CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025-2028 gemeente Steenwijkerland

Raadsvergadering 12 november 2024, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Programmabegroting 2025-2028 gemeente Steenwijkerland41.842 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Wij verwijzen u naar bijlage 1 van deze begroting. Het betreffen de vervangingsinvesteringen voor: - Tractie; - ICT; - Begraafplaatsen; - Huishoudelijke dienst. De kapitaallasten voortvloeiende uit de v ervangingsinvesteringen kunnen volledig worden gedekt uit de gereserveerde vrijvallende kapitaallasten. Voor 2025 stellen wij voor de volgende kredieten beschikbaar te stellen: 68 3.7. Overhead In het Besluit begroting en verantwoording (BBV) is voorgeschreven dat de programmabegroting een apart overzicht bevat met de kosten van de overhead. Hiermee krijgt uw raad op een eenvoudige wijze inzicht in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie. Om te kunnen vaststellen welke kosten verband houden met de sturing en ondersteuning van het primaire proces en zodoende gerekend kunnen worden tot de overhead, wordt de volgende definitie gehanteerd: A lle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De kosten van sturing en ondersteuning van de directe medewerkers (overhead) bestaan in ieder geval uit: - Loonkosten (onder meer: financiën, personeel en organisatie, inkoop, juridische zaken, leidinggevenden, - Bestuurszaken en bestuursondersteuning; - ICT kosten; - Huisvesting en facilitaire zaken; - Uitbestedingskosten bedrijfsvoering; - Overige materiële kosten (waaronder tractie, gereedschappen, kantoorbenodigdheden).

Met deze definitie wordt een eenduidig inzicht geboden in de kosten die direct zijn toe te rekenen aan bepaalde taakvelden. In de praktijk zijn dit veelal loonkosten die direct zijn toe te rekenen tot bepaalde activiteiten binnen een van de bestuursprogram ma’s. Die kosten zijn dan ook opgenomen onder het desbetreffende programma en niet betrokken bij de berekening van het bedrag aan overhead. In het BBV is één uitzondering gemaakt op het verplicht centraal begroten en verantwoorden van overhead. Dit betreft de toerekening van overhead aan de grondexploitaties en de investeringen (prestatiecontract). Deze uitzondering is gemaakt omdat het niet t oerekenen van overhead aan dergelijke investeringen zou leiden tot een begrotingstekort. Voor de gemeente Steenwijkerland wordt rekening gehouden met een bedrag van ruim € 0,3 miljoen in 2025. Zoals uit onderstaande tabel blijkt, bedragen de kosten voor overhead in totaal € 21,7 miljoen in 2025. Uitgedrukt in een percentage van de totale exploitatielasten, vóór mutaties in de reserves, bedraagt de overhe ad 12%. Ter illustratie: In de Programmabegroting 202 4-2027 is voor het begrotingsjaar 202 4 een percentage opgenomen van 13%.

69 3.8. Reserves en voorzieningen Per ultimo 2025 bedraagt de vermogenspositie naar verwachting € 34,2 miljoen (excl. voorzieningen). Het meerjarig verloop van de reserves en voorzieningen is opgenomen in bijlage 4. 3.8.1. Verloop algemene en bestemmingsreserves In de raadsvergadering van 10 oktober 2023 heeft u de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2023’ vastgesteld. In deze nota zijn de richtlijnen opgenomen voor het instellen, het opheffen en de omvang van de reserves. Het BBV onderscheidt de volgende reserves: a. algemene reserve(s); b. de bestemmingsreserves. In onderstaande toelichting wordt nader ingegaan op een aantal algemene en bestemmingsreserves. Algemene reserves Algemene reserve vaste buffer In de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2023’ is vastgelegd dat de norm voor de Algemene reserve vaste buffer 10% van de som van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de opbrengst onroerende-zaakbelastingen (OZB)

70 bedraagt. Om veelvuldige toevoegingen en onttrekkingen aan genoemde reserve te voorkomen als gevolg van fluctuaties in de alge mene uitkering en de opbrengst OZB geldt een marge naar boven en beneden van 5%. Afwijking van de bandbreedte is maximaal 3 jaar toegestaan. De Algemene reserve vaste buffer bedraagt ultimo 2024 € 10.794.000. Dit bedrag is lager dan de gestelde norm van € 11.853.000. Voorstel is om deze reserve weer op het niveau van 10% te brengen. We stellen voor om een bedrag van € 1.059.000 ten laste te brengen van het begrotingssaldo 2025. Bestemmingsreserves Het overzicht met bestemmingsreserves treft u aan in bijlage 4. Ultimo 2025 kennen we vier bestemmingsreserves: 1. Reserve energiecompensatie maatschappelijke instellingen. 2. Reserve koppengeld. 3. Reserve startersleningen. 4. Reserve volkshuisvesting. Met deze vier bestemmingsreserves is in totaal een bedrag gemoeid van € 11,6 miljoen. 3.8.2. Verloop voorzieningen Voorzieningen worden onder meer gevormd wegens: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs is in te schatten; b. op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten;

71 c. kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. Evenals bij de reserves treft u onderstaand ook een toelichting aan op de meest in het oog springende voorzieningen. Voorziening groot onderhoud wegen De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed heeft op de hoogte van de voorziening wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Voorziening Algemeen Maatschappelijk Vastgoed De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed op de hoogte van de voorziening heeft wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Egalisatievoorziening reiniging De exploitatiesaldi worden ten gunste of ten laste van de egalisatievoorziening reiniging gebracht. Er vindt in 2025 een onttrekking van € 974.000 aan de voorziening plaats. In paragraaf 4.1.7. Afvalstoffenheffing wordt een nadere toelichting gegeven.

Voorziening riolering (exploitatie) De exploitatiesaldi worden ten gunste of ten laste van de egalisatievoorziening riolering (exploi tatie) gebracht. Er vindt in 2025 een onttrekking van € 1.045.000 aan de voorziening plaats. In paragraaf 4.1.8. Rioolheffing wordt een nadere toelichting gegeven. Voorziening overdracht wethouderspensioenen Op grond van de wet APPA (algemene pensioenwet politieke ambtsdragers) is de gemeente verplicht om een voorziening te treffen voor wethouders om hen in staat te stellen hun pensioen over te dragen aan een pensioeninstelling. Indien dit gebeurt is een eenmalige afkoopsom benodigd. Op dit moment is de gemeente voor de bestuurders die hieraan niet de voorkeur geven, na het bereiken van de pensioenger echtigde leeftijd, verplicht pensioen uit te betalen. Het gereserveerde bedrag gaat vervolgens over naar de voor ziening te betalen pensioen voormalige bestuurders. Per 1 januari 2025 bedraagt het saldo € 1,5 miljoen. Voorziening te betalen pensioenen voormalig bestuurders Voor voormalig bestuurders, die vanaf 2015 pensioenrechten hebben, dienen de te betalen pensioenen volledig uit een voorziening bekostigd te worden.

