CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Jaarstukken 2025

Raad 7 juli 2026, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 20: Jaarstukken Stichtse Vecht 202538.899 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Schijf 1: het minimale bedrag dat nodig is om de bekende risico’s op te vangen;

Schijf 2: het deel van de AR voor het opvangen van bijvoorbeeld calamiteiten of een negatief rekeningsaldo;

Schijf 3: de vrije ruimte in de AR als de AR hoger is dan de raad heeft vastgesteld. Schijf 3 kan worden gebruikt voor nieuwe beleidskeuzes.

De verhouding tussen het beschikbare en het benodigde geld om risico’s op te vangen bepaalt de ratio weerstandsvermogen. Voor de ratio weerstandsvermogen heeft de raad een norm bepaald. Deze norm geeft aan dat de ratio weerstandsvermogen tussen de 1,4 en 2,0 (ruim voldoende) moet liggen.

75

Voor het opvangen van risico’s uit grondexploitaties geldt een ander regime. Voor die risico’s geldt de Algemene reserve grondexploitaties als eerste weerstandscapaciteit. Pas daarna spreken we de AR aan. Risico’s uit grondexploitaties actualiseren we jaarlijks bij de jaarrekening met een aparte risicoanalyse. De hoofdlijnen voor de grondexploitaties hebben we opgenomen in de paragraaf Grondbeleid.

Terugblik grootste risicogebieden jaarrekening 2025 We actualiseren de bij de jaarrekening risico's. Maar ook blikken we in de jaarrekening kort terug op de in de Begroting 2025 opgenomen risico’s van de grootste risicogebieden. Het gaat om de volgende risico’s: 1. Gemeentebrede risico’s / bedrijfsvoeringrisico’s In de bedrijfsvoering heeft de gemeente te maken met organisatorische, financiële en technische risico’s. De drie grootste risico’s op dit onderdeel waren: Gijzeling van informatie of systemen Het beschermen en beveiligen van systemen en gegevens, vooral persoonsgegevens, is een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering van de gemeente. Het gaat dan bijvoorbeeld om een hack of ransomware. Informatiebeveiliging is een combinatie van organisatorische en technische maatregelen én de toepassing daarvan. Het gaat om gedrag van medewerkers, het inrichten van processen en procedures en techniek. Denk aan de implementatie van Siem Soc in 2024 (security operations center, security information & event management), het jaarlijkse onderzoek naar kwetsbaarheden (penetratietesten), de continuïteitstest of bewustwordingscampagnes voor medewerkers. In 2025 meldden medewerkers van de gemeente 91x een spam- of phishingmail. Dit aantal was fors lager dan in 2024 (132x). Dit komt met name door de nieuwe spamfilter die we sinds 31 januari 2025 gebruiken.

Bovendien zijn medewerkers zich meer bewust van verdachte e-mails, waardoor ze deze direct verwijderen en niet meer melden. Voor verdere informatie over informatieveiligheid en gegevensbescherming verwijzen wij naar de paragraaf Bedrijfsvoering. Aansprakelijkstelling/ingebrekestelling door inwoners, instellingen of bedrijven De gemeente is voor veel situaties verzekerd. Voor onvoorziene situaties, situaties waarvoor we niet verzekerd zijn en/of extra kosten voor een juridische procedure hebben we een bedrag in de risicoinventarisatie opgenomen. Het niet (blijvend) kunnen waarborgen van de continuïteit van dienstverlening Het verzuim blijft bij ons relatief hoog, net zoals landelijk. Dat heeft invloed heeft op de weerbaarheid van de organisatie en zet de continuïteit onder druk. Wij nemen verschillende maatregelen om verzuim te voorkomen, zoals activiteiten voor doelgroepen en handelen we pro-actief. Ook blijft het verbeteren van de instroom van medewerkers een belangrijk punt om de dienstverlening te garanderen. Dit terwijl de organisatie per 1 januari 2026 is heringericht en de arbeidsmarkt krap is. Deze herinrichting leidt tot kleinere teams en meer ruimte voor integrale sturing. Daarnaast verschoof de inhoudelijke verantwoordelijkheid van directeur naar manager. Voor een goede invulling van de rollen bieden we dit jaar verschillende trainingen en begeleiding aan.

Ook verbeteren wij het proces voor bestuurlijke en interne besluitvorming verder. 2. Programma Fysiek De Heul - Vervangende locatie flexwoningen en Regeling tegemoetkoming herplaatsing flexwoningen (RTHF) De Regeling tegemoetkoming herplaatsing flexwoningen (RTHF) is voor investeerders (zoals een woningcorporatie) in nieuwe flexwoningen. Dit zijn woningen die verhuurd worden als sociale huurwoning of die tijdelijk ingezet worden voor de opvang van ontheemden. Het vinden van een locatie voor flexwoningen is de verantwoordelijkheid van de gemeente. Ook na de eerste tijdelijke periode (in dit geval 15 jaar). Als de gemeente hieraan niet voldoet, moet zij 50% van de restwaarde van de woningen vergoeden. De andere 50% komt voor rekening van de investeerder. Om een deel van dit financiële risico op te vangen kan de investeerder de RTHF aanvragen. De RTHF biedt hulp bij herplaatsing van woningen na de eerste tijdelijke periode (in dit geval 15 jaar). Als herplaatsing toch niet lukt, volgt financiële ondersteuning (subsidie) voor de restwaarde van de flexwoning bij verkoop. De subsidie bedraagt 60% van de restwaarde. De woningcorporatie draagt 15% en de gemeente moet 25% van de restwaarde vergoeden. Achterstand onderhoud fysiek domein (asfaltelementen, verharding en bermen) In 2023 was er een weginspectie. Daaruit bleek dat de onderhoudsachterstand te hoog is.

In 2025 hebben we een nieuwe inspectie laten uitvoeren en zijn we begonnen met een nieuw Wegbeheerplan. Helaas liep dit vertraging op door onduidelijkheden in de data ten opzichte van de gegevens van 2023. Daardoor hebben wij het Wegbeheerplan niet in 2025 afgerond. 76

Meer informatie over de wegen die de gemeente moet onderhouden staat in Programma 3 Fysiek en de Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen. Kunstwerken (met name bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken Het tijdelijk niet of onvoldoende kunnen gebruiken van bruggen beperkt de doorstroming. Dat zorgt ervoor dat kernen mogelijk niet of beperkt bereikbaar zijn. De gemeente heeft in 2024 en 2025 geïnventariseerd wat de status van de bruggen is. Op basis van de uitkomsten zijn we gestart met het voorbereiden van het aanbesteden en met het plannen van de reparatie/vervanging van bruggen waar dit nodig is. 3. Programma Sociaal Toename beroep op gemeentelijke Wmo-voorzieningen Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de ondersteuning bij mensen thuis. Het doel hiervan is dat inwoners zo lang mogelijk thuis wonen en deelnemen aan de maatschappij. De toenemende vergrijzing en het zo lang mogelijk thuis blijven wonen maakt dat meer mensen een beroep op (Wmo-)voorzieningen doen. We sturen op het versterken van eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van mensen. Tegelijkertijd geven we zorgaanbieders meer ruimte om te doen wat nodig is. Daarnaast kijken we naar het gebruik van de Wmo. Daarin werken we nauw samen met de partijen die hulp en ondersteuning bieden. Het aantal cliënten dat van Wmo-voorzieningen gebruik maakte was in 2025 stabiel.

Dit aantal was licht hoger dan het gemiddelde aantal van 2024. De kosten voor Wmo-voorzieningen bleven in 2025 binnen de begroting. Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur) en/of bijstelling van het macrobudget Buig Bijstand is een open einde regeling. Mensen krijgen hulp als ze voldoen aan de regels, ook als het budget op is. Meer aanvragen voor bijstand leiden tot hogere uitkeringslasten. Om de uitkeringen te bekostigen krijgt de gemeente van het Rijk geld uit het macrobudget BUIG (een gebundelde uitkering voor verschillende soorten inkomensvoorzieningen die de gemeente verstrekt aan inwoners). Als het budget van het Rijk verandert, krijgt de gemeente meer of minder geld dan wij begroot hadden. Om ons financiële risico te verkleinen zetten wij onder andere in op gerichte acties, zoals voorliggende voorzieningen, doorverwijzen naar andere organisaties, afspraken met bedrijven om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kansen te geven en activiteiten om te voorkomen dat meer mensen hulp nodig hebben. Ook kan de overschrijding van de uitgaven van meer dan 10% van het budget gecompenseerd worden door het Rijk. In 2025 hadden wij een positief resultaat op de BUIGuitkeringen.

