CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Rekenkamerrapport Toegang Wmo Stichtse Vecht met bestuurlijke reactie_Geredigeerd

Commissie Bestuur en Financiën en Sociaal Domein 13 oktober 2026, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 4.: Rekenkamerrapport - Toegang Wmo Stichtse Vecht21.002 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Ook de onderzoeksfase (melding– aanvraag) is sinds 2022 verkort en ligt bij de meeste voorzieningen onder of rond de norm van zes weken. Voor inwoners bepaalt echter vooral de periode na beschikking hoe tijdig ondersteuning daadwerkelijk Voor inwoners is echter vooral van belang hoe snel ondersteuning na de beschikking daadwerkelijk van start gaat. Juist daar blijft de situatie kwetsbaar. De wachttijd tot start van ondersteuning blijft in meerdere jaren aanzienlijk, met name bij huishoudelijke hulp en hulpmiddelen. De centrale wachtlijst heeft de omvang van de wachtlijst voor huishoudelijke hulp wel sterk teruggebracht, maar de feitelijke st art van ondersteuning blijft afhankelijk van uitvoeringscapaciteit. Voor Wmo-begeleiding via TIM wijzen ervaringscijfers en signalen uit gesprekken op langere en minder voorspelbare trajecten, maar geven de cijfers aan dat in het geval er wachttijd is tot start van begeleiding door het wijkteam cliënten minder dan 3 maanden wachten. De formele toegang functioneert daarmee beter dan voorheen, maar de feitelijke beschikbaarheid van ondersteuning beperkt nog steeds de doeltreffendheid. De ondersteuning van inwoners in het toegangsproces is formeel geregeld, maar beperkt zichtbaar in de praktijk.

De bekendheid met onafhankelijke cliëntondersteuning blijft bij een minderheid van de cliënten en verwijzingen daarnaar zijn niet overal eenduidig en volledig. In samenhang met signalen over systeemvaardigheid roept dit de vraag op in hoeverre minder mondige inwoners voldoende ondersteuning ontvangen bij het formuleren en onderbouwen van hun hulpvraag. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet worden vastgesteld dat inwoners tekortkomen in hun rechtspositie, maar evenmin dat het ondersteuningsaanbod in gelijke mate wordt benut door verschillende groepen. In samenhang bezien ontstaat daarmee een genuanceerd en deels onvolledig beeld van de doeltreffendheid. De toegang functioneert aantoonbaar voor de groep inwoners die ondersteuning ontvangt en is procedureel geborgd. Tegelijkertijd ontbreekt structureel inzicht in onderbereik, afhakers en verschillen tussen groepen inwoners. De doeltreffendheid van de toegang kan daardoor vooral worden beoordeeld op basis van ervaringen van gebruikers, en in mindere mate op basis van een integraal beeld van wie wel en niet wordt bereikt en hoe de toegang in de praktijk uitwerkt voor minder systeemvaardige inwoners.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 45 van 53 4.2 Verklaring voor kostenstijging De stijging van de Wmo-uitgaven vanaf 2022 kent verschillende oorzaken. Op basis van de beschikbare gegevens zijn drie verklaringsrichtingen zichtbaar: wijzigingen in de organisatie van de toegang, ontwikkelingen in het aantal cliënten (volume) en stijgende kosten per cliënt binnen afzonderli jke voorzieningen. 4.2.1 Herinrichting van de toegang in 2022 Een deel van de stijging hangt samen met de herinrichting van de toegang in 2022, waarbij taken op het gebied van Wmo-begeleiding zijn ondergebracht bij TIM Stichtse Vecht. In 2022 is een duidelijke piek zichtbaar in de uitgaven voor Wmo-begeleiding. De kosten stijgen van circa € 2,5 miljoen in 2020 en € 2,8 miljoen in 2021 naar ruim € 4 miljoen in 2022. In 2023 dalen deze uitgaven weer naar circa € 2,6 miljoen, waarna zij in 2024 stijgen naar circa € 3,4 miljoen. Dit patroon wijst niet op een lineair structureel hoger niveau vanaf 2022, maar op een piek in het overgangsjaar, gevolgd door stabilisatie op een niveau dat hoger ligt dan vóór de herinrichting. Voor de piek in 2022 zijn meerdere mogelijke verklaringen. Deze kan samenhangen met implementatie - of frictiekosten in het overgangsjaar.

