CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025-2028 gemeente Steenwijkerland

Raadsvergadering 12 november 2024, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Programmabegroting 2025-2028 gemeente Steenwijkerland41.842 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Risico: Grondexploitatie Omschrijving risico Het risicoprofiel van het gemeentelijke grondbedrijf (lees: alle actieve grondexploitaties) wordt jaarlijks bepaald op basis van de zogenaamde RISMAN- 99 methode. Hierin wordt ingegaan op algemene risico’s en projectspecifieke risico’s. Van de projectspecifieke risico’s wordt vervolgens aangegeven of deze kwantitatief of kwalitatief van aard zijn. De beide soorten risico’s worden omgezet in een bedrag voor de hoogte van het risico per project. Uitgangspunt is dat de kans dat alle onderkende risico’s zich op exact hetzelfde moment zullen voordoen 75% is. Dit percentage komt overeen met de richtlijnen die worden gehanteerd door de Vereniging van Grondbedrijven (70-80%). Impact Het actuele risicoprofiel van het grondbedrijf bedraagt circa € 1,0 miljoen. Te berekenen als volgt: € 1,3 miljoen (projectspecifieke risico’s) * 75% (waarschijnlijkheid van gelijktijdig optreden) * 105% (extra bandbreedte). N.B. De berekeningswijze in deze risicoparagraaf wijkt enigszins af van bovenstaande berekening. De hoogste risico -categorie is immers 50-75%. (Beheers)maatregelen De beheersmaatregelen zijn afhankelijk van de aard van het projectspecifieke risico. Voor moeilijk verkoopbare (rest-)percelen wordt gekeken naar een andere bestemming of aanbieden tegen een lagere verkoopprijs per m2.

Risico: Inflatie Omschrijving risico De prijsontwikkeling (inflatie) blijft onzeker. Dit geldt niet alleen voor materialen, maar indirect ook voor loonontwikkeling. Onzeker is wat de gevolgen van de mondiale spanningen op korte en middellange termijn zullen zijn. Impact Als de prijzen met 1% stijgen dan leidt dat extra uitgaven van naar schatting € 500.000 (dit is excl. de doorwerking naar de algemene uitkering van het gemeentefonds via de normeringssystematiek). (Beheers)maatregelen Jaarlijks volgt de gemeente Steenwijkerland de uitgangpunten zoals gepubliceerd door het CPB. Dit blijft ongewijzigd. NB In voorliggende begroting is voor 202 5 gerekend een inflatie van 2,0% (zie paragraaf 3.4). 4.2.4. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s Op basis van de in het risicoprofiel opgenomen risico’s, die gekwantificeerd kunnen worden (exclusief de zogenaamde PM -posten), bedraagt het totale risicobedrag afgerond € 9,6 miljoen. Op basis van de gehanteerde wegingsfactoren bedraagt het risicobedrag afgerond € 3,5 miljoen. 100 Nadat de weerstandscapaciteit is bepaald en de omvang van de te lopen risico’s kunnen beide met elkaar worden geconfronteerd (de zogenaamde weerstandsratio). Daarbij kunnen zich de volgende scenario’s voordoen: 1. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit > 1, er is onvoldoende weerstandscapaciteit aanwezig; 2.

Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit < 1, er zijn overtollige middelen (die alternatief kunnen worden aangewend); 3. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit = 0, risico’s en middelen zijn voldoende (wordt meer beschouwd als een theoretische situatie). Het gewogen risicoprofiel vertaalt zich in 2025 in een score van 4,5 op de weerstandsratio (zie paragraaf 4.2.5.7.). 4.2.5. Diverse kengetallen 4.2.5.1. Inleiding Een deugdelijke en transparante begroting is in het belang van een goede controle door de raad op de financiële positie van onze gemeente. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling) van de financiële positie. De kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel financiële ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of op te vangen. Ze geven dus inzicht in de financiële weerbaar - en wendbaarheid. De kengetallen moeten in samenhang beoordeeld worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. De financiële positie is geen doel op zich en moet altijd gezien worden in het licht van de totale maatschappelijke opgave van de gemeente.

Het te bereiken maatschappelijke rendement en de bijdrage aan de inhoudelijke beleidsdoelstellingen zijn hierbij van evident belang. De financiële positie is ondersteunend aan het afwegingsproces en moet het bestuur helpen verantwoorde keuzes te maken voor de (middel)lange termijn. We kennen de volgende kengetallen: 1. netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen ; 2. solvabiliteitsratio;

101 3. grondexploitatie; 4. structurele exploitatieruimte; 5. belastingcapaciteit; 6. weerstandsratio. Naast de kengetallen voor het struct urele begrotingsevenwicht is een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. Hoe de kengetallen berekend worden, is vastgelegd in een ministeriële regeling. Het gebruik en het vaststellen van de berekeningswijze heeft geen functie als normeringsinstrument voor het financieel toezicht door de provincies . De invoering van deze kengetallen is voornamelijk bedoeld om de financiële positie voor de raadsleden inzichtelijker te maken. Voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente worden de kengetallen in samenhang bezien. Het totaalbeeld geeft inzicht in de financiële weer- en wendbaarheid. 4.2.5.2. Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de totale baten. Het kengetal geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is, valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren.

Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten, die vervolgens weer worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel inclusief a ls exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Bij de netto schuldquote worden de leningen die we hebben uitstaan buiten beschouwing gelaten en bij de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen wordt hiermee wel rekening gehouden. Een netto schuldquote tussen 0% en 100% is acceptabel, c.q. wordt als normaal (groen) beschouwd. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog (oranje). Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, bevindt de gemeente zich in de gevarenzone (rood). Voor een genuanceerder beeld van de schuldpositie wordt ook gekeken naar de voorraad bouwgronden en de uitgeleende gelden. Gemeenten met veel grond kunnen meer schulden hebben en dus een hogere schuldquote. De gemeente heeft ook leningen voor woningcorporatie Wetland Wonen aangetrokken. Deze leningen worden een op een doorgegeven. Bij de schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen worden deze leningen geëlimineerd. In de volgende staafdiagrammen de verwachte ontwikkeling van beide schuldquotes weergegeven.

102 4.2.5.3. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. Indien er sprake is van een forse schuld en veel eigen vermogen (het totaal van de algemene reserves en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Daar is bijvoorbeeld spra ke van als een lening is aangegaan omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van de gemeente. De solvabiliteitsratio drukt immers het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.

103 In tegenstelling tot vorig jaar, houden we op dit moment geen rekening met financiële compensatie door het kabinet voor het ‘financieel ravijn’ vanaf 2026. De vooruitzichten daarop zijn ongunstig. Gevolg is dat onze solvabiliteitsratio onder druk staat. Voor 2025 verwachten we een solvabiliteitsratio van 20%. Dit is gelijk aan de score in de vorige begroting (voor 2024 was de raming 2 0%). Meerjarig zien we een sterke daling van de score op dit kengetal. De belangrijkste oorzaken zijn het investeringsvolume voor komende jaren en de begrotingstekorten die vanaf 2026 zijn gepresenteerd. Mocht het kabinet toch besluiten om gemeenten te compenseren dan wordt de meerjarenprognose uiteraard gunstiger. 4.2.5.4. Grondexploitatie Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen de waarde van de (bouw-)gronden en het totaal aan (geraamde) baten van de gemeente . Hoe lager het percentage des te geringer het risico. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente. Als gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekoms tige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kan immers de schuld worden afgelost.

Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt de gemeente relatief een gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet deze worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. De VNG adviseert een norm van 10%. In de afgelopen jaren was een dalende tendens waar te nemen voor wat betreft de ontwikkeling van het kengetal. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een afname van de voorraad bouwgrond. De gemeente Steenwijkerland voert namelijk tot nu toe een faciliterend grondbeleid, tenzij vanwege volkshuisvestings - en economische redenen actief grondbeleid gewenst is . Dat laatste gaat mogelijk veranderen als besluitvorming door uw raad heeft plaatsgevonden over het te voeren grondbeleid (zie paragraaf 4.7). Mocht het beleid worden aangepast, dan zal dat gevolgen hebben voor hieronder gepresenteerde uitkomsten.

104 4.2.5.5. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele ruimte is. Hierbij wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten. Deze worden vergeleken met de totale baten van de gemeente. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structu rele stijging van baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende-zaakbelasting (OZB). Zoals uit de navolgende grafiek blijkt verwachten wij vanaf 2026 dat de structurele baten onvoldoende zijn om de structurele lasten ter dekken. Dit heeft alles te maken met het ‘financieel ravijn’ waar alle gemeenten in Nederland mee worden geconfronteerd.

105 4.2.5.6. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of waarin er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, riool - en afvalstoffenheffing). Het kengetal vergelijkt de woonlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t-1). Voor 2025 komt dit cijfer uit op 72%. Een belastingcapaciteit van 100% betekent dat de woonlasten op het landelijke gemiddelde liggen. Een lager percentage laat zien dat de mogelijkheid bestaat om de belastingen in de toekomst te verhogen (potentiële ruimte). Een belastingcapaciteit tussen de 95% en 105% wordt als neutraal beschouwd. Wij gaan ervan uit dat, ondanks 100% kostendekkendheid van de tarieven, de woonlasten de komende jaren onder het landelijk gemiddelde zullen blijve n en we de komende jaren qua belastingcapaciteit ‘groen’ blijven scoren. Daarmee zijn we dus in staat om financiële tegenvallers op te vangen en/of is er ruimte voor nieuw beleid. Belangrijke kanttekening is dat de extra verhoging van de OZB vanaf 2026, 2027 en 2028 niet zijn verwerkt in de begroting en dus ook niet tot uitdrukking komen in de onderstaande scores . 4.2.5.7.

Weerstandsratio Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. De weerstandsratio is een hulpmiddel waarbij de beschikbare weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit (de totale omvang van de risico’s x risicopercentages) . De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevorm door de Algemene Reserve vaste buffer en onbenutte belastingcapaciteit . De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van de risico’s, die de gemeente loopt. Voor de berekening worden omvang en kans van de risico’s in een risicomodel ingevoerd. Hieruit volgt een g ewogen risicoprofiel voor de gemeente (zie paragraaf 4.2.4). Bij de vaststelling van de ‘Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019’ is afgesproken dat de signaleringswaarde voor de weerstandsratio minimaal 1,0 is. Opgemerkt wordt dat deze waarde alleen betrekking

106 heeft op de risico’s die kwantificeerbaar zijn 17. Onderstaand diagram geeft het actueel beel d van de (ontwikkeling van) de weerstandsratio. Verwachting is dat de weerstandsratio in 202 5 ruim boven de 2 zal uitkomen. Dit betekent dat de gemeente, zoals het er nu naar uitziet in die jaren over voldoende middelen zal beschikken om eventuele tegenvallers op te vangen. De hogere score in 2025 ten opzichte van 2024 wordt veroorzaakt doordat we minder risico lopen bij de grondexploitaties. De belangrijkste verklaring voor de risicodaling is dat meerdere grondexploitaties afgesloten worden. Dit jaar presenteren we € 1 ,3 miljoen aan projectspecifieke risico’s voor de grondexploitaties. Vorig jaar was dat nog € 3,7 miljoen. Signaleringwaarden De gezamenlijke provinciale toezichthouders en het Rijk hebben signaleringswaarden opgesteld voor de verplichte kengetallen. Zij hebben gekozen voor een indeling in drie categorieën. Waarbij kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en C het meest risicovol. In onderstaande tabel zijn de signaleringswaarden opgenomen. 17 De weerstandsratio is vanaf het begrotingsjaar 2020 geïntroduceerd.

Voor de jaren 2026 tot en met 2028 zijn geen cijfers beschikbaar, omdat de uitkomsten sterk afhankelijk zijn van de ontwikkeling van het risicoprofiel, de ontwikkeling van de Algemene reserve vaste buffer en de meerjarige ontwikkeling van de onbenutte belastingcapaciteit.

107 Samenvattend is het beeld van de kengetallen voor de gemeente Steenwijkerland de komende jaren als volgt: ‘Beoordeling’ - De forse begrotingstekorten vanaf 2026 zien we ook terug in bovenstaand overzicht. De structurele exploitatieruimte is voor die jaren negatief (en de percentages lopen op). - De scores op solvabiliteitsratio staa n onder druk door een relatie f hoog investeringsvolume en het ‘ravijnjaar’ vanaf 2026. - Voor 2025 is de score op de weerstandsratio 4,5, ruim boven de 2 en daarmee ‘in het groen’.

108 4.3. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen 4.3.1. Algemeen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzieningen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zijn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, openbare verlichting, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voorzieningen is van groot belang voor het optimaal functioneren van de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. Voor het goed onderhouden van de kapitaalgoederen zijn een aantal zaken belangrijk. Allereerst is het van belang dat bekend is wat moet worden onderhouden en wat de huidige staat van het onderhoud is. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpakket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld up -to-date wordt gehouden. Vervolgens moet eenduidig bekend zijn wat het gewenste kwaliteitsniveau is. Dit is vastgelegd in de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2007 door de gemeen teraad is vastgesteld, en in beleidsdocumenten die per onderdeel beschikbaar zijn. De uitwerking vindt plaats volgens de volgende stappen: - Waar gaat het over (areaal)?; - Wat zijn de doelstellingen (beleidskader)?; - Wat zijn de financiële consequenties van deze doelstellingen?; - Hoe zijn deze consequenties geborgd in de begroting? 4.3.2.

