CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

3. SPvE Zuilense Vecht.pdf

Raad 6 juli 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 12.: Definitief Integraal programma van Eisen, Functioneel Ontwerp en Stedenbouwkundig Programma van Eisen voor Zuilense Vecht.20.790 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

64 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021

richt zich enkel op het deel van het plangebied dat binnen de gemeente Stichtse Vecht valt. Het gebied werd gemeten door middel van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Het is een digitale hoogtekaart voor heel Nederland. Het bevat gedetailleerde en precieze hoogtegegevens met gemiddeld acht hoogtemetingen per vierkante meter. Op basis van de AHN zijn hiervoor geen aanwijzingen binnen het onderhavige plangebied. Ook geldt op basis van de AHN en de uitgevoerde archeologische onderzoeken dat er geen aanwijzingen zijn voor afgravingen ten behoeve van de steenbakkerijen (afticheling) die in de nieuwe tijd direct ten noorden aan de Vecht gelegen zijn. Uit het feit dat er sprake is van ontkalkte oeverafzettingen blijkt dat de oeverwal geruime tijd aan de oppervlakte (boven het water) heeft gelegen. In de periode dat de Vecht in het plangebied actief was, en daarna, vanaf de ijzertijd tot de Romeinse tijd en mogelijk nog in de vroege middeleeuwen, waren de hoger en droger gelegen locaties de vestigingsplaatsen bij uitstek (droge voeten). Een archeologische laag in de vorm van een vegetatieband is alleen ten noorden van het plangebied aangetroffen. Archeologische vondsten zijn bij de uitgevoerde onderzoeken niet aangetroffen, wel met de kanttekening dat de meeste onderzoeken dit ook niet tot doel hadden.

Vanaf de (late) middeleeuwen is het plangebied in gebruik als bouwland, weiland en moestuin. Vanwege de hoge verwachtingen ten aanzien van archeologische vondsten vanaf de ijzertijd tot de Romeinse tijd wordt er geadviseerd om een verkennend booronderzoek uit te laten voeren. Dit om de bodemopbouw in kaart te brengen, vast te stellen in hoeverre de bodem is verstoord, en te bepalen of archeologisch kansrijke bodemlagen aanwezig zijn. Voorafgaand aan het booronderzoek moet een plan van aanpak ter goedkeuring worden aangeboden bij het bevoegd gezag. De verwachte archeologische resten uit de latere perioden die samenhangen met greppel- en perceleringssystemen kunnen met dit booronderzoek niet in kaart worden gebracht. Omdat aanwijzingen voor een ontginningslint, overtuin of aanlegplaats ontbreken en er geen relevante onderzoeksvragen worden geformuleerd over deze systemen die bijdra-

gen aan de kennis van dit gebied, wordt er geadviseerd om geen onderzoek te doen. Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek kan nader worden gespecificeerd op welke locaties sprake is van een verwachting van archeologische vondsten. Afhankelijk van de diepteligging en de diepte van de geplande bodemverstoringen op deze locaties, zal blijken of en zo ja welk type archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is. 5.7 Bodemkwaliteit In het kader van de herinrichting van Zuilense Vecht is inzicht in de bodemkwaliteit nodig. De actuele bodemkwaliteit moet bekend zijn op de plekken waar nieuwbouw (van woningen, een schoolgebouw of clubgebouwen) zal plaatsvinden. Binnen het projectgebied verandert ook de ligging van enkele sloten; sommige sloten worden gedempt en op andere plekken komen er nieuwe sloten of wordt nieuw oppervlaktewater (met bijv. eilandjes) aangelegd. Ook de padenstructuur binnen het gebied verandert, met als belangrijkste wijziging de aanleg van een centraal lint (een centrale weg) door het hele gebied. Een groot deel van de sportvelden, verdwijnt of verandert van een natuurgrasveld in een kunstgrasveld.

Bij al deze ingrepen vindt grondverzet plaats waarbij het belangrijk is om voor aanvang van de werkzaamheden gegevens over de bodemkwaliteit te hebben zodat bijvoorbeeld niet onnodig met verontreinigde grond wordt geschoven en de aannemer die het werk gaat uitvoeren in staat is om indien nodig maatregelen vanuit de ARBO-regelgeving te nemen. Voordat er daadwerkelijk bodemonderzoek (veldwerk en analyses) kan worden uitgevoerd, moet eerst door een ‘historisch vooronderzoek’ inzichtelijk worden gemaakt wat er allemaal al bekend is van de bodemkwaliteit binnen het gebied (en ook van de direct aangrenzende percelen waar evt. perceelsoverschrijdende bodemverontreinigingen zijn vastgesteld). Het grootste deel van het historisch vooronderzoek is inmiddels uitgevoerd door de bestudering van bestaande bodemrapporten (zowel van grondgebied gemeente Utrecht als van grondgebied Stichtse Vecht).

