CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 BP Oostwaard 9 Maarssen incl. bijlagen.pdf

Raad 30 mei 2023, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 9.: Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen29.955 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Pagina 45 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

pand en de vrijwilligers van de AWN. Het bijzondere archeologische en bouwhistorische karakter van de vindplaats vraagt echter om een vollediger onderzoek. Gezien de bijzondere omstandigheden van dit onderzoek omvat het advies ten aanzien van vervolgonderzoek dan ook meerdere aspecten. Ten eerste wordt aanbevolen om in de toekomst geen aanvullende bodemingrepen binnen het AMK-terrein (inclusief inpandig) uit te voeren, zodat de (verwachte) archeologische resten in de bodem behouden kunnen blijven. Mocht dit niet mogelijk of wenselijk blijken, dan wordt geadviseerd om vervolgonderzoek uit te laten voeren. Ten aanzien van toekomstige bodemverstoringen onder de begane grond (inpandig) wordt geadviseerd het te verstoren deel vlakdekkend te onderzoeken door middel van een archeologische opgraving en bouwhistorische analyse. De archeologische resten worden in dat geval ex situ behouden. Voorafgaand aan een dergelijke opgraving dient conform de KNA een Programma van Eisen te worden opgesteld door een senior archeoloog. Het PvE moet worden goedgekeurd door de bevoegde overheid. Bij de beoogde ontwikkelingen vinden er geen aanvullende (inpandige) bodemingrepen plaats binnen het AMK-terrein. De (verwachte) archeologische resten in de bodem blijven behouden. De aanbevelingen van het onderzoek worden hiermee gerespecteerd.

Verder wordt in het onderzoek aanbevolen om een synthetiserend onderzoek uit te voeren om de resultaten van het onderzoek in een breder kader te kunnen plaatsen. “Voor de ontsluiting van de vele gegevens zal een dergelijk onderzoek van grote waarde zijn.” Dit onderzoek is dus belangrijk om de historische waarde van Oostwaard te onderzoeken en is niet van direct belang voor bouwkundige ingrepen. Daarnaast wordt aanbevolen om buiten de boerderij een geofysisch onderzoek uit te laten voeren, los van de ruimtelijke ontwikkelingen. “Voor de juiste interpretatie van de thans nog bestaande restanten van het middeleeuwse gebouw is het noodzakelijk om de omvang en de aard van de bebouwing van het gehele complex te kennen. Juist omdat er weinig bekend is over de omvang en het functioneren van uithofcomplexen zijn het huidige gebouw en de archeologische context van zeer grote waarde als informatiebron.” Ook voor dit onderzoek geldt dat het geen direct belang heeft voor de ruimtelijke ontwikkelingen in voorliggend plan. De algemene aanbevelingen voor eventueel vervolgonderzoek luiden als volgt: - Ten aanzien van de vraag hoe groot het gebouw oorspronkelijk is geweest, is nader archeologisch onderzoek wenselijk. Zo is het de vraag hoe ver het gebouw zich naar het westen toe heeft uitgestrekt.

Aan de noordzijde is het onduidelijk waarom de voorgevel ter plaatse van de kelder ongeveer 1 meter dik is, terwijl de andere wanden van de kelder aanzienlijk dunner zijn. Ontpleistering van de voorgevel en archeologisch onderzoek buiten het gebouw zou hierin meer duidelijkheid kunnen verschaffen. - Tijdens de bouwhistorische waarneming zijn op meerdere plaatsen binnen het gebouw sporen aangetroffen van een brandlaag die zeer waarschijnlijk ouder is dan de brand van 1922. Tijdens de waarneming kon niet worden vastgesteld hoe deze brandlaag zich verhoudt met het metselwerk. Nader archeologisch onderzoek kan hierin meer duidelijkheid verschaffen. Hierbij is het wellicht ook mogelijk om de brandlaag te dateren. Aanbevolen wordt om een 14C-datering van het houtskoolmonster te laten uitvoeren om een scherpere datering van de oudste bouwfasen te achterhalen. - Indien er bouwkundige werkzaamheden aan de boerderij worden uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld het ontpleisteren, die het genoemde metselwerk raken, verdient het aanbeveling deze op bouwhistorisch gebied te begeleiden, zodat er geen gegevens ongezien verloren zullen gaan. In voorliggend plan vinden er bouwkundige werkzaamheden aan de boerderij plaats. Het onderzoek beveelt aan om de werkzaamheden op bouwhistorisch gebied te begeleiden voor het verkrijgen van

Pagina 46 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

historische gegevens. Deze aanbeveling dient te worde meegenomen bij het verlenen van een bouwvergunning voor de inpandige verbouwing van de stal/boerderij. Verder is er na de aanleg van het voedselbos in het voorjaar van 2016 een archeologisch onderzoek uitgevoerd om de impact van de ingrepen in kaart te brengen. De conclusie en het advies van het archeologische onderzoek (zie bijlage 2) luiden als volgt: Het plangebied ligt in de ArcheoRegio het 'Utrechts-Gelders rivierengebied'. In de ondergrond liggen oever- en beddingafzettingen van de Vecht. Deze afzettingen zijn gevormd in de Late Bronstijd. Oorspronkelijke ligt de top van de oeverafzettingen ligt naar schatting op ongeveer 0,5 m NAP. In de Nieuwe tijd is ongeveer 0,5 m (netto) afgegraven in een groot deel van het plangebied door de baksteenindustrie. Eén deel van het plangebied, het grasland ten zuidwesten van de boerderij is hoger gelegen en is vermoedelijk niet vergraven. Dit terrein ligt, evenals het erf van Oostwaard 9 ongeveer op 1,5 m NAP en is opgehoogd. De ophooglaag houdt waarschijnlijk verband met de aanwezigheid van het versterkte huis Oostwaard uit de Late Middeleeuwen.

De bodemingrepen [voor de aanleg van het voedselbos, red.] bestonden uit de aanleg van een poel aan de noordoostzijde, de aanleg van een poel in centrale deel bij de bocht in een sloot en realisatie van groen (voedselbos) langs de randen van het perceel. Naast deze ingrepen zijn twee gedempte sloten opnieuw uitgegraven. Tot slot is de realisatie van een moestuin met heg voorzien. Waarschijnlijk zijn geen archeologische waarden verstoord: (A) De reeds gerealiseerde graafwerkzaamheden hebben plaatsgevonden in de reeds afgegraven weilanden. Daarnaast zijn twee gedempte sloten weer uitgegraven. Het is onwaarschijnlijk dat hierdoor behoudenswaardige resten zijn verstoord. (B) De aanleg van het voedselbos vond deels plaats op een (nieuwe) aarden wal, grotendeels in het gebied dat reeds is afgegraven. Het voedselbos is ook aangelegd in het gebied waar mogelijk wel archeologische resten aanwezig zijn. Echter, omdat het kleine stekken betreft die met een handboor zijn geplaatst, is de verstoring van eventuele archeologische waarden gering. Wel kan door wortelgroei in de toekomst schade optreden. Over de relatie tussen wortelgroei en onherstelbare schade aan archeologie zijn echter geen gegevens bekend. De moestuin is nog niet aangelegd. Advies: Bureau voor Archeologie adviseert geen nader archeologisch onderzoek uit te voeren.

