Regionaal Risicoprofiel IJsselland 2018.pdf
Tekst van het document
Versiebeheer Versie Versie Auteur Opmerkingen Eddy Oosterik Algemeen Bestuur …… december 2018 Eddy Oosterik Opmerkingen consultatieronden gemeenten en partners verwerkt Eddy Oosterik Vastgesteld……… Distributie Versie Datum Verspreid aan 1.33 13-09-2018 Dagelijks Bestuur 1.36 03-10-2018 Algemeen Bestuur Wettelijke en niet-wettelijke partners Gemeenten Veiligheidsdirectie Management Team (Ter kennisname) Dagelijks Bestuur Algemeen Bestuur Documenteigenaar Eddy Oosterik Vastgesteld door Algemeen Bestuur Datum vaststelling Geplande evaluatiedatum Dynamisch Digitale vindplaats Inhoudsopgave Managementsamenvatting 1 1 Inleiding 5 1.1 Aanleiding, opdracht en gevolgde werkwijze 5 1.2 Leeswijzer 7 2 Wettelijk en bestuurlijk kader 8 2.1 Landelijk kader 8 2.2 Regionaal kader 9 3 Gevolgenanalyse 11 3.1 Regionaal Risicobeeld IJsselland 2018 11 3.2 Scenariobeschrijvingen 11 3.3 Risicodiagram 15 3.4 Conclusies 16 4 Programma’s en projecten 2014-2018 18 4.1 Programma’s en projecten 2014-2018 18 4.2 Samenwerking 19 4.3 Brandrisicoprofiel 19 4.4 Veilig leven 19 4.5 Brandonderzoek 20 4.6 Planvorming 20 4.7 Multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen 22 4.8 Team bevolkingszorg 22 4.9 GHOR 23 4.10 Convenanten met de crisispartners 24 4.11 Publieksveiligheid bij evenementen 25 4.12 Waterveiligheid en klimaatadaptatie 25 4.13 Verbeterpunten Inspectieonderzoek 2016 26 4.14 De Omgevingswet 26 5
Nieuwe perspectieven 28 Bijlage 1: Risicolocaties en kwetsbare objecten op de risicokaart 30 Bijlage 2: Maatschappelijke themavelden, crisis- en incidenttypen 33 Bijlage 3: Scenariobeschrijvingen 35 Bijlage 3.1: Scenario overstroming 35 Bijlage 3.2.1: Scenario natuurbrand (rietland) 37 Bijlage 3.3: Scenario extreme koudegolf 46 Bijlage 3.4: Scenario extreme hittegolf 48 Bijlage 3.5: Scenario uitbraak dierziekte 51 Bijlage 3.6: Scenario brand in kwetsbaar object 53 Bijlage 3.7: Scenario brand in dichte binnenstad 55 Bijlage 3.8: Scenario brandbare/explosieve stof bij wegvervoer 57 Bijlage 3.9: Scenario brandbare/explosieve stof bij buisleiding 59 Bijlage 3.10: Scenario giftige stof bij spoorvervoer 61 Bijlage 3.11: Scenario giftige stof bij inrichting 63 Bijlage 3.12: Incident nabije kerncentrale 65 Bijlage 3.13: Scenario verstoring elektriciteitsvoorziening 68 Bijlage 3.14: Scenario verstoring drinkwatervoorziening 70 Bijlage 3.15: Scenario verstoring telecommunicatie en ICT 72 Bijlage 3.16: Scenario incident op of onder water 74 Bijlage 3.17: Scenario verkeersincident op het land 76 Bijlage 3.18: Scenario ziektegolf 78 Bijlage 3.19: Scenario paniek in menigte (evenementen) 80 Bijlage 5: Begrippenlijst 85 Bijlage 6: Referentielijst 87
1 Managementsamenvatting De Wet veiligheidsregio’s stelt het bestuur van de veiligheidsregio verplicht om tenminste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan vast te stellen. In het beleid moeten de taken van de veiligheidsregio zijn vastgelegd. In verband met de reg ionalisering van de brandweer is Veiligheidsregio IJsselland voornemens om eind 2018 het nieuwe beleidsplan (Strategische Beleidsagenda 2019 t/m 2023) vast te stellen. Volgens artikel 15 van de Wet v eiligheidsregio’s moet het beleidsplan worden gebaseerd op een door het bestuur vastgesteld risicoprofiel. Het Regionaal Risicoprofiel IJsselland moet bestaan uit een: 1. Risicobeeld (wat kan ons overkomen?) a. Een overzicht van de risicovolle situaties binnen de veiligheidsregio die tot een brand, ramp of crisis kunnen leiden; b. Een overzicht van de soorten branden, rampen en crises die zich in de veiligheidsregio kunnen voordoen, en; 2. Gevolgenanalyse (hoe erg is het?) c. Een analyse waarin de weging en inschatting v an de gevolgen van de soorten branden, rampen en crises zijn opgenomen. Wijzigingen Regionaal Risicobeeld IJsselland 2018 Hoofdstuk 2 van het Risicobeeld IJsselland 2018 geeft een overzicht van de wijzigingen van het risicobeeld ten opzichte van het r isicobeeld 2014 weer. Opvallend is dat de aanwezige risicolocaties in 2018 niet wezenlijk afwijken van de risico’s in 2014 .
Over de g ehele linie bekeken is er geen duidelijke afname of toename van de (grote) risicolocaties. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat door de veranderende omgeving van de veiligheidsregio er nieuwe vraagstukken opdoemen. Hoofdstuk 5 gaat in op deze nieuwe perspectieven die van toepassing kunnen zijn voor de hele regio. Regionaal Risicoprofiel IJsselland 2018 Het Regionaal Risicoprofiel IJsselland 2018 is opgesteld door de werkgroep Risicoprofiel 2018 en is samengesteld uit experts van de vijf kolommen: de gemeenten, brandweer, GHOR , waterschappen, defensie en politie. Voor het opstellen van het Regionaal Risicoprofiel IJsselland 2018 is gebruik gemaakt van de Handreiking Regionaal Risicoprofiel en het Regionaal Risicoprofiel 2014. Tijdens het opstellen van het Regionaal Risicoprofiel IJsselland 2014 zijn d oor experts in een multidisciplinaire werkgroep achttien scenario’s geselecteerd en uitgewerkt . De scenario’s zijn in 2018 geverifieerd. In aanvulling op de ee rder uitgewerkte scenario’s zijn in 2018 de scenario’s kernongeval en maatschappelijke onrust uitgewerkt. Voor elk incident is een gelijkvormig incident scenario beschreven. Per ramp - en crisisscenario is een impactanalyse uitgevoerd om inzicht te krijgen in de aard, de omvang en de schaal van de gevolgen (Bijlage 3: Scenariobeschrijvingen).
De uitkomsten van de impact- en waarschijnlijkheidsanalyses zijn in uitgezet in een risicodiagram. Op de verticale as is de impact uitgezet. Op de horizontale as is de waarschijnlijkheid aangegeven. 2 Het risicodiagram is een hulpmiddel om prioriteiten te kunnen stellen in het Strategische Beleidsagenda 2019 t/m 2023 voor risicobeheersing en crisisbeheersing. Risicobronnen en scenario’s met een grote impact en een grote waarschijnlijkheid verdienen meer aandacht dan scenario’s met beperktere gevolgen en kleinere kansen (gevolgenanalyse). Om de prioritering inzichtelijk te maken zijn de scenario ’s in concept ingedeeld in vier klassen (van hoog naar laag): prioriteit I tot en met IV. Op basis van de gevolgenanalyse wordt een aantal conclusies getrokken: Eén scenario zit in het concept prioriteit I gebied. Het betreft het scenario: (1) ziektegolf. Dit scenario kent een grote impact en grote waarschijnlijkheid. Tien scenario’s zitten in het concept prioriteit II gebied. Het betreft de scenario’s: overstroming, paniek in menigte (evenementen ), verstoring drinkwatervoorziening, verstoring telecom/ICT, verstoring elektricite itsvoorziening, extreme hittegolf, natuurbrand (riet/bos), uitbraak dierziekte, brand in dichte binnenstad en extreme koudegolf en het nieuw uitgewerkte scenario maatschappelijke onrust .
