuur 1 tot het beeld zoals dat in tabel 2 is weergegeven. Hierbij merken wij op dat de parkeernorm voor de toekomstige situatie dus hoger ligt dan de empirisch bepaalde waarde in de huidige situatie en de Passende Parkeernorm. Er is dan naar verwachting ook sprake van enige restcapaciteit, indien dit aantal parkeerplaatsen wordt gerealiseerd.
parkeernorm
parkeerbehoefte nieuw
1,5
0,2
72,6
8,8
81,4 34
20
30
4
20
211,65
26,05
230
totaal 122,3
237,7
237,7
bron: 22049 verkeersonderzoek Atlantische Buurt Maarssen, d.d. 21 november 2022
Uit de tabel blijkt dat afgerond 238 parkeerplaatsen nodig zijn om te kunnen voorzien in de huidige parkeerbehoefte.
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
47
4.5
Uitgangspunten herinrichting openbare ruimte
Voor de herinrichting van de openbare ruimte zijn de uitgangspunten opgenomen in hoofdstuk 6. In dat hoofdstuk zijn de beleidsdocumenten opgenomen die relevant zijn voor de (her)-inrichting van het openbaar gebied in de Staatsliedenbuurt.
toegevoegd palet
Hieronder vallen onder andere de volgende documenten. • Groen Structuur Plan Gemeente Stichtse Vecht (d.d. 15 september 2017) • Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan Stichtse Vecht 2013 (d.d. augustus 2015) • Buiten spelen, natuurlijk! (d.d. 22 april 2014) • Afspraken klimaat adaptief bouwen Utrecht (d.d. juni 2021) • Bomen in Beeld, Bomenbeleid en Structuurplan 2015-2035 (d.d. 14 maart 2015) • Gemeentelijk Rioleringsplan Stichtse Vecht 2022-2026 (d.d. 15 februari 2022) • LIOR - Stichtse Vecht, Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (d.d. 8 november 2022) • CROW500-richtlijn • Grondstoffenplan Stichtse Vecht 2016 – 2022
Als basis materialenpalet voor de verharding bij herinrichting van de openbare ruimte wordt uitgegaan van de huidige (meest recent aangelegde) verharding. Dit ‘verhardingsbeeld’ wordt doorgezet bij nieuwe herstrating of herinrichting.
Betonklinker keiformaat kleur heidepaars halfopen verband
basispalet trottoir
parkeervakken
rijbaan
rijbaan
trottoir
Betontegel 30x30cm kleur grijs halfsteens verband
Betonklinker keiformaat kleur antraciet elleboogverband
Gebakken straatsteen dikformaat kleur brons keperverband
Betonklinker keiformaat kleur heidepaars keperverband
Betontegel 30x30cm kleur grijs halfsteens verband
Grasklinker New City Basic kleur antraciet
Grasklinker Aqua Bricks kleur grijs
Troelstrastraat - Schaepmanstraat - Kuyperstraat 48
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
Kennedylaan
Europalaan
Herprofilering Europalaan
Huidige situatie
Voorstel nieuwe situatie
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
49
proefverkaveling: dit is een voorbeeldinvulling
50
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
4.6
Deelmobiliteit, langzaam verkeer en openbaar vervoer
Ambitie: Stimuleren deelmobiliteit
De Staatsliedenbuurt is goed bereikbaar per auto en fiets, en ligt op loopafstand van buslijn 12 en fietsafstand van NS-station Maarssen. Gezien deze ligging en het specifieke programma dat hier wordt gerealiseerd, zijn er kansen voor het introduceren van deelauto’s. Als er deelauto’s in de Staatsliedenbuurt komen, kan het totaal aantal parkeerplaatsen omlaag waardoor er ruimte vrijkomt voor bijvoorbeeld meer groen. De richtlijn is dat per deelauto er drie parkeerplaatsen minder nodig zijn. Een deelauto kan geen parkeerplaatsen in een privé (gebouwde) parkeervoorziening of het aandeel bezoekersparkeerplaatsen van de parkeernorm vervangen. De richtlijn is dat bij aanvang voor iedere 20 (nieuwe) woningen één deelauto geïntroduceerd kan worden (bij succesvol gebruik uit te breiden). Vanuit het nieuwe programma voor de Staatsliedenbuurt zijn in totaal 10 deelauto’s bij aanvang realistisch. Als deelmobiliteit succesvol wordt toegepast kunnen er zo’n 20-30 parkeerplaatsen minder nodig zijn ten opzichte van de berekening die in hoofdstuk 4.4 en in de bijlage “22049 verkeersonderzoek Atlantische Buurt Maarssen, d.d. 21 november 2022” is weergegeven.
