r_NL.IMRO.1708.GHNgiethoornTH-VA01_23042024
Tekst van het document
bedoelde appartement mag inpandig in de woning of in of als bijgebouw worden gebouwd met dien verstande dat de bouwregels voor woningen en bijgebouwen van artikel 14.2.3 en artikel 14.2.4 van overeenkomstige toepassing zijn. 14.2.7 Atelier Voor de bouw van in artikel 14.2.1. sub a. onder bedoelde atelier gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'atelier' is een atelier toegestaan; b. het onder a. bedoelde atelier mag inpandig in de woning of in of als bijgebouw worden gebouwd met dien verstande dat de bouwregels voor woningen en bijgebouwen van artikel 14.2.3 en artikel 14.2.4 van overeenkomstige toepassing zijn. 14.2.8 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. een overkapping wordt op een afstand van minimaal 1,00 meter achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van een overkapping maximaal 3,00 meter bedraagt en de oppervlakte van een overkapping maximaal 20 m² bedraagt; b. overige bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw, met uitzondering van erfafscheidingen en vlaggenmasten; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 6,00 meter, met uitzondering van erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte: 1. voor de onder sub b.
bedoelde voorgevelrooilijn maximaal 1,00 meter bedraagt, en, 2. achter de onder sub b. bedoelde voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter bedraagt. 14.2.9 Saneringsregeling Voor zover de oppervlakte aan bestaande bijgebouwen de maximale oppervlakte zoals vermeld in artikel 14.2.4 onder a. overschrijdt, mag indien het meerdere wordt gesloopt, 75% van de gesloopte oppervlakte van een gebouw worden terug gebouwd, met dien verstande dat: a. de herbouw uitsluitend achter de voorgevelrooilijn is toegestaan; b. het vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; 14.3 Nadere eisen 14.3.1 Onderwerpen Burgemeester en wethouders kunnen, met toepassing van de procedure als bedoeld in artikel 26.1 n adere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte en de hoogte van bebouwing; 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 58 b. het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan. c. de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; d. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing. 14.3.2 Toepassingscriteria De in artikel 14.3.1 genoemde onderwerpen voor het stellen van nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van: a. het stedenbouwkundig beeld; b. de verkeerssituatie; c. een goede parkeerbalans; d. de milieusituatie; e. de sociale veiligheid; f.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; g. instandhouding van omliggende waarden; h. ruimtelijke kwaliteit. 14.4 Afwijken van de bouwregels 14.4.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het vergroten van de inhoud van de woning en het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 ten behoeve van het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak en/of het vergroten van de inhoud van de woning, met dien verstande dat: a. het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak alleen betrekking heeft op de uitbreiding van een al gebouwde woning binnen het bouwvlak; b. de inhoud van de woning na uitbreiding maximaal 750 m³ bedraagt; c. de uitbreiding uitsluitend achter de voorgevelrooilijn is toegestaan; d. een goede stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 4. de landschappelijke en/of archeologische waarden van de gronden; 5. de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden.
14.4.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het verkleinen van de dakhelling Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 14.2.2, artikel 14.2.4 en artikel 14.2.5, ten behoeve van het verkleinen van de dakhelling tot 0°, met dien verstande dat het vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; 14.5 Specifieke gebruiksregels 14.5.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte wagens en/of voer- en vaartuigen van derden, een en ander met uitzondering van parkeren ten behoeve van het op de bestemming gerichte gebruik als bedoeld in artikel 14.1 ; 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 59 b. een aan huis verbonden beroep of bedrijf in de woning en/of in de vrijstaande bijgebouwen, anders dan bedoeld in artikel 14.5.2; c. woningsplitsing; d. het samenvoegen van woningen; e. verblijfsrecreatie en recreatief nachtverblijf, anders dan bedoeld in artikel 14.1.1 ; f. detailhandel; g. horeca; h. buitenopslag, behalve als dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte tijdelijke gebruik en anders dan bedoeld in artikel 14.1; i.
het gebruik van een atelier en galerie (met verkoop toegestaan) met een grotere oppervlakte dan 12 m², ter plaatse van de aanduiding 'atelier'. 14.5.2 Aan huis verbonden beroepen Een aan huis verbonden beroep, als opgenomen in het in bijlage 2 van de bijlagen bij de regels o verzicht aan huis verbonden beroepen, is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een aan huis verbonden beroep uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; b. maximaal in totaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de woning en de bijgebouwen wordt gebruikt voor aan huis verbonden beroep(en), met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en artikel 14.1.1, sub 1 tot en met 4, artikel 14.6.1, artikel 14.6.2, artikel 14.6.3 en/of artikel 14.6.4 genoemde nevenactiviteiten tezamen; c. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; d. er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; e. er is ten hoogste één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 centimeter; f. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; g.
