CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Rekenkamerrapport Toegang Wmo Stichtse Vecht met bestuurlijke reactie_Geredigeerd

Commissie Bestuur en Financiën en Sociaal Domein 13 oktober 2026, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 4.: Rekenkamerrapport - Toegang Wmo Stichtse Vecht21.002 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wanneer duidelijk is dat een vraag buiten het domein van de Wmo valt of direct kan worden opgelost via een voorliggende voorziening, kan de inwoner al in deze fase worden doorverwezen. MELDINGEN WORDEN CENTRAAL TOEGEWEZEN AAN CONSULENTEN Na registratie van de melding krijgt de inwoner een brief toegestuurd met een ontvangstbevestiging. Hierin staat ook benoemd dat de inwoner gebruik kan maken van onafhankelijke cliëntondersteuning. De Wmo administratie plaatst de melding gelijktijdig op een centrale werkvoorraad. Een consulent binnen het team verdeelt de meldingen onder de Wmo-consulenten. De verdeling vindt plaats op basis van een verdeelsleutel die samenhangt met de omvang van de aanstelling van consulenten. Door meldingen centraal te verdelen voorkomt de gemeente dat individuele consulenten eigen wachtlijsten beheren . ONDERZOEK VINDT MEESTAL PLAATS VIA HUISBEZOEK De Wmo-consulent neemt contact op met de inwoner en voert het onderzoek uit naar de ondersteuningsvraag. Dit gebeurt meestal via een huisbezoek (het zogenoemde keukentafelgesprek), maar kan telefonisch plaatsvinden wanneer de inwoner al bekend is bij de Wmo en de aard van de nieuwe vraag dit toelaat. Tijdens het onderzoek wordt de situatie van de inwoner in kaart gebracht.

Consulenten werken daarbij langs verschillende thema’s, zoals de persoonlijke situatie, het dagelijks functioneren, het netwerk en de mogelijkheden van voorliggende voorzieningen. Daarbij wordt stapsgewijs onderzocht welk resultaat de Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 20 van 53 inwoner wil bereiken, wat de inwoner zelf kan doen en welke rol het netwerk of algemene voorzieningen kunnen spelen. Wanneer aanvullende informatie nodig is, kan de consulent bijvoorbeeld ook informatie opvragen bij een ergotherapeut of een onafhankelijk medisch adviesbureau. SPECIFIEKE WERKWIJZE BIJ AANVRAGEN VOOR HUISHOUDELIJKE HULP Voor meldingen die betrekking hebben op huishoudelijke hulp kan een tussenstap plaatsvinden in de vorm van een zogenoemde quickscan. Hierbij neemt de consulent telefonisch contact op met de inwoner om te verkennen of de vraag mogelijk kan worden opgelost via ondersteuning in het voorveld. Wanneer dit het geval lijkt, kan de inwoner worden doorverwezen naar de welzijnsorganisatie. Deze organisatie voert vervolgens een huisbezoek uit en onderzoekt samen met de inwoner of oplossingen mogelijk zijn binnen het netwerk of via andere voorzieningen. Wanneer blijkt dat alsnog een maatwerkvoorziening nodig is, kan opnieuw een melding bij de gemeente worden gedaan.

BESLUITVORMING VINDT PLAATS OP BASIS VAN HET ONDERZOEK De consulent legt de uitkomsten van het gesprek vast in een gespreksverslag. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat een maatwerkvoorziening passend kan zijn, kan de inwoner door ondertekening van het verslag een formele aanvraag doen. Op basis van deze aanvraag neemt de gemeente een besluit in de vorm van een beschikking. Wanneer de gemeente een voorziening toekent, geeft zij opdracht aan een aanbieder om de ondersteuning te leveren of de voorziening te realiseren. In sommige gevallen zit er tijd tussen het moment van toekenning en de daadwerkelijke start van ondersteuning, bijvoorbeeld bij huishoudelijke hulp. Wanneer de gemeente geen maatwerkvoorziening toekent, ontvangt de inwoner een negatieve beschikking met een toelichting op het besluit. De inwoner kan binnen zes weken bezwaar maken tegen dit besluit. KWALITEITSBORGING EN HERBEOORDELING Het team gebruikt verschillende werkwijzen om de kwaliteit en consistentie van besluiten te ondersteunen. Consulenten passen bij beschikkingen het vier-ogenprincipe toe, bespreken casuïstiek met collega’s en voeren periodiek overleg met de kwaliteitscoördinator over complexe dossiers. De gemeente verstrekt maatwerkvoorzieningen in veel gevallen voor onbepaalde tijd.

Om zicht te houden op de passendheid van de ondersteuning, voert de gemeente periodiek een herbeoordeling uit bij inwoners met wie gedurende drie jaar geen contact heeft plaatsgevonden. 2.3.2 Proces TIM SV Op basis van beschikbare documentatie en gesprekken met betrokken medewerkers is het proces van de toegang tot de Wmo-begeleiding via TIM Stichtse Vecht (SV) als volgt te beschrijven. DE FRONTOFFICE VOERT DE EERSTE TRIAGE UIT OP BASIS VAN VASTE CRITERIA Aanmeldingen voor Wmo-begeleiding en jeugdhulp komen bij TIM SV binnen via het frontoffice. Inwoners kunnen zich rechtstreeks melden, maar aanmeldingen worden ook gedaan door verwijzers of betrokken partners. Medewerkers van het frontoffice nemen contact op met de inwoner om de hulpvraag te verhelderen en een eerste inschatting te maken van de benodigde ondersteuning. Tijdens deze triage wordt beoordeeld of sprake is van een vraag die binnen het voorveld kan worden opgepakt, of dat verdere beoordeling door TIM SV nodig is. Wanneer ondersteuning door een wijkteam passend lijkt, wordt de aanmelding op de wachtlijst geplaatst. Bij signalen van zwaardere of complexe problematiek wordt de casus direct overgedragen aan het team Toegang voor nader onderzoek en indicatiestelling.

Bij de triage hanteert TIM SV een beslisboom waarin onder meer wordt gekeken naar de mate van zelfredzaamheid van de inwoner, eerder ingezette ondersteuning, betrokkenheid van andere partijen en mogelijke risico’s op escalatie. Op basis hiervan wordt een eerste inschatting gemaakt van de zwaarte van de benodigde ondersteuning. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen lichte, midden - en intensieve begeleiding. Deze indeling hangt samen met de mate van regie die nodig is, de nabijheid van ondersteuning en de benodigde specialistische expertise. Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl CENTRALE WACHTLIJST EN CASETOEWIJZING Na registratie wordt de aanmelding geplaatst op een centrale wachtlijst. Wachtlijstbeheerders screenen nieuwe meldingen en bespreken deze periodiek in teamoverleg. Op basis van urgentie, veiligheid en beschikbare capaciteit wordt de casus toegewezen aan een medewerker. TIM SV werkt sinds kort met één centrale wachtlijst voor het gehele team. Hiermee wordt voorkomen dat afzonderlijke wijkteams eigen wachtlijsten beheren. ONDERZOEK EN BESLUITVORMING De toegewezen medewerker voert het onderzoek uit, meestal via een huisbezoek. Tijdens dit onderzoek wordt gekeken naar de mate van zelfredzaamheid, de eerder ingezette hulp en de aard van de ondersteuningsvraag.

Op basis van het onderzoek wordt beoordeeld of inzet van begeleiding noodzakelijk is en zo ja, in welke vorm en zwaarte. Besluiten worden intern vastgelegd en getoetst. Wanneer begeleiding niet passend wordt geacht, wordt de inwoner verwezen naar het voorveld of andere passende ondersteuning. 2.4 | Ontwikkeling in gebruik en populatie Dit onderdeel beschrijft de belangrijkste cijfermatige ontwikkelingen die aanknopingspunten bieden voor de analyse van instroom, gebruik en mogelijke knelpunten. Daarbij maken we onderscheid tussen de gemeentelijke toegang tot “Wmo-oud”-voorzieningen en de toegang tot Wmo-begeleiding via TIM Stichtse Vecht. 2.4.1 | Uiteenlopende ontwikkeling van meldingen en cliëntenbestand | bij gemeentelijk Wmo loket De ontwikkeling van meldingen en het aantal cliënten loopt in de onderzoeksperiode uiteen. Waar het aantal nieuwe meldingen daalde tussen 2022 en 2025 (zie Figuur 2), groeide het totaal aantal cliënten van 2.522 in 2023 naar 2.895 in 2025 (zie Figuur 3). In deze periode groeide de bevolking met ongeveer 0,5 procent. Dat betekent dat er ook relatief sprake is van een toename: het aandeel inwoners met een Wmo- voorziening steeg in deze periode van 3,8 procent naar 4,4 procent. Het uiteenlopen van het aantal meldingen en het aantal cliënten heeft als gevolg dat het cliëntenbestand zich uitbreidt zonder dat dit zichtbaar wordt in de instroomcijfers.

