Programmabegroting 2025-2028
Tekst van het document
Om aan deze woningbehoefte te voldoen wordt in 2025 langs de lijnen van de vastgestelde Woonzorgvisie en het daarin opgenomen behoefte onderzoek, gewerkt aan concrete woningbouwplannen. Het 'woningbouwprogramma gemeente Stein' ziet er als volgt uit voor 2025, met dien verstande dat er wordt gewerkt aan de hieronder opgesomde projecten, maar de feitelijke bouw niet overal in 2025 start: • Elsloo locatie de Poolster • Elsloo locatie Elckerlyc • Elsloo Stationsstraat 179 (van Molken) • Stein Mijn Nieuwdorp: Kwadrant Zaam Wonen • Stein Mijn Nieuwdorp: Bruisend Hart • Stein Herbestemming St. Jozefkerk Kerensheide • Stein CPO Steskensstraat • Urmond Bramert Noord, fase 1 • Urmond Bergerveste/Beatrixplein • Meers Locatie vml basisschool Meers • Meers Heuvelstraat • Gemeente Standplaatsen/chalets woonwagenbewoners • Gemeente Ambitie transformatieopgave Naast deze concrete bouwplannen wordt ook gewerkt aan de uitwerking van een locatiestudie, om de in de Woonzorgvisie en provinciale woondeal opgenomen aanvullende woningbouwopgave, voor de wat langere termijn (o.a. flexwoningen, ‘straatje erbij’), in te vullen. Gebiedsgerichte aanpak Nieuwdorp In 2016 is gestart met het opstellen van een integrale wijkvisie voor Nieuwdorp met als resultaat een procesmatige, integrale wijkaanpak van de opgaven d.m.v. een Wijkactieprogramma Nieuwdorp (WAP).
Het WAP is als pilot benoemd binnen het gemeentelijk project implementatie Omgevingswet en is gekaderd in een 5-tal projecten/trajecten. Het sluitstuk van de ruimtelijke transformatie is het realiseren van een Bruisend Hart voor Nieuwdorp. Hierin komen alle opgaven vanuit de wijkvisie bijeen. Zaam Wonen en Vivantes tekenen voor het gewenste zorggeschikt wonen, Buurtcentrum Nieuwdorp vormt de basis van een maatschappelijke plint voor
48
laagdrempelig ontmoeten en de gemeente neemt de uitvoering van de openbare ruimte/vergroening voor haar rekening. Nader te verdelen in: A. De grondexploitatie tbv ontwikkeling woningbouw; B. De aanleg van een buurttuin; C. Het opwaarderen van het huidig kerkplein. De benodigde gemeentelijke financiën voor A t/m C bedragen ruim € 3,2 miljoen. Binnen de grondexploitatie zit een gemeentelijke opbrengst van € 1,25 miljoen. Provincie en Rijk hebben de kwaliteit van het plan onderschreven en leveren een financiële uitvoeringsbijdrage (KLC), groot € 600.000 en (WBI), groot € 469.000 aan de gemeentelijke kosten. Het project start eind 2024 en de uitvoering loopt tot medio 2027. Wet versterking regie volkshuisvesting Vanuit het wetsvoorstel "Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv)" (momenteel in behandeling bij de Tweede Kamer) wordt een verplichting toegevoegd aan de Omgevingswet voor gemeenten, provincies en het rijk om een volkshuisvestingprogramma vast te stellen. Het doel van het volkshuisvestingprogramma is de verdere uitwerking van de visie op het woonbeleid en om concrete maatregelen te bevatten om tot realisering van het beleid te komen (in ieder geval voor de eerstkomende vijf jaar). Er wordt een onderzoek- en monitoringsplicht toegevoegd aan dit woonprogramma.
Op basis van de Omgevingswet dienen gemeenten dit volkshuisvestingprogramma in regionaal verband met andere gemeenten af te stemmen én ook met de provincie. De verplichting tot het opstellen van een volkshuisvestingprogramma gaat in op 1 januari 2026. Daarnaast beoogt het wetsvoorstel meer kansengelijkheid te creëren in de huisvesting van urgente aandachtsgroepen. De vormgeving van urgente categorieën wordt landelijk bepaald. Gemeenten worden verplicht een urgentieregeling als onderdeel van de huisvestingsverordening op te nemen. Hierin worden een aantal verplichte urgente categorieën opgenomen, ongeacht de mate van schaarste. Gemeenten krijgen de verplichting afspraken te maken met gemeenten in de regio over de verdeling van urgenten. Starterslening In de raadsvergadering van 17 oktober 2024 heeft uw Raad een besluit genomen over de ‘Verordening Starterslening gemeente Stein 2024’. Middels deze regeling kunnen starters voor de aankoop van hun eerste woning in aanmerking komen voor een Starterslening. De maximale koopsom om in aanmerking te komen voor de Starterslening bedraagt ten tijden van het opstellen van deze begroting nog € 280.000, de starterslening bedraagt maximaal 20% van de koopsom van de woning met een maximaal bedrag van € 56.000.
Wat gaat het kosten ? Rekening Begroting Begroting (x € 1.000)
2023
2024
2025
Meerjarenraming 2026
2027
2028
Lasten
2.924
11.340
4.833
3.161
2.912
4.118
Baten
2.124
8.954
2.973
1.369
1.298
2.505
Resultaat
-800
-2.386
-1.860
-1.792
-1.614
-1.613
49
Relevante afwijkingen tussen begroting 2024 en begroting 2025
Bedrag x € 1.000
Algemeen Ontwikkelingen in de doorbelaste interne uren in 2025 ten opzichte van 2024 aan dit programma Ontwikkelingen in de kapitaallasten in 2025 ten opzichte van 2024 die aan dit programma zijn toegerekend door actualisatie van de totale investeringsplanning
-168 -80
Stationsomgeving Beek-Elsloo In 2024 zijn er eenmalige kosten inzake onderzoekskosten stationsomgeving. Grondexploitaties Lagere kosten grondexploitaties in 2025 ten opzichte van 2024 Lagere opbrengsten grondexploitaties in 2025 ten opzichte van 2024 Wonen en bouwen
24 4.904 -4.751
Minder kosten omgevingsvergunning Minder leges omgevingsvergunningen
100 -271
Implementatie omgevingswet Voor 2025 zijn er geen kosten begroot.
268
Woonzorgvisie De geplande kosten voor 2025 zijn lager dan in 2024, dit betreft eenmalige kosten die afhankelijk zijn van de planning van het project.
130
Herbestemming St. Jozefkerk In 2024 zijn er eenmalige kosten inzake de herbestemming van de St. Jozefkerk. Deze vallen weg in 2025 Normalisatie woonwagenlokaties
144
In 2024 is er in het kader van de overdracht van de woonwagenlokaties een hoger budget aan eenmalige middelen beschikbaar. Sanitaire units woonwagens
133
In 2025 is de laatste termijn gepland voor het vervangen van de sanitaire units. De kosten voor 2025 zijn lager dan in 2024. Dit heeft met de planning van de werkzaamheden te maken.
110
50
Bestuur en ondersteuning en algemene dekkingsmiddelen Inleiding
Het programma bestuur, ondersteuning en algemene dekkingsmiddelen richt zich op de manier waarop de gemeente Stein is georganiseerd en de dienstverlening naar onze inwoners en ondernemers verzorgd met welke menselijke en financiële middelen. Sinds 2024 is onze organisatiestructuur veranderd naar een meer platte organisatie met één managementlaag. Daarnaast zetten we binnen dit programma in op het aantrekken van nieuwe medewerkers, stagiaires en het inrichten van werkervaringsplakken. De medewerkers die voor de gemeente Stein werken willen we graag aan onze organisatie binden en actief werken aan hun ontwikkeling. Ook werken we binnen dit programma aan het verbeteren van onze bedrijfsprocessen en de manier waarop we rapporteren en verantwoording afleggen over wat we doen en tegen welke kosten. Dit om onze dienstverlening en communicatie naar onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners zo goed mogelijk te laten verlopen met zo min mogelijk regeldruk. Daarbij vinden wij het van belang dat we actief inzetten op participatie waar dat mogelijk is.
Taakvelden Dit programma omvat de taakvelden: 0.1 Bestuur 0.2 Burgerzaken 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.6 Belastingen (OZB, parkeerbelasting, overige belastingen) 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening
Wat willen we bereiken ?
