Regionaal Risicoprofiel IJsselland 2018.pdf
Tekst van het document
<20 M€) A B 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) NVT 0 5.1 verstoring van het dagelijks leven meer 40.000 mensen, 1-2 dagen C 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur Openbare orde en vragen aan bestuur, enkele dagen A 5.3 sociaal psychologische impact 1 significante categorie A Totaalscore (met behulp van rekenmodule) 0,026 Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van het scenario, gebaseerd op in IJsselland gemiddeld 30 dagen per jaar sneeuwval of sneeuw (niet noodzakelijkerwijs aaneengesloten) en zoals gebruikt in de Nationale risicobeoordeling 6 (2017) voor een zware sneeuwstorm: E, zeer waarschijnlijk (midden). 48 Bijlage 3.4: Scenario extreme hittegolf Uitgewerkt voorbeeld: Hittegolf in Nederland en in IJsselland In de zomer treedt mogelijk een periode op van a anhoudende hitte: tenminste vijf aaneengesloten dagen wordt een temperatuur gemeten van 27 graden of meer. Veel mensen, vooral ouderen, hebben klachten variërend van verminderd welbevinden tot huidaandoeningen, uitdroging, ademhalingsproblemen en in ernstige gevallen zelfs een hitteberoerte. In een aantal verzorgingstehuizen is geen airco aanwezig en is er door vakantie onvoldoende personeel besc hikbaar om extra zorg aan te besteden aan persoonlijke verzorging met extra drink en, verkoelende voetenbadjes, ventilatie van de ruimtes en dergelijke .
Drie patiënten op hoge leeftijd overlijden vroegtijdig door uitdroging. Tijdens de halve marathon, een groot evenement in Zwolle, zijn veel mensen op een open veld. Vijf van hen worden afgevoerd met verschijnselen van hitteberoerte. Enkele tientallen toeschouwers vallen flauw. De organisator wordt gedwongen het evenement en de geplande festiviteiten af te breken. Inventarisatie en bronnen Landelijke informatie: Nationaal Hitteplan (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). Algemene beschrijving scenario Er is sprake van een periode van aanhoudende hitte (golf) indien gedurende tenminste vijf aaneengesloten dagen de tempe ratuur 25 graden of hoger is , waarvan tenminste 3 dagen meer dan 30 graden. Hitte kan negatieve gevolgen hebben op de volksgezondheid. Dit kan variëren van verminderd welbevinden, huidaandoening en, uitdroging, ademhalings - en circulatieproblemen tot een hitteberoerte. In ernstige gevallen kan dit leiden tot sterfte. Naast sterfte onder kwetsbare groepen, is er een grote groep mensen die veel klachten en ongemak heeft. De kwaliteit van hun leven wordt in een periode van langdurige hitte aangetast. Ouderen hebben meer last van de hitte dan jongere mensen. Tot de risicogroep behoren voornamelijk ouderen en ook chronisch zieken, mensen in een sociaal isolement, mensen met overgewicht, kinderen en stadsbewoners.
Fase 1 geldt als de waakzaamheidsfase, het gaat om de zomerperiode van 1 juni tot 1 september. Fase 2 treedt in werking als de kans op een periode van vier of meer dagen met een maximumtemperatuur boven de 27 ºC klein, maar aanwezig is. Het RIVM wordt daarvan door het KNMI op de hoogte gebracht. Er zal dan een voorwaarschuwingsbericht worden doorgestuurd naar alle contactpersonen van de hittemailing. De betekenis van deze voorwaarschuwing is dat de ontvangende organisaties alert zijn voor het geval er een periode van aanhoudende hitte aanbreekt. De organisaties kunnen intern nagaan of ze voldoende in staat zijn om hun afgesproken taken te vervullen wanneer de voorspelde hitte doorzet. Fase 3 is de waarschuwingsfase en gaat in zodra het KNMI meldt dat de kans een periode van vier of meer dagen met een maximumtemperatuur boven 27 °C groot is. Er vindt overleg plaats tussen het RIVM, de veiligheidsmeteoroloog van het KNMI en de afdelingen communicatie van beide organisaties over de noodzaak om de voorwaarschuwing over te laten gaan in een waarschuwingsfase. Als besloten wordt om de waarschuwingsfase in te laten gaan, is het Nationaal Hitteplan geactiveerd. Dit is doorgaans meer dan een etmaal van te voren bekend.
De waarschuwingsfase eindigt met een duidelijke mail naar alle ontvangers van het hittebericht waarin staat vanaf welke dag het Nationaal Hitteplan niet meer actief is. Het hitteplan kan per regio/provincie worden geactiveerd. Risico Oorzaken: Een tweetal ontwikkelingen draagt bij aan de gezondheidsproblematiek. Door toename van de levensverwachting kan een groeiend aantal mensen tot de risicogroep worden gerekend. 49 Op hogere leeftijd heeft het menselijk lichaam een verminderd aanpassingsvermogen aan warmte en een verhoogde kans op ziekte waardoor het lichaam extra gevoelig is voor hitte . Ouderen kunnen door ziekten of beperkingen problemen hebben met zelfzorg en mobiliteit en zijn daardoor voor hun dagelijkse verzorging afhankelijk van (in)formel e zorgverleners . Daarnaast geven klimaatstudies aan dat extreme weersomstandigheden zoals hittegolven zich waarschijnlijk vaker voordoen. Samenhang met andere scenario´s: Zorginstellingen moeten hun zorg tijdens een periode van aanhoudende hitte aanpassen. Andere risicosituaties die kunnen optreden naast (of door) de aanhoudende hitte zijn waterschaarste, dreigende stroomonderbreking (door problemen met koel - en proceswater grote centrales) of sociale onrust door overlast en irritatie van mensen die veel buiten zijn , deze scenario’s zijn hier niet verder beschouwd. Het verloop van evenementen kan verstoord worden.
De Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) wordt geactiveerd in perioden van watertekorten evenals bij hoge temperatuur van het oppervlaktewater.In geval van een situatie van watertekort en/of warmte neemt de LCW beslissingen op basis van de verdringingsreeks. Slachtofferbeeld Status Aantal Doden 3 (vroeg) T1 5 T2 T3 100 Getroffenen 100.000 Betrokkenen 500.000 Impact Status Waarde Verwacht Onder Boven 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied NVT 0 6.1 aantasting van cultureel erfgoed NVT 0 2.1 doden 3 vroegtijdig A 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 5 ernstig C 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) <400 mensen, 2-6 dagen A 3.1 kosten <2M€ (<20M€) A B 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) NVT 0 5.1 verstoring van het dagelijks leven meer 40.000 mensen, 2-6 dagen D 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 1 indicator, enkele dagen A 5.3 sociaal psychologische impact 1 significante categorie A Totaalscore (met behulp van rekenmodule) 0,051 Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van het scenario, gebaseerd op in IJsselland gemiddeld 20 tot 24 dagen per jaar meer dan 25 graden (niet noodzakelijkerwijs aaneengesloten) en zoals gebruikt door KNMI Langjarig gemiddelde 1981-2010 en uitkomsten nationale Risicobeoordeling 6: 11, waarschijnlijk (midden, D). 50
51 Bijlage 3.5: Scenario uitbraak dierziekte Uitgewerkt voorbeeld: Uitbraak MKZ in de regio IJsselland Een uitbraak van mond - en klauwzeer is mogelijk en kan bijvoorbeeld geconstateerd worden bij IJssellandse veebedrijven. Dit is een 'ramp van nationaal belang'. Dat zei de premier woensdag na een bezoek aan het gebied waar de meeste getroffen veehouders zitten . Hij maakte duidelijk dat de getroffen boeren op steun kunnen rekenen van het kabinet. De m inister van Landbouw maakte twee nieuwe besmette bedrijven bekend: een geitenhouderij en een rundveebedrijf. Dat brengt het totaal op zeven. Alle bedrijven hebben contact gehad met de vermoedelijke bron, een transport van kalveren dat op een rustplaats in Frankrijk b esmet is geraakt. Rond elk bedrijf is een twee -kilometerzone ingesteld, waarbinnen preventief wordt geruimd. De complicatie doet zich voor dat een van de zones deels over een natuurterrein loopt. In totaal zijn tot en met gisteren 86 bedrijven geruimd. Het gaat zowel om de besmette, verdachte als omliggende boerderijen. De premier zei op een persconferentie in Deventer, waar hij een gesprek had met vertegenwoordigers van landbouworganisaties, dat hij begrip had voor de boosheid van boeren. 'Deze mensen zitt en in afschuwelijke omstandigheden.' Het Europese beleid van non -vaccinatie kan op termijn mogelijk op de helling. Inventarisatie en bronnen Regionale c.q.