Risicoprofiel Op basis van de actualisatie bij de jaarrekening is een risicoprofiel opgesteld. De inventarisatie voor de jaarrekening 2025 geeft 48 risico’s. Het maximaal ingeschatte financiële gevolg is € 33,9 miljoen. In het overzicht onder de tekst staan deze risico’s. Om te bepalen hoeveel geld we nodig hebben om risico’s op te vangen, hebben we een simulatie uitgevoerd met de risico’s die we in kaart hebben gebracht. Dat doen we omdat het reserveren van het maximale bedrag van € 33,9 miljoen als buffer niet wenselijk is. Ook is het niet waarschijnlijk dat de risico’s zich allemaal tegelijk en in hun maximale omvang voordoen. Bij de simulatie rekenen we met een zekerheidspercentage van 90%. Dit betekent dat we voor de risico’s die we hebben vastgesteld het voor 90% zeker is dat we deze met een weerstandsvermogen van € 8,1 miljoen kunnen opvangen. Voor grondexploitaties maken we een aparte berekening van de risico’s. Het deel van de risico’s dat we niet met de Algemene reserve grondexploitaties kunnen opvangen als ze zich voordoen tellen we mee bij de risico’s van de hele gemeente. De berekening van maart 2026 laat zien dat we voor grondexploitaties € 2,9 miljoen nodig hebben om risico’s op te vangen. In de Algemene reserve grondexploitaties zit hiervoor € 0,2 miljoen.

Het resterende bedrag van € 2,7 miljoen nemen we mee in het weerstandsvermogen en moet worden opgevangen met de algemene reserve van de gemeente. In totaal heeft de gemeente daarmee € 10,8 miljoen nodig om de risico’s op te vangen.

Ratio weerstandsvermogen Het geld dat de gemeente heeft om de gevolgen van risico’s op te vangen als ze optreden is de Algemene Reserve (AR). De Beleidsnotitie Algemene reserve geeft aan dat de AR drie schijven kent die bepalen hoe we de AR kunnen inzetten. Schijf 1 en 2 (voor het opvangen van de risico’s, calamiteiten, tegenvallers bij bezuinigingen en tekorten op de rekening) vormen de weerstandscapaciteit van de gemeente. De ratio weerstandsvermogen (1,4 - 2,0) die de raad heeft vastgesteld, bepaalt hoe groot de weerstandscapaciteit moet zijn. Op basis van de benodigde weerstandscapaciteit van € 10,8 miljoen geeft dit het volgende beeld: 77

Tabel WR.1. Weerstandscapaciteit (bedragen * € 1.000) Schijf 1: minimale hoogte voor opvang geïnventariseerde risico’s (1,4 x € 10,8 mln)

€ 15.120

Schijf 2: deel voor opvang calamiteiten (bijv. onderhoud bruggen), taakstellingen SD en negatief rekeningsaldo (0,6 x € 10,8 mln)

€ 6.480

Maximum weerstandscapaciteit (2 x € 10,8 mln)

€ 21.600

De omvang van de Algemene reserve is eind 2025 € 17,5 mln. De AR is daarmee ca. € 2,4 mln. boven de minimumnorm voor de weerstandscapaciteit. Bij de Jaarrekening 2025 stellen we dit bedrag bij met het eindresultaat van 2025. De ratio weerstandsvermogen, de verhouding tussen de beschikbare en benodigde vermogen om risico’s op te vangen, is: Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandcapaciteit = € 17,5 mln / € 10,8 mln = 1,6 Ten opzichte van de risico-inventarisatie uit de Begroting 2026 is de ratio weerstandsvermogen verbeterd (van 1,2 naar 1,6). Deze toename hangt samen met de toename van de Algemene reserve ten opzichte van de Begroting 2026. Het ingeschatte financiële gevolg van deze risico's nam bij de Jaarrekening met 0,1 mln af. De risico's (48) bleven ongeveer gelijk ten opzichte van de Begroting 2026 (47). De samenstelling van de risico's is wel gewijzigd. Nieuwe risico's kennen een andere inschatting van kans op optreden en gevolg dan de vervallen risico's. Verder is bij een aantal van de bestaande risico's de kwantitatieve inschatting (kans op optreden en/of de gevolg) bijgesteld. De ratio voldoet met 1,6 aan de door de raad vastgestelde norm (‘ruim voldoende’). Het weerstandsvermogen is echter geen statisch gegeven.

Beleidsontwikkelingen, nieuwe projecten of besluiten beïnvloeden het risicoprofiel van de gemeente, waardoor het weerstandsvermogen aan fluctuaties onderhevig is. Risico's kunnen zich, ondanks het risicomanagement, altijd voordoen. Met het beschikbare weerstandsvermogen kent de gemeente, op dit moment, een voldoende weerstandscapaciteit om de financiële effecten van de huidige bekende risico’s op te vangen. Gelet op ontwikkelingen en daarmee gepaard gaande onzekerheden blijven wij het weerstandsvermogen wel nadrukkelijk volgen. Om de ratio weerstandsvermogen te beoordelen gebruiken we de risicomatrix van de Universiteit Twente. Volgens de schaalindeling van deze matrix vallen de ratio's bij de Jaarrekening 2025 in de categorie 'Ruim voldoende'. Tabel WR.2. Waarderingscijfer

Ratio

A

>= 2.0

Betekenis Uitstekend

B

1.4 < 2.0

Ruim voldoende

C

1.0 < 1.4

Voldoende

D

0.8 < 1.0

Matig

E

0.6 < 0.8

Onvoldoende

F

< 0.6

Ruim onvoldoende

78

Totaaloverzicht geïnventariseerde risico's Jaarrekening 2025 In het overzicht staan de geïnventariseerde risico's per programma. VP staat voor verbonden partijen. Tabel WR.3. Risicogebeurtenis (bedragen x € 1.000)

Ingeschatte kans op optreden

Ingeschat financieel maximum

Gijzeling van informatie of systemen

70%

2.000.000

Het niet (blijvend) kunnen waarborgen van de continuïteit van dienstverlening

50%

1.000.000

Het overtreden van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

50%

1.000.000

Uitval ICT (Infrastructuur)

50%

1.000.000

Digitale informatie wordt niet tijdig, kwalitatief conform (wettelijke/beleids) richtlijnen vernietigd

70%

500.000

Het niet hebben voldaan aan aanbestedingsregels door Stichtse Vecht of leveranciers

30%

1.000.000

Contractmanagement onvoldoende op orde

50%

500.000

Informatie is niet tijdig, kwalitatief conform (wettelijke/beleids) richtlijnen beschikbaar

50%

500.000

Ongewenste toegang tot panden

30%

500.000

VP: algemene risico's bij het uitvoeren van de begroting (druk op financiën)

30%

500.000

Het niet kunnen voldoen aan adequate monitoring wet- en regelgeving omtrent informatiebeveiliging door onvoldoende middelen

50%

250.000

Niet realiseren van wettelijke termijnen

30%

Programma 1 Bestuur

Subtotaal

250.000 9.000.000

Risico's financiering en algemene dekkingsmiddelen 7.01 Fraude financiële transacties

30%

500.000

Totaal programma 1

9.500.000

Totaal programma 1 excl. Verbonden partijen (VP)

9.000.000

Tabel WR.4. Risicogebeurtenis (bedragen x € 1.000)

Ingeschatte kans op optreden

Ingeschat financieel maximum

Meer beroep op openbare orde en veiligheid bij langdurig en grootschalige crisissituaties

50%

1.000.000

VP: Het onjuist reageren op een crisissituatie (VRU)

30%

1.000.000

Ondermijning: aantreffen van misstanden waarbij directe actie noodzakelijk is, maar waar onze organisatie niet op ingericht is.