Daarnaast is vanuit de gemeentelijke organisatie aangegeven dat ook na-ijleffecten van corona en de overgang van casuïstiek vanuit Kwadraad naar het wijkteam van TIM Stichtse Vec ht hierbij een rol kunnen hebben gespeeld. Met de komst van de wijkteams bood Kwadraad geen individuele begeleiding vanuit het maatschappelijk werk meer, waardoor een deel van de caseload is overgeheveld naar het wijkteam. Op basis van de beschikbare gegevens is niet vast te stellen in welke mate deze verklaringen afzonderlijk hebben bijgedragen aan de piek in 2022, en welk deel van de stijging incidenteel dan wel structureel is. Inmiddels heeft de gemeente besloten om de toegang per 2027 opnieuw onder te brengen binnen de gemeentelijke organisatie. De eerdere herinrichting laat zien dat wijzigingen in de uitvoeringsstructuur gepaard kunnen gaan met tijdelijke kostenfluctuaties. Op basis van de beschikbare gegevens is niet vast te stellen in hoeverre ook sprake is van een blijvende verschuiving in het structurele kostenniveau. 4.2.2 Volumegroei: geen uniforme verklaring Een voor de hand liggende verklaring voor de stijging van de Wmo-uitgaven is een toename van het aantal cliënten. Sinds eind 2022 is het totaal aantal Wmo-gebruikers met circa 14 procent gestegen. Dit wijst op een bredere groei van het gebruik van voorzieningen. De ontwikkeling verschilt echter per voorziening.

Bij collectief vervoer is sprake van duidelijke volumegroei. Het aantal cliënten steeg van 936 naar 1.161 (circa +24 procent). In dezelfde periode namen de kosten toe van circa € 479.000 naar circa € 890.000. De sterkste volumegroei is zichtbaar bij gehandicaptenparkeerkaarten (GPK). Het aantal cliënten steeg van 590 naar 1.070 (circa +81 procent). Deze voorziening betreft echter een relatief lichte en vaak eenmalige verstrekking. De financiële impact hiervan is daardoor naar verwachting beperkter dan bij voorzieningen met doorlopende ondersteuning. Bij Wmo-begeleiding via TIM SV is eveneens sprake van volumegroei. Het aantal cliënten Wmo -begeleiding steeg van 842 in 2023 naar 1.442 in 2024, waarna het aantal in 2025 licht daalde naar 1.361 23. De uitgaven voor Wmo-begeleiding stegen tussen 2023 en 2024 minder sterk, van circa € 2,6 miljoen naar circa € 3,4 miljoen. Daarmee lijkt de kostenstijging bij Wmo-begeleiding in deze periode samen te hangen met volumegroei. Bij de voorziening waar de grootste kostenstijging zichtbaar is – huishoudelijke hulp – is de volumegroei juist beperkt. Het aantal cliënten nam tussen eind 2022 en eind 2024 toe met circa 3 procent. 23 Ten tijde van het onderzoek waren de gerealiseerde kosten voor 2025 nog niet gedeeld.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 46 van 53 De totale kostenstijging wordt gedeeltelijk verklaard door volumegroei. De ontwikkeling verschilt per voorziening en bij de grootste kostenpost is het gebruik nauwelijks toegenomen. 4.2.3 Stijgende kosten per cliënt spelen vooral bij voorzieningen via de gemeentelijke toegang Een belangrijk deel van de kostenstijging hangt samen met hogere kosten per cliënt. Bij huishoudelijke hulp stegen de uitgaven van circa € 3,4 miljoen in 2022 naar circa € 4,7 miljoen in 2024 (+36 procent), terwijl het aantal cliënten vrijwel stabiel bleef. Wanneer de kosten worden afgezet tegen het aantal cliënten (voor 2022: 1 januari 2023), stijgen de gemiddelde kosten per cliënt van circa € 2.584 naar circa € 3.402 (+32 procent). Ook bij collectief vervoer stijgen de kosten per cliënt. De totale kosten nemen toe van circa € 479.000 naar circa € 890.000 (+86 procent), terwijl het aantal cliënten met circa 24 procent stijgt. De gemiddelde kosten per cliënt stijgen daarmee van circa € 512 naar circa € 766 (+50 procent). Hoewel het bedrag per cliënt aanzienlijk lager ligt dan bij huishoudelijke hulp, is de relatieve stijging sterker. Bij Wmo-begeleiding is het beeld anders.