in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; h. er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende beroep gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden beroep gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt. 14.5.3 Uitsterfregeling verblijfsrecreatie In afwijking van het bepaalde in artikel 14.5.1, onder f mag het huidige gebruik van gronden en de daarop aanwezige gebouwen voor maximaal twee recreatie appartementen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - appartementen II' worden voortgezet met dien verstande dat indien dit gebruik eindigt weer uitsluitend het gebruik als wonen als bedoeld in artikel 14.1.1 en de daarbij horende bouwwerken in de vorm van bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, als bedoeld in artikel 14.2.1 is toegestaan. 14.6 Afwijken van de gebruiksregels 14.6.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van aan huis verbonden bedrijven a.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 14.5, ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf, als opgenomen in het in bijlage 2 van de bijlagen bij de regels overzicht aan huis gebonden bedrijven, met dien verstande dat: 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 60 1. een aan huis verbonden bedrijf uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; 2. de bestaande bouwmogelijkheden niet mogen worden verruimd; 3. maximaal in totaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt voor een aan huis verbonden bedrijf, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en artikel 14.1.1, sub 1 tot en met 4, artikel 14.5.2, artikel 14.6.2, artikel 14.6.3 en/of artikel 14.6.4 genoemde nevenactiviteiten tezamen; 4. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; 5. er maximaal 2 personen werkzaam mogen zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; 6. het onbebouwde gedeelte van het perceel niet mag worden gebruikt voor beroeps - of bedrijfsmatige activiteiten, met uitzondering van parkeren; 7.
er ten hoogste één reclame-uiting is toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 centimeter; 8. in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; 9. er geen detailhandel plaatsvindt, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende bedrijf gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden bedrijf gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt. b. Een omgevingsvergunning die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een bestaand aan huis verbonden bedrijf wordt gelijkgesteld met de omgevingsvergunning als bedoeld onder sub a. 14.6.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van detailhandel als ondergeschikte activiteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 14.5, ten behoeve van het gebruik voor detailhandel als ondergeschikte activiteit, met dien verstande dat: a. de ondergeschikte detailhandel uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; b.
maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte mag worden gebruikt als verkoopruimte en productieruimte, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en artikel 14.1.1, sub 1 tot en met 4, artikel 14.5.2, artikel 14.6.1, artikel 14.6.3 en/of artikel 14.6.4 genoemde nevenactiviteiten tezamen; c. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; d. er maximaal 2 personen werkzaam mogen zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; e. de oppervlakte van productiegebonden detailhandel maximaal 10% van het bruto vloeroppervlak, tot een maximum van 150 m² mag bedragen; f. etalages niet zijn toegestaan; g. verkoopruimten enkel zijn toegestaan op de begane grond; h. er ten hoogste één gevelreclame-uiting is toegestaan tot een maximum van 20 x 30 centimeter; i. verkoop van producten met veiligheidsrisico's niet is toegestaan; j. vrachtverkeer ten behoeve van bevoorrading niet is toegestaan; k. in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; l. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1.
de verkeersveiligheid; 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 61 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 14.6.3 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van complementaire daghoreca Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 14.5, ten behoeve van complementaire daghoreca, met dien verstande dat: a. de voor bezoekers toegankelijke ruimten alleen zijn toegestaan op de begane grond van de woning of in een bijgebouw; b. de bestaande bouwmogelijkheden niet mogen worden verruimd; c. maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt voor de horeca - activiteiten, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en artikel 14.1.1 , sub 1 tot en met 4, artikel 14.5.2, artikel 14.6.1, artikel 14.6.2 en/of artikel 14.6.4 genoemde nevenactiviteiten tezamen; d. de totale oppervlakte, inclusief terras, die wordt gebruikt voor de horeca-activiteiten maximaal 100 m² mag bedragen; e. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; f. minimaal één bewoner werkzaam is in het horecabedrijf; g.
er ten hoogste één reclame-uiting is toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 centimeter; h. in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; i. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. de milieusituatie; 3. het woon- en leefklimaat; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 14.6.4 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van bed & breakfast Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 14.5 , ten behoeve van een bed en breakfast, met dien verstande dat: a. er maximaal 10 slaapplaatsen per bouwperceel worden toegestaan, ten behoeve van een gelijktijdig nachtverblijf van maximaal 10 personen; b. de slaapplaatsen moeten worden gerealiseerd in het hoofdgebouw (de woning); c. maximaal 35% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw voor bed- en breakfastactiviteiten mag worden gebruikt, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en artikel 14.1.1, sub 1 tot en met 4, artikel 14.5.2, artikel 14.6.1, artikel 14.6.2 en/of artikel 14.6.3 genoemde nevenactiviteiten tezamen; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2.
het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; e. uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; f. de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets), waarbij geldt dat de bestaande waterhuishouding niet mag verslechteren als gevolg van de ontwikkeling; g. in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte; h. omliggende functies niet worden gehinderd. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 62 14.6.5 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van woningsplitsing Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 14.5, ten behoeve van splitsing van bestaande woningen, met dien verstande dat: a. de te splitsen woning een inhoud heeft van minimaal 600 m³; b. de woningen na splitsing elk afzonderlijk een inhoud hebben van minimaal 250 m³; c. de splitsing vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; d. de verschijningsvorm van karakteristieke bebouwing niet mag worden aangetast; e. de inhoud en oppervlakte van de woning inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen niet mag worden vergroot; f. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. de parkeerbalans; 3. het woon- en leefklimaat; 4. de milieusituatie; 5.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 14.6.6 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van samenvoegen van woningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 14.5, ten behoeve van het samenvoegen van woningen, met dien verstande dat: a. de samenvoeging vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; b. samenvoeging van woningen in een rij aaneengesloten soortgelijke woningen is niet toegestaan; c. de verschijningsvorm van karakteristieke bebouwing niet mag worden aangetast; d. de totale inhoud en oppervlakte van de woning inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet worden vergroot; e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 63 Artikel 15 Leiding - Riool 15.1 Bestemmingsomschrijving 15.1.1 Algemeen De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een rioolleiding en de daarbij behorende voorzieningen, met de hartlijn van de leiding ter plaatse van de figuur 'hartlijn leiding - riool'.
