Toelichting en regels BP Steenwijk - Prins Bernhardstraat.pdf
Tekst van het document
Echter ten aanzien van het pand dat hier voorheen stond en wat er nu wordt gerealiseerd neemt het verharde oppervlak af." Ligging plan: Steenwijk - Prins Bernhardstraat Ongenummerd 8331 Steenwijk Uw gegevens: Ruben Beens Witpaard BV rbeens@witpaard.nl Dorpsweg 103 8271 BL IJsselmuiden Gegevens gemeente: Steenwijkerland Maaike van Benthem 14 0521 maaike.van.benthem@steenwijkerland.nl Samenvatting resultaat Kaartlagen: Heeft u een beperkingsgebied geraakt? nee Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Steenwijkerland Vragen: Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? nee Is er sprake van een uitbreiding van de lozing van huishoudelijk afvalwater in het landelijk gebied groter dan 9 vervuilingseenheden (ve) of in het stedelijk gebied van 30 ve? nee Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast? nee Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 1500m2? nee Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is? nee Worden er op bedrijfsmatige wijze activiteiten verricht waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? nee Heeft het plan een permanente waterpeilverandering tot gevolg? nee Aanvullende vragen ten behoeve van de korte procedure Wat is de toename of afname van het verharde oppervlak in
m2? 500 Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken? nee Vindt er een lozing plaats in oppervlaktewater? nee Vindt er een tijdelijke of permanente onttrekking van grondwater plaats? nee Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. www.dewatertoets.nl bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 57 Regels bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 58 bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 59 Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan 'Steenwijk - Prins Bernhardstraat' met identificatienummer NL.IMRO.1708.STWmeppelerweg40BP-ON01 van de gemeente Steenwijkerland. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en eventuele bijlagen. 1.3 aanbouw/uitbouw: een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw, maar er functioneel onderdeel van uitmaakt. 1.4 aan huis verbonden bedrijf: het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q.
het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid dat op kleine schaal in een woning of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende bedrijfsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse, niet zijnde detailhandel, behoudens de ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten. 1.5 aan huis verbonden beroep: een dienstverlenend beroep dat op kleine schaal in een woning of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse, niet zijnde detailhandel, behoudens de ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten. 1.6 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.7 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.8 achtererfgebied: erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1,00 meter van de voorkant van het hoofdgebouw.
1.9 ambacht(elijk): het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, ver-/bewerken, herstellen of installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die ter plaatse worden vervaardigd, ver- of bewerkt, ondergeschikt aan de woonfunctie. Wanneer deze activiteit in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen plaatsvindt, dient de omvang van de activiteit zodanig te zijn dat de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd. bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 60 1.10 archeologisch monument: terrein dat op basis van de Monumentenwet 1988 is aangewezen als beschermd archeologisch monument. 1.11 archeologische deskundige: de provinciaal, gemeentelijk of regionaal archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie. 1.12 archeologische verwachting: de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten. 1.13 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 1.14 architectonische waarde: de aan een bouwwerk toegekende waarde in verband met de vormgeving, het materiaalgebruik en/of detaillering.
1.15 bebouwde kom in verband met archeologie: voor het bepalen van de bebouwde kom als genoemd in artikel 7 wordt aangesloten bij de bebouwde kom volgens de Wegenwet. 1.16 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.17 bebouwingspercentage: het percentage dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.18 bed & breakfast een recreatief nachtverblijf in de vorm van logies met ontbijt binnen bestaande gebouwen. 1.19 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten. Aan-huisverbonden beroepen en bedrijven niet daaronder begrepen. 1.20 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten. 1.21 bedrijfsmatig: via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon deelnemen aan het economisch verkeer al dan niet met winstoogmerk, en activiteiten die hiermee naar aard, omvang en regelmaat zijn gelijk te stellen. 1.22 beeldkwaliteit: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde met betrekking tot de bouwkundige vormgeving en ruimtelijke en functionele aspecten.
bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 61 1.23 begane grond: het gedeelte van een gebouw dat gelijk is aan het natuurlijk oppervlak van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aansluitende maaiveld of de gemiddelde hoogte. 1.24 bestaand: de op legale wijze gerealiseerde of realiseerbare bebouwing of het op legale wijze gerealiseerde of realiseerbare gebruik ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.25 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.26 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.27 bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.4 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Als hoofdregel is dit het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland. 1.28 bijgebouw: een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.29 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.30 bouwgrens: de grens van een bouwvlak.
1.31 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering ge lijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, zolder, dakopbouw of setback. 1.32 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bi j elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.33 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel. 1.34 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.35 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 62 1.36 carport: een bouwwerk met tenminste een dak en niet, of aan maximaal twee zijden van wanden voorzien, inclusief bestaande wanden. 1.37 cultuurgrond: gronden die in cultuur zijn gebracht, waaronder grasland-, akkerbouw- en tuinbouwgrond alsmede grond ten behoeve van de rietteelt.
1.38 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat in de loop van de geschiedenis is ontstaan door het gebruik dat de mens van dat bouwwerk of gebied heeft gemaakt. 1.39 cultuurlandschappelijke waarden: waarden die ontstaan zijn door het gebruik van de gronden in de loop van de geschiedenis door de mens. 1.40 eerste bouwlaag: bouwlaag op de begane grond. 1.41 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, mits deze inrichting in overeenstemming is met het bestemmingsplan. 1.42 erfafscheiding: afscheiding welke op een grens tussen twee erven is geplaatst. 1.43 erker: een ondergeschikte uitbouw op de begane grond van de woning, die strekt ter vergroting van het woongenot. Een erker is gelegen aan de verblijfsruimte en zorgt voor een verbijzondering van de voorgevel zonder de architectuur wezenlijk aan te tasten. Een erker heeft een diepte van maximaal 1,00 meter en is aan drie zijden geheel of gedeeltelijk voorzien van glas. 1.44 evenement: een activiteit in de openlucht, dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden.