Op basis van het reeds uitgevoerde archeologische onderzoek is er geen vervolgonderzoek nodig voor de (wijziging) van activiteiten die plaatsvinden in het voedselbos. Toetsing beoogde ontwikkelingen Voorliggend plan voorziet in het mogelijk maken van culturele activiteiten op de locatie. Ten behoeve van deze nieuwe activiteiten en het bestaande voedselbos zullen er ook horeca- en (verblijf)recreatieve voorzieningen gerealiseerd worden. Deze voorzieningen worden voornamelijk gerealiseerd door inpandige verbouwingen op het boerenerf. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk wanneer in de ondergrond archeologische waarden verwacht worden én de planontwikkeling aantasting van deze waarden in zal houden. In voorliggend plan zal geen nieuwe bebouwing komen op het erf en zullen er geen inpandige bodemingrepen plaatsvinden. Een aanvullend archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. De inpandige verbouwing van de stal brengt ook geen externe wijzigingen met zich mee. De cultuurhistorische waarden van het gebouwenensemble op het erf blijven daarmee bewaard. De beschermde karakteristieke waarden van de boerderij worden niet aantast. Op termijn worden echter ook een verbouwing van de stal en bijgebouwen voorzien. Deze gebouwen zullen door de bouwinspectie gekeurd moeten worden of verbouw dan wel sloop aan de orde is.

Hiervoor zullen aparte vergunningen aangevraagd worden en bijbehorende onderzoeken voor de bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden uitgevoerd moeten worden. Pagina 47 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Waterhuishouding Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hooggehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21 e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: • vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd.

• schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod. Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet.

Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 - 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2009-2015 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Waterbeleid Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Het beleid van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) is vastgelegd in het waterbeheerplan. In dit plan zijn beleid en wetgeving van hogere overheden en van AGV zelf (onder andere Visie AGV) nader uitgewerkt. Hoofddoel van het plan is "het mogelijk maken van een veilig, ruim, ecologisch gezond en daardoor veerkrachtig watersysteem, dat geschikt is voor aan- en afvoer en berging van water, natuur, recreatie, wonen en bedrijvigheid. Om de watersysteemdoelen te bereiken is een optimaal beheer en een goed functioneren van de afvalwaterketen essentieel." Binnen dit hoofddoel zijn de volgende thema's van belang: Pagina 48 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

• • • • • • • • •

Bescherming tegen overstromingen; in Breukelen is met name de veiligheid achter de primaire waterkeringen van het Amsterdam-Rijnkanaal van belang. Peilbeheer: zo veel mogelijk afgestemd op functie. AGV heeft geen invloed op het peil in het Amsterdam-Rijnkanaal, wat weer van invloed is op het peil van de Vecht. Waterberging en afvoercapaciteit op orde. In stedelijke waterplannen meer aandacht geven aan kleinschalige waterberging. Grondwater: AGV streeft op termijn naar uitvoering van de stedelijke grondwaterzorg in opdracht van gemeenten in het gehele beheergebied. Ecologische en chemische toestand. Bevaarbaarheid en recreatief gebruik. Inzameling afvalwater: Bij herinrichting regenwater zo veel mogelijk afkoppelen van het rioolstelsel. Duurzame behandeling van afvalwater. Aanpak van emissies uit de afvalwaterketen.

Planspecifiek Onderhavig plan houdt extra verharding voor parkeren in. Het waterschap vereist dat wanneer het oppervlakte van verharding in een plangebied aanzienlijk toeneemt, als compensatie 10% van de extra verharding daarnaast als open water gerealiseerd wordt. De toename van verharding in voorliggend plan voorziet echter in open verharding voor parkeren dat op omliggende gronden loost. Het regenwater infiltreert direct in de omliggende gronden. Als onderdeel van de werkzaamheden voor het bestemmingsplan wordt het plan ter beoordeling toegezonden aan het waterschap. Waterkering en aandachtsgebied Een deel van het bestemmingsplangebied ligt binnen de waterkeringszone en de bijbehorende 100jaars aandachtszone (zie onderstaande afbeelding). Ten aanzien grondwaterbescherming heeft de provincie regels gesteld waar rekening mee moet worden gehouden. Bij kwetsbare winningen kan een 100-jaars aandachtsgebied worden aangewezen, dat als een schil rondom het grondwaterbeschermingsgebied ligt. In de 100-jaars aandachtsgebieden zijn geen specifieke regels van de provincie van toepassing. Er geldt wel een bijzondere zorgplicht. Ingevolge de bijzondere zorgplicht moet altijd rekening worden gehouden met het drinkwaterbelang. Door voorgenomen ontwikkeling zal geen vervuiling optreden die belasting van het grondwatergebied oplevert.

Figuur 17. Uitsnede kaart grondwaterbescherming, plangebied aangegeven met rode pijl (bron: Waternet).

Pagina 49 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. Planspecifiek Onderstaand de beoogde activiteiten met de vereiste parkeernormen. De parkeernormen zijn gebaseerd, voor zover van toepassing, op het gemeentelijke Verkeers- en Vervoersplan: Parkeernormen verdeeld Camping Bungalowpark Hotel 1* Cafetaria/lunchroom Winkel (buurtsuper) Filmtheater/filmhuis Congressgebouw Yoga/meditatie Evenement (5x per jaar) Evenement (2x per jaar)

CROW 1,3 per standplaats 2,2 per bungalow 4,6 per 10 kamers 0 per 100m2 (buitengebied) 8 per 100m2 (binnen bbk) 0 per 100m2 (buitengebied) 5,3 per 100m2 (binnen bbk) 10,9 Per 100m2 8,5 per 100m2 7 per 100m2 150 personen 250 personen

opp/aantal

pp

15 3 7 1 0,5 0,5 0,5 3,5 3,5 1,26 30% 30%

20 7 4 0 4 0 3 39 30 9 45 75

Zoals al aangegeven zullen de activiteiten in de Saal (de hoofdruimte) niet tegelijkertijd kunnen plaatsvinden omdat het gebouw daarvoor niet geschikt is. Het is namelijk niet mogelijk om de yoga, seminars en (huiskamer)concerten e.d. gelijktijdig te laten plaatsvinden. De hoogste parkeerdruk vindt plaats tijdens de activiteit filmtheater/filmhuis. Daarmee is de bezetting tijdens deze activiteit maatgevend. Op basis van de parkeernormen en bij de hoogst mogelijke bezetting van de gebouwen/functies zijn er 48 parkeerplaatsen nodig. De hoogst mogelijke bezetting wordt gegenereerd door de activiteit filmtheater/filmhuis (39 parkeerplaatsen), het bungalowpark (7 parkeerplaatsen) en de moestuin (2 parkeerplaatsen). De moestuin zal worden gerund door 1 vaste kracht en er wordt hiervoor 1 parkeerplaats voor bezoekers aangehouden, in totaal zijn er dan 2 parkeerplaatsen benodigd. Het merendeel van de bezoekers van de moestuin zal immers per fiets komen. Het plan voorziet in 86 gereguleerde parkeerplekken, waardoor er ruimschoots aan de parkeernormen wordt voldaan. Mocht er behoefte zijn aan een overloop aan parkeerplekken (bijvoorbeeld door een jaarlijks evenement), dan is er voldoende ruimte op eigen terrein om dit op te lossen. Dit kan door tijdelijk een deel van het weiland te gebruiken of te parkeren langs het toegangspad.

