CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie geanonimiseerd.pdf

Raad 21 december 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 27. 90min.: Omgevingsvisie Stichtse Vecht43.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

26.7

26.8

De gemeente ziet veel kansen voor groei van de economische omvang van de landbouw in verbreding over de hele gemeente. Te denken valt aan verkoop van hoogwaardige en lokaal verkochte producten, recreatieve en andere functies die toegevoegd kunnen worden en groen/blauwe diensten. Met grote (stedelijke) kernen in de buurt ziet briefschrijver hier ook kansen voor. De gemeente moet echter wel beseffen dat verbreding een niche is en blijft. Het (grootschalig) toepassen van onderwaterdrainage (ook wel: waterinfiltratiesystemen) in de veenweidegebieden wordt toegejuicht. Ook is briefschrijver voorstander van een integrale en gebiedsgerichte aanpak om oplossingen te zoeken voor de vele opgaves waar het landelijk gebied mee te maken heeft. Enkel met de stakeholders in het gebied kunnen stappen worden gezet. LTO Noord participeert hier graag in.

Daar is de gemeente zich bewust van. Niet elke agrariër kan een nevenactiviteit in de recreatieve sector hebben. De huidige bestemmingsplannen bieden trouwens nu al ruimte om deze toe te passen. Daarnaast worden al andere nevenactiviteiten toegestaan op perceelniveau. Hierbij kan gedacht worden aan loonwerkersbedrijven.

Met betrekking tot de genoemde (robuuste) ecologische verbindingszones is briefschrijver heel terughoudend. Wat zijn deze ecologische verbindingszones? Waar moeten deze worden gerealiseerd? En onder welke voorwaarden? Onder geen enkel beding mag landbouwgrond verloren gaan bij realisering van de betreffende verbindingszones. De laatste decennia heeft de agrarische sector van de gemeente Stichtse Vecht veel grond ingeleverd voor de realisering van natuur (een derde van het oorspronkelijke areaal aan landbouwgrond). Het verder inleveren van grond ten gunste van realisering van natuur moet worden voorkomen.

Waar deze ecologische/recreatieve zones precies moeten komen te liggen is nog niet duidelijk. Dit zijn de zones die ook terugkomen in het provinciaal beleid. Met de lijnen op de kaart wordt aangegeven dat in de nabijheid van deze gebieden gezocht gaat worden. De gemeente snapt dat u als landbouworganisatie hier niet blij mee bent. Zoals bij de beantwoording van 26.1, 26.2 en 26.5 is aangegeven zal een deel van de agrarische grond gebruikt worden voor andere opgaven. Dit zal echter minimaal zijn ten opzichte van de huidige landbouwgrond.

De onderwaterdrainage ziet de gemeente als een oplossing voor de korte termijn. Het geeft met elkaar de tijd om naar de toekomst te kijken. Daarvoor nodigt de gemeente u van harte uit om daar met ons en andere belanghebbenden over na te denken. Hiervoor zal de komende jaren een apart programma gestart worden.

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)

47

26.9

Briefschrijver is voorstander van een gebiedsgerichte aanpak stikstof, kavelruil, grondbank en gebiedsfonds. Wat betreft de oprichting van een grondbank: dit mag geen prijsopdrijvend effect hebben.

We zijn verheugd dat u positief staat in de voorgestelde aanpak. De gemeente neemt uw opmerking mee.

26.10

In het hoofdstuk Toekomstbestendig vitaal platteland (en ook op andere plekken in de Omgevingsvisie) wordt gesproken over het veenweidegebied ten westen van de A2. Dit is echter niet de juiste benaming voor het gebied. De naam westelijk weidegebied is een betere benaming voor het gebied. De helft van het gebied bestaat namelijk uit rivierklei. Het westelijk weidegebied is in de jaren 70 ontwikkeld als een landbouwkerngebied met een grote regionale ruilverkaveling met moderne innovatieve agrarische bedrijven.

Er is voor gekozen om de gebieden op deze wijze aan te duiden. Aanpassing daarvan is niet gewenst omdat deze term in meerdere documenten voorkomt. In de toelichting bij het veenweidegebied zal nader worden aangeduid wat de gemeente verstaat onder dit gebied.

26.11

De gemeente Stichtse Vecht heeft de lokale opgave voor het opwekken van duurzame energie vastgesteld op minimaal 0.1 TWh in 2030 en minimaal 0,2 TWh in 2040. De focus ligt hierbij op opwekking door middel van zonne-energie. Gezien de ruimtelijke uitdagingen die de agrarische sector zelf heeft, mag landbouwgrond niet worden onttrokken ten gunste van zonnevelden. Daarnaast ziet briefschrijver graag de mogelijkheid voor kleine windmolens tot 25 meter terugkomen in de Omgevingsvisie. Dit is conform de provinciale Omgevingsvisie- en Verordening. Men verzoekt dit expliciet te maken in de tekst van de Omgevingsvisie.

Zoals al aangegeven zal wel een deel van de agrarische gronden gebruikt gaan worden voor andere opgaven. Zo ook voor de energietransitie. Dit zal echter minimaal zijn ten opzichte van de huidige landbouwgrond. De gemeente is niet voornemens om windmolens toe te staan behalve welke al mogelijk zijn via het bestemmingsplan. De Omgevingsvisie wordt hier niet op aangepast.

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - In de toelichting bij het veenweidegebied zal nader worden aangeduid wat wordt verstaan onder dit gebied. 27. Zienswijze ingediend door briefschrijver 27 ReferenSamenvatting zienswijzen tie Nummer 27.1 Huizen bouwen voor regionaal is waanzin, omdat de meeste huizen verkocht worden aan stedelingen die buiten willen gaan wonen.

Reactie

361082

Het is juist de bedoeling dat bij de kleine kernen kleinschalige woningbouw plaatsvindt en bij de grotere kernen de grootschalige wo-

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)

48

27.2

En bij woningbouw moet men kleine kernen, kleine beetjes bouwen en bij grote dorpen, grote projecten. Praat met of ga langs bij diegenen die daar wonen in plaats van veraf te regeren. Men denkt dat Breukelen een fout heeft gemaakt met het maken van het industrieterrein Breukelenwaard. Omdat daar beter huizen of appartementen gebouwd hadden kunnen worden, dit i.v.m. het station. Kan nog, maar dan veel noordelijker.

ningbouw. Dit komt precies overeen met de verstedelijkingsladder zoals die nu door onze Provincie wordt gehanteerd en waar de gemeente zich ook aan houdt. In Stichtse Vecht zijn negen kleine kernen en drie grotere kernen (Breukelen, Maarssen, Maarssenbroek). Bij station Breukelen wil de gemeente onderzoeken of rondom het station nieuwe woningen gebouwd kunnen worden. De ligging van Breukelerwaard is juist voor bedrijven positief. Doordat deze gelegen is dicht bij de snelweg en een station met directe verbindingen tot de grote steden is dit een goed vestigingsklimaat.

Wat energie betreft: alles wat de komende jaren duurzaam opgewekt wordt, wordt door luxe verbruikt en zal nooit dan ook nooit de doelstelling halen als er geen andere oplossing komt.

Zelfs als we energie besparen én alle mogelijkheden op daken gaan benutten, wekt de gemeente nog steeds onvoldoende duurzame energie op om alle woningen en bedrijven van duurzame energie te kunnen voorzien. Daarom heeft de gemeente ook andere vormen van duurzame opwekking nodig. In ons land wordt vooral ingezet op zonne-energie en op windenergie, waarbij zonnevelden een belangrijke rol zullen gaan spelen in het realiseren van de klimaatdoelstellingen (o.a. Klimaatakkoord). Daarom heeft de gemeente het beleidskader zonnevelden met een kansenkaart opgesteld. Dit is erop gericht om de belangen van het buitengebied (landschap, natuur, cultuurhistorie, archeologie) in het vizier te houden. In dit beleidskader wordt beschreven waar zonnevelden goed in te passen zijn en met welke belangen de gemeente rekening houdt. Zonnevelden zijn niet overal en niet overal evenveel mogelijk. Voorwaarden worden gesteld aan aanvragen voor zonnevelden om de waarden te beschermen. Zo wil de gemeente geen zonnevelden toestaan in beschermde natuurgebieden. Ook in de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de landgoederenzone en weidevogelkerngebied is er slechts zeer beperkt ruimte voor zonnevelden. Bovendien kijkt de gemeente pas als een aanvraag door een initiatiefnemer wordt ingediend of de plaatsing daadwerkelijk mogelijk is en of wordt voldaan aan alle voorwaarden.