gemeentelijke informatie: Informatiekaart Infectieziektecrisis ROT / GBT / RBT. Algemene beschrijving scenario Zeer besmettelijke dierziekten kunnen zich verspreiden onder dieren. Bovendien zijn er dierziekten, zoals de vogelgriep, die overdraagbaar z ijn of kunnen worden op mensen. Deze dierziekten hebben socio-economische gevolgen of gevolgen voor de volksgezondheid. Bovendien is kennis over deze ziekten belangrijk voor de handel in dieren en dierlijke producten. Voorbeelden zijn varkenspest, blauwtong, BSE, mond- en klauwzeer (MKZ), vogelgriep, runderpest en Q -koorts. Dergelijke crises hebben over het algemeen een lange doorloop tijd. De eerste besmettingen kunnen v erspreid zijn over enkele weken. Na bestrijding van de ziekte en ziektehaarden (gedurende enkele maanden) kan zekerheid over het uitblijven van nieuwe ziekteverschijnselen na de laatst geconstateerde besmetting nog enkele maanden uitblijven. Het verloop van de crisis kan een grote impact hebben op de getroffen bedrijven en hun eigenaren. Risico Oorzaken: Ons land is een klein land met veel vee. Daarom is een snelle bestrijding van dierziekten voor Nederland belangrijk. Er zijn gebieden waarin veel bedrijven zijn geconcentreerd waardoor de regio kwetsbaar is voor epidemieën van zeer besmettelijke dierziekten.
Scenarioraamwerk: Het kan zijn dat veehouders in de getroffen gebieden hun di eren moeten laten afmaken om te voorkomen dat het virus zich verspreidt. Daarnaast heeft een uitbraak grote invloed op de internationale handel in levende dieren en dierproducten. De Europese Unie verplicht de aangesloten landen - en dus ook Nederland - om besmettelijke dierziekten te bestrijden. Samenhang met andere scenario´s: Sommige dierziekten kunnen zich ontwikkelen tot een variant die overdraagbaar is op mensen. Het incident kan zich daardoor dreigen uit te breiden tot een ziektegolf. Er bestaat een relatie met de mogelijkheden tot hulpverlening. Bij een incident (brand) op een mogelijk besmet bedrijf dienen de hulpverleners en hun materieel ontsmet te worden om verspreiden onder dieren te voorkomen. Indien de dierziekte mogelijk overdraagbaar is op m ensen, kunnen de mogelijkheden tot incidentbestrijding ernstig beperkt worden.
52 Slachtofferbeeld Status Aantal Doden 0 T1 0 T2 T3 0 Getroffenen 4.000 Betrokkenen 500.000 Impact Status Waarde Verwacht Onder Boven 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied 4-40 km2, 1-4 weken B 6.1 aantasting van cultureel erfgoed NVT 0 2.1 doden 0 (max 2-4) 0 B 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 0 (max 16-40) 0 Choog 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) NVT (tenzij …) 0 3.1 kosten* 20-200 M€ C B 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) NVT (herstelt zich) 0 5.1 verstoring van het dagelijks leven <4.000 mensen, 1-4 weken C 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 1 indicator voor enkele weken B 5.3 sociaal psychologische impact 1 significante categorie B A Totaalscore (met behulp van rekenmodule) 0,033 * Voor de economische schade wordt er vanuit gegaan dat van de landelijke schade er gemiddeld een 25ste deel binnen IJsselland optreedt (er zijn 25 veiligheidsregio’s in Nederland): Blauwtong 2007: 81 M€ (bron: LTO) / 25 = 3,2 M€ MKZ 2001: 2,8 Mjrd€ (bron: CPB) / 25 = 112 M€ Vogelgriep 2003: 800 M€ (bron: Wageningen Universiteit) / 25 = 32 M€ Q koorst 2007-2010: M€ 161-336 (bron: Stichting Economisch onderzoek/25) = 6.4-13.4 M€ Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van het scenario, gebaseerd op de casuïstiek ( 2001, mond - en klauwzeer; 2003, v ogelgriep; 2006,
blauwtong; 2009 , Q -koorts) indirect afgeleid van de Nationale risicobeoordeling 6 (scenario grieppandemie): 11, waarschijnlijk (midden, D). 53 Bijlage 3.6: Scenario brand in kwetsbaar object Uitgewerkt voorbeeld: Grote brand Isala Klinieken, locatie Sophia Voor het gebruik van gebouwen met kwetsbare gebruikers is een vergunningstelsel ingericht om risico’s te minimaliseren en beheersen. Objectbeheerders verrichten inspanningen om incidenten te voorkomen. Een brand kan eventueel ontstaan, als gevolg van mense lijk falen, bijvoorbeeld bij de Isala Klinieken, locatie Sophia, Zwolle. Er bestaan risico’s op een brand met uitbreiding over meer dan één afdeling en slachtoffers onder patiënten en personeel. De geselecteerde scenario’s zijn: 1: Brandscenario in de polikliniek/kantoor: het gaat hier om een afdeling waarbij de aanwezigen grotendeels zelfredzaam zijn. In de polikliniek is nauwelijks zicht op de hoeveelheid en locatie van de aanwezige mensen.
Dit scenario treedt ook in werking bij brandincidenten op ver gelijkbare of minder kwetsbare afdelingen, zoals een kantoorafdeling; 2: Brandscenario op een algemene verpleegafdeling: het gaat hier om een afdeling waar patiënten verblijven, die wel en niet zelfredzaam zijn; 3: Maatgevend scenario: Brand op een zorgintensieve afdeling: het gaat hier om een afdeling waar patiënten verblijven die niet zelfredzaam zijn, en waar specifieke verpleegkundige handelingen verricht moeten worden om patiënten op verantwoorde wijze te kunnen verplaatsen, bijvoorbeeld neonatologie of intensive care. N.B.: De scenario’s waarbij kleinschalige brand plaatsvindt die niet leidt tot grootschalige verstoring van de dagelijkse gang van zaken, zijn hier niet verder uitgewerkt. Inventarisatie en bronnen Regionale c.q. gemeentel ijke informatie: Ziekenhuis Rampenopvangplan (ZiROP), Isala Klinieken (2012). Algemene beschrijving scenario In een gebouw met niet - of verminderd zelfredzame personen (het maatgevende scenario betreft een zorgintensieve afdeling) kan een brand ontstaan. Mogelijke oorzaak van het incident is een klein brandje als gevolg van (las - of slijp-) werkzaamheden, waar de betrokken medewerker er niet in slaagt deze direct te blussen.
Andere mogelijke oorzaken zijn kortsluiting, oververhitting van elektrische appara tuur of onzorgvuldig handelen van een rokende patiënt, bezoeker of medewerker. Tenslotte is het mogelijk dat de brandbeveiligingsinstallatie niet afdoende functioneert, waardoor een beginnend brandje niet tijdig wordt ontdekt en gesmoord. De beschikbaarheid van bluswater is beperkt en ingericht op kleinere incidenten, het kost (veel) tijd grootschalige watertransportsystemen op te bouwen. Risico Mogelijke triggers: Directe aanleiding tot het ontstaan van het incident kan zijn een beperkt toezicht op (brandveiligheid bij) de werkzaamheden. Bepalende factoren: Een beginnend brandje kan escaleren als het niet tijdig ontdekt en geblust wordt. De omvang van het incident wordt verder bepaald door de tijd die een brandwerende scheiding stand houdt, de locatie, omv ang en aard van de betrokken afdeling, het aantal (vooral het aantal niet -zelfredzame) patiënten en de mate waarin de organisatie en hulpverleners tijdig in staat zijn om bedreigde patiënten in veiligheid te brengen. 54 Aanwezigen: Polikliniek/kantoor Alg. verpleeg afd.
