2. Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie geanonimiseerd.pdf
Tekst van het document
Zoals al hierboven beschreven is de gemeente het met u eens dat de cumula-bedrijven belangrijk zijn voor beheer en ontwikkeling van het landelijk gebied. Hiervoor wordt al vestigingsruimte geboden.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
27
mende ruimteclaims vanuit de verstedelijkingsopgave, de recreatie, de duurzame energie en de wens om de biodiversiteit te vergroten. Essentieel hierin zijn goede verdienmodellen. • Een bijdrage leveren aan de transitie van het platteland in het hele buitengebied. Het veenweidegebied is hierbij aandachtsgebied. Hierbij nadrukkelijk de samenwerking opzoeken met de regio, Provincie en Rijk. Verzocht wordt om bij genoemde opgaven ook specifiek de cumelabedrijven in ogenschouw te nemen en te betrekken om in overleg met de cumela-bedrijven te ‘kijken’ op welke wijze realisatie van voormelde opgaven mogelijk is. Vanuit Cumela Nederland wordt (tevens) de verantwoordelijkheid genomen aangaande landbouwverkeer, milieueffecten, natuur, biodiversiteit, energie en duurzaamheid alsmede circulariteit (circulaire economie). 17.3
Gevraagd wordt om ruimte te geven aan lokale cumela-ondernemers om uitvoering te geven aan een circulaire economie. Verzocht wordt om voormelde te bevestigen en genoemde onderwerpen/aspecten (zoals circulariteit, continuïteit en economisch klimaat) én met name de daarbij behorende ‘kansen’ afdoende ruimte, ontwikkelingsmogelijkheid en creativiteit te bieden.
De gemeente is voorstander van circulaire economie. De vraag die momenteel nog niet beantwoord kan worden is wat de effecten van circulaire economie in het landelijk gebied zijn op het landschap en het milieu. Dit dient eerst nader uitgezocht te worden.
17.4
In de visie komt ‘integrale, gebiedsgerichte aanpak’ c.q. de uitnodiging om het met elkaar te doen nadrukkelijk tot uiting. De organisatie gaat graag op deze uitnodiging in. In beginsel via deze reactie/zienswijze, maar ook op andere wijze wil/kan men participeren bij de verdere uitwerking van de ambities.
De komende jaren zal de gemeente u als overlegpartner blijven betrekken bij ontwikkelingen in het landelijk gebied.
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - De zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. 18. Zienswijze ingediend door briefschrijver 18 Referentie Samenvatting zienswijzen nummer 18.1 Het belang van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden voor het recreatieve fietsverkeer wordt hier en daar in de visie wel genoemd, maar erg onvolledig. De Vechtoever en de forten (Stelling
Reactie
359576
De gemeente is het met u eens dat de cultuurhistorische waarden van de gemeente nu niet goed tot zijn recht komen in de Omgevings-
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
28
van Amsterdam en Nieuwe Hollandse Waterlinie) vormen samen met het landschap en de omliggende plassen/rivieren een belangrijk onderdeel voor het regionale recreatieve fietsverkeer. Het gebied trekt dan ook veel racefietsers, fietsers op e-bike en langzamere fietsers uit Amsterdam/Utrecht en het Gooi. Opvallend is dat op de kaart ‘Integraal Ruimtelijk Perspectief U16 2020’ de gebruikte fietsroutes zeer onvolledig zijn weergegeven. Daar zou een kritische kanttekening op zijn plaats zijn.
visie. Deze zijn omschreven in de intermezzo kernwaarden en trendlijnen. Besloten is deze waarden inclusief de kernkwaliteiten toe te voegen aan het hoofdstuk strategie. Beide vormen namelijk de basis voor hoe de gemeente invulling gaat geven aan de opgaven waarvoor zij staat.
18.2
De fietsbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal (ARK) in Nigtevecht is in het jaar 2018 speciaal gerealiseerd op instigatie van de Provincie Noord-Holland, om het regionale fietsverkeer te faciliteren en om een scharnierpunt te creëren in de verbinding tussen de forten van de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Voor de recreatieve belevingswaarde is de brug een enorme aanwinst. De brug wordt daarom ook intensief benut. In de beschrijving op pagina 34 van Nigtevecht, waar de brug genoemd wordt als nuttige verbindingsmogelijkheid voor de lokale bewoners, komt die belangrijke regionale betekenis totaal niet tot uitdrukking. Dat moet worden aangepast.
De gemeente onderschrijft in de Omgevingsvisie het belang van de fietsbrug bij Nigtevecht als schakel in regionale routestructuren. Ook op andere locaties streeft de gemeente naar het overbruggen van het Amsterdam-Rijnkanaal en daarmee beter verbinden en ontsluiten van recreatieve groengebieden voor fietsers en wandelaars. Daarom is deze verbinding ook opgenomen op de visiekaart. De gemeente vindt het echter niet noodzakelijk dat deze functie beschreven wordt op pagina 34.
18.3
Op pagina 30 wordt een korte beschrijving gegeven van de ‘Langzame Vecht’ en de ‘Kwaliteiten vanuit de historische ontwikkeling van het landschap’. Daar ontbreekt een expliciete verwijzing naar de Stelling van Amsterdam (nota bene Unesco Werelderfgoed) en de Nieuwe Hollandse Waterlinie (op de nominatie voor de Werelderfgoedstatus). De attractie van het gebied wordt immers mede bepaald door deze linies. Op pagina 62 (Ruimte voor recreatie) wordt het Werelderfgoed summier wel genoemd. Pagina 30 dient daarom aangepast te worden.
Het belang van de waterlinies als dragers van cultuurhistorie, landschap, natuur en recreatie wordt op diverse plekken in de Omgevingsvisie belicht. Het nadrukkelijk noemen van de recent verworven status als Unesco Werelderfgoed voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie neemt de gemeente over. Ook zal in de tekst nadrukkelijker worden gewezen op de aanwezigheid van bepalende landschapselementen (forten, schuilplaatsen, inundatievelden en -kades) van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Overigens ligt het tot de Stelling van Amsterdam behorende en in 1903 voltooide Fort Nigtevecht buiten het grondgebied van de gemeente Stichtse Vecht. De tekstaanpassing wordt niet gedaan op pagina 30, zoals voorgesteld, maar bij paragraaf 6.3 (pagina 98).
18.4
Pagina 34 Vechtdorpen Nigtevecht Verzocht wordt om de volgende zin op te nemen bij de beschrijving van Nigtevecht: Het meest bekend is Nigtevecht door Fort Nigtevecht.
Deze tekst is een goede toevoeging voor de omschrijving van de kern Nigtevecht. De tekst zal hierop worden aangepast.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
29
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - Bij de uitleg van de dorpen wordt de tekst bij Nigtevecht aangepast door Fort Nigtevecht uitdrukkelijk te noemen. - Bij paragraaf 6.3 wordt de Hollande Waterlinie en de Stelling van Amsterdam nadrukkelijk in beeld gebracht. 19. Zienswijze ingediend door briefschrijver 19 ReferenSamenvatting zienswijzen tie nummer 19.1 De gewenste zonneparken op weilanden zijn naast het lelijke zichtbeeld ook bezwaarlijk. Met name langs de A2! Het huidige gras/groene weilanden en mais vangen nu veel fijnstof weg, daardoor wordt de uitgestoten CO2 stikstof en zwavel afgevangen. Een advies is daarom om daken te benutten voor zonnepanelen/opwekking via zon. Als dit via dezelfde partijen en participaties gaat, valt er ook veel energie en deelname te winnen.