Deze scenario’s kennen of een grote impact, of een grote waarschijnlijkheid, of een combinatie daarvan. Voor de bepaling van de prioritaire risico’s zijn verstoring drinkwatervoorziening, -telecom/ICT, -elektriciteitsvoorziening samengevoegd onder de noemer van Verstoring Nutsvoorzieningen. Zeven scenario’s zitten in het concept prioriteit III gebied. Het betreft de scenario’s: brandbare/ explosieve stof bij buisleiding, brandbare/explosieve stof bij wegvervoer, giftige stof bij spoorvervoer, incident op/onder water, brand in kwetsbaar object en verkeers-incident op land en het nieuw uitgewerkte scenario Incident nabije kerncentrale . Deze scenario’s kennen een aanzienlijke tot (zeer)ernstige impact en een beperkte tot redelijke waarschijnlijkheid. Eén scenario zit in het concept prioriteit IV gebied. Het betreft het scenario: giftige stof bij inrichting. De huidige maatregelen en inspanningen ( zoals BRZO-inspecties en bedrijfs - brandweren) hebben geleid tot mogelijke incidenten die beperkt zijn wat betreft impact en waarschijnlijkheid. Op basis van het Regionaal Risicobeeld IJsselland 2018 is zichtbaar welke scenario’s zich in welke gemeente kunnen voordoen. Sommige scenario’s kunnen zich voordoen in alle gemeenten. Andere scenario’s kunnen zich alleen voordoen in bepaalde gemeenten.
De uiteindelijke, bestuurlijke prioritering van risico’s wordt bepaald door een mix van: De grootte van de impact en de waarschijnlijkheid van risico’s; Een (groot) verschil tussen risiconiveau en aanwezige operationeel capaciteitsniveau; Bestuurlijk afbreukrisico (lage waarschijnlijkheid, maar grote impact als het toch voorkomt); Hoog beleidsrendement (relatief geringe inspanning die veel positieve spin off geeft); Security (hoge dreiging en grote kwetsbaarheid voor moedwillige verstoringen); Voldoen aan landelijke doelstellingen en afspraken; Financiële consequenties. Nieuwe perspectieven De omgeving van Veiligheidsregio IJsselland verandert continu. Verandering leidt tot nieuwe vraagstukken en opent nieuwe perspectieven op veiligheid, perspectieven waarvan we steeds meer beseffen hoe belangrijk ze zijn voor onze taakuitvoering. Op basis va n recente ontwikkelingen en het advies van de visitatie van november 2017 zijn er, naast de geprioriteerde risico’s, vier aandachtsvelden te benoemen die vragen om het aanbrengen van accenten in de De scenario analyses en Regionaal Risicobeeld IJsselland uit 2018 wijken niet wezenlijk a f van de scenario analyses en het Regionaal Risicobeeld uit 2014. Het risicodiagram uit 2014 is opnieuw vastgesteld, aangevuld met het nieuwe scenario’s maatschappelijke onrust en kernongeval. 3 Strategische Beleidsagenda 2019 t/m 2023.
Dit zijn c yberveiligheid/digitale verstoring, klimaatverandering, maatschappelijke onrus t en terrorisme. Deze vier aandachtsvelden konden nog niet worden opgenomen in de gevolgenanalyse en het risicodiagram, maar verdienen op basis van actualiteit, inhoud en mogelijke effecten extra aandacht. Vanuit het Risicoprofiel 2018 blijft de aandacht voo r de aanwezige risico’s onverminderd blijft bestaan. D aarnaast gaan we komende jaren focussen op cyberveiligheid/digitale verstoring, klimaatverandering, maatschappelijke onrust en terrorisme. Staat van de Rampenbestrijding Veiligheidsregio IJsselland is in 2016 onderzocht door de Inspectie Veiligheid en Justitie. Dit heeft geresulteerd in het onderzoeksrapport ‘Staat van de Rampenbestrijding (oktober 2016)’. Naar aanleiding van het Inspectieonderzoek in 2013 is de jaren daarna flink gewerkt aan de aanbevelingen van de Inspectie. Dit blijkt ook uit de in 2016 opgestelde conclusies van de Inspectie ten aanzien van de aanbevelingen. Door de Inspectie wordt geconcludeerd dat bijna alle aanbevelingen uit 2013 zijn opgevolgd en dat Veiligheidsregio IJsselland nog werkt aan de uitbreiding het continuïteitsplan. Inspectieonderzoek 2016 De Inspectie constateert dat Veiligheidsregio IJsselland in 2016 op niveau is op het gebied van: Samenwerking met netwerkpartners; Interregionale samenwerking; Evalueren.
Veiligheidsregio IJsselland heeft de samenhang tussen de plannen, samenwerking met gemeenten, internationale samenwerking, kwaliteitszorg en het inzicht in de vakbekwaamheid van multidisciplinaire functionarissen in de basis op orde. Volgens het Inspectieonderzoek 2016 zijn er nog een aantal punten met betrekking tot de operationele prestaties nog voor verbetering vatbaar. Ook hiervoor geldt dat Veiligheidsregio IJsselland in de afgelopen jaren hard heeft gewerkt aan de verbeteringen. Zie hiervoor hoofdstuk programma’s en projecten. In het Inspectieonderzoek zijn voor wat betreft het Regionaal Risicoprofiel geen verbeterpunten aangegeven. Het Regionaal Risicoprofiel IJsselland voldoet aan de wettelijke vereisten. Omgevingswet/Regionaal Risicoprofiel Volgens planning zal in 2021 de Omgevingswet in werking treden. De nieuwe Omgevingswet heeft als uitgangspunt dat het “eenvoudiger en beter” moet. De Omgevingswet maakt het mogelijk om lokale problemen lokaal op te lossen. De gemeenten krijgen meer ruimte om hun omgevingsbeleid af te stemmen op eigen behoeften en doelstellingen. Dit eigen omgevingsbeleid moet worden verwoord in een voor gemeenten (maar ook het Rijk en provincies) wettelijk verplichte omgevingsvisie.
De Regionaal Risicoprofiel IJsselland 2014 voldoet aan de wettelijke vereisten (bron: Inspectieonderzoek J en V (2016) en vormt een solide basis voor het Regionaal Risicoprofiel IJsselland 2018. 4 De Omgevingsvisie is een integraal document en moet de hoofdlijnen op het te voeren beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving bevatten. Eén van de speerpunten van het nieuwe beleid is dat gemeenten bij het opstellen van de omgevingsvisie in overleg gaat met de samenleving, andere gemeenten en de ketenpartners zoals omgevingsdiensten, waterschappen en veiligheidsregio’s. Dit biedt de veiligheidsregio’s de mogelijkheid om samen met andere partners lokaal en regionaal invulling te geven aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Door Veiligheidsregio IJsselland vroegtijdig te betrekken bij het opstellen van de omgevingsvisie, de omgevingsplannen en de omgevingsvergunningen kunnen de voorgenomen ontwikkelingen, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied tijdig worden getoetst aan de externe veiligheidsaspecten en de mogelijkheden van bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en bluswatervoorziening. Het vroegtijdig betrekken van de veiligheidsregio bij omgevingsvisies en omgevingsplannen sluit naadloos aan bij de reeds ingezette werkwijze van Veiligheidsregio IJsselland met betrekking tot het bestrijden van risico’s.
Werd in het verleden voornamelijk ingezet op repressie, nu worden alle aspecten van de veiligheidsketen nadrukkelijk betrokken bij het analyseren van de risico’s. Naast de ontwikkelingen op het gebied van rampenbestrijding zijn er in de afgelopen jaren diverse initiatieven ontplooid ten aanzien van risicobeheersing en nazorg om veiligheidssituatie binnen onze regio nog verder te verbeteren. Veiligheidsregio IJsselland is dé partner die een veilige fysieke leefomgeving mogelijk maakt en is in staat om het bevoegd gezag bij te staan op onderbouwde wijze invulling geven aan de beleidsvrijheid binnen de Omgevingswet. Het Regionaal Risicoprofiel IJsselland 2018 en de expertise van Veiligheidsregio IJsselland kan een belangrijke bijdrage leveren aan de gemeentelijke - en provinciale omgevingsvisies, omgevingsplannen en omgevingsvergunningen. 5 1 Inleiding 1.1 Aanleiding, opdracht en gevolgde werkwijze 1.1.1 Aanleiding Het opstellen van een Regionaal Risicoprofiel is een taak voor de veiligheidsregio die wordt ontleend aan de Wet v eiligheidsregio’s (Wvr) en vormt mede de basis voor het op te stellen Strategische Beleidsagenda 2019 t/m 2023 . Op basis van het Regionaal Risicoprofiel kunnen besluiten genomen worden over het voorkomen en beperken van de risico's (risicobeheersing).