Maatgevend scenario: Zorgintensieve afdeling Dag Nacht Dag Nacht Dag Nacht Patiënten niet-zelfredzaam - - 25 25 18 18 Patiënten zelfredzaam - - 16 16 - - Bezoekers (zelfredzaam) 30-62 - 82 - 36 - Personeel 30-62 - 10-18 2-6 20 9 Scenarioraamwerk: Het gaat om een beginnende brand die niet direct geblust kan worden en/of incident waardoor de (interne) evacuatie van patiënten mogelijk noodzakelijk is. Voor de beeldvorming over de maximaal te verwachten effecten van een brand, is per scenario op basis van de hoeveelheid bedden berekend hoeveel patiënten op de afdeling aanwezig kunnen zijn. In de scenario’s wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van bezoek en personeel. In eerste instantie wordt alleen de afdeling waar de brand ont staat bedreigd. Na 20 minuten kan ook een andere afdeling bedreigd worden. Dit is afhankelijk van de locatie van de afdeling, de snelheid van de detectie en de snelheid en effectiviteit van optreden. Samenhang met andere scenario´s: De omvang van het inci dent zal beperkt blijven tot het terrein. Effecten ten aanzien van verkeer kunnen zich tot een groter gebied uitstrekken.
Slachtofferbeeld zorgintensieve afdeling Status Te verwachten Ondergrens Bovengrens Doden 2-4 1 4-16 T1+T2 2-4 1 4-16 T3 Getroffenen 74 27 Betrokkenen 400 Impact Status Waarde Verwacht Onder Boven 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied NVT 0 6.1 aantasting van cultureel erfgoed NVT 0 2.1 doden 2-4 (1 / 4-16) B A C 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 2-4 (1 / 4-16) B A C 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) NVT 0 3.1 kosten 20 M€ (max 200 M€) B C 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) NVT 0 5.1 verstoring van het dagelijks leven 400: 1-2 dagen A 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 1 indicator/weken B 5.3 sociaal psychologische impact 2 significante categorie C B Totaalscore (met behulp van rekenmodule) 0,027 Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van het scenario is afgeleid van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De landelijke kans op brand in een woning is 0,1%, onwaarschijnlijk (5). De kans op een brand in een kwetsbaar object (door welke oorzaak dan ook) wordt een klasse hoger ingeschaald, namelijk 1%: 8, mogelijk (midden, D). 55 Bijlage 3.7: Scenario brand in dichte binnenstad Uitgewerkt voorbeeld: Grote brand binnenstad Deventer Voor het gebruik van gebouwen is een vergunningstelsel ingericht om risico’s te minimaliseren en beheersen.
Objectbeheerders verrichten inspanningen om incidenten te voorkomen. Een brand kan eventueel ontstaan, mogelijk gebeurt dit in een dichtbebouwde (hi storische) binnen stad, bijvoorbeeld in Deventer. In dergelijke dichte binnensteden bestaan risico’s op een brand met uitbreiding over meer dan één pand en slachtoffers onder bewoners. De straten zijn nauw en daarmee moeilijk bereikbaar voor de hulpverleners. Panden zijn aaneengesloten, waardoor slechts vanaf één zijde een beeld kan worden gevormd van het incident, dat ook slechts vanaf één zijde bestreden kan worden. N.B.: De scenario’s waarbij kleinschalige brand plaatsvindt die niet leidt tot grootschalige verstoring van de dagelijkse gang van zaken, zijn hier niet verder uitgewerkt. Inventarisatie en bronnen Regionale c.q. gemeentelijke informatie: Concept aanvalsplan binnenstad Deventer. Algemene beschrijving scenario Het gaat om een beginnende brand die niet direct geblust kan worden en/of incident waardoor het verlaten van het pand noodzakelijk is. Mogelijke oorzaken zijn kortsluiting, oververhitting van elektrische apparatuur, beperkt onderhoud van verwarmingsinstallaties en sc hoorstenen of onzorgvuldig handelen van een rokende bewoner. Andere mogelijke oorzaken van het incident zijn een klein brandje als gevolg van (las- of slijp-) werkzaamheden, waar de betrokken bewoner er niet in slaagt deze direct te blussen.
Tenslotte is h et mogelijk dat een (optionele of verplichte) brandbeveiligingsinstallatie of rookmelder niet aanwezig is of functioneert, waardoor een beginnend brandje niet tijdig wordt ontdekt. De beschikbaarheid van bluswater is beperkt en ingericht op kleinere incide nten, het kost (veel) tijd grootschalige watertransportsystemen op te bouwen. Risico Bepalende factoren: Een beginnend brandje kan escaleren als het niet tijdig ontdekt en geblust wordt. De omvang van het incident wordt verder bepaald door de tijd die een brandwerende scheiding stand houdt, de locatie, omvang en aard van het betrokken pand, het aantal bewoners en omwonenden en de mate waarin zij tijdig in staat zijn om zichzelf in veiligheid te brengen. Scenarioraamwerk: In eerste instantie wordt alleen he t pand waar de brand ontstaat bedreigd. Na 20 minuten kan ook een ander pand bedreigd worden. Dit is afhankelijk van de locatie van het pand, de snelheid van de detectie en de snelheid en effectiviteit van optreden. Samenhang met andere scenario´s: De omva ng van het incident zal beperkt blijven tot een huizenblok. Effecten ten aanzien van verkeer kunnen zich tot een groter gebied uitstrekken.
Slachtofferbeeld Status Aantal Doden 2 T1+T2 2-4 T2 T3 5 Getroffenen 20 Betrokkenen 400 Impact Status Waarde Verwacht Onder Boven 56 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied Wijk gedurende ½ jaar B 6.1 aantasting van cultureel erfgoed 2 indicatoren B C 2.1 doden 2 (0 tot max. 4-16) B 0 C 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 2-4 (0 tot max. 4-16) B 0 C 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) NVT 0 3.1 kosten 200 M€ (20M€) C B 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) NVT 0 5.1 verstoring van het dagelijks leven 400 mensen, 3-7 dagen A 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 1 indicatorator / dagen A 5.3 sociaal psychologische impact 1 significante categorie A Totaalscore (met behulp van rekenmodule) 0,030 Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van het scenario is afgeleid van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De landelijke kans op brand in een woning is 0,1%, onwaarschijnlijk (5). De kans op een brand in een kwetsbaar object (door welke oorzaak dan ook) wordt een klasse hoger ingeschaald, namelijk 1%: 8, mogelijk (midden). Uit de casuïstiek blijkt dat de kans op een brand in een historische binnenstad een grotere kans betreft en (gemiddeld) elke 10 jaar optreedt : 11, waarschijnlijk (midden, D).
