CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

3. SPvE Zuilense Vecht.pdf

Raad 6 juli 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 12.: Definitief Integraal programma van Eisen, Functioneel Ontwerp en Stedenbouwkundig Programma van Eisen voor Zuilense Vecht.20.790 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In het geval dat een begroeide gevel wordt voorgesteld, is er een vrijere, mogelijk financieel voordeligere materiaalkeuze voor de achterliggende bekleding denkbaar (bijvoorbeeld beton). Voor onopvallende delen, bijvoorbeeld de wand achter een groene gevel, is beton mogelijk. In Zuilense Vecht is het principe van diervriendelijk bouwen van toepassing, bijvoorbeeld neststenen voor gierzwaluwen of huismussen en het vrijlaten van ruimte in de spouwmuur voor dwergvleermuizen. Waar mogelijk worden circulaire bouwstoffen toegepast of hergebruikt. De gebouwen zijn, eveneens waar mogelijk, aangesloten op een van de warmtenetwerken van Zuilense Vecht. In verband met de duurzaamheidswens wordt geadviseerd om zonnepanelen op de daken te plaatsen, als dit kan in combinatie met een mos-/sedumdak om de hittestress

te beperken en het waterbergend vermogen te vergroten. Anders wordt gekozen voor zwarte dakbedekking voor de inpassing van de panelen. De andere beeldkwaliteitregels die Voor VV Maarssen/DWSM gelden: Afmetingen • Volume is maximaal 50 x 24 m x 9.5 m (l x b x h). • Maximaal 2 bouwlagen inclusief tribune. • Minimaal 1 pad rond het gebouw van minimaal 3 meter breed. • Afstand tot de velden is minimaal 3 meter, tenzij de tribune aan het veld grenst. • Aan de zijde van het Lint is voldoende ruimte voor hulpdiensten en bevoorrading, minimaal 12 meter. • Alle installaties en technische ruimtes zijn binnen het volume opgenomen. • Oprit met minimaal 1 maar bij voorkeur 2 bomenrijen van minimaal 4 bomen lang. Vlakverdeling gevels en dak • Dak is plat of heeft een hellingshoek tussen de 5 en 15 graden • Een overstek is gewenst, richting de tribune is een grotere overstek noodzakelijk. • Tribune richting de hoofdvelden is wenselijk over de hele gevellengte, met uitzondering van entrees en eventuele verblijfsruimtes. • Entrees zijn herkenbaar, de hoofdentree bestaat overwegend uit glas. • De hoofdentree moet georiënteerd zijn op het lint. • Er is eventueel een secundaire entree richting Norbruislaan. • Kantines en verblijfsruimtes krijgen een representatieve gevel met minimaal 75 procent glas. • Kantine(s) op de verdieping zijn gericht op hoofdvelden én trainingsvelden.

• Eventuele zonnepanelen en installaties zijn uit beeld door terugliggende positie van minimaal 3 meter uit de dakrand.

Stedenbouwkundig Programma van Eisen(SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021 - 43

3.3 Verkeer en parkeren Auto ontsluiting • Het lint is autovrij behalve voor calamiteiten en bevoorrading (bepaald tijdstip); de voetganges/fietsers zijn leidend en de rest is te gast. • De Sportparkweg blijft een 50 km/uur zone.

•

Langzaam verkeer (fiets en voetgangers) • De veiligheid voor de verkeerstromen in het sportlint moet worden gewaarborgd, en wel zo dat de route naar en van het onderwijsgebouw niet in gevaar komt. • De kruising tussen de Sportparkweg en J. Reyneke van Sluwestraat, bij de oversteekplaats dient veilig te zijn, zodanig dat de verkeersroute naar en van het onderwijsgebouw kan worden gestroomlijnd. • Fietsenstalling dient op een logische wijze te worden gesitueerd zodat ze geen obstakel vormt in de buitenruimte (niet op het schoolplein, aan het sportlint en nabij de hoofdentree). • Fietsvoorziening (fietskoffer) dient als gedeelde voorziening (wordt gebruikt voor verschillende functies: bezoekers en gebruikers van het park, het lint en de onderwijsvoorziening) te worden gerealiseerd. Afsluitbare fietsenstalling voor personeel. • Er moet voldoende zicht worden gewaarborgd op de fietsenstalling in verband met het sociale toezicht. • De norm voor fietsparkeren: bezoekers 6,5 per 10 leerlingen/medewerkers 0,6 per 10 leerlingen.

• •

Parkeren • Om de parkeercapaciteit te bepalen wordt er uitgegaan van een maximale bandbreedte van de parkeernormen, teneinde een veilige marge te kunnen hanteren en op pieken te kunnen opvangen. • Parkeerterreinen worden uitgevoerd in het waterabsorberende materiaal. Denk bijvoorbeeld aan grasbetonklinkers. Het water kan de bodem in stromen en zou de wateroverlast kunnen voorkomen. • Veilige routes vanaf beide parkeerplaatsen naar en vanaf het gebouw (overzichtelijk en goed verlicht). • Veilige route vanaf kiss & ride zone naar en vanaf het gebouw. 44 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021

•

De kiss & ride zone is bedoeld voor de ouders om de kinderen binnen ca. 10 minuten (maximaal) af te zetten. Mochten ze langer dan 10 minuten nodig hebben, dan dienen de ouders op de aangewezen plaatsen te parkeren. Elk parkeerterrein wordt voorzien van oplaadpunten voor elektrische auto’s. Rekening houden met toegankelijkheid voor minder validen. Parkeernorm onderwijs: 1 p.p. per lokaal / KDV = 1,2 p.p. per 100 m2 BVO

Openbaar vervoer (OV) Bushaltes moeten op een acceptabele loopafstand (200- 300 m) aanwezig zijn. Op de Amsterdamsestraatweg en Sweserengseweg zijn bushaltes. 3.4 Openbare ruimte Algemene uitgangspunten Voor de openbare ruimte wordt gekozen voor een groene inrichting die past bij het Sportief park. Er komt substantieel meer groen in het straatbeeld dan in het aangrenzende Op Buuren. Zo loopt het groen van het park naar binnen en wordt de buurt een stadse woonbuurt met een groen karakter: het is zowel onderdeel van Op Buuren als van het Sportief park. Kenmerken • Autovrije randen langs Sportief park. • Zoveel mogelijk grasvlakken en bomen. • Bij voorkeur alleen langsparkeren voor bezoekers. • Bezoekers parkeren langs de Sportparkweg onder de laanbeplanting (kan bij 50 km/u). • Parkeervakken op de stoep, niet op de rijbaan. • Minimale trottoir- en rijbaanbreedte. • Rekening houden met toegankelijkheid voor mindervaliden. • Ondergrondse afvalcontainers alleen langs de middenstraatjes. • Zoveel mogelijk parkeren onder/tussen de bomen (tenzij dit ten koste gaat van een groenstrook, dan combineren met trottoir).

Beplanting • Keuze van beplantingssoorten sluit aan op keuze in sportief park • Bomen langs de sportvelden maken deel uit van het Sportief park • Nieuwe laanbomen langs Sportparkweg passen bij de bestaande bomen aan overkant • Bomen in de middenstraatjes zijn inheemse soorten met een flinke maat • Gemengde hagen van inheemse soorten (veldesdoorn, sleedoorn, meidoorn, liguster) • In de woonstraatjes kan gebruiksgras en bloemrijk grasland worden afgewisseld Verharding Er wordt gestreefd naar een contrast tussen de verharding in het Sportief Park (zwart asfalt) en de woonvelden. Het fietspad langs de woonbuurt is onderdeel van het park en bestaat dus uit zwart asfalt. De verharding in het woonveld van Stichtse Vecht versterkt het dorpse karakter en sluit aan op Op Buuren: • Rijbaan: gebakken klinkers, dikformaat keperverband, roodbruin genuanceerd • Trottoir: gebakken klinkers, waalformaat halfsteensverband, bruin genuanceerd • Stoepzone (op kavel): gebakken klinkers, waalformaat halfsteensverband, in contrasterende kleur (bv. lichtgeel, donkerbruin/-paars, zwart) of natuurstenen keitjes, geen mix • De verharding (rijbaan, trottoir, stoepzone) ligt hoger dan de groene berm/ander groen element zonder stoepband i.v.m. de afwatering. Meubilair en verlichting Gelijk aan Sportief park: functionele objecten zoals verlichting en afvalbakken krijgen een terughoudende uitstraling.