30%

250.000

Ondermijning: De gemeente mist, ondanks de toepassing van de Wet Bibob, signalen van ondermijning

30%

250.000

Er vindt een incident plaats door/met een persoon/personen met onbegrepen gedrag

30%

Programma 2 Veiligheid

250.000

Totaal programma 2

2.750.000

Totaal programma 2 excl. Verbonden partijen (VP)

1.750.000

79

Tabel WR.5. Risicogebeurtenis (bedragen x € 1.000)

Ingeschatte kans op Ingeschat financieel optreden maximum

Programma 3 Fysiek Aansprakelijkstelling / ingebrekestelling door inwoners, instellingen of bedrijven

50%

Gebiedsfonds Ruimtekwartier

50%

900.000

Achterstand onderhoud fysiek domein (asfaltelementen, verharding en bermen)

50%

1.000.000

Kunstwerken (m.n. bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken

30%

1.500.000

Terugbetaling verkregen subsidie Uitkoopregeling voor woningen onder een hoogspanningsleiding bij niet tijdige wijziging bestemming

10%

2.052.000

Anterieure overeenkomsten worden onvoldoende nageleefd

20%

2.000.000

Niet goed begaanbare wegen en ongevallen a.g.v. extreme weersomstandigheden en sneeuwval

40%

300.000

Deformatie van TenneT masten

50%

300.000

Onderwijshuisvesting - Netcongestie - Scholen kunnen niet of gedeeltelijk aangesloten worden op het net

50%

250.000

Gemeentelijke garantstellingen woningcorporaties (achtervang WSW).

10%

500.000

Verontreiniging van oppervlaktewater

10%

250.000

Onderwijshuisvesting - Mogelijk budget nodig voor aanpassingen in de omgeving (verkeerstoename, extra parkeergelegenheid) om de scholen (veilig) te bereiken

10%

250.000

Geen afvoer door een calamiteit aan de riolering

30%

50.000

Financiële garantie flexwoningen

nvt

1.150.000

Totaal programma 3

2.000.000

12.502.000

Tabel WR.6. Risicogebeurtenis (bedragen x € 1.000)

Ingeschatte kans op optreden

Ingeschat financieel maximum

Toename beroep op gemeentelijke WMO voorzieningen (woningaanpassingen)

50%

1.000.000

Onvoorziene stijging jeugd- en WMO kosten als gevolg van open einde regeling

30%

1.000.000

Toename beroep op essentiële functies (YEP): ontbreken van voldoende en adequate (lokale) alternatieven

30%

500.000

Schuldhulpverlening door hogere kosten levensonderhoud

30%

400.000

Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur), aantallen in zorgvraag en/of bijstelling van het macrobudget Buig

10%

1.000.000

Programma 4 Sociaal

Incidenten op gebied van jeugdhulp

30%

250.000

Door overbelasting en/of stoppen van vrijwilligers en/of mantelzorgers wordt hulp gevraagd van de gemeente

30%

250.000

Gevolgen wijziging Participatiewet vanwege verbeteringen in o.a. de regeling loonkostensubsidie (uitvoeren breed offensief)

30%

250.000

De nieuwe toegang is niet volledig operationeel per 1-1-2027

10%

Totaal programma 4

50.000 4.700.000

Tabel WR.7. Risicogebeurtenis (bedragen x € 1.000)

Ingeschatte kans op optreden

Ingeschat financieel maximum

Programma 5 Samenleving Onveilige schoolgebouwen

30%

500.000

Ongelukken in zwem- en sportaccommodaties

30%

250.000

Onvoldoende beschikbaarheid landelijke subsidieregeling Bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA)

30%

200.000

Financiële problemen schoolbestuur openbaar onderwijs.

10%

250.000

Lagere kwaliteit van onderhoud sportparken (buitensport)

10%

250.000

Gemeentelijke garantstellingen aan (sport)verenigingen en instellingen van algemeen maatschappelijk nut

10%

250.000

Totaal programma 5

1.700.000

80

Tabel WR.8. Risicogebeurtenis (bedragen x € 1.000)

Ingeschatte kans op optreden

Ingeschat financieel maximum

Grondexploitaties Grondexploitaties (totaal)

nvt

2.700.000

Totaal grondexploitatie gerelateerde risico's

2.700.000

NB. De omvang van de risico’s grondexploitatie komen voort uit een risicosimulatie. Deze tellen in het geheel mee bij het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit Totaal geïnventariseerde risico's

33.852.000

Financiële kengetallen Wat betekenen deze getallen? Voor de kritische signaalwaarden hebben we aansluiting gezocht bij de ‘Houdbaarheidstest gemeentefinanciën' van de VNG. Deze waarden geven aan of er sprake is van potentiële financiële stress op het betreffende gebied. Netto schuldquote (inclusief verstrekte leningen) De netto schuldquote weerspiegelt de schuldenlast (aflossing en rente) ten opzichte van de baten. De signaalwaarde voor de netto schuldquote bedraagt 130%. Wanneer de signaalwaarde hoger is dan 130%, dan is er een grote druk op de exploitatie door aflossing en rentelasten. Het is verstandig om al bij een netto schuldquote hoger dan 100% alert te zijn. Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) Bij een netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen wordt de schuld van de gemeente gecorrigeerd met alle leningen die de gemeente heeft doorgeleend. De schuld die de gemeente zelf draagt, zonder risico's van derden, wordt dan afgezet tegenover de baten. De signaalwaarde hiervan bedraagt 120%. Als de effectieve netto schuldquote de individuele signaalwaarde overschrijdt, heeft de gemeente een erg hoge schuld. Het is verstandig om al bij een effectieve netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekkingen, hoger dan 90% alert te zijn.

Solvabiliteit De solvabiliteit (eigen vermogen / vreemd vermogen) geeft inzicht in de mate waarin de gemeente op lange termijn haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hoe hoger het percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. De solvabiliteit is gedaald door de verwachte toename van het investeringsvolume en de daarmee benodigde aan te trekken geldleningen. Grondexploitatie De boekwaarde van de grondexploitaties moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Stichtse Vecht heeft een beperkte grondpositie. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer is ter ondersteuning om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een negatief cijfer houdt in dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Belastingcapaciteit Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde en wat de onbenutte belastingcapaciteit is.

Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer (structurele) inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. De signaalwaarde is 120% en is gerelateerd aan artikel 12 van de financiële verhoudingswet. Kengetallen

Rekening Begroting Rekening 2024

2025

Signaalwaarden

2025

Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

Netto schuldquote

76%

104%

86%

< 100%

100%-130%

> 130%

Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen)

75%

103%

85%

< 90%

90%-120%

> 120% < 0%

Solvabiliteitsratio

19%

13%

17%

> 20%

0%-20%

Structurele exploitatieruimte

0,24%

0,56%

2,12%

> 0%

0

< 0%

Grondexploitatie

1,19%

-1,32%

1,44%

< 20%

20%-35%

> 35%

Belastingcapaciteit

109,79%

107,28%

107,28%

< 95%

95%-120%

> 120%

81

Inleiding Voor het in stand houden van kapitaalgoederen op het afgesproken kwaliteitsniveau zijn langlopende investeringen en onderhoudsplannen nodig. Dit doen we door de toepassing van assetmanagement. Assets zijn de kapitaalgoederen in de openbare ruimte, ofwel de objecten groen, wegen, civiele kunstwerken etc. Assetmanagement is een systematische en gecoördineerde wijze van beheren. Het gaat hierbij vooral om de optimalisatie van de prestaties, de risico's en de kosten van de kapitaalgoederen in relatie tot de doelstellingen van de gemeente. We richten ons op het beheer over de gehele levensduur en kijken verder dan wat goed is voor de objecten zelf. We kijken naar wat goed is voor de gemeente en nog belangrijker, wat goed is voor inwoner/de gebruiker. Deze paragraaf bevat een toelichting op het beleidskader, kwaliteitsniveau, onderhoudsplan en de financiën van de volgende kapitaalgoederen: 1. Wegen 2. Civiele constructies 3. Openbare verlichting 4. Water en riolering 5. Groen 6. Speelterreinen 7. Gebouwen

Beleids- en beheerplannen Tabel OK.1. Kapitaalgoederen

Beheer-/beleidsplan

Looptijd plan

Achterstallig onderhoud

Wegen

Beheerplan wegen

2021-2024

Nee *)

Civiele constructies

Beheerbeleidsplan Civiele kunstwerken

2021-2025

Nee *)

Openbare verlichting

Beleidsplan Openbare verlichting 2020

2020-2024

Nee *)

Water en Riolering

Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)

2022-2026

Nee *)

Groen

Bomenbeleid en structuurplan

2015-2035

Nee

Speelterreinen

Beleidskader speelruimte en voorzieningen

2014-2018

Nee *)

Gebouwen

Nota Duurzaamheid; IVAB.