57 Bijlage 3.8: Scenario brandbare/explosieve stof bij wegvervoer Uitgewerkt voorbeeld: BLEVE op de A28 bij afslag Zwolle-Zuid Bij vervoer van brandbare gevaarlijke stoffen over de snelweg A28 kan mogelijk een incident gebeuren, dit gebeurt bijvoorbeeld ter hoogte van Voorsterpoort bij afslag Zwolle -Zuid. De geselecteerde, maatgevende scenario’s zijn: 1. Plasbr andscenario met effecten tot 75 meter: kan zich maximaal ontwikkelen tot het catastrofaal (instantaan) falen van een tankauto en vervolgens het vrijkomen van brandbare vloeistoffen (referentie stoffen diesel/benzine) en het ontstaan van een plasbrand met als secundair effect rookontwikkeling. 2. Maatgevend scenario: BLEVE met effecten tot 510 meter: kan zich maximaal ontwikkelen tot het catastrofaal (instantaan) falen van een LPG -tankauto en vervolgens het vrijkomen van brandbaar gas (referentiestof LPG) en het ontstaan van een explo sie met als effect secundaire branden. N.B.: Een verkeersincident waarbij geen gevaarlijke stoffen zijn betrokken, heeft andere effecten en is beschreven in het scenario verkeersincident op het land. BLEVE staat voor boiling liquid expanding vapour explosion, een explosie van een LPG -tank waarbij een grote vuurbal van brandend gas onder hoge druk plotseling vrijkomt. Inventarisatie en bronnen Regionale c.q.
gemeentelijke informatie : Bevi-adviezen / EV -studies, Aandachtskaart VRIJ 3.0.2 Incident management auto(snel)wegen (17-02-2017). Landelijke informatie: Wet Basisnet, www.scenarioboekev.nl. Algemene beschrijving scenario Incidentverloop: Het incidentverloop is getypeerd in algemene zin: 1. Plasbrandscenario met effecten tot 75 meter: kan zich maximaal ontwikkelen binnen enkele seconden en houdt minimaal 4 minuten aan. Aanwezigen binnen 75 meter hebben slechts 10 seconden de tijd om te schuilen om verwonding te voorkomen. Daarnaast is binnen 50 meter kans op secundaire branden. Naast secundaire branden op de snelweg moet ook rekening worden gehouden met secundaire branden bij aanliggende gebouwen of passerende voertuigen en als secundair effect rookontwikkeling; 2. BLEVE-scenario (maatgevend) met effecten tot 380 meter: kan zich binnen 10 tot 75 minuten ontwikkelen tot het effect gedurende elf seconden optreedt binnen de gehele effectcirkel. De aanwezigen binnen 380 meter moeten schuilen op het moment van de BLEVE om verwonding te voorkomen. Daarnaast is er binnen 240 meter kans op secundaire branden. Naast secundaire branden op de snelweg moet ook rekening worden gehouden met secundaire branden bij aanliggende gebouwen of passerende voertuigen.
De beschikbaarheid van bluswater is beperkt en mogelijk zelfs niet toereikend voor klei nere incidenten, het kost (veel) tijd grootschalige watertransportsystemen op te bouwen. N.B.: Een incident met giftige stof heeft andere effecten en is beschreven in de scenario ’s incidenten met giftige stof bij spoorvervoer en bij inrichtingen. 58 Risico Oorzaken: Mogelijke oorzaak van het incident is een klapband, waardoor de chauffeur de macht over de tankauto verliest. Andere mogelijke oorzaken zijn het bewust of ongewild wisselen van rijstrook door een ander voertuig, waardoor de tankauto moet uitwijke n en vergelijkbare verkeerssituaties waardoor er plotseling geremd of uitgeweken moet worden. De natuur (weersomstandigheden) kan ook een rol spelen. Tenslotte is het mogelijk dat een afsluiter niet goed functioneert, waardoor de tankauto lekt. Mogelijke triggers: Directe aanleiding tot het ontstaan van het incident kan zijn een beperkt onderhoud van de tankauto, de staat van onderhoud van de snelweg, drukte op de snelweg, de mate van overzichtelijkheid van de verkeerssituatie en oplettendheid van de weggebruikers. Bepalende factoren: Een i ncident met een tankauto leidt na ontsteking van brandbare stoffen buiten de tankauto tot een grootschalig incident. De omvang van een mogelijk incident wordt verder bepaald door het volume van de tankauto.
Het aantal aanwezigen in het effectgebied bepaalt het mogelijke aantal slachtoffers. Slachtofferbeeld Status Aantal Doden 20 T1+T2 100 T2 T3 200 Getroffenen 1000 Betrokkenen 2000 Impact Status Waarde Verwacht Onder Boven 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied 4 km2: 1-6 maanden B 6.1 aantasting van cultureel erfgoed 1 indicator/object A 2.1 doden 16-40 Choog 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 40-160 D 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) NVT 0 3.1 kosten 20-200 M€ C 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) NVT 0 5.1 verstoring van het dagelijks leven 4.000 mensen, gedurende week-maand C 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 1 indicatorator gedurende weken B 5.3 sociaal psychologische impact Maximaal 1 significante categorie A Totaalscore (met behulp van rekenmodule) 0,088 Waarschijnlijkheid Afgeleid van de casuïstiek (een volledig ontwikkelde BLEVE is denkbaar, maar heeft zich in Nederland nog niet voorgedaan) wordt de waarschijnlijkheid van het scenario beoordeeld als : 5, onwaarschijnlijk (midden, D).
59 Bijlage 3.9: Scenario brandbare/explosieve stof bij buisleiding Uitgewerkt voorbeeld: Lekkage en brand aardgastransportleiding te Ommen Voor het transport van brandbare gassen door ondergrondse buisleidingen is een vergunningstelsel ingericht om risico’s te minimaliseren en beheersen. Bedrijven verrichten inspanningen om incidenten te voorkomen. Een incident kan eventueel gebeuren, als gev olg van menselijk falen, bijvoorbeeld in het overwegend agrarisch gebied nabij Vilsteren , gemeente Ommen. Het maatgevende scenario is een fakkelbrand die is ontstaan na beschadiging van een leiding van 48 inch (circa 120 centimeter in doorsnede). Dit incident kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door een graafmachine , bezig met niet-aangemelde grondwerkzaamheden. De leiding raakt beschadigd, het gas ontsnapt onder hoge druk (80 bar) met donderend geweld en ontsteekt binnen enkele tellen. Gasunie blokkee rt de gastoevoer waarna enkele omgevin gsbrandjes in een straal van 620 meter worden geblust . De bestuurder van de graafmachine, zijn collega en enkele aanwezigen in de omgeving komen te overlijden. Een achttal anderen wordt met zware (brand)wonden afgevoerd. N.B.: De scenario’s waarbij een klein lek ontstaat, gevolgd door een kleine brand, wat niet leidt tot grootschalige verstoring van de dagelijkse gang van zaken, zijn hier niet verder uitgewerkt.
Inventarisatie en bronnen Regionale c.q. gemeentelijke informatie: Rampbestrijdingsplan N.V. Gasunie installatie Ommen (te Vilsteren), versie 09-11- 2016. Landelijke informatie: Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen, www.scenarioboekev.nl Algemene beschrijving scenario Het aardgastransportsysteem van Gasunie bestaat in hoofdlijnen uit een ondergronds hoofdtransportnet (met drukken vanaf 66 bar), een ondergronds regionaal net (met drukken tot 40 bar) en inrichtingen (ontvangststations, meet - en regelstations, mengstations, exportstations en compressorstations). Het hoofdtransportnet bestaat uit leidingen met diameters variërend van 18 inch (45 cm) tot 48 inch (120 cm), wanddiktes van 4 tot 22 mm en ondergronds gelegen op gemiddeld 1,75 meter. De beschikbaarheid van bluswater is beperkt en mogelijk z elfs niet toereikend voor kleinere incidenten, het kost (veel) tijd grootschalige watertransportsystemen op te bouwen. Risico Oorzaken: Circa driekwart van de risico’s van aardgastransportleidingen (beschadigingen en breuken) wordt bepaald door beschadiging door derden. Alle leidingbreuken worden veroorzaakt door derden. De drie overige oorzaken zijn corrosie (roest), “overig” (constructiefouten, aardverschuivingen, etc.) en “onbekend”.
Corrosie wordt voorkomen door vervoer van droog gas (tegen interne corrosie) en inspectie gecombineerd met bekleding van de buis en onderhoud van de bekleding. Scenarioraamwerk: Met de grondroerdersregeling /belemmeringsstrook, gronddekking, linten, en betonplaten wil de overheid en de Gasunie(leidingbeheerders) de belangen van leidingeigenaar en de veiligheid van ondergrondse leidingen vergroten. Bepalende factoren: Bronbestrijding van een lekkage aan een hogedruk aardgastransportleiding vindt plaats door Gasunie, zo dra de toevoer wordt gestopt zal de omvang van het incident afnemen. Door de (grote) warmtebelasting kunnen de hulpdiensten pas op grote afstand (op enkele honderden meters (tot op meer dan 600 m. )) van de bron worden ingezet. De hulpverleningsdiensten kunnen de effecten beperken door de omgeving te koele n en brandoverslag zoveel mogelijk te voorkomen. 60 Samenhang met andere scenario´s: Een incident met een buisleiding voor brandbaar gas kan leiden tot een natuurbrand. Bijzonder aandachtspunt daarbij is de aanwezigheid van campings en de daar (onbeschermde) aanwezigen. Een gaslekkage, waarbij geen directe omleiding mogelijk is leidt tot een stagnatie van de gaslevering bij 7.500 aansluitingen of meer.