15.1.2 Bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 27.1. 15.2 Bouwregels 15.2.1 Gebouwen Op de voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden mogen géén gebouwen worden gebouwd. 15.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Op de voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd, bouwwerken, geen gebouwen zijnde: a. die noodzakelijk zijn voor de aanleg en instandhouding van de in artikel 15.1 bedoelde leiding(en) met een oppervlakte van maximaal 15 m²; b. met een bouwhoogte van maximaal 2,00 meter. 15.3 Afwijken van de bouwregels 15.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het bouwen van gebouwen of andere bouwwerken, geen gebouw zijnde Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 15.2.1, ten behoeve van het bouwen van gebouwen of andere bouwwerken, geen gebouw zijnde op de voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden, met dien verstande dat: a. het doelmatig functioneren van de in artikel 15.1 bedoelde leiding niet wordt aangetast en de veiligheid van deze leiding niet wordt geschaad; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder; c.
bebouwing mogelijk is op grond van de onderliggende bestemming; d. geen kwetsbare objecten worden toegelaten. 15.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een verleende omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: a. aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 64 b. het ontginnen, woelen, mengen, diepploegen, bodem verlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem en/of het aanleggen van drainage en/of het uitvoeren van overige grondbewerkingen; c. het aanbrengen en rooien van hoogopgaande en/of diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan de in artikel 15.1 bedoelde leiding(en); f. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen en andere wateren.
15.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in artikel 15.4.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd. 15.4.3 Toepassingscriteria De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 15.4.1 k an alleen worden verleend indien: a. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen het doelmatig functioneren van de in artikel 15.1 bedoelde leiding(en) niet wordt aangetast; b. daarover vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 65 Artikel 16 Waarde - Archeologie 2 16.1 Bestemmingsomschrijving 16.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden.
16.1.2 Bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 27.1. 16.2 Bouwregels 16.2.1 Onderzoek ten behoeve van verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen Voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken: • met een oppervlakte groter dan 250 m² wanneer deze zich bevindt binnen de bebouwde kom, dan wel, • met een oppervlakte groter dan 2.500 m² wanneer deze zich bevindt buiten de bebouwde kom, dient door de door de aanvrager een aanvullend en/of definitief archeologisch rapport te worden overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld en; b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard of gedocumenteerd, dan wel: c. in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn.
16.2.2 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in artikel 16.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 16.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 66 a.
het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; c. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; voorzover de ingreep: d. dieper gaat dan 50 centimeter beneden het maaiveld en een grotere oppervlakte dan 250 m² beslaat, wanneer deze zich bevindt binnen de bebouwde kom; e. dieper gaat dan 50 centimeter benden het maaiveld en een grotere oppervlakte dan 2.500 m² beslaat, wanneer deze zich bevindt buiten de bebouwde kom. 16.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 16.3.1 is niet van toepassing, indien: a. door middel van een aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn; b. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; c.
werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. d. de werken en werkzaamheden worden verricht in het kader van een aanvullend of definitief archeologisch onderzoek. 16.3.3 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 16.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien mede op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 16.3.4 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 16.3 die betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie 2' dient een rapport te overleggen waarin naar het oordeel van burgemeester en wethouders: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgelegd, en; b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd, dan wel: c. in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn.
16.3.5 Voorschriften omgevingsvergunning Indien uit het in artikel 16.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 67 b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 68 Artikel 17 Waarde - Cultuurhistorie Beulakerweg 17.1 Bestemmingsomschrijving 17.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Cultuurhistorie Beulakerweg' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van ter plaatse bestaande cultuurhistorische en oudheidkundig waardevolle elementen (monumenten en karakteristieke bebouwing), patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen, het stedenbouwkundig beeld) en gebieden en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' de karakteristieke panden. 17.1.2 Waarden De waarden komen als volgt tot uitdrukking: a. afwisselend open en meer gesloten bebouwingslint met een lange smalle opstrekkende verkaveling. b. verspringingen in de voorgevelrooilijn. c. de hoofdbebouwing op de weg georiënteerd. d. bebouwing is over het algemeen vrijstaand en opgebouwd uit 1 bouwlaag met kap. e. de voorgevel is over het algemeen verticaal ingedeeld. f. bijgebouwen zijn ten opzichte van het hoofdgebouw zodanig gesitueerd dat hoofdgebouw en bijgebouwen met elkaar een samenhangend geheel vormen, waarbij de bijgebouwen achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw zijn gesitueerd.
17.2 Bouwregels 17.2.1 Algemeen Op de voor 'Waarde - Cultuurhistorie Beulakerweg' aangewezen gronden gelden, alleen wanneer er bebouwing mogelijk is krachtens de onderliggende bestemming, in aanvulling daarop de volgende regels van artikel 17.2.2. Indien de onderliggende bestemming niet voorziet in de mogelijkheid van het bouwen van gebouwen zijn onderstaande bouwregels niet van toepassing. 17.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de voorgevels van hoofdgebouwen worden geplaatst in of evenwijdig aan de naar de (dichtstbijzijnde) weg gekeerde bouwgrens; b. de inhoud van een woning of een bedrijfswoning bedraagt niet meer dan: Inhoud bestaande (bedrijfs)woning Maximaal toegestane inhoud (bedrijfs)woning woning tot 400 m³ Maximaal 400 m³ Woning van 400 m³ - 600 m³ Maximaal 600 m³ Woning van meer dan 600 m³ De bestaande inhoud c. voor zover weergegeven op de in bijlage 7 van de bijlagen bij de regels opgenomen Kappenkaart Beulakerweg worden gebouwen gebouwd met een kap waarvan de nokrichting in overeenstemming is met op die kappenkaart aangeduide nokrichting. Ter plaatse van de op de kappenkaart aangegeven aanduiding 'kamelenrug' [kr] dient de kamelenrug als kapvorm te worden gehandhaafd; 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 69 d.
ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' mag het hoofdgebouw ten opzichte van de bestaande situatie qua situering, oppervlakte, bouwvolume en maatvoering niet worden gewijzigd. 17.3 Afwijken van de bouwregels 17.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van bouwen van bouwwerken Voor zover krachtens de onderliggende bestemming een omgevingsvergunning kan worden verleend voor het afwijken van de bouwregels a. ten behoeve van het plat afdekken van een gebouw, geldt dat deze vergunning alleen kan worden verleend voor het plat afdekken van aangebouwde bijgebouwen tot een oppervlakte van 25 m² per bouwperceel; b. ten behoeve van buiten het bouwvlak uitbreiden van een al gebouwde woning of bedrijfswoning geldt dat deze vergunning alleen kan worden verleen indien aan de volgende voorwaarden: 1. de (bedrijfs)woning blijft na uitbreiding voldoen aan de voor deze woning krachtens de onderliggende bestemming geldende maximale inhoudsmaat; 2. de karakteristieke hoofdvorm van de oorspronkelijke woning blijft behouden blijft; 3. een goede stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing is gewaarborgd.
17.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Cultuurhistorie Beulakerweg' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: a. het ophogen, egaliseren, ontginnen of afgraven van gronden; b. het planten, vellen, rooien of verwijderen van bomen, groenstructuren, hagen of andere karakteristieke beplanten dan wel het verrichten van werkzaamheden die ernstige beschadiging of de dood of verdwijning van deze beplanting tot gevolg kunnen hebben; c. het dempen, graven, vergraven of verleggen van oevers, sloten, grachten, poelen, watergangen en overige waterpartijen; d. het aanbrengen of verwijderen van walbeschoeiingen, geen bouwwerken, geen gebouw zijnde en aanbrengen van aanleggelegenheden; e. het aanleggen, verbreden, verharden of verwijderen van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen of verwijderen van andere oppervlakteverhardingen voor zover het een oppervlakte van meer dan 20 m² betreft; f. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van recreatief medegebruik; g.
het aanbrengen van (bovengrondse) transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen, constructies, installaties en apparatuur, met uitzondering van het aanbrengen van leidingen ten behoeve van de aansluiting van percelen op het openbare voorzieningennet. 17.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 17.4.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd; 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 70 d. werken of werkzaamheden die in overeenstemming zijn met een op grond van de Erfgoedwet of de gemeentelijke erfgoedverordening verleende vergunning. 17.4.3 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 17.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 17.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
17.4.4 Advies Alvorens een omgevingsvergunning voor de werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 17.4.1 , sub a. tot en met e. te verlenen wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie en voor wat betreft de werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 17.4.1 sub c tevens bij het bevoegde waterschap. 17.4.5 Voorwaarden omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan aan de in artikel 17.4.1 genoemde omgevingsvergunning voorwaarden verbinden ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van het gebied met dien verstande dat: a. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 17.4.1 sub b voor het verwijderen van beplanting slechts wordt verleend onder de voorwaarde dat ter compensatie herplanting met gebiedseigen beplanting als opgenomen in het in bijlage 4 van de bijlagen bij de regels o verzicht gebiedseigen beplanting plaatsvindt, tenzij hier op grond van het advies van de Monumentencommissie als bedoeld in artikel 17.4.4 van kan worden afgezien; b.
een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 17.4.1 sub b voor het aanbrengen van nieuwe beplanting slechts wordt verleend onder de voorwaarde dat de beplanting plaatsvindt met gebiedseigen beplanting als opgenomen in het in bijlage 4 van de bijlagen bij de regels o verzicht gebiedseigen beplanting, tenzij hier op grond van het advies van de Monumentencommissie als bedoeld in artikel 17.4.4 van kan worden afgezien; 17.4.6 Vergunningplicht werken en werkzaamheden onderliggende bestemming Voor de werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 17.4.1 waarvoor krachtens de onderliggende bestemmingen al een omgevingsvergunning is vereist, zijn artikel 17.4.2 tot en met artikel 17.4.5 van overeenkomstige toepassing. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 71 Artikel 18 Waarde - Noordeinde Molenweg 18.1 Bestemmingsomschrijving 18.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Noordeinde Molenweg' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en versterking van de met de historische ontwikkeling samenhangende structuren en ruimtelijke kwaliteiten van het beschermd dorpsgezicht, als nader beschreven in artikel 18.1.2 met ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' de karakteristieke panden.