De eis is wel dat de ruimte die vrijkomt door het realiseren van minder parkeerplaatsen ten gunste komt van het groen, op zodanige wijze dat bij beëindiging van het gebruik van deelauto’s of bij tegenvallende afname van de parkeerdruk door deelauto’s de vrijgekomen ruimte alsnog ingezet kan worden voor parkeerplaatsen.
Ambitie: Stimuleren fiets en voetgangers door de openbare ruimte
• Doel: Openbare ruimte zo inrichten dat het aanzet te voet, met de fiets of met het OV te gaan • Omschrijving: Mobiliteit begint al bij de deur van de woning. Belangrijke uitgangspunten voor het ontwerpen zijn dat de voetganger en de fietser een prominentere rol krijgen binnen de Staatsliedenbuurt. Bij de ontwikkelingen moet dit principe leidend zijn. Bijvoorbeeld met een aantrekkelijke looproute naar het winkelcentrum aan de Plesmanlaan, voldoende en comfortabele fietsenbergingen of -stallingen die gemakkelijker bereikbaar zijn dan de parkeerplaatsen voor auto’s, etc.
laadvoorzieningen voor elektrische auto’s - combinatie met openbare verlichting
elektrische deelauto’s
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
51
5
Beeldkwaliteit bebouwing
Bewust van de context
De Staatsliedenbuurt is geen ‘nieuwe locatie’: er wordt al meer dan 50 jaar gewoond en geleefd. Meerdere generaties zijn er opgegroeid en naar school gegaan. Meerdere generaties hebben er gespeeld. De Staatsliedenbuurt is geen nieuwe buurt op zichzelf, er wordt in feite een bestaande wijk getransformeerd. De nieuwe bebouwing gebruikt bestaande kwaliteiten en voegt nieuwe kwaliteiten toe. Het architectuurbeeld staat hierin niet op zichzelf (‘kijk-mij-nou architectuur’), maar draagt op een bescheiden wijze bij aan de bestaande sociale en ruimtelijke context. De architectuur is dus dienstbaar, maar staat wèl ergens voor. Het stedenbouwkundig plan is zich bewust van de kwaliteiten van de bestaande omgeving. Het voegt zich naar de context door bestaande paden en groen te handhaven en in een nieuwe groene omgeving ook nieuwe relaties te leggen. In onze visie zou ook het architectuurbeeld hetzelfde moeten doen: een beeld dat een bewustzijn van de bestaande context laat zien, en daarmee het stedenbouwkundig plan ondersteunt. Die context wordt enerzijds bepaald door de hoogbouw binnen de Staatsliedenbuurt die strak en modern is en anderzijds de laagbouw van de buurt die ‘gewoon’, huiselijk en ingetogen is. Het architectuurbeeld van de nieuwe woningen voegt zich hiertussen, en combineert het moderne met het huiselijke: “Ingetogen eigentijds”.