Door de raad vastgestelde beleids- en beheerplannen Voor het op orde houden van de kapitaalgoederen binnen de openbare ruimte zijn door de raad beleids - en beheerplannen vastgesteld. Uit de door de raad vastgestelde beleids - en beheerplannen en bijbehorende meerjarenplannen wordt jaarlijks een integrale financiële afweging gemaakt en vertaald in de meerjarenbegroting. Hierdoor ontstaat per planjaar een evenwichtig maatregelprogramma voor onderhoud en investeringen in de openbare ruimte. In 2019 is door de raad de ‘Nota onderhoud Kapitaalgoederen 2019 -2023’ vastgesteld. Deze nota dient als kader voor de jaarlijkse ‘Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen’. 4.3.2.1 Wegen Areaal Beleidskaders Het beleidskader voor onze wegen is vastgelegd in het beleidsplan ‘Overwegen’ (april 2017) en de ‘Strategische Mobiliteitsvisie Steenwijkerland duurzaam in beweging’ (2020). Wij beschouwen ons uitgebreide, grotendeels historische, netwerk van wegen, paden en pleinen als een waardevol bezit en als een belangrijk middel om het

109 dagelijkse woon-, werk- en recreatieve verkeer mogelijk te maken en veilig, efficiënt en duurzaam af te wikkelen. Het beleidsplan kent de thema’s: - wegennet up to date; - onderhoud op maat; - inspirerend partnerschap. Wij zien de inbreng van inwoners, ondernemers en partijen als uitgangspunt, óók voor onze wegbeheertaak. Opvolging van wettelijke (wegbeheer)taken en behoud/versterking van sociale -, milieu en kapitaalswaarde (‘People, Planet, Profit’) zijn daarbij essenti ële randvoorwaarden. Wij richten onze wegbeheertaak daarom vraaggestuurd, risicobewust en gebiedsgericht in. Voor het wegenonderhoud heeft de raad ingestemd met het kwaliteitsniveau ‘basis’. Hierbij wordt het risicoprofiel ‘laag’ aangehouden. In december 2024 wordt een nieuw beleidsplan wegen aan de gemeenteraad voorgelegd. Hierin hebben we aandacht voor duurzame thema’s als bijvoorbeeld circulariteit, klimaatadaptatie en zero emissie bouwplaats. Ook zal de raad gevraagd worden over het gewenste kwaliteitsniveau een besluit te nemen. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het beleidsplan ‘Overwegen’ zijn de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau berekend.

Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader ‘Overwegen’ in 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het benodigde wegenbudget voor het kwaliteitsniveau ‘basis’ en besloten tot het instellen van een voorziening. De benodigde bedragen voor levensduur verlengend e maatregelen zijn beschikbaar gesteld op onderhoudsniveau ‘basis’. De benodigde bedragen voor investeringen in bermverhardingen zijn in eerste instantie beschikbaar gesteld op onderhoudsniveau ‘beperkt basis’. Bij de Programmabegroting 2021 -2024 zijn op basis van een motie van de raad de benodigde middelen beschikbaar gesteld voor investeringen in bermverhardingen voor onderhoudsniveau ‘basis’. Dit is met ingang van het jaar 2022 toegepast. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: 4.3.3.2. Openbare verlichting Areaal

110 Beleidskader Uitgangspunt voor het beleidsplan Openbaar Licht (2017) is ‘donkerte’. ‘Even dimmen graag’ is het devies. De volgende ambities zijn in dit beleidsplan benoemd: de veiligheid van inwoners staat voorop, ruimte voor donkerte en duurzaamheid. Communicatie over openbare verlichting is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Bij de Programmabegroting 2021 -2024 zijn op basis van een motie van de raad de benodigde middelen beschikbaar gesteld voor het onderhoudsniveau basis. Dit is met ingang van het boekjaar 2022 toegepast. Vanuit het platform openbare verlichting werken we samen met andere gemeenten en een adviseur aan een nieuw beleidsplan openbare verlichting. Dat doet iedere gemeente voor zich maar met gebruik van dezelfde kennis en het delen van ervaringen. Het nieuwe beleidsplan wordt in december 2024 voorgelegd aan de gemeenteraad. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Door de grootschalige vervanging van masten en armaturen wordt bespaard op de onderhoudskosten. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties die voortvloeien uit het ‘Beleidsplan Openbaar Licht’ en het vastgestelde onderhoudsniveau (basis) zijn verwerkt in de Programmabegroting 2024 -2027. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn voor openbare verlichting. 4.3.3.3.

Riolering Areaal Beleidskader De beleidskaders voor de riolering zijn vastgesteld in het ‘ Riool en Water Programma 2023 -2028’, dat is opgesteld met het waterschap Drents Overijsselse Delta en de zes inliggende gemeenten van het beheergebied ‘Reest & Wieden’, de zogenaamde werkregio Fluvius. Een belangrijk aandachtspunt voor het nieuwe ‘Riool en Water Programma 2023 -2028’ is het onderwerp klimaatadaptatie en dan specifiek die aspecten van klimaatadaptatie die verband houden met de gemeentelijke

111 zorgplicht voor hemelwater. Klimaatadaptatie wordt momenteel opgepakt in zowel regionaal verband (Fluvius) als in lokaal verband. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het ‘Riool en Water Programma’ is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het watertakenplan opgenomen in het ‘Teamplan Openbare Ruimte’. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het ‘Riool en Water Programma’ zijn verwerkt in de Programmabegroting 202 4- 2027. Naast de kosten voor riolering zijn er ook kosten voor stedelijk water die bij de rioolheffing worden betrokken. Deze kosten worden vermeld bij het onderdeel water. De (globale) opbouw van het budget riolering is in onderstaande tabel weergegeven. 4.3.3.4. Water & Kunstwerken Areaal Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kunstwerken in de gemeente is vastgelegd in diverse beleidsnota’s en plannen. De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: - Beleidsplan Oeverconstructies Steenwijkerland 2021-2026; - Beleidsplan Oeververbindingen Steenwijkerland 2022-2027;

112 - Beheerplan Havens 2022-2027; - ‘Riool en Water Programma 2023-2028’. In 2020 is het ‘Beleidsplan oeverconstructies 2021 -2026’ vastgesteld. Gekozen is voor een variant waarbij wordt gekozen voor kunststof als vervanging van beschoeiing echt nodig is. Dit is een duurzaam en financieel gunstig e maatregel. Voor de oeverconstructies is gekozen voor kwaliteitsniveau ‘basis’. In 2021 is een nieuw ‘Beleidsplan oeververbindingen 2022-2027 vastgesteld. Oeververbindingen worden ook wel civiele kunstwerken genoemd en vormen een belangrijke categorie binnen de kapitaalgoederen. Onder oeververbindingen wordt onder andere verstaan: (beweegbare) bruggen, viaducten en tunnels. Dit beleidsplan heeft als doel om als leidraad te fungeren voor het doelmatig en planmatig beheren van de oeververbindingen. Het geeft handvatten voor het beheer en onderhoud en zet de lijn uit voor de komende jaren. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Oeverconstructies De financiële consequenties die voortvloeien uit het ‘Beleidsplan Oeverconstructies 2021 -2026’ en het vastgestelde onderhoudsniveau (basis) zijn verwerkt in de Programmabegroting 2024 -2027. Er is een deel wat betrekking heeft op investeringen en een deel wat betrekking heeft op planmatig onderhoud.