19.2
Het valt de briefschrijver op dat er in de visie aangestuurd wordt op een tweede tak dan wel een ander verdienmodel voor de boeren. Er wordt nu echter 60 tot 100 uur gewerkt door de boeren om naast het bedrijf de natuur in stand te houden. Een baan met zoveel uur hoort gewoon een fatsoenlijk inkomen te moeten genereren. Dat geldt ook voor al het extra's wat er nu via deze visie aan opgehangen wordt! Het inkomen van een groot deel van het buitengebied ophangen aan overheidsplannen is erg onzeker. Het verleden heeft namelijk vaak uitgewezen dat men de spelregels tijdens de wedstrijd verandert met
Reactie
359756
De gemeente stimuleert zoveel mogelijk het plaatsen van zonnepanelen op grootschalige daken. Helaas zijn er ook zaken die het realiseren daarvan bemoeilijken, zoals verzekeringskwesties, dakconstructies, aanwezige koelelementen et cetera. Daarom zijn ook zonnevelden nodig en heeft de gemeente het beleidskader zonnevelden met een kansenkaart opgesteld. Dit is erop gericht om de belangen van het buitengebied (landschap, natuur, cultuurhistorie, archeologie) in het vizier te houden. In dit beleidskader wordt beschreven waar zonnevelden goed in te passen zijn en met welke belangen de gemeente rekening houdt. Zonnevelden zijn niet overal en niet overal evenveel mogelijk. Voorwaarden worden gesteld aan aanvragen voor zonnevelden, om de waarden te beschermen. Zo wil de gemeente geen zonnevelden toestaan in beschermde natuurgebieden. Ook in de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de landgoederenzone en het weidevogelkerngebied is er slechts zeer beperkt ruimte voor zonnevelden. Bovendien kijkt de gemeente pas als een aanvraag door een initiatiefnemer wordt ingediend of de plaatsing daadwerkelijk mogelijk is en of wordt voldaan aan alle voorwaarden. Hierbij wordt ook getoetst aan de flora- en faunawetgeving. De Omgevingsvisie geeft een toekomstbeeld over de situatie over ongeveer twintig jaar.
Om een beter beeld te krijgen van de toekomst van het agrarisch landschap heeft de gemeente samen met agrariërs de Perspectiefnota Landbouw opgesteld. De uitkomsten van dit onderzoek zijn vertaald in de Omgevingsvisie. We zijn het echter wel met u eens dat de positie van de agrariërs nog niet goed tot zijn recht komt in de Omgevingsvisie. De gemeente zet zoveel mogelijk in op een buitengebied met gezonde/economische melkveehouderijen en andere agrarische bedrijven.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
30
alle gevolgen van dien voor de uitvoerende. Dit geeft geen basis voor vertrouwen. Samenvattend: 1. Een uitgangssituatie met een fatsoenlijk inkomen/mogelijkheden voor de corebusiness van de boer voor de toekomst; 2. De voorgestelde natuurontwikkeling in het buitengebied op vrijwillige basis met daar tegenover een eerlijk verdienmodel, niet tegen kostprijs voor de uitvoerende!
Daarbij wil de gemeente voor het buitengebied gelegen aan de westzijde van de A2 een integraal toekomstig plan ontwikkelen samen met de gebruikers en de belangenverenigingen. Het is dan ook niet de bedoeling van de gemeente dat de voorgestelde natuurontwikkeling en recreatieverbindingen aan u worden opgelegd.
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - De zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. 20. Zienswijze ingediend door briefschrijver 20 ReferenSamenvatting zienswijzen tie nummer 20.1 Met veel belangstelling heeft het bestuur van de Natuurgroep Kockengen kennisgenomen van de Omgevingsvisie Stichtse Vecht. Voor Natuurgroep Kockengen zijn vooral de visie en plannen m.b.t. het gebied ‘Veenweide West’ (paragraaf 6.1) van belang. Paragraaf 6.1 start met de vermelding dat de komende jaren de visie op het veenweidegebied nader uitgewerkt zal worden, samen met inwoners, bedrijven en belangenbehartigers. Dit in de opdracht “Integraal en toekomstbestendig plan Veenweide West”. Natuurgroep Kockengen zou graag betrokken willen worden bij deze opdracht. Is dat mogelijk?
Reactie
360339
Dat is zeker mogelijk. De gemeente betrekt de natuurgroep waar nodig bij de plannen voor het westelijk (veen)weidegebied. Op het moment dat de gemeente dit traject gaan opstarten wordt u samen met de andere belanghebbenden hierover geïnformeerd.
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - De zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Meenemen bij de uitvoering van de opdrachten en Omgevingsprogramma’s - De natuurgroep zal waar nodig betrokken worden bij de opdrachten Veenweide west.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
31
21. Zienswijze ingediend door briefschrijver 21 ReferenSamenvatting zienswijzen tie nummer 21.1 Briefschrijver is onder de indruk van de Ontwerp Omgevingsvisie Stichtse Vecht. Hij prijst de achtereenvolgende projectleiders Omgevingsvisie met dit resultaat en met de wijze waarop de input aandacht heeft gekregen en in het document is verwerkt. Toch zijn er nog een aantal zaken die naar de mening van briefschrijver niet mogen ontbreken in de Ontwerp Omgevingsvisie Stichtse Vecht.
Reactie
360341
Dank u wel voor dit compliment.
21.2
In het hele ontwerp komt het woord senior drie keer voor. Jongeren en starters worden samen 15 keer genoemd. Dit in de wetenschap dat in de toekomst het aantal 70+’ers zal verdubbelen en het aantal 80+’ers zal verdriedubbelen en de jeugd zal halveren. De gemeente wordt gevraagd een taakopgave te maken waarin clusterwoningen worden opgenomen. Te denken valt aan hofjeswoningen of een knarrenhof. Kortom woonprojecten die in de toekomst moeten borgen dat senioren langer thuis kunnen blijven wonen in goede gezondheid en waar men één is tegen eenzaamheid met veel mogelijkheden voor zingeving. Dat is de toekomst waarop nu moet worden ingespeeld en waarbij de gemeente het voortouw zou moeten nemen. Dit houdt in dat de gemeente aan projectontwikkelaars niet meer alle vrijheid zou moeten geven. Het advies is méér richtlijnen afgeven dan alleen de verplichting om 30% van het project in de sociale sector te bouwen. De SRSV zou graag zien dat de gemeente veel meer een opdracht gaat geven in relatie tot de werkelijke behoefte van de inwoners van Stichtse Vecht, rekening houdend met de taakopdracht die er ligt vanuit het Rijk met de programma’s Langer Thuis en de Taskforce Wonen.
Wat voor woningen de gemeente de komende jaren gaat bouwen is opgenomen in de Woonvisie, niet in de Omgevingsvisie. Het is echter nu nog niet aan de orde om een percentage voor seniorenwoningen op te nemen in de Woonvisie. De reden hiervoor is dat er naast senioren ook nog acht andere bijzondere doelgroepen zijn (arbeidsmigranten, (urgenten), vergunninghouders, uitstroom MOBW, tiny houses et cetera) waarvoor huisvesting nodig is. Wanneer deze allemaal specifiek worden benoemd binnen de 30% sociaal en binnen de (gemiddeld) 20% middenhuur, dan blijven er voor de reguliere woningzoekende te weinig woningen over. De gemeente gaat wel bij nieuwe woningbouwinitiatieven meenemen of het mogelijk is om ook een kavel met hofjeswoningen te realiseren. Hierdoor wordt het maatwerk per locatie.
21.3
De gemeente heeft tijdens de crisis grond verkocht. De SRSV zou graag willen dat de gemeente grond toewijst voor bovengenoemde woonvormen. Agrarische grond is op dit moment 6 euro per vierkante meter. Bouwgrond zal in Stichtse Vecht mogelijk ongeveer 600 euro per vierkante meter zijn. Kan de gemeente geen grond aankopen van boeren die hun bedrijf gaan verkopen of verkleinen?
Actief grondbeleid heeft zijn voor- en nadelen. Gezien de risico’s is de gemeente terughoudend met de aankoop van gronden. Vooralsnog ziet de gemeente geen reden om hierin te anticiperen. Daarnaast zijn er ook particuliere initiatieven die hierop inspelen zoals Laag Nieuwkoop 30, Kockengen.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
32
21.4
Er zijn regelmatig goede initiatieven van burgers om hun vastgoed om te vormen naar woningen voor vitale dan wel demente senioren. Zij worden gevangen in een traject waar véél kosten en véél tijd gevraagd wordt, wat ontmoedigend werkt. Trajecten kunnen efficiënter verlopen dan wel de burger kan beter geïnformeerd worden zodat men beter weet waar men aan begint. Feit is wél dat de gemeente de woonopdracht niet in z’n eentje kan uitvoeren. Particuliere initiatieven zouden eigenlijk omarmd moeten worden, zeker gezien de taakopdracht die er ligt.
