CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 B&W nota BC Fase 2-Bijlage 3 RVS BC Fase 2 EindrapportLarideDefinitief

Besluitvormende raadsvergadering 5 februari 2026, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Business case "Ruimtelijke situatie De Maaskei Urmond"/Fase 221.241 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

beschreven. A. Huidige locatie basisschool De Maaskei Urmond B. Sportcomplex voetbalvereniging

Urmondia C. Bramert Noord D. Zogenaamde pleinscenario

(als onderdeel van de Transformatievisie Urmond Oost)

Huidige basisschool (Middenveld 1) De locatie van de school omvat het perceel STEOO-L-16 met een oppervlakte van 3. 945 m 2 , gelegen aan Middenveld 1 in Urmond. Het perceel is , zoals gebruikelijk , in juridisch eigendom van Stichting Kindante met economisch claimrecht bij de gemeente. Bij beëindiging van gebruik als school valt eigendom om niet aan de gemeente. De locatie heeft de bestemming ‘maatschappelijk’. Het bouwvlak valt samen met de contouren van het huidige gebouw. Het perceel is voor de ontwikkeling beschikbaar. De huidige school ligt in een woonwijk en is aan drie zijden omringd door straten. Aan één zijde ligt aangrenzend een groenstrook , die openbaar speelterrein is en ook gebruikt wordt door de school. Deze groenstrook is een verbindingszone tussen Middenveld en de Belikstraat en vormt een groenbuffer tussen schoolplein en de woningen erachter. De schoollocatie is vanaf verschillende zijden goed bereikbaar. De locatie wordt omringd door woningen in particulier eigendom. Aan de speelheuvel ligt een complex met seniorenwoningen in de huursector , eigendom van woningcorporatie Wonen Limburg.

20

Parkeren gebeurt in de straten in de directe omgeving van de school. In de huidige situatie worden op piekmomenten knelpunten ervaren in de verkeerscirculatie en verkeersveiligheid. Dit is een punt van aandacht. Als mogelijke oplossing voor dit vraagstuk is het gemeentelijke perceel aan de Conventuelenstraat (no 295) in beeld. Sportcomplex (Swentiboldlaan 43) De locatie maakt deel uit van het perceel UMDOO-C-1195 en is gelegen aan de Swentiboldlaan 43 in Urmond. De locatie ligt aan de noordrand van de dorpskern en is in

eigendom van de gemeente Stein.

De ontwikkelzone betreft het gebied met de voetbalvelden van VV Urmondia , de tennisvelden van LTC Urmond en de loods van de carnavalsvereniging. De sportverenigingen beschikken elk over een clubgebouw op eigen terrein. In eerdere planvorming rondom de vestiging van een mogelijke fusieschool is bekeken in hoeverre dit gebied daarbij betrokken zou kunnen worden. Uitgangspunt voor nu is dat de sportvelden behouden blijven voor de gemeenschap: de voetbalvereniging VV Urmondia is een krachtige , groeiende vereniging met 200 leden , die continuïteit hoog in het vaandel heeft. In het gebied is voldoende fysieke ruimte voor aanvulling met een nieuwe onderwijslocatie. Daarbij zal uiteindelijk in het project nader bekeken moeten worden op welke wijze deze inpassing het beste kan plaatsvinden en welke oplossing voor andere maatschappelijke partners de beste mogelijkheden biedt. Bij gebruik van een (gedeelte van) een voetbalveld moet de impact op de veldcapaciteit en de behoeften van de vereniging in detail onderzocht

worden. Nb. : oriënterend is in het kader van dit onderzoek gesproken met het bestuur van de voetbalvereniging en deze ziet kansen voor samenwerking en staat in algemene zin positief tegenover deze mogelijke ontwikkeling. Voorwaarde is wel dat de continuïteit niet in het geding mag komen en dat er steeds voldoende ruimte voor sport moet resteren. In de uitwerking moet rekening worden gehouden met een aspecten , die voortvloeien uit de ligging ten opzichte van de Chemelot en de A2 ten aanzien van externe veiligheid en geluid.

Bramert Noord In paragraaf 4. 2 is het plan Bramert Noord uiteengezet. In het plangebied behoort de

ontwikkeling van een kindcentrum tot de mogelijkheden. Het bestemmingsplan voorziet naast woningen in gebouwen voor maatschappelijke doeleinden. Het gebied is agrarisch en in eigendom particulier eigendom en moet aangekocht worden.

21

Het gebied is lastig bereikbaar. Bij de gebiedsontwikkeling zal de ontsluiting , bereikbaarheid en aansluiting op bestaande bouw onderdeel vormen van het plan. Net als bij het sportcomplex vormen de veiligheidszones aan de oostzijde een aandachtpunt. Bij een geschikte situering binnen het plangebied is de ontwikkeling van een kindcentrum mogelijk. n de uitwerking moet rekening worden gehouden met een aspecten , die voortvloeien uit de ligging ten opzichte van de Chemelot en de A2 ten aanzien van externe veiligheid en geluid. Pleinscenario (omgeving Sint Antoniusplein) In paragraaf 4. 1 wordt de Transformatievisie Urmond-Oost beschreven. Het kindcentrum

kan daarin geïntegreerd worden , waarbij het kindcentrum gebouwelijk en functioneel kan worden verbonden met een nieuwe publiek ruimte. Daarbij staat ontmoeting centraal: toevoeging van een kindcentrum plek heeft daarbij een grote meerwaarde. De concentratie van (maatschappelijke) voorzieningen zorgt voor een herkenbaar hart voor het dorp waar functies elkaar versterken. De situering moet in een groter geheel worden bezien. De mogelijke ontwikkelzone is van diverse zijden goed bereikbaar. In de verdere

ontwikkeling van het gebied kan de ontsluiting worden geoptimaliseerd. Het voorzien in voldoende parkeerruimte en een goede en veilige verkeerscirculatie vormt onderdeel van het realisatieplan. Kloosterlocatie Als onderdeel van het project heeft RO groep gekeken naar de mogelijkheden om een deel van het bestaande kloostercomplex in Urmond in te zetten (door herbestemming en renovatie) ten behoeve van de ontwikkeling van de school. Daarvoor is een QuickScan en inhoudelijke analyse van het complex gemaakt

22

07

Analyse

De locaties zijn beoordeeld aan de hand van de criteria uit het afwegingskader. Dit

hoofdstuk geeft de bijbehorende analyse per locatie. 07-1 Huidige basisschool Samenwerken in kindcentrum De locatie is geschikt voor een kindcentrum en kent geen beperkingen voor het realiseren van een toekomstbestendige voorziening. In de directe nabijheid zijn geen andere relevante (educatieve , maatschappelijke of sociaal-culturele) functies. Mogelijkheden voor inhoudelijke samenwerking met andere partijen naast onderwijs en opvang zijn niet vanzelfsprekend door de fysieke afstand. Voor sport en bewegingsonderwijs kan gebruik worden gemaakt van de bestaande sportzaal , zoals nu ook het geval is (loopafstand ca. 1. 400 m. ). Het nieuwe kindcentrum zal worden voorzien van een speellokaal voor het indoor-bewegen van de jongste kinderen (2-6 jaar). Daardoor zullen de verplaatsingen in omvang afnemen. Bij de inrichting van de nieuwe

buitenruimte kan rekening worden gehouden met het toevoegen van moderne , halfopen beweegmogelijkheden. Toekomstbestendigheid Bij nieuwbouw ligt een focus op inpassing in een bestaande ruimte met in de omgeving een vaste structuur met privaat eigendom. Vanwege de ruimtelijke en maatschappelijke consequenties ligt het voor de hand om te kiezen voor realisatie van een pand met een langere levensduur en binnen dit concept aandacht te geven aan de moderne eisen met betrekking tot flexibiliteit , duurzaamheid en circulariteit. Daarbij is dan wel rekening te houden met het reserveren van voldoende ruimte voor een latere uitbreiding , die in een flexibele bouwvorm (door inzet van modulaire principes) ingevuld kan worden. Bij nieuwbouw kan flexibiliteit in het ontwerp en in de keuze voor een bouwwijze (bijvoorbeeld modulair) optimaal toegepast worden om toekomstige groei of krimp van leerlingaantallen op te vangen. Als bij veranderende omstandigheden omvorming of herbestemming van het gebouw(delen) of locatie opportuun wordt dan is de uitgangssituatie in beginsel gunstig door de inbedding in de woonwijk inclusief de nabije ligging van de Speelheuvel. Bijdrage aan leefbaarheid Beperkt. Ruimtelijke inpassing Het perceel is vanwege gemeentelijk claimrecht beschikbaar. De bestemming is ‘maatschappelijk’ en geeft ruimte voor een kindcentrum.

