CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting en regels BP Steenwijk - Prins Bernhardstraat.pdf

Politieke Markt 2 juni 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Steenwijk - Prins Bernhardstraat57.494 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 7 van 7

In het ASVV2012 staat de maatvoering vermeld voor parkeren op parkeerterreinen. Zowel voor algemene parkeerplaatsen als parkeerplaatsen voor gehandicapten. Deze maatvoering is afhankelijk van de wijze van inrichting van het parkeerterrein. De maatvoering van aan te leggen parkeerplaatsen dient te voldoen aan de eisen vermeld in het AS- VV2012. Als voorbeeld staat onderstaand de maatvoering vermeld van parkeerplaatsen op basis van langsparkeren en haaksparkeren (hoek van 90 graden). Voor het parkeren op een (parkeer)terrein bij bijvoorbeeld een kantoor of een appartementencomplex is de maatvoering voor parkeervakken als volgt: 1. Langsparkeren: tenminste 2,00 meter diep en een lengte van tenminste 6,00 meter. 2. Haaksparkeren: tenminste 2,50 meter breed en een lengte van tenminste 5,00 meter. De rijbanen dienen 6,00 meter breed te zijn. Voor gehandicaptenparkeerplaatsen is de maatvoering voor parkeervakken als volgt: 1. Langsparkeren: 3,50 meter diep en 6,00 meter in de lengte maar 7,50 meter lengte indien achter wordt in- en uitgestapt. 2. Haaksparkeren: 3,50 meter breed maar 3,00 meter bij een vrije uitstapstrook naast het parkeervak en 5,00 meter in de lengte. Parkeren op oprit of in garage(box) In onderstaande tabel is de minimale maatvoering opgenomen waaraan een oprit en een garage(box) moet voldoen.

Voor opritten geldt als aanvullende eis dat er tenminste 1 meter vrije ruimte moet zijn om de voordeur, de garage of de steeg (voor bijvoorbeeld het stallen van een fiets) te kunnen bereiken. Voor de garage(box) geldt dat er naast de garage een ruimte moet zijn om de fietsen te kunnen stallen dan wel dat er een grotere garage wordt gebouwd. KwaliteitParkeervoorziening minimaal 5,50 meter diep en 2,40 meter breedEnkele oprit minimaal 11,00 meter diep en 2,40 meter breedLange oprit minimaal 5,50 meter diep en 4,50 meter breedDubbele oprit minimaal 5,50 meter diep en 2,80 meter breedGarage (bij woning) minimaal 5,50 meter diep en 2,80 meter breedGaragebox (niet bij woning) De hierboven genoemde maatvoering van parkeerplaatsen geldt voor nieuwe ontwikkelingen. Wanneer er sprake is van vervanging van bestaande bebouwing en niet voldaan kan worden aan deze kwaliteit, kan daarvan worden afgeweken. In dit geval mag voor de kwaliteit van de parkeerruimte worden terug- gevallen op de maatvoering van de (voorheen) geldende bouwverordening. Volgens deze verordening moet/moest de ruimte voor het parkeren van auto’s afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto’s. Aan deze eis wordt/werd volgens de bouwverordening voldaan indien: a. de afmetingen van bedoelde parkeerruimten tenminste 1,80m bij 5,00m en ten hoogste 3,25m bij 6,00m bedragen; b.

de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte – voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst – tenminste 3,50m bij 5,00m bedragen. 3.6 Dubbelgebruik van de parkeerplaatsen Bij sommige bouwplannen of ruimtelijke ontwikkelingen is sprake van verschillende functies binnen hetzelfde (bestemmings)plan. Wanneer voor alle voorzieningen de volledige parkeerbehoefte moeten worden gerealiseerd, kan dit leiden tot dure of financieel onhaalbare plannen. Vanuit de parkeerkwaliteit is dit ook niet nodig. Verschillende functies hebben vaak een piek in de behoefte op verschillende mo- menten in de week. Dezelfde parkeerplaatsen kunnen dus gebruikt worden voor meerdere voorzieningen: dubbelgebruik. Dit leidt tot een efficiëntere benutting van de parkeercapaciteit. Door het opstellen van een parkeerbalans kan de mate van (mogelijk) dubbelgebruik worden berekend. Indien in één (bouw)initiatief of ruimtelijke ontwikkeling meerdere functies worden gecombineerd dan wordt voor de berekening van de parkeernorm rekening gehouden met de in de bijlage 2 vermelde aanwezigheidspercentages. Cvdr 2017 nr. CVDR367086_1 21 november 20176