Tussen 2023 en 2024 stijgt het aantal cliënten sterker dan de uitgaven: het aantal cliënten neemt toe met circa 71 procent, terwijl de uitgaven stijgen met circa 31 procent. De indicatieve kosten per cliënt lijken daarmee juist te dalen. Voor Wmo-begeleiding lijkt de kostenontwikkeling in deze periode dus eerder samen te hangen met volumegroei dan met hogere gemiddelde kosten per cliënt. De stijging van de Wmo-uitgaven kent daarmee geen uniforme verklaring. Bij huishoudelijke hulp en collectief vervoer speelt de stijging van kosten per cliënt een belangrijke rol. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet worden vastgesteld waardoor deze toename wordt veroorzaakt. Mogelijke verklaringen zijn hogere tarieven, meer uren inzet per cliënt, langere indicaties of een combinatie hiervan. Bij Wmo- begeleiding lijkt juist volumegroei zwaarder te wegen. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet worden vastgesteld waardoor deze verschillen precies worden veroorzaakt. 4.2.4 Beperkt inzicht in verklarende factoren De voorgaande analyse laat zien dat de kostenontwikkeling niet eenduidig wordt verklaard door volumegroei (uitgezonderd Wmo-begeleiding), maar met name door stijgende kosten per cliënt. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet worden vastgesteld waardoor deze stijging precies wordt veroorzaakt.

Mogelijke verklaringen zijn hogere tarieven, meer uren inzet per cliënt, langere indicatied uur of veranderingen in de samenstelling van de doelgroep. In de gevoerde gesprekken is niet gebleken dat deze factoren systematisch worden geanalyseerd of gemonitord. Hierdoor is niet zichtbaar op welke factoren de kostenstijging precies terug te voeren is en op welke onderdelen gerichte bijsturing mogelijk zou zijn. Deze aanscherping sluit ook aan bij bredere rekenkamerinzichten over de Wmo 24. Daaruit komt naar voren dat gemeenten vaak wel beschikken over financiële gegevens, maar beperkt over doelen, indicatoren en monitoringsinformatie om kostenontwikkeling en beleidseffecten in samenhang te kunnen duiden. Tussenconclusie 4.2 Verklaring voor kostenstijging De stijging van de Wmo-uitgaven kent geen uniforme verklaring. Bij Wmo-begeleiding lijkt volumegroei een belangrijke rol te spelen: het aantal cliënten ligt in 2024 (en 2025, maar hier zijn geen realisatie kosten nog van bekend) duidelijk hoger dan in 2023. Bij andere voorzieningen, vooral huishoudelijke hulp en collectief vervoer, lijkt juist de stijging van de kosten per cliënt een belangrijkere verklaring.