Ook kunnen met het Regionaal Risicoprofiel de operationele pres taties van de crisisbeheersingsorganisatie gericht worden afgestemd op de aanwezige risico's. 1.1.2 Opdracht Het Regionaal Risicoprofiel moet worden opgesteld volgens artikel 15 van de Wet veiligheidsregio’s. Het Regionaal Risicoprofiel bestaat uit: 3. Risicobeeld (wat kan ons overkomen?) c. Een overzicht van de risicovolle situaties binnen de veiligheidsregio die tot een brand, ramp of crisis kunnen leiden; d. Een overzicht van de soorten branden, rampen en crises die zich in de veiligheidsregio kunnen voordoen, en; 4. Gevolgenanalyse (hoe erg is het?) d. Een analyse waarin de weging en inschatting van de gevolgen van d e soorten branden, rampen en crises zijn opgenomen. Het Regionaal Risicoprofiel IJsselland dient te worden opgesteld in samenwerking met alle relevante partners zoals gemeenten, provincie, politie, waterschappen, et cetera. De veiligheidsregio brengt de p artners bij elkaar om gezamenlijk de juiste risico -inschattingen te maken. Het Regionaal Risicoprofiel IJsselland is een stap die helpt om (nieuwe) samenwerkingsafspraken te maken over risicobeheersing en crisisbeheersing.
1.1.3 Bestuurlijke wens Naast het opstellen van het Regionaal Risicoprofiel aan de hand van de landelijke handreiking, heeft het bestuur van Veiligheidsregio IJsselland in het voorjaar 2017 de wens uitgesproken om het huidige risicoprofiel te verbreden: van statisch naar dynamisch en van f ysiek naar integraal. Het huidige risicoprofiel beperkt zich voornamelijk tot de fysieke leefomgeving. Daarnaast leidt de rekenmethode uit de landelijke handreiking en de vierjaarlijkse cyclus tot een statische weergave. Dit heeft als resultaat dat we minder flexibel inspelen op nieuwe en veranderende ontwikkelingen in onze omgeving. Daarnaast valt te lezen in het visitatierapport van november 2017 dat Veiligheidsregio IJsselland meer aandacht kan besteden aan nieuwe risico’s, zoals cybercriminaliteit en te rrorisme, en hiermee in het netwerk van (crisis)partners een voortrekkersrol kan vervullen. De ontwikkeling van een dynamisch risicoprofie l verdient aandacht, waarin Veiligheidsregio IJsselland niet alleen regionale, maar ook lokale, bovenregionale en land elijke risico’s benoemt. 1.1.4 Gevolgde werkwijze De werkgroep Regionaal Risicoprofiel IJsselland is samengesteld uit experts van de vijf kolommen: de gemeenten, brandweer, GHOR , w aterschappen, defensie en politie .
Om de landelijke 6 ontwikkelingen goed te kunne n volgen en direct te kunnen implementeren neemt de projectleider deel aan de doorstart van de landelijke projectgroep Netwerk Regionaal Risicoprofiel. Sinds 2018 wordt er op Landsdeel Oost niveau samengewerkt bij het opstellen van de regionale risicoprofielen. Voor het opstellen van het Regionaal Risicoprofiel IJsselland 2018 is evenals bij eerdere risicoprofielen gebruik gemaakt van de Handreiking Regionaal Risicoprofiel die is gepubliceerd in november 2009. Ook andere veiligheidsregio’s maken gebruik van deze methodiek. Dit bevordert de mogelijkheden tot interregionale samenwerking en het opstellen van een landelijk risicoprofiel. Hiermee is geborgd dat het Regionaal Risicoprofiel IJsselland 2018 voldoet aan de eisen uit de wetgeving en dat haar analyse past binnen de nationale risicobeoordeling. Dit wordt bevestigd door het Ins pectieonderzoeken van het M inisterie van JenV (Staat van de Rampenbestrijding 2016) waarin de voorgaande risicoprofielen van IJsselland een 100% score behaalde. Omdat de risico’s en de maatgevende scenario’s voor onze regio in de afgelopen jaren niet wezenlijk zijn gewijzigd en de 100% inspectie score is ervoor gekozen om op de oude voet door te gaan en het Regionaal Risicoprofiel IJsselland uit 2014 als basis te nemen voor het opstellen van het Regionaal Risicoprofiel IJsselland 2018.
De veiligheidsregio streeft er continu naar om de regio nog veiliger te maken . D it heeft in de afgelopen jaren geresulteerd in diverse programma’s en projecten. In hoofdstuk 4 staat beschreven hoe de veiligheidsregio d oor veelal optimaal gebruik te maken van de bestaande mensen en middelen streeft naar veiligheidswinst . Er is voor gekozen dat d e programma’s en projecten veelal scenario overstijgend zijn. Door deze werkwijze resulteren de programma’s en projecten in veiligheidswinst voor meerdere (alle) scenario’s. Toekomstverkenning Voor de toekomstverkenning van het risicobeeld zijn de majeure ontwikkelingen voor de periode 2018 - 2022, die tot een aanpassing van het Regionaal Risicoprofiel kunnen leiden , beschouwd. Via de landelijke risicokaart zijn de risicobronnen in naastgelegen regio’s en Duitsland geïnventariseerd, voor zover deze een invloedsgebied hebben in onze regio. Deze geïnventariseerde risico’s zijn te vinden in het Regionaal Risicobeeld IJsselland 2018. Gevolgenanalyse De voorliggende gevolgenanalyse is een analyse waarin de weging en inschatting van de gevolgen van mogelijke incidenten zijn opgenomen. Alleen de daadwerkelijk in IJsselland aanwezige risicobronnen zijn bepalend voor de mogelijk te beschouwen scenario´s. Deze eerste versie van de gevolgenanalyse is gebaseerd op 20 scenario’s.
Bij het uitwerken is gebruik gemaakt van de Nationale Risicobeoordelingen 2008-2017/(6). Naast de in 2014 uitgewerkte 18 scenario’s zijn twee aanvullende scenario’s geselecteerd uit incidenttypen. De incidenttypen kernongeval en maatschappelijke onrust zijn nieuw uitgewerkt omdat die, gebaseerd op een expert -analyse van de in IJsselland aanwezige risico’s, het vaakst voor kunnen komen en/of mogelijk de grootste impact hebben. Restrisico Het uitb annen van alle risico ’s is niet (altijd) mogelijk. Het bestuur en de burgers zullen moeten accepteren dat er altijd een kleine k ans is dat calamiteiten uit de hand kan lopen. Ook kan het economisch onverantwoord zijn zich voor te breiden op e en scenario dat zeer sporadisch voorkomt (kleinere kans dan één keer in de miljoen jaar) . Indien het bevoegd gezag deze risico’s aanvaard worden deze risico’s gekwalificeerd als het zogenaamde “restrisico”. 7 Dit betekent niet dat er niets aan de risico’s moet worden gedaan. Als het bevoegd gezag deze restrisico’s aanvaard t, mogen de burgers er wel vanuit gaan dat het bestuur (in overleg met de initiator van het risico ) alles wat binnen haar mogelijkheden ligt heeft gedaan om de kans op een incident te verkleinen en de impact te beperken. De nadruk ligt dan niet op repressie maar op risicobeheersing, risicocommunicatie, zelfredzaamheid en de nazorg .
De gemeentelijke en provinciale omgevingsvisies/plannen kunnen hierbij een belangrijke bijdrage leveren aan het te ontwikkelen beleid in deze. 1.2 Leeswijzer Het Regionaal Risicoprofiel is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt eerst het landelijk kader geschetst voor het Regionaal Risicoprofiel IJsselland. Dit gebeurt aan de hand van de Wet veiligheidsregio’s en de Handreiking Regionaal Risicoprofiel. Vervolgens wordt het regionaal kader geschetst in samenhang met andere regionale en nationale documenten. Als laatste wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de geografische en demografische kenmerken van de regio IJsselland om de risico’s in (landelijk) perspectief te kunnen plaatsen. In hoofdstuk 3 wordt het Regionaal Risicobeeld IJsselland 2018 dat de basis vormt voor de gevolgenanalyse kort toegelicht . Vervolgens wordt toegelicht van welke incidenten typen scenariobeschrijvingen zijn gemaakt. Op basis van de uitgewerkte scenario’s wordt ten slotte een risicodiagram gepresenteerd. In dit risicodiagram wordt met de prioriteitsgebieden I tot en met IV aangegeven welke scenario’s de hoogste prioriteit hebben.