Gezien de omvang van het nieuwe complex zal een uitgebreide procedure aan de orde zijn. De locatie is voldoende ruim voor inpassing volgens het indicatieve ruimteprogramma. De perceeloppervlakte bedraagt 3. 945 m².

23

De footprint voor het kindcentrum plus

buitenruimte bedraagt (indicatief) 3. 292 m 2 , waarbij , zoals gebruikelijk , is uitgegaan van een gebouw van twee verdiepingen. Het bestemmingsplan staat dit toe (goothoogte 6 m) met de kanttekening dat een tweede verdieping akoestisch beoordeeld zal moeten worden. Het perceel heeft voldoende omvang voor de inpassing van aanvullende ruimtevragen , zoals toekomstige uitbreiding. Het toevoegen van parkeerfuncties op het terrein is mogelijk , hoewel inpassing (ten dele) ten koste kan gaan van andere ruimtevragen. Aandachtpunt is dat de schoollocatie omgeven is door woningen. Bij vervangende nieuwbouw op deze plek zijn de gevolgen voor de omgeving in termen van toenemende drukte of bezwarende activiteiten beperkt. Het relatief grote aantal omwonenden betekent dat er een tijdsrisico is bij planprocedures , omdat de direct betrokkenen een belangrijkere stem krijgen in de voorbereiding. Toevoeging van een sportzaal is niet goed inpasbaar en de locatie wordt daarvoor ook niet geschikt gevonden vanwege de impact door volume , bouwhoogte en veranderende toestroom van bezoekers. In dat geval worden hogere risico’s verwacht ten aanzien van de planprocedures. Het huidige bestemmingsplan staat een bouwhoogte van meer dan 9 meter niet toe. Het perceel beperkt de flexibiliteit vanwege de perceelcontouren en de omgeving (bebouwing en stratenplan).

Ruimtelijk (omgeving) De bereikbaarheid per fiets , auto en te voet is goed vanuit diverse kanten van het dorp en daarbuiten. Verkeer moet door de woonwijk heen en dat leidt in de huidige omstandigheden al tot klachten. Daarom zal bij een nieuwe ontwikkeling voldoende aandacht moeten zijn voor verkeersveiligheid en regulering van verkeer. Die mogelijkheden lijken beperkt binnen het bestaande stratenplan , die nu al druk naar de beperkte parkeerruimte in de wijk verlegt. Benutting van (ook) een deel van het schoolperceel kan uitkomst bieden omdat anders slechts suboptimale resultaten kunnen worden bereikt. Oriëntatie op de ruimtelijke mogelijkheden is nodig en is in het ontwerp mee te nemen. Door de ligging in de woonwijk zonder andere maatschappelijke functies in de buurt houdt het kindcentrum een standalone status. Financieel Verschilmakend onderdeel zijn de kosten voor tijdelijke huisvesting. Ervan uitgaande dat binnen de gemeenschap geen geschikt leegstaand gebouw is , komt het plaatsen van noodunits in beeld. Huurkosten daarvan zijn (indicatief) tussen de ongeveer € 1 en € 15, miljoen , incl. BTW voor twee jaar (schoolgebouw inclusief peuteropvang). Keuzes in comfort , kwaliteitsniveau en locatie (bv. grondwerk , bouwplaatskosten) zijn bepalend voor de uiteindelijke prijs , evenals de uitkomsten van (Europese) aanbesteding (n. b.

: de markt voor noodunits is overvraagd met hoge prijzen en lange levertijden tot gevolg). Als alternatief kan worden onderzocht om een bestaand gebouw binnen of in de buurt van de kern tijdelijk geschikt te maken. Daarmee kunnen significante kosten worden bespaard.

24

Duurzaamheid De mogelijkheid bestaat om duurzaam en circulair te bouwen op basis van de ambities uit het IHP en de expliciete wensen van gemeente , schoolbestuur en kindpartner. Hergebruik van gebouwdelen en materialen van het bestaande gebouw is een mogelijkheid die nader onderzocht kan worden. Bij nieuwbouw is een passende en toekomstvaste exploitatie te verwezenlijken. Risico’s Aan het scenario zijn geen risico’s van doorslaggevende aard verbonden. Procedures die nodig zijn voor bestemmingsplanwijziging worden licht van aard geacht , waarbij het risico beperkt is. Ook het risico op planschade is beperkt aangezien er geen wezenlijke wijziging plaatsvindt ten opzichte van de bestaande situatie. Bij toevoeging van een sportzaal wordt het risico significant verhoogd.

Nb. : Aandachtpunt is dat voor de locatie Sportcomplex door de Omgevingsdienst Zuid Limburg op hoofdlijnen onderzocht is in hoeverre geluid en externe veiligheid een risico kunnen vormen voor realisatie (zie 7. 2 voor de overwegingen). Daarbij is aan de orde gekomen in hoeverre deze thema’s ook op deze plek zouden kunnen spelen. Daarbij is vastgesteld dat voor de bestaande schoollocatie , die (meer) in de bebouwde omgeving ligt een grotere bescherming en vrijheidsgraad aan de orde is. Dat laat echter onverlet dat voor de volledigheid ook deze locatie nader onderzocht moet worden. Aantekening energievoorziening: Op deze locatie kan gebruik worden gemaakt van de bestaande aansluiting (kleinverbruik ( < 3 x 80 ampère). Deze levert momenteel geen beperkingen op. Bij toevoeging van functies zal dit nader onderzocht moeten worden. 07-2 Sportcomplex Samenwerken in kindcentrum De locatie is geschikt voor het realiseren van een kindcentrum en kent geen beperkingen voor een toekomstbestendige voorziening. Er zijn in de directe nabijheid voldoende relevante (educatieve , maatschappelijke of sociaal-culturele) functies aanwezig waarmee een inhoudelijke samenwerking kan ontstaan. De school komt op relatief grote afstand van de sportzaal te liggen (loopafstand ongeveer 1. 900 m , binnen de geldende norm). Dat wordt primair veroorzaakt door de grotere afstand tot de kanaaloversteken.

Voor het indoorbewegen van de jongste kinderen (2-6 jaar) wordt het kindcentrum voorzien van een speellokaal. Daarnaast kan samenwerking met de verenigingen aanvullende mogelijkheden bieden voor buitenluchtactiviteiten gericht op sport , spel en bewegen. Daarbij kunnen beweegmogelijkheden geoptimaliseerd worden in de groene omgeving. Toekomstbestendigheid Flexibiliteit kan in het ontwerp en in de keuze voor een bouwwijze (bijvoorbeeld modulair) optimaal toegepast worden om toekomstige groei of krimp van leerlingaantallen op te vangen. De locatie biedt ruimte daarvoor maximale vrijheid voor intekening van de locatie. Uitgangspunt is dat kinderdagopvang geïntegreerd onderdeel gaat uitmaken van het aanbod.

25

Deze locatie is goed bereikbaar en daardoor blijft op deze locatie ook op langere termijn

perspectief voor een stabiel onderwijsaanbod. Transformeerbaarheid van gebouw(delen) naar andere functies in de toekomst zijn beperkt door de specifieke kenmerken van de locatie aan de rand van het dorp. De intentie van de gemeente om de kern Urmond een hart te geven “aan het plein” maakt dat het niet voor de hand ligt een tweede gemeenschapszone tot ontwikkeling te brengen. Door modulaire bouw is een verplaatsing van (delen van de) school naar andere locaties mogelijk. Bijdrage aan leefbaarheid Er ontstaat een betekenisvolle plek door de samenhang met lokale sportvoorzieningen. Ruimtelijke inpassing De sportvelden zijn eigendom van de gemeente. Voor de ontwikkeling van een kindcentrum is een uitgebreide procedure in het kader van de omgevingswet aan de orde. De locatie is ruim genoeg (te maken) voor de inpassing van een volledig ruimteprogramma voor het kindcentrum , inclusief aanvullende ruimtevragen zoals toekomstige uitbreiding. Integratie van een sportzaal op deze locatie is , afhankelijk van de wijze van inpassing , goed mogelijk en passend bij de al aanwezige sportbestemming. Er zijn synergievoordelen te bereiken in combinatie met het clubgebouw.

