r_NL.IMRO.1708.GHNgiethoornTH-VA01_23042024
Tekst van het document
19.1.2.2 Specifieke waarden Zuideinde Binnenpad Bebouwing, erf- en tuininrichting Rooilijn en oriëntatie - Verspringingen in de voorgevelrooilijn van de hoofdbebouwing op de kavels ten opzichte van elkaar - Voorgevels van de hoofdbebouwing zijn georiënteerd op de Dorpsgracht - De kavels liggen haaks ten opzichte van de Dorpsgracht Bebouwingstypologie - Gieterse /Hallenhuis boerderijen, met voor- en achterhuis: boerderijtype met smal voorhuis en breder, driebeukig achterhuis. De overgang tussen het voor- het achterhuis wordt gekenmerkt door een vloeiende overgang, de zogenaamde kamelenrug. - Vrijstaand, veelal op huuspollen. Dit zijn verhoogde percelen tussen opvaarten. De opvaarten liggen haaks op de gracht en ontsluiten het perceel.
23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 80 Bouwhoogte en nokrichting voorhuis - Eén bouwlaag met kap - Duidelijk lager dan het achterhuis - Voor de kapvormen en de nokrichting wordt verwezen naar de in bijlage 6 van de bijlagen bij de regels opgenomen Kappenkaart Beschermd dorpsgezicht Giethoorn Bouwhoogte en nokrichting achterhuis - Eén bouwlaag met hoge kap - Duidelijk hoger dan voorhuis - Voor de kapvormen en de nokrichting wordt verwezen naar de in bijlage 6 van de bijlagen bij de regels opgenomen Kappenkaart Beschermd dorpsgezicht Giethoorn Aan- en uitbouwen - Zijn duidelijk architectonisch ondergeschikt ten opzichte van het hoofdgebouw - Zijn bescheiden van omvang Bijgebouwen - Zijn informeel gesitueerd, maar t.o.v. hoofdgebouw zo gesitueerd dat hoofdgebouw en bijgebouw een geheel vormen - Staan achter op de erven, in ieder geval achter het voorhuis - Hebben een kap - De nokrichting is evenwijdig aan die van het hoofdgebouw, tenzij er een andere nokrichting is aangegeven in de in bijlage 6 van de bijlagen bij de regels o pgenomen Kappenkaart Beschermd dorpsgezicht Giethoorn - Kleurstelling, zowel van gevels als dak, is donker (zwart, bruin, bruinrood) met bijv.
antracietkleurige keramische pannen of riet - Kenmerkend voor Giethoorn zijn verder de karakteristieke donker houten kapschuren, die (half) over de sloot zijn gebouwd - karakteristieke bakstenen bakhuisjes met pannendaken Botenhuizen - Hebben een lessenaars dak - Wanden in donkerbruin of zwart hout, dakbedekking donker van kleur Dakkapellen - Maximaal één, gesitueerd op het voordakvlak van het voorhuis - Bescheiden van omvang en uitstraling Materiaalgebruik voorhuis - Baksteen; topgevels eventueel in hout - Keramische pannen of rieten daken met nokvorsten of rietrollen - Geen daklijsten bij rieten kap, bij pannendak wel, uitgevoerd in hout - Kozijnen hout, draaiende of schuivende delen en details van hout Materiaalgebruik achterhuis - Gepotdekseld hout of bakstenen gevels - Rieten kap met antracietkleurige nokvorsten of rietrol - Geen daklijsten - Kozijnen: hout. Draaiende of schuivende delen in dezelfde kleurstelling als de rest van het kozijn Erf- en tuininrichting - Voor- en zijtuinen hebben weinig tot geen (half)verharding.
De (half)verharding is uitgevoerd in gedekte kleuren - Voortuinen die grenzen aan het pad langs de Dorpsgracht, worden van dit pad gescheiden door een lage haag (max 1 meter hoog), bestaande uit streekeigen beplanting - Voor- en zijtuinen die rechtstreeks grenzen aan water hebben geen erfafscheiding, het gazon loopt door tot de rand van het water/de oeverbeschoeiing. Langs de oevers van de Dorpsgracht mogen geen steigers, vlonders, trappen etc. worden aangebracht. De natuurlijke groene uitstraling moet behouden blijven 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 81 - Gebiedseigen beplantingen (zie tabellen in bijlage 4 van de bijlagen bij de regels ( Overzicht Gebiedseigen beplanting)) - Oeverbeschoeiingen dienen van donker hout te zijn Openbare Ruimte - De oevers hebben een natuurlijke groene uitstraling en zijn voorzien van begeleidende gebiedseigen beplanting (zie tabellen in bijlage 4 van de bijlagen bij de regels (Overzicht Gebiedseigen beplanting)) - In of aan de oevers van de Dorpsgracht mogen geen steigers, trappen en vlonders etc. worden aangebracht - Oeverbeschoeiingen zijn van donker hout - De Gieterse bruggen zijn qua breedte afgestemd op het voetgangersverkeer en hebben een loopvlak van maximaal 1 meter breed. De hoogte van de bruggen is afgestemd op de hooivaart.