Aantal meldingen per jaar 2.100 | 1.890 | 1.697 1.621 | 1.604 1.600 1.100 600 2022 | 2023 | 2024 | 2025 FIGUUR 2 ONTWIKKELING VAN HET TOTAAL AANTAL MELDINGEN BIJ DE TOEGANG WMO (GEMEENTE) TUSSEN 2022 EN 2025 Pagina 21 van 53 Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 22 van 53 FIGUUR 3 ONTWIKKELING VAN HET TOTAAL AANTAL CLIËNTEN (VIA DE GEMEENTELIJKE TOEGANG ) TUSSEN 2023 – JANUARI 2026 Een verklaring voor het uiteenlopen van meldingen en het totaal aantal cliënten ligt in de registratie van gehandicaptenparkeerkaarten (GPK’s)3. Deze aanvragen worden sinds 2020 niet op dezelfde wijze als andere meldingen die via het Wmo-loket lopen geregistreerd4. In de cliëntaantallen worden zij wel meegenomen. Vanaf 2023 is het aantal afgegeven GPK’s sterk gestegen (van 590 naar 1.009). Deze volumetoename wordt zichtbaar in het totaal aantal cliënten, maar niet in de meldingscijfers. Hierdoor geven de meldingscijfers geen volledig beeld van de ontwikkeling van de vraag naar ondersteuning. De daling of stabilisatie van meldingen kan daarom niet zonder meer worden geïnterpreteerd als een afname van de ondersteuningsvraag. Een aanvullende verklaring kan zijn dat inwoners langer gebruik blijven maken van een Wmo -voorziening.

De gemeente verstrekt voorzieningen in veel gevallen voor onbepaalde tijd, waardoor het cliëntenbestand ook kan groeien wanneer de instroom beperkt blijft. In dat geval neemt het aantal lopende voorzieningen toe zonder dat dit direct zichtbaar wordt in het aantal nieuwe meldingen. Op basis van de beschikbare gegevens kan echter niet worden vastgesteld in hoeverre langere looptijden, vertraagde uitstroom of andere factoren hier daadwerkelijk aan bijdragen. 3 Een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) valt niet onder de voorzieningen van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Maar onder de Verkeerswet. De aanvraag voor de GPK verloopt in Stichtse Vecht via het Wmo-loket (hetgeen is uitbesteed aan Stichting SAP). 4 De verstrekte GPK’s worden zowel geregistreerd in het gemeentelijke systeem als bij de RDW, maar dus niet in het systeem waar ander meldingen bij het Wmo loket geregistreerd worden. 2.200 2.300 2.400 2.500 2.600 2.700 2.800 2.900 3.000 Jan Mei Sept Jan Mei Sept Jan Mei Sept Jan 2023 2024 2025 2026 Totaal aantal cliënten over de tijd Totaal aantal clienten

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Aantal cliënten per leeftijdscategorie 1.200 | 35% 1.000 | 26% 800 600 | 19% 14% 400 200 | 5% 2% 0 0-17 jaar | 18-44 jaar | 45-64 jaar | 65-74 jaar | 75-84 jaar | 85 jaar en ouder FIGUUR 5. AANTAL WMO CLIËNTEN PER LEEFTIJDSCATEGORIE (JAARTAL) De bevolkingssamenstelling van Stichtse Vecht laat in de periode 2022–2025 een verdere vergrijzing zien. Het aandeel inwoners van 65 jaar en ouder nam toe van 21 procent in 2022 naar 23 procent in 2025. Het aantal inwoners van 75–84 jaar steeg in dezelfde periode van 4.535 naar 5.416. Het aandeel 75-plussers in de totale bevolking groeide van 9 naar 11 procent. Het absolute aantal inwoners nam toe van 85 jaar en ouder nam, maar bleef percentueel nagenoeg gelijk op 2 procent (zie Tabel 2Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. in H5 Bijlage). De totale bevolking groeide in deze periode beperkt, van 65.240 naar 66.193 inwoners. De groei van oudere leeftijdsgroepen verloopt daarmee sneller dan de algemene bevolkingsgroei. De vergrijzing vergroot daarmee de potentiële vraag naar ondersteuning, maar verklaart de volledige groei van het cliëntenbestand niet.

Tussen 2023 en 2025 groeide het aantal inwoners van 75 jaar en ouder met circa 9,5 procent, terwijl het aantal Wmo-cliënten in dezelfde periode met 14,8 procent toenam. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet worden vastgesteld in hoeverre andere factoren, zoals langere looptijden van voorzieningen of veranderingen in uitvoeringspraktijk, een rol spelen. SPREIDING OVER KERNEN Het aandeel Wmo-cliënten verschilt tussen de kernen van Stichtse Vecht. De grootste aantallen bevinden zich in Maarssenbroek (36 procent), Maarssen (29 procent) en Breukelen (17 procent). Dit zijn tevens de kernen met de meeste inwoners. Hier bevinden zich zowel in absolute zin als in relatieve zin de meeste Wmo gebruikers: Maarssen (5,5 procent), Breukelen (5,0 procent) en Maarssenbroek (4,8 procent). Pagina 24 van 53

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl 2.4.2 | Ontwikkeling gebruik Wmo via toegang Wmo bij TIM Stichtse Vecht is beperkt inzichtelijk TIM Stichtse Vecht (TIM SV) rapporteert jaarlijks en maandelijks over het aantal cliënten dat ondersteuning ontvangt. In de jaarverslagen wordt het totaal aantal unieke cliënten weergegeven, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen Jeugd en Wmo. Ook in de maandrapportages is dit onderscheid niet volledig beschikbaar voor alle relevante onderdelen. Daardoor geven de beschikbaar gestelde maandrapportages wel zicht op de totale ontwikkeling binnen TIM Stichtse Vecht, maar slechts beperkt op de ontwikkeling van Wmo-begeleiding afzonderlijk. Totaal aantal cliënten Wmo-begeleiding per jaar 1600 | 1442 1400 | 1361 1200 1000 | 842 800 600 400 200 0 2023 | 2024 | 2025 FIGUUR 7. TOTAAL AANTAL CLIËNTEN MET WMO (VIA DE TOEGANG VAN TIM SV) PER JAAR Op basis van de door de gemeente afzonderlijk aangeleverde aanvullende gegevens ontstaat meer inzicht in het aantal cliënten dat Wmo-begeleiding ontvangt. Het aantal cliënten Wmo-begeleiding bedraagt 842 in 2023, 1.442 in 2024 en 1.361 in 2025.

Deze cijfers maken zichtbaar dat het gebruik van Wmo-begeleiding via TIM Stichtse Vecht in 2024 hoger lag dan in 2023, waarna in 2025 sprake lijkt van een lichte daling ten opzichte van 2024. TIM Stichtse Vecht registreert in de maandrapportages het aantal klanten dat wordt aangemeld of instroomt. In 2024 ging het om in totaal 1.037 aanmeldingen. In 2025 waren dit er 979. Deze aantallen hebben betrekking op het totaal aantal aanmeldingen bij TIM Stichtse Vecht. In de rapportages wordt daarbij geen onderscheid gemaakt tussen Jeugd en Wmo. Daardoor is niet vast te stellen welk deel van deze aanmeldingen specifiek betrekking heeft op Wmo-begeleiding. In haar jaarverslagen geeft TIM aan dat dat meldingen doorgaans telefonisch en/of digitaal plaatsvinden. Echter, TIM SV houdt niet bij via welk kanaal inwoners zich melden (telefonisch/digitaal). Daarnaast registreert TIM Stichtse Vecht het aantal verwijzingen naar het voorveld. In 2024 ging het om 849 verwijzingen naar het voorveld en in 2025 om 1.186 verwijzingen. Ook deze aantallen zijn niet uitgesplitst naar Jeugd en Wmo. Daardoor kan niet worden bepaald welk aandeel van de Wmo | -meldingen naar het voorveld wordt verwezen en dus niet instroomt in Wmo-ondersteuning.