Indien een voormalig bestuurder op enig moment recht heeft op pensioen bestaat er geen mogelijkheid voor hem/haar om het pensioen over te dragen aan een pensioenfonds en wordt het gereserveerde be drag in de vorige voorziening ( voorziening overdracht wethouderspensioenen ) overgeheveld naar deze voorziening om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. E lk jaar wor dt de omvang van deze voorziening geactualiseerd. 72 3.9. Overzicht totale programmabegroting In onderstaand overzicht is het financieel resultaat weergegeven voor de komende jaren waarbij de baten en lasten zijn uitgesplitst per bestuursprogramma.

73 3.10. Overzicht algemene dekkingsmiddelen Onderstaand overzicht biedt inzicht in de samenstelling van de algemene dekkingsmiddelen, inclusief de verplichte taakvelden voor overhead en onvoorzien.

74 4. Specifieke paragrafen 4.1. Paragraaf Lokale heffingen 4.1.1. Inleiding De gemeente heeft voor het goed kunnen uitvoeren van haar taken geld nodig. Een groot deel van dit geld wordt ontvangen van de rijksoverheid via de zogenaamde ‘Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds’. Dit geld uit ‘Den Haag’ is echter onvoldoende om alle taken te kunnen uitvoeren. Daarom maakt de gemeente gebruik van haar bevoegdheid om inkomsten te verkrijgen via burgers, bedrijven en bezoekers. Dit gebeurt met behulp van onder meer lokale belastingen en heffingen. In 2025 verwacht de gemeente Steenwijkerland in totaal een bedrag van € 152 miljoen14 aan inkomsten te ontvangen (gemeentelijke belastingen en heffingen en rijksuitkeringen). In onderstaande grafiek is aangegeven welk deel uit ‘Den Haag’ komt en welk deel uit ‘Steenwijkerland’. De grafiek laat zien dat de lokale belastingen en heffingen een wezenlijk onderdeel vormen van de gemeentelijke inkomsten. In deze paragraaf wordt daarom stilgestaan bij de diverse aspecten die samengaan met dit onderwerp. Zo worden de uitgangspunten benoemd, die de gemeente hanteert bij het vaststellen van de tarieven voor inwoners en onderneme rs. Ook tonen we met behulp van tabellen de ontwikkeling van de gemeentelijke belastingopbrengsten. Tenslotte laten we zien hoe ‘duur ’ Steenwijkerland is ten opzichte van omliggende en vergelijkbare gemeenten. 4.1.2.

Belastingen en heffingen De gemeentelijke belastingen die in 2025 in de gemeente Steenwijkerland worden geheven zijn: - OZB; - Toeristenbelasting; - Forensenbelasting. Naast belastingen rekent de gemeente heffingen. Dit zijn kosten voor individuele dienstverlening aan burgers en ondernemers. Voor de tarieven van deze heffingen geldt dat de opbrengsten de kosten van de dienstverlening op 14 € 25 miljoen aan gemeentelijke belastingen en heffingen en € 127 miljoen aan rijksuitkeringen.

75 begrotingsbasis niet mogen overschrijden. De gemeentelijke heffingen die in 202 5 in de gemeente Steenwijkerland worden geheven zijn: - Rioolheffing; - Afvalstoffenheffing; - Begraafrechten; - Vermakelijkhedenretributie; - Overige rechten. 4.1.3. Uitgangspunten Uw raad stelt de tarieven vast voor de lokale belastingen en heffingen. Ons uitgangspunt is dat we blijven behoren tot de top 25% gemeenten van Nederland met de laagste lokale lasten. We willen daarom geen bovengemiddelde stijgingen doorvoeren in de tarieven voor de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Voor de Afvalstoffenheffing en de Rioolheffing worden wijzigingen in de kosten verhaald door de betreffende tarieven d aarop aan te passen (gesloten huishouding). Om grote tariefschommelingen te voorkomen, wordt gebruik gemaakt van de voorziening Reiniging en de voorziening Riolering. Zowel voor de afvalstoffen- als de rioolheffing rekenen we op dit moment de BTW -lasten niet door in de tarieven. Het besluit om deze lasten niet op te nemen in de gesloten huishouding voor deze beide heffingen is ooit bij de introductie van het BTW-compensatiefonds genomen. Het heeft tot gevolg dat beide tarieven niet kostendekkend zijn, maar dat een deel vanuit de algemene middelen wordt gedekt. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is opgenomen dat de BTW-lasten onderdeel uitmaken van de gesloten huishouding.

Inventarisatie bij andere (omliggende) gemeenten laat zien dat deze gemeenten allen de BTW -lasten hierin hebben opgenomen. We stellen u dan ook voor dit ‘lek’ in de gesloten huishouding te dichten. Dit ook vanuit de gedachte onze tarieven 1 00% dekkend te maken en te houden. De maatregel om onze tarieven 100% kostendekkend te maken willen we gefaseerd doorvoeren door inzet van de egalisatievoorziening reiniging en riolering . Hiermee kunnen we de stijging van de tarieven op korte termijn dempen. In de volgende paragrafen zijn de precieze gevolgen voor de tarieven in beeld gebracht. 4.1.4. Overzicht belastingopbrengsten De totale opbrengst voor belastingen en heffingen in 202 5 bedraagt € 25,1 miljoen. Dit bedrag is als volgt gespecificeerd: 76 In onderstaande cirkeldiagram is het aandeel van de belastingsoorten en verschillende heffingen in het totaal van de gemeentelijke belastingen in beeld gebracht. 4.1.5. Lokale belastingdruk Onze inwoners en ondernemers gaan in 2025 gemiddeld 8,4% meer aan lokale lasten betalen. De belangrijkste oorzaak is het (gefaseerd) overgaan op 100% kostendekkendheid voor de tarieven van afval en riolering in het kader van de saldo verbeterende maatregelen. De ontwikkeling van de lokale belastingdruk ziet er als volgt uit:

77 Bij de OZB is uitgegaan van een WOZ -waarde van € 305.000 (waardepeildatum 1 -1-2023). Geen rekening is gehouden met de effecten van de hertaxatie met waardepeildatum 1-1-2024. Op basis van de laatste COELO atlas15 is de gemeente Steenwijkerland op de ranglijst van gemeenten met de laagste lokale lasten gestegen (2023: 9e plaats en 2024: 7e plaats). In de atlas staan alle gemeenten vermeld, dus ook de ons omringende gemeenten. Ook zijn de gemiddelde woonlasten van de provincie Overijssel en Nederland in beeld gebracht. 4.1.6. Onroerende-zaakbelastingen De wettelijke kaders van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) zijn neergelegd in de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet en de Wet Waardering Onroerende zaken (Wet WOZ). Voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken kunnen twee belastingen geheven worden: een eigenaren- en een gebruikersbelasting. De hoogte van de OZB is afhankelijk van de in het kader van de Wet WOZ aan de onroerende zaak toegekende waarde. Het tarief is een percentage van deze waarde. Er kunnen verschillende tarieven vastges teld worden voor woningen en niet-woningen. Binnen deze groepen mag niet verder gedifferentieerd worden. Voor alle woningen en alle niet - woningen gelden dus dezelfde tarieven. Hiernaast kunnen verschillende tarieven vastgesteld worden voor de eigenarenbelastingen en de gebruikersbelasting.