Er wordt gekozen voor antraciet als basiskleur, omdat dit er sjiek uitziet zonder op te vallen. In de woonbuurt wordt hetzelfde meubilair toegepast als in het Sportief park. Ook wordt er gekozen voor dezelfde verlichtingsmasten en -arma-

turen, of voor een ander element uit dezelfde familie. Dit straatmeubilair past goed bij het straatmeubilair van Op Buuren. Het binnenterrein Het binnenterrein is semi-openbaar. Er wordt op het binnenterrein geparkeerd. Dit terrein zou kunnen worden gezien als een verlengstuk van privébuitenruimte (privé tuinen) voor de bewoners. Denk bijvoorbeeld aan de spelende kinderen die op het binnenterrein kunnen spelen als er geen/weinig auto’s zijn geparkeerd. Het is een informeel parkeerterrein met een groene uitstraling. In verband met dit laatste geldt als uitgangspunt dat er waar mogelijk bomen en intensieve vegetatie (natuurlijk ogend) worden geplaatst . Daarnaast is het toepassen van duurzame en waterdoorlatende verharding en of halfverharding in het kader van de rainproof ook hier het uitgangspunt. Afvalcontainers De afvalcontainers moeten op de aangewezen locatie worden gelocaliseerd en makkelijk toegankelijk zijn voor de inzameling. Grondgebonden woningen met tuin krijgen eigen kliko voor PMD en gft (eventueel derde kliko voor het papier). Er moet voldoende ruimte worden gecreëerd voor het aanbieden van de containers tijdens de inzameldagen (standplaatsen voor de kliko’s). Het aanbiedplaatsen mogen niet worden gesitueerd in de bocht. Daarnaast moet er minimaal 1 ondergrondse container worden gerealiseerd per 30 woningen voor het restafval.

De loopafstand naar de containers is minder dan 150 meter. De kosten voor voorbereiding, aanschaf, plaatsing, grondafvoer etc. zijn ongeveer €10.000 per container. De realisatie kosten voor de ondergrondse containers zijn voor de projectontwikkelaar. Na de oplevering van de containers neemt de gemeente de containers over en zijn de beheerskosten voor rekening van de gemeente.

Stedenbouwkundig Programma van Eisen(SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021 - 45

Overgang openbaar-privé Een grijsgebied waar duidelijke richtlijnen noodzakelijk zijn. Erfafscheidingen Als basiserfscheiding en overgangszone tussen de woning en het openbaar gebied is er gekozen voor een moderne interpretatie van de DelftseStoep, de ‘Stoepzone’. Dit is een 1 meter diep bestrate voortuinzone langs de gehele straatzijde. Tussen de voortuinen van de woningen onderling wordt geen erfscheiding aangebracht. De stoepzone kan worden benut voor erkers, overkragende geveldelen en terrassen. Bij de voorgevel moet architectonisch rekening worden gehouden met de realisatie van de geveltuinen. De achtererfscheiding rondom het parkeerhof is bepalend voor de kwaliteit van het beeld van deze collectieve ruimte. Hier wordt een begroeid hekwerk voorgesteld, dat voor de bergingen langs loopt. De mogelijkheid voor een bijzondere woningtypologie zoals een dekwoning vraagt om een bijzondere erfscheiding. Deze moet integraal in het ontwerp worden opgenomen. Bij de realisatie van dekwoningen met hun achterzijde aan een binnenhof is in verband met het hoogteverschil de basisoplossing voor de achterzijde van de woning niet toepasbaar. Hiervoor dient een andere, hoogwaardige en representatieve, oplossing te worden gevonden.

Dit kan bijvoorbeeld door toevoeging van trappen (voor interactie, trappen dienen binnen de erfgrens te worden gerealiseerd) in combinatie met een haag en een berging (om de blinde gevel te verzachten), met op het dek een grasdak met hoge grassen als afscherming van het privé gebied. Als afscherming van het dek wordt een lage groene scheiding voorgesteld, hoge tuinmuren/schuttingen bovenop het dek zijn aan de hofzijde niet toegestaan. Zone sportvelden Voor de woningen langs de sportvelden is, in verband met de verminderde bezonning van de achtertuin, voor een alternatieve en groene invulling van de voortuin gekozen. Daarbij wordt er meer ruimte geboden voor de bewoner om buiten te zitten, zonder dat er een echte besloten (achter-)tuin situatie wordt gecreëerd. De voortuin wordt omsloten door een alternatieve erfscheiding die inspeelt op de groene kwaliteiten van het Sportieve park: een lage haag. Deze kan als blokhaag in de openbare

ruimte worden doorgezet voor de eventuele appartementenvolumes, om daarmee een consistente overgang te creëren. De ervaring leert dat veel bewoners hagen als groene erfgrens waarderen, maar niet altijd bereid zijn deze te onderhouden. Om de kansen op duurzame hagen te vergroten is het raadzaam de haag als dubbele rij te realiseren: één rij op private grond en één rij in openbaar gebied. Bij de eerste rij wordt het geheel door de gemeente beheerd. Bij de tweede rij worden de voor- en bovenkant van de heg door de gemeente en de binnenzijde door de bewoners beheerd. Overgang lint De overgang tussen de bouwvlek en het lint wordt geaccentueerd door middel van een klein talud met bloemrijk grasland in de openbare ruimte. Onderwijs Aparte pleinen voor kinderopvang 0-4 en onderbouw (BSO speelt op schoolplein). • Buitenruimte kinderopvang / onderbouw apart opstellen en niet voor de groepsruimten van midden en bovenbouw positioneren. • Directe toegang vanuit groepsruimten kinderopvang naar buitenruimte • Aparte entree onderbouw / aparte entree KDV, geen aparte BSO. • Haag i.c.m. hek (1,2 meter hoog) rond plein kinderopvang / onderbouw • Uitzicht op groen is het uitgangspunt. • Mogelijkheid om het sportveld langs de Amsterdamsestraatweg te gebruiken. • Ondergrondse afvalcontainer nabij de onderwijsvoorziening.

• Voldoende openbare verlichting langs de routes vanaf de randen van het sportpark / parkeerplaatsen naar de onderwijsvoorziening. • In het ontwerp van het gebouw en de buitenruimte dient te worden geanticipeerd op milieugevolgen: ligging in hinderzone (tracé gasleiding / bedrijventerrein), geluidsoverlast verkeer (Amsterdamsestraatweg, Zuilense ring, Sweserengseweg) en bedrijventerrein Lageweide (vaststellen door middel van geluidsmetingen), fijnstof, luchtkwaliteit (vaststellen d.m.v. metingen). •

46 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021

3.5 Duurzaamheid De gemeente Stichtse Vecht heeft een duurzame ambitie en wil dit waar mogelijk in het plangebied toepassen, d.w.z. in de gebouwen en buitenruimte. Duurzaam gebouw • Waar mogelijk worden circulaire (hergebruikte) bouwstoffen toegepast • Voor alle nieuwbouw, dus zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG) • GPR is minimaal 7 • EPC is < of gelijk aan 0,2 Energie systeem en circulair Het installeren van zonnepanelen op de daken, al dan niet in combinatie met een mos-/sedumdak. Daarnaast is een mos-/ sedumdak voor dakdelen waar vanuit woningen op neer kan worden gekeken (zoals bergingen en aan- en bijgebouwen) ook een uitgangspunt. In het kader van een onopvallende inpassing van zonnepanelen wordt een antraciet/ zwarte dakbekleding geprefereerd boven oranjerode dakpannen. Om het karakter van een Vechts dorp te versterken is een mix van antraciet en oranjerode kappen echter gewenst. Bij een antraciete kap wordt aanbevolen om de panelen in het dak uit te voeren, bij een oranjerode kap zijn panelen in dakpannen een fraaie oplossing. Bij windenergie wordt de energie door een windmolen gevangen en omgezet in elektriciteit door de turbine. Vanwege veiligheids- en overlastcontouren heeft een windmolen echter wel veel ruimtelijk effect.