Slachtofferbeeld Status Aantal Doden 8 T1 8 T2 T3 17 Getroffenen Betrokkenen 117 Impact Status Waarde Verwacht Onder Boven 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied NVT 0 6.1 aantasting van cultureel erfgoed NVT 0 2.1 doden 4-16 (onder: 1) C A 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 4-16 (onder: 2) C B 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) NVT 0 3.1 kosten <2 M€ A 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) NVT 0 5.1 verstoring van het dagelijks leven NVT 0 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 2 indicatoren, weken: meerdere bevoegde gezagen C 5.3 sociaal psychologische impact 1 significante categorie B Totaalscore (met behulp van rekenmodule) 0,038 Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van het scenario is gebaseerd op gemiddeld vergunde risicocontouren van maximaal 10-6: 2, zeer onwaarschijnlijk (midden, A). 61 Bijlage 3.10: Scenario giftige stof bij spoorvervoer Uitgewerkt voorbeeld: Giftige wolk op het spoor te Deventer Voor het transport van giftige gevaarlijke stoffen over het spoor is een vergunningstelsel ingericht om risico’s te minimaliseren en beheersen. Vervoerders verrichten inspanningen om incidenten te voorkomen. Een incident kan eventueel gebeuren, als gevolg van menselijk falen , bijvoorbeeld op weg naar het emplacement te Deventer.
Het geselecteerde, maatgevende scenario is een t oxisch scenario met effecten tot 25 meter in Stedelijk gebied en 100 meter in landelijk gebied (5% letaal). De Levensbedreigende waarde (LBW, 1 uur) in stedelijk gebied is 140 meter en voor landelijk gebied 240 meter. Voor de toxische effecten van dit scenario met de referentiestof acrylonitril wordt het effectgebied snel opgebouwd (enkele minuten) tot het effect gedurende langere tijd (minimaal 30 minuten tot 2 à 4 uur) optreedt. Het effectgebied is een benedenwinds, sigaarvormig deel van de effectcirkel. N.B.: De scenario’s waarbij een kleinschalig incident plaatsvindt dat geen grootschalige effecten buiten het emplacement heeft, zijn hier niet verder uitgewerkt. Inventarisatie en bronnen Regionale c.q. gemeentelijke informatie: Incident bestrijdingskaart spoor (09-04-2018) Landelijke informatie: Wet Basisnet, www.scenarioboekev.nl Algemene beschrijving scenario Het effect kan zich maximaal ontwikkelen tot het catastrofaal (instantaan) falen van een tank met een toxische stof en vervolgens het ontstaan van een toxische wolk. Er wordt gewerkt met referentiestoffen (voorbeeldstoffen), zodat de hulpverleningsdiensten zich zo concreet mo gelijk kunnen voorbereiden op de incidentbestrijding.
De beschikbaarheid van (blus/koel)water om de gevaarlijke stof neer te slaan is beperkt en mogelijk zelfs niet toereikend voor kleinere incidenten, het kost (veel) tijd grootschalige watertransportsystemen op te bouwen. De aanwezigen moeten zo snel als mogelijk gaan schuilen in daarvoor geschikte gebouwen. De ramen. deuren en de (mechanische) ventilatie sluiten. N.B.: Een incident met brandbare vloeistoffen of gassen heeft andere effecten en is beschreve n in het scenario incidenten met brandbare/explosieve stof bij wegvervoer. Risico Oorzaken: Het effect kan zich ontwikkelen door een klein lek of niet goed gesloten afsluiter. Een oorzaak kan ook zijn het catastrofaal (instantaan) falen van een tank met een toxische stof breken of volledig falen van de afsluiter. Ook zijn mechanische oorzaken mogelijk, zoals het ontsporen van een wagon of botsen van 2 wagons (treinen) bij het rangeren. Bepalende factoren: Van invloed op de omvang van een incident met een toxische stof zijn de weersomstandigheden, de hoeveelheid en aard van de gevaarlijke stof, de omvang van de lekkage, het aantal aa nwezigen in het benedenwindse effectgebied en de effectiviteit van repressief optreden. Samenhang met andere scenario´s: In het effectgebied van een toxisch incident kunnen zich bijvoorbeeld verkeersongevallen voordoen indien automobilisten onwel worden.
62 Slachtofferbeeld Status Aantal Doden 0* T1 20* T2 T3 Getroffenen 4000 Betrokkenen *In het rampbestrijdingsplan spoor Deventer bedraagt de slachtofferschatting 0 voor het aantal dodelijke slachtoffers en enkele tot enkele tientallen voor het aantal (ernstig) gewonden. Impact Status Waarde Verwacht Onder Boven 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied <2 dagen/wijk A 6.1 aantasting van cultureel erfgoed NVT 0 2.1 doden 0 0 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 20 (16-40) Choog 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) NVT 0 3.1 kosten <2 M€ A 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) NVT 0 5.1 verstoring van het dagelijks leven 4000 mensen gedurende <2 dagen A 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 1 indicatorator/weken B 5.3 sociaal psychologische impact 1 significante categorie A Totaalscore (met behulp van rekenmodule) 0,031 Waarschijnlijkheid Afgeleid van de casuïstiek (een volledig ontwikkeld incident met een grootschalige giftige wolk is denkbaar) wordt dit incident gezien als onwaarschijnlijk . Dat is een klasse hoger dan zeer onwaarschijnlijk en een klasse lager dan mogelijk. Daarmee wordt de waarschijnlijkheid van het scenario beoordeeld als: 5, onwaarschijnlijk (midden, B).
63 Bijlage 3.11: Scenario giftige stof bij inrichting Uitgewerkt voorbeeld: Giftige wolk AkzoNobel te Deventer Voor de opslag, overslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen is een vergunningstelsel ingericht om risico’s te minimaliseren en beheersen. Bedrijven verrichten inspanningen om incidenten te voorkomen. Een incident kan eventueel gebeuren, als gevolg van menselijk falen, bijvoorbeeld bij de inrichting AKZO Nobel Specialty Chemicals bv, gelegen aan de Zutphenseweg 10 te Deventer. Het geselecteerde, maatgevende scenario is een toxisch scenario met effecten tot ruim 1 kilometer. Voor de toxis che effecten van dit scenario met de referentiestof fosfortrichloride wordt het effectgebied snel opgebouwd (enkele minuten) tot het effect gedurende langere tijd (minimaal 30 minuten tot 2 à 4 uur) optreedt. Het effectgebied is een benedenwinds, sigaarvor mig deel van de effectcirkel. N.B.: De scenario’s waarbij een kleinschalig incident plaatsvindt dat geen grootschalige effecten buiten de inrichting heeft, zijn hier niet verder uitgewerkt. AKZONobel Specialty Chemicals Deventer is in middels niet meer aan wezig. De omgevingsvergunning is niet ingetrokken omdat h et terrein mogelijk weer wordt gebruikt door een soortgelijke industrie. Inventarisatie en bronnen Regionale c.q.
gemeentelijke informatie : Rampbestrijdingsplan AKZO Deventer (maart 2007) , Rapport Invloed waterscherm op PCl3 emissie (d.d. 16 juni 2008, doc.no. 2.333.224). Algemene beschrijving scenario Het effect kan zich maximaal ontwikkelen tot het breken van een laad - en losslang of het catastrofaal (instantaan) falen van een tank met een toxis che stof en vervolgens het ontstaan van een toxische wolk. Er wordt gewerkt met referentiestoffen (voorbeeldstoffen), zodat de hulpverleningsdiensten zich zo concreet mogelijk kunnen voorbereiden op de incidentbestrijding . Dergelijke scenario’s zijn denkba ar bij (grotere) inrichtingen die vallen onder het beleid BRZO (Besluit risico’s zware ongevallen) of Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen). Risico Oorzaken: Het effect kan zich ontwikkelen door een klein lek of een breuk van een slang, leiding of tank. Een oorzaak kan ook zijn het breken of losschieten van een laad - en losslang of het catastrofaal (instantaan) falen van een tank met een toxische stof. Ook zijn mechanische oorzaken mogelijk, zoals een aanrijding (door bijvoorbeeld een heftruck) met een leiding of tank.