De cijfers laten daarmee zien dat er wel data beschikbaar is over aanmeldingen en verwijzingen naar het voorveld, maar dat deze data beperkt bruikbaar is om de werking van de Wmo-toegang afzonderlijk te volgen. De gemeente kan op basis van deze gegevens niet precies vaststellen hoeveel inwoners zich melden met een Wmo-vraag, hoeveel van de personen met een Wmo-vraag worden verwezen naar het voorveld en hoeveel uiteindelijk instromen in Wmo-begeleiding. Pagina 26 van 53 Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 27 van 53 INDICATIES EN TYPE ONDERSTEUNING TIM registreert indicaties op hoofdlijnen en onderscheidt inzet via het wijkteam, het specialistisch team en maatwerk door onderaannemers. Voor het maatwerk door onderaannemers zijn cijfers opgenomen met betrekking tot de verschillende type afgegeven Wmo-indicaties. Daardoor geven deze gegevens wel enig inzicht in maatwerkvoorzieningen binnen de Wmo, maar geen volledig beeld van het totaal aantal Wmo - cliënten of van alle vormen van Wmo-begeleiding die via TIM Stichtse Vecht worden ingezet. In de periode 2022–2025 verschuift de inzet binnen de categorieën inzet via het wijkteam, het specialistisch team en maatwerk door onderaannemers. Het aandeel wijkteam daalt van circa 34 procent naar 27,6 procent.

Het aandeel maatwerk neemt licht af. Het aandeel specialistische inzet stijgt in dezelfde periode van 9,3 procent naar 21 procent. De beweging naar meer specialistische inzet binnen TIM SV kan passen bij de beoogde transformatie naar lichtere, collectievere inzet. Dat geldt met name wanneer deze in de plaats komt van zwaarder of duurder maatwerk bij onderaannemers. De cijfers tot en met 2024 wijzen erop dat het aandeel maatwerk licht afneemt, wat dit mogelijk onderstreept.De cijfers over 2025 zijn niet volledig vergelijkbaar met deze eerdere reeks. Het jaarverslag van 2025 rapporteert een wat andere afbakening, namelijk specifiek een vergelijking tussen de ontwikkeling in begeleiding door alleen het wijkteam, alleen maatwerk, en een combinatie van wijkteam en maatwerk. Volgens TIM SV sluiten deze ci jfers inhoudelijk wel aan bij dezelfde transformatiebeweging. In 2025 neemt het aantal klanten met maatwerk verder af en voert het wijkteam een groter deel van de begeleiding zelf uit. Ook het aantal verwijzingen naar het voorveld (van 849 in 2024 naar 1.186 in 2025), lijkt het beeld te ondersteunen dat meer hulpvragen buiten maatwerk of specialistische inzet worden opgepakt. Tegelijkertijd blijft voorzichtigheid nodig bij de interpretatie. De verwijzingen naar het voorveld zijn niet uitgesplitst naar Jeugd en Wmo.

Ook zijn de cijfers over 2025 anders afgebakend dan de figuren over wijkteam, specialistisch team en maatwerk in eerdere jaarverslagen. De beschikbare gegevens maken de beoogde beweging daarmee aannemelijker, maar bieden onvoldoende basis om precies vast te stellen in welke mate Wmo-begeleiding daadwerkelijk is afgeschaald naar lichtere ondersteuning of naar het voorveld. Deze onzekerheid omtrent deze transformatie sluit aan bij een bredere rode draad uit rekenkameronderzoek naar de Wmo.9 Ook daarin wordt geconstateerd dat de beoogde verschuiving van zwaardere, gespecialiseerde ondersteuning naar lichtere en informele vormen in de praktijk vaak niet of slechts ten dele zichtbaar wordt. 2.5 Vergelijking met andere gemeenten Om het gebruik van Wmo-voorzieningen in Stichtse Vecht in perspectief te plaatsen, is een vergelijking gemaakt met een vijftal gemeenten, die op basis van een combinatie van structurele kenmerken zoals omvang, stedelijkheid en sociaaleconomisch profiel vergelijkbaar10 zijn met Stichtse Vecht. Dit zijn de gemeenten: Utrechtse Heuvelrug, Westerkwartier, Leusden, Zaltbommel en Gemert-Bakel.

2.5.1 Gebruik van Wmo-voorzieningen Uit de vergelijking op basis van de openbare cijfers blijkt dat Stichtse Vecht in de periode 2023 –2025 een lager aantal Wmo-gebruikers per 1.000 inwoners kent dan het gemiddelde van de geselecteerde vergelijkingsgemeenten (zie Tabel 2 in de bijlage). In 202311 bedraagt het gebruik in Stichtse Vecht volgens deze cijfers 60 per 1.000 inwoners, tegenover gemiddeld circa 64 per 1.000 inwoners in de vergelijkingsgemeenten. In 2024 en 2025 daalt het gebruik in Stichtse Vecht naar 51 per 1.000 inwoners, terwijl het gemiddelde van de vergelijkingsgemeenten in die jaren respectievelijk rond de 66 en 61 per 1.000 inwoners ligt. Op basis van deze cijfers lijkt Stichtse Vecht dus relatief laag te scoren en neemt het verschil vanaf 2024 toe. 9 Vereniging van Rekenkamers (2025), Metadossier en Meta-analyse Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). 10 Deze gemeenten zijn geselecteerd op basis van de functie ‘vergelijkbare gemeenten’ via de website Waarstaatjegemeente.nl 11 Voor 2022 waren geen openbare gegevens voor Stichtse Vecht beschikbaar. Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 28 van 53 Deze vergelijking moet echter voorzichtig worden geïnterpreteerd.

Voor Stichtse Vecht lijkt begeleiding in 2024 en 2025 niet (volledig) meegenomen in de openbare cijfers. Daarom is aanvullend een tweede vergelijking gemaakt, waarin voor Stichtse Vecht ook de beschikbare cijfers over Wmo -begeleiding zijn meegeteld (zie Tabel 3 in de bijlage). Deze aanvullende berekening laat een ander beeld zien. Wanneer Wmo-begeleiding wordt meegenomen, komt het gebruik in Stichtse Vecht uit op 73 per 1.000 inwoners in 2024 en 72 per 1.000 inwoners in 2025. Daarmee ligt Stichtse Vecht in deze jaren niet lager, maar rond of iets boven het gemiddelde van de vergelijkingsgemeenten. Voor Stichtse Vecht zijn de cijfers voor 2024 en 2025 gecorrigeerd door het aantal cliënten Wmo - begeleiding om te rekenen naar cliënten per 1.000 inwoners en op te tellen bij het oorspronkelijke cijfer. Voor 2023 zijn er cijfers voor Wmo-begeleiding in de oorspronkelijke bron verwerkt. Voor 2022 zijn er geen cijfers beschikbaar in de openbare bronnen voor Stichtse Vecht. 2.5.2 Rol van demografische factoren Een voor de hand liggende verklaring voor verschillen in Wmo-gebruik is de bevolkingssamenstelling, met name de mate van vergrijzing. In deze analyse is daarom gekeken naar het aandeel inwoners van 65 –74 jaar, 75–84 jaar en 85 jaar en ouder, evenals naar het aantal zelfstandig wonende 70-plussers per 1.000 inwoners.

Binnen de groep vergelijkbare gemeenten blijkt de samenhang tussen deze demografische indicatoren en het gebruik van Wmo-voorzieningen beperkt. Gemeenten met een relatief groter aandeel ouderen kennen niet systematisch een hoger gebruik per 1.000 inwoners. Ook wijkt Stichtse Vecht op deze indicatoren niet zodanig af van de vergelijkingsgemeenten dat het lagere gebruiksniveau hiermee kan worden verklaard. De leeftijdsopbouw en het aandeel zelfstandig wonende ouderen bewegen zich binnen de bandbreedte van de geselecteerde gemeenten. Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 29 van 53 3 Doeltreffendheid In dit hoofdstuk onderzoeken we in welke mate de ingezette middelen en activiteiten binnen de Wmo - toegang bijdragen aan de doeltreffendheid van de toegang. Daarbij staat centraal in hoeverre de toegang bijdraagt aan het realiseren van de beleidsdoelen van Stichtse Vecht. Onder doeltreffendheid verstaan we dat inwoners met een ondersteuningsvraag de weg naar hulp weten te vinden en laagdrempelig toegang krijgen tot passende ondersteuning.