Een zelfstandige gemeente die financieel gezond en in control is, communicatief sterk en dienstverlenend handelt naar haar inwoners en ondernemers. Daar waar het voordeel oplevert om samen te werken in de regio doen we dat om de kracht van Stein als zelfstandige gemeente te behouden.
Bezuinigingen Bezuinigingen Terugdraaien extra formatie college (bestuursakkoord) Totaal programma Bestuur
2025
2026 44.000
2027 88.000 88.000
2028 88.000 88.000
Wat gaan we er voor doen? Bestuur Aanbesteding accountant Met ingang van verslagjaar 2024 moeten de accountantsdiensten opnieuw worden aanbesteed. Door deze aanbesteding komen we jaarlijks uit op een hoger bedrag dan het huidige budget. Dit resulteert in een structurele bijstelling van € 17.000.
51
Regionale samenwerking Regionale samenwerking gaat steeds meer een rol spelen om onze taken op een juiste manier te kunnen blijven uitvoeren. De gemeente Stein is een gemeente die in tal van regionale samenwerkingen betrokken is op diverse niveaus. In 2024 hebben alle Zuid-Limburgse gemeenten en de provincie Limburg de agenda Zuid-Limburg vastgesteld als strategische agenda voor de toekomst waarin we drie belangrijke ambities met elkaar hebben vastgelegd: 1. Werken aaneen nieuwe economie: de (economische) toekomst van Zuid-Limburg is een grensoverstijgende kenniseconomie; 2. Werken aan nieuwe ruimtelijke kwaliteit: we wonen in een prachtig landschap, dat we toekomstbestendig gaan maken; 3. Werken aan het ombuigen van achterstanden naar voorsprong: delen van Zuid-Limburg hebben onaanvaardbare achterstanden, die we gaan aanpakken. Op Zuid-Limburgse schaal zetten wij ook samen met de andere vijftien gemeenten, de provincie en het rijk verdere stappen gezet om de positionering en uitvoeringskracht van de regio te versterken. Binnen het programma NOVEX Zuid-Limburg werken de Zuid-Limburgse gemeenten samen met het Rijk aan het versnellen van ruimtelijke en economische opgaven waar we in 2024 een ontwikkelstrategie voor hebben vastgesteld en in 2025 aan de slag gaan met de verdere uitwerking hiervan in de uitvoeringsagenda.
In 2022 ontving de regio Westelijk Zuid-Limburg (10 gemeenten, waaronder Stein) 20 miljoen (in totaal 40 mln) van het rijk voor de uitvoering van de regiodeal InGenieus, Groen en Gezond (tranche 4). We werken samen met onze regiopartners aan vernieuwde aanvraag voor tranche 6. Om de uitvoeringskracht van deze regiodeal te bekrachtigen zal er in 2025 een besluit worden genomen over de governance van het regiobureau. In 2025 werken we ook toe naar de evaluatie van het programma Middengebied en bezien hoe we hiermee verder gaan richting toekomst. In het kader van de geactualiseerde strategische toekomstvisie werken we de komende jaren ook verder aan onze denkrichtingen op het gebied van samenwerking met onze partners in de regio. Strategische toekomstvisie Vanuit de Strategische toekomstvisie die eind 2024 gereed is, is er behoefte aan een monitoring van trends en ontwikkelingen. Deze monitor wordt 2 jaarlijks uitgevoerd. De eerste monitor zal in 2025 worden uitgevoerd. Hiervoor is een bedrag opgenomen van € 20.000 in 2025 en € 20.000 in 2027 voor het uitvoeren van een monitor brede welvaart op gemeente en wijk niveau. Deze monitor gaat ons helpen om nog bewuster beleid te maken op basis van data. Daarnaast monitoren we ook op diverse indicatoren de ontwikkeling en maken we trends inzichtelijk.
Overhead In het BBV wordt overhead gedefinieerd als 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces'. Deze definitie omvat onder andere elementen die via de gangbare definitie uit 'Vensters voor Bedrijfsvoering' tot overheadkosten kunnen worden gerekend, maar beperkt zich daar niet toe. Naast de loonkosten van de zogenaamde PIOFACH-functies in de definitie van 'Vensters voor Bedrijfsvoering', omvat de in de BBV-definitie bedoelde overhead ook de ICT-kosten van alle PIOFACH-systemen, alle ambtelijke huisvestingskosten, alle uitbestedingskosten bedrijfsvoering en naar rato de rentekosten die niet zijn toe te delen aan de programma's of taakvelden in het primaire proces. (NB: PIOFACH staat voor de functies personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting) In de 'Notitie overhead' van de commissie BBV wordt dieper ingegaan op de onderscheiden componenten van overhead. Voor wat betreft het personeel behoren tot de overhead de kosten voor:
52
• • • • • • • • • • •
de leidinggevenden in het primaire proces; de medewerkers van financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; de medewerkers van P&O; de medewerkers van inkoop; interne en externe communicatiemedewerkers, met uitzondering van klantcommunicatie; de medewerkers van juridische zaken; de medewerkers van bestuurszaken en bestuursondersteuning; de medewerkers van informatievoorziening en automatisering; de medewerkers van facilitaire zaken en huisvesting; de medewerkers bezig met postbehandeling en archivering; managementondersteuning in het primaire proces.
Naast de personele kosten van bovenstaande medewerkers behoren ook tot de overhead: • de kosten voor de huisvesting voor de uitvoering van de algemene taken van de eigen gemeentelijke organisatie • de personele kosten van medewerkers die niet eerder genoemd zijn, maar die werkzaamheden verrichten die niet zijn toe te rekenen aan een of meerdere taakvelden; • de verzekeringskosten en opleidingskosten voor personeel; • de bijdrage aan een verbonden partij, voor zover deze verbonden partij werkzaam is voor het taakveld 0.4 overhead. De uitkomsten voor de gemeente Stein van de voorgeschreven werkwijze zijn in onderstaande grafiek opgenomen:
De gemeente is vrij in de wijze waarop overhead aan heffingen wordt doorberekend. Omdat bij de toerekening van overhead altijd sprake is van arbitraire keuzes, is een relatief eenvoudige methode goed te rechtvaardigen. In de begroting 2024 is uitgegaan van het toerekenen van overhead aan de heffingen op basis van de omvang van het betreffende taakveld. Het opslagpercentage wordt dan als volgt berekend: Overhead/totale lasten taakvelden excl overhead excl mutatie reserves excl grex= opslagpercentage Op basis van de begroting van de gemeente Stein is de opslag voor 2025 berekend op 15,5%.* Overhead
Lasten taakvelden
Opslag %
€ 10.806.857
€ 69.838.640
15,5
* peildatum cijfers 19-08-24
53
Organisatieontwikkeling In 2023 is een traject van doorontwikkeling van de organisatie opgestart, die medio dat jaar heeft geleid tot een nieuwe vastgestelde missie en visie van de organisatie. In de 2e helft van 2023 zijn deze missie en visie doorvertaald in een nieuwe sturingsvisie en bijbehorende hoofdstructuur. Het jaar 2024 heeft onder meer in het teken gestaan van het inrichten van deze hoofdstructuur, onder meer door het opnieuw indelen van de organisatie in nieuwe teams en de benoeming van een nieuw managementteam om daar leiding aan te geven. Versterking formatie vanuit de teamontwikkelplannen (“fijnstructuur”) De hoofdstructuur is verder uitgewerkt in een zogenaamde ‘fijnstructuur’: er zijn teamontwikkelplannen opgesteld waarin is opgenomen wat er zowel kwalitatief als kwantitatief aan personele inzet nodig is om - bij huidig beleid - de werkzaamheden uit te kunnen voeren. In de begroting 2024 was dit al aangekondigd: “Tenslotte zal uit de nieuwe inrichting blijken waar de doorontwikkeling consequenties heeft in de benodigde formatie. Eventuele financiële consequenties voor formatieaanpassingen zullen - vanzelfsprekend - worden voorgelegd aan de gemeenteraad.” In de Kadernota 2025 is rekening gehouden met een bedrag van ongeveer 1 miljoen euro.
Het concretiseren gebeurt nu via deze begroting 2025-2028, op basis van de teamontwikkelplannen die voor de verdere doorontwikkeling zijn opgesteld. De totale personele vraag die uit het doorontwikkeltraject voortkomt, bedraagt 14,3 fte in 2025 en uiteindelijk 15,8 fte vanaf 2027 en verder. Vertaald in budget betekent dat € 1.360.000 in 2025, oplopend tot € 1.490.000 in 2028. Daar staat een besparing in managementfuncties tegenover van ruim € 400.000 over deze 4 jaren, waarmee het netto bedrag waarmee het personeelsbudget structureel wordt opgehoogd € 932.500 (2025) oplopend tot € 1.074.000 (2028) is. Met dit budget kan de ambtelijke organisatie vanaf 2025 weer ‘op sterkte’ gebracht worden en is de organisatie klaar om de volgende fase in te gaan, waarin het ‘leren en ontwikkelen’ centraal staat. Het gaat dan zowel om houding en gedrag als om samenwerking, zowel intern als extern. Programma Een betere digitale dienstverlening door procesoptimalisatie In 2024 is geïnvesteerd in het maken van een programmaplan voor het optimaliseren, het vastleggen én borgen van de bedrijfsprocessen. Voor de projectmatige aanpak daarvan is in 2024 een incidenteel budget van € 120.000 gevraagd, waarvan een externe projectleider bekostigd is.
Er ligt als resultaat nu een programmaplan “Een betere digitale dienstverlening door procesoptimalisatie” waarmee de ambtelijke organisatie structurele verbeterslagen kan maken. Om dit plan uit te kunnen voeren, is voor de jaren 2025 en 2026 aanvullend incidenteel budget nodig. Zowel voor de continuering van de inzet van de projectleider als voor de benodigde ambtelijke capaciteit, die gedurende het programma door extra inhuur aangevuld zal moeten worden. Het gaat dan om € 232.000 (€ 120.000 projectleiding + € 112.000 ambtelijke capaciteit) in 2025 en om € 202.000 (€ 80.000 projectleiding + € 122.000 ambtelijke capaciteit) in 2026. Inhuurbudget In vorige begrotingen werd gesproken over een stelpost piek & ziek. Deze bedroeg in de laatste 3 begrotingen jaarlijks structureel € 326.000. In de jaren 2022, 2023 en 2024 is de post inhuur steeds - lopende deze jaren - voor respectievelijk € 950.000 - € 700.000 - € 700.000 opgehoogd. Die verhoging was deels ook nodig vanwege de inhuur gedurende de periode van doorontwikkeling. Nu de nieuwe organisatie-inrichting vorm krijgt en in deze begroting ook een structurele formatievraag is opgenomen, wordt ook gezocht naar een nieuwe en verantwoorde hoogte van het inhuurbudget, waar behalve piek en ziek ook een ‘flexibele schil’ uit bekostigd kan worden.
Deze flexibele schil is nodig voor de werksoorten die ‘vraaggestuurd’ zijn en waarvan de vraag vooraf niet te voorspellen is. Denk daarbij aan vergunning- en WMO-aanvragen. Daar waar bij vergunningen er nog extra inkomsten (door leges) tegenover staan, is dat bij WMO-aanvragen niet het geval.
54
Niet alleen door deze flexibele schil, maar ook vanwege de arbeidsmarkt is duidelijk geworden dat het oorspronkelijke basisbedrag van € 326.000 naar de toekomst toe niet meer toereikend is. Anderzijds valt een deel van de inhuur die ten tijde van de doorontwikkeling nodig was, nu weg. Een onderbouwde inschatting is lastig te maken op basis van de ervaringscijfers van de laatste 3 jaar, omdat die niet representatief zijn. We stellen voor om uit te gaan van een inhuurbudget van € 500.000 op jaarbasis. Daarbij zal ‘scherp aan de wind’ worden gezeild bij het daadwerkelijk inhuren. Via zorgvuldige monitoring en via de reguliere P&C momenten (berap en slotwijziging) zal de raad worden meegenomen in de ontwikkelingen, waarbij zal blijken of dit bedrag nog tussentijds bijstelling behoeft. Informatiebeveiliging en privacy Informatiebeveiliging en privacy spelen een belangrijke rol bij de uitvoering van onze gemeentelijke taken. Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Gemeente Stein heeft op dit vlak een maatschappelijke verantwoordelijkheid en hecht veel waarde aan het beschermen van de (persoons)gegevens van haar burgers. Wij houden ons hierbij aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming, de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming, de Baseline Informatiebeveiliging Overheid en de Wet Politiegegevens. Bereiken?
Doen?
Uitvoeren AVG borgingstoets
In de visie op privacy en informatiebeveiliging 2022-2026 heeft de gemeente de ambitie uitgesproken om in 2026 te voldoen aan volwassenheidsniveau 4 op het gebied van privacy en informatiebeveiliging. In 2025 wordt de meting opnieuw uitgevoerd om te kijken of we op koers liggen.
Toezicht door de Functionaris Gegevensbescherming
Ook in 2025 zal de Functionaris Gegevensbescherming (FG) in de gelegenheid worden gesteld om toezicht uit te oefenen op de naleving van de regelgeving op het gebied van privacy. De FG doet jaarlijks verslag over het uitgevoerde toezicht aan de verwerkingsverantwoordelijken zoals het college van B&W, de burgemeester en de gemeenteraad.
Bewustwording privacy en informatiebeveiliging
In 2025 wordt er net als voorgaande jaren een bewustwordingsprogramma voor alle medewerkers georganiseerd. De gemeente werkt hiervoor samen met een externe partij. Nieuwe medewerkers krijgen als onderdeel van de onboarding een workshop over privacy en informatiebeveiliging.
Uitvoeren Wpg- audit
In 2025 moet de volgende externe audit Wet Politiegegevens (Wpg) worden uitgevoerd (over de stand van zaken in 2024). De gemeente legt hierover verantwoording af aan de Autoriteit Persoonsgegevens.
Uitvoeren van de jaarlijkse pentest
In 2024 is door een gecertificeerde partij een pentest uitgevoerd. Bij een pentest wordt een check uitgevoerd op het kunnen binnendringen van het interne- en externe netwerk van de gemeente. De aanbevelingen zijn opgepakt en worden doorgevoerd. In 2025 zal opnieuw een pentest worden ingepland.
SIEM-SOC
In 2024 is er gestart met de aanbesteding van een Security Information & Event Management (SIEM), Security Operations Center (SOC). De gemeente werkt hiervoor samen met de gemeenten Sittard-Geleen en Beek. In 2025 zal naar verwachting de implementatie worden gestart.
NIS2- richtlijn
De Europese Network and Information Security directive, of NIS2-richtlijn, is bedoeld om de cyberbeveiliging en de
55
weerbaarheid van o.a. gemeenten te verbeteren. In 2025 gaat de gemeente verder met het aanscherpen van de cyberbeveiliging en het trainen van haar Cyber Incident en Response team (CIRT). Artificial Intelligence (AI)
Op 1 augustus 2024 is de AI-verordening in werking getreden. De eerste eisen gelden vanaf februari 2025. De gemeente gaat in 2025 verder met het uitbreiden van de kennis en het opstellen van beleid.
Informatiebeleid In het informatiebeleidsplan zijn voor de komende jaren de projecten benoemd om de basis op orde te brengen en te voldoen aan de wettelijke verplichtingen. De budgetten voor die nodig zijn voor het uitvoeren van de projecten in de jaren 2025-2027 zijn opgenomen in de begroting. Communicatie De kosten van het realiseren van de Maaskentjer zijn vanaf 2025 hoger als gevolg van een verplichte aanbesteding. Om de continuïteit en beschikbaarheid van de Maaskentjer te waarborgen is gekozen om de verspreiding van de Maaskentjer over de servicepunten uit te besteden. Ook dit brengt meerkosten met zich mee. Daarnaast is ook de grafische vormgeving en conceptontwikkeling verplicht aanbesteedt. Uit die aanbesteding is een nieuwe leverancier gekomen. Als gevolg van de nieuwe tarieven zijn de kosten vanaf 2025 hoger.
Treasury Saldo financieringsfunctie Dit betreft voornamelijk het saldo van de rente over de eigen financieringsmiddelen en het saldo van de toegerekende rente aan de producten van de programma's. Rekening Begroting Begroting Meerjarenraming 2023 (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
Saldo financieringsfunctie
184
400
0
0
0
0
Totaal
184
400
0
0
0
0
Opbrengst uit beleggingen De gemeente heeft aandelen in vennootschappen. Door enkele vennootschappen wordt dividend uitgekeerd. In onderstaand overzicht is een specificatie van de belangrijkste baten (dividend) en lasten van de aandelen opgenomen. Rekening Begroting Begroting Meerjarenraming (x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Dividend Enexis en B.N.G.
643
154
232
232
232
232
Rentelasten beleggingen
-11
13
-13
-13
-13
-13
Totaal
632
141
219
219
219
219
Rentelasten beleggingen: De aandelen van de beleggingen zijn als activa op de balans opgenomen. Van activa worden rentelasten aan de exploitatie doorberekend.
56
BNG Dividend aandelen BNG: Bij de berekening van het dividend van BNG is in de begroting 2025 en in de meerjarenraming 2026-2028 rekening gehouden met een bedrag van € 2,50 per aandeel. 19.266 aandelen genereren daarmee een dividendbedrag van € 48.165. Enexis Dividend aandelen Enexis Bij de berekening van het dividend van Enexis is in de begroting 2025 en in de meerjarenraming 2026-2028 rekening gehouden met een bedrag van € 0,40 per aandeel. 460.350 aandelen genereren daarmee een dividendbedrag van € 184.140.
Belastingen Dit betreft voornamelijk het saldo van de rente over de eigen financieringsmiddelen en het saldo van de toegerekende rente aan de producten van de programma's. Rekening Begroting Begroting Meerjarenraming 2023 (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
OZB woningen
3.925
4.085
4.240
4.386
4.571
4.720
OZB niet-woningen
2.129
2.169
2.245
2.316
2.390
2.467
Belastingen overig
-317
-202
-216
-223
-228
-228
5.738
6.051
6.268
6.480
6.733
6.958
Totaal
Algemene uitkering Het gemeentefonds is een fonds op de rijksbegroting waaruit de gemeenten jaarlijks een algemene uitkering ontvangen. Met deze uitkering moeten gemeenten hun taken vervullen, minimaal op het niveau zoals dit door de wet wordt voorgeschreven. Ook wordt hiermee het bestuurlijke en ambtelijke apparaat in stand gehouden. Van verschillende ministeries krijgen gemeenten daarnaast specifieke uitkeringen om specifieke taken te vervullen. In de besteding van de algemene uitkering is de gemeente vrij. Wel staan hier wettelijke taken tegenover. Over de besteding hoeft geen verantwoording aan het Rijk te worden afgelegd. De algemene uitkering is voor gemeenten de belangrijkste vrij besteedbare inkomstenbron. De gegevens die in deze begroting zijn opgenomen ten aanzien van het gemeentefonds zijn, in tegenstelling tot vorige jaren, gebaseerd op de gegevens uit de septembercirculaire 2024.
Rekening Begroting Begroting € x 1.000 Algemene uitkering
2023
2024
2025
Meerjarenraming 2026
2027
2028
44.700
49.015
50.032
48.648
50.936
52.492
Participatie
2.798
2.875
2.644
2.366
2.208
2.119
Sociaal Domijn (voogdij+energietoeslag)
1.258
0
0
0
0
0
VTH provinciale taken
149
149
149
149
149
149
Voorschoolse voorz. peuters
30
30
30
30
30
30
Integratie uitkeringen
Decentralisatie uitkeringen
57
Armoedebestrijding kinderen
69
61
79
79
79
79
Einde lening inburgeringsplichtig
3
1
0
0
0
0
Maatschappelijke begeleiding
31
2
0
0
0
0
Meerkosten regeling Oekraïne
13
0
0
0
0
0
Uitvoeringskosten gebiedsgerichte aanpak
8
0
0
0
0
0
Jeugdhulp kinderen
0
2
2
2
2
2
Antidiscriminatievoorzieningen
0
3
0
0
0
0
Leerlingenvervoer Oekraine
16
0
0
0
0
0
Versterken sociale basis
7
0
0
0
0
0
148
102
0
0
0
0
Bibiliotheekmiddelen
0
0
100
100
0
0
Versterking omgevingsveiligheidsdiensten
7
7
0
0
0
0
Wet betaalbare huur
0
0
26
22
12
10
Extra capaciteit BOA's
33
33
33
33
33
33
Wet kwaliteitsborging bouw
13
13
13
13
0
0
Taal voor ontheemden Oekraine
6
0
0
0
0
0
Goed verhuurderschap
8
0
0
0
0
0
Impulsgelden Weerbaar bestuur
0
7
7
7
0
0
Algemene uitkering voorgaande jaren
33
0
0
0
0
0
49.331
52.301
53.117
51.449
53.449
54.914
Invoeringskosten omgevingswet
Totaal
Septembercirculaire 2024 De septembercirculaire 2024 is volgens planning op Prinsjesdag verschenen. Loon en prijs ontwikkeling De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar. Voor 2025 is de raming voor de prijs bbp omhoog bijgesteld. Het BTW-Compensatiefonds (BCF) Het BCF heeft een plafond. Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een voorschot verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar. In de meicirculaire van het volgende jaar volgt dan de afrekening. In deze circulaire bedraagt het voorschot voor het jaar 2024 € 447 miljoen, dat wordt verrekend via de uitkeringsfactor met 14,8 punten. De stelpost die we voor de ruimte onder het plafond hebben, komt hier in 2024 mee te vervallen. Maatstaf Huishoudens laag inkomen In de meicirculaire 2024 is aangekondigd dat in de septembercirculaire nadere informatie zou volgen over de definiëring van het meerjarig gemiddelde van de maatstaf Huishoudens laag inkomen met drempel. Dit is inmiddels bekend in de septembercirculaire en deze wijziging in de systematiek zorgt voor hoeveelheidsverschillen. Toelichting indexatie Wmo demografie Het Rijk en gemeenten werken aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten voor de wettelijke zorgtaken Wmo.
De verwachting is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Vooruitlopend op de gekozen bekostigingsvorm is in de septembercirculaire 2024 vanaf 2026 een jaarlijks bedrag € 75 miljoen oplopend tot € 300 miljoen in 2029 opgenomen. Aangezien deze middelen voor de vergrijzing en andere demografische ontwikkelingen toegevoegd
58
worden aan het gemeentefonds, worden deze middelen ook aan de lastenkant toegevoegd. Dit verloopt dus budgettair neutraal. Uitkeringsbasis Bij de ontwikkeling van de uitkeringsbasis gaat het om mutaties van de landelijke aantallen van de inwoners. In de veronderstelling dat het te verdelen bedrag niet toeneemt als de hoeveelheid stijgt, zal per maatstaf het maatstafgewicht evenredig moeten dalen. Dat is een ingewikkelde methode en daarom wordt gekozen voor een eenvoudige oplossing, namelijk de daling van de uitkeringsfactor. In deze circulaire daalt de uitkeringsfactor . Het effect van de septembercirculaire 2023 is voor de gemeente Stein als volgt: 2024
2025
2026
2027
2028
Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2024
564
LPO en Volume acrres
-30
195
190
155
81
Hoeveelheidsverschillen en uitkeringsbasis
-263
-457
-119
420
432
Besparingsverlies jeugd
757
823
847
Indexatie Wmo demografie
128
261
396
Overige taakmutaties
-13
-11
-21
-25
-30
Decentralisatieuitkeringen
56
126
122
12
10
WOZ-waarden mutaties
40
42
42
42
42
25
23
22
22
Participatie (IU) Totaal verschil
352
-80
1.123
1.711
1.800
Opnemen lastenkant
298
-169
-1.066
-1.109
-1.251
54
-249
57
602
549
Effect septembercirculaire
De effecten voor begrotingsjaar 2024 zullen in de slotwijziging 2024 worden verwerkt. Stelpost Jeugd Het kabinet Schoof zet de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd door en laat de besparing Jeugdzorg vanaf 2026 structureel vervallen. In de septembercirculaire 2024 is dit verwerkt Dit verloopt voor gemeenten budgettair neutraal, omdat zij in de begroting voor Jeugdzorg voor de jaren 2026 tot en met 2028 rekening mochten houden met de voorgenomen besparing en een lagere raming van de uitgaven. Dit houdt in dat er nog een klein deel van de stelpost resteert, wat gemeenten als stelpost mogen meenemen. Richtlijn financieel toezichthouder
2025
Meenemen in begroting bovenop circulaire Hoger te ramen middelen
2026
2027
2028
284 miljoen
211 miljoen
250 miljoen
Dit betekent dat in de begroting van de gemeente Stein conform bovenstaande een stelpost is opgenomen, die als volgt is opgebouwd: ( x € 1.000)
Extra ontvangsten rijksmiddelen
2025
2026
2027 436
2028 324
384
59
Overige baten en lasten Stelposten Mutaties stelposten
Begroting 2025
(x € 1.000)
Meerjarenraming 2026
2027
2028
Stelpost loonstijgingen
-673
-1.248
-1.992
-2.645
Stelpost participatiebedrijf
216
311
371
421
Onderuitputting kapitaallasten
32
162
230
254
Stelpost bezuinigingen accommodaties
0
1
0
0
Stelpost herbezetting OR
-53
-71
-71
-71
Stelpost verkoop verlof
-43
-43
-44
-45
Stelpost flexibele beloning
-30
-31
-31
-32
Stelpost onderuitputting BCF plafond
545
545
545
545
Stelpost ziek en piekpot
-500
-512
-524
-537
Stelpost formatie College
0
44
88
88
-10
0
0
-1
0
436
324
384
-30
-30
-30
-30
-546
-436
-1.135
-1.669
Stelpost taxaties verzekerde objecten Stelpost Jeugd extra middelen Stelpost arbeidsmarktbeleid binden en boeien Totaal Onvoorzien
Rekening Begroting Begroting 2023 (x € 1.000)
2024
2025
Meerjarenraming 2026
2027
2028
Onvoorzien
0
-25
-25
-25
-25
-25
Totaal
0
-25
-25
-25
-25
-25
Mutaties reserves Rekening Begroting Begroting 2023 (x € 1.000)
2024
2025
Meerjarenraming 2026
2027
2028
Mutaties reserves
984
3.979
1.332
547
633
474
Totaal
984
3.979
1.332
547
633
474
60
Algemene dekkingsmiddelen
In deze tabel worden baten en de daaraan gerelateerde lasten toegelicht, die géén directe relatie hebben met de diverse programma's. Rekening Begroting Begroting Meerjarenraming 2023 (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
Lokale heffingen
5.738
6.051
6.268
6.480
6.733
6.958
Algemene uitkeringen
49.331
52.576
53.662
52.429
54.318
55.842
Dividend
632
141
219
219
219
219
Saldo financieringsfunctie
184
400
0
0
0
0
Overige algemene dekkingsmiddelen Totaal (incl. mutaties reserves)
698
332
-426
-821
-1.474
-2.094
56.583
59.500
59.723
58.308
59.797
60.926
Relatie verbonden partij met realisatie programma Verbonden partij BsGW
Samenwerkingsvorm GR
Wat is de bijdrage aan dit programma? Het een zo groot mogelijk maatschappelijk rendement halen uit samenwerking tussen lokale overheden op gebied van belastingheffing eninning.
BNG
Privaat
Het genereren van extra inkomsten voor de gemeente uit eventueel verkregen dividend.
Enexis Holding
Privaat
Het genereren van extra inkomsten voor de gemeente uit eventueel verkregen dividend.
Waterleidingmaatschappij Limburg NV
Privaat
61
Wat gaat het kosten ? Baten en lasten Rekening Begroting Begroting (x € 1.000)
2023
2024
2025
Meerjarenraming 2026
2027
2028
Lasten
14.438
15.985
16.310
16.783
17.026
17.528
Baten
57.747
60.788
61.710
60.811
63.041
64.679
Saldo van baten en lasten
43.308
44.803
45.400
44.028
46.015
47.151
Toevoeging reserves
4.322
504
5.342
303
Onttrekking reserves
5.306
4.482
6.674
850
633
474
44.292
48.782
46.733
44.575
46.648
47.626
Resultaat
Toelichting relevante afwijkingen programma: Wat mag het kosten?
Relevante afwijkingen tussen begroting 2024 en begroting 2025
Bedrag x € 1.000
Economische samenwerking Zuid-Limburg In 2025 is er minder geld beschikbaar, dit wordt veroorzaakt door verwachte lagere kosten
125
Beheer overige gebouwen en gronden Een hogere indexatie en de gevolgen van de meerjarenonderhoudscyclus zorgen voor een toename van de kosten in 2025.
-63
Participatiebedrijf Wegens verwachte aanpassing van de kostenstructuur WSW Vidar wordt dit voordeel tijdelijk op een stelpost gezet OZB woningen en niet woningen
179
Door indexatie en areaaluitbreiding zijn de opbrengsten van de OZB belasting toegenomen. Algemene uitkering
241
Extra middelen als gevolg van de mei - en septembercirculaire ten opzichte van 2024
1.085
Stelposten In 2024 zijn de stelposten OR herbezetting en ziek en piek ingezet op de diverse kostenplaatsen. Verder zijn de inhuurbudgetten binnen dit programma in 2025 hoger met name als gevolg van inhuur van een programmamanager (procesoptimalisatie) Arbeidsmarktbeleid Dit betreft met name een budget voor reiskosten woon-werkverkeer vanuit het arbeidsmarktbeleid binden en boeien kadernota 2025
-399
-145
ICT Betreft een hoger budget in 2025 met name voortvloeiend uit het informatiebeleidsplan 2025 (kadernota 2025)
-311
Dividend In 2025 is een hoger budget voor dividend Enexis opgenomen dan in 2024, gebaseerd op een bedrag van € 0,40 per aandeel
78
62
Rente In 2024 was een is een lager budget voor doorberekende rente (aan overige programma's) van investeringen ten opzichte van 2025 Goederen en diensten In 2024 zijn er hogere budgetten nodig geweest voor met name extra verkiezingen, implementatie WOO en doorontwikkeling van de organisatie
-415
343
Leges Publiekszaken Als gevolg van de piek in aanvragen van paspoorten en ID-kaarten is in 2025 een hoger bedrag aan leges te verwachten
52
UWV In 2024 is rekening gehouden met een bedrag voor te ontvangen middelen van het UWV Reserves In 2025 wordt voor € 5.000.000 uit de algemene reserve gebruikt voor een bruteringsreserve OBS de Maaskei. Daarnaast vinder er meer onttrekkingen plaats aan de algemene reserve (115) en voor pilots duurzaamheid (168) en voor de stationsomgeving (25) ten opzichte van 2024. Verder wordt een lager bedrag aan de reserve krimp onttrokken (-185). Ook aan de reserve egalisatie afval (-44), de reserve ESZL (-75), de reserve omgevingswet (-218), de reserve uitvoeringsprogramma toerisme (-261), de reserve grondexploitaties per saldo (-110) en de reserve budgetoverheveling per saldo (-1.970). Ook heeft in 2024 een toevoeging plaatsgevonden aan de reserve parkeerplaats Steinerbos (50), de reserve invoering omgevingswet (102) die in 2025 zich niet voordeden. Daarnaast is aan de reserve Buig een bedrag toegevoegd(-238) Voorzieningen
-132
-2.647
Als gevolg van actualisaties is de bijdrage aan de voorzieningen in 2025 voor een bedrag van € 34.000 hoger
-34
Kapitaallasten Ontwikkelingen in de kapitaallasten in 2025 ten opzichte van 2024 die aan dit programma zijn toegerekend door actualisatie van de investeringsplanning.
-157
Stelpost onderuitputting kapitaallasten vanaf 2025 in afwachting van actualisatie investeringsplanning
32
Algemeen Ontwikkelingen in de doorbelaste interne uren in 2025 ten opzichte van 2024 aan dit programma.
194
63
Paragrafen Lokale heffingen Inleiding
Het pakket van de gemeentelijke belastingen en heffingen bestaat in Stein uit een vijftal heffingen. Deze worden gelegitimeerd door verordeningen die de raad elk jaar vaststelt. De lokale heffingen worden ingedeeld in twee categorieën: • Belastingen: Deze worden door de overheid dwangmatig opgelegd. Voor de belastingbetaler staat hier geen individuele aanwijsbare prestatie tegenover. Belastingplichtigen hebben feitelijk geen keuzemogelijkheid. • Heffingen: Dit zijn betalingen aan de overheid voor een door de overheid individueel geleverde specifieke overheidsprestatie. De heffingen zijn gebaseerd op het profijtbeginsel. Iemand die van de overheid profiteert, betaalt hiervoor een bijdrage. Lokale heffingen De lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. De gemeente Stein kent de volgende niet bestedingsgebonden heffingen. Rekening Begroting Begroting 2023 (x € 1.000)
Afvalstoffenheffing
2024
2025
Meerjarenraming 2026
2027
2028
3.454
3.734
3.978
4.123
4.122
4.110
873
1.073
915
1.030
1.118
1.035
OZB niet woningen
2.129
2.169
2.245
2.316
2.390
2.467
OZB woningen
3.925
4.085
4.240
4.386
4.571
4.720
Rioolheffing
2.802
3.348
3.403
3.569
3.738
3.911
230
223
209
216
222
229
13.412
14.632
14.990
15.641
16.161
16.471
Leges
Toeristenbelasting Totaal
Algemeen
Waarom wordt belasting geheven? Een gemeente genereert geen winst zoals een private onderneming. De lasten die de gemeente jaarlijks maakt voor het lokaal bestuur en het onderhouden en in stand houden van wegen, riolering, scholen, openbaar groen etc. worden voor een groot gedeelte gedekt uit de van het Rijk ontvangen algemene uitkering. Omdat de algemene uitkering niet de volledige uitgaven dekt, moet de gemeente zelf ook baten genereren. Dit gebeurt door het heffen van belastingen en (privaatrechtelijke) heffingen. Verschil algemene heffingen en specifieke heffingen: Bepaalde belastingen/heffingen mogen alleen worden opgelegd als kosten worden gemaakt voor dit doel. Zo mag bijvoorbeeld de opbrengst van de afvalstoffenheffingen niet hoger zijn dan de kosten die hiervoor worden gemaakt. Er zijn ook belastingen/ heffingen die een algemeen karakter hebben. Deze zijn wat hoogte en besteding betreft niet voor een specifiek doel bestemd, maar dienen ter dekking van algemene uitgaven. De heffingen van de gemeente Stein zijn: • Onroerende Zaak Belastingen (OZB) • Afvalstoffenheffingen • Rioolheffingen • Toeristenbelasting • Leges
64
Totstandkoming van de tarieven: Jaarlijks worden bij het vaststellen van de begroting ook de opbrengsten voor de belastingen/heffingen en retributies door de gemeenteraad vastgesteld. In de raad van 12 december 2024 wordt, na vaststelling van de programmabegroting 2025, per belasting/heffing een aparte verordening vastgesteld met daarin opgenomen het doel, de grondslag en de definitieve tarieven 2025 van de belasting/heffing. Belastingbeleid: Op 18 maart 2021 is het Belastingbeleidsplan door uw raad vastgesteld. In dit plan is het belastingbeleid voor de komende jaren beschreven. Het opbrengstvolume van de OZB wordt in 2025 conform dit plan met een indexering van 3,5 % verhoogd. Voor de rioolheffing geldt het principe van 100% kostendekkendheid. Dat betekent dat de opbrengst van de rioolheffing voldoende moet zijn om de kosten die gemaakt worden voor de instandhouding en verbetering van het watersysteem te borgen. Schommelingen in de rioolheffing worden opgevangen middels de daartoe gevormde (egalisatie)voorziening. Voor de afvalstoffenheffing geldt hetzelfde kader van kostendekkendheid. Bij deze heffing kan de ingestelde egalisatiereserve ingezet worden om schommelingen in de tarieven tegen te gaan.
Uitgangspunt bij zowel de rioolheffing als de afvalstoffenheffing is dat niet uitgegeven middelen middels de voorziening respectievelijk egalisatiereserve ingezet worden om tariefstijgingen te dempen. Daarnaast wordt bij voortduring kritisch gekeken naar de uitgaven om daarmee de lasten voor inwoners en bedrijven te beperken.
Onroerende zaakbelastingen (OZB)
Doel van de belasting/heffing: De opbrengst van de Onroerende zaakbelasting (OZB) is een algemeen dekkingsmiddel. Tegenover deze belastingopbrengst staan geen specifieke uitgaven. Wie is belastingplichtig? De OZB wordt geheven van: • de eigenaren van alle woningen en • de eigenaren en gebruikers van niet-woningen (bedrijven, scholen, trafo's etc.) binnen de gemeentegrenzen. Grondslag van de heffing: De grondslag voor de heffing is de WOZ-waarde. Dit is de waarde volgens de Wet Onroerende Zaken. De tarieven voor de OZB zijn mede afhankelijk van de getaxeerde WOZ-waarden. Overige informatie: Er bestaat een relatie tussen de OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De algemene uitkering wordt over de gemeenten verdeeld met behulp van verdeelmaatstaven die verschillen in kosten weerspiegelen, maar ook verschillen in belastingcapaciteit. Voor de belastingcapaciteit wordt een afgeleide van de waarde van onroerende zaken gebruikt. Gemeenten die binnen hun grenzen veel hoog gewaardeerd onroerend goed hebben, ontvangen een lagere uitkering dan soortgelijke gemeenten met minder waardevol onroerend goed. Van de waarde van woningen wordt met 80% rekening gehouden en van de waarde van niet-woningen 70%. Hierop wordt het zogenaamde rekentarief toegepast. Dit rekentarief is globaal afgeleid van het gemiddelde OZB-tarief.
Het OZB-tarief dat de gemeente hanteert, is niet relevant voor deze aftrekpost bij de algemene uitkering.
65
Relatie met programma's: Omdat de onroerende zaakbelasting een algemeen dekkingsmiddel is worden de opbrengsten van deze heffing verantwoord op het programma Bestuur en Ondersteuning en algemene dekkingsmiddelen.
Afvalstoffenheffing
Doel van de belasting/heffing: De opbrengsten van deze heffingen worden benut voor het dekken van de kosten voor het ophalen, verwijderen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen en de kosten voor heffing en invordering. Wie is belastingplichtig? De gebruiker van een perceel waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan, is belastingplichtig. Dit kan een woning zijn, maar ook bijvoorbeeld een vakantiehuis naast een woonhuis. Grondslag van de heffingen Voor de afvalstoffenheffingen worden hoofdzakelijk tarieven per kilo aangeboden afval, per lediging afvalbak en een vastrecht gehanteerd. Verdeling van de kosten De gemeente heeft een wettelijk inzamelplicht voor het afval van huishoudens. Om deze kosten transparant te maken, zijn de kosten naar taakveld uitgesplitst. Uit onderstaande overzicht blijkt dat het grootste deel van de gemeentelijke kosten staat op het taakveld afval (€ 3.497.000). Deze kosten bestaan vooral uit het daadwerkelijk inzamelen en verwerken van het huishoudelijke afval inclusief het scheiden van afval en het recyclen. Ook de kosten voor de heffing en invordering van de afvalstoffenheffingen worden binnen dit taakveld verantwoord. Denk hierbij aan het versturen van juiste aanslagen aan de juiste personen. Naar verwachting wordt € 253.000 uitgegeven aan taken die onder het taakveld verkeer en wegen vallen.
Zo draagt het schoonmaken en het schoonhouden van de wegen bij aan een afvalvrije openbare ruimte. Daarnaast is € 580.000 toegerekend van het taakveld overhead. Dit zijn kosten die worden gemaakt voor de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. De compensabele BTW bedraagt € 507.000 en wordt, conform de BBV-wetgeving, eveneens aan de kosten toegerekend. Herkomst middelen Naar verwachting ontvangen we € 714.000 aan opbrengsten van de verwerking van het ingezamelde afval. Gemeenten mogen op grond van artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer voor de inzameling van het afval van huishoudens een afvalstoffenheffing invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn. In de begroting 2025 is een netto-kostenpost voor het afval van € 4.123.000 opgenomen. Deze bedragen zijn inclusief de extra incidentele en structurele kosten die nodig zijn voor het Uitvoeringsplan 'Van Afval Naar Grondstoffen 2022-2025'. Om een kostendekkendheid van 100% te realiseren is nog een onttrekking van € 45.000 uit de egalisatiereserve afval nodig. De hoogte van deze onttrekking ligt in lijn met het raadsbesluit van 23 juni 2022 betreffende de vaststelling van eerdergenoemd uitvoeringsplan. Tevens wordt een extra onttrekking uit de egalisatiereserve ingezet van € 100.000 gedurende de resterende looptijd van het UVP ( tot en met 2025).
Op basis van de geactualiseerde baten en lasten is in 2025 een vastrecht-tarief van € 270,76 (was € 246,45 in 2024) nodig om de gewenste 100% kostendekkendheid te realiseren. Op 12 december 2024 worden de verordening Afvalstoffenheffing 2025 en de definitieve tarieven voor 2025 vastgesteld.
66
Berekening van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing 2025 bedragen x € 1.000
lasten taakvelden 2.1 wegen en vervoer
253
7.3 afval
3.497
totaal lasten taakvelden
3.750
baten taakvelden 7.3 afval
714
totaal baten taakvelden
714
netto lasten taakvelden
3.036
toe te rekenen lasten: overhead
580
compensabele BTW
507
totale netto lasten
beschikking over egalisatiereserve
4.123
145
opbrengst heffing
3.978
totale opbrengsten
4.123
kostendekking:
100%
Relatie met programma's: De opbrengsten van de afvalstoffenheffing worden verantwoord op het programma Volksgezondheid en Milieu. De kosten die in de heffing worden meegenomen worden verantwoord op het programma volksgezondheid en milieu en het programma verkeer vervoer en water.
Rioolheffingen
Doel van de belasting/heffing: De opbrengst van deze heffingen wordt benut voor het dekken van de kosten van afval-, hemel- en grondwater (inclusief rioleringen). Wie is belastingplichtig? De belasting wordt geheven: • van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot heeft van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en • van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd dan wel dat belang heeft bij nakoming van de gemeentelijke waterzorgplichten, verder te noemen: gebruikersdeel.
67
Grondslag van de heffing: Stein baseert zich op het eigendomsrecht. Per perceel wordt een vast bedrag opgelegd. Daarnaast worden de verbruikers aangeslagen op basis van het watergebruik. Verdeling van de kosten: De gemeente is wettelijk verplicht haar zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater na te komen. Om deze kosten transparant te maken, zijn de kosten naar taakveld uitgesplitst. Het merendeel van de gemeentelijke kosten betreft het taakveld riolering € 2.440.000. De kosten bestaan vooral uit kosten voor het nakomen van de gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater, met name aanleg en onderhoud van rioleringen en de kosten voor heffen en invorderen van de rioolheffingen. De hoge indexeringen, die reeds zijn verwerkt in de bestuursrapportage 2024, hebben een behoorlijke impact op de kosten. Naar verwachting wordt € 126.000 uitgegeven aan straatreiniging, een kostenpost die onder het taakveld verkeer en wegen valt. Dit voorkomt overbelasting van het rioolstelsel bij piekbelasting. Verder is€ 397.000 opgenomen voor het taakveld overhead. Dit zijn kosten voor de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. De compensabele BTW bedraagt € 439.000 en wordt, conform de BBV-wetgeving, eveneens aan de kosten toegerekend. Herkomst middelen: Gemeenten mogen op grond van artikel 228a van de Gemeentewet een rioolheffingen invoeren.
Deze mag maximaal kostendekkend zijn. Om 100% kostendekking te realiseren is een bedrag van € 3.403.000 als opbrengst van de rioolheffing in de begroting opgenomen. In 2021 is het Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie en bijbehorend projectenplan vastgesteld. De financiële doorrekening van dit plan laat zien dat de toekomstige riooltarieven aanzienlijk hoger zijn dan het toenmalige tarief. Bij de vaststelling van dit plan is op basis van deze doorrekening door de raad bepaald dat het riooltarief met ingang van 2021 jaarlijks met € 8,50 wordt verhoogd om een gematigde stijging van het riooltarief voor de komende jaren mogelijk te maken. Uitgaande van de 100% kostendekkendheid is op basis van de geactualiseerde baten en lasten van het rioolcompartiment voor 2025 een tarief berekend van € 206,16. (was in 2024 €197,75) Daarmee stijgt het tarief € 8,41, en past binnen door de raad vastgestelde stijging. Op 12 december 2024 worden de verordening Rioolrecht 2025 en de definitieve tarieven voor 2025 vastgesteld.
Berekening van kostendekkendheid van de rioolheffing 2025 bedragen x € 1.000
lasten taakvelden 2.1 wegen en vervoer
126
7.2 riolering
2.440
totaal lasten taakvelden
2.566
netto lasten taakvelden
2.566
toe te rekenen lasten: overhead
397
compensabele BTW
439
totale lasten
3.403
68
beschikking over voorziening ter demping tarieven
-
opbrengst rioolheffing
3.403
totale baten
3.403
kostendekking:
100%
Relatie met programma's De opbrengsten van de rioolheffing worden verantwoord op het programma Volksgezondheid en Milieu. De kosten die in de heffing worden meegenomen worden verantwoord op het programma volksgezondheid en milieu en het programma verkeer vervoer en water.
Toeristenbelasting
Doel van de belasting/heffing: De opbrengst van deze belasting is een algemeen dekkingsmiddel. Een deel van de opbrengst wordt aangewend voor de revitalisering van het toerisme en de recreatie. Wie is belastingplichtig? Belastingplichtige is die persoon die verblijft (overnacht) in de gemeente Stein zonder in het bevolkingsregister van deze gemeente te zijn opgenomen. Grondslag van de heffing: Per persoon wordt per overnachting een bedrag geheven. Tarieven 2025: Tarief per overnachting: €2,20 (was €2,13 in 2024) €0,10 Kampeerterrein/kamperen bij de boer (was €0,10 in 2024) De toeristenbelasting wordt per kwartaal, op aangifte, achteraf opgelegd. Relatie met programma's: De baten van de toeristenbelasting worden verantwoord op het programma economie.
Leges
Titel 1 – Algemene dienstverlening We streven naar 100% kostendekkendheid, maar zijn hierin beperkt door de gemaximeerde legestarieven vanuit het Rijk. Zie hieronder de mate van kostendekkendheid voor de leges burgerzaken. Burgerzaken maakt deel uit van het programma Bestuur en Ondersteuning. Titel 1: Algemene dienstverlening Burgerlijke stand Reisdocumenten Rijbewijzen Verstrekkingen uit gemeentelijke basisregistraties Kansspelen Verkeer en vervoer Diversen Totaal
Lasten
Baten
Kosten dekking
35,0 383,2 126,5 37,6
23,5 339,3 114,8 25,3
67% 89% 91% 67%
2,0 27,6 2,0 613,9
1,1 14,1 1,1 519,1
55% 51% 55% 85%
69
Titel 2 – Dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Het grootste gedeelte van de kosten en opbrengsten binnen titel 2 vallen binnen het hoofdstuk van de Omgevingsvergunning. Omgevingsvergunningen maken deel uit van het programma Ruimtelijke Ordening. Titel 2 : Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgevings-vergunningen
lasten
baten
kosten dekking
Omgevingsvergunningen
656
261
40%
Totaal
656
261
40%
Binnen titel 2 wordt dus grofweg 40% van de kosten gedekt door baten. Titel 3 – Dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn Deze titel vormt een klein gedeelte van onze legesinkomsten. Onze tarieven zijn hier niet kostendekkend, de mate van kostendekkendheid ligt rond de 67%. Titel 3 : Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijnen
lasten
baten
kosten dekking
Horeca
7,0
3,7
53%
Organiseren van evenementen of markten
55,7
38,0
68%
Totaal
62,7
41,7
67%
Vergelijking regionaal
In onderstaande tabel worden de gemiddelde woonlasten 2024 van een eigenaar/gebruiker en een huurder in Stein vergeleken met de gemeenten van Limburg. De cijfers zijn afkomstig uit het Belastingoverzicht 2024 van de provincie Limburg. Lastendruk Stein
OZB 356
Aanslag eigenaar en gebruiker afval riool totaal 335 279 970
Aanslag huurder 416
Per regio Maastricht-Heuvelland
360
357
270
987
454
Midden-Limburg Noord-Limburg
330 372
299 261
244 219
873 852
379 344
Parkstad Westelijke Mijnstreek
345 415
335 316
250 240
930 971
465 330
Limburg
360
312
244
916
400
Per inwonersklasse 0 - 10.000
502
278
143
923
298
10.001 - 20.000 20.001 - 50.000
401 346
294 303
288 281
983 930
416 387
>= 50.001
356
325
203
884
407
70
Om een inschatting te geven waar Stein staat wat betreft de lastendruk eigenaar en gebruiker, en de lastendruk huurder zijn in onderstaande tabellen de gemiddelde aanslagen, de gemeenten met de hoogste en de laagste aanslagen en de aanslagbedragen van Stein opgenomen. Bij Stein is de positie aangegeven op de ranglijst van gemeenten van Limburg. Lastendruk eigenaar/gebruiker
Positie
Aanslag
Limburg
gemiddeld
915
Meerssen Stein
hoogste 21e van 31
1276 971
Beesel
laagste
771
Lastendruk huurder
Positie
Aanslag
Limburg
gemiddeld
400
Voerendaal
hoogste
679
Stein
17e van 31
416
Nederweert
laagste
162
Kwijtscheldingsbeleid
Stein hanteert de zogenaamde 100% norm voor de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen. Of een belastingplichtige in aanmerking komt voor kwijtschelding wordt beoordeeld aan de hand van een inkomens- en/of vermogenstoets. Bij deze toets wordt met de kosten van bestaan volgens de bijstandsnorm voor 100% rekening gehouden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de Leidraad Invorderingswet 1990. Vanaf 2023 is de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Stein aangepast en is een wettelijke basis gecreëerd voor IB-ondernemers om onder voorwaarden kwijtschelding te kunnen vragen voor gemeentelijke heffingen. Kwijtschelding wordt alleen verleend indien het een aanslag betreft voor onroerende zaakbelastingen, rioolheffingen en vastrecht van de afvalstoffenheffingen.
71
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding
De gemeente Stein acht het wenselijk om risico's die van invloed zijn op de bedrijfsvoering beheersbaar te maken. Door inzicht in de risico's wordt de organisatie in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen. Om inzicht in de risico’s van de gemeente te kunnen verkrijgen is er een risico-inventarisatie uitgevoerd. Hieronder wordt verslag gedaan van de resultaten van de risico-inventarisatie. Op basis van de geïnventariseerde risico’s is tevens het weerstandsvermogen berekend.
Risicoprofiel
Om de risico's van gemeente Stein in kaart te brengen wordt elk jaar bij de begroting en jaarrekening een risicoprofiel opgesteld. Bij het opstellen van dit risicoprofiel worden de verschillende risico's binnen de organisatie in beeld gebracht. Dit zijn zowel grote als kleine risico’s, risico’s met interne of externe oorzaak, operationeel dan wel strategisch van aard.
Risico
Schatting maximale omvang risico
Kans
Schatting verwachte omvang risico
Privacy risico’s
3.400.000
10%
340.000
Beveiligingsrisico’s
4.000.000
10%
400.000
Garantstellingen
1.500.000
5%
75.000
Grondexploitaties
400.000
10%
40.000
Dossier BAG B.V.
2.500.000
10%
250.000
200.000 550.000
50% 30%
100.000 165.000
Juridische risico’s
PM
PM
PM
Fiscale risico’s
PM
PM
PM
Loon en prijsontwikkeling
PM
PM
PM
800.000
20%
160.000
Jeugd zorgaanbieders Risico’s gemeentefonds
Investeringsplanning
Toelichting risico's Privacy risico’s Op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) kan een boete worden opgelegd van maximaal 4% van de omzet. Voor de gemeente Stein zou dit een maximale boete van € 3.400.000 kunnen betekenen. Beveiligingsrisico’s ICT ransomware en phishing: De ICT-systemen en- of data worden ontoegankelijk. Systemen zullen niet beschikbaar zijn en gegevens zullen niet meer te openen zijn. De dienstverlening naar interne medewerkers en inwoners zal hier hinder van ondervinden. Garantstellingen De gemeente staat garant voor instellingen als zij hun verplichtingen niet kunnen nakomen. Kans hierop is zeer klein, omdat er een waarborgfonds bij betrokken is.
72
Grondexploitaties Belangrijke uitgangspunten bij het beoordelen van de resultaten van de grondexploitatie zijn het voorzichtigheidsprincipe (verliezen nemen wanneer ze zich voordoen) en realisatieprincipe (winsten nemen bij voldoende zekerheid van behalen). Echter zijn er wel risico’s verbonden aan de grondexploitaties indien er niet voldoende kavels worden afgenomen, waardoor vertraging kan plaatsvinden. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat door de toenemende complexiteit van de ontwikkelingen en de hoogte van de investeringen de risico’s in de grondexploitaties alsmaar groter worden. Dossier BAG B.V. Er kan niet uitgesloten worden dat de gemeente Stein naar aanleiding van het faillissement van BAG B.V. geconfronteerd gaat worden met kosten, gericht op het verwijderen van de op het terrein aanwezige (minerale) reststoffen. Jeugd zorgaanbieders De verwachting is dat in 2025 de financiële problemen van de grote jeugdzorg aanbieders nog niet opgelost zullen zijn. De centrumgemeente Maastricht voert namens de 16 Limburgse gemeenten de regie hierin. Gezien het grillige karakter van de jeugdzorg volgen we hierin een gezamenlijke koers. Het is nog niet duidelijke hoe het verdere verloop of resultaat gaat zijn.
In Limburg wordt bekeken hoe het jeugdlandschap anders ingericht kan worden, de zogenaamde Task Force: De gezamenlijke Limburgse jeugdregio’s zijn op provinciaal niveau op zoek naar een oplossing voor het systeemprobleem in het zorglandschap waarmee ze worden geconfronteerd. Daarvoor moet een visie met een helder perspectief worden uitgewerkt. Op het niveau van de individuele jeugdregio’s speelt de vraag hoe binnen deze visie tot een concrete oplossing kan worden gekomen indien de zorg bij de betrokken zorgaanbieders op korte tot middellange termijn in het gedrang komt. Het probleem is te groot voor de jeugdregio’s om zonder hulp van het ministerie, VNG, jeugdautoriteit en inspectie op te lossen. Daarom werken deze partijen gezamenlijk met de jeugdregio’s aan een visie die ook uitvoerbaar is. Risico’s gemeentefonds Tot en met 2024 geldt voor de groei (accres) van het gemeentefonds de methode dat wanneer de rijksuitgaven stijgen, het gemeentefonds evenredig meegroeit. Omgekeerd geldt hetzelfde: dalen de rijksuitgaven als gevolg van bezuinigingen, dan daalt het gemeentefonds evenredig mee. Dit noemen we de trap-op-trap-af-systematiek (ook wel normeringssystematiek). Vanaf 2025 wordt de koppeling met de rijksuitgaven losgelaten en is het de ontwikkeling van het bruto binnenlands product leidend voor de groei van het gemeentefonds.
Daarnaast heeft het Rijk een nieuwe verdeling van het gemeentefonds doorgevoerd per 1 januari 2023 waarbij de herverdeeleffecten voor de eerste drie jaren gemaximeerd zijn. Voor 2026 en verder houdt het Rijk nog altijd het maximale effect van € 37,50 aan. Bij de evaluatie van het herverdeelmodel kan dit wijzigen. Tot die tijd is er onzekerheid over de hoogte. Indien er de komende periode geen duidelijk vooruitzicht gaat zijn over hoe het kabinet omgaat met ‘het ravijnjaar’ van de gemeenten zal er in 2025 een plan van aanpak moeten komen om in 2026 te komen tot een sluitende begroting. Oftewel de genoemde denkrichtingen in deze begroting, zullen (voor een gedeelte) uitgewerkt moeten worden. Tevens zijn er omtrent het gemeentefonds een tweetal stelposten opgenomen waarvan de realisatie onzeker kan zijn. Deze hebben in 2025 een omvang van € 550.000. Juridische risico’s Onze gemeente loopt juridische risico’s in zijn algemeenheid, aangezien gemeenten besluiten neemt waartegen bezwaar en beroep kan worden ingesteld.
73
Fiscale risico’s De gemeente Stein wordt - mede door veranderingen in wet- en regelgeving - geconfronteerd met een aantal risico’s/onzekerheden op fiscaal gebied. Loon- en prijsontwikkeling Inflatie en CAO stijgingen zijn afgedekt met de in de circulaires genoemde percentages. De werkelijkheid kan positief dan wel negatief hiervan afwijken. Investeringsplanning In het kader van een reële investeringsplanning is er in de meerjarenraming rekening gehouden dat van de totaal geraamde investeringsbedragen in 2025 80%, in 2026 85 %, en in 2027 90% wordt besteed. Dit wordt met name verwacht door externe onzekerheden en afhankelijkheden. Omdat niet van te voren te bepalen is welke investeringen vertraging oplopen in de uitvoering, wordt het investeringsvolume met een percentage omlaag gebracht. Hierdoor ontstaat een risico in de begroting.
Benodigde weerstandscapaciteit
Op basis van deze risico's is een risicosimulatie (Montecarlo simulatie) uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van de maximale omvang van het risico ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de risico simulatie blijkt dat bij een zekerheidspercentage van 90% risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 3.080.000. De kans is een inschatting dat een risico ook daadwerkelijk zal plaatsvinden. Deze aanname wordt vervolgens geclusterd waarbij een kans tot 10% wordt aangemerkt als zeer klein, de kans tot 30% als klein, tot 50% als middel, tot 70% als groot en alles daarboven tot zeer groot.