Als een haalbaar initiatief wordt ingediend dan wordt hier altijd positief naar gekeken en aangegeven wat de trajecten zijn. Zoals u aangeeft kosten deze vaak veel tijd en geld. Dit komt mede door de vele juridische procedures die hiermee gemoeid zijn. Graag gaat de gemeente met u in overleg om te kijken hoe de informatievoorziening kan worden verbeterd.
21.5
Verder wordt voorgesteld om in de Omgevingsvisie faciliteiten omtrent zingeving én onderwijs te benoemen ter preventie van dementie en eenzaamheid. Uit studies blijkt dat onderwijs, ook bij beginnende dementie, een beschermende factor is. Het is zeer waarschijnlijk dat zeker een derde van alle vormen van dementie kan worden voorkomen door maatregelen te treffen.
Deze thema’s zijn belegd bij het sociaal domein; het zijn geen thema’s voor de Omgevingsvisie. Er wordt aan gewerkt via het Integraal beleidskader sociaal domein, de Nota Positief Gezondheidsbeleid en het Uitvoeringsprogramma Eenzaamheid van deze nota.
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - De zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. 22. Zienswijze ingediend door briefschrijver 22 ReferenSamenvatting zienswijzen tie nummer 22.1 Een visie is een kijk of mening op zaken om mogelijkheden te onderzoeken en daarbij gemotiveerde afwegingen te ventileren. De visie is echter op cruciale plekken geschreven als een dictaat alsof er door dit college al definitieve besluiten zijn genomen. Dit heeft tot gevolg dat de inkt van de ene visie nog niet droog is of er komt alweer een compleet nieuwe versie van een volgend college; dat is al over een jaar dus, nog voor de omgevingswet. Pagina 25 “Bij de start van een nieuwe raadscyclus wordt de Omgevingsvisie herijkt. Het coalitieprogramma wordt verwerkt in de herijkte Omgevingsvisie. Dit kan effect hebben op de lopende programma’s. Dit zal ook door vertaald moeten worden in het Omgevingsplan.”
Reactie
360342, 360346
De Omgevingswet voorziet in een regelmatige herziening van de Omgevingsvisie, monitoring van Omgevingsprogramma’s en doorlopende aanpassing van het Omgevingsplan. Hiervoor kan de raadscyclus gebruikt worden, waardoor het coalitieprogramma verwerkt kan worden in de herijkte Omgevingsvisie en het politieke primaat in het fysieke domein versterkt kan worden. Briefschrijver merkt terecht op dat de Omgevingsvisie vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen wordt vastgesteld. Direct na de verkiezingen zijn er echter nog geen Omgevingsprogramma’s en nog geen (definitief) Omgevingsplan. Een nieuw coalitieprogramma kan daarom wel degelijk effect hebben op de vertaling van de Omgevingsvisie in Omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
33
Deze wilde stelling is een illusie. Het is volgens briefschrijver ambtelijk onwenselijk om af te wijken van een al vastgestelde strategie en/of planmatige invullingen die meestal onherroepelijk zijn vanwege de belangen.
Daarbij geeft de briefschrijver een aantal suggestieve reacties, wat zijn mening is. Het is aan de gehele raad om te besluiten of de voorliggende visie voldoende houvast geeft om uitvoering te geven aan de verschillende opgaven waarvoor de gemeente staat.
Visie als politiek visitekaartje Deze visie is een compilatie van politieke wensen van de huidige coalitie (m.n. VVD) en laat geen denkruimte over voor opvolgende gemeentebesturen die wellicht andere meningen hebben. Deze visie heeft de intentie om over het politieke graf heen te regeren door op diverse plekken ontwikkelingen al definitief in pseudo-besluiten en (anterieure) overeenkomsten vast te leggen, waardoor met afwijkt van de definitie “visie”. De schrijfstijl van deze visie dient daarom te worden aangepast en dient geen informele besluiten te bevatten waarmee een raad later geconfronteerd kan worden. Gedacht wordt dan aan de RES, waar ten onrechte een VVGB raadsbesluit uit 2011 wordt misbruikt ter verkrijging van mandaat. 22.2
De omvang van de visie is met 112 pagina´s onnodig groot en vertroebelt met plaatjes en fröbelwerk de leesbaarheid en de boodschap. Deze visie kan makkelijk herschreven worden met wat minder toeters en bellen waardoor de beoogde ontwikkelingen en afwegingen beter in beeld komen die de leefbaarheid in relatie met voorgestelde ambities betreffen.
Bij de definitieve Omgevingsvisie zal ook een publieksvriendelijke versie worden gemaakt: een samenvatting van de Omgevingsvisie.
22.3
Deze visie wordt- zo leest de briefschrijver hieronder- aangevuld met “notities” inzake “programma’s” en oude beleidsnota´s die feitelijk niet thuishoren in een visie. Men verzoekt de raad deze visie inclusief deze nog ontbrekende “notities” goed te keuren, waardoor de kans bestaat dat de raad nadien dus volledig buiten spel staat. Het is belangrijk deze visie en beleidsnotities (lees: programma´s) van elkaar te scheiden en separaat te behandelen. Hiervoor dient de tekst te worden aangepast.
Waar hierop gedoeld wordt is dat er een apart document komt waarin de opdrachten zoals genoemd in de Omgevingsvisie nader zijn uitgewerkt. Dit betekent niet dat de raad buitenspel wordt gezet. Zowel het college als de raad staan gezamenlijk aan de lat om nieuw beleid te ontwikkelen, waarbij de raad de kaders vooraf meegeeft en het college daar invulling aan geeft.
22.4
Pagina 24 eerste twee alinea’s: aangegeven wordt dat dit een warrig verhaal is. Geconcludeerd wordt dat er in wezen dus niets verandert aan de huidige besluitvorming van het college, met dien verstande dat de raad niet meer nodig is als deze visie in deze vorm door de raad wordt goedgekeurd. Men (lees “WE” in deze tekst) introduceert
De gemeente gaat niet in op suggestieve opmerkingen over personen of richting de ambtelijke organisatie. “We” in deze tekst is de gemeente.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
34
feitelijk nieuwe namen en protocollen voor oude (project)besluiten die niets met een toekomstvisie (in de zin van visie) als deze van doen hebben. Het voorkomt niet de voortdurende subjectieve ambtelijke besluitvorming (veelal te herleiden tot één persoon) die tot nu toe heeft geleid tot vele dramatische ontwikkelingen. 22.5
Op pagina 22 worden in de opsomming de omgevingsvergunning en omgevingswaarden nader toegelicht. Hierover het volgende: De briefschrijver denkt hier aan de bekende afwijkingsprocedure, of het selectief aanpassen van beleidsregels of verordeningen waarbij alles voor bepaalde cliënten mogelijk wordt gemaakt onder het motto ”doen wat je ambtelijk hebt beloofd”. Men moet af van subjectieve regels en definities die rechtsongelijkheid en mogelijke vriendendiensten in de hand werken.
In deze alinea’s wordt uitleg gegeven aan de nieuwe wet en de daarbij horende instrumenten. Op de door u gedane suggestieve opmerkingen gaat de gemeente verder niet in.
22.6
Op pagina 25 laatste alinea wordt ingegaan op de rolverdeling per omgevingsprogramma of project. Dit gaat niet werken; het is een illusie (m.n. in deze gemeente) dat dit leidt tot een acceptabele inspraakprocedure. De definitie “urgent” en “type” wordt subjectief bepaald en het gebrek aan ambtelijke communicatie en transparantie tussen raad en inwoners is hierbij (al jaren) een groot probleem.
Het blijkt dat de briefschrijver weinig vertrouwen heeft in de organisatie. Dit is jammer. De gemeente hoopt dat in de toekomst het tegendeel wordt bewezen.
22.7
Het is onbegrijpelijk dat na een toezegging (vastgelegd) van de wethouder het beschermde dorpsgezicht Loenersloot, inclusief kasteel toch weer op de kaart staat als Snelle Vecht. Ten eerste geeft dit de onbetrouwbaarheid van de politiek aan en ten tweede ontkent men de historische waarden van dit dorp. Mocht dit een fout zijn dan dient dit in de visie hersteld te worden.
