CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Rekenkamerrapport Toegang Wmo Stichtse Vecht met bestuurlijke reactie_Geredigeerd

Commissie Bestuur en Financiën en Sociaal Domein 13 oktober 2026, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 4.: Rekenkamerrapport - Toegang Wmo Stichtse Vecht21.002 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl Rekenkamerrapport Toegang Wmo Stichtse Vecht Publicatiedatum: 22 juli 2026 Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 2 van 53 Colofon De Rekenkamer van de gemeente Stichtse Vecht bestaat uit drie externe leden en wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris. Leden Rekenkamer: Martijn Bakker (voorzitter), Lisette van Noort, Kirsten van Steenbergen Secretaris: Gerdi Stroeks Auteurs: Robin Groen, Jasper Sterrenburg, Ilse Mulder (AEF) Postadres: Rekenkamer Stichtse Vecht, Postbus 1212, 3600 BE Maarssen E-mailadres: rekenkamer@stichtsevecht.nl Telefoonnummer: 0346-254200 Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 3 van 53 Inhoud Colofon ............................................................................................................................................................ 2 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .............................................................................. 5 Hoofdconclusies .............................................................................................................................................

5 Aanbevelingen ................................................................................................................................................ 7 1. INLEIDING ................................................................................................................ 9 1.1 Aanleiding voor het onderzoek en context ....................................................................................... 9 1.2 Probleemstelling en onderzoeksvragen ............................................................................................ 9 1.3 Afbakening van het onderzoek ......................................................................................................... 10 1.4 Aanpak van het onderzoek ............................................................................................................... 11 1.4.1 Documentenstudie ........................................................................................................................ 11 1.4.2 Analyse van kwantitatieve gegevens ............................................................................................ 11 1.4.3 Gesprekken met betrokken professionals ....................................................................................

12 1.4.4 Perspectief van inwoners .............................................................................................................. 12 1.4.5 Sessie met de raadscommissie .................................................................................................... 12 1.5 Leeswijzer ........................................................................................................................................... 12 2 TOEGANG WMO IN THEORIE ................................................................................. 14 2.1 Wat wil Stichtse Vecht bereiken met de Wmo? .............................................................................. 14 2.1.1 Beleidsdoelen ............................................................................................................................... 14 2.1.2 Juridische en financiële kaders uit de verordening....................................................................... 15 2.1.3 Wijzigingen in de verordening ...................................................................................................... 16 2.2 Organisatorische inrichting en rolverdeling ................................................................................... 16 2.2.1 Gemeentelijk loket: organisatie en formatie .................................................................................

17 2.2.2 TIM Stichtse Vecht: organisatie en formatie ................................................................................. 17 2.2.3 Toekomstige herinrichting ............................................................................................................. 17 Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 4 van 53 2.3 Procesinrichting ................................................................................................................................. 19 2.3.1 Proces gemeentelijk loket ............................................................................................................. 19 2.3.2 Proces TIM SV .............................................................................................................................. 20 2.4 Ontwikkeling in gebruik en populatie .............................................................................................. 21 2.4.1 Uiteenlopende ontwikkeling van meldingen en cliëntenbestand bij gemeentelijk Wmo loket ...... 21 2.4.2 Ontwikkeling gebruik Wmo via toegang Wmo bij TIM Stichtse Vecht is beperkt inzichtelijk ........ 26 2.5 Vergelijking met andere gemeenten ................................................................................................

27 2.5.1 Gebruik van Wmo-voorzieningen ................................................................................................. 27 2.5.2 Rol van demografische factoren ................................................................................................... 28 3 DOELTREFFENDHEID ............................................................................................. 29 3.1 Bereik: weten inwoners die ondersteuning nodig hebben de toegang te vinden? .................... 29 3.2 Zorgvuldigheid en consistentie van beoordeling en besluitvorming ........................................... 31 3.3 Passendheid van de toegekende ondersteuning ........................................................................... 33 3.4 Tijdigheid en beschikbaarheid van ondersteuning ........................................................................ 34 3.5 Ondersteuning van inwoners in het toegangsproces .................................................................... 41 3.6 Deelconclusie: doeltreffendheid van de Wmo-toegang ................................................................. 42 4 DOELMATIGHEID ..................................................................................................... 44 4.1 Kostenontwikkeling ...........................................................................................................................

44 4.2 Verklaring voor kostenstijging ......................................................................................................... 45 4.2.1 Herinrichting van de toegang in 2022 ........................................................................................... 45 4.2.2 Volumegroei: geen uniforme verklaring ........................................................................................ 45 4.2.3 Stijgende kosten per cliënt spelen vooral bij voorzieningen via de gemeentelijke toegang ......... 46 4.2.4 Beperkt inzicht in verklarende factoren ........................................................................................ 46 4.3 Sturing op doelmatigheid .................................................................................................................. 47 4.3.1 Financiële kaders zijn beleidsmatig verankerd ............................................................................. 47 4.3.2 Sturing op doelmatigheid is met name casusgericht en beperkt trendmatig ................................ 47 4.4 Informatiepositie van de raad ........................................................................................................... 48 4.4.1 Informatie over de Wmo wordt voornamelijk incidenteel verstrekt ...............................................

48 4.4.2 Raadsvragen richten zich vooral op juridische, organisatorische en operationele aspecten ....... 48 4.4.3 Beperkt samenhangend inzicht in volume en kosten ................................................................... 49 4.5 Deelconclusie: doelmatigheid .......................................................................................................... 50 5 BIJLAGEN ................................................................................................................. 51 Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 5 van 53 Conclusies en aanbevelingen De toegang tot de Wmo-voorzieningen is voor inwoners van groot belang. De manier waarop deze toegang is ingericht, beïnvloedt of inwoners de weg naar ondersteuning weten te vinden, hoe hun hulpvraag wordt beoordeeld en hoe snel passende ondersteuning beschikbaar komt. De kwaliteit van de toegang is daarmee niet alleen van belang voor inwoners, maar ook voor de gemeente en de gemeenteraad. Wanneer de toegang goed functioneert, draagt deze bij aan passende ondersteuning, een zorgvuldige inzet van publieke middelen en bestuurlijke grip op ontwikkelingen in het sociaal domein.

De centrale onderzoeksvraag van dit rekenkameronderzoek luidt: Welke conclusies kunnen worden getrokken over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de toegang tot de ambulante Wmo in de gemeente Stichtse Vecht en tot welke aanbevelingen leidt dit? Hoofdconclusies De toegang functioneert in de basis, al zijn de doeltreffendheid en doelmatigheid slechts gedeeltelijk aantoonbaar Uit het onderzoek komt naar voren dat de toegang tot ambulante Wmo in Stichtse Vecht in de basis op orde is. De toegang is organisatorisch helder ingericht, digitaal zichtbaar en procedureel goed gestructureerd. Ook zijn de formele kaders voor beoordeling en besluitvorming duidelijk vastgelegd en in de uitvoering geborgd. Bij de groep inwoners die daadwerkelijk ondersteuning ontvangt, bestaat bovendien overwegend een positief beeld. Een meerderheid van de cliënten weet waar zij terechtkan met een hulpvraag, voelt zich serieus genomen en ervaart de geboden ondersteuning als passend en helpend. Dit beeld is echter niet uniform: vooral bij complexere ondersteuningsvragen gaven inwoners aan minder tevreden te zijn. In de afgelopen jaren zijn verbeteringen zichtbaar in de naleving van wettelijke termijnen, met name in de fase tussen aanvraag en beschikking. Tegelijkertijd ontbreekt op cruciale punten structureel inzicht.