Verkeersgeneratie Voor het maximaal aantal verkeersbewegingen moet uitgegaan worden van de maximale bezetting en combinatie van functies binnen het plangebied. Dat betekent dat er voor het maximaal aantal verkeerbewegingen uitgegaan moet worden van de maximale bezetting van de zaal, dit geeft 39 auto’s, 7 auto’s voor de gasten van vakantiebungalows en 2 auto’s voor de moestuin. Voor de vakantiebungalows en moestuin wordt uitgegaan dat men twee keer van en naar het plangebied rijdt. Hiermee komt het aantal verkeersbewegingen op 114: 39x2 + 7x4 + 2x4 = 114

Pagina 50 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Naar aanleiding van de reacties van de bewoners tijdens de informatieavonden op 21 en 22 juni 2021 bleek dat de verkeerssituatie op de Oostwaard op dit moment al als onveilig wordt beschouwd en dat het voornemen het bestemmingsplan aan te passen volgens de bewoners tot een verdere verslechtering leidt. Derhalve zijn diverse verkeersmetingen uitgevoerd op de Oostwaard. Er is tenminste 7 aaneengesloten etmalen gemeten. De meting is uitgevoerd met telslangen, hiermee kunnen intensiteiten, richting, voertuigcategorieën en snelheden gemeten worden. De uitkomsten van de metingen zijn toegevoegd als bijlagen bij de Nota zienswijzen. In de nota van zienswijzen wordt naar aanleiding van zienswijzen ingegaan op de tellingen. De tellingen zijn als bijlage bij de Nota zienswijze gevoegd. Telpunt -> Totaal motorvoertuigen autoverkeer transportbus Vracht- of landbouwverkeer

thv hockeyvelden 806 762 24 20

thv Oostwaard 30 743 709 18 16

thv Oostwaard 9 191 171 6 11

Totaal (brom-)fietsverkeer

1440

1486

704

De hoogste etmaalintensiteit van het gemotoriseerde verkeer is gemeten ter hoogte van de sportvelden, de etmaalintensiteit ter hoogte van Oostwaard 30 verschilt hier overigens nauwelijks van. Ter hoogte van Oostwaard 9 rijdt veel minder gemotoriseerd verkeer, ook de intensiteit van het fietsverkeer ter hoogte van Oostwaard 9 is duidelijk lager dan op het eerste deel. In het vigerende verkeersbeleid van de Gemeente Stichtse Vecht (GVVP 2013) is geen maximum genoemd ten aanzien van de intensiteit van gemotoriseerd verkeer op de Oostwaard. Wanneer de gemeten etmaalintensiteiten van de Oostwaard vergeleken worden met andere wegen langs de Vecht, is de intensiteit vergelijkbaar met die van Oud Over (1.250mvt/etmaal laag); deze weg kent een gelijksoortige inrichting als die van de Oostwaard. Binnen de verkeerskunde geldt als vuistregel voor maximaal geaccepteerde etmaalintensiteiten een waarde van circa 4.000. De gemeten waarden van het verkeer op de Oostwaard liggen beduidend lager. Ongevallenbeeld In de periode 2014-2021 hebben 5 ongevallen plaatsgevonden (volgens de registratie van verzekeringsmaatschappijen en noodhulpdiensten). Snelheden De V85-waarde (de snelheid die 85 % van de passanten niet overschrijdt) van het verkeer op twee van de drie meetpunten is hoger dan gewenst.

De twee meetpunten ter hoogte van de hockeyvelden en Oostwaard 30 laten een V85-waarde noteren van ruim 40km/u terwijl hier een maximaal toegestane snelheid geldt van 30km/u. Ook de gemiddelde snelheid van het autoverkeer is hoger dan 30km/u. Ter hoogte van Oostwaard 9 is de V85-waarde ruim 50km/u. De maximaal toegestane snelheid ter plekke is 60km/u. Conclusie Afgezien van de te hoge snelheden laat de Oostwaard in zijn geheel geen buitengewoon verkeersbeeld zien (t.o.v. vergelijkbare wegen in Stichtse Vecht en gebruikte vuistregels) qua intensiteiten, snelheden en ongevallen. Een toename van de intensiteit op de weg als gevolg van een uitbreiding van Oostwaard 9 past.

Pagina 51 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Parkeeroplossing In navolgende afbeelding is weergegeven waar de parkeerbehoefte opgelost wordt. Het overgrote deel van de parkeerbehoefte wordt gerealiseerd aan de noordkant van het perceel. Deze parkeerplaatsen liggen achter het voedselbos, zodat ze niet zichtbaar zijn vanaf de Oostwaard. Deze parkeerplaatsen zullen gebruikt worden tijdens evenementen. Dichter bij het erf liggen nog enkele parkeerplaatsen voor klein gebruik. Op het erf is er geen ruimte om (naast de bestaande privéplaatsen) parkeerplaatsen te realiseren. Daarnaast is het niet wenselijk om een parkeerveld aan te leggen in het weidelandschap of in de voortuin, vanwege de grote zichtbare verstoring van het open weidelandschap. De reële mogelijkheden bestaan uit een parkeerzone langs de oprit/lindelaan of achter het erf ter plaatse van de beoogde moestuin. In onderstaande afbeelding is het zicht vanaf de Oostwaard te zien, waarbij zowel de lindelaan als de moestuin achter het erf zichtbaar is. In beide gevallen zorgt een parkeerplaats op deze locaties voor enige verstoring van het landschap. Gekozen is om de parkeerplaatsen langs de oprijlaan te positioneren, tussen de lindebomen. De parkeerplaatsen worden uitgevoerd als halfverharding. De lindebomen zijn alreeds een opgaand element in het landschap en verhullen daarmee enigszins de aanwezigheid van geparkeerde auto’s.

Op deze manier wordt het uitzicht op het open landschap zoveel mogelijk in stand gehouden. Daarnaast wordt er aangesloten op de bestaande verharding en ontsluiting. Het verplaatsen van de parkeerplaatsen zal door nieuwe verharding tot veel grotere nadelige effecten leiden op landschap, cultuurhistorie en waterhuishouding.

Figuur 18. Overzicht parkeervoorziening (groene zone) en ontsluitingsroute (blauwe route).

Pagina 52 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Figuur 19. Zicht vanaf de Oostwaard op de lindelaan. In de verte is de tunnelkas van de moestuin zichtbaar, die achter het erf ligt. Een parkeerzone is mogelijk langs de lindelaan of achter het erf ter plaatse van de moestuin.

