Regionaal Risicoprofiel IJsselland 2018.pdf
Tekst van het document
23 Speciale aandacht is er voor crisis communicatie. Dit pr oces is een volledig en volwaardig onderdeel geworden van het regionale team bevolkingszorg. Het t eam Bevolkingszorg voert namens de gemeenten tijdens een ramp of crisis de taken uit zolang de staande organisatie van de gemeente deze nog niet over kan ne men. Het gaat dan om processen zoals: 1. Crisiscommunicatie en informatie 2. Opvang van slachtoffers 3. Registratie mens en dier 4. Schade registratie 5. Omgevingszorg 6. Nazorg 7. Collectieve rouwverwerking 4.9 GHOR Volgens het Regionaal Risicoprofiel 2018 behoort de ziektegol f tot een van de hoogst geprioriteerde risico’s van de regio. Mede naar aanleiding hiervan en de hoge prioriteit van een ziektegolf zijn er mono (GHOR) en multidisciplinaire afspraken gemaakt, vastgelegd en beoefend. 1. De multidisciplinaire informatiekaart infectieziektecrisis is geactualiseerd in 2016; 2. De multidisciplinaire achtergrondinformatie van de multidisciplinaire informatiekaart infectieziektecrisis is in 2016 geactualiseerd; 3. Het Deelplan IZB (GROP) van de GGD is geactualiseerd in 2016. Naar de toekomst toe is het belangrijk om de planvorming actueel te houden en bedrijven en zorginstellingen bewust te maken dat zij verantwoordelijk zijn voor de eigen continuïteit. Dit betekent ook dat relevante bedrijven en zorginstellingen moeten worden betrokk en bij de oefeningen.
24 4.10 Convenanten met de crisispartners Mede op basis van de bevindingen uit het Regionaal Risicoprofiel 2010/2014 zijn er in de afgelopen jaren diverse convenanten en overeenkomsten gesloten met de crisispartners. Waar mogelijk zijn de convenanten nu op Oost -5 niveau afgesloten. Het gaat hier onder meer om convenanten met de nutsbedrijven, omliggende regio’s, OM, ProRail. Doel van de convenanten is om waar mogelijk een eventuele ramp te voorkomen maar ook om de impact te beperken en multidisciplinair voor te breiden op de bestrijding van een ramp. In onderstaande bijlage staat een overzicht van de convenanten en overeenkomsten. Convenant / overeenkomst Organisaties Drinkwaterbedrijf Vitens Politie Eenheid Oost-Nederland Veiligheidsregio’s Oost-5 Netbeheerders Rendo Enexis Gasunie Cogas Tennet Liander N.V.
Politie Eenheid Oost-Nederland Veiligheidsregio IJsselland Waterschappen en Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat Oost-Nederland Waterschap Drents Overijsselse Delta Waterschap Vechtstromen Waterschap Vallei en Veluwe Waterschap Rijn en IJssel Waterschap Zuiderzeeland Politie Eenheid Oost-Nederland Veiligheidsregio IJsselland Spoor ProRail Politie Eenheid Oost-Nederland Veiligheidsregio’s Oost-5 Bijstandsovereenkomst GHOR met VR Twente en VNOG Veiligheidsregio Twente Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Rampenbestrijdingsplan Kernkraftwerk Emsland Veiligheidsregio Twente Veiligheidsregio Drenthe Veiligheidsregio IJsselland Katastrophenschutz-Sonderplan KKE Kreis Emsland Openbaar Ministerie Openbaar Ministerie Politie Eenheid Oost-Nederland Veiligheidsregio’s Oost-5 Defensie Defensie Politie Eenheid Oost-Nederland Veiligheidsregio IJsselland Telecom KPN T-Mobile 25 Ziggo Tele-2 Vodafone Politie Eenheid Oost-Nederland Veiligheidsregio’s Oost-5 4.11 Publieksveiligheid bij evenementen Om de leefbaarheid, de recreatieve functie en de economie te stimuleren worden er in de verschillende gemeenten binnen Veiligheidsregio IJsselland evenementen georganiseerd. Evenementen maken de regio enerzijds aantrekkelijk voor haar inwoners en bezoekers , maar kunnen anderzijds ook tot overlast en onveiligheid leiden.
Het is dan ook de uitdaging voor organisatoren, gemeenten en hulpverleningsdiensten om bij ieder evenement de optimale balans te vinden tussen attractiviteit en publieksveiligheid. De meeste evenementen verlopen feestelijk en veilig. Tegelijkertijd kan ook worden geconstateerd dat de risico’s en incidenten bij evenementen de afgelopen periode zijn toegenomen, waardoor de balans tussen attractiviteit en publieksveiligheid onder druk komt te staan. Deze druk wordt veroorzaakt door het toenemend aantal (complexe) evenementen, toenemende bezoekersaantallen en de aansprakelijkheid bij incidenten. Jaarlijks zijn er 15 tot 20 evenementen, die als risicovol worden beschouwd. Met name bij evenementen met vrije toegang zien we stijgende bezoekersaantallen. In Veiligheidsregio IJsselland werken gemeenten, hulpverleningsdiensten en organisatoren intensief samen om niet alleen het feestelijke imago van evenementen te kunnen blijven garanderen, maar ook om de inzet hierbij van de hulpverleningsdiensten en hun reguliere (veiligheids)taken te kunnen blijven waarborgen. Het verlenen van de vergunningen voor evenementen is een verantwoordelijkheid van de burgemeester van de gemeente waar het evenement plaatsv indt. Ook is de burgemeester verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde.
De organisatie is echter in 1 e instantie verantwoordelijk voor de veiligheid op het evenemententerrein en de maatregelen met betrekking tot crowd control. Vanwege hun expertise en de eventuele inzet van politie, brandweer en GHOR is het van belang dat deze hulpverleningsdiensten nadrukkelijk tijdig (minimaal 3 maanden voor de start van het evenement) worden betrokken in hun adviserende rol ten behoeve van de vergunningverlening. Als afgeleide van ‘Landelijke Handreiking Evenementenveiligheid’* is in 2015 de ‘Handreiking Publieksveiligheid bij evenementen’ door het algemeen bestuur van Veiligheidsregio IJsselland vastgesteld. Bij een risicovol evenement vraagt de gemeente om een integraal veiligheidsadvies aan de veiligheidsregio. De veiligheidsregio zorgt er voor dat de hulpverleningsdiensten een integraal advies aan de vergunning verlenende burgemeester verstrekken. 4.12 Waterveiligheid en klimaatadaptatie Veiligheidsregio IJsselland heeft de afgelopen jaren, samen met haar partners, gezamenlijk gewerkt aan een klimaat robuuste en waterbestendige regio. Onze deelname in het programma IJssel-Vecht Delta heeft hier een belangrijke bijdrage aan geleverd. De afgelopen jaren h eeft de Veiligheidsregio veel kennis opgedaan over waterveiligheid en klimaatadaptatie. Daarbij hebben we onze netwerkpartners die verbonden zijn aan deze taak beter leren kennen.
Onze partners zijn meer bewust van de (keten) effecten van een overstroming en de 26 verbondenheid van de verschillende lagen van meerlaagse veiligheid: voorkomen van overstromingen (laag 1) duurzame ruimtelijke ontwikkeling (laag 2) en crisisbeheersing (laag 3). Als Veiligheidsregio IJsselland zien we dat aandacht en urgentie op de thema’s waterveiligheid en klimaatadaptatie toenemen door klimaatverandering. Hierdoor ontstaan er veel initiatieven op het gebied van waterveiligheid en klimaatadaptatie, zowel landeli jk, regionaal als lokaal. Veiligheidsregio IJsselland monitort en kan participeren in deze initiatieven. 4.13 Verbeterpunten Inspectieonderzoek 2016 De Inspectie Justitie en Veiligheid houdt toezicht op rampenbestrijding en crisisbeheersing. In het kader van de Staat van de Rampenbestrijding zijn prestaties van Veiligheidsregio IJsselland in 2016 opnieuw onderzocht . Volgens het inspectieonderzoek 2016 waren de onderstaande punten met betrekking tot de operationele prestaties nog voor verbetering vatbaar. Zoals uit het onderstaande overzicht blijkt zijn de opmerkingen de afgelopen jaren voortvarend aangepakt. Besluit veiligheidsregio’s: o Opkomst functionarissen binnen normtijd; Opgepakt door het Veiligheidsbureau: Opkomst van de crisisfunctionarissen binnen de normtijd is voor 95% opgelost.