Dit betreft (i) bereik en vindbaarheid, (ii) zorgvuldigheid en consistentie van de beoordeling en besluitvorming, (iii) passendheid van de toegekende ondersteuning, (iv) tijdigheid en beschikbaarheid van ondersteuning en (v) ondersteuning van inwoners in het toegangsproces. In de paragrafen hieronder werken we deze elementen uit op basis van beschikbare data, documenten en gesprekken. 3.1 Bereik: weten inwoners die ondersteuning nodig hebben de toegang te vinden? Doeltreffendheid van de toegang begint bij bereik. Bereik omvat zowel het feitelijke gebruik van voorzieningen als de mate waarin inwoners de toegang weten te vinden en deze als laagdrempelig ervaren. In deze paragraaf bezien wij deze elementen in samenhang. FEITELIJKHEDEN EN/OF CIJFERS Zoals in hoofdstuk 3 beschreven, daalt in de onderzochte periode het aantal meldingen bij de gemeente lijke toegang, terwijl het aantal inwoners met een lopende Wmo-voorziening via de gemeentelijke toegang toeneemt. De ontwikkeling van meldingen en gebruik loopt daarmee uiteen. De stijging van het aantal cliënten wijst erop dat meer inwoners ondersteuning ontvangen. De daling van het aantal meldingen biedt echter geen inzicht in de mate waarin nieuwe doelgroepen worden bereikt of bepaalde groepen mogelijk afhaken. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet worden vastgesteld welke verklaring hiervoor doorslaggevend is.

De gebruikscijfers geven daarmee een indicatie van feitelijk bereik, maar zeggen niets over de vindbaarheid of ervaren drempels van de toegang. Inwoners met een Wmo-hulpvraag kunnen zich, afhankelijk van het type ondersteuning, melden via de gemeente of via TIM Stichtse Vecht. Beide websites beschrijven waarvoor inwoners waar terechtkunnen. Wanneer een inwoner zich bij het verkeerde loket meldt, verwijzen het Klantcontactcentrum en de frontoffice van TIM SV actief door. De gemeente en TIM SV registreren niet hoe vaak doorverwijzingen plaatsvinden. Daardoor is niet vast te stellen in hoeverre de tweedeling in de praktijk tot frictie leidt. Bij een algemene zoekopdracht zoals “hulp ondersteuning Stichtse Vecht” verschijnt direct de gemeentelijke pagina “Hulpvraag stellen”. Deze pagina richt zich ook op inwoners die nog niet precies weten welke ondersteuning zij nodig hebben en beschrijft uiteenlopende situaties, zoals zorgen over geld, wonen of zelfstandig meedoen. Daarmee biedt de gemeente een brede digitale ingang die niet uitsluitend is gekoppeld aan de term Wmo. Uit het Cliëntervaringsonderzoek (CEO) Wmo 2024, uitgezet bij inwoners die Wmo ondersteuning hebben ontvangen via de gemeentelijke toegang12, blijkt dat 81 procent van de respondenten aangeeft te weten waar zij terechtkonden met hun hulpvraag (2023: 79 procent).

Dit betreft uitsluitend inwoners die al ondersteuning ontvangen. Inzicht in inwoners die de toegang niet weten te vinden of voortijdig afhaken ontbreekt. Ter vergelijking: landelijk geeft circa 78–80 procent van de cliënten aan te weten waar zij terecht konden met hun hulpvraag13. De percentages in Stichtse Vecht (79 procent in 2023 en 81 procent in 2024) liggen daarmee rond of licht boven het landelijke gemiddelde. Ook landelijk betreft dit uitsluitend inwoners die uiteindelijk ondersteuning ontvangen. 12 Ook wel “Wmo-oud” genoemd 13 Kroese, D., Heuzels, L. Landelijke rapportage cliëntervaringsonderzoek Wmo. I&O Research, rapportnummer 2023/211, Amsterdam 2023. Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 30 van 53 Voor TIM SV worden ervaringscijfers van cliënten Wmo en jeugd gezamenlijk gepubliceerd. Over 2024 zijn nog geen afzonderlijke gegevens beschikbaar. Het in 2024 gepubliceerde CEO (deze cijfers hebben betrekking op 2023) laat zien dat de algemene bereikbaarheid is verbeterd: dit onderdeel werd in 2023 beoordeeld met een 6,7, tegenover een 5,9 in 2022. In de begeleidende memo wordt deze verbetering toegeschreven aan een verbeterde telefonische bereikbaarheid.

Naast digitale en telefonische routes benadert de gemeente inwoners van 75 jaar en ouder actief met een uitnodiging voor een informatief huisbezoek, uitgevoerd door MOmenz. Dit huisbezoek is bedoeld als laagdrempelig gesprek over gezond, veilig en zelfstandig thuis blijven wonen. Alle inwoners kunnen een dergelijk huisbezoek aanvragen; 75-plussers ontvangen hiervoor een gerichte uitnodiging. Het effect van deze benadering op later gebruik van ondersteuning wordt niet systematisch gemonitord. Naast vindbaarheid speelt de feitelijke laagdrempeligheid van het aanmeldproces een rol bij het bereik. De gemeentelijke toegang werkt met een digitaal aanmeldformulier waarin inwoners hun hulpvraag beschrijven, aangeven wat zij willen bereiken en toelichten wat zij zelf nog kunnen doen. Het formulier is beknopt en helder geformuleerd, maar veronderstelt dat inwoners hun situatie vooraf in eigen woorden kunnen structureren. Wanneer inwoners gericht zoeken naar een specifieke voorziening, biedt de website overzicht per ondersteuningsvorm. Voor inwoners die nog niet weten welke voorziening passend is, vraagt de stap naar een formele melding een zekere mate van zelfduiding. De website van TIM SV kent een vergelijkbaar formulier en beschrijft het proces in visuele stappen. Deze visuele weergave maakt de procedure inzichtelijk.

Tegelijkertijd sluiten verschillende weergaven van het proces niet volledig op elkaar aan, wat onduidelijkheid kan geven over het exacte verloop van het traject. Beide websites zijn opgesteld op B2-taalniveau. Alleen de gemeentelijke website biedt de mogelijkheid om tekst te laten voorlezen of te vertalen. De digitale formulieren kunnen uitsluitend in het Nederlands worden ingevuld. De digitale toegang vraagt daarmee om taalvaardigheid en digitale vaardigheden. Naast de digitale route kunnen inwoners telefonisch contact opnemen. Volgens gesprekspartners maken met name ouderen gebruik van deze mogelijkheid, vaak met ondersteuning van hun netwerk of via de huisarts. ERVARINGEN UIT GESPREKKEN Professionals binnen de toegang geven aan dat de taakverdeling tussen gemeente en TIM voor hen helder is en in de praktijk weinig verwarring oplevert. Voor inwoners ontstaat volgens hen een minder eenduidig beeld. In gesprekken geven inwoners aan dat zij bij een hulpvraag eerder hun kinderen of de huisarts zouden benaderen dan de gemeente. Sommigen reageren verrast dat huishoudelijke hulp via de gemeente kan worden aangevraagd. MOmenz geeft aan dat inwoners zich in toenemende mate bij hen melden met vragen over huishoudelijke hulp, mede omdat gemeentelijke voorzieningen volgens hen minder goed vindbaar zijn.

