CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2026-2029

Raadsvergadering Begrotingsvergadering 11 november 2025, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Programmabegroting 2026 – 2029 gemeente Steenwijkerland29.230 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Uitgedrukt in een percentage van de totale exploitatielasten, vóór mutaties in de reserves, bedraagt de overhead 10,3%. 3.9. Reserves en voorzieningen Per ultimo 2026 bedraagt de vermogenspositie naar verwachting € 39,8 miljoen (excl. voorzieningen). Het meerjarig verloop van de reserves en voorzieningen is opgenomen in bijlage 4.

41 3.9.1. Verloop algemene en bestemmingsreserves We kennen de volgende reserves: • algemene reserve(s); • de bestemmingsreserves. In onderstaande toelichting wordt nader ingegaan op een aantal van deze reserves. Algemene reserves Algemene reserve vaste buffer In de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2023’ is vastgelegd dat de norm voor de Algemene reserve vaste buffer 10% van de som van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de opbreng st onroerendezaakbelasting (OZB ) bedraagt. Om veelvuldige toevoegingen en onttrekkingen aan genoemde reserve te voorkomen als gevolg van fluctuaties in de alge mene uitkering en de opbrengst OZB geldt een marge naar boven en beneden van 5%. Afwijking van de bandbreedte is maximaal 3 jaar toegestaan. De Algemene reserve vaste buffer bedraagt ultimo 2025 € 11.703.000. Dit bedrag is lager dan de gestelde norm van € 12.638.000. Om deze reserve weer op het niveau van 10% te brengen, wordt € 935.046 toegevoegd ten laste van het begrotingssaldo 2026.

42 Bestemmingsreserves We kennen de volgende bestemmingsreserves: • reserve energiecompensatie maatschappelijke instellingen; • reserve koppengeld; • reserve startersleningen; • reserve volkshuisvesting. Het overzicht met bestemmingsreserves is opgenomen in bijlage 4. 3.9.2. Verloop voorzieningen Voorzieningen worden onder meer gevormd wegens: • verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs is in te schatten; • op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten; • kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. Voorziening groot onderhoud wegen De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed heeft op de hoogte van de voorziening wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Voorziening Algemeen Maatschappelijk Vastgoed De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar.

Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed heeft op de hoogte van de voorziening wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Egalisatievoorziening reiniging De exploitatiesaldi worden ten gunste of ten laste van de egalisatievoorziening reiniging gebracht. Er vindt een onttrekking van € 374.000 aan de voorzi ening plaats. In paragraaf 4.1.7. Afvalstoffenheffing wordt een nadere toelichting gegeven. Voorziening riolering (exploitatie) De exploitatiesaldi worden ten gunste of ten laste van de egalisatievoorziening riolering (exploi tatie) gebracht. Er vindt een onttrekking van € 755.000 aan de voorziening plaats. In paragraaf 4.1.8. Rioolheffing wordt een nadere toelichting gegeven. Voorziening overdracht wethouderspensioenen Op grond van de wet APPA (algemene pensioenwet politieke ambtsdragers) is de gemeente verplicht om een voorziening te treffen voor wethouders om hen in staat te stellen hun pensioen over te dragen aan een pensioeninstelling. Indien dit gebeurt is een eenmalige afkoopsom benodigd. Op dit moment is de gemeente voor de bestuurders die hieraan niet de voorkeur geven, na het bereiken van de pensioenger echtigde leeftijd, verplicht pensioen uit te betalen. Het gereserveerde bedrag gaat vervolgens over naar de voor ziening te betalen pensioen voormalige bestuurders.

43 Voorziening te betalen pensioenen voormalig bestuurders Voor voormalig bestuurders, die vanaf 2015 pensioenrechten hebben, dienen de te betalen pensioenen volledig uit een voorziening bekostigd te worden. Elk jaar wordt de omvang van deze voorziening geactualiseerd. Ontwikkeling Tot nu toe betaalt de gemeente zelf de pensioenen van oud-wethouders. Dit gebeurt op basis van de APPA-regeling. Hiervoor is geld apart gezet in een voorziening. Vanaf 1 januari 2028 verandert dit. Dan worden de opgebouwde pensioenrechten van wethouders en voormalige bestuurders ondergebracht bij het landelijke pensioenfonds ABP. Dat betekent dat de gemeente eenmalig geld moet overmaken naar het ABP om de opgebouwde pensioenen over te dragen. Daarna betaalt de gemeente geen pensioenuitkeringen meer rechtstreeks aan oud -wethouders, maar draagt alleen nog premie af voor zittende wethouders. Tot 1 januari 2028 zullen we de voorziening aanhouden en actualiseren. 44 3.10. Overzicht totale programmabegroting In onderstaand overzicht is het financieel resultaat weergegeven voor de komende jaren waarbij de baten en lasten zijn uitgesplitst per bestuursprogramma.

45 3.11. Overzicht algemene dekkingsmiddelen Onderstaand overzicht biedt inzicht in de samenstelling van de algemene dekkingsmiddelen, inclusief de verplichte taakvelden voor overhead en onvoorzien.

46 4. Specifieke paragrafen 4.1. Paragraaf Lokale heffingen 4.1.1. Inleiding De gemeente heeft voor het goed kunnen uitvoeren van haar taken geld nodig. Een groot deel van dit geld wordt ontvangen van de rijksoverheid via de zogenaamde ‘Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds’. Dit geld uit ‘Den Haag’ is echter onvoldoende om alle taken te kunnen uitvoeren. Daarom maakt de gemeente gebruik van haar bevoegdheid om inkomsten te verkrijgen via burgers, bedrijven en bezoekers. Dit gebeurt met behulp van onder meer lokale belastingen en heffingen. 4.1.2. Belastingen en heffingen De gemeentelijke belastingen die worden geheven zijn: • OZB; • toeristenbelasting; • forensenbelasting. Naast belastingen rekent de gemeente heffingen. Dit zijn kosten voor individuele dienstverlening aan burgers en ondernemers. Voor de tarieven van deze heffingen geldt dat de opbrengsten de kosten van de dienstverlening op begrotingsbasis niet mogen overschrijden. De gemeentelijke heffingen die worden geheven zijn: - rioolheffing; • afvalstoffenheffing; • begraafrechten; • vermakelijkhedenretributie; • overige rechten. 4.1.3. Uitgangspunten Ons uitgangspunt is dat we willen blijven behoren tot de top 25% van gemeenten in Nederland met de laagste lokale lasten. Dat doen we door zo min mogelijk bovengemiddelde stijging in de tarieven voor de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing door te voeren.