Daar waar we incidenteel niet kunnen voldaan aan de normtijd is dit bestuurlijk vastgelegd. o Alarmering na opschaling; Opgepakt door de meldkamer: Alarmering na opschaling is door de meldkamer (MON) opgepakt en afgehandeld. o Volledige beschikbaarheid van het eigenbeeld als het totaalbeeld; Opgepakt door Informatiemanager : LCMS is volledig geïmplementeerd en beoefend. Het eigenbeeld en totaalbeeld is hierdoor beschikbaar. Kwaliteit taakuitvoering teams: o Advisering aan het ROT; Opgepakt door MOTO: Advisering ROT heeft de aandacht gehad en is doormiddel van gerichte training beoefend en opgelost. o Advisering aan het beleidsteam; Opgepakt door MOTO: Advisering BT heeft de aandacht gehad en is doormiddel van gerichte training beoefend en opgelost. o Besluitvorming op basis van actueel beeld en gebruik LCMS; Opgepakt door Informatiemanager : LCMS is volledig geïmplementeerd, opgenomen in de werkwijze en beoefend. o Afschaling/nafase; Opgepakt door het Veiligheidsbureau: Afschaling/nafase is opgepakt en opgenomen in de werkwijze. 4.14 De Omgevingswet Er is in de afgelopen jaren al veel gebeurd maar de komst van de Omgevingswet zal voor bestuurlijk Nederland de komende jaren een grote uitdaging zijn. Volgens planning treedt de Omgevingswet op 1 januari 2021 inwerking. De nieuwe Omgevingswet heeft als uitgangspunt dat het “eenvoudiger en beter moet”.
De Omgevingswet maakt het mogelijk om lokale problemen lokaal op te lossen. De gemeenten krijgen dan ook meer ruimte om hun omgevingsbeleid af te stemmen op eigen behoeften en 27 doelstellingen. Dit eigen omgevingsbeleid moet worden verwoord in een voor gemeenten (maar ook het Rijk en provincies) wettelijk verplichte omgevingsvisies. Eén van de speerpunten van het nieuwe beleid is dan ook dat gemeenten bij het opstellen van de omgevingsvisie, omgevingsplannen en omgevingsvergunningen vroegtijdig in overleg gaat met de samenleving, andere gemeenten en de ketenpartners zoals omgevingsdiensten, waterschappen en ve iligheidsregio’s. Dit biedt de veiligheidsregio’s de mogelijkheid om samen met andere partners lokaal en regionaal invulling te geven aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Dit heeft ook gevolgen voor de veiligheidsregio. Er is een andere manier van werken en denken nodig. De veiligheidsregio zal veel meer naar buiten moeten treden. Samen met de andere partners zal er lokaal en regionaal invulling moeten worden gegeven aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. De sleutelwoorden hierbij zijn participatie, integraliteit, lokaal maatwerk en vertrouwen. De Omgevingswet kent geen verplichting meer tot het vragen van advies maar gaat er vanuit dat de veiligheidsregio’s als verlengd lokaal bestuur wordt geconsulteerd door de gemeenten.
Mede ingegeven door het feit dat de veiligheidsregio jarenlange expertise heeft en de enige organisatie is die intern een verbinding kan leggen tussen repressief optreden en pro-actie en preventie. De veiligheidsregio streeft erna om als deskundig partner vroegtij dig mee te denken over nieuwe ontwikkelingen en is hierbij de enige partner die intern de verbinding kan maken tussen pro - actie/preventie en repressief optreden. Dit moet de komende jaren leiden tot breed gedragen omgevingsvisies, omgevingsplannen, progr amma’s en projecten. Door alle partners vroegtijdig te betrekken bij nieuwe ontwikkelingen kan beter worden beoordeeld waa r met de minste kosten het grootste rendement en veiligheidswinst kan worden behaald. Veel gemeente n zijn al aan het experimenteren met het opstellen van een Omgevingswet proof omgevingsvisie. Door de veiligheidsregio IJsselland vroegtijdig te betrekken bij het opstellen van de omgevingsvisie kunnen de voorgenomen ontwikkelingen, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud va n het grondgebied tijdig worden getoetst aan de externe veiligheidsaspecten en de mogelijkheden (bestrijdbaarheid, bereikbaarheid, bluswatervoorziening) van de hulpdiensten (brandweer, GHOR ). Het regionaal risicoprofiel en regionaal risicobeeld kan hieraan een belangrijke bijdrage leveren.
In de afgelopen jaren zijn de ontwikkelingen met betrekking tot de Omgevingswet op landelijk - en regionaal niveau op de voet gevolgd. Op initiatief van de Veiligheidsregio IJsselland zijn er diverse gesprekken gevoerd me t de provincie, gemeenten en partners over de komst van de Omgevingswet en wat wij voor elkaar kunnen betekenen. De veiligheidsregio draagt hierbij uit dat zij graag in een vroegtijdig stadium willen worden betrokken bij nieuw beleid en ontwikkelingen. Door vanaf het begin mee te denken over nieuw beleid en ontwikkelingen kunnen de externe veiligheidsaspecten, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid goed worden geborgd. Dit heeft erin geresulteerd dat we voor verschillende gemeenten en de provincie al hebben mee gedacht over de nieuw op te stellen Omgevingsvisie. 28 5 Nieuwe perspectieven 5.1.1 Het perspectief van onze gemeenten Veiligheidsregio IJsselland is regionaal georganiseerd, maar levert maatwerk op lokaal niveau. De Integrale Veiligheidsplannen van de 11 gemeenten in IJsselland vormen daarom een belangrijke basis om inzicht te krijgen in lokale veiligheidsrisico’s. In de Integrale Veiligheidsplannen ligt de focus hoofdzakelijk op veiligheidsvraagstukken die zich afspelen in de openbare ruimte (sociale veiligheid). Waar sociale veiligheid traditioneel het domein is van politie en gemeenten, richt de veiligheidsregio zich in basis op de fysieke veiligheid.
Door tal van ontwikkelingen is de scheidslijn tussen sociaal en fysiek echter steeds meer een grijs gebi ed. Bij een incident van fysieke aard, zoals een grote brand, kunnen we te maken krijgen met effecten voor milieu - en volksgezondheid, maatschappelijke onrust en continuïteit van de samenleving. Andersom zien we steeds vaker dat incidenten die zijn oorspro ng vinden in het sociale domein leiden tot fysieke veiligheidsaspecten, zoals een persoon met verward gedrag die zijn/haar huis opblaast of brand sticht. Deze ontwikkelingen vragen om een goede integrale samenwerking m et partners in deze domeinen. Het Regionaal Risicobeeld geeft fysieke veiligheidsrisico’s in gemeenten weer, en door breder te kijken kan deze inventarisatie aangevuld worden met risico’s uit andere veiligheidsdomeinen. Voorbeelden van lokale veiligheidspriorit eiten van gemeenten in IJsselland zijn verkeersveiligheid, overlast door jeugd, drugs en alcohol, woninginbraak, ondermijning, overlast door de jaarwisseling, de leefbaarheid van wijken, evenementenveiligheid en outlaw motor gangs. Deze lokale veiligheidsprioriteiten hebben baat bij een gecoördineerde aanpak en zijn daarom terug te vinden in de Veiligheidsstrategie van Oost -Nederland2.
De drie eenheidsthema’s zijn de aanpak van ernstige overlast door personen in de woonomgeving, de aanpak van woninginbraken (high impact crimes) en maatschappelijke ondermijning. Naast de Integrale Veiligheidsplannen streeft Veiligheidsregio IJsselland om nieuwe veiligheidsvraagstukken binnen gemeenten vroegtijdig te signaleren. 5.1.2 Het perspectief van onze inwoners De incidenthistorie schetst echter geen c ompleet beeld. De feitelijke gebeurtenissen zeggen niets over de gevoelens van onveiligheid die inwoners van IJsselland ervaren. Deze ‘zachte’ cijfers moeten komen uit het meten van het veiligheidsgevoel van de burgers en het vaststellen of de veiligheidsbelevenis veranderd is door gerichte risicocommunicatie. De incidenthistorie schetst echter geen compleet beeld. De feitelijke gebeurtenissen zeggen niets over de gevoelens van onveiligheid die inwoners van IJsselland ervaren. Deze ‘zachte’ cijfers moeten k omen uit het meten van het veiligheidsgevoel van de burgers en het vaststellen of de veiligheidsbelevenis veranderd is door gerichte risicocommunicatie. Landelijk zien we dat onder andere cyberaanvallen, een terroristische aanslag en ordeverstoring in grot e menigten tot de Top 5 van door burgers gepercipieerde rampen behoren 3. Het is daarom belangrijk om per gemeente te informeren wat er leeft en speelt bij inwoners en zo ‘maatwerkrisico’s per gemeente te kijken.