15 Atlas van de lokale lasten 2024 (COELO). De atlas wordt jaarlijks door het Centrum voor Onderzoek van de Economie voor Lagere Overheden (COELO) uitgegeven. Het COELO berekent de lokale lasten voor de burger op basis van de door gemeenten aangeleverde informatie.

78 Op dit ogenblik wordt hard gewerkt aan de hertaxatie van het WOZ -bestand met waardepeildatum 1 -1-2024. In december 2024 worden nadere voorstellen aan uw raad gepresenteerd over de tarieven voor 2025. Uitgangspunt daarbij is een gelijkblijvende opbrengst. E en stijging van de waarde van het totale woningbestand zal dan leiden tot een gelijke daling van de tarieven en omgekeerd. 4.1.7. Afvalstoffenheffing Ontwikkeling baten en lasten 2025 Voor 2025 is het vaste tarief verhoogd met 15,9%. Hierbij is rekening gehouden met de gemeentelijke inflatie van 2%, maar zijn ook de kosten voor BTW meegenomen in de tarieven. Dit is in overeenstemming tot andere gemeenten die ook de BTW verrekenen in de tarieven. Het meenemen van de kosten voor BTW is nodig om de tarieven voor afvalstoffenheffing in overeenstemming te brengen met een 100% kostendekking. Daarnaast zijn ook de kostenstijgingen van de ROVA, op basis van de ROVA index van 5,61% verwerkt. Zoals uit onderstaande tabel kan worden afgeleid, stijgt het gemiddelde tarief per aansluiting in 2025 van € 219,69 naar € 250,13 (13,9%). Het dekkingspercentage dat staat vermeld in de tabel is gestegen met 5,5%. Oorzaak is dat in de berekening van dit de kkingspercentage voor het eerst rekening is gehouden met de compensabele BTW. De overhead is becijferd op 12% (toegelicht in hoofdstuk 3.7).

79 Afvalstoffenheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een woning. Het vaste tarief stijgt met € 30,44. Dit is een stijging met 15.9%. Het tarief per zak en per lediging blijven ongewijzigd op € 1,55. Per saldo is er sprake van een gemiddelde stijging met 13,9%. De belangrijkste ontwikkelingen die van invloed zijn op de stijging van het tarief zijn als volgt: ROVA-index De ROVA past voor 2025 de ROVA index toe voor een tariefstijging met 5,61%. Bovendien is er sprake van een extra CO2 heffing doordat de fabriek voor de verwerking van restafval in Duitsland staat en we vallen onder Duitse wetgeving. Dit gaat om circa € 60.000. Nedvang vergoedingen (PMD16) Voor 2024 hadden we gerekend met € 450.000 aan inkomsten. Dat was op basis van een vergoeding van € 225 per ton. Voor 2025 willen we uitgaan van 2.350 ton afval x € 245 (vergoeding) x 85% (na correctie uitval) = € 490.000. Op basis van werkelijke inkomsten over 2023 wordt € 500.000 realistisch geacht. De onderhandelingen met Nedvang blijven echter moeizaam gaan en voor 2025 is zelfs de overeenkomst opgezegd. Wat dit precies allemaal gaat betekenen is op dit moment nog niet duidelijk. Wel is het zo dat we hier dus een potentieel risico lopen. Meenemen BTW in de tarieven Het meenemen van de BTW in de tarieven betekent dat er in 2025 € 903.000 aan BTW in de tarieven is verrekend.

Ontwikkeling egalisatievoorziening Reiniging In de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2023’ staat vermeld dat de egalisatievoorziening Reiniging een bovengrens kent van 10% van de jaarlijkse inkomsten, waarbij wel wordt gekeken naar de komende 4 jaar. De voorziening mag niet negatief staan. De bovengren s bedraagt 10% en is daarmee € 493.000. De komende jaren zal de voorziening verder worden afgebouwd. De egalisatievoorziening is ingesteld om jaarlijkse mee - en tegenvallers van het huishoudelijk afval op te vangen. De verwachte stand bedraagt per 1-1-25 € 1,3 miljoen. Dit is hoger dan de norm uit de genoemde nota. Dit biedt de ruimte om het tarief afvals toffenheffing de komende 4 jaren te dempen en gefaseerd toe te werken naar 100% kostendekking. Er is sprake van 2 belangrijke risico’s: 1. Het PMD dossier blijft een (landelijk) discussiepunt tussen het verpakkend bedrijfsleven en de gemeenten. Discussies gaan over de kwaliteit en de vergoeding aan gemeenten. Er is een financieel risico op bovenmatige afkeur en lagere vergoedingen dan waarmee is gerekend. 2. De opbrengst van oud papier wordt bepaald door de (wereld)marktprijs. De prijs is in de begroting voorzichtig geraamd. Daarmee is de hoogte van het financiële risico beperkt. 16 Plastic, Metalen en Drankverpakkingen.

80 Ontwikkeling tarieven 2026-2028: Bij het verloop van de voorziening wordt naast de stijging voor 2025 voorzien dat de tarieven de komende jaren nog met € 29 in 2026, € 14 in 2027 en € 2 in 2028 dienen te stijgen. Dit komt bovenop de stijging met het dan geldende inflatiepercentage. 4.1.8. Rioolheffing We stellen voor om de tarieven rioolheffing voor 2025 met 10% te laten stijgen. Op basis hiervan stijgt het tarief ten opzichte van 2024 met € 20,82. Het tarief komt voor 2025 uit op € 229,04 en het dekkingspercentage komt in 2025 uit op 83,5 %. Belangrijk ste oorzaak voor de stijging is het meenemen van de kosten voor BTW in de tarieven. Dit is ook in overeenstemming met andere gemeenten die ook de BTW verrekenen in de tarieven. Het meenemen van de kosten voor BTW is nodig om de tarieven voor rioolheffing i n overeenstemming te brengen met een 100% kostendekking. De kosten voor het taakveld riolering zijn voor 100% doorberekend in de rioolheffing. Dit betreft onder meer kosten voor onderzoek, planvorming en onderhoud. De kosten voor het maaien en onderhouden van sloten worden voor 66% doorberekend. Sloten hebben een belangrijke functie om hemelwater af te koppelen van de riolering en passen bij duurzaam (stedelijk) waterbeheer.