Oeververbindingen De financiële consequenties die voortvloeien uit het ‘Beleidsplan Oeververbindingen 2022-2027’ en het vastgestelde onderhoudsniveau (basis) zijn verwerkt in de Programmabegroting 2024 -2027. Er is een deel wat betrekking heeft op onderhoudsmaatregelen en een deel wat betrekking heeft op vervangingen. Water De financiële consequenties gerelateerd aan de baggeropgave zijn gebaseerd op het ‘Riool en Water Programma 2023-2028’ en zijn verwerkt in de Programmabegroting 2024-2027. Dit is onderverdeeld in een deel wat gerelateerd is aan de baggeropgave in stedelijk gebied en een deel wat gerelateerd is aan de baggeropgave in landelijk gebied. Daarnaast zijn ook de budgetten voor het maaien en onderhouden van sloten gebaseerd op het ‘Riool en Water Programma’ en financieel vertaald in de begroting. Jachthavens en Recreatieve Vijvers De financiële consequenties die voortvloeien uit het ‘Beheerplan Havens 2022 -2026’ en het vastgestelde onderhoudsniveau (basis) zijn verwerkt in de Programmabegroting 2024 -2027. Er is een deel wat betrekking heeft op investeringen en een deel wat betrekking heeft op planmatig onderhoud.

Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: 113 4.3.3.5 Openbaar groen, sportvelden en speelvoorzieningen Areaal Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plantsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides. Hierbij zijn de volgende nota’s en plannen van belang: - De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); - Beleidsnota Groen (2007). In 2023 wordt gestart met de actualisatie van het beleid, door het opstellen van een visie groen en biodiversiteit; - Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte Gemeente Steenwijkerland. Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: - Speelplekkenbeleid (2009/2014); - Meerjarenplan Spelen (2014-2017). In de beleidsnota Groen worden de beheerambities met betrekking tot het groen beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarbij het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn er ambities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een scho ne, hele en veilige omgeving. Het beleid wordt geactualiseerd omdat de thema’s biodiversiteit, sociale cohesie, gezondheid en klimaat niet zijn opgenomen in de huidige beleidsnota groen. In 2014 heeft de gemeenteraad op basis van een evaluatie besloten om de lijn van het speelplekkenbeleid uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren.

In dit plan is vastgesteld dat de gemeente spelen en bewegen stimuleert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden wordt. Het onderhoud van de speelvoorzieningen

114 wordt op het basisniveau van ‘schoon, heel en veilig’ uitgevoerd. In het voorjaar wordt een geactualiseerd speelplan opgeleverd. Sportvelden De uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van de gemeentelijke sportvelden zijn vastgelegd in: - Visie op beheer en onderhoud gemeentelijke sportvelden (raadsbesluit d.d. 20 -10-2020); - Gebruiks- en onderhoudsreglement gemeentelijke buitensportaccommodaties Steenwijkerland 2021 (collegebesluit d.d. 20-07-2021). In oktober 2020 is de visie op het beheer en onderhoud van de sportvelden vastgesteld door de raad. Een van de speerpunten uit deze visie is het vergroten van het eigenaarschap van buitensportverenigingen als het gaat om ‘hun’ accommodatie en velden. Hiertoe is een aantal zaken doorgevoerd, onder meer de overdracht van een aantal taken van gemeente naar vereniging en de introductie van de Right to Challenge. Verenigingen kunnen in dit kader op eigen initiatief aangeven dat zij meer taken van de gemeent e willen overnemen (aanvullend op de taken die vanuit de visie zijn overgedragen) en kunnen hiertoe dan ook een bijdrage verwachten. Deze mogelijkheid en wijziging in taken en verantwoordelijkheden zijn doorvertaald in het gebruiks - en onderhoudsreglement van de buitensportaccommodaties in onze gemeente.

Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Binnen de budgetten van groen zijn er middelen beschikbaar om onderhoud uit te voeren aan de diverse groenobjecten. Er is onderscheid gemaakt in middelen voor onderhoud van openbaar groen, bermenonderhoud, bomenonderhoud en extensief maaien. Het grootste d eel van het onderhoudsbudget wordt besteed aan het integrale onderhoudsbestek voor de openbare ruimte. In dit bestek is het verzorgend onderhoud in de openbare ruimte opgenomen. Dit bestek wordt door de Noordwestgroep uitgevoerd in opdracht van de gemeente . In het Meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 jaar becijferd hoeveel geld er nodig is om op het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. In onderstaande tabel zijn de bedragen voor de komende vier ja ar weergegeven. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn:

115 4.3.3.6. Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Beleidskader Van de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerdere jaren vastgelegd inclusief de onderhoudskosten waarmee rekening moet worden gehouden. Uitgegaan wordt van drie categori eën onderhoud. Het klachtenonderhoud betreft dagelijks voorkomende calamiteiten en storingen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn afgesloten. Dit betreft voornamelijk technische installaties. Tenslotte is er het planmatig onderhou d. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voor de periode van 202 4–2033 een ‘Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed’ opgesteld. Deze plannen worden ieder jaar bij de jaarrekening geactualiseerd. Dit bedrag is in de voorliggende begroting verwerkt. Uitbreidingen en duurzame maatregelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en vergen afzonderlijke investeringen.

116 Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het ‘Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed’ is verwerkt in de begroting. Voor het maatschappelijk vastgoed is een voorziening ingesteld. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening. 4.3.3.7. Begraafplaatsen Areaal De gemeente is beheerder van 16 begraafplaatsen. Beleidskader Uitvaart is emotie. Een gedegen beleid en uitvoering is dan ook erg belangrijk. Het gaat om het bieden van verschillende mogelijkheden voor lijkbezorging, rust en gedenken, een respectvolle benadering van nabestaanden en een zorgvuldige ‘nazorg’ in de zin van een correcte administratie en correspondentie. De beleving wordt voor een groot deel gevormd door de aanwezigheid van groen. De aanwezigheid van bijzondere of waardevolle bomen, diverse heesters en planten, kleine zoogdieren, reptielen, insecten en vog els dragen bij aan biodiversiteit. Ook de cultuurhistorische waarde is groot. We werken binnen de beleidskaders van: - Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Steenwijkerland 2016; - Nadere regels voor de graven, asbezorging en grafbedekking op de gemeentelijke begraafplaatsen ; - Integrale visie openbare ruimte (IVOR).

117 4.4. Paragraaf Financiering Om investeringen te kunnen doen wordt meestal geleend. Bij het aantrekken van financieringsmiddelen wordt op basis van de geldende rentetarieven op de geld - en kapitaalmarkt en de te verwachten liquiditeitsbehoefte een financieringsconstructie gekozen, die aansluit bij de financierings behoefte en in de pas loopt met de wettelijke voorschriften. In de ‘Paragraaf Financiering’ lichten we de financieringsfunctie van de gemeente Steenwijkerland voor de jaren 2025-2028 toe. We gaan in op zowel de algemene ontwikkelingen als de ontwikkelingen in onze gemeente. De algemene ontwikkelingen betreffen de renteontwikkelingen en de wet - en regelgeving. De specifieke ontwikkelingen omvatten de renterisiconorm, de kasgeldlimiet e n de financiering van de gemeente. Ambitie Het doel is een optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven op korte en lange termijn. Om dit goed uit te voeren, wordt gekeken naar de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasuryfunctie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) en het financieringsstatuut. Doelstellingen Bij de begroting wordt een keuze gemaakt welke investeringen er op korte en lange termijn plaatsvinden.