Bij de vraag of een dorp of gebied toebehoort tot een bepaald gebied is niet alleen gekeken naar historische grenzen maar ook naar moderne grenzen zoals de infrastructuur en grenzen van de kernen. Samen vormen deze de dynamiek van de gemeente. Zoals al eerder aangegeven behoort Loenersloot niet tot de Snelle Vecht. De kern met het kasteel en de verschillende rijksmonumenten vormen een gebied dat de kwaliteiten heeft zoals de dorpen gelegen aan de Langzame Vecht. Dit is dan ook de reden dat de gemeente het met de dorpsraad eens was dat de kern van Loenersloot toegevoegd diende te worden aan de Langzame Vecht. Dit is zo ook in de Ontwerp Omgevingsvisie opgenomen. Dit is conform de toezeggingen die gedaan zijn in de raad van 15 juli 2020. Wel is gebleken dat het gebied rondom Kasteel Loenersloot niet juist is opgenomen. Deze omissie wordt hersteld: het gebied gelegen tussen Loenersloot en de Rijksweg A2 wordt toegevoegd aan de Langzame Vecht.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
35
22.8
Het is sneu te constateren dan de buurtschappen Gieltjesdorp, Rode dorp, Mijnden en Kerklaan niet in deze visie voorkomen terwijl daar wel regelmatig ingrijpende activiteiten en (ongewenste) ontwikkelingen plaatsvinden (en daarom wellicht niet benoemd worden). Graag alsnog opnemen in deze visie.
De gemeente kent veel lintbebouwing, kleine kernen en grotere kernen waar veranderingen plaatsvinden. Hierbij is het niet nodig dat alle buurtschappen uitdrukkelijk worden benoemd. De Omgevingsvisie geldt voor de gehele gemeente Stichtse Vecht.
22.9
Op pagina 48 wordt aangegeven dat Stichtse Vecht een aantrekkelijke vestigingsplaats voor veel mensen is. Er is een enorme behoefte aan woningen vanuit de regio en vanuit Stichtse Vecht zelf. Op pagina 58 wordt aangegeven dat in de kleinere kernen wordt gebouwd voor jongeren (instromers) en ouderen (doorstromers). Bij nieuwbouw gaat men voor 30% sociale woningbouw. Het is een illusie te denken dat nieuwbouw ter beschikking komt aan de eigen bevolking binnen de gemeente, m.a.w. de motivatie om voor “eigen” bewoners te bouwen berust op een foute stelling; het is een vals argument. Het is wachten op wetgeving m.b.t. huisvestingrestricties, anders is bouwen dweilen met de kraan open. Het wordt tijd dat er weer wat compleet nieuwe steden worden ontwikkeld in de Flevopolder (zoals Almere, Dronten et cetera).
Het is inderdaad zo dat ‘bouwen voor eigen bewoners’ niet 100% te sturen is doordat de gemeente deel uitmaakt van een woningmarktregio. Maar dat is ook niet onze ambitie. Bovendien is dat wettelijk ook niet toegestaan; een gemeente mag maximaal 25% van de vrijkomende woningen met voorrang lokaal toewijzen. De gemeente heeft een woningbehoefteonderzoek laten uitvoeren waarbij zowel de lokale als de regionale woningbehoefte in beeld is gebracht voor onze gemeente. Lokaal betekent hierbij: de behoefte door de bevolkingsgroei en de huishoudensverdunning. En regionaal betekent hierbij: de verhuisbewegingen van en naar de gemeente. Daaruit blijkt dat de gemeente tot 2040 nog 3700 woningen erbij zouden moeten bouwen. Aangezien er ook al plannen voor 4400 woningen in onze gemeente zijn, is dat een realistische taakstelling. 30% van deze woningen (zijnde sociale huur) en circa 25% van deze woningen (zijnde middenhuur) worden vervolgens verdeeld via het woonruimte-verdeelsysteem (WoningNet). Doordat de gemeente in al de kleine kernen (9 van de 12 kernen) een kernbinding heeft, kunnen in elk geval in de kleine kernen de eigen bewoners met voorrang worden bediend. Daarnaast kan de gemeente bij oplevering van nieuwbouw ook in het woonruimte-verdeelsysteem opnemen dat voorrang verleend wordt aan mensen uit de eigen gemeente.
Kortom, enige sturing is wel degelijk mogelijk en het instrumentarium daarvoor is ook voorhanden en wordt toegepast.
22.10
De Provincie heeft bij de laatste PRV/PRS geweigerd de Breukelerwaard verder uit te breiden omdat zij voldoende ruimte zag in Nieuwegein (het Klooster); zie Stec rapport/beantwoording zienswijzen PRV 1016. Het is onbegrijpelijk dat het rapport van Ecorys (Bouwstenenrapport Economische visie Stichtse Vecht 2025 van 02 oktober 2014) niet serieus wordt meegenomen. Dit is dé plek om de eigen
In samenwerking met de regio is al gekeken waar bedrijventerreinen uitgebreid dienen te worden. Momenteel is namelijk een tekort aan bedrijventerreinen in de regio. Breukelen is hiervoor een van de locaties. Samen met de Provincie en Rijkswaterstaat wordt momenteel onderzocht of dit ook daadwerkelijk haalbaar is op onder andere de ontsluiting.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
36
economie op de juiste plek (ontsluiting A2, treinstation, reductie forensen) te stimuleren. Graag beter in de visie implementeren om de Provincie van nut en noodzaak te overtuigen. 22.11
“Het buitengebied van Stichtse Vecht is populair als groen uitloopgebied bij zowel de inwoners uit Utrecht en Amsterdam als de inwoners uit Stichtse Vecht zelf. Bezoekers vanuit de regio komen graag naar Stichtse Vecht vanwege de bijzondere kwaliteiten” En dat moet zo blijven! Dus het beleid hierop aanpassen en nieuwe infrastructuur zoals zonnevelden en windturbines die deze kwaliteiten ondermijnen (RES) voorkomen.
De gemeente wil de kwaliteiten van ons gebied zoveel mogelijk in stand houden. Dit is ook een van de redenen dat de gemeente voor nu en in de toekomst geen windturbines wil en vooral wil inzetten op zonnepanelen op de daken en op locaties die al aangetast zijn.
22.12
Pagina 81: invulling kansenkaart op agrarische gronden is ongewenst vanwege het al aangewezen “attentiegebied” van de Unesco NHW waar al restricties aan de orde zijn.
De provincie Utrecht stelt dit jaar aanvullend beleid op. Het gaat om een afwegingskader en gebiedsanalyses. Dit zal leiden tot beter inzicht van de unieke waarden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dit zal vertaald worden in het beschermingsniveau van gebieden in gemeentelijk beleid. Indien nodig kan de kansenkaart hierop aangepast worden. Uiteindelijk blijft echter iedere aanvraag voor een zonneveld maatwerk en dient een initiatiefnemer zelf aan te tonen dat hij de unieke waarden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie niet aantast. Hiervoor zijn specifieke onderzoeksmethoden ontwikkeld. De visiekaart zal hiervoor niet worden aangepast. Zie ook de reactie op zienswijze 19.1.
Pagina 102. “Nieuwe ontwikkelingen in het gebied mogen geen aantasting opleveren van de unieke universele waarden van de linie. Het zichtbaar maken en behouden van het systeem van de Nieuwe Hollandse Waterlinie moet centraal staan. Dit richt zich op zowel de losse onderdelen zelf als op het beleefbaar houden en herstellen van de samenhang tussen de delen.” De kansenkaart dient hierop dus te worden aangepast. Gezien de diverse te ontwikkelen windmolenparken (Vattenfall, Eneco et cetera) op zee zal er nauwelijks nog behoefte zijn aan inlandige energieopwekking in 2040, dus waarom deze visie die speelt in hetzelfde tijdstraject? Het Planbureau Leefomgeving schat de opbrengst in 2050 op 60 Gigawatt. Tegen die tijd zijn er vast ook weer wat kerncentrales. 22.13
Er is sprake van een statenbrief van 6-7-2021 DOMEIN Mobiliteit COMMISSIE M&M m.b.t. een QuickScan station Loenersloot, waarin wordt gesteld dat station Loenersloot niet meer opportuun is om mee te nemen in het OV-toekomstbeeld Midden-Nederland zoals daarin al werd aangegeven. Breukelen West daarentegen staat daar wel vermeld als “multimodale” knoop, waarbij gesteld kan worden dat hier de verkeersafwikkeling naar de A2 en Breukelen door de complex aangelegde infrastructuur (qua doorstroming) zeer problematisch gaat worden.