Voor de Afvalstoffenheffing en de Rioolheffing worden wijzigingen in de kosten verhaald door de betreffende tarieven d aarop aan te passen (gesloten huishouding). Om grote tariefschommelingen te voorkomen, wordt gebruik gemaakt van de voorziening Reiniging en de voorziening Riolering. 4.1.4. Overzicht belastingopbrengsten De totale opbrengst voor belastingen en heffingen in 202 6 bedraagt € 27 miljoen. Dit bedrag is als volgt gespecificeerd: 47 In onderstaande cirkeldiagram is het aandeel van de belastingsoorten en verschillende heffingen in het totaal van de gemeentelijke belastingen in beeld gebracht. 4.1.5. Lokale belastingdruk Onze inwoners en ondernemers gaan gemiddeld 9,9% meer aan lokale lasten betalen. De belangrijkste oorzaak is het (gefaseerd) overgaan op 100% kostendekkendheid voor de tarieven van afval en riolering in het kader van de saldo verbeterende maatregelen. De ontwikkeling van de lokale belastingdruk ziet er als volgt uit:

48 Bij de OZB is uitgegaan van een WOZ -waarde van € 321.000 (waardepeildatum 1-1-2024). Geen rekening is gehouden met de effecten van de hertaxatie met waardepeildatum 1 -1-2025. Op basis van de laatste COELO atlas 4 is de gemeente Steenwijkerland op de ranglijst van gemeenten met de laagste lokale lasten gedaald (2024: 7e plaats en 2025: 10e plaats). In de atlas staan alle gemeenten vermeld, dus ook de ons omringende gemeenten. Ook zijn de gemiddelde woonlasten van de provincie Overijssel en Nederland in beeld gebracht. 4.1.6. Onroerendezaakbelastingen De wettelijke kaders van de onroerendezaakbelastingen (OZB) zijn neergelegd in de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet en de Wet Waardering Onroerende zaken (Wet WOZ). Voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken kunnen twee belastingen geheven worden: een eigenaren- en een gebruikersbelasting. De hoogte van de OZB is afhankelijk van de in het kader van de Wet WOZ aan de onroerende zaak toegekende waarde. Het tarief is een percentage van deze waarde. Er kunnen verschillende tarieven vastgest eld worden voor woningen en niet-woningen. Binnen deze groepen mag niet verder gedifferentieerd worden. Voor alle woningen en alle niet - woningen gelden dus dezelfde tarieven. Hiernaast kunnen verschillende tarieven vastgesteld worden voor de eigenarenbelastingen en de gebruikersbelasting.

Op dit ogenblik wordt hard gewerkt aan de hertaxatie van het WOZ -bestand met waardepeildatum 1 -1-2025. In december 2025 nemen we een definitief besluit over de tarieven voor 2026. Uitgangspunt daarbij is een 4 Atlas van de lokale lasten 2025 (COELO). De atlas wordt jaarlijks door het Centrum voor Onderzoek van de Economie voor Lagere Overheden (COELO) uitgegeven. Het COELO berekent de lokale lasten voor de burger op basis van de door gemeenten aangeleverde informatie.

49 gelijkblijvende opbrengst. Een stijging van de waarde van het totale woningbestand zal dan leiden tot een gelijke daling van de tarieven en omgekeerd. 4.1.7. Afvalstoffenheffing Ontwikkeling baten en lasten Het vaste tarief wordt verhoogd met 21,1%. Hierbij is rekening gehouden met de gemeentelijke inflatie van 2,7%, maar zijn ook de kosten voor btw meegenomen in de tarieven. Dit is in overeenstemming tot andere gemeenten die ook de btw verrekenen in de tarieven. Het meenemen van de kosten voor btw is nodig om de tarieven voor afvalstoffenheffing in overeenstemming te brengen met een 100% kostendekking. Daarnaast zijn ook de kostenstijgingen van de ROVA, op basis van de ROVA index van 4,35% verwerkt. Zoals uit onderstaande tabel kan worden afgeleid, stijgt het gemiddelde tarief per aansluiting van € 250,13 naar € 297,13 (18,8%). Het dekkingspercentage dat staat vermeld in de tabel is gestegen met 10,6%. Oorzaak is dat in de berekening van dit dekkingspercentage rekening is gehouden met de compensabele btw. Vorig jaar was nog sprake van een hogere onttrekking uit de voorziening dan dit jaar. De overhead is becijferd op 11% (toegelicht in hoofdstuk 3.8). Afvalstoffenheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een woning. Het vaste tarief stijgt met € 47,00. Dit is een stijging met 21,1%. Het tarief per zak en per lediging blij ft ongewijzigd op € 1,55.

Per saldo is er sprake van een gemiddelde stijging met 18,8%. De belangrijkste ontwikkelingen die van invloed zijn op de stijging van het tarief zijn als volgt:

50 ROVA-index De ROVA past de ROVA index toe met een tariefstijging van 4,35%. Verpact vergoedingen (PMD5) We houden weliswaar rekening met gelijkblijvende inkomsten, maar we lopen hier wel een risico. De bijdrage van Verpact is namelijk sterk afhankelijk van de vervuilingsgraad van het aangeboden PMD afval. Daarom wordt in 2026 ook geïnvesteerd in een weegauto. De kosten hiervoor bedragen € 50.000. Meenemen btw in de tarieven Vorig jaar is reeds besloten de btw in de tarieven mee te nemen. Vorig jaar kon hiervoor de egalisatievoorziening nog voor een belangrijk deel worden ingezet. Dit is in 2026 verlaagd met € 600.000. Ontwikkeling egalisatievoorziening Reiniging In de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2023’ staat vermeld dat de egalisatievoorziening Reiniging een bovengrens kent van 10% van de jaarlijkse inkomsten, waarbij wel wordt gekeken naar de komende 4 jaar. De voorziening mag niet negatief staan. De bovengren s bedraagt 10% en is daarmee € 586.000. De komende jaren zal de voorziening verder worden afgebouwd. De egalisatievoorziening is ingesteld om jaarlijkse mee - en tegenvallers van het huishoudelijk afval op te vangen. De verwachte stand bedraagt per 1 -1-2026 € 609.000. Dit is hoger dan de norm uit de genoemde nota. Dit biedt de ruimte om het tarief afvalstoffenheffing de komende 4 jaren te dempen en gefaseerd toe te werken naar 100% kostendekking.

Er is sprake van 2 belangrijke risico’s: • het PMD dossier blijft een (landelijk) discussiepunt tussen het verpakkend bedrijfsleven en de gemeenten. Inmiddels is de hoogte van de vergoedingen voor de komende jaren bekend. Wel is dit sterk afhankelijk van de vervuilingsgraad. Er wordt regelmatig gete st op de mate van vervuiling en er zijn een aantal indelingsklassen. De klasse waar je in terecht komt, bepaald de vergoeding per ton. Voorlopig gaan we uit van een gelijkblijvende vergoeding. Er zullen echter nog wel stappen moeten worden gezet om dit vo or elkaar te krijgen. • de opbrengst van oud papier wordt bepaald door de (wereld)marktprijs. De prijs is in de begroting voorzichtig geraamd. Daarmee is de hoogte van het financiële risico beperkt. Ontwikkeling tarieven 2027-2028 Bij het verloop van de voorziening wordt naast de stijging voor 2026 voorzien dat de tarieven de komende jaren nog met € 14 in 2027 en € 2 in 2028 dienen te stijgen. Dit komt bovenop de stijging voor het dan geldende inflatiepercentage. 5 Plastic, Metalen en Drankverpakkingen.

51 4.1.8. Rioolheffing De tarieven rioolheffing nemen met 7,7% toe. Op basis hiervan stijgt het tarief met € 17,64. Het tarief komt uit op € 246,68 en het dekkingspercentage op 88,5 %. Belangrijkste oorzaak voor de stijging is het meenemen van de kosten voor btw in de tarieven. Dit is ook in overeenstemming met andere gemeenten die ook de btw verrekenen in de tarieven. Het meenemen van de kosten voor btw is nodig om de tarieven voor rioolheffing in overeenstemming te brengen met een 100% kostendekking. De kosten voor het taakveld riolering zijn voor 100% doorberekend in de rioolheffing. Dit betreft onder meer kosten voor onderzoek, planvorming en onderhoud. De kosten voor het maaien en onderhouden van sloten worden voor 66% doorberekend. Sloten hebben een belangrijke functie om hemelwater af te koppelen van de riolering en passen bij duurzaam (stedelijk) waterbeheer. Hieronder valt tevens het verwijderen van exoten. Dat is noodzakelijk om de doorstroming van watergangen te borgen. De kosten voor het baggeren in stedelijk gebied worden doorberekend in de rioolheffing. Het baggeren van watergangen is noodzakelijk om de doorstroming te garanderen, daarnaast om eventuele vervuiling vanuit de riool overstorten en met regenwater meegespoe ld sediment te verwijderen. De kosten voor onderhoud en vervanging van oeverbeschermingen worden voor 67% toegerekend aan de rioolheffing.