De bruggen zijn uitgevoerd in hout en donker(bruin) van kleur. De leuningen op de brug zijn ook van hout en hebben een lichte kleurstelling - De vonders die de opvaarten overbruggen hebben een donker houten loopvlak en houten leuningen in een lichte kleurstelling en zijn uitneembaar 19.2 Bouwregels 19.2.1 Algemeen Op de voor 'Waarde - Zuideinde Binnenpad' aangewezen gronden gelden, alleen wanneer er bebouwing mogelijk is krachtens de onderliggende bestemming, in aanvulling op en/of in afwijking van de bouwregels van die onderliggende bestemming de volgende regels van artikel 19.2.2 tot en met artikel 19.2.5. Indien de onderliggende bestemming niet voorziet in de mogelijkheid van het bouwen van gebouwen en/of bijgebouwen zijn onderstaande bouwregels voor deze bouwwerken niet van toepassing. 19.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. het aantal woningen per bouwvlak bedraagt niet minder dan het bestaande aantal; b. ter plaatse van de figuur 'gevellijn 'wordt de voorgevel van het hoofdgebouw of de bedrijfswoning in de met deze figuur aangegeven gevellijn gebouwd; c.
voor zover in een bestemmingsvlak voor een bedrijfswoning met de figuur gevellijn een gevellijn is aangegeven maar in dat vlak geen gevellijn is aangegeven voor het hoofdgebouw, wordt de voorgevel van het hoofdgebouw evenwijdig aan de aangeduide gevellijn van de (toegestane) bedrijfswoning geplaatst; d. voor zover weergegeven op de bij deze regels horende in bijlage 6 van de bijlagen bij de regels op genomen Kappenkaart Beschermd dorpsgezicht Giethoorn worden gebouwen gebouwd met een kap waarvan de nokrichting en vorm in overeenstemming is met op die kappenkaart aangeduide vorm en nokrichting. Ter plaatse van de op de kappenkaart aangegeven aanduiding kamelenrug' dient de kamelenrug als kapvorm te worden gehandhaafd; e. voor zover gebouwen niet zijn weergegeven op de onder d. bedoelde kappenkaart worden gebouwen gebouwd met een kap van minimaal 30° en maximaal 60°; f. gebouwen worden gebouwd met materialen en in kleurstellingen zoals aangegeven in artikel 19.1.2; g. voor de goot- en nokhoogtes van gebouwen gelden de volgende regels: 1. de goothoogte en nokhoogte van een bedrijfswoning en een gebouw als bedoeld in artikel 4.2.3 bedragen respectievelijk maximaal 3,50 en 7,50 meter; 2. de goothoogte van een woning bedraagt maximaal 3,50 meter; 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 82 3.
de goot- en nokhoogte van een gebouw niet zijnde een (bedrijfs)woning, een recreatiewoning bedragen respectievelijk maximaal 3,50 en 10,00 meter, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' en de aanduiding 'maximale bouwhoogte' de aangeduide maximale goot- en/of bouwhoogte geldt; h. de inhoud van een woning of een bedrijfswoning bedraagt niet meer dan: Inhoud bestaande (bedrijfs)woning Maximaal toegestane inhoud (bedrijfs)woning woning tot 400 m³ Maximaal 400 m³ Woning van 400 m³ - 600 m³ Maximaal 600 m³ Woning van meer dan 600 m³ De bestaande inhoud i. voor de bouw van erkers gelden de volgende regels: 1. ter plaatse van de bestemming 'Tuin' is de bouw van een erker niet toegestaan; 2. overschrijding van de grenzen van het bouwvlak is niet toegestaan; j. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' mag het hoofdgebouw ten opzichte van de bestaande situatie qua situering, oppervlakte, bouwvolume en maatvoering niet worden gewijzigd. 19.2.3 Bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels: a. de oppervlakte aan bijgebouwen bij een hoofdgebouw op een bouwperceel bedraagt maximaal 50 m²; b. de oppervlakte aan bijgebouwen bij een bedrijfswoning op een bouwperceel bedraagt binnen de aanduiding 'bouwvlak' maximaal 50 m²; c.
bijgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd achter de achtergevel en de denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan van het hoofdgebouw of de bedrijfswoning, uitgezonderd bestaande bijgebouwen. Een bestaand bijgebouw mag op dezelfde locatie worden vervangen door een nieuw bijgebouw; d. bijgebouwen worden gebouwd met worden gebouwd met materialen en in kleurstellingen zoals aangegeven in artikel 19.1.2; e. de goothoogte van een bijgebouw bedraagt maximaal 3,00 meter; f. bijgebouwen worden gebouwd met een kap met een dakhelling van minimaal 30°; g. de nokrichting van een bijgebouw is gelijk/evenwijdig aan de nokrichting van het hoofdgebouw of de bedrijfswoning. Voor zover weergegeven op de bij deze regels horende in bijlage 6 van de bijlagen bij de regels opgenomen Kappenkaart Beschermd dorpsgezicht Giethoorn worden bijgebouwen gebouwd met een kap waarvan de nokrichting en vorm in overeenstemming is met op die kappenkaart aangeduide vorm en nokrichting. 19.2.4 Botenhuizen Voor de bouw van botenhuizen gelden de volgende regels: a. botenhuizen mogen uitsluitend worden gebouwd achter de achtergevel en de denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan van het hoofdgebouw; b. botenhuizen worden gebouwd met materialen en in kleurstellingen zoals aangegeven in artikel 19.1.2; c. de oppervlakte van een botenhuis bedraagt maximaal 20 m²; d.
een botenhuis wordt gebouwd met een lessenaarskap; e. de goothoogte van een botenhuis bedraagt maximaal 1,50 meter; f. de nokhoogte van een botenhuis bedraagt maximaal 3,00 meter; 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 83 g. deze regels sub a., c., d., e. en f. gelden niet voor botenhuizen als bedoeld in artikel 9.2.3 sub d. 19.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor de bouw van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd achter de achtergevel en de denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan van het hoofdgebouw of de bedrijfswoning worden gebouwd; b. de oppervlakte van een overkapping bedraagt maximaal 15 m²; c. per bouwperceel is maximaal één overkapping en één vlaggenmast toegestaan; d. op voorerven van bouwpercelen langs de Dorpsgracht en aan oevers met de bestemming 'Groen' langs de Dorpsgracht mogen geen steigers, trappen en trapconstructies of vlonders worden gebouwd; e. luifels en balkons aan of bij gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; f. het loopvlak van bruggen is maximaal 1,00 meter breed.