Impressie inpassing op verhard terrein

Impressie inpassing op voetbalveld

De locatie kent een beperkt aantal direct aanwonenden en bedrijven. Tegelijk is de impact van een functiewijziging groot:

verkeer en (mede daardoor) geluidsinvloeden nemen significant toe. Nb. : Alternatieve locatie voor de school (zoals aangegeven door de voetbalvereniging) kan het agrarische gebied in de omgeving van de Carnavalsloods aan de Limbrichterweg zijn. Ruimtelijk (omgeving) Door de ligging aan de sportvelden wordt een verbinding met de omgeving mogelijk gemaakt en draagt bij aan profilering van het kindcentrum (sport en groen). De locatie is goed en veilig bereik per fiets , auto en te voet en kent maakt meerdere aanrijroutes mogelijk. Het aantal verkeersbewegingen zal toenemen en verkeersveiligheid moet door een goede infrastructuur worden geborgd. Dit is in het ontwerp mee te nemen. Ruimte hiervoor is aanwezig. Voor de parkeerbehoefte kan gebruik worden gemaakt van het al aanwezige parkeerterrein bij het sportcomplex. Inpassing van (aanvullend) parkeerfuncties op het terrein behoort ook

26

tot de mogelijkheden. De locatie biedt kansen om verkeersregulering in het ontwerp mee te nemen.

Financieel Er dient rekening te worden gehouden met beperkte bijkomende kosten voor het bouwrijp maken en de eventuele aanleg van nieuwe infrastructuur en terreininrichting. Als de bestaande capaciteit van de voetbalvereniging wordt verminderd door de locatiekeuze , dan kunnen compenserende maatregelen aan de orde zijn. Duurzaamheid De mogelijkheid bestaat om duurzaam en circulair te bouwen op basis van de ambities zoals beschreven in het IHP en de expliciete wens van gemeente en schoolbestuur. Bij nieuwbouw is een passende exploitatie te verwezenlijken. Risico’s De risico’s van een keuze voor deze locatie zijn substantieel. Vanwege de mogelijke ontwikkeling is door de omgevingsdienst (ODZL) onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om op deze plek te bouwen. Daarbij zijn op voorhand weliswaar geen onmogelijkheden

gebleken maar de locatie heeft op het gebied van externe veiligheid en geluid een aantal bezwaren. Deze hebben primair een relatie met de nabijheid van Chemelot en de A2. Ten aanzien van geluid heeft ODZL eerste berekeningen van de geluidsbelasting gemaakt. Deze raken de kritische voorwaarden voor de realisatie van een school en soms overschrijden ze deze. Daarbij is dan nog geen rekening gehouden met de belasting door de omgeving (weg en sportvelden) en door eigen activiteiten van de school. De school komt dan in een bereik , dat bij de te kiezen gebouwelijke oplossing rekening moet worden gehouden met aanvullende voorwaarden (zoals geluidsdichte gevels en gebouwvorm). Deze

kunnen invloed hebben op het functioneren van de school en kunnen leiden tot extra kosten. Om dat te kunnen beoordelen is nader onderzoek met geluidsmetingen en zijn specifieke berekeningen nodig. Met betrekking tot externe veiligheid ontstaat een vergelijkbare situatie. Voor een gebouw waar meerdere personen bij elkaar komen , moet aan specifieke veiligheidsvoorwaarden worden voldaan. Deze aanvullende eisen gelden om groepsrisico’s in relatie tot Chemelot te voorkomen. Ook met betrekking tot dit onderwerp is nadere studie noodzakelijk om tot een goede beoordeling te kunnen komen. Aanvullend aandachtpunt is dat de realisatie van een kindcentrum er niet toe mag leiden dat beperkingen ontstaan voor het functioneren van Chemelot. Om dat te kunnen beoordelen en bewaken is een specifiek toestemmingsregime afgesproken. De gemeente kan het verlenen van toekenning voor de bouw van een kindcentrum slechts beperkt beïnvloeden en daarnaast zal een afsprakenkader ontstaan dat de gemeente strikt moet bewaken. Risicofactor is dat tijdens of na de ontwikkeling van de bouwplannen door derde partijen geen toestemming wordt verleend , waardoor dan alsnog een nieuwe locatiekeuze moet worden gemaakt en kostbare tijd en middelen zijn verspild. Tenslotte is ook de energietoevoer op deze locatie een risico. Nieuwbouw zal in principe gasloos worden uitgevoerd.

Daartoe zal het kindcentrum een kleinverbruikaansluiting (3x80A) moeten krijgen. Die gaan momenteel gepaard met lange wachttijden. In een

27

overbruggingssituatie kan een batterij nodig zijn om overdag om opgewekte energie lokaal op te slaan. Daarnaast kan een noodstroomaggregaat nodig zijn om tijdelijke tekorten aan vermogen te dekken. 07-3 Bramert Noord Samenwerken in kindcentrum De locatie is geschikt voor het realiseren van een toekomstbestendig kindcentrum. Er zijn geen beperkingen aangezien de ruimtelijke inpassing vrij te bepalen is. In de directe nabijheid zijn geen andere relevante (educatieve , maatschappelijke of sociaal-culturele) functies gelegen en er zijn geen mogelijkheden voor inhoudelijke samenwerking vanwege de fysieke afstand. De sportzaal komt op afstand te liggen (loopafstand ongeveer 1. 900 m , binnen de geldende norm). Het kindcentrum wordt voorzien van een speellokaal voor het indoor-bewegen van de jongste kinderen (2-6 jaar). Bij de inrichting van de accommodatie en de buitenruimte kan rekening worden gehouden met beweegmogelijkheden , mee te nemen in het ontwerp. Afhankelijk van de planinvulling zijn er mogelijkheden voor aansluiting bij de groene omgeving met aanvullend kansen voor buitenluchtactiviteiten gericht op bewegen. Toekomstbestendigheid Bij nieuwbouw kan door flexibiliteit in het ontwerp en in de keuze voor een specifieke bouwwijze (bijvoorbeeld modulair) optimaal ingespeeld worden op toekomstige groei of krimp van leerlingaantallen.

De locatie biedt daarvoor voldoende ruimte en maximale vrijheid. Vestiging van het integrale kindcentrum aan de noordzijde van het dorp kan een ongewenste leerlingenstroom op gang brengen vanuit Berg. Nb. : Uitgangspunt is dat kinderdagopvang geïntegreerd onderdeel gaat uitmaken van het aanbod. Bijdrage aan leefbaarheid Deze locatie biedt beperkte versterking van de leefbaarheid door de decentrale ligging op een locatie waar aanvullende woningbouw (nog) onzeker is. Ruimtelijke inpassing Het plangebied is voldoende ruim voor de inpassing van een kindcentrum volgens het indicatieve ruimteprogramma , inclusief eventuele aanvullende ruimtevragen en inclusief flexibiliteit voor (onvoorziene) toekomstige ontwikkelingen. Toevoeging van een sportzaal hoor tot de mogelijkheden. De locatie is geen eigendom van de gemeente en moet verworven worden. Ze maakt onderdeel uit van het plangebied Bramert Noord , waardoor verdere planuitwerking daarvan noodzakelijk is. Daarbij kan de inpassing van een kindcentrum naar wens ingetekend worden.