Het onderhouden en vervangen van oeverbeschermingen is noodzakelijk om de oevers op hun plaats te houden en om te voorkomen dat de watergang haar inrichting en bergend vermogen verliest.

52 Voor de investeringen die voor 2026 op de planning staan, is een krediet van in totaal € 1.158.500 beschikbaar gesteld. Het krediet is bedoeld voor de volgende investeringen: • vervangen rioolgemalen: € 300.000; • vervangen riolering: € 526.000; • vervangen oeverconstructies: € 332.500. Bij de bepaling van de tarieven voor de rioolheffing is rekening gehouden met de (kapitaal)lasten, die voortvloeien uit deze investeringen. Egalisatievoorziening riolering (exploitatie) In de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2023’ staat vermeld dat de ‘voorziening riolering (exploitatie)’ een positieve bovengrens kent van 10% van de jaarlijkse inkomsten, waarbij wel wordt gekeken naar de komende 4 jaar. De voorziening mag niet negatief sta an. De bovengrens bedraagt 10% en is daarmee € 582.000. De komende jaren zal de voorziening verder worden afgebouwd. De egalisatievoorziening is ingesteld om jaarlijkse mee - en tegenvallers op te vangen. De verwachte stand per 1 -1- 2026 bedraagt € 2, 0 miljoen. Dit is hoger dan de norm uit de genoemde nota. Dit biedt ruimte om het tarief voor rioolheffing de komende jaren te dempen en gefaseerd toe te werken naar 100% kostendekkendheid. Het belangrijkste risico zijn de renteontwikkelingen. De investeringen op het gebied van riolering zijn nu nog geraamd tegen de omslagrente van 0,6%.

Naar alle waarschijnlijkheid gaat dit percentage de komende jaren stijgen. Ontwikkeling tarieven 2027-2028 Bij het verloop van de voorziening wordt naast de stijging voor 2026 voorzien dat de tarieven de komende jaren nog met 5% in 2027 en 5% in 2028 dienen te stijgen. Dit komt bovenop de stijging voor het dan geldende inflatiepercentage. Hier is bij het verloop in de voorziening en bij de verwachte inkomsten voor de periode 2027 tot en met 2028 reeds rekening mee gehouden. 4.1.9. Lijkbezorging De lijkbezorgingsrechten worden verhoogd met 2,7%. Het dekkingspercentage bedraagt daardoor 85,8%. De overhead is becijferd op 11% (toegelicht in hoofdstuk 3.8).

53 4.1.10. Onderbouwing kostendekkendheid leges In onderstaande tabellen is de kostendekkendheid van onze leges weergegeven. Geconcludeerd kan worden dat over het geheel genomen het kostendekkingspercentage voor leges ligt op 95%.

54 4.1.11. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Wij verlenen voor 100% kwijtschelding aan de burger voor de volgende belastingsoorten: • afvalstoffenheffing (voor de vaste component en voor het aanbieden van maximaal 13 zakken); • rioolrechten; • onroerendezaakbelasting. Honorering van een kwijtscheldingsverzoek is met name afhankelijk van het inkomen, het vermogen en de uitgaven van de aanvrager. De aanvragen worden beoordeeld op basis van de door het Rijk vastgestelde normen en richtlijnen (Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990). De budgetten voor kwijtschelding zijn verdisconteerd in de tarieven van de betreffende belastingsoorten. In vergelijking met 2 025 verwachten wij een stabilisering van het aantal (geheel of gedeeltelijk) toe te wijzen kwijtscheldingsverzoeken. Dit is gebaseerd op de tot op heden gehonoreerde verzoeken (stand per 1 september 2025) en de verwachting voor het restant van dit jaar. Bij de berekening van de hoogte van de bedrag aan kwijtschelding in 202 6 is rekening gehouden met de maatregel om de tarieven voor d e afvalstoffenheffing en rioolrechten 100% kostendekkend te maken.

55 We houden ook rekening met de kwijtschelding voor inwoners met alleen een AOW -uitkering. Huishoudens met alleen een AOW -uitkering zonder, of met een zeer laag eigen vermogen komen ook in aanmerking voor gedeeltelijke of volledige kwijtschelding. Als iemand gedurende twee achtereenvolgende jaren kwijtschelding heeft ontvangen, hoeft hij/zij geen aanvraag meer in te dienen. Jaarlijks wordt een steekproef gehouden onder de groep huishoudens die elk jaar automatisch kwijtschelding ontvangen.

56 4.2. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1. Algemeen De ‘Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ geeft aan hoe robuust de begroting is. Dit is van belang wanneer er zich een financiële tegenvaller voordoet. Met voldoende weerstandsvermogen kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. Deze paragraaf bevat: • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; • een inventarisatie van de risico’s; • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. De weerstandsratio betreft de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de totale omvang van de gewogen risico’s. 4.2.2. Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden om onverwachte tegenvallers op te vangen als deze zich voordoen. De totale weerstandscapaciteit aan zowel de vermogenskant als de exploitatiekant bestaat uit: • Algemene reserve – vaste buffer; • Onroerendezaakbelasting (OZB). Algemene reserve In de nota ‘Reserves en voorzieningen 2 023’ is aangegeven dat de Algemene reserve vaste buffer uitsluitend kan worden ingezet voor uitzonderlijke situaties (soort ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). Onroerendezaakbelasting (OZB) De onbenutte belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan de norm die het rijk hanteert voor toelating tot artikel 12 van de Financiële -verhoudingswet (FVW).

Indien het normtarief van het rijk hoger is dan het door de gemeente gehanteerde gemiddelde tarief is er sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Het rijk heeft het norm tarief in de meicirculaire 2025 voor toelating tot artikel 12 van de FVW voor 2026 vastgesteld op 0,1648%. Dat resulteert in een maximale opbrengst van € 14,7 miljoen. De onbenutte belastingcapaciteit bedraagt € 5,7 miljoen. Dit bedrag is als volgt gespecificeerd:

57 De totale weerstandscapaciteit per inwoner bedraagt: In de begroting is geen budget voor onvoorzien opgenomen. In hoofdstuk 3.9.1 is de berekening van de benodigde storting in de Algemene reserve vaste buffer toegelicht. 4.2.3. Inventarisatie risico’s en weerstandsratio In dit hoofdstuk worden de risico’s vermeld die tot het moment van het opstellen van de programmabegroting bekend zijn. In dit verband wordt onder risico verstaan alle voorzienbare risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die niet van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie. Deze paragraaf bevat alleen de risico’s die zich in het begrotingsjaar 202 6 kunnen voordoen en waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen. De risicokans is uitgedrukt in klassen. Aan deze klassen is een rekenpercentage per risico gekoppeld. Vervolgens is een indeling gemaakt van de mogelijke financiële gevolgen.