Daarnaast wijst de piek in uitgaven voor Wmo-begeleiding in 2022 erop dat de herinrichting van de toegang, mogelijke vanwege implementatie en/of frictiekosten (dit was niet op basis van de gegevens te onderscheiden), invloed heeft gehad op het uitgavenniveau invloed heeft gehad op het uitgavenniveau. Voor deze piek zijn echter daarnaast ook andere verklaringen mogelijk, waaronder na-ijleffecten van corona en de overheveling van casuïstiek vanuit Kwadraad naar het wijkteam van TIM Stichtse Vecht. 24 Metadossier en Meta-analyse Wet maatschappelijke ondersteuning, Vereniging van Rekenkamers, 2025; Toegang tot de Wmo en Jeugdzorg, Rekenkamercommissie Rheden, 2022. Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 47 van 53 Op basis van de beschikbare gegevens is niet vast te stellen hoe groot het relatieve aandeel van deze verklaringen is. Juist dat beperkte inzicht maakt het lastig om kostenontwikkelingen gericht te duiden en te beïnvloeden. 4.3 Sturing op doelmatigheid 4.3.1 Financiële kaders zijn beleidsmatig verankerd Binnen het beleidskader is expliciet aandacht besteed aan financiële uitgangspunten. In recente verordeningswijzigingen zijn toegangseisen en weigeringsgronden aangescherpt en zijn financiële bepalingen, zoals de berekeningswijze van het persoonsgebonden budget, vastgelegd.

Daarmee is juridisch geborgd dat een maatwerkvoorziening alleen wordt toegekend wanneer eigen kracht, het netwerk en voorliggende voorzieningen ontoereikend zijn. Ook in de communicatie richting inwoners is dit uitgangspunt duidelijk zichtbaar. Op de gemeentelijke website wordt bij iedere voorziening benadrukt dat inwoners eerst zelf, met behulp van hun netwerk of via algemeen gebruikelijke voorzieningen, een oplossing moeten zoeken. Pas wanneer deze mogelijkheden onvoldoende zijn, kan een melding bij de Wmo worden gedaan. De positionering van de Wmo als laatste vangnet is daarmee niet alleen juridisch, maar ook communicatief verankerd. Tegelijkertijd biedt de verordening ruimte voor indicaties voor onbepaalde tijd bij blijvende ondersteuningsbehoefte. Dit vermindert administratieve lasten en vergroot de voorspelbaarheid voor inwoners. Het voorkomt bovendien dat jaarlijks herindicaties moeten worden uitgevoerd, wat inzet vraagt van consulenten en daarmee uitvoeringskosten met zich meebrengt. Hoewel Stichtse Vecht aangeeft dat kostenbesparing niet de primaire reden is geweest om voor onbepaalde tijd te indiceren, leidt deze werkwijze wel tot minder inzet van medewerkers op terugkerende herbeoordelingen. Daar staat tegenover dat herbeoordelingen in de praktijk gevoelig zijn voor capaciteitsdruk.

Uit gesprekken met medewerkers blijkt dat geplande herbeoordelingen bij drukte als eerste worden uitgesteld. In rustiger periodes worden deze doorgaans weer opgepakt. Bij de aankomende herinrichting van de toegang kan echter het risico ontstaan dat herbeoordelingen langere tijd blijven liggen. 4.3.2 Sturing op doelmatigheid is met name casusgericht en beperkt trendmatig Uit gesprekken met consulenten blijkt dat bij individuele aanvragen nadrukkelijk wordt gekeken naar de noodzaak van ondersteuning en naar wat inwoners zelf kunnen organiseren. Voor huishoudelijke hulp wordt gewerkt met een normenkader dat richting geeft aan de omvang van de indicatie. Hiermee wordt beoogd verschillen tussen consulenten te beperken en de inzet beter te onderbouwen. De beoordeling van aanvragen is daarmee inhoudelijk gestructureerd en gericht op proportionele inzet. Daarnaast vindt periodiek overleg plaats tussen beleid en financieel adviseurs over de ontwikkeling van uitgaven, met name in het kader van begroting en verantwoording. In deze gesprekken wordt gekeken naar afwijkingen ten opzichte van de begroting en naar opvallende uitschieters, zoals dure woningaanpassingen. Het accent ligt daarbij op het verklaren van verschillen binnen het lopende begrotingsjaar.