1.45 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.46 gevellijn: de bouwgrens die (nagenoeg) gelijk loopt aan de as van de weg of het water waarin een (of meer) gevel(s) van een gebouw is (zijn) geplaatst en die is gelegen aan de weg grenzende perceelsgrens, ofwel de gevellijn als aangeduid op de kaart. 1.47 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 63 1.48 karakteristieke bebouwing: te handhaven gebouw of bouwwerk, dat vanwege zijn architectonische vormgeving, schaal en cultuurhistorisch of anderszins waardevolle eigenschappen als kenmerkend voor een gebied kan worden beschouwd. 1.49 karakteristieke beplanting beeldbepalende en/of waardevolle beplanting welke kenmerkend is voor en past bij de omgeving.
1.50 kleinschalige bedrijfsmatige activiteit: de in Bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten (Bedrijvenlijst ontleend aan de brochure Bedrijven en Milieuzonering VNG) genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. 1.51 maaiveld: bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging. 1.52 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca van categorie 2 en 3 ten dienste van deze voorzieningen. 1.53 maatvoeringsvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge een maatvoeringssymbool in het betreffende vlak bepaalde afmetingen, percentages, oppervlakten, hellingshoeken en/of aantallen, zowel ten aanzien van het b ouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn toegelaten.
1.54 mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. 1.55 monumenten: alle bouwwerken conform artikel 6 Monumentenwet, alsmede gemeentelijke monumenten. 1.56 nevenactiviteit: een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een perceel. 1.57 omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.58 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde met een dak, dat niet of slechts aan één zijde is voorzien van een (bestaande) wand. bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 64 1.59 parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode plaatsen van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het onmiddellijk in - of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen. 1.60 peil: a.
voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (NAP) of het ter plaatse geldende waterpeil. 1.61 permanente bewoning: bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een gebouw, dan wel een gedeelte daarvan, als hoofdverblijf. 1.62 ruimtelijke kwaliteit: de kwaliteit van de ruimte als bepaald door de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van die ruimte. 1.63 seksinrichting: de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waar in bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.
1.64 stedenbouwkundig beeld: het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte. 1.65 verdieping: een bouwlaag die is gelegen boven de eerste bouwlaag welke is gelegen op de begane grond. 1.66 voorgevel: gevel van een gebouw die is gelegen aan de zijde van de weg of het water dan wel die in ruimtelijk opzicht de voorkant van het gebouw vormt. 1.67 weg: een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en daarbij behorende parkeerplaatsen. 1.68 woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.69 zakelijke dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, zoals banken, verzekeringswezen, exploitatie van handel in onroerende zaken, adviesbureaus en verhuurbedrijven, met uitsluiting van detailhandel. bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 65 1.70 zolder: ruimte(n) in een gebouw die hoofdzakelijk is (zijn) afgedekt met schuine daken en die in functioneel opzicht geen deel uitmaakt van (de) daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen.
bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 66 Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens: tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is 2.2 het bebouwingspercentage: het percentage van een bouwperceel dat met gebouwen mag worden bebouwd. Voor zover op de kaart bouwgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen. 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 de horizontale diepte van een gebouw: de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel.
2.7 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en /of) het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk: de buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten grootste afstand. 2.9 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.10 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.11 de ondergeschikte bouwdelen: Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1,00 meter. bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 67 2.12 de verticale diepte van een gebouw: de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer.
bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 68 bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 69 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Tuin 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met de daarbij behorende voorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 meter en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 meter bedraagt; b. vlaggenmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 6,00 meter bedraagt; c. erkers, luifels, balkons en dergelijke, mits: 1. de diepte gemeten vanaf de bouwgrens binnen de bestemming 'Wonen' niet meer dan 1,00 meter bedraagt; 2. de breedte niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van de woning; 3. de goothoogte maximaal gelijk is aan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer + 0,30 meter. 3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a.
het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, een en ander met uitzondering van parkeren ten behoeve van het op de bestemming gerichte gebruik; b. buitenopslag, behalve als dit noodzakelijk is voor op de bestemming gericht tijdelijk gebruik. bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 70 Artikel 4 Verkeer 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeersdoeleinden; b. speelvoorzieningen; c. parkeervoorzieningen; d. paden, wegen en straten; met daaraan ondergeschikt: e. masten ten behoeve van telecommunicatie en alarmering; f. groenvoorzieningen; g. straatmeubilair; h. kunstwerken; i. herdenkingsmonumenten j. afvalinzameling; k. nutsvoorzieningen; l. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder (ondergrondse waterbergings- en infiltratievoorzieningen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen; b. bouwwerken, geen gebouw zijnde: c. noodzakelijk met het oog op de regeling van de veiligheid van het verkeer; d. ten behoeve van de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden; e. behorende tot het straatmeubilair; f. ten behoeve van speelvoorzieningen; g. ten behoeve van afvalinzameling; h. kunstwerken, zoals bruggen en duikers; i.