58 De omvang van de hierboven weergegeven risico’s (omvang risico x kans) bedraagt € 3. 079.000. De omvang van het risico bij de grondexploitatie (zie paragraaf 4.8) bedraagt € 1.300.000. Het totale ingeschatte risico komt daarmee uit op € 4.379.000. Nu zowel de weerstandscapaciteit als de omvang van de te lopen risico ’s zijn bepaald, kan de weerstandsratio worden berekend. Daarbij kunnen zich de volgende scenario’s voordoen:

59 • uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit > 1, er is onvoldoende weerstandscapaciteit aanwezig; • uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit < 1, er zijn overtollige middelen (die alternatief kunnen worden aangewend); • uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit = 0, risico’s en middelen zijn voldoende (wordt meer beschouwd als een theoretische situatie). De weerstandsratio bedraagt voor 2026: 4,2 (zie paragraaf 4.2.4.7). Toelichting Voor een adequate risicobeheersing gaat het niet alleen om het treffen van financiële buffers om te zorgen voor voldoende weerstandscapaciteit. Het is ook zaak om niet-financiële maatregelen te treffen om de kans van optreden van geïdentificeerde risico’s te beperken. Wij hebben hieraan invulling gegeven door in de onderstaande overzichten naast een omschrijving van het risico ook aandacht te besteden aan de impact van het risico en de te treffen beheersmaatregelen. CATEGORIE: OMVANG RISICO: < € 200.000 Dividenduitkering Omschrijving risico Op basis van de ontvangen gegevens hebben we voor onze deelname in de nutsbedrijven en de BNG een dividenduitkering geraamd. Het risico bestaat dat ze, ondanks hun eigen begrote buffers, minder of geen dividend uitkeren. Impact Lagere dividendopbrengst.

(Beheers)maatregelen De nutsbedrijven hebben al besloten om ter zekerheidstelling van hun continuïteit in de komende jaren tot een beperkte dividenduitkering over te gaan. De dividenduitkering van de BNG is begroot op € 325.000. De kans dat deze uitkering lager uitvalt dan € 200.000 wordt ingeschat op laag. CATEGORIE: OMVANG RISICO: > € 200.000 - < € 500.000 Openeindregelingen sociaal domein Omschrijving risico Jeugdzorg en WMO zijn voorbeelden van openeindregelingen. Inwoners moeten aanspraak kunnen doen op de noodzakelijke zorg ook als het budget niet toereikend is. Impact Vanuit onze zorgplicht is het belangrijk dat inwoners aanspraak kunnen maken op noodzakelijke zorg. We schatten het bedrag in op € 435.000 en de kans dat dit risico zicht voordoet in op ruim. Onderhoud wegen Omschrijving risico Om grip te houden op de kwaliteit van onze wegen en kunstwerken worden deze tweejaarlijks geïnspecteerd. De inspectieresultaten dienen als basis voor een (meerjaren) onderhoudsplanning. Vanuit de aanlegjaren van onze wegen/kunstwerken en de technische levensduur daarvan ontstaat een overzicht van de wegen/kunstwerken die aan vervanging toe zijn. Het risico bestaat dat door onvoorziene oorzaken er sprake is van uitval of schade waarvoor gezien de functie van deze voorziening direct ingrijpen noodzakelijk is (bijv. aanleg van noodvoorzieningen).

Impact Het financieel risico wordt ingeschat op € 500.000 (laag). 60 BTW-compensatiefonds (BCF) Omschrijving risico Gemeenten declareren btw terug op grond van het Btw-compensatiefonds (BCF). Voor dit fonds geldt een maximaal te declareren bedrag. Zolang dit zogeheten plafond niet is bereikt, wordt het niet gebruikte gedeelte op begrotingsbasis toegevoegd aan de Algemene uitkering van het gemeentefonds. In het systeem is opgenomen dat jaarlijks bij de septembercirculaire een voorschot wordt genomen op de verwachte onder- of overschrijding van dat kalenderjaar. In de meicirculaire volgend op dat kalenderjaar volgt dan de afrekening. De provinciaal toezichthouder staat toe een meerjarige stelpost op te nemen als inschatting op de jaarlijkse onderschrijding van het plafond, dit tot maximaal de hoogte van de laatst bekende afrekening. Dit bedrag varieert elk jaar en is afhankelijk van de gezamenlijke declaraties van gemeenten. In de Programmabegroting 2026 is een bedrag van € 848.000 opgenomen als inschatting van de jaarlijkse onderschrijding.. Impact Indien het maximum te declareren bedrag bij BCF wordt bereikt of een overschrijding hiervan in enig jaar, betekent dit dat er een nadeel optreedt binnen de Algemene uitkering van het gemeentefonds. Het risico wordt ingeschat als ruim met een omvang van € 400.000.

CATEGORIE: OMVANG RISICO: > € 500.000 Beëindiging regionale product Begeleid Wonen (regio IJssel-Vecht) Omschrijving risico Het regionale product Begeleid Wonen (regio IJssel -Vecht) voor inwoners met een psychische problematiek, stopt per 1 juli 2026, met een uitloop naar 31 december 2028. Bedoeling is om voor deze doelgroep vanaf 1 juli 2026 een lokaal product in te zetten, zoals beschermd thuis of een lokaal product begeleid wonen. De lokale productontwikkeling voor deze doelgroep wordt eind 2025/begin 2026 opgenomen in de gemeentelijke aanbesteding voor begeleiding. Op dit moment hebben we 32 personen die een indicatie Begele id Wonen hebben of op de wachtlijst staan voor Begeleid Wonen. De verwachting is dat er vanaf medio 2026 echter meer inwoners met een lokaal product gefinancierd moeten worden, vanwege de afbouw van het regionale begeleid wonen. Impact De forse wachtlijst is ontstaan door onvoldoende plekken om in te stromen in Beschermd of Begeleid Wonen. Mede oorzaak is dat de uitstroom naar reguliere huisvesting stokt. Om te kunnen voldoen aan de vraag zijn er meer middelen nodig. De ambitie van de ge meente is om circa 12 inwoners te huisvesten. Echter gezien de wachtlijst zijn er middelen nog voor minimaal 20 cliënten per jaar extra. De geschatte kosten voor deze cliënten bedragen minimaal € 700.000. De kans dat dit risico zich voordoet is hoog.

61 Participatiewet (uitkeringen en rijksbijdrage) Omschrijving risico De gemeente is volledig financieel verantwoordelijk voor het bijstands-gedeelte van de wet. Van het Rijk wordt hiervoor jaarlijks wel een bijdrage (Buiguitkering) ontvangen. Het in de begroting opgenomen te ontvangen budget (€ 16.267.000) betreft een voorlopige inschatting van hetgeen door het Rijk toegekend gaat worden. In oktober van het begrotingsjaar wordt het definitieve budget pas bekend gemaakt. De hoogte van het budget is onder andere afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelingen op landelijk niveau en de hoogte van de totaal verstrekte bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies door alle gemeenten. In de begroting 2026 wordt er rekening mee gehouden dat er in dat jaar gemiddeld 723 bijstandsuitkeringen worden verstrekt. De begrote uitgaven bedragen € 12.435.600. Voor de IOAW en IOAZ bedragen de aantallen gemiddeld 21 uitkeringen en een begroot bedrag van € 373.800. Op basis van verwachtingen omtrent taakstelling statushouders en algemene trends moeten we desalniettemin rekening houden met het risico dat er meer uitkeringen moeten worden verstrekt dan we nu in de begroting hebben opgenomen. Impact Ingeschat wordt dat de gemeente een ruim risico loopt dat het gemiddeld aantal bijstandsuitkeringen in 202 6 12% hoger uitvalt dan waar nu rekening mee wordt gehouden.