Het afgelopen jaar is in regio U10-verband gekeken naar mogelijke ontwikkelingen rondom Loenersloot. Uit deze onderzoeken is gebleken dat een station bij Loenersloot niet kansrijk is. Deze ontwikkeling is dan ook niet meegenomen in de voorliggende Omgevingsvisie. Breukelen daarentegen heeft wel een bepaalde potentie. In de Omgevingsvisie wordt dit ook vertaald. Echter, de gemeente ziet ook dat nader onderzoek noodzakelijk is. Dit nader onderzoeken is dan ook een van de opdrachten die het college meekrijgt. Hierbij wordt ook gekeken naar de verkeersafwikkeling.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
37
22.14
Conclusie: deze visie wil te allesomvattend zijn en kan tot wel de helft gereduceerd worden… er is geen doorkomen aan. De briefschrijver adviseert de raad deze visie in deze vorm niet te accepteren omdat er sprake is van het prematuur overdragen van mandaat als het gaat om invulling van nog onoverzienbare projecten (lees “notities”) die de leefomgeving significant kunnen en zullen aantasten.
Bij de definitieve Omgevingsvisie zal ook een publieksvriendelijke versie worden gemaakt: een samenvatting van de Omgevingsvisie.
Bij deze een aanvulling op de eerdere zienswijze het “ondertekende” raadsbesluit uit 2019 in relatie met het bijgevoegde koersdocument m.b.t. de initiële keuze van de “langzame” en “snelle” Vechtlocaties. De briefschrijver doet het verzoek de oorspronkelijke invulling van dit document te beschouwen als leidend voor de uiteindelijke Omgevingsvisie conform het raadsbesluit. Dit om tevens te voorkomen dat de Unesco zal besluiten het NHWgebied van de lijst te schrappen wegens onvoldoende zekerheid m.b.t. (ongewenste) ontwikkelingen, die volgens dit concept in het aangewezen gebied de overhand kunnen krijgen.
Inmiddels heeft Unesco besloten om de Nieuwe Hollandse Waterlinie toe te voegen aan de Werelderfgoedlijst. Dit wordt ook meegenomen in de Omgevingsvisie. Daarnaast wordt in hoofdstuk “Strategie” de tekst aangepast. Hier wordt namelijk aangegeven dat de gemeente voortbouwt op de kernkwaliteiten. De vier gebieden en deze kwaliteiten komen centraler in de visie te staan en vormen de basis voor de opbouw van de visie.
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - De kaart van de Omgevingsvisie zal worden aangepast waarbij het gebied tussen de rijksweg A2 en het dorp Loenersloot als Langzame Vecht zal worden aangegeven - De opbouw van de visie wordt aangepast waarbij de kernkwaliteiten met daarbij de gebieden eerder worden toegelicht (in het hoofdstuk Strategie). - In de visie zal worden vermeld dat de Nieuwe Hollandse Waterlinie is geplaatst op de Werelderfgoedlijst. 23. Zienswijze ingediend door briefschrijver 23 ReferenSamenvatting zienswijzen tie nummer 23.1 Briefschrijver refereert tevens naar het document dat is opgenomen in de Ingekomen Stukken voor de vergadering van 28 september 2021 onder punt D-01. Deze dienen meegenomen te worden in onderhavige zienswijze. 23.2
Pagina 4: de visuele opbouw van het stuk is een warboel. Om een voorbeeld te noemen: alinea’s beginnen soms na een open regel, echter soms ook direct onder de voorgaande tekst.
Reactie
360343
De aangegeven zienswijzen horen bij het uitvoeringsplan Zonnevelden. Indien uw zienswijze op het uitvoeringsplan leidt tot aanpassingen die van invloed zijn op de Omgevingsvisie dan worden deze verwerkt. De tekst van de visie zal naar aanleiding van uw reactie nogmaals worden doorgenomen.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
38
23.3
Pagina 4: per ‘Wijkniveau’ maatwerk leveren. Dit is onmogelijk als men op ‘wijkniveau’ niet op de hoogte is van de lokale geschiedenis, toestand of zelfs maar het bestaan van de ‘wijken’.
Er zal altijd sprake zijn van wisseling van medewerkers bij de gemeente. Hierdoor is niet altijd de lokale geschiedenis en/of uitgebreide kennis van de gemeente en haar kernen en wijken paraat. Door in gesprek te gaan met elkaar komen we wel verder.
23.4
Pagina 8: de RES, RAS en REP. Deze is thans zeer eenzijdig. De gebieden die als ‘mogelijk’ worden gekwalificeerd betreffen o.a. de RWZI van Loenen, het Golfterrein en ook het gebied direct aansluitend op, en zelfs inclusief de eigen achtertuin. Om enkele voorbeelden te noemen: de weerkaatsing van de zon op de huizen alsmede het uitzicht is in het geding. Dit is vragen om claims onder (wat vroeger) planschade heette. Zie ook pagina 81. Pagina 9 en 11: kaarten zijn zeer onduidelijk voor ons gebied.
Dat klopt, als het komt tot bestemmingswijziging dan is iedereen die van mening is dat hij of zij geschaad wordt vrij om een “planschadeverzoek” in te dienen. Door een onafhankelijk bureau wordt dan beoordeeld of er sprake is van waardevermindering van de woning of het bedrijf. Zo is het eenmaal per wet geregeld.
23.5
De opgenomen kaarten betreffen een uitsnede van regionale kaarten en geven een beeld wat betrekking heeft op het gemeentelijk grondgebied. Indien u deze documenten nader wilt bekijken dan kunt u ze online raadplegen op www.utrecht10.nl en www.provincie-utrecht.nl.
23.6
Schrijffout op pagina 12 (onder het rechter plaatje: 'Vechtt' met een dubbel 't'). Daarnaast is het de vraag of men die ‘ansichtkaart en enquête’ wel gehad heeft.
Dank u wel voor het doorgeven. De ansichtkaart is met het VAR Nieuwsblad verspreid. Daarnaast is er een uitgebreide campagne geweest voor het invullen van de enquête. Dank u wel voor uw scherpe blik. Dit zal worden aangepast.
23.7
Pagina 13: vergeten het kader rechts boven in te vullen.
23.8
Het blokschema onderaan pagina 24 is volledig onduidelijk. Het start met H1 + H4, H5 komt dan twee keer voor, H3 is spoorloos.
De teksten in het blokschema worden aangepast.
23.9
Op pagina 30 wordt het Angstelgebied niet genoemd, noch de historische oeverwallen van oude drooggevallen verbindingen en rivieren.