Deze risico’s worden onder bepaald door de cultuur in een gemeente. 2 Veiligheidsstrategie en Meerjarenbeleidsplan 2015 -2018 politie Oost -Nederland: https://www.politie.nl/mijn- buurt/lokale-initiatieven/oost-nederland/veiligheidsstrategie-en-meerjarenbeleidsplan-oost- nederland.html?geoquery=arnhem&distance=5.0 3 Ipsos Risico- en Crisisbarometer, 2013. 29 Slechts enkele gemeenten in IJsselland meten het veiligheidsgevoel via een ‘Veiligheidsmonitor’. De meeste gemeenten doen dit echter door te monitoren welke vragen er vanuit inwoners binnenkomen. Uit de monitors en uit gesprekken met gemeenten, blijkt dat de ‘IJssellander’ zich relatief veilig voelt . Brandveiligheid, evenementenveiligheid, de jaarwisseling en (verminderde) zelfredzaamheid zijn de thema’s die in veel IJssellandse gemeenten terugkomen. Inwoners maken zich het meest zorgen over dingen die (recent) in of nabij de gemeente zijn voorgekome n en veel impact hebben gehad. Zoals het treinongeval in Dalfsen, asbestbranden in Kampen of branden in de binnenstad van Deventer. 5.1.3 Het perspectief van onze buren Elke veiligheidsregio is anders georganiseerd, kent een andere historie, cultuur en geogra fie.
Juist doordat we verschillend zijn en uitdagingen en dilemma’s op verschillende manieren benaderen, kunnen we veel van elkaar leren: waarom 25 keer het wiel uitvinden terwijl we als veiligheidsregio’s vaak met vergelijkbare vraagstukken te maken hebben? Uit de Regionale Risicoprofielen van onze buurregio’s komen thema’s en risicoanalyses naar voren die ook voor de regio IJsselland relevant kunnen zijn. Zo heeft een aantal buurregio’s nieuwe crisistypen opgenomen in het Regionaal Risicoprofiel, zoals m aatschappelijke onrust, luchtvaartincident, thuiswonende verminderd zelfredzamen en aardbevingen. Daarnaast signaleren zij nieuwe (risicovolle) ontwikkelingen, waaronder nanotechnologie, ondermijning, antibiotica - resistentie, nieuwe brandstoffen, nieuwe di erziekten en ruimtelijke ontwikkeling in buitendijkse gebieden. Naast ontwikkelingen kijken onze buurregio’s ook naar effecten, zoals effecten van toenemend gebruik van sociale media, en realistisch te verwachten cascade -effecten om inzicht te krijgen in mogelijke schade aan de economie, ecologie en cultureel erfgoed. 5.1.4 Het grenzeloze perspectief Door technologische ontwikkelingen, digitalisering en mondialisering zijn we steeds nauwer met elkaar verbonden, zowel economisch als via virtuele netwerken zoals s ociale media. Landen, organisaties en individuen kunnen hierdoor wereldwijd invloed uitoefenen.
Tegelijkertijd zien we dat globalisering inmiddels ook leidt tot een tegenbeweging; lokalisering. Groepen mensen en gemeenschappen voelen de drang om zelf, met elkaar, en voor elkaar iets te betekenen. Denk aan initiatieven als woonzorgprojecten, waarbij hulpbehoevenden op eigen initiatief bij elkaar gaan wonen en gezamenlijk de zorg organiseren – als beweging tegen het zorgsysteem. Beide bewegingen brengen nieuwe kansen met zich mee, maar ook nieuwe risico’s. Onderwerpen zoals cyber security, ondermijning, maatschappelijke polarisatie en de dreiging van terrorisme zijn hoogst actueel geworden. Thema’s als energietransitie en grondstoffenschaarste, pandemieën, vl uchtelingenstromen, klimaatverandering en demografische verschuivingen zoals vergrijzing werpen hun schaduw vooruit. Veiligheidsregio’s krijgen hierbij te maken met toenemende maatschappelijke afhankelijkheid van de dienstverlening van private partijen. Fy sieke en sociale veiligheid zijn daarbij steeds minder goed van elkaar te scheiden. 30 Bijlage 1: Risicolocaties en kwetsbare objecten op de risicokaart Onderstaand (in de eerste tabel) is de limitatieve lijst * met de risicolocaties opgenomen die voor de risicokaart in beeld zijn gebracht , volgens bijlage II zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling provinciale risicokaart.
Tevens is opgenomen (in de tweede tabel) de limitatieve lijst met de kwetsbare objecten die voor de risicokaart in b eeld zijn gebracht , volgens bijlage III zoals bedoeld in artikel 4 van de Regeling provinciale risicokaart. * N.B.: De relevante aard en drempelwaarden van gevaarlijke stoffen per inrichting worden genoemd in bijlage I zoals bedoeld in artikel 3, eerste l id, van de Regeling provinciale risicokaart. Het betreft een zeer uitgebreide lijst met diverse categorieën, stoffen en drempelwaarden . Vanwege de technische aard van deze lijst, is zij niet overgenomen in deze rapportage en wordt verwezen naar het document Regionaal Risicobeeld IJsselland 2014 in bijlage 9. Risicolocaties Voorwaarde voor opname op de risicokaart 1. Tunnels Alle weg-, spoor-, tram-, lightrail- en metrotunnels langer dan 250 m 2. Vliegvelden 1. Vliegvelden waarvoor zgn. LVL-maatscenario geldt 2. Militaire (oefen)terreinen voor vliegtuigen en helikopters 3. Waterwegen en water(sport)gebieden 1. Vaarroutes voor schepen met minstens 25 opvarenden 2. Zeehavens voor schepen met minstens 25 opvarenden 3. Watersportgebieden met meer dan 2000 ligplaatsen voor pleziervaartuigen in open binnenwater van meer dan 500 ha 4. Wadlooproutes voor groepsgrootten van minimaal 25 personen 5.
Aanlandingslocaties indien zij worden vermeld in een rampenplan, rampbestrijdingsplan, coördinatieplan of calamiteitenplan 4. Wegen en spoorwegen 1. Autosnelwegen 2. Overige rijks(auto)wegen 3. Provinciale autowegen 4. Spoorlijnen voor intercity of ICE-verkeer 5. Spoorlijnen voor hogesnelheidsverkeer Risicolocaties Voorwaarde voor opname op de risicokaart 5. Evenementen- en activiteitenlocaties Locatie specifieke en periodieke evenementen met bijeenkomsten van minstens 5000 personen per keer op een gedefinieerd, beperkt gebied 6. Geologische structuren Gebieden c.q. plaatsen waar bevingen kunnen optreden met een intensiteit van VI of hoger op de Europese Macro seismische Schaal (EMS) 7. Overstromingsgebieden 1. Gebieden waarvan de overschrijdingskans op overstroming 1/4000 bedraagt 31 2. Riviergebieden die in 1993 en 1995 overstroomden of door overstroming werden bedreigd 3. Door het bevoegd gezag aangewezen overloopgebieden 8. Natuurgebied 1. Gemengd bos en naaldbosgebied met een aaneengesloten omvang van minstens 100 ha 2. Heide, (hoog)veen- en duingebied met een aaneengesloten omvang van minstens 100 ha Kwetsbare objecten (gebouwen en objecten) Voorwaarde voor opname op de risicokaart 1. Gebouwen met een woonfunctie Tehuizen Alle Kloosters/abdijen Alle Gevangenissen Alle Bejaardenoorden Alle Asielzoekerscentra Alle 2.
Gebouwen met een logiesfunctie Hotel > 10 personen Pension/nachtverblijf > 10 personen Dagverblijf > 50 personen Kampeerterrein > 250 personen Jachthaven > 250 personen Kwetsbare objecten (gebouwen en objecten) Voorwaarde voor opname op de risicokaart 3. Gebouwen met een onderwijsfunctie Onderwijsinstelling (leerl. < 12 jr.) Alle Onderwijsinstelling (leerl. > 12 jr.) > 250 personen Kinderdagverblijf > 50 personen 4. Gezondheidszorggebouwen Klinieken (poli-, psychiatrische) Alle Ziekenhuizen Alle Verpleegtehuizen Alle 5. Bedrijfsgebouwen Kantoren > 250 personen Fabrieken > 250 personen Loods, veem, opslagplaats > 1000 m2 Studio's (bijv. opname TV) Alle 6. Gebouwen voor wegverkeer Garage-inrichting (alleen opslag / stalling) > 1000 m2 7.