Het is vervolgens onze taak om deze investeringen conform de kaders te financieren. We beperken ons tot de publieke taak en hanteren hierbij de volgende doelstellingen: 1. Er is voldoende financiering op korte en lange termijn; zodoende kunnen wij te allen tijde aan onze betaalverplichtingen voldoen. 2. De risico’s die aan financiële transacties verbonden zijn worden beheerst en beperkt. Te denken valt onder andere aan renterisico’s, koersrisico’s en debiteuren-/crediteurenrisico’s. 3. De rentekosten van de leningen worden zoveel mogelijk beperkt. 4. De interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities worden zoveel mogelijk beperkt. Onze inzet We maken onderscheid tussen financiering en dekking. Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan onze financiële middelen komen (bijvoorbeeld door verkoop van gronden of door het aangaan van geldleningen). Bij dekking gaat het om de vraag hoe we de mi ddelen kunnen aanwenden om de begroting sluitend te houden (bijvoorbeeld opbrengst uitkering gemeentefonds en belastingopbrengsten). De uitvoering van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de kaders van de Wet fido en de Wet Hof. Om vooral de financieringsrisico’s te beperken, staan in de Wet fido twee instrumenten genoemd, waarmee we te maken hebben, te weten de renterisiconorm en de kasgeldlimiet.

Renterisiconorm Het uitgangspunt van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op langlopende schulden. Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden , aflossingen en rentelasten van de leningen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk wordt afgesloten met het risico van snel oplopende rentelasten. 118 Met behulp van de renterisiconorm wordt bepaald wel k renterisico de gemeente loopt op haar vaste schuld (leningen met een looptijd langer dan één jaar). De renterisiconorm is bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mog en bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hierbij is een minimumbedrag bepaald van € 2,5 miljoen. Op een begrotingstotaal van € 178,7 miljoen in 2025 bedraagt de renterisiconorm voor onze gemeente € 35,7 miljoen. In 2025 vindt voor een bedrag van € 5,5 miljoen aan aflossingen van bestaande leningen plaats. We kunnen nog een nieuwe lening aantrekken voor een bedrag van € 30,2 miljoen. Kasgeldlimiet In verband met het beperken van renterisico’s op de korte schuld moeten gemeenten voldoen aan de kasgeldlimiet. Dit betekent dat de korte schuld voor gemeenten maximaal 8,5% van het begrotingstotaal (lasten) mag bedragen.

De korte schuld bestaat uit de opg enomen gelden met een oorspronkelijke rente typische looptijd korter dan één jaar en de schuld op de rekening -courant. Deze opgenomen gelden zijn bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. In 2025 bedraagt de limiet voor de gemeente Steenwijkerland € 15,2 miljoen. In verband met regelgeving is het niet toegestaan om meer dan 2 kwartalen achter elkaar de kasgeldlimiet te overschrijden. Debiteuren-/crediteurenrisico Onder debiteurenrisico wordt hier verstaan het risico dat uitgezette geldleningen niet worden terugontvangen van marktpartijen. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en daalt de staatsschuld. Schatkistbankieren is ingevoerd voor gemeente n, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen. Dit heeft een positief effect op de omvang van de EMU-schuld. Depositotarieven en inleentarieven worden geharmoniseerd. De Wet biedt, onder bepaalde voorwaarden, (lagere) overheden de mogelijkheid elkaar leningen te verstrekken. Dit kan voor beide partijen leiden tot gunstige rentecondities. Uit oogpunt van doelmatigheid is in de Wet een drempelbedrag opgenomen. Hiermee kan een bepaald bedrag buiten de schatkist worden gehouden. Voor

119 gemeenten met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen is het drempelbedrag bepaald op 2% met een minimum van € 1.000.000. Voor de gemeente Steenwijkerland geldt in 2025 als drempel 2% van € 178,8 miljoen, ofwel € 3,6 miljoen. Wij mogen dus een positief rekening -courantsaldo hebben van afgerond € 3,6 miljoen, voordat deze middelen worden afgeroomd aan de schatkist. Leningenportefeuille In de gemeente Steenwijkerland werken we met totaalfinanciering. Dit houdt in dat niet voor iedere investering apart een lening wordt afgesloten. Investeringen worden gefinancierd vanuit het totaal van eigen vermogen (reserves) en het lang vreemd vermogen (aangetrokken leningen). Bij projecten van grote omvang kan het zijn dat het systeem van totaalfinanciering wordt losgelaten. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld een project waarbij er sprake is van een verschil tussen juridisch en economisch eigenaar van een activa. In het overzicht zijn meegenomen de opgenomen leningen, die zijn doorgesluisd naar woningcorporatie Wetland Wonen Groep. De restschuld van deze doorgesluisde leningen bedraagt per 1 januari 2025 € 3,5 miljoen. Alle leningen zijn opgenomen bij de BNG Bank. In 202 5 moet een totaalbedrag van afgerond € 1,220 miljoen worden betaald wegens verschuldigde rentekosten.

Dit is inclusief de rentelasten van € 0,148 miljoen voor de doorgesluisde leningen aan Wetland Wonen en transitorische rente . Wij lopen een risico a ls de woningcorporatie haar betalingsverplichtingen niet nakomt. Het Waarborgfonds Sociale Woningen staat garant voor de betalingen van rente en aflossingen van 3 van de 5 verstrekte leningen. Rentetoerekening Sinds 2018 wordt de rekenrente volgens een vaste formule berekend en kan deze niet meer vrij worden bepaald. De invloed op het renteresultaat is vanaf dat moment beperkt tot de keuze om wel of geen rente over het eigen vermogen te berekenen. De omvang van de rente die over het eigen vermogen mag worden berekend, is met ingang van de begroting 2017 gemaximeerd op het gemiddelde rentepercentage dat de gemeente over haar extern aangetrokken leningen betaalt. Het renteschema is hieronder weergegeven.

120 Kredietrisico’s Dit is het risico dat de gemeente loopt wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen, c.q. publieke instellingen die in voorkomende gevallen in financiële problemen kunnen komen. Onze gemeente heeft naar verwachting in het begrotingsjaar 202 5 in beperkte mate te maken met kredietrisico’s. De totale omvan g van deze leningen per 1 -1-2025 bedraagt bijna € 5,7 miljoen (excl. de startersleningen) . De ontwikkeling van de verstrekte leningenportefeuille ziet er als volgt uit.

121 Voor 2025 is een rentevergoeding van afgerond € 0,245 miljoen begroot. Hieronder is dit bedrag gespecificeerd. Financiering Binnen de gemeente wordt een omslagrente in rekening gebracht bij de investeringen en de projecten van 1,0%. Door een wijziging in de BBV voorschriften geldt vanaf 2025 v oor de grondexploitatie hetzelfde rentepercentage van 1,0%. Deze omslagrente is berekend op basis van het investeringsvolume 202 5 (inclusief restantkredieten) en bestaat uit de werkelijk betaalde en ontvangen rente. Indien in de loop van het begrotingsjaar de werkelijke rente sterk afwijkt (>25%) dan is een correctie verplicht voorgeschreven. Financieringspositie De financieringspositie geeft inzicht in de ontwikkeling van de financieringsbehoefte, rekening houdend met de investeringen en beschikbare interne en externe middelen. De interne financiering vindt plaats in de vorm van de afschrijvingen ten laste van de exploitatierekening en in de vorm van eigen vermogen (reserves). Voor de externe financiering wordt een beroep gedaan op de geld - en kapitaalmarkt. De boekwaarde van de invest eringen en uitgezette leningen wordt per 1 januari 2025 geraamd op € 160 miljoen.