Voor zover de gronden tevens zijn gelegen in de diverse bestemmingen als bedoeld in ' Bedrijf' en 'Waarde - Archeologie 2' zijn de desbetreffende regels voor zover niet strijdig met dit artikel van toepassing. 18.1.2 Waarden De waarden van het beschermd dorpsgezicht als volgt tot uitdrukking: 18.1.2.1 Algemene waarden Noordeinde Molenweg a. Een patroon van opvaarten, met kavels (schuin) haaks op het pad, een variabele breedtemaat tussen de opvaarten en opvaarten van verschillende breedte. b. Langs de Molenweg een open tweezijdig bebouwingslint, dat zich aan noordzijde van de Dorpsgracht afsplitst. Het bebouwingslint heeft doorzichten naar het omliggende gebied (sterke verweving van bebouwing en landschap). c. Achter de westelijke lintbebouwing van het pad ligt een 'tweede' gracht, de Thyssengracht. Achter de oostelijke lintbebouwing ligt het Molengat. d. Waar de Molenweg oost-west is georiënteerd, ligt de bebouwing op het achterste deel van de kavel, waarbij de bebouwing wel op de Molenweg gericht is. e. De bebouwingsdichtheid ten westen van het pad is hoger dan de bebouwingsdichtheid ten oosten van het pad. Door deze lagere bebouwingsdichtheid ontstaan er vergezichten naar het Molengat. f. Aan de westzijde van het pad doorzichten naar een kleinschalig binnen gebied dat doorloopt tot aan de Beulakerweg.
Dit kleinschalige binnen gebied heeft een half open structuur waarin agrarische gronden, rietlanden en enkele bosstroken elkaar afwisselen. 18.1.2.2 Specifieke waarden Noordeinde Molenweg Bebouwing, erf- en tuininrichting Rooilijn en oriëntatie - Verspringingen in de voorgevelrooilijn van de hoofdbebouwing op de kavels ten opzichte van elkaar - De hoofdbebouwing staat enigszins schuin ten opzichte van de Molenweg - Voorgevels van de hoofdbebouwing zijn georienteerd op de Molenweg Bebouwingstypologie - Gieterse /Hallenhuis boerderijen, met voor- en achterhuis: boerderijtype met smal voorhuis en breder, driebeukig achterhuis. De overgang tussen het voor- het achterhuis wordt gekenmerkt door een vloeiende overgang, de zogenaamde kamelenrug. - Vrijstaande bebouwing gelegen op kavels die soms worden gescheiden door opvaarten.
Bouwhoogte en - Eén bouwlaag met kap 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 72 nokrichting voorhuis - Duidelijk lager dan het achterhuis - Voor de kapvormen en de nokrichting wordt verwezen naar de in bijlage 6 van de bijlagen bij de regels opgenomen Kappenkaart Beschermd dorpsgezicht Giethoorn Bouwhoogte en nokrichting achterhuis - Eén bouwlaag met hoge kap - Duidelijk hoger dan voorhuis - Voor de kapvormen en de nokrichting wordt verwezen naar de in bijlage 6 van de bijlagen bij de regels opgenomen Kappenkaart Beschermd dorpsgezicht Giethoorn Aan- en uitbouwen - Zijn duidelijk architectonisch ondergeschikt ten opzichte van het hoofdgebouw - Zijn bescheiden van omvang Bijgebouwen - Zijn informeel gesitueerd, maar t.o.v. hoofdgebouw zo gesitueerd dat hoofdgebouw en bijgebouw een geheel vormen - Staan achter op de erven, in ieder geval achter het voorhuis - Hebben een kap - De nokrichting is evenwijdig aan die van het hoofdgebouw, tenzij er een andere nokrichting is aangegeven in de in bijlage 6 van de bijlagen bij de regels o pgenomen Kappenkaart Beschermd dorpsgezicht Giethoorn - Kleurstelling, zowel van gevels als dak, is donker (zwart, bruin, bruinrood) met bijv.
antracietkleurige keramische pannen of riet - Kenmerkend voor Giethoorn zijn verder de karakteristieke donker houten kapschuren, die (half) over de sloot zijn gebouwd karakteristieke bakstenen bakhuisjes met pannendaken Botenhuizen - Hebben een lessenaars dak - Wanden in donkerbruin of zwart hout, dakbedekking donker van kleur Dakkapellen - Maximaal één, gesitueerd op het voordakvlak van het voorhuis - Bescheiden van omvang en uitstraling Materiaalgebruik voorhuis - Baksteen; topgevels eventueel in hout - Keramische pannen of rieten daken met nokvorsten of rietrollen - Geen daklijsten bij rieten kap, bij pannendak wel, uitgevoerd in hout - Kozijnen hout, draaiende of schuivende delen en details van hout Materiaalgebruik achterhuis - Gepotdekseld hout of bakstenen gevels - Rieten kap met antracietkleurige nokvorsten of rietrol - Geen daklijsten - Kozijnen: hout. Draaiende of schuivende delen in dezelfde kleurstelling als de rest van het kozijn Erf- en tuininrichting - Voor- en zijtuinen hebben weinig tot geen (half)verharding. De (half)verharding is uitgevoerd in gedekte kleuren - Voortuinen die grenzen aan de Molenweg, worden van deze weg gescheiden door een lage haag (max 1 meter hoog), bestaande uit streekeigen beplanting - Voor- en zijtuinen die rechtstreeks grenzen aan water hebben geen erfafscheiding, het gazon loopt door tot de rand van het water/de oeverbeschoeiing.