Voorbeeld In het centrum van Steenwijk wordt een kantoor zonder baliefunctie gerealiseerd van 600 m2 BVO. Hiervoor geldt een parkeernorm van 1,6 parkeerplaats per 100 m2 BVO. Het aantal aan te leggen par- keerplaatsen bedraagt 9,6 parkeerplaatsen, afgerond 10 parkeerplaatsen. Boven het kantoor worden 5 dure koopappartementen gerealiseerd. De parkeernorm hiervoor bedraagt 1,2 parkeerplaatsen per appartement (inclusief 0,3 pp voor bezoekers parkeren). Het aantal aan te leggen parkeerplaatsen voor de appartementen bedraagt 6 parkeerplaatsen. Het bruto aantal aan te leggen parkeerplaatsen bedraagt 16 parkeerplaatsen. In tabel 2 staan voor deze functies de volgende aanwezigheidspercentages vermeld. Zondag middag Zaterdag avond Zaterdag middag Werkdag nacht Koop avond Werkdag- avond Werkdag- middag Werkdagoch- tend Functie 70%80%60%100%80%90%50%50%Woningen bewoners 70%100%60%0%70%80%20%10%Woningen bezoekers 0%0%0%0%5%5%100%100%Kantoren/bedrijven Dit leidt tot de volgende parkeervraag en maatgevende periode voor de berekening van de parkeervraag.

Zondag middag Zaterdag avond Zaterdag middag Werkdag nacht Koop avond Werkdag- avond Werkdag- middag Werkdag- ochtend Aantal pp maximaal Functie 3,153,62,74,53,64,052,252,254,5Woningen bewoners 1,051,50,901,051,20,30,151,5Woningen bezoekers 00000,480,489,69,69,6Kantoren/bedrijven 4,25,13,64,55,135,7312,151215,6Totaal De maatgevende periode is gedurende een middag tijdens een werkdag. Afgerond dient voor deze bouwontwikkeling 12 parkeerplaatsen te worden aangelegd. 3.7 Ontheffing parkeernorm Indien het voldoen aan de parkeernormering van deze nota als gevolg van bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, kan worden besloten om van deze normering af te wijken. Dit betreft voornamelijk de situatie waarbij het voor een bepaald bouwinitiatief of bepaalde ruimtelijke ontwikkeling ruimtelijk en financieel-economisch voor een niet mogelijk is om op of buiten het eigen terrein (volledig) te voorzien in de parkeerbehoefte, terwijl dit initiatief of deze ontwikkeling van wel van maatschappelijk of van algemeen belang is. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan een project dat in de gemeente de werkgelegenheid vergroot of voorziet in een nieuwe maatschappelijke voorziening die zeer wenselijk wordt geacht. In de omge- vingsvergunning of een bestemmingsplan voor een dergelijk project kan dan worden uitgegaan een lagere parkeernorm. Hierbij gelden wel de volgende voorwaarden: a.

er moet worden aangetoond dat er redelijkerwijze voldoende inspanning is gepleegd om te voldoen aan de parkeernormering; b. de parkeernorming is (nog) de enige belemmerende factor voor de realisering van het initiatief of ontwikkeling. Bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan zal iedere keer worden afgewogen in hoeverre deze afwijkingsmogelijkheid als een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid in dat plan zal worden opge- nomen. 3.8 Laden & lossen De eis van voldoende ruimte voor het laden of lossen van goederen op eigen terrein, zoals vermeld in het huidige artikel 2.5.30 van de Bouwverordening, blijft gehandhaafd. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goe- deren, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Deze regeling zal waar nodig, in de nieuwe bestemmingsplannen (als bouwregel) worden op-/overgenomen. 4. Stappenplan toetsing parkeernormen Op basis van de parkeernormensystematiek vermeld in hoofdstuk 3 wordt het volgende stappenplan gehanteerd voor het opleggen van parkeernormen bij aanvragen om een omgevingsvergunning. Cvdr 2017 nr. CVDR367086_1 21 november 20177