28

Ruimtelijk (omgeving) De locatie ligt decentraal ten opzichte van het dorp. Het kindcentrum wordt in een gebiedsontwikkeling ingepast en daardoor verbetert de relatie van de nieuwe woonwijk met de gemeenschap Urmond. Mocht de nieuwe woonwijk echter niet tot stand komen dan landt het IKC in een omgeving zonder (maatschappelijke) functies in een stand-alone situatie. Een goede bereikbaarheid per auto , fiets en te voet is in de planuitwerking te verwezenlijken. Het reguleren van verkeerstromen en het nemen van veiligheidsmaateregelen is te onderzoeken en kan in het ontwerp meegenomen worden. Daarin kan ook worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Financieel Er moet rekening worden gehouden met kosten die nodig zijn voor de verwerving van gronden en bouwrijp maken van het plangebied. Kosten daarvan zijn op voorhand niet bekend. Vorengenoemde kosten maken onderdeel uit van de totale gebiedsontwikkeling en zijn niet enkel toe te schrijven aan de stichtingskosten voor het kindcentrum. Duurzaamheid De mogelijkheid bestaat om duurzaam en circulair te bouwen op basis van de ambities zoals beschreven in het IHP en de expliciete wens van gemeente en schoolbestuur. Bij nieuwbouw is een passende exploitatie te verwezenlijken. Risico’s De locatie is onderdeel van een gebiedsontwikkeling. Er zijn (nog) onzekerheden ten aanzien van de feitelijke realiseerbaarheid daarvan.

Het kindcentrum moet daarom ingebed worden in een ruimtelijke indeling van het gebied , waarbij uiteindelijk rekening moet worden gehouden met verschillende scenario’s en lange uitvoeringstermijnen. Deze ontwikkeling

kost tijd en breng impliciet onzekerheden met zich mee. Tegelijk moet rekening worden gehouden met de doorlooptijden voor de stedenbouwkundige uitwerking van plannen en de besluitvorming. De risico’s qua planning worden significant geacht. Gezien de onzekerheid ligt het voor de hand om in de bestaande school fysieke maatregelen te nemen (aanvullende tijdelijke huisvesting en kwaliteit verbeterende maatregelen). Aanvullend zijn er voor deze locatie risico’s ten aanzien van externe veiligheid en geluid , gerelateerd aan de nabijheid van Chemelot. Eerder zijn in relatie tot Bramert Noord onderzoeken gedaan die ontwikkeling van het gebied mogelijk maken maar daarbij zijn aandachtpunten benoemd. Realisatie van een IKC komt mogelijk in een bereik , dat bij de te kiezen gebouwelijke invulling rekening moet worden gehouden met aanvullende voorwaarden (zoals geluidsdichte gevels en gebouwvorm) , die invloed hebben op het functioneren van de school en kunnen leiden tot extra kosten. Om dat te kunnen beoordelen is nader onderzoek naar gedetailleerde geluidsmetingen en specifieke berekeningen nodig , die rekening houden met de gebiedsontwikkeling. Met betrekking tot externe veiligheid kan een vergelijkbare situatie ontstaan , met name rondom de noodzaak om groepsrisico’s te beperken.

Aanvullend geldt dat de realisatie van een kindcentrum (of een woningengebied) er niet toe mag leiden dat beperkingen ontstaan voor Chemelot. Om dat te kunnen beoordelen en bewaken is een specifiek toestemmingsregime afgesproken , dat de gemeente slechts beperkt kan beïnvloeden. Risico is dat uiteindelijk door derden geen toestemming wordt

29

verleend , waardoor alsnog een nieuwe locatiekeuze moet worden gemaakt en kostbare tijd en middelen zijn verspild. Tenslotte is ook de energietoevoer op deze locatie een risico. Nieuwbouw zal in principe gasloos worden uitgevoerd. Daartoe zal het kindcentrum een kleinverbruik aansluiting (3x80A) moeten krijgen. Die gaan momenteel gepaard met lange wachttijden. In een overbruggingssituatie kan een batterij nodig zijn om overdag om opgewekte energie lokaal op te slaan. Daarnaast kan een noodstroomaggregaat nodig zijn om tijdelijke tekorten aan vermogen te dekken 07-4 Pleinscenario Samenwerken in kindcentrum Op deze locatie is een brede ruimtelijke ontwikkeling aan de orde en de inpassing van het kindcentrum kan een basis vormen voor de transformatie van het centrumgebied van de kern. Overige versterkende maatschappelijke ontwikkelingen kunnen daarop worden aangesloten , zonder beperkingen. De intentie om te komen tot een verbinding van maatschappelijke functies aan een centraal ontmoetingsplein leidt tot aantrekkelijke samenwerkingskansen met andere relevante partners (educatie , sociaal-maatschappelijk , zorg , cultuur , bedrijvigheid). Voor sport en bewegingsonderwijs wordt gebruik gemaakt van de bestaande sportzaal (loopafstand ca. 1. 400 m. ). Het kindcentrum wordt voorzien van een speellokaal voor het indoor-bewegen van de jongste kinderen (2-6 jaar).

Bij de inrichting van de accommodatie

de buitenruimte kan rekening worden gehouden met beweegmogelijkheden , mee te ontwerp. Als aan het plein organisaties zijn gevestigd die actief zijn op het gebied van sport , bewegen en gezondheid biedt dat aanvullend kansen tot samenwerking. en

nemen in het

Toekomstbestendigheid Bij nieuwbouw ligt het vanwege de ruimtelijke en maatschappelijke consequenties van deze keuze voor de langere termijn voor de hand om te kiezen voor realisatie van een pand met een lange levensduur en binnen dit concept aandacht te geven aan de moderne eisen met betrekking tot flexibiliteit , duurzaamheid en circulariteit. Daarbij is dan wel rekening te houden met het reserveren van voldoende ruimte voor een eventuele latere uitbreiding , die eventueel in een meer flexibele bouwvorm (door inzet van modulaire principes) ingevuld kan worden. Bij nieuwbouw kan flexibiliteit in het ontwerp en in de keuze voor een bouwwijze (bijvoorbeeld modulair) optimaal toegepast worden om toekomstige groei of krimp van leerlingaantallen op te vangen. De combinatie aan het plein kan ertoe bijdragen dat afzonderlijke functies worden versterkt.

Realisatie van een gebouw , waarbij onderdelen later bij veranderende omstandigheden kunnen worden omgezet naar andere functies , kan met het oog op de centrale ligging en andere aanwezige functies (wonen en bedrijvigheid) de toekomstvastheid verder versterken.

30

Bijdrage aan leefbaarheid Toevoeging van een kindcentrum aan het pleinscenario versterkt het ontmoetingsconcept en draagt daardoor bij aan de maatschappelijke relevantie van deze plek. Het draagt substantieel bij aan de doelstellingen uit de Transformatie-agenda (levendig dorpshart , stimuleren van ontmoeting). De samenhang met andere functies , activiteiten en de omgeving (plein) is van meerwaarde en synergiekansen zijn te onderzoeken. Ruimtelijke inpassing De inpassing maakt onderdeel uit van het gebiedsplan. Er kan in beginsel voldoende ruimte worden gemaakt voor realisatie van een kindcentrum volgens het indicatieve ruimteprogramma , alsook de inpasbaarheid en flexibele mogelijkheden van aanvullende of (toekomstige) ruimtevragen zoals sport , ontmoeting , zorg of welzijn. Dit is via een programma van eisen te bezien in het ontwerp. Voor realisatie in het pleinscenario is planwijziging aan de orde en is verwerving van

eigendommen door de gemeente nodig. Daartoe moet het nu voorliggende masterplan worden gedetailleerd , dit behelst een complexe opgave vanwege de noodzakelijke beleidsmatige ontwikkeling , stedenbouwkundige procedures , de samenwerking met maatschappelijke partners (onder andere de woningstichting) en de directe belangen van betrokken zoals de huurders (van woningen) en particuliere vastgoedeigenaren. Nb. : bij een keuze voor dit scenario ligt het expliciet beslissen over het meenemen van een nieuwe sportzaal vanwege de leeftijd van de bestaande voor de hand. Het is , gezien de centrale functie van de nieuwe ontwikkeling , niet verstandig om ruimte te reserveren zonder expliciet besluit voor verplaatsing. Ruimtelijk (omgeving) De centrale ligging maakt dat het kindcentrum op een goed vindbare en herkenbare plek komt te liggen , met ook een goede bereikbaarheid per fiets , auto en te voet. Ligging aan de (hoofd)verkeersader Mauritslaan draagt bij aan de goede bereikbaarheid. Bij de gebiedsinrichting wordt aandacht gevraagd voor veiligheid en doorstroming van verkeer. Voldoende parkeergelegenheid is eveneens in het ontwerp op te nemen. De gebiedsontwikkeling maakt het mogelijk om het kindcentrum optimaal in te passen in de omgeving (fysiek en functioneel).