Objecten met een publieksfunctie Theater, schouwburg, bioscoop, aula > 250 personen Museum, bibliotheek > 250 personen Buurthuis, ontmoetingscentrum, wijkcentrum > 250 personen Gebedshuis > 250 personen Tentoonstellingsgebouw > 250 personen Cafés, discotheek, restaurant > 250 personen Sporthal, stadion > 250 personen 32 Zwembad Alle Winkelgebouwen > 500 personen Stationsgebouwen > 1000 m2 Tijdelijke bouwsels > 250 personen Overig Alle gebouwen vanaf 25 verdiepingen >24 verdiepingen N.B.: Politiebureaus, brandweerkazernes en ambulanceposten kunnen onder deze categorie op de risicokaart worden opgenomen 33 Bijlage 2: Maatschappelijke themavelden, crisis- en incidenttypen Onderstaand is de complete lijst met mogelijke scenario’s opgenomen die voor het Regionaal Risicoprofiel IJsselland relevant kunnen worden geacht, volgens de nationale Handreiking Regionaal Risicoprofiel . De incidenttypes aangegeven met * zijn voor deze versie van het Regionaal Risicoprofiel IJsselland voor de regio IJsselland niet voldoende waarschijnlijk of hebben naar verwachting een beperkte impact. Deze scenario’s kunnen in een volgend e versie nader beschouwd worden bij gebleken relevantie. De incidenttypes aangegeven met - worden in de regio IJsselland niet mogelijk geacht.
Crisistype Incidenttype Relevant en uitgewerkt voor IJsselland Natuurlijke omgeving Overstromingen Overstroming vanuit zee - Overstroming door hoge rivierwaterstanden Ja, scenario 1 Vollopen van een polder / dijkdoorbraak * Natuurbranden Bosbrand Ja, scenario 2 Heide, (hoog)veen- en duinbrand Ja, scenario 2 Extreme weersomstandigheden Koudegolf, sneeuw en ijzel Ja, scenario 3 Hittegolf Ja, scenario 4 Storm en windhozen * Aanhoudende laaghangende mist * Aardbevingen Aardbeving * Plagen Ongedierte * Dierziekten Ziektegolf Ja, scenario 5 Gebouwde omgeving Branden in kwetsbare objecten Grote brand in kwetsbare objecten Ja, scenario 6 ~ met grootschalige publieksfunctie * ~ in bijzonder hoge/ondergrondse gebouwen * Brand in dichte binnensteden Ja, scenario 7 Instortingen in grote gebouwen Instorting door explosie * ~ door gebreken constructie of fundering * Technologische omgeving Incidenten met brand in open lucht ~ brandbare/explosieve stof bij wegvervoer Ja, scenario 8 ~ bij vervoer over water * ~ bij spoorvervoer * ~ bij transport buisleidingen Ja, scenario 9 ~ bij stationaire inrichting * Incidenten met giftige stof in open lucht ~ bij wegvervoer * ~ bij vervoer over water * ~ bij spoorvervoer Ja, scenario 10 ~ bij transport buisleidingen * ~ bij stationaire inrichting Ja, scenario 11 Kernincidenten Incident A-object: centrale - ~ nabije centrale grensoverschrijdend Ja,
scenario 12 ~ scheepvaart en defensie - Incident B-object: vervoer grote eenheid - ~ overige nucleaire faciliteit, brandklasse i - ~ brandklasse ii - ~ overig vervoer en gebruik * Incident militair terrein en transport - 34 Vitale infrastructuur en voorzieningen (Nutsvoorzieningen) Verstoring energievoorziening Uitval olievoorziening * Uitval gasvoorziening * Uitval elektriciteitsvoorziening Ja, scenario 13 ~ drinkwatervoorzieningen Uitval drinkwatervoorziening * Problemen waterinname * Verontreiniging in drinkwaternet Ja, scenario 14 ~ rioolwaterafvoer en afvalwater Uitval rioleringssysteem * Uitval afvalwaterzuivering * ~ telecommunicatie en ICT Uitval voorziening voor spraak- en datacom.
Ja, scenario 15 ~ afvalverwerking Uitval afvalverwerking * ~ voedselvoorziening Uitval distributie * Verkeer en vervoer Luchtvaartincidenten ~ bij start of landing op/om luchtvaartterrein - ~ bij vliegshow - Incidenten op of onder water ~ waterrecreatie en pleziervaart * ~ beroepsvaart (geen gevaarlijke stoffen) Ja, scenario 16 ~ op ruim water * Grootschalig duikincident * Verkeersincidenten op het land Incident wegverkeer Ja, scenario 17 Incident treinverkeer * Incidenten in tunnels ~ treintunnel en ondergronds station * ~ wegtunnel * ~ tram-/metrotunnel en ondergronds station - Gezondheid Bedreigingen volksgezondheid Besmettingsgevaar via contactmedia * Feitelijke grootschalige besmetting (nog) zonder ziekteverschijnselen * Besmettelijkheidgevaar vanuit buitenland * Besmettelijkheidgevaar in eigen regio * Dierziekte overdraagbaar op mens * Ziektegolf Ziektegolf besmettelijke ziekte Ja, scenario 18 Ziektegolf niet besmettelijke ziekte * Sociaal-maatschappelijke omgeving Paniek in menigten Paniek tijdens grote festiviteit, concert Ja, scenario 19 Verstoring openbare orde Rel rondom demonstraties en manifestaties * Gewelddadigheden rondom voetbal * Maatschappelijke onrust en buurtrellen Ja, scenario 20 35 Bijlage 3: Scenariobeschrijvingen Bijlage 3.1: Scenario overstroming Uitgewerkt voorbeeld: Overstroming rivierdijk dijkring 10 (Mastenbroek) Binnen Veiligheidsregio IJsselland
zijn er 3 verschillende watersystemen die mogelijk betrokken kunnen zijn bij een rivierendijkdoorbraak. Het betreffen: - De IJssel (dijkringgebieden 10, 11, 51 en 53). - De Vecht en het Zwarte Water (dijkringgebieden 9, 10 en 53). - Het Ketelmeer (dijkringgebieden 10 en 11). Mogelijk vindt in dit rivierenscenario een overstroming plaats van gebiedsdelen na dijkdoorbraak, bijvoorbeeld van dijkring 10, Mastenbroek. Dit kan gebeuren als gevolg van stuwing vanuit het IJsselmeer en/of na overvloedige aanvoer van water uit het achterland en overvloedige (lokale) regenval. Het betrokken oppervlak van Mastenbroek, dijkring 10, beslaat circa 100 km2. Het aantal inwoners bedraagt 45.000. N.B.: De scena rio’s waarbij kleinschalige overstromingen plaatsvinden, bijvoorbeeld het buiten de oevers treden van de Vecht, zijn hier niet verder uitgewerkt. Inventarisatie en bronnen Regionale c.q. gemeentelijke informatie: Coördinatieplan Overstromingen. Landelijke informatie: Nationaal Responsplan Hoogwater en Overstromingen , Waterwet (voormalige Wet op de waterkering). Algemene beschrijving scenario Er zijn drie overstromingsscenario’s te onderscheiden, namelijk vanaf een rivier, de kust of na extreme neerslag. V oor de regio IJsselland is het rivierenscenario heeft meest relevant, en dit voornamelijk in combinatie met een noordwester storm.
Een (extreem) hoge waterstand in een rivier, in combinatie met het falen van een primaire kering van die rivier, noemen we he t rivierenscenario. Een hoogwatergolf en een kans op het falen van een waterkering komt meestal niet onverwacht, er is een aanlooptijd. Een hoogwatergolf vanaf de grote rivieren heeft gemiddeld een aanlooptijd van 15 dagen. Indien de hoogwatergolf leidt t ot een dijkdoorbraak ontstaat een bres. Direct achter de bres staat het water het hoogste, hoe verder van de bres, des te lager staat het water. N.B.: Andere scenario's zijn het kustscenario en de het wateroverlastscenario bij extreme neerslag. Hierbij kun nen de volgende opmerkingen geplaatst worden. Bij een kustscenario is de aanlooptijd 5 dagen en bij (lokale) extreme neerslag slechts 48 tot 24 uur. Het wateroverlastscenario heeft voornamelijk betrekking op secundaire keringen. Bij een secundaire kering i s een doorbraak meestal onverwacht en kent beperktere gevolgen. Deze scenario’s zijn onvoldoende relevant voor het regionale risicoprofiel IJsselland en zijn hier niet verder uitgewerkt. Risico Oorzaken: Een extreem hoge waterstand in de rivier als gevolg van extreme neerslag stroomopwaarts of smeltwater (rivierenscenario) of orkaan/zware storm in combinatie met een hoge waterstand aan de kust (kustscenario). Samenhang met andere scenario´s: Er is een grote kans op domino -effecten.