81 Hieronder valt tevens het verwijderen van exoten. Dat is noodzakelijk om de doorstroming van watergangen te borgen. De kosten voor het baggeren in stedelijk gebied worden doorberekend in de rioolheffing. Het baggeren van watergangen is noodzakelijk om de doorstroming te garanderen, daarnaast om eventuele vervuiling vanuit de riool overstorten en met regenwater meegespoe ld sediment te verwijderen. De kosten voor onderhoud en vervanging van oeverbeschermingen worden voor 67% toegerekend aan de rioolheffing. Het onderhouden en vervangen van oeverbeschermingen is noodzakelijk om de oevers op hun plaats te houden en om te voorkomen dat de watergang haar inrichting en bergend vermogen verliest. Voor de investeringen die voor 2025 op de planning staan, vragen wij uw raad een krediet van in totaal € 5.925.500 beschikbaar te stellen. Het krediet is bedoeld voor de volgende investeringen: • Vervangen rioolgemalen: € 600.000. • Vervangen riolering: € 4.993.000 (waarvan € 2.163.000 ook deels wordt uitgegeven in 2026 en 2027). • Vervangen oeverconstructies: € 332.500. Daarnaast wordt er nog een subsidie ontvangen voor de tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie van € 444.904 van de provincie. Deze subsidie zal aan de kredieten worden toegevoegd. Bij de bepaling van de tarieven voor de rioolheffing is rekening gehouden met de (kapitaal)lasten, die voortvloeien uit deze investeringen.

Egalisatievoorziening riolering (exploitatie) In de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2023’ staat vermeld dat de ‘voorziening riolering (exploitatie)’ een positieve bovengrens kent van 10% van de jaarlijkse inkomsten, waarbij wel wordt gekeken naar de komende 4 jaar. De voorziening mag niet negatief sta an. De bovengrens bedraagt 10% en is daarmee € 536.000. De komende jaren zal de voorziening verder worden afgebouwd. De egalisatievoorziening is ingesteld om jaarlijkse mee - en tegenvallers op te vangen. De verwachte stand per 1 -1- 2025 bedraagt € 2,5 miljoen. Dit is hoger dan de norm uit de genoemde nota. Dit biedt ruimte om het tarief voor rioolheffing de komende jaren te dempen en gefaseerd toe te werken naar 100% kostendekkendheid. Het belangrijkste risico zijn de renteontwikkelingen. De investeringen op het gebied van riolering zijn nu nog geraamd tegen de omslagrente van 1%. Naar alle waarschijnlijkheid gaat dit percentage de komende jaren stijgen. Ontwikkeling tarieven 2026-2028: Bij het verloop van de voorziening wordt naast de stijging voor 2025 voorzien dat de tarieven de komende jaren nog met 5% in 2026, 5% in 2027 en 5% in 2028 dienen te stijgen. Dit komt bovenop de stijging met het

82 inflatiepercentage. Hier is bij het verloop in de voorziening en bij de verwachte inkomsten voor de periode 2026 tot en met 2028 reeds rekening mee gehouden. 4.1.9. Lijkbezorging We stellen voor om de lijkbezorgingsrechten in 2025 met 17,2% (15% bovenop de indexatie van 2%) te verhogen ten opzichte van 2024 en het dekkingspercentage voor 2025 te bepalen op 83,3 %. De overhead is becijferd op 12% (toegelicht in hoofdstuk 3.7). Er li gt nog een opdracht om te kijken of we bij de lijkbezorging in de toekomst ook kunnen komen tot een 100% kostendekking (onderdeel van het maatregelenpakket dat nog niet is verwerkt in de begroting zie hoofdstuk 3.6). 4.1.10. Onderbouwing kostendekkendheid leges In onderstaande tabellen is de kostendekkendheid van onze leges weergegeven. Geconcludeerd kan worden dat over het geheel genomen het kostendekkingspercentage voor leges ligt op 90%.

83

84 4.1.11. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Wij verlenen voor 100% kwijtschelding aan de burger voor de volgende belastingsoorten: - afvalstoffenheffing (voor de vaste component en voor het aanbieden van maximaal 13 zakken); - rioolrechten; - onroerende-zaakbelasting. Honorering van een kwijtscheldingsverzoek is met name afhankelijk van het inkomen, het vermogen en de uitgaven van de aanvrager. De aanvragen worden beoordeeld op basis van de door het Rijk vastgestelde normen en richtlijnen (Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990). De budgetten voor kwijtschelding zijn verdisconteerd in de tarieven van de betreffende belastingsoorten. In vergelijking met 202 4 verwachten wij een stabilisering van het aantal (geheel of gedeeltelijk) toe te wijzen kwijtscheldingsverzoeken. Dit is gebaseerd op de tot op heden gehonoreerde verzoeken (stand per 1 september 2024) en de verwachting voor het restant van dit jaar. Bij de berekening van de hoogte van de bedrag aan kwijtschelding in 2025 is rekening gehouden met de maatregel om de tarieven voor d e afvalstoffenheffing en rioolrechten 100% kostendekkend te maken. We houden ook rekening met de kwijtschelding voor inwoners met alleen een AOW -uitkering. Huishoudens met alleen een AOW -uitkering zonder, of met een zeer laag eigen vermogen komen ook in aanmerking voor gedeeltelijke of volledige kwijtschelding.

Als iemand gedurende twee achtereenvolgende jaren kwijtschelding heeft ontvangen, hoeft hij/zij geen aanvraag meer in te dienen. Jaarlijks wordt een steekproef gehouden onder de groep huishoudens die elk jaar automatisch kwijtschelding ontvangen.

85 4.2. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1. Algemeen Op basis van een goede en betrouwbare risicocontrol kan tot een juiste analyse, beoordeling en beheersing van de risico’s worden gekomen. Daarbij is het van belang dat het optreden van risico’s op de uitvoering van het bestaande beleid en de bestaande voorzieningen geen invloed heeft. De risico’s moeten on losmakelijk deel uitmaken van de beleidsprocessen. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt hierop nader ingegaan. De ‘Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ geeft aan hoe robuust de begroting is. Dit is van belang wanneer er zich een financiële tegenvaller voordoet. Met voldoende weerstandsvermogen kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. Deze paragraaf bevat ten minste: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico’s; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. Op 21 mei 2019 heeft uw raad de ‘Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019’ vastgesteld. In de nota is het begrip weerstandsratio – de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de totale omvang van de gewogen risico’s – geïntroduceerd. Uw raad he eft besloten de weerstandsratio voortaan te presenteren in de jaarlijkse programmabegroting en de jaarstukken van de gemeente Steenwijkerland. 4.2.2.

Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover wij beschikken om onverwachte tegenvallers op te vangen als deze zich voordoen. De totale weerstandscapaciteit van de gemeente Steenwijkerland aan zowel de vermogenskant als d e exploitatiekant bestaat uit: 1. Algemene reserve – vaste buffer 2. Onroerendezaakbelasting (OZB) Algemene reserve In de nota ‘Reserves en voorzieningen 2 023’ is aangegeven dat de Algemene reserve vaste buffer uitsluitend kan worden ingezet voor uitzonderlijke situaties (soort ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). In 2020 is dat voor het eerst gebeurd door onder andere een Vitaliteitsfonds van € 500.000 in het leven te roepen. Daarmee kon ondersteuning worden geboden aan maatschappelijke organisaties die door de coronacrisis in de problemen zijn gekomen. Onroerende-zaakbelasting (OZB) De onbenutte belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan de norm die het rijk hanteert voor toelating tot artikel 12 van de Financiële -verhoudingswet (FVW). Indien het normtarief van het rijk hoger is dan het door de gemeente Steenwijkerland gehanteerde gemiddelde tarief is er sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Het rijk heeft het normtarief in de meicirculaire 2024 voor toelating tot artikel 12 van de FVW voor 2025 vastgesteld op 0,16%.

Voor de gemeente Steenwijkerland resulteert dat in een maximale opbrengst volgens artikel 12 van de FVW van € 13 miljoen in 2025. Voor 2025 bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit € 4,7 miljoen. Dit bedrag is als volgt gespecificeerd: 86 De totale weerstandscapaciteit per inwoner bedraagt: In hoofdstuk 3.8.1 is de berekening van de benodigde storting in de Algemene reserve vaste buffer toegelicht. 4.2.3. Inventarisatie risico’s In dit hoofdstuk worden de risico’s vermeld die tot het moment van het aanbieden van de programmabegroting bekend zijn. In dit verband wordt onder risico verstaan alle voorzienbare risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die niet van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie. In deze paragraaf presenteren we alleen de risico’s die zich in het begrotingsjaar 202 5 kunnen voordoen en waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen.

87 De risicokans is uitgedrukt in klassen. Aan deze klassen is een rekenpercentage per risico gekoppeld. Vervolgens is een indeling gemaakt van de mogelijke financiële gevolgen. Toelichting Voor een adequate risicobeheersing gaat het niet alleen om het treffen van financiële buffers om te zorgen voor voldoende weerstandscapaciteit. Het is ook zaak om niet-financiële maatregelen te treffen om de kans van optreden van geïdentificeerde risico’s te beperken.

88 Wij hebben hieraan invulling gegeven door in de onderstaande overzichten naast een omschrijving van het risico ook aandacht te besteden aan de impact van het risico en de te treffen beheersmaatregelen. CATEGORIE: OMVANG RISICO: < € 200.000 Risico: Wet Open overheid (Woo) Omschrijving risico De Wet Open overheid (W oo) regelt welke informatie de gemeente op eigen initiatief (actief) of op verzoek (passief) naar buiten moet brengen. In de wet staat welke categorieën actief openbaar moeten worden gemaakt; de minister bepaalt per categorie vanaf wanneer deze verplichting geldt. Met ingang van november 2024 moeten in ieder geval de gemeentelijke regelingen en de gegevens over de organisatie, werkwijzen en bereikbaarheid gepubliceerd worden. Vanaf 2025 volgen – onder meer – raads- en collegestukken, advies- en onderzoeksrapporten, jaarplannen en -verslagen, klachten en beschikkingen. De actieve openbaarmaking vraagt een forse juridische, technische en organisatorische inspanning. Werkprocessen en systemen moeten worden aangepast en medewerkers moeten weten wat van hen wordt verwacht. De (verdere) invoering zal daarom worden begeleid door een breed samengestelde projectgroep. Impact Het aantal Woo-verzoeken is de afgelopen twee jaren verdubbeld (!) en ook de omvang ervan is sterk toegenomen. Er zijn geen aanwijzingen dat deze ontwikkeling op korte termijn wijzigt.

De forse stijging leidt tot een grote werkdruk en kan binnen de huidige formatie niet worden opgevangen. Voor de uitvoering van de Woo ontvangt de gemeente weliswaar geld van het rijk, maar deze (tijdelijke) bijdrage is vooral bedoeld – en nodig – om de kosten voor de actieve openbaarmaking en de (nieuwe) functie van Woo-contactpersoon te dekken. Als we Woo -verzoeken zorgvuldig willen (blijven) behandelen zijn extra middelen nodig. Het risico wordt ingeschat als ruim. (Beheers)maatregelen Via de P&C cyclus zal hierover indien nodig over worden gerapporteerd. Risico: Toenemende onkruiddruk door warmer en natter weer Omschrijving risico Door toenemende onkruiddruk als gevolg van warmer en natter weer is een grotere inspanning in het onderhoud nodig om aan de basis onderhoudskwaliteit voor de openbare ruimte te kunnen voldoen. Impact Door de verandering van het klimaat is het gemiddeld het hele jaar door warmer. De hoeveelheid neerslag wisselt daarbij ieder jaar. Natte jaren wisselen af met extreem droge jaren. In natte jaren neemt de onkruiddruk, door de warme natte omstandigheden, toe. Dit vraagt om een grotere inspanning in het onderhoud om aan de basis onderhoudskwaliteit te blijven voldoen. Door te veel onkruid in goten en verharding verslechtert de waterafvoer. Plantsoenen bezwijken onder de onkruiddruk of beschadigen door te zwar e ingrepen in het onderhoud.

Het tegenovergestelde gebeurt ook, extreme droogte zorgt ervoor dat plantsoenen verdrogen, niet alle beplanting is bestand tegen lange periode van droogte. Ook jonge aanplant is niet bestand tegen een lange periode van droogte, waardoor de kans op uitval groot is. Daardoor moeten delen jonge beplanting opnieuw worden aangeplant en is er eerder groot onderhoud (vervangen, nieuwe aanplant) nodig. 89 (Beheers)maatregelen Monitoren onderhoudsinspanning en onderhoudsbeeld, kwaliteit plantsoenen monitoren, monitoren onkruiddruk op verharding. Toepassen van bomen, planten en struiken die (beter) bestand zijn tegen extreme weersomstandigheden. Risico: Planschade bestemmingsplannen Omschrijving risico Bij de Programmabegroting 2021 -2024 is het budget voor mogelijke planschade bij bestemmingsplannen (€ 25.000 structureel) vervallen. Planschade wordt ook wel tegemoetkoming in schade genoemd als gevolg van een planologische maatregel. Voorbeelden: het real iseren van een nieuwe woonwijk of het wijzigen van de functie van een bestaand pand. Onder bepaalde voorwaarden kan een verzoek worden ingediend bij de gemeente (er geldt een wettelijk recht op planschadevergoeding). Doordat het budget is komen te vervallen, is sprake van een financieel risico.