Dit komt neer op een bedrag van € 1.500.000. Daarnaast wordt een ruim risico ingeschat dat het te ontvangen Buigbudget lager uitvalt dan het bedrag opgenomen in de begroting. Uitgegaan kan worden van een bedrag van € 400.000. Het totale risico komt daarmee uit op een bedrag van € 1.900.000. Bij een forse overschrijding van het budget kan overigens (onder voorwaarden) een beroep worden gedaan op de ingebouwde Vangnetregeling bij het Rijk. Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 Omschrijving risico De Hervormingsagenda Jeugd bevat een omvangrijk pakket afspraken met als doel de jeugdzorg te verbeteren en financieel gezond te maken. De Hervormingsagenda geeft de koers aan die cliëntenorganisaties, professionals, jeugdzorgaanbieders, gemeenten en het Rijk gezamenlijk op willen gaan: zorgen dat kind en gezin wanneer dit nodig is zo snel als mogelijk passende zorg en ondersteuning ontvangen. • Via de meicirculaire 2025 heeft het Rijk al een (structurele) compensatie verstrekt voor de geconstateerde tekorten in de Jeugdzorg. • De deskundigencommissie Van Ark komt in het eerste kwartaal van 2027 met een vervolgadvies over de gevolgen van de Hervormingsagenda en de uitgavenontwikkeling binnen de jeugdzorg. • Er wordt gewerkt aan een nieuw financieringsmodel Jeugd, waarbij een deel van de budgetten jeugdhulp niet meer via de algemene uitkering van het gemeentefonds lopen.

Het model moet per 1 januari 2029 in werking treden. Impact • De Hervormingsagenda Jeugd brengt ingrijpende veranderingen met zich mee, zoals mogelijke beperking van de reikwijdte van de Jeugdwet, waardoor alleen 62 bij ernstige zorgbehoeften jeugdhulp behoeft te worden geboden. Hulpverlening wordt meer gericht op de oorzaken van zorgbehoeften, zoals ouderproblematiek of bestaanszekerheid (inkomen en wonen). • De financiële impact wordt ingeschat op € 400.000 in de categorie ruim. (Beheers)maatregelen • Volgen van advies deskundigheidscommissie over de Hervormingsagenda, inclusief financiële afspraken en het meerjarig financieel kader jeugd. • Actie ondernemen conform het advies van de VNG om de doelen van de Hervormingsagenda te bereiken, te weten formatie v an verplichte regiovorming voor specialistische jeugdhulp, afbouw residentieel verblijf. In 2026 zal focus worden gelegd op de formatie van stevige lokale teams. Lopende rechterlijke procedure Vermakelijkhedenretributie (VMR) Omschrijving risico Halverwege 2024 heeft de Rechtbank uitspraak gedaan in de beroepsprocedure, aangespannen door de bootverhuurders in Steenwijkerland, tegen de aanslagen in het van de opgelegde aanslagen in kader van de VMR. Behoudens in vier gevallen is de gemeente Steenwijkerland i n het gelijk gesteld en zijn de aanslagen correct opgelegd.

Met deze uitspraak heeft de gemeente een aanvang gemaakt met de invordering van de opstaande aanslagen. Tegen de uitspraak is hoger beroep aangevraagd. Dit heeft tot risico dat in een vo lgende rechtszaak de gemeente in ongelijk kan worden gesteld en de gemeente tot terugbetaling over dient te gaan. Impact Als we de rechtszaak zouden verliezen dan lopen we de inkomsten over 2021 t/m 2026 mis. Dat maakt samen een maximaal risico van € 2.470.000. In de voorziening is al op basis de ouderdom van debiteuren verplicht € 96.000 op zij gezet. Resteert een potentieel risico van afgerond € 2.400.000, met risicokans laag. Algemene uitkering uit het gemeentefonds Omschrijving risico Gemeenten ontvangen het grootste gedeelte van hun inkomsten uit de Algemene uitkering van het gemeentefonds. Het risico bestaat dat het Rijk kortingen doorvoert op het gemeentefonds, waardoor wij minder geld uitgekeerd krijgen. Dit kan leiden tot een lagere Algemene uitkering uit het gemeentefonds. Impact De gemeente is voor een groot gedeelte afhankelijk van de inkomsten uit het gemeentefonds. Mutaties kunnen daarom een fors financieel effect hebben voor gemeenten. Dit valt op voorhand niet te kwantificeren. Informatieveiligheid en uitval van ICT-systemen Omschrijving risico Onze dienstverlening leunt sterk op digitale systemen.

Een hack, gijzelsoftware (ransomware) of langdurige stroom - of netwerkstoring kan die systemen platleggen. Balies en online loketten worden dan onbereikbaar en (persoons)gegevens kunnen worden gewist o f openbaar gemaakt. Het nationaal cyber dreigingsniveau voor overheden staat sinds kort op ‘substantieel’, dus we houden er nadrukkelijk rekening mee dat dit kan gebeuren. Impact Bij een ernstig incident vallen gemeentelijke processen mogelijk dagen of weken uit. Herstel, noodvoorzieningen, onderzoek en eventuele boetes kunnen in het slechtste geval zo’n € 4 miljoen kosten (laag). Bovendien schaadt een datalek het vertrouwen van inwoners en ondernemers in de gemeente. (Beheers)maatregelen • Iedere medewerker logt in met tweestapsverificatie. 63 • Software up-to-date. • Leveranciers krijgen duidelijke beveiligingseisen opgelegd. • Een gespecialiseerd team houdt ons netwerk 24/7 in de gaten. • We beschikken over dubbele datacenters, noodstroom en back-ups. Grondexploitatie Omschrijving risico Het risicoprofiel van het gemeentelijke grondbedrijf wordt jaarlijks bepaald op basis van de zogenaamde RISMAN-methode. Hierin wordt ingegaan op algemene risico’s en projectspecifieke risico’s. Van de projectspecifieke risico’s wordt vervolgens aangegeven of deze kwantitatief of kwalitatief van aard zijn.

De beide soorten risico’s worden omgezet in een bedrag voor de hoogte van het risico per project. Uitgangspunt is dat de kans dat alle onderkende risico’s zich op exact hetzelfde moment zullen voordoen 75% is. Dit percentage komt overeen met de richtlijnen die worden gehanteerd door de Vereniging van Grondbedrijven (70 -80%). Impact Het actuele risicoprofiel van het grondbedrijf bedraagt circa € 1,3 miljoen (zie paragraaf Grondbeleid). (Beheers)maatregelen De beheersmaatregelen zijn afhankelijk van de aard van het projectspecifieke risico. Voor moeilijk verkoopbare (rest-)percelen wordt gekeken naar een andere bestemming of aanbieden tegen een lagere verkoopprijs per m2. CATEGORIE: Risico’s zonder directe financiële gevolgen Toenemende onkruiddruk door warmer en natter weer Omschrijving risico Door toenemende onkruiddruk als gevolg van warmer en natter weer is een grotere inspanning in het onderhoud nodig om aan de basis onderhoudskwaliteit voor de openbare ruimte te kunnen voldoen. Impact Door de verandering van het klimaat is het gemiddeld het hele jaar door warmer. De hoeveelheid neerslag wisselt daarbij ieder jaar. In natte jaren neemt de onkruiddruk, toe. Dit vraagt om een grotere inspanning in het onderhoud om aan de basis onderhoudskwaliteit te blijven voldoen..