Zo is beperkt zichtbaar in hoeverre minder mondige, minder digitaal vaardige of anderstalige inwoners de toegang daadwerkelijk weten te vinden en benutten. Ook is onvoldoende bekend wie afhaakt, wie niet in beeld komt, hoe inwoners de toegang ervaren wanneer ondersteuning wordt afgewezen of beëindigd, en in hoeverre verschillen in gebruik samenhangen met behoeften, drempels in de toegang of verschuivingen naar het voorveld (ook wel bekend als de nulde lijn- of preventieve zorg). Ook de doelmatigheid is slechts gedeeltelijk aantoonbaar. De gemeente bewaakt de uitgaven en beoordeelt op casusniveau de noodzaak en proportionaliteit van ondersteuning, Een deel van de benodigde sturingsinformatie wordt ook verzameld en is via dashboards beschikbaar. Tegelijkertijd wordt deze informatie nog beperkt in samenhang gebruikt voor een meerjarige analyse van bereik, doorlooptijden, uitkomsten en kostenontwikkeling. Daardoor is onvoldoende duidelijk welke factoren de stijging van Wmo- uitgaven en kosten per cliënt veroorzaken en op welke onderdelen gerichte bijsturing mogelijk is. Van een samenhangende, datagedreven werkwijze is daarmee op dit moment nog onvoldoende sprake. De hoofdconclusie luidt daarom als volgt. De toegang tot de Wmo in Stichtse Vecht functioneert procedureel en voor de meeste huidige gebruikers naar behoren.

Tegelijkertijd ontbreekt structureel inzicht in bereik, verschillen tussen groepen inwoners en de oorzaken van kostenontwikkeling. Hierdoor kunnen gemeente en raad slechts beperkt sturen op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de toegang als geheel. Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 6 van 53 Deelconclusies Bereik en toegankelijkheid: formeel vindbaar, maar niet voor alle inwoners vanzelfsprekend laagdrempelig Het onderzoek laat zien dat formele vindbaarheid en feitelijke toegankelijkheid niet hetzelfde zijn. De toegang is digitaal zichtbaar en voor veel inwoners herkenbaar, maar uit gesprekken met inwoners en ketenpartners ontstaat het beeld dat de gemeente als ingang voor ondersteuning niet voor alle inwoners vanzelfsprekend is. Het aanmeldproces vraagt taalvaardigheid, digitale zelfredzaamheid en het vermogen om een hulpvraag vooraf te formuleren. Juist voor inwoners die hierover in mindere mate beschikken, ka n dit de drempel tot melding verhogen. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet worden vastgesteld dat sprake is van structureel onderbereik. Tegelijkertijd is er beperkt zicht op de mate waarin minder mondige, minder digitaal vaardige of anderstalige inwoners daadwerkelijk worden bereikt.

Ook ontbreekt inzicht in inwoners die afhaken, niet in beeld komen of zich niet melden. Dat betekent dat de doeltreffendheid van de toegang vooral zichtbaar is voor de groep die binnenkomt en ondersteuning ontvangt, en veel minder voor de groep voor wie toegang mogelijk juist minder vanzelfsprekend is. Zorgvuldigheid en passendheid: procedureel geborgd en overwegend positief ervaren, maar het beeld is niet volledig De formele besluitvorming binnen de Wmo is in Stichtse Vecht juridisch en organisatorisch geborgd. De beschikbare cijfers geven geen aanwijzingen voor structurele problemen in de juridische houdbaarheid van besluiten. Het aantal klachten en bezwaren is beperkt en gegronde bezwaren komen weinig voor. Daarmee zijn er geen signalen dat de toegang op dit punt structureel tekortschiet. Ook de passendheid van ondersteuning wordt door een meerderheid van de cliënten positief beoordeeld. Tegelijkertijd laten lichte dalingen in tevredenheidsscores en verschillen tussen typen begeleiding zien dat de ervaren passendheid niet uniform is. Bovendien hebben de beschikbare cijfers uitsluitend betrekking op inwoners die ondersteuning ontvangen. Ervaringen van inwoners bij wie ondersteuning is afgewezen of beëindigd, blijven buiten beeld. Ook is niet goed zichtbaar in hoeverre positieve effecten duurzaam zijn op langere termijn.

Daarmee is de conclusie dat de toegang procedureel zorgvuldig is ingericht en voor veel cliënten tot passende ondersteuning leidt, maar dat het beeld over de werking van de toegang in de volle breedte onvolledig blijft. Tijdigheid: verbetering in formele termijnen, maar feitelijke beschikbaarheid van ondersteuning blijft achter De gemeente heeft de afgelopen jaren vooruitgang geboekt in het naleven van wettelijke termijnen. Met name in de fase tussen aanvraag en beschikking is een duidelijke verbetering zichtbaar. Ook is de wachtlijst voor huishoudelijke hulp sterk teruggebracht sinds de invoering van de centrale wachtlijst. Voor inwoners is tijdigheid echter meer dan het halen van formele normen. In de praktijk is vooral van belang hoe snel ondersteuning na de beschikking daadwerkelijk van start gaat. Juist daar blijft de situatie kwetsbaar. Bij huishoudelijke hulp en hulpmiddelen is zichtbaar dat het in meerdere jaren lang duurt voordat ondersteuning daadwerkelijk begint. Ook bij TIM wijzen ervaringscijfers en signalen uit gesprekken op langere en minder voorspelbare vervolgtrajecten. De tijdigheid van ondersteuning hangt daarmee niet alleen samen met de inrichting van de toegang, maar ook met de uitvoeringscapaciteit daarachter. Wanneer wachttijden na beschikking oplopen, raakt dit direct aan de doeltreffendheid van de toegang.

Daarnaast blijkt uit gesprekken dat duidelijke communicatie over wachttijden en vervolgstappen essentieel is voor de ervaren tijdigheid. Ondersteuning in het toegangsproces: onafhankelijke cliëntondersteuning is beschikbaar, maar niet vanzelfsprekend in beeld Onafhankelijke cliëntondersteuning is formeel beschikbaar, maar vormt in de praktijk geen vanzelfsprekend onderdeel van het toegangsproces. De bekendheid onder cliënten is beperkt en het gebruik blijft relatief laag. Daarmee functioneert cliëntondersteuning niet als standaardondersteuning binnen het proces, maar vooral als voorziening die incidenteel wordt benut. Dit betekent niet dat inwoners per definitie tekortkomen in hun rechtspositie. Veel inwoners maken gebruik van hun eigen netwerk. Tegelijkertijd r oept het beperkte bereik van onafhankelijke cliëntondersteuning, in samenhang met signalen over digitale drempels en Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 7 van 53 systeemvaardigheid, de vraag op in hoeverre minder mondige inwoners voldoende worden ondersteund bij het formuleren en onderbouwen van hun hulpvraag. Doelmatigheid en sturing: uitgaven worden gevolgd, maar oorzaken en trends zijn onvoldoende in beeld De Wmo-uitgaven in Stichtse Vecht zijn sinds 2022 toegenomen.