Een voorbeeld hiervan is dat de elektriciteit (vermoedelijk langdurig) uitvalt, waardoor diverse sectoren getroffen worden, zoals logistiek (via weg, spoor, water en buizen) en telecommunicatie (dit geldt ook voor 36 C2000 en WAS -sirenes waarvan de accu’s onder water komen te staan). De economie en mogelijkheden tot openbaar bestuur en orde handhaving komen stil te liggen. Bij evacuatie vragen kwetsbare objecten zoals ziekenhuizen en gevangenissen veel bestuurlijke aandacht en operationele capaciteit. De stevigheid van de bode m wordt aangetast, waardoor (na droogvallen) verzakkingen kunnen optreden en leidingen en wegen aangetast worden. Er treedt geen blijvende schade op aan de natuur. De flora en fauna herstellen zich. Slachtofferbeeld Het aantal inwoners bedraagt circa 45.000, namelijk in IJsselmuiden 11.000, Genemuiden 10.000, Stadshagen 17.000 en Westenholte 7.000. Status Aantal Doden max. 45-450* T1+T2 10-20 T2 T3 20-40 Getroffenen 100 Betrokkenen 45.000 * In de coördinatieplannen overstroming wordt standaard gerekend met 0,1% - 1% van de bewoners die dodelijk slachtoffer kunnen worden. Indien het falen van de rivierendijk juist voorspeld wordt, kan het aantal slachtoffers verder beperkt worden.
Impact Status Waarde Verwacht Onder Boven 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied 100 km2 en langer dan 6 maanden E 6.1 aantasting van cultureel erfgoed 2 objecten/indicatoren B 2.1 doden 16-40 Choog C Dhoog 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 4-16 C B Choog 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) 4.000 mensen, 1 week B 3.1 kosten <2 miljard € (max. >2 miljard €) D E 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) NVT: herstelt zich 0 5.1 verstoring van het dagelijks leven 40.000 mensen, 1 week tot een maand D E 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur Orde/Veiligheid bestuur: weken B C 5.3 sociaal psychologische impact 2 significante categorie C Totaalscore (met behulp van rekenmodule) 0,22 Waarschijnlijkheid Gebaseerd op de faalkans van de primaire waterkering en van de 4 dijkringen in de regio conform de Waterwet (voormalige Wet op de waterkering): Dijkring 9, Vollenhove: 1:1250; Dijkring 10, Mastenbroek: 1:2000; Dijkring 11, IJsseldelta: 1:2000; Dijkring 51, IJssel: 1:1250; Dijkring 53, Salland: 1:1250. De kans op falen van een dijk bedraagt 1:2000 tot 1:1250, dit is 0,05% - 0,08%: 4, onwaarschijnlijk (laag, B). Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd.
De beoordeling van de veiligheid van de primaire keringen door de kering beheerders wordt nu gebaseerd op de overstromingskans en per traject in plaats van dijkringen. De eerste beoordeling primaire keringen overstromingskans wordt naar verwachting in 2023 afgerond. De keringen moeten in 2050 aan de norm uit de Waterwet voldoen. 37 Bijlage 3.2.1: Scenario natuurbrand (rietland) Uitgewerkt voorbeeld: Natuurbrand de Weerribben Een natuurbrand kan mogelijk ontstaan, bijvoorbeeld in natuurgebied de Weerribben. De Weerribben is een 35 km² groot natuurgebied. Samen met De Wieden wordt het Nationaal Park Weerribben-Wieden gevormd dat bijna 100 km² groot is. Door een droogteperiode is er een grote kans dat een brand overslaat naar naastgelegen rietlanden en een opslagplaats van gesneden riet. De brand en dichte rook bewegen zich in de richting van nabije lintbebouwing en een recreatiepark. Normaal is het een plaatsje met enkele honderden inwoners, maar in het (droge) recreatieseizoen is dit opgelopen tot enkele duizenden mensen. Deze bevinden zich grotendeels in de lijn van de vuurhaard, op ongeveer 2 km afstand. De bestrijding van het incident wordt bemoeilijkt door de on begaanbaarheid van het terrein. Doordat de wind gaat liggen stopt de snelle uitbreiding van de brand en slaagt de brandweer erin om de brand binnen een halve dag tot stilstand te brengen.
N.B.: Het vuur slaat bij het blussen mogelijk in de grond. Brandweerkorpsen uit de gehele regio hebben vanaf dat moment nog geruime tijd nodig, mogelijk zelfs enkele weken, voor het nablussen van de ondergrondse veenbrand. Hierbij bestaat het gevaar dat het vuur met sterke wind weer kan oplaaien en weer een ander deel van de omgeving in vlammen doet opgaan. Inventarisatie en bronnen Regionale c.q. gemeentelijke informatie : Agendapunt commissie Brandweerzorg: “Risicokaart natuurbrand”. Landelijke informatie: Natuurbranden onderschat risico (dhr. A.T.W. Gulik, VNOG). Algemene beschrijving scenario Een natuurbrand ontwikkelt zich vanaf het moment van ontsteking (aanwezigheid van een ontstekingsbron is in dit dichtbevolkte land zeer aannemelijk) met een snelheid die grotendeels afhankelijk is van de beschikbaarheid (soort en droo gte) van brandstof en voldoende zuurstof (droogte en weersomstandigheden zoals temperatuur en windsnelheid). Een zich ontwikkelende brand die mogelijk escaleert tot een onbeheersbaar scenario kan worden gestopt door natuurlijke barrières of (grootschalig) repressief optreden van de hulpverleningsdiensten. De beschikbaarheid van bluswater is beperkt, het kost (veel) tijd grootschalige watertransportsystemen op te bouwen. Zodra de natuurbrand de bebouwde omgeving bereikt kunnen gebouwbranden ontstaan waarbij gevaarlijke stoffen kunnen zijn betrokken.
Andersom kan een groot in cident met bijvoorbeeld een aardgasleiding van Gasunie leiden tot een natuurbrand. Binnen de regio liggen campings en complexen met recreati ewoningen binnen natuurgebieden. Ontruiming van deze kwetsbaarheden bij een natuurbrand kan zeer lastig blijken en kost veel operationele slagkracht. Het nu uitgewerkte voorbeeld scenario heeft als locatie de Weerribben met voornamelijk rietland. In 2014 is naast het genoemde voorbeeldscenario ook het scenario Natuurbrand in het bosgebied rondom Ommen/Hardenberg uitgewerkt en in het Regionaal Risicoprofiel IJsselland 2014 opgenomen. Risico Oorzaken: Het overgrote deel van de natuurbranden ontstaat door (al dan niet opzettelijk) menselijk handelen. Een (zeer) klein dee l ontstaat door een technisch falen in de bebouwde omgeving of kent een natuurlijke oorzaak. Mogelijke triggers: Een groot aandeel van de ontstane natuurbranden ontstaat op een afstand van minder dan 50 meter van wegen, recreatiegebieden en bewoning. 38 Samenhang met andere scenario´s: Er treedt geen blijvende schade op aan de natuur. De flora en fauna herstellen zich.
Slachtofferbeeld Status Aantal Doden 2 T1+T2 2-4 T2 T3 10 Getroffenen Betrokkenen 4000 Impact Status Waarde Verwacht Onder Boven 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied 4-40 km2, langer dan 6 maanden C 6.1 aantasting van cultureel erfgoed NVT 0 2.1 doden 2 B 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 2-4 B 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) 0 (geen verlies huis en haard) 0 3.1 kosten <20 miljoen € B 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) <3% C 5.1 verstoring van het dagelijks leven Meer dan 4.000 mensen, 3-7 dagen B 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 1 indicator/dagen A 5.3 sociaal psychologische impact 1 significante categorie A Totaalscore (met behulp van rekenmodule) 0,040 Waarschijnlijkheid Gebaseerd op de kans op een brand, namelijk 1% (kans 10-2) zoals gebruikt in de Nationale risicobeoordeling 6: 11, waarschijnlijk (midden, D). 39 Bijlage 3.2.2: Scenario natuurbrand (bosgebied) Uitgewerkt voorbeeld: Bosbrand in de omgeving Ommen-Hardenberg Een bosbrand ontstaat binnen één of enkele van de gemeenten in Veiligheidsregio IJsselland. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren in het bosgebied in de omgeving Ommen/Hardenberg bij Beerze. Er is sprake van een mooi voorjaar in Nederland. Al een aantal weken ligt de temperatuur rond de 15 graden en is er geen regen gevallen.