2020-2025

Nee

*) Achterstand in uitvoering ten opzichte van de planning

Kwaliteitsniveau openbare ruimte Om de kwaliteit te beoordelen gebruiken we de Kwaliteitscatalogus van kennisorganisatie CROW. CROW onderscheidt vijf niveaus voor de technische kwaliteit van de openbare ruimte: A+, A, B, C en D. Kwaliteitsniveau A is een hoog niveau en kwaliteitsniveau D is een laag niveau met ook achterstanden. Onderdelen van de openbare ruimte met kwaliteitsniveau D moeten we snel weer op kwaliteit brengen. Gemeente Stichtse Vecht gebruikt verschillende kwaliteitsniveaus, afhankelijk van de locatie. Voor wegen en groen hebben we het totaal (het areaal) van de gemeente Stichtse Vecht onderverdeeld in 3 deelgebieden. Voor kernen hebben we kwaliteitsniveau B vastgesteld en voor het buitengebied en industriegebieden is niveau C.

82

Kerncijfers openbare ruimte Een groot deel van de kapitaalgoederen zijn een onderdeel van de openbare ruimte van de gemeente. Onderstaande tabel geeft een beeld van de omvang van verschillende kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Tabel OK.2. Kerncijfers openbare ruimte (bron: I-Asset) Wegvakonderdelen

2025 3.215.056

m2

Bomen

38.158

st

Gazon

603.904

m2

Overig gras

1.278.703

m2

Haag

52.501

m2

Cultuurlijke beplanting

316.953

m2

Natuurlijke beplanting

393.705

m2

Stalen en betonnen bruggen

158

st

Houten bruggen

77

st

Beweegbare bruggen

19

st

Rioolputten

16.636

st

Vrijvervalleiding

367.634

m1

Mechanische leidingen

226.484

m1

Kolken

22.649

st

Openbare verlichting (masten en armaturen)

12.266

st

Verkeerslichten

16

st

Speelplaatsen

258

st

Speeltoestellen

1.066

st

Sportvoorzieningen

217

st

Ondergrondse containers

888

st

1.135

st

Banken

894

st

Picknicktafels

52

st

Afvalbakken

Wegen Beleidskader Op grond van de Wegenwet hebben wij de zorgplicht om onze wegen goed en verantwoord te beheren. Hieronder vallen de zorgplicht asfalt, elementen en half-verhardingen. Op basis van de resultaten uit de weginspectie wordt het onderhoudsplan herijkt. Indien uit deze herijking blijkt dat nieuwe of aanvullende investerings- en onderhoudsbudgetten nodig zijn, dan zal dit via een separaat voorstel aan de raad worden voorgelegd. In 2025 zijn de wegen voor het laatst geïnspecteerd. Kwaliteitsniveau Er is een inhaalslag gemaakt in het groot onderhoud wegen (zie ook de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen), maar het gestreefde kwaliteitsniveau wordt nog niet behaald. In 2025 hebben we onderhoud uitgevoerd aan de volgende wegen: 

halfverharding paden sportpark de Heul te Loenen aan de Vecht;

asfalt Proostdijweg te Breukelen;

asfalt Amerlandseweg te Breukelen;

asfalt Laag-Nieuwkoop te Kockengen;

elementenverharding Maire Hofstedelaan te Maarssen-Dorp;

asfalt Haanweg te Nieuwer Ter Aa;

asfalt Vogelweg te Maarssenbroek;

asfalt Safariweg te Maarssenbroek.

83

Financiën Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. In de jaarrekening 2024, conform het Raadsbesluit 17 december 2024, is de voorziening onderhoud wegen opgeheven. Op 13 mei 2025 is door de raad besloten om het groot onderhoud als vervangingsinvesteringen te gaan beschouwen per 1-1-2025. Afhankelijk van het type investering (toplaag asfalt, toplaag elementen, fundering) wordt een juiste afschrijvingstermijn toegepast. Dit wordt de componentenbenadering genoemd. De componentenbenadering hebben we vastgelegd in de Notitie Componentenmethode. We hebben een nieuwe weg hierbij opgedeeld in verschillende lagen (toplaag, tussen- en onderlaag en fundering). Wij schrijven deze lagen in verschillende periodes af (15, 30 of 60 jaar). Tabel OK.3. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000)

Begroting 2025

Realisatie 2025

2.430

2.500

Onderhoudsbudget in exploitatie (klein onderhoud)

In 2025 waren de onderhoudsbudgetten éénmalig hoog in verband met de omzetting van de voorzieningenmethode naar de componentenmethode. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. Tabel OK.4. Rompbudgetten (x € 1.000)

Begroting 2025

Realisatie 2025

Wegen verharding elem. - asfalt onderlaag

4.500

4.817

Wegen asfalt - deklaag

1.500

3.450

Civiele constructies Beleidskader Onder civiele constructies wordt verstaan tunnels, viaducten, bruggen, duikers, (aanleg)steigers, beschoeiing, kades, grondkeringen en geluidschermen. Het doel is om veilige verkeersroutes in stand te houden, een vrije doorgang voor de scheepvaart te garanderen en de waterhuishouding op peil te houden. Het beheer- en beleidsplan Civiele kunstwerken is vastgesteld door de raad in 2021. Naast een beleidsmatig plan stellen we ook een meerjarig onderhoudsplan op. Daartoe zijn in 2022 de volgende assets geïnspecteerd: 

verkeersbruggen;

beweegbare bruggen;

fietsbruggen;

voetgangersbruggen;

tunnels;

viaducten;

geluidschermen.

Speerpunt voor 2025 en 2026 is het in kaart brengen van de staat van de civiele kunstwerken en indien nodig het herijken van de beheer-/onderhoudsplannen. Kwaliteitsniveau De beheervisie van de gemeente Stichtse Vecht is dat bruggen, viaducten en andere civiele kunstwerken goed werken, veilig zijn en goed worden onderhouden. Zo voorkomen we dat ze sneller verslechteren en hun waarde verliezen. Daarnaast moeten bruggen, viaducten en andere civiele kunstwerken een uitstraling hebben die past bij de visie van de gemeente. Ook moeten we het beheer en onderhoud uitvoeren binnen het beschikbare budget. De kern van dit plan is dat we beheer en onderhoud niet meer ad hoc doen, maar op tijd en volgens een plan met aandacht voor risico’s. Financiën Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Het groot onderhoud wordt gedekt door een reserve. De stortingen aan en onttrekkingen uit deze reserve zijn vastgelegd in het beheerplan en uitgewerkt in onderliggende uitvoeringsplanningen. Bij het opstellen van het nieuwe beheerplan zal ook een voorstel uitgewerkt worden voor de benodigde budgetten. De ramingen voor groot onderhoud in 2026 en 2027 zullen op basis van dat voorstel in de begroting verwerkt worden. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan.