Deze stijging hangt niet alleen samen met een toename van het aantal cliënten; bij meerdere voorzieningen stijgen ook de kosten per cliënt. Binnen de uitvoeringspraktijk wordt op casusniveau gestructureerd gekeken naar noodzaak en proportionaliteit van ondersteuning. Ook bespreken beleid en financiën periodiek de ontwikkeling van uitgaven in het kader van begroting en verantwoording. Tegelijkertijd ontbreekt een systematische analyse waarin volum egroei, kosten per cliënt, beleidskeuzes en effecten structureel met elkaar in verband worden gebracht. Ook is de informatiebasis voor sturing nog onvoldoende ingericht om bereik, toegankelijkheid, doorlooptijden, uitkomsten en kostenontwikkeling in samenhang te volgen. Daardoor blijft onduidelijk welke factoren de kostenstijging veroorzaken en op welke onderdelen gerichte bijsturing mogelijk is. De sturing op doelmatigheid richt zich daarmee vooral op individuele indicaties en jaarlijkse begrotingscycli, e n minder op trendmatige en datagedreven analyse over meerdere jaren. De rol van de raad: beperkte informatie beperkt ook de sturingsmogelijkheden De raad ontvangt op dit moment onvoldoende samenhangende informatie en structureel opgebouwde sturingsinformatie om goed invulling te geven aan zijn kaderstellende en controlerende rol op dit onderwerp.

Informatie over gebruik en kosten wordt vooral verstrekt in het kader van afzonderlijke beleidsontwikkelingen of in reactie op raadsvragen. Een periodiek en integraal overzicht van trends in bereik, wachttijden, gebruik van ondersteuning, kosten per cliënt en relevante verschillen tussen groepen ontbreekt. Daarmee ontbreekt ook een helder sturingskader voor de raad. De raad kan niet sturen op individuele indicaties, maar wel op de voorwaarden waaronder de toegang functioneert: de mate van laagdrempeligheid, de positie van onafhankelijke cliëntondersteuning, de informatievoorziening, de samenhang met de sociale basis en de relatie met aanpalende domeinen als welzijn, wonen en openbare ruimte. Juist op die punten is meer structurele sturing mogelijk dan nu plaatsvindt. Aanbevelingen De bovenstaande conclusies leiden tot de volgende aanbevelingen Voor de gemeenteraad 1. Richt de nieuwe toegang alleen in als ook sturing en monitoring vanaf het begin goed zijn georganiseerd Vraag het college om bij de inrichting van de nieuwe toegang niet alleen de organisatie en werkwijze uit te werken, maar ook direct de voorwaarden voor sturing en monitoring op orde te brengen. Leg vooraf vast welke doelen de toegang dient, welke gegevens nodig zijn om bereik, toegankelijkheid, doorlooptijden, uitkomsten en kostenontwikkeling te volgen, en hoe daarover periodiek aan de raad wordt gerapporteerd.

Voorkom dat registratie, definities en sturingsinformatie pas achteraf worden ingericht; juist in de ontwerpfase moet duidelijk zijn waarop straks gestuurd en verantwoord wordt. 2. Maak met het college afspraken over periodieke informatie die de raad nodig heeft om te kunnen sturen en controleren Vraag het college om een periodiek, integraal overzicht met betrekking tot de werking van de toegang. Neem daarin in ieder geval op: bereik, wachttijden tot feitelijke start van ondersteuning, gebruik van onafhankelijke cliëntondersteuning, ervaringen van cliënten, volumeontwikkeling, kosten per cliënt, relevante verschillen tussen groepen of voorzieningen en uitschieters achter gemiddelden. Vraag het college om deze informatie steeds te voorzien van duiding en trendanalyse, en sluit daarbij zoveel mogelijk aan op de reguliere P&C-cyclus. 3. Stuur niet alleen op de toegang zelf, maar ook op de randvoorwaarden in aanpalende domeinen. De werking van de toegang tot ambulante Wmo wordt mede bepaald door de kracht van de sociale Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 8 van 53 basis en door factoren in andere domeinen, zoals welzijn, wonen, preventie en de inrichting van de openbare ruimte.

Betrek deze samenhang nadrukkelijk in de kaderstelling, zodat de raad niet alleen naar het loket kijkt, maar ook naar de omstandigheden die zwaardere hulpvragen kunnen voorkomen of beperken. Voor alle aanbevelingen geldt dat de start van een nieuwe raadsperiode de kans biedt om als raad en college afspraken te maken over wat er nodig is om de kaderstellende en controlerende rol met betrekking tot de toegang Wmo uit te kunnen voeren. Voor het college van B&W 4. Ontwikkel beter zicht op inwoners die de toegang minder gemakkelijk weten te vinden. Breng gerichter in beeld in hoeverre minder mondige, minder digitaal vaardige en anderstalige inwoners de toegang daadwerkelijk weten te vinden en benutten, waar drempels in het proces ontstaan en welke groepen mogelijk afhaken of buiten beeld blijven. Betrek hier ook expliciet organisaties (welzijn, sport, cultuur, maatschappelijk middenveld) bij die te maken hebben met deze doelgroep. Gebruik deze inzichten om het toegangsproces feitelijk laagdrempeliger te maken. 5. Versterk het inzicht in ervaringen met de toegang, door ook de inwoners te spreken die om verschillende redenen uiteindelijk geen ondersteuning vanuit de Wmo ontvangen.

Haal structureler ervaringen met de toegang op, niet alleen onder inwoners die ondersteuning ontvangen, maar ook onder inwoners die een gesprek met de toegang hebben gehad en uiteindelijk geen ondersteuning vanuit de Wmo ontvangen. Maak daarbij zichtbaar hoe inwoners het toegangsproces ervaren op punten als begrijpelijkheid, bejegening, toegankelijkheid en duidelijkheid over het vervolg van het traject. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gewerkt met een korte vragenlijst na afloop van het toegangsproces. 6. Analyseer kostenontwikkelingen structureel en in meerjarige samenhang. Ontwikkel een periodieke analyse waarin volumegroei, kosten per cliënt, type voorzieningen, duur en intensiteit van ondersteuning, beleidskeuzes en mogelijke verklarende factoren met elkaar in verband worden gebracht. Richt toekomstige monitoring en rapportages zo in dat Wmo-begeleiding en verschillende typen indicaties binnen Wmo-begeleiding afzonderlijk en trendmatig kunnen worden gevolgd. Binnen de huidige informatievoorziening was dit onderscheid niet helder, doordat gegevens niet altijd afzonderlijk voor Wmo en Jeugd beschikbaar zijn of als 18-/18+ zijn gecategoriseerd. Door definities, registraties en rapportages vooraf eenduidig in te richten, ontstaat beter zicht op kostenontwikkelingen en mogelijkheden voor gerichte bijsturing. 7.

Versterk de verbinding tussen toegang, sociale basis en voorliggende voorzieningen. Maak zichtbaar in hoeverre verschuivingen in gebruik samenhangen met inzet van het voorveld, algemene voorzieningen of andere vormen van ondersteuning. Hierdoor kan beter worden beoordeeld of de toegang niet alleen formeel goed functioneert, maar ook in sa menhang met het bredere ondersteuningslandschap. Organiseer daarnaast periodiek een leer - en verbetercyclus waarin gemeente, toegang, voorveldpartners en waar mogelijk ervaringsdeskundigen deze ontwikkelingen gezamenlijk duiden en vertalen in een verbeteraanpak. Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 9 van 53 1. Inleiding 1.1 Aanleiding voor het onderzoek en context Inwoners die onvoldoende zelfredzaam zijn of niet goed kunnen deelnemen aan de maatschappij, kunnen een beroep doen op ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De Wmo heeft als doel dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen en mee kunnen doen in de samenleving. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wmo en organiseren lokaal de toegang tot voorzieningen, zoals begeleiding, huishoudelijke ondersteuning, hulpmiddelen en woon - en vervoersvoorzieningen.

