CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2026-2029

Raadsvergadering Begrotingsvergadering 11 november 2025, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Programmabegroting 2026 – 2029 gemeente Steenwijkerland29.230 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

75 Beleidskader De beleidskaders voor de riolering zijn vastgesteld in het ‘Riool en Water Programma 2023 -2028’, dat is opgesteld met het waterschap Drents Overijsselse Delta en de zes inliggende gemeenten van het beheergebied ‘Reest & Wieden’, de zogenaamde werkregio Fluvius. Een belangrijk aandachtspunt voor het nieuwe ‘Riool en Water Programma 2023 -2028’ is het onderwerp klimaatadaptatie en dan specifiek die aspecten van klimaatadaptatie die verband houden met de gemeentelijke zorgplicht voor hemelwater. Klimaatadaptatie word t momenteel opgepakt in zowel regionaal verband (Fluvius) als in lokaal verband. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het ‘Riool en Water Programma’ is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het watertakenplan opgenomen in het ‘Teamplan Openbare Ruimte’. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het ‘Riool en Water Programma’ zijn verwerkt in de deze begroting. Naast de kosten voor riolering zijn er ook kosten voor stedelijk water die bij de rioolheffing worden betrokken. Deze kosten worden vermeld bij het onderdeel water. De (globale) opbouw van het budget riolering is in onderstaande tabel weergegeven. 4.3.3.4.

Water & Kunstwerken Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kunstwerken in de gemeente is vastgelegd in diverse beleidsnota’s en plannen. De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: • beleidsplan Oeverconstructies Steenwijkerland 2021-2026;

76 • beleidsplan Oeververbindingen Steenwijkerland 2022-2027; • beheerplan Havens 2022-2027; • Riool en Water Programma 2023-2028. Met het vaststellen van het beleidsplan Oeverconstructies 2021 -2026 is besloten pas te kiezen voor het toepassen van kunststof als vervanging van beschoeiing echt nodig is. Dit is een duurzaam en financieel gunstige maatregel. Voor de oeverconstructies is gekozen voor kwaliteitsniveau ‘basis’. Oeververbindingen worden ook wel civiele kunstwerken genoemd en vormen een belangrijke categorie binnen de kapitaalgoederen. Onder oeververbindingen wordt onder andere verstaan: (beweegbare) bruggen, viaducten en tunnels. Het gelijknamige beleidsplan heeft als doel om als leidraad te fungeren voor het doelmatig en planmatig beheren van de oeververbindingen. Het geeft handvatten voor het beheer en onderhoud en zet de lijn uit voor de komende jaren. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Oeverconstructies De financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidsplan Oeverconstructies 2021 -2026 en het vastgestelde onderhoudsniveau (basis) zijn verwerkt in deze begroting. Er is een deel wat betrekking heeft op investeringen en een deel wat betrekking heeft op planmatig onderhoud.

Oeververbindingen De financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidsplan Oeververbindingen 2022-2027 en het vastgestelde onderhoudsniveau (basis) zijn verwerkt in de ze begroting . Er is een deel wat betrekking heeft op onderhoudsmaatregelen en een deel wat betrekking heeft op vervangingen. Water De financiële consequenties gerelateerd aan de baggeropgave zijn gebaseerd op het Riool en Water Programma 2023-2028 en zijn verwerkt in deze begroting . Dit is onderverdeeld in een deel wat gerelateerd is aan de baggeropgave in stedelijk gebied en een deel wat gerelateerd is aan de baggeropgave in landelijk gebied. Daarnaast zijn ook de budgetten voor het maaien en onderhouden van sloten gebaseerd op het Riool en Water Programma en financieel vertaald in de begroting. Jachthavens en Recreatieve Vijvers De financiële consequenties die voortvloeien uit het beheerplan Havens 2022 -2026 en het vastgestelde onderhoudsniveau (basis) zijn verwerkt in deze begroting. Er is een deel wat betrekking heeft op investeringen en een deel wat betrekking heeft op planmatig onderhoud. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: 77 4.3.3.5 Openbaar groen, sportvelden en speelvoorzieningen Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plantsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides.

Hierbij zijn de volgende nota’s en plannen van belang: • de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); • beleidsnota Groen; • Visie groen en biodiversiteit; • Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte Gemeente Steenwijkerland. Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: • Speelplekkenbeleid (2009-2014); • Meerjarenplan Spelen (2014-2017). In de beleidsnota Groen zijn de beheerambities met betrekking tot het groen beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarbij het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn de biodiversiteitsopgaven en ambities vastgelegd in een visie groen en biodivers iteit die als bouwsteen wordt opgenomen in de te actualiseren Omgevingsvisie. In Speelplekkenbeleid is vastgesteld dat de gemeente spelen en bewegen stimuleert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden wordt. Er is besloten om deze lijn te continueren. Het onderhoud van de speelvoorzieningen wordt op het basisniveau van ‘schoon, heel en veilig’ uitgevoerd. In het vo orjaar wordt een geactualiseerd speelplan opgeleverd. Sportvelden De uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van de gemeentelijke sportvelden zijn vastgelegd in: • Visie op beheer en onderhoud gemeentelijke sportvelden (2020);

78 • Gebruiks- en onderhoudsreglement gemeentelijke buitensportaccommodaties Steenwijkerland 2021 . Een van de speerpunten uit op de visie op beheer en onderhoud van de sportvelden is het vergroten van het eigenaarschap van buitensportverenigingen als het gaat om ‘hun’ accommodatie en velden. Hiertoe is een aantal zaken doorgevoerd, onder meer de overdracht van een aantal taken van gemeente naar vereniging en de introductie van de Right to Challenge. Verenigingen kunnen in dit kader op eigen initiatief aangeven dat zij meer taken van de gemeent e willen overnemen (aanvullend op de taken die vanuit de visie zijn overgedragen) en kunnen hiertoe dan ook een bijdrage verwachten. Deze mogelijkheid en wijziging in taken en verantwoordelijkheden zijn doorvertaald in het gebruiks - en onderhoudsreglement van de buitensport - accommodaties in onze gemeente. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Binnen de budgetten van groen zijn er middelen beschikbaar om onderhoud uit te voeren aan de diverse groenobjecten. Er is onderscheid gemaakt in middelen voor onderhoud van openbaar groen, bermenonderhoud, bomenonderhoud en extensief maaien. Het grootste d eel van het onderhoudsbudget wordt besteed aan het integrale onderhoudsbestek voor de openbare ruimte. In dit bestek is het verzorgend onderhoud in de openbare ruimte opgenomen.

Dit bestek wordt door de Noordwestgroep uitgevoerd in opdracht van de gemeente . In het Meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 jaar becijferd hoeveel geld er nodig is om op het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. In onderstaande tabel zijn de bedragen voor de komende vier jaar weergegeven. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn:

79 4.3.3.6. Gebouwen Beleidskader Van de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerdere jaren vastgelegd inclusief de onderhoudskosten waarmee rekening moet worden gehouden. Uitgegaan wordt van drie categori eën onderhoud. Het klachtenonderhoud betreft dagelijks voorkomende calamiteiten en storingen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn afgesloten. Dit betreft voornamelijk technische installaties. Tenslotte is er het planmatig onderhou d. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voor de periode van 2024 –2033 een ‘Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed’ opgesteld. Deze plannen worden ieder jaar bij de jaarrekening geactualiseerd. Dit bedrag is in de voorliggende begroting verwerkt. Ui tbreidingen en duurzame maatregelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en vergen afzonderlijke investeringen. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het ‘Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed’ is verwerkt in de begroting. Voor het maatschappelijk vastgoed is een voorziening ingesteld. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening. 4.3.3.7. Begraafplaatsen Beleidskader Uitvaart is emotie.