In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. 84

Tabel OK.5. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000)

Begroting 2025

Realisatie 2025

966

748

Onderhoudsbudget in exploitatie Budget groot onderhoud gedekt door reserve Dotatie reserve

0

0

893

893

Openbare verlichting Beleidskader Het doel is een verkeersveilige, sociaal veilige en leefbare omgeving die voldoet aan de landelijke richtlijnen. Sinds 2019 zijn wij geheel verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het verlichtingsareaal. Op basis van het in 2020 door uw raad vastgestelde beleidsplan en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsplannen is een bestek opgesteld en gegund. In 2023 zijn de eerste deelopdrachten verstrekt. In de jaren 2024 en 2025 is jaarlijks circa € 1 miljoen aan investeringen gerealiseerd om de masten en armaturen te vervangen. Hierbij worden de armaturen voorzien van energiezuinigere ledverlichting. Kwaliteitsniveau In 2024 en 2025 hebben wij een inhaalslag gemaakt met het vervangen van de bestaande openbare verlichting door ledverlichting. Financiën Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. Tabel OK.6. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000)

Begroting 2025

Realisatie 2025

56

309

Onderhoudsbudget in exploitatie

Water en riolering Beleidskader Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) heeft de gemeente een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en op grond van de Waterwet een zorgplicht voor hemelwater en grondwater. Hoe de gemeente invulling geeft aan de zorgplichten staat uitgewerkt in het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Het huidige GRP heeft een looptijd van 2022 tot en met 2026 en beschrijft de beleidsvoornemens op het gebied van Water en Klimaat en geeft inzicht in de aanleg, tijdige vervanging, verbeteringen, beheer en onderhoud van de riolering. Ook de kosten van al deze facetten zijn hierin uitgewerkt. Gezamenlijk en risico-gestuurd werken spelen een belangrijke rol in het GRP en de uitvoering daarvan. Kwaliteitsniveau De riolering in de gemeente werkt over het algemeen goed. Als er problemen of schades waren, hebben we die hersteld. De riolering binnen de gemeente voldoet over het algemeen aan de eisen. Waar incidenten/gebreken zijn ontstaan, hebben we die hersteld. Dit gebeurt vaak zonder noemenswaardige hinder voor onze inwoners. Voorbeelden hiervan zijn: persleidingbreuk, spoelgaten bij kolken/putten, verstopte duikers, defecte pompputten. Financiën Onderstaande budgetten zijn de vertaling van het GRP in de exploitatie van de meerjarenbegroting.

Er wordt een 100% kostendekkend tarief gehanteerd, waarbij alle kosten voor de rioleringszorg uit de rioolheffing worden gedekt. Bij de lasten maken we onderscheid tussen exploitatiekosten en investeringen. De kosten voor het jaarlijkse operationeel beheer en onderhoud vormen de exploitatiekosten. De investeringsactiviteiten zijn onderverdeeld in aanleg, vervanging en verbetering. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. Om schommelingen in de kosten op te vangen, maken we gebruik van een egalisatievoorziening, waardoor het tarief niet steeds aangepast hoeft te worden wanneer sprake is van een piek of dal in de uitgaven. Tabel OK.7. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) Onderhoudsbudget in exploitatie

Begroting 2025

Realisatie 2025

455

1.332

85

Groen Onder groen verstaan we bomen, plantsoenen, gazons en andere velden in de openbare ruimte en ook de paden in parken. Ook de begraafplaatsen scharen we hieronder. Voor groenvoorzieningen en onkruid en zwerfvuil op verhardingen wordt onderhoudsniveau B in de kernen en onderhoudsniveau C buiten de kernen gehanteerd. Voor begraafplaatsen wordt onderhoudsniveau B gehanteerd. Bomen worden conform handboek bomen en de daaraan gekoppelde veiligheidsinspecties op beeld gehouden. Het beleidskader wordt gevormd door de Omgevingsvisie, het Boombeleidsplan, de parkbeheerplannen, de landschapsontwikkelingsplannen en de regionale visie klimaatadaptie. In 2025 is nadruk gelegd op het reconstrueren van plantvakken en gewerkt aan het op peil brengen van het bomenbestand aan de vastgestelde kwaliteitseisen. De kleine achterstanden in de beplantingsvakken zijn grotendeels weggewerkt en binnen de beschikbare budgetten opgelost. Kwaliteitsniveau Naast het dagelijks en jaarlijks onderhoud om de plantvakken op het gewenste beeldniveau te houden, renoveren we elk jaar de plantvakken. Dit zijn plantvakken die niet meer voldoen aan de eisen. Daarin groeien doorgaans ongewenste plantsoorten en/of wortelonkruiden. Financiën Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting.

Op basis van de aanbesteding in 2022 zijn in de begroting 2022 voor de periode 2022-2026 de exploitatiebudgetten herzien. Uit de ophanden zijnde herziening van de beleids- en beheerplannen volgt de komende jaren de herziening van de financiën. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. Tabel OK.8. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) Onderhoudsbudget in exploitatie

Begroting 2025

Realisatie 2025

2.910

3.001

Speelterreinen Beleidskader De speelplekken worden ingericht volgens de kadernota Buiten spelen natuurlijk! De uitwerking van dit plan vindt plaats in de kwaliteitskaarten spelen. In 2025 is het streefbeeld kwaliteitskaarten spelen, binnen het eerder door de raad vastgestelde beleidskader, vastgesteld. In de kwaliteitskaarten wordt aandacht besteed aan het participatief inrichten van speelplekken met speeltoestellen en speelaanleidingen gericht op vergroening, natuur en klimaat. Het onderhoud van de speeltoestellen vindt plaats volgens de richtlijnen Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Voor de speel- en sporttoestellen en valondergronden worden de normen van het WAS gehanteerd. Jaarlijks loopt de aannemer de speeltoestellen na en vindt inspectie door een onafhankelijke partij plaats. Op hun aanwijzingen worden reparaties uitgevoerd. Kwaliteitsniveau We voerden reparaties aan speeltoestellen na inspecties op tijd uit. We vervingen verouderde speeltoestellen stap voor stap volgens het streefbeeld uit de ‘kwaliteitskaarten spelen’. Daarin staat een netwerk van speelplekken op verschillende plekken in de gemeente, met speelplekken met toestellen en plekken om vrij te spelen. Zo houden we een uitdagend en gevarieerd aanbod. We plaatsen daarbij geen losse toestellen.

Financiën Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. In 2026 zal een voorstel worden gedaan (kwaliteitskaarten spelen) om nieuwe investeringsbudgetten toe te kennen voor 2027-2030. Tabel OK.9. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) Onderhoudsbudget in exploitatie

Begroting 2025

Realisatie 2025

220

265

86

Gebouwen Beheerplannen vastgoed Het niveau waarop het vastgoed in stand gehouden wordt, is vastgesteld aan de hand van een objectief meetinstrument voor het inspecteren en onderhouden van vastgoed. Het instrument is gebaseerd op de Conditiemetingsmethodiek volgens NEN 2767. Het niveau waarop het onderhoud gemiddeld gehouden wordt, is vastgesteld op conditieniveau 3. Dit onderhoudsniveau is sober en draagt bij aan een doelmatig en duurzaam beheer van het gemeentelijk vastgoed. Voor de representatieve, publiekelijke objecten, zoals de gemeentekantoren en de aula’s op begraafplaatsen, hanteert de gemeente Stichtse Vecht een gemiddeld conditieniveau 2: goed/ representatief. Beheerplan 2025/2026 De meerjarenonderhoudsplannen voor de gemeentelijke vastgoedportefeuille zijn begin 2025 herijkt. Hieruit blijkt dat er een hogere storting in de onderhoudsvoorziening nodig is. Hier is op dit moment geen ruimte voor. De raad heeft gekozen voor een tussentijdse oplossing om uitvoering te kunnen geven aan de nieuwe MJOP’s, met de huidige beschikbare financiële middelen. Binnen dit scenario wordt rust en tijd gecreëerd om een onderzoek uit te voeren naar de wijze waarop de structurele kostenverhoging voor de periode 2027-2036 verlaagd kan worden. Hierdoor kunnen we in 2025 en 2026 de nieuwe MJOP’s uitvoeren.

We pakken alleen de grote onderhoudswerkzaamheden op die we niet kunnen doorschuiven naar 2027, denk hierbij aan het vervangen van installaties die op korte termijn vervangen moesten worden of die vanuit technische noodzaak of (bedrijfs-)continuïteit geoptimaliseerd of vervangen moesten worden. Zoals bij het Kikkerfort het geval is geweest. Verduurzaming gemeentelijk vastgoed 2025-2027 Het Uitvoeringsplan verduurzaming gemeentelijk vastgoed (vaststelling gemeenteraad 2021) is in 2025 in samenwerking met provincie Utrecht grotendeels herijkt. Een aantal verduurzamingstrajecten wordt in 2026 toegevoegd. Dit geldt voor de selectie van tweeëntwintig vastgoedobjecten uit de kernvoorraad. Ter uitvoering van verdere verduurzaming van het gemeentelijke vastgoed is in 2025 gestart met het maken van een jaarplan, rekening houdend met onder andere inflatie, de verduurzamingsefficiency en de sturing/regie in de behoeftestelling. Hierbij zijn de koppelkansen met (onderhouds)-werkzaamheden en beleid in acht genomen. Dit jaarplan houdt ook, zoveel als mogelijk, rekening met toekomstige Nederlandse wetgeving, die dient ter implementatie van de Europese richtlijn EPBD IV (Energy Performance of Buildings Directive).