De wijze waarop gemeenten deze toegang organiseren beïnvloedt in belangrijke mate wie ondersteuning ontvangt, hoe snel dit gebeurt en onder welke voorwaarden. Daarmee raakt de inrichting van de toegang direct aan de feitelijke toegankelijkheid, de ervaren rechtvaardigheid van besluitvorming en de ontwikkeling van kosten binnen de Wmo. Een zorgvuldig functionerende toegang veronderstelt dat inwoners weten waar zij zich kunnen melden, dat zij binnen redelijke termijn duidelijkheid krijgen over hun aanvraag en dat de toegekende ondersteuning aansluit bij hun ondersteuningsbehoefte. De inrichting van de toegang heeft daarmee zowel maatschappelijke als financiële betekenis. Dit brengt een spanningsveld met zich mee tussen toegankelijkheid, rechtmatigheid en betaalbaarheid. Landelijk staan gemeenten onder druk door stijgende Wmo-uitgaven en een toenemende complexiteit van ondersteuningsvragen. Dit vergroot het belang van inzicht in de werking en sturing van de toegang. Daarnaast is er landelijk nog weinig duidelijkheid over hoe inwoners de toegang tot Wmo-voorzieningen ervaren. In een metadossier en meta-analyse van de Vereniging van Rekenkamers (juni 2025) wordt geconcludeerd dat er geen eenduidig beeld bestaat van de tevredenheid van cliënten over de toegang tot Wmo-voorzieningen Ook in Stichtse Vecht zijn vragen gesteld over de werking van de toegang.

De Adviesraad Sociaal Domein vroeg in 2022 aandacht voor knelpunten bij de toegang tot meervoudige Wmo-voorzieningen. Inwoners gaven aan dat het aanvragen van meerdere voorzieningen gepaard ging met veel inspanningen en administratieve lasten, en noemden onder meer versnipperde informatie, beperkte bereikbaarheid en wisselende contactpersonen als belemmeringen. Tegen deze achtergrond heeft de Rekenkamer Stichtse Vecht AEF gevraagd onderzoek te doen naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de toegang tot de Wmo maatwerkvoorzieningen in de gemeente. Het onderzoek richt zich op de vraag in hoeverre de toegang bijdraagt aan het realiseren van beleidsdoelen en in hoeverre de gemeente beschikt over voldoende inzicht en sturingsmogelijkheden om ontwikkelingen in gebruik en kosten te kunnen duiden en beïnvloeden. 1.2 Probleemstelling en onderzoeksvragen De centrale onderzoeksvraag luidt: Welke conclusies kunnen worden getrokken over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de toegang tot de ambulante Wmo in de gemeente Stichtse Vecht, en tot welke aanbevelingen leidt dit? Deze hoofdvraag is uitgewerkt in de volgende deelvragen. Doeltreffendheid van de toegang 1. Bereik en doelgroep a. Hoe ontwikkelt het aantal cliënten en meldingen zich in de onderzoeksperiode? b. Hoe ziet de groep inwoners eruit die gebruik maakt van de Wmo (o.a.

demografische kenmerken en typen voorzieningen)? Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 10 van 53 c. In hoeverre bereikt de toegang de beoogde doelgroep? 2. Zorgvuldigheid en naleving van kaders a. Worden meldingen en aanvragen behandeld binnen de wettelijke en lokale termijnen? b. Worden wettelijke en lokale kaders (verordening, beleidsregels) in de praktijk toegepast? c. Hoe zijn klachten, bezwaren en herbeoordelingen georganiseerd en wat zeggen deze over de werking van de besluitvorming? 3. Passendheid en ervaringen a. In hoeverre ervaren cliënten dat de ondersteuning aansluit bij hun hulpvraag? b. Welke effecten ervaren cliënten van de toegekende ondersteuning? c. Hoe wordt de bejegening en het proces van toegang gewaardeerd? 4. Tijdigheid en beschikbaarheid a. Zijn er wachtlijsten en wachttijden, en hoe ontwikkelen deze zich? b. In welke mate wordt de wettelijke termijn tussen melding en beschikking gerealiseerd? c. Hoe verloopt de periode tussen beschikking en feitelijke start van ondersteuning? 5. Ondersteuning in het toegangsproces a. Is onafhankelijke cliëntondersteuning beschikbaar en hoe wordt deze benut? b. In hoeverre worden inwoners ondersteund bij het formuleren van hun hulpvraag? 6. Samenwerking: a.

Hoe verloopt de samenwerking tussen verschillende partijen? Waaronder: TIM, gemeente, cliëntondersteuning, evt. andere partijen die Wmo aanbod uitvoeren. Doelmatigheid en sturing 7. Kosten: a. Wat zijn de kosten voor huidige uitvoering van de toegang? En hoe ontwikkelen deze zich in de onderzoeksperiode. b. Wordt gekeken of een lichtere, goedkopere of meer preventieve voorziening passend is, voordat duurdere maatwerkvoorzieningen worden ingezet? 8. Sturing en informatiepositie a. Is de gemeenteraad in de positie om op basis van monitorings- en sturingsinformatie adequaat te kunnen sturen op de kwaliteit van de toegang tot de Wmo? 1.3 Afbakening van het onderzoek De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) legt de verantwoordelijkheid voor maatschappelijke ondersteuning bij gemeenten. Gemeenten werken deze wettelijke opdracht lokaal uit in een Wmo-verordening en bijbehorende beleidsregels. Hierin is vastgelegd welke vormen van ondersteuning worden geboden, onder welke voorwaarden inwoners hiervoor in aanmerking komen en hoe het toegangsproces is ingericht. In Stichtse Vecht zijn Wmo en Jeugdhulp gecombineerd in één verordening. Het huidige onderzoek richt zich uitsluitend op de toegang tot ondersteuning vanuit de Wmo. De toegang tot jeugdhulp maakt geen onderdeel uit van dit onderzoek.

Waar in rapportages gegevens over Wmo en Jeugd gecombineerd worden gepresenteerd (bijvoorbeeld bij TIM Stichtse Vecht), wordt dit expliciet benoemd. Binnen de Wmo wordt onderscheid gemaakt tussen algemene voorzieningen (vrij toegankelijk , zonder beschikking) en maatwerkvoorzieningen (toekenning na individuele beoordeling). Dit onderzoek richt zich primair op de toegang tot ambulante maatwerkvoorzieningen, zoals begeleiding, huishoudelijke ondersteuning, hulpmiddelen en woon- en vervoersvoorzieningen. Intramurale zorg en beschermd wonen vallen buiten de scope, tenzij deze direct relevant zijn voor de werking van de toegang. Het onderzoek richt zich op de periode 2022–2025. Waar relevant worden ontwikkelingen uit eerdere jaren betrokken ter duiding van trends. De gemeente werkt toe naar een herinrichting van de toegang per 2027. De beoordeling van deze toekomstige inrichting valt buiten de scope van dit onderzoek. Wel wordt de voorgenomen herinrichting betrokken als context bij de duiding van bevindingen. Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Tot slot geldt dat niet alle gevraagde kwantitatieve gegevens beschikbaar waren of in de gewenste vorm konden worden aangeleverd.