In het bosgebied tussen Ommen en Hardenberg wordt de begroeiing en grond steeds droger waardoor de kans op bosbranden toeneemt. In de ochtend ontstaat een bosbrand. Het gebied is druk bevo lkt met dag gasten en mensen die hun voorjaarsvakantie vieren op de recreatieterreinen (4 campings, circa 2000 aan -wezigen) of in vakantiehuisjes. Nieuwsgierige vakantiegangers gaan een kijkje nemen waar de rook vandaan komt. Er staat een sterke wind, waar door de brand zich redelijk snel verspreidt, richting een van de campings op ruim 2 kilometer afstand. Enkele wandelaars en vakantiehuisjes worden ingesloten door het vuur, bij ontvluchting vallen 2 doden, 3 zwaargewonden en 10 lichtgewonden. De bestrijding van het incident wordt bemoeilijkt door de onbegaan baarheid van het terrein. Zoals bij de bestrijding van elke natuurbrand geldt, ondanks de voorbereidingen en grote inspanningen, wordt de brandbestrijding gehinderd door de beperkte beschikbaarheid van bluswater in het bosgebied. Doordat de wind draait en in de avond gaat liggen, krijgt de brandweer de brand rond middernacht onder controle. N.B.: De brandweer zal nog enige tijd, mogelijk een week, nodig hebben voor het nablussen. Het gevaar bestaat dat het vuur met sterke wind weer kan oplaaien en weer een ander deel van de omgeving in vlammen doet opgaan. In de bosgebieden bij Vilsteren is een groot aardgasverdeelstation gelegen.
Omdat dit verdeelstation (mede) de aardgasvoorziening voor een groot gedeelte van Nederland verzorgt is in dit scenario aandacht besteedt aan de gevolgen van een bosbrand in de omgeving van de Gasunie in Vilsteren. Inventarisatie en bronnen Regionale c.q. gemeentelijke informatie: Agendapunt commissie Brandweerzorg: “Risicokaart natuurbrand ”. Natuurbestrijdingsplan Veiligheidsregio IJsselland (2009/2010), Rampbestrijdingsplan N.V. Gasunie installatie Ommen te Vilsteren (09-11- 2016) Landelijke informatie: Scenario’s nationale risicobeoordeling 2008/2009; Bronnenboek “Natuur- brandbestrijding” 2014 (Landelijke Vakgroep Natuurbranden (LVN)). Algemene beschrijving scenario Een natuurbrand ontwikkelt zich vanaf het moment van ontsteking (aanwezigheid van een ontstekingsbron is in dit dichtbevolkte land zeer aannemelijk) m et een snelheid die grotendeels afhankelijk is van de beschikbaarheid (soort en droogte) van brandstof en voldoende zuurstof (droogte en weersomstandigheden zoals temperatuur en windsnelheid). Een zich ontwikkelende brand die mogelijk escaleert tot een onb eheersbaar scenario kan worden gestopt door natuurlijke barrières of (grootschalig) repressief optreden van de hulpverleningsdiensten. De beschikbaarheid van bluswater is beperkt, het kost (veel) tijd grootschalige watertransportsystemen op te bouwen.
Zodra de natuurbrand de bebouwde omgeving bereikt kunnen gebouwbranden ontstaan waarbij gevaarlijke stoffen kunnen zijn betrokken. Andersom kan een groot incident met bijvoorbeeld een aardgasleiding van Gasunie leiden tot een natuurbrand. In de regio liggen bi nnen natuurgebieden 40 campings en complexen met recreatiewoningen. Ontruiming van deze kwetsbaarheden bij een natuurbrand kan zeer lastig blijken en kost veel operationele slagkracht. Risico Oorzaken: Het overgrote deel van de natuurbranden ontstaat door ( al dan niet opzettelijk) menselijk handelen. Een (zeer) klein deel ontstaat door een technisch falen in de bebouwde omgeving of kent een natuurlijke oorzaak (zoals blikseminslag). Mogelijke triggers: Een groot aandeel van de ontstane natuurbranden ontstaat op een afstand van minder dan 50 meter van wegen, recreatiegebieden en bewoning. Voor de hulpverleningsdiensten kan het gebied waarin de brand zich voordoet toch moeilijk bereikbaar zijn, doordat de brand zich uitbreidt dieper en verder het natuurgebied in. Bepalende factoren: Het seizoen en weer (klimaat) hebben een zeer grote invloed op de kans dat een brand kan ontstaan en zich kan uitbreiden. De houtsoort (naaldbossen en jonge bossen vormen een groter brandrisico in vergelijking met andere type bomen), de leeftijd, dichtheid en aanwezigheid van begroeiing of dood hout op de grond.
Aanwezigheid van recreatie (campings, bungalowparken, recreatievijvers met stranden, hotels), mensen, kwetsbare objecten, vitale infrastructuur en natuurwaarden; De bereikbaarheid voor hulpdiensten, voldoende bluswater, de mogelijkheid van veilig optreden door de hulpverlening, de aanwezigheid van vluchtwegen; De beschikbare tijd voor ontruiming (uren in plaats van dagen, zoals bij overstromingen), de mate van zelfredzaamheid van bewoners en recreanten in het gebied (onbekendheid met het risico) en de mate van aandacht van media en publiek (ramptoerisme); De aanwezigheid van gevaarlijke stoffen, zoals brandbare stoffen op recreatieterreinen; Actueel houden van planvorming m.b.t. natuurbranden; Up-to-date houden van bos/natuurbrand bestrijdingsvoertuigen. Samenhang met andere scenario´s: Bosbranden zorgen voor de ontwikkeling van nieuwe soorten flora. Maar bij een brand gaat vaak veel bestaande fauna (tijdelijk) verloren en soms zelfs zeer zeldzame diersoorten. Er treedt geen blijvende schade op aan de natuur, het herstel van bos en heide na een brand duurt soms 5 tot 10 jaar. (Semi -)Permanent bewoonde huizen, bedrijfspan den (campings) in recreatiegebieden kunnen verloren gaan bij een natuurbrand.
Slachtofferbeeld Status Aantal Doden 2 T1+T2 2-4 T3 10 Getroffenen 2000 Betrokkenen 4000 Impact Status Waarde Verwacht Onder Boven 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied 4-40 km 2, langer dan 6 maanden C 6.1 aantasting van cultureel erfgoed Boerderijen en Huize Beerze C 2.1 doden 2 B 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 2-4 B 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) 0 (geen verlies huis en haard) 0 3.1 kosten <20 miljoen € B 41 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) <3% C 5.1 verstoring van het dagelijks leven Meer dan 4.000 mensen, 3-7 dagen C 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 1 indicator/dagen A 5.3 sociaal psychologische impact 1 significante categorie A Totaalscore (met behulp van rekenmodule) 0,058 Waarschijnlijkheid Gebaseerd op de kans op een brand, namelijk 1% (kans 10 -2) zoals gebruikt in de Nationale risicobeoordeling 6: 11, waarschijnlijk (midden, D). 42 Prioritering nieuw uitgewerkt scenario bosbrand Ommen/Hardenberg Uit de analyse van het natuurbrandscenario bosbrand Ommen/Hardenberg komt naar voren dat een bosbrand Om men/Hardenberg vrijwel niet anders scoort dan een rietbrand in de Wieden. Uit de berekeningen met de rekenmodule blijkt dat een bosbrand in de omgeving Ommen/Hardenberg (0,058) een fractie hoger scoort dan een rietbrand (0,040).