In paragraaf 3.4 worden de conclusies gepresenteerd , en wordt een viertal aandachtsvelden benoemd voor het vervolgproces , waarbij de aandachtsvelden Verstoring elektriciteitsvoorziening (13), -drinkwatervoorziening (14), -telecom/ICT (15) zijn samengevoegd onder de noemer van Verstoring Nutsvoorzieningen. De aandachtsvelden dienen als input voor het Strategische Beleidsagenda 2019 t/m 2023 van Veiligheidsregio IJsselland. In hoofdstuk 4 staat beschreven hoe de veiligheidsregio d oor veelal optimaal gebruik te maken van de bestaande mensen en middelen streeft naar veiligheidswinst. Veiligheidsregio IJsselland kiest ervoor om vooral scenario overstijgende programma’s en projecten te initië ren. Door deze werkwijze wordt niet per scenario maar over de hele linie veiligheidswinst b ehaald. Werd in de verleden voornamelijk naar de repressieve kant van de veiligheidsketen gekeken nu wordt ingezet op een analyse van de hele veiligheidsketen. Waar kan veelal met bestaande middelen en mensen de grootste veiligheidswinst worden behaald. In hoofdstuk 5 worden de perspectieven beschreven. In de verbreding wordt een aantal nieuwe risico’s toegevoegd vanuit het perspectief van continuïteit voor de samenleving.
8 2 Wettelijk en bestuurlijk kader 2.1 Landelijk kader 2.1.1 Wet veiligheidsregio’s Het college van burgemeester en wethouders is belast met de organisatie van de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening. Elke g emeente werkt samen i n een veiligheidsregio . Dit is een vorm van verlen gd lokaal bestuur . De gemeenten hebben een gemeenschappelijke regeling getroffen om bepaalde taken en bevoegdheden uit te voeren. Voor branden, rampen en crises gaat dit onder andere om het inventariseren van de risico’s en het adviseren daarover aan het bevoegd gezag. Dit is één van de activiteiten waarmee het bevoegd gezag zich voorbereidt op de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Elke veiligheidsregio moet volgens de Wet veiligheidsregio’s een Regionaal Risicoprofiel opstellen. Het bestuur van de veiligheidsregio kan het Regionaal Risicoprofiel vaststellen na co nsultatie van de gemeenteraden, het regionale college van politie, de besturen van de Waterschappen/ hoogheem-raden binn en de regio en andere door de minister aangewezen functionarissen. Het Regionaal Risicoprofiel kent wettelijk een houdbaarheid van maximaal 4 jaar. 2.1.2 Handreiking Regionaal Risicoprofiel Er is een landelijke handreiking opgesteld bedoeld voor de opstellers van het Regionaal Risicoprofiel bij de veiligheidsregio’s.
Deze handreiking is ook voor bestuurders van belang. Met de nationaal voorgeschreven aanpak hoeft niet elke regio een eigen methodiek te ontwikkelen. Daarmee zijn de regionale profielen onderling vergelijkbaar. Dit is nodig om de profielen bovenregionaal te kunnen afstemmen. Door aansluiting op de methodiek voor de Nationale risicobeoordeling kan de rijksoverheid regie voeren op de nationale veiligheid, de relatie leggen met regionale risico’s en o mgekeerd. De onderdelen van de methodiek om tot vaststelling van het Regionaal Risicoprofiel te komen, zijn schematisch weergegeven in onderstaande figuur. Werkwijze Regionaal Risicoprofiel Risicobeeld Wat kan ons overkomen? Typen branden, rampen en crises Overzicht risicovolle situaties Toekomst- verkenning Voorlopig risicobeeld 1ste trechter- moment Regionale risicoanalyse: Hoe erg is het? Scenario- uitwerking Impactanalyse Waarschijnlijkheids- analyse Risicoprofiel Generieke capaciteiten- analyse 2de trechter- moment Knelpunten- analyses prioritaire scenario’s Beleids- advies Capaciteitenanalyse: Wat doen we er al aan? Wat kunnen we er nog aan doen? Besluitvorming Besluitvorming Besluitvorming Projecten en programma’s 9 2.2 Regionaal kader 2.2.1 Samenhang regionale planvorming Veiligheidsregio IJsselland stelt eind 2018 het Strategische Beleidsagenda 2019 t/m 2023 vast.
De Wet v eiligheidsregio’s schrijft voor wat in het beleidsplan (Strategische Beleidsagenda 2019 t/m 2023) moet worden opgenomen en welke partijen moeten worden geraadpleegd. Vooruitlopend op het Strategische Beleidsagenda 2019 t/m 2023 wordt het Regionaal Risicoprofiel opgesteld. De strategische keuzen van de veiligheidsregio moeten onder meer op het Regionaal Risicoprofiel van de regio gebaseerd worden. Het beleidsplan bevat st rategische keuzes van het bestuur om in de komende vier jaar te voldoen aan de vereisten van de wet. 2.2.2 Risicokaart De risicokaart is een belangrijk instrument. Deze openbare risicokaart geeft burgers inzi cht in de aanwezige risico’s en is de basis voor het Regionaal Risicoprofiel . In maart 2007 is het wettelijk kader in werking getreden van de twee bronnen voor de risicokaart, namelijk het RRGS (Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen) en ISOR (InformatieSysteem Overige Risico’s). De gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor het actueel houden van de gegevens over lokale veiligheidsrisico’s in het RRGS en in het ISOR. Voorafgaand aan het Risicobeeld 2014 en dit Risicobeeld 2018 heeft Veiligheidsregio IJsselland ond er de aandacht gebracht dat een up -to-date risicokaart onontbeerlijk is voor een actueel risicoprofiel en verzocht de gegevens van de risicokaart te controleren en te actualiseren.
Overeenkomstig de afspraak tussen de gemeenten en de Omgevingsdienst IJsse lland zijn in heel 2017 de RRGS gegevens van 5 jaar en ouder geactualiseerd. Een aantal gemeenten heeft op eigen initiatief ook nog de recentere gegevens geactualiseerd. De RRGS gegevens van de risicokaart zijn afhankelijk van de gemeente 0 tot 5 jaar oud . Uit de huidige inventarisatie blijkt dat vrijwel alle RRGS gegevens up -to-date zijn op 1-1-2018. De niet recente gegevens (tot 5 jaar oud) zijn niet van invloed op het Regionaal Risicoprofiel IJsselland 2018. Uit het Risicobeeld IJsselland 2018 (opgesteld na 1 maart) blijkt dat nog niet alle ISOR gegevens up-to-date zijn. Het knelpunt ligt met name bij de vermelde (zeer) kwetsbare objecten op de risicokaart (Bijlage 1). Dit is echter ook de categorie die het meest aan verandering onderhevig is. Het aantal (zeer) kwetsbare objecten (verzorgingstehuizen, dagopvang, crèches, etc.) wijzigt namelijk voortdurend. Het betekent dan ook niet dat nu alle (zeer) kwetsbare objecten niet zijn opgenomen in dit risicobeeld er geen goed Regionaal Risicoprofiel kan worden opgesteld. Informatievoorziening IJsselland Op dit moment wordt er gewerkt aan het nieuwe zaaksysteem IJssellandse VTH informatievoorziening (IJVI). Dit jaar staat in het teken van de implementatie van IJVI.
De bedoeling van dit systeem is dat de gemeente, omgevingsdienst en de veiligheidsregio beter kunnen samenwerken en informatie kunnen delen. In het systeem kunnen inspecties beter worden afgestemd en zijn basisregistraties (BAG, BRO, OLO en KvK) in één omgeving te raadplegen. Naar aanleiding v an de huidige risico inventarisatie is er vanuit de Veiligheidsregio het initiatief genomen om de structurele koppeling op de agenda te zetten. Dit project biedt voor de gemeenten een uitgelezen kans om het vullen van de risicokaart (RRGS en ISOR) structureel te regelen. 10 2.2.3 Geografische en demografische kenmerken IJsselland De regio wordt gevormd door 11 gemeenten, namelijk Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle. Veiligheidsregio IJsselland grenst aan de Veiligheidsregio’s Noord- en Oost-Gelderland, Flevoland, Fryslân, Drenthe en Twente. Een deel van de grens wordt bovendien gevormd door Duitsland. Er zijn 25 veiligheidsregio’s in Nederland, zij bedienen ieder ge middeld 4% van het potentieel in Nederland. De relevante kenmerken van de regio zijn opgenomen in onderstaand staafdiagram. De kengetallen van de regio zijn daarbij afgezet tegen de relatieve omvang van een gemiddelde veiligheidsregio in Nederland.