Werkzaamheden, onder andere vervanging verlichting Goudestein en sporthal Kockengen, herstel en schoonmaak raam- en kozijnwerk van het GAK, konden niet wachten en zijn direct uitgevoerd. Businesscase (project) gemeentelijke huisvesting De gemeente Stichtse Vecht staat voor een strategische keuze ten aanzien van haar toekomstige gemeentelijke huisvesting, die toekomstbestendig is inzake ruimtegebruik en financieel. In totaal zijn zeven scenario’s ontwikkeld en vastgesteld. Deze lopen uiteen van de huidige locaties tot volledige nieuwbouw op een nader te bepalen locatie. Onder andere is hiertoe een enquête onder inwoners gehouden. Onder het project gemeentelijke huisvesting vallen vier locaties te weten: Boom & Bosch en het Koetshuis (de raadszaal) in Breukelen en het Gemeentelijk administratie kantoor en Goudestein in Maarssen-Dorp. In 2025 heeft de gemeenteraad het besluit genomen om vier scenario’s verder uit te werken en nader onderzoek te verrichten. Portefeuilleplan We streven naar een compacte en strategisch waardevolle vastgoedportefeuille die bijdraagt aan onze maatschappelijke beleidsdoelstellingen. Om richting te geven aan deze ambitie is in november 2020 de Vastgoednota vastgesteld. Als onderdeel hiervan is ook een portefeuilleplan opgesteld waarbij het vastgoedperspectief per object is vastgesteld.

In 2025 is een amendement door de raad aangenomen om het portefeuilleplan voor 2025 niet vast te stellen maar deze separaat aan te bieden aan de gemeenteraad waarbij het toekomstperspectief per object wordt vastgesteld. De voorbereidingen zijn hiervoor gestart. Overdracht exploitatie sportaccommodaties Per 1 januari 2025 heeft SRO Stichtse Vecht de exploitatie van een groot deel van de binnensportaccommodaties overgenomen. Het onderbrengen bij één partij zorgt voor diverse voordelen waaronder: de harmonisatie van de exploitatie van deze accommodaties, een efficiëntere exploitatie, één sportloket voor verenigingen, gebruikers en inwoners en een betere dienstverlening. Met het overnemen van het beheer is SRO verantwoordelijk voor het dagelijkse onderhoud. Vanuit de MJOP’s word het overige onderhoud in kaart gebracht. Voor het preventieve en groot onderhoud wordt vanuit het MJOP budget beschikbaar gesteld. De uitvoering van het preventief onderhoud wordt ook uitgevoerd door SRO.

87

Dorpshuizenbeleid In 2020 is de strategische koers dorpshuizenbeleid vastgesteld. Onderdeel van het dorpshuizenbeleid is dat de dorpshuizen en wijkcentra om niet in gebruik gegeven worden en de exploitatiesubsidies stoppen. Ieder dorpshuis of wijkcentrum ontvangt een basissubsidie. De gemeente draagt haar eigen onderhoudsbudgetten voor groot onderhoud over aan de dorpshuizen en wijkcentra aan de hand van een jaarplan voor het onderhoud van komend jaar. Aan het einde van het jaar vindt er een controle plaats op de werkzaamheden. Hiermee zijn de dorpshuizen en wijkcentra zelf verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van het onderhoud. Tabel OK.10. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) Budget onderhoud in voorziening

Begroting 2025

Realisatie 2025

3.027

1.281

88

Inleiding De paragraaf Financiering biedt een overzicht van de geldstromen, de omvang van langlopende leningen en de wettelijke normen voor risicobeheersing. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). We hebben dat vertaald in het 'Treasurystatuut gemeente Stichtse Vecht 2020'. De Wet fido stelt twee belangrijke beleidsmatige richtlijnen: 

Het aangaan of verstrekken van geldleningen en het verlenen van garanties zijn alleen toegestaan ten goede van de publieke taak;

Het uitzetten van tijdelijk overtollig geld is niet gericht op het krijgen van extra inkomsten.

Financieringspositie Om de financieringspositie inzichtelijk te krijgen, maken wij gebruik van een liquiditeitsplanning (een planning van wanneer geld binnenkomt en wanneer we geld uitgeven). Deze planning hebben we regelmatig bijgesteld. Op basis van deze planning bepalen we wanneer we een lening moeten aantrekken.

Financieringsbeleid Onze gemeente voert een risicomijdend financieringsbeleid. We streven ernaar om eventuele tekorten zoveel mogelijk met kortlopende geldleningen te financieren.

Leningenportefeuille In 2025 hebben we twee langlopende geldleningen aangetrokken en twee langlopende geldleningen afgelost. Per 31 december 2025 is de leningportefeuille opgebouwd uit 15 langlopende geldleningen. De totale restschuld is € 166 miljoen. Tabel F.1. Leningportefeuille (bedragen* € 1.000)

Bedrag

Leningportefeuille per 31 december 2024

127.388

Aflossingen 2025

-31.538

Nieuw aangetrokken leningen 2025

70.000

Leningportefeuille per 31 december 2025

165.850

Beleggingen De ministeriële Regeling schatkistbankieren decentrale overheden verplicht decentrale overheden om overtollig geld te beleggen in de schatkist van het Rijk. Voor elke gemeente geldt een drempel, voor onze gemeente is het drempelbedrag berekend op (afgerond) € 4,5 miljoen.

Renteschema 2025 Tabel F.2. Renteschema (bedragen * € 1.000) Externe rentelasten over korte en lange financiering

Bedrag 4.033

Af: externe rentebaten

-439

Totaal door te rekenen externe rente

3.594

Af: rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-63

Af: rentelasten door verstrekte leningen aan woningcorporaties

-

Bij: rentebaten door verstrekte leningen aan woningcorporaties

-

Bij: rente over eigen vermogen (kapitaaldekkingsreserves)

-

Bij: rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

-

Bij: aan taakvelden toe te rekenen rente (programma’s inclusief overzicht overhead)

3.531

Af: werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (rente omslag)

-3.062

Renteresultaat

469

89

Renteontwikkeling 

De interne renteberekening op investeringen is bij de Programmabegroting 2025 verhoogd van 1% naar 1,75%.

Risicobeheersing In de Wet fido staan regels om de risico’s bij lenen en beleggen van geld te beperken. De risico’s op kort- en langlopende geldleningen worden beperkt door de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan hoeveel kortlopend geld (looptijd tot 1 jaar) we maximaal mogen lenen. Dit voorkomt dat rentestijgingen te veel invloed hebben op de begroting. De limiet is 8,5% van het begrotingstotaal. Tabel F.3. Kasgeldlimiet 2025 (bedragen * € 1.000)

1e kw.

2e kw.

3e kw.

4e kw.