Het centrum wordt onderdeel van een centrale ontmoetingsplek in het dorp samen met andere (maatschappelijke en commerciële) functies. Er ontstaat een levendige omgeving. De combinatie van functies kan ook tot

overlast leiden (bv. horeca/winkels en kindcentrum). Financieel Naast reguliere bouwkosten die verband houden met de realisatie van een school , is in dit pleinscenario verwerving en herbestemming van eigendommen aan de orde. Deze maken onderdeel uit van de brede gebiedsontwikkeling van het masterplan. Daarbij komen in een grondexploitatie (GREX) ook de overige grondwaarden , kosten en opbrengsten , die gemoeid zijn met de inrichting van het gebied aan de orde. Voor wat betreft de dienstverlening zijn synergievoordelen te behalen door combinaties met andere functies , zowel in investering

31

als in exploitatie. Daar staan saneringskosten tegenover van bestaande voorzieningen , zoals het gemeenschapshuis. Dit scenario kan leiden tot een significante vertraging in het realisatietraject van de nieuwe school. Dit maakt een forse inspanning nodig om de huidige school overeind te houden. Om de veiligheid van leerlingen en onderwijzers te garanderen bij een langere realisatietermijn zijn uitgaven nodig vanwege binnenklimaat en groot onderhoud. Daar is op voorhand geen calculatie van te maken: er moet een gedetailleerd , sober plan worden voorgelegd , dat is aangesloten op de resterende gebruiksduur. Verder wordt momenteel in goed overleg tussen gemeente en Kindante een tijdelijke oplossing gezocht voor het ruimtetekort en ook deze maatregelen zullen gecontinueerd moeten worden tot aan de ingebruikname van het nieuwe kindcentrum. Nb. : de gemeente heeft voor de Transformatie ingeschreven op meerdere subsidietrajecten. De realisatie van een IKC in het pleinscenario kan leiden tot een grotere kans op het verwerven van externe bijdragen. Duurzaamheid De mogelijkheid bestaat om duurzaam en circulair te bouwen op basis van de ambities zoals beschreven in het IHP en de expliciete wens van gemeente en schoolbestuur. Bij nieuwbouw is een passende exploitatie te verwezenlijken.

Risico’s Bij de doorontwikkeling van het pleinscenario kan , als gekozen wordt voor een optimale ruimtelijke inpassing van de school in het gebied , een lange realisatietermijn aan de orde zijn. Andere ontwikkelingen , zoals het realiseren van voldoende ruimte voor wonen , welzijn , verblijf en verkeer kunnen dan op de ligging van de school afgestemd worden. Vanwege de betrokkenheid van een veelheid aan partners is het risico reëel dat realisatie van de school daardoor vertraging oploopt. Dat is in discrepantie met de wens van gemeenteraad en schoolbestuur om juist snelheid te maken. Daarom moeten beheersmaatregelen worden genomen en is een toegewijd besluitvormingstraject van groot belang. Vanwege de verwachte doorlooptijd kan het noodzakelijk zijn om ter overbrugging gebouwelijke maatregelen te treffen in het bestaande gebouw. Deze behelzen (1) het op

orde brengen van de omvang van de school om recht te doen aan het huidige en verwachte aantal leerlingen en (2) maatregelen in het bestaande gebouw gericht op de nieuwe eindtermijn van het gebouw (comfort en veiligheid). Het transitietraject heeft grote impact op inwoners van en met name de direct betrokkenen: huurders , bedrijven , zorgpartners , verenigingsleven. Een groot aantal mensen zal hinder ondervinden in verband met gedwongen herhuisvesting en overlast tijdens de bouw , met risico’s voor draagvlak. Aandacht voor inwonerparticipatie en communicatie wordt hier belangrijk geacht. Nieuwbouw zal in principe gasloos worden uitgevoerd. Het kindcentrum zal daarbij in eerste instantie een kleinverbruikaansluiting (3x80A) nodig hebben. Dit gaat gepaard met lange wachttijden ( > 1 jaar) en dat betekent in dit scenario dat de risico’s ten aanzien van de

32

energievoorziening beperkt zijn in relatie tot de doorlooptijd van het gehele

inpassingstraject. Nb. : Aandachtpunt is dat voor de locatie Sportcomplex door de Omgevingsdienst Zuid Limburg op hoofdlijnen onderzocht is in hoeverre geluid en externe veiligheid een risico kunnen vormen voor realisatie (zie 7. 2 voor de overwegingen). Daarbij is aan de orde gekomen in hoeverre deze thema’s ook op deze plek zouden kunnen spelen. Daarbij is vastgesteld dat voor het pleinscenario , die (meer) in de bebouwde omgeving ligt , een grotere bescherming en vrijheidsgraad aan de orde is. Dat laat echter onverlet dat voor de volledigheid ook deze locatie nader onderzocht moet worden. 07-5 Pleinscenario - Kloosterlocatie Als alternatieve optie en ter versnelling in dit scenario is gekeken naar de mogelijkheid om een substantieel deel van het bestaande kloostercomplex in te zetten (door herbestemming en renovatie) ten behoeve van de ontwikkeling van de school. Daarvoor is een QuickScan en inhoudelijke analyse van het complex gemaakt. Via een QuickScan is de kwaliteit van het gebouw beoordeeld: bouwkundige staat , installaties & binnenklimaat , flexibiliteit , uitstraling & belevingswaarde en omgevingsperspectief. Het element “onderwijskundig perspectief” is niet beoordeeld omdat het niet een bestaand onderwijsgebouw betreft. Het klooster is onderdeel van de Van der Valk hotelzone aan de rand van Urmond.

Dit complex bestaat naast het hotel en een parkeervoorziening uit een businesscenter. Dit BC is bereikbaar vanuit de parkeerplaats en ook vanuit het plein (en maakt onderdeel uit van het pleinscenario). Het onderzochte deel van het complex bestaat uit drie onderdelen: het nieuwe gebouwdeel aan de parkeerplaats , een ouder beeldbepalende deel aan het plein (uit 1950) en een recenter gebouwdeel van drie verdiepingen aan de Slagboomweg. Bij de inspectie van het gebouw zijn de volgende vaststellingen gedaan: Het Businesscenter heeft een hoge bezettingsgraad. Veel kleine bedrijven huren (flexibel) delen van het complex en hebben huurtermijnen voor de korte en middellange termijn afgesproken (1 maand tot ongeveer 2 jaar). Om een substantieel deel van het gebouw beschikbaar te maken zal Van der Valk een deel van deze contracten moeten beëindigen en uit het gesprek bleek dat voor het beëindigen van huurcontracten voor de middellange termijn dit ongeveer 15, jaar in beslag zal nemen.

33

-

Het moderne deel aan de parkeerplaats (blauw in onderstaand plaatje) en het oudere deel aan het Plein (paars ingekleurd) zijn niet geschikt. Dit deel (gebouwen 1 , 2 , 3 en 4) is te klein voor een inpassing van de school. Beide delen van de accommodatie zijn niet geschikt te maken doordat ze niet verbonden zijn aan of veilig te verbinden zijn met een buitengebied van voldoende omvang.

Analyse Slagboomweg. Het gebouw is over het algemeen van goede kwaliteit , is uitstekend (zakelijk) onderhouden en vertoont geen (zichtbare) constructieve gebreken. Daken zijn niet/nauwelijks geïsoleerd en zouden bij functiewijziging verbeterd moeten worden. De gevel heeft een matige isolatiegraad , terwijl de kozijnen grotendeels vernieuwd zijn en voldoen aan hedendaagse maatstaven. Op de plekken waar dit nog niet gebeurd is , is vervanging ingepland. De huidige indeling van het gebouw , interieur en afwerking zijn niet geschikt voor primair onderwijs. Om het gebouw inzetbaar te maken is een volledige aanpassing aan de orde. Ook op het gebied van installaties zijn belangrijke aanpassingen in het gebouw nodig om te laten voldoen aan voorwaarden voor modern onderwijs: Frisse Scholen (uitgangspunt klasse B): ventilatie , thermisch comfort winter , thermisch comfort zomer en visueel. Op al deze onderdelen worden de specifieke eisen voor onderwijs in het gebouw niet gehaald: aanpassingen in de schil en de installaties zijn daarom onvermijdelijk. Elektra is (zakelijk) up-to-date en is van goed niveau. Het gebouw heeft , vanwege zijn huidige constructie , beperkingen in de aanpasbaarheid en flexibiliteit: de constructie is gebaseerd op een (vaste) kolommenstructuur , die afwijkt van wat in onderwijs gebruikelijk is.