De ‘gangbare’ windturbines van 120 tot 200 meter hoog zijn in dit dichtbebouwde gebied daarom niet haalbaar. In verband met de afstand tot bebouwing en het geluid dat uitkomt, is het realiseren van de windturbines in het plangebied dus niet mogelijk.

Uitgangspunten De potentie van zonne-energie neemt toe met het beschikbare dakoppervlak, het gebruik van zonnepanelen is hier het uitgangspunt. • Zonnepanelen aan gevels dienen integraal meegenomen te worden in het plan. De zuidzijde van woningen en het onderwijsgebouw kan hiervoor worden ingericht, raampartijen worden elders gesitueerd. •

Ecologie In Zuilense Vecht is diervriendelijk bouwen uitgangspunt, bijvoorbeeld neststenen voor gierzwaluwen of huismussen, en het vrijlaten van ruimte in de spouwmuur voor dwergvleermuizen. Warmte De voorkeursvariant in het onderzoek rapport van RoyalHaskoning-DHV bevat een Warmte Koude Opslag (WKO), in combinatie met Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO). Bij de uitwerking zullen wij de haalbaarheid onderzoeken van het combineren van functies en het zichtbaar maken van de energie-doelstelling, bijvoorbeeld door het uitlaatpunt van de TEO een recreatieve functie te geven en/of energie-opwekkende functies aan het lint toe te voegen. Duurzame buitenruimte • Toepassing van het ‘groen tenzij’ principe. Dit geeft aan dat groen in alle opzichten, waar mogelijk, als uitgangspunt wordt genomen en dat alleen hiervan wordt afgeweken als er sprake is van een goed onderbouwde functie. • Vermindering van de hittestress en wateroverlast door ge bruik te maken van groenblauwe oplossingen, zoals wadi’s en halfverharding en het principe ‘groen tenzij’.

Stedenbouwkundig Programma van Eisen(SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021 - 47

Provinciale Ruimtelijke Strcutuurvisiekaart 2028

48 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021

Hoofdstuk 4 Onderbouwing 4.1 Beleidskader Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 De rode draad van de ruimtelijke ontwikkeling voor de periode 2028 is behoud van het evenwicht tussen mens, milieu en markt. Het gaat om de onderlinge samenhang van deze drie elementen. De sterkte van de regio wordt immers bepaald door de zwakste schakel. Provincie Utrecht waar het plangebied ondervalt is op de hoogte van de ontwikkelingen van Zuilense Vecht. Ze hebben (ambtelijk) bevestigt de plannen te steunen. Om de ambitie van een Topregio te kunnen blijven waarmaken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: • Voldoende en divers woningaanbod en een goed voorzieningenniveau, met inbegrip van het culturele aanbod. • Het op peil houden van de bereikbaarheid. • Een concurrerend vestigingsmilieu voor met name de kennis- en creatieve bedrijven. • Behoud en ontwikkeling van aantrekkelijke en beleefbare natuur en landschappen. • Een leefomgeving die duurzaam is en anticipeert op klimaatverandering en energietransitie. Voor het concretiseren van het ruimtelijke beleid binnen deze hoofdlijnen, gelden twee prioritaire keuzes: • Inzetten op binnenstedelijke ontwikkeling. • Versterken van de kwaliteit van het landelijk gebied. Dit zijn de twee hoofdkeuzes omdat ze het meeste gewicht in de schaal leggen bij het streven van de provincie om de leefbaarheid te vergroten.

Ze vormen de focus waarmee de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijke beleid worden ingestoken. Hier wordt de onderlinge samenhang tussen deze hoofdlijnen beschreven. Vanuit de hoofdlijnen en prioritaire keuzes zijn er vier pijlers voor de ruimtelijke ontwikkeling: • Duurzame leefomgeving • Bescherming kwaliteiten

• •

Vitale dorpen en steden Dynamisch landelijk gebied

De pijlers ‘duurzame leefomgeving’ en ‘bescherming kwaliteiten’ leggen de basis waarbinnen de ontwikkelingen in de ‘vitale dorpen en steden’ en het ‘dynamisch landelijk gebied’ kunnen plaatsvinden. De pijlers voor de ontwikkeling dragen bij aan de aantrekkelijkheid, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van de provincie. De samenhang in de fysieke leefomgeving is groot. Zo heeft de ontwikkeling van de landbouw vaak directe gevolgen voor natuur en landschap, en hebben de stedelijke ontwikkelingen directe gevolgen voor de bereikbaarheid. Maar ook tussen de diverse opgaven voor stad, ommelanden en landelijk gebied is er een directe samenhang. Daardoorheen geweven zit het generieke belang van duurzaamheid en kwaliteit. Een duurzame en kwalitatief hoogwaardige leefomgeving is ook een vestigingsfactor, en naar verwachting één van toenemende betekenis. Het doel van het project Zuilense Vecht hoort bij één van de prioritaire keuzes van het bovenstaande beleid; inzetten op binnenstedelijke ontwikkeling, waarbij drie van de vier pijlers goed aansluiten bij de speerpunten van het project: duurzame leefomgeving, bescherming kwaliteiten en vitale dorpen en steden. Toevoeging van het woonprogramma, onderwijs en andere informele sportgerelateerde functies bevordert het vestigingsklimaat en maakt de steden vitaal, en hierdoor ontstaat er dus een duurzame leefomgeving.

Toekomstvisie Stichtse Vecht 2013-2040 De samenleving mondialiseert doordat mensen zich makkelijker over de gemeentelijke grenzen verplaatsen. De bevolking leeft intensiever en aan beleving wordt veel waarde gehecht. Informatie wordt gemakkelijker uitgewisseld dan ooit en is hierdoor toegankelijk voor iedereen. De gemeente is zich van dit alles bewust en anticipeert haar beleid op deze trends en ontwikkelingen.

Stedenbouwkundig Programma van Eisen(SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021 - 49

Een paar trends en ontwikkelingen die in deze visie zijn beschreven: • Toenemende globalisering en als reactie meer aandacht voor eigen lokale leefomgeving. • Aandacht voor duurzaamheid en zorg voor de aarde (grenzen hulpbronnen komen in zicht). • Toenemende Verstedelijking. • Vergrijzing (verdubbeling aantal 75-plusers). • Kleinere huishoudens en veranderende gezinssamenstellingen. • Groei in dienstensector, recreatie en toerisme. Krimp en schaalvergroting in de landbouwsector. • In kleine kernen staat het voortbestaan van de detailhandel onder druk. • Terugtredende overheid en groter beroep op eigen kracht en verantwoordelijkheid inwoners. • Grotere rol sociale media en technologische ontwikkelingen.

alisering. Jongeren en starters krijgen meer mogelijkheden om een huis te kopen door bijvoorbeeld een starterslening of lotingmogelijkheden. Door meer woningaanbod te creëren in de regio ontstaan er ook meer mogelijkheden voor het bedrijfsleven om hun personeel woningen aan te bieden. Dit verbetert het vestigingsklimaat voor ondernemers. Daarnaast wil de gemeente Stichtse Vecht dat het aanbod van huurwoningen aansluit bij de verwachte behoefte. Het is van belang een balans te vinden tussen het realiseren van meer nieuwe sociale huurwoningen enerzijds, en anderzijds de doorstroming binnen de bestaande huurvoorraad te vergroten. Sociaal- en/of midden huur, structureel bestemd voor het middensegment, blijft behouden. Toevoeging van nieuwbouw is een belangrijke sturingsmogelijkheid om de krapte aan de onderkant van de woningmarkt te verminderen. Het gaat hier om de toevoeging van huurwoningen (sociaal en midden) maar ook om woningen in het middensegment ter bevordering van de doorstroming.

Naar aanleiding van de bovenstaande trends en ontwikkelingen definieert de gemeente de opgave en kansen. In deze toekomstvisie zet de gemeente op hoofdlijnen in op behoud en ontwikkeling. Van hieruit kan er worden samengewerkt met initiatieven in de regio. Het is belangrijk om er eerst achter te komen hoe het er op dit moment binnen de gemeentegrenzen voorstaat. Wat moet er überhaupt worden behouden? Een ontwikkeling maakt een initiatief voor behoud mogelijk. Het project Zuilense Vecht is onderdeel van de opgave en kansen waarbij kan worden geanticipeerd op bovenstaande trends en ontwikkelingen. Denk bijvoorbeeld aan het creëren van een gevarieerd woningaanbod, toevoeging van het onderwijsprogramma, het stimuleren van meer activiteiten op het gebied van sport en bewegen en uitvoering van duurzame maatregelen in de gebouwen en buitenruimte.