Het architectuurbeeld is zowel ‘stoer’ en stoutmoedig als verfijnd met een menselijke maat. De bestaande en te behouden bebouwing, zowel de grondgebonden woningen als de appartementen, moeten als (dominante) context voor de nieuwbouw worden beschouwd. De vraag is nu: Op welke aspecten zal de nieuwbouw aansluiting zoeken met de bestaande omgeving om de ruimtelijke continuïteit te waarborgen en op welke punten zal het juist moeten afwijken van de context? Er worden nieuwe woningtypologieën geïntroduceerd in de Staatsliedenbuurt. Als onvermijdelijk gevolg van dit nieuwe programma, zal er op het aspect van bouwmassa, geleding, gevelindeling en -detaillering en ontsluitingsprincipe afgeweken worden van de bestaande bebouwing.
52
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
Er wordt daarom gekozen voor een architectuurstijl die we omschrijven als ‘ingetogen eigentijds’. Dat houdt in dat de bebouwing in aansluiting op de bestaande architectuur een herkenbare signatuur heeft met klassieke opbouw en verhoudingen, zonder dat die vervalt in een vorm van traditionalisme of het toepassen van clichés. Dat houdt ook in dat er gekozen wordt voor natuurlijke materialen (baksteen) en dat er ruimte is voor ‘speelsheid’ zoals verspringingen en specifieke detaillering zoals diepe neggen, een gedetailleerde dakrand, een arcade of een luifel bij de entree, een doorlopende betonband, een onderverdeling in de kozijnen, etc. Deze zorgen voor een menselijke schaal in de architectuur. Het groen van het speellint vloeit door het plan heen en de nieuwe bebouwing dient dus een alzijdige kwaliteit te hebben. De begane grond heeft geen gesloten gevel: er komen ook woningen op de begane grond en de entree is open vormgegeven. De entree is herkenbaar in de gevel en royaal van afmeting. Het aspect van kleur- en materiaalkeuze is het punt waarop aansluiting gezocht kan worden met de omgeving. De Staatsliedenbuurt wordt gedomineerd door lichte baksteen (geel e/o zandkleur, lichtbruin, grijs, etc.), witte detaillering zoals witte kozijnen, dakranden, balkonranden, luifels, etc.
Dit overziend, dringt zich een duidelijk materiaal- en kleurenpalet op dat kenmerkend is voor de Staatsliedenbuurt.
Huidige bebouwing
te slopen bebouwing
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
53
Kleur- en Materiaalpalet
54
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
HoogWonen is volledig vrij in architectuur, het stelt u in staat met de architect van uw keuze een uniek beeld neer te zetten.
Trebbe HoogWonen Galerijontsluiting
Trebbe HoogWonen Galerijontsluiting
Architectuursignatuur Architectuur HoogWonen HoogWonen is volledig vrij in architectuur, het stelt u in staat met de architect van uw keuze een uniek beeld neer te zetten.
end op ng
w
eatie
ken -
g-
eoor-volgende varianten:
f-
an sel-
afbeeldingen: Trebbe HoogWonen
Informatie brochure ‘Trebbe HoogWonen’ HoogWonen, galerijontsluiting omvat, om te beginnen, de volgende varianten: - Drie lagen - Vijf lagen - Vier lagen - Zes lagen Wilt u een hoger gebouw? Dat kan, wij gaan graag met u in gesprek.
5
u in gesprek.
el.
oerc 0= /
Maximale vrijheid en doelgroepgericht ontwikkelen, dat zijn de voordelen van de HoogWonen Galerijontsluiting. Het aantal appartementen per bouwlaag is flexibel in te vullen. De wooneenheden zelf kennen een minimaal gebruiksoppervlak van 35 m2 en zijn flexibel uitbreidbaar tot maximaal 70 m2 per appartement. Wilt u grotere appartementen? Dat kan, wij gaan graag met u in gesprek.