Veiligheidsregio IJsselland heeft iets meer dan een half miljoen inwoners, dat is 3,1% van het totaal aantal inwoners in Nederland. De regio beslaat 4,6% van het Nederlandse grondgebied en is daarmee relatief dunbevolkt. Een bovengemiddeld deel van het grondge bied kan worden getroffen door overstromingen. Er is veel vee in de regio, waarvan een bovengemiddeld aandeel van runderen. Ook varkens, kippen en overig vee zijn in grote getalen aanwezig. Er liggen relatief veel strekkende meters wegen, spoorwegen en bui sleidingen. Het spoorwegtraject is sinds 2012 uitgebreid met de Hanzelijn. Het aantal sluispassages door de pleziervaart is relatief hoog, waarmee de (relatief weinige) waterwegen druk bevaren worden. Een groot gedeelte van de regio, de IJssel -Vecht Delta wordt gekwalificeerd als overstromings gevoelig gebied. Er zijn relatief weinig sluispassages door beroepsvaart. Een relatief klein deel van de regio kan getroffen worden door aardbevingen. Er vinden r elatief weinig spoorwegongevallen plaats waarbij dodelijke slachtoffers te betreuren zijn. Het aantal ongevallen met dodelijke verkeersslachtoffers is gemiddeld. De regio heeft een potentieel bosbrandgebied dat gemiddeld is van grootte. Het aantal (extreem ) warme en koude dagen is gemiddeld, net als het aantal hoge gebouwen en voetbal risicowedstrijden.
Door de degradatie van Go Ahead Eagles in 2017 naar de Jupiler League speelt binnen de regio alleen PEC Zwolle nog maar in de Eredivisie . Hierdoor is het aantal risicowedstrijde n vanaf de tweede helft 2017 af genomen. Een overzicht van alle risicolocaties in (de nabijheid) van Veiligheidsregio IJsselland zijn opgenomen in het Regionaal Riscobeeld. Zie hiervoor Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.8, RRGS en 1-3-2018, ISOR).
11 3 Gevolgenanalyse 3.1 Regionaal Risicobeeld IJsselland 2018 Het Regionaal Risicobeeld IJsselland maakt onder deel uit van dit Risicoprofiel. Het ris icobeeld vindt u in het Fout! Verwijz ingsbron niet gevonden. en is hieronder in een tabel samengevat. Met de gegevens in de Provinciale Risicokaart is per maatschappelijk thema weergegeven of een risicolocatie zich mogelijk bevindt binnen de gemeente. Elke gemeente kent risicogevoelige objecten zoals gebouwen met logies -, woon-, onderwijs-, gezondheids-, bedrijfs- of publieksfunctie (kwetsbaarheden). De selectiecriteria voor de relevante risicobronnen en de kwetsbaarheden zijn conform de Regeling provinciale risicokaart en opgenomen in bijlage 1.
Risicolocaties Dalfsen Deventer Hardenberg Kampen Olst-Wijhe Ommen Raalte Staphorst Steenwijkerland Zwartewaterland Zwolle Natuurlijke omgeving Potentieel overstromingsgebied(en) ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja Potentieel natuurbrandgebied meer dan 100 ha ja nee ja nee ja ja ja ja ja nee nee Gebouwde omgeving Kwetsbaarheden ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja Technologische omgeving Inrichtingen met gevaarlijke stof ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja Vitale infrastructuur en voorzieningen (Nutsvoorzieningen) Kwetsbaarheden ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja Verkeer en vervoer Snel-, rijks- of provinciale weg(en) ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja Spoorweg(en) intercity of hogesnelheid ja ja ja Ja ja ja nee ja ja nee ja Waterweg(en) schepen meer dan 25 opvarenden nee ja nee ja ja nee nee nee nee ja ja Gezondheid Kwetsbaarheden ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja Sociaal-maatschappelijke omgeving Evenement(en) meer dan 5.000 aanwezigen ja ja ja ja nee ja ja ja ja ja ja Kans op maatschappelijke onrust ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja 3.2 Scenariobeschrijvingen Elk van de risicobronnen kan mogelijk leiden tot een incident. De mogelijke incidenten zijn gerangschikt in zeven maatschappelijke thema’s. De thema’s zijn onderverdeeld i n crisistypes en incidenttypes. Er zijn circa 60 mogelijke scenario’s, de volledige lijst is opgenomen in bijlage 2.
Niet alle incidenttypes zijn in voldoende mate waarschijnlijk en/of kunnen een significante impact 12 hebben voor het Regionaal Risicoprofiel IJsselland. Het uitsluiten van niet relevante scenario’s sluit aan bij de uitvoering van de nationale risicobeoordeling. Door experts in de multidisciplinaire werkgroep zijn in 2014 achttien scenario’s geselecteerd en uitgewerkt voor het Regionaal Risicoprofiel IJsselland 2014. In 2018 zijn de scenario’s opnieuw beoordeeld en zijn hier de scenario’s Kernongevallen en Maatschappelijke onrust aan toegevoegd. De selectie van de scenario’s is onder andere gebaseerd op het aantal risicobronnen en de incidenthistorie. Het relatieve risicobeeld ten opzichte van de andere veiligheidsregio’s is daarbij tevens meegewogen. De relatief grote veestapel heeft bijvoorbeeld geleid tot de selectie van h et scenario uitbraak dierziekte.
Incidenttype Relevant en uitgewerkt voor IJsselland Natuurlijke omgeving Overstroming Scenario 1 Natuurbrand Scenario 2 Extreme koudegolf Scenario 3 Extreme hittegolf Scenario 4 Uitbraak dierziekte Scenario 5 Gebouwde omgeving Brand in kwetsbaar object Scenario 6 Brand in dichte binnenstad Scenario 7 Technologische omgeving Brandbare/explosieve stof bij wegvervoer Scenario 8 Brandbare/explosieve stof bij buisleiding Scenario 9 Giftige stof bij spoorvervoer Scenario 10 Giftige stof bij inrichting Scenario 11 Incident nabije kerncentrale Scenario 12 Vitale infrastructuur en voorzieningen (Nutsvoorzieningen) Verstoring elektriciteitsvoorziening Scenario 13 Verstoring drinkwatervoorziening Scenario 14 Verstoring telecom/ICT Scenario 15 Verkeer en vervoer Incident op of onder water Scenario 16 Verkeersincident op het land Scenario 17 Gezondheid Ziektegolf Scenario 18 Sociaal-maatschappelijke omgeving Paniek in menigte (evenementen) Scenario 19 Maatschappelijke onrust Scenario 20 Voor elk incident is een gelijkvormig incident scenario beschreven. Er is een algemene beschrijving van het scenario met een beschrijving van mogelijke oorzaken, bepalende factoren, samenhang met andere scenario’s, krit ische momenten, et cetera. Tevens is er gekozen voor toevoeging van een uitgewerkt representatief voorbeeld op een denkbaar geachte locatie binnen de 13 veiligheidsregio.
De voorbeelden zijn opgesteld door experts in de multidisciplinaire werkgroep. Zij hebben zich daarbij gebaseerd op bestaande planvorm ing zoals informatiekaarten (voorheen rampbestrijdingsplannen), coördinatieplannen en aanvalsplannen. Zo wordt een realistische inschatting gemaakt van de gevolgen, waarbij die inschatting aansluit bij andere p rocessen binnen de gemeenten en veiligheidsregio. Per ramp- en crisisscenario is een impactanalyse uitgevoerd om inzicht te krijgen in de aard, de omvang en de schaal van de gevolgen. Deze impactanalyse, conform de Handreiking Regionaal Risicoprofiel, sluit aan bij de methodiek zoals deze wordt gebruikt voor de Nationale risicobeoordeling. Doordat bij de impactcriteria gebruik wordt gemaakt van ruime bandbreedtes zijn de verschuivingen ten opzichte van 2014 gering. De verschuivingen van de impactcriter ia in de regio vallen nog steeds binnen deze lfde bandbreedtes. Omdat het risicobeeld en de voor de regio relevante scenario’s vrijwel niet zijn gewijzigd is voor het opstellen van het Regionaal Risicoprofiel IJsselland 2018 gebruik gemaakt van de in 2014 uitgewerkte scenario’s. De uitgangspunten van de scenario’s zijn wel gecontroleerd.
Bij de beoordeling van de impact is niet alleen gekeken naar de fysieke veiligheid (doden en gewonden), maar ook naar de mogelijke aantasting van territoriale belangen, eco nomische gevolgen, sociale en politieke stabiliteit en de veiligheid van het cultureel erfgoed . De voorgeschreven impactcriteria zijn hieronder weergegeven. Vitaal belang Impactcriterium 1. Territoriale veiligheid 1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied 2. Fysieke veiligheid 2.1 Doden 2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken 2.3 Lichamelijk lijden 3. Economische veiligheid 3.1 Kosten 4. Ecologische veiligheid 4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur 5. Sociale en politieke stabiliteit 5.1 Verstoring van het dagelijks leven 5.2 Aantasting van de locale / regionale positie van het bestuur 5.3 Sociaal psychologische impact: woede en angst 6. Veiligheid van cultureel erfgoed 6.1 Aantasting van cultureel erfgoed Voor elk van deze 10 impactcriteria is een uniforme, kwantitatieve maatlat voorgeschreven. De impact wordt meetbaar gemaakt op basis van een indeling naar vijf klassen. Iedere klasse heeft een bandbreedte.