Bij de oostelijke inrit van Oostwaard 9 is ruimte voor 8 gestoken parkeerplaatsen. Aan de noordkant achter het voedselbos is er in totaal ca. 180m (ca. 90+90m) ruimte voor parkeerplaatsen door middel van gestoken parkeren. Dit betekent dat er ruimte is voor circa 78 parkeerplaatsen met een breedte van 2,5m. In totaal is er dus ruimte voor ongeveer (78+8=) 86 parkeerplaatsen. Dat is een ruime overcapaciteit. Verkeersveiligheid Voor een goede verkeersveiligheid op een fietsstraat is het nodig dat zowel automobilisten als fietsers in voldoende mate gebruik maken van de fietsstraat. Daarnaast gelden voor zowel fietsers als gemotoriseerd verkeer regels waar men zich aan moet houden voor een veilig gebruik. Dat is naast de maximumsnelheid van 30km/uur voor alle verkeersdeelnemers ook dat fietsers automobilisten ook de gelegenheid geven veilig te passeren door rechts te rijden, met maximaal 2 naast elkaar. Het aantal verkeersbewegingen blijft onder het maximumaantal van 2.500 mvt per etmaal. De fietsstraat wordt veilig geacht als het aantal auto’s op de Oostwaard toeneemt door het aangepaste gebruik van de Oostwaard 9. De verwachte toename van het aantal verkeersbewegingen op de Oostwaard door de activiteiten past binnen het acceptabele aantal verkeersbewegingen voor een fietsstraat.

Gezien bovenstaande toelichting is het aspect verkeer en parkeren afdoende geregeld in voorliggend plan. Het aspect verkeer en parkeren vormt dan ook geen belemmering voor voorliggend plan.

Pagina 53 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Duurzaamheid Provinciaal beleid De provincie stelt in de provinciale verordening: Wij streven bij gebiedsontwikkelingen naar zelfvoorzienendheid voor energie. Wij nemen bij uitleglocaties en transformatieopgaven de voorwaarde op dat gemeenten en initiatiefnemers in ruimtelijke plannen dienen te beschrijven op welke wijze invulling wordt gegeven aan energiebesparing en de inzet van duurzame energie, waarbij onder meer wordt gedacht aan toepassing van restwarmte, warmte- en koudeopslag, aardwarmte, zonne-energie en biomassa. Wij hebben de ambitie om in 2040 het grondgebied van de provincie Utrecht klimaatneutraal georganiseerd te hebben. Het gaat hierbij niet alleen om CO2 -reductie, maar ook om het onafhankelijk zijn van beperkt beschikbare fossiele brandstoffen. De opgaven voor klimaatneutraliteit zijn: • het energiegebruik sterk verminderen door besparingen en innovaties; • de energie die we nog nodig hebben duurzaam opwekken; • energie- of warmte vragende en energie- of warmte leverende functies bij elkaar brengen. Woonvisie 2017-2022 • In de Woonvisie betekent duurzaamheid aandacht voor duurzaam bouwen door het verminderen van de milieubelasting van de woning (energiebesparing), zowel tijdens het bouwproces als daarna. • De gemeente Stichtse Vecht heeft de ambitie bij nieuwbouw NOM-woningen te realiseren.

Dit houdt in dat over het hele jaar de opwekking van energie gelijk is aan het totale energieverbruik van een woning. • Wanneer de gemeente zelf geen eigenaar is van de grond, worden ontwikkelaars gestimuleerd duurzame (NOM) ontwikkelingen te initiëren. De gemeente laat de ambitie zwaar wegen bij haar keuze voor een projectontwikkelaar. Afspraken hierover worden vastgelegd in anterieure overeenkomsten. Opties voor verduurzaming: • Zongericht bouwen: Met zongericht bouwen kan de zon optimaal worden benut door vergrote glasgeveldelen een oriëntatie te geven tussen het zuidoosten en zuidwesten. Op deze manier kan de zon in de winter worden gebruikt voor verwarming en kunnen zonnepanelen maximaal opwekken. Om oververhitting te voorkomen door de invloed van de zon, wordt aan geraden een vaste overstek (zonwering) toe te passen. • Extra isolatie en een uitstekende naad- en kierdichting boven de wettelijke eis. Door in de gehele woning extra isolatie en verbeterde naad- en kierdichting toe te passen, kunnen energieverliezen worden beperkt. Let hierbij vooral op dat gekozen wordt voor beide, aangezien het rendement van beide stijgt bij gezamenlijke toepassing. • Een collectieve bodemwarmtepomp: Een warmtepomp kan als bron gebruik maken van lucht of bodem. Bodem als energiebron heeft een beter rendement.

In combinatie met PV-panelen kan de benodigde energie van externe bronnen tot een minimum beperkt worden. Door een collectieve bodemwarmtepomp worden schaalvoordelen benut en kan gebruik worden gemaakt van zonnewarmte waardoor de warmtepomp alleen bij te onvoldoende zonne-energie zal functioneren. • Zonnecollector: Een zonnewarmte systeem kan optimaal jaarlijks circa 50% van de warmtapwater behoefte verzorgen. Een combinatie van de zonnecollector met een warmtepomp is ideaal door de structurele verhoging van het rendement van de warmtepomp en hiermee de energiebehoefte van de warmtepomp.

Pagina 54 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

•

PV-panelen: Door elektriciteit duurzaam op de eigen woning op te wekken kan worden bespaard op inkoop en elektriciteit en de energiebelasting.

Planspecifiek In de bestaande situatie wordt op Oostwaard 9 energie reeds op een duurzame manier opgewekt. Om de boerderij te verwarmen wordt gebruik gemaakt van aardwarmte door middel van een warmtepomp. De verbouwde stal en de tussenschuur zullen verwarmd worden met luchtverwarming die aangesloten wordt op de bestaande warmtepomp. Op de deel (op de BGG) is dit niet mogelijk vanwege de maximale capaciteit van het aardwarmtesysteem en de in de stal behouden authentieke vloerelementen zoals gruppen, voergoten, waterdrinkbakjes, etc. Daarom wordt daar met hoogrendement houtkachels verwarmd. Als onderdeel van de verbouw voor de nieuwe activiteiten zullen de losstaande schuren geïsoleerd worden. Hierbij zal minimaal aan de huidige bouweisen voldaan worden. De gevels van de schuren die op het zuiden/zuidwesten gericht zijn zullen voorzien worden van grote glazen delen zodat er gebruik gemaakt kan worden van natuurlijke warmte. Tot slot zullen bij aanpassing van de schuur tot recreatie-appartementen daken van zonnepanelen voorzien worden. Dit plan voldoet daarmee aan de ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zoals vastgelegd in de Woonvisie 2017-2022.

Pagina 55 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

5 Juridische planbeschrijving Plansystematiek Het bestemmingsplan ‘Oostwaard 9’ heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het bestemmingsplan is gericht op het wijzigen van een woonbestemming naar gemengde bestemming, waarbij naast de functie wonen ook culturele activiteiten, horecavoorzieningen en verblijfsrecreatie mogelijk gemaakt worden. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is aansluiting gezocht op het direct aangrenzende bestemmingsplan ter plaatse ‘Oud Zuilen en Op Buuren” en bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en planregels. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot zeer globaal. Voor iedere bestemming is een toegesneden bebouwingsregeling opgenomen. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.