19.2.6 Advies Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen voor een bouwwerk als bedoeld in artikel 19.2.2 tot en met artikel 19.2.5 wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie. 19.3 Nadere eisen 19.3.1 Onderwerpen Burgemeester en wethouders kunnen, met toepassing van de procedure als bedoeld in artikel 26.1 , ten behoeve van de instandhouding van de cultuurhistorische waarden zoals beschreven in artikel 19.1, nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering en omvang (lengte-/breedteverhouding) van bouwwerken; b. de nokrichting van de kappen van gebouwen; c. de afmetingen en indeling van gevelopeningen; d. het materiaalgebruik voor gevels en dakbedekking; e. het verhardingsmateriaal van wegen, paden, parkeerterreinen en terrassen; f. de doorvaarthoogte van bruggen. 19.3.2 Toepassingscriteria De nadere eisen mogen worden gesteld voor zover deze noodzakelijk zijn ter waarborging van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden en het behoud van voldoende doorvaartmogelijkheden. Alvorens overgaan tot het stellen van nadere eisen als bedoeld in artikel 19.3.1 s ub a. tot en met f. wordt door burgemeester en wethouders advies ingewonnen bij de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie.
19.4 Afwijken van de bouwregels 19.4.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van bouwen bouwwerken Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 19.2 ten behoeve van het bouwen van bouwwerken overeenkomstig de onderliggende bestemming(en), waaronder begrepen de in die bestemming(en) ter plaatse van de aanduiding beschermd dorpsgezicht buiten toepassing verklaarde bouwregels en afwijkingsmogelijkheden voor de bouw van bouwwerken, met dien verstande dat : 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 84 a. het bevoegd gezag vooraf advies heeft ingewonnen bij de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie; b. de afwijking niet leidt tot een wezenlijke verandering of onevenredige aantasting van de aanwezige cultuurhistorische waarden en kwaliteiten; c. het vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; d. voldaan wordt aan de in artikel 19.4.2 genoemde afwijkingsvoorwaarden. 19.4.2 Afwijkingsvoorwaarden Voor de het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 19.4.1 gelden de volgende afwijkingsvoorwaarden: a. een omgevingsvergunning voor het plat afdekken van gebouwen kan uitsluitend worden verleend voor het plat afdekken van aangebouwde bijgebouwen over een oppervlakte van maximaal 25 m²; b.
een omgevingsvergunning kan niet worden verleend voor de bouw van botenhuizen in of langs de Dorpsgracht; c. een omgevingsvergunning voor het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak ten behoeve van de uitbreiding van een al gebouwde (bedrijfs)woning kan uitsluitend worden verleend indien: 1. de woning na uitbreiding blijft voldoen aan de voor deze woning krachtens de artikel 19.2.2, onderdeel g geldende maximale inhoudsmaat; 2. de karakteristieke hoofdvorm van de oorspronkelijke woning behouden blijft; 3. een goede stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing is gewaarborgd; d. een omgevingsvergunning voor de bouw van een brug kan uitsluitend worden verleend voor een brug met een loopvlak van 1,20 meter breed. 19.4.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van samenvoegen van woningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 19.2.2 sub a, ten behoeve van het samenvoegen van woningen als bedoeld in en onder dezelfde voorwaarden als in artikel 14.6.6.
19.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 19.5.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Zuideinde Binnenpad' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: a. het ophogen, egaliseren, ontginnen of afgraven van gronden; b. het planten, vellen, rooien of verwijderen van bomen, groenstructuren, hagen of andere karakteristieke beplanting dan wel het verrichten van werkzaamheden die ernstige beschadiging of de dood of verdwijning van deze beplanting tot gevolg kunnen hebben ; c. het dempen, graven, vergraven of verleggen van oevers, sloten, grachten, poelen, watergangen en overige waterpartijen; d. het aanbrengen of verwijderen van walbeschoeiingen, geen bouwwerken, geen gebouw zijnde en aanbrengen van aanleggelegenheden; e. het aanleggen, verbreden, verharden of verwijderen van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen of verwijderen van andere oppervlakteverhardingen voor zover het een oppervlakte van meer dan 20 m² betreft; f. het wijzigen van kleur- en/of materiaalgebruik van bouwwerken; g.
het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van recreatief medegebruik; 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 85 h. het aanbrengen van (bovengrondse) transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen, constructies, installaties en apparatuur, met uitzondering van het aanbrengen van leidingen ten behoeve van de aansluiting van percelen op het openbare voorzieningennet. 19.5.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 19.5.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd; d. werken of werkzaamheden die in overeenstemming zijn met een op grond van de Erfgoedwet of de gemeentelijke erfgoedverordening verleende vergunning.
19.5.3 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 19.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 19.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. 19.5.4 Advies Alvorens een omgevingsvergunning voor de werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 19.5.1 , sub a. tot en met e. te verlenen wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie en voor wat betreft de werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 19.5.1 sub c tevens bij het bevoegde waterschap. 19.5.5 Voorwaarden omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan aan de in artikel 19.5.1 genoemde omgevingsvergunning voorwaarden verbinden ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van het gebied met dien verstande dat: a.
een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 19.5.1 sub b voor het verwijderen van beplanting slechts wordt verleend onder de voorwaarde dat ter compensatie herplanting met gebiedseigen beplanting als opgenomen in het overzicht gebiedseigen beplanting (bijlage 4 van de bijlagen bij de regels) plaatsvindt, tenzij hier op grond van het advies van de Monumentencommissie als bedoeld in artikel 19.5.4 van kan worden afgezien; b. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 19.5.1 sub b voor het aanbrengen van nieuwe beplanting slechts wordt verleend onder de voorwaarde dat de beplanting plaatsvindt met gebiedseigen beplanting als opgenomen in het overzicht gebiedseigen beplanting (bijlage 4 van de bijlagen bij de regels), tenzij hier op grond van het advies van de Monumentencommissie als bedoeld in artikel 19.5.4 van kan worden afgezien; 19.5.6 Vergunningplicht werken en werkzaamheden onderliggende bestemming Voor de werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 19.5.1 waarvoor krachtens de onderliggende bestemmingen al een omgevingsvergunning is vereist, zijn artikel 19.5.2 tot en met artikel 19.5.5 van overeenkomstige toepassing.