Daarbij geldt steeds de onderstaande indeling (in woorden), waarbij de totale economische schade als voorbeeld (in getallen) is opgenomen: Klasse Impact Kwantitatief voorbeeld: totale economische schade A Beperkt gevolg < 2 miljoen € B Aanzienlijk gevolg < 20 miljoen € C Ernstig gevolg < 200 miljoen € D Zeer ernstig gevolg < 2 miljard € E Catastrofaal gevolg > 2 miljard € Voor een toelichting en de kwantificering van de maatlat van de 10 impactcriteria wordt verwezen naar de Handreiking Regionaal Risicoprofiel . Als een criterium niet van toepassing is wordt de waarde 0 toegekend. De tien afzonderlijke impactscores worden in een rekenmodel samengevoegd tot één totale impactscore per incidentscenario. Om de scenario’s onderling te kunnen rangschikken is, naast het bep alen van de impact, ook de waarschijnlijkheid va n elk 14 scenario beoordeeld. D e rangschikking van de waarschijnlijkheidsklassen kent de volgende indeling: Klasse Waarschijnlijkheid Kwantitatief (%) Kwalitatieve omschrijving dreiging A Zeer onwaarschijnlijk 0,005% - 0,02% geen concrete aanwijzingen en gebeurtenis wordt niet voorstelbaar geacht B Onwaarschijnlijk 0,1% - 0,25% geen concrete aanwijzingen, maar gebeurtenis wordt enigszins voorstelbaar geacht C Mogelijk 1% - 2,5% geen concrete aanwijzingen, gebeurtenis is voorstelbaar D Waarschijnlijk 10% - 25% de gebeurtenis wordt zeer voorstelbaar geacht.
E Zeer waarschijnlijk 50% - 100% concrete aanwijzingen dat de gebeurtenis geëffectueerd zal worden De scenariobeschrijvingen , impactbeoordelingen en waarschijnlijkheidsanalyse s zijn voor alle incidenttypen op dezelfde manier opgesteld volgens het format zoals voorschreven in de Handreiking Regionaal Risicoprofiel . De uitgewerkte scenariobeschrijvingen van de twintig geselecteerde incidentscenario’s zijn opgenomen in bijlage 3 (bijlagen 3.1 tot en met 3.20). 15 3.3 Risicodiagram De uitkomsten van de impact- en waarschijnlijkheidsanalyses zijn uitgezet in een risicodiagram. Op de verticale as is de impact uitgezet. Op de horizontale as is de waarschijnlijkheid aangegeven. Onderstaand is het risicodiagram van Veiligheidsregio IJsselland weergegeven, waarbij de scenario’s per maatschappelijk thema met hetzelfde symbool worden aangeduid. Het risicodiagram is een hulpmiddel om prioriteiten te kunnen stellen in het Strategische Beleidsagenda 2019 t/m 2023 voor risicobeheersing en crisisbeheersing . Een grote impact en grote waarschij nlijkheid leiden tot een hoge prioriteit. Risicobronnen en scenario’s met een grote impact en een grote waarschijnlijkheid verdienen meer aandacht dan scenario’s met beperktere gevolgen en kleinere kansen.
Echter, hierbij moet worden opgemerkt dat bij de besluitvorm ing over de vraag welke risico’s, programma’s en projecten bestuurlijke aandacht nodig hebben er meerdere invalshoeken overwogen kunnen worden. Zie ook de nieuwe thema’s (cyberveiligheid/digitale verstoring , klimaatverandering, maatschappelijke onrust en terrorisme) in hoofdstuk 6 die bijzondere aandacht verdienen op basis van actualiteit, inhoud en mogelijke effecten. Om de prioritering visueel inzichtelijk te maken zijn de scenario ’s in concept ingedeeld in vier klassen (van hoog naar laag): Prioriteit I (rood); Prioriteit II (oranje); Prioriteit III (groen); Prioriteit IV (wit). 16 3.4 Conclusies Op basis van de gevolgenanalyse en het risicodiagram zit één scenario in het concept prioriteit I gebied (rood gearceerd). Het betreft hier het scenario: ziektegolf. Dit scenario kent een grote impact en grote waarschijnlijkheid. Tien scenario’s zitt en in het concept prioriteit II gebied. Het betreft de scenario’s: overstroming, paniek in menigte (e venementen), verstoring drinkwatervoorziening, verstoring telecom/ICT, verstoring elektriciteitsvoorziening, extreme hittegolf, natuurbrand (riet/bos), uitbraak dierziekte, brand in dichte binnenstad en extreme koudegolf en het nieuw uitgewerkte scenario maatschappelijke onrust.
Deze scenario’s kennen of een grote impact, of een grote waarschijnlijkheid, of een combinatie daarvan. De aandachtsvelden Verstoring elektriciteitsvoorziening (13), -drinkwatervoorziening (14), - telecom/ICT (15) zitten in het concept prioriteit II gebied. Voor de bepaling van de prioritaire risico’s zijn deze samengevoegd onder de noemer van Verstoring Nutsvoorzieningen. Zeven scenario’s zitten in het concept prioriteit III gebied. Het be treft de scenario’s: brandbare/ explosieve stof bij buisleiding, brandbare/explosieve stof b ij wegvervoer, giftige stof bij spoorvervoer, incident op/onder water, brand in kwetsbaar object en verkeers-incident op land en het nieuw uitgewerkte scenario Incident nabije kerncentrale. Deze scenario’s kennen ee n aanzienlijke tot (zeer)ernstige impact en een beperkte tot redelijke waarschijnlijkheid. Eén scenario zit in het concept prioriteit IV gebied. Het betreft het scenario: giftige stof bij inrichting. De huidige maatregelen en inspanningen (zoals BRZO-inspecties en bedrijfs - brandweren) hebben geleid tot mogelijke incidenten die beperkt zijn wat betreft impact en waarschijnlijkheid. Op basis van het Regionaal Risicobeeld IJsselland is zichtbaar welke scenario’s zich in welke gemeente kunnen voordoen. Sommige scenario’s kunnen zich voordoen in alle gemeenten. Andere scenario’s kunnen zich alleen voordoen in bepaalde gemeenten.
De concept prioritering uit het risicodiagram is uitgesplitst per gemeente weergegeven in onderstaande tabel. Dalfsen Deventer Hardenberg Kampen Olst-Wijhe Ommen Raalte Staphorst Steenwijkerland Zwartewaterland Zwolle Natuurlijke omgeving Scenario 1: Overstroming II II - II II II II II II II II Scenario 2: Natuurbrand II II II - - II II II II - - Scenario 3: Extreme koudegolf II II II II II II II II II II II Scenario 4: Extreme hittegolf II II II II II II II II II II II Scenario 5: Uitbraak dierziekte II II II II II II II II II II II Gebouwde omgeving Scenario 6: Brand in kwetsbaar object III III III III III III III III III III III Scenario 7: Brand in dichte binnenstad - II - II - - - - - - II Technologische omgeving Scenario 8: Brand/explosieve stof bij weg III III III III III III III III III III III Scenario 9: Brand/explosieve stof bij buis III III III III III III III III III III III 17 Dalfsen Deventer Hardenberg Kampen Olst-Wijhe Ommen Raalte Staphorst Steenwijkerland Zwartewaterland Zwolle Scenario 10: Giftige stof bij spoor III III III III III - - III - - III Scenario 11: Giftige stof bij inrichting IV IV IV IV IV IV IV IV IV IV IV Scenario 12: Incident nabije kerncentrale III III III III III III III III III III III Vitale infrastructuur en voorzieningen (Nutsvoorzieningen) Scenario 13: Verstoring elektriciteit II II II II II II II II II II II Scenario 14: Verstoring
drinkwater II II II II II II II II II II II Scenario 15: Verstoring telecom/ICT II II II II II II II II II II II Verkeer en vervoer Scenario 16: Incident op/onder water - III - III III - - - - III III Scenario 17: Verkeersincident op land III III III III III III III III III III III Gezondheid Scenario 18: Ziektegolf I I I I I I I I I I I Sociaal-maatschappelijke omgeving Scenario 19: Paniek in menigte - II - II II II II II II II II Scenario 20: Maatschappelijke onrust II II II II II II II II II II II De scenario’s en prioriteringen aangegeven met - zijn in de betreffende gemeente niet mogelijk, aangezien de risicobron niet aanwezig is en daarom ook niet is opgenomen in het Regionaal Risicobeeld IJsselland. De omgeving van Veiligheidsregio IJsselland verandert continu. Verandering leidt tot nieuwe vraagstukken en opent nieuwe perspectieven op veiligheid, perspectieven waarvan we steeds meer beseffen hoe belangrijk ze zijn voor onze taakuitvoering. Op basis va n recente ontwikkelingen zijn er, naast de geprioriteerde risico’s, vier aandachtsvelden te benoemen die vragen om het aanbrengen van accenten in de Strategische Beleidsagenda 2019 t/m 2023 . Dit zijn cyberveiligheid/digitale verstoring, klimaatverandering , maatschappelijke onrust en terrorisme.