De kolommenstructuur gaat namelijk uit van een centrale gang met aan weerszijden kantoorruimtes met beperkte diepte. Zowel gang als kantoorruimtes zijn erg krap en niet geschikt om in huidige opzet in te zetten als onderwijsruimte. Aanpassing van het gebouw zal/kan ertoe leiden dat constructieve elementen zichtbaar blijven en (soms) onderwijs en flexibel meervoudig ruimtegebruik verhinderen. Het zal daardoor een lastige opgave zijn om de binnenruimte aan te passen aan veranderende behoeften vanuit onderwijsinhoud (pedagogische visie). Gebruiksperspectief Het (gele) gebouwdeel is in beginsel groot genoeg: de gevraagde 1. 500 m2 bvo zijn in relatie tot de maat van 1876 m2 bvo beschikbaar. Kanttekening is dat het niet gebruikelijk is om primair onderwijs in drie verdiepingen te realiseren. Om dat in deze situatie te voorkomen kan gebruik worden gemaakt van het aanliggende “rode” gebouw. Dat leidt aan de Slagboomweg tot leegstand , die moeilijk zakelijk te exploiteren is. Ook is op voorhand

34

significant ruimteverlies te verwachten omdat het gebouw slecht aansluit bij de ruimtelijke wensen vanuit het gewenste onderwijsconcept (verbinden jongste jeugd met peuteropvang). Inpassing van de school in het klooster zal vanwege de opbouw van het gebouw leiden tot een weinig flexibele oplossing. Gedeeld gebruik van ruimtes en het voorbereiden van latere uitbreiding vanwege maatschappelijke veranderingen in het onderwijsaanbod zijn moeilijk te realiseren. Er zal een (relatief) vaste ruimtelijke indeling van het schoolgebouw ontstaan. Dit wijkt af van de uitdrukkelijke wens om flexibiliteit en toekomstvastheid conceptueel in te passen.

Omgevingsperspectief Realisatie van de school in het businesscenter stelt voorwaarden aan de omgeving. Op het gebied van bereikbaarheid , veiligheid en invulling van de buitenruimte zullen in de PvE-fase fundamentele keuzes aan de orde komen. Een IKC stelt vanuit de wet hoge eisen aan de buitenruimte , die moet goed bereikbaar zijn en de onderbouw van de school en specifiek de peuteropvang en kinderopvang van de kindpartner worden geacht direct contact met buiten te hebben. Aanvullend is veiligheid van kinderen een belangrijk item. Vanwege de verbinding met het (restant van het) businesscenter zijn in het programma van eisen belangrijke randvoorwaarden in te bouwen om de beschermde schoolomgeving te bewaken. Daarbij kan gedacht worden aan de afscherming van looproutes , omheining van delen van het terrein en toegangsbewaking. Tenslotte is ook de toegankelijkheid voor ouders en kinderen (via veilig snel en langzaam verkeer) een aandachtpunt in relatie tot de verkeerstromen van en naar het businesscenter. Gebouwanalyse Om te kunnen voldoen aan de algemeen aanvaarde kwaliteitseisen voor scholen (Frisse Scholen klasse B) en energiegebruik (Energieneutraal volgens Routekaart Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed) moet het gebouw fors worden aangepakt.

Verder moet de indeling van het gebouw op de schop , waarbij een isolerende gebouwschil (vloeren , gevels en daken) aandacht behoeft. Ook zijn nieuwe werktuigbouwkundige installaties en een nieuwe binnen-afwerking toe te voegen. Gezien de staat van het gebouw is in voorliggend geval rekening te houden met een met een renovatiebudget , waarbij per bestaande vierkante meter ongeveer 70% van de nieuwbouwkosten moet worden geïnvesteerd om een gebouw met een levensduur van 40 jaar te laten ontstaan. Volgens de laatste update (2024) van het Kwaliteitskader Huisvesting ligt het prijsniveau voor nieuwbouw tussen de 3. 705 €/m² BVO en 3. 761 €/m² BVO. Te verwachten is dat het renovatiebudget per m2 bvo ongeveer € 2. 650. Om te voldoen aan de normatieve voorwaarden moet rekening worden gehouden met een fors inpassingsverlies van tot 30%. Daardoor zal een (in omvang) gebouw ontstaan dat een substantiële overmaat heeft en dat daardoor ook duurder in exploitatie zal zijn. Het totale investeringsbedrag zal bij gebruik van dit gebouw vergelijkbaar zijn met (vervangende)

nieuwbouw.

35

Aanvullend is er rekening mee te houden dat het gebouw door de huidige eigenaar vrij moeten worden gemaakt. De gemeente moet het relevante deel kopen na overeenstemming met Van der Valk. Daarbij zal compensatie van het omzetverlies aan de orde zijn. De aanschafkosten van het gebouw zijn toe te voegen aan de aanpassingskosten. De herinrichting van het gebied om recht te kunnen doen aan de voorwaarden van goed onderwijs (buitenruimte , veiligheid , toegankelijkheid voor verkeer) zal op deze locatie substantieel duurder zijn dan in een nieuwbouwomgeving en deze kosten komen voor rekening van de gemeente. Conclusie en Advies In het kader van gemeentelijk beleid om relevante historische gebouwen vanwege duurzaamheid en herkenbaarheid in te zetten voor openbare functies was de mogelijkheid om het kloostergebouw in te zetten een interessante optie. Bij een keuze voor het pleinscenario zou het een versnellende werking kunnen hebben. Gezien de kosten en de te bereiken onderwijskwaliteit is de renovatie van het kloostergebouw geen goede keuze. Op basis van de analyse is vastgesteld dat het niet voor de hand ligt om deze optie verder te wegen. .

36

08

Bouwen

voor

de (Urmondse) toekomst

Gemeente en Kindante hebben de afspraak om bij de realisatie van OBS De Maaskei oog te hebben voor moderne bouwmethodes. Daarvoor zijn meerdere (goede) aanleidingen. In de eerste plaats stelt de ontwikkeling rondom duurzaamheid hogere eisen aan de kwaliteit van gebouwen en met name met betrekking tot installaties ten behoeve van binnenklimaat. Door de landelijke overheid worden daarvoor innovatieprogramma’s ingericht. Daarnaast is er inherente onzekerheid met betrekking tot de ontwikkeling en de omvang van de school. En tenslotte heeft ook de te kiezen locatie invloed op de wijze , waarop de voorziening zal gaan bijdragen aan de maatschappelijke ontwikkelingen van het gebied. 08-1

Duurzaamheid

De aandacht voor duurzaamheid neemt toe. In de nabije toekomst hebben twee

vraagstukken een grote impact op ons leven. Uitputting van natuurlijke hulpbronnen De mens gebruikt meer hulpbronnen dan de aarde kan opbrengen. Indien de wereldbevolking op dezelfde manier leeft als wij in Nederland leven , zou de aarde 31, keer zo groot moeten zijn om de belasting te dragen. De bevolking zal de komende jaren sterk blijven groeien en het is noodzakelijk om het gebruik van fossiele hulpbronnen aan te passen. Dit zal direct effect hebben op ons leven , werken en de bebouwde omgeving.

De nationale overheid zet stevig in op een overstap naar een volledig circulaire economie.

Enkelvoudig , destructief gebruik van materialen moet plaats maken voor andere vormen van productie en gebruik. Grotere delen van onze industriële en agrarische activiteiten gaan bestaan uit onderhoud , vernieuwing of hergebruik , waardoor producten een langere levensduur krijgen. De druk op de aarde kan daardoor substantieel teruggebracht worden tot een duurzaam en draagbaar niveau. De wijze van leven en werken zal daardoor fundamenteel veranderen.