Ook vertegenwoordigers van inwoners, waaronder de Adviesraad Sociaal Domein en het Gehandicaptenplatform en de onafhankelijke cliëntondersteuners die inwoners in het proces ondersteunen, signaleren dat het bestaan van meerdere loketten de toegang minder overzichtelijk kan maken, met name voor inwoners die minder bekend zijn met het ondersteuningsstelsel. Ook wijzen de onafhankelijke cliëntondersteuners en het Gehandicaptenplatform op mogelijke drempels voor inwoners met beperkte digitale vaardigheden, laaggeletterden of anderstaligen. Zij zien dat de digitale route veronderstelt dat inwoners hun hulpvraag zelfstandig en schriftelijk kunnen formuleren. Hoewel concrete casuïstiek niet systematisch wordt vastgelegd, komt dit signaal bij meerdere maatschappelijke gesprekspartners terug. Ook consulenten van de gemeentelijke toegang noemen voorbeelden waarbij zij inwoners via de telefoon helpen het formulier in te vullen. Ten aanzien van fysieke bereikbaarheid uiten met name de Adviesraad en het Gehandicaptenplatform zorgen over de beperkte frequentie van inloopmomenten, gezien de spreiding over twaalf kernen.

Vertegenwoordiging van huisartsen merkt daarbij op dat er inwoners zijn die niet via de huisarts in beeld Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 31 van 53 komen en daarmee mogelijk ook niet via die route worden toegeleid naar gemeentelijke ondersteuning. Tegelijkertijd zijn er geen aanwijzingen dat hierdoor structureel Wmo aanvragen uitblijven. De bovenstaande observaties zijn gebaseerd op ervaringen van gesprekspartners en niet op systematische registratie. Vanuit de gemeente zijn geen signalen bekend dat specifieke groepen structureel niet worden bereikt. Tegelijkertijd wordt niet systematisch onderzocht of bepaalde doelgroepen minder gebruik maken van de toegang. Daardoor kan niet worden vastgesteld in hoeverre de gesignaleerde drempels in de praktijk daadwerkelijk leiden tot onderbenutting van ondersteuning. Tussenconclusie 3.1 Bereik In samenhang bezien wijzen de beschikbare gegevens erop dat het gebruik van Wmo -voorzieningen toeneemt en dat een meerderheid van de cliënten aangeeft te weten waar zij terechtkan met een hulpvraag. De toegang is organisatorisch helder ingericht, digitaal zichtbaar en formeel goed gestructureerd.

Tegelijkertijd ontstaat uit gesprekken met inwoners, maar ook met ketenpartners zoals huisartsen en Momenz het beeld dat de gemeente als ingang voor ondersteuning niet voor alle inwoners vanzelfsprekend is. Daarmee ontstaat een onderscheid tussen formele vindbaarheid en feitelijke herkenning in het dagelijks leven. Daarnaast vraagt het aanmeldproces om taalvaardigheid, digitale zelfredzaamheid en het vermogen om een hulpvraag vooraf te formuleren. Voor inwone rs die hierover in mindere mate beschikken, kan dit de drempel tot melding verhogen. Het zicht op de mate waarin minder mondige, minder digitaal vaardige of anderstalige inwoners daadwerkelijk worden bereikt, is beperkt. Ook kan niet worden vastgesteld in hoeverre verschillen in meldingen samenhangen met verschuivingen naar het voorveld, veranderde toegangsdrempels of andere factoren. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet worden geconcludeerd dat sprake is van structureel onderbereik, maar ook geen inzicht om het uit te sluiten. Wel laat het beschikbare beeld zien dat bereik niet uitsluitend een kwestie is van formele vindbaarheid, maar ook van feitelijke laagdrempeligheid en herkenning in de praktijk. 3.2 Zorgvuldigheid en consistentie van beoordeling en besluitvorming FEITELIJKHEDEN EN/OF CIJFERS Zoals eerder beschreven is de Wmo-verordening in de onderzochte periode aangescherpt.

De verordening bevat expliciete bepalingen over eigen kracht, gebruikelijke hulp, voorliggende voorzieningen en weigeringsgronden. Een maatwerkvoorziening wordt uitsluitend toegekend wanneer eigen mogelijkheden, het netwerk en algemene of voorliggende voorzieningen ontoereikend zijn. In de uitvoering wordt hieraan getoetst. In het werkproces is vastgelegd dat bij elk onderzoek wordt beoordeeld of ondersteuning vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz) voorliggend is. Bevindingen mbt gemeentelijke toegang Wmo Binnen het gemeentelijk Wmo-team is de besluitvorming organisatorisch geborgd. Wekelijks vindt teamoverleg plaats met ruimte voor casuïstiekbespreking. Iedere twee maanden wordt intervisie georganiseerd. Consulenten voeren eens per zes weken een caseloadgesprek met de coördinator en hebben periodiek overleg met de manager. Bij complexe adviezen, negatieve adviezen en adviezen voor een persoonsgebonden budget hanteert het team het vier-ogenprincipe. Afwijzingen worden vastgelegd in een formele beschikking en besproken met de kwaliteitscoördinator. Sinds 2024 wordt in alle gevallen een formele beschikking afgegeven, waarmee de rechtszekerheid is versterkt. Beschikkingen worden periodiek (eens in de drie jaar14) herbeoordeeld15 om vast te stellen of de ondersteuning nog aansluit bij de situatie van de inwoner.

Met cliënten met wie minimaal drie jaar geen contact is geweest (met uitzondering van parkeervergunningen en -plaatsen), vindt een herbeoordeling 14 Procesbeschrijving van de toegang Wmo (ontvangen van de gemeente Stichtse Vecht) 15 Artikel 2 onder 5.4. Tussentijdse evaluatie verordening Wmo. Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 32 van 53 plaats. In 2025 stonden 479 herbeoordelingen gepland, waarvan er 456 zijn uitgevoerd. Drieëntwintig herbeoordelingen zijn doorgeschoven naar 2026 vanwege capaciteitsdruk bij de afhandeling van nieuwe meldingen. Klachten en bezwaren bieden aanvullend inzicht in de kwaliteit en acceptatie van besluiten. Bij het gemeentelijk loket kwamen in 2023, 2024 en 2025 telkens vijf klachten binnen. Over de aard van deze klachten is geen nadere uitsplitsing beschikbaar. Het aantal bezwaren bij de gemeentelijke toegang is beperkt. In 2023 zijn drie bezwaren ingediend; twee zijn ingetrokken en één is ongegrond verklaard. In 2024 zijn twee bezwaren ingediend; één is ingetrokken en één ongegrond verklaard. In 2025 zijn tien bezwaren ingediend. Van deze zaken zijn er twee nog in behandeling, twee kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en zes ingetrokken.

De gemeente geeft aan dat bezwaren veelal worden ingetrokken nadat aan bezwaren tegemoet is gekomen of nadat nadere toelichtin g is gegeven. Bevindingen mbt TIM SV Bij TIM SV was in 2025 sprake van 15 bezwaren, tegenover zes in heel 2024. Een deel van deze bezwaren heeft betrekking op afwijzingen of het beëindigen van begeleiding door onderaannemers. Van de 15 bezwaren in 2025 is één ongegrond verklaard, één niet ontvankelijk verklaard, drie via schikking opgelost,, acht ingetrokken,en voor 1 bezwaar is het onafhankelijk medisch advies overgenomen. Eén bezwaar was ten tijde van rapportage nog in behandeling. Een van de gesprekspartners vanuit TIM SV verklaarde de stijging in bezwaren in 2025 vanuit de transformatie die datzelfde jaar is ingezet, waarbij begeleiding door het wijkteam voorliggend is geworden. Deze verklaring wordt ook in de jaarrapportage 2025 van TIM SV genoemd. ERVARINGEN UIT GESPREKKEN Gesprekspartners binnen de gemeentelijke organisatie geven aan dat zij de besluitvorming als zorgvuldig ervaren. Het vier-ogenprincipe en de structurele casuïstiekbespreking dragen volgens hen bij aan een eenduidige beoordeling van vergelijkbare situaties. Consulenten geven aan dat zij bewust toetsen aan eigen kracht en voorliggende voorzieningen en dat zij besluiten motiveren in de beschikking.