Deze vier aandachtsvelden konden nog niet worden opgenomen in de gevolgenanalyse en het risicodiagram, maar verdienen op basis van actualiteit, inhoud en mogelijke effecten extra aandacht. Vanuit het Risicoprofiel 2018 blijft de aandacht voor de aanwezige risico’s onverminderd blijft bestaan. Daarnaast gaan we komende jaren focussen op cyberveiligheid/digitale verstoring, klimaatverandering, maatschappelijke onrust en terrorisme. 18 4 Programma’s en projecten 2014-2018 4.1 Programma’s en projecten 2014-2018 Voor Veiligheidsregio IJsselland zijn in 2014 achttien relevante scenario’s voor onze regio geanalyseerd. Na prioritering van de scenario’s zijn destijds de onderstaande vijf scenario’s geselecteerd met de grootste impact en waarschijnlijkheid voor onze regio. Veiligheidsregio IJsselland kent de volgende vijf hoogst geprioriteerde risico’s (2014): 1. Ziektegolf (inclusief dierziekten); 2. Overstroming; 3. Brand in dichte binnenstad; 4. Verstoring nutsvoorziening; 5. Paniek in menigten. GRIP incidenten Een inventarisatie van het aantal multidisciplinaire GRIP -inzetten1 leert ons dat de incidenthistorie van Veiligheidsregio IJsselland deels overeenkomt met de geprioriteerde risico’s uit het voorgaande Risicoprofiel (2014). In de periode 2014 t/m 2017 waren er in totaal 58 GRIP - incidenten.
Van deze 58 GRIP -incidenten kunnen er 18 gecategoriseerd worden als geprioriteerd risico. Dat ziet er als volgt uit: Geprioriteerd risico Aantal GRIP-incidenten Brand in dichte binnenstad 15 Uitval nutsvoorziening 2 Infectieziekte mens/dier 1 Overstroming/hoogwater 0 Paniek in menigte 0 Dit betekent dat 30% van de afgelopen GRIP -incidenten binnen een geprioriteerde risicocategorie viel. Het merendeel van de overige GRIP -incidenten kan gecategoriseerd worden als een brand op industrieel of agrarisch terrein (8), gaslekkage/ontsnapping (11) of waterongeval (2). Deze incidenttypen zijn allen opgenomen in het Regionaal Risicoprofiel. Er zijn twee GRIP -incidenten geweest die buiten de ‘klassieke’ ramptypen vallen; in beide gevallen ging het om de vondst van een verdacht pakket en/of explosief. Er is in de afgelopen 4 jaar één maal opgeschaald naar GRIP 3 en drie maal naar GRIP 2, alle andere opschalingen bleven beperkt tot GRIP 1. Sinds 2014 zijn er door Veiligheidsregio IJsselland en haar partners diverse programma’s en projecten geïnitieerd om de risico’s te beperken en beter voorbereid te zijn op eventuele incidenten. Deels zijn projecten afgerond en deels kennen ze een langere doorlooptijd. Veel van de programma’s en projecten zijn scenario overstijgend.
Direct of indirect zijn ze daarmee van toepassing op een of meer relevante scenario’s zoals die kunnen voorkomen binnen de regio. 1 Er is uitsluitend gekeken naar GRIP -inzetten omdat die, vanwege het multidisciplinaire karakter, kenmerkend zijn voor de incidenttypen uit het Regionaal Risicoprofiel. 19 In tegenstelling tot de in de Handreiking Risicoprofiel voorgedragen capaciteitenanalyse per afzonderlijk scenario kiest Veiligheidsregio IJsselland ervoor om vooral scenario overstijgende programma’s en projecten te initiëren. Door deze werkwijze wor dt niet per scenario maar over de hele linie veiligheidswinst behaald. In de afgelopen jaren werd voornamelijk naar de repressieve kant van de veiligheidsketen gekeken de veiligheidsregio zet nu in op een analyse van de hele veiligheidsketen. 4.2 Samenwerking 4.2.1 GGD en veiligheidsregio Met de komst van de Omgevingswet in 2021 zal er verregaand moeten worden samengewerkt met de overige partners. In 2017 zijn de eerste stappen genomen om de toekomstige samenwerking met de GGD (gezondheid) verder uit te werken. Door deze samenwerking kunnen de gemeenten, provincie worden voorzien van een gezamenlijk gedragen advies ten aanzien van gezondheid en externe veiligheid.
4.2.2 (Omgevingsveiligheid) Landsdeel Oost Sinds maart 2015 wordt meer en meer r samengewerkt tussen de veiligheidsregio’s binnen Gelderland en Overijssel (VRT, VRG Z, VNOG, VGGM, VRIJ). Over de aard en de omvang van de samenwerking zijn in gezamenlijkheid afspraken gemaakt. 4.3 Brandrisicoprofiel Het B randrisicoprofiel dat na de regionalisering is opgesteld wordt in 2018 vernieuwd. Hierin komen de risico’s aan bod die zich meer richten op de dagelijkse risico’s. Het brandrisicoprofiel beschrijft de brandrisico’s, welke daarin het zwaarst wegen en voor welke aanpak de brandweer daarbij het beste kan kiezen. In het nieuwe brandrisicoprofiel wordt voorzien in een meer object gerelateerde benadering (minder branchegericht), een opzet die meer eenvoudig dynamisch toepasbaar is, zodat meer maatwerk mogelijk is (efficiency) en een betere aansluiting mogelijk is op de Landelijke Handhavingsstrategie. 4.4 Veilig leven Om mensen bewust te maken, te ondersteunen bij wat zij op het gebied van veiligheid zélf kunnen doen en wat dit betekent voor professionals is in februari 2012 door het algemeen bestuur het programma Community Safety vastgesteld. Community Safety was erop gericht mensen te stimuleren om veiligheidsproblemen zoveel mogelijk zelf het hoofd te bieden.
Dit hield in dat zij met elkaar voor, tijdens en na een noodsituatie, al dan niet samen met de hulpdiensten, aan de slag konden gaan om te werken aan veiligheid. Sinds de star t van het programma Community Safety zijn diverse interventies gedaan, recent steeds meer onder de noemer Veilig Leven. Het onlangs verschenen rapport ‘weten is nog geen doen; een realistisch perspectief op redzaamheid’ van de WRR, schetst een beeld dat ke nnis en bewustzijn over risico’s voor veel burgers lang niet voldoende is om daadwerkelijk in actie te komen. Redzaamheid vraagt niet alleen het nodige denkvermogen, maar ook ‘doen vermogen’. Lang niet alle burgers blijken volgens de Meer repressieve slagkracht leidt niet automatisch tot meer veiligheid, door vroegtijdig samen met de gemeenten, provincie en partners alle schakels van de veiligheidsketen te analyseren kan worden bepaald waar het grootste veiligheidswinst kan worden behaald met de beschikbare mensen en middelen. 20 WRR hiertoe in staat, waardoor de overheid soms te hoge verwachtingen heeft richting burgers. Kennis over risico’s leidt niet automatisch tot handelen.