Waar gegevens ontbreken of beperkt vergelijkbaar zijn, wordt dit in de betreffende hoofdstukken benoemd en betrokken bij de duiding van de conclusies. 1.4 | Aanpak van het onderzoek Om de onderzoeksvragen te beantwoorden is gebruikgemaakt van een combinatie van documentanalyse, kwantitatieve data-analyse en gesprekken met betrokkenen. 1.4.1 | Documentenstudie Samen met de Rekenkamercommissie en de gemeente hebben we vastgesteld welke documenten relevant zijn voor dit onderzoek. Het gaat onder meer om: • | Wettelijke en lokale kaders (Wmo 2015, verordening Wmo en Jeugdhulp Stichtse Vecht, beleidsregels); • | Beleidsdocumenten en strategische notities over de toegang en de voorgenomen herinrichting; • | Rapportages en adviezen, waaronder jaarverslagen van TIM Stichtse Vecht, stukken van de Adviesraad Sociaal Domein en externe onderzoeken; • | Beschikbare cliëntervaringsonderzoeken (CEO) en andere (interne) evaluaties; • | Cijfermatige informatie over meldingen, cliënten, wachttijden, wachtlijsten, klachten, bezwaren en kosten. De documenten zijn systematisch geanalyseerd op relevantie voor de onderzoeksvragen. Waar nodig zijn aanvullende stukken opgevraagd. 1.4.2 | Analyse van kwantitatieve gegevens De gemeente heeft gegevens aangeleverd over onder meer: • | Aantallen meldingen en cliënten, per type voorziening.

• | Wachttijden en wachtlijsten; • | Doorlooptijden binnen het proces; • | Klachten en bezwaren; • | Kostenontwikkeling; • | Uitkomsten van cliëntervaringsonderzoek (CEO) voor 2023 en 2024. Met betrekking tot gegevens van TIM SV is aangeleverd: • | Aantallen clienten Wmo (geen uitsplitsing naar type voorziening/indicatie) • | Aantallen meldingen en verwijzingen naar het voorveld, gecombineerd voor 18- en 18+ (Jeugd en Wmo) • | Wachtlijst en wachttijdcategorieën voor cliënten 18+ bij het wijkteam. • | Klachten en bezwaren, gecombineerd voor 18- en 18+ (Jeugd en Wmo samen) • | Uitkomsten van cliëntervaringsonderzoek (CEO) voor 2022 en 2023 De analyse van deze gegevens had een beschrijvend karakter. Er is gewerkt met: • | Ontwikkelingen in aantallen over de tijd (trendanalyses); • | Verhoudingscijfers (bijvoorbeeld per 1.000 inwoners); • | Gemiddelden en percentages; • | Vergelijkingen tussen jaren en waar mogelijk met landelijke cijfers. De aard en omvang van de beschikbare data maakten geen statistische toetsing mogelijk | of niet passend, bijvoorbeeld omdat er geen ruwe data zijn aangeleverd of het bij sommige indicatoren om relatief kleine aantallen ging (bijvoorbeeld bij bezwaren).

Daarnaast waren in het geval van cijfers met betrekking tot Wmo begeleiding vanuit TIM Stichtse Vecht (TIM SV), verschillende gegevens niet volledig (geregistreerd) en/of gecombineerd gepresenteerd voor Wmo en Jeugd. De analyse is daarom gericht op het identificeren van patronen, ontwikkelingen en onderlinge verhoudingen. Waar verschillen worden benoemd, betreft dit feitelijke verschillen in percentages of aantallen, zonder dat uitspraken worden gedaan over statistische significantie. Pagina 11 van 53 Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 12 van 53 Beperkingen in beschikbaarheid, vergelijkbaarheid of definities van data zijn in de betreffende hoofdstukken expliciet benoemd en betrokken bij de duiding van bevindingen. Daarbij geldt dat beschikbaarheid van gegevens niet automatisch betekent dat ook sprake is van sturingsinzicht. Voor dit onderzoek is daarom niet alleen gekeken of gegevens aanwezig zijn, maar ook of zij voldoende eenduidig, Wmo-specifiek en trendmatig vergelijkbaar zijn om uitspraken te kunnen doen over bereik, tijdigheid, gebruik en kostenontwikkeling.

1.4.3 Gesprekken met betrokken professionals Er zijn semigestructureerde gesprekken gevoerd met professionals die betrokken zijn bij de toegang tot de Wmo, waaronder: • Medewerkers van de gemeentelijke toegang en TIM Stichtse Vecht; • Beleidsmedewerkers en financiële adviseurs; • Onafhankelijke cliëntondersteuners; • Samenwerkingspartners en aanbieders; • De portefeuillehouder Wmo. De gesprekken hadden als doel om bevindingen uit documenten en data te toetsen en te duiden, en om ervaringen en knelpunten vanuit de uitvoeringspraktijk op te halen. Waar relevant zijn groepsgesprekken gehouden, zodat patronen en verschillen gezamenlijk konden worden geduid. Van alle gesprekken zijn gespreksverslagen opgesteld en ter verificatie voorgelegd aan de gesprekspartners. 1.4.4 Perspectief van inwoners Het perspectief van inwoners is betrokken via gesprekken met vertegenwoordigers, waaronder de Adviesraad Sociaal Domein en het Platform Gehandicapten Stichtse Vecht. Daarnaast zijn enkele korte gesprekken gevoerd met inwoners met recente ervaring met de toegang, inwoners zonder recente ervaring en inwoners die hun naasten ondersteunden bij een aanvraag. Deze korte gesprekken kwamen tot stand via o.a. het Platform Gehandicapten Stichtse Vecht.

Daarnaast hebben de onderzoekers een locatiebezoek gebracht aan een buurthuis in Nieuwe Ter Aa en hebben zij een straatonderzoek gehouden in winkelcentrum Bisonspoor in Maarssenbroek. Ook is geprobeerd een locatiebezoek tot stand te brengen in samenwerking met de bibliotheek in Maarssenbroek tijdens het inloopspreekuur. Dit is niet gelukt. In totaal is met 24 inwoners gesproken, waarvan zeven inwoners gebruik maakten van de Wmo. Drie andere inwoners hebben naasten en/of buren ondersteund bij het doen van een Wmo aanvraag. De gesprekken met inwoners hadden een verkennend karakter en zijn niet bedoeld als representatief onderzoek. Zij dienen ter illustratie en verdieping van bevindingen uit data en documenten. 1.4.5 Sessie met de raadscommissie Met leden van de raadscommissie Sociaal Domein is gesproken over de informatievoorziening rondom de toegang en de mogelijkheden voor sturing. In deze sessie zijn eerste beelden teruggelegd en is gereflecteerd op de rol van de raad in relatie tot doelmatigheid en kwaliteit van de toegang. 1.5 Leeswijzer Dit rapport is als volgt opgebouwd. • Hoofdstuk 2 beschrijft het beleids- en juridische kader waarbinnen de toegang tot de Wmo in Stichtse Vecht functioneert. Hierin wordt ingegaan op de beleidsdoelen, de verordening en de organisatorische inrichting van de toegang.

Daarnaast bevat dit hoofdstuk ook een feitelijke beschrijving van de ontwikkeling van meldingen, cliënten, gebruik van voorzieningen en kosten. Ook wordt, waar mogelijk, een vergelijking gemaakt met landelijke cijfers en vergelijkbare gemeenten. Dit hoofdstuk vormt de kwantitatieve basis voor de verdere analyse. • Hoofdstuk 3 analyseert de doeltreffendheid van de toegang. Daarbij wordt ingegaan op bereik en laagdrempeligheid, zorgvuldigheid en consistentie van besluitvorming, passendheid van Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 13 van 53 ondersteuning, tijdigheid en beschikbaarheid, en de ondersteuning van inwoners in het toegangsproces. • Hoofdstuk 4 richt zich op de doelmatigheid. In dit hoofdstuk wordt bezien in hoeverre de gemeente beschikt over voldoende informatie en sturingsmogelijkheden om ontwikkelingen in gebruik en kosten te beïnvloeden, en in hoeverre de raad in positie is om hierop te stur en. Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 14 van 53 2 Toegang Wmo in theorie In dit hoofdstuk beschrijven wij het formele kader waarbinnen de toegang tot de Wmo in Stichtse Vecht functioneert.