Stedenbouwkundig Programma van Eisen(SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021 - 65

De voorlopige resultaten zijn: • Binnen het projectgebied zijn geen grootschalige bodemverontreinigingen bekend (grote financiële risico’s, vanwege ‘dure’ bodemsaneringen, worden daarom niet verwacht). • Grondgebied gemeente Stichtse Vecht; ͢ Vanuit het aangrenzende voormalige DSM-terrein (gebied noordwestzijde), waar weliswaar een restverontreiniging in de bodem aanwezig is, is geen beïnvloeding te verwachten van de bodemkwaliteit ter plaatse van Zuilense Vecht. ͢ Uit een eerder uitgevoerd bodemonderzoek ter plaatse van het gemeentelijk gronddepot (hoek met Zuilenselaan) is gebleken dat hier een vervolgonderzoek nodig is om de aangetroffen PAKverontreiniging beter in beeld te brengen. ͢ Ter plaatse van de OVVO-sporthal en het aangrenzende noordwestelijk stukje grond (waar een tijdelijke sporthal heeft gestaan) hebben onderzoeken plaatsgevonden. Daarbij is geen/nauwelijks bodemverontreiniging aangetroffen. Een aandachtspunt is wel nog het onderzoek naar asbest in de grond vanwege aangetroffen puinbijmengingen in de bodem in voorgaande onderzoek. Informatie uit de herinrichtingsplannen en het vooronderzoek vormt de input voor de onderzoeksopzet van het nog uit te voeren bodemonderzoek.

Daarnaast is he belangrijk om het toekomstige ondergronds ruimtegebruik (denk bijvoorbeeld aan; bodemenergie, waterberging, boomwortels, kabels en leidingen, riolering, parkeerkelders, infrastructuur) inzichtelijk te maken, om vooraf te kunnen sturen op eventuele knelpunten met een (ander) ondergronds en bovengronds gebruik. Het gaat om het fysieke ruimtegebruik en het invloedgebied. Met vroegtijdige ordening, minimaal ruimtegebruik en toekomstbestendig inrichten van de ondergrond kunnen conflicten in functies en processen worden voorkomen. Inzicht in de kwaliteiten die de ondergrond biedt (bijvoorbeeld waterbergend vermogen, draagvermogen) helpt hierbij. Als deze kwaliteiten worden aangetast kan schade of overlast het gevolg zijn. Door deze kwa-

liteiten te benutten zou een duurzame en toekomstbestendige inrichting mogelijk worden gemaakt. 5.8 Water Over het algemeen zorgt het nieuwe ontwerp voor een robuuster watersysteem dan in de huidige situatie. Het totale plan zorgt in de 45 mm bui niet voor een peilstijging hoger dan 30 cm. Specifiek voor de woontoren wordt de peilstijging wel hoger (22 cm tegenover 28 cm). Per aandachtsgebied is de waterdiepte op maaiveld geanalyseerd. In het Stichtse Vecht-deel is vooral aandachtsgebied 3 van belang. De laagte die ter plaatse van de voormalige sloot ligt, zorgt ervoor dat water in zowel de 45 mm-bui als in de 80 mm-bui verzameld wordt en slecht tot afstroming komt. In de 80 mm-bui stroomt zelfs water van de zuidelijk gelegen parkeerplaats naar deze laagte toe. Stichtse Vecht ligt op de aandachtsgebieden 1, 2 en 3. In het nieuwe plan is veel ruimte voor water, waardoor er ook meer grond vrijkomt. De versimpelde berekening in deze notitie geeft een schatting van iets minder dan 60.000 m3. Dit is een aanzienlijke hoeveelheid, wat ook van invloed zal zijn op de kosten voor de realisatie van de herinrichting van het sportpark. Geadviseerd wordt ruimte te zoeken om de bouwvlakken op te hogen en mogelijk de aangrenzende laagtes bij de 1 2 3

Aandachtsgebieden Stichtse Vecht; 1,2 en 3

66 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021

parkeerplaats in het Stichtse Vecht deel op te hogen. De analyse van de duikers heeft inzichtelijk gemaakt dat het voor de waterkwantiteit geen verschil maakt of er een of twee duikers worden ingezet. Vanwege de waterkwaliteit wordt één duiker geadviseerd (optimale doorstroming van alle waterlopen in natte situatie). Het gemaal in het noorden is onderzocht. Door de lage capaciteit van dit gemaal is er geen verschil waargenomen voor zowel de 45 mm als de 80 mm bui. In het nieuwe ontwerp is het niet noodzakelijk om dit gemaal te behouden. Aanbevolen wordt om de ondergrondse regenwaterafvoer (HWA-stelsel) nader te ontwerpen met behulp van een gespecialiseerd model voor hydraulische berekeningen (bijvoorbeeld Infoworks of Sobek). Hierbij dient rekening te worden gehouden met de capaciteit die de riolering in deze studie als uitgangspunt heeft meegekregen. Dit betreft 40 mm capaciteit zonder water op maaiveld. Mogelijke maatregelen per aandachtsgebied: Aandachtsgebied 1 Het water op maaiveld in dit aandachtsgebied komt voornamelijk door de grote hoeveelheidverharding van de parkeerplaats en de lage ligging. Een maatregel kan zijn door een verhang aan te brengen bij de verharde gedeelten zodat water sneller afgevoerd wordt naar het dichtstbijzijnde oppervlaktewater. Daarnaast kan water richting het nieuwe park gestuurd worden. Hiervoor kan overgebleven grond gebruikt worden.

Aandachtsgebied 2 De kans op mogelijke wateroverlast is in het nieuwe ontwerp al een stuk afgenomen. Om dit gebied ook voor een 80 mm bui robuust te maken kunnen aanpassingen in het straatpeil worden aangebracht om afstroming naar de groenzones te verbeteren.

Aandachtsgebied 3 Om te voorkomen dat water zich gaat verzamelen in het lager gelegen gedeelte, kunnen er twee maatregelen genomen worden. De eerste optie is om het maaiveld iets verder te verhogen met vrijgekomen grond zodat dit geen lokale laagte is. Het risico hiervan is dat water zich dan op andere laagten in het gebied gaat verzamelen. Een tweede optie is om het negatieve secundaire effect van toestroom vanaf de parkeerplaats in het 80 mm scenario te voorkomen door te spelen met de hoogteligging van deze parkeerplaats. Daarbij kan gedacht worden aan een hellende ligging waardoor water afstroomt naar de waterpartij in het zuiden (waterberging) of door middel van kleine dammetjes in het noorden van de parkeerplaats zodat het water niet naar het lager gelegen gebied toestroomt. Dit vereist echter het opbreken van de bestaande bestrating, wat extra kosten met zich mee brengt. De bovenstaande maatregelen zullen worden meegenomen in het volgende planproces van Zuilense Vecht. 5.9 Flora en fauna Dit is een onderzoek jaarrond. De resultaten en eventuele maatregelen worden meegenomen in het bestemmingsplan en het uit te voeren plan. 5.10 Bomen Door de nieuwe ontwikkeling op het sportpark Zuilense Vecht, moeten er delen van het gebied worden verhoogd. Dit onderzoek is bedoeld om de gevolgen van de grondophoging nabij bomen inzichtelijk te maken.

Ophoging kan een bedreigende activiteit voor bomen zijn; als gevolg van grondophoging blijft de gemiddelde levensduur van bomen sterk achter bij de normale leeftijdsverwachting. De aard en omvang van de ophoging, de boomsoort en de leeftijd van de boom bepaalt hoe bomen ophoging verdragen. Doorgaans doorstaan bomen een ophoging slecht. Meestal loopt hun conditie terug, soms sterven ze zelfs. Dit geldt vooral voor bomen in verharde straatprofielen. Sommige boomsoorten doorstaan een ophoging vrij goed, andere gaan te gronde aan de gevolgen ervan. De tolerantie voor een ophoging heeft Stedenbouwkundig Programma van Eisen(SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021 - 67

vooral te maken met het vermogen om tijdelijke bodemzuurstoftekorten te overleven. Het effect van de grondophoging is onderzocht op verharding, water huishouding, gedempte sloten en chemische kwaliteit van ophoogmateriaal. De conclusie is dat de meeste bomen het leven kunnen doorstaan, als de omgevingsomstandigheden gelijk blijven; een geringe ophoging met 15 tot 20 cm rulle grond, met een grove waterdoorlatende structuur, levert niet al te veel problemen op. Omdat er relatief weinig wortelsterfte optreedt en de boom voldoende tijd heeft afstervende wortels af te grendelen en vanuit nog levende wortels nieuwe wortels te vormen. Wanneer een ophoging kan worden opgedeeld in meerdere fasen, met enkele jaren ertussen, is dat voor de boom gunstiger dan een ophoging in één keer. De bovengenoemde maatregelen zullen worden toegepast in de uitvoeringsfase. 5.11 Kwaliteit van de leefomgeving De leefomgevingskwaliteit van de openbare ruimte is in woongebieden met appartementen een belangrijk aandachtspunt. De gemeente heeft voor een aantal speerpunten ambities voor leefomgevingskwaliteit geformuleerd. Deze ambities zijn af te leiden vanuit het gemeentelijke groenbeleid ‘Groen Structuur Plan 2017’. Zon en schaduw De kwaliteitsbeleving van woningen en de openbare ruimte kan nadelig worden beïnvloed door schaduw enhet ontbreken van zon.

In de nieuwe ontwikkeling zullen de bestaande bebouwingsvolumes elkaar onderling beïnvloeden. Uitgangspunt voor de nieuwbouw is dat schaduwwerking niet leidt tot onevenredige aantasting van de woonomstandigheden voor be staande woningen en omgeving. Hoewel er voor het aantal uren bezonning voor bijvoorbeeld woningen, scholen en tuinen geen wettelijke normen zijn, zullen bij de afweging de eventuele negatieve effecten van een schaduwwerking moeten worden meegenomen. Bij de volgende planfase dient een nieuwe bezonningsstudie te worden uitgevoerd, zodat er toepasselijke maatregelen kunnen worden genomen.

Hittestress Door de grote stenige oppervlaktes is het in de woongebieden op zomerse dagen enkele graden warmer dan er buiten. Door de ontwikkeling, met name de toename van het bebouwde oppervlak, zal het gevolgd hebben op de hittestress. Door de toevoeging van bebouwing is dit geen eenvoudige opgave. De toevoeging van groen, ook in de bebouwing, zou de hittestress kunnen verlagen. Er worden geen harde eisen gesteld aan de temperatuursverlaging. De richtlijn is om zoveel mogelijk groen in het plan toe te passen waar mogelijk is. 5.12 Gezondheid Zoals reeds in Hoofdstuk 3 beschreven, sluit de ontwikkeling van sportpark Zuilense Vecht ook aan bij de recent vastgestelde nota positief gezondheidsbeleid als het gaat om preventie van overgewicht, gebruik van genotsmiddelen (roken) en eenzaamheid. Hierdoor levert Zuilense Vecht een bijdrage aan het gemeentelijke gezondheidsbeleid. 5.13 Duurzaamheid In Zuilense Vecht zijn duurzaamheid en klimaatadaptatie belangrijke aspecten. Stichtse Vecht streef er naar om in 2030 klimaatneutraal te zijn. In het Plan wordt op verschillende manieren naar een zo toekomstbestendig mogelijke ontwikkeling gestreefd. Er is een energieplan opgesteld, met daarin maatregelen om Zuilense Vecht energieneutraal te realiseren.

Duurzaamheidsmaatregelen als energieneutraal bouwen voor de woning (BENG=0), GPR minimaal 7 en EPC < of gelijk is aan 0,2, zullen door de gemeente van de ontwikkelende partij worden gevraagd, opdat het bovenstaande beleid wordt uitgevoerd. Daarnaast wordt er nadrukkelijk aandacht gevraagd voor circulaire energie en natuurinclusief bouwen. Kortom, duurzaamheid staat bij Zuilense Vecht hoog in het vaandel. 5.14 Kabels en leidingen Op basis van de Klik-melding, wordt aangenomen dat (alle) kabels en leidingen binnen de plangrens moeten worden verlegd. Proefsleuven zullen deze aanname moeten bevestigen en inzicht geven in de te verleg-