De analyse in paragraaf 4.2 laat zien dat de kostenstijging niet uitsluitend samenhangt met volumegroei, maar ook met hogere kosten per cliënt. Hoewel gegevens over gebruik en uitgaven beschikbaar zijn in dashboards, worden deze niet structureel benut voor een meerjarige analyse waarin volumegroei, kosten per cliënt, tariefontwikkeling en veranderingen in de samenstelling van de doelgroep in onder linge samenhang worden beschouwd. In samenhang bezien ontstaat daarmee het beeld dat sturing op doelmatigheid vooral plaatsvindt op het niveau van individuele indicaties en binnen de jaarlijkse begrotingscyclus. Een systematische, meerjarige analyse van de ontwikkeling van kosten per cliënt en de onderliggende verklarende factoren is beperkt Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 48 van 53 ingericht. Deze bevinding past ook in een bredere lijn uit rekenkameronderzoek naar de Wmo 25. Daarin komt geregeld naar voren dat gemeenten wel sturen op individuele toekenningen en begrotingsafwijkingen, maar beperkt beschikken over de trendinformatie en verklarende analyses die nodig zijn om doelmatigheid over langere tijd te beoordelen. Tussenconclusie 4.3 Sturen op doelmatigheid De gemeente beschikt over verschillende instrumenten om op doelmatigheid te sturen.

In de verordening zijn financiële uitgangspunten vastgelegd en in de uitvoeringspraktijk wordt op casusniveau gestructureerd gekeken naar noodzaak, proportionaliteit en inzet van voorliggende voorzieningen. De sturing op doelmatigheid vindt daarmee vooral plaats op het niveau van individuele indicaties en binnen de jaarlijkse begrotingscyclus. Een meer systematische, meerjarige analyse van kostenontwikkelingen en onderliggende verklarende factoren is echter beperkt ingericht. Daardoor is de sturing op doelmatigheid wel aanwezig, maar nog vooral casusgericht en beperkt trendmatig en data gedreven. 4.4 Informatiepositie van de raad 4.4.1 Informatie over de Wmo wordt voornamelijk incidenteel verstrekt Uit de analyse van raadsstukken over de periode 2023–2025 blijkt dat de Wmo met regelmaat aan de orde komt, maar zelden als zelfstandig onderwerp centraal staat. In deze periode vonden zeventien informatieve commissies en zes commissies Sociaal Domein plaats waarin sociaal-domeinonderwerpen zijn behandeld. De Wmo werd daarin doorgaans betrokken in bredere dossiers, zoals de problematiek rond TIM SV, de bestuursopdracht voor het voorveld, de regiovisie en de voorgenomen organisatiewijziging per 1 januari 2027.

In de onderzochte periode is tweemaal expliciet cijfermatige informatie gepresenteerd via kernfoto’s en eenmaal via de analyse die ten grondslag lag aan het Transformatieplan Wmo. Daarnaast is tweemaal gerapporteerd over de voortgang van de transformatie. Structurele, periodieke rapportages waarin specifiek wordt gerapporteerd over aantallen aanvragen, wachttijden, gebruik per voorziening en kosten per cliënt zijn niet aangetroffen. Tot en met 2019 werd periodiek gerapporteerd via de Monitor Sociaal Domein. Deze monitor bood een samenhangend overzicht van ontwikkelingen in gebruik, categorieën voorzieningen, hulpvragen en klachten en bezwaren, inclusief trendmatige duiding en een vooruitblik. Na 2019 is deze monitor als afzonderlijk product beëindigd. De gemeente geeft aan dat monitoring vanaf 2020 organisatiebreed is opgenomen in de reguliere P&C-cyclus. In de begroting en jaarstukken wordt gerapporteerd over financiële afwijkingen en enkele indicatoren. Deze informatie is primair programmatisch en financieel geordend en bevat geen vast, integraal overzicht waarin volume, wachttijden en kostenontwikkeling systematisch en vergelijkbaar in de tijd worden gepresenteerd. 4.4.2 Raadsvragen richten zich vooral op juridische, organisatorische en operationele aspecten Op basis van de bestudeerde stukken zijn in de onderzochte periode twaalf keer raadsvragen gesteld over de Wmo.