In verband met het multidisciplinaire karakter van het thema (zelf)redzaamheid organiseert Veiligheidsregio IJsselland samenwe rking en afstemming met allerlei partners op verschillende niveaus om in alle lopende projecten en initiatieven op het gebied van (zelf)redzaamheid nadrukkelijker de samenhang te zoeken en te borgen. 4.5 Brandonderzoek Sinds 2011 doet Veiligheidsregio IJsselland brandonderzoek . Het team bestaat inmiddels uit 5 brandonderzoekers. Naast hun hoofdfunctie zijn deze collega’s beschikbaar voor het doen van brandonderzoek. Brandonderzoek door de brandweer heeft verschillende doelen: Inzicht krijgen in de oorzaken van brand en brandverloop; inzicht krijgen in de werking van preventieve en preparatieve voorzieningen; inzicht krijgen in het eigen repressief optreden; inzicht krijgen in mogelijke trends. Binnen de brandweer wordt er veel sam en gewerkt met de co llega brandonderzoekers in Oost -5. Gezamenlijk zijn twee casuïstiekboeken uitgebracht om de collega’s van repressie en risicobeheersing aan de hand van praktijkvoorbeelden verschillende tips mee te geven. Deze boeken waren zo succesvol dat een derde casuïstiekboek uitgebracht is door Brandweer Nederland en het landelijk verspreid is. Ook is in Oost -5 verband in 2016 en 2017 structureel informatie verzameld over woningbranden. Dit bleek waardevolle informatie voor Brandveilig Leven.
De u itkomsten van 2016 zijn in de vijf regio’s gedeeld m.b.v. een gezamenlijk ontwikkelde folder. Ook hier kwamen positieve reacties op, ook van buiten de regio’s. Verder is uit de informatie van deze twee jaren gebleken dat schoorsteenbrand het meest voorkomende type woningbrand is in Oost -5. Ook in andere regio’s bleek schoorsteenbranden een aandachtspunt te zijn. Samen met de regio’s in Noord -3 en de Veiligheidsregio Utrecht is een project opgestart om schoorsteenbranden aan te pakken. In 2018 wordt het i nformatie verzamelen over woningbranden in aangepaste vorm voortgezet. Op deze manier hopen de onderzoekers en de collega’s van Brandveilig Leven mogelijke trends te ontdekken. Daarnaast is de aansluiting met Vakbekwaamheid nadrukkelijker gezocht. 4.6 Planvorming Planvorming binnen de veiligheidsregio draagt zorg voor de basisinformatie bij een ramp of crisis zodat een incident de eerste beeldvorming en activiteiten door de coördinerende teams in de hoofdstructuur snel kunnen worden gestart. Sinds 2014 zijn de onderstaande projecten uitgevoerd: 1. Rampenbestrijdingsplan Gasunie Ommen + update (herzien); 2. Rampenbestrijdingsplan AKZO Deventer; 3. Rampenbestrijdingsplan Kernkraftwerk Emsland; 4. IBP (Inzetbestrijdingsplan) Hoogwater en Overstroming update (herzien); 5. Informatiekaart Infectieziektecrisis; 6.
Coördinatieplannen uitval gas, drinkwater, elektriciteit en ICT+ update (herzien); 7. Rampenbestrijdingsplan Hardix (en weer ingetrokken wegens beëindigen bedrijf); 8. Rampenbestrijdingsplan Salland Olie; 21 9. IBK (Incident bestrijdingskaart) Spoorwegen; Nog lopende projecten zijn: 1. RBP AKZO Deventer (herziening); 2. RBP Kernkraftwerk Emsland (herziening i.s.m. VR Twente en overige effect regio’s); 3. Impact Analyse Ernstige Wateroverlast en Overstroming; 4. Update Informatiekaart CoPI/ROT Drontermeertunnel in samenwerking met VR Flevoland; 5. Samenwerking voorbereiding onderhoud Ramspolbalg (I&H) i.s.m. VR Flevoland; 6. GROS (Grensoverschrijdende Samenwerking); 7. Grenzüberschreitende Zusammenarbeit im Katastrophenschutz; 8. Continuïteit van de Samenleving; 9. IJssel-Vecht Delta; 10. Voortgang TGB Oost-5; 11. Cybercrime op Oost-5 niveau. Nog geplande activiteiten zijn: 1. Maken en updaten van informatiekaarten; 2. Updaten RBP’s IJsselland algemeen; 3. Updaten Inzetplan Drontermeertunnel in samenwerking met VR Flevoland; 4. Samenwerking voorbereiding onderhoud Ramspolbalg (I&H) i.s.m. VR Flevoland; 5. GROS (Grensoverschrijdende Samenwerking) namens VR IJsselland; 4.6.1 Natuurbrandbestrijdingsplan De regio beschikt over bijna 10.000 hectare gemengd b os- en naaldbos. Bossen waarin veel gerecreëerd wordt door toeristen en lokale bevolking.
Een natuurbrand vormt voor de regio IJsselland een reeële dreiging. Op basis van de gevolgen analyse van het Regionaal Risicoprofiel 2010 heeft het scenario natuurbrand een priorit eit II. Reden genoeg om voor Veiligheidsregio IJsselland een natuurbrand bestrijdingsplan op te stellen. In 2011 zijn de bestaande procedures tegen het licht gehouden en is gekeken waar nog meer behoefte aan was. Ook is aansluiting gezocht bij de landelijke richtlijnen. Door duidelijke afspraken te maken hanteren de functionarissen binnen de brandweer dezelfde werkwijze ten aanzien van beheersbaarheid en bestrijdbaarheid van een natuurbrand. Ook is de rol- en taakverdeling van de eenheden va stgelegd en wordt de bereikbaarheid en toegankelijkheid getoetst. In 2011 is het nieuwe natuurbrand-bestrijdingsplan vastgesteld. Code oranje In geval van verhoogd natuurbrandgevaar bij grote droogte is een procedure opgesteld. De voormalige kleuren licht- en donkergroen en geel zijn nu samen fase 1; oranje en rood zijn fase 2. Waardoor de veiligheidsregio sneller en eenduidiger kan communiceren met de operationele hulpdiensten, betrokken gemeenten en inwoners. 22 4.7 Multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen Door middel van multidisciplinair opleiden, traine n en oefenen (MOTO) bereidt Veiligheidsregio IJsselland de crisisfunctionarissen voor op rampen en crises.
Er worden multidisciplinaire opleidingen, trainingen en oefeningen voor het CoPI, ROT en BT georganiseerd. Daarnaast organiseert Veiligheidsregio IJsselland ketenoefeningen, om ook de samenwerking tussen de crisisteams te beoefenen. Diverse crisispartners en bedrijven zijn betrokken als crisispartner bij deze activiteiten. Deze MOTO activiteiten sluiten aan bij het Regionaal Risicoprofiel. Evaluatie van incidenten Het doel van evalueren is het signaleren van sterke - en verbeterpunten, samen met de crisisfunctionarissen te werken aan een gemeenschappelijk basisniveau voor kwaliteitszorg (koud en warm), het lerend vermogen van de organisatie verder uit te bouwen en de verbinding tussen de medewerkers onderling en de processen te versterken. Evaluatieproces Door het evaluatieproces te digitaliseren, is sneller en beter inzichtelijk geworden wat de operationele sterke en aandachtspunten zijn. Hierdoor kunnen plannen/pr ocedures sneller aangepast worden, kan een efficiëntere sturing op de inkoop en organisatie van trainingen plaatsvinden en leidt dit uiteindelijk tot een kwalitatief betere crisisorganisatie. Binnen Veiligheidsregio IJsselland worden GRIP incidenten stand aard multidisciplinair, dus op basis van de bevindingen van alle kolommen (brandweer, politie, geneeskundige dienst en gemeenten), geëvalueerd.
GRIP staat voor Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure en behelst een landelijke afspraak over opschaling. Leertraject Kern van de werkwijze van het evaluatieproces is dat er binnen 24 uur na het incident een zogeheten quickscan rapportage beschikbaar is. Vanuit de gezamenlijke invalshoek worden de volgende vijf hoofdonderwerpen geëvalueerd: 1. Melding en alarmering; 2. Leiding en coördinatie; 3. Informatiemanagement; 4. Voorlichting en communicatie; 5. Afschaling. 4.8 Team bevolkingszorg Op 1 februari 2017 is het regionale team Bevolkingszorg operationeel geworden. Calamiteiten in een van de deelnemende gemeenten w orden nu met dit regionale team bestreden. De gemeentelijke functionarissen die deel uitmaken van het team zijn nu allemaal getraind en gefaciliteerd. Het team Bevolkingszorg is dan ook goed voorbereid op hun taak in de rampenbestrijding en crisisbeheersin g. De professionalisering van het team heeft er toe geleid dat Bevolkingszorg een volwaardige partner van de hulpdiensten is geworden. Het relatief kleine aantal leden van dit team waarvan de meeste op hard piket staan maakt de kwaliteitsimpuls mogelijk. Het team kent als basis de Officier van Dienst Bevolkingszorg (OvD-Bz). Hiervan is er in elk van de drie deelregio’s altijd één beschikbaar. De overige functies zijn allemaal regionaal georganiseerd.