Opzet van de regels Overeenkomstig de SVBP2012 zijn de regels van voorliggend bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hierna wordt de inhoud van de regels per hoofdstuk kort toegelicht. In paragraaf 6.3 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals die zijn aangegeven op de verbeelding. Per bestemming zijn in de bestemmingsomschrijving de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is per bestemming bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan. In beginsel zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken, waarbij dient te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (met name de maximale goot- en/of bouwhoogte).

De verschillende bestemmingen bevatten, indien nodig, specifieke gebruiksregels. Per bestemming is daarnaast bepaald in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan. In paragraaf 6.3 wordt nader ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: • de anti-dubbeltelbepaling; • algemene bouwregels; • algemene aanduidingsregels; • algemene afwijkingsregels; • algemene wijzigingsregels; Pagina 56 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

•

overige regels.

Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.

De bestemmingen In het plangebied zijn verschillende bestemmingen weergegeven. Hieronder wordt een nadere beschouwing gegeven van deze bestemmingen. Artikel 3 Agrarisch met waarden De gronden met de bestemming agrarisch met waarden krijgen dezelfde bestemming en regels als opgenomen in het vigerende bestemmingsplan ‘Oud Zuilen en Op Buuren e.o’. De enige aanvulling op deze bestemming is, dat aangeduid is waar het parkeren voor de gemengde bestemming is toegestaan. Ten tweede is aangegeven waar het kleinschalig kamperen (conform het beleid van kamperen bij de boer) is toegestaan. Artikel 4 Gemengd De bestemming ‘Gemengd’ is opgenomen om de benoemde diverse activiteiten in het bestemmingsplan mogelijk te maken. Omdat het diverse activiteiten zijn zoals wonen, horeca, maatschappelijk en cultuur is Gemengd de meest geëigende bestemming. In de planregels is opgenomen dat de bestaande karakteristieke bebouwing gehandhaafd moet blijven. Artikel 5 Groen De gronden langs de Vecht zijn bestemd als Groen. Deze bestemming is gekopieerd uit het vigerende bestemmingsplan Op Buuren Oud Zuilen e.o. Er zijn geen wijzigingen in de regels aangebracht. Artikel 6 Tuin - 1 In het plangebied zijn de gronden voor de bestaande bebouwing bestemd als Tuin - 1. De regels voor Tuin – 1 zijn overeenkomstig de regels van het vigerende bestemmingsplan ‘Oud Zuilen en Op Buuren e.o’.

Deze regels hebben als doel om de uitstraling van de karakteristieke boerderij te behouden. Zo zijn op deze gronden geen schuren en of hoge erfafscheidingen toegestaan. Artikel 7 Verkeer De doorgaande weg, de Oostwaard, langs de Vecht is bestemd als Verkeer. Deze bestemming is gekopieerd uit het vigerende bestemmingsplan Op Buuren Oud Zuilen e.o. Er zijn geen wijzigingen in de regels aangebracht. Artikel 8 Water In het plangebied zijn de bestaande watergangen met de bestemming ’Water’ opgenomen. De regels voor Water zijn overeenkomstig de regels van het vigerende bestemmingsplan ‘Oud Zuilen en Op Buuren e.o’. Artikel 9 Waarde – Archeologie 3 Op de verbeelding van het bestemmingsplan zijn de gronden waar mogelijk archeologische waarden in de grond zitten aangeduid met archeologische waarde. Door middel van deze dubbelbestemming blijven de eventueel aanwezige waarden in de ondergrond afdoende beschermd.

Pagina 57 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Artikel 10 Waterstaat - Waterkering Deze dubbelbestemmingen zijn opgenomen om in aanvulling op de enkelbestemming voldoende rekening te houden met de aspecten ten aanzien van waterstaatwerken en het daarbij behorende beheer van die waterstaatwerken dan wel het behoud van de aldaar aanwezige ecologische kwaliteit.

Pagina 58 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

6 Maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid Naast ruimtelijke uitvoerbaarheid wordt de beoogde ontwikkeling van het plangebied ook getoetst aan economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Economische uitvoerbaarheid Op grond van de Grondexploitatiewet dient een exploitatieplan te worden vastgesteld bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan, tenzij de economische uitvoerbaarheid anderszins is gegarandeerd. Er is voor de voorgenomen ontwikkeling een bedrijfsplan opgesteld waarin de economische uitvoerbaarheid van het plan is beschreven. De gemeente heeft kennis genomen van het bedrijfsplan en er is op basis van het bedrijfsplan geen reden om aan de economische uitvoerbaarheid door initiatiefnemer te twijfelen. De procedurekosten voor het plan worden middels de gemeentelijke legeskosten op initiatiefnemer verhaald. Tevens wordt een anterieure overeenkomst en of een planschadeovereenkomst gesloten met de initiatiefnemer van het plan. Hiermee zijn kosten en risico’s verdeeld. Vanuit het plan vloeien geen overige kosten of risico’s voort die voor rekening van de gemeente zijn. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee verzekerd.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Verslag inspraak en artikel 3.1.1 Bro overleg Het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De provincie Utrecht heeft gereageerd met een aantal opmerkingen. Hieronder volgt een korte omschrijving en hoe de opmerkingen verwerkt zijn in het bestemmingsplan. Algemeen Het streven om de cultuurhistorische boerderij te behouden wordt door de provincie gewaardeerd. Bij de invulling van de voormalige machineschuur en schapenstal denkt de provincie graag mee. Bij de toekomstige (her)bouw van de schuur en stal zal er met de provincie overlegd worden. Parkeervoorziening De realisatie van de 8 parkeerplaatsen langs de inrit zorgt volgens de provincie voor verdichting van de openheid van het landschap. De provincie raadt aan om de parkeerplaatsen te clusteren op of aan het erf. In de parkeerparagraaf in het bestemmingsplan is beredeneerd dat parkeren op het erf niet mogelijk is vanwege ruimtegebrek. De mogelijkheid om een parkeerzone achter het erf aan te leggen is echter ook niet wenselijk, aangezien dat eveneens zorgt voor verstoring van het open landschap vanaf de Oostwaard gezien.

De voorgestelde parkeeroplossing langs de inrit met lindebomen wordt beredeneerd de minst verstorende oplossing te zijn.

Pagina 59 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Kernrandzone In het bestemmingsplan werd expliciet verwezen naar het provinciale kernrandzonebeleid. De provincie achtte de toepassing van dit artikel uit de PRV niet op zijn plaats. De alinea over de kernrandzone is daarom verwijderd uit het bestemmingsplan. 6.2.2 Verslag zienswijzen Het plan is tevens gedurende de ontwerpfase in het kader van art 3.8 Wro en volgens afdeling 3.4 van de Awb ter inzage gelegd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Op het plan zijn 73 zienswijzen binnengekomen. Deze zijn beantwoord in de Nota van beantwoording van Zienswijzen. De nota is niet toegevoegd als bijlage bij het bestemmingsplan maar betreft een separaat document.