Vrijwel alle fracties hebben vragen ingediend. Deze vragen hebben betrekking op uiteenlopende onderwerpen, van juridische kaders en beleidskeuzes tot concrete signalen uit de uitvoeringspraktijk. Inhoudelijk laten de vragen zich grofweg in vier categorieën indelen: juridische en kaderstellende aspecten, organisatie en governance, operationele uitvoeringsvraagstukken en financiële of strategische sturing. Een deel van de vragen richt zich op juridische en kaderstellende aspecten van het Wmo -beleid. Daarbij wordt onder meer gevraagd naar de juridische houdbaarheid van de verordening, bijvoorbeeld naar aanleiding van uitspraken van de Centrale Raad van Beroep over pgb-tarieven en landelijke kaders. Ook worden vragen gesteld over de invulling van begrippen als ‘eigen kracht’ en ‘probleemoplossend vermogen’ in de verordening en over de wijze waarop besluitvorming in de uitvoering is georganiseerd. 25 Metadossier en Meta-analyse Wet maatschappelijke ondersteuning, Vereniging van Rekenkamers, 2025 Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 49 van 53 Daarnaast stelt de raad vragen over de organisatie van de uitvoering, zoals de rol van TIM Stichtse Vecht, de inrichting van de toegang tot ondersteuning 26 en de wijze waarop de gemeente toezicht houdt op de uitvoering.

Ook de regionale samenwerking binnen Utrecht-West komt daarbij aan bod. Een derde categorie betreft operationele signalen uit de uitvoeringspraktijk. Deze vragen hebben betrekking op concrete ervaringen van inwoners met voorzieningen, zoals wachttijden bij huishoudelijke hulp 27 of klachten over het Wmo-vervoer.28 De raad gebruikt deze vragen om zicht te krijgen op knelpunten in de dagelijkse uitvoering van ondersteuning. Tot slot worden vragen gesteld over financiële en strategische aspecten van het Wmo -beleid. Deze vragen ontstaan onder meer naar aanleiding van analyses van de kostenontwikkeling in het sociaal domein, zoals het BDO-rapport. Daarbij wordt gevraagd naar gemiddelde kosten per cliënt, vergelijking met landelijke benchmarks en mogelijke keuzes in financieringsmodellen 29. Ook worden vragen gesteld over indicatoren30 en de beleidsrichting van de Wmo op langere termijn, bijvoorbeeld in relatie tot het transformatieplan 31. Het beeld dat uit deze vragen naar voren komt, is dat de raad vooral reageert op concrete signalen, rapportages of specifieke beleidsdossiers. Informatie wordt vaak opgevraagd naar aanleiding van actuele ontwikkelingen, zoals een rapport, een beleidsvoorstel of signalen uit de uitvoeringspraktijk.