Langs de oevers van de Dorpsgracht mogen geen steigers, vlonders, trappen etc. worden aangebracht. De natuurlijke groene uitstraling moet behouden blijven gebiedseigen beplantingen 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 73 (zie tabellen in bijlage 4 van de bijlagen bij de regels (Overzicht Gebiedseigen beplanting)) - Oeverbeschoeiingen dienen van donker hout te zijn Openbare Ruimte - De oevers hebben een natuurlijke groene uitstraling en zijn voorzien van begeleidende gebiedseigen beplanting (zie tabellen in bijlage 4 van de bijlagen bij de regels (Overzicht Gebiedseigen beplanting)) - In of aan de oevers van de Dorpsgracht mogen geen steigers, trappen en vlonders etc. worden aangebracht - Oeverbeschoeiingen zijn van donker hout de Gieterse bruggen zijn qua breedte afgestemd op het voetgangersverkeer en hebben een loopvlak van maximaal 1 meter breed. De hoogte van de bruggen is afgestemd op de hooivaart. De bruggen zijn uitgevoerd in hout en donker(bruin) van kleur. De leuningen op de brug zijn ook van hout en hebben een lichte kleurstelling - De vonders die de opvaarten overbruggen hebben een donker houten loopvlak en houten leuningen in een lichte kleurstelling en zijn uitneembaar.
18.2 Bouwregels 18.2.1 Algemeen Op de voor 'Waarde - Noordeinde Molenweg' aangewezen gronden gelden, alleen wanneer er bebouwing mogelijk is krachtens de onderliggende bestemming, in aanvulling op en/of in afwijking van de bouwregels van die onderliggende bestemming de volgende regels van artikel 18.2.2 tot en met artikel 18.2.5. Indien de onderliggende bestemming niet voorziet in de mogelijkheid van het bouwen van gebouwen en/of bijgebouwen zijn onderstaande bouwregels voor deze bouwwerken niet van toepassing. 18.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. het aantal woningen per bouwvlak bedraagt niet minder dan het bestaande aantal; b. ter plaatse van de figuur 'gevellijn 'wordt de voorgevel van het hoofdgebouw of de bedrijfswoning in de met deze figuur aangegeven gevellijn gebouwd. c. voor zover in een bestemmingsvlak voor een bedrijfswoning met de figuur gevellijn een gevellijn is aangegeven maar in dat vlak geen gevellijn is aangegeven voor het hoofdgebouw, wordt de voorgevel van het hoofdgebouw evenwijdig aan de aangeduide gevellijn van de (toegestane) bedrijfswoning geplaatst; d.
voor zover weergegeven op de bij deze regels horende bijlage 6 van de bijlagen bij de regels K appenkaart Beschermd dorpsgezicht Giethoorn worden gebouwen gebouwd met een kap waarvan de nokrichting en vorm in overeenstemming is met op die kappenkaart aangeduide vorm en nokrichting. Ter plaatse van de op de kappenkaart aangegeven aanduiding kamelenrug' dient de kamelenrug als kapvorm te worden gehandhaafd; e. voor zover gebouwen niet zijn weergegeven op de onder d. bedoelde kappenkaart worden gebouwen gebouwd met een kap van minimaal 30° en maximaal 60°; f. gebouwen worden gebouwd met materialen en in kleurstellingen zoals aangegeven in artikel 18.1.2; g. voor de goot- en nokhoogtes van gebouwen gelden de volgende regels: 1. de goothoogte en nokhoogte van een bedrijfswoning en een gebouw als bedoeld in artikel 4.2.3 bedragen respectievelijk maximaal 3,50 en 7,50 meter; 2. de goothoogte van een woning bedraagt maximaal 3,50 meter; 3. de goot- en nokhoogte van een gebouw niet zijnde een (bedrijfs)woning of een recreatiewoning bedragen respectievelijk maximaal 3,50 en 10,00 meter, met dien 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 74 verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte (m)' en de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' de aangeduide maximale goot- en/of bouwhoogte geldt; h.
de inhoud van een woning of een bedrijfswoning bedraagt niet meer dan: Inhoud bestaande (bedrijfs)woning Maximaal toegestane inhoud (bedrijfs)woning woning tot 400 m³ Maximaal 400 m³ Woning van 400 m³ - 600 m³ Maximaal 600 m³ Woning van meer dan 600 m³ De bestaande inhoud i. voor de bouw van erkers gelden de volgende regels: 1. ter plaatse van de bestemming 'Tuin' is de bouw van een erker niet toegestaan; 2. overschrijding van de grenzen van het bouwvlak is niet toegestaan; j. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' mag het hoofdgebouw ten opzichte van de bestaande situatie qua situering, oppervlakte, bouwvolume en maatvoering niet worden gewijzigd. 18.2.3 Bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels: a. de oppervlakte aan bijgebouwen bij een hoofdgebouw op een bouwperceel bedraagt maximaal 50 m²; b. de oppervlakte aan bijgebouwen bij een bedrijfswoning op een bouwperceel bedraagt binnen de aanduiding 'bouwvlak' maximaal 50 m²; c. bijgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd achter de achtergevel en de denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan van het hoofdgebouw of de bedrijfswoning, uitgezonderd bestaande bijgebouwen. Een bestaand bijgebouw mag op dezelfde locatie worden vervangen door een nieuw bijgebouw; d. bijgebouwen worden gebouwd met worden gebouwd met materialen en in kleurstellingen zoals aangegeven in artikel 18.1.2; e.