Impact Financieel: De € 25.000 die jaarlijks beschikbaar was om het risico af te dekken, is met ingang van de Programmabegroting 2021 -2024 niet langer beschikbaar. Dit bedrag is daarom opgenomen in deze risicoparagraaf. (Beheers)maatregelen Indien mogelijk leggen we het risico van planschade neer bij degene die verantwoordelijk is voor de planologische wijziging. Risico: Dividenduitkering nutsbedrijven (Enexis en Rendo) Omschrijving risico Lagere of geen dividenduitkering van nutsbedrijven als gevolg van de verlaging van de WACC (vermogenskostenvoet) naar 3,15% (na belasting) voor energiebedrijven. Deze bedrijven moeten de komende jaren wel veel investeren in verband met de energietransitie en de gevolgen van de klimaatverandering. Doordat deze bedrijven hierdoor een lager bedrijfsresultaat behalen, is er nagenoeg geen ruimte meer voor het doen van dividenduitkering aan de aandeelhouders. Impact Lagere dividendopbrengst van met name N.V. Rendo Holding en Enexis Holding N.V. (Beheers)maatregelen Via de P&C cyclus worden de gevolgen van de lagere dividendopbrengst gevolgd. Risico: Rioolheffing (lopende bezwaarprocedures) Omschrijving risico De afgelopen jaren bent u meermaals geïnformeerd over procedures tegen de rioolheffing. De Hoge Raad heeft de beroepen op alle punten ongegrond verklaard. De verordeningen en de opgelegde aanslagen rioolheffing zijn in stand gebleven.

Daarmee is dit niet l anger een risico voor onze financiële positie. Er lopen nog wel procedures die inhoudelijk gelijk zijn aan de in voorgaande jaren gevoerde procedures, maar het financiële risico is naar verwachting beperkt. Impact Het eventuele risico inzake wordt ingeschat in de categorie laag. (Beheers)maatregelen Een eventuele financiële tegenvaller zal net als bij andere risico’s moeten worden gedekt uit algemene middelen (Algemene reserve vaste buffer). 90 CATEGORIE: OMVANG RISICO: > € 200.000 - < € 500.000 Risico: Toename van het aantal inwoners met hulpvraag Omschrijving risico Door de huidige macro -economische omstandigheden blijft de kans reëel dat op termijn meer inwoners en ondernemers een beroep moeten doen op inkomensondersteuning door de gemeente, dan wel dat ze een beroep gaan doen op de gemeentelijke schuldhulpverlening. Impact Verwachting is dat meer inwoners in financiële problemen komen door de stijgende inflatie en daardoor een beroep zullen doen op de gemeentelijke schuldhulpverlening en regelingen en toeslagen. De financiële impact is ingeschat op in totaal € 250.000. Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 15% in de categorie laag. (Beheers)maatregelen Er wordt fors ingezet op preventie, vroegsignalering en begeleiding/coaching vanuit de basisdienstverlening schuldhulpverlening.

Doordat we inwoners en ondernemers eerder in beeld hebben, worden meer problematische schulden in een vroegtijdig stadium voorkomen. Hoe meer problematische schulden voorkomen kunnen worden, hoe minder dure schuldhulptrajecten er ingezet hoeven te worden. Risico: Verhoogde taakstelling huisvesting statushouders Omschrijving risico Als de taakstelling voor de huisvesting van statushouders in 2025 e.v. verhoogd is, dan brengt dit financiële risico’s met zich mee. Impact De verantwoordelijkheden voor de groeiende groep statushouders brengen ook implicaties met zich mee die verder reiken dan huisvesten en inburgeren. Voor de inburgeringstrajecten ontvangt de gemeente een Specifieke Uitkering van het Rijk. Een deel van deze groep maakt aanspraak op minimaregelingen, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en de Jeugdwet. Dat drukt op de budgetten én op de inzet van consulenten. Om een exacter beeld te krijgen van de financiële gevolgen, hoort er een gedetailleerde analyse plaats te vinden. Deze analyse geeft dan hopelijk een meer omlijnd beeld om een schatting van het effect op de aanpalende budgetten te maken. Voor nu is de voorlopige inschatting dat ongeveer 25% van de statushouders op één of andere wijze ook in beeld komt bij andere gemeentelijke regelingen. De geschatte taakstelling statushouders voor 2025 is 95.

Als 25% in beeld komt dan bedraagt het risico circa € 400.000. Het risico met betrekking tot de Participatiewet is opgenomen bij het risico ‘participatiewet (uitkeringen en rijksbijdrage)’ (Beheers)maatregelen Op het werkelijke financiële effect voor 2025 (en mogelijk verder) komen we terug bij de PPN 2025. Risico: Rentestijging Omschrijving risico Medio 2023 was de rente gestegen naar bijna 4%. Inmiddels is deze afgenomen naar ongeveer 3% gelijk aan het uitgangpunt zoals in de PPN is vastgelegd. De inflatie is iets aan het afvlakken, maar het is onzeker hoe dit verder zal ontwikkelen. Het 91 renterisico is dan ook sterk afgenomen. Wel is in de begroting als saldoverbeterende maatregel € 400.000 lagere rente begroot. In algemene zin zullen de spanningen in de wereld ook van invloed blijven op de ontwikkeling van het rentepercentage. Hier heeft de gemeente geen invloed op. Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 10% -25%, in de categorie laag. Dit risico is gelijkgesteld aan het niveau van de saldoverbeterende maatregelen, namelijk € 400.000 structureel. (Beheers)maatregelen Jaarlijks wordt op basis van de rentegegevens een herberekening gemaakt van de rentecomponent. Via de P&C cyclus worden de financiële gevolgen van de rente gerapporteerd. In de meerjarenbegroting is gerekend met een rentepercentage van 3%.