Hoewel circa 25 procent van de vragen gingen over indicatoren, kostenontwikkeling of de toekomstige vraag naar ondersteuning, blijft structurele informatie over trends en effecten van beleid beperkt zichtbaar in d e informatievoorziening. Daarmee heeft de informatievoorziening aan de raad in belangrijke mate een reactief karakter. 4.4.3 Beperkt samenhangend inzicht in volume en kosten Voor een doelmatige sturing is inzicht nodig in de samenhang tussen gebruik, kosten en beleidskeuzes . In samenhang bezien met de in paragraaf 4.3 beschreven beperkte structurele analyse binnen de organisatie, betekent dit dat zowel intern als richting de raad beperkt integraal zicht bestaat op de relatie tussen volumegroei, kosten per cliënt en beleidskeuzes. Ontwikkelingen worden zichtbaar in afzonderlijke dossiers of via incidentele vragen, maar niet systematisch gepresenteerd als onderdeel van een bredere trendanalyse. Daardoor is het voor de raad minder goed mogelijk om kostenontwikkelingen over meerdere jaren te duiden en om te beoordelen in hoeverre stijgingen samenhangen met volumegroei, tariefontwikkeling, beleidswijzigingen of uitvoeringskeuzes.

De informatiepositie ondersteunt de raad daarmee niet alleen beperkt in structurele sturing op doelmatigheid, maar houdt de raad ook vooral in een reactieve positie, waarin deze vooral reageert op afzonderlijke dossiers, signalen of overschrijdingen in pla ats van te sturen op samenhangende trends en onderliggende oorzaken. Dit sluit aan bij andere rekenkamerbevindingen. Ook elders wordt geconstateerd dat raden vaak vooral incidenteel of gefragmenteerd worden geïnformeerd, waardoor zij beperkt grip ervaren op de werking van de toegang en op de ontwikkeling van gebruik en kosten32. Tussenconclusies 4.4 Informatiepositie gemeenteraad De raad wordt vooral via afzonderlijke beleidsdossiers, raadsvragen en bredere stukken over het sociaal domein geïnformeerd over de werking van de toegang tot de Wmo. Een vaste, samenhangende en periodieke informatievoorziening over trends in gebruik, wachttijden, kosten en verschillen tussen 26 061. Antwoorden technische vragen inrichting toegang wijkteams en samenwerking Utrecht -West. 27 029. Antwoorden technische vragen wachtlijst Wmo – huishoudelijke hulp. 28 033. Antwoorden technische vragen Wmo-vervoer (regiotaxi) 29 010.Antwoorden technische vragen naar aanleiding van BDO-rapport sociaal domein. 30 005.Antwoorden op vragen over indicatoren voor de bestuursopdracht sociaal domein.

31 083.Antwoorden technische vragen Transformatieplan Wmo 32 Metadossier en Meta-analyse Wet maatschappelijke ondersteuning, Vereniging van Rekenkamers, 2025; Toegang tot de Wmo en Jeugdzorg, Rekenkamercommissie Rheden, 2022. Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 50 van 53 voorzieningen ontbreekt. Daardoor blijft de informatiepositie van de raad in belangrijke mate reactief. De raad kan wel reageren op signalen en incidenten, maar wordt minder goed in staat gesteld om structureel te sturen op de doelmatigheid van de toegang. 4.5 Deelconclusie: doelmatigheid De Wmo-uitgaven in Stichtse Vecht zijn sinds 2022 toegenomen. Deze stijging hangt niet alleen samen met een toename van het aantal cliënten. Bij meerdere voorzieningen, met name huishoudelijke hulp en collectief vervoer, stijgen ook de kosten per cliënt. De beschikbare gegevens maken niet inzichtelijk welke factoren deze stijging veroorzaken. Binnen de in 2025 gewijzigde verordening Wmo zijn financiële uitgangspunten vastgelegd en in de uitvoeringspraktijk wordt op casusniveau gestructureerd gekeken naar de noodzaak en proportionaliteit van ondersteuning. Het normenkader voor huishoudelijke hulp ondersteunt deze beoordeling.