Het tegenovergestelde gebeurt ook, extreme droogte zorgt ervoor dat plantsoenen verdrogen, niet alle beplanting is bestand tegen lange periode van droogte. Daardoor moeten delen van de (jonge) beplanting opnieuw worden aangepla nt en is er eerder groot onderhoud (vervangen, nieuwe aanplant) nodig. (Beheers)maatregelen Monitoren onderhoudsinspanning en onderhoudsbeeld, kwaliteit plantsoenen monitoren, monitoren onkruiddruk op verharding. Toepassen van bomen, planten en struiken die (beter) bestand zijn tegen extreme weersomstandigheden. Rentestijging Omschrijving risico De diverse geopolitieke ontwikkelingen en spanningen in de wereld kunnen van invloed zijn op de ontwikkeling van het rentepercentage. Impact Een langlopende geldlening moet tegen een hoger percentage afgesloten worden dan begroot.. (Beheers)maatregelen Jaarlijks wordt op basis van de rentegegevens een herberekening gemaakt van de rentecomponent. In de meerjarenbegroting is gerekend met een rentepercentage van 3% voor nieuwe geldleningen (langlopend) . Op het moment dat deze middelen 64 benodigd zijn, kan (met inachtneming van de andere wettelijke richtlijnen) ook tijdelijk gekozen worden voor een kortlopende lening. Essentaksterfte Omschrijving risico De essentaksterfte is voor een aantal grotere boomstructuren nog steeds een bedreiging.

Grote laanstructuren in de polders en de boomstructuren langs de paden in Giethoorn bestaan uit essen. Het wegvallen van deze boomstructuren zal leiden tot ernstige kwaliteitsverlies, herplant zal altijd nodig zijn om de landschapskarakteristiek en het dorpskarakter te behouden.. Impact Het wegvallen van de boomstructuur langs o.a. de paden in Giethoorn heeft ruimtelijke consequenties, het dorpsbeeld wordt ernstig aangetast. Ook is het verwijderen van grote bomen op deze locatie complex door de moeilijke bereikbaarheid. (Beheers)maatregelen Ieder jaar worden alle essen geïnspecteerd. Aangetaste essen worden gemonitord. De periode vanaf het moment van aantasting tot het sterven van de boom is gemiddeld 5 tot 7 jaar. Bij zware aantasting van de bestaande structuren kunnen de kosten voor herstel oplopen. Het is niet waarschijnlijk dat alle bomen tegelijk worden aangetast, daarmee kan deze opgave gefaseerd over de jaren worden opgepakt en op grond van te maken keuzes worden verwerkt in de begroting + meerjarenbegroting. Bouwkostenstijgingen/tegenvallende aanbestedingen Omschrijving risico De bouwkosten zijn de afgelopen jaren fors gestegen, terwijl dit maar voor een klein deel gecompenseerd is in onze budgetten. In het IHP hebben we al rekening gehouden met 20% opslag boven op de VNG norm-bedragen (prijspeil 2022). Bij een aanbesteding blijken de daadwerkelijke bouwkosten.

Risico aanwezig dat budget niet volstaat. Impact De impact kan fors zijn. Er gaan de komende jaren meerdere grotere projecten spelen, waaronder de unilocatie. Projecten die 40 jaar lang op de begroting drukken. (Beheers)maatregelen Per project kijken we naar de beste manier van aanbesteding (bouworganisatievorm) en budget gestuurd ontwerp. Als er te veel tegenvallers zich gelijktijdig gaan aandienen is temporiseren en prioriteren een optie die de raad heeft. Verplaatsing scouting Omschrijving risico De locatie Onderduikersweg voor de huisvesting van scouting is door gestegen bouwkosten en terreininrichting niet meer passend binnen het beschikbare budget. Het verwachte extra benodigde budget en de beperkte gebruiksmogelijkheden van het pand hebben aanleiding gegeven om samen met betrokken partijen extra inspanningen te leveren om alternatieven te verkennen die passen bij de wensen van de scouting en binnen het beschikbare budget vallen. De verkenning loopt op dit moment, maar de uitkomst is nog onzeker. Impact Naast een mogelijke uitgavenoverschrijding, leidt de verkenning naar alternatieven tot vertraging in de realisatie van een nieuwe locatie voor de scouting ten opzichte van het oorspronkelijk plan.

Opstellen Soortmanagementplan Omschrijving risico De Europese Aanbesteding die wij eerder hebben opgestart voor het opstellen van een Soortmanagementplan (SMP) heeft niet geleid tot gunning. Door de grote vraag naar 65 Soortmanagementplannen (SMP) in heel Nederland, is er momenteel bij ecologisch e bureaus een zeer grote vraag. Veel ecologisch e bureaus hebben daardoor geen of beperkt capaciteit voor het aannemen van nieuwe opdrachten. Daarbij komt dat binnen de gemeente Steenwijkerland twee bijzondere vleermuissoorten voorkomen, de Meervleermuis en de Laatvlieger. Daardoor neemt de complexiteit van het onderzoek toe. Impact Het niet opstellen van een SMP heeft gevolgen voor de isolatieopgave, deze kan zonder SMP maar voor een beperkt deel worden uitgevoerd (6%). Zonder SMP moet er ook bij sloop en renovatie voor iedere opgave apart onderzoek worden gedaan. Hierdoor nemen de kosten en de proceduretijd toe. Aanvullend heeft het niet opstellen van een SMP gevolgen voor de biodiversiteit in onze gemeente. Zonder SMP bestaat de kans namelijk dat vaste nest, rust en verblijfplaatsen van bijzondere diersoorten aangetast worden. Dit kan nadelig uitpakken voor de instandhouding voor deze soorten. Inflatie Omschrijving risico Grondstoffen worden duurder door meerdere factoren. Dit leidt ertoe dat niet alle ambities binnen initieel budget kunnen worden uitgevoerd.

Dit vraagt of om een bijstelling van budgetten, of om aanpassing van de ambities. Inflatie ontwikkelt zich anders dan voorzien. De inflatie van een specifieke doelgroep, bijvoorbeeld bouw en infra, wijkt sterk af van de nominaal gehanteerde inflatiepercentage. Impact Hogere kosten leiden tot hogere uitgaven. Hogere kosten kunnen leiden tot aanpassing van de ambities, dit kan leiden tot imagoschade als de verwachtingen niet zijn bijgesteld. Wanneer er in een uitvoeringsplan de eerste stap niet kan worden genomen vanwege budgetproblemen, kan dit vertraging opleveren in de vervolgstappen. (Beheers)maatregelen De om vang van het risico is afhankelijk van de uitgave. Het kan aanvaarden, verminderen, vermijden of overdragen ervan zijn. We houden de ontwikkelingen wat betreft stijgende kosten nauwlettend in de gaten. Ook vragen we vaker offertes bij meerdere partijen om zo een marktconforme prijs te genereren. Ook stellen we ambities tijdig bij mocht dat nodig zijn en kijken we kritisch of de ambities nog aansluiten bij de markt. Door hier tijdig op te sturen voorkomen we onverwachte (budgettaire) knelpunten waardoor de planning uit zou kunnen lopen. Wet Open overheid (Woo) Omschrijving risico De W et Open overheid (W oo) regelt o.a. welke informatie de gemeente op verzoek (passief) naar buiten moet brengen. Om hieraan te voldoen, gelden wettelijke termijnen.