Het nieuwbouwprogramma op dit moment is: a. Minimaal 30 procent sociale huurwoningen of middenhuur b. Per locatie en afhankelijk van de behoefte kan gestreefd worden naar 10 procent dure koop of meer mits dit niet ten kosten gaat van het harde criterium 30 procent sociale- of middenhuur.

Woonvisie 2017-2022 (revisie van versie 2016) De actualisering van de woonvisie in de gemeente Stichtse Vecht 2017 - 2022 is gestoeld op de meest actuele cijfers uit het regionale woningbehoefteonderzoek van eind 2018. Deze actualisering heeft onder andere als doel de lange wachttijden voor woningzoekenden te verkorten. De inwoners met een middeninkomen krijgen extra aandacht in deze actu-

Naast de bovenstaande ambitie wil de gemeente Stichtse Vecht ook in 2030 volledig energieneutraal zijn. Dit kan door middel van compensatie via energieopwekking. Voor een belangrijk deel ligt hiervoor een opgave in de bebouwde omgeving en daarmee voor de woningvoorraad (nieuw en bestaand). De ambitie is om bij nieuwbouw de nul-op de-meterwoningen te realiseren. Bij bestaande bouw is sprake van aardgasloos bouwen. De gemeente Stichtse Vecht volgt de ontwikkelingen rondom het klimaatakkoord op de voet en sluit haar ambitie naadloos aan op de (voorlopige) standpunten van het klimaatakkoord. Het woonprogramma en de ambitie van het project Zuilense Vecht sluiten tevens naadloos aan op de ambitie van de geactualiseerde woonvisie 2017-2020. Het gevarieerde woningaanbod, aardgasloos en duurzaam bouwen binnen de mogelijkheden, zullen in het project worden doorgevoerd.

50 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021

Beleidskader Onderwijshuisvesting 2016 Het Beleidskader Onderwijshuisvesting 2016 beschrijft de beleidskeuzes en voorstellen, die gericht zijn op het toekomstbestendig maken van de onderwijshuisvesting in Stichtse Vecht. Dit beleidskader is door de gemeenteraad vastgesteld op 20 december 2016. De keuzes en uitgangspunten die van toepassing zijn voor het project Zuilense Vecht: • De gemeente gaat voor duurzame en flexibele (toekomstbestendige) schoolgebouwen. Naast de gemeente dragen de schoolbesturen daarin bij. Duurzaamheidsambities met meerkosten die vallen buiten het kader van het Bouwbesluit of de mogelijkheden van (bekostiging door) de schoolbesturen worden niet gerealiseerd. • In afwijking van het vastgestelde vastgoedbeleid kan de gemeente (marktconform maar in ieder geval kostendekkend) investeren in vastgoed ten behoeve van kinderopvang, indien dit vastgoed in het kader van IKC vorming onderdeel is van een scholenbouwproject. • De gemeente bekostigt nieuwbouw op het niveau dat noodzakelijk is om te voldoen aan het Bouwbesluit. • De gemeente bekostigt permanente nieuwbouw volgens de VNGnormkosten en bekostigt Bijna energieneutraal en gasloos bouwen • Het gebruik van schoolpleinen als openbare speelvoorzieningen is een gezamenlijke wens van gemeente en veel schoolbesturen.

De schoolbesturen en de gemeente zoeken samen de aansluiting betreffendegebruiksmogelijkheden in het gemeentelijk speelvoorzieningenbeleid. Het project Zuilense Vecht zal de bovenstaande uitgangspunten meenemen in de verdere ontwikkeling van de onderwijsvoorziening in het gebied.

Uitwerking voor primair en voorgezet onderwijs 2018 De in het project Zuilense Vecht gereserveerde onderwijsvoorziening past de uitgangspunten van dit beleid toe en houdt rekening met de actuele onderstaande informatie. Ze valt onder Maarssen-Dorp. Een paar uitgangspunten en relevante informatie worden puntsgewijs hieronder weergegeven: • Er zijn drie denominaties die op een of meer locaties in de kern Maarssen- Dorp onderwijs aanbieden. De spreiding van de onderwijslocaties over de kern Maarssen-Dorp is over het algemeen goed. • Vanuit alle delen van de kern Maarssen-Dorp is de afstand tot een school hemelsbreed max. 2 km. • De ruimtebehoefte per school wordt berekend op basis van het aantal leerlingen. Iedere zelfstandige school heeft een vaste voet (footprint) van 200 m2 BVO. • Bij een capaciteitstekort wordt er onderscheid gemaakt tussen permanente en tijdelijke ruimtebehoefte. • Een permanente ruimtebehoefte, op te lossen door permanente huisvesting, ontstaat wanneer een ruimtebehoefte van langer dan 15 jaar wordt voorzien. • Een tijdelijke ruimtebehoefte, op te lossen in de vorm van semi-permanente bouw of noodlokalen ontstaat wanneer een ruimtebehoefte van langer dan 4 jaar, maar korter dan 15 jaar wordt voorzien.

• Op grond van de huidige capaciteit van de schoolgebouwen in Maarssen-dorp is er (per 2018) een capaciteitstekort (deels permanent, deels tijdelijk) van 1278 m2 BVO. (ruimtebehoefte gedurende tenminste 4 jaar). Deze permanente capaciteit wordt deels uitgebreid met de nieuwbouw van het kindercentrum Harmonieplein. • Op basis van deze prognose is een substantiële uitbreiding van de permanente capaciteit van de scholen nodig van omstreeks 1278 m2, omdat deze extra capaciteit voor tenminste de komende 15 jaar verwacht wordt. • In de kern Maarssen-Dorp wordt de komende jaren nog een tijdelijke wissellocatie benut met een capaciteit van 875 m2 BVO. Het benodigde onderwijsprogramma zal goed in het plan worden verwerkt en vormt een integraal onderdeel van het sportpark.

Stedenbouwkundig Programma van Eisen(SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021 - 51

As van Berlage

Twee torens op de As van Berlage

Nieuw Bestaand

Accenten langs de As van Berlage Stedenbouwkundig concept

Het nieuwe accent als ruimtelijke samenhang in relatie tot de twee torens op de As van Berlage Bron: GebiedsPlan

52 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021

4.2 Functies Het toenemen van de verstedelijking is één van de trends die in de ruimtelijke toekomstige visie Stichtse Vecht 2013-2040 is genoemd. Om hierop te kunnen anticiperen zou versterking van het woon- en leefklimaat van de omgeving kunnen helpen. Denk bijvoorbeeld aan onder andere een gevarieerd woningaanbod in de wijk. Gezien de gewenste verstedelijking dienen bijzondere functies met betekenis voor de wijk in het plangebied ook een plek krijgen. De transformatie van het sportpark Zuilense Vecht is onderdeel van de bovenstaande bijzondere functies. Er komen meer informele sportgerelateerde functies met bijbehorende ondersteunende horeca /kiosk/ sportkantines die extra reuring en levendigheid in het gebied brengen. Een aandachtspunt is dat er door de aanwezigheid van dergelijke functies geen (te) grote verkeersaantrekkende werking uitgaat of overlast ontstaat voor de wijk. De goede samenhang tussen verschillende verkeersroute: langzaam verkeer/ auto en calamiteit/ laden-lossen is hierbij belangrijk. Met de transformatie van het sportpark door toevoeging van het woonprogramma, onderwijs, en informele sportactiviteiten inclusief ondersteunende horeca /kiosk/kantine gelegenheden, ontstaat er een bijzondere openbare ruimte voor de wijk.

Zuilense Vecht leent zich voor functiemenging waardoor meer beweging en synergie tussen de bewoners in de omgeving (Stichtse Vecht en Utrechtse zijde) worden gestimuleerd.