Omvang begroting na wijziging

222.769

222.769

222.769

222.769

Grondslagpercentage Toegestane kasgeldlimiet Kas- en banksaldi Kortlopende financiering: kasgeldleningen o/g Kortlopende uitzettingen: schatkistbankieren (SKB) Kortlopende uitzettingen: decentrale overheden Ruimte binnen kasgeldlimiet

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

18.935

18.935

18.935

18.935 486

-586

-5

205

-25.000

-20.000

-

-

8.683

12.212

17.704

10.820

-

-

-

-

2.032

11.143

36.844

30.242

Renterisiconorm De renteonzekerheid voor de lange termijn wordt uitgedrukt in de renterisiconorm. De renterisiconorm zorgt ervoor dat leningen zo worden verdeeld dat het risico van hogere rentes bij nieuwe of verlengde leningen beperkt blijft. Tabel F.4. Renterisiconorm 2025 (bedragen * € 1.000)

Bedrag

A

Renterisiconorm (20% begrotingstotaal)

44.554

B

Renterisico (aflossingen + renteherzieningen)

31.538

(A-B)

Ruimte binnen renterisiconorm

13.016

90

Inleiding In 2025 hebben we verder gewerkt aan een slagvaardige, betrouwbare en transparante organisatie. We hebben in 2025 de nieuwe inrichting van de organisatie voorbereid. Deze is 1 januari 2026 gestart. Jaarlijks werken we met organisatiedoelen aan de verdere ontwikkeling van de gehele organisatie. De vier hoofddoelen waren: Dienstverlening, Koesteren en waarderen, Solide organisatie en Bestuurlijke opgaven. Vanuit bedrijfsvoering dragen we bij aan deze vier hoofddoelen. Dit alles vraagt om een goed werkende bedrijfsvoering die zowel de medewerkers als de organisatie effectief ondersteunt bij het uitvoeren van haar taken. Daarbij is gelet op dat de bedrijfsvoering blijft aansluiten bij ontwikkelingen in de markt en bij de veranderende eisen en verwachtingen van de samenleving. In onderstaande paragrafen wordt toegelicht over hoe hier invulling aan is gegeven.

Opleidingsprogramma In 2025 onderzochten wij hoe het samenspel tussen de ambtelijke organisatie en bestuur sterker kan. Managers en adviseurs willen hun rol daarin verder ontwikkelen. Daarom kochten wij in 2025 de training politiek- bestuurlijke sensitiviteit in. Deze training start in 2026. Daarnaast verbeterden wij onze manier van leren en evalueren. Teams bespreken ervaringen uit hun werk en passen hun werkwijze aan. Ook startten wij in 2025 het programma Persoonlijk Leiderschap. Door deze acties verhogen wij de kwaliteit van advisering. Managers en adviseurs nemen duidelijker positie in. Medewerkers tonen meer eigenaarschap in hun werk. Dat draagt bij aan een sterke organisatie die voorbereid is op komende bestuurlijke en maatschappelijke opgaven.

Human Resources In 2025 hebben we verdere stappen gezet om het welzijn en de inzetbaarheid van medewerkers te vergroten. Focus op vervullen vacatures Het invullen van vacatures verliep voorspoedig, vacatures zijn voor ruim 85% ingevuld. De geïntegreerde aanpak van arbeidsmarktcommunicatie blijkt effectief en draagt zichtbaar bij aan succes. Wel hebben we nog te maken met moeilijk vervulbare vacatures bijvoorbeeld voor beheer openbare ruimte, projectleiders civiele techniek en inkoop. Investeren in een veilig werkklimaat Een veilig werkklimaat is essentieel voor het welzijn van medewerkers. In 2025 is dit niet via een formeel programma, maar via voorbeeldgedrag, interventies en andere initiatieven versterkt. Dit is terug te zien in een afname van het aantal contacten met de vertrouwenspersonen. Maar ook in de verhoging van de eNPS score met 7 punten, van 42 in 2024 naar 49 in 2025. eNPS is een manier om te meten hoe tevreden medewerkers zijn met hun werkgever. Hoe hoger de positieve eNPS, hoe meer medewerkers Stichtse Vecht als organisatie bij anderen aanbevelen. Zo werken we aan een positieve, inclusieve werkcultuur, gebaseerd op de kernwaarden Respectvol, Open en Lef.

Snellere werkhervatting door gerichte interventies Door de providerboog – een overzicht van beschikbare interventies – actief onder de aandacht te brengen, is het bewustzijn bij management en medewerkers gegroeid. In de tweede helft van 2025 verwees de bedrijfsarts eerder naar interventies, wat bijdroeg aan snellere werkhervatting. Daarnaast is gericht ingezet op de twee groepen met het meeste verzuim: vrouwen van 40-60 jaar en young professionals. Deze focuspunten zullen ook in 2026 terugkomen, om het verzuim te verlagen. E-HRM: verfijning en selfservice Na de transitie naar e-HRM in 2024 zijn in 2025 verdere stappen gezet in het automatiseren en digitaliseren van HR-werkprocessen. Het gebruiksgemak voor medewerkers is merkbaar verbeterd en veel processen verlopen nu efficiënter en meer geautomatiseerd. Tegelijkertijd is duidelijk dat er op het gebied van business intelligence nog volop kansen liggen. Door deze aanpak werken we aan het binden, boeien en laten bloeien van medewerkers. Met als gevolg dat het primaire proces van onze organisatie wordt versterkt.

91

Loon organisatie De loonsom/personeelslasten zijn € 863.000 lager dan begroot. Grootste oorzaak hiervan zijn de inkomsten vanuit UWV-gelden i.v.m. de ziektewet, zwangerschaps- en bevallingsuitkeringen (WAZO), deze inkomsten zijn in 2025 niet begroot. Vanaf 2026 hebben we deze inkomsten wel begroot. De inhuur binnen de loonsom wordt opgevangen door het verschil tussen de begrote en de werkelijke loonsom. Onder inhuur binnen de loonsom wordt verstaan: inhuur ter vervanging van ziekte, inhuur bij vacatures en inhuur voor extra capaciteit. Het inhuurpercentage binnen de loonsom bleef het hele jaar vrijwel gelijk. Om dit percentage te verlagen heeft de directie in oktober 2024 de inhuurkaders vastgesteld. De verwachting was dat het percentage in 2025 zou dalen, maar mede door een hoger verzuimpercentage is dit uiteindelijk zo goed als gelijk gebleven. Zoals dit vorig jaar ook is gemeld, is het niet realistisch om de inhuur binnen de loonsom onder de 10% te krijgen. Vanuit de landelijke personeelsmonitor 2024 ligt het gemiddelde voor onze gemeentegrootte op 20%. Tabel B.1. Specificatie Loonsom/personeelslasten 2025 (bedragen * € 1.000)

Begroot

Werkelijk

Loonsom organisatie

-44.246

-34.040

Loonsom overig

-6.115

-6.055

Indirecte personeelslasten

-873

-804

0

-10.145

Inhuur ten laste van de loonsom Inkomsten Totaal Loonsom\personeelslasten Toerekening personeelslasten per programma 2025 (bedragen * € 1.000)

0

674

-51.234

-50.371

Begroot

Werkelijk

Programma 1

-23.765

Programma 2

-1.505

-20.561 -1.774

Programma 3

-11.925

-13.147

Programma 4

-11.297

-12.034

Programma 5

-2.741

-2.854

Totaal toegerekende personeelslasten

-51.234

-50.371

B2025

R2025

Tabel B.2. Effect- en prestatie-indicatoren

P/E

Bron

Formatie per 1.000 inwoners

P

SV

7,1

Bezetting per 1.000 inwoners

P

SV

6,2

6,9

Apparaatskosten per inwoner

P

SV

397,86

429,4

Kosten externe inhuur als % van totale loonsom

P

SV

<10%

19,8%

Totale kosten inhuur externen*

P

SV

1.379

5.668

7,1

* Dit betreft het totaalbedrag van alle specifieke inhuur(budgetten), buiten de loonsom als toegelicht in de bedrijfsvoeringsparagraaf. Indien de inhuur leidt tot een overschrijding op taakveldniveau is deze toegelicht bij de analyse van de overige lasten bij de programma's.

Inhuur buiten de loonsom De inhuur buiten de loonsom hebben we in de jaarrekening verantwoord onder de overige lasten. In de volgende tabel hebben we zowel de overige lasten als de inhuur buiten de loonsom per programma weergegeven. Tabel B.3. Bedragen * € 1.000

Analyse overige lasten

Inhuur buiten loonsom

Prog nr.

Begroot

Werkelijk

Verschil

Begroot

Werkelijk

Verschil

1. Bestuur

-16.457

-23.046

-6.589

366

1.834

1.468

2. Veiligheid

-6.276

-5.506

770

28

91

63

3. Fysiek

-34.623

-35.283

-660

790

2.073

1.283

4. Sociaal

-61.568

-73.621

-12.053

139

1.548

1.409

5. Samenleven

-13.639

-15.405

-1.766

56

122

66

Totaal

-132.563

-152.861

-20.298

1.379

5.668

4.289

De inhuur buiten de loonsom heeft ten opzichte van begroting een overschrijding van € 4,3 miljoen. In de financiële analyse bij de programma's bij het onderdeel overige lasten, hebben we de belangrijkste afwijkingen toegelicht. Deze toelichting geeft op taakveldniveau weer of er sprake is van een over- of onderschrijding.