Wanneer deze overschreden worden, kan de aanvrager via de bestuursrechter een dwangsom aan de gemeente laten opleggen. Impact Het aantal Woo-verzoeken is de afgelopen twee jaren verdubbeld en ook de omvang ervan is sterk toegenomen. Er zijn geen aanwijzingen dat deze ontwikkeling op korte termijn wijzigt. De forse stijging leidt tot een grote werkdruk en kan niet altijd binnen de huidige formatie worden opgevangen. Voor de uitvoering van de Woo ontvangt de gemeente weliswaar geld van het rijk, maar deze (tijdelijke) bijdrage is vooral bedoeld – en nodig – om de kosten voor de actieve openbaarmaking en de (nieuwe) functie van Woo-contactpersoon te dekken. Als we Woo -verzoeken zorgvuldig willen (blijven) behandelen kunnen dus eenmalig extra middelen benodig d zijn voor het inzetten van 66 tijdelijke extra capaciteit. De dwangsom die eventueel opgelegd kan worden bedraagt per Woo verzoek maximaal € 1.442. Planschade bestemmingsplannen Omschrijving risico Planschade wordt ook wel ‘tegemoetkoming in schade ’ genoemd als gevolg van een planologische maatregel. Bijvoorbeeld vanwege het wijzigen van de functie van een bestaand pand. Onder bepaalde voorwaarden kan een verzoek worden ingediend bij de gemeente (er geldt een wettelijk recht op planschadevergoeding).

Impact Omdat de omvang van de verschuldigde vergoedingen per jaar kan verschillen, is er geen vast budget in de begroting opgenomen. Het risico is echter laag. (Beheers)maatregelen Indien mogelijk leggen we het risico van planschade neer bij degene die verantwoordelijk is voor de planologische wijziging. Fiscale procesbeheersing Omschrijving risico De organisatie is zich niet altijd bewust van fiscale risico’s en kansen waardoor mogelijk onnodige risico’s worden gelopen. Het is daarom van belang om vast te leggen hoe de organisatie met de fiscaliteit omgaat. De gemeente heeft zich gecommitteerd aan horizontaal toezicht door ondertekening van een convenant (vastlegging afspraken) met de Belastingdienst (2022). Daarin zijn kernwaarden als transparantie, begrip en vertrouwen sleutelbegrippen en vormen daarmee de basis voor een goede fiscale verantwoording.. Impact Bij het niet voldoen aan de fiscale verplichtingen kan de Belastingdienst naheffingsaanslagen opleggen eventueel verhoogd met boetes. Bij het niet of niet tijdig voldoen aan de criteria zoals opgesteld door de Belastingdienst vervalt het convenant en zal d e gemeente vallen onder een meer retrospectief toezicht met (eveneens de mogelijkheid op) boekonderzoeken en controles. (Beheers)maatregelen Het convenant is een instrument om te komen tot een effectieve en efficiënte werkwijze om de rechtszekerheid te vergroten.

Het convenant is gesloten voor een periode van 3 jaar en wordt voor het einde van de looptijd geëvalueerd. Jaarlijks worden de werkprocessen rondom fiscaliteit getoetst en waar nodig aangepast om (mogelijke) risico`s te reduceren. Ook vroegtijdige signalering , zorgt voor beperken van fouten/risico`s. We zijn actief bezig de fiscale kennis breder in de organisatie verankerd te krijgen. Inning heffingen, belastingen en overige inkomsten Omschrijving risico We lopen in deze onzekere tijd meer risico ten aanzien van de inning van de gemeentelijke heffingen. Met name voor de ondernemers en andere bedrijven verwachten we betalingsproblemen. Het is mogelijk dat een eventueel verleend uitstel van betaling uiteindelijk leidt tot oninbaarheid. Gemeenschappelijke regelingen Omschrijving risico Het risico bestaat dat een gemeenschappelijke regeling te maken krijgt met een financiële tegenvaller, die dan ook de gemeente treft 67 4.2.4. Diverse kengetallen 4.2.4.1. Inleiding Een deugdelijke en transparante begroting is in het belang van een goede controle door de raad op de financiële positie van onze gemeente. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling) van de financiële positie.

De kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel financiële ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of op te vangen. Ze geven dus inzicht in de financiële weerbaar - en wendbaarheid. De kengetallen moeten in samenhang beoordeeld worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. De financiële positie is geen doel op zich en moet altijd gezien worden in het licht van de totale maatschappelijke opgave van de gemeente. Het te bereiken maatschappelijke rendement en de bijdrage aan de inhoudelijke beleidsdoelstellingen zijn hierbij van evident belang. De financiële positie is ondersteunend aan het afwegingsproces en moet het bestuur helpen verantwoorde keuzes te maken voor de (middel)lange termijn. We kennen de volgende kengetallen: • netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen ; • solvabiliteitsratio; • grondexploitatie; • structurele exploitatieruimte; • belastingcapaciteit; • weerstandsratio. Naast de kengetallen voor het struct urele begrotingsevenwicht is een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. Hoe de kengetallen berekend worden, is vastgelegd in een ministeriële regeling.

Het gebruik en het vaststellen van de berekeningswijze heeft gee n functie als normeringsinstrument voor het financieel toezicht door de provincies. De invoering van deze kengetallen is voornamelijk bedoeld om de financiële positie voor de raadsleden inzichtelijker te maken. Voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente worden de kengetallen in samenhang bezien. Het totaalbeeld geeft inzicht in de financiële weer - en wendbaarheid. Belangrijk is wel om in gedachte te houden dat wij voor de kengetallen gebruik hebben gemaakt van de meest recente informatie. Hierdoor wijken de getallen voor 2025 af van de eerder vastgestelde Programmabegroting. 4.2.4.2. Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de totale baten. Het kengetal geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is, valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten, die vervolgens weer worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen.

In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel inclusief a ls exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Bij de netto schuldquote worden de leningen die we hebben uitstaan buiten beschouwing gelaten en bij de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen wordt hiermee wel rekening gehouden. Een netto schuldquote tussen 0 en 100% is acceptabel, c.q. wordt als normaal (groen) beschouwd. Als de 68 netto schuldquote tussen 100 en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog (oranje). Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, bevindt de gemeente zich in de gevarenzone (rood). Voor een genuanceerder beeld van de schuldpositie wordt ook gekeken naar de voorraad bouwgronden en de uitgeleende gelden. Gemeenten met veel grond kunnen meer schulden hebben en dus een hogere schuldquote. De gemeente heeft ook leningen voor woningcorporatie Wetland Wonen aangetrokken. Deze leningen worden een op een doorgegeven. Bij de schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen worden deze leningen geëlimineerd. In de volgende staafdiagrammen de verwachte ontwikkeling van beide schuldquotes weergegeven. 4.2.4.3.

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Indien er sprake is van een forse schuld en veel eigen vermogen (het totaal van de algemene reserves en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Daar is bijvoorbeeld sprake van als een lening is aangegaan omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter

69 de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Voor 2026 verwachten we een solvabiliteitsratio van 23%. Meerjarig zien we dat dit nagenoeg gelijkt blijft, maar dat deze qua verwachting 10% hoger ligt dan de prognoses in de vorige programmabegroting. De belangrijkste oorzaak hiervoor zijn de extra middelen die we als gemeente van het Rijk ontvangen waardoor er een positief begrotingssaldo ontstaat. 4.2.4.4. Grondexploitatie Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen de waarde van de (bouw-)gronden en het totaal aan (geraamde) baten van de gemeente . Hoe lager het percentage des te geringer het risico. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente. Als gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekoms tige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of dez e schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd (verkoop van de gronden) . Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt de gemeente relatief een gering risico.

Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet deze worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. De VNG adviseert een norm van 10%. In de komende jaren is een dalende tendens waar te nemen voor wat betreft de ontwikkeling van het kengetal. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een afname van de voorraad bouwgrond. De gemeente Steenwijkerland voert een faciliterend grondbeleid, tenzij vanwege volkshuisvesti ngs- en economische redenen actief grondbeleid gewenst is.

70 4.2.4.5. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele ruimte is. Hierbij wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten. Deze worden vergeleken met de totale baten van de gemeente. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereike nd zijn om de structurele lasten te dekken. Dit kengetal is relevant voor de beoordeling van de financiële positie omdat dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de Algemene uitkering uit het gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerendezaakbelasting (OZB). Zoals uit de volgende grafiek blijkt verwachten wij dat de structurele baten voldoende zijn om de structurele lasten ter dekken.

71 4.2.4.6. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of waarin er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, riool- en afvalstoffenheffing). Het kengetal vergelijkt de woonlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t-1). Voor 2026 komt dit cijfer uit op 75%. Een belastingcapaciteit van 100% betekent dat de woonlasten op het landelijke gemiddelde liggen. Een lager percentage laat zien dat de mogelijkheid bestaat om de belastingen in de toekomst te verhogen (potentiële ruimte). Een belastingcapaciteit tussen de 95% en 105% wordt als neutraal beschouwd. Wij gaan ervan uit dat, ondanks 100% kostendekkendheid van de tarieven, de woonlasten de komende jaren onder het landelijk gemiddelde zullen blijve n en we de komende jaren qua belastingcapaciteit ‘groen’ blijven scoren. Daarmee zijn we dus in staat om financiële tegenvallers op te vangen en/of is er ruimte voor nieuw beleid. Omdat de gemiddelde landelijke woonlasten voor de komende jaren niet bekend zijn, kunnen we geen meerjarige prognose geven. 4.2.4.7. Weerstandsratio Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen.

De weerstandsratio is een hulpmiddel waarbij de beschikbare weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit (de totale omvang van de risico’s x risicopercentages) . De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevorm door de Algemene Reserve vaste buffer en onbenutte belastingcapaciteit . De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van de risico’s, die de gemeente loopt. Voor de berekening worden omvang en kans van de risico’s in een risicomodel ingevoerd. Hieruit volgt een gewogen risicoprofiel voor de gemeente (zie paragraaf 4.2.3). Bij de vaststelling van de ‘Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019’ is afgesproken dat de signaleringswaarde voor de weerstandsratio minimaal 1,0 is. Opgemerkt wordt dat deze waarde alleen betrekking heeft op de risico’s die kwantificeerbaar zijn 6. Onderstaand diagram geeft het actueel beel d van de (ontwikkeling van) de weerstandsratio. 6 De weerstandsratio is vanaf het begrotingsjaar 2020 geïntroduceerd. Voor de jaren 2027 tot en met 2029 zijn geen cijfers beschikbaar, omdat de uitkomsten sterk afhankelijk zijn van de ontwikkeling van het risicoprofiel, de ontwikkeling van de Algemene reserve vaste buffer en de meerjarige ontwikkeling van de onbenutte belastingcapaciteit.

72 Verwachting is dat de weerstandsratio in 202 6 ruim boven de 2 zal uitkomen. Dit betekent dat de gemeente, zoals het er nu naar uitziet in die jaren over voldoende middelen zal beschikken om eventuele tegenvallers op te vangen. Signaleringwaarden De gezamenlijke provinciale toezichthouders en het Rijk hebben signaleringswaarden opgesteld voor de verplichte kengetallen. Zij hebben gekozen voor een indeling in drie categorieën. Waarbij kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en C het meest risicovol. In onderstaande tabel zijn de signaleringswaarden opgenomen. Samenvattend is het beeld van de kengetallen voor de gemeente Steenwijkerland de komende jaren als volgt:

73 4.3. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen 4.3.1. Algemeen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzieningen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zijn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, openbare verlichting, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voorzieningen is van groot belang voor het optimaal functioneren van de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. Voor het goed onderhouden van de kapitaalgoederen zijn een aantal zaken belangrijk. Allereerst is het van belang dat bekend is wat moet worden onderhouden en wat de huidige staat van het onderhoud is. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpakket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld up -to-date wordt gehouden. Vervolgens moet eenduidig bekend zijn wat het gewenste kwaliteitsniveau is. Dit is vastgelegd in de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2007 door de gemeen teraad is vastgesteld, en in beleidsdocumenten die per onderdeel beschikbaar zijn. De uitwerking vindt plaats volgens de volgende stappen: • waar gaat het over (areaal)? • wat zijn de doelstellingen (beleidskader)? • wat zijn de financiële consequenties van deze doelstellingen? • hoe zijn deze consequenties geborgd in de begroting? 4.3.2.

Beleids- en beheerplannen Voor het op orde houden van de kapitaalgoederen binnen de openbare ruimte zijn beleids - en beheerplannen vastgesteld. Uit deze plannen (en bijbehorende meerjarenplanning) wordt jaarlijks een integrale financiële afweging gemaakt en vertaald in de meerjaren begroting. Hierdoor ontstaat per planjaar een evenwichtig maatregelprogramma voor onderhoud en investeringen in de openbare ruimte. De recente ‘Paraplunota Kapitaalgoederen 2026-2031’ vormt het kader voor de jaarlijkse ‘Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen ’. 4.3.2.1 Wegen Beleidskaders Het beleidskader voor onze wegen is vastgelegd in het beleidsplan beheer en onderhoud wegen & paden (2025). Uitgangspunt is een sterk, betrouwbaar en toekomstbestendig wegennet voor alle gebruikers. Om kostbare reparaties te voorkomen en volledige vervanging uit te stellen investeren we tijdig in onderhoud op – toereikend – basisniveau. Daarvoor zetten we milieuvriendelijke materialen en technieken in. Bermverharding zorgt voor stabiliteit en veiliger plattelandswegen. Uit oogpunt van klimaatadaptatie kieze n we voor halfverharding en faunapassages. Geplande wegwerkzaamheden worden duidelijk gecommuniceerd. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het beleidsplan beheer en onderhoud wegen & paden zijn de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau berekend.

74 Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidsplan beheer en onderhoud wegen (mei 2025) zijn de onderstaande benodigde onderhoudsbudgetten voor het kwaliteitsniveau ‘basis’ en de benodigde bedragen voor investeringen in levensduur verlengende maatregelen en bermverhardingen beschikbaar gesteld: 4.3.3.2. Openbare verlichting Beleidskader De beleidsvisie openbare verlichting (juni 2025) is in de basis opgesteld samen met 17 andere gemeenten in Overijssel om de eenheid te bevorderen en provinciale doelen op het gebied van duurzaamheid en veiligheid te versterken. Daarbinnen maken wij eigen licht- en beleidskeuzes die passen bij de kenmerken van de gemeente. We zetten in op duurzaam en bewust verlichten. Dat betekent “niet verlichten, tenzij”. Voorop staat veiligheid maar zonder lichtvervuiling. Deze aanpak is energiezuinig (inclusief compleet led) en kostenbesparend. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Door de grootschalige vervanging van masten en armaturen wordt bespaard op de onderhoudskosten. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties die voortvloeien uit de beleidsvisie openbare verlichting en het vastgestelde onderhoudsniveau (basis) zijn als volgt: 4.3.3.3. Riolering

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/415ce220-3b7d-460b-8bcb-c92a82f8d043?agendaItemId=ae789caa-90c6-4a59-8091-0b643f32a9bf