4.3 Ruimtelijk Stedenbouwkundig concept Het concept voor het woonveld van Stichtse Vecht is om een schakel te vormen tussen de bestaande bebouwing en het Sportieve park. Het woonveld krijgt hoogwaardige voorkanten naar het Sportieve park en de openbare ruimte erlangs Sportief park is groen en autovrij. De bebouwing langs het Sportief park vormt een wand die het begeleidt. Langs de sportvelden is een iets hogere bouwhoogte toegestaan in aansluiting op de grote maat van het park en het vrije zicht. Extra bouwhoogte langs het Sportieve lint is niet toegestaan in verband met de beperkte breedte van het lint op deze plek. Een hoekaccent benadrukt de entree van het lint. Daarnaast wordt het groene karakter van het park zoveel mogelijk het woonveld ingetrokken. Dit betekent groene profielen met minimale infrastructuur en eenzelfde materialisatie als het Sportief park. De openbare ruimte langs het park is onderdeel van de uitwerking ervan, met uitzondering van een smalle zone die direct grenst aan de bouwblokken. Deze zone zal worden bestemd voor privé voortuinen van de bouwblokken, aangezien deze aan de zuidzijde liggen. Hoogteaccenten langs As van Berlage De Burgemeester Norbruislaan- Sweserengseweg maken deel uit van de As van Berlage: een belangrijke stedenbouwkundige structuur. In Utrecht staat een toren, die deze as accentueert.

Bij de Zuilenselaan verandert de as: de weg buigt af en de boomsoort verandert. De structuur van Zuilense Vecht (water en sportvelden) volgt echter wel de As van Berlage. Een hoekaccent in het nieuwe woonveld van Stichtse Vecht zorgt voor een logische ruimtelijke beëindiging van deze structuur in Zuilense Vecht, een herkenbaar begin van het bebouwde gebied en vormt ook een stedenbouwkundige reactie op de ‘Utrechtse toren’. De watergang wordt verbreed tot een aantrekkelijke representatieve waterpartij rondom dit hoekaccent. De mate waarin het hoekaccent ‘naar voren’ kan komen, het water in, dient bij de uitwerking te worden bepaald. Voor een goede relatie met de Sweserengseweg-Burgemeester Norbruislaan krijgt het woonveld hoogwaardige voorkanten naar de Sweserengseweg en is de openbare ruimte langs de As van Berlage groen en autovrij.

Stedenbouwkundig Programma van Eisen(SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021 - 53

Woonvlek nieuwbouw Op Buuren

Woonvlek nieuwbouw Op Buuren

Het onderwijs Minimale auto-ontsluiting in verband met het parkgevoel en zoveel mogelijk ruimte bieden voor de voetgangers. Voetgangers zijn (bijna) overal leidend Stedenbouwkundig concept

54 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021

Het onderwijs De bebouwing begeleiden het Sprotief park Bron: GebiedsPlan

De bebouwing vormt een wand die de As van Berlage begeleidt. Een wand met diversiteit in bouwhoogte en architectonische uitstraling. Deze hoek vormt een representatieve kant vanuit Maarsen en mag een stedelijke en stevige uitstra-ling hebben. Dit hoekaccent kan worden gezien als een entree van het woonblok vanuit Maarssen. Compositie en schaal Een goede aansluiting tussen de nieuwe bebouwing langs de Sportparkweg en de bestaande bebouwing van Op Buuren aan de overzijde is essentieel. Uitgangspunt voor zowel de stedenbouwkundige opzet als de architectuur is dat de weerszijden van de Sportparkweg als één woonwijk worden ervaren. De bestaande bebouwing van Op Buuren bestaat uit traditionele gesloten bouwblokken met parkeren in binnenhoven en is gedeeltelijk gebaseerd op een karakteristiek Vechtdorp. De uitstraling is informeel, dorps, kleinschalig en gedifferentieerd. De bouwblokken bestaan vooral uit rijwoningen met grotere appartementenvolumes op de hoekpunten en langs openbare ruimtes met een grote maat. Voor de nieuwe bebouwing van het Sportieve park wordt hetzelfde principe aangehouden: gesloten bouwblokken met parkeren in de Dorpsrand en appartementenvolumes op de hoekpunten en langs openbare ruimtes met een grote maat. Minimale ontsluiting Het concept voor de woonvelden in Stichtse Vecht en Utrecht bestaat uit groene profielen met minimale infrastructuur.

Dit betekent een ontsluitingsstructuur gebaseerd op één hoofdaansluiting aan de Sportparkweg, tegenover de C.P. Klapstraat. Vanuit deze centrale toegang kunnen de diverse parkeerhoven bereikt worden. Bezoekers dienen met een minimale impact te kunnen parkeren. In geval van calamiteiten kan gebruik worden gemaakt van een noodontsluiting via het fietspad en het lint. Het fietsnetwerk is uitgebreid met een losliggend fietspad tussen het woonveld en de sportvelden. Op deze manier is het woonveld goed verbonden met het Sportieve lint.

Entree van het lint De kruising tussen J. Reyneke van Stuwestraat en de Sportparkweg vormt de entree van het lint. Het lint loopt in feite door richting de Oosterwaard en gaat over naar de recreatieve langzaamverkeerroute. Het kruispunt vanuit Op Buuren ter hoogte van de verlengde van J. Reyneke van Stuwestraat en de Sportparkweg is onderdeel van het lint en heeft een belangrijke rol in het (oost-west) langzaam verkeersnetwerk. De Sportparkweg zal een weg van 50 km/uur blijven. De ruimtelijke inpassing rondom deze weg zal hierop worden geanticipeerd. Ruimtelijk gezien wordt de entree van het lint gedefinieerd door het nieuwe bouwblok op de hoek, kiss en ride op de parkeerplaats tegenover Brocacef, de tennis/poedelbaan van Luck Raeck en de onderwijsvoorziening naast de OVVO-hal. De scholen moeten vanuit dat kruispunt al zichtbaar zijn. Het lint begeleidt dit principe en wordt van de buitenruimte zodanig vormgegeven als een uitnodigende en vooral veilige route. De ouders moeten hun kinderen veilig kunnen afzetten op de kiss en ride-zone en hen zelf zonder gevaar kunnen laten lopen naar de onderwijsvoorziening. Het gaat hier om de kinderen in de onderbouw tussen 4 tot 8 jaar oud. Kortom, de entree van het lint moet worden gezien als een eenheid en als een onderdeel van het lint.

Beeldkwaliteit Het nieuwe woonveld aan de Sportparkweg heeft een vergelijkbare architectonische uitstraling als de bestaande bebouwing van Op Buuren. Het architectonische beeld zal worden gedomineerd door een gevarieerde donkere baksteen. Op de aangewezen bijzondere hoeken van de blokken (zie voorwaardenkaart), mogen de blokken een bijzondere tint hebben zolang het binnen de toon van de rest past. Denk bijvoorbeeld aan: het hoekaccent aan de Sweserengseweg en de entree van het lint (verlengde van J. Reyneke van Stuwestraat). Een opvallende en schreeuwende kleur die uit de toon valt is hier niet toegestaan. Voor het onderwijsgebouw geldt dat het een onderdeel moet zijn van de sportgebouwen en ook moet passen bij de uitstraling van het woonveld. Ze hoeven niet identiek te zijn maar moeten een eenheid vormen in architectonische uitstraling. Het woonveld, onderwijsgebouw en de

Stedenbouwkundig Programma van Eisen(SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021 - 55

sportgebouwen moeten integraal als een geheel worden gezien. Ze behoren elkaar aan te vullen. 4.4. Verkeer en parkeren Auto ontsluiting Het Sportieve park is autovrij. In Zuilense Vecht wordt het gemotoriseerde verkeer in de randen van het gebied geconcentreerd. De woonbuurten en de parkeerplaatsen worden door middel van doodlopende toegangen vanaf de omliggende wegen bereikt. Deze toegangen eindigen tussen de bouwblokken, zodat de overgangen van de woonvelden richting het lint en richting de sportvelden autovrij zijn. Door deze structuur is het Sportief park geheel autovrij. Uitzondering hierop zijn de bevoorrading en de hulpdiensten: deze kunnen gebruik maken van de fietspaden in het lint om alle sportverenigingen en ontmoetingsplaatsen te bereiken, en vormen de (voor de hulpdiensten vereiste) ‘tweede ontsluiting’ voor de woonvelden.