zijn de voordelen van enten per bouwlaag is minimaal gebruiksopximaal 70 m2 per apjo-gaan graag met u in
an n pel-
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
55
56
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
6
Beleidsdocumenten gemeente Stichtse Vecht 6.1
Inleiding
Bij de ontwikkeling van de Staatsliedenbuurt in Maarssen, dient uitgegaan te worden van gemeentelijk beleid van gemeente Stichtse Vecht. De volgende beleidsdocumenten zijn relevant voor de (her)-ontwikkeling van de bebouwing in de Staatsliedenbuurt, en voor de herinrichting van de openbare ruimte. Alle ontwikkelingen dienen aan de uitgangspunten uit deze documenten te voldoen. • Actualisatie Woonvisie 2017 - 2022 Gemeente Stichtse Vecht (d.d. 2 juli 2019) • Groen Structuur Plan Gemeente Stichtse Vecht (d.d. 15 september 2017) • Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan Stichtse Vecht 2013 (d.d. augustus 2015) • Omgevingsvisie Stichtse Vecht (d.d. januari 2022) • Notitie Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen Stichtse Vecht (d.d. 13 januari 2022) • Buiten spelen, natuurlijk! (d.d. 22 april 2014) • Afspraken klimaat adaptief bouwen Utrecht (d.d. juni 2021) • Bomen in Beeld, Bomenbeleid en Structuurplan 2015-2035 (d.d. 14 maart 2015) • Gemeentelijk Rioleringsplan Stichtse Vecht 2022-2026 (d.d. 15 februari 2022) • LIOR - Stichtse Vecht, Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (d.d. 8 november 2022) • CROW500-richtlijn • Grondstoffenplan Stichtse Vecht 2016 – 2022 In de hoofdstukken hierna wordt per beleidsdocument een samenvatting of opsomming gegeven van de meest relevante aspecten. Voor de complete versie en inhoud wordt verwezen naar de achterliggende documenten.
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
57
Actualisatie Woonvisie 2017 - 2022 (vastgesteld 2 juli 2019)
Gemeente Stichtse Vecht
6.2
Actualisatie Woonvisie 2017 - 2022 Gemeente Stichtse Vecht
Figuur 1: Segmentering opgave ontwikkeling woningvoorraad op basis van woningbehoefte
2 juli 2019 definitief
Companen 2018. Wanneer we deBron:uitkomsten van de woningmarktanalyse door vertalen naar de opgaven voor de Stichtse Vecht dan ligt er vanuit de te verwachten huishoudensgroei 1.3gemeente Proces een nieuwbouwopgave van ca. 1600 woningen tot 2023 en nog eens 900 woningen in In afstemming met onze stakeholders De actualisatie is tot stand gekomen in samenspraak met de betrokken partijen op het vlak van het wonen in onze gemeente. gesprekken met de periode 2023 2028. Dit is de lokale woningbehoefte. Daarnaast is We erhebben vanuit degevoerd regio een aantal woningcorporaties in onze gemeente (Portaal, Woningbouwvereniging Vecht en Omstreken, Woningstichting Kockengen, Habion en Woningstichting U10 ook nog eenvanopgave van 800 woningen 2023.overleg Detussen druk op ende sociale Wuta). Het opstellen deze actualisatie willenca. we tevens het startsein laten zijn vantot een structureel gemeente de corporaties overhuur de lokale volkshuisvestelijke opgaven. is de afgelopen jaren verder toegenomen. Daarom zetten we voor de komende 4 jaar Daarnaast vond op 11 oktober 2018 het Woonevent Middenhuur plaats. Tijdens deze avond zijn diverse betrokken partijen (makelaars, ontwikkelaars, corporaties) in gesprek gegaan met woningzoekenden om te kijken hoe invulling te geven aan de groeiende vraag naar woningen in het middensegment (huur en koop).