23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 86 19.6 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 19.6.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Zuideinde Binnenpad' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de op de gronden aanwezige bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen. 19.6.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 19.6.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. 19.6.3 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 19.6.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 19.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. Hiervan is uitsluitend sprake indien: a.
het bouwwerken of delen van bouwwerken betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek dan wel cultuurhistorisch waardevol vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm dan wel de cultuurhistorische waarde plaatsvindt; b. de karakteristieke hoofdvorm dan wel de cultuurhistorische waarde van het bouwwerk in redelijkheid niet (langer) is te handhaven; c. de karakteristieke hoofdvorm dan wel de cultuurhistorische waarde van het bouwwerk niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijziging aan het bouwwerk kan worden hersteld. 19.6.4 Advies Alvorens een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 19.6.1 t e verlenen wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie.
23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 87 Artikel 20 Waarde - Zuideinde Zuiderpad 20.1 Bestemmingsomschrijving 20.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Zuideinde Zuiderpad' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en versterking van de met de historische ontwikkeling samenhangende structuren en ruimtelijke kwaliteiten van het beschermd dorpsgezicht, als nader beschreven in artikel 20.1.2 met ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' de karakteristieke panden. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen in de diverse bestemmingen als bedoeld in ' Bedrijf' tot en met 'Waarde - Archeologie 2' zijn de desbetreffende regels voor zover niet strijdig met dit artikel van toepassing. 20.1.2 Waarden De waarden van het beschermd dorpsgezicht komen als volgt tot uitdrukking 20.1.2.1 Algemene waarden Zuideinde Zuiderpad a. Een patroon van grachten, sloten, paden en bruggen, met een variabele breedte van de Dorpsgracht. b. De Dorpsgracht vormt de groene ruggengraat van het dorp, waarbij de groene oevers aan de openbare zijde worden begeleid door inheemse boomsoorten. c. De verkavelingsstructuur wordt gekenmerkt door lange, diepe kavels die met de smalle zijde grenzen aan de Dorpsgracht en onderling gescheiden door opvaarten ("huuspollen"). d.
Een open tweezijdig bebouwingslint langs de Dorpsgracht, waardoor er doorzichten naar het omliggende gebied ontstaan. De bebouwing is haaks op de Dorpsgracht georiënteerd. e. De Frensensteeg en de Peterssteeg takken haaks op de gracht aan, de Frensensteeg buigt aan de oostzijde om in een weg achter de kavels langs, parallel aan de gracht. f. Een aantal percelen is niet per weg ontsloten. 20.1.2.2 Specifieke waarden Zuideinde Zuiderpad Bebouwing, erf- en tuininrichting Rooilijn en oriëntatie - Verspringingen in de voorgevelrooilijn van de hoofdbebouwing op de kavels ten opzichte van elkaar - Voorgevels van de hoofdbebouwing zijn georiënteerd op de Dorpsgracht - De kavels liggen haaks ten opzichte van de Dorpsgracht Bebouwingstypologie - Gieterse /Hallenhuis boerderijen, met voor- en achterhuis: boerderijtype met smal voorhuis en breder, driebeukig achterhuis. De overgang tussen het voor- het achterhuis wordt gekenmerkt door een vloeiende overgang, de zogenaamde kamelenrug. - Vrijstaand, veelal op huuspollen. Dit zijn verhoogde percelen tussen opvaarten. De opvaarten liggen haaks op de gracht en ontsluiten het perceel.
Bouwhoogte en nokrichting voorhuis - Eén bouwlaag met kap - Duidelijk lager dan het achterhuis - Voor de kapvormen en de nokrichting wordt verwezen naar de in bijlage 6 van de bijlagen bij de regels opgenomen Kappenkaart Beschermd dorpsgezicht Giethoorn 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 88 Bouwhoogte en nokrichting achterhuis - Eén bouwlaag met hoge kap - Duidelijk hoger dan voorhuis - Voor de kapvormen en de nokrichting wordt verwezen naar de in bijlage 6 van de bijlagen bij de regels opgenomen Kappenkaart Beschermd dorpsgezicht Giethoorn Aan- en uitbouwen - Zijn duidelijk architectonisch ondergeschikt ten opzichte van het hoofdgebouw - Zijn bescheiden van omvang Bijgebouwen - Zijn informeel gesitueerd, maar t.o.v. hoofdgebouw zo gesitueerd dat hoofdgebouw en bijgebouw een geheel vormen - Staan achter op de erven, in ieder geval achter het voorhuis - Hebben een kap - De nokrichting is evenwijdig aan die van het hoofdgebouw, tenzij er een andere nokrichting is aangegeven in de in bijlage 6 van de bijlagen bij de regels o pgenomen Kappenkaart Beschermd dorpsgezicht Giethoorn - Kleurstelling, zowel van gevels als dak, is donker (zwart, bruin, bruinrood) met bijv.
antracietkleurige keramische pannen of riet - Kenmerkend voor Giethoorn zijn verder de karakteristieke donker houten kapschuren, die (half) over de sloot zijn gebouwd - Karakteristieke bakstenen bakhuisjes met pannendaken Botenhuizen - Hebben een lessenaars dak - Wanden in donkerbruin of zwart hout, dakbedekking donker van kleur Dakkapellen - Maximaal één, gesitueerd op het voordakvlak van het voorhuis - Bescheiden van omvang en uitstraling Materiaalgebruik voorhuis - Baksteen; topgevels eventueel in hout - Keramische pannen of rieten daken met nokvorsten of rietrollen - Geen daklijsten bij rieten kap, bij pannendak wel, uitgevoerd in hout - Kozijnen hout, draaiende of schuivende delen en details van hout Materiaalgebruik achterhuis - Gepotdekseld hout of bakstenen gevels - Rieten kap met antracietkleurige nokvorsten of rietrol - Geen daklijsten - Kozijnen: hout. Draaiende of schuivende delen in dezelfde kleurstelling als de rest van het kozijn Erf- en tuininrichting - Voor- en zijtuinen hebben weinig tot geen (half)verharding.