Er zijn berekeningen gemaakt om te bepalen wat de theoretische parkeerbehoefte is van Zuilense Vecht, op basis van de bestaande sportverenigingen en de in het GebiedsPlan voorgestelde nieuwe functies. Het minimale aantal benodigde parkeerplaatsen is 347, het maximale aantal 616 (gemiddeld 482 plaatsen). Voor het bepalen van de parkeercapaciteit wordt in het GebiedsPlan uitgegaan van de maximale bandbreedte van de parkeernormen, om een veilige marge te hanteren en om pieken te kunnen verwerken. In het GebiedsPlan zijn 672 parkeerplaatsen aanwezig. Er is dus een overschot, maar daarbij komen vraag en aanbod niet overeen. De parkeerplaats bij Sporthal Zuilen kent een tekort. Dit is een bestaande situatie, met een overloop naar het parkeerterrein langs de Norbruislaan. Het parkeerterrein aan de Sportparkweg kent een theoretisch overschot, in de praktijk staat het vaak vol met voertuigen van personeel van Brocacef en van bewoners, en met aanhangers voor boten.

Nieuwe ontsluiting parkeerterreinen Amsterdamsestraatweg Om het lint autovrij te kunnen maken, krijgt het parkeerterrein naast Sporthal Zuilen een nieuwe ontsluiting vanaf de Amsterdamsestraatweg. Ook het nieuwe parkeerterrein in Stichtse Vecht wordt vanaf de Amsterdamsestraatweg ontsloten.

Er komt een nieuw parkeerterrein langs de Amsterdamsestraatweg. Dit zal gebruikt worden door de sportverenigingen, de onderwijsvoorziening en als overloop voor de parkeerterreinen aan de Sportparkweg en Sporthal Zuilen. Het parkeerterrein langs de Burgemeester Norbruislaan behoudt een overschot aan parkeerplaatsen, deze worden gebruikt voor de sportverenigingen, als overloop van het parkeerterrein naast Sporthal Zuilen en voor bezoekers van de nieuwe woonbuurt.

Sportparkweg In Stichtse Vecht blijft de Sportparkweg 50 km/h. Er komt een nieuw inrit voor het woonveld en een veilige oversteekplek voor voetgangers en fietsers tussen het lint en de Reyneke van Stuwestraat. Dit alles tezamen zorgt ervoor dat er minder hard gereden zal worden. Er komen meer ruimtelijke maatregelen om de Sportparkweg tot 50 km/h te handhaven. Parkeercapaciteit openbare parkeerplaatsen Zuilense Vecht: • Sportparkweg was 263 wordt 235 totaal -28 nodig 81-157. • Amsterdamsestraatweg was 0 wordt 90 totaal +90 nodig 36-51. • Sporthal Zuilen was 130 wordt 127 totaal -3 nodig 173-287. • Burgemeester Norbruislaan was 278 wordt 220 totaal -58 nodig 59122. • Totaal was 671 wordt 672 totaal +1 nodig 349-616.

Parkeren sport en onderwijsvoorziening Het parkeren voor de sportieve functies in Zuilense Vecht vindt plaats op vier openbare parkeerplaatsen: aan de Sportparkweg, Amsterdamsestraatweg, Norbruislaan en bij Sporthal Zuilen. De tijdelijke parkeerplaats nabij de rotonde in Stichtse Vecht verdwijnt. Het is de bedoeling om op elk parkeerterrein oplaadpunten voor elektrische auto’s te realiseren. Langs de Amsterdamsestraatweg wordt een nieuw parkeerterrein gerealiseerd, als aanvulling op de bestaande parkeerterreinen langs de Sportparkweg en naast Sporthal Zuilen. Het bestaande parkeerterrein aan de Sportparkweg en het nieuwe parkeerterrein aan de Amsterdamsestraatweg kunnen een kiss & ride krijgen, onder andere voor de onderwijsvoorziening. Het parkeerterrein langs de Norbruislaan heeft een grote capaciteit en zal onder andere door de verplaatsing van

56 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021

Elinkwijk en medegebruik door bezoekers van de nieuwe woonbuurt beter benut worden. Parkeren woonvelden In de woonvelden is het uitgangspunt dat het parkeren voor bewoners opgelost wordt binnen de bouwblokken: overwegend op maaiveld, maar waar dat niet mogelijk is wordt parkeren in of onder de bebouwing gerealiseerd. In Stichtse Vecht is het parkeren voor bezoekers grotendeels gepositioneerd langs de Sportparkweg en in de woonstraten, aangevuld met enkele plekken op het bestaande parkeerterrein langs de Sportparkweg. De randen van de woonvelden richting het lint en richting de sportvelden zijn autovrij. Aansluiting langzaam verkeer netwerk op de omgeving Zuilense Vecht heeft de potentie om een belangrijke schakel te worden in het netwerk van langzaamverkeersroutes. In de omgeving wordt veel gewandeld, gefietst en hardgelopen. Het lint zorgt voor een aantrekkelijke route tussen Utrecht en Op Buuren, als alternatief voor de hoofdfietsroute langs de Burgemeester Norbruislaan en de doorfietsroute langs de Amsterdamsestraatweg. Het lint ligt op afstand van de doorgaande wegen en is daardoor goed bruikbaar voor kinderen. De nieuwe langzaamverkeersroute langs het woonveld in Stichtse Vecht vormt een ontbrekende schakel in de fietsinfrastructuur (het fietspad loopt alleen langs de noordzijde van de Sportparkweg).

De nieuwe langzaamverkeersroute langs het woonveld in Utrecht zorgt voor aansluiting op de Burgemeester Norbuislaan. Daarbij is er de mogelijkheid voor een nieuwe verbinding met de Vechtdijk: hierdoor wordt het lint direct verbonden met de Vecht, waardoor het aantrekkelijker wordt als onderdeel van hardloop- en wandelroutes. Een eventuele toekomstige fietsbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal zou het lint met Lageweide en Leidsche Rijn kunnen verbinden, waardoor Zuilense Vecht een knooppunt wordt van recreatieve routes.

Langzaam verkeer (fiets en voetgangers) in algemeen De Zuilenselaan vormt de belangrijkste verbinding tussen de Amsterdamsestraatweg, lint, Burgemeester Norbruislaan en verder richting Oud Zuilen en het achterliggende landschap. Er wordt onderzocht of het mogelijk is om op termijn de Zuilenselaan te verbinden met Lageweide en Leidsche Rijn door een fietsbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal; daarmee wordt het belang van de Zuilenselaan voor fietsers verder vergroot. Het lint vormt een belangrijke nieuwe recreatieve fietsroute tussen Utrecht, de Zuilenselaan en Op Buuren. Deze verbindende route moet zodanig worden uitgewerkt dat het veilig is voor overstekende sporters. Naast de hoofdroutes in het lint en de Zuilenselaan, liggen er diverse secundaire fietsroutes in Zuilense Vecht: tussen de Burgemeester Norbruislaan en het lint (langs de beide woonvelden en naar Sporthal Zuilen), en vanaf het lint naar de sportverenigingen. Voor voetgangers zijn er in het lint meerdere mogelijkheden. Een rechtstreekse functionele route gekoppeld aan de fietsroute, en een recreatieve route die de volledige breedte van het lint benut en langs alle activiteiten en ontmoetingsplekken voert. In aanvulling op deze routes zijn er functionele verbindingen binnen het lint, binnen de woonbuurten en tussen de woonbuurten/sportverenigingen/parkeer- plaatsen en het lint.