122 Financieringstekort Bij de aanvang van het begrotingsjaar 2025 ramen wij een financieringstekort van afgerond € 39,7 miljoen. Dit tekort ontstaat doordat de som van de reserves en voorzieningen en de opgenomen geldleningen per 1 januari 2025 lager is dan de boekwaarde van de investeringen per 1 januari 2025. Nagenoeg alle transacties vinden plaats via de BNG, onze huisbankier. In de diens tverleningsovereenkomst is geregeld dat wij tot een bedrag van € 12 miljoen ‘rood’ mogen staan. Daarnaast heeft de gemeente een rekening -courantovereenkomst met de Rabobank ‘Meppel- Staphorst- Steenwijkerland’. Prognose Meerjarenbalans18 18 In de prognose meerjarenbalans zijn de saldi van de voorliggende programmabegroting vertaald in de post ‘eigen vermogen’. De overlopende activa en passiva zijn constant gelaten ten opzichte van de laatste vastgestelde jaarrekening.

123 Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU -saldo is volgens de BBV voorgeschreven dat bij de uiteenzetting van de financiële positie een geprognosticeerde balans moet worden opgenomen. Deze balans moet meerjarig zijn en geeft inzicht in de ontwikkeling van onder meer de investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte. De presentatie van de geprognosticeerde balans sluit aan op de balans van de jaarrekening . Deze balans hoeft niet in detail te worden uitgewerkt. In de prognose zitten veel aannames omdat de toekomstige mutaties onzeker zijn. Het vertrekpunt voor deze balans is de jaarrekening 2023 geweest. Bij de prognose van de eindbalans voor de jaren 2025 t/m 2028 is rekening gehouden met de mutaties voortvloeiende uit: - het investeringsprogramma 2025–2028; - actualisatie grondexploitaties; - de mutaties in de reserves en voorzieningen. EMU-saldo Om strakker te kunnen sturen op de afspraken die het Rijk heeft gemaakt in Europees verband is de Wet Hof ingevoerd. Deze wet is bedoeld voor de beheersing van de schuldenlast en het begrotingstotaal op rijksniveau. Een individuele EMU-referentiewaarde betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente heeft in de gezamenlijke tekortnorm.

Gemeenten met een sluitende (meerjaren) begroting hebben niet per definitie ook een sluitende begroting in EMU- termen. De belangrijkste oorzaak is dat het Rijk investeringen aan één jaar toerekent (het zogenaamde kasstelsel) terwijl andere overheden en het bedrijfsleven dergelijke uitgaven via afschrijvingen over meerdere jaren uitsmeren (stelsel van baten en lasten). Sturingsopties om het EMU-saldo in positieve zin te beïnvloeden zijn het afstoten van activa en passiva die niet tot de ‘core business’ van een gemeente horen. Als vervolg daarop kan het noodzakelijk zijn keuzes te maken en ambities te beperken als het gaat om het investeringsprogramma. Voor vastgoedobjecten kan daarbij huur of lease een optie zijn.

124 Voor 2025 bedraagt de referentiewaarde - € 8,1 miljoen. Uit bovenstaande tabel blijkt dat de EMU-saldi niet binnen de gestelde referentiewaarden blijven. Dit heeft te maken met de geplande investeringen in die jaren. Specifiek geldt voor de overschrijding in 202 4 dat deze wordt veroorzaakt doordat de restantkrediet en over 20 23 zijn overgeheveld naar 2024.

125 4.5. Paragraaf Bedrijfsvoering In onderstaande kaart staan de ambities voor de ambtelijke organisatie. De hierin opgenomen organisatiedoelen gebruiken we als indeling voor deze bedrijfsvoeringsparagraaf. Betrouwbaar en professioneel Doelmatigheidsonderzoek Jaarlijks doen we onderzoek naar de doelmatigheid van een bepaald product of proces. Het inwonerspanel is in de afgelopen periode onderwerp van onderzoek geweest. In 2025 wordt het proces van de aanschaf van voertuigen bij de buitendienst onderzocht, waarb ij de vraag centraal staat hoe doelmatig en doeltreffend dit proces wordt uitgevoerd. Rechtmatigheidsverantwoording In de jaarrekening 2023 heeft het college voor het eerst een rechtmatigheidsverantwoording opgenomen. Dit betrof een niet rechtmatige verklaring, met name veroorzaakt doordat het begrip rechtmatigheid een andere interpretatie heeft gekregen dan voorheen gebruikelijk was. Insteek is (uiteraard) om in de jaarrekening wel tot een rechtmatige verklaring te komen. Welke stappen we moeten zetten om tot een dergelijke rechtmatige verklaring te kunnen komen zal in beeld worden gebracht en vervolgens worden afgewogen. Visie op control Om als organisatie goed ‘in control’ te zijn is het belangrijk dat taken en verantwoordelijkheden op de juiste wijze invulling krijgen. De eerder vastgestelde visie op control is hierbij ondersteunend.

Op basis van deze visie is in de afgelopen periode ond erzocht hoe de interne controltaken worden ervaren en waar er verbeterpunten zijn. Deze

126 verbeterpunten worden eind 2024 als geheel door het management besproken en waar binnen de (personele) mogelijkheden die er zijn worden geprioriteerd en opgepakt. Projectmatig werken De afgelopen maanden is gewerkt aan een uniforme methode van projectmatig werken. Simpel, functioneel en aansluitend op de P&C -cyclus. Er is tevens helderheid in rollen en bevoegdheden wat betreft opdrachtgevers. De komende maanden wordt de nieuwe methode geïmplementeerd. De huidige projectgroepleden worden ambassadeurs zodat we voor een blijvende ingang voor verbetering en implementatie (voor nieuwe collega's bijvoorbeeld). Via OpgaveGerichteOverleggen (OGO) wordt per bestuursprogramma (opgave) gestuurd op het projectenportfolio en het bewaken van de bestuurlijke opdrachten in relatie tot ambtelijke inzet en capaciteit. Fraudebeheersing De komende jaren wordt er vanuit de accountantscontrole nadrukkelijker aandacht gegeven aan fraudepreventie. Ook is dit onderwerp inmiddels onderdeel van de controleverklaring van de accountant. Via diverse invalshoeken besteden wij continu aandacht aan fr audepreventie, zoals onder meer de verbetering van de risicobeoordeling via procescontroles en bewustzijnsacties onder medewerkers. Communicatie Betrouwbaar, open en eerlijk. Dat is de basis van onze communicatie naar inwoners en ondernemers.

Deze en andere uitgangspunten zijn vastgelegd in een koersdocument voor de jaren 2023 – 2026. Daarin staat dat we onze overheidscommunicatie inzetten om uitleg te geven, om te luisteren naar wat onze inwoners zeggen en vinden, om te weten wat er leeft in de samenleving, om te werken aan ons imago en om onze zichtbaarheid te vergroten. We zoeken daarin continu de verbetering. In 2024 vertaalde zich dat onder andere in een vernieuwde visie op de inzet van social media en een verbeterde online monitoring. Voor 2025 koppelen we dat aan een professionele online omgevingsanalyse om op deze manier bij te dragen aan een omgevingsgerichte organisatie. Wet open overheid De Woo regelt welke informatie de gemeente op eigen initiatief (actief) of op verzoek (passief) naar buiten moet brengen. In de wet staat welke categorieën actief openbaar moeten worden gemaakt; de minister bepaalt per categorie wanneer deze verplichting g eldt. In november 2024 moeten in ieder geval gemeentelijke regelingen en gegevens over de organisatie, werkwijzen en bereikbaarheid gepubliceerd zijn. Daaraan voldoen we. Vanaf 2025 volgen o.a. raads - en collegestukken, advies - en onderzoeksrapporten, jaar plannen en -verslagen, klachten en beschikkingen. De actieve openbaarmaking vraagt een forse juridische, technische en organisatorische inspanning.

Dat betreft de aanpassing van werkprocessen en systemen en medewerkers moeten weten wat van hen wordt verwacht. De (verdere) invoering wordt begeleid door een breed samengestelde projectgroep. Informatievoorziening Door toenemende digitalisering en het gebruik van netwerksystemen worden we hiervan steeds afhankelijker maar neemt ook de kans op uitval van systemen met mogelijk maatschappelijke gevolgen toe. Door ook in 2025 de ‘basis op orde’ te houden wordt het risic o op uitval van systemen verkleind. Tevens neemt, mede door internationale spanningen, het risico op cyberaanvallen/cybercrisis in het digitale domein toe. Met de Europese NIS2 -richtlijn en de nationale vertaling daarvan naar de Cybersecuritywet, zal in 20 25 (zowel lokaal als nationaal) verder worden gewerkt aan het verhogen van het niveau van cyberbeveiliging. Geïnventariseerd wordt welke gevolgen deze richtlijn heeft voor de organisatie om vervolgens een plan van aanpak op te stellen. 127 Marktontwikkelingen ICT In de software -industrie is het onrustig. Er is sprake van overname van partijen en verschuivingen van software tussen partijen. De investeringen om ontwikkelingen bij te houden zijn groot en gebeuren door deze partijen niet altijd en vanwege onzekerheden behouden ze het personeel niet.

We merken dat partijen daardoor niet (meer) altijd het afgesproken resultaat behalen of niet eens (kunnen) reageren op uitvragen in de markt. Voor de komende periode staan verschillende aanbestedingen op de planning waarbij dit een aandachtspunt gaat zijn. Samenleving tevreden ... over onze dienstverlening, over hoe we integraal samenwerken en over onze gastvrijheid. Dienstverlening Inwoners en ondernemers komen op diverse momenten in contact met ons. Wij vinden het belangrijk dat dit contact dan prettig verloopt. In welke vorm dit contact dan ook plaatsvindt: digitaal, telefonisch, schriftelijk of fysiek. Aan onze inwoners en onderne mers vragen we hoe zij onze dienstverlening ervaren. Bijvoorbeeld via enquêtes in de KlantContactMonitor (KCM). We gebruiken uitkomsten van de enquêtes om onze dienstverlening te optimaliseren. Daarnaast gebruiken we de uitkomsten van de enquêtes, de analy setool voor onze website (SiteImprove) en het Testpanel om onze brieven en online informatie te verbeteren. Gebruiksgemak, duidelijke taal en (digitale) toegankelijkheid staan daarbij centraal. Met het project Duidelijke Taal zetten we extra in op het vereenvoudigen van teksten. Schoonmaak Een Europese aanbesteding is in gang gezet voor een nieuw schoonmaakcontract voor alle gemeentelijke gebouwen (o.a. gemeentehuis, gemeentewerf en gymzalen).

Verduurzaming bedrijfsvoering Als overheid stimuleren wij duurzaamheid bij onze inwoners en bedrijven. Op het gebied van onze bedrijfsvoering hebben wij natuurlijk een voorbeeldfunctie. In het Klimaat- en duurzaamheidsambitie document zijn onze ambities voor de komende jaren vastgesteld. In 2023 brachten we de CO2-uitstoot van onze organisatie in kaart met de CO2- prestatieladder methodiek. Aan de hand hiervan worden maatregelen getroffen, onder meer het verminderen van het fossiel brandstofgebruik en het slimmer omgaan met energie. Daar naast organiseren we jaarlijks een klimaat - een duurzaamheidsweek om medewerkers bewust te maken en te inspireren tot duurzaam gedrag. De gemeente heeft ook een voorbeeldfunctie op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI). Steenwijkerland heeft het manifest MVOI ondertekend. Om hier verder invulling aan te geven stellen we een actieplan MVOI op en borgen dit in het gemeentelijk inkoop- en aanbestedingsbeleid. Medewerkers tevreden … over de positieve werksfeer, een fijne werkomgeving, de ruimte voor ontwikkeling en over een goede werkgever. Eigenaarschap, verbinding en gezamenlijkheid Medewerkers binnen Steenwijkerland voelen zich betrokken en verantwoordelijk dat blijkt ook uit het medewerker onderzoek. Daarin zit de kracht van de organisatie.

Een thema dat voor alle overheden enorm van belang is, is eigenaarschap. Hoe koppelen we de krachten van onze organisatie aan dat thema. Een groep van ambassadeurs uit alle teams binnen de organisatie is in 2024 gestart en gaat in 2025 hier verder mee aan de slag. Hoe kunnen we met elkaar samenwerken op een manier die recht doet aan het individu e n die bijdraagt aan de doelstellingen van de 128 organisatie. Opdrachtgever - en opdrachtnemerschap, weten waar je over gaat, prioriteren en bewuste keuzes maken. Vitaliteit en de duurzaam inzetbare medewerker De aandacht voor vitaliteit en duurzame inzetbaarheid is gebaseerd op een lange termijn visie. Onder het mom ‘Hoe jij in je vel zit doet er toe’ worden ook in 2025 medewerkers ondersteund bij het vergroten van hun vitaliteit, werkvermogen en inzetbaarheid. De ondersteuning bestaat uit praktische handvaten die medewerkers helpen fit en gemotiveerd te blijven, door voldoening te halen uit werk dat bij hen past. Dit draagt bij aan het behoud van gemotiveerde en enthousiaste medewerkers. Medewerker onderzoek We willen dat onze medewerkers zowel tevreden als vitaal zijn. We evalueren dit periodiek door middel van onderzoek. In het najaar van 2024 wordt weer een medewerkeronderzoek uitgevoerd.

Het doel is enerzijds vast te stellen waar we staan als organisatie i n de ogen van de medewerkers en daarnaast input te vinden voor verbeterpunten. In 2025 gaan we aan de slag met de resultaten van dit onderzoek: welke sterke punten willen we behouden of uitbouwen en waar vinden we verbeterpunten om aan te werken. Personele gegevens In de paragraaf bedrijfsvoering nemen we ook cijfermatige informatie op het gebied van onze medewerkers over de eerste helft van 2024 en ter vergelijking over 2022 en 2023. Formatie/bezetting De bezetting is in 2024 licht toegenomen. De formatiestijging vloeit voort uit de vastgestelde begroting 2024 en betrof onder meer formatie voor recreatie en toerisme, verkiezingen, duidelijke taal, controle openbare ruimte, bouwkunde en vitaal platteland. Deels betreft het tijdelijke formatieruimte voor specifieke projecten of programma's. Dergelijke formatieruimte wordt geregeld ook door inhuur van externe medewerkers ingevuld.