De (half)verharding is uitgevoerd in gedekte kleuren - Voortuinen die grenzen aan het pad langs de Dorpsgracht, worden van dit pad gescheiden door een lage haag (max 1 meter hoog), bestaande uit streekeigen beplanting - Voor- en zijtuinen die rechtstreeks grenzen aan water hebben geen erfafscheiding, het gazon loopt door tot de rand van het water/de oeverbeschoeiing. Langs de oevers van de Dorpsgracht mogen geen steigers, vlonders, trappen etc. worden aangebracht. De natuurlijke groene uitstraling moet behouden blijven - Gebiedseigen beplantingen (zie tabellen in bijlage 4 van de bijlagen bij de regels ( Overzicht Gebiedseigen beplanting)) - Oeverbeschoeiingen dienen van donker hout te zijn Openbare Ruimte - De oevers hebben een natuurlijke groene uitstraling en zijn voorzien van begeleidende gebiedseigen beplanting (zie tabellen in bijlage 4 van 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 89 de bijlagen bij de regels (Overzicht Gebiedseigen beplanting)) - In of aan de oevers van de Dorpsgracht mogen geen steigers, trappen en vlonders etc. worden aangebracht - Oeverbeschoeiingen zijn van donker hout - De Gieterse bruggen zijn qua breedte afgestemd op het voetgangersverkeer en hebben een loopvlak van maximaal 1 meter breed. De hoogte van de bruggen is afgestemd op de hooivaart.
De bruggen zijn uitgevoerd in hout en donker(bruin) van kleur. De leuningen op de brug zijn ook van hout en hebben een lichte kleurstelling - De vonders die de opvaarten overbruggen hebben een donker houten loopvlak en houten leuningen in een lichte kleurstelling en zijn uitneembaar. 20.2 Bouwregels 20.2.1 Algemeen Op de voor 'Waarde - Zuideinde Zuiderpad' aangewezen gronden gelden, alleen wanneer er bebouwing mogelijk is krachtens de onderliggende bestemming, in aanvulling op en/of in afwijking van de bouwregels van die onderliggende bestemming de volgende regels van artikel 20.2.2 tot en met artikel 20.2.5. Indien de onderliggende bestemming niet voorziet in de mogelijkheid van het bouwen van gebouwen en/of bijgebouwen zijn onderstaande bouwregels voor deze bouwwerken niet van toepassing. 20.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. het aantal woningen per bouwvlak bedraagt niet minder dan het bestaande aantal; b. ter plaatse van de figuur 'gevellijn 'wordt de voorgevel van het hoofdgebouw of de bedrijfswoning in de met deze figuur aangegeven gevellijn gebouwd; c.
voor zover in een bestemmingsvlak voor een bedrijfswoning met de figuur gevellijn een gevellijn is aangegeven maar in dat vlak geen gevellijn is aangegeven voor het hoofdgebouw, wordt de voorgevel van het hoofdgebouw evenwijdig aan de aangeduide gevellijn van de (toegestane) bedrijfswoning geplaatst; d. voor zover weergegeven op de bij deze regels horende in bijlage 6 van de bijlagen bij de regels op genomen Kappenkaart Beschermd dorpsgezicht Giethoorn worden gebouwen gebouwd met een kap waarvan de nokrichting en vorm in overeenstemming is met op die kappenkaart aangeduide vorm en nokrichting. Ter plaatse van de op de kappenkaart aangegeven aanduiding 'kamelenrug' dient de kamelenrug als kapvorm te worden gehandhaafd; e. voor zover gebouwen niet zijn weergegeven op de onder d. bedoelde kappenkaart worden gebouwen gebouwd met een kap van minimaal 30° en maximaal 60°; f. gebouwen worden gebouwd met materialen en in kleurstellingen zoals aangegeven in artikel 20.1.2; g. voor de goot- en nokhoogtes van gebouwen gelden de volgende regels: 1. de goothoogte en nokhoogte van een bedrijfswoning en een gebouw als bedoeld in artikel 4.2.3 bedragen respectievelijk maximaal 3,50 en 7,50 meter; 2. de goothoogte van een woning bedraagt maximaal 3,50 meter; 3.
de goot- en nokhoogte van een gebouw niet zijnde een (bedrijfs)woning of een recreatiewoning bedragen respectievelijk maximaal 3,50 en 10,00 meter, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' en de aanduiding 'maximale bouwhoogte' de aangeduide maximale goot- en/of bouwhoogte geldt; h. de inhoud van een woning of een bedrijfswoning bedraagt niet meer dan: 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 90 Inhoud bestaande (bedrijfs)woning Maximaal toegestane inhoud (bedrijfs)woning woning tot 400 m³ Maximaal 400 m³ Woning van 400 m³ - 600 m³ Maximaal 600 m³ Woning van meer dan 600 m³ De bestaande inhoud i. voor de bouw van erkers gelden de volgende regels: 1. ter plaatse van de bestemming 'Tuin' is de bouw van een erker niet toegestaan; 2. overschrijding van de grenzen van het bouwvlak is niet toegestaan; j. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' mag het hoofdgebouw ten opzichte van de bestaande situatie qua situering, oppervlakte, bouwvolume en maatvoering niet worden gewijzigd. 20.2.3 Bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels: a. de oppervlakte aan bijgebouwen bij een hoofdgebouw op een bouwperceel bedraagt maximaal 50 m²; b. de oppervlakte aan bijgebouwen bij een bedrijfswoning op een bouwperceel bedraagt binnen de aanduiding 'bouwvlak' maximaal 50 m²; c.
bijgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd achter de achtergevel en de denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan van het hoofdgebouw of de bedrijfswoning, uitgezonderd bestaande bijgebouwen. Een bestaand bijgebouw mag op dezelfde locatie worden vervangen door een nieuw bijgebouw; d. bijgebouwen worden gebouwd met materialen en in kleurstellingen zoals aangegeven in artikel 20.1.2; e. de goothoogte van een bijgebouw bedraagt maximaal 3,00 meter; f. bijgebouwen worden gebouwd met een kap met een dakhelling van minimaal 30°; g. de nokrichting van een bijgebouw is gelijk/evenwijdig aan de nokrichting van het hoofdgebouw of de bedrijfswoning. Voor zover weergegeven op de bij deze regels horende in bijlage 6 van de bijlagen bij de regels opgenomen Kappenkaart Beschermd dorpsgezicht Giethoorn worden bijgebouwen gebouwd met een kap waarvan de nokrichting en vorm in overeenstemming is met op die kappenkaart aangeduide vorm en nokrichting. 20.2.4 Botenhuizen Voor de bouw van botenhuizen gelden de volgende regels: a. botenhuizen mogen uitsluitend worden gebouwd achter de achtergevel en de denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan van het hoofdgebouw; b. botenhuizen worden gebouwd met materialen en in kleurstellingen zoals aangegeven in artikel 20.1.2; c. de oppervlakte van een botenhuis bedraagt maximaal 20 m²; d. een botenhuis wordt gebouwd met een lessenaarskap; e.
de goothoogte van een botenhuis bedraagt maximaal 1,50 meter; f. de nokhoogte van een botenhuis bedraagt maximaal 3,00 meter; g. deze regels sub a., c., d., e. en f. gelden niet voor botenhuizen als bedoeld in artikel 9.2.3 sub d. 20.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor de bouw van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 91 a. overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd achter de achtergevel en de denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan van het hoofdgebouw of de bedrijfswoning worden gebouwd; b. de oppervlakte van een overkapping bedraagt maximaal 15 m²; c. per bouwperceel is maximaal één overkapping en één vlaggenmast toegestaan; d. op voorerven van bouwpercelen langs de Dorpsgracht en aan oevers met de bestemming 'Groen' langs de Dorpsgracht mogen geen steigers, trappen en trapconstructies of vlonders worden gebouwd; e. luifels en balkons aan of bij gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; f. het loopvlak van bruggen is maximaal 1,00 meter breed. 20.2.6 Advies Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen voor een bouwwerk als bedoeld in artikel 20.2.2 tot en met artikel 20.2.5 wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie.
20.3 Nadere eisen 20.3.1 Onderwerpen Burgemeester en wethouders kunnen, met toepassing van de procedure als bedoeld in artikel 26.1 , ten behoeve van de instandhouding van de cultuurhistorische waarden zoals beschreven in artikel 20.1, nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering en omvang (lengte-/breedteverhouding) van bouwwerken; b. de nokrichting van de kappen van gebouwen; c. de afmetingen en indeling van gevelopeningen; d. het materiaalgebruik voor gevels en dakbedekking; e. het verhardingsmateriaal van wegen, paden, parkeerterreinen en terrassen; f. de doorvaarthoogte van bruggen. 20.3.2 Toepassingscriteria De nadere eisen mogen worden gesteld voor zover deze noodzakelijk zijn ter waarborging van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden en het behoud van voldoende doorvaartmogelijkheden. Alvorens overgaan tot het stellen van nadere eisen als bedoeld in artikel 20.3.1 s ub a. tot en met f. wordt door burgemeester en wethouders advies ingewonnen bij de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie.
20.4 Afwijken van de bouwregels 20.4.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van bouwen bouwwerken Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 20.2 ten behoeve van het bouwen van bouwwerken overeenkomstig de onderliggende bestemming(en), waaronder begrepen de in die bestemming(en) ter plaatse van de aanduiding beschermd dorpsgezicht buiten toepassing verklaarde bouwregels en afwijkingsmogelijkheden voor de bouw van bouwwerken, met dien verstande dat : a. het bevoegd gezag vooraf advies heeft ingewonnen bij de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie; b. de afwijking niet leidt tot een wezenlijke verandering of onevenredige aantasting van de aanwezige cultuurhistorische waarden en kwaliteiten; c. het vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; d. voldaan wordt aan de in artikel 20.4.2 genoemde afwijkingsvoorwaarden. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 92 20.4.2 Afwijkingsvoorwaarden Voor de het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 20.4.1 gelden de volgende afwijkingsvoorwaarden: a. een omgevingsvergunning voor het plat afdekken van gebouwen kan uitsluitend worden verleend voor het plat afdekken van aangebouwde bijgebouwen over een oppervlakte van maximaal 25 m²; b.
een omgevingsvergunning kan niet worden verleend voor de bouw van botenhuizen in of langs de Dorpsgracht; c. een omgevingsvergunning voor het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak ten behoeve van de uitbreiding van een al gebouwde (bedrijfs)woning kan uitsluitend worden verleend indien: 1. de woning na uitbreiding blijft voldoen aan de voor deze woning krachtens de artikel 20.2.2, onderdeel g geldende maximale inhoudsmaat; 2. de karakteristieke hoofdvorm van de oorspronkelijke woning behouden blijft; 3. een goede stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing is gewaarborgd; d. een omgevingsvergunning voor de bouw van een brug kan uitsluitend worden verleend voor een brug met een loopvlak van 1,20 meter breed. 20.4.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van samenvoegen van woningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 20.2.2 sub a, ten behoeve van het samenvoegen van woningen als bedoeld in en onder dezelfde voorwaarden als in artikel 14.6.6.