Bepalende factoren: Van invloed op de omvang van een incident met een toxische stof zijn de weersomstandigheden, de hoeveelheid en aard van de gevaarlijke stof, de omvang van de lekkage, het aantal aanwezigen in het benedenwindse effectgebied en de effectiviteit van repressief optreden. Samenhang met andere scenario´s: In het effectgebied van een toxisch incident kunnen zich bijvoorbeeld verkeersongevallen voordoen indien automobilisten onwel worden. Slachtofferbeeld Status Aantal, inclusief beschermende maatregelen* Aantal, zonder beschermende maatregelen* Doden 2 153 T1 1 42 T2 1 100 T3 29 307 64 Getroffenen 1550 2719 Betrokkenen *Beschermende maatregelen zijn de inzet van de bedrijfsbrandweer en een waterscherm om de giftige wolk neer te slaan.
Impact Status Waarde Verwacht Onder Boven 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied <2 dagen/wijk A 6.1 aantasting van cultureel erfgoed NVT 0 2.1 doden 2 B 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 3 B 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) NVT 0 3.1 kosten <2 M€ A 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) NVT 0 5.1 verstoring van het dagelijks leven 4000 mensen gedurende <2 dagen A 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 1 indic atorator / weken B 5.3 sociaal psychologische impact 1 significante categorie A Totaalscore (met behulp van rekenmodule) 0,016 Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van het scenario is gebaseerd op gemiddeld vergunde risicocontouren van maximaal 10 -4 en de kans op een scenario voor de bedrijfsbrandweer / stationaire voorziening, namelijk 10-4: 2, zeer onwaarschijnlijk (midden, A). 65 Bijlage 3.12: Incident nabije kerncentrale Uitgewerkt voorbeeld: Incident kernkraftwerk Emsland (Lingen). Voor het gebruik van nucleaire stoffen binnen een kerncentrale is een vergunningenstelsel ingericht. Er wordt al decennia lang beleid ontwikkeld , geïmplementeerd en aangescherpt. Kerncentrales verrichten inspanningen om incidenten te voorkomen.
Een incident kan evenwel gebeuren, als gevolg van menselijk falen, bij de kerncentrale Emsland, hemelsbreed ruim 38 kilometer over de grens in Duitsland ( ter hoogte van Radewijk (gem. Hardenberg). Het geselecteerde, maatgevende scenario leidt tot vrijkomen van radioactief materiaal. Een incident wordt voorafgegaan door een gebeurtenis waardoor de koeling van de brandstofstaven uitvalt.De veiligheidssysteme n hebben onvoldoende gewerkt en het personeel is er niet in geslaagd maatregelen te treffen om de koeling alsnog te herstellen. De brandstofstaven raken oververhit, zodat ze beschadigd raken en gedeeltelijk smelten. Hierbij komen de radioactieve stoffen uit de brandstofstaven vrij in het reactorvat en andere delen van het koelsysteem. Het rampbestrijdingsplan wordt in werking gesteld, diverse (inter -)nationale en gemeentelijke organisaties, samen met de hulpverleningsdiensten, starten direct met (voorbereid ing van) verschillende ongevalbestrijdingstaken. Gedurende de dag raken bij de bestrijding van alle problemen enkele personen in de kerncentrale besmet. Via schade in het koelsysteem komen de radioactieve stoffen binnen de veiligheidsinsluiting van de kern centrale (containment) vrij. In een aantal uren bouwt de druk in dit containment op en dit leidt, 24 uur nadat de koeling faal de, tot een lozing naar buiten.
Het radioactieve materiaal wordt door de wind meegevoerd en kan, afhankelijk van de vrijgekomen ho eveelheid, weersomstandigheden en windrichting, deels gedeponeerd worden op de grond en gebouwen binnen Duitsland en (delen van) één of enkele gemeenten in Nederland. Bij de ontruiming overlijden 2 personen in een verkeersincident en vallen enkele gewonden. In IJsselland raken enkele personen besmet met radioactief materiaal, tientallen mensen maken zich zorgen over mogelijke effecten voor hun gezondheid op langere termijn. Inventarisatie en bronnen Regionale c.q. gemeentelijke informatie: Rampbestrijdingsplan Kernkraftwerk Emsland (zomer 2015) Landelijke informatie: Scenario’s nationale risicobeoordeling 2008/2009/6, Ministerie van BZK; Leidraad kernongevallenbestrijding, Ministerie van VROM, aug 2004; Responsplan NPK (Nationaal Crisisplan Stralingsincidenten 2017), EPAN (Eenheid planning en advies nucleair) Factsheet jodiumprofylaxe Algemene beschrijving scenario Bij een kerncentrale kunnen zich verschillende soorten ongevallen voordoen. De kans op een ernstig ongeval is kleiner dan de kans op een klein ongeval. Bij een ongeval zal niet altijd een lozing van radioactieve stoffen optreden. De gevolgen van het geselecteerde scenario zijn aanzienlijk. Het gebied binnen enkele kilometers rondom de kerncentrale wordt ontruimd bij dreiging van een grote l ozing.
Binnen een gebied van vijfentwintig kilometer moeten aanwezige personen van 0 t/m 40 jaar en zwangeren jodiumtabletten innemen, in de tweede ring tot honderd kilometer van de centrale moet de aanwezigen van 0 t/m 18 jaar en zwangeren jodiumtabletten innemen. Deze tabletten zijn inmiddels (2017) per huishouden gedistribueerd. Indien mogelijk moet men binnen schuilen en ramen en deuren sluiten en de ventilatie uitschakelen. Bij blootstelling aan 66 hoge concentraties, gedurende lange tijd, wordt de kans o p kanker verhoogd. Het is daarom van belang dit materiaal zo goed mogelijk te verwijderen. Mogelijk is lokaal een gebied tot een half jaar niet toegankelijk. Uiteindelijk (na weken, maanden) zal het radioactieve materiaal zich verdund via de wind verspreiden over een afstand van vele honderden kilometers in Europa. Risico Gezien de lozing circa een etmaal na aanvang van het ongeval optreedt, kunnen gebieden worden afgezet en verkeersmaatregelen worden getroffen. Dit om planmatige ontruiming en ook de verwachte spontane evacuatie zoveel mogelijk in goed banen te leiden, hoewel in de haast en drukte enkele ernstige (verkeers-)ongevallen zijn te verwachten. Zeker de eerste paar weken na het ongeval zijn landbouwmaatregelen nodig in verband met de voedselveiligheid.
Er zal worden gereageerd door preventief instellen van een importverbod op goederen uit het getroffen gebied (en land), waardoor grote economische schade ontstaat. De onrust in Nederland (en daarbuiten) zal groot zijn. Veel hangt af van de communicati e van de overheid met de bevolking. In het rapport ’Scenario’s nationale Risicobeoordeling 2008/2009’ wordt op basis van het (veel ernstiger) Tsjernobyl-incident aangeven dat het aantal verdenkingen en slachtoffers op de lange termijn tussen de 100 en de 1 .000 kan liggen. Aangezien het een kerncentrale in Duitsland betreft, zal een groot gedeelte van de slachtoffers niet binnen Nederland vallen.
Slachtofferbeeld Status Aantal Toelichting Doden 2 Als gevolg van secundaire (verkeers-) ongevallen T1+T2 6 (25% van 25 *) De overige slachtoffers vallen buiten IJsselland T3 19 (75% van 25 *) De overige slachtoffers vallen buiten IJsselland Getroffenen (Inter)Nationaal Betrokkenen Europa-breed Impact Status Waarde * Verwacht Onder Boven 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied lokaal 4 -40 km 2 en 1 -6 maanden C B D 2.1 doden 2-4 (of 0) B 0 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 2-4 (max 4-16) B 0 C 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) NVT 0 3.1 kosten <2Mjrd€ (max >2Mjrd€) D E 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) 40 – 400 km2 1-6 maanden D E 5.1 verstoring van het dagelijks leven >40.000 mensen en tot een week (<4.000 meer dan een maand), tenminste 3 indicatoren E 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur Openbare veiligheid en functioneren politiek/bestuur: weken/maanden C B D 5.3 sociaal psychologische impact Impact vanwege perceptie, verwijt- baarheid en beperkt handelingsperspectief D C E 6.1 aantasting van cultureel erfgoed NVT 0 Totaalscore (met behulp van rekenmodule): D, zeer ernstig 0,230 67 Waarschijnlijkheid Conform de veiligheidseisen van de overheid moet de kans op een ernstig ongeval kleiner zijn dan één keer in de miljoen jaar (<<0,005%).
Gebaseerd op de Nationale risicobeoordeling 2012: A, zeer onwaarschijnlijk (1 voor de rekenmodule: de lage categorie). 68 Bijlage 3.13: Scenario verstoring elektriciteitsvoorziening Uitgewerkt voorbeeld: Uitval elektriciteit regio IJsselland Energieproducenten en netwerkbeheerder verrichten grote inspanningen om continuïteit van de elektriciteitsvoorziening te garanderen. Een incident kan eventueel gebeuren , bijvoorbeeld bij een cruciale transportkabel. Incidentverloop: Gevolgen bij stroomuitval gedurende: - Maximaal 2 uur: hinder door vastzittende liften, uitval huishoudelijke verwarming en apparatuur, onbereikbaarheid hoogbouw, uitval communicatie, openbaar vervoer en bedrijvigheid. - Maximaal 2 -8 uur: kans neemt toe dat hinder uitgroeit tot calamiteit, mogelijke onbeheersbaarheid industriële processen, geen water in hoogbouw, geen kunstlicht, geen bedrijvigheid of verkeersregeling, geen koeling, verwarming en maaltijdvoorziening, etc. - Maximaal 8 -24 uur: multidiscipl inaire afstemming nodig tussen hulpverleningsdiensten, bedreiging continuïteit noodvoorzieningen, bevoorrading, agrarische sector, tunnels, etc. - Maatgevend scenario: Meer dan 24 uur uitval : langdurige verstoring waarvan de effecten multidisciplinair bestreden moeten worden.
N.B.: De scenario’s waarbij kleinschalige elektriciteitsuitval plaatsvindt die niet leidt tot grootschalige verstoring van de dagelijkse gang van zaken, zijn hier niet verder uitgewerkt. Inventarisatie en bronnen Regionale c.q. gemeentelijke informatie: Incident bestrijdingskaart verstoring uitval elektriciteit 23- 4-2018, versie 2) Landsdeel Oost Landelijke informatie : Bescherming vi tale infrastructuur (Ministerie BZK, 2005, 2010 ). Weerbare vitale infrastructuur (NCTV, EZK, 2017). Herijking vitale infrastructuur 2015, Betrouwbaarheid van elektriciteitsnetten in Nederland Netbeheer Nederland april 2016. Algemene beschrijving scenario De energielevering (elektriciteit) kan gepland of ongepland wegvallen. In de zomer kan een lage waterstand in de rivieren of hoge temperatuur leiden tot beperkingen in de opname van koelwater met gevolgen voor de energieproductie en -levering in Nederland. Kritische momenten: Fase 0 (operat ioneel), 1 (beperkt reservevermogen) en 2 (onvoldoende reservevermogen) (volgens Aandachtspunten bij langdurige stroomuitval). Prioriteiten in afschakelvolgorde: Prio 1 (openbare orde en veiligheid, volksgezondheid), prio 2 (kritische processen industrie, nuts- en basisvoorzieningen) en prio 3 (overigen). Stroomuitval kan gevolgen hebben voor de mogelijkheden tot optreden van de hulpverleningsdiensten.
Risico Oorzaken: Het regionale distributie net (vitale infrastructuur cat :B) kan beschadigd raken door werkzaamheden, een ander incident of extreme weersomstandigheden. Mogelijke triggers: Falen van het netwerk of (bewuste) afschakeling van de stroomvoorziening. Samenhang met andere scenario´s: Het (langdurig) uitvallen van de stroom leidt tot het (tijdelijk) stilvallen van alle bedrijvigheid. De netwerkbeheerders zijn verplicht om afschakel- en herstel- plannen op te stellen met het oog op storingen of dreigende storingen in de elektriciteits- voorziening. Uitval van elektriciteitsvoorziening kan tevens leiden tot uitval van telecommunicatie en ICT. Slachtofferbeeld Status Aantal Doden 0 of 2-4* 69 T1 T2 T3 Getroffenen Betrokkenen 500.000 *Het is denkbaar dat door falen van noodvoorzieningen enkele ernstig zieken (vroegtijdig) overlijden.
Impact Status Waarde Verwacht Onder Boven 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied regio: 2-6 dagen C 6.1 aantasting van cultureel erfgoed NVT 0 2.1 doden NVT (vroegtijdig 2-4) 0 A 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken NVT (mogelijk 2-4) 0 B 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) <2-6 dagen voor >40.000 mensen D 3.1 kosten 200 M€ (20) C B 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) NVT 0 5.1 verstoring van het dagelijks leven >40.000 mensen, 1-2 dagen C 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 1 indicator/weken B 5.3 sociaal psychologische impact 1 significante categorie B A Totaalscore (met behulp van rekenmodule) 0,074 Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van het scenario , gebaseerd op de Nationale risicobeoordeling 6 : 11, waarschijnlijk (midden, D). De maatschappelijke afhankelijkheid van elek triciteit neemt steeds verder toe. D e impact van een uitval van electriciteit heeft dan ook steeds grotere gevolgen. 70 Bijlage 3.14: Scenario verstoring drinkwatervoorziening Uitgewerkt voorbeeld: Besmetting drinkwater regio IJsselland Leverancier en netwerkbeheerder verrichten grote inspanningen om continuïteit van de drinkwatervoorziening te garanderen. Een incident kan eventueel gebeuren , bijvoorbeeld bij een cruciaal spaarbekken.
Besmetting van het drinkwater wordt ontdekt doordat meerdere burgers zich melden bij hun huisarts en met diverse gezondheidsklachten . Het duurt twee dagen voordat duidelijk wordt dat de drinkwatervoorziening is besmet. Op dag twee maken Vides en overheid bekend dat de drinkwatervoorziening niet betrouwbaar is. Circa 150.000 aansluitingen zijn getroffen. Het water moet twee minuten gekookt worden voor het kan worden gedronken. Er ontstaat direct een grote vraag naar flessen bronwater, de winkels in de regio raken snel uitverkocht. Verzorgingstehuizen en ziekenhuizen hebben grote moeite hun dienstverlening voort te zetten. Na vier dagen blijkt dat een drinkwaterreservoir, in Sint Jansklooster, de bron is van de besmetting. Het reservoir wordt afgesloten, het leidingensysteem doorgespoeld en de normale drinkwatervoorziening wordt hersteld op de zesde dag van het incident . Uit later onde rzoek blijkt dat het dak van het reservoir heeft gelekt waardoor bacteriën het drinkwater konden vervuilen. Inventarisatie en bronnen Regionale c.q. gemeentelijke informatie : Incident bestrijdingskaart verstoring uitval drinkwater ( 23- 4-2018, versie 2) Landsdeel Oost Algemene beschrijving scenario Er worden 2 scenario’s onderscheiden. Maatgevend scenario: Besmetting in het drinkwaternet wordt ontdekt die gevolgen heeft voor meer dan 2 .000 aansluitingen.