Beide incidenten vallen ech ter in hetzelfde prioriteitgebied II. Omdat de waarschijnlijkheid voor beide incidenten overeenkomen en de totaalscore vrijwel overeenkomen heeft het geen gevolgen voor het Risicoprofiel Veiligheidsregio IJsselland. Impactanalyse: De gevolgen van het scenario natuurbranden zijn: 1.1 Aantasting integriteit grondgebied 2.1 Doden 2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken 2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) 3.1 Kosten 4.1 Langdurige aantasting van het milieu en natuur (flora en fauna) 5.1 Verstoring van dagelijks leven 5.2 Aantasting van positie van lokaal en regionaal bestuur 5.3 Sociaal psychologische impact 6.1 Aantasting cultureel erfgoed Algemeen: In 2008 is er een inventarisatie uitgevoerd naar natuurbrandrisico’s in Veiligheidsregio IJsselland. Dit heeft geresulteerd in de “Risico -Index Natuurbranden (RIN)”. Volgens deze kaart wordt het brand-risico in de meeste natuurgebieden geclassificeerd als middelmatig tot hoog. Mede naar aanleiding van deze uitkomsten is er een Natuurrampenbestrijdingsplan opgesteld. Rond Ommen/Hardenberg zijn uitgestrekte bosgebieden. Gedurende een droge periode worden de bosgebieden vanuit de lucht gemonitord (vanaf code oranje/rood)). Daarnaast worden de aan - wezigen bij code oranje en code ro od via de (sociaal)media en de recreatieondernemers geïnformeerd over natuurbrandgevaar.
Hierbij wordt samengewerkt met de terreinbeheerders (Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten). De planvorming voor natuurbranden is in IJsselland (en Twente) recent geactu aliseerd. De boswegen op de kaarten zijn voorzien van inrijpunten en wegnummers die via CityGis navigeerbaar zijn. Criterium 1.1: Aantasting integriteit grondgebied Impactscore: C (Oppervlakte 4-40 km2, langer dan 6 maanden). Onder functioneel verlies wor dt verstaan het verlies van het gebruik van gebouwen, woningen, infrastructuur, wegen en grond. Hierbij worden de volgende indicatoren afgewogen: -oppervlakte van het bedreigde gebied; -tijdsduur van de bedreiging of aantasting; -bevolkingsdichtheid. Gezien de doeltreffende voorlichting over natuurbrandgevaar, de operationele voorbereiding op natuurbranden en de monitoring tijdens droge perioden wordt het risico op een natuurbrand beperkt. De impactscore C geldt voor zowel lokaal gebied (4 -40 km2) als voor gemeentelijk gebied (40-400 km 2), hiermee wordt ook recht gedaan aan het aantal aanwezigen op de recreatie terreinen. Criterium 2.1: Doden Impactscore van: B (beperkt gevolg, direct overlijden binnen een jaar) Bij natuurbranden in Veiligheidsregio IJsselland hebben geen incidenten plaats gevonden waarbij personen overleden zijn ten gevolge van een natuurbrand.
Gezien het feit dat de brandweerzorg 43 constant in ontwikkeling is, wordt geconcludeerd dat dit in de toekomst ook onwaarschijnlijk is; de impact van een natuurbrand wat betreft het overlijden van personen is daarom minimaal. Om recht te doen aan het groot aantal aanwezigen op recreatieterreinen is voor impactscore B gekozen. Criterium 2.2: ernstig gewonden en chronisch zieken Impactscore: B ((beperkt) gevolg) Door de doeltreffende voorlichting over natuurbrandgevaar, de operationele voorbereiding op natuurbranden en de monitoring tijdens droge perioden wordt het risico op een natuurbrand beperkt. Bij natuurbranden in Veiligheidsregio IJsselland hebben nog geen incidenten plaatsgevonden waarbij ernstig gewonden of chronisch zieken zijn gevallen ten gevolge van een natuurbrand. Gezien het feit dat de brandweerzorg constant in ontwikkeling is, wordt geconcludeerd dat dit in de toekomst ook onwaarsc hijnlijk is; de impact van een natuurbrand wat betreft ernstig gewonden en chronisch zieken is daarom minimaal. Criterium 2.3: lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Impactscore: 0 (geen gevolgen) Bij natuurbranden in Veiligheidsregio IJ sselland hebben nog geen incidenten plaatsgevonden waarbij de primaire levensbehoefte in de problemen is gekomen. In het bosgebied Ommen/Hardenberg bevindt zich een groot aardgasverdeelstation van de Gasunie.
Voor dit aardgasverdeelstation is in samenwerki ng met de Gasunie een rampenbestrijdingsplan opgesteld. Bij een bosbrand in de omgeving van de Gasunie kan het verdeelstation worden losgekoppeld van het hoofdtransportsysteem. Het loskoppelen van het hoofdtransportsysteem is in principe een actie/beslissing die kan worden ingezet door een Chef Herstelploeg. De Chef Herstelploeg is de beslissingsverantwoordelijke en altijd beschikbaar. De natuurbrand in de omgeving van de Gasunie zal zich niet sneller ontwikkelen omdat het afblazen via de vele ventstacks op het terrein gaat. Deze blazen het aardgas gecontroleerd en onder hoge druk, op grote hoogte, de lucht in. Nadat het aardgasverdeelstation is losgekoppeld van het hoofdtransportsysteem zal de gasvoor - zieningen niet in gevaar komen omdat doormiddel van bypasses de gasvoorziening gegarandeerd blijft. Voor het opnieuw opstarten van het gasverdeelstation zal eerst de integriteit van de boven - grondse installaties moeten worden beoordeeld. Gezien het feit dat de brandweerzorg constant in ontwikkeling is en d e gasvoorziening doormiddel van bypasses voor het achterland gegarandeerd blijft wordt geconcludeerd dat de impactscore van een natuurbrand daarom gering (0) is. Criterium 3.1: kosten Impactscore: B (aanzienlijk gevolg, <20 miljoen) Bij een natuurbrand bestaat de mogelijkheid dat recreatieve gebieden getroffen worden.
Hierbij valt te denken aan een camping , recreatiewoningen of een cultureel erfgoed zoals de Boerderijen in Beerze en Huize Beerze . Hierbij zal het met name materiële schade zijn, maar te denken valt ook aan gezondheids schade, financiële schade en bestrijdings - en herstelkosten. De totale schade kan miljoenen euro’s bedragen. De verwachting is dat de kosten niet meer dan 20 miljoen zullen bedragen, impactscore B. Criterium 4.1: langdurige aantasting van het milieu en natuur (flora en fauna) 44 Impactscore: C (aanzienlijk gevolg) Bosbranden zorgen voor de ontwikkeling van nieuwe soorten flora. Maar bij een brand gaat vaak veel bestaande fauna (tijdelijk) verloren en soms zelfs zeer zeldzame diers oorten. Er treedt geen blijvende schade op aan de natuur, het herstel van bos en heide na een brand duurt soms 5 tot 10 jaar. De bosgebieden rond Ommen/Hardenberg maken onder deel uit van Ecologische Hoofdstructuur EHS en Nature 2000 gebieden. Het natuurge bied is bijna 7400 ha. Bij criterium 1.1 (aantasting integriteit v.h. grondgebied) wordt er vanuit gegaan dat de er een bosbrand 4 -40 km2 (400-4000 ha) kan ontstaan. Dit is een zeer grote bandbreedte en zou betekenen dat vrijwel alle natuur rond Ommen/Hard enberg (circa 7400 ha, waarvan een klein gedeelte onder natura 2000 gebied valt) moeten branden.
Dit is niet waarschijnlijk, daarom is ervoor gekozen om een categorie lager te gaan zitten (<350 ha, natura 2000 gebied). Hierdoor komt de impactscore uit op C. Criterium 5.1: Verstoring van het dagelijks leven Impactscore C (aanzienlijk gevolg, Meer dan 4.000 mensen, 3-7 dagen) De kans is groot dat bij een eventuele bosbrand de burgers worden geconfronteerd worden dat ze geen onderwijs kunnen volgen, niet naar het werk kunnen en worden geconfronteerd met verminderde bereikbaarheid. Hierdoor komt de impactscore op C. Criterium 5.2: Aantasting van positie van lokaal en regionaal bestuur Impactscore: A (beperkt gevolg, 1 uit 6 indicatoren) Van de 6 gegeven indicatoren is met name de openbare orde en veiligheid enigermate bedreigd, maar dit is tevoren gescoord bij fysieke veilighei d en bij de verstoring dagelijks leven. Ook is de wijze van het optreden van het openbaar bestuur bij natuurbranden van belang voor het vertrouwen in het bestuur en de bestuurder. Dit kan echter evenzeer positief als negatief uitpakken. Criterium 5.3: Sociaal psychologische impact Impactscore: A ( 1 significante categorie, ). De sociaal psychologische impact wordt beoordeeld aan de hand van 3 categorieën: 1. De perceptie van het incident; Er is bij de burgers een grote mate van bekendheid met de kans en oorzaak op een bosbrand.