37

Klimaatverandering In het Klimaatakkoord van Parijs hebben partijen afgesproken de uitstoot van broeikasgassen drastisch te reduceren. Voor 2050 moet de uitstoot met 95% ten opzichte van het jaar 1990 zijn teruggebracht. Nederland wil tot 2030 de uitstoot met 55% terugdringen door het implementeren en steeds verder doorontwikkelen van een fors maatregelenpakket in ontwikkeling voor transitie naar vernieuwbare energiebronnen zoals zon , wind , water en aardwarmte. Het energiegebruik is te verlagen door de energievraag voor maatschappelijke gebouwen te beperken. De Nederlandse overheid en haar partners maken daar in convenanten samenwerkingsafspraken over. Sectorale Routekaart Onderwijs PO-raad , VO-raad en VNG hebben samen een plan voor de verduurzaming van schoolgebouwen vastgesteld. Daarin beschrijven zij hun aanpak om ervoor te zorgen dat in 2050 alle scholen kwalitatief goed zijn , een gezond binnenklimaat hebben en minimaal CO-2 arm en aardgasvrij zijn. Belangrijke beleidsintentie is om op investerings- en vervangingsmomenten zoveel mogelijk verduurzamen richting de eindnorm (ENG en Frisse Scholen klasse B) om efficiëntie en impact van maatregelen te vergroten. Daarbij is het huidige wettelijk minimum (BENG en Frisse Scholen klasse C) onvoldoende om de klimaatdoelen te halen. Wet/akkoord

Duurzaamheidsdoelstelling(en)

Investeringsagenda VNG , Unie van Waterschappen , IPO

Label A en volledig duurzame inkoop

2025

Energieneutraal nieuwbouw en renovatie circulair

2040

Grondstoffenakkoord

50% minder gebruik van grondstoffen Een economie zonder afval , ofwel volledig circulair

2050

Klimaatakkoord en Klimaatwet

49% minder CO-uitstoot 2 dan in 1990

2030

CO2-arm (95% CO-reductie t. o. v. 1990) en aardgasvrij 2

2050

55% minder broeikasuitstoot dan in 1990

2030

Klimaatneutraal in 2050

2050

Europese Klimaatwet (Fit for 55) Activiteitenbesluit milieubeheer

Plicht tot energiebesparing en CO-reductie 2 voor bedrijven en instellingen als terugverdientijd < 5 jaar

Streefdatum

< 5 jaar

Nieuwbouw vanaf 2030 ‘emissievrij’. Europese Commissie EPBD III-richtlijnen

Uiterlijk in 2027 energielabel F , 2030 energielabel E en in 2033 energielabel C voor bestaand maatschappelijk vastgoed

2030

Circulariteit Hergebruik van materialen wordt een belangrijk aandachtpunt. De opgave om bij nieuwbouw , renovatie en bedrijfsvoering zoveel mogelijk en in ieder geval in toenemende mate gebruik te maken van bestaande materialen krijgt een wettelijke basis. De huidige ambitie is dat in 2030 bij nieuwbouw van maatschappelijke gebouwen voor 30% gebruik moet worden gemaakt van circulaire materialen. In 2040 moet nieuwbouw en renovatie van een school volledig circulair plaatsvinden. Ook in de exploitatie en in onderhoud wordt

38

continuering van gebruik (door renovatie) en hergebruik van materialen een belangrijke afweging.

Dat leidt tot een nieuw perspectief op zorgplicht. Voorzieningen zullen (ook wettelijk) gaan verschuiven van (vervangende) nieuwbouw naar hergebruik en renovatie van bestaande gebouwen. Ook bij OBS De Maaskei is in voorliggend onderzoek opnieuw en gedetailleerd gekeken naar de mogelijkheden om het bestaande gebouw aan te passen. Daarbij is gebleken dat dit , gezien de complexe opbouw van het bestaande gebouw en de ruimtevraag op de langere termijn geen haalbare oplossing is. Toch is het belangrijk om bij de keuze voor een oplossing in (vervangende) nieuwbouw tot een goede weging te komen tussen de verschillende duurzaamheidsopgaven , zodat er balans in het eindresultaat blijft. 08-2

Naar een toekomstvast en flexibel gebouw

In voorliggend onderzoek zijn in grote lijnen drie variaties aan de orde gekomen ten aanzien van de omvang van de school. Deze zijn relevant voor de keuze op welke wijze de nieuwe voorziening wordt gerealiseerd:

Variatie 1: de omvang van de school De geprognosticeerde leerlingenontwikkeling laat een (relatief kleine) variatie zien voor de basisschool in Urmond. Dat leidt tot een tijdelijke piek gedurende de komende 15 -

-

jaren. Op termijn kunnen ten noorden van de kern nieuwe woningbouwontwikkelingen ontstaan. In de gebiedsontwikkeling van Bramert Noord is daarvoor een eerste aanzet gegeven. De aanvullende kansen na de eerste fase zijn buiten de scope van de leerlingenprognoses gebleven vanwege de onzekerheid of de plannen uiteindelijk tot

ontplooiing komen. Dat laat echter onverlet dat op termijn een extra toestroom van leerlingen kan ontstaan. Eerder is vastgesteld dat de continuïteit van de basisschool in Berg op de langere termijn aandacht verdient. Naar aanleiding van eerder onderzoek is daar substantieel in de instandhouding van het gebouw geïnvesteerd. Nieuwbouw van de school in Urmond kan echter ook invloed hebben op de leerlingenaantallen daar.

Bovenstaand geformuleerde aanleiding om rekening te houden met variaties in de toekomst verdient tegelijkertijd ook een belangrijke nuancering: vanuit het perspectief van onderwijshuisvesting is het ondenkbaar dat in de kern Urmond op enig moment geen primair onderwijs gewenst of beschikbaar is. Deze woonkern ligt op een belangrijke toegangsroute naar de snelwegen en daarmee naar de rest van Limburg en Nederland. Een school in Urmond zal altijd een verbindingspositie innemen voor het gebied aan de andere zijde van het kanaal. Ook in eerdere onderzoeken is vastgesteld dat De Maaskei op lange termijn een relevante voorziening zal blijven. Variatie 2: de omvang van het aanbod aan kinddiensten De relevantie en het aanbod (omvang) van aanvullende kinddiensten zal gedurende de komende jaren een ontwikkeling doormaken. Door het rijk wordt nagedacht over het versterken van de positie van kinderopvang als maatschappelijke voorziening. Dit zal de momenteel al zichtbare toename van de vraag naar verschillende opvangvormen

39

versterken. In Urmond rapporteren de betrokken partners wachtlijsten. Hoe deze ontwikkeling zal uitpakken is niet te voorzien maar het is belangrijk om conceptueel rekening te houden met de kans dat het aanbod aan kinddiensten gedurende de komende jaren moet worden aangepast aan wijzigende omstandigheden. Variatie 3: Maatschappelijke Voorzieningen Binnen het onderzoek zijn verschillende locaties aan de orde met per locatie een zeer verschillend kansenpatroon. Deze zijn in de weging van de locaties in detail beschreven. Met name in het pleinscenario is er een kans om een centrale voorziening voor de kern te realiseren. Zo’n publieke voorziening zal gedurende de looptijd van inhoud en van kleur blijven veranderen , afhankelijk van de ontwikkeling van de samenleving en de bevolkingssamenstelling. Het is daarbij van belang dat een toekomstvast gebouw ontstaat , dat over de tijd snel , eenvoudig en tegen beperkte kosten aan wijzigende omstandigheden kan worden aangepast. 08-3

Ruimtelijke afwegingen

In voorliggend onderzoek zijn voor OBS De Maaskei meerdere locaties in beeld gebracht en beoordeeld. Deze hebben , zo is beschreven , heel verschillende ruimtelijke karakteristieken en ook verschillende voor- en nadelen. Deze vormen (inhoudelijk , ruimtelijk en financieel) een basis voor de keuze van een voorkeurslocatie. Ze kunnen aanleiding geven voor het wegen van verschillende opties voor het feitelijk realiseren van een nieuwe school. Onderstaand zijn deze benoemd.