Pagina 60 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

7 Bijlagen 1. Aeriusberekening Oostwaard 9 Maarssen, Plannen-makers, 17 februari 2023; 2. Archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht, RAAP Archeologisch Adviesbureau, drs. K. Wink & drs. A .Viersen, RAAP-rapport 3080, 21 januari 2016; 3. Archeologische bureauonderzoek Oostwaard 9 te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht, Bureau voor Archeologie, A. de Boer, Rapport 327, 27 juni 2016; 4. Advies Veiligheidsregio Utrecht – Oostwaard 9;

Pagina 61 Bestemmingsplan Oostwaard 9 Maarssen

Bijlage 1

Aeriusberekening

Oostwaard 9, Maarssen Gemeente Vecht

Stichtse

Planstatus:

definitief

Datum:

17 februari 2023

Contactpersonen Plannen-makers:

Dhr. W. Lakerveld

Kenmerk Plannen-makers:

PM18021

Opdrachtgever:

Dhr. En Mw. Peek-Van Dan Bosch

Plannen-makers Europalaan 500 3526 KS Utrecht www.plannen-makers.nl BTW id: NL863445639B01 KvK nummer: 84970502

Pagina 2 Aeriusberekening Oostwaard 9, Maarssen

Inhoudsopgave 1

Inleiding .......................................................................................................................................... 4 Aanleiding en onderzoeksvraag .............................................................................................. 4 Het plan ................................................................................................................................... 4

2

Wettelijk en rekenkundig kader .................................................................................................... 6 Wettelijk kader ......................................................................................................................... 6 De AERIUS Calculator ............................................................................................................ 6 Brandstofverbruik..................................................................................................................... 7

3

Invoer van de berekening ............................................................................................................. 8 Natura 2000-gebieden ............................................................................................................. 8 De gebruiksfase ....................................................................................................................... 8 De bouwfase ............................................................................................................................ 9

4

Conclusie ...................................................................................................................................... 11

5

Bijlagen ......................................................................................................................................... 12

Pagina 3 Aeriusberekening Oostwaard 9, Maarssen

1

Inleiding Aanleiding en onderzoeksvraag

Een ruimtelijke ontwikkeling moet voldoen aan een goede ruimtelijke ordening. Het effect van het project op nabijgelegen natuurgebieden is daarvan een onderdeel. Er kunnen negatieve effecten optreden op natuurgebieden door stikstofuitstoot van een project. Door de toename van stikstof worden aanwezig beschermde soorten in natuurgebieden bedreigd. De onderzoeksvraag is of de bouwfase en de gebruiksfase voldoen aan de depositienorm. De norm bedraagt 0,00 mol stikstof per hectare per jaar. De toetsing aan deze norm vindt plaats met een berekening via de AERIUS-calculator.

Het plan Het plan betreft een verantwoorde exploitatie van de cultuurhistorische boerderij met omliggende gronden. Voor de exploitatie is gezocht naar activiteiten die goed gebruik maken van het landschappelijke karakter en die aansluiten bij het huidige gebruik van de gronden op de locatie. Zo is een landwinkel opgenomen waar de producten vanuit het aanwezige voedselbos verkocht kunnen worden en een ruimte met uitzicht op de velden die gebruikt kan worden voor yoga, meditatie, trainingen en cursussen. In onderstaande afbeelding is het plangebied te zien. In de navolgende afbeelding is aangegeven waar de nieuwe ontwikkelingen beoogd worden. Er zijn recent al ontwikkelingen mogelijk gemaakt, zoals de aanleg van boomgaarden en een nieuwe waterpartij.

Afbeelding 1: Tekening bestaande situatie met recente ontwikkelingen. Bron: Plannen-makers.

Pagina 4 Aeriusberekening Oostwaard 9, Maarssen

Afbeelding 2: Luchtfoto met de beoogde ontwikkelingen. De locatie van de stallen zijn indicatief.

Pagina 5 Aeriusberekening Oostwaard 9, Maarssen

2

Wettelijk en rekenkundig kader Wettelijk kader

Op 15 juni 2015 is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) vastgesteld. Het PAS bevat maatregelen die leiden tot een afname van stikstofdepositie en maatregelen die leiden tot een versterking van de natuurwaarden in de Natura 2000-gebieden. Een gedeelte van de toekomstige afname van stikstofdepositie kan vervolgens worden opgevuld door economische activiteiten die leiden tot een toename van stikstofdepositie. In de praktijk blijkt echter dat de afname van stikstofdepositie door de maatregelen niet gegarandeerd kan worden. Daarom heeft op 29 mei 2019 de Raad van State een uitspraak gedaan waarin de Raad oordeelt dat het PAS niet als basis voor toestemming voor activiteiten mag worden gebruikt. Het uitgangspunt is sindsdien nog steeds dat voor nieuwe initiatieven aangetoond moet worden dat er geen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofemissies en deposities ontstaan als gevolg van het initiatief. Het instrument waarmee de stikstof berekend kan worden is de AERIUS Calculator (update januari 2023). Op 10 maart 2021 is een nieuwe Stikstofwet vastgesteld en op 18 juni 2021 het besluit gepubliceerd die de wet nader uitwerkt.

De Wet stikstofreductie en natuurverbetering regelt onder meer drie resultaatsverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. Door deze maatregelen gelden er nieuwe uitgangspunten voor een stikstofberekening. Het besluit over deze wet is per 1 juli 2021 inwerking getreden. In de Stikstofwet is in artikel 2.9a een uitzondering opgenomen voor de tijdelijke extra stikstofuitstoot bij bouwwerkzaamheden, de zogenaamde bouwvrijstelling. Stikstof dat vrijkomt bij de bouw, sloop en eenmalige aanleg van bouwwerken en infrastructuur wordt niet meegerekend bij de informatie die ten grondslag ligt aan het verlenen van een vergunning. Op 2 november 2021 deed de Raad van State de uitspraak dat de bouwvrijstelling niet voldoet aan het Europees natuurbeschermingsrecht dat vereist dat individuele beschermde natuurgebieden geen schade oplopen, en niet op een hoger schaalniveau gekeken mag worden naar maatregelen die bovendien onzeker zijn qua uitvoering. Dit betekent dat ook bouwactiviteiten getoetst dienen te worden aan lokale stikstofgevolgen bij de vergunningsaanvraag.

De AERIUS Calculator De stikstofdepositie van een ontwikkeling op Natura 2000-gebieden wordt met de AERIUS Calculator berekend. De berekening bestaat uit verschillende bronnen die vallen in de bouwfase en in de gebruiksfase. De bouwfase bestaat uit zowel verkeer als mobiele werktuigen. De gebruiksfase bestaat uit het verkeer die de ontwikkeling in de toekomstige situatie produceert. De mobiele werktuigen kunnen als puntbron worden ingevoerd als het werktuig op een plek blijft staan. Daarnaast kan een werktuig zich over de gehele bouwplaats verplaatsen. Daarom zal deze als vlakbron in de Aeriuscalculator worden ingevoerd.