Oversteekplekken De Sportparkweg is een intensief gebruikte route voor gemotoriseerd verkeer, deze blijft een ‘doorgangsfunctie’ met een 50 km/h regime. De Sportparkweg zorgt voor een verbinding tussen de N404 en de Amsterdamsestraatweg, maar ook voor een verbinding tussen Op Buuren en het nieuwe woongebied/bestaande parkeerterrein. Tussen het lint en de Reyneke van Stuwestraat wordt een veilige oversteekplek voor langzaam verkeer gerealiseerd. Uitgangspunt daarbij is dat zowel fietsers als voetgangers de kortste route (rechtdoor) kunnen nemen. Een oversteek is ook gewenst tegenover de C.P. Klapstraat en tussen de L. Rotgansstraat en Molenweg, of dit mogelijk is wordt in een latere planfase verkeerstechnisch onderzocht. Behalve veiligheid is ook uitstraling belangrijk. Het is de bedoeling dat Zuilense Vecht zorgvuldig vormgegeven entree-

Stedenbouwkundig Programma van Eisen(SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021 - 57

Bomenzone

Legenda

Bomenstructuur

Legenda

Bomenzone

Bomenstructuur

Locatie

Historische groenstrctuur Gemeentelijke grens Locatie

58 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021

gebieden krijgt, niet alleen aan begin en eind van het lint, maar ook bij de entrees vanaf de Sweserengseweg-Burgemeester Norbruislaan en de Amsterdamsestraatweg 4.5 Openbare ruimte Groenstructuur Zuilense Vecht is onderdeel van de ‘groene scheg’ rondom de rivier de Vecht met buitenplaatsen, parken en kasteel Slot Zuylen. Het is een belangrijke schakel in het recreatieve routenetwerk tussen Utrecht en Maarssen. Het gebied wordt ervaren als tussenland; de rand van stad en dorp. Zuilense Vecht is onderdeel van de bufferzone tussen Maarssen en Zuilen; het doel van deze buffer is om het groen te behouden en te voorkomen dat stad en dorp aan elkaar groeien. Dit is vastgelegd in de vorm van een rode contour in de Provinciale Structuurvisie.

Buitenruimte Parallel aan de fase van het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) ligt er een buitenruimte-plan/Inrichtingsplan (IPvE) in voorlopig ontwerp (VO). Daarna wordt het in het definitief ontwerp (DO) verwerkt waarbij de beheergrenzen, doelstellingen en uitgangspunten voor landschappelijke inpassing en openbare ruimte verder worden uitgewerkt. Hierbij gelden de eisen van de gemeente welke zijn vastgelegd in het Programma van Technische Eisen en Moederbestek Inrichting openbare ruimte gemeente Stichtse Vecht.

Zuilense Vecht ligt ingeklemd tussen de lange doorlopende boomstructuren langs het Amsterdam-Rijnkanaal en langs de ‘As van Berlage’ (Burgemeester Norbruislaan/Sweserengseweg), die cultuurhistorische waarde heeft. Verbindingen haaks op deze structuur zijn vrijwel afwezig. Het concept is om deze haaks groene structuur terug te brengen in het gebied. De woonvlek heeft hierin een belangrijke rol en draagt bij aan een goede verbinding tussen het Sportief park en de bestaande woonbuurten Opburen. De nieuwe woonvlek vormt een nieuw onderdeel van de naastgelegen wijk. Deze woonvlek zorgt voor nieuwe hoogwaardige voorkanten richting het Sportief park. De haaks groene structuur vormt zich als inprikkers uit de langgerekte groene structuur vanuit het noorden en zuiden van Zuilense Vecht. Hierdoor ontstaan er kamers die door het lint worden verbonden. De onderwijslocatie ligt in een van de kamers aan het lint. Het is dus een onderdeel van het lint.

Stedenbouwkundig Programma van Eisen(SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021 - 59

Geluidsonderzoek aan de Sportparkweg; overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde middels oranje vlakken weergegeven

60 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021

Hoofdstuk 5 Onderzoek en haalbaarheid Hier aangeven wat de standaard (milieu)technische randvoorwaarden en eisen zijn die van toepassing zijn op dit project.

doorlopen. Een aanvullend onderzoek is nodig voor de bestemmingsplan procedure.

5.1 Geluidhinder Het plangebied van het onderzochte project ligt binnen de vanuit de Wet geluidhinder relevante geluidszones van de Amsterdamsestraatweg, Sweserengseweg-Burgemeester Norbruislaan, spoorlijn Utrecht-Amsterdam en industrieterrein Lage Weide. Uit het geluidsonderzoek volgt dat de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer van de Sportparkweg op de gevels van geluidsgevoelige bestemmingen maximaal 60 dB bedraagt en daarmee de voorkeursgrenswaarde met 12 dB overschrijdt. Bij de nadere uitwerking van het ontwerp zal extra aandacht besteed moeten worden aan de realisatie van een geluidluwe gevel voor alle woningen, die als voorwaarde is verbonden aan de hogere waarde. Bepaalde hoekwoningen van de voorziene bebouwing hebben niet automatisch de beschikking over een geluidluwe gevel. Bijvoorbeeld de woningen in het uiterste noordoosten. Nader onderzoek zal moeten aantonen hoe hier alsnog aan voldaan kan worden. Tevens zal extra aandacht moeten worden besteed aan de geluidwering om te voldoen aan de geldende binnenwaarde (33 dB).

5.2 Luchtkwaliteit Op de grens van de gemeente Utrecht en Stichtse Vecht ligt een sportveldencomplex. Het is de ambitie van beide gemeenten om hier één gezamenlijk sportpark van te maken en daaraan enkele woningbouwlocaties en een onderwijsvoorziening toe te voegen. In een luchtkwaliteitsonderzoek is de luchtkwaliteit via berekeningen in kaart is gebracht. Deze berekeningen kunnen worden gemaakt door middel van een NIBM-tool.

De geluidsbelasting vanwege het wegverkeer van de Burgemeester Norbruislaan bedraagt maximaal 53 dB en overschrijdt daarmee de voorkeursgrenswaarde met 5 dB. De geluidbelasting vanwege het spoor voldoet op de voorziene woningen aan de daarvoor geldende voorkeurgrenswaarde. Op het onderwijsgebouw bedraagt de geluidbelasting 55 dB en wordt de voorkeurkeursgrenswaarde voor onderwijsfuncties overschreden met 2 dB. Industrieterrein Lage Weide kan voldoen aan de maximale ontheffingswaarde van 55 dB(A). De Amsterdamsestraatweg zorgt niet voor geluidsbelastingen boven de voorkeursgrenswaarde. De gecumuleerde geluidsbelasting blijft nog binnen de maximaal te ontheffen waarde. Ook vanuit gezondheidsperspectief is deze geluidsbelasting acceptabel. De maximale ontheffingswaarden worden niet overschreden. Voor dit plan moet, parallel aan de ruimtelijke procedure, een hogere waarde procedure voor de genoemde geluidsbronnen worden

De NIBM-tool is een rekentool waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen en verkeersplannen aan de luchtkwaliteit kan worden vastgesteld. Met de NIBM-tool kan van een plan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaal of het in betekenisvolle mate invloed heeft op de luchtkwaliteit. De NIBM-tool toont aan dat die invloed van de planbijdrage niet noemenswaardig is indien de extra verkeersbijdrage maximaal 1050 voertuigbewegingen (waarvan maximaal 5% vrachtverkeer) bedraagt. In het plangebied worden de wettelijke grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) in de jaren 2020 en 2030 ten aanzien van de huidige situatie niet overschreden. De verwachting is dat de planbijdrage niet zal leiden tot een overschrijding. De resultaten uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) laten zeer vergelijkbare waarden zien. Dit betekent dat wordt voldaan aan het wetgevende kader voor luchtkwaliteit, zoals vastgelegd in hoofdstuk 5.2 van de Wet milieubeheer. Als we kijken naar de normering voor een goede ruimtelijke ordening blijkt dat ook aan de WHO-advieswaarden voor fijnstof (PM10) wordt voldaan. De concentratie PM2,5 (fijner stof) overschrijdt in het peiljaar 2020 de advieswaarden nog. In 2030 worden de waarden voor PM2,5 waarschijnlijk ook gehaald.

Bijgevolg is het niet aannemelijk dat er sprake is van risico’s voor de volksgezondheid i.v.m. de plaatselijke luchtkwaliteit. Er is derhalve geen aanleiding om maatregelen te treffen.