Vanuit vertegenwoordigers van inwoners worden geen structurele signalen afgegeven over willekeur of onzorgvuldige besluitvorming. Wel wordt benoemd dat positieve ervaringen van inwoners met name betrekking hebben op relatief eenvoudige en herkenbare aanvragen, zoals hulp in het huishouden, rolstoelen of andere standaardvoorzieningen. Zodra hun situatie afwijkt van de standaardvoorzieningen ervaren zij het proces als fundamenteel anders. In deze trajecten ervaren zij het doorvragen, heronderzoeken en het expliciet toetsen van eigen mogelijkheden door medewerkers van de toegang niet altijd als onderdeel van een zorgvuldig proces, maar soms als wantrouwen of controle. Ook zit er voor inwoners meer onzekerheid en onduidelijkheid over de duur van de wachttijd bin nen complexere aanvragen. Tussenconclusie 3.2 Zorvuldigheid en consistentie De formele kaders voor besluitvorming binnen de Wmo zijn in Stichtse Vecht duidelijk vastgelegd en in de uitvoering organisatorisch geborgd. Consulenten toetsen aanvragen systematisch aan eigen kracht, gebruikelijke hulp en voorliggende voorzieningen. Binnen het team ondersteunen verschillende werkwijzen, zoals casuïstiekbespreking, intervisie en het vier-ogenprincipe, een consistente toepassing van deze kaders. Ook worden beschikkingen periodiek herbeoordeeld en worden klachten en bezwaren gemonitord.

Ook de beschikbare cijfers geven geen aanwijzingen voor structurele problemen in de juridische houdbaarheid van besluiten. Het aantal klachten en bezwaren is beperkt en gegronde bezwaren komen weinig voor. Tegelijkertijd geven deze indicatoren slechts gedeeltelijk inzicht in de ervaren kwaliteit en begrijpelijkheid van besluiten voor inwoners. Een juridisch houdbaar besluit is niet automatisch ook een besluit dat door inwoners als begrijpelijk, rechtvaardig of zorgvuldig wordt beleefd. Juist in complexere Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 33 van 53 situaties kan spanning ontstaan tussen formele toetsing enerzijds en de manier waarop inwoners het proces van doorvragen, afwegen en begrenzen ervaren anderzijds. Ook in ander rekenkameronderzoek komt naar voren dat positieve ervaringen vaak sterker samenhangen met meer herkenbare of standaardvragen dan met complexe trajecten. 16 3.3 Passendheid van de toegekende ondersteuning FEITELIJKHEDEN EN/OF CIJFERS Gemeentelijke toegang De passendheid van ondersteuning komt in beeld via cliënttevredenheid en ervaren effecten. Uit het cliëntervaringsonderzoek van de gemeentelijke Wmo-toegang blijkt dat in 2024 77 procent van de respondenten aangeeft dat de ondersteuning past bij de hulpvraag (2023: 82 procent).

76 procent beoordeelt de kwaliteit van de ondersteuning als goed (2023: 83 procent). Het aandeel negatieve antwoorden blijft in beide jaren vergelijkbaar; de lichte daling hangt vooral samen met een toename van neutrale antwoorden. Wat betreft ervaren effecten geeft 82 procent van de cliënten in 2024 aan zich door de ondersteuning beter te kunnen redden (2023: 84 procent). Ongeveer driekwart ervaart dat men beter de dingen kan doen die men wil doen (2023; 79 procent). Daarnaast rapporteerde 74 procent zich beter te voelen en 73 procent een betere kwaliteit van leven te ervaren als gevolg van de ondersteuning (202 3: respectievelijk 76 procent en 71 procent). In 2024 geeft 79 procent van Wmo-cliënten aan tevreden te zijn met het tot dan toe bereikte resultaat. Landelijk laat het Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2023 zien dat circa 84 procent van de cliënten vindt dat de ondersteuning past bij de hulpvraag en dat een vergelijkbaar aandeel aangeeft zich beter te kunnen redden. Ook de tevredenheid over het resultaat ligt landelijk rond de 80 procent. In vergelijking met het landelijke beeld bevinden de scores van Stichtse Vecht zich in 2023 grotendeels rond het landelijk gemiddelde. In 2024 liggen de percentages voor passendheid en kwaliteit enkele procentpunten lager d an het landelijke beeld van 2023. Herbeoordelingen dragen bij aan het bewaken van de passendheid over de tijd.

In 2025 stonden 479 herbeoordelingen gepland, waarvan er 456 zijn uitgevoerd. Drieëntwintig herbeoordelingen zijn doorgeschoven naar 2026 vanwege capaciteitsdruk. TIM SV Bij begeleiding via TIM SV zijn verschillen zichtbaar tussen teams. Maatwerkbegeleiding door zorgaanbieders wordt beoordeeld met een 8,4 voor de mate waarin deze helpt bij het bereiken van doelen. Het specialistisch team scoort een 7,8. Het wijkteam krijgt een 5,9. In de gepresenteerde cijfers zijn Wmo- en jeugdervaringen gecombineerd. De lagere score van het wijkteam kan mede samenhangen met de rol van dit team in de toegangs- en procesfase. ERVARINGEN UIT GESPREKKEN Uit gesprekken met de Adviesraad Sociaal Domein en het Gehandicaptenplatform komt het beeld naar voren dat inwoners Wmo-ondersteuning, eenmaal gestart, vaak als merkbaar helpend ervaren in het dagelijks leven. Ondersteuning draagt bij aan het kunnen blijven functioneren, het volhouden van dagelijkse taken en het verminderen van overbelasting; inwoners beschrijven dit vaak als iets dat “lucht geeft”. Dit beeld wordt bevestigd door professionals, waaronder Wmo-consulenten, MEE en huisartsen. Zij signaleren dat inwoners na inzet van ondersteuning rust ervaren, doordat praktische problemen worden 16 Vereniging van Rekenkamers (2025), Metadossier en Meta-analyse Wet maatschappelijke ondersteuning.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 34 van 53 verlicht en het gevoel ontstaat er niet meer alleen voor te staan. Ook geven inwoners volgens hen geregeld aan positief verrast te zijn over wat er via de Wmo mogelijk is. De gecontracteerde aanbieders Huishoudelijke Hulp die we voor dit onderzoek spraken en MOmenz benadrukken dat de effecten verder reiken dan de directe hulp. Ondersteuning helpt inwoners om structuur en regie te behouden, biedt sociaal contact en draagt bij aan het tijdig signaleren van achteruitgang Tot slot benoemden de Adviesraad Sociaal Domein en het Gehandicaptenplatform twee factoren die de ervaren passendheid van ondersteuning beïnvloeden. Ten eerste bepaalt de kwaliteit van het keukentafelgesprek in sterke mate hoe inwoners de uitkomst beoordelen. Wanneer consulenten breed naar de situatie kijken en ruimte bieden voor het verhaal van de inwoner, ervaren inwoners de ondersteuning vaker als passend. Wanneer het gesprek vooral procedureel of voorzieningsgericht verloopt, ontstaat sneller het gevoel dat onvoldoende rekening is gehouden met de bredere context.

Ten tweede noemden ervaringsdeskundigen binnen beiden vertegenwoordigende partijen voorbeelden waarin een voorziening formeel voldoet aan de criteria, maar in de praktijk onvoldoende aansluit bij de leefwereld van de inwoner. In zulke situaties ontstaat spanning tussen beleidsmatige passendheid en de passendheid zoals inwoners die zelf ervaren. Tussenconclusie 3.3 Passendheid De meeste cliënten in Stichtse Vecht ervaren de toegekende Wmo-ondersteuning als passend en helpend. In 2023 bevonden de scores zich grotendeels rond het landelijke gemiddelde. De daling in 2024 op onderdelen als passendheid en ervaren kwaliteit wijkt enkele procentpunten af van het landelijke beeld van 2023, maar blijft binnen dezelfde orde van grootte. Tegelijkertijd laat de lichte daling in tevredenheidsscores en het verschil in waardering tussen typen begeleiding zien dat de ervaren passendheid niet uniform is. Daarnaast geven de cijfers uitsluitend inzicht in inwoners die ondersteuning ontvangen. Inzicht in ervaringen van inwoners bij wie ondersteuning is afgewezen of beëindigd ontbreekt. Ook is niet zichtbaar in hoeverre positieve effecten duurzaam zijn over een langere periode. Alles overziend laat het beeld zien dat de ondersteuning voor veel cliënten passend en helpend is, terwijl het zicht beperkt blijft op verschillen tussen groepen en op de langere termijneffecten.