20.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.5.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Zuideinde Zuiderpad' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: a. het ophogen, egaliseren, ontginnen of afgraven van gronden; b. het planten, vellen, rooien of verwijderen van bomen, groenstructuren, hagen of andere karakteristieke beplanting dan wel het verrichten van werkzaamheden die ernstige beschadiging of de dood of verdwijning van deze beplanting tot gevolg kunnen hebben ; c. het dempen, graven, vergraven of verleggen van oevers, sloten, grachten, poelen, watergangen en overige waterpartijen; d. het aanbrengen of verwijderen van walbeschoeiingen, geen bouwwerken, geen gebouw zijnde en aanbrengen van aanleggelegenheden; e. het aanleggen, verbreden, verharden of verwijderen van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen of verwijderen van andere oppervlakteverhardingen voor zover het een oppervlakte van meer dan 20 m² betreft; f. het wijzigen van kleur- en/of materiaalgebruik van bouwwerken; g. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van recreatief medegebruik; h.
het aanbrengen van (bovengrondse) transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen, constructies, installaties en apparatuur, met uitzondering van het aanbrengen van leidingen ten behoeve van de aansluiting van percelen op het openbare voorzieningennet. 20.5.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 20.5.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 93 b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd; d. werken of werkzaamheden die in overeenstemming zijn met een op grond van de Erfgoedwet of de gemeentelijke erfgoedverordening verleende vergunning. 20.5.3 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 20.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 20.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
20.5.4 Advies Alvorens een omgevingsvergunning voor de werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 20.5.1, sub a. tot en met e. te verlenen wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie en voor wat betreft de werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 20.5.1 sub c tevens bij het bevoegde waterschapsgezag. 20.5.5 Voorwaarden omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan aan de in artikel 20.5.1 genoemde omgevingsvergunning voorwaarden verbinden ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van het gebied met dien verstande dat: a. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 20.5.1 sub b voor het verwijderen van beplanting slechts wordt verleend onder de voorwaarde dat ter compensatie herplanting met gebiedseigen beplanting als opgenomen in het overzicht gebiedseigen beplanting (bijlage 4 van de bijlagen bij de regels) plaatsvindt, tenzij hier op grond van het advies van de Monumentencommissie als bedoeld in artikel 20.5.4 van kan worden afgezien; b.
een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 20.5.1 sub b voor het aanbrengen van nieuwe beplanting slechts wordt verleend onder de voorwaarde dat de beplanting plaatsvindt met gebiedseigen beplanting als opgenomen in het overzicht gebiedseigen beplanting (bijlage 4 van de bijlagen bij de regels), tenzij hier op grond van het advies van de Monumentencommissie als bedoeld in artikel 20.5.4 van kan worden afgezien; 20.5.6 Vergunningplicht werken en werkzaamheden onderliggende bestemming Voor de werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 20.5.1 waarvoor krachtens de onderliggende bestemmingen al een omgevingsvergunning is vereist, zijn artikel 20.5.2 tot en met artikel 20.5.5 van overeenkomstige toepassing. 20.6 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 20.6.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Zuideinde Zuiderpad' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de op de gronden aanwezige bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen. 20.6.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 20.6.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 94 b.
werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. 20.6.3 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 20.6.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 20.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. Hiervan is uitsluitend sprake indien: a. het bouwwerken of delen van bouwwerken betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek dan wel cultuurhistorisch waardevol vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm dan wel de cultuurhistorische waarde plaatsvindt; b. de karakteristieke hoofdvorm dan wel de cultuurhistorische waarde van het bouwwerk in redelijkheid niet (langer) is te handhaven; c. de karakteristieke hoofdvorm dan wel de cultuurhistorische waarde van het bouwwerk niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijziging aan het bouwwerk kan worden hersteld.
20.6.4 Advies Alvorens een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 20.6.1 t e verlenen wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 95 3. Algemene regels Artikel 21 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 96 Artikel 22 Algemene bouwregels 22.1 Parkeren a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of uitbreiden van gebouwen wordt, met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen en (gebieds)aanduidingen, slechts verleend indien bij de aanvraag is aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor bewoners/gebruikers en - indien van toepassing - voor werknemers en bezoekers. Deze parkeergelegenheid moet zijn aangebracht in, op of onder het gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het gebouw behoort.
Het voorzien in voldoende parkeergelegenheid betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn vastgelegd in de 'Notitie parkeernormen 2015 gemeente Steenwijkerland' (bijlage 5 van de bijlagen bij de regels). Indien deze beleidsregels na vaststelling van het bestemmingsplan worden gewijzigd, moet worden voldaan aan de(parkeer) normen van deze gewijzigde beleidsregels. b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid a indien: 1. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; 2. op andere wijze in de nodige parkeer-of stallingsruimte wordt voorzien. Realisatie van parkeerplaatsen op de voor de voor 'Natuur' aangewezen gronden is daarbij uitgesloten; c. Indien de gronden zijn aangeduid met de aanduiding 'overige zone - uitzondering parkeernormering' is het bepaalde in lid a niet van toepassing. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 97 Artikel 23 Algemene gebruiksregels 23.1 Algemeen gebruiksverbod Het is verboden de gronden en bouwwerken in dit bestemmingsplan te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en).
23.2 Strijdig gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; b. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; c. straatprostitutie; d. het gebruik van de gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- en/of vliegtuigen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten gebruik; e. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten gebruik. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 98 Artikel 24 Algemene aanduidingsregels 24.1 'overige zone - beschermd dorpsgezicht Giethoorn' Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beschermd dorpsgezicht Giethoorn' zijn de gronden mede bedoeld voor behoud, herstel en ontwikkeling van het beschermd dorpsgezicht, zoals dit nader tot uitdrukking komt in 'Waarde - Noordeinde Molenweg' tot en met 'Waarde - Zuideinde Zuiderpad', conform het Aanwijzingsbesluit beschermd dorpsgezicht Giethoorn (bijlage 3 van de bijlagen bij de regels).