De mate van een dreiging of gevaar op een bosbrand is goed in te schatten bij bijvoorbeeld droogte. Een onnatuurlijke bosbrand komt voornamelijk voor bij moedwillig veroorzaken van brand of onvoorzichtigheid met vuur. De burgers worden hierover via de media uitvoerig in- gelicht. De aanwezigheid van een pyromaan kan wel ongerustheid geven. De kans dat kwetsbare groepen onevenredig zwaar worden getroffen is bekend maar kan worden gekwalificeerd als normaal. 2. Het verwachtingspatroon rond het incident; Mate van verlies in het vertrouwen in de overheid, bedrijven, hulpdiensten en verwijdbaarheid kunnen worden gekwalificeerd als “normaal”. Deze indicator is dus duidelijk aanwezig. 3. Het handelingsperspectief; De burgers en (recreatie)bedrijven worden via diverse media voorgelicht over de kans op natuurbranden (code oranje/code rood). Gedurende een droge periode worden de bosgebieden zowel vanuit de lucht als uitkijkpunten constant gemonitord. Bij een beginnende brand kan direct actie worden ondernomen. De burgers hebben diverse mogelijkheden van zelfredzaamheid zijn bij tijdige signalering. Bij een bos/natuurbrand scoort de psychologische impact met name op categorie 2 (het verwachtings-patroon). Minimaal de helft van de indicatoren scoort hier “normaal”. Het eindoordeel over de gradatie (intensiteit van de indicatoren) scoort hier “gemiddeld”.
Omdat de omvang en 45 waarneembare uitingen van angst/woede gering zijn (<10.000 personen en maximaal 2 dagen) wordt de uiteindelijke impactscore B bijgesteld naar A. Criterium 6.1: aantasting cultureel erfgoed Impactscore: C (aanzienlijk gevolg, maximaal 3 indicatoren) In Veiligheidsregio IJsselland bevinden zich redelijk wat culturele erfgoederen. Het is moeilijk om van tevoren te bepalen wat de impact van een natuurbrand op een cultureel erfgoed kan zijn. Maar bij aantasting van cultureel erfgoed (boerderijen in Beerze en Huize Beerze) kunnen de volgende indicatoren van toepassing zijn: -Er is sprake van uniciteit, d.w.z. het object is de enige of één van de weinige overgebleven representant(en) van een soort of type. -Er is sprake van aantasting van de harmonie en samenhang van een groter geheel door de aantasting van een object als deel van zijn geheel. -Er zijn beperkte mogelijkheden tot restauratie van het object. Omdat deze 3 indicatoren van toepassing kunnen zijn, wordt de impactscore voor het criterium “aantasting cultureel erfgoed”: C. 46 Bijlage 3.3: Scenario extreme koudegolf Uitgewerkt voorbeeld: Koudegolf in Nederland en extreme sneeuwval in IJsselland In de winter treedt mogelijk een periode op van aanhoudende koude. Als gevolg van deze langere periode met afwisselend sneeuw en ijzel raken de nationale strooizoutvoorraden op.
Na een normale ochtendspits waarbij iedereen de reguliere bestemming heeft bereikt, begint het in de loop van de dag hevig te sneeuwen. De avondspits heeft zeer veel last van de sneeuw, slecht zicht en gladheid. Bij de dagelijkse file s bij de afrit ten, op de snelwegen en op d e provinciale wegen ontstaan aanrijdingen en vervolgens komt het verkeer urenlang volledig vast te staan. De hulpverleningsdiensten kunnen enkele stukken van de snelwegen / provinciale wegen niet of nauwelijks bereiken. De kans op onderkoeling en behoefte aan voedsel en drinken bij de file”rijders” neemt met het uur toe. Inventarisatie en bronnen Regionale c.q. gemeentelijke informatie: Geen specifieke regionale planvorming voor kou. Landelijke informatie: Uitleg van KNMI over koudegolf: https://www.knmi.nl/kennis-en- datacentrum/uitleg/koudegolf. Algemene beschrijving scenario Aanhoudende extreme winterse weersomstandigheden: (zware) sneeuwval, ijzel en een extreem lage (gevoels)temperatuur. Door een aanhoudende winter gedurende meerdere weken kan er een tekort aan strooizout in Nederland ontstaan. Gemeenten hebben dan voor langere tijd een tekort aan zout of helemaal geen zout meer op voorraad. Rijkswaterstaat, het l andelijk coördinatiepunt van de distributie van gladheidsbestrijdingsmiddelen, kan eveneens door haar (landelijke) beperkte voorraden heen raken.
Door een combinatie van het tekort aan gladheidsbestrijdingsmiddelen en de aanhoudende sneeuw moeten wegen worden afgesloten. Er is vervolgens sprake van grote filevorming en beperkte toegankelijkheid van de wegen die wel open zijn. Door extreme gladheid en slecht zicht is er grote kans dat het aantal ongelukken op (snel)wegen snel toeneemt. De verminder de toegankelijkheid van wegen heeft nadelige consequenties voor aanrijdtijden en operationele inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. Risico Oorzaken: Een aantal ontwikkelingen draagt bij aan het scenario . Door neerslag (sneeuw en/of ijzel) is er een to ename van gladheid en slecht zicht, waardoor er een toename is van het aantal (ernstige) ongevallen. Door de gladheid en slecht zicht worden de hulpverleningsdiensten beperkt in hun mogelijkheden tot operationeel optreden. Daarnaast geven klimaatstudies aa n dat extreme weersomstandigheden zoals koudegolven zich waarschijnlijk vaker voordoen. Bepalende factoren en scenarioraamwerk: Diverse aspecten kunnen relevant zijn: Langere aanrijdtijden en operationele inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. Onderkoeling, beperkt eten, drinken, tekort brandstof, technische problemen vervoersmiddelen file”rijders”. Door beperking van openbaar vervoer (bussen en treinen) komen er (steeds meer) gestrande reizigers met vergelijkbare problemen als de mensen in de files.
Beperkt eten, drinken, (thuis)zorg of levering van medicijnen hulpbehoevenden/ouderen (moeilijk/geen boodschappen kunnen doen, mogelijke problemen levering “tafeltje dekje”). Beperking bevoorrading en bereikbaarheid van winkels, ziekenhuizen, bedrijven etc. Door de vele problemen die mensen ondervinden raakt het (mobiele) telefoonnetwerk overbezet (ook voor hulpdiensten, zij wijken uit naar gebruik van het noodnet). Als de onbegaanbaarheid van wegen zich langere tijd blijft voordoen heeft dit gevolgen voor de (thuis)zorg van kwetsbare groepen en komt de bevoorrading en bereikbaarheid van winkels, scholen, ziekenhuizen en bedrijven in het geding. 47 Ook voor daklozen/zwervers geldt dat zij in toenemende mate verzorging nodig hebben als gevolg van onderkoeling. Samenhang met andere scenario´s: Er is kans op domino -effecten. Een voorbeeld hiervan is dat de elektriciteit ( mogelijk langdurig) uitvalt, waardoor diverse sectoren getroffen word en waaronder telecommunicatie. Zeer langdurig aanhoudende verkeersprobl emen kunnen leiden tot problemen met de bevoorrading en tekorten in winkels. Opstuwing van ijs kan ook waterkeringen beschadigen bij harde wind. Ook kan vissterfte optreden door langdurig bevriezen van oppervlaktewater.
Slachtofferbeeld Volgens bericht Consument en Veiligheid (d.d.26 maart 2017): In de winter van 2016/2017 hebb en zich 27.000 mensen gemeld bij de spoedeisende hulp van een ziekenhuis in Nederland, omdat zij door gladhe id ten val waren gekomen. Bij 15 procent was het letsel zo ernstig dat ziekenhuisopname noodzakelijk was. De totale directe medische kost en van deze glijpartijen zijn 90 miljoen euro. Gemiddeld komen landelijk 535 mensen per dag op de spoedeisende hulp terecht, nadat zij buiten zijn uitgegleden. Op dagen dat het extre em glad is door bevriezing of sneeuwval loopt dit landelijk op tot wel duizend slachtoffers per dag. N.B.: Voor het slachtofferbeeld wordt er vanuit gegaan dat van de landelijke 1.000 slachtoffers op een dag , er gemiddeld 40 vallen in IJsselland (een 25 ste deel, er zijn 25 veiligheidsregio’s in Nederland). Ruim 6 van de 40 slachtoffers (15%) hebben ernstige verwondingen (botbreuken e.d.). Impact Status Waarde Verwacht* Onder Boven 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied NVT 0 6.1 aantasting van cultureel erfgoed NVT 0 2.1 doden Geen 0 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 4-16 ernstig C 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) NVT: opvang sporthal waar nodig 0 3.1 kosten <2 M€ (max.