de goothoogte van een bijgebouw bedraagt maximaal 3,00 meter; f. bijgebouwen worden gebouwd met een kap met een dakhelling van minimaal 30°; g. de nokrichting van een bijgebouw is gelijk/evenwijdig aan de nokrichting van het hoofdgebouw of de bedrijfswoning. Voor zover weergegeven op de bij deze regels horende de in bijlage 6 van de bijlagen bij de regels Kappenkaart Beschermd dorpsgezicht Giethoorn worden bijgebouwen gebouwd met een kap waarvan de nokrichting en vorm in overeenstemming is met op die kappenkaart aangeduide vorm en nokrichting. 18.2.4 Botenhuizen Voor de bouw van botenhuizen gelden de volgende regels: a. botenhuizen mogen uitsluitend worden gebouwd achter de achtergevel en de denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan van het hoofdgebouw; b. botenhuizen worden gebouwd met materialen en in kleurstellingen zoals aangegeven in artikel 18.1.2; c. de oppervlakte van een botenhuis bedraagt maximaal 20 m²; d. een botenhuis wordt gebouwd met een lessenaarskap; e. de goothoogte van een botenhuis bedraagt maximaal 1,50 meter; f. de nokhoogte van een botenhuis bedraagt maximaal 3,00 meter; g. deze regels sub a., c., d., e. en f. gelden niet voor botenhuizen als bedoeld in artikel 9.2.3 sub d.
23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 75 18.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor de bouw van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd achter de achtergevel en de denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan van het hoofdgebouw of de bedrijfswoning worden gebouwd; b. de oppervlakte van een overkapping bedraagt maximaal 15 m²; c. per bouwperceel is maximaal één overkapping en één vlaggenmast toegestaan; d. op voorerven van bouwpercelen langs de Dorpsgracht en aan oevers met de bestemming 'Groen' langs de Dorpsgracht mogen geen steigers, trappen en trapconstructies of vlonders worden gebouwd; e. luifels en balkons aan of bij gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; f. het loopvlak van bruggen is maximaal 1,00 meter breed. 18.2.6 Advies Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen voor een bouwwerk als bedoeld in artikel 18.2.2 tot en met artikel 18.2.5 wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie.
18.3 Nadere eisen 18.3.1 Onderwerpen Burgemeester en wethouders kunnen, met toepassing van de procedure als bedoeld in artikel 26.1 , ten behoeve van de instandhouding van de cultuurhistorische waarden zoals beschreven in artikel 18.1, nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering en omvang (lengte-/breedteverhouding) van bouwwerken; b. de nokrichting van de kappen van gebouwen; c. de afmetingen en indeling van gevelopeningen; d. het materiaalgebruik voor gevels en dakbedekking; e. het verhardingsmateriaal van wegen, paden, parkeerterreinen en terrassen; f. de doorvaarthoogte van bruggen. 18.3.2 Toepassingscriteria De nadere eisen mogen worden gesteld voor zover deze noodzakelijk zijn ter waarborging van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden en het behoud van voldoende doorvaartmogelijkheden. Alvorens overgaan tot het stellen van nadere eisen als bedoeld in artikel 18.3.1 s ub a. tot en met f. wordt door burgemeester en wethouders advies ingewonnen bij de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie.
18.4 Afwijken van de bouwregels 18.4.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van bouwen bouwwerken Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 18.2, ten behoeve van het bouwen van bouwwerken overeenkomstig de onderliggende bestemming(en), waaronder begrepen de in die bestemming(en) ter plaatse van de aanduiding beschermd dorpsgezicht buiten toepassing verklaarde bouwregels en afwijkingsmogelijkheden voor de bouw van bouwwerken, met dien verstande dat: a. het bevoegd gezag vooraf advies heeft ingewonnen bij de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie; b. de afwijking niet leidt tot een wezenlijke verandering of onevenredige aantasting van de aanwezige cultuurhistorische waarden en kwaliteiten; 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 76 c. het vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; d. voldaan wordt aan de in artikel 18.4.2 genoemde afwijkingsvoorwaarden. 18.4.2 Afwijkingsvoorwaarden Voor de het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 18.4.1 gelden de volgende afwijkingsvoorwaarden: a. een omgevingsvergunning voor het plat afdekken van gebouwen kan uitsluitend worden verleend voor het plat afdekken van aangebouwde bijgebouwen over een oppervlakte van maximaal 25 m²; b.
een omgevingsvergunning kan niet worden verleend voor de bouw van botenhuizen in of langs de Dorpsgracht; c. een omgevingsvergunning voor het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak ten behoeve van de uitbreiding van een al gebouwde (bedrijfs)woning kan uitsluitend worden verleend indien: 1. de woning na uitbreiding blijft voldoen aan de voor deze woning krachtens de artikel 18.2.2, onderdeel h geldende maximale inhoudsmaat; 2. de karakteristieke hoofdvorm van de oorspronkelijke woning behouden blijft; 3. een goede stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing is gewaarborgd; d. een omgevingsvergunning voor de bouw van een brug kan uitsluitend worden verleend voor een brug met een loopvlak van 1,20 meter breed. 18.4.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van samenvoegen van woningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 18.2.2 sub a, ten behoeve van het samenvoegen van woningen als bedoeld in en onder dezelfde voorwaarden als in artikel 14.6.6.