1. Elke initiatiefnemer van een bouwplan of een functiewijziging is zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn eigen parkeerbehoefte evenals de eventuele behoefte aan het laden of lossen van goederen. Het uitgangspunt is dat een bouwplan geen extra druk op de parkeersituatie in de bestaande openbare ruimte legt. Indien voor het initiatief een omgevingsvergunning is vereist, dient bij de aanvraag omgevings- vergunning een oplossing voor de parkeernorm te zijn opgenomen. Bij een combinatie van functies wordt de parkeernorm bepaald via een parkeerbalans aan de hand van de aanwezigheids- percentages conform bijlage 2. 2. De parkeerbehoefte moet op eigen terrein worden opgelost conform de parkeernormering van Bijlage 1 van deze nota. De kwaliteit van de aan te leggen parkeerplaatsen voldoet aan de eisen gesteld in paragraaf 3.5. Met eigen terrein wordt bedoeld het gehele grondgebied of plangebied van het bouwinitiatief. In de meeste gevallen is ‘eigen erf’ en ‘eigen terrein’ hetzelfde. Meestal gaat het dan om een bouwinitiatief op een (bouw)perceel. Maar bij bijvoorbeeld nieuw- bouwwijken, met de functie wonen, kan het begrip ‘eigen terrein’ (beleidsmatig) ruimer worden opgevat en kan het hele plangebied als het ‘eigen terrein’ worden beschouwd.

Dat betekent dat er ook in de nieuwe openbare ruimte geparkeerd kan/zal worden waarbij de parkeerbehoefte volledig in deze ruimte wordt opgevangen. De parkeerbehoefte van de nieuwe woonwijk mag niet (gedeeltelijk) worden afgewenteld op de openbare ruimte buiten deze wijk. In de betreffende bestemmingsplanregeling zal juridisch worden bepaald wat, voor wat betreft het parkeren, onder het eigen terrein wordt verstaan. Voor bestem- mingsplannen die worden vastgesteld voor bestaand bebouwd gebied is dit het eigen erf, tenzij het bestemmingsplan expliciet anders is bepaald 3. Bij een verbouw of een functiewijziging wordt het verschil in parkeerplaatsen tussen de huidige functie en de nieuwe functie op een theoretische manier berekend. Het aantal te realiseren par- keerplaatsen = parkeernormen huidige situatie (mits vergund c.q. toegestaan), minus parkeernor- men nieuwe situatie. Is dit een positief getal dan zijn er voldoende (of te veel) parkeerplaatsen. Is de uitkomst negatief dan zal dit aantal parkeerplaatsen extra gerealiseerd moeten worden om aan de parkeereis te voldoen. Indien het een functiewijziging betreft waarbij een incidentele piekvraag naar parkeerplaatsen wijzigt in een structurele parkeervraag dan wordt een parkeernorm opgelegd zonder rekening te houden met de parkeernormering van de huidige functie. 4.

Indien het realiseren van voldoende parkeergelegenheid voor een bouwplan of een functiewijziging op het eigen terrein ruimtelijk niet (volledig) mogelijk is of om andere redenen op overwegende bezwaren stuit, kan met een omgevingsvergunning worden toegestaan om op een andere wijze in de nodige parkeerruimte te voorzien. Het gaat hier om een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan of een omgevingsvergunning op grond van de bouwverordening. In de aanvraag voor de omgevingsvergunning moet dan gemotiveerd worden aangegeven dat (een deel van) de vastgestelde parkeernorm (na toets punt 3) buiten het eigen terrein wordt inge- vuld, waarna het aanleggen van parkeerplaatsen tot dit zelfde aantal parkeerplaatsen op eigen terrein achterwege kan blijven. Aanvrager dient hiervoor relevante documenten te overleggen. Bijvoorbeeld een getekende koopovereenkomst of huurovereenkomst(en) voor parkeerplaatsen voor onbepaalde tijd. Burgemeester en wethouders kunnen in dit verband voorwaarden stellen aan de eisen aan de maximale loopafstand tussen de functie en de aan te leggen of beschikbare parkeerplaatsen. De in paragraaf 3.4 van deze nota aangegeven acceptabele loopafstanden gelden hierbij als richtlijn. 5.