23.10
Pagina 32: kaarten onduidelijk en de middelste kaart lijkt nog een extra kaartje als ondergrond te hebben (zie top van het kaartje). De kaart op pagina 33 meldt zowel de Stelling van Amsterdam niet, noch andere daarmee samenhangende constructies zoals voorbereidingen voor wegblokkades (bijvoorbeeld in de N 201 tussen Vreeland
De gemeente is rijk aan cultuurhistorie. In het gebied komen bijvoorbeeld meerdere oeverwallen voor. De gemeente heeft zich bij de Omgevingsvisie geconcentreerd op de belangrijkste waarden. Ook bijvoorbeeld de Aa komt niet voor in de tekst. Vooraf aan de Omgevingsvisie is het “Trendlijnenrapport” opgesteld en de “Kracht van Stichtse Vecht”. Hierin wordt dieper ingegaan op de historie van de gemeente. Deze kaarten zijn opgesteld in het kader van de trendlijnen. De bedoeling is dat er straks in de digitale versie doorgeklikt kan worden naar het Trendlijnenrapport. De verspringing die zichtbaar is, is de legenda die toegevoegd is aan de kaart. De kaarten worden hier niet op aangepast.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
39
23.11
23.12
23.13
23.14
en Fort Uitkijk, bestreken door het Kazemat bij Vreeland). Daarbij zijn alle kaartjes onduidelijk. Pagina 34 en 36: omschrijving dorpen niet correct. Alleen sterrenrestaurants Loenen worden genoemd, die in Vreeland niet. Verder is Vreeland 'een dorp met veel Amsterdammers'. De briefschrijver heeft toch een ander idee daar: het is een heel dicht op elkaar staande gemeenschap. De dorpscultuur is daar nog leidend, iedereen kent iedereen. Daarnaast wordt bijvoorbeeld het buurtschap Kerklaan niet genoemd; een lintbebouwing tussen Loenen en Loenersloot langs een aftakking van de oude Straatweg tussen Amsterdam en Utrecht die teruggaat tot ongeveer 1650 en (na de reformatie/beeldenstorm) ontstaan is rond een rooms-katholieke schuilkerk! Overigens komt dit buurtschap in het gehele rapport niet voor. Deze historie is deze gemeente waarschijnlijk ook ontgaan en is dus ook onbekend bij de rapportopstellers. Op pagina 34 wordt alleen de ‘Hollandse Waterlinie’ genoemd. In het noorden van onze gemeente vallen Hollandse Waterlinie(s) en de Stelling van Amsterdam samen: fort Nigtevecht is een ‘Stelling van Amsterdam’-fort. In het gebied tussen Nigtevecht en Nieuwersluis zijn nog vele onderdelen/kenmerken van de waterlinie zoals inundatiesluizen, bruggen en schootvelden.
De openslaande bruggen zijn door de bank genomen zo geïnstalleerd dat het openslaande deel zich aan de ‘veilige’ kant van het water bevindt. De kaarten op pagina 42 en 43 geven het gebied rond Loenersloot nog steeds aan als 'Snelle Vecht'. Dit is door verschillende wethouders anders voorgesteld, bevestigd en op papier gezet naar aanleiding van gesprekken met omwonenden. Briefschrijver sluit zich aan bij de zienswijze van Loenersloot en maken deze tot die van hen.
De tekst bij Vreeland wordt aangepast op basis van uw reactie maar ook van anderen.
Op deze pagina worden de twaalf kernen die onze gemeente rijk is genoemd evenals een aantal lintdorpen. Zoals in de tekst wordt aangegeven worden hier een aantal voorbeelden genoemd. Kerklaan is dit geval niet genoemd, maar dit is zeker een buurtschap in onze gemeente en zeker niet onbekend.
In de bedoelde tekst wordt aangegeven wat er zoal is binnen de gemeente. Dit is geen uitputtende opsomming. Hier worden alleen voorbeelden gegeven wat er aanwezig is binnen onze gemeente.
Om te bepalen of een dorp of gebied toebehoort aan een bepaald gebied is niet alleen gekeken naar historische grenzen maar ook naar moderne grenzen zoals de infrastructuur en grenzen van de kernen. Samen vormen deze de dynamiek van de gemeente. Zoals al eerder aangegeven behoort Loenersloot niet tot de Snelle Vecht. De kern met het kasteel en de verschillende rijksmonumenten vormen een gebied dat de kwaliteiten heeft zoals de dorpen gelegen aan de Langzame Vecht. Dit is dan ook de reden dat de gemeente het met de dorpsraad eens was dat de kern van Loenersloot toegevoegd diende te worden aan de Langzame Vecht. Dit is getracht zo ook in de Ontwerp Omgevingsvisie op te nemen. Dit is conform de toezeggingen die gedaan zijn in de raad van 15 juli 2020.Gelezen de reacties is er een interpretatieverschil geweest tussen de dorpsraad en de wethouders. Wat de gemeente bedoelde is dus de kern Loe-
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
40
nersloot inclusief de Binnenweg. Dit is ook in lijn met hoe de gemeente naar de andere gebieden heeft gekeken. Een goed voorbeeld hiervan is Nieuwersluis. De kern is gelegen binnen de Langzame Vecht maar een deel van het grondgebied is ook gelegen in de Snelle Vecht. Ditzelfde geldt natuurlijk ook voor Breukelen en Maarssen. Op basis van andere reacties wordt wel het gebied gelegen tussen Loenersloot en de Rijksweg A2 toegevoegd aan de Langzame Vecht. 23.15
Kaartje pagina 69, natuur: tussen Loenen, Vreeland en Loenersloot een gebied ‘natte parels…’? Geen uitleg van het begrip.
De tekst wordt hierop aangepast.
23.16
Schrijffout pagina 70: ‘exteren salderen’
Bedankt voor het doorgeven. De tekst wordt hierop aangepast.
23.17
Kaart pagina 101: aangegeven bijzonderheid bij Kerklaan of Loenersloot is onbekend/onduidelijk.
Op de kaart zijn onder andere de historische buitenplaatsen biotopen in kaart gebracht die in het heden en verleden in de gemeente gelegen zijn. Bij Loenersloot is dit het kasteel en de biotoop van de buitenplaats Geynzicht en Geinvliet. Bij Kerklaan is het een verdwenen buitenplaats genaamd Nooitgedagt.
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - De kaart van de Omgevingsvisie zal hierop worden aangepast en het gebied zal als Langzame Vecht worden aangegeven. - Op pagina 13 wordt het kader rechts boven ingevuld. - De tekst bij de omschrijving Vreeland wordt aangepast. - Uitleg wordt gegeven over natte parels. - We corrigeren de aangegeven typefouten. 24. Zienswijze ingediend door briefschrijver 24 ReferenSamenvatting zienswijzen tie nummer 24.1 Gezien de doelstelling van de stichting van briefschrijver concentreert men de zienswijze op het Westelijk Veenweidegebied rond Kockengen. Geconstateerd wordt dat in het ontwerp op diverse aspecten geen duidelijke keuzes worden gemaakt. Dit werd wel aangetroffen in andere door briefschrijver geraadpleegde gemeentelijke Omgevingsvisies. Het ontwerp is daarmee onvoldoende richtinggevend en biedt
Reactie
360420
We merken dat er voor het Veenweidegebied West nog onvoldoende onderzoek is gedaan om daar een goed toekomstbeeld voor op te stellen. In het gebied spelen vele opgaven waar gezamenlijk naar moet worden gekeken. Een van de opdrachten naar aanleiding van de Omgevingsvisie in dan ook te komen tot een Integraal en toekomstbestendig plan voor Veenweide West. De gemeente gaat hierbij alle belanghebbenden, waaronder uw stichting betrekken.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
41
ook onvoldoende houvast voor de inwoners van de gemeente. Daarnaast brengt het risico’s met zich mee van inconsistentie van beleid. Op basis van het ontwerp kan men (kunt u) immers nog alle kanten op. 24.2
Briefschrijver mist in de visie de waardering voor en bescherming van het cope-landschap van het veenweidegebied. Het woord ‘cope-landschap’ komt slechts één keer voor in het ontwerp en dan alleen nog maar in termen van verandering (‘natter’, ‘kleinschaliger’, omvorming tot ‘landschapspark’). Gepleit wordt voor onder woorden brengen van genoemde erkenning in de Omgevingsvisie en wel zodanig dat dit leidt tot een beleid dat de gesignaleerde waarden daadwerkelijk beschermt en versterkt.
U heeft gelijk; het bijzondere cope-landschap komt maar weinig voor in de tekst terwijl dit van grote historische waarde is. Bij paragraaf “Kwaliteiten vanuit historische ontwikkeling landschap” wordt het cope-landschap toegevoegd met daarbij een toelichting. Daarnaast wil de gemeente dit kenmerkende verkavelingslandschap zeker behouden. Dit wordt toegevoegd bij 6.1 Veenweide West.
24.3
Ook is briefschrijver van mening dat op langere termijn door klimaatverandering en bodemdaling aanpassingen op het gebied van grondgebruik nodig kunnen zijn. Maar dat dient samen te gaan met bescherming van de unieke structuur van het landschap, de inrichting ervan (geriefhoutbosjes, openheid) en de omvang van het areaal.