Probeer meer subsidie aan particulieren te geven voor zonnepanelen op daken (denk aan verdeelhuisjes en zwaardere aansluitingen) dan aan grote projectontwikkelaars, die alles willen opstrijken. Maak geen zonneweides, of maak er geen groot geheel van. Wat klimaat betreft maakt de gemeente de grootste fout uit de geschiedenis. Panelen op landbouwgrond warmen namelijk de aarde extra op; immers zwart houdt langer warmte vast en grasland koelt de planeet. Over twintig jaar hebben we hier een parlementaire zitting over, hoe de gemeente zo stom heeft kunnen doen getekend met de eigen naam. Luister naar de mensen waar het moet gebeuren en niet naar de mensen uit de stad, die het platteland aan het verknoeien zijn of dit (onbewust) willen.

Ten aanzien van subsidies voor zonnepanelen bij particulieren is op te merken dat hiervoor landelijke subsidieregelingen zijn en dat de gemeente zoveel mogelijk inwoners voorlicht over de mogelijkheden van zonnepanelen. De gemeente Stichtse Vecht doet ook mee aan een onderzoek naar de benutting van bermen langs rijkswegen voor duurzame energie. In Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)

49

samenwerking met het Rijk zal de gemeente deze gronden zo goed mogelijk gaan benutten, zodat er minder gebruik gemaakt zal worden van landbouwgronden. 27.3

Benoemd wordt dat De Lange onlangs in de Tweede Kamer heeft aangegeven dat er helemaal geen stikstofprobleem is, alleen een papieren probleem. Maar dat de mens zelf het probleem is. Er zijn wel oplossingen die dit land minder aantasten dan we nu willen doen.

We volgen de stikstofaanpak op de voet. Uiteindelijk gaan de Provincie en de rijksoverheid over de aanpak en uitvoering daarvan.

27.4

Ook moet het veel makkelijker worden om nevenfuncties op agrarische bedrijven te krijgen, zodat uitbreiding van de veestapel niet het doel hoeft te wezen om de kosten te blijven te betalen.

Nu al is het mogelijk om nevenactiviteiten te hebben bij een agrarisch bedrijf. Wel zijn er bepaalde beperkingen, zoals de impact op het buitengebied, het moet qua functie niet de hoofdfunctie worden et cetera.

27.5

Aangedragen wordt om ook buiten de LTO om een agrarische gespreksgroep te creëren om tot de beste oplossingen te komen. Breukelen en Kockengen hebben een grote actiegroep van Nederland, zorg dat je daar contact mee krijgt.

Elk half jaar heeft de gemeente een plattelandsoverleg. Hier zit niet alleen LTO aan tafel, maar ook andere belangengroepen die betrokken zijn in het buitengebied. Als deze actiegroepen hierbij aan willen sluiten dan kunnen ze contact opnemen met het bestuurssecretariaat.

27.6

U hebt wel veel online vergaderd, maar door verbinding was niet alles te horen of de tijdstippen moest je met een vergrootglas zoeken.

Door Covid-19 was de gemeente genoodzaakt om de meetings digitaal te houden. Dit hadden we ook anders gewild, maar gezien de richtlijnen was hierin geen keus. Uw genoemde klachten zijn voor ons nieuw. Tijdens de bijeenkomsten heeft de gemeente deze klachten niet gehoord.

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - De zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. 28. Zienswijze ingediend door briefschrijver 28 ReferenSamenvatting zienswijzen tie nummer 28.1 Briefschrijver wil de gemeente erop wijzen dat het buitengebied ten westen van de A2 Weidegebied West wordt genoemd en geen Veenweidegebied West. Door Weidegebied West is de grondsoort langs de riviertjes de Aa, Heijcop, Bijleveld en de Geer rivierklei en geen veen. (50% van de gronden in Weidegebied West is rivierklei!)

Reactie

361086

We hebben gekozen om de gebieden op deze wijze aan te duiden. Aanpassing daarvan is niet gewenst omdat deze term in meerdere documenten voorkomt. In de toelichting bij het veenweidegebied zal nader worden aangeduid wat de gemeente verstaat onder dit gebied.

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)

50

28.2

In de visie (pagina 48) wordt aangegeven dat er 4400 nieuwe woningen tot 2030 bijkomen; 3000 woningen bij Maarssenbroek en 1400 woningen bij de kleine kernen. Lees ook pagina 56 1500 bij de kleine kernen Hoe waar?

Dit zijn al bestaande woningbouwprojecten die voornamelijk binnenstedelijk gebouwd zullen worden. Daarbij wordt aangegeven dat de 1400 woningen gebouwd wordt bij de kernen en niet zozeer bij de kleine kernen. Dit betekent dat bij de kleine kernen zoals Nieuwer Ter Aa gebouwd gaat worden maar ook bij Loenen aan de Vecht en Breukelen.

28.3

Pagina 48: 9 t/m 12 ha nieuw industrieterrein bij Breukelen. Waar, bij Corridor of bij Keulse Vaart? Dit gaat toch niet ten koste van goede landbouwgronden?

Dit betreft gronden die gelegen zijn ten noorden van de Breukelerwaard. Het is landbouwgrond die door een agrariër gepacht wordt.

28.4

Pagina 50: Geen tweede vechtbrug tussen Breukelen en Maarssen? Waarom niet? Knelpunt Breukelen Centrum moet worden opgelost.

28.5

Bodemdaling in onze gemeente is zeer beperkt (veenoxidatie) alleen aan de randen bij Spengen/ Demmerik. Zie kaarten van waterschap en Provincie. Bodemdaling in de kern Kockengen is al aangepakt.

28.6

De gemeente geeft aan dat er vier knoppen zijn om aan te draaien. Eén daarvan is transitie van het landschap. Waarom? Het gaat hier om een uniek landschap Cope- en landgoederen, deze wil briefschrijver behouden! Deze zijn uniek in de wereld! Geleidelijke transformatie naar kleinschaliger landschap? Minder monofunctioneel gebied? Open weidse karakter van het weidegebied is het unieke van het gebied.

Wij hebben al eerder besloten dat een tweede vechtbrug nu niet gewenst is. Dit is zo opgenomen in de voorliggende visie. Als vanuit naderonderzoek (o.a. het mobiliteitsplan) blijkt dat een extra verbinding over de rivier de Vecht noodzakelijk is, zal bekeken worden of dit ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. Op basis van wat de provincie Utrecht in kaart heeft gebracht is te zien dat de bodemdaling zich niet alleen concentreert bij Spengen/ Demmerik maar ook in de overige gebieden rondom Kockengen. Momenteel wordt met drainage de bodemdaling deels gestopt maar dit is ook een tijdelijke oplossing. In de kern van Kockengen is de openbare ruimte vooral zo ingericht dat het beter bestand is tegen de bodemdaling. De bodemdaling zelf zal gewoon doorgaan. Voor informatie over de bodemdaling zie: Provincie Utrecht overzicht bodemdaling. Transitie van het landschap staat niet genoemd bij de vier knoppen om aan te draaien. Met transitie van het landschap wordt niet gedoeld op het laten verdwijnen van het bijzondere cope-landschap. Deze wil de gemeente behouden. Hierbij houdt de gemeente het open waar het open is en wil de gemeente halfopen of half besloten maken waar dat vroeger ook was. Er zijn immers genoeg elementen verdwenen door landbouw, bijvoorbeeld de vele geriefhoutbosjes. Bij de transitie heeft de gemeente aandacht voor behoud van de unieke waarden van het landschap.

Denk hierbij niet alleen aan bos of opgaande beplanting, maar ook aan nattere gebieden. Meer plasdras of natuurvriendelijke oevers waar dat mogelijk is. Rietlanden of waardevolle graslanden. Daarbij wordt gekeken hoe dit samen kan gaan.

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)

51

28.7

Ook noodzakelijk voor behoud weidevogels. Landschapselementen en bomen trekken natuurlijke vijanden aan van weidevogels (zoals vossen/roofvogels/kraaien et cetera) dat is juist wat je niet wil. Grote delen van de gemeente is weidevogelkerngebied.

De weidevogelkerngebieden zijn opgenomen in de provinciale verordening. Op de kaart “Natuur” horende bij de paragraaf “Toekomstbestendig vitaal platteland” zijn deze gebieden ook weergegeven. Zoals hierboven omschreven gaat het niet om grootschalige veranderingen van het landschap.

28.8

Het westelijk weidegebied is in jaren 70 ontwikkeld tot een landbouwkerngebied na een grote regionale ruilverkaveling (ruilverkaveling Oukoop-Kortrijk) Hierdoor zijn er nu moderne, innovatieve bedrijven in het gebied met landbouw “business as usual”, gangbare bedrijven, waarover het Perspectiefnota Landbouw zegt dat het belangrijk is dat die ook ontwikkelingsruimte nodig hebben in de toekomst om de noodzakelijke diversiteit te behouden. Belangrijk dat agrarische bedrijven hier zich verder kunnen ontwikkelen en moeten kunnen groeien als landbouwgronden vrij komt van stoppers. Het kan niet zo zijn dat boeren nog meer gronden aan nieuwe ecologische verbindingszone kwijt gaan raken. Het open weidse landschap verliest daarmee zijn waarde en zijn unieke karakter. Dat kan niet de bedoeling zijn.

De ontwikkelruimte voor de agrariërs blijven ook in de toekomst aanwezig. Als gemeente willen we daar waar mogelijk ruimte voor bieden in combinatie met de andere opgaven die we hebben. Dit moeten we met elkaar doen.

28.9

De visie toekomst vitaal platteland beschreven op blz 68 in Omgevingsvisie Stichtse Vecht is in strijd met de het Perspectief Nota landbouw. Verzocht wordt hierop de tekst aan te passen. In de Omgevingsvisie wordt bijvoorbeeld aangegeven op pagina 68 dat we gaan voor een monofunctioneel landbouwgebied naar een multifunctioneel platteland? Ook wordt er aangegeven dat voor het Veenweide West betekent dat er gekeken moet worden naar een geleidelijke transformatie naar een kleinschaliger landschap?

De gemeente is van mening dat de tekst in de Omgevingsvisie in lijn is met de Perspectief Nota landbouw. Met de perspectiefnota Landbouw hebben we het toekomstbeeld van de agrariërs opgesteld. Dit is vanuit de agrariërs gebeurd. In de Omgevingsvisie is een vertaling gemaakt naar het gemeentelijk beleid. Dit kan soms afwijken van de perspectiefnota omdat wij ook rekening moeten houden met de andere opgaven. Als basis hanteren we dat we in willen zetten op een zoveel mogelijk op een buitengebied met gezond/ economisch melkveehouderijen. Daarnaast merken we dat het woord “kleinschaliger” anders wordt geïmpliceerd. Dit zorgt voor verwarring. Hierop wordt de tekst aangepast. De EVZ is de afkorting voor Ecologische Verbindingszones die opgenomen zijn in de Provinciale Omgevingsvisie/ verordening.

We zoeken samen met de samenleving de mogelijkheden voor een toekomstbestendig plan voor Veenweidegebied West. Dit kunnen meerdere kleine plannen worden. We geven invulling aan de EVZ’s uit de POVI? (is dat provinciale omgevingsverordening? Lees ook programma’s …. Deze tekst is in strijd met Perspectief Nota landbouw van gemeente Stichtse Vecht.

Naar aanleiding van de zienswijze is er een gesprek geweest met u en de projectleider van de Omgevingsvisie. In dit gesprek is de opzet

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)

52

van de visie toegelicht en is stil gestaan bij de visie op het platteland. Op basis van het overleg zijn een aantal teksten aangepast. 28.10

Pagina 70: Ook hier moet de tekst worden aangepast. CO2 komt vrij bij veenoxidatie. Lachgas en methaan juist bij vernatting en natte teelten (moeras). Emissie van lachgas is gelijk aan 296 kg CO2 en Methaan 23 kg CO2.

De door u aangegeven tekst is niet gevonden in de Ontwerp Omgevingsvisie. Mogelijk heeft deze opmerking betrekking op een eerdere versie van de Omgevingsvisie.

28.11

In de laatste zin van pagina 70 wordt aangegeven: Op de langere termijn is de huidige manier van landbouw niet houdbaar. Waarom niet? Gaat de gemeente hierover? Men is van mening dat de Omgevingswet ontwikkelingsruimte moet bieden voor ondernemers.

Met deze tekst wordt niet gezegd dat agrariërs hierdoor moeten stoppen. Het betekent verandering van de bedrijfsvoering. Samen moeten we kijken welke ontwikkelingsruimte nodig is om dit te faciliteren. Zoals hierboven aangegeven zet de gemeente zoveel mogelijk in op een buitengebied met gezonde/economische melkveehouderijen.

28.12

Pagina 72: Onderwaterdrainage moet waterinfiltratiesysteem zijn.

In de Omgevingsvisie worden deze twee termen door elkaar gebruikt. Op basis van uw reactie zal alleen de term waterinfiltratiesysteem worden gebruikt.

28.13

Pagina 80: Er staan geen legenda’s bij de kaarten.

Het klopt dat een aantal legenda’s nog niet helemaal goed zijn of deels ontbreken. Dit wordt aangepast.

28.14

Verder is het een landbouwkerngebied, wat aangeeft dat landbouw de kernactiviteit moet blijven in dit gebied.

In de Provinciale Omgevingsverordening is het landbouwkerngebied niet meer opgenomen. Deze term is dan ook niet meer van toepassing.

28.15

Op pagina 92 staat: Functieveranderingen zonder extra autoverkeer aantrekt. Waarom niet? Weidegebied West heeft een goede infrastructuur met brede wegen en goede ontsluiting naar A2 of N-wegen.

In de tekst staat: We willen dat de functieverandering niet te veel autoverkeer aantrekt en om die reden zal de gemeente samen met de ondernemers vernieuwende bereikbaarheidsoplossingen bedenken. Dit betekent niet dat er geen extra verkeer mogelijk is. De reden dat het op deze wijze omschreven staat is dat de gemeente intensiever gebruik op de smallere niet-N wegen wil voorkomen.

28.16

Op pagina 92 staat verder dat het noord-westgedeelte ‘van het gebied kan de bodemdaling niet op bedrijfsniveau worden aangepast en dat er geen technische oplossingen zijn voor dit gebied’.

In de tekst staat een nuance ten opzichte van wat u aangeeft. De gemeente geeft aan dat het vraagstuk nauwelijks op bedrijfsniveau is aan te pakken. Daarom zal er een gebiedsgericht proces komen, waarbij de gemeente samen met andere partners naar oplossingen

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)

53

Deze tekst moet eruit! Want op dit moment zijn de boeren in dit gebied bezig met waterinfiltratiesystemen om de bodemdaling te stoppen. Een project in samenwerking met de provincie en waterschap, gemeente Stichtse Vecht anticipeert hier ook in.

zoekt. Er is op dit moment geen uitzicht op een technische oplossing voor het gebied. Waterinfiltratie ziet de gemeente als een tijdelijke oplossing voor de komende jaren. De vraag is of dit voldoende is voor de jaren daarna. Toegepaste technieken vertragen de bodemdaling aanzienlijk, maar stoppen het proces niet. De gemeente participeert in deze gebiedsaanpak en is agenda lid.

28.17

Verder staat in de Omgevingsvisie scheggen benoemd. De vraag is wat dit zijn. Horen die thuis in het historisch en unieke cope-landschap? Daarnaast wordt gesproken over een landschapspark.

Scheggen zijn groene/recreatieve verbindingen die verschillende gebieden met elkaar verbinden in de regio. Deze loopt van de rivier de Lek via Kasteel de Haar en Breukelen naar het Noorderpark. We zien nu al dat er naast de agrarische sector meerdere functies toetreden in het buitengebied. Er wordt al meer gewoond, de recreatie neemt toe, enzovoort. Dit zal de komende jaren niet anders zijn. Dit kan de gemeente laten gebeuren, maar er kan ook worden gestuurd op bijvoorbeeld het ontwikkelen van een landschapspark. Dit betekent niet dat de agrarische sector verdwijnt; integendeel. Het is een belangrijk onderdeel van het gebied. De komende jaren gaat de gemeente bekijken of er een integraal en toekomstbestendig plan voor het westelijk (veen)weidegebied kan komen.

28.18

Programma Ontwikkelingsruimte versus omgevingsbeslag: Het omgevingsbeslag van de agrarische productieprocessen moet kleiner worden? Het basisproces moet zijn dat een agrarische ontwikkelingsruimte van zijn/haar bedrijf kan verdienen door het omgevingsbeslag van zijn/haar bedrijf te verkleinen?

Het is begrijpelijk dat deze zin tot verkeerde interpretatie kan leiden. De tekst wordt hierop aangepast.

28.19

Programma U16 heeft geen democratieproces doorlopen. Het kan niet zijn dat dit rapport zo wordt overgenomen. Er is geen inspraak geweest met de betrokkenen en met LTO.

De opgaven die in het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) van de U16 staan, zijn de opgaven die de gemeente ziet. Oftewel de opgaven die de gemeente heeft zijn in het IRP op regionaal niveau vertaald. Het participatietraject heeft plaatsgevonden in het kader van de Omgevingsvisie. De besluitvorming vindt ook gelijktijdig plaats.

28.20

Programma Integraal en toekomstig bestendig plan Veenweide West. Gemist wordt de Perspectiefnota Landbouw. Hierin zijn handelingsopties beschreven. Briefschrijver leest deze nergens terug in de Omgevingsvisie en Programma’s.

Deze handelingsopties zullen bij de uitwerking van de programma’s daar waar mogelijk gehanteerd worden en terugkomen bij meerdere programma’s.

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)

54

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - Bij omschrijving van de twee veenweidegebieden wordt nader aangegeven wat de samenstelling van de bodem is. - Kleinschalig wordt geschrapt. - De term Onderwaterdrainage wordt aangepast in waterinfiltratiesysteem. - De tekst op pagina 68 met betrekking tot ontwikkelruimte vs. omgevingsbeslag wordt aangepast. 29. Zienswijze ingediend door briefschrijver 29 ReferenSamenvatting zienswijzen tie Nummer 29.1 Briefschrijver complimenteert de gemeente dat het in tijden van corona gelukt is om een visie op te stellen in brede samenspraak met de omgeving en voor het integrale karakter ervan. 29.2

In paragraaf 4.5 Veenweidegebied wordt gesproken over het regelen van de waterstand. Uit dit “regelen van de waterstand” zijn uiteindelijk de waterschappen ontstaan. Hier kan de geschiedenis en het belang van waterbeheer beter onder de aandacht worden gebracht.

29.3

In paragraaf 5.1 “Gezondheid voor iedereen” wordt gesproken over een schone en veilige bodem en water. In de Omgevingsvisie worden de normen van de Europese autoriteit voor voedselveiligheid verbonden aan schoon en veilig water. Het waterschap als waterautoriteit streeft naar een goede waterkwaliteit voor mens, dier en natuur. Het is aan te raden om bij het noemen van schoon en veilig water te refereren naar het waterschap als waterkwaliteitsbeheerder en de gezamenlijke KRW-doelen. Voor alle wateren geldt dat de chemische en ecologische waterkwaliteit niet mag verslechteren. Dit staat op gespannen voet met de gevolgen van klimaatverandering door toenemende droogte en hitte. Ook ziet briefschrijver dat bij vernattingsprojecten in het kader van natuurontwikkeling de waterkwaliteit achteruitgaat met nadelige gevolgen voor de onderwaternatuur, vanwege de uitspoeling van nutrienten. Dit is een belangrijk aandachtspunt bij dit soort ontwikkelingen. Mogelijk kan het belang van een goede waterkwaliteit in een apart kader beschreven worden, dit kan bijvoorbeeld in 5.1 “Gezondheid voor

Reactie

361089

Dank u wel voor het compliment.

Het waterbeheer is natuurlijk van het waterschap. In deze tekst wordt aangegeven wat de belangrijkste kenmerken zijn van het (veen)weidegebied. In paragraaf 5.7 gaat de gemeente verder in op hoe wordt gekeken naar het watersysteem. Uiteindelijk zijn we gezamenlijk aan zet om de waterstand voor de gemeente goed te regelen. De gemeente wil toewerken naar een robuust en toekomstbestendig bodem- en watersysteem. Dit is niet algemeen dekkend. Om dit te bereiken is ook nodig dat de waterkwaliteit en biodiversiteit verandert. Hier zet de gemeente nu al op in en in de toekomst zal dit ook gedaan worden. Om dit beter te duiden zullen beide onderwerpen opgenomen worden in de Omgevingsvisie.

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)

55

iedereen”, 5.2 “Ruimte voor de verstedelijkingsopgaven”, 5.5 “Ruimte voor recreatie” of 5.7 “Werken aan klimaatverandering”. 29.4

Het is teleurstellend dat in paragraaf 5.2 “Ruimte voor de verstedelijkings-opgaven” waterveiligheid en het borgen daarvan niet wordt genoemd. Veel ingezetenen zijn zich niet bewust van het grote belang van veilige dijken en realiseren zich niet dat zij in een gebied wonen of werken dat onder water loopt als er een dijk doorbreekt. Het waterschap had graag gezien dat de gemeente zijn rol pakt bij het vergroten van het bewustzijn en daarmee het draagvlak voor bescherming van dijken.

We snappen van uw kant dat u de waterveiligheid zo goed mogelijk geborgd wil hebben. De gemeente is van mening dat deze bewustwording vooral een taak is van het waterschap en de Provincie. De gemeente zal dit ondersteunen. Het is niet noodzakelijk dat dit in de Omgevingsvisie geborgd wordt.

29.5

Daarnaast is het vanuit het principe van meerlaagse veiligheid belangrijk dat de gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening houdt met het risico van overstroming bij een dijkdoorbraak en de gevolgen van een overstroming beperkt. Dat wil zeggen: geen vitale infrastructuur in gebieden die kunnen overstromen of deze aanvullend beschermen (denk aan: elektriciteitsvoorzieningen, ziekenhuizen en dergelijke), naast het toepassen van compartimenteringen en het bieden van veilige evacuatiemogelijkheden.

Door de stijging van de zeespiegel zal mogelijk in de toekomst ook het waterpeil van de verschillende wateren stijgen. Aandacht voor meerlaagse veiligheid is dan ook noodzakelijk. Dit aspect zal dan ook een plek krijgen in de Omgevingsvisie zodat de gemeente ook in de toekomst rekening houdt met dit aspect.

29.6

Waterschap wordt graag in een vroeg stadium betrokken bij ruimtelijke plannen en niet alleen ‘aan het eind van het planstadium’. Vroeg betrekken voorkomt onnodige verhoging van de maatschappelijke kosten en vertraging bij de uitvoering van plannen en projecten.

We gaan het waterschap, zoals de gemeente nu ook al doet, zeker betrekken bij de verschillende woningbouwprojecten.

29.7

In paragraaf 5.4 “Prettig wonen in de kernen” zou het waterschap graag ook aandacht willen voor waterveiligheid en waterbeleving. Hier wordt de aanwezigheid van groen en landschap benadrukt. Waterschap raadt aan hier ook de aanwezigheid van water te benadrukken, niet alleen vanuit de waterveiligheid bij de ontwikkeling van woonwijken zoals bij punt 3 uiteengezet maar ook vanuit de waterbeleving en het voorkomen van hittestress. Juist in groenblauwe structuren kan water langer worden vastgehouden. Ze kunnen bijdragen aan zowel het beperken van wateroverlast als droogte door extremer weer. Bij het vergroten van de waterbeleving is het omwille van kwetsbare KRW-wateren of natuurgebieden wenselijk om de recreatiedruk te zoneren.

De water- en klimaatbelangen is een van de opgaven waar de gemeente de komende tijd voor staat. Dit is dan ook de reden dat een aparte paragraaf gewijd is aan de klimaatverandering en wat de gemeente de komende jaren hier op hoofdlijnen aan gaat doen. Zoveel mogelijk klimaatbestendig bouwen is hiervan een logisch gevolg. Daarbij wordt in paragraaf 5.2 al aangegeven dat de gemeente natuurinclusief gaan bouwen. Dit is een onderdeel van klimaatbestendig bouwen. Klimaatbestendig zal hieraan worden toegevoegd.

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)

56

29.8

In paragraaf 5.5 “Ruimte voor recreatie” vraagt briefschrijver de gemeente om bij het creëren van een goede balans ook het voorkomen van overlast door recreatie voor de natuur expliciet te benoemen.

29.9

In paragraaf 5.6 “Toekomstbestendig vitaal platteland” wordt gesproken over een kwantitatief en kwalitatief goed natuurnetwerk. Briefschrijver is van mening dat de KRW-oppervlaktewaterlichamen ook tot dit natuurnetwerk behoren en dat het creëren van robuuste ecologische verbindingen een gezamenlijke opgave is. In paragraaf 6.4 Veenweide Oost/Plassengebied vraagt briefschrijver de gemeente om bij de kansen die de Nieuwe Hollandse Waterlinie biedt ook het bespreken van maatschappelijke vraagstukken zoals verstedelijking, recreatieve druk, bereikbaarheid, verduurzaming, natuurbeheer en waterberging/klimaatadaptatie te noemen.

29.10

Bij de opgave wordt aangegeven dat gezocht moet worden naar een goede balans tussen het profijt en de overlast die de gemeente hebben van de recreanten. Dit is niet alleen overlast bij de omwonenden maar ook de natuur. Dit wordt aangepast. Deze mening delen wij. De gemeente wil dit ook samen met u, de Provincie en andere belanghebbenden oppakken.

Wij zijn het met u eens dat het Pact van Ruigenhoek beter belicht kan worden in de visie. De tekst wordt bij paragraaf 6.4 aangepast.

In het door de gemeente ondertekende Pact van Ruigenhoek staat de ambitie om de Linie te benutten om het ‘waterverhaal’ van vroeger, nu en in de toekomst uit te leggen en verbinding te maken met thema’s als schoon (drink)water, veilig wonen en waterveiligheid. Op deze manier maken we de rol van water in de geschiedenis herkenbaar en ontstaat er meer bewustzijn bij het publiek voor de wateropgave waar we nu voor staan. Briefschrijver zou het waarderen als de gemeente deze ambitie ook in de visie uitspreekt. 29.11

Geconstateerd wordt dat de gemeente op de Kaart Veenweide Oost/Plassengebied (pagina 103) heeft aangegeven dat een groot deel van de Bethunepolder moet worden ingezet ten behoeve van vernatting (gebiedsdoel). Briefschrijver ziet dit als een langetermijnvisie. In de Bethunepolder is kortgeleden een gebiedsproces doorlopen, waarbij vernatting van de polder een onderdeel vormde o.a. ook ten behoeve van vernatting van haar omgeving. Hierbij is de mate van vernatting afgestemd op het huidige gebruik (wonen en werken), op de te ontwikkelen natuur en de drinkwaterbelangen in de polder en geformaliseerd via een passend peilbesluit. In een toekomstig proces moet rekening worden gehouden met de drinkwater- en waterschapsbelangen in de Bethunepolder. Voor beide geldt dat er voldoende te bemalen kwelwater uit de polder beschikbaar moet blijven.

Het vernatten van de Bethunepolder ziet de gemeente ook als een langetermijnvisie. Met deze Omgevingsvisie kijkt de gemeente tien tot twintig jaar vooruit.

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)

57

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - Bij paragraaf 5.2 wordt klimaatbestendig bouwen toegevoegd. - Bij paragraaf 5.5 Ruimte voor recreatie wordt bij overlast niet alleen de recreatie aangegeven maar ook de natuur. - Bij paragraaf 5.7 wordt Bodemdiversiteit en Waterkwaliteit toegevoegd. - Bij paragraaf 5.7 wordt meerlaagse veiligheid toegevoegd. - Bij paragraaf 6.4 Aan Veenweide Oost/Plassengebied wordt het Pact van Ruigenhoek toegevoegd. 30. Zienswijze ingediend door briefschrijver 30 ReferenSamenvatting zienswijzen tie Nummer 30.1 De briefschrijver toont zijn zorgen over de keuzes die worden gemaakt en wat daarvan de gevolgen zijn van het landschap. Aangegeven wordt dat er naar haar mening “met ogen dicht in volle vaart de toekomst tegemoet wordt gegaan”. De autonome ontwikkelingen zijn niet geïnventariseerd en de gevolgen daarvan zijn niet in kaart gebracht, genieriek noch specifiek per gebied. Hierdoor is er geen inzicht in de kansen en bedreigingen en wat hiervan de gevolgen zijn. Briefschrijver mist een risicoanalyse voorafgaand en als onderlegger voor strategische keuzes.

30.2

De briefschrijver geeft aan dat, zoals de Erfgoedwet voorschrijft, het cultureel erfgoed niet zichtbaar is gebruikt als ondergrond van de visie. De trendlijnen worden genoemd, maar de conclusies die daaruit getrokken zouden moeten worden, zijn niet helder.

Reactie

361090

De Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. Voor een volledig uitgewerkte Omgevingsvisie is niet gekozen. Bij elk thema staat aangegeven wat er speelt, welke kansen er zijn en welke bedreigingen. Van daaruit is gekeken naar gewenste ontwikkelingen en zijn waar mogelijk keuzes gemaakt. Daarnaast is aangeven welke opdrachten we zien voor programma's om de visie te bereiken. Voorbeelden van programma’s, waarin we relaties zullen leggen met de trendlijnen zijn: “opdracht Focus op kwaliteit en identiteit” en “opdracht faciliteren verhaallijnen”. De Omgevingsvisie is hiermee geen eindstadium maar een document om op voort te bouwen in de uit te werken programma’s. De risicoanalyse is daarbij onderdeel van de verdere uitwerking. In de Omgevingswet staat aangegeven waaraan een Omgevingsvisie aan moet voldoen. De Erfgoedwet kan gebruikt worden als een van de onderleggers. Hiervoor hebben wij met u het trendlijnenrapport opgesteld en dat rapport is een van de bouwstenen van de Omgevingsvisie. De kernkwaliteiten en de indeling van deelgebieden en beschrijvingen uit het trendlijnenrapport liggen ten grondslag aan het document. Wat betreft de exercitie met de matrix heeft deze wel degelijk deel uit gemaakt van het vervolgtraject. De kernkwaliteiten zijn hieruit geformuleerd.

Uiteraard zijn er ook andere bouwstenen gebruikt in deze Omgevingsvisie die gezamenlijk tot een integraal document en keuzes hebben geleid.

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)

58

Wij zijn wel van mening dat de paragraaf over de kernwaarden en de trendlijnen er nu niet goed uit komt. De Omgevingsvisie is hierop aangepast waarbij dit onderdeel verplaatst is naar het hoofdstuk “Strategie”, paragraaf “Voortbouwen op kernkwaliteiten”. De kernkwaliteiten zijn naar onze mening de elementen die van grote waarde zijn voor onze leefomgeving. Zij geven plekken identiteit en zorgen voor verbondenheid. We bouwen dan ook voort op de kernkwaliteiten. Deze zijn ook het vertrekpunt voor de toekomst. Daarbij is het beoordelingskader horende bij het trendlijnenrapport opgenomen als bijlage van de Omgevingsvisie. Op deze manier zijn het cultureel erfgoed, het cultuurlandschap beter verankerd in de Omgevingsvisie. 30.3

Door Covid-19 is het participatieproces anders verlopen dan was voorzien. Via digitale kanalen hebben veel inwoners hun belangstelling getoond. De briefschrijver is van mening dat er echter te weinig inhoudelijk overleg is geweest met de stakeholders. Verzocht wordt om de reactie gegeven op het werkdocument als onderdeel van de zienswijze beschouwen. Verzocht wordt om aan het college de opdracht mee te geven om alsnog intensief in overleg te gaan met de stakeholders.

Het afgelopen jaar zijn er verschillende sessies geweest waaraan u deel heeft kunnen nemen en kon inspreken. Verder heeft u deelgenomen aan een aantal maakdagen. Al deze sessies vormde een basis voor het Ontwerp Omgevingsvisie. Deze hebben wij ter inzage gelegd zodat iedereen tegelijk op het ontwerp kon reageren. Uw reactie op het werkdocument hebben wij onderaan uw zienswijze toegevoegd en van een reactie voorzien. De gemeente deelt uw mening niet dat u en de overige stakeholders niet voldoende betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie. U wordt natuurlijk ook betrokken bij de verdere uitwerking. Zoals eerder aangegeven is de Omgevingsvisie een document om op voort te bouwen in de uit te werken programma’s.

30.4

Bij het thema “Gezondheid voor iedereen” wordt aangegeven dat een gezonde natuur een voorwaarde is voor de gezonde mens. De natuur (inclusief Landbouw) ontbreekt in dit hoofdstuk.

In het thema “Gezondheid voor iedereen” wordt niet specifiek gesproken over natuur maar wel over groen en water. Dit zijn onderdelen die toegeschreven kunnen worden aan de natuur. Aangegeven wordt ook dat groen en water in de buurt bijdragen aan een gezonde leefomgeving en ook uitdagen om te bewegen.

30.5

Bij de reactie op de het Werkdocument is reeds aangegeven dat het ontbreekt aan de onderbouwing van de woningbouw- ambitie en daaraan gekoppelde bedrijvigheid. Met daarbij een afweging tegen bijvoorbeeld de impact op het landschap, de lange termijn effecten van bodemdaling, de noodzakelijke infrastructuur en de verandering van het klimaat.

Ten de grondslag aan de Omgevingsvisie liggen verschillende beleidsdocumenten en onderzoeken. Zoals het trendlijnenrapport wat met u is opgesteld maar ook de toekomstvisie bedrijventerreinen wat met de ondernemers is gemaakt. In deze onderzoeken worden de behoeftes onderbouwd.

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)

59

Zoals aangegeven is de Omgevingsvisie een visie op hoofdlijnen. Dit betekent dat nog niet alles is onderzocht. Dit gebeurt bij de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie in programma’s. 30.6

Geluid kan van grote invloed zijn op de gezondheid. Op korte termijn staan geen windturbines gepland. De vraag is of dit zo blijft. Verzocht wordt om toch een minimale afstand tot bewoning op te nemen en daarbij de Duitse deelstaat Beieren te volgen: 10 H.

Wij zijn het met u eens dat geluid van grote invloed kan zijn op de gezondheid van de mens. Daarom heeft het rijk bij de invoering van de Omgevingswet ook aangegeven dat iedere gemeente een programma Geluid moet opstellen. In dit programma kunnen ook de afstandsmaten worden bepaald tussen geluidsobjecten en bijvoorbeeld woningen. Wij zijn niet voornemens om nu al een minimale afstand op te nemen voor windmolens bij woningen. Mede omdat grote windmolens niet worden toegestaan.

30.7

Bij het thema “Goede bereikbaarheid in een steeds vollere regio” wordt geen relatie gelegd met de ambitie om te groeien. Een groot deel van het onderliggende wegennet is niet berekend op het steeds zwaarder wordend vracht- en agrarisch (en sluip-) verkeer. Afgevraagd welke conclusies daaraan worden verbonden?

Een van de opdrachten die benoemd is bij dit thema is te komen tot een nieuwe mobiliteitsvisie. Hierbij wordt ook gekeken naar het wegennet. Deze visie zal in 2022 worden opgesteld. Daarnaast wordt de groei op het gebied van woningbouw en bedrijven zoveel mogelijk voorzien rondom Knooppunt Breukelen en Maarssen. De reden voor deze keuze is dat deze locaties gelegen zijn nabij een treinstation waardoor de inwoners en werknemers niet alleen afhankelijk zijn van de auto maar ook gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. Op deze manier wordt het omliggend wegennet zo min mogelijk belast.

30.8

De briefschrijver geeft aan dat Vechts bouwen een wezenlijke bijdrage levert aan het behoud van de eigen identiteit.

Wij zijn het met u eens dat Vechts Bouwen een bijdrage kan leveren aan de eigen identiteit, zeker voor het gebied gelegen langs de Vecht .Voor dit gebied is dan ook in de Omgevingsvisie de belevingszone Vecht opgenomen. Binnen de belevingszone zijn veranderingen alleen mogelijk als ze de typische beleving van de Langzame Vecht behouden en/of versterken. De bestaande kwaliteiten op het gebied van erfgoed, cultuurhistorie en landschap zijn leidend. Vechts bouwen is daar een onderdeel van. Voor de overige gebieden achten wij het “ Vechts bouwen” niet opportuun.

30.9

De briefschrijver geeft bij het thema “ Ruimte voor recreatie” aan dat de gemeente erkent dat de recreantenstroom zal blijven groeien en dat reguleren en het spreiden van recreanten een voorwaarde is voor blijvend draagvlak. De hoop is dat die stroom gestuurd kan worden door middel van aanbod. Briefschrijver deelt deze hoop en is van

De in 2021 vastgestelde beleidsnota Waardevol Toerisme is een bouwsteen van de Omgevingsvisie. In deze beleidsnota wordt als uitgangspunt gehanteerd om een gebalanceerde ontwikkeling van recreatie te creëren waarbij mogelijke vormen van hinder en overlast zo

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)

60

mening dat regulering nodig is. Bijvoorbeeld op het aanbod. Wat laat de gemeente wel toe en wat niet en binnen welke voorwaarden?

veel mogelijk worden voorkomen. Deze lijn zetten wij door in de Omgevingsvisie. Zo sturen wij op het weren en ontmoedigen dan wel nabij knooppunten ‘ afvangen’ van gemotoriseerd recreatieverkeer en het gebruik van meer duurzame vormen van mobiliteit. Daarbij heeft de gemeente verschillende soorten gebieden. Het is niet gewenst om in de Omgevingsvisie voorwaarden te scheppen waaraan dit aanbod aan moet voldoen. Dit dient plaats te vinden in de hiervoor zijnde beleidsdocumenten en verordeningen.

30.10

Bij het thema “toekomstbestendig Vitaal platteland” wordt aangegeven dat er meer speelt dan alleen de agrariër en de landbouw. Ook de natuur, de ecologie en de biodiversiteit zijn in crisis. Ook bij herstel daarvan kan het agrarische bedrijf een belangrijke rol spelen. De voortgaande bodemdaling zorgt, in combinatie met de zeespiegelstijging voor de noodzaak van aangepast grond- waterbeheer.

Dat klopt. Daarom komen de door u aangegeven aspecten ook terug binnen dit thema. We zijn met u eens dat de agrariërs hier een rol in kunnen spelen. Bij de visie wordt dit ook benadrukt: de gemeente stimuleert en faciliteert waar mogelijk de agrariërs die willen verbreden en/ of duurzamer en natuur inclusiever willen worden.

30.11

Bij het thema “Klimaatverandering” wordt aangegeven dat vooral ingezet moet worden op zon op de daken in plaats van zonnevelden.

De gemeente stimuleert zoveel mogelijk het plaatsen van zonnepanelen op grootschalige daken. Helaas zijn er ook zaken, die het realiseren daarvan bemoeilijken, zoals verzekeringskwesties, dakconstructies, aanwezige koelelementen etc. Daarom zijn ook zonnevelden nodig. Daarom heeft de gemeente het beleidskader zonnevelden met een kansenkaart opgesteld. Dit kader is erop gericht om de belangen van het buitengebied (landschap, natuur, cultuurhistorie, archeologie) in het vizier te houden. In dit beleidskader beschrijven we waar zonnevelden goed in te passen zijn en met welke belangen we rekening houden. Zonnevelden zijn niet overal en niet overal evenveel mogelijk. Voorwaarden worden gesteld aan het aanvragen voor zonnevelden, om de waarden te beschermen. Zo wil de gemeente geen zonnevelden toestaan in beschermde natuurgebieden. Ook in de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de landgoederenzone en weidevogelkerngebied is er slechts zeer beperkt ruimte voor zonnevelden. Bovendien kijken we pas als een aanvraag door een initiatiefnemer wordt ingediend of realisering daadwerkelijk mogelijk is. En of wordt voldaan aan alle voorwaarden. Hierbij wordt ook getoetst aan de flora- en faunawetgeving.

30.12

Het loslaten van het aloude systeem van waterpeil volgt functie richting functie volgt waterpeil kan een belangrijke bijdrage leveren aan

Als gemeente zijn we van mening dat op de lange termijn het (steeds verder) verlagen van het waterpeil (in natte perioden) niet houdbaar

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)

61

zowel de reductie van CO2 als aan een gezonde landbouw. Dit zelfde geldt voor de parkbossen langs de Vecht. Onderzocht moet worden hoe zij het beste in stand gehouden kunnen worden.

is in het veenweidegebied. Het waterpeil moet naar een duurzaam niveau. Hiervoor zijn reeds verschillende oplossingen: een waterinfiltratiesysteem, peilfixatie, permanente inundatie en optoppen (en afgraven). De komende jaren wordt dit samen met het waterschap, de provincie en andere belanghebbenden onderzocht. Het waterschap heeft hier een leidende rol in.

30.13

De briefschrijver geeft aan bij het gebied Veenweide West dat de ambitie om de omgeving van Breukelen te beschouwen als onderzoekgebied voor verstedelijking niet in overeenstemming te brengen is met de ontwikkelingen die op het gebied afkomen zoals bodemdaling en vitaal platteland. De consequenties van deze ambitie lijken onvoldoende doordacht.

Het komend jaar zal gestart worden aan een strategische visie voor de A2 zone waartoe knooppunt Breukelen toebehoort. Daarbij is de insteek dat de verstedelijking zoveel mogelijk in het huidige stedelijk gebied plaats zal vinden. De consequenties van deze ontwikkelingen voor het landelijk gebied zijn hierdoor minimaal.

30.14

Bij de Snelle Vecht wordt aangegeven dat een nieuwe woonkern bij Station Breukelen een belemmering van de toch al overbelaste verkeersafvoer over het Amsterdam rijnkanaal zorgt.

Een van de opdrachten die voortvloeit uit de Omgevingsvisie is te komen tot ontwikkelmogelijkheden rondom het knooppunt Breukelen. Dit is onderdeel zijn van de eerder genoemde visie op de A2 zone. Een van de aandachtspunten is de bereikbaarheid van zowel het langzaam als gemotoriseerd verkeer.

30.15

Het behoud van de groene corridors is van groot belang. Aangegeven wordt dat het terecht is dat deze zones worden behouden.

Wij zijn mening dat tussen de verschillende kernen groene buffers moeten blijven. Ook de verbindingen tussen West en Oost zijn hierin belangrijk.

30.16

Briefschrijver vraagt zich af wat de “groene scheg” inhoudt.

De groene scheg zorgt voor de verbinding tussen het stedelijk gebied en het landelijk gebied. In een scheg liggen diverse functies van landbouw tot natuur, recreatie en cultuurhistorie. De intensiteit van recreatief bezoek en gebruik varieert van parken in de stad, recreatiegebieden in de stedelijke randen tot verder weg gelegen gebieden met natuur, landbouw en recreatie tot recreatief medegebruik in het agrarisch gebied. Is een recreatie/ natuurzone.

30.17

Verzocht wordt om Loenersloot deel te laten uitmaken van de Langzame Vecht.

Verwezen wordt naar het antwoord bij nummer 60.

30.18

De briefschrijver doet het verzoek om aandacht te besteden aan de legakkers in het gebied Veenweidegebied Oost.

In de Omgevingsvisie wordt hier reeds aandacht aan besteed bij het gebied Veenweide Oost/ plassengebied. Hier wordt onder andere

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)

62

aangegeven dat we inzetten op herstel van de legakkers en het aanleggen van natuurvriendelijke oevers. Hierbij geven we invulling aan de ‘Toekomstvisie Scheendijk’, die in 2019 is vastgesteld. 30.19

Aangegeven wordt dat de potentiele wereld erfgoedstatus vraagt voor een grote terughoudendheid in de ruimtelijke ordening.

De Provincie Utrecht stelt hiervoor regels op waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen plaats mogen vinden.

30.20

Bij het gebied “De drie grote kernen” wordt aangegeven dat de balans hier ten nadele van de eigen bewoners kan doorslaan door de aandacht richting ondernemers, recreanten en horeca.

Een centrum is altijd in beweging. De ontwikkeling speelt op het raakvlak van programmering en ruimtelijke kwaliteit. Programmering gaat over winkels, culturele instellingen, evenementen, kunst, wonen, horeca. Ruimtelijke kwaliteit gaat over de Vechtomgeving, landgoederen, bijzondere gebouwen. Wonen is dan ook een onderdeel van het geheel. Hieronder wordt ingegaan op de opmerkingen die door de briefschrijver zijn geplaatst op het werkdocument.

30.21

Doel van de Omgevingsvisie is om op hoofdlijn de strategische ambitie te beschrijven voor de ontwikkeling, het beschermingsniveau, het behoud en het beheer van de hele fysieke leefomgeving. In de visie wordt de samenhang beschreven tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. Daarbij schrijft de Erfgoedwet voor dat het cultureel erfgoed (waaronder het cultuurlandschap) wordt gebruik als ondergrond van de visie. Erfgoed als bodem van de taart, niet slechts als kers erop.

Voor de beantwoording wordt verwezen naar de reactie bij 30.1 en 30.2.

30.22

In het werkdocument komt veel aan de orde en er is veel (denk-)werk verzet om zo ver te komen – maar het is nog lang niet voldragen en mist de noodzakelijke duidelijkheid. Gelukkig geeft de gemeente zelf aan dat het document verre van volledig is en zelfs fouten en tegenstrijdigheden bevat. Wij juichen het toe dat de gemeente desondanks deze ‘halverwegeversie’ nu al ter discussie stelt en ons in de gelegenheid stelt commentaar te leveren en suggesties ter verbetering te doen.

Dat klopt, de door u genoemde versie was een 70% versie die de eerste lijnen aangaf waar we naar toe wilde gaan. Deze versie is gedeeld met mede overheden en de stakeholders. Op basis van onder andere deze input is de Omgevingsvisie aangepast.

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)

63

30.23

In de ontwikkeling van de Omgevingsvisie was een uitgebreid participatieproces voorzien; in brede zin met de bevolking (daarvan is ruim gebruik gemaakt) en met stakeholders (dat proces schoot ernstig tekort). De briefschrijver heeft begrip voor dat dit proces, als gevolg van de coronaperikelen, tot nu toe niet noemenswaardig vorm en inhoud heeft gekregen. Betreurt wordt dat niet naar mogelijkheden is gezocht om tussentijds terug te koppelen. Men ziet op basis van het werkdocument enkele ernstige tekortkomingen, waardoor een solide fundament ontbreekt voor de ontwikkeling van de strategische lange termijnvisie voor de fysieke leefomgeving van ons grondgebied.

De historie en het landschap zijn een van de bouwstenen die van invloed zijn op de toekomstvisie op de gemeente. Alle bouwstenen tezamen vormen de Omgevingsvisie. U bent als een van de stakeholders in de in gelegenheid gesteld om te reageren op het werkdocument. Op deze manier hebben wij ervoor gezorgd dat u vooraf aan het ontwerp mee kon denken. De opmerkingen die u heeft gemaakt zijn waar mogelijk opgenomen in de visie. Voor de verdere beantwoording wordt verwezen naar de reactie bij nummer 30.3.

30.24

Door de briefschrijver wordt aangegeven wat er tot heden (samen) ontwikkeld is op het gebied van cultuurhistorie. Dit zijn bijvoorbeeld de Ambitienota Cultuur Stichtse Vecht (2017) en De Kracht van Stichtse Vecht (2018). Voorafgaande aan de Omgevingsvisie is gezamenlijk het Trendlijnen rapport (2019) opgesteld. In de oorspronkelijke opzet van het Trendlijnen rapport was een inventarisatie voorzien van de belangrijkste uitdagingen en problemen, de opgaven die spelen (natuur/landbouw, bodemdaling, verstedelijkingsdruk, mobiliteit, werelderfgoed ..) om deze in de vorm van een matrix te relateren aan de trendlijnen. Om een nadere analyse te maken van de belangrijkste uitdagingen en problemen, was het opstellen van de matrix daarom doorgeschoven naar de volgende fase. Wij vinden het bezwaarlijk dat deze fase is overgeslagen – althans niet zichtbaar gemaakt.

Het Trendlijnenrapport is als bouwsteen gebruikt voor de Omgevingsvisie. De kernkwaliteiten en de indeling van deelgebieden en beschrijvingen hierbij uit het trendlijnenrapport liggen ten grondslag aan het document. Wat betreft de exercitie met de matrix heeft deze wel degelijk deel uit gemaakt van het vervolgtraject. De kernkwaliteiten zijn hieruit geformuleerd. Uiteraard zijn er ook andere bouwstenen gebruikt in deze Omgevingsvisie die gezamenlijk tot een integraal document en keuzes hebben geleid. Uw suggestie om de matrix op te nemen in de Omgevingsvisie nemen wij over. Wij zien dat dit een toegevoegde waarde heeft, omdat deze gebruikt kan worden als kader bij de integrale belangenafweging bij nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast wordt nog gekeken naar een aanpassing in de structuur van het document, om de focus op de kernkwaliteiten van de gemeente nog sterker neer te zetten. In de Omgevingsvisie is de visie per thema en gebied uitgewerkt. Daarnaast is aangeven welke opdrachten we zien voor programma's om de visie te bereiken. Voorbeelden van programma’s, waarin we relaties zullen leggen met de trendlijnen zijn: “opdracht Focus op kwaliteit en identiteit” en “opdracht faciliteren verhaallijnen”. De Omgevingsvisie is hiermee geen einddocument maar een document om op voort te bouwen in de uit te werken programma’s.

Voor de verdere beantwoording wordt verwezen naar de reactie bij nummer 30.1.

30.25

Door de briefschrijver wordt aangegeven dat het overduidelijk is dat er in de komende periode urgente ruimtelijke keuzes gemaakt moeten

In de Omgevingsvisie geeft de gemeente bij de thema’s en gebieden aan welke opdrachten voortvloeien uit de Omgevingsvisie. In bijlage

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)

64

30.26

worden. In een beperkte ruimte vraag dat om balans tussen die ruimtelijke opgaven (woningnood, klimaat, natuur, waterbeheer, landbouw), de verantwoordelijkheden (gezondheid, voorzieningen, enz.) en het maatschappelijk draagvlak. In het werkdocument wordt geen helder onderscheid gemaakt tussen de opdrachten die voortvloeien uit de ‘autonome’ ontwikkelingen en de verantwoordelijkheden vanuit goed bestuur. Door geen helder onderscheid te maken tussen de opdrachten en verantwoordelijkheden – en door geen keuzes te maken – leidt dit in de uitwerking van het werkdocument tot tekortkomingen en tegenstrijdigheden. Het is in de Omgevingsvisie, die 20 jaar of meer vooruitkijkt, niet alleen van belang om aan te geven wat wel gewenst is, maar ook wat niet moet gebeuren en welk instrumentarium daarvoor ingezet zal worden.

2 van de Omgevingsvisie zijn deze opdrachten samengevoegd en verdeeld over de drie kwalitatieve opgaven die de gemeente aan het begin van het proces bepaald heeft: - Aantrekkelijke, bereikbare en gezonde leefomgeving voor wonen, werken en recreëren; - Versterken van de kwaliteiten van cultuurhistorie, landschap en natuur; - Inspelen op klimaatverandering en ruimte maken voor de energietransitie. De opdrachten/ programma’s die uit de Omgevingsvisie voortvloeien zijn driedelig. Het eerste deel zijn beleidsopdrachten die reeds in uitvoering zijn, bijvoorbeeld het opstellen van een mobiliteitsvisie, of de beleidsnota Sport en Spelen. Het tweede deel heeft betrekking op wettelijke taken die in het kader van de Omgevingswet vanuit het rijk en de provincie naar de gemeente toe komen, zoals geluid en bodem. Het derde deel zijn nieuwe opdrachten en/of programma’s. Hiervoor stelt de gemeente een plan van aanpak op waarin wij aangeven waar de opdracht uit bestaat met een daarbij horende prioritering.

De briefschrijver vraagt zich op basis van het werkdocument af hoe de woningbouwopgave zich verhoudt tot de klimaatveranderingen. Zijn hier keuzes in gemaakt. Bodemdaling heeft tal van (nadelige) en onomkeerbare effecten (en (maatschappelijke) kosten) waarmee rekening gehouden moet worden, variërend van waterhuishouding, de uitstoot van CO2 en schade aan aansluitingen van riolering en infrastructuur tot aan grondwaterkwaliteit. En àls we toch willen bouwen, wat legitimeert dat dan, hoeveel en waar we nu nog willen bouwen – en waar niet?! Om deze keuzes te kunnen maken moeten, veelal tegenstrijdige belangen en randvoorwaarden tegen elkaar worden afgewogen en zolang dat niet is gebeurd kunnen geen verantwoorde keuzes gemaakt worden. De strategie ‘hogedrukketel’ – waar de onmogelijkheid pas bij de uitwerking blijkt, omdat niet vooraf keuzes zijn gemaakt – achten wij niet verantwoord.

Het merendeel van de woningbouwopgave betreft bestaande projecten die reeds in voorbereiding en/of uitvoering zijn. Daarnaast is gekeken of bij station Breukelen extra woningbouw mogelijk is. De grondslag is hier grotendeels goed. De hoge drukketel strategie is daarom ook niet bouwen bouwen bouwen maar kijken naar alle belangen die er zijn om van daaruit de juiste keuzes te maken. Zoals aangegeven in deze paragraaf is de gemeente een hogedrukketel van beschermingswaardige kwaliteiten, ontwikkelkansen en van omgevingsbeperkingen in een dynamische wereld waar demografie, technologie en klimaatverandering voortdurende verandering nodig maken. De algemene strategie is dan ook om alle aspecten die de hoge drukketel veroorzaken te omarmen. Het is belangrijk om datgene wat we allemaal waarderen te koesteren. We zoeken samen de juiste balans in vernieuwen waar nodig en behouden wat goed is.

Als gemeente kun je je op het standpunt stellen dat het redelijk is om mee te doen met de landelijke norm van 1%.

De gemeente heeft voorafgaande aan het Ontwerp Omgevingsvisie een woningbehoefteonderzoek laten uitvoeren met prognoses tot 2040. Hieruit blijkt dat de lokale en de regionale behoefte tezamen

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)

65

Uitgaande van de bestaande 28.206 woningen (2020) zou SV bij een groei met 2.820 woningen voldoen aan die norm. Met de woningbouw in Maarssenbroek wordt hier reeds aan voldaan. Dit is aan de westzijde van de corridor en vormt dus geen belasting voor de reeds overbelaste oost-west verbinding. Voeg daarbij een nader te bepalen aantal dat wenselijk is voor de leefbaarheid van de kleine kernen en de paar honderd woningen die in de pijplijn zitten als gevolg van o.a. diverse inbreidingen, herbestemming van kantoren, functiewijziging (project Zogwetering, Bammens, enz.) en ontwikkelingen zoals Cronenburgh en Straatweg 66, Breukelen, dan komt de gemeente op een kleine 4.000 nieuwe woningen, ruwweg 1,5% van het landelijk gemiddelde. Het merendeel hiervan in de al overbelaste oostzijde.

3700 woningen bedraagt. Uw berekening van het aantal woningen dat nu al in de planning zit komt inderdaad overeen met onze plancapaciteit van ca. 4400 woningen. Hoe we dan toch tot een aantal van 5460 woningen komen, is op basis van de aanname dat elders in de regio wellicht ook plancapaciteit niet gerealiseerd kan worden. Dat knooppunt Breukelen in beeld is gekomen als woningbouwlocatie heeft ook te maken met provinciale uitgangspunten waarbij woningbouw vooral bij OV knooppunten gerealiseerd zou moeten worden. De 1500 woningen bij kleine kernen zijn daarbij niet extra op de 5460 woningen. Dit vormt een onderdeel van de gehele woningbouwopgave.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1703/documents/38006