Risico: Nieuwe meerjarenovereenkomst met de NWG Omschrijving risico De gemeente Steenwijkerland en de NoordWestGroep (NWG) beheren de openbare ruimte van de gemeente al jaren samen. Dit is via een frequentiebestek naar beeldbestek gegaan. Echter, de wereld van beheer is in transitie waarbij steeds meer nadruk komt te ligge n op waarden. Hiermee wordt invulling gegeven aan bredere maatschappelijke opgaven. Hier zijn de gemeente en NWG al volop mee bezig en willen dit graag nog nadrukkelijker en vooral concreter in een nieuwe meerjarige samenwerkingsovereenkomst borgen (de hui dige meerjarenovereenkomst eindigt in december 2024). Uit de gesprekken tussen gemeenten en NWG blijkt, een behoefte aan nieuwe afspraken over prijsstelling, indexering en tarieven (met speciale aandacht voor inflatie en brandstofkosten). De focus komt te liggen op sociale duurzaamheid, biodiversiteit, elektrificatie, en differentiatie in beeld- en frequentiekwaliteit. Impact Een mogelijke uitkomst van de gesprekken, vertaald in een nieuwe meerjarenovereenkomst, is een prijsindexering die niet meer gekoppeld is aan de indexering van de gemeentebegroting. De financiële gevolgen van een nieuwe meerjarenovereenkomst zijn in dit stadium niet bekend. (Beheers)maatregelen Als de nieuwe overeenkomst financiële consequenties heeft zal daarover via de P&C cyclus worden gerapporteerd.

Risico: Essentaksterfte Omschrijving risico De essentaksterfte is voor een aantal grotere boomstructuren in de gemeente nog steeds een bedreiging. Door het droge voorjaar van de afgelopen jaren heeft de veroorzakende schimmel minder bomen aangetast. Het is echter niet uit te sluiten dat het aantal aantastingen, met uiteindelijk afsterven tot gevolg, weer gaat toenemen. Grote laanstructuren in de polders en de boomstructuren langs de paden in Giethoorn bestaan uit essen. Het wegvallen van deze boomstructuren zal leiden tot ernstige kwaliteitsverlies, herplant zal altijd nodig zijn om de landschapskarakteristiek en het dorpskarakter te behouden. Impact Het wegvallen van de boomstructuur langs de paden in Giethoorn heeft ruimtelijke consequenties, het dorpsbeeld wordt ernstig aangetast. Ook is het verwijderen van 92 grote bomen op deze locatie complex door de moeilijke bereikbaarheid. Ook laanstructuren in de polders hebben sterke invloed op de ruimtelijke kwaliteit. (Beheers)maatregelen Ieder jaar worden alle essen geïnspecteerd. Aangetaste essen worden gemonitord. De periode vanaf het moment van aantasting tot het sterven van de boom is gemiddeld 5 tot 7 jaar. In deze periode kan worden overgegaan met het vervangen van de aangetaste bomen.

Door de bomen gefaseerd te vervangen blijft de kwaliteit van het dorp Giethoorn en het polderlandschap (onder andere Polder Giethoorn en polder IJsselham) behouden. Bij zware aantasting van de bestaande structuren kunnen de kosten voor herstel oplopen tot € 400.000 , risicokans: ruim. Het is niet waarschijnlijk dat alle bomen tegelijk worden aangetast, daarmee kan deze opgave gefaseerd over de jaren worden opgepakt. Risico: Budgetoverschrijding Europese aanbesteding SMP Omschrijving risico De gemeente Steenwijkerland heeft een Europese Aanbesteding opgestart voor het opstellen van een Soortmanagementplan (SMP). Door de grote vraag naar Soortmanagementplannen (SMP) in heel Nederland, is er momenteel bij ecologisch e bureaus een zeer grote vraag. Veel ecologisch e bureaus hebben daardoor geen of beperkt capaciteit voor het aannemen van nieuwe opdrachten. Daarbij komt dat binnen de gemeente Steenwijkerland twee bijzondere vleermuissoorten voorkomen, de Meervleermuis en de Laatvlieger. Daardoor nee mt de complexiteit van het onderzoek toe. Impact Door bovenstaande omstandigheden is het onzeker hoeveel bureaus zich gaan inschrijven en is het onzeker of de prijs die wordt aangeboden, passend is binnen de beschikbare middelen voor het opstellen van een SMP.

Het niet opstellen van een SMP heeft gevolgen voor de isolatieopgave, deze kan zonder SMP maar voor een beperkt deel worden uitgevoerd (6%). Zonder SMP moet er ook bij sloop en renovatie voor iedere opgave apart onderzoek worden gedaan. Hierdoor nemen de kosten en de proceduretijd toe. (Beheers)maatregelen Geen beheersmaatregelen getroffen. We moeten eerst de uitkomsten van de aanbesteding afwachten. Zodra we meer helderheid hebben over de financiën zullen we u daarover informeren. Risico: Onderhoud wegen Omschrijving risico Om grip te houden op de kwaliteit van onze wegen worden deze tweejaarlijks geïnspecteerd. De inspectieresultaten dienen als basis voor een (meerjaren) onderhoudsplanning. Dit jaar worden de beleidsplannen voor wegen, fietspaden, openbare verlichting en oe ververbindingen geactualiseerd. Daardoor ontstaat een nieuw beeld op de kwaliteit van de wegen. Vanuit de aanlegjaren van onze wegen en de technische levensduur daarvan ontstaat een risico dat wegen aan vervanging toe zijn. Veelal kunnen we met levensduur verlengende maatregelen deze vervanging uitstellen. In de gebieden met zettingsgevoelige grondslag is de kans op sneller verval van de weg groter. Impact Het financieel risico wordt ingeschat op € 500.000. 93 (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring en rapporteren in tussenrapportages.

Risico: Ontsluitingsweg Gieterse polder Omschrijving risico Het onderzoek naar de verschillende tracés voor de ontsluitingsweg Gieterse polder wordt in het najaar 2024 afgerond en met de raad gedeeld. Indien de raad een besluit neemt over een te realiseren ontsluitingsweg dan zal daar budget voor nodig zijn. Hierover zal een investeringsbeslissing genomen moeten worden. Wanneer de raad het besluit neemt om een tracé te realiseren dan kan er gestart worden met onderzoek. Het is de verwachting dat er in het verlengde hiervan een kostenberekening voor realisatie van de ontsluitingsweg opgenomen kan worden in de perspectiefnota 2025. Impact Op dit moment valt nog geen inschatting te geven van het benodigd investeringsbedrag en de bijbehorende kapitaallasten. (Beheers)maatregelen Geen beheersmaatregelen getroffen. Als de raad besluit om een ontsluitingsweg te realiseren dan is daar budget voor nodig. Risico: Tegenvallende inkomsten Nedvang Omschrijving risico Gemeenten krijgen inkomsten voor het inzamelen van PMD. Hierover is een overeenkomst gesloten tussen gemeenten en de verpakkingsindustrie. Hierover is ieder jaar weer de nodige discussie over de hoogte van de vergoeding en de kwaliteit van de aangeleverde grondstoffen. Omdat de gemeenten dusdanig ontevreden waren, is de overeenkomst met ingang van 1 januari 2025 opgezegd.