Wij zijn net als u van mening dat er door de klimaatverandering en bodemdaling aanpassingen aan het watersysteem en grondgebruik nodig zijn. Maar ook bij een eventuele inpassing van zonnevelden wordt daarbij altijd goed gekeken hoe dat samen gaat met behoud en bescherming van de kenmerkende structuur van dit landschapstype.
24.4
Het bouwen van woningen moet met name gebeuren nabij OVknooppunten van de grotere kernen. Woninggroei in Stichtse Vecht als geheel dient plaats te vinden op basis van de eigen inwoners en niet op basis van de areaalgrootte van de gemeente.
We leven in een gebeid met een grote dynamiek met zijn lusten en zijn lasten. Naast onze eigen inwoners zijn er ook veel woningzoekenden buiten de gemeente die hier graag willen gaan wonen. Het is niet mogelijk om de verkoop zo te reguleren dat alleen bewoners van Stichtse Vecht hier een huis mogen kopen.
24.5
Briefschrijver is het niet eens met de in het ontwerp opgenomen continuering van het ‘overal wat’–beleid. De enquête onder inwoners leverde hiervoor begrijpelijkerwijs steun op, maar van beleidsmakers mogen echte keuzes worden verwacht. ‘Overal wat’ is echter geen keuze en brengt het risico met zich mee van verrommeling van het landschap.
Het klopt dat op een aantal vlakken nog geen keuzes zijn gemaakt. Hiervoor is vaak nog nader onderzoek nodig. Dit zijn dan ook opdrachten die het college de komende jaren gaat onderzoeken. Op basis hiervan worden de keuzes aangescherpt.
24.6
Gesteld wordt dat grote aantallen woningen nabij OV-knooppunt Breukelen voor de lange termijn zijn en dat dit betekent dat er tijd is en zal worden genomen om de verschillende ontwikkelingsmogelijk-
De gemeente snapt uw zorgen over de bouw van woningen in het westelijk veenweidegebied. Deze zorgen kunnen nu niet worden weggenomen, waarbij de gemeente wel wil aangeven dat de woningbouw vooral geconcentreerd wordt rondom het station van Breukelen.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
42
24.7
heden rondom knooppunt Breukelen goed te onderzoeken. In dat kader acht briefschrijver een uitgangspunt vooraf van een reikwijdte van 4 kilometer voorbarig en verontrustend. De kaart op pagina 97 geeft weliswaar enige invulling over waar de woningen mogelijk worden gerealiseerd, maar de tekst (die leidend zal zijn) lijkt in principe de mogelijkheid te bieden tot bebouwing in westelijke richting tot voorbij de kern Kockengen. Samen met de elders in het ontwerp opgenomen uitspraak over een kleinschaliger copelandschap, geeft dit weinig vertrouwen in een acceptabele uitkomst.
Daarbij wordt rekening gehouden met de unieke waarde van het cope-landschap zoals al bij 24.1 is aangegeven.
Stichtse Vecht dient bij te dragen op basis van het eigen aantal inwoners. Van een plus kan alleen sprake zijn indien de doelstellingen uit het Klimaatakkoord niet dreigen te worden gehaald. Briefschrijver wijst het plaatsen van grote windmolens in of aan de randen van het open landschap af. Zonnevelden dienen zoveel mogelijk uit het zicht en in gebieden langs of tussen infrastructuur te worden gerealiseerd. Van ‘overal wat’ mag ook hier geen sprake zijn. Met name in de rode gebieden lijken – ondanks het ‘nee, tenzij’ – meer mogelijkheden te worden geboden dan wenselijk. Ook lijkt onvoldoende aandacht te worden geschonken aan de mogelijkheden voor zonnevelden op water (buiten de Natura 2000-gebieden).
De stroom die duurzaam wordt opgewekt in de gemeente is nodig om alle woningen en bedrijven van energie te kunnen voorzien. De gemeente wekt niet meer op dan nodig is voor eigen gebruik. Ook ziet de gemeente dat de behoefte aan (elektrische) energie stijgt, wat betekent dat er alleen maar meer zal moeten worden opgewekt. Er is geen sprake van een ‘plus’. In ons land wordt vooral ingezet op zonne-energie en op windenergie. Stichtse Vecht richt zich niet op windmolens. Dit betekent dat zonnevelden een belangrijke rol zullen gaan spelen in het opwekken van duurzame energie. Daarom heeft de gemeente het beleidskader zonnevelden met een kansenkaart opgesteld. Dit is erop gericht om de belangen van het buitengebied (landschap, natuur, cultuurhistorie, archeologie) in het vizier te houden. In dit beleidskader wordt beschreven waar zonnevelden goed in te passen zijn en met welke belangen de gemeente rekening houdt. Zonnevelden zijn niet overal en niet overal evenveel mogelijk. Voorwaarden worden gesteld aan aanvragen voor zonnevelden, om de waarden te beschermen. Zo wil de gemeente geen zonnevelden toestaan in beschermde natuurgebieden. Ook in de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de landgoederenzone en het weidevogelkerngebied is er slechts zeer beperkt ruimte voor zonnevelden.
Bovendien kijkt de gemeente pas als een aanvraag door een initiatiefnemer wordt ingediend of de plaatsing daadwerkelijk mogelijk is en of wordt voldaan aan alle voorwaarden. De mogelijkheden voor zonnevelden op water sluit de gemeente niet uit. De waterrijke gebieden in deze gemeente hebben echter wel vaak hoge natuurwaarden, waardoor de mogelijkheden beperkt zijn.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
43
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - Bij paragraaf 4.5 en/of 4.6 wordt de kwaliteit van het cope-landschap toegevoegd. 25. Zienswijze ingediend door briefschrijver 25 ReferenSamenvatting zienswijzen tie Nummer 25.1 Aandacht voor vogels en duurzaamheid: de briefschrijver vraagt meer ambitie want met doorgaan op de huidige voet komen we niet verder. Minder recreatie in het broedseizoen, meer aandacht en middelen voor onderhoud van de herinrichting en meer acties, zoals een maand niet maaien! Ook meer ambitie op het terrein van duurzaamheid: eerder volledig duurzame energie in 2030 en niet zoals er nu staat in 2050; dan staan we al lang 'onder water'. Toon lef en heb meer ambitie!
Reactie
360718
In de beleidsnota Waardevol Toerisme streeft de gemeente naar een gebalanceerde evenwichtige doorontwikkeling van recreatie. Daarbij dienen kwetsbare natuurgebieden zoveel mogelijk te worden ontzien. Dit benoemt de gemeente ook in de Omgevingsvisie. Het belang van natuurwaarden is nadrukkelijk onderdeel binnen de integrale afweging en als zodanig vastgelegd in diverse beleidsnota’s van Rijk en Provincie. Minder recreatie in broedseizoen: de kwetsbare gebieden worden in het broedseizoen afgesloten zodat wandelaars of fietsers er niet kunnen komen. Dat is een maatregel die Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten uitvoeren. Zelfs nu in coronatijd wordt er veel scherper gekeken of natuurgebieden niet ‘overbevolkt’ raken en waar nodig dus afgesloten. Die bescherming ligt dus bij andere partijen. De duurzaamheidsambitie is opgenomen in vastgesteld gemeentelijk beleid en in het Collegewerkprogramma 2018-2022 “Realistisch, concreet en duurzaam” en sluit nauw aan bij de landelijke duurzaamheidsafspraken, waarvoor de basis ligt in het nationale Klimaatakkoord. Ook ligt de ambitie vast in het Beleidsplan ‘Stichtse Vecht op weg naar nieuwe energie’ dat in december 2020 is vastgesteld door de gemeenteraad.