Formatie / bezetting Periode 2022 2023 2024 Q2 Peildatum 31-12-2022 31-12-2023 30-6-2024 Aantal medewerkers 432 457 475 Bezetting (aantal mdw in fte) 378,8 403,7 415,3 Formatie (begroting in fte) 407,5 423,7 434,7 Formatieruimte (fte) 28,7 20,0 19,4 Aantal medewerkers inhuur 78 62 58 Totaal medewerkers inclusief inhuur 510 494 533 fte= full time medewerker aantal mdw 2022 2023 jan-jun 2024 Stagiaires 25 23 19 129 Inhuur In de grafiek wordt de inhuur in de voorgaande jaren getoond. De kosten voor inhuur de eerste helft van 2024 waren 7,9% van de totale loonkosten (in 2023 was dit: 10,3%). De kosten voor inhuur voor projecten zijn gelijk aan die in 2023 (3,5% van de loonkosten). De kosten voor reguliere inhuur is in de eerste helft van 2024 gedaald naar 4,4% van de loonkosten (6,9% in 2023). Het percentage inhuur ligt ook op een lager niveau dan de gemiddelde inhuur voor vergelijkbare gemeenten. Arbeidsmarkt De arbeidsmarkt blijft in beweging. De eerste helft van 2024 zien we iets meer instroom en iets minder uitstroom dan de voorgaande jaren. Door de gunstige arbeidsmarkt vertrekken medewerkers relatief makkelijk en lukt het ook steeds om nieuwe medewerkers t e vinden. Het kost voor sommige plekken wel meer moeite. Er zijn soms meerdere wervingsrondes nodig voor het invullen van een vacature. Vacatures op gebied van o.a.

verkeer, ruimtelijke ontwikkeling, juridische en financiële functies zijn het moeilijkst te vervullen. In 2025 vervolgen we onze inspanningen op arbeidsmarktcommunicatie om de juiste medewerkers aan te kunnen trekken. Bij omliggende gemeenten en ook landelijk is een vergelijkbaar beeld te zien. De verwachting is dat de arbeidsmarkt in 2025 in beweging zal blijven. Aantrekkelijk werkgeverschap is het sleutelwoord. Dat begint met het zorgen voor een goede start voor onze nieuwe collega’s. Daarnaast is er veel aandacht voor het behoud van medewerkers. Dit doen we bijvoorbeeld door in te zetten op de hele loopbaan van de medewerker bij de gemeente. In 2025 blijft de focus op vitaliteit en inzetbaarheid en richten we ons op n adrukkelijker op de ontwikkeling later in de loopbaan van onze medewerkers. Doel is bij te dragen aan het behouden van talenten, bieden van perspectief en het stimuleren van doorstroom naar andere functies. In-, door-, uitstroom aantal mdw 2022 2023 jan-jun 2023 jan-jun 2024 instroom (aantal nieuwe mdw) 54 69 40 43 doorstroom (intern andere functie) 7 11 2 0 uitstroom (aantal mdw uit dienst) 40 44 11 8 % uitstroom 9% 10% 2% 2% Aantal vacatures* 50 0 48 53 lopend 8 19 ingevuld 29 31 niet ingevuld 11 3 *detail gegevens beschikbaar vanaf maart 2022 ivm nieuw systeem

130 Ontwikkeling ziekteverzuim Het verzuim in 2024 ligt iets boven het niveau van vorig jaar. De oorzaak hiervan ligt vooral in het langdurig verzuim. Doelstelling voor 2025 is een stabiel lager verzuim over de hele organisatie. Dit doen we door in te zetten op preventie en actieve beg eleiding bij verzuim. Zo is onlangs een specifieke verzuimtraining voor onze leidinggevenden georganiseerd. Ook de inzet van ons vitaliteitsprogramma heeft tot doel het verzuim zo laag mogelijk te houden. Verzuim 2022 2023 jan-jun 2023 jan-jun 2024 verzuim % 6,4% 5,5% 6,6% 6,9% exclusief zwangerschaps- en bevallingsverlof

131 4.6. Paragraaf Verbonden partijen Inleiding Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Bestuurlijk belang houdt in dat de gemeente een zetel in het bestuur heeft of stemrecht heeft bij de vergaderingen. Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente financiële middelen in het bedrijf heeft geïnvesteerd, c.q. gestoken. Als het bedrijf failliet gaat, is de kans groot dat de gemeente de beschikbare financiële middelen kwijt is. Ook bij problemen bij de verbonden partij kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld en kunnen kosten verhaald worden op de gemeente. Een partij die ieder jaar een subsidie krijgt, waar geen tegenprestatie tegenover staat is geen verbonden partij. In de ‘Nota Verbonden Partijen’ zijn regels vermeld voor het aangaan van diverse nieuwe samenwerkingen. Het proces van deelnemingen is een dynam isch gebeuren. Daarom treft u net als vorig jaar weer een aantal wijzigingen, c.q. aanvullingen aan die passen binnen de huidige kaders van de ‘Nota Verbonden Partijen’. Visie en beleid ten aanzien van verbonden partijen Wij streven ernaar om het bestuurlijk en financieel belang te houden in die organisaties die een bijdrage leveren aan het openbaar belang en waarvan de activiteiten aansluiten bij het beleid zoals dat door de gemeente wordt gevoerd.

Beleidswijzigingen voor specifieke verbonden partijen worden voor zover nodig of wenselijk afzonderlijk aan de raad voorgelegd. Verbonden partijen waarin de gemeente Steenwijkerland deelneemt De verbonden partijen van de gemeente Steenwijkerland bestaan uit de gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en publiekrechtelijke rechtspersonen. Voornemens tot het aangaan van nieuwe bestuurlijke participaties Op dit moment zijn er geen voornemens bekend tot het aangaan van nieuwe bestuurlijke participaties. Voornemens tot het beëindigen van bestaande participaties Verwacht wordt dat de gemeente op korte termijn geen participaties met uitzondering van Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. en CSV Amsterdam B.V. gaat beëindigen: - Het bestuur van Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. heeft met het Ministerie van Klimaat en Energie, ZEH Energy B.V. en Energy Resources Holding B.V. in februari 2024 overeenstemming bereikt over de terugtreding van PBE als contractpartij uit het Convenant Borging Publiek Belang Kerncentrale B orselle uit 2009. Daarmee resteren er geen openstaande contractuele verplichtingen meer en kan de vennootschap worden ontbonden. Op 26 september 2024 vindt er een aandeelhoudersvergadering plaats. D e resterende liquide middelen worden daarna uitgekeerd aan de aandeelhouders naar rato van hun aandelen belang. - In februari 2024 heeft CSV Amsterdam B.V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/158b0839-276b-4f03-b1ff-8d40b0145561?agendaItemId=73ac3a4e-6ea7-4fe4-b627-1f79d4ed976c