Wij gaan achtereenvolgens in op de beleidsdoelen en uitgangspunten, de juridische en financiële kaders, de organisatorische inrichting, de procesbeschrijving en enkele cijfermatige ontwikkelingen. Dit hoofdstuk vormt het referentiepunt voor de analyse van de uitvoeringspraktijk in de daaropvolgende hoofdstukken. 2.1 Wat wil Stichtse Vecht bereiken met de Wmo? 2.1.1 Beleidsdoelen De ambitie van de gemeente is in de afgelopen jaren verschoven. Waar in de periode na de transitie in 2015 vooral aandacht uitging naar het op orde krijgen van de basis, staat inmiddels de transformatie centraal: het daadwerkelijk kantelen van zorg en ondersteuning. Stichtse Vecht heeft nu binnen het sociaal domein als overkoepelende ambitie dat iedereen mee kan doen en erbij hoort. De beleidsdoelen binnen de Wmo sluiten daarbij aan en richten zich zowel op het waarborgen van passende ondersteuning voor inwoners als op het beheersbaar houden van de zorgkosten op de lange termijn. In de onderzochte periode zijn verschillende beleidswijzigingen en/of aanscherpingen doorgevoerd. In samenhang laten wijzigingen in het Integraal Beleidskader Sociaal Domein (2022) en het Transformatieplan Wmo zien dat Stichtse Vecht stuurt op een verschuiving van individuele maatwerkvoorzieningen naar voorliggende, collectieve en informele vormen van ondersteuning.

In het beleid benadrukt de gemeente het belang van preventie, normalisatie en het organiseren van ondersteuning “zo vroeg, zo licht en zo dicht mogelijk” bij inwoners. Uitgangspunten als voorkomen is beter, samen redzaam en verdraagzaam, iedereen doet mee en thuis en dichtbij veronderstellen dat inwoners eerst worden ondersteund via eigen netwerk, informele hulp en collectieve of algemene voorzieningen, voordat een beroep wordt gedaan op individuele maatwerkvoorzieningen. Deze koers sluit aan bij landelijke bewegingen, waaronder het Integraal Zorgakkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en recenter ook het Aanvullend Zorg - en Welzijnsakkoord (AZWA). In deze akkoorden staan preventie, versterking van de sociale basis en een betere verbinding tussen zorg en sociaal domein centraal. In relatie tot deze beleidsdoelen is voor Stichtse Vecht is de werking van het voorveld een randvoorwaarde voor het functioneren van de toegang: als het voorveld onvoldoende toegankelijk of draagkrachtig is, komt er extra druk op de formele toegang en bij maatwerk. Met onder andere de oprichting van het Informatie- en Adviespunt VIA (mei 2025) beoogt de gemeente de laagdrempelige toegang en ondersteuning in het voorveld te versterken. De gemeente verwacht dat dit op termijn leidt tot minder instroom bij het gemeentelijk loket en bij TIM Stichtse Vecht.

De gemeente monitort de resultaten van VIA en andere maatregelen uit de deze bestuursopdracht voorveld; concrete uitkomsten zijn op dit moment nog niet beschikbaar. Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 15 van 53 2.1.2 Juridische en financiële kaders uit de verordening De gemeente heeft haar beleidsmatige uitgangspunten juridisch verankerd in de Verordening Wmo en Jeugdhulp Stichtse Vecht. De verordening concretiseert onder welke voorwaarden inwoners in aanmerking komen voor ondersteuning en welke financiële kaders daarbij gelden. Voor huishoudelijke ondersteuning werkt de gemeente resultaatgericht. De maatwerkvoorziening moet leiden tot een schoon en leefbaar huis, schone kleding en beddengoed, voldoende goederen voor primaire levensbehoeften, zorg voor thuiswonende kinderen en een gestructureerd huishouden. De verordening formuleert daarmee geen uren- of inspanningsverplichting, maar een te bereiken resultaat. Dit kader bepaalt zowel de inhoud als de omvang van de toe te kennen voorziening en legt de nadruk op het effect van ondersteuning in plaats van op de inzet ervan. De verordening bevat ook bepalingen over de eigen bijdrage. Als uitgangspunt geldt het landelijke abonnementstarief voor maatwerkvoorzieningen (via het CAK).

Binnen die kaders maakt Stichtse Vecht aanvullende keuzes: voor begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf, belegd bij TIM Stichtse Vecht, geldt geen eigen bijdrage. Voor het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) geldt geen abonnementstarief, maar een gereduceerde ritbijdrage per kilometer. Deze keuzes verlagen de financiële drempel voor met name participatiegerichte en ondersteunende voorzieningen en sluiten aan bij de beleidslijn om ondersteuning laagdrempelig te organiseren. Tegelijkertijd beperkt het afzien van eigen bijdragen bij deze voorzieningen de mogelijkheid om via financiële prikkels op gebruik te sturen; de financiële consequenties werken daarmee direct door in het gemeentelijk uitgavenniveau. Ook het persoonsgebonden budget (PGB) is in de verordening nader uitgewerkt. De hoogte van het budget is afhankelijk van de vraag of de ondersteuning formeel of informeel wordt geleverd. Daarmee concretiseert de gemeente de voorwaarden waaronder inwoners zelf regie voeren over de organisatie van ondersteuning. De verordening bevat daarnaast bepalingen over eigen kracht, gebruikelijke hulp, voorliggende voorzieningen en weigeringsgronden. Deze bepalingen vormen het juridische toetsingskader voor de toegang. Zij bepalen in welke gevallen een maatwerkvoorziening aan de orde is en wanneer de gemeente een aanvraag kan of moet afwijzen.

De verordening geeft daarmee een juridische basis aan de beleidslijn om maatwerk pas in te zetten wanneer eigen kracht, het netwerk en algemene voorzieningen ontoereikend zijn en stelt medewerkers in staat om aanvragen binnen dit kader te beoordelen en, indien nodig, af te wijzen. FIGUUR 1. TIJDLIJN RECENTE BELEIDSWIJZIGINGEN MET BETREKKING TOT DE WMO IN STICHTSE VECHT Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 16 van 53 2.1.3 Wijzigingen in de verordening De gemeenteraad heeft op 28 januari 2025 een nieuwe versie van de Verordening Wmo en Jeugdhulp vastgesteld. Deze verordening vervangt de versie uit 2022 en bevat op meerdere onderdelen inhoudelijke en procedurele aanscherpingen. Met deze wijzigingen heeft de gemeente bestaande praktijk verduidelijkt en op onderdelen juridisch explicieter vastgelegd. De aanpassingen betreffen in de eerste plaats de juridische en financiële kaders. De berekeningswijze van het persoonsgebonden budget is expliciet opgenomen en diverse vergoedingen en bijdragen zijn geactualiseerd, waaronder de kilometervergoeding voor eigen vervoer. Tevens is bevestigd dat voor bepaalde voorzieningen, zoals begeleiding, dagbesteding en rolstoelen, geen eigen bijdrage geldt.

Hiermee heeft de gemeente haar keuzes binnen de landelijke kaders verduidelijkt en de uitvoeringspraktijk nader genormeerd. Daarnaast heeft de gemeente de toegangsprocedures aangescherpt. De verordening schrijft voor dat altijd een formele beschikking wordt afgegeven, ook wanneer ondersteuning in overleg tot stand komt. Tevens biedt de verordening de mogelijkheid om indicaties voor onbepaalde tijd te verstrekken bij een blijvende ondersteuningsbehoefte, met uitzondering van persoonsgebonden budgetten. Deze wijziging verkleint de belasting voor inwoners met een stabiele en duurzame ondersteuningsvraag. Tegelijkertijd vraagt zij o m een zorgvuldige beoordeling aan de voorkant van het proces en om een adequaat systeem voor periodieke toetsing. Zonder dergelijke waarborgen bestaat het risico dat ondersteuning langer doorloopt dan noodzakelijk, met mogelijke gevolgen voor de kostenontwikkeling. De verordening verduidelijkt daarnaast diverse inhoudelijke begrippen. Zo werkt de gemeente de reikwijdte van gebruikelijke hulp en eigen kracht nader uit, specificeert zij weigeringsgronden en verduidelijkt zij de definitie van algemeen gebruikelijke voorzieningen. Hiermee verkleint de gemeente de beoordelingsruimte in individuele casuïstiek en beoogt zij de rechtsgelijkheid en voorspelbaarheid van besluiten te vergroten.

2.2 Organisatorische inrichting en rolverdeling Gemeenten hebben beleidsvrijheid bij de inrichting van de Wmo-toegang. Zij kunnen taken binnen de eigen organisatie beleggen of (gedeeltelijk) onderbrengen bij externe partijen. Stichtse Vecht werkt sinds 2022 met twee afzonderlijke loketten. TIM Stichtse Vecht verzorgt de toegang tot Wmo-begeleiding en jeugdhulp. Het gemeentelijk loket behandelt meldingen voor overige Wmo-voorzieningen, zoals huishoudelijke hulp, hulpmiddelen en woon- en vervoersvoorzieningen. De plek waar inwoners zich melden, hangt daarm ee samen met de aard van hun ondersteuningsvraag. Naast deze formele loketten maakt ook het voorveld (ook wel bekend als nulde lijns- of preventieve zorg) onderdeel uit van het bredere toegangslandschap. In dit rapport verstaan wij daaronder het geheel van vrij toegankelijke, algemene en informele ondersteuning in de sociale basis, waaronder informatie en advies, welzijn, vrijwillige inzet, mantelzorgondersteuning en andere laagdrempelige voorzieningen. Inwoners kunnen in het voorveld ondersteuning ontvangen zonder dat direct een maatwerkvoorziening wordt ingezet. Partners in de sociale basis en de eerstelijnszorg vervullen een rol in vroegsignalering, ondersteuning en doorverwijzing. Het functioneren van de toegang hangt daarmee niet uitsluitend samen met de formele loketten, maar ook met de werking van het voorliggende veld.

Het voorveld is onderdeel van het ondersteuningslandschap. Deze bestaat uit inwonersinitiatieven, informele ondersteuning (zoals vrijwilligerswerk) en formele ondersteuning (zoals welzijnswerk en maatschappelijk werk). Met de bestuursopdracht voorveld en de afbouw van TIM SV richting 2027 blijft het voorveld in Stichtse Vecht in ontwikkeling. In de beschikbare stukken ontbreekt daarom op dit moment nog een volledig en consistent beeld van de omvang, capaciteit, het bereik en de cliëntstromen binnen dit deel van het stelsel. Dit onderzoek gaat daarom ook niet in op hoeveel inwoners uiteindelijk in het voorveld worden geholpen, hoeveel capaciteit daarmee gemoeid is en in welke mate verschuivingen vanuit de formele toegang daar daadwerkelijk landen. Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 17 van 53 2.2.1 Gemeentelijk loket: organisatie en formatie Het gemeentelijk Wmo-loket fungeert als toegangspunt voor voorzieningen zoals huishoudelijke hulp, hulpmiddelen (o.a. rolstoel), woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen. Het loket is verantwoordelijk voor de ontvangst van meldingen, het uitvoeren van onderzoek, het nemen van besluiten en het beheren van wachtlijsten binnen deze domeinen.

De gemeente werkt met een centraal georganiseerd team van Wmo-consulenten dat meldingen uit alle kernen van Stichtse Vecht behandelt. Consulenten geven aan dat zij in beginsel alle typen meldingen oppakken, ongeacht woonkern of soort voorziening. De organisatie stuurt daarmee niet op inhoudelijke specialisatie per kern of voorziening, maar op gezamenlijke verantwoordelijkheid binnen het team. In 2025 bestond het team uit 7,9 fte, waarvan negen HBO-geschoolde consulenten en de kwaliteitscoördinator. Uit gesprekken blijkt dat het team overwegend ervaren is en dat het verloop en ziekteverzuim beperkt zijn. Deze stabiliteit draagt bij aan continuïteit in de uitvoering. 2.2.2 TIM Stichtse Vecht: organisatie en formatie TIM Stichtse Vecht (SV) voert sinds 2022 de Wmo-begeleiding en jeugdhulp, inclusief de toegang tot deze voorzieningen. De gemeente heeft deze taken belegd bij een consortium onder leiding van Stichting Timon(hoofdaannemer), in samenwerking met Incluzio en andere onderaannemers. TIM SV vervult daarmee de rol van poortwachter voor maatwerkvoorzieningen op het gebied van begeleiding en jeugd, waaronder vraagverheldering, onderzoek, indicatiestelling en casusregie. De organisatie staat onder leiding van een programmadirecteur, die zowel het specialistisch team als de staf aanstuurt.

Binnen TIM wordt als het Wmo betreft onderscheid gemaakt in begeleiding door het wijkteam en door onderaannemers. De wijkteams verzorgen de eerstelijnsondersteuning voor Wmo- begeleiding en jeugdhulp; Incluzio is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze functie . Binnen het domein Jeugd is daarnaast ook een specialistisch team werkzaam, bestaande uit medewerkers van Stichting Timon, ondersteunt bij complexe casuïstiek en voert zelf zwaardere vormen van begeleiding en behandeling uit. Dit valt echter buiten scope van dit onderzoek. Per 1 juli 2025 werkt TIM met drie functionele teams: een team Toegang, een team Jeugd en een team Wmo. Daarmee heeft de organisatie de interne taakverdeling verder gestructureerd langs inhoudelijke lijnen Uit de halfjaarrapportage 2025 blijkt dat de wijkteams per 30 juni 2025 bestaan uit 53,5 fte, waarvan 43,39 fte in loondienst en 10,11 fte inleen. Het team Toegang 18+ (waar Wmo-begeleiding onder valt) bestaat uit circa 6 fte. Het verzuim onder medewerkers in loondienst bedraagt in het eerste halfjaar van 2025 gemiddeld circa 14 procent. TIM werkt daarnaast samen met diverse specialistische partners voor aanvullende ondersteuning. De toegang voor begeleiding en jeugd kent daarmee een gelaagde structuur, waarin uitvoering, specialistische inzet en externe samenwerking met elkaar zijn verweven.

2.2.3 Toekomstige herinrichting De inrichting van de toegang is in ontwikkeling. In juli 2025 heeft het college besloten om de toegangstaken voor Wmo-begeleiding en jeugdhulp per 1 januari 2027 volledig onder te brengen binnen de gemeentelijke organisatie. Daarmee eindigt het hybride model met TIM Stichtse Vecht na 5 jaar. Uit gesprekken en onderliggende stukken1 komt naar voren dat deze keuze samenhangt met ervaren knelpunten in sturing, grip en rolverdeling binnen het huidige model. De constructie met een externe uitvoerder creëert afstand tussen beleid en uitvoering en beperkt de mogelijkheden om direct te stur en op kwaliteit, capaciteit, resultaten en financiën. Tegelijkertijd staat deze keuze niet op zichzelf. Ook bredere landelijke en regionale ontwikkelingen spelen hierbij een rol. Zo volgt uit de Hervormingsagenda Jeugd een verdere formalisering van regionale samenwerking, waaronder de vorming van een gemeenschappelijke regeling en de 1 Berenschot (2025), Herinrichting van de toegang. Gemeente Stichtse Vecht Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 18 van 53 ontwikkeling naar meer gezamenlijke inkoop van specialistische jeugdhulp in Utrecht West 2.