Vervangende locatie huidige school Bij realisatie op de huidige plek wordt een daarvoor eerder helder afgebakend gebied midden in de kern opnieuw ingevuld. Deze locatie is omgeven door woningen en deze zijn in particulier eigendom. De ontwikkeling van een vervangende school vraagt aanpassingen in de infrastructuur om een aantal van de bestaande vraagstukken rondom bereikbaarheid en parkeren opnieuw te beantwoorden. De langjarige continuïteit van de te realiseren oplossing kan daarbij een belangrijke overweging zijn , omdat die aan moet sluiten bij de bestaande gebiedsstructuur. Bij de bouw van de school kan daarom overwogen worden om over de scope van de huidige regelgeving met betrekking tot afschrijvingstermijnen heen te kijken door een gebouw met een lange termijnperspectief (70 jaar of langer) te realiseren , in ieder geval voor de vaste basis van de onderwijsvraag. Pleinscenario Indien gekozen wordt voor realisatie binnen het pleinscenario , wordt de nieuwe school onderdeel van de maatschappelijke infrastructuur van ontmoeten , cultuur , welzijn en zorg. De voorziening wordt een verbindend element binnen de gemeenschap. De gebiedsontwikkeling van het transformatieplan wordt afgestemd op een optimale aanpassing aan het schoolgebouw: woningen en het stratenpatroon zullen daarop worden aangepast. Dat heeft een structureel karakter op de lange termijn.

De langjarige continuïteit van de te realiseren oplossing kan daarbij een belangrijke overweging zijn. Bij de bouw van de school kan overwogen worden om over de scope van de huidige regelgeving met betrekking tot afschrijvingstermijnen heen te kijken door een gebouw met een lange

40

termijnperspectief (70 jaar of langer) te realiseren , in ieder geval voor de vaste basis van de onderwijsvraag. Locatie Sportvelden en Bramert Noord Deze beide locaties hebben een meer open karakter. Ze bieden enerzijds voldoende ruimte voor een schooloplossing voor de korte termijn. Ze laten ook voldoende mogelijkheden om uiteindelijk op de langere termijn voor andere , op flexibiliteit gerichte oplossingen te kiezen. Een ontwikkeling om het woningbestand of een veranderde relatie met de school in Berg kan aanleiding zijn voor een verandering in het aanbod. Dat kan vorm krijgen in het aanvullen van de school naar de dan geldende ruimtebehoefte. Het kan ook aanleiding zijn om de locatie ten principale te heroverwegen. Bij een keuze voor deze beide plekken ligt het voor de hand om flexibiliteit een belangrijke eigenschap van de gekozen bouwmethode te maken. 08-4

Realisatie en aanbesteding

Vanuit de wet is de taakverdeling met betrekking tot enerzijds de realisatie en anderzijds de exploitatie en instandhouding van een nieuwe school gereguleerd. In essentie is daarbij vastgelegd dat een schoolbestuur zijn eigen school realiseert en dat de gemeente vanuit haar begroting investeringsmiddelen beschikbaar stelt volgens de eigen gemeentelijke verordening voor onderwijshuisvesting. Voor de gemeente is zorgplicht een meetpunt. Schoolbestuur wordt eigenaar van het gebouw en krijgt daar (voor onderwijs en voor exploitatie en instandhouding van het gebouw) een bijdrage voor. Beide partijen worden onvoldoende gefinancierd voor de steeds verder stijgende kosten en wettelijke voorwaarden. De afgelopen jaren zijn ontwikkelingen aan de orde , die deze taakverdeling beïnvloeden. Onderstaand zijn drie belangrijke vraagstukken beschreven: 1. De gewenste en noodzakelijke verduurzaming van bestaande gebouwen (en de overheidsverantwoordelijkheid daarin) en ook de inhoudelijke veranderingen in

2.

3.

onderwijs stellen de formele taakverdeling tussen gemeenten en schoolbesturen onder druk. Steeds vaker krijgt een gemeente ook een rol in de verduurzaming en kwalitatieve verbetering van gebouwen en daarover worden in nieuwe IHP’s vaak samenwerkingsafspraken gemaakt. Dat leidt tot een verschuiving van de eerder gescheiden verantwoordelijkheden naar samenwerking bij keuzes , die de instandhouding en de lange termijn raken. De maatschappelijke wens om kindvoorzieningen voor de jongste jeugd te reguleren en (inhoudelijk) dichter bij de school te brengen , leidt tot vraagstukken met betrekking tot de interne afstemming van dienstverlening en (dus) van de inrichting van gebouwen. Ook de financiering van gebouwen is daarbij een thema: er is een wettelijke voorwaarde dat gemeenten individuele kindpartners niet mogen bevoordelen: kindpartners , die gebruik maken van gemeentelijke gebouwen moeten daarom tenminste de kapitaallasten aan de gemeente betalen. Vaak worden schoolgebouwen een centrale voorziening in een gemeenschap. Naast onderwijs en opvang krijgen ook welzijn , zorg en sport een plek in multifunctionele gebouwen. Dat leidt tot complexe vraagstukken rondom instandhouding en beheer.

41

In praktische zin kan realisatie in deze veranderende omstandigheden niet meer los worden gezien van instandhouding van een gebouw en van vraagstukken rondom de exploitatie op de middellange en zelfs langere termijn. Van gemeente , schoolbestuur en andere maatschappelijke partners vraagt dit om vanuit gezamenlijk belang. Daarbij is het belangrijk om informatie en belangen te delen door (TCO) als leidraad te hanteren. Nb. : in “total cost of ownership” (TCO) maken partijen samen financiële en technische keuzes.

Daarbij wordt niet alleen wordt gekeken naar de investeringen maar ook naar de consequenties op de middellange en lange termijn. Door transparant kennis en informatie over alle kosten en opbrengsten van een gebouw te delen en de verantwoordelijkheid voor de continuïteit steeds samen te dragen , kunnen zakelijke beslissingen worden genomen , die op de langere termijn de gemeenschappelijke belangen ondersteunen. 08-5

Regulier Realiseren

De meer traditionele opvatting met betrekking tot aanbesteding gaat uit van duidelijk gescheiden verantwoordelijkheden (regie , bestek een bouwteam in bovenstaand plaatje) en sluit in beginsel goed aan bij de oorspronkelijke wettelijke taakverdeling. Daarbij is in de praktijk al een beweging te zien van regietrajecten (met duidelijk gescheiden realisatiefasen) naar meer geïntegreerde werkvormen , waarbij in bouwteamverband

werkzaamheden (ontwerp , voorbereiding en realisatie) op basis van gebundelde expertise uitgevoerd. In voorliggende casus in Urmond is deze traditionele werkwijze op voorhand niet goed passend. Ze geeft geen goed antwoord op de in Urmond beschreven opgave: De (relatieve) onzekerheid rondom de omvang van de school op de middellange termijn; -

-

Het ontwikkelvraagstuk rondom kinddiensten en sport; De potentiële impact van de school op de brede maatschappelijke dienstverlening in de het centrum van de kern; De mogelijke inbedding in een grootschalige gebiedsontwikkeling met de wens daar steeds flexibel op te kunnen reageren.

42

Om bovenstaande redenen is een traditionele vorm van aanbesteding en realisatie in Urmond af te raden. Intentie moet zijn om te streven naar een bredere aanpak , die de

samenwerking tussen partners en het lange termijnperspectief versterkt. 08-6

Alternatief 1: Modulair Bouwen

Eerder hebben gemeente en schoolbestuur Kindante overwogen om voor nieuwbouw van OBS De Maaskei in Urmond in te zetten op een modulair bouwconcept. Beoogd werd om invulling te geven aan de complexe opgave en op een duurzame wijze de gewenste flexibiliteit in de omvang van de school in te passen in een toekomstvaste oplossing. Deze moderne aanpak stelt eisen aan het realisatietraject. Modulair bouwen , een vorm van prefab bouwen , verschilt van traditioneel bouwen. De modules van het uiteindelijke gebouw worden in een fabriek vervaardigd (vaak inclusief vloeren , wanden , dak- en gevelafwerking) en daarna op de bouwplaats gemonteerd. Door te kiezen voor een gestandaardiseerd bouwsysteem met vaste eenheden kunnen gebouwen snel worden opgebouwd , waardoor het bouwproces efficiënter en sneller kan verlopen. Later kunnen deze gebouwen ook eenvoudig worden aangepast , gedemonteerd en hergebruikt. Om modulair te kunnen bouwen maken aannemers graag gebruik van vaste ketenpartners voor ontwerp alsook voor installaties en afbouwcomponenten. In de praktijk verenigen ontwerpende en uitvoerende partijen zich in één consortium , dat ontwerp en realisatie via een geïntegreerd contracteringsmodel in opdracht neemt. De meest aangewezen contractvorm is in dit geval Design & Construct.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=06f58b91-1313-478c-bbee-4bdbfd92742d