92

De voornaamste afwijkingen tussen realisatie en begroting voor inhuur buiten de loonsom zijn: • inhuur vanwege ‘informatiebeheer en informatieveiligheid’: € 0,8 miljoen (programma 1 ‘Bestuur’); • inhuur vanwege ‘implementatie nieuwe ICT infrastructuur’: € 0,6 miljoen (programma 1 ‘Bestuur’); • inhuur in verband met de regeling (specifieke uitkering) CDOKE : € 0,5 miljoen (programma 3 ‘Fysiek’). • inhuur voor omgevingsvergunningen, omgevingswet en andere ontwikkelprojecten : € 0,5 miljoen (programma 3 ‘Fysiek’). • inhuur in verband met de regeling voor opvang van Oekraïners: € 0,9 miljoen (programma 4 ’Sociaal’); • inhuur in verband met de regeling voor gedupeerden kinderopvangaffaire: € 0,3 miljoen (programma 4 ’Sociaal’); • diverse overige afwijkingen: € 0,7 miljoen.

Inkoop- en aanbesteding Doorontwikkeling inkoop We hebben verder gewerkt aan het verbeteren van Inkoop binnen de hele organisatie. Het doel is om doelmatig en rechtmatig in te kopen en contracten beter te benutten. Daarom verbeteren we stap voor stap het inkoopproces. Zo willen we zorgen dat inkopen volgens de regels gebeurt. Het duurzaam verbeteren van de inkoopfunctie en het volledig rechtmatig maken van het inkoopproces kost meerdere jaren (in control statement). Contractadministratie Door de aanschaf van een nieuwe financiële applicatie hebben we de contractadministratie beter ingericht. Hierdoor hebben we meer inzicht op contracten, kunnen we ze beter volgen op looptijd en beter benutten. Hiermee kunnen we de rechtmatigheid van onze inkoopprocessen en contracten beter toetsen en volgen. Bewustwording Op basis van de inzichten uit de contractadministratie zijn er stappen gezet om in de hele organisatie het bewustzijn te vergroten. Het gaat erom dat iedereen het belang begrijpt van goede, kwalitatieve inkoop volgens de wet- en regelgeving. Centraliseren Voor wat betreft organisatie zijn er voorbereiding getroffen om van een decentrale contractbeheer en managementfunctie naar een centrale afdeling en inkoopplanning te gaan met een regiefunctie voor het centrale inkoopteam. De samenwerking tussen verschillende rollen binnen inkoop en contractmanagement is geïntensiveerd.

Belangrijke speerpunten zijn geweest: invoeren van uniforme kaders en verantwoordelijkheden voor contract managers aan aangrenzende rollen, inrichten van gelijke processen en verbeteren van de invoer van bestellingen op contracten in de organisatie.

Informatisering en Automatisering ICT-infrastructuur en applicaties In samenwerking met de in 2024 gecontracteerde managed services provider (MSP) is de ICT dienstverlening in 2025 samengevoegd bij één partij. Hierdoor zijn we beter in staat de dienstverlening en de veiligheid van ICT-infrastructuur en kantoorautomatisering te volgen. Daarnaast lopen we minder risico doordat er minder onderlinge onafhankelijkheden zijn. Op het gebied van slagvaardigheid heeft de organisatie het gebruik van Microsoft Teams doorontwikkeld. Hierdoor kunnen we beter en veiliger met elkaar samenwerken. De verplaatsing van applicaties naar de cloud is verder uitgevoerd. Een voorbeeld hiervan is de financiële applicatie die in 2025 op basis van Software as a Service (afgekort: SaaS) is geïmplementeerd. Procesinrichting We hebben in 2025 verbeteringen doorgevoerd om ons contractmanagement en het ICT-beheer beter te inzichtelijk te maken. We werkten meer volgens een plan en kochten volgens de regels in. Zo hebben we risico’s verkleind. Ook hebben we stappen gezet in informatie- en portfoliomanagement. Daardoor kunnen we steeds beter op strategisch niveau bepalen welke informatie en ICT de organisatie nodig heeft. 93

Datagedreven werken Op het gebied van data hebben we moderne programmatuur en technieken ingezet zoals het datawarehouse. Dit wordt ingezet voor het inwinnen, verwerken en analyseren van data. We hebben een start gemaakt met het inrichten van het dataplatform, onder andere door de realisatie van diverse koppelingen. Dit zetten we in 2026 voort. We bieden steeds meer presentaties en dashboards aan de organisatie aan. Dit doen we om zowel de grip op de actuele werkzaamheden te verbeteren als de beleidsontwikkeling te ondersteunen. In 2025 hebben we onderzocht waar de organisatie meer kennis en kunde nodig heeft. Zo kunnen medewerkers data beter begrijpen en gebruiken in het werk. Hier geven wij in 2026 verder vervolg aan.

Informatiebeleid en -beheer Inzicht en overzicht We hebben een actueel en logisch samenhangend overzicht van alle digitale en analoge informatie binnen de organisatie (zowel in centrale als in decentrale systemen) opgesteld. Dit is volgens de Archiefwet- en regelgeving. Het is van belang dat alle informatie onder deskundig beheer komt. Dit doen we om grip te houden op de informatiestromen binnen de gemeente. Op het gebied van digitaal informatiebeheer zijn meerdere projecten uitgevoerd om informatie binnen de diverse applicaties van de gemeente te beheren volgens de geldende wetgeving. In 2025 is ook de visie en ambitie op informatiebeheer nader uitgewerkt en is een uitvoeringsplan 2026-2029 opgesteld om deze te bereiken. De directie neemt hierover in het voorjaar van 2026 een besluit. Raads- en griffie informatie Voor de raads- en griffie informatie is in 2025 een audit uitgevoerd op het gebied van Informatiebeheer. Hierbij is de huidige en toekomstige situatie in kaart gebracht om daarmee te voldoen aan geldende wetgeving. In 2026 zullen de hieruit voortkomende verbeteringen in samenspraak met de griffie worden doorgevoerd. In 2025 is het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHCVV) omgevormd tot een zelfstandige bedrijfsvoeringsorganisatie (conform Wgr). Vanaf 1 januari 2026 gaan zij verder onder de naam Regionaal Archief Noordwest Utrecht (RANU).

Achterstanden In 2025 is veel werk verricht in het wegwerken van achterstanden in de analoge archivering en digitale vernietiging. Het gaat om een meerjarenproject tot en met 2029. Dit project loopt volgens planning. De bouwvergunningen zijn eerder gedigitaliseerd dan gepland. Dit project wordt in 2026 afgerond. De inventarisatie van de gemeentearchieven van Breukelen en Maarssen over de periode 2000-2010 is volgens planning gestart. Tot slot is de planning voor het vernietigen van digitale zaken over de periode 2011-2022 gehaald.

Gegevensbescherming en informatiebeveiliging Informatiebeveiliging Het afgelopen jaar zijn de digitale dreigingen wederom toegenomen. Informatiebeveiliging en gegevensbescherming wordt daarom steeds crucialer naarmate de digitalisering toeneemt. Op technisch en organisatorisch gebied zijn maatregelen uit de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) opgestart, (deels) geïmplementeerd en/of uitgebreid om de digitale weerbaarheid te vergroten. In het tweede kwartaal van 2026 treedt naar verwachting de Cyberbeveiligingswet (Cbw) in werking. Dit leidt tot extra verplichtingen voor de gemeente op het gebied van informatiebeveiliging. De invoering van deze wet was aanleiding voor de Rekenkamer van Stichtse Vecht om een onderzoek uit te voeren naar de informatieveiligheid binnen de gemeente. Hieruit is gebleken dat de gemeente nog niet helemaal voldoet aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO); het normenkader voor informatiebeveiliging. Daarnaast heeft de gemeente goed in beeld welke extra eisen de Cbw stelt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/3236/documents/66368