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - De zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
44
26. Zienswijze ingediend door briefschrijver 26 ReferenSamenvatting zienswijzen tie nummer 26.1 In het hoofdstuk Ruimte voor de verstedelijkingsopgaven komt naar voren dat de gemeente voornemens is om grote aantallen nieuwe woningen te bouwen. De gemeente wil daarbij bouwen voor de eigen bevolking en voor de regio. Briefschrijver is benieuwd waar al deze woningen gebouwd moeten worden. LTO Noord heeft een duidelijk standpunt over het bouwen van woningen: woningen dienen te worden gebouwd binnen kernen (inbreiding). Daarnaast ziet briefschrijver beperkte mogelijkheden buiten de rode contour, grenzend aan de kleine kernen. Verder ziet briefschrijver kansen voor het bouwen van woningen nabij OV-knooppunten (zoals OV-knooppunt Breukelen en omgeving). Het bouwen van woningen nabij OV-knooppunten mag echter niet ten koste gaan van agrarische gronden. De agrarische sector heeft zelf ook een ruimtelijke opgave. De komende jaren ondergaat de agrarische sector een transitie naar een sector die kringlopen zoveel mogelijk gaat sluiten. Extensivering (meer grond voor dezelfde productie) en meer natuur inclusieve landbouw zijn hierbij belangrijke factoren. Daarom dient landbouwareaal te worden behouden. Bij de invulling van elke ruimtelijke opgave (waaronder ook de realisering van nieuwe industriegebieden) moet worden onderzocht welke impact het heeft op het landbouwareaal.
Wanneer landbouwareaal toch onder druk komt te staan, dient er een oplossing voorhanden te zijn die ervoor zorgt dat landbouwareaal wordt gecompenseerd. De sector praat en denkt graag mee over de invulling van de woningbouwopgave.
26.2
Inwoners van de gemeente willen graag recreëren. Recreatie is daarnaast goed voor de lokale economie. LTO Noord is van mening dat ruimte om te recreëren niet ten koste mag gaan van het landbouwareaal.
Reactie
360842
Landbouw en met name de veehouderij is een belangrijke kernkwaliteit en economische drager in de gemeente. Voorop staat dat de gemeente op het platteland een aantrekkelijk ondernemersklimaat wil bieden. De gemeente wil deze bedrijven behouden en ziet dat er naast knelpunten ook kansrijke mogelijkheden zijn voor deze bedrijven. Deze Omgevingsvisie legt doelen voor de fysieke leefomgeving vast. Vanuit het Landbouwperspectief Stichtse Vecht, de bouwsteen voor de Agrarisch sector in deze Omgevingsvisie, ziet de gemeente deze opgaven op het agrarisch gebied afkomen: - Extensivering van de landbouw; - Verbeteren van natuur en biodiversiteit; - Ruimte bieden voor wonen, werken, recreëren en de energietransitie. De gemeente maar ook de regio kiezen ervoor dat woningbouw en de verstedelijkingsopgave waar we voor staan zoveel mogelijk binnen de rode contouren plaatsvindt en beperkt grenzend aan de (kleine) kernen gaat plaatsvinden. De gemeente ziet ook dat de meeste inbreidingslocaties op beginnen te raken. Verdere verstedelijking (bovenop de bestaande plancapaciteit) kan leiden tot verslechtering van de verkeersafwikkeling en het woon- en leefklimaat binnen de kernen. Het kan dus voorkomen dat agrarische grond gebruikt gaat worden voor de stedelijke opgaven, zoals uitbreiding van het bedrijventerrein bij Breukelen en het bouwen van woningen bij Nieuwer ter Aa.
De gemeente draagt dan ook de verantwoordelijkheid naar een zo optimaal mogelijk grondgebruik te gaan voor alle partijen en opgaves. Binnen de regio en gemeente liggen vele fiets- en voetpaden. Niet alle sluiten goed op elkaar aan. Dit wil de gemeente de komende tijd verbeteren in samenwerking met andere overheidsorganen maar vooral met de ondernemers en inwoners van deze gebieden. Hierbij wil de gemeente zorgen dat er zo min mogelijk landbouwareaal verloren gaat.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
45
26.3
De recreatie biedt ook kansen voor de agrarische sector. Recreatiemogelijkheden op boerderijen kunnen een bijdrage leveren aan het inkomen van een agrariër. Met grote (stedelijke) kernen in de nabijheid kan een recreatiemogelijkheid als agrarische nevenactiviteit daarnaast een bijdrage leveren aan het versterken van de stad - platteland (boer - burger) verbinding. Aan de gemeente wordt gevraagd om flexibele regelgeving als het gaat om de ontwikkeling van recreatiemogelijkheden (nevenactiviteiten) op agrarische bedrijven (op basis van het ja, mits principe). Bij het instellen van regels denkt briefschrijver graag mee.
In de huidige bestemmingsplannen wordt al veel ruimte gegeven voor nevenactiviteiten. Bij aanvragen wordt zoveel mogelijk gekeken vanuit een positieve grondhouding. Hierbij kijkt de gemeente ook naar de omgeving en welke effecten de beoogde activiteit hierop heeft. Bij invulling van een uitvoeringsprogramma neemt de gemeente aanpassing en flexibilisering, waar mogelijk, van regelgeving mee.
26.4
Bestaande recreatiegebieden die bedoeld zijn voor dagrecreatie kunnen worden verbonden met een netwerk van (mountainbike)fiets- en wandel(klomp)paden over bestaande rivierdijken. Wanneer er een vergoeding beschikbaar is, zijn agrarische bedrijven bereid om klompen(wandel)paden mogelijk te maken op agrarische percelen. Daarnaast wordt gepleit voor een netwerk van ruiterpaden in het buitengebied.
Dit is een goede gedachte. Deze aanvulling neemt de gemeente mee bij de uitvoering van de Omgevingsvisie.
26.5
De gemeente stelt in het hoofdstuk Toekomstbestendig vitaal platteland terecht dat de melkveehouderij de belangrijkste drager en beheerder van het landschap is. De gemeente stelt ook dat de agrarische sector onder druk staat. Dat onderschrijft briefschrijver. Bodemdaling, veenoxidatie en de stikstofproblematiek kunnen gevolgen hebben voor het gebruik van de landbouwgrond. Dit mag echter geen reden zijn voor een agrarische ondernemer om te stoppen met zijn of haar bedrijf. De komende jaren staat de agrarische sector voor de uitdaging om aan de slag te gaan met de verschillende vraagstukken waar de sector mee te maken heeft. Zo gaat de sector een transitie doormaken naar een sector die kringlopen zoveel mogelijk sluit. De agrarische sector kan dit echter niet alleen. Daarbij is de hulp nodig van de gemeente. Om aan de slag te kunnen gaan met de verschillende vraagstukken zijn er voor de agrarische sector in ieder geval twee voorwaarden belangrijk: • Een duurzaam verdienmodel voor de huidige én toekomstige generatie agrariërs;
Blijkbaar is het beeld ontstaan dat de gemeente van mening is dat agrariërs moeten stoppen gezien de vele opgaven. Dit is niet het geval. De gemeente wil juist zoveel mogelijk inzetten op een buitengebied met gezonde/economische melkveehouderijen. We zijn het wel met elkaar eens dat de landbouw de komende jaren voor een uitdaging staat om te komen tot een duurzaam verdienmodel voor de huidige en toekomstige generatie agrariërs. Hiervoor wil de gemeente ook zoveel mogelijk ruimte bieden binnen de mogelijkheden die er zijn. Zoals bij de beantwoording van 26.1 en 26.2 is aangegeven zal een deel van de agrarische grond gebruikt worden voor andere opgaven. Dit zal echter minimaal zijn ten opzichte van de huidige landbouwgrond. Graag blijft de gemeente met u in overleg om te kijken welke ontwikkelruimte nodig is om deze transitie vorm te geven, waarbij de gemeente ook rekening houdt met de andere opgaven.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
46
•
Behoud van landbouwgrond voor een succesvolle transitie naar een sector die kringlopen zoveel mogelijk weet te sluiten.
Landbouwbedrijven dient ontwikkelingsruimte en perspectief te worden geboden voor de toekomst. Ook als het om gangbare landbouw gaat. Diversiteit is voor het landschap en de markt belangrijk (lees H8 Perspectiefnota Landbouw Stichtse Vecht). Door extensivering zullen agrariërs minder milieuruimte innemen. Daar waar het mogelijk is, dient de gemeente de agrarische sector hierbij te helpen. In ieder geval moet de gemeente ervoor zorgen dat landbouwgrond niet verloren gaat aan andere ruimtelijke opgaven zoals woningbouw en de energietransitie. Dit dient de gemeente expliciet in de visie te noemen en ruimtelijk vast te leggen. 26.6