Pagina 6 Aeriusberekening Oostwaard 9, Maarssen

Brandstofverbruik Per mobiel werktuig moet het brandstofverbruik worden ingevoerd in de Aeriuscalculator. Het brandstofverbruik kan met onderstaande formule worden berekend. De formule wordt benoemd in het BIJ12-document Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021.1’ (juni 2022) in hoofdstuk 8 paragraaf 8.4. De formule toont de relatie aan tussen het brandstofverbruik en het motorvermogen in kilowatt (kW). 𝐵 = (0,095 ∗ 𝑃𝑚𝑎𝑥 + 0,54) ∗ 𝐷 Formule 1: Relatie tussen brandstofverbruik, vermogen en draaiuren. Waarin: B = Pmax = D =

het brandstofverbruik in liters per jaar (l/j) het maximale vermogen in kilowatt (kW) het aantal draaiuren per jaar (u/j)

Het TNO-onderzoek ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’ (TNO, 2021) is de basis van deze formule. Afhankelijk van het vermogen kan de AERIUS Calculator om het AdBlue verbruik vragen. Mobiele werktuigen die in Stageklasse V vallen verbruiken 7% aan AdBlue van hun totale brandstofverbruik.

Pagina 7 Aeriusberekening Oostwaard 9, Maarssen

3

Invoer van de berekening Natura 2000-gebieden

Het Natura 2000-gebied ‘Oostelijke Vechtplassen’ ligt op ongeveer circa 4,37 kilometer afstand tot het plangebied. Het natuurgebied heeft overbelasting van stikstof.

Afbeelding 3: Overzicht Natura 2000-gebieden en plangebied (blauwe stip). Bron: PDOK. De gebruiksfase De gebruiksfase bestaat uit de verkeersbewegingen en de emissie van een hoog rendement houtkachel in de stal ‘De Saal’. Zoals beschreven in paragraaf 1.2 worden verschillende ontwikkelingen mogelijk gemaakt. De dwarshal, de recreatieaccommodaties, de machineschuur en de landwinkel ondergaan een verbouwing. De schapenstal en de bijenstal/schapenschuilstal zijn nieuw te bouwen bouwwerken.

3.2.1

Emissie van stal ‘De Saal’

Op basis van het document ‘Emissies van houtstook door huishoudens (ECN, april 2012) is de emissie bepaald van het verwarmingssysteem van de stal ‘De Saal’. Er is uitgegaan van een hoog rendement houtkachel van het type ‘vrijstaand (gekeurd)’. De uitstoot van één haard is 129 gram NOx per gigajoule (GJ) per jaar. Omgerekend naar kilogrammen is dit 0,129 kg NOx per GJ. 1 m3 droog hout is ongeveer gelijk aan 0,48 m3 aardgas (Tabel Aardgasequivalenten, Info Mill). 1 GJ staat gelijk aan 31,6 m3 aardgas. 31,6 m3 aardgas staat gelijk aan 65,8 m3 droog hout (0,48 m3 gedeeld door 31,6 m3 aardgas keer 1 m3 droog hout). In berekening 1 is berekend wat de uitstoot van NOx per kuub hout is: 𝑘𝑔 𝑁𝑂𝑥 𝑘𝑔 𝐺𝐽 = 0,002 𝑁𝑂𝑥 65,8 𝑚3 𝐺𝐽

0,129 1 𝑚3 𝑑𝑟𝑜𝑜𝑔 ℎ𝑜𝑢𝑡 =

Berekening 1: De NOx-emissie per kilogram per jaar voor 1 m3 droog hout.

Pagina 8 Aeriusberekening Oostwaard 9, Maarssen

Er is uitgegaan van een verbruik van 200 m3 aan hout per jaar. Een vermenigvuldiging van 0,002 kg NOx en 200 m3 aan hout levert een uitstoot op van 0,04 kg NOx per jaar. Zie berekening 2:

𝑁𝑂𝑥 𝑒𝑚𝑖𝑠𝑠𝑖𝑒 𝑖𝑛 𝑘𝑖𝑙𝑜𝑔𝑟𝑎𝑚 𝑝𝑒𝑟 𝑗𝑎𝑎𝑟 = 0,002 … 𝑘𝑔 𝑁𝑂𝑥 ∗ 20 𝑚3 = 0,4 𝑘𝑔/𝑗𝑎𝑎𝑟 Berekening 2: De NOx-emissie per kilogram per jaar voor de stal ‘De Saal’.

3.2.2

Verkeersbewegingen gebruiksfase

Op basis van de toelichting van het bestemmingsplan komt het aantal verkeersbewegingen op 114 verkeersbewegingen per etmaal.

De bouwfase De bouwfase bestaat uit de emissie van mobiele werktuigen en de verkeersbewegingen van en naar de bouwplaats. De bouwfase bestaat uit nieuwbouw en verbouw van de benoemde bouwwerken in het plangebied Er is een worst-case scenario aangehouden: alle toepasselijke mobiele werktuigen werken op diesel en vallen in stageklasse V. De mobiele werktuigen zijn bepaald per nieuwbouw of verbouw en zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 1: Mobiele werktuigen van de landwinkel Mobiele werktuigen Hijskraan

Aandrijving Diesel

Stageklasse V

Bron Vlak

P (kW) 250

T (uren) 10

Bverbruik 243

Badblue 17

Bron Vlak

P (kW) 250

T (uren) 30

Bverbruik 729

Badblue 51

Bron Vlak

P (kW) 250

T (uren) 10

Bverbruik 243

Badblue 17

Bron Vlak

P (kW) 250

T (uren) 10

Bverbruik 243

Badblue 17

Tabel 2: Mobiele werktuigen van de recreatieaccommodaties. Mobiele werktuigen Hijskraan

Aandrijving Diesel

Stageklasse V

Tabel 3: Mobiele werktuigen van de machineschuur Mobiele werktuigen Hijskraan

Aandrijving Diesel

Stageklasse V

Tabel 4: Mobiele werktuigen van de dwarshal Mobiele werktuigen Hijskraan

Aandrijving Diesel

Stageklasse V

Tabel 5: Mobiele werktuigen van de schapenstal en de bijenstal/schapenschuilstal Mobiele werktuigen Trilplaat

Aandrijving Diesel

Stageklasse V

Bron Vlak

P (kW) 10

T (uren) 8

Bverbruik 12

Badblue

Graafmachine

Diesel

V

Vlak

150

8

119

8

Hijskraan

Diesel

V

Vlak

250

8

195

13

Pagina 9 Aeriusberekening Oostwaard 9, Maarssen

De bouwfase omvat ook licht verkeer, middelzwaar en zwaar vrachtverkeer. Hiervoor is uitgegaan van een worst-case scenario. In tabel 6 zijn de verkeersbewegingen voor de bouwfase nader uitgelegd. Tabel 6: Onderbouwing verkeersbewegingen voor de bouwfase. Soort Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer

Onderbouwing Het lichte verkeer bestaat uit het halen en brengen van werknemers van en naar de bouwplaats. Er is uitgegaan van 800 verkeersbewegingen. Voor het middelzwaar vrachtverkeer is uitgegaan van 100 verkeersbewegingen per jaar voor het aanleveren en afhalen van licht tot middelzwaar bouwmateriaal. Voor het zware vrachtverkeer is uitgegaan van 80 verkeersbewegingen per jaar voor het aanleveren van zwaar bouwmateriaal.

p/jaar 800 verkeersbewegingen per jaar.

100 verkeersbewegingen per jaar.

80 verkeersbewegingen per jaar.