Beleid en financiën bespreken periodiek de ontwikkeling van uitgaven, vooral in het kader van begroting en verantwoording. De organisatie volgt daarmee de uitgaven en bewaakt de begroting, maar analyseert kostenontwikkelingen beperkt in meerjarige samenhang. In de bestudeerde stukken en gesprekken is geen systematische analyse zichtbaar waarin volumegroei, kosten per cliënt en beleidskeuzes structureel met elkaar worden verbonden. Hierdoor blijft onduidelijk welke factoren de kostenstijging daadwerkelijk aandrijven en op welke onderdelen gerichte bijsturing mogelijk is. Voor Wmo-begeleiding via TIM SV geldt een vergelijkbare beperking. TIM SV rapporteert maandelijks over onder meer aantallen, aanmeldingen, wachtlijsten en verwijzingen. Deze gegevens zijn echter niet steeds Wmo-specifiek, niet altijd vergelijkbaar tussen rapportages en beperkt geschikt om instroom, doorverwijzing, wachtlijstontwikkeling en inzet van ondersteuning afzonderlijk voor Wmo-begeleiding trendmatig te volgen. Informatie over gebruik en kosten wordt richting de gemeenteraad voornamelijk verstrekt in de context van specifieke beleidsontwikkelingen en in reactie op raadsvragen. Een periodiek en integraal overzicht van trends in volume, kosten per cliënt en beleidskeuzes ontbreekt.

De sturing op doelmatigheid richt zich daardoor vooral op individuele indicaties en jaarlijkse begrotingscycli, en minder op trendmatige analyse van kostenontwikkelingen over meerdere jaren. De conclusie wat betreft doelmatigheid is daarmee dat de gemeente de Wmo-uitgaven wel volgt en op dossierniveau stuurt op noodzaak en proportionaliteit, maar nog beperkt beschikt over de informatie en analyses die nodig zijn om kostenontwikkelingen in samenhang te verklaren en daarop bestuurlijk te sturen. Daardoor blijft de sturing op doelmatigheid vooral reactief en begrotingsgericht, en minder gericht op trendmatige, onderbouwde bijsturing. De sturing op doelmatigheid is daarmee vooral reactief en financieel gedreven en in beperkte mate gebaseerd op inzicht in onderliggende ontwikkelingen. Deze conclusie ligt in het verlengde van bredere rekenkamerinzichten over de Wmo 33. Ook daarin komt naar voren dat gemeenten vaak wel uitgaven volgen, maar beperkt zicht hebben op de relatie tussen doelen, gebruik, kosten en resultaten, waardoor doelmatigheid slechts gedeeltelijk aantoonbaar is en de sturingsmogelijkheden van de raad beperkt blijven. 33 Metadossier en Meta-analyse Wet maatschappelijke ondersteuning, Vereniging van Rekenkamers, 2025;

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl Pagina 53 van 53 FIGUUR 13. TOTAAL AANTAL MELDINGEN GEMEENTELIJKE TOEGANG OVER PERIODE 2022 - 2025 0 50 100 150 200 250 Jan Mei Sept Jan Mei Sept Jan Mei Sept Jan Mei Sept 2022 2023 2024 2025 Totaal aantal meldingen over de tijd

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen REKENKAMER | T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 STICHTSE VECHT | www.stichtsevecht.nl Datum | Afdeling 17 juli 2026 | Rekenkamer Behandeld door Onderwerp | Kirsten van Steenbergen (lid) Reactie op het standpunt van het | Telefoonnummer rekenkamer college | 0346-254587 E-mailadres rekenkamer@stichtsevecht.nl De rekenkamer is blij met de bestuurlijke reactie van het college, welke laat zien dat de bevindingen uit het onderzoek in brede zin worden herkend en dat de aanbevelingen worden gezien als ondersteunend bij de verdere ontwikkeling van de gemeentelijke toegang. Daarmee ontstaat een beeld dat consistent is met de hoofdconclusie van het onderzoek: de toegang functioneert procedureel, maar de daadwerkelijke borging van inzicht, monitoring, bereik en samenhang is nog in belangrijke mate afhankelijk van toekomstige on | twikkelingen en daarmee nog niet structureel uitgewerkt. Juist daar ligt een belangrijke opgave voor de komende periode.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/3254/documents/67518