3.4 Tijdigheid en beschikbaarheid van ondersteuning Tijdigheid is een essentieel onderdeel van de doeltreffendheid van de Wmo -toegang. Inwoners moeten niet alleen de weg naar de toegang kunnen vinden, maar ook binnen redelijke termijn duidelijkheid krijgen over hun aanvraag en, indien toegekend, de ondersteuning daadwerkelijk ontvangen. Zoals beschreven staat in hoofdstuk 2, bestaat het proces tussen eerste aanmelding en de uiteindelijke eventuele start van ondersteuning uit verschillende stappen. Formeel zijn er voor twee stappen wettelijke termijnen vastge steld, deze staan opgenomen in de Verordening Wmo en Jeugdhulp Stichtse Vecht 2025. Dit zijn (i) het onderzoek dat plaatsvindt naar aanleiding van een aanmelding en (ii) de periode tussen de formele aanvraag en de beschikking. Het onderzoek dient binnen een termijn van zes weken te worden afgerond. Tussen aanvraag en de beschikking mogen maximaal twee weken zitten. Hieronder gaan we in op de mate waarin de wettelijk termijnen de afgelopen jaren behaald werden en ook op de duur van de andere delen van het proces waar geen wettelijke termijnen voor staan. FEITELIJKHEDEN EN/OF CIJFERS Wachttijd tussen digitale/telefonisch aanmelding en eerste contact met consulent Bij de gemeentelijke toegang Wmo

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 38 van 53 Naast de centrale wachtlijst wordt, om te voorkomen dat inwoners zonder ondersteuning blijven, bij wachtlijsten voor huishoudelijke hulp het persoonsgebonden budget vereenvoudigd ingezet. Hierdoor kunnen inwoners zelf ondersteuning organiseren in afwachting van reguliere inzet. Bij TIM SV Bij Tim SV stonden er eind 2025 15 personen 18+ op de wachtlijst van het wijkteam. Het is niet duidelijk of dit allemaal om Wmo-begeleiding gaat of dat hier ook cliënten tussen zitten die mogelijkerwijs verlengde jeugdhulp vanuit de Jeugdwet krijgen. Figuur 11 laat zien dat het aantal wachtenden (18+) bij de wijkteams van TIM SV in de periode 2023–2025 fluctueert. In 2023 is sprake van een duidelijke piek in het derde kwartaal, gevolgd door een sterke daling in het vierde kwartaal. In 2024 blijven de aantallen overwegend lager, met beperkte schommelingen per kwartaal. In de eerste helft van 2025 is opnieuw een sti jgende lijn zichtbaar. Wachttijd tussen beschikking en start van ondersteuning Bij gemeentelijke toegang Wmo Voor de periode tussen het afgeven van de beschikking en de feitelijke start van ondersteuning geldt geen wettelijke termijn.

De duur van deze fase is in belangrijke mate afhankelijk van de beschikbaarheid van aanbieders en de uitvoeringscapaciteit in de regio. FIGUUR 11. AANTAL WACHTENDEN CLIËNTEN 18+ WIJKTEAM (PER KWARTAAL ) OVER DE PERIODE 2023 TOT 2025 0 10 20 30 40 50 60 70 80 90 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 2023 2024 2025 Aantal cliënten 18+ op de wachtlijst wijkteam

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 40 van 53 Bij TIM SV ligt de cliëntervaring als het gaat om wachttijd een stuk lager van bij de gemeentelijke toegang tot de Wmo. Cliënten beoordelen wachttijd tot de start van ondersteuning gemiddeld met een 5,33. Bijna een kwart van de respondenten (23 procent) geeft het laagste cijfer (1). Ook de informatievoorziening over het moment van starten wordt matig gewaardeerd (gemiddeld 5,97). Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen Wmo- en Jeugdcliënten. ERVARINGEN UIT GESPREKKEN Uit gesprekken met inwonersvertegenwoordigers, cliëntondersteuners en samenwerkingspartners komt een genuanceerd beeld naar voren van de tijdigheid van ondersteuning. Voor voorzieningen via het gemeentelijke Wmo-loket (zoals hulpmiddelen en huishoudelijke ondersteuning) wordt de toegang overwegend als snel ervaren. Onafhankelijke cliëntondersteuners geven aan dat inwoners vaak binnen circa twee weken worden teruggebeld. Ook de huisarts noemt voorbeelden waarin voorzieningen goed en voortvarend werden geregeld. In gesprekken met inwoners werd dit bevestigd: bij relatief eenvoudige aanvragen, zoals een scootmobiel, gaven bewoners spontaan aan positief verrast te zijn over de snelheid van afhandeling.

Echter, inwoners met een meervoudige of minder standaardvraag gaven aan vaker langere trajecten te ervaren en hier minder tevreden over te zijn. Over begeleiding via TIM SV kwam een minder positief beeld naar voren. MEE signaleert dat inwoners daar vaker langere wachttijden ervaren en dat het soms minimaal anderhalve maand duurt voordat een eerste gesprek plaatsvindt, ook bij situaties die als urgent worden beoordeeld. De huisarts herkent dat verwijzingen richting TIM gepaard kunnen gaan met onduidelijkheid over planning en opvolging, waardoor inwoners terugkeren naar de huisarts om de status te achterhalen. Hierbij geldt wel dat beide partijen geen duidelijke onderscheid konden maken tussen wat zij hoorden over de Wmo en Jeugd. In samenhang bezien ontstaat daarmee het beeld dat de tijdigheid van ondersteuning sterk samenhangt met de aard van de voorziening en de complexiteit van de vraag. Eenvoudige aanvragen via het gemeentelijke loket worden doorgaans als voortvarend ervaren, terwijl bij complexere of begeleidingsvragen vaker sprake is van langere en minder voorspelbare doorlooptijden. Tussenconclusie 3.4 Tijdigheid en beschikbaarheid De gemeente heeft de afgelopen jaren voortgang geboekt op het naleven van wettelijke termijnen.

Met name in de fase tussen aanvraag en beschikking is een duidelijke verbetering gerealiseerd: waar in 2022 nog structureel sprake was van overschrijdingen, worden de wettelijke termijnen in de meest recente jaren in de regel gehaald. Ook de wachtlijst voor huishoudelijke hulp is substantieel teruggebracht sinds de invoering van de centrale wachtlijst. Tegelijkertijd blijft de feitelijke beschikbaarheid van ondersteuning op meerdere punten achter. Vooral bij huishoudelijke hulp, hulpmiddelen en andere voorzieningen die afhankelijk zijn van uitvoeringscapaciteit wachten inwoners in de praktijk nog vaak lang voordat ondersteuning daadwerkelijk van start gaat. Daarmee is er een duidelijk verschil tussen procedurele tijdigheid en feitelijke tijdigheid. Een tijdige beschikking betekent nog niet dat inwoners ook tijdig geholpen zijn. Dit sluit aan bij bredere rekenkamerbevindingen22 waarin wachtlijsten en het uitblijven van tijdige feitelijke ondersteuning terugkerende knelpunten zijn, ook wanneer formele processen op onderdelen wel op orde zijn. Bij TIM wordt het eerste gesprek volgens interne norm snel gevoerd, maar cliënten waarderen de wachttijd tot daadwerkelijke start van ondersteuning beduidend lager.

Dit onderstreept dat tijdigheid niet primair wordt bepaald door de snelheid van intake, maar door de beschikbaarheid van vervolgcapaciteit en de voorspelbaarheid van het vervolgtraject. Voor TIM SV zijn geen gemiddelde doorlooptijden beschikbaar voor het volledige traject tot start van Wmo-begeleiding. De maandrapportages geven wel 22 Metadossier en Meta-analyse Wet maatschappelijke ondersteuning, Vereniging van Rekenkamers, 2025; Toegang tot de Wmo en Jeugdzorg, Rekenkamercommissie Rheden, 2022. Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 41 van 53 aanvullend inzicht in de wachtlijst van cliënten 18+ bij het wijkteam. Daaruit blijkt dat het grootste deel van de wachtenden korter dan drie maanden wacht tot de start van begeleiding door het wijkteam. Tijdigheid van ondersteuning hangt daarmee niet uitsluitend samen met de inrichting van de toegang, maar ook met de uitvoeringscapaciteit daarachter. Juist wanneer wachttijden na beschikking oplopen, wordt de doeltreffendheid van de toegang beperkt: inwoners vragen ondersteuning doorgaans op het moment dat deze noodzakelijk is. Tot slot blijkt uit gesprekken dat duidelijke communicatie over wachttijden en vervolgstappen cruciaal is. Inwoners willen weten waar zij aan toe zijn.