Pagina 10 Aeriusberekening Oostwaard 9, Maarssen

4

Conclusie

De berekening is gedaan op 17 februari 2023 met de actuele Aeriuscalculator (versie 2022, update januari 2023). Het effect vanuit de gebruiksfase op Natura 2000-gebieden is 0,00 mol N/ha/j. Dit is ook het geval bij de bouwfase (tijdelijke fase). Er kan worden geconcludeerd dat er wordt voldaan aan de norm. In de bijlagen is het pdf-bestand opgenomen van de berekening van de gebruiksfase. Het bevoegd gezag kan via de gml-bestanden alle fases controleren. Deze gml-bestanden voor de gebruiksfase en de tijdelijke bouwfase zijn als separate bijlage aan deze Aeriusberekening toegevoegd.

Pagina 11 Aeriusberekening Oostwaard 9, Maarssen

5

Bijlagen 1. AERIUS_projectberekening_20230217094906_GebruiksfaseRSPVMNziEvUx.pdf, Plannenmakers, 17 februari 2023.

GML: 2. AERIUS_gml_20230217094858.zip, Plannen-makers, 17 februari 2023.

Pagina 12 Aeriusberekening Oostwaard 9, Maarssen

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Gebruiksfase - Beoogd

Resultaten

Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RSPVMNziEvUx (17 februari 2023)

Plannen-makers Oostwaard 9, 3602AA Maarssen Oostwaard 9 Maarssen Cultuurhistorische schuur met aanvullende bouwwerken RSPVMNziEvUx 17 februari 2023, 09:49 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2024 -

0,2 kg/j

1,9 kg/j

2/6

Projectberekening

Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Recreatie | Stal 'De Saal'  Verkeersnetwerk

RSPVMNziEvUx (17 februari 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,2 kg/j

0,4 kg/j 1,5 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RSPVMNziEvUx (17 februari 2023)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RSPVMNziEvUx (17 februari 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

Gebruiksfase, Rekenjaar 2024 1

Wonen en Werken | Recreatie

Naam Stal 'De Saal' Uittreedhoogte Locatie X:132426,61 Warmteinhoud Y:460322,96 Spreiding Oppervlakte 0,03 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2

6,0 m 0,000 MW 1m

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Bron 2 X:132484,59 Y:460319,12 189,27 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

NOₓ

0,4 kg/j

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigen

114 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal

1,5 kg/j 0,3 kg/j 0,2 kg/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RSPVMNziEvUx (17 februari 2023)

6/6

Bijlage 2

Bureau voor Archeologie Rapport 327 Oostwaard 9, Maarssen, gemeente Stichtse Vecht: een bureauonderzoek

2

Colofon titel:

Bureau voor Archeologie Rapport 327. Oostwaard 9, Maarssen, gemeente Stichtse Vecht: een bureauonderzoek

auteur:

A. de Boer (KNA senior prospector)

datum:

17 juni 2016

ISSN:

2214-6687

© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl

Bureau voor Archeologie Rapport 327

Maarssen Oostwaard 9

3

Administratieve gegevens Projectnummer

2016031103

Provincie

Utrecht

Gemeente

Stichtse Vecht

Plaats

Maarssen

Toponiem

Oostwaard 9

Centrum locatie (m RD)

132.350; 460.430 (x; y)

Omvang plangebied

67.730 m2

Kadastrale gegevens

Gemeente Maarsen, sectie E, perceel 31,39, 3140

ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer

4001045100

Soort onderzoek

een bureauonderzoek

Opdrachtgever

Plannen-Makers C. Vaartjes

Uitvoerder

Bureau voor Archeologie A. de Boer

Kaartblad

31H

Periode van uitvoering

Mei 2016

Bevoegd gezag

Gemeente Stichtse Vecht

Deskundige namens bevoegde overheid

ODRU P. de Boer

Beheerder en plaats van documentatie

Digitale documentatie: ARCHIS en E-Depot.

Figuur 1: Ligging van het plangebied (www.opentopo.nl).

Bureau voor Archeologie Rapport 327

Maarssen Oostwaard 9

4

Inhoudsopgave 1 2

3 4 5

Samenvatting...............................................................................................7 Inleiding.......................................................................................................8 1.1 Doelstelling en vraagstelling..................................................................8 Bureauonderzoek......................................................................................10 2.1 Methode...............................................................................................10 2.2 Huidige situatie en beoogde ingreep....................................................10 2.3 Aardkunde............................................................................................11 2.4 Bewoning en historische situatie..........................................................14 2.5 Bekende archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden.

16 2.6 Gespecificeerde verwachting...............................................................19 Conclusie...................................................................................................21 Advies........................................................................................................23 Literatuur...................................................................................................24 Figuren......................................................................................................27

Bureau voor Archeologie Rapport 327

Maarssen Oostwaard 9

5

Lijst met Figuren Figuur 1: Ligging van het plangebied (www.opentopo.nl)......................................3 Figuur 2: Beleidskaart van de gemeente Stichtse Vecht (De Boer e.a. 2010).....27 Figuur 3: Het plangebied.....................................................................................28 Figuur 4: Situatie oud (links) en nieuw (rechts)...................................................29 Figuur 5: Aangelegd voedselbos.........................................................................30 Figuur 6: Luchtfoto ca. 2010 van vóór de aanleg van nieuwe aansluiting op Ring Noord (maps.google.nl).............................................................................30 Figuur 7: Luchtfoto van ca. 2013, tijdens aanleg nieuwe aansluiting Ring Noord, sloot is gedempt.........................................................................................31 Figuur 8: Luchtfoto van ná realisatie nieuwe aansluiting Ring Noord, en herstel sloot en maken aarden wallen (bron: https://webkaart.provincieutrecht.nl/viewer/app/Webkaart? bookmark=127bd9cbc5d14069b6fc7eb5f62ffd38).....................................32 Figuur 9: Shaded reliëf met sterke overdrijving ca. 2008, AHN2 (Esri Nederland). ..................................................................................................................

33 Figuur 10: Shaded reliëf met sterke overdrijving, gegevens uit 2014 van AHN3 (Esri Nederland).........................................................................................34 Figuur 11: Geologische kaart (Rijks Geologische Dienst 1988)..........................35 Figuur 12: Fragment van geologisch profiel vlakbij het plangebied. Het plangebied ligt (schematisch) bij de pijl......................................................36 Figuur 13: Beddinggordelkaart (Cohen e.a. 2012)..............................................37 Figuur 14: Bodemkaart (Stichting voor Bodemkartering 1970; Alterra Wageningen UR 2012)...................................................................................................38 Figuur 15: Geomorfologische kaart (De Lange e.a. 1969; Alterra 2004).............39 Figuur 16: Hoogte-reliëfkaart op basis van het AHN (Kadaster en PDOK 2014). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van NAP. De hoogtegegevens (AHN2) zijn van 2008 (Van der Zon 2013).................................................40 Figuur 17: Limeskaart van Van Dinter (Van Dinter 2013)....................................41 Figuur 18: Schematische doorsnede aan de hand van boorprofielen uit verschillende bronnen................................................................................42 Figuur 19: Gravure 1651 van Jacob Colom (Vera 2001).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2265/documents/47386