68 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021

gen kabels en leidingen. Bij de werkzaamheden zal goede afstemming plaatsvinden tussen de gemeente en de netwerkbeheerder van de te verleggen kabels en leidingen. 5.15 Milieueffectrapportage Het initiatief valt onder categorie D11.2 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen). Het aantal woningen dat mogelijk wordt gemaakt valt onder de drempelwaarde (minder dan 2000 woningen), waarvoor een vormvrije m.e.r. beoordeling geldt. Hiervoor moet door de initiatiefnemer een aanmeldnotitie worden opgesteld. Vervolgens wordt beoordeeld of er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen en of een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen en een milieueffectrapport dient te worden opgesteld. De stikstofberekening voor de aanleg/bouwfase en gebruiksfase zijn gemaakt. Op basis van deze berekening moet worden uitgesloten dat er significante effecten kunnen optreden ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000 gebieden. Dit betekent dat uit de berekening een stikstofbijdrage van 0,0 mol/hectare moet voortkomen. De Oostelijke Vechtplassen is het meest dichtbij gelegen Natura 2000 gebied dat tevens stikstofgevoelig is.

Gas en leidingen Legenda Gas en leidingen Locatie

Het resultaat van deze berekening is alsvolgt; Voor de aanlegfase is voor het gebied Oostelijke Vechtplassen een depositiebijdrage op enkele (overbelaste) habitattypen berekend van maximaal 0,02 mol N/ha/jr. Ook in de gebruiksfase is er sprake van een depositiebijdrage op het gebied Oostelijke Vechtplassen. Ten opzichte van de autonome situatie met 50 km/u op de Sportparkweg bedraagt deze toename maximaal 0,01 mol N/ha/jr op een overbelast hexagon. Ten opzichte van de autonome situatie met 30 km/u op de Sportparkweg bedraagt deze toename maximaal 0,03 mol N/ha/jr. Kortom, zijn er vanuit de Wet natuurbescherming vervolgstappen (zoals bijvoorbeeld een ecologische beoordeling) nodig om het Bestemmingsplan Zuilense Vecht te kunnen vaststellen. Stedenbouwkundig Programma van Eisen(SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021 - 69

Zuilense Vecht Bron: VNG

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid Het deel van het project dat op het grondgebied van Stichtse Vecht ligt, is financieel haalbaar, op voorwaarde van een nader overeen te komen verrekening tussen Utrecht en Stichtse Vecht. Door middel van een verkavelingstudie is het plan getoetst op de financiele haalbaarheid. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Bij de vaststelling van het startdocument heeft de gemeente de ambitie meegegeven om het plan te verdichten. Met die opdracht heeft de werkgroep het plan verder uitgewerkt. Na vaststelling van het startdocument is er een inloopbijeenkomst en een aantal bijeenkomsten met de klankbordgroep geweest. Op basis van gemaakte opmerkingen is het plan aangepast. Het gebiedsplan dat ten grondslag ligt aan dit SPvE is aan de Stuurgroep gepresenteerd op 6 september 2019. De inloopbijeenkomst is goed bezocht door diverse omwonenden en geïnteresseerden, en de ruimte om opmerkingen te noteren is door een aantal mensen gebruikt. Deze opmerkingen en andere bevindingen die ook in de gesprekken op deze avond naar voren kwamen hadden vooral betrekking op de wens om meer groen toe te voegen, ruimte voor gezinnen, en complimenten voor het plan. Anderzijds zijn er ook zorgen geuit over hinder voor bestaande bebouwing als gevolg van de bebouwingshoogten en dichtheid, en tijdens de bouwfase.

6.3 Technische uitvoerbaarheid De technische uitvoerbaarheid van het plan wordt nog verder onderzocht, in deze fase lijkt dit niet tot problemen te leiden. Het plan zal in fasen worden uitgevoerd. Tijdens de bouw dient de bouwoverlast voor omwonenden zoveel mogelijk beperkt te worden. Er zullen gesprekken over beheer en eigendom worden gepland. Afspraken op basis hiervan worden in de anterieure overeenkomst opgenomen. Het plan (in diverse fasen) dient in te worden getoetst in het relevante gemeentelijke overleggen, als bijvoorbeeld; Welstand, buitenruimte, etc.

Stedenbouwkundig Programma van Eisen(SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021 - 71

Zuilense Vecht Bron: Gebiedsvisie Zuilense Vecht

Stedenbouwkundig Programma van Eisen(SPvE) Zuilense Vecht, februari 2021 - 73

Vogelvlucht Bron: Schetsontwerp

Bezoekadres Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarsen Postadres Postbus 1212, 3600 BE Maarsen Telefoon 14 - 0346 Fax 034 625 4010 Whats App 06 135 345 89 Mail info@stichtsevecht.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1531/documents/34346