Een gedegen beleid en uitvoering is dan ook erg belangrijk. Het gaat om het bieden van verschillende mogelijkheden voor lijkbezorging, rust en gedenken, een respectvolle benadering van nabestaanden en een zorgvuldige ‘nazorg’ in de zin van een correcte administratie en correspondentie. De beleving wordt voor een groot deel gevormd door de aanwezigheid van groen. De aanwezigheid van bijzondere of waardevolle bomen, diverse heesters en planten, kleine zoogdieren, reptielen, insecten en vog els dragen bij aan biodiversiteit. Ook de cultuurhistorische waarde is groot.

80 We werken binnen de beleidskaders van: • Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Steenwijkerland 2016; • nadere regels voor de graven, asbezorging en grafbedekking op de gemeentelijke begraafplaatsen; • integrale visie openbare ruimte (IVOR).

81 4.4. Paragraaf Financiering In de ‘Paragraaf Financiering’ lichten we de financieringsfunctie toe. We gaan in op zowel de algemene ontwikkelingen als de ontwikkelingen in onze gemeente. De algemene ontwikkelingen betreffen de renteontwikkelingen en de wet - en regelgeving. De specifieke ontwikkelingen omvatten de r enterisiconorm, de kasgeldlimiet en de financiering van de gemeente. Ambitie Het doel is een optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven op korte en lange termijn. Om dit goed uit te voeren, wordt gekeken naar de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasuryfunctie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) en het financieringsstatuut. Doelstellingen Bij de begroting wordt een keuze gemaakt welke investeringen er op korte en lange termijn plaatsvinden. Het is vervolgens onze taak om deze investeringen conform de kaders te financieren. We beperken ons tot de publieke taak en hanteren hierbij de volgende doelstellingen: • er is voldoende financiering op korte en lange termijn; zodoende kunnen wij te allen tijde aan onze betaalverplichtingen voldoen; • de risico’s die aan financiële transacties verbonden zijn , worden beheerst en beperkt.

Te denken valt onder andere aan renterisico’s, koersrisico’s en debiteuren-/crediteurenrisico’s; • de rentekosten van de leningen worden zoveel mogelijk beperkt; • de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities worden zoveel mogelijk beperkt. Onze inzet We maken onderscheid tussen financiering en dekking. Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan onze financiële middelen komen (bijvoorbeeld door verkoop van gronden of door het aangaan van geldleningen). Bij dekking gaat het om de vraag hoe we de mi ddelen kunnen aanwenden om de begroting sluitend te houden (bijvoorbeeld opbrengst uitkering gemeentefonds en belastingopbrengsten). Om vooral de financieringsrisico’s te beperken, staan in de Wet fido twee instrumenten genoemd, waarmee we te maken hebben, te weten de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Renterisiconorm Het uitgangspunt van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op langlopende schulden. Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden , aflossingen en rentelasten van de leningen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk wordt afgesloten met het risico van snel oplopende rentelasten. Met behulp van de renterisiconorm wordt bepaald wel k renterisico de gemeente loopt op haar vaste schuld (leningen met een looptijd langer dan één jaar).

De renterisiconorm is bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mog en bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hierbij is een minimumbedrag bepaald van € 2,5 miljoen. Op een begrotingstotaal van € 1 87,3 miljoen in 2026 (totale lasten inclusief dotaties aan de reserves) bedraagt de renterisiconorm voor onze gemeente € 37,4 miljoen. In 2026 vindt voor een bedrag van € 5,4 miljoen aan aflossingen 82 van bestaande leningen plaats. We zouden nog een nieuwe lening aan mogen trekken voor een bedrag van € 3 2 miljoen. Kasgeldlimiet In verband met het beperken van renterisico’s op de korte schuld moeten gemeenten voldoen aan de kasgeldlimiet. Dit betekent dat de korte schuld voor gemeenten maximaal 8,5% van het begrotingstotaal (lasten) mag bedragen. De korte schuld bestaat uit de opg enomen gelden met een oorspronkelijke rente typische looptijd korter dan één jaar en de schuld op de rekening -courant. Deze opgenomen gelden zijn bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. In 2026 bedraagt onze limiet € 15,9 miljoen. In verband met regelgeving is het niet toegestaan om meer dan 2 kwartalen achter elkaar de kasgeldlimiet te overschrijden.

Debiteuren-/crediteurenrisico Onder debiteurenrisico wordt hier verstaan het risico dat uitgezette geldleningen niet worden terugontvangen van marktpartijen. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en daalt de staatsschuld. Schatkistbankieren is ingevoerd voor gemeente n, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen. Dit heeft een positief effect op de omvang van de EMU-schuld. Depositotarieven en inleentarieven worden geharmoniseerd. De Wet biedt, onder bepaalde voorwaarden, (lagere) overheden de mogelijkheid elkaar leningen te verstrekken. Dit kan voor beide partijen leiden tot gunstige rentecondities. Uit oogpunt van doelmatigheid is in de Wet een drempelbedrag opgenomen. Hiermee kan een bepaald bedrag buiten de schatkist worden gehouden. Voor gemeenten met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen is het drempelbedrag bepaald op 2% met een minimum van € 1.000.000. Voor de onze gemeente geldt in 2026 als drempel 2% van € 187,3 miljoen, ofwel € 3,7 miljoen. Wij mogen dus een positief rekening -courantsaldo hebben van afgerond € 3,7 miljoen, voordat deze middelen worden afgeroomd aan de schatkist. Leningenportefeuille We werken op grond van totaalfinanciering.

Dit houdt in dat niet voor iedere investering apart een lening wordt afgesloten. Bij projecten van grote omvang kan het zijn dat het systeem van totaalfinanciering wordt losgelaten.

83 Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld een project waarbij er sprake is van een verschil tussen juridisch en economisch eigenaar van een activa. In het overzicht zijn ook de leningen die doorgesluisd zijn naar woningcorporatie Wetland Wonen Groep opgenomen. De restschuld van deze leningen bedraagt per 1 januari 2026 € 3,1 miljoen. In 2026 moet € 1,157 miljoen worden betaald wegens verschuldigde rentekosten. Dit is inclusief de rentelasten van € 0,135 miljoen voor de doorgesluisde leningen aan Wetland Wonen en transitorische rente. Wij lopen een risico als de woningcorporatie haar betalingsverplichtingen niet nakomt. Het Waarborgfonds Sociale Woninge n staat garant voor de betalingen van rente en aflossingen van 3 van de 5 verstrekte leningen. Rentetoerekening Het renteschema is hieronder weergegeven.

84 Kredietrisico’s Het kredietrisico is het risico dat de gemeente loopt wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen, c.q. publieke instellingen die in voorkomende gevallen in financiële problemen kunnen komen. Onze gemeente heeft naar verwachting in het begrotingsjaar 2026 in beperkte mate te maken met kredietrisico’s. De totale omvang van deze leningen per 1 -1-2026 bedraagt bijna € 5, 4 miljoen (excl. de startersleningen). De ontwikkeling van de verstrekte leningenportefeuille ziet er als volgt uit. Voor 2026 is een rentevergoeding van afgerond € 0,231 miljoen begroot. Financiering Binnen de gemeente wordt een omslagrente in rekening gebracht bij de investeringen en de projecten van 0 ,6%. Door een wijziging in de BBV voorschriften geldt vanaf 2025 v oor de grondexploitatie hetzelfde rentepercentage van 1,0%. Deze omslagrente is berekend op basis van het investeringsvolume 202 5 (inclusief restantkredieten) en bestaat uit de werkelijk betaalde en ontvangen rente. Indien in de loop van het begrotingsjaar de werkelijke rente sterk afwijkt (>25%) dan is een correctie verplicht voorgeschreven. Financieringspositie De financieringspositie geeft inzicht in de ontwikkeling van de financieringsbehoefte, rekening houdend met de investeringen en beschikbare interne en externe middelen.

De interne financiering vindt plaats in de vorm van de afschrijvingen ten laste van de exploitatierekening en in de vorm van eigen vermogen (reserves). Voor de externe financiering wordt een beroep gedaan op de geld - en kapitaalmarkt. De boekwaarde van de investeringen en uitgezette leningen wordt per 1 januari 2026 geraamd op € 179,8 miljoen.

85 Financieringstekort Bij de aanvang van het begrotingsjaar 2026 ramen wij een financieringstekort van afgerond € 63 miljoen. Dit tekort ontstaat doordat de som van de reserves en voorzieningen en de opgenomen geldleningen per 1 januari 2026 lager is dan de boekwaarde van de investeringen per 1 januari 2026. Nagenoeg alle transacties vinden plaats via de BNG, onze huisbankier. In de dienstverleningsovereenkomst is geregeld dat wij tot een bedrag van € 12 miljoen ‘rood’ mogen staan. Daarnaast heeft de gemeente een rekening -courantovereenkomst met de Rabobank ‘Meppel - Staphorst- Steenwijkerland’.

86 Prognose Meerjarenbalans7 De presentatie van de geprognosticeerde balans sluit aan op de balans van de jaarrekening. In de prognose zitten veel aannames omdat de toekomstige mutaties onzeker zijn. Het vertrekpunt voor deze balans is de jaarrekening 2024 geweest. Bij de prognose van de eindbalans voor de jaren 2026 t/m 2029 is rekening gehouden met de mutaties voortvloeiende uit: • het investeringsprogramma 2026–2029; • actualisatie grondexploitaties; • de mutaties in de reserves en voorzieningen. 7 In de prognose meerjarenbalans zijn de saldi van de voorliggende programmabegroting vertaald in de post ‘eigen vermogen’. De overlopende activa en passiva zijn constant gelaten ten opzichte van de laatste vastgestelde jaarrekening.

87 EMU-saldo De wet Hof is bedoeld voor de beheersing van de schuldenlast en het begrotingstotaal op rijksniveau. Een individuele EMU-referentiewaarde betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente heeft in de gezamenlijke tekortnorm. Gemeenten met een sluitende (meerjaren) begroting hebben niet per definitie ook een sluitende begroting in EMU- termen. De belangrijkste oorzaak is dat het Rijk investeringen aan één jaar toerekent (het zogenaamde kasstelsel) terwijl andere overheden en het bedrijfsleven dergelijke uitgaven via afschrijvingen over meerdere jaren uitsmeren (stelsel van baten en lasten). Sturingsopties om het EMU-saldo in positieve zin te beïnvloeden zijn het afstoten van activa en passiva die niet tot de ‘core business’ van een gemeente horen. Als vervolg daarop kan het noodzakelijk zijn keuzes te maken en ambities te beperken als het gaat om het investeringsprogramma. Voor vastgoedobjecten kan daarbij huur of lease een optie zijn.

88 Voor 2026 bedraagt de referentiewaarde afgerond -/- € 9,1 miljoen. Uit bovenstaande tabel blijkt dat het EMU-saldi binnen de gestelde referentiewaarden blijven.

89 4.5. Paragraaf Openbaarheid De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 in werking getreden. De Woo verving de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en legt nadruk op zowel passieve als actieve openbaarmaking van overheidsinformatie. Dit betekent dat we niet alleen op verzoek informatie verstrekken, maar ook verplicht worden om bepaalde informatie uit eigen beweging openbaar te maken. Wij zetten in op een betrouwbare en toegankelijke overheid, waarbij informatiehuishouding en digitalisering centraal staan. Mede met inzet van de daarvoor verkregen rijksmiddelen. De komende jaren wordt gewerkt aan het: • gefaseerd openbaar maken van elf informatiecategorieën, conform landelijke planning ; • verbeteren van de informatiehuishouding, zodat documenten duurzaam toegankelijk zijn en blijven; • opzetten of uitbreiden van een digitaal platform waar inwoners en bedrijven eenvoudig toegang hebben tot openbaar gemaakte informatie; • versterken van de interne organisatie door inzet van Woo-coördinator en training van medewerkers. Deze inspanningen dragen bij aan het vertrouwen in de overheid en zorgen ervoor dat inwoners beter geïnformeerd zijn over het handelen van de gemeente. De door ons openbaargemaakte informatie is ook vindbaar op de landelijke Woo-index. 90 4.6. Paragraaf Bedrijfsvoering In onderstaande kaart staan de ambities voor de ambtelijke organisatie.

De hierin opgenomen organisatiedoelen gebruiken we als indeling voor deze bedrijfsvoeringsparagraaf. Betrouwbaar en professioneel Planning & Control Met het oog op transparantie, bestuurlijke sturing en het versterken van de informatievoorziening willen wij samen met u verkennen hoe de Planning & Control -producten beter kunnen aansluiten bij uw informatiebehoefte en de gemeentelijke ambities. We nodigen u uit om mee te denken over inhoud, vorm en timing, zodat we samen kunnen bouwen aan een toekomstbestendige P&C-cyclus. Fraudebeheersing De komende jaren wordt er vanuit de accountantscontrole nadrukkelijker aandacht gegeven aan fraudepreventie. Ook is dit onderwerp inmiddels onderdeel van de controleverklaring van de accountant. Via diverse invalshoeken besteden wij continu aandacht aan fr audepreventie, zoals onder meer de verbetering van de risicobeoordeling via procescontroles. Communicatie Betrouwbaar, open en eerlijk. Dat is de basis van onze communicatie naar inwoners en ondernemers. Deze en andere uitgangspunten zijn vastgelegd in een koersdocument voor de jaren 2023 – 2026. Daarin staat dat we onze overheidscommunicatie inzetten om uitleg te geven, om te luisteren naar wat onze inwoners zeggen en vinden, om te weten wat er leeft in de samenleving, om te werken aan ons imago en om onze zichtbaarheid te vergroten. We zoeken daarin continu de verbetering.

Wie zien het belang van het monitore n en analyseren van de online

91 omgeving omdat het bijdraagt aan een omgevingsgerichte organisatie. Dit is een onderdeel waar we ons blijvend op richten. Wet open overheid De Woo regelt welke informatie de gemeente op eigen initiatief (actief) of op verzoek (passief) naar buiten moet brengen. Het aantal Woo -verzoeken blijft onverminderd hoog. We houden goed contact met Woo -verzoekers en hebben de wettelijke termijnen onder controle. In de Woo staan categorieën informatie die (op termijn) actief openbaar moeten worden gemaakt. We voldoen aan onze actieve openbaarmakingsplicht en zetten stappen om alvast meer informatiecategorieën actief openbaar te maken. Denk aan het openbaar maken va n Woo -besluiten en de bijbehorende documenten, maar ook aan collegestukken en -agenda’s. De actieve openbaarmaking vraagt een forse juridische, technische en organisatorische inspanning. We zetten de benodigde stappen voor verdere uitrol van actieve openbaarmaking. Informatievoorziening In een tijd waarin digitale processen en gegevensuitwisseling centraal staan in gemeentelijke dienstverlening, is een robuuste informatievoorzienig onmisbaar. We richten ons nadrukkelijk op het versterken van cybersecurity binnen de bredere context van inf ormatievoorziening.

Het doel is om de digitale weerbaarheid van de organisatie te vergroten, risico’s te beheersen en het vertrouwen van inwoners, ondernemers en netwerkpartners te waarborgen. Marktontwikkelingen ICT In de software -industrie is het onrustig. Er is sprake van overname van partijen en verschuivingen van software tussen partijen. De investeringen om ontwikkelingen bij te houden zijn groot en gebeuren door deze partijen niet altijd en vanwege onzekerheden behouden ze het personeel niet. We merken dat partijen daardoor niet (meer) altijd het afgesproken resultaat behalen of niet eens (kunnen) reageren op uitvragen in de martk. Voor de komende periode staan verschillende aanbestedingen op de planning waarbij dit een aandachtspunt is. Samenleving tevreden ... over onze dienstverlening, over hoe we integraal samenwerken en over onze gastvrijheid. Dienstverlening Met onze dienstverlening sluiten we aan bij de -veranderende- behoeften van onze inwoners en ondernemers en ontwikkelingen in de maatschappij. In 2025 herijkten we daarom onze visie op dienstverlening. De basis blijft dat we duidelijk, betrouwbaar, verbind end, uitnodigend, persoonlijk en toegankelijk willen zijn in onze dienstverlening. Samen met collega’s uit verschillende teams voeren we de visie stap voor stap uit.

Om te weten hoe onze inwoners de dienstverlening ervaren vragen wij het ze regelmatig als ze contact met ons hebben gehad. Ook kijken we naar hoe onze website gebruikt wordt en testen we -onder andere met het Testpanel - brieven en online informatie. Daarbij letten we op gebruiksgemak, duidelijke taal en digitale toegankelijkheid. Verduurzaming bedrijfsvoering Als overheid stimuleren wij duurzaamheid bij onze inwoners en bedrijven. Op het gebied van onze bedrijfsvoering hebben wij een voorbeeldfunctie. In het Klimaat - en duurzaamheidsambitie document zijn onze ambities voor de komende jaren vastgesteld. In 2023 brachten we de CO2 -uitstoot van onze organisatie in kaart met de CO2 - prestatieladder methodiek. Aan de hand hiervan worden maatregelen getroffen, onder meer het verminderen van het fossiel brandstofgebruik en het slimmer omgaan met energie. Daarnaast organ iseren we jaarlijks een klimaat - een duurzaamheidsweek om medewerkers bewust te maken en te inspireren tot duurzaam gedrag. 92 Medewerkers tevreden … over de positieve werksfeer, een fijne werkomgeving, de ruimte voor ontwikkeling en over een goede werkgever. Huisvesting Een toekomstbestendige werkomgeving en verduurzaming van ons gemeentehuis is langzamerhand noodzaak. Vanwege de financiële situatie was dat tot nu toe niet mogelijk. Wel zijn al middelen beschikbaar gesteld voor o.a. meubilair en sanitair.

De gemeente is h et voorbeeld waar het gaat om het behalen van klimaatdoelen, zeker voor het gemeentelijk gebouw met de grootste uitstoot. Het faciliteren van een gezonde, toekomstgerichte werkomgeving is iets waar medewerkers blijvend om vragen. Dat is niet vreemd in een gebouw dat sinds de bouw in 1991 (35 jaar geleden) niet meer is gerenoveerd (op een aantal specifieke plekken na). Daarnaast hebben we op installatiegebied een opgave vanuit de ARBO, zoals op het gebied van temperatuur en CO2. Eigenaarschap, verbinding en ontwikkeling Onze medewerkers maken het verschil. Uit onderzoek blijkt dat zij zich betrokken en verantwoordelijk voelen. Dáár zit de kracht van Steenwijkerland. We benutten die kracht door eigenaarschap en ontwikkeling centraal te stellen in ons dagelijks werk. In 2024 is een groep ambassadeurs uit alle teams gestart met het versterken van eigenaarschap binnen de organisatie. In 2026 wordt deze groep uitgebreid en bouwen we hierop voort. Samen onderzoeken we hoe we kunnen samenwerken op een manier die recht doet aan ieders talent én bijdraagt aan onze gezamenlijke doelen. We stimuleren opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap, maken bewuste keuzes en stellen heldere prioriteiten. Zo blijven we wendbaar in een samenleving die voortdurend verandert. Risicoinventarisatie en evaluatie (RI&E) In 2025 is een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) uitgevoerd.

Dit is een onderzoek waarin we kijken naar de veiligheid, gezondheid en werkomstandigheden binnen onze organisatie. We brengen risico’s in kaart en beoordelen wat beter kan. Uit de RI&E komen verbeterpunten naar voren op het gebied van scholing, bijscholing en informatievoorziening. Deze worden geprioriteerd en in 2026 opgepakt. Dit doen we in samenhang met onze langetermijnvisie op vitaliteit: hoe jij in je vel zit, doet ertoe . We willen dat medewerkers zich goed voelen, veilig werken en gezond blijven. Vitaliteit en de duurzaam inzetbare medewerker De aandacht voor vitaliteit en duurzame inzetbaarheid is gebaseerd op een lange termijn visie. Onder het mom ‘Hoe jij in je vel zit doet er toe’ ondersteunen we medewerkers bij het vergroten van hun vitaliteit, werkvermogen en inzetbaarheid. De ondersteuning bestaat uit praktische handvatten die medewerkers helpen fit en gemotiveerd te blijven, door voldoening te halen uit werk dat bij hen past. Dit draagt bij aan het behoud van gemotiveerde en enthousiaste medewerkers. Weerbaarheid, veiligheid en arbeidsmarkt We besteden extra aandacht aan de weerbaarheid van onze medewerkers. Dit doen we vanuit meerdere invalshoeken: als vervolg op de RI&E, in het kader van maatschappelijke weerbaarheid èn met het oog op de arbeidsmarktontwikkelingen. Het werven en behouden van medewerkers wordt steeds uitdagender.

Tegelijkertijd worden taken steeds complexer en speelt agressie en geweld vaker een rol. We leiden medewerkers op om hun taak goed uit te kunnen voeren en zorgen voor trainingen op gebied van weerbaarheid en omgaan met agressie. Dit leidt tot een toename van opleidingskosten. Door hier nu al op te anticiperen, blijven we voorbereid op de toekomst. 93 Personele gegevens In de paragraaf bedrijfsvoering nemen we ook cijfermatige informatie op het gebied van onze medewerkers over de eerste helft van 2025 en ter vergelijking over 2023 en 2024. n de begroting voor 2025 is de formatie op enkele plekken uitgebreid. Dit zie je terug in de toename van de formatie ten opzichte van 31-12-2024. Dit zijn uitbreidingen bij Openbare Orde en Veiligheid, Economie en binnen het Sociaal Domein. Daarnaast zijn er vacatures ingevuld die al in de formatie zaten. Dit verklaart de toename van het aantal medewerkers en afname van de formatieruimte. In de grafiek wordt de inhuur in de voorgaande jaren getoond. De kosten voor inhuur in de eerste helft van 2025 zijn 7,2% van de totale loonkosten. Vergeleken met andere gemeenten is de inhuur laag, vergelijkbare gemeenten hebben een gemiddelde inhuur van 18,8% in 2023 en 2024 (personeelsmonitor A&O fonds).

94 De arbeidsmarkt blijft in beweging. In de eerste helft van 2025 zien we binnen Steenwijkerland een iets lagere instroom en uitstroom dan in de voorgaande jaren. De arbeidsmarkt is gunstig; medewerkers vinden relatief eenvoudig een andere baan. We slagen er ook in om nieuwe medewerkers aan te trekken. Toch merken we dat het invullen van sommige functies meer inspanning vraagt. Vacatures op gebied van o.a. verkeer, ruimtelijke ontwikkeling, riolering en water, juridische en financiële functies zijn moeilijk t e vervullen. Daarom blijven we in 2026 investeren in arbeidsmarktcommunicatie. Om op het juiste moment zichtbaar en aantrekkelijk werkgever te zijn. Bij omliggende gemeenten en ook landelijk is een vergelijkbaar beeld te zien. De verwachting is dat de arbeidsmarkt in beweging blijft. Aantrekkelijk werkgeverschap is het sleutelwoord. Dat begint bij een goede start voor onze nieuwe collega’s. We zetten i n op het behouden van medewerkers, door te investeren in hun loopbaan bij de gemeente. In 2026 blijft de focus op vitaliteit en inzetbaarheid en loopbaanontwikkeling. We stimuleren ontwikkeling, bieden perspectief en moedigen interne doorstroom aan. Zo zorgen we ervoor dat talenten behouden blijven en medewerkers zich kunnen blijven ontwikkelen binnen onze organisatie. Het verzuim is gedaald in 2025. De oorzaak hiervan ligt vooral in de afname van langdurig verzuim.

Doelstelling voor 2026 is een stabiel lager verzuim over de hele organisatie. Dit doen we door in te zetten op preventie en actieve begeleiding bij verzuim. Ook de inzet van ons vitaliteitsprogramma heeft tot doel het verzuim zo laag mogelijk te houden.

95 4.7. Paragraaf Verbonden partijen Inleiding Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Bestuurlijk belang houdt in dat de gemeente een zetel in het bestuur heeft of stemrecht heeft bij de vergaderingen. Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente financiële middelen in het bedrijf heeft geïnvesteerd, c.q. gestoken. Als het bedrijf failliet gaat, is de kans groot dat de gemeente de beschikbare financiële middelen kwijt is. Ook bij problemen bij de verbonden partij kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld en kunnen kosten verhaald worden op de gemeente. Een partij die ieder jaar een subsidie krijgt, waar geen tegenprestatie tegenover staat is geen verbonden partij. In de ‘Nota Verbonden Partijen’ zijn regels vermeld voor het aangaan van diverse nieuwe samenwerkingen. Het proces van deelnemingen is een dynamisch gebeuren. Visie en beleid ten aanzien van verbonden partijen Wij streven ernaar om het bestuurlijk en financieel belang te houden in die organisaties die een bijdrage leveren aan het openbaar belang en waarvan de activiteiten aansluiten bij het beleid zoals dat door de gemeente wordt gevoerd. Beleidswijzigingen voor specifieke verbonden partijen worden voor zover nodig of wenselijk afzonderlijk aan de raad voorgelegd.

Verbonden partijen waarin de gemeente deelneemt De verbonden partijen van de gemeente bestaan uit de gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en publiekrechtelijke rechtspersonen. Voornemens tot het aangaan van nieuwe bestuurlijke participaties Historisch Centrum Overijssel /Collectie Overijssel is door nieuwbouw in staat om ons ruimteprobleem bij het historisch archief op te lossen. Daarnaast blijkt uit meerdere door ons uitgevoerde onderzoeken dat zij in staat zijn de toenemende complexiteit het hoofd te bieden door de benodigde specialistische kennis. Voor een gemeente van onze omvang is dat niet duurzaam te borgen. Het college heeft op basis hiervan begin 2025 de intentie uitgesproken om per 1 januari 2027 toe te treden tot deze Gemeenschappelijke Regeling en hiertoe een intentieovereenkomst ondertekend. De gemeenteraad is bevoegd om het definitieve besluit te nemen over de toetreding. De verwachte kosten na toetreding tot de GR voor de dienstverlening bedraagt circa € 380.0000. Voornemens tot het beëindigen van bestaande participaties Verwacht wordt dat de gemeente op korte termijn geen participaties gaat beëindigen. Wijzigingen bestaande participaties Het is de bedoeling dat de GGD IJsselland en RSJ IJsselland met ingang van 2026 samen verder zullen gaan. Risico’s Bij het deelnemen in een verbonden partij kan de gemeente risico’s lopen.

Te denken valt onder andere aan: • hoogte van de dividenduitkering; • aansprakelijkheid bij faillissement; • hogere bijdragen bij exploitatietekorten bij gemeenschappelijke regelingen. 96 Beheersmaatregelen Om de risico’s te beperken zijn de volgende maatregelen getroffen: • de gemeenschappelijke regelingen moeten jaarlijks vóór 15 april hun ontwerpbegroting en voorlopige jaarrekening naar de gemeenteraden zenden; • bij de rechtspersonen (onder andere nutsbedrijven) heeft de gemeente, via de portefeuillehouder inspraak bij de behandeling tijdens de aandeelhoudersvergaderingen. Bij de verschillende programma’s worden de specifieke risico’s van de verbonden partijen vermeld. Verder treft u in bijlage 8 het overzicht aan van de verbonden partijen. Resumé Hieronder treft u een beknopt overzicht aan van dividenduitkeringen, rente-inkomsten en verschuldigde bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen.

97

98 4.8. Paragraaf Grondbeleid en ontwikkelingsinvesteringen Algemeen In de ‘Paragraaf Grondbeleid en ontwikkelingsinvesteringen’ wordt ingegaan op de vermogenspositie van het grondbedrijf op basis van geactualiseerde exploitatieopzetten van de diverse complexen. Tevens zijn de diverse risico’s beschreven. Op basis van de bijgestelde grondexploitaties is de vermogenspositie van het grondbedrijf in beeld gebracht. Uitgangspunten De programma begroting 2026 -2029 is gebaseerd op: • het huidige grondbeleid; • de woonagenda 2022-2026; • de prestatieafspraken Steenwijkerland 2023-2027. Nieuwe ontwikkelingen Wanneperveen De gemeente ontwikkelt een bijzonder, groen woongebied en nieuw kind centrum in Wanneperveen. De planlocatie grenst aan bestaand bebouwd gebied en ligt in het agrarische landschap tussen de kern Wanneperveen en het natuurgebied de Wieden. Er zijn binnen het plan 18 vr ije kavels van 8 vrijstaande en 10 onder twee -onder- één kapwoningen, 13 kavels in drie blokken voor 13 rijwoningen en 1 kavel voor 6 patiowoningen. Het Omgevingsplan is inmiddels vastgesteld en in werking getreden. De grondexploitatie (GREX) is inmiddels geactiveerd en in de periode van maart tot oktober/november 2025 is het hele plan bouwrijp gemaakt. Vanaf 2026 staat de nieuwbouw van de woningen en het kind centrum gepland.

Oldemarkt • In Oldemarkt nabij het marktplein bouwt WWG 9 seniorenwoningen en 5 gezinswoningen. Bestemmingsplan is onherroepelijk en WWG is inmiddels gestart met het bouwen van de woningen. Het betreft dus sociale woningbouw. De verwachting is dat de woningen begin 2026 worden opgeleverd. • Locatie Oosterbroek (Ten Oosten van de Telwal en ten Nooren van de Windsingel) De voorbereidingen voor een uitbreiding van Oldemarkt zijn gestart. Het betreft een nieuwe woonwijk die ruimte moet bieden aan zo’n 130 woningen. De gemeente en Roosdom Thijhuis hebben een intentieovereenkomst getekend. De ontwikkeling van het plangebied gaat in samenwerking met de werkgroep Wonen in Oldemarkt. Steenwijkerwold – De Beek In Steenwijkerwold moeten nog 72 woningen worden gebouwd om aan de vraag uit de Woonagenda 2022 -2026 te voldoen. Aan De Beek, aan de rand van Steenwijkerwold, heeft de gemeente twee kavels in eigendom. Hiervan is één kavel braakliggend en de andere wordt gebruikt als evenemententerrein. In eerste instantie ligt de focus op het realiseren van plancapaciteit voor het braakliggende terrein. Samen met de werkgroep Wonen Steenwijkerwold zijn in gesprek over het inrichten van het plangebied. In september 2025 is aan de raad voorgesteld om de planvoorbereiding voor het project op te starten en hiertoe een voorbereidingskrediet te verstrekken.

99 In de planvoorbereiding wordt het stedenbouwkundig plan en het omgevingsplan uitgewerkt, inclusief de grondexploitatie. Deze eindproducten vormen het sluitstuk van de planvoorbereiding en zullen te zijner tijd ter vaststelling worden aangeboden aan de raad. Blokzijl Wetland Wonen Groep realiseert in Blokzijl 4 starterskoopwoningen en 9 sociale huurwoningen en in Sint Jansklooster 8 starterskoopwoningen en 12 sociale huurwoningen. Steenwijk Zuidoost In Steenwijk Zuidoost is sprake van een PFAS verontreiniging die moet worden gesaneerd. De gemeente voert de sanering uit in combinatie met het bouwrijp maken. Met een subsidie in het kader van de WoningBouwImpuls (WBI) is een deel van de saneringskosten gedekt. Het restant van de kosten wordt door de ontwikkelaar betaald. Hierover zijn via een Anterieure Overeenkomst afspraken gemaakt. Nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is, volgt de sanering en het bouwrijp maken. Vervolgens kan worden gestart met de bouw van 240 woningen, waarvan 70 sociale huurwoningen. Belt-Schutsloot We hebben besloten om voor een (gemeentelijk) perceel aan de Vaste Belterweg een planologische procedure te starten voor de bouw van een twintigtal woningen. Inmiddels worden daarvoor de benodigde acties uitgevoerd. Verwachting is dat de procedure in het vierde kwartaal 2025 wordt gestart. Het betreft een gemeentelijk project.

Kornputkwartier – Steenwijk Het bouw - en woonrijp maken van fase 4 is gestart , tevens ook de eindfase voor het project/plangebied Kornputkwartier. Onderdeel van fase 4 is de samenwerking met een bouwonderneming voor het ontwikkelen en het verkopen van de kavels/woningen voor een deel van het gebied in fase 4. De kavels, bedoeld voor de bouw van vrijstaande koopwoningen en enkele 2 onder 1 kap woningen, worden door de gemeente zelf te koop aangeboden. Ook de locatie “Stormbaan” welke onderdeel is van de grondexploitatie is in ontwikkel ing met voor de bouw van sociale huurwoningen en sociale huurappartementen. Bergwold - Tuk De gemeente heeft gronden aangekocht en ontwikkel d op het voormalige terrein van Herwijnen een divers programma aan woningen met ruimte voor de natuur. Er wordt uitgegaan van 40 tot 50 woningen. Het participatieproces loopt nog waarbij de verkeersafwikkeling een zorgpunt is voor de omgeving. De exacte invulling van het plangebied zal in het omgevingsplan worden weergegeven. Kalverstraat 19 – Steenwijk De realisatie van 13 huurappartementen door de ontwikkelaar wordt afgestemd op de locatie waarbij de archeologie en de museumontwikkeling in de Spijkervetstallen aandachtspunten zijn. Parameters Jaarlijks worden de parameters kosten - en opbrengstenstijging ten behoeve van de Meerjarenbegroting Grondexploitaties (MBG) opnieuw vastgesteld.

In de ‘MBG 2025 e.v.’ zijn de parameters voor de komende begrotingsperiode niet gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2024. Er wordt een opbrengstenstijging van 1,5% gehanteerd, op basis van de ontwikkeling van de Consumentenprijsindex (CPI). Er wordt een kostenstijging van 2% vanaf 2026 gehanteerd, op basis van de ontwikkeling van de Grond-, Weg- en Waterbouwindex (GWW-index). Het rentepercentage dat wordt doorberekend aan de grondexploitaties bedraagt 0,6% op basis van de in de BBV verplicht voorgeschreven renteberekening. 100 Stikstof Eind 2024 heeft de Raad van State twee belangrijke uitspraken gedaan over het intern salderen met ongebruikte stikstofruimte. Deze uitspraken hebben grote gevolgen voor de verlening van natuurvergunningen voor projecten met stikstofdepositie. Dit raakt diverse sectoren, waaronder industrie, infrastructuur, landbouw en het bedrijfsleven. Kern van deze uitspraken is dat intern salderen niet meer in de voortoets mag plaatsvinden bij de vraag of een natuurvergunning voor een project nodig is. Bij intern salderen worden de stikstofgevolgen van het nieuwe project weggestreept tegen de stikstofgevolgen die het oude, vergunde project op een locatie al veroorzaakte. Het gevolg hiervan is dat vaker een natuurvergunning noodzakelijk zal zijn voor verschillende projecten.

Naar aanleiding van deze uitspraken heeft de provincie Overijssel laten weten nieuwe en lopende natuurvergunningaanvragen voorlopig niet te behandelen en het verlenen van natuurvergunningen tot 1 februari 2026 op te schorten. De enige uitzondering hierop h eeft betrekking op veehouders die deelnemen aan de Lbv - regelingen (Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties). Halverwege 2025 maakte de provincie Overijssel in een bestuurlijk overleg met verschillende gemeenten echter bekend de procedures voor natuurvergunningverlening ook voor andere projecten, waaronder woningbouw en bedrijventerreinen, onder voorwaarden weer o p te starten. De provincie zal vervolgens beslissen of voor de aangevraagde projecten een natuurvergunning verleend kan worden. Als dat het geval is, kunnen verschillende projecten doorgaan. Grondbeleid Het grondbeleid van de gemeente is verwoord in de ‘Nota Grondbeleid 2024 -2028’. Conform deze nota voeren we de komende jaren een faciliterend grondbeleid uit, tenzij vanwege volkshuisvestings - en economische redenen actief grondbeleid gewenst is. Voor verdere inhoud van het grondbeleid wordt verwezen naar de genoemde nota. Woningbouw In de ‘Woonagenda 2022 -2026’ staat verwoord waar we, voor wat betreft wonen, op in willen zetten . Met 33 concrete acties wordt voorzien in de woonbehoefte van de inwoners met een passende woning voor iedereen.

De woonagenda West-Overijssel 2021-2025 en de woonagenda Steenwijkerland 2022 -2026 vormen het kader voor de verwachte woningbehoefte. Hierbij wordt uitgegaan van een lokale woonbehoefte tot 2030 van ca. 1.735 woningen. Het aanbod van woningen binnen de gem eente komt enerzijds tot stand vanuit de gemeentelijke grondexploitaties en anderzijds vanuit projecten waar de grondexploitatie niet actief wordt gevoerd door de gemeente. De gemeente heeft in die projecten enkel een faciliterende rol (bijvoorbeeld Oppen Swolle Vollenhove, Betap Crilux Steenwijk Zuid -Oost). Ook woningsplitsing en/of transformatie van gebouwen kan leiden tot een toename van het woningaanbod. De verwachting per 1 -1-2025 is dat vanuit de gemeentelijke grondexploitaties de gronden onder 302 te realiseren woningen worden uitgegeven waarvan 42 stuks particulier en 260 stuks projectmatig. Iets meer dan de helft daarvan bevindt zich in het project Ko rnputkwartier in Steenwijk. De verwachting is dat het merendeel van de gronduitgifte in de jaren 2025 t/m 2028 plaats zal vinden , namelijk totaal 268 stuks. De gronden onder de 302 te realiseren woningen zijn als volgt verdeeld naar woningtype: 101 Bedrijven De prognose van de uitbreidingsvraag is gewijzigd op basis van de Programmeringsafspraken Regionale Bedrijventerreinen West Overijssel 2023 -2026.

De verwachting was dat in deze behoefte kon worden voorzien vanuit de bestaande bedrijventerreinen; met name d oor voldoende aanbod op bedrijventerrein Eeserwold. De afgelopen jaren is de uitgifte echter snel gegaan. Het resterende aanbod vanuit de gemeentelijke grondexploitaties (exclusief Eeserwold en Boterberg -Zuid i .v.m. Zonnepark) bedraagt per 1 -1-2025 circa 1 0.000 m2 in de Grex Woldmeenthe. De resterende kavels in de grondexploitatie Woldmeenthe liggen al jaren braak, momenteel wordt er gekeken of er een andere en/of nieuwe invulling te vinden is voor deze kavels. Voor Schaarkampen -Zuid geld t dat er vertraging is opgelopen in de onderhandelingen en door de stikstof problematiek. De verwachting is dat er pas in 2026 meer duidelijkheid zal komen over de invulling hiervan. Resultaten grondexploitaties In onderstaande tabel zijn de geprognosticeerde resultaten weergegeven van de grondexploitaties voor woningbouw en bedrijventerreinen. In de tabel worden zowel de startwaarde als eindwaarde weergegeven. De eindwaarde komt tot stand door alle resultaten die in de toekomst worden behaald bij elkaar op te tellen. Door alle toekomstige resultaten terug te rekenen naar vandaag de dag (netto contante waarde) en deze vervolgens bij elkaar op te tellen ontstaat het totale resultaat op startwaarde voor het grondbedrijf.

Het verwachte resultaat op startwaarde per 1 januari 202 5 van alle grondexploitaties woningbouw en bedrijventerreinen bedraagt circa € 2,5 miljoen voordelig. In onderstaande tabel is de winstverwachting voor de komende begrotingsperiode 202 6-2029 weergegeven. In totaal wordt er voor de komende periode circa € 1,7 miljoen aan winst verwacht tot en met 2029.

102 Risico’s Het risicoprofiel van het gemeentelijke grondbedrijf wordt jaarlijks bepaald op basis van de RISMAN -methode. Hierin wordt ingegaan op algemene risico’s en projectspecifieke risico’s. Van de projectspecifieke risico’s wordt vervolgens aangegeven of deze kwantitatief of kwalitatief van aard zijn. De beide soorten risico’s worden omgezet in een bedrag voor de hoogte van het risico per project. Uitgangspunt is dat de kans dat alle onderkende risico’s zich op exact hetzelfde moment zullen voordoen 75% is (met ee n bandbreedte van 105%). Dit percentage sluit aan bij de richtlijnen die worden gehanteerd door de Vereniging van Grondbedrijven (70-80%). Dit leidt vervolgens tot de risicobepaling in de vorm van één risicobedrag, oftewel het risicoprofiel. In de tabel hieronder is een overzicht te zien van de risicobepaling. Het actuele risicoprofiel van het grondbedrijf bedraagt circa € 1,3 miljoen. Het risicoprofiel van het grondbedrijf wordt tezamen met overige risico’s, afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit in de ‘Algemene Reserve vaste buffer’.

103 Bijlage 1. Vervangingsinvesteringen

104 Bijlage 2. Resultaat programmabegroting per taakveld

105

106

107

108 Bijlage 3. Audit-programma, jaarschijf 2026 In deze bijlage staan de processen die in 20 26 onderzocht gaan worden. Door het vaststellen van deze programmabegroting door de gemeenteraad wordt de onderzoeksopdracht voor 20 26 bekrachtigd. WETTELIJKE VEREISTEN Proces Invalshoek Doelstellingen ENSIA Beheersing In beeld brengen of de informatieveiligheid conform regelgeving wordt uitgevoerd. SISA Financiële Beoordeling van de besteding van de specifieke beheersing uitkeringen van het Rijk. WPG Beheersing In beeld brengen of er wordt voldaan aan de wet politiegegevens. FISCALE WET- EN REGELGEVING Proces Invalshoek Doelstellingen BTW Financiële In beeld brengen of de regelgeving rond BTW beheersing conform wordt uitgevoerd. Vennootschapsbelasting Financiële In beeld brengen of de regelgeving rond vennootschaps- beheersing belasting conform wordt uitgevoerd. Registratieplicht Beheersing In beeld brengen of de regelgeving rond de registratieplicht uitzendbureaus uitzendbureaus conform wordt uitgevoerd. Wet DBA (ZZP-ers) Beheersing In beeld brengen of de regelgeving rond de Wet DBA conform wordt uitgevoerd. SAMENLOOP ACCOUNTANTSCONTROLE Proces Invalshoek Doelstellingen Begrotingsrechtmatigheid Financiële In beeld brengen van de werking van het huidige beheersing planning- en control instrumentarium. Vaststellen dat de uitgaven passen binnen de geautoriseerde begroting.

Inkopen (incl. betalingsverkeer Financiële In beeld brengen van de werking van de en prestatielevering) beheersing geldende beheersingsmaatregelen. Vaststellen dat de uitvoering plaatsvindt conform geldende wet- en regelgeving. Aanbestedingen Financiële In beeld brengen of aanbestedingsprocedures beheersing worden uitgevoerd conform de geldende interne en externe beheersingsmaatregelen. Controleren of (indien vereist) een aanbestedingsprocedure (juist) wordt gevolgd. Investeringen en Financiële Vaststellen dat investeringen en activering plaatsvinden o.b.v. kapitaalgoederen beheersing de van toepassing zijnde verordening. Vaststellen dat de activa passen binnen de geautoriseerde begroting. Personeel en salarisadmini- Financiële In beeld brengen van de werking van de stratie/WKR/WNT beheersing geldende beheersingsmaatregelen. Vaststellen dat de uitvoering plaatsvindt conform geldende wet- en regelgeving. Belastingen en heffingen Financiële In beeld brengen van de werking van de beheersing geldende beheersingsmaatregelen (volledigheid van de opbrengst/jaarlijkse herwaardering). Vaststellen dat de uitvoering plaatsvindt conform geldende wet- en regelgeving. Uitkeringen en inkomens- Financiële In beeld brengen van de werking van de overdrachten (incl. participatie) beheersing geldende beheersingsmaatregelen.

Vaststellen dat de uitvoering plaatsvindt conform geldende wet- en regelgeving. 109 Uitkeringen en inkomens- Financiële In beeld brengen van de werking van de overdrachten (incl. participatie) beheersing geldende beheersingsmaatregelen. Vaststellen dat de uitvoering plaatsvindt conform geldende wet- en regelgeving. WMO Financiële In beeld brengen van de werking van de beheersing geldende beheersingsmaatregelen. Vaststellen dat voorzieningen worden verleend conform de in de verordening gestelde voorwaarden. Jeugdzorg Financiële In beeld brengen van de werking van de beheersing geldende beheersingsmaatregelen. Vaststellen dat voorzieningen worden verleend conform de in de verordening gestelde voorwaarden. Grondbedrijf Financiële In beeld brengen van de werking van de beheersing geldende beheersingsmaatregelen. Vaststellen dat de uitvoering plaatsvindt conform geldende wet- en regelgeving. Omgevingsvergunning Financiële In beeld brengen van de werking van de beheersing geldende beheersingsmaatregelen. Vaststellen dat de uitvoering plaatsvindt conform geldende wet- en regelgeving. Subsidieverstrekking Financiële In beeld brengen van de werking van de beheersing geldende beheersingsmaatregelen. Vaststellen dat subsidie is verleend conform de in de subsidieverordening gestelde voorwaarden.

Subsidiebaten Financiële In beeld brengen van de werking van de beheersing geldende beheersingsmaatregelen. Vaststellen dat de uitvoering plaatsvindt conform geldende wet- en regelgeving. Leges burgerzaken Financiële In beeld brengen van de werking van de beheersing geldende beheersingsmaatregelen. Vaststellen dat de uitvoering plaatsvindt conform geldende wet- en regelgeving. Opbrengsten huren en pachten Financiële In beeld brengen van de werking van de beheersing geldende beheersingsmaatregelen. Vaststellen dat de uitvoering plaatsvindt conform geldende wet- en regelgeving. Leerlingenvervoer Financiële In beeld brengen van de werking van de beheersing geldende beheersingsmaatregelen. Vaststellen dat de uitvoering plaatsvindt conform geldende wet- en regelgeving. Treasury Financiële In beeld brengen van de werking van de beheersing geldende beheersingsmaatregelen. Vaststellen dat de uitvoering plaatsvindt conform geldende wet- en regelgeving. APV/Leges Financiële In beeld brengen van de werking van de beheersing geldende beheersingsmaatregelen. Vaststellen dat de uitvoering plaatsvindt conform geldende wet- en regelgeving. Afsluitproces inclusief Financiële In beeld brengen van de werking van de memoriaalboekingen beheersing geldende beheersingsmaatregelen. Vaststellen dat de uitvoering plaatsvindt conform geldende wet- en regelgeving.

Mutaties en Reserves Financiële In beeld brengen van de werking van de beheersing geldende beheersingsmaatregelen. Vaststellen dat de uitvoering plaatsvindt conform geldende wet- en regelgeving. Begraven Financiële Vaststellen dat de uitvoering plaatsvindt conform beheersing geldende wet- en regelgeving. Woonschepen Financiële Vaststellen dat de uitvoering plaatsvindt conform beheersing geldende wet- en regelgeving. 110 Bijlage 4. Verloop reserves en voorzieningen

111 Bijlage 5. Incidentele baten en lasten per programma

112

113

114

115

116

117

118 Bijlage 6. Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma De bedragen die staan vermeld bij het programma W oningbouw en Werk en economie hebben betrekking op de geprognotiseerde winstverwachting van de grondexploitaties.

119 Bijlage 7. Verbonden partijen De verbonden partijen in deze bijlage zijn onderverdeeld naar de volgende categorieën: - vennootschappen en coöperaties; - stichtingen en verenigingen; - gemeenschappelijke regelingen. We hebben momenteel geen relaties met verbonden partijen die vallen in de 4 e categorie, de ‘overige verbonden partijen’. Als beleidslijn voor de raming van het dividend wordt het werkelijk ontvangen dividend over het voorgaande jaar gehanteerd, tenzij het bestuur van de verbonden partij andere besluiten over het te voeren dividendbeleid heeft genomen. Verder is geprobeerd vo oruit te kijken tot en met het komende begrotingsjaar. Een aantal verbonden partijen heeft deze gegevens niet verstrekt. De bedragen in de tabellen zijn afkomstig uit de jaarrekeningen van de verschillende verbonden partijen. Vennootschappen en coöperaties Activiteiten De kerntaak van de BNG is om tegen lage tarieven te voorzien in kredietverlening aan decentrale overheden en in kredietverlening onder garantie van overheden. Inhoudelijk belang Het is een publiek belang dat de gemeente op een zo goedkoop mogelijke manier kan lenen om de rentekosten zo laag mogelijk te houden. Ook zijn de financiële zekerheden en stabiliteit van maatschappelijk belang.

Bestuursprogramma Financiën en dienstverlening Deelnemende partijen Nederlandse overheden (50% Rijk en 50% gemeenten, provincies en water- schappen). Ontwikkelingen BNG zet een stap naar voren op drie manieren. Zij verbindt partijen in de markt nadrukkelijker met elkaar. Verder financiert zij niet alleen, maar helpt ook nadrukkelijker bij het vormgeven van oplossingen. Daar hoort bij dat zij het partnerschap met de kl anten nadrukkelijker wil uitbouwen. In die naar voren concentreert zij zich op drie kernthema’s. Het eerste kernthema is het versnellen van de

120 betaalbare energietransitie met een focus op warmtenetten. Het tweede thema is het oplossen van het tekort aan sociale huurwoningen en middenhuurwoningen, waarbij de focus ligt op duurzaamheid. Tenslotte richt zij zich op het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed, waaronder schoolgebouwen ziekenhuizen en universiteiten. Deze kernthema’s sluiten naadloos aan op de agenda’s van de grootste klantgroepen, de kansen en ontwikkelingen in de markt en de kernkrachten van de BNG. Om die ambitie mogelijk te maken zal in 2025 een verdere voortzetting plaatsvinden op de reeds ingezette beweging om de interne organisatie verder te professionaliseren en te moderniseren. Het succes van deze zou zich eind 2028 moeten vertalen in een grotere kredietportefeuille als indicatie van klanttevredenheid en marktgerichtheid, lagere operationele ko sten, een vergelijkbare nettowinst, een krachtiger ESG -profiel, grip op operationele en financiële risico’s en trotse, breed inzetbare, tevreden medewerkers. Er wordt op dit moment een reorganisatie voorbereid, om de besturing overzichtelijker te make en om de slagvaardigheid van de organisatie te vergroten. Tegen het einde van dit jaar komt het bestuur bij d e aandeelhouders terug met een kwantificering van de investeringsopgave en met de mogelijke tijdelijk impact daarvan op nettowinst en dividend in met name de jaren 2026 en 2027.

Het uitkeringspercentage van de nettowinst bedraagt de komende jaren naar verwachting weer 50%. Daarom acht de bank het niet verantwoord om nu al een uitspraak te doen over de te verwachten nettowinst over 2025. Het uitkeringspercentage van de nettowinst bedraagt de komende jaren weer 50%. Risico’s Het financieel risico is beperkt tot de deelname aandelenkapitaal. Financiers hebben vertrouwen in de bank dat het risico van kredietverlening aan de BNG bank beperkt is, gezien het eigenaarschap van gemeenten, provincies en de staat. Activiteiten Enexis is verantwoordelijk voor: - distribueren en transporteren van energie; - het in stand houden, beheren, exploiteren en uitbreiden van distributie en transportnetten in relatie tot energie;

121 - het ontplooien van andere operationele en ondersteunende activiteiten mits deze binnen de wettelijke grenzen vallen. Inhoudelijk belang Om de consument te beschermen tegen een monopolist is wettelijk bepaald dat netbeheerders in publieke handen blijven. Bestuursprogramma Financiën en dienstverlening Deelnemende partijen Provincies Noord-Brabant, Limburg, Overijssel, Drenthe, Groningen, Flevoland, Friesland en diverse gemeenten in deze provincies. Ontwikkelingen De druk op het landelijke elektriciteitsnet en behoefte aan investeringen van Enexis nemen dermate toe, dat de Algemene vergadering van Aandeelhouders (AvA) in het voorjaar van 2025 heeft besloten om het dividendbeleid aan te passen om de financiering op lange termijn veilig te stellen. In verband met de nieuwe Wet collectieve warmtevoorziening treffen zowel  Enexis, provincies, gemeenten en Energiebeheer Nederland (EBN) voorbereidingen voor een actieve rol bij de ontwikkeling van initiatieven in het verzorgingsgebied. In het strategisch plan is gekozen voor focus op kerntaken met drie hoofddoelen: 1. Enexis stuurt op maatschappelijk optimale energiekeuzes Mede richting geven aan maatschappelijk optimale keuzes voor een duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem van de toekomst en een haalbare weg daarnaartoe. 2.

Enexis biedt iedereen altijd toegang tot energie Voor iedereen een toegankelijke, veilige energie -infrastructuur met behoud van een hoge leveringszekerheid en tegen de laagst mogelijk kosten. 3. Klanten weten wat ze aan Enexis hebben Transparante, betrouwbare en efficiënte dienstverlening aan klanten en marktpartijen. Deze missie komt voort uit maatschappelijke ontwikkelingen die een materiële impact op Enexis hebben (klimaatverandering en energietransitie; participatie en vertrouwen in instituties (burgers willen meer invloed op hun directe leefomgeving); digitale transformaties). Risico’s Het risico voor de aandeelhouder is gering omdat Enexis in een gereguleerde (energie)markt, onder toezicht van de Energiekamer opereert. Daarnaast is het risico gering in relatie tot de (intrinsieke) waarde van Enexis Holding N.V. Wettelijk is minimaal 40% eigen vermogen vereist. Enexis heeft op dit moment meer dan 50% eigen vermogen. Verwacht wordt dat dit een laag risico oplevert voor de aandeelhouders van Enexis Holding N.V.. Een aanvullend risico is het achterblijven van de geraamde dividendinkomsten. Het risico is echter gemitigeerd middels een overeengeko men streefwaarde van maximaal € 100 miljoen voor het jaarlijkse dividend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/415ce220-3b7d-460b-8bcb-c92a82f8d043?agendaItemId=ae789caa-90c6-4a59-8091-0b643f32a9bf