voorwerpen betreffende de beeldende kunsten; j. ten behoeve van onder- en/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; k. met sub 1 t/m 8 vergelijkbare bouwwerken; l. met inachtneming van artikel 4.2.2 en artikel 4.2.3. 4.2.2 Gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen Voor het bouwen van gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van deze gebouwen bedraagt maximaal 3,00 meter; b. de oppervlakte bedraagt maximaal 15 m². 4.2.3 Overige regels Voor het overige gelden de volgende regels: bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 71 a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 10,00 meter. 4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het bouwen van gebouwen met een grotere bouwhoogte ten dienste van nutsvoorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.2, ten behoeve van het bouwen van gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen met een grotere bouwhoogte, met dien verstande dat: a. de goothoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte maximaal 6,00 meter mag bedragen; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: d. het straat- en bebouwingbeeld; e. de verkeersveiligheid; f. de milieusituatie; g. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
4.3.2 Afwijken van de bouwregels ten aanzien van het plaatsen van masten ten behoeve van telecommunicatie en alarmering Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.3 ten aanzien van het plaatsen van masten ten behoeve van telecommunicatie en alarmering, welke niet vergunningsvrij zijn, met dien verstande dat:deze passen binnen het stedenbouwkundige en landschappelijk beeld ter plaatse; a. belangen van derden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; b. de totale bouwhoogte van de antenne-installatie inclusief bebouwing niet meer dan 40,00 meter bedraagt. bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 72 Artikel 5 Wonen 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Algemeen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning; met daaraan ondergeschikt: b. tuinen; c. groenvoorzieningen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. ontsluitingspaden. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd a. woningen, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak'; b. de bij een woning behorende bijbehorende bouwwerken; c. alsmede de bij een woning behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde. 5.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels: a.
binnen het bouwvlak mogen zowel woningen als bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd; b. het bouwvlak mag tot maximaal 100% worden bebouwd; c. het aantal woningen binnen het bouwvlak zal ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven maximum aantal bedragen; d. de voorgevels van de woning worden geplaatst in de naar de weg gekeerde bouwgrens; e. de grenzen van het bouwvlak mogen worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke, mits: 1. de diepte gemeten vanaf de bouwvlakgrens niet meer dan 1,00 meter bedraagt; 2. de breedte niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van de woning; 3. de goothoogte maximaal gelijk is aan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer + 0,30 meter; f. de bouw- en goothoogte van een woning bedraagt maximaal de waarde zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' c.q. de aanduiding 'maximale goothoogte'; g. het hoofdgebouw wordt voorzien van een kap, waarvan: 1. de dakhelling ten minste 30° bedraagt; 2. de dakhelling maximaal 60° bedraagt; h. de nokrichting van het hoofdgebouw evenwijdig aan de weg is georiënteerd; i. voor de maatvoering van bijbehorende bouwwerken geldt het bepaalde in artikel 5.2.3; j. voor de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, geldt het bepaalde in artikel 5.2.4 .
bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 73 5.2.3 Regels voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mogen uitsluitend bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken mag per woning maximaal 6 m² bedragen; c. de grond ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' wordt voor maximaal 60% bebouwd; d. bijbehorende bouwwerken worden met een kap van maximaal 60° afgedekt; e. de goothoogte van een bijbehorende bouwwerk bedraagt maximaal 3,50 meter; f. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk bedraagt maximaal 5m. 5.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende r egels: a. Binnen de bestemming mogen bouwwerken, geen gebouw zijnde en carports worden gebouwd; b. bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen uitsluitend achter de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen en vlaggenmasten; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag maximaal 6,00 meter bedragen; d. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens mag maximaal 1,00 meter en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens mag de bouwhoogte van erfafscheidingen maximaal 2,00 meter bedragen.
5.3 Nadere eisen 5.3.1 Onderwerpen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte en de hoogte van bebouwing; b. het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan; c. de aard, hoogte en situering van (al dan niet groene) erfafscheidingen; d. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing. 5.3.2 Toepassingscriteria De in artikel 5.3.1 genoemde onderwerpen voor het stellen van nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van: a. het stedenbouwkundig beeld; b. de verkeerssituatie; c. een goede parkeerbalans; d. de milieusituatie; e. de sociale veiligheid; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; g. instandhouding van omliggende waarden. bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 74 5.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.2 onder g, ten behoeve van het verkleinen van de dakhelling tot 0°, met dien verstande dat het vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is. 5.5 Specifieke gebruiksregels 5.5.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a.
het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte wagens en/of voer- en vaartuigen van derden, anders dan bedoeld in artikel 5.1; b. een aan huis verbonden beroep of bedrijf in de woning en/of in de bijbehorende bouwwerken anders dan bedoeld in artikel 5.5.2 ; c. woningsplitsing; d. het samenvoegen van woningen; e. mantelzorg in de woning en/of in de bijbehorende bouwwerken; f. gebouwen voor recreatieve bewoning; g. detailhandel; h. horeca; i. buitenopslag, behalve als dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte tijdelijke gebruik en anders dan bedoeld in artikel 5.1 . 5.5.2 Aan huis verbonden beroepen Een aan huis verbonden beroep, als opgenomen in het overzicht aan huis verbonden beroepen (Bijlage 1 bij deze regels), is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een aan huis verbonden beroep wordt uitsluitend uitgeoefend in de woning of in de bijbehorende bouwwerken; b. maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de woning en de bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor aan huis verbonden beroep(en); c. de woonfunctie wordt in overwegende mate gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning wordt niet wezenlijk aangetast; d. er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; e.