Onzekerheid over planning of voortgang beïnvloedt de ervaren tijdigheid, ook wanneer formele termijnen nog niet zijn overschreden. Tijdigheid vraagt daarom niet alleen om procesbeheersing, maar ook om actieve en transparante communicatie gedurende het traject. 3.5 Ondersteuning van inwoners in het toegangsproces Onafhankelijke cliëntondersteuning (OCO) is bedoeld om inwoners te ondersteunen bij het verhelderen van hun hulpvraag en bij het doorlopen van het aanvraagproces. In deze paragraaf bezien wij in hoeverre deze voorziening in de praktijk wordt benut en wat dit betekent voor de positie van inwoners binnen het toegangsproces. FEITELIJKHEDEN EN/OF CIJFERS Uit de klanttevredenheidsonderzoeken blijkt dat de bekendheid met onafhankelijke cliëntondersteuning beperkt is. Bij TIM SV was in 2023 26 procent van de cliënten bekend met de mogelijkheid van OCO (2022: 33 procent). In 2023 gaf 27 procent van de cliënten van de gemeentelijke toegang aan bekend te zijn met OCO. In 2024 lag dit percentage bij de gemeentelijke toegang op 33 procent. Voor TIM SV zijn over 2024 geen afzonderlijke gegevens beschikbaar. De bekendheid is daarmee vergelijkbaar tussen beide toegangen en blijft bij een minderheid van de cliënten. Uit de cijfers blijkt dat onafhankelijke cliëntondersteuning voor veel inwoners geen vanzelfsprekend onderdeel vormt van het toegangsproces.

De wijze waarop op de websites van de toegangen naar cliëntondersteuning wordt verwezen, verschilt. De website van de gemeente bevat een afzonderlijke pagina over onafhankelijke cliëntondersteuning, waarin expliciet wordt verwezen naar MEE Dichtbij als onafhankelijke organisatie. Op deze pagina wordt toegelicht wat een cliëntondersteuner doet, waaronder het meedenken over passende ondersteuning, het helpen bij aanvragen, het meegaan naar gesprekken en het ondersteunen bij bezwaarprocedures. Ook worden concrete contactgegevens vermeld. Op de website van TIM Stichtse Vecht wordt vermeld dat een cliëntondersteuner kan aansluiten bij een gesprek. Daarbij wordt niet expliciet verwezen naar een onafhankelijke cliëntondersteuningsorganisatie zoals MEE. Ook is op het moment van onderzoek geconstateerd dat een verwijzing naar de website van OCO Stichtse Vecht niet functioneert. Hierdoor is niet direct zichtbaar waar inwoners terechtkunnen voor onafhankelijke ondersteuning. Deze bevindingen hebben betrekking op de digitale informatievoorziening en zeggen op zichzelf niets over de feitelijke beschikbaarheid van onafhankelijke cliëntondersteuning, maar wel over de zichtbaarheid en vindbaarheid ervan binnen het toegangsproces.

ERVARINGEN UIT GESPREKKEN Uit gesprekken met consulenten, MEE en de Adviesraad Sociaal Domein komt naar voren dat onafhankelijke cliëntondersteuning in de praktijk weinig wordt ingezet. Gesprekspartners geven aan dat OCO met name meerwaarde kan hebben bij complexe hulpvragen, bij keukentafelgesprekken en in situaties waarin sprake is van onzekerheid of een voorgenomen afwijzing. In dergelijke situaties kan onafhankelijke ondersteuning bijdragen aan een betere voorbereiding en een evenwichtiger gesprek. Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 42 van 53 Als verklaring voor het beperkte gebruik noemen gesprekspartners dat inwoners vaak vertrouwen op hun eigen netwerk. Inwoners die van Wmo gebruik maken benoemen ook vaak dat zij een familielid, buur of andere bekende om ondersteuning vragen. Dit kwam ook naar voren in gesprekken met inwoners die geen gebruik maken van de Wmo, maar reflecteerden op hoe ze het proces in het geval van een ondersteuningsvraag zouden aanpakken. Daarnaast zijn er signalen dat OCO niet altijd op het juiste moment onder de aandacht komt.

Hoewel de mogelijkheid tot onafhankelijke cliëntondersteuning wordt genoemd in schriftelijke communicatie en op de website, geven consulenten aan dat in sommige gevallen het eerste gesprek al plaats voordat de schriftelijke bevestiging de inwoner heeft bereikt. Hierdoor kan het zijn dat inwoners pas laat of niet bekend raken met deze optie. Tussenconclusie 3.5 Ondersteuning inwoners Onafhankelijke cliëntondersteuning is formeel beschikbaar, maar vormt in de praktijk geen vanzelfsprekend onderdeel van het toegangsproces. De bekendheid onder cliënten is beperkt en het gebruik blijft relatief laag. Daarmee functioneert OCO niet als standaardondersteuning binnen het proces, maar vooral als voorziening die incidenteel wordt benut. Dit betekent niet dat inwoners per definitie tekortkomen in hun rechtspositie. Vee l inwoners maken gebruik van hun eigen netwerk. Tegelijkertijd roept het beperkte bereik van OCO, in samenhang met eerdere signalen over digitale drempels en systeemvaardigheid, de vraag op in hoeverre minder mondige inwoners of inwoners met beperkte kennis van regelgeving voldoende worden ondersteund bij het formuleren van hun hulpvraag. 3.6 Deelconclusie: doeltreffendheid van de Wmo-toegang Stichtse Vecht heeft binnen het sociaal domein als overkoepelende ambitie dat inwoners kunnen meedoen en zo zelfstandig mogelijk functioneren.

Ondersteuning vanuit de Wmo is daartoe een belangrijk instrument. Een doeltreffende toegang tot de Wmo betekent dat de mensen die ondersteuning nodig hebben bereikt worden, dat zij de toegang vinden en deze laagdrempelig toegankelijk is, dat zij tijdig en zorgvuldig geholpen worden en dat er als gevolg van het toegangsproces passende ondersteuning wordt geboden aan inwoners. De ervaringscijfers laten zien dat een meerderheid van de cliënten de toegang weet te vinden, zich serieus genomen voelt en de geboden ondersteuning als passend en helpend ervaart. De scores op passendheid, ervaren effecten en bejegening liggen in dezelfde orde van grootte als het landelijke gemiddelde. Er zijn geen aanwijzingen dat de toegang structureel slechter presteert dan andere gemeenten. Tegelijkertijd onderscheidt Stichtse Vecht zich op basis van de beschikbare gegevens ook niet duidelijk positief. Wat betreft bereik geldt dat het aantal cliënten toeneemt, terwijl het aantal meldingen daalt. Dit duidt niet op evident onderbereik, maar biedt ook geen inzicht in de mate waarin specifieke doelgroepen worden bereikt of mogelijk afhaken. De meerderheid van de gebruikers geeft aan te weten waar zij terechtkan. Inzicht in inwoners die de toegang niet weten te vinden of voortijdig uitvallen ontbreekt.

Signalen uit gesprekken wijzen op mogelijke drempels voor minder digitaal vaardige of minder systeemvaardige inwoners, maar systematische monitoring hiervan ontbreekt. De beoordeling en besluitvorming zijn juridisch en organisatorisch geborgd. Het aantal gegronde bezwaren is beperkt en er is structureel overleg binnen het team. Tegelijkertijd bieden klachten en ingetrokken bezwaren geen volledig zicht op de ervaren begrijpelijkheid of consistentie van besluiten, met name in complexere situaties. De passendheid van ondersteuning wordt door een meerderheid van cliënten positief beoordeeld. Tegelijkertijd laten lichte dalingen in tevredenheid en verschillen tussen typen begeleiding zien dat de ervaren passendheid niet uniform is. Bovendien geven de cijfers uitsluitend inzicht in inwoners die Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 43 van 53 ondersteuning ontvangen; ervaringen van inwoners bij wie ondersteuning is afgewezen of beëindigd blijven buiten beeld. De tijdigheid van de toegang laat twee beelden zien. Aan de formele kant zijn duidelijke verbeteringen zichtbaar: sinds 2023 haalt de gemeente de wettelijke termijnen in de besluitvormingsfase (aanvraag – beschikking) meestal en neemt het aantal overschrijdingen sterk af.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/3254/documents/67518