18.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 18.5.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Noordeinde Molenweg' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten: a. het ophogen, egaliseren, ontginnen of afgraven van gronden; b. het planten, vellen, rooien of verwijderen van bomen, groenstructuren, hagen of andere karakteristieke beplanting dan wel het verrichten van werkzaamheden die ernstige beschadiging of de dood of verdwijning van deze beplanting tot gevolg kunnen hebben ; c. het dempen, graven, vergraven of verleggen van oevers, sloten, grachten, poelen, watergangen en overige waterpartijen; d. het aanbrengen of verwijderen van walbeschoeiingen, geen bouwwerken, geen gebouw zijnde en aanbrengen van aanleggelegenheden; e. het aanleggen, verbreden, verharden of verwijderen van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen of verwijderen van andere oppervlakteverhardingen voor zover het een oppervlakte van meer dan 20 m² betreft; f. het wijzigen van kleur- en/of materiaalgebruik van bouwwerken; g. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van recreatief medegebruik; h.
het aanbrengen van (bovengrondse) transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen, constructies, installaties en apparatuur, met uitzondering van het aanbrengen van leidingen ten behoeve van de aansluiting van percelen op het openbare voorzieningennet. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 77 18.5.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 18.5.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd; d. werken of werkzaamheden die in overeenstemming zijn met een op grond van de Erfgoedwet of de gemeentelijke erfgoedverordening verleende vergunning. 18.5.3 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 18.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 18.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
18.5.4 Advies Alvorens een omgevingsvergunning voor de werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 18.5.1 , sub a. tot en met e. te verlenen wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie en voor wat betreft de werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 18.5.1 sub c tevens bij het bevoegde waterschap. 18.5.5 Voorwaarden omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan aan de in artikel 18.5.1 genoemde omgevingsvergunning voorwaarden verbinden ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van het gebied met dien verstande dat: a. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 18.5.1 sub b voor het verwijderen van beplanting slechts wordt verleend onder de voorwaarde dat ter compensatie herplanting met gebiedseigen beplanting als opgenomen in het overzicht gebiedseigen beplanting (bijlage 4 van de bijlagen bij de regels) plaatsvindt, tenzij hier op grond van het advies van de Monumentencommissie als bedoeld in artikel 18.5.4 van kan worden afgezien; b.
een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 18.5.1 sub a voor het aanbrengen van nieuwe beplanting slechts wordt verleend onder de voorwaarde dat de beplanting plaatsvindt met gebiedseigen beplanting als opgenomen in het overzicht gebiedseigen beplanting (bijlage 4 van de bijlagen bij de regels), tenzij hier op grond van het advies van de Monumentencommissie als bedoeld in artikel 18.5.4 van kan worden afgezien; 18.5.6 Vergunningplicht werken en werkzaamheden onderliggende bestemming Voor de werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 18.5.1 waarvoor krachtens de onderliggende bestemmingen al een omgevingsvergunning is vereist, zijn artikel 18.5.2 tot en met artikel 18.5.5 van overeenkomstige toepassing. 18.6 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 18.6.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Noordeinde Molenweg' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de op de gronden aanwezige bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 78 18.6.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 18.6.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b.
werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. 18.6.3 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 18.6.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 18.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. Hiervan is uitsluitend sprake indien: a. het bouwwerken of delen van bouwwerken betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek dan wel cultuurhistorisch waardevol vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm dan wel de cultuurhistorische waarde plaatsvindt; b. de karakteristieke hoofdvorm dan wel de cultuurhistorische waarde van het bouwwerk in redelijkheid niet (langer) is te handhaven; c. de karakteristieke hoofdvorm dan wel de cultuurhistorische waarde van het bouwwerk niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijziging aan het bouwwerk kan worden hersteld.
18.6.4 Advies Alvorens een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 18.6.1 t e verlenen wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 79 Artikel 19 Waarde - Zuideinde Binnenpad 19.1 Bestemmingsomschrijving 19.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Zuideinde Binnenpad' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en versterking van de met de historische ontwikkeling samenhangende structuren en ruimtelijke kwaliteiten van het beschermd dorpsgezicht, als nader beschreven in artikel 19.1.2 met ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' de karakteristieke panden. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen in de diverse bestemmingen als bedoeld in ' Bedrijf' tot en met 'Waarde - Archeologie 2' zijn de desbetreffende regels voor zover niet strijdig met dit artikel van toepassing. 19.1.2 Waarden De waarden van het beschermd dorpsgezicht komen als volgt tot uitdrukking: 19.1.2.1 Algemene waarden Zuideinde Binnenpad a. Een patroon van grachten, opvaarten, paden en bruggen, met een variabele breedte van de Dorpsgracht en een variabele breedtemaat tussen de opvaarten. b.
Een open tweezijdig dicht bebouwd bebouwingslint langs de Dorpsgracht, met hier een daar doorzichten naar het omliggende gebied. De Dorpsgracht wordt eenzijdig begeleid door een pad. c. De meeste percelen langs de Dorpsgracht worden ontsloten via het water en zijn niet via de weg bereikbaar. De percelen ten westen van de Dorpsgracht zijn via het Binnenpad lopend of per fiets bereikbaar. d. De panden zijn georiënteerd op de Dorpsgracht en staan met hun voorgevel haaks op deze gracht. e. De Dorpsgracht vormt de groene ruggengraat van het dorp, waarbij de groene oevers aan de openbare zijde worden begeleid door inheemse boomsoorten. f. Er bevinden zich tussen de Bovenwijde en het bebouwingslint aan de oostzijde van de Dorpsgracht open ruimten. Deze open ruimten worden afgewisseld door percelen met riet en enkele percelen bos. g. Ten westen van de Dorpsgracht begint achter de bebouwing het open polderlandschap.