Tegen die achtergrond heeft Stichtse Vecht voor een model gekozen waarin zij het eigenaarschap over de toegang weer rechtstreeks belegt binnen de eigen organisatie. DE HERINRICHTING VAN DE TOEGANG IS PROGRAMMATISCH OPGEZET Uit gesprekken met betrokken projectleiders blijkt dat de herinrichting van de toegang wordt voorbereid via meerdere parallelle werksporen. Deze richten zich onder meer op de inrichting van de nieuwe organisatie, de werving van medewerkers, de keuze en inrichting van een nieuw registratiesysteem en de voorbereiding van een gefaseerde overgang van taken. De gemeente onderzoekt daarbij hoe meldingen en herindicaties stapsgewijs kunnen worden overgenomen voordat de nieuwe toegang volledig operationeel wordt. Het doel hiervan is om werkwijzen tijdig te stabiliseren en risico’s rond de overgang te beperken. VOORVELD KRIJGT EEN GROTERE ROL IN HET TOEKOMSTIGE MODEL In het beoogde model voert de gemeente zelf het onderzoek, de indicatiestelling en de besluitvorming uit voor maatwerkvoorzieningen. Lichtere vormen van ondersteuning worden nadrukkelijker in het voorveld georganiseerd. Het informatie- en adviespunt VIA krijgt hierin een rol als eerste toegang waar inwoners worden geholpen bij het vinden van passende ondersteuning in het voorliggende veld of, indien nodig, bij de gemeentelijke toegang.

Deze inrichting sluit aan bij de bredere beleidslijn in Stichtse Vecht om ondersteuning zo vroeg, zo licht en zo dichtbij mogelijk te organiseren. Tegelijkertijd maakt dit de werking van het voorveld een belangrijke randvoorwaarde voor het functioneren van de toekomstige toegang. Juist daar is het beeld op dit moment nog beperkt. VIA is in 2025 gestart en ontwikkelt zich nog. Op dit moment is dan ook nog niet goed vast te stellen in welke mate lichtere hulpvragen daadwerkelijk buiten de formele toegang word en opgevangen. BEPERKTE DATA EN ONZEKERHEID OVER DOORVERWIJZINGEN VORMEN AANDACHTSPUNTEN In de gesprekken wordt benadrukt dat het ontwerp van de nieuwe toegang wordt bemoeilijkt door beperkte beschikbaarheid van consistente gegevens van TIM SV over instroom, afwijzingen en doorverwijzingen. Hierdoor is slechts beperkt inzichtelijk welk deel van de huidige cliënten daadwerkelijk met lichtere ondersteuning in het voorveld geholpen kan worden. Ook binnen de uitvoering bestaan hierover verschillende verwachtingen. Dit maakt het moeilijk om vooraf goed te bepalen hoe groot de toekomstige gemeentelijke toegang moet zijn en hoeveel druk op het voorveld kan worden verwacht. BESTUURLIJKE BESLUITVORMING EN ZORGCONTINUÏTEIT ZIJN KRITISCHE RANDVOORWAARDEN Gesprekspartners wijzen daarnaast op het belang van tijdige bestuurlijke besluitvorming over de inrichting van de overgang.

Keuzes over contracten, verantwoordelijkheden en financiële afspraken beïnvloeden direct hoe en wanneer taken kunnen worden overgedragen. Tegelijkertijd wordt zorgcontinuïteit voor inwoners nadrukkelijk als uitgangspunt genoemd. De gemeente onderzoekt hoe herindicaties en lopende ondersteuning zo kunnen worden georganiseerd dat inwoners zo min mogelijk gevolgen ervaren van de organisatorische verandering. INRICHTING VAN DE TOEKOMSTIGE TOEGANG BEÏNVLOEDT STURING EN INFORMATIEPOSITIE De voorgenomen herinrichting verandert de organisatorische positie van de toegang en daarmee ook de mogelijkheden voor sturing. Wanneer de toegang weer volledig binnen de gemeentelijke organisatie wordt uitgevoerd, ontstaat meer directe invloed op processen, registraties en informatievoorziening. Tegelijkertijd laten de gesprekken zien dat de informatiepositie momenteel nog beperkt is, met name waar het gaat om instroom, doorverwijzingen en de werking van het voorveld.

De mate waarin deze informatie in 2 Gemeenten regio Utrecht West (2025), Regiovisie Jeugdhulp en Wmo Utrecht West Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 19 van 53 de nieuwe situatie beschikbaar komt, is daarmee van belang voor zowel de sturing binnen de organisatie als voor het inzicht van de gemeenteraad in het functioneren van de toegang. 2.3 Procesinrichting De toegang tot Wmo-voorzieningen verloopt via twee loketten. Hoewel de uitvoering bij verschillende organisaties ligt, volgen beide routes in de kern een vergelijkbaar proces: melding, onderzoek, beoordeling en besluitvorming. De verschillen zitten primair in de organisatorische inbedding en schaal van uitvoering. De procesinrichting bepaalt in belangrijke mate hoe toegankelijk, zorgvuldig en tijdig ondersteuning tot stand komt. In deze paragraaf beschrijven wij de feitelijke werkwijze. In hoofdstuk 4 bezien wij in hoeverre deze inrichting bijdraagt aan de beoogde doeltreffendheid. Hieronder beschrijven we eerst het proces van de gemeentelijke toegang. Daarna volgt de werkwijze van TIM Stichtse Vecht. 2.3.1 Proces gemeentelijk loket Op basis van beschikbare documentatie en gesprekken met betrokken medewerkers is het proces van de gemeentelijke toegang tot de Wmo als volgt te beschrijven.

DIGITALE MELDING IS HET PRIMAIRE STARTPUNT VAN DE TOEGANG De gemeente heeft de toegang tot de Wmo zo ingericht dat inwoners hun hulpvraag in beginsel digitaal melden via de gemeentelijke website. Op de website worden inwoners per onderwerp door een aantal stappen geleid die helpen om de hulpvraag te verhelderen. Daarbij wordt ook gewezen op mogelijkheden om ondersteuning zelf te organiseren, via het netwerk of via algemene voorzieningen. Naast de digitale route kunnen inwoners ook een melding doen via e-mail of telefonisch via het Klantcontactcentrum (KCC). Een melding kan door de inwoner zelf worden gedaan, maar ook door iemand uit het netwerk of een professional, mits de inwoner hiervan op de hoogte is en daarmee instemt. In de praktijk komt het daarnaast voor dat inwoners rechtstreeks contact opnemen met een Wmo -consulent, bijvoorbeeld naar aanleiding van een eerder indicatietraject of via contactgegevens die zij eerder hebben ontvangen. In dergelijke gevallen helpt de consulent de inwoner bij het doen van een formele melding, zodat de vraag alsnog via de reguliere procedure in behandeling kan worden genomen. EERSTE TRIAGE VINDT PLAATS BIJ REGISTRATIE VAN DE MELDING Binnengekomen meldingen worden geregistreerd door de Wmo-administratie. Daarbij vindt een eerste beoordeling plaats of de vraag daadwerkelijk onder de Wmo valt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/3254/documents/67518