De uitkomsten in op een minimale toevoeging van 30% sociale huurwoningen (ca. 750 woningen) hebben we meegenomen in deze actualisatie. om deOpbeschikbaarheid teraadsconferentie vergroten en deTijdens huidige tekorten teresultaten verkleinen. Daarnaast 7 november 2018 heeft een eerste plaatsgevonden. deze bijeenkomst zijn de concept van het woningmarktonderzoek U16 gepresenteerd. Waarna vervolgens is ingezoomd op de sturingsmechanismen voor het verkorten van de wachtlijsten in de sociale huursector in de gemeente. willen Aansluitend we de doorstroming bevorderen door realisatie van ca. 1250 woningen in hebben de corporaties Portaal en Vecht en omstreken hun visie gegeven op het onderdeel sociale huur in de gemeente Stichtse Vecht. Ook hiervan is de input vanuit de raad meegenomen bij het opstellen de actualisatie. Vervolgens heeft op 11 december nog een verdiepende raadsbijeenkomst het middensegment. Hierbij gaatvanhet om 20% betaalbare tot2018 middeldure koop (ca. plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomst is ingezoomd op een aantal inzetbare instrumenten om de volkshuisvestelijke doelen rondom betaalbaarheid en 500 woningen) en 30% middenhuur 750 woningen). Naast het sociale beschikbaarheid van de woningen in de gemeente Stichtse Vecht te(ca. bevorderen. De uitkomsten van deze bijeenkomsten zijn verwerkt in deze notitie.
en het middensegment, is er overigens ook nog steeds behoefte (20%) aan duurdere koopen huurwoningen. 1904.107/G | Actualisatie Woonvisie 2017 - 2022 8
Corporatie: Midden : Top:
30% sociale huurwoningen 20% betaalbare tot middeldure koop 30% middenhuur 20% duurdere koop- en huurwoningen
Voldoende betaalbare woningen, nu en straks
De gemeente Stichtse Vecht wil dat het aanbod aan betaalbare woningen aansluit bij de verwachte behoefte. Hierbij zal zowel gekeken moeten worden naar enerzijds het realiseren van meer nieuwe sociale huurwoningen en anderzijds het vergroten van de doorstroming binnen de bestaande huurvoorraad. De sterk stijgende koopwoningprijzen zijn een teken dat onze woongemeente voor een grote groep woningzoekenden als zeer aantrekkelijk wordt gezien, maar dat mag niet betekenen dat een koopwoning in de gemeente Stichtse Vecht alleen voor de hogere-inkomensgroepen is weggelegd. We vinden het belangrijk dat betaalbare koop structureel voor het middensegment behouden blijft. Belangrijke sturingsmogelijkheid om de krapte aan de onderkant van woningmarkt te verminderen is het toevoegen van nieuwbouw. Daarbij gaat het niet alleen om toevoeging van goedkope woningen (huur en koop) maar ook om woningen in het middensegment ter bevordering van de doorstroming. De gemeente Stichtse Vecht zet in op het volgende nieuwbouwprogramma: minimaal 30% sociale huurwoningen en waar mogelijk ook betaalbare koopwoningen tot € 200.000. Per locatie en afhankelijk van de behoefte kan gestreefd worden naar 10 % sociale koop of meer mits dit niet ten koste gaat van het harde criterium 30 % sociale huur.
58
Maarssen Staatsliedenbuurt Stedenbouwkundig Programma van Eisen
Vergroten van het aanbod aan middenhuur
De gemeente wil dat er meer keuzemogelijkheden komen voor de groep middeninkomens, onder andere in de vrije sector huur. Hierbij vinden we het belangrijk dat de woonkwaliteit (type, locatie, woonoppervlak) in goede verhouding staat tot de geboden huurprijs. De gemeente zet daarom in op een nieuwbouwprogramma van 20% aan middenhuurwoningen, en stelt hierbij de volgende kwaliteitseisen: - Realisatie van middenhuur is vooral gewenst voor Breukelen en Maarssendorp en Maarssenbroek in de prijscategorie € 720 tot € 900 - 15% appartementen maar ook 5% grondgebonden (ter bevordering doorstroming scheefwoners sociale huur) - Minimaal 2-kamerappartementen van 50 m² (€ 720) tot 75 m² (€ 900) - Minimale exploitatietermijn van 15 jaar - Indexatie van de middenhuurgrens, zoals deze is vastgelegd in de huisvestingsverordening, op basis van de CPI alle huishoudens jaar- op- jaar methode gedurende de komende 15 jaar