24.2 'overige zone - cultuurhistorie Beulakerweg' Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorie Beulakerweg' zijn de gronden mede bedoeld voor behoud, herstel en ontwikkeling van ter plaatse bestaande cultuurhistorische en oudheidkundig waardevolle elementen (monumenten en karakteristieke bebouwing), patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen, het stedenbouwkundig beeld) en gebieden, zoals dit nader tot uitdrukking komt in 'Waarde - Cultuurhistorie Beulakerweg'. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 99 Artikel 25 Algemene afwijkingsregels 25.1 Meetverschillen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de aangeduide bouwgrenzen indien een meetverschil of onnauwkeurigheid ten opzichte van de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft, mits de afwijking maximaal 3,00 meter bedraagt.
25.2 Kleine bouwwerken van openbaar nut Het bevoegd gezag kan, behoudens op de voor de voor 'Natuur' aangewezen gronden en met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen en (gebieds)aanduidingen, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de bouw- en/of gebruiksregels voor het bouwen van kleine, niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, pinautomaten, afval- en glascontainers en dergelijke, met dien verstande dat: a. de oppervlakte maximaal 15 m² mag bedragen; b. de goothoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen; c. de bouwhoogte maximaal 6,00 meter mag bedragen. 25.3 Omgevingsvergunning evenementen Het bevoegd gezag kan, behoudens op de voor de voor 'Natuur' aangewezen gronden en met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen en (gebieds)aanduidingen, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de regels van het plan ten aanzien van het toestaan van evenementen die met een zekere regelmaat plaatsvinden en een planologische relevantie hebben vanwege de duur van de activiteit, waaronder het opbouwen en afbreken en/of vanwege de omvang van de activiteit, waaronder het aantal deelnemers/toeschouwers, mits: a. de evenementen zijn toegestaan overeenkomstig de bepalingen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV); b.
het evenement maximaal 15 dagen duurt, inclusief het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement; c. een locatie niet meer dan 3 maal per jaar voor een evenement wordt gebruikt; d. er geen horeca ter plaatse plaatsvindt, anders dan inherent aan het toegestane evenement; e. er geen detailhandel ter plaatse plaatsvindt, anders dan ondergeschikt en inherent aan het toegestane evenement, deze beperking geldt niet voor vlooien- en/of rommelmarkten; f. in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien; g. aan de van toepassing zijnde milieuwet- en regelgeving wordt voldaan; h. het evenement niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap en de aanwezige natuurlijke en met de stiltegebieden samenhangende waarden niet worden geschaad; i. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan; j. de verkeershinder beperkt blijft dan wel voorzien wordt in alternatieve routes; k. belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.
25.4 Masten ten behoeve van telecommunicatie en alarmering Het bevoegd gezag kan, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beschermd dorpsgezicht Giethoorn', behoudens op de voor de voor 'Natuur' en 'Agrarisch' aangewezen gronden en met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen en (gebieds)aanduidingen, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de regels van het plan ten aanzien van het plaatsen van masten ten behoeve van telecommunicatie en alarmering, die niet vergunningvrij zijn, met dien verstande dat: 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 100 a. deze passen binnen het stedenbouwkundige en landschappelijk beeld ter plaatse; b. belangen van derden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; c. de totale bouwhoogte van de antenne-installatie inclusief bebouwing niet meer dan 40,00 meter bedraagt. 25.5 Botenhuizen Het bevoegd gezag kan, behoudens op de voor de voor 'Natuur' aangewezen gronden en met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen en (gebieds)aanduidingen, een omgevingsvergunning verlenen van de bouw- en/of gebruiksregels voor het herbouwen en vervangen van de van bestaande, legale botenhuizen, met dien verstande dat: a. de oppervlakte niet meer bedraagt dan de bestaande oppervlakte; b.
de goothoogte niet meer bedraagt dan de bestaande goothoogte; c. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de bestaande bouwhoogte. 25.6 Verleende omgevingsvergunningen of andere toestemmingen Een omgevingsvergunning, vrijstelling of ontheffing die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een bouw- en/of gebruiksactiviteit waarvoor ingevolge deze regels een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is vereist, wordt gelijkgesteld met een dergelijke omgevingsvergunning. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 101 Artikel 26 Algemene procedureregels 26.1 Procedure nadere eisen Bij het stellen van nadere eisen, worden in ieder geval de volgende procedureregels in acht genomen: a. het ontwerp-besluit ligt, met de daarop betrekking hebbende stukken, gedurende twee weken voor belanghebbenden ter inzage; b. burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging tevoren bekend in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen die in de gemeente worden verspreid of op een andere geschikte wijze; c. in deze kennisgeving wordt vermeld dat belanghebbenden gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk zienswijzen omtrent de aanvraag of het ontwerpbesluit kunnen indienen bij burgemeester en wethouders; d.
indien tegen het ontwerpbesluit zienswijzen naar voren zijn gebracht, wordt het besluit met redenen omkleed; e. burgemeester en wethouders delen aan hen die hun zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 102 Artikel 27 Overige regels 27.1 Voorrangsregels 27.1.1 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming gaat het belang van de dubbelbestemming voor. 27.1.2 Prioritering dubbelbestemmingen Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt dat dubbelbestemmingen gericht op het instandhouden of ontwikkelen van het groene karakter en het voorkomen van bebouwing voorgaan boven dubbelbestemmingen met bebouwing. In concreto wordt in afnemende mate prioriteit verleend aan de dubbelbestemming: a. Waarde - Archeologie 2; b. 'Waarde - Noordeinde Molenweg', 'Waarde - Zuideinde Binnenpad', 'Waarde - Zuideinde Zuiderpad'; c. 'Waarde - Cultuurhistorie Beulakerweg'. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 103 4. Overgangs- en slotregels Artikel 28 Overgangsrecht 28.1 Overgangsrecht bouwwerken a.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 28.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 104 Artikel 29 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn'.