er is slechts één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 cm; f. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; g. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; h. er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende beroep gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden beroep gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt. 5.6 Afwijken van de gebruiksregels 5.6.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van aan huis verbonden bedrijven a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 5.5.2, ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf als opgenomen in het overzicht aan huis gebonden bedrijven (Bijlage 1 bij deze bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 75 regels), met dien verstande dat: b. een aan huis verbonden bedrijf uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of in de bijbehorende bouwwerken; c. de bestaande bouwmogelijkheden niet mogen worden verruimd; d. maximaal in totaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt voor een aan huis verbonden bedrijf; e.
de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wordt aangetast; f. er maximaal 2 personen werkzaam mogen zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; g. het onbebouwde gedeelte van het perceel niet mag worden gebruikt voor beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten, met uitzondering van parkeren; h. er ten hoogste één reclame-uiting is toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 centimeter; i. in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; j. er geen detailhandel plaatsvindt, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende bedrijf gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden bedrijf gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt. k. Een omgevingsvergunning, vrijstelling of ontheffing die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een bestaand aan huis verbonden bedrijf wordt gelijkgesteld met de omgevingsvergunning als bedoeld in 5.6.1 sub a.
5.6.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van mantelzorg Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.6.1 onder e, ten behoeve van mantelzorg in de woning of in bestaande bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: a. het oppervlak van de mantelzorgvoorziening in de woning en/of bestaande bijbehorende bouwwerken maximaal in totaal 75 m² bedraagt, met dien verstande dat de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan het bepaalde in artikel 5.2.3; b. de tijdelijkheid in voldoende mate vaststaat; c. specifiek voor mantelzorg in bestaande bijbehorende bouwwerken de volgende regels gelden: d. het vrijstaande bijbehorend bouwwerk dient binnen een afstand van 25,00 meter van de woning te zijn gesitueerd en een ruimtelijke eenheid te vormen met de woning; e. realisatie van de afhankelijke woonruimte binnen de woning inclusief de aangebouwde bijbehorende bouwwerken is niet mogelijk; f. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van: g. de verkeersveiligheid; h. het woon- en leefklimaat; i. de milieusituatie; j. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 76 bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 77 Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 78 Artikel 7 Algemene bouwregels 7.1 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'bouwvlak'; b. de oppervlakte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan de toegestane oppervlakte van bouwwerken boven peil; c. de ondergrondse bouwdiepte mag maximaal 4,00 meter onder peil bedragen; d. om het ondergrondse bouwwerk toegankelijk te maken is overschrijding van het bouwvlak toegestaan, mits de voorgevelrooilijn niet wordt overschreden; e. de regels van de betreffende bestemmingen zijn van overeenkomstige toepassing. bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 79 Artikel 8 Algemene gebruiksregels Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a.
een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; b. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf, voor zover daarvoor door de burgemeester geen gedoogbestemming is verleend; c. straatprostitutie; d. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, tenzij de betreffende bestemming daarin wel uitdrukkelijk voorziet bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 80 Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 9.1 Meetverschillen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de aangeduide bouwgrenzen indien een meetverschil of onnauwkeurigheid ten opzichte van de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft, mits de afwijking maximaal 3,00 meter bedraagt. 9.2 Verleende omgevingsvergunningen of andere toestemmingen Een omgevingsvergunning, vrijstelling of ontheffing die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een bouw- en/of gebruiksactiviteit waarvoor ingevolge deze regels een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is vereist, wordt gelijkgesteld met een dergelijke omgevingsvergunning.
9.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het plaatsen van masten voor telecommunicatie en alarmering Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen ten aanzien van het plaatsen van masten ten behoeve van telecommunicatie en alarmering, welke niet vergunningsvrij zijn, met dien verstande dat: a. deze passen binnen het stedenbouwkundige en landschappelijk beeld ter plaatse; b. belangen niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; c. de totale bouwhoogte van de antenne-installatie inclusief bebouwing niet meer dan 40,00 meter bedraagt. bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 81 Artikel 10 Parkeren 10.1 Aanbrengen ruimte voor parkeren, laden en lossen Een omgevingsvergunning voor bouwen en/of het gebruiken van gronden of bouwwerken wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor bewoners / gebruikers overeenkomstig de Nota Parkeernormen 2015 van de gemeente. De parkeergelegenheid moet zijn aangelegd en in stand worden gehouden op eigen terrein. 10.2 Beleidsregels Het bevoegd gezag past de in 10.1 genoemde regels toe met in achtneming van de Nota parkeernormen van de gemeente welke is opgenomen in Bijlage 2 met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze beleidsregels zoals die gelden op het moment dat de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend.
10.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij op niet in voldoende mate ruimte is aangebracht en/of in stand wordt gehouden voor parkeren voor het genoemde in 10.1 overeenkomstig de beleidsregels van de gemeente als bedoeld in 10.2. 10.4 Afwijken Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.1 indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; b. op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien. bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 82 bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 83 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2.
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d.
Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 84 Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het "Steenwijk - Prins Bernhardstraat". februari 2021. bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 85 Bijlagen bij regels bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 86 bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 87 Bijlage 1 Aan huis gebonden beroepen en/of ambachtelijke bedrijvigheid bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 88 Overzicht aan huis gebonden beroepen en consumentverzorgende en/of ambachtelijke bedrijvigheid (aan huis gebonden bedrijven) Door de kamers van koophandel is de volgende lijst samengesteld van personen die als aan huis gebonden beroepen (vrije beroepsbeoefenaars), gelden. Dit zijn: 1. adviseur 2. advocaat 3. accountant-administratieconsulent 4. alternatieve genezer 5. belastingconsulent 6. bouwkundig architect 7. dierenarts 8. fysiotherapeut 9. gerechtsdeurwaarder 10. huidtherapeut 11. huisarts 12. interieurarchitect 13. juridisch adviseur 14. kunstenaar 15. logopedist 16. makelaar 17. medisch specialist 18. notaris 19. oefentherapeut Cesar/Mensendieck 20. organisatieadviseur 21.
orthopedagoog 22. psycholoog 23.redacteur 24.registeraccountant 25. stedenbouwkundige 26.tandarts 27.tandartsspecialist 28.tolk 29.tuin- en landschapsarchitect 30. verloskundige Een beroep dat hier niet op voorkomt, geldt in beginsel niet als ‘aan huis gebonden beroep (vrij beroep)’, tenzij de onderneming/beroepsbeoefenaar anders aan kan tonen. Bij de uitoefening van consumentverzorgende en/of ambachtelijke bedrijvigheid valt te denken aan: 1. a.utorijschool (geen theorie) 2. bloemschikker 3. computerservice (o.a. systeembouw/-analyse) 4. decorateur 5. fietsenreparateur 6. fitness-studio 7. fotograaf 8. goud- en zilversmid 9. glazenwasser 10. hoedenmaker 11. hondentrimmer 12. instrumentenmaker 13. kaarsenmaker 14. kapper 15. klompenmaker 16. koeriersdienst 17. lijstenmaker 18. loodgieter 19. meubelmaker 20. muziekinstrumentenmaker 21. nagelstudio/pedicure 22. pottenbakker 23. prothesemaker 24. reisorganisatie (kleinschalig) 25. reparatie van kleine consumentenartikelen (antiek/radio’s-tv’s/horloges etc.) 26. schoonheidsspecialist 27. traiteur 28. tv/radio reparateur 29. zadelmaker Deze lijst is niet uitputtend. Echter, het uitgangspunt bij deze activiteiten moet zijn dat het woonkarakter niet wezenlijk mag worden aangetast.
bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 89 Bijlage 2 Nota parkeernormen bestemmingsplan "Steenwijk - Prins Bernhardstraat" (ontwerp) 90 Nota Parkeernormen 2015gemeente Steenwijkerland Uitgangspunten voor parkeren bij nieuwe (ver)bouwontwikkelingen en functiewijzigingen binnen de gemeente Steenwijkerland Inhoudsopgave 1. Inleiding Aanleiding1.1. 1.2. Nota Parkeernormen 2. Parkeernormen 2.1. Inleiding 2.2. Stedelijkheidsgraad 2.3. Indeling stedelijke zones 2.4. Autobezit Steenwijkerland 2.5. Toe te passen parkeernormen 3. Parkeernormensystematiek 3.1. Inleiding 3.2. Berekening parkeerbehoefte 3.3. Wijziging functie gebouw / perceel 3.4. Locatie van de parkeerplaatsen 3.5. Kwaliteit parkeerplaatsen 3.6. Dubbelgebruik van de parkeerplaatsen 3.7. Ontheffing parkeernorm 3.8. Laden & lossen 4. Stappenplan toetsing parkeernormen Bijlage 1: Parkeernormen per functie Bijlage 2: Aanwezigheidspercentages Bijlage 3: Indeling stedelijke zones 1. Inleiding Het hanteren van parkeernormen is van belang om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Bij bouwplannen (nieuwbouw, verbouw, herontwikkeling etc.) ontstaat extra parkeerbehoefte. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen. Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen.
1.1 Aanleiding Als gevolg van een wijziging van de Woningwet (De Reparatiewet BZK 2014) verliezen de stedenbouw- kundige bepalingen van de bouwverordening, waaronder de regeling betreffende het parkeren, hun werking. Dat betekent dat gemeenten deze parkeerregels voortaan in de bestemmingsplannen of beheer verordening moeten opnemen. Om te voorkomen dat in elk bestemmingsplan de parkeernormen moet worden beschreven, is het mogelijk om een Nota Parkeernormen vast te stellen. In deze nota wordt de parkeernormering van elke te (her)ontwikkelen functie binnen de gemeente Steenwijkerland afgedekt. Vanuit het betreffende be- stemmingsplan kan naar de Nota Parkeernormen worden verwezen. Omgekeerd dient deze nota ook dienen als een toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor een nieuw bestem- mingsplan wordt opgesteld of waarvoor een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmings- plan wordt verleend. Nr. CVDR367086_1 CVDR 21 november 2017 Officiële uitgave van Steenwijkerland. Cvdr 2017 nr. CVDR367086_1 21 november 20171 1.2 Nota Parkeernormen De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte.
In het ASVV2012 en de CROW-publicatie 317 zijn actuele parkeerkencijfers opgenomen en richtlijnen voor de maatvoering van de verschillende parkeervakken vastgelegd. De inhoud van deze nota is het toetsingskader voor het hanteren van parkeernormen bij (ver)bouwaan- vragen en stelt de eisen aan het aantal en de kwaliteit van de per functie aan te leggen parkeerplaatsen. Zowel voor de aanleg van parkeerplaatsen op eigen terrein als in de openbare ruimte. 2. Parkeernormen 2.1 Inleiding De hoogte van de parkeernormen wordt onder andere aan de hand van de stedelijkheids-graad en de indeling van de stedelijke zones bepaald. Ook is gekeken naar het gemiddelde autobezit per huishouden in Steenwijkerland. In dit hoofdstuk wordt onderbouwd op basis van welke gegevens de hoogte van de parkeernormen zijn bepaald. 2.2 Stedelijkheidsgraad In het door het CROW opgestelde ASVV 2012 en afgeleid hiervan publicatie 317 (kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) is voor de berekening van de parkeernormen rekening gehouden met de stede- lijkheidsgraad van de gemeente en de bereikbaarheidskenmerken van de verschillende locatie binnen de gemeente. Onder de stedelijkheidsgraad wordt verstaan het aantal adressen per vierkante kilometer.
Verondersteld wordt dat het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en, als gevolg daarvan, ook de hoogte van het parkeer kencijfer afhankelijk is van de stedelijkheidsgraad en de stedelijke zone binnen het grondgebied. Naarmate de omgevingsadressen dichtheid afneemt, is het aanbod en kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen lager met als gevolg een hoger parkeerkencijfer. Door het CROW wordt voor de stedelijkheidsgraad de volgende klassen aangehouden. Omgevingsadressen dichtheidKlasse (adressen per km2) > 2.500Zeer sterk stedelijk 1.500-2.500Sterk stedelijk 1.000-1.500Matig stedelijk 500-1.000Weinig stedelijk <500Niet stedelijk Voor de gemeente Steenwijkerland is de klasse weinig stedelijk van toepassing. Het aantal adressen per km2 bedraagt in deze klasse tussen de 500 en 1.000 adressen. In de Nationale Atlas Volksgezondheid (bron:www.zorgatlas.nl) staat vermeld dat de omgevingsadressen dichtheid van Steenwijkerland in 2013 591 adressen per km2 bedraagt. 2.3 Indeling stedelijke zones Door het aanbod en de kwaliteit van andere vervoerswijzen in het centrum van de stad, vooral openbaar vervoer, is gebleken dat de functies in het centrum resulteren in een lagere parkeervraag. Buiten het centrum is het aanbod en kwaliteit hiervan veel minder waardoor het autobezit hier hoger wordt veron- dersteld.
De door het CROW opgestelde parkeerkencijfers zijn daarom onderscheiden naar stedelijke zone waarbij een onderscheid is gemaakt tussen het centrum, de schil rondom het centrum, de rest van de bebouwde kom en het buitengebied. Gelet op de kenmerken van de verschillende kernen binnen de gemeente Steenwijkerland is gekozen om alleen de binnenstad van Steenwijk aan te merken als “centrum” (het gebied binnen de vesting). De overige gebieden binnen de bebouwde kom van Steenwijk, evenals de kernen Vollenhove en Olde- markt worden aangemerkt als “rest bebouwde kom”. In Vollenhove en Oldemarkt is sprake van een redelijk zelfvoorzienend winkelaanbod. De overige gebieden binnen de gemeente worden aangemerkt als “buitengebied”. Cvdr 2017 nr. CVDR367086_1 21 november 20172
In bijlage 3 is op kaart is weergegeven wat in de gemeente Steenwijkerland de begrenzing is van de verschillende stedelijke zones. 2.4 Autobezit Steenwijkerland Uit statistische informatie (per 1-1-2014) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (www.cbs.nl) blijkt het gemiddelde autobezit per huishouden in Steenwijkerland 1,3 auto bedraagt. In het centrum van Steenwijk is het gemiddelde autobezit per huishouden 0,7 auto’s. Het gemiddelde autobezit per huis- houden binnen de rest van de bebouwde kom van Steenwijk bedraagt 1 auto. Voor de kernen Vollen- hove en Oldemarkt bedraagt het gemiddelde autobezit 1,1 auto respectievelijk 1,3 auto per huishouden. Het gemiddelde autobezit per huishouden in de overige kernen en het buitengebied bedraagt 1,4 auto’s. 2.5 Toe te passen parkeernormen De door het CROW opgestelde parkeerkencijfers hebben een bandbreedte. Deze bandbreedte betreft een minimaal en maximaal aantal te realiseren parkeerplaatsen. Dit betekent dat het te realiseren par- keeraanbod binnen deze bandbreedte moet blijven en niet mag worden over- of onderschreden. Bij de huidige werkwijze bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt de minimumnorm gehanteerd voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen. De ervaring met het hanteren van de mini- mumnormen is dat er in de praktijk voldoende parkeerplaatsen zijn.
In bijlage 1 zijn de minimale parkeernormen opgenomen zoals vastgelegd in publicatie 317. Gedifferen- tieerd naar stedelijke zone. In deze normering is rekening gehouden met een aandeel van bezoekers van 0,3 parkeerplaatsen per woning. Voor het centrum is de parkeernorm, afhankelijk van het type woning, tussen de 0,7 en 1,4 parkeerplaatsen per woning. Voor de rest bebouwde kom is de parkeernorm tussen de 1,0 en 1,9 parkeerplaatsen per woning. Voor het buitengebied is de parkeernorm tussen de 1,0 en 2,0 parkeerplaatsen per woning. Deze parkeernormen sluiten aan bij het huidige gemiddelde autobezit per huishouden. Op basis van ervaringen wordt verwacht dat de vast te stellen parkeernormen voldoende zijn voor de parkeervraag. 3. Parkeernormensystematiek 3.1 Inleiding Op basis van de omvang van de (ver)bouwontwikkeling en de parkeernormen vermeld in bijlage 1, kan het aantal parkeerplaatsen worden bepaald. Het aantal parkeerplaatsen is echter niet het enige criterium. Zo is ook van belang is dat de maatvoering van de parkeerplaatsen voldoen en de parkeerplaatsen op de gewenste locatie liggen. In sommige gevallen hoeft de aanvrager geen parkeerplaatsen aan te leggen, omdat er al voldoende parkeerplaatsen aangelegd zijn. In dit hoofdstuk wordt de systematiek aan de hand van voorbeelden nader toegelicht.
In de parkeernormensystematiek zijn de volgende onderdelen te onderscheiden: ● Berekening parkeerbehoefte ● Wijziging functie gebouw / perceel ● Locatie van de parkeerplaatsen ● Kwaliteit van de parkeerplaatsen ● Dubbelgebruik parkeerplaatsen ● Ontheffing parkeernormen ● Laden en lossen 3.2 Berekening parkeerbehoefte In bijlage 1 is een tabel opgenomen met de parkeernormen per functie, onderverdeeld naar de gedefi- nieerde stedelijke zones. In de laatste kolom staat het aandeel bezoekers. Het aandeel bezoekers is al verwerkt in de parkeernorm en komt er dus niet bovenop. Op basis van het type functie, de omvang en in welke stedelijke zone de functie valt, kan de parkeerbehoefte worden bepaald. De tabel met de parkeernormen per functie is niet onuitputtelijk. Het is soms lastig in te schatten onder welke functie een (ver)bouwontwikkeling valt. In CROW-publicatie 317 wordt voor sommige functies een nadere toelichting gegeven. Er zullen altijd (ver)bouwontwikkelingen zijn die niet onder één van de functies in de tabel vallen. In dat geval moet de aanvrager op basis van referentiesituaties inzichtelijk maken wat de verwachte parkeerbehoefte is. Cvdr 2017 nr. CVDR367086_1 21 november 20173
Voor etagewoningen (koop) wordt een onderverdeling aangehouden van duur, midden en goedkoop en voor etagewoningen (huur) wordt onderscheid gemaakt tussen duur en midden/goedkoop. Voor deze onderverdeling wordt aangesloten bij de woningcriteria van het volkshuisvestingsbeleid en de met woningcorporaties gemaakte prestatieafspraken. Voorbeeld 1 Een ontwikkelaar wil twee vrijstaande woningen bouwen in Onna. Onna valt in de stedelijke zone “buitengebied”. Voor een vrijstaande woning geldt een parkeernorm van 2,0. De aanvrager moet 4 parkeerplaatsen aanleggen. Voorbeeld 2 Een bank wil een kantoor bouwen in een woonwijk van Steenwijk. De bruto vloeroppervlakte (bvo) van het kantoor is 600 m2. Het gebied valt in de stedelijke zone “rest bebouwde kom”. Voor een kantoor met een baliefunctie geldt een norm van 3,3 per 100 m2 bvo: 3,3 x 6 = 19,8. De uitkomst wordt afgerond op hele getallen. De bank moet 20 parkeerplaatsen aanleggen. 3.3 Wijziging functie gebouw / perceel Bij de berekening van de parkeernormen wordt als uitgangspunt gehanteerd dat (eventuele) problemen uit het verleden niet op de nieuwe functie worden afgewikkeld. Het verschil in parkeerplaatsen tussen de huidige bestemming en de nieuwe ontwikkeling wordt op een theoretische manier berekend. Het aantal te realiseren parkeerplaatsen = parkeernormen huidige situatie (mits het gebruik is vergund c.q.
toegestaan), minus parkeernormen nieuwe situatie. Is dit een positief getal dan zijn er voldoende (of te veel) parkeerplaatsen. Is de uitkomst negatief dan zal dit aantal parkeerplaatsen extra gerealiseerd moeten worden om aan de parkeereis te voldoen. Voorbeeld In het buitengebied staan twee (vervallen) vrijstaande woningen. Deze worden gesloopt en vervangen door een appartementencomplex met 10 appartementen (koop, midden). De huidige woningen hebben theoretisch een parkeerbehoefte van 4 parkeerplaatsen. Voor het appartementencomplex geldt een norm van 1,5 parkeerplaatsen per appartement. De op te leggen parkeernorm is 15 parkeerplaatsen. De aanvrager dient 15 minus 4 = 11 parkeerplaatsen aan te leggen Van bovenstaande wordt afgeweken indien de huidige functie met een lage dagelijkse parkeervraag en een hoge incidentele parkeerdruk (waarbij in de piekmomenten niet aan de vraag wordt voldaan), wordt vervangen door een functie met een hogere dagelijkse parkeerdruk zonder grote pieken. Voorbeeld In een woonwijk in Steenwijk staat een religiegebouw. Op zondagen is de parkeerdruk het hoogst. Parkeren op eigen terrein is niet mogelijk. De huidige theoretische parkeerbehoefte is 0,1 parkeerplaats per zitplaats. Het aantal zitplaatsen is 60. Dit betekent een parkeernorm van 6 parkeerplaatsen. In het religiegebouw is ook een kantoor zonder baliefunctie gevestigd.
Hiervoor geldt een theoretische par- keerbehoefte van 2,3 parkeerplaatsen. Nu wil een ontwikkelaar het religiegebouw vervangen door een appartementencomplex met 5 appar- tementen (huur, goedkoop). Hiervoor geldt een parkeernorm van 1,0 per woning. Er moeten dus 5 parkeerplaatsen worden aangelegd. In dit geval wordt geen rekening gehouden met de incidentele parkeerdruk, aangezien de vorige functie geen aanbod had voor de incidentele parkeerdruk. De ontwik- kelaar moet in dit geval 5 minus 2 (huidige parkeernorm kantoor) = 3 parkeerplaatsen realiseren. 3.4 Locatie van de parkeerplaatsen Uitgangspunt is parkeren op eigen terrein Aanvragers zijn in principe verplicht om de voor hun bouw of ontwikkelinitiatief van toepassing zijnde parkeernorm op het eigen terrein aan te leggen. De parkeerbehoefte moet dus op eigen terrein worden opgelost. Met eigen terrein wordt bedoeld het gehele grondgebied of plangebied van het bouwinitiatief. In de meeste gevallen is “eigen erf” en “eigen terrein” hetzelfde. Meestal gaat het dan om een bouwi- nitiatief op een perceel. Maar bij bijvoorbeeld nieuwbouwwijken kan het hele plangebied als het “eigen terrein” worden be- schouwd. Dat betekent dat er ook in de nieuwe openbare ruimte geparkeerd kan/moet worden. Als het eigen terrein qua parkeren voor een bepaald project of ruimtelijke ontwikkeling ruimer kan worden Cvdr 2017 nr.
CVDR367086_1 21 november 20174
opgevat dan het eigen, private perceel zal dat in het betreffende bestemmingsplan of de betreffende omgevingsvergunning voor dat project of die ontwikkeling worden aangegeven en gemotiveerd. Bezoekersparkeren woningen Met de hoogte van de parkeernormen is rekening gehouden met bezoekersparkeren. Per woning wordt uitgegaan van 0,3 parkeerplaats per woning. Het heeft de voorkeur, indien de openbare ruimte dit toelaat, om het bezoekersparkeren in de openbare ruimte te realiseren. Het voordeel hiervan is dat de parkeerplaatsen door iedereen gebruikt kunnen worden. In het geval dat één van de bewoners veel vi- site heeft, dan zijn er meerdere parkeerplaatsen in de openbare ruimte beschikbaar. Als in een straat het parkeren alleen op eigen terrein plaatsvindt en de straat te smal is om er te kunnen parkeren, dan ontstaan er gelijk problemen als één van de bewoners veel visite heeft. Bezoekersparkeren werken en voorzieningen In publicatie 317 wordt voor de berekening van de parkeernorm rekening gehouden met een aandeel van bezoekers aan de ontwikkelen functie. De parkeerplaatsen voor bezoekers dienen voor het bepalen van de parkeernorm openbaar toegankelijk te zijn. Anders wordt de parkeernorm verhoogd met het aandeel van bezoekers.
Parkeren buiten het eigen terrein Als op het eigen terrein geen afdoende parkeeroplossing kan worden gerealiseerd, is het mogelijk dat een initiatiefnemer ten behoeve van zijn initiatief parkeerruimte elders huurt of koopt. Door het over- leggen van een huurcontract voor onbepaalde tijd of koopovereenkomst kan het aantal aan te leggen parkeerplaatsen op eigen terrein neerwaarts worden bijgesteld. Een andere optie is dat het parkeren in de openbare ruimte wordt opgelost. Algemeen uitgangspunt indien het parkeren buiten het eigen terrein wordt opgelost. De parkeerplaatsen dienen op zo kort mogelijke loopafstand van de ontwikkeling komen te liggen en het mag niet leiden tot parkeerproblemen in de openbare ruimte. Als richtlijn voor een maximaal acceptabele loopafstand gelden de loopafstanden van de CROW. In onderstaande tabel staan de acceptabele (maximale) loop- afstanden per functie vermeld. Acceptabele loopafstandenFunctie 100 meterWonen 200 – 600 meterWinkelen 200 – 800 meterWerken 100 meterOntspanning 100 meterGezondheidszorg 100 meterOnderwijs Bij het parkeren buiten het eigen terrein wordt getoetst of deze parkeerplaatsen binnen de genoemde maximaal acceptabele loopafstand van de ontwikkeling worden aangelegd en of er geen alternatieven op kortere afstand zijn. Ook wordt getoetst of dit niet tot parkeerproblemen in de openbare ruimte leidt.
Voorbeeld 1 In een woonwijk wordt een kantoor gerealiseerd, waarvoor de parkeernorm 50 parkeerplaatsen bedraagt. Er ligt een parkeergarage net buiten de wijk, maximaal 180 meter lopen. Het risico bestaat dat het per- soneel de auto in de wijk gaat parkeren waardoor in deze wijk parkeerproblemen kunnen gaan ontstaan. In dit geval wordt geen medewerking verleend aan deze externe parkeeroplossing. Voorbeeld 2 Dezelfde ontwikkeling, maar dan in de binnenstad. In de binnenstad is (overdag) geen parkeergelegen- heid. In dit geval kan wel ruimtelijke medewerking worden verleend. 3.5 Kwaliteit parkeerplaatsen Van belang is dat de parkeerplaatsen aan een minimale maatvoering voldoen. Bij te smalle parkeervakken bijvoorbeeld zal het aantal te benutten parkeerplaatsen in de praktijk minder zijn dan omdat auto’s op twee parkeerplaatsen parkeren in plaats van één. Parkeren op parkeerterreinen Cvdr 2017 nr. CVDR367086_1 21 november 20175