De besmetting wordt indirect ontdekt, namelijk uit het feit dat burgers zich bij hun huisarts melden met diverse gezondheidsklachten of door klachten die bij Vitens worden gemeld. Als tweede scenario is het mogelijk dat bi nnen het drinkwaternet een of meerdere voorzieningen uitvallen waardoor de levering van drinkwater wordt onderbroken voor een periode langer dan 4 uur. Gelet op het feit dat Vitens werkt met meervoudig uitgevoerde systemen, is het minder waarschijnlijk dat er een storing optreedt met meer dan 2 .000 aansluitingen. Deze scenario’s die niet leiden tot gro otschalige verstoring van de dagelijkse gang van zaken, zijn hier niet verder uitgewerkt. Risico Oorzaken: Een lek in een leiding of pomp kunnen leiden tot een verontreiniging in een spaarbekken of reservoir. Vanaf daar kan de verontreiniging zich verspreiden. Bepalende factoren: De aard van de verontreiniging en de oorzaak bepalen hoe snel de bron gelokaliseerd kan worden en welke maatregelen (consequenties in geld en tijd) nodig zijn om de verstoring te beëindigen. Samenhang met andere scenario´s: Verstoring van de drinkwatervoorziening leiden onder andere tot problemen bij de dagelijkse gang van zaken in verzorgingstehuizen en ziekenhuizen.
Slachtofferbeeld Status Aantal Doden - T1 5 T2 T3 100 Getroffenen 150.000 71 Betrokkenen 200.000 Impact Status Waarde Verwacht Onder Boven 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied NVT 0 6.1 aantasting van cultureel erfgoed NVT 0 2.1 doden 0 0 A 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 4-16 (16-40) C Choog 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) <2-6 dagen, >40.000 mensen D C 3.1 kosten 20 M€ (200 M€) B C 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) NVT 0 5.1 verstoring van het dagelijks leven >40.000 mensen, gedurende 3-7 dagen D 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 1 indicatorator, weken B 5.3 sociaal psychologische impact 1 significante categorie A Totaalscore (met behulp van rekenmodule) 0,086 Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van het scenario , indirect afgeleid uit de Nationale risicobeoordeling 6 (een categorie minder waarschijnlijk dan de uitval van elektriciteit): 8, mogelijk (midden,C). 72 Bijlage 3.15: Scenario verstoring telecommunicatie en ICT Uitgewerkt voorbeeld: voor de regio IJsselland Providers en netwerkbeheerder verrichten grote inspanningen om continuïteit van de Telecom- en ICT-voorzieningen te garanderen. Een incident kan eventueel gebeuren, bijvoorbeeld door een keten van onvoorziene gebeurtenissen.
Het geselecteerde maatgevende scenario is de uitval van Telecom en ICT. De u itval van Telecom en ICT betekent dat er niet meer kan worden gebeld ( vast en mobiel), internetten, televisie kijken en radio luisteren (via de kabel) zijn niet meer mogelijk. De toepassingsmogelijkheden van Telecom en ICT raken steeds meer met elkaar verweven, de effecten kunnen daardoor groter zijn en leiden tot niet meer kunnen betalen met pin of creditcard , uitvallen of niet meer kunnen aansturen van DRIPS/matrixborden boven de weg, uitval elektronisch beveiligde deuren, sluizen, bruggen, drinkwaterpompen, alarmlijnen juweliers, brandalarmen etc. Daarnaast is het mogelijk dat bijvoorbeeld door een anti -globaliseringsgroep met virus besmette netwerkapparatuur op afstand wordt uitgeschakeld. Het Nederlandse IP netwerk, internet, telecomverkeer en dataverkeer raken daardoor direct buiten werking. Hierdoor vallen ook andere vitale voorzieningen uit. Een dergelijke fout is moeilijk op te sporen. Het resultaat is grote maatschappelijke onrust en zeer grote economische schade. Het duurt twee dagen tot een week om de storing op te lossen. Bron: Nationale risicobeoordeling 2008 Inventarisatie en bronnen Regionale c.q.
gemeentelijke informatie: Incident bestrijdingskaart verstoring uitval telecom ( 23-4- 2018, versie 2) Landsdeel Oost Landelijke informatie: Nationale risicobeoordeling bevindingenrapportage 2012,6 (BZK). Algemene beschrijving scenario De telecomsector is een complexe omgeving met veel partijen. Er is een beheerder van de infrastructuur voor telecommunicatie, zowel voor het mobiele net als voor het vaste net. Tevens zijn er diverse providers die producten en dienstverlening aanbieden aan zakelijke partijen en particulieren. Bij landelijke uitval is niet in elke veiligheidsregio een liaison beschikbaar voor overleg met het operationele en het beleidsteam. Wegvallen van telecommunicatie - en ICT-netwerk heeft verstrekkende gevolgen voor het zakelijke en sociaal -maatschappelijke leven. De duur van het incident is onvoorspelbaar en kan variëren van enkele uren tot (voor delen van het land) enkele dagen. Risico Oorzaken: Bewust menselijk handelen, technisch falen en natuurrampen kunnen leiden tot een verstoring van de telecommunicatie en ICT-netwerk. Scenarioraamwerk: Mogelijke doden of gewonden kunnen vallen als gevolg van de uitval van (vitale) voorzieningen zoals de elektriciteitsvoorziening van ziekenhuizen en verkeersongevallen na het falen van verkeersregelinstallaties.
Opstarten van netwerkapparatuur kan moeizaam verlopen en vooraf worden gegaan door diverse storingen of compleet falen van apparaten. Samenhang met an dere scenario´s: Het (langdurig) uitvallen van telecommunicatie leidt tot het (tijdelijk) stilvallen van alle bedrijvigheid. Slachtofferbeeld Status Aantal Doden 2-4* T1 + T2 2-4* T2 73 T3 Getroffenen Betrokkenen *Het is denkbaar dat door falen van noodvoorzieningen enkele ernstig zieken (vroegtijdig) overlijden. Impact Status Waarde Verwacht Onder Boven 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied Eventueel bij buitenlandse inmenging A 6.1 aantasting van cultureel erfgoed NVT 0 2.1 doden 2-4 B 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 2-4 B 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) <2-6 dagen, <400 mensen A 3.1 kosten <200 M€ C 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) NVT 0 5.1 verstoring van het dagelijks leven >40.000 mensen, gedurende 1-2 dagen D 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur Lokaal 1 indicator gedurende dagen (wel nationale impact) A 5.3 sociaal psychologische impact 2 significante categorieën C B Totaalscore (met behulp van rekenmodule) 0,067 Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van het scenario, gebaseerd op de Nationale risicobeoordeling 6: 8, mogelijk (midden, C).
74 Bijlage 3.16: Scenario incident op of onder water Uitgewerkt voorbeeld: Jacht ramt vakantieschip Henri Dunant Voor het gebruik van schepen met kwetsbare gebruikers is een vergunningstelsel ingericht om risico’s te minimaliseren en beheersen. Eigenaren verrichten inspanningen om incidenten te voorkomen. Een incident kan eventueel gebeuren, als gevolg van menselijk falen, bijvoorbeeld bij beroepsrecreatievaart op de IJssel nabij Fortmond, tussen Olst en Wijhe. Het geselecteerde, maatgevende scenario is een botsing tussen een groot jacht en het vakantieschip Henri Dunant. De bestuurder van een groot (stalen) jacht verlaat de haven met grote snelheid , hij schat de verkeerssituatie niet goed in en krijgt te maken met technische problemen. Het jacht ramt het vakantieschip wat resulteert in een (klein) gat in de romp . Door de botsing breekt brand uit op het jacht, die snel geblust kan worden. Het jacht drijft daarna stuurloos af en strandt . De opvarenden worden aangehouden voor verhoor , e en persoon wordt met ademhalingsprob lemen naar het ziekenhuis gebracht. Het vakantieschip heeft 125 personen aan boord, circa 75 van hen zijn verminderd zelfredzaam. Door de botsing komen 5 mensen hard ten val, 3 van hen raken te water. Boten en reddingduikers starten een zoektocht die enkel e uren duurt. Circa 40 opvarenden lopen (lichte) verwondingen op.