Indien door de initiatiefnemer wordt aangetoond dat het invullen van de parkeernorm zowel binnen als buiten het eigen terrein niet mogelijk is en het initiatief voldoet aan de in paragraaf 3.7 genoemde voorwaarden en criteria, kunnen burgemeester en wethouders op basis van een ruimtelijke en/of economische afweging besluit om via een omgevingsvergunning mee te werken aan dit initiatief zonder dat de parkeerbehoefte (volledig) wordt gerealiseerd. Indien dat niet het geval is, wordt de aanvraag omgevingsvergunning afgewezen. Cvdr 2017 nr. CVDR367086_1 21 november 20178

Cvdr 2017 nr. CVDR367086_1 21 november 20179

Bijlage 1 bij Nota Parkeernormen Gemeente Steenwijkerland 2015 Parkeernormen voor wonen, werken en voorzieningen 1. Hoofdgroep Wonen Cvdr 2017 nr. CVDR367086_1 21 november 201710

Cvdr 2017 nr. CVDR367086_1 21 november 201711

Cvdr 2017 nr. CVDR367086_1 21 november 201712

Cvdr 2017 nr. CVDR367086_1 21 november 201713

Cvdr 2017 nr. CVDR367086_1 21 november 201714

Bijlage 2 bij Nota Parkeernormen gemeente Steenwijkerland 2015 Aanwezigheidspercentage In gebieden waar meerdere functies aanwezig zijn, is vaak een gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen mogelijk. Dit betekent dan dat niet de som van de vraag naar parkeerplaatsen van de afzonderlijke functies hoeft te worden aangelegd, maar slechts een deel hiervan. Aanwezigheidspercentages geven per periode indicatief de omvang aan van het benodigd aantal par- keerplaatsen bij gecombineerd gebruik (minimaal twee functies). Voor het bepalen van de parkeervraag binnen een ontwikkelgebied worden onderstaande aanwezigheidspercentages gehanteerd. Zondag middag Zaterdag avond Zaterdag middag Werkdag nacht Koop avond Werkdag- avond Werkdag- middag Werkdag- ochtend Functie 70%80%60%100%80%90%50%50%Woningen bewoners 70%100%60%0%70%80%20%10%Woningen bezoekers 0%0%0%0%5%5%100%100%Kantoren/bedrijven 0%0%0%0%75%5%100%100%Commerciële dienstverlening 0%0%100%0%75%10%60%30%Detailhandel 0%0%100%0%80%70%60%30%Grootschalige detailhandel 0%40%100%0%80%40%60%30%Supermarkt 75%100%100%0%100%100%50%50%Sportfuncties binnen 100%25%100%0%50%50%25%25%Sportfuncties buiten 40%100%40%0%90%90%25%5%Bioscoop/theater/ podium etc.

10%10%10%0%10%10%75%100%Sociaal medisch: arts/maat- schap/ therapeut/ consultatiebureau 100%100%100%25%100%100%50%50%Verpleeghuis/ verzorgingstehuis/ aanleun- woning/ verzorgingsflat 60%60%60%5%60%60%100%60%Ziekenhuis patiënten inclusief bezoekers 40%40%40%25%40%40%100%75%Ziekenhuis medewerkers 0%0%0%0%0%0%100%100%Dagonderwijs 0%0%0%0%100%100%0%0%Avondonderwijs Tabel aanwezigheidspercentages Cvdr 2017 nr. CVDR367086_1 21 november 201715

Bijlage 3 Indeling stedelijke zones Cvdr 2017 nr. CVDR367086_1 21 november 201716

Cvdr 2017 nr. CVDR367086_1 21 november 201717

Cvdr 2017 nr. CVDR367086_1 21 november 201718

Cvdr 2017 nr. CVDR367086_1 21 november 201719

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/694d98f1-fb4e-449b-b2e4-422d7b2ff9d8?agendaItemId=a749be5b-35ca-4b7f-a815-40e7c37eb753