Stedenbouwkundig Programma van Eisen(SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021 - 61

Ve c

ht

al

na

ka

ijn

-R

m

da er st Am Bodemkaart Legenda Rn95A, zware zavel en linchte klei, profielverloop 5 Rn15A, lichte zavel, profielverloop 5 Geurcontour bestemmingsplan Lage Weide

Rn47C, zware klei, profielverloop 3 of 3 en 4 Rn52A, zavel, profielverloop 2 Locatie

62 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021

Hoofdstuk 5 Onderzoek en haalbaarheid 5.3 Externe veiligheid Op basis van de risicoberekening zijn er een paar conclusies getrokken. Hogedrukaardgasleiding De nabij het plangebied gelegen hogedrukaardgasleiding W-500-01 heeft geen plaatsgebonden risicocontour van PR10-6 per jaar ter hoogte van het plangebied. Dit betekent dat wordt voldaan aan de gestelde grenswaarde uit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) voor het plaatsgebonden risico. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Daarnaast ligt de hoogte van het groepsrisico ter hoogte van het plan onder de 10 procent van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. Het hoogste punt van het groepsrisico door de voorgenomen ontwikkeling wordt niet beïnvloed. Het groepsrisico vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Kortom, er kan geconcludeerd worden dat er, wat betreft externe veiligheid in relatie tot de hogedrukaardgasleiding, geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen plannen. Wel dient hierbij rekening te worden gehouden met de belemmeringenstrook van vijf meter, welke vrijgehouden dient te worden van bebouwing. Corridor Amsterdam-Rijn Voor de Corridor Amsterdam-Rijn is geen sprak van een plaatsgebonden risicocontour van 1×10-6/jaar ter hoogte van de planlocatie.

Dit betekent dat er wordt voldaan aan de gestelde grenswaarde uit het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) voor het plaatsgebonden risico. Het plaatsgebonden risico vormt daarom geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Daarnaast is door middel van de vuistregels die worden vermeld in de bijlage van de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART), geconcludeerd dat er geen risicoberekeningsprogramma (RBM) II-berekening nodig is voor het groepsrisico. De Corridor Amsterdam-Rijn overschrijdt de oriëntatiewaarde niet. Bovendien wordt 10 procent van de oriëntatiewaarde niet overschreden omdat er geen aanwezigheidsdichtheden groter dan 500 personen per hectare voor-

komen en er geen toxische stoffen van de categorie LT2 en GT3 over de Corridor Amsterdam-Rijn worden getransporteerd. Het groepsrisico van de Corridor Amsterdam-Rijn vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Voor de Corridor Amsterdam-Rijn geldt een vrijwaringszone van 25 meter, gemeten vanaf de begrenzingslijn van de rijksvaarweg. Gezien het gebiedsplan worden er geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten gerealiseerd in deze zone. De vrijwaringszone vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Kortom, in de verantwoording van het groepsrisico hoeft (conform artikel 12, lid 3 onder b Bevb) alleen aandacht te worden besteed aan de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de zelfredzaamheid van de aanwezige personen. De verantwoording van het groepsrisico is een taak van het bevoegd gezag. 5.4 Bedrijven en milieuzonering In de gemeente Stichtse Vecht wordt gestreefd naar een situatie waarin wonen en werken in een woongebied goed samengaan.

Beide functies zijn zeer belangrijk voor Stichtse Vecht, maar ook dient te worden voorkomen dat milieuhinder van bedrijven een negatieve invloed heeft op de woonomgeving en andere gevoelige functies, of dat omgekeerd de milieubelastende activiteiten, waaronder bedrijvigheid, worden belemmerd door de aanwezigheid van woningen en andere gevoelige functies in de directe nabijheid. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. Het plangebied, kan worden gezien als een omgevingstype gemengd gebied. Direct naast het plangebied komen, sport- en recreatie en een school voor. Er liggen een aantal bestaande bedrijfspercelen rondom het plangebied. Het betreft de adressen Straatweg 2, Sportparkweg 2, Daalseweg 3-5 en Amsterdamsestraatweg ongenummerd. De meeste bedrijven horen bij een milieucategorie 2. Bij milieucategorie 2 hoort een richtafstand van 10 meter. Echter, uit inventarisatie van de loca-

Stedenbouwkundig Programma van Eisen(SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021 - 63

ties blijkt dat hier, behalve op de locatie Sportparkweg 2, bedrijven in milieucategorie 3.1 zijn gevestigd. Bij milieucategorie 3.1 hoort een aan te houden richtafstand van 30 meter. Gronddepot Maarssen, gelegen aan de Amsterdamsestraatweg (ongenummerd), zal na realisatie van het plangebied niet meer aanwezig zijn en voor de Daalseweg 3-5 loopt een bestemmingsplanprocedure om de locatie te wijzigen naar woningbouw. Deze bedrijfslocaties zijn daarom niet meer relevant in de toetsing of er kan worden voldaan aan de richtafstanden. Voor de sportvelden geldt de richtafstand van 30 meter tussen woningen en sportvelden. Met deze afstand en een zorgvuldig ontwerp van bijvoorbeeld tribunes kan de hinder zoveel mogelijk worden voorkomen. Voor wat betreft de realisering van de onderwijsvoorziening in het plangebied geldt dat ter voorkoming van hinder bij het ontwerp nadrukkelijk rekening moet worden gehouden met het stemgeluid van spelende kinderen op de speelplaats. De locaties van het onderwijsgebouw, de speelplaats en de woningen (vooral achtertuinen) zullen hierop worden afgestemd. Geconcludeerd kan worden dat de bedrijvigheid in en om het plangebied in beginsel niet tot onevenredige hinder zal leiden en dat omgekeerd de woningbouw in beginsel geen belemmering zal zijn voor de uitvoering van bedrijfsmatige activiteiten.

5.5 Geurhinder De geurhinder van Zuilense Vecht wordt beïnvloed door het bedrijfsterrein Lage Weide dat aan de overkant van het Amsterdam Rijnkanaal ligt. Voor het bedrijventerrein geldt bestemmingsplan ‘Lage Weide’ (vastgesteld door de Utrechtse gemeenteraad op 29 november 2018). Om nieuwe onaanvaardbare hinder bij geurgevoelige objecten buiten het plangebied te voorkomen, heeft de gemeente Utrecht beleidsregels vastgesteld voor de beoordeling van de cumulatieve geurbelasting vanwege bedrijven op Lage Weide. Dit beleid is vastgelegd in de ‘Beleidsregel geur bestemmingsplan Lage Weide 2018’. Het beleid gaat uit van een aanvaardbare cumulatieve geurbelasting bij geurgevoelige objecten buiten het plangebied die overeenkomt met maximaal H=-1 (lichte hinder)

als 98 percentiel. Voorafgaand aan de vaststelling van het gemeentelijke geurbeleid is de cumulatieve geurbelasting van geurrelevante inrichtingen binnen het plangebied bepaald. Op basis hiervan is een geurcontour gemaakt. Deze geurcontour geeft de bestaande situatie weer ten tijde van het vaststellen van het bestemmingsplan ‘Lage Weide’, maar is op grond van het geurbeleid dynamisch. Buiten deze geurcontour is het mogelijk maken van geurgevoelige objecten, gezien vanuit een goed woon- en leefklimaat, aanvaardbaar. Wanneer een nieuw geurrelevant bedrijf zich in Lage Weide wil vestigen of een bestaand geurrelevant bedrijf wil uitbreiden, moet op basis van de beleidsregels getoetst worden of er geen aantoonbare overschrijding van de aanvaardbare cumulatieve geurbelasting optreedt. De geurgevoelige objecten woningbouw en een onderwijsvoorziening zijn buiten de huidige geurcontour (zie afbeelding ‘geurcontour bestemmingsplan Lage Weide’) van bestemmingsplan Lage Weide voorzien. Omdat aan de Amsterdamse Straatweg al woningen staan (eerstelijnsbebouwing in zowel Utrecht als Stichtse Vecht), zal de dynamische (aan de hand van nieuwe en ingetrokken vergunningen) geurcontour ter plaatse van de woningbouwlocaties en onderwijslocatie, niet in beduidende mate kunnen wijzigen.

Deze bestaande geurgevoelige bestemmingen, gelegen aan de Amsterdamse Straatweg, vormen namelijk al een beperking voor de uitbreiding van geurrelevante bedrijfsactiviteiten. Dit betekent dat het realiseren van geurgevoelige objecten binnen het project Zuilense Vecht de bedrijven van Lage Weide in beginsel niet in hun eventuele uitbreidingsmogelijkheden beperkt en dat het aspect geur in beginsel geen belemmering vormt voor de ontwikkeling Zuilense Vecht. 5.6 Archeologie en monumenten Archeologische waarden worden bedreigd vanwege de hiermee gepaarde bodemingrepen in het plangebied. Op basis van het gemeentelijk beleid is daarom archeologisch onderzoek noodzakelijk. Het bureauonderzoek is een eerste stap om in kaart te brengen wat de archeologische verwachting is voor dit gebied. Dit bureauonderzoek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1531/documents/34346