Wat dit formeel gaat betekenen is op dit moment nog onbekend. Impact Het gaat over jaarlijkse inkomsten binnen de begroting van afval van € 500.000. Beide partijen hebben er baat bij om hier gezamenlijk uit te komen, daarom wordt risico ingeschat als laag. (Beheers)maatregelen Via de P&C cyclus zal hierover indien nodig over worden gerapporteerd. Risico: Fiscale procesbeheersing Omschrijving risico De organisatie is zich niet altijd bewust van fiscale risico’s en kansen waardoor mogelijk onnodige risico’s worden gelopen. Het is daarom van belang om vast te leggen hoe de organisatie met de fiscaliteit omgaat. Het college van de gemeente Steenwijkerland heeft zich gecommitteerd aan horizontaal toezicht (HT) door ondertekening van een nieuw convenant met de Belastingdienst op 2 november 2022. In het convenant zijn kernwaarden als transparantie, begrip en vertrouw en sleutelbegrippen en deze kernwaarden vormen de basis voor een goede fiscale verantwoording. In het convenant zijn de afspraken tussen de gemeente en de Belastingdienst vastgelegd. Impact Bij het niet voldoen aan de fiscale verplichtingen kan de Belastingdienst naheffingsaanslagen opleggen eventueel verhoogd met boetes.

Bij het niet of niet tijdig voldoen aan de criteria zoals opgesteld door de Belastingdienst vervalt het convenant en zal de gemeente vallen onder een meer retrospectief toezicht met (eveneens de mogelijkheid op) boekonderzoeken en controles. 94 (Beheers)maatregelen Het convenant is een instrument om te komen tot een effectieve en efficiënte werkwijze om de rechtszekerheid te vergroten. Het convenant is gesloten voor een periode van 3 jaar en wordt voor het einde van de looptijd geëvalueerd. Jaarlijks worden de werkprocessen rondom fiscaliteit getoetst en waar nodig aangepast om (mogelijke) risico`s te reduceren. Ook het vroegtijdig signaleren door personeel, zorgt voor beperken van fouten/risico`s. We zijn actief bezig de fiscale kennis breder in de organisatie verankerd te krijgen. CATEGORIE: OMVANG RISICO: > € 500.000 Risico: BTW-compensatiefonds (BCF) Omschrijving risico Gemeenten declareren BTW terug op grond van het BTW -compensatiefonds (BCF). Voor dit fonds geldt een maximaal te declareren bedrag. Zolang dit zogeheten plafond niet is bereikt, wordt het niet gebruikte gedeelte op begrotingsbasis toegevoegd aan de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. In het systeem is opgenomen dat jaarlijks bij de septembercirculaire een voorschot wordt verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar.

In de meicirculaire volgend op dat kalenderjaar volgt dan de afrekening. De provinciaal toezichthouder staat toe een meerjarige stelpost op te nemen als inschatting op de jaarlijkse onderschrijding van het plafond, dit tot maximaal de hoogte van de laatst bekende afrekening. Dit bedrag varieert elk jaar en is afhankelijk van de gezamenlijke declaraties van gemeenten. Met ingang van de Programmabegroting 2025 wordt voorgesteld om een bedrag van € 530.000 op te nemen als inschatting van de jaarlijkse onderschrijding (in plaats van het bedrag van € 295.000 dat al structureel was geraamd in de begroting). NB Op basis de huidige informatie - de afrekening 2023 van het BCF - zouden we nog een extra bedrag van € 931.000 kunnen inboeken. De totale verwachte vrijval komt dan uit op een bedrag van € 1.461.000. Deze maatregel is opgenomen in het zogenaamde B-pakket (zie hoofdstuk 3.6) en is dus nog niet financieel verwerkt in de begroting. Impact Indien het maximum te declareren bedrag bij BCF wordt bereikt of een overschrijding hiervan in enig jaar, betekent dit dat er een nadeel optreedt binnen de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Dit nadeel kunnen we niet kwantificeren. Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat als ‘ruim’. (Beheers)maatregelen Elk jaar wordt door het ministerie van BZK het nieuwe maximaal toegestane bedrag berekend.

Aan de hand van de nieuwe berekening kan het bedrag in de begroting worden aangepast. Risico: Participatiewet (uitkeringen en rijksbijdrage) Omschrijving risico De gemeente is volledig financieel verantwoordelijk voor het bijstands-gedeelte van de wet. Van het Rijk wordt hiervoor jaarlijks wel een bijdrage (Buiguitkering) ontvangen. 95 Het in de begroting opgenomen te ontvangen budget (€ 14.532.000) betreft een voorlopige inschatting van hetgeen door het Rijk toegekend gaat worden. In oktober van het begrotingsjaar wordt het definitieve budget pas bekend gemaakt. De hoogte van het budget is onder andere afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelingen op landelijk niveau en de hoogte van de totaal verstrekte bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies door alle gemeenten. In de begroting 2025 wordt er rekening mee gehouden dat er in dat jaar gemiddeld 660 bijstandsuitkeringen worden verstrekt. De begrote uitgaven bedragen € 10.929.240. Voor de IOAW en IOAZ bedragen de aantallen gemiddeld 30 uitkeringen en een begroot bedrag van € 525.000. Op basis van verwachtingen omtrent taakstelling statushouders en algemene trends moeten we desalniettemin rekening houden met het risico dat er meer uitkeringen moeten worden verstrekt dan we nu in de begroting hebben opgenomen.

Impact Ingeschat wordt dat de gemeente een ruim risico loopt dat het gemiddeld aantal bijstandsuitkeringen in 2025 12% hoger uitvalt dan waar nu rekening mee wordt gehouden. Dit komt neer op een bedrag van € 330.000 (660 uitkeringen x 12% = 80 uitkeringen x een b edrag van € 16.500 = € 1.320.000. De kans op dit scenario schatten we in als ‘ruim’. Daarnaast wordt een ruim risico ingeschat dat het te ontvangen Buigbudget lager uitvalt dan het bedrag opgenomen in de begroting. Uitgegaan kan worden van een bedrag van € 400.000. Het totale risico in 2025 komt daarmee uit op een bedrag van € 1.720.000 Bij een forse overschrijding van het budget kan overigens (onder voorwaarden) een beroep worden gedaan op de ingebouwde Vangnetregeling bij het rijk. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus. Risico: Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 Omschrijving risico De Hervormingsagenda Jeugd bevat een omvangrijk pakket afspraken met als doel de jeugdzorg te verbeteren en financieel gezond te maken. Gemeenten moeten de besparing uit de Hervormingsagenda voor ongeveer 1 miljard (landelijk) volledig verwerken in hun beg rotingen.

Het geeft voor de periode 2023 -2028 de koers aan cliëntenorganisaties, professionals, jeugdzorgaanbieders, gemeenten en het Rijk gezamenlