CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025-2028

Besluitvormende raadsvergadering 7 november 2024, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Programmabegroting 2025-202836.989 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de financiële middelen en de mogelijkheden waarover onze gemeente beschikt om risico’s van financiële aard (niet-begrote kosten), die zich onverwacht voordoen en die van substantiële aard zijn, te kunnen dekken. Dit kunnen zowel incidentele als structurele middelen zijn. Op grond van de vereisten van het BBV heeft de gemeente Stein ervoor gekozen om onze weerstandscapaciteit uit de elementen algemene reserve en de post onvoorzien te vormen. Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand Algemene reserve (vrij besteedbaar) Post onvoorzien Totale weerstandscapaciteit

Startcapaciteit € 17.614.000 € 25.000 € 17.639.000

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, is de relatie gelegd tussen beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit is afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het hieronder geschetste weerstandsvermogen.

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit

=

€ 17.639.000 €

3.080.000

= 5,72

Onderstaande normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio.

74

Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6

Betekenis uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende

Het ratio van de Gemeente Stein valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen.

Financiele kengetallen

In deze paragraaf zijn een aantal kengetallen opgenomen. Deze kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid. Bij de toelichting hebben we aandacht voor toekomstige ontwikkelingen, leggen we, indien mogelijk, een relatie met de verschillende programma's en beoordelen wij de kengetallen.

Indicator

rekening begroting begroting 2023 2024 2025

begroting begroting begroting 2026 2027 2028

Netto schuldquote

75%

78%

103%

121%

130%

130%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

71%

76%

100%

118%

127%

128%

Solvabiliteitsratio

27%

30%

26%

23%

21%

20%

Structurele exploitatieruimte

8,4%

5,4%

1,5%

-1,6%

-0,2%

-0,3%

Grondexploitatie

2,1%

-0,6%

0,9%

1,1%

0%

0%

Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens

103%

103%

103%

103%

103%

103%

Onderverdeling voor de beoordeling Om een beeld te geven hoe de financiële positie van de gemeente Stein zich ontwikkelt, is gebruik gemaakt van een onderverdeling naar drie categorieën. Dit zijn: groen (goed/weinig risico), oranje (voldoende/voorzichtigheid geboden) en rood (onvoldoende/veel risico). In onderstaande tabel de standaard percentages die daarvoor gebruikt worden. Deze percentages zijn gebaseerd op algemene normwaarden (worden onder andere gebruikt door de Provincie bij de publicatie van ranglijsten). Rood (onvoldoende / veel risico)

Groen (goed /weinig risico)

Oranje (voldoende/ voorzichtigheid geboden)

Netto schuldquote

< 90%

90% t/m 130%

> 130%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 90%

90% t/m 130%

> 130%

Solvabiliteitsratio

> 50%

20% t/m 50%

< 20%

Structurele exploitatieruimte

> 0%

0%

< 0%

Grondexploitatie

< 20%

20% t/m 35%

35%

Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens

< 95%

95% t/m 105%

> 105%

Indicator

75

Hierna volgt een analyse per kengetal. Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Hoe lager de netto schuldquote, hoe lager de relatieve schuldenlast. De netto schuldquote stijgt de komende jaren door de toename van de schulden (vreemd vermogen). De ontwikkeling daarvan wordt periodiek bij de opstelling van de jaarrekening en begroting gemonitord. Wel kunnen we constateren dat er een verbetering zichtbaar is ten opzichte van de begroting 2024. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Er is tevens een tweede berekening van de netto schuldquote, maar nu gecorrigeerd met de doorverstrekte leningen aan woningbouwcorporaties en deelnemingen. In de eerste berekening van de netto schuldquote zijn deze verstrekte leningen niet meegenomen, omdat er een risico bestaat dat de gemeente deze bedragen niet (volledig) zal kunnen terugvorderen. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is de verhouding tussen eigen vermogen en totaal vermogen. Het geeft weer in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio hoe beter de gemeente hier toe in staat is. Een solvabiliteitsratio van 20% wordt aangemerkt als voldoende. De begroting 2025 laat zien dat de grens van 20% in alle jaren wordt gehaald.

Wel is monitoring gewenst, gezien de meerjarige ontwikkeling van deze ratio. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte de gemeente Stein heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief cijfer betekent dat het structurele deel van de begroting voldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Gegeven de reeks 2025-2028 is dat aanwezig. Grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar, hetgeen niet het geval is. Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens De indicator belastingcapaciteit geeft aan hoe hoog de gemiddelde woonlasten voor een gezin zijn in de gemeente Stein ten opzichte van het landelijke gemiddelde van het voorgaande jaar. We liggen hier net iets hoger dan het landelijk gemiddelde.

76

Grondbeleid Inleiding

Het grondbeleid van de gemeente Stein is vastgelegd in de Nota Grond- en Vastgoedbeleid. Het grondbeleid is geen doel op zich, maar een middel om de visie van de gemeente te realiseren. Deze visie heeft de gemeente vastgelegd in de ”Strategische toekomstvisie 2018-2022”, de “Omgevingsvisie gemeente Stein" en het bestuursakkoord.

Nota grondbeleid

In 2019 heeft uw raad de nota Grond- en vastgoedbeleid vastgesteld. In de nota zijn de spelregels voor het grondbeleid incl. grondbeheer en vastgoedbeleid opgenomen. Grondbeleid is een middel om de doelen die de gemeente heeft voor het gebruik, het beheer en de ontwikkeling van de leefomgeving te bereiken. Hierbij vormen de (toekomstige) bewoners en gebruikers het uitgangspunt. Bij nieuwe ontwikkelingen voert de gemeente Stein voert zgn. 'situationeel grondbeleid'. Dat wil zeggen dat afhankelijk van de geformuleerde doelstelling en de prioriteit die de gemeente Stein aan een ontwikkeling geeft, wordt gekeken welke rol de gemeente in de ontwikkeling wil innemen. Gezien de invoering van de Omgevingswet wordt de nota geactualiseerd .

Grondbeleid in relatie tot de Programma’s

Het grondbeleid faciliteert aan de kernwaardes zoals vastgelegd in de ‘Strategische toekomstvisie 2018-2022’ en de kernthema's vanuit de Omgevingsvisie. Het grondbeleid draagt indirect bij aan de kernwaarde ‘Sociale en vitale wijken en kernen’ en de kernwaarde ‘Een duurzame leefomgeving met unieke waarden’. Het grondbeleid draagt bij aan het realiseren van effecten op het gebied van: Programma ‘Verkeer, vervoer en water’ • Wijkactieplan Nieuwdorp; • Snelfietspad; • Voortzetting van het actualiseren en vastleggen rechtmatig grondgebruik. Programma ‘Sport, cultuur en recreatie’ • Realisatie levensbomenbos; • Natuurprojecten. Programma ‘Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting’; • woningbouwontwikkeling Bramert-Noord (Lindehagen); • Steskensstraat Stein; • herontwikkeling voormalige schoollocaties de Poolster en Elckerlyc in Elsloo; • woningbouw Meers; • het Wijkactieplan Nieuwdorp; • Woningbouw Elsloo; • Beatrixplein; • Woon- zorgvisie.

Ontwikkelingen

Voor de gemeente is een taak weggelegd om de kwalitatieve en kwantitatieve woningvoorraad (regionaal) af te stemmen op de daadwerkelijke behoefte en samenstelling van de bevolking. 'De juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment beschikbaar'. Ontwikkelingen op de woningmarkt en het (landelijk) volkshuisvestingsbeleid hebben eveneens gevolgen voor het grond(prijs)beleid. Woningmarkt Naar verwachting stijgen de huizenprijzen in Nederland ook in 2025, zij het minder hard dan eerdere jaren. Marktkenners voorzien dat koopwoningen in 2025 ongeveer 4 procent duurder

77

worden. Door de stijgende inkomens kunnen huizenkopers echter ongeveer evenveel lenen als voordat de rente begon te stijgen. Vanwege de hoge nieuwbouwprijzen is bestaande bouw populair bij starters. Volkshuisvestingsbeleid De Wet betaalbare huur is op 1 juli 2024 ingegaan. Huurders en verhuurders kunnen op www.ismijnhuurteduur.nl zien wat de wet voor hen betekent. Het kabinet wil met de wet huren weer betaalbaar maken. De wet zorgt ervoor dat verhuurders een huur vragen die past bij de kwaliteit van de woning. Zo regelt de wet dat het gemoderniseerde woningwaarderingsstelsel (WWS) geldt voor middenhuurwoningen tot en met 186 punten. Ook hebben huurders door de wet betere huurbescherming. Eerder moesten zij zelf een maximale huurprijs afdwingen bij hun verhuurder, maar niet alle huurders waren daartoe in staat. Gemeenten kunnen vanaf 1 januari 2025 ingrijpen als verhuurders te veel huur vragen. Door deze wet gaat de huur van 300.000 woningen op termijn met gemiddeld 190 euro omlaag. Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet bevat een aantal instrumenten die ingrijpen op het grondeigendom.

Het betreft de volgende instrumenten: • Voorkeursrecht • Onteigening • Kostenverhaal • (Afdwingbare) financiële bijdrage • Kavelruil • Inrichtingsprogramma, inrichtingsbesluit, ruilbesluit en besluit geldelijke regelingen • Gedoogplicht Bouwgrondexploitaties Volgens de richtlijnen van de commissie BBV is het startpunt van bouwgrond in exploitatie (BIE) het raadsbesluit met vaststelling van het grondexploitatiecomplex, inclusief grondexploitatiebegroting. Een grondexploitatiecomplex is gedefinieerd als een ruimtelijk plan, voorzien van een financiële vertaling.

Grondexploitaties

Volgens de richtlijnen van de commissie BBV dient jaarlijks een herziening van de grondexploitatie plaats te vinden. Een actualisatie van de grondexploitatiebegroting met planinhoudelijke wijzigen, dan wel autonome wijzigingen met materiële financiële gevolgen, moet opnieuw door de raad worden vastgesteld. Conform de Nota Grond en Vastgoedbeleid is de herziening van de grondexploitaties gekoppeld aan de Planning- en Controlcyclus. Voor het opstellen c.q. herzien van de grondexploitaties worden onderstaande uitgangspunten gehanteerd. • Renteomslag 2025-2028: 2,00% • Prijsindex cf. meicirculaire 2025-2028: 2,4% • Disconteringsvoet: 2% • Activering van kosten binnen de grondexploitatie vindt plaats met inachtneming van de richtlijnen van de Commissie BBV (Besluit Begroten en Verantwoorden); Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken, 2023. • Winstneming vindt plaats middels de 'Percentage of Completion'-methode. Winstnemingen komen ten gunste van de Algemene Reserve. • Voor grondexploitaties met een geprognosticeerd nadelig saldo wordt een voorziening getroffen ter grootte van het tekort. Deze voorziening wordt gevormd ten laste van de Algemene Reserve.

78

Bouwgrond in exploitatie Per 1 januari 2025 zijn de volgende grondexploitatiecomplexen in exploitatie: • Woningbouwontwikkeling Bramert-Noord, fase 1; • Woningbouwontwikkeling Bruisend Hart. Woningbouwontwikkeling Bramert-Noord Het bestemmingsplan Bramert-Noord fase 1 maakt de bouw van 50 woningen mogelijk in het zuidwesten van het plangebied Bramert-Noord. Het woongebied krijgt een groen en landelijk karakter. Bij Raadsbesluit van 23 juni 2022 heeft uw Raad de grondexploitatiebegroting Bramert-Noord fase 1 vastgesteld. In 2024 is gestart met het bouwrijp maken van het gebied. De grondoverdracht zal, naar verwachting in 2024 plaatsvinden, en wel op het moment dat 70% van de kavels is verkocht door de ontwikkelaar. Voor het gebied is gezocht naar een efficiënte inrichting van de openbare ruimte, waardoor de raming van de openbare ruimte is bijgesteld. Dit heeft een positief effect op het resultaat. De grondexploitatiebegroting sluit in 2025 met een positief resultaat op eindwaarde van € 411.868. Met inachtneming van de richtlijnen vindt winstneming plaats middels het 'Percentage of Completion', hierdoor bedraagt de winstneming in 2024 € 309.000 en in 2025 € 103.000 In overeenstemming met de nota 'Reserves en voorzieningen wordt het positieve resultaat ten gunste van de Algemene Reserve gebracht.

Woningbouwontwikkeling Bruisend Hart Het bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp maakt de bouw van 67 woningen mogelijk in het centrum van de wijk Nieuwdorp op de plek van de kerk en de leegstaande basisschool. Het centrum krijgt hiermee een nieuw hart met wonen, zorg en een buurtcentrum als dragende pijlers. Bij Raadsbesluit van datum 4 juli 2024 heeft uw Raad de grondexploitatiebegroting Bruisend Hart vastgesteld. Eind 2024 wordt gestart met het bouwrijp maken van het gebied. De grondoverdracht van de gemeentelijke schoollocatie zal, naar verwachting medio 2025 plaatsvinden, en wel voor aanvang van bouwuitvoering van de schoollocatie. Binnen het plangebied is gekozen voor een autovrije openbare ruimte met geclusterde parkeerzones rondom de wooncomplexen. De gemeente bekostigt de aanleg van de nieuwe openbare ruimte inclusief parkeren. De kosten worden grotendeels gedekt door de gronduitgifte, bijdrage derden en subsidie van Provincie en Rijk. De grondexploitatiebegroting sluit in 2028 met een negatief resultaat op eindwaarde van € 335.666. Voor het tekort is de voorziening"Te verwachten verliezen" gevormd. Complex

Geraamde boekwaarde ultimo: 2024

2025

2026

2027

(x € 1.000)

Bramert-Nrd -1.130 fase 1 Bruisend Hart 594 Totaal -536 * = negatief (-/-) betekent verlies

-

-

741 741

891 891

0 0

Verwacht resultaat ultimo 2024* 412 -336 76

Jaar van realisatie 2025 2028

Strategische gronden Gebleken is dat het verwerven van grond ten behoeve van ontwikkelingen (groenprojecten, infra) binnen de gemeente steeds vaker een knelpunt wordt. Derhalve is in de nota Grond- en vastgoedbeleid ingezet op anticiperende, proactieve en gelegenheidsverwerving. Bij de verantwoording van de strategische gronden worden de richtlijnen van de commissie BBV in acht genomen. Middels een raadsinformatiebrief en via de P&C cyclus wordt de raad achteraf geïnformeerd over het beschikbaar gesteld budget voor anticiperende , proactieve en gelegenheidsverwerving.

79

Risico's

In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat door de toenemende complexiteit van de ontwikkelingen, de hoogte van de investeringen de risico’s in de grondexploitaties alsmaar groter worden. Inzicht in het verloop van de financiële prognoses alsmede de risico’s is daarom van groot belang. Voorziening te verwachten verliezen grondexploitaties Geldend beleid is dat positieve exploitatiesaldi ten gunste van de Algemene Reserve worden geboekt en dat de voorziening “Te verwachten verliezen grondexploitatie” de buffer vormt voor verliezen en risico’s binnen de grondexploitatie. Begrote stand en verloop voorzieningen: Voorziening te verwachte verliezen grondexploitaties

Ultimo 2025

Ultimo 2026

Ultimo 2027

Ultimo 2028

Grondexploitatie Bruisend Hart

336

336

336

0

Totaal

336

336

336

0

(x € 1.000)

Op basis van de risicoanalyse en de uitgangspunten voor de “Voorziening te verwachten verliezen grondexploitaties” zoals opgenomen in de Nota Reserves en Voorzieningen en de Nota Grond- en vastgoedbeleid is de hoogte van de voorziening als volgt opgebouwd. • Het verwachte verlies op de grondexploitatie Bruisend Hart. Mutaties In 2025 vinden er geen onttrekkingen plaats aan de voorziening. Weerstandsvermogen Om inzicht te krijgen in de risico’s van de grondexploitaties wordt een risico-inventarisatie uitgevoerd. Deze risico-inventarisatie is opgenomen in de gemeente brede risico-inventarisatie, zie paragraaf “Weerstandsvermogen”.

80

Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding

In de openbare ruimte vinden activiteiten plaats in het kader van wonen, werken en recreëren. Hiervoor is de openbare ruimte ingericht met kapitaalgoederen (infrastructuur). Deze kapitaalgoederen worden onderhouden en tijdig vervangen. De door de raad gewenste kwaliteit van de kapitaalgoederen is vastgesteld in beleidskaders. De vastgestelde beleidskaders zijn daarna, door het college, vertaald in beheerplannen waarin de kosten voor vervanging en onderhoud zijn opgenomen. De beheerplannen worden verwerkt in de begroting. De volgende kapitaalgoederen zijn in deze paragraaf opgenomen: • gebouwen en overige accommodaties • wegen • openbare verlichting • bruggen • rioleringen • groen

Gebouwen en overige accommodaties

Actualisatie beheerplannen In 2023 is het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) en exploitatieonderhoud (BOB) geactualiseerd. De vertaling van de actualisatie van deze plannen konden niet tijdig worden afgerond voor verwerking in de begroting 2024-2027. Vanwege de evaluatie van het accommodatiebeleid en verduurzaming gemeentelijke accommodaties is besloten deze onderwerpen samen te voegen. Hiermee zorgen we voor een integraal voorstel aan de raad met betrekking tot de gemeentelijke accommodaties. Voor het MJOP en de exploitatiekosten BOB verwachten we een structurele stijging van de kosten van € 750.000. Deze structurele stijging wordt veroorzaakt door hoge indexeringen tot wel 50% in de afgelopen jaren. Voor de toekomst passen we een indexatie toe. Ook komen de kosten van het onderhoud voor 2034-2038 in het plan. In deze jaren wordt er in totaliteit voor MJOP en exploitatie BOB een extra kostenpost van ruim €5.5 miljoen verwacht. Door de investeringen in verduurzaming te combineren met vervangingsonderhoud kan dit leiden tot vermindering van de geplande onderhoudskosten. De impact hiervan hebben we op dit moment nog niet in beeld. Beheerplan Waar mogelijk worden de werkzaamheden gebundeld en volgens de geldende inkoopprocedures in de markt gezet. Bij de gemeentelijke accommodaties is, gebaseerd op de geldende NEN 2767 normering (BOP), geen sprake van achterstallig onderhoud.

Directe lasten onderhoud gebouwen X € 1.000

Rek. 2023

Begr. 2024

Begr. 2025

Begr. 2026

Begr. 2027

Begr. 2028

Bouwkundig onderhoud BOP Sporttechnisch onderhoud SOP

340 124

369 136

632 139

559 142

568 146

577 149

Ten laste van voorziening: Groot onderhoud accommodaties BOP Groot sporttechnisch onderhoud SOP

253 62

1.161 15

1.090 73

2.655 190

624 100

1.079 152

Totaal exploitatie + voorziening

779

1.681

1.934

3.546

1.438

1.957

Onderhoudsbudget exploitatie:

81

Financiële vertaling Voor het groot bouwkundig en sporttechnisch onderhoud is een voorziening gevormd. Hierin wordt op basis van het vastgesteld beheerplannen jaarlijks een bedrag gestort. De hoogte van de storting wordt telkens bij het vaststellen van het beheerplannen geactualiseerd. In 2025 bedraagt de storting in de voorziening bouwtechnisch onderhoud € 1.138.400 en in de voorziening sporttechnisch onderhoud € 48.300 op basis van het huidige beheersplan. Nadat de actualisatie van de bouwkundige en sporttechnische meerjarenonderhoudsplannen door de Raad zijn goedgekeurd zullen de stortingen in de voorzieningen wijzigen. De onderhoudslasten van de gemeentelijke accommodaties worden afhankelijk van de gebruiksfunctie verantwoord op de programma's 'Sport Cultuur en Recreatie', 'Sociaal domein' of 'Bestuur en Ondersteuning'.

Wegen

Beleidskaders Op 17 februari 2022 heeft de raad het Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) vastgesteld. De vastgestelde kwaliteit is van toepassing op de instandhouding van de verhardingen gedurende de technische levensduur in die gebieden waar de komende jaren geen grootschalige reconstructies of wijzigingen zijn gepland. Beheerplannen Om de 2 jaar wordt - via inspectie - het beheerplan wegen geactualiseerd en wordt een doorkijk gegeven voor 15 jaren. Na beëindiging van het groot onderhoud 2023 zijn alle wegen in Stein geïnspecteerd. Op basis van deze inspectie is het nieuwe beheerplan opgesteld dat op 26 maart 2024 is vastgesteld door het college. Een nieuwe inspectie wordt in het najaar van 2025 uitgevoerd. In 2026 wordt een nieuw beheerplan wegen vastgesteld. Op 31 augustus 2022 heeft het college het Beheerplan wegmeubilair 2022-2026 vastgesteld. De financiële gevolgen van beide beheerplannen zijn verwerkt in deze begroting. Bij wegen en het wegmeubilair is geen sprake van achterstallig onderhoud. x € 1.000

Rek. 2023

Begr. 2024

Begr. 2025

Begr. 2026

Begr. 2027

Begr. 2028

Onderhoudsbudget exploitatie: Klein onderhoud wegen Wegvoorzieningen ( o.a. belijningen)

193 22

212 73

192 28

192 29

192 29

192 29

Ten laste van voorziening: Groot onderhoud wegen

846

1.258

906

862

660

1.050

1.061

1.543

1.126

1.083

881

1.271

Totaal exploitatie + voorziening

Financiële vertaling Vanaf 2010 is voor groot onderhoud wegen een voorziening gevormd. Hierin wordt op basis van het vastgesteld beheerplan jaarlijks een bedrag gestort. De hoogte van de storting wordt telkens bij het vaststellen van het beheerplan wegen geactualiseerd. Vanaf 2024 bedraagt de storting in de voorziening groot onderhoud wegen € 850.000. In de voorziening groot onderhoud wegen worden geen kosten van rehabilitaties of reconstructies van wegen verantwoord. Deze worden, als investering op het programma ‘Verkeer, vervoer en water' verantwoord en waar nodig toegelicht. Ook de onderhoudskosten worden op het programma 'Verkeer, vervoer en wegen' verantwoord.

Openbare verlichting Beleidskaders In 2023 is een geactualiseerd beleids- en vervangingsplan vastgesteld voor de periode 2023 2027. Het beleidsplan is ook gericht op verdere energiebesparing en terugdringing van de C02

82

uitstoot zoals het vervangen van conventionele armaturen voor LED-armaturen. Op basis van het vervangingsplan zijn er nog 900 armaturen die vervangen moeten worden. Hiervoor is budget beschikbaar gesteld en wordt nader toegelicht bij het onderdeel 'LED armaturen openbare verlichting'. Beheerplannen Het beheer van de openbare verlichting is op basis van een beheer- en onderhoudsplan uitbesteed aan 2 externe partijen. Bij beheer openbare verlichting is geen sprake van achterstallig onderhoud. Zowel de onderhoudskosten als ook de energielasten van de openbare verlichting worden verantwoord op het programma 'Verkeer, vervoer en wegen'. Directe lasten openbare verlichting x € 1.000 Onderhoudsbudget exploitatie: Energie Onderhoud Totaal exploitatie

Rek. 2023

Begr. 2024

Begr. 2025

Begr. 2026

Begr. 2027

Begr. 2028

301 111 412

165 103 268

141 133 274

141 136 277

141 138 279

141 140 281

Zowel de onderhoudskosten als ook de energielasten van de openbare verlichting worden verantwoord op het programma 'Verkeer, vervoer en wegen'.

Bruggen

Beleidskaders In 2021 is het beheerplan civieltechnische kunstwerken opgesteld. Beheerplannen Op basis van de 2 jaarlijkse bruginspectie is in 2021 het meerjaren onderhoudsplan opgesteld. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Directe lasten onderhoud bruggen x € 1.000

Rek. 2023

Begr. 2024

Begr. 2025

Begr. 2026

Begr. 2027

Begr. 2028

Onderhoudsbudget exploitatie: Onderhoud kleine kunstwerken

5

5

5

5

5

5

Ten laste van voorziening: Groot onderhoud bruggen

8

39

100

50

50

50

13

44

105

55

55

55

Totaal exploitatie + voorziening

Financiële vertaling Voor het onderhouden van de kunstwerken is een voorziening gevormd. Op basis van het huidige beheerplan wordt jaarlijks € 42.750 in de voorziening gestort. De tot het meerjaren onderhoudsplan en het projectenplan behorende investeringen en onderhoudsbudgetten worden verantwoord op het programma ‘Verkeer, Vervoer en Waterstaat’.

Riool

Beleidskaders In 2021 is het Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie vastgesteld. Dit is de actualisatie van het hiervoor benoemde plan waarbij ook de klimaatthema's hitte en droogte zijn meegenomen. Het beleids- en uitvoeringskader voor de omgang met water en de klimaatadaptatie bestaat uit vier plannen (beleidsplan, beheerplan, kostendekkingsplan en projectplan). Het beleidsplan is samen met de betrokken partijen in de waterketen van de Westelijke Mijnstreek opgesteld. Hiermee is de

83

samenwerking van de afgelopen jaren voortgezet en beheren we de waterketen op een structurele en doelbewuste manier. In dit plan benoemen we alle zaken die we belangrijk vinden en geven onze strategie hierop aan. In 2021 is ook de optimalisatie van het basisrioleringsplan en de klimaatstresstest afgerond. De vanuit het basisrioleringsplan en klimaatstresstest verkregen bevindingen leveren een belangrijke inbreng voor het beleidsplan Water & Klimaatadaptatie. In 2024 heeft een integrale afweging plaatsgevonden waarbij behalve de diverse sectorale onderhoudsplannen ook de resultaten van het basisrioleringsplan en klimaatstresstest worden betrokken. Dit heeft geresulteerd in een herprioriteren van de investeringen in de jaren 2025 en verder. Beheerplannen Met het in juli 2021 vastgestelde Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie 2022-2027 als basis zal in 2025 verder invulling worden gegeven aan het verbeteren, beheren en onderhouden van onze (afval)watersystemen en voorzieningen. Directe lasten onderhoud riolering x € 1.000 Onderhoudsbudget exploitatie: Onderhoud Totaal exploitatie

Rek. 2023

Begr. 2024

Begr. 2025

Begr. 2026

Begr. 2027

Begr. 2028

813 813

829 829

833 833

833 833

833 833

833 833

Financiële vertaling De tot het beheerplan en het projectenplan behorende investeringen en onderhoudsbudgetten worden verantwoord op het programma ‘Volksgezondheid en milieu’.

Groen Beleidskaders De gemeenteraad heeft in 2022 de kwaliteitsniveaus voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte (IBOR) geactualiseerd. Beheerplannen De vastgestelde beleidskaders voor het beheer en onderhoud van het groen zijn verwerkt in het Integraal Beheerkwaliteitsplan, in het groenbeheerplan en bomenbeheerplan. In de beheerplannen staat beschreven hoe op welke manier het openbaar groen onderhouden wordt (om de gewenste kwaliteit te behalen maar ook om aan bewoners het inzicht te geven waarom we het doen en hoe). Hierdoor is ook in beeld wat nodig is en wat dit financieel betekent. Het beheerplan groen wordt in 2026 geactualiseerd. Het groenonderhoud wordt zowel uitgevoerd door de Wijkteams, RWM (onkruidbestrijding/bladverwijdering) en drie groenaannemers voor het specialistisch onderhoud van de bermen, sportvelden en bomen. De werkzaamheden die dienen te worden uitgevoerd zijn als zodanig verwerkt in de groenonderhoudsbestekken. Deze bestekken worden als leidraad gebruikt voor de uitvoering. Directe lasten onderhoud groen x € 1.000 Rek. Begr. Begr. Begr. Begr. Begr. 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Onderhoudsbudget exploitatie: Bestrijden onkruid 191 232 243 243 243 243 Bermen 64 88 70 71 72 73 Landschapselementen 13 15 15 15 15 15 Onderhoud openbaar groen 790 882 903 938 932 945 Totaal exploitatie

1.058

1.217

1.231

1.267

1.262

1.276

84

Financiering

Algemeen

De financieringsparagraaf is een verplicht voorgeschreven paragraaf in het BBV. Hier zijn de kaders gesteld voor de inrichting en uitvoering van de treasury functie van de decentrale overheden. In de door de raad vastgestelde financiële verordening (artikel 212 gemeentewet) is ook de financieringsfunctie opgenomen. De paragraaf financiering in de begroting is bedoeld om de uitvoering van de financieringsfunctie te volgen. In 2023 is door de commissie BBV een geactualiseerde rentenotitie gepubliceerd. In de notitie is aangegeven hoe rentelasten en baten in de begroting en in de jaarstukken verwerkt moeten worden. De bepalingen en richtlijnen van die notitie zijn in deze begroting doorgevoerd. In deze paragraaf is aangegeven wat de uitgangspunten voor financiering en wat het beleid is ten aanzien van rente.

Leningportefeuille

2025

2026

2027

2028

48.324

44.422

40.519

37.417

3.902 44.422

3.903 40.519

3.102 37.417

2.952 34.465

( x € 1.000)

Leningen (excl. aan woningstichtingen verstrekte leningen per 1-1) Reguliere aflossingen Leningschuld per 31-12

In bovenstaand meerjarig overzicht geen is rekening gehouden met nieuwe leningen ter dekking van de geraamde financieringsbehoefte. Deze behoefte neemt toe door realisatie van de geraamde investeringen, waarbij ook desinvesteringen betrokken worden. De bepaling van de financieringsbehoefte gebeurt integraal (totaalfinanciering) waarbij alle kasstromen worden betrokken. In onderstaande tabel zijn de grootste investeringen opgenomen zoals deze zich in meerjarenperspectief voordoen. Voor een totaal meerjarig investeringsoverzicht verwijzen wij naar het hoofdstuk in de financiële begroting. 2025

2026

2027

2028

635

0

0

0

0 810 1.000 2.330

0 0 0 1.200

50 0 0 0

1.100 0 0 0

250 419 100

750 2.794 2.500

0 2.794 2.500

0 0 0

Fietspadenstructuur Herstel oude dorpskern Catsop Reconstructie Mich.de Ruyterstraat (wegen)

600 0 1.200

0 675 0

0 0 0

0 0 0

Herinrichting Koolweg Doorfietspad Heerstraat Zuid (wegen) Herinrichting Dross. Jonker van Kesselstraat

525 750 0 50

525 0 0 650

0 0 50 0

0 0 1.650 0

Rotonde Gerichtstraat / Heerstraat-Noord Rotonde Steinderweg / Merodestraat Herinrichting Gerichtstraat

0 0 0

50 50 0

550 600 0

0 0 750

(x € 1.000)

Verkeerskundige aanpassingen Bergerstraat GGA Stein centrum wegen Aanpassen rotonde Steinerweg-Koolweg Jaagpaden Julianakanaal Doorfietspad/op-afrit Elsloo Gebiedsvisie Dorine Verschureplein GGA Nieuwdorp (wegen) GGA Meers

85

2025

2026

2027

2028

0 550 0 750 334 2.551 2.500

100 0 100 0 337 0 2.500

1.900 0 2.400 0 338 0 0

0 0 0 0 339 0 0

250 0

275 0

45 50

0 1.100

775 1.010 50 200 0 0

880 975 150 200 1.000 0

740 975 1.580 200 500 50

500 980 0 200 0 710

0

0

500

0

(x € 1.000)

Herinrichting Heerstraat-Noord Beekstraat / De Bath - realiseren parkeer Reconstructie Mauritslaan/Heirstraat Herstel oude dorpskern Urmond Investering verkeer /GGA t.b.v. uren Uitbreiding Groenewald bouwkosten Renovatie OBS de Maaskei Vervangen speelvoorzieningen GGA Stein centrum riool Vervangen en relinen vrijvervalriolen Wateroverlastmaatregelen Emissie maatregelen Afkoppelen riolen GGA Meers riool Heerstraat Zuid (riool) Walstraat e.o. (riool)

Jaarlijks wordt bekeken of zich mogelijkheden voordoen tot vervroegde aflossing of herfinanciering tegen lagere rente. De gewogen gemiddelde rentevoet van de aangegane leningen (exclusief woningbouw) bedraagt per 1 januari 2025 1,62%. De herfinanciering- en renteherzieningsmomenten vertonen een goede spreiding in de tijd waardoor het renterisico beperkt blijft. In de komende jaren laten de reguliere aflossingsbedragen een dalend bedrag zien van circa € 3,9 miljoen tot € 2,9 miljoen euro.

Kasbeheer

Voor het beheer van de financiële middelen houdt de gemeente Stein een rekening courant aan bij de NV Bank Nederlandse Gemeenten. De NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) fungeert als huisbankier. Met deze bank is een rente compensabel stelsel overeengekomen. Dit wil zeggen dat overschotten en tekorten op de verschillende bankrekeningen als een geheel worden gezien en hierop de renteberekening wordt gebaseerd. Ook het afromen van overtollige middelen naar de schatkist verloopt via de BNG.

Rente

Rentebeleid De afgelopen periode mogen we spreken van een zeer onzekere tijd. Onder andere de coronacrisis, de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis hebben geleid tot een hoog oplopende inflatie. Zelfs voor de nabije toekomst heerst er nog veel onzekerheid met betrekking tot de rente en eventuele bijbehorende verhogingen door de centrale banken om de inflatie te stabiliseren. De rente verhogingen zien we fors terug in de gestegen tarieven op de rente- en kapitaalmarkt. Bij de berekening van de rente over de eigen financieringsmiddelen en het financieringstekort tot aan het kasgeldlimiet en daarboven (zie hierna) is voor 2025 en verder uitgegaan van 3,0%. Onvoorziene renteontwikkeling met de huidige economische onzekerheden heeft uiteraard invloed op de financieringskosten van de gemeente Stein. Een wijziging van het rentepercentage met 1% zal, op basis van het geraamde financieringstekort, leiden tot meer of minder rente van circa € 303.000. Rente omslagpercentage De renteomslag is berekend conform de nota rentenotitie van de commissie BBV. Vanwege het inzicht in de rentelasten van externe financiering het renteresultaat en de wijze van toerekening is onderstaand renteschema opgenomen. Het rente omslagpercentage wordt berekend door de totale rentekosten te delen door het totaal geactiveerd bedrag.

De totale rentekosten bestaan uit de rente voor vaste geldleningen, de bespaarde rente over de eigen financieringsmiddelen (reserves)

86

en de rente van de financieringsbehoefte. Het omslagpercentage voor de begroting 2025 is per 1 juli 2024 berekend en afgerond op 2%. Renteschema: a.

2025

De externe rentelasten over de korte en lange financiering: - Externe rente Vaste geldleningen - Externe rentelasten financiering investeringen - Externe rentelasten financieringstekort

b.

De externe rentebaten

€ € €

755.111 354.060 813.314

-/- €

52.013

€

1.870.472

Totaal door te rekenen externe rente c.

De rente die aan de grondexploitaties moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden doorberekend

-/- €

13.139

-/- €

369.452 -/- €

382.591

€

1.487.881

€

37.724.596 €

792.217

De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)

€

2.280.098

e.

De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)

€

2.274.074

f.

Saldo renteresultaat taakveld treasury

€

6.024

Saldo door te rekenen externe rente d1. d2.

Rente over eigen vermogen+voorz. Rente over voorzieningen (CW)

Rentevisie De rente is in belangrijke mate afhankelijk van de economische ontwikkeling en de inflatie. De afgelopen periode is er sprake van veel economische onzekerheid en een aanvankelijk fors stijgende inflatie. De ECB kijkt naar de inflatie in de hele eurozone. Als die voldoende richting het doel van 2% beweegt, kan de rente weer wat omlaag. Volgens de ECB-ramingen zal de inflatie tot eind 2024 nog schommelingen vertonen, maar neemt deze erna af. De inflatie en de economische vooruitzichten bieden voldoende vertrouwen voor een eerste renteverlaging die de ECB in 2024 heeft doorgevoerd. Door de grote mate van onzekerheid blijft het lastig een rentevisie op te schrijven. Hoewel de voorspelbaarheid van de rente zeker op langere termijn gering is, kan het toch wenselijk zijn tendensen aan te geven die als basis kunnen dienen voor het sluiten van transacties. Daarbij worden een aantal vuistregels gehanteerd: • • • •

De rente van vaste leningen is door de lange looptijd financieel van groter belang dan de rente van leningen met een korte looptijd. Bij een verwachte daling van de lange rente wordt het aantrekken van vaste langlopende leningen zoveel mogelijk uitgesteld tot de rentedaling is ingetreden. Bij een verwachte stijging van de lange rente vindt consolidatie plaats van korte schuld (korte schuld wordt omgezet in langlopende leningen). Bij een te verwachten stabiele renteontwikkeling wordt in de actuele financieringsbehoefte voorzien met de financieringsvormen die absoluut gezien de laagste rente dragen.

87

•

Dit alles uiteraard binnen de mogelijkheden die de regelgeving biedt.

Uitgangspunten financiering

Onderstaand de belangrijkste beleidsmatige uitgangspunten die gehanteerd worden bij financiering. Hierbij moet rekening gehouden worden met het verplicht schatkistbankieren vanaf eind 2013. Het rentetarief van dit schatkistbankieren bedraagt per 1 juli 2024 circa 3,5%. • Overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet in de schatkist. • Indien een liquiditeitsbehoefte ontstaat worden middelen aangetrokken in de vorm van dag- en kasgeldleningen en kredietlimiet op de rekening courant. • Onderhandse geldleningen en vaste geldleningen worden aangetrokken voor financiering met een looptijd van langer dan één jaar. • Overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen van garanties luiden in euro. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties, uit hoofd van de publieke taak, worden zoveel mogelijk zekerheden bedongen. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties.

Resultaat uitzettingen

Voor de deelneming in Enexis en de BNG is voor het jaar 2025 en de meerjarenraming 2026-2028 is rekening gehouden met een bedrag van € 0,40 per aandeel Enexis en € 2,50 voor een aandeel BNG. Het totaal verwachte dividend en rente van bovengenoemde uitzettingen komt daarmee uit op: Omschrijving: 2025 2026 2027 2028 (x1.000)

Dividend deelneming Enexis (460.350 aandelen) Dividend deelneming BNG (19.266 aandelen)

184 48

184 48

184 48

184 48

Wet Houdbare Overheidsfinancien (HOF)

In de wet zijn de Europese normen verankerd voor de hoogte van de overheidsschuld en de jaarlijkse groei van de overheidsschuld. Volgens de Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Die normen raken ook gemeenten, omdat de gemeenteschulden en financieringstekorten van gemeenten meetellen in de overheidsschuld van Nederland. Alle gemeenten samen krijgen een plafond voor het totale EMU-tekort van gemeenten in een jaar. Dat plafond wordt volgens de wet na bestuurlijk overleg voor een bepaalde periode overeengekomen. Het plafond voor de gezamenlijke gemeenten bedraagt 0,40% van het bruto binnenlands product. Met het plafond wordt de groei van de netto schuld (volgens de definitie voor het EMU-saldo) van de gezamenlijke gemeenten in een jaar beperkt. Voor de berekening van het EMU-saldo van de gemeente Stein wordt verwezen naar de paragraaf ‘EMU-saldo’.

Schatkistbankieren Decentrale overheden zijn met ingang van 2013 verplicht gaan schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Doel is om de EMU-schuld te verminderen. Er is sprake van een optische verbetering want de totale schuldpositie van de gezamenlijke overheden wijzigt niet. De deelnemende instellingen houden hun publieke middelen aan op een eigen rekening-courant bij het ministerie van Financiën. Alle decentrale overheden zijn aangesloten op de schatkist, ook als een decentrale overheid geen overtollige middelen heeft. Deelnemende gemeenten regelen het betalingsverkeer via de eigen bank(en). Een eventueel negatief saldo op de bankrekening(en) wordt aangezuiverd vanaf de rekening-courant die de gemeente heeft bij het ministerie van Financiën. Andersom wordt een

88

positief saldo op deze bankrekening juist afgeroomd ten gunste van de rekening-courant van de gemeente bij het ministerie van Financiën. Er is een doelmatigheidsdrempel van 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1.000.000 per gemeente tot een maximum van € 500.000.000 euro. Voor Stein is deze gemiddelde drempel per kwartaal 2% x € 85.931.000 (het begrotingstotaal per 1/1/2025) = € 1.718.620. Op momenten dat de gemeente Stein over overtollige middelen beschikt zal dat in de schatkist ondergebracht worden. Het rentetarief van dit schatkistbankieren bedraagt per 1 juli 2024 circa 3,5%. Het is voor gemeenten mogelijk om overtollige middelen uit te lenen aan andere overheden, en daarmee een beter rendement te halen dan bij de schatkist. Hierbij bestaat de mogelijkheid om leningen die door BNG Bank aan een gemeente zijn verstrekt, over te dragen aan decentrale overheden die over overtollige middelen beschikken. Indien de BNG Bank een aan de gemeente verstrekte lening overdraagt aan een andere decentrale overheid, dan wordt deze andere decentrale overheid de nieuwe crediteur. Rente en aflossing zijn in dat geval niet langer verschuldigd aan BNG Bank, maar aan de decentrale overheid die de vordering heeft overgenomen. De voorwaarden van de lening blijven in geval van overdracht onveranderd.

Cessie van vorderingen behoeft op grond van het Burgerlijk Wetboek geen instemming van de kredietnemer.

Risicobeheer Met risico’s wordt bedoeld renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitenrisico’s, koersrisico’s en debiteurenrisico’s. Het beheersen van risico’s komt tot uitdrukking via het gebruik van de instrumenten kasgeldlimiet en renterisiconorm. Beide instrumenten hebben tot doel het renterisico te begrenzen dat verbonden is aan financiering met korte en lange schuld. Renterisico op vlottende schuld Om het renterisico op de netto vlottende schuld te beheersen mogen gemeenten voor hun financieringsbehoefte niet onbeperkt kort geld aantrekken. Het aantrekken van kort geld is normaliter goedkoper dan lang geld, maar is ook aan fluctuaties onderhevig. De maximale toegestane netto vlottende schuld wordt bepaald door de zgn. kasgeldlimiet. Het kasgeldlimiet heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Voor 2025 komt het kasgeldlimiet voor Stein neer op:

(a) (b)

Berekening kasgeldlimiet 2025 Omvang van de programmabegroting per 1/1/2025: Bij ministeriële regeling vastgesteld percentage: Toegestane kasgeldlimiet voor 2025 (a) x (b):

bedrag (x € 1.000 ) € 85.931 8,5% € 7.304

De kasgeldlimiet wordt aan het begin van het jaar vastgesteld. De kasgeldlimiet bedroeg de afgelopen jaren: Jaar

Kasgeldlimiet

2021 2022 2023 2024

5.610 5.633 6.574 7.106

(x € 1.000 )

Als de liquiditeitspositie een vlottende schuld vertoont die groter is dan de kasgeldlimiet, leidt dit tot het aflossen c.q. het consolideren van kort geld door aantrekken van vaste geldleningen. De wet Fido geeft aan dat in de financieringsparagraaf van de begroting informatie over de liquiditeitspositie opgenomen dient te worden. Dit is de gemiddeld netto vlottende schuld minus de

89

gemiddeld vlottende middelen in relatie met de kasgeldlimiet. In onderstaande tabel is deze informatie opgenomen: Periode

3e kw 2023 4e kw 2023 1e kw 2024 2e kw 2024

Netto vlottende schuld /-overschot vlottende middelen -3.698 -4.697 -826 2.639

Kasgeldlimiet Overschrijding

Onderschrijding

6.574 6.574 7.106 7.106

10.272 11.271 7.932 4.467

Renterisico op vaste schuld De renterisiconorm heeft als doel de leningportefeuille van decentrale overheden te behoeden voor een onverantwoord grote gevoeligheid voor rentefluctuaties. Met deze norm wordt het renterisico op leningen met een looptijd langer dan 1 jaar (vaste schuld) inzichtelijk gemaakt. Het doel van deze norm uit hoofde van de wet Fido is te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijk) hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de door de gemeente te betalen rente. Dus hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor rente schokken bij herfinanciering. Een wijziging in de rentestand werkt daardoor vertragend op de rentelasten en rentebaten in enig jaar. Deze norm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Uit onderstaande berekening blijkt dat de komende vier jaar het renterisico ruim binnen de norm blijft. Berekening ( x € 1.000) Stap Variabelen Renterisico(norm) (1) Renteherziening (2) Aflossingen

2025 0 3.902

2026 0 3.902

2027 0 3.102

2028 0 2.952

(3)

Renterisico (1+2)

3.902

3.902

3.102

2.952

(4)

Renterisiconorm*

17.186

17.186

17.186

17.186

13.284

13.284

14.084

14.234

(5a) Ruimte onder renterisiconorm (5b) Overschrijding renterisiconorm * Berekening renterisiconorm:

Begrotingstotaal 2025 € 85.931 x 20% = € 17.186 Liquiditeitenrisico Dit zijn risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en de meerjareninvesteringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen. Momenteel wordt in de financieringsbehoefte voorzien met financieringsvormen die absoluut gezien de laagste rente hebben. Koersrisico’s Dit is het risico dat de financiële activa van de gemeente in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. De financiële vlottende activa van de gemeente omvatten rekening-courant gelden, kasgelden en deposito’s. De vaste financiële activa bestaan enerzijds uit aandelenbezit en deelname in gemeenschappelijke regelingen, aan derden verstrekte leningen en beleggingen in een garantiefonds. Een specificatie van het aandelenbezit van de gemeente Stein is opgenomen in de paragraaf verbonden partijen.

90

Debiteurenrisico’s Dit betreft het risico dat vorderingen op debiteuren niet kunnen worden geïnd en afgeboekt moeten worden. Ter afdekking van mogelijk oninbare vorderingen van debiteuren is de voorziening dubieuze debiteuren gevormd. De voorziening dubieuze debiteuren sociale zaken is als buffer gevormd voor debiteuren die niet aan hun verplichtingen voldoen. Liquiditeitenontwikkeling In onderstaande tabel is de liquiditeitenontwikkeling van de gemeente Stein meerjarig in beeld gebracht. ( x € 1.000)

Kasstroom uit operationele activiteiten Begrotingssaldo Afschrijvingen Mutaties reserves Mutaties voorzieningen Kasstroom uit investeringsactiviteiten Vermeerderingen investeringen Kasstroom uit financieringsactiviteiten Geldleningen opnamen/aflossingen Ontwikkeling liquiditeiten

2025

2026

2027

2028

520

-1.723

-526

-651

4.390 -1.332 395

5.328 -547 203

5.745 -633 396

6.075 -497 -322

-23.604

-17.662

-15.005

-9.359

-3.902 -23.533

-3.902 -18.303

-3.102 -13.125

-2.952 -7.706

91

Bedrijfsvoering

Algemeen

Om de ambities van het gemeentebestuur te realiseren is een organisatie nodig van mensen en middelen. Het is belangrijk dat een dergelijke organisatie in lijn wordt gebracht met deze ambities. De paragraaf bedrijfsvoering schetst de manier waarop de organisatie hier invulling aan geeft en welke instrumenten hiervoor nodig zijn. Bedrijfsvoering is van belang voor het slagen van de gemeentelijke programma’s door er voor te zorgen dat primaire processen hun taken zo optimaal mogelijk kunnen uitvoeren. In deze paragraaf geeft de gemeente de beleidsvoornemens rondom de bedrijfsvoering aan. Bedrijfsvoering bestaat traditioneel uit de onderdelen personeel, automatisering, communicatie, organisatie, financieel beheer (waaronder de administratieve organisatie en de interne controle) en huisvesting, en heeft daarmee een duidelijke relatie met het programma Bestuur en Ondersteuning en Algemene Dekkingsmiddelen.

Rechtmatigheidsverantwoording

Tot en met de jaarrekening 2022 gaf de accountant in de controleverklaring een oordeel over de rechtmatigheid van het handelen van de gemeente. Vanaf 2024 (dus boekjaar 2023) legt het college van B&W rechtstreeks verantwoording af over de (financiële) rechtmatigheid van het gevoerde bestuur, aan de hand van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening. De accountant controleert vervolgens de rechtmatigheidsverantwoording op getrouwheid. De accountant kijkt dus of hetgeen het college meldt in de rechtmatigheidsverantwoording, juist en volledig is.

Juridische advisering

Juridische advisering is een continu aandachtspunt. Voor advies over burgerlijk recht, bestuurs(proces)recht en gemeenterecht kunnen medewerkers terecht bij één van de concern juristen. Kennis van deze rechtsgebieden kan niet van alle medewerkers worden verwacht.

Onderzoeksverordening doelmatigheid en doeltreffendheid

In het kader van deze verordening wordt onderzocht of de gemeente met betrekking tot bepaalde onderwerpen bereikt wat zij wilde bereiken (doeltreffendheid) en of dit tegen zo laag mogelijke kosten is gebeurd (doelmatigheid). Op basis van artikel 213a van de Gemeentewet gaan we in 2025 een evaluatie uitvoeren naar de P&C cyclus. Is de huidige P&C cyclus doeltreffend en geeft het voldoende inzicht naar de toekomst en voorspelbaarheid? Sluit de P&C cyclus voldoende aan op de informatiebehoefte en kan het voldoende als sturingsmiddel ingezet worden? In 2026 zal er een onderzoek plaatsvinden naar de doelmatigheid van de externe inhuur, zoals kosten en duur van inhuur en op de doelmatigheid van het inhuurproces. De raad zal voor aanvang van het begrotingsjaar via een RIB het onderzoeksplan ontvangen.

Juridische kwaliteitszorg

Juridische kwaliteitszorg is een continu aandachtspunt voor onze organisatie. Doel hiervan is ervoor te zorgen dat de gemeentelijke organisatie bij haar acties binnen de toepasselijke wettelijke kaders handelt (rechtsstaatgedachte). Door van hoog tot laag binnen onze organisatie aandacht te (blijven) besteden aan nieuwe ontwikkelingen op juridisch gebied, voldoen onze producten en diensten aan de daaraan te stellen kwaliteitseisen.

Financiën

De financiële processen zijn voor een groot deel al gedigitaliseerd. Deze ontwikkeling staat nooit stil, waardoor verdere optimalisering en digitalisering een must is. Ook met betrekking tot de planning & control cyclus moeten we mee blijven lopen met landelijke trends en ontwikkelingen. Zo is er in 2024 een eerste aanzet gedaan tot de verbetering van o.a. de bestuursrapportage, waarbij naast financiële afwijkingen ook gerapporteerd is op beleidsmatige

92

afwijkingen. De planning & control cyclus binnen de gemeente Stein moet een kapstok worden waar diverse managementrapportages aan gekoppeld moeten worden.

Inkoop

In 2024 is gestart met het project "versterking inkoopfunctie" binnen de gemeente Stein. Als we de inkoopfunctie van de gemeente Stein willen versterken dan moet er eerst inzicht zijn in welke opdrachten op dit moment lopen, wanneer ze aflopen en of er een vervolg op die opdracht nodig is. Door dit te inventariseren hebben we een basis voor een inkoopkalender. De adviseur inkoop wordt niet meer op het laatste moment verrast en medewerkers kunnen op tijd beginnen met de voorbereidingen van een nieuwe aanbesteding. Deze inventarisatie wordt op dit moment gemaakt uit informatie uit systemen, met aansluitend een rondgang langs de teams en medewerkers. De resultaten van dit onderzoek zullen begin 2025 bekend zijn, waarna verdere professionalisering van de inkoopfunctie een vervolg moet krijgen.

ICT

In 2025 zal de overgang plaatsvinden naar de nieuwe leverancier voor het werkplekbeheer. De gemeente Stein zal overstappen naar een moderne werkplekomgeving. ICT zal nauw betrokken zijn bij de het implementeren en testen van de nieuwe omgeving. Daarnaast zal naast de reguliere beheertaken ook ondersteuning gegeven worden aan de projecten voortvloeiend uit het informatiebeleidsplan die gepland zijn in 2025.

Bedrijfsvoering communicatie

Het cluster communicatie binnen de gemeente Stein brengt en houdt de gemeentelijke organisatie in verbinding met de omgeving. In 2025 wordt gewerkt aan het uitvoeren van projecten uit de visie op communicatie 2023-2027. Tevens werken we aan de transitie van de taakopvatting van communicatie naar zoals die is vastgesteld in de visie op communicatie 2023-2027.

Formatieontwikkeling ambtelijk personeel

Voor een overzicht van de formatie wordt verwezen naar bijlage I (overzicht formatie). Indien formatieontwikkeling aan de orde is of de door uw raad vastgestelde formatie wijzigt, wordt de raad op de hiervoor bestemde momenten in de P&C cyclus nader geïnformeerd. De ambtelijke formatie stijgt met ingang van het begrotingsjaar 2025 tot 158,44 fte (in de bestuursrapportage 2024 was dit nog 144,69 fte) De uitbreiding gebeurt m.n. op basis van de fijnstructuur van het organisatieontwikkeltraject Daarnaast is op basis van de organisatieontwikkeling het aantal managementlagen teruggebracht van 3 naar 2. Hierdoor is de formatie van het management verminderd. Het college heeft hier op voorwaarde van goedkeuring van de onderhavige begroting mee ingestemd. Binnen de gemeente Stein bestaat de mogelijkheid dat medewerkers gebruik kunnen maken van het generatiepact. De huidige regeling loopt per 31 december 2024 af, waardoor de verwachting is dat hierdoor nu meer medewerkers versneld gebruik gaan maken van de huidige , aflopende regeling. Dit kan impliciet leiden tot een grotere druk op de bestaande formatie. Deze effecten zijn nu nog niet bekend. Mocht het later nodig zijn, dan zullen wij hier bij de bestuursrapportage 2025 op terugkomen. Inhuurbudget In vorige begrotingen werd gesproken over een stelpost piek & ziek.

Deze bedroeg in de laatste 3 begrotingen jaarlijks structureel € 326.000. In de jaren 2022, 2023 en 2024 is de post inhuur steeds - lopende deze jaren - voor respectievelijk € 950.000 - € 700.000 - € 700.000 opgehoogd. Die verhoging was deels ook nodig vanwege de inhuur gedurende de periode van doorontwikkeling. Nu de nieuwe organisatie-inrichting vorm krijgt en in deze begroting ook een structurele formatievraag is opgenomen, wordt ook gezocht naar een nieuwe en verantwoorde hoogte van het inhuurbudget, waar behalve piek en ziek ook een ‘flexibele schil’ uit bekostigd kan worden. Deze flexibele schil is nodig voor de werksoorten die ‘vraaggestuurd’ zijn en waarvan de vraag vooraf niet te voorspellen is. Denk daarbij aan vergunning- en WMO-aanvragen. Daar waar bij

93

vergunningen er nog extra inkomsten (door leges) tegenover staan, is dat bij WMO-aanvragen niet het geval. Niet alleen door deze flexibele schil, maar ook vanwege de arbeidsmarkt is duidelijk geworden dat het oorspronkelijke basisbedrag van € 326.000 naar de toekomst toe niet meer toereikend is. Anderzijds valt een deel van de inhuur die ten tijde van de doorontwikkeling nodig was, nu weg. Een onderbouwde inschatting is lastig te maken op basis van de ervaringscijfers van de laatste 3 jaar, omdat die niet representatief zijn. We stellen voor om uit te gaan van een inhuurbudget van € 500.000 op jaarbasis. Daarbij zal ‘scherp aan de wind’ worden gezeild bij het daadwerkelijk inhuren. Via zorgvuldige monitoring en via de reguliere P&C momenten (Berap en slotwijziging) zal de raad worden meegenomen in de ontwikkelingen, waarbij zal blijken of dit bedrag nog tussentijds bijstelling behoeft. Daarnaast zullen in 2025 budgetten beschikbaar komen door vrijval loonkosten, UWV-middelen en dergelijke. Inhuur t.l.v. projecten Naast bovengenoemde inhuur in verband met piek & ziek, is er ook nog altijd inhuur ten laste van projecten. In de begroting 2025 zijn de volgende projectbudgetten opgenomen: 1. Personeel derden wijkteams € 462.000 2. Personeel derden 3D € 32.000 3.

Overige Inhuur - ICT € 271.000 - Procesoptimalisatie € 232.000 - Publiekszaken (paspoorten en ID-piek) € 30.000 - Programmamanager Chemelot € 100.000 - BOA's € 252.000 - Musea € 40.000 - Woonzorgvisie € 196.000 - Klimaat en energiebeleid (tlv SPUK uitkering) € 595.000 Totaal overige inhuur € 1.716.000 Totaal inhuur Projecten € 2.210.000 Let op, bovenstaand overzicht betreft alleen de inhuur op de exploitatie. Inhuur ten laste van de investeringsbudgetten en ingehuurde diensten, ten laste van de exploitatie en/of investeringsbudgetten, maken geen onderdeel van dit overzicht.

Organisatieontwikkeling

Om de doorontwikkeling van de organisatie te kunnen invoeren en implementeren was in het bestuursakkoord 2022-2026 een jaarlijks doorontwikkelingsbudget van € 100.000 opgenomen, oorspronkelijk voor de jaren 2023-2025. In de begroting 2023-2026 is dit bedrag structureel opgenomen, omdat het ontwikkelen van de organisatie een doorlopend proces is. In 2023 is een traject van doorontwikkeling van de organisatie opgestart, die medio dat jaar heeft geleid tot een nieuwe vastgestelde missie en visie van de organisatie. In de 2 e helft van 2023 zijn deze missie en visie doorvertaald in een nieuwe sturingsvisie en bijbehorende hoofdstructuur. Het jaar 2024 heeft onder meer in het teken gestaan van het inrichten van deze hoofdstructuur, onder meer door het opnieuw indelen van de organisatie in nieuwe teams en de benoeming van een nieuw managementteam om daar leiding aan te geven. Versterking formatie vanuit de teamontwikkelplannen (“fijnstructuur”) De hoofdstructuur is verder uitgewerkt in een zogenaamde ‘fijnstructuur’: er zijn teamontwikkelplannen opgesteld waarin is opgenomen wat er zowel kwalitatief als kwantitatief aan personele inzet nodig is om - bij huidig beleid - de werkzaamheden uit te kunnen voeren. In de begroting 2024 was dit al aangekondigd: “Tenslotte zal uit de nieuwe inrichting blijken waar de

94

doorontwikkeling consequenties heeft in de benodigde formatie. Eventuele financiële consequenties voor formatieaanpassingen zullen - vanzelfsprekend - worden voorgelegd aan de gemeenteraad.” In de Kadernota 2025 is rekening gehouden met een bedrag van ongeveer 1 miljoen euro. Het concretiseren gebeurt nu via deze begroting 2025-2028, op basis van de teamontwikkelplannen die voor de verdere doorontwikkeling zijn opgesteld. De totale personele vraag die uit het doorontwikkeltraject voortkomt, bedraagt 14,3 fte in 2025 en uiteindelijk 15,8 fte vanaf 2027 en verder. Vertaald in budget betekent dat € 1.360.000,- in 2025, oplopend tot € 1.490.000,- in 2028. Daar staat een besparing in managementfuncties tegenover van ruim € 400.000,- over deze 4 jaren, waarmee het netto bedrag waarmee het personeelsbudget structureel wordt opgehoogd € 932.500,- (2025) oplopend tot € 1.074.000,- (2028) is. Met dit budget kan de ambtelijke organisatie vanaf 2025 weer ‘op sterkte’ gebracht worden en is de organisatie klaar om de volgende fase in te gaan, waarin het ‘leren en ontwikkelen’ centraal staat. Het gaat dan zowel om houding en gedrag als om samenwerking, zowel intern als extern. Programma Een betere digitale dienstverlening door procesoptimalisatie In 2024 is geïnvesteerd in het maken van een programmaplan voor het optimaliseren, het vastleggen én borgen van de bedrijfsprocessen.

Voor de projectmatige aanpak daarvan is in 2024 een incidenteel budget van € 120.000 gevraagd, waarvan een externe projectleider bekostigd is. Er ligt als resultaat nu een programmaplan “Een betere digitale dienstverlening door procesoptimalisatie” waarmee de ambtelijke organisatie structurele verbeterslagen kan maken. Om dit plan uit te kunnen voeren, is voor de jaren 2025 en 2026 aanvullend incidenteel budget nodig. Zowel voor de continuering van de inzet van de projectleider als voor de benodigde ambtelijke capaciteit, die gedurende het programma door extra inhuur aangevuld zal moeten worden. Het gaat dan om € 232.000 (€ 120.000 projectleiding + € 112.000 ambtelijke capaciteit) in 2025 en om € 202.000 (€ 80.000 projectleiding + € 122.000 ambtelijke capaciteit) in 2026.

Uitgangspunten personeelskosten

In de Kaderbrief 2025 is voor de loonkostenontwikkeling 2025 en volgende jaren gekozen om de stelpost loonstijgingen conform meicirculaire 2024 vast te stellen. In de septembercirculaire is hiervan nog een actualisatie opgenomen. De hiervoor gehanteerde percentages zijn: 2025: 4,7% 2026: 3,8% 2027: 4,8% 2028: 4,0% Binnenkort starten de nieuwe CAO onderhandelingen. De huidige CAO loopt af op 31 maart 2025. Op het moment dit definitief zijn beslag heeft gekregen en mocht blijken dat de stelpost loonstijgingen hier onvoldoende dekking aan kan bieden, zullen wij uw raad op de hiervoor bestemde momenten nader informeren.

Stelposten secundaire arbeidsvoorwaarden

Naast de reguliere salariskosten zijn er personele lasten die niet vooraf zijn toe te rekenen aan medewerkers of afdelingen (herbezetting, inzet IKB, uitbetaling leeftijdsverlof, flexibele beloning, Cao stijgingen, lokaal bezoldigingsbeleid en stijging sociale werkgeverslasten). Hiervoor zijn stelposten opgenomen. Zodra voornoemde personele lasten zich voordoen worden deze in mindering gebracht op de stelposten. Op basis van de meicirculaire is de stelpost loonstijgingen voor 2025 verhoogd tot 4,4%. Voor 2025 zijn onderstaande stelposten geraamd: IKB (verkoop verlof) € 42.559 Herbezetting OR € 53.371 Flexibel belonen € 30.410 Arbeidsmarktbeleid binden & boeien € 30.000

95

Loonstijgingen Totaal stelposten

€ €

672.927 829.267

Indicatoren personeelsbeleid ziekteverzuimpercentage

Stageplaatsen

Werkervaringsplaatsen

Rekening 2023*

Begroot 2024

Begroot 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

7,14%

5,8%

5,8%

5,8%

5,8%

Rekening 2023

Begroot 2024

Begroot 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

7

8

8

8

8

Rekening 2023

Begroot 2024

Begroot 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

3

4

4

4

4

Landelijke 6,5

Arbeidsmarktbeleid: binden & boeien van medewerkers

De arbeidsmarkt is en blijft de komende jaren gespannen. Door professionalisering van ons recruitmentbeleid, ontplooien we employer branding, kunnen we gerichter werven en onderscheiden we ons van andere (gemeentelijke) organisaties. Voor het Binden en Boeien is in 2024 een werkgroep opgericht (afgevaardigden MT, OR en P&O) die de thema's Vitaliteit (CAO afspraak), arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden, ontwikkel/opleidingsbeleid verder uitwerken. In het doorontwikkeltraject is 0,5 fte gevraagd ter versterking van het team P&O gericht op recruitment en structurele aandacht voor Binden en Boeien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=fd742391-1c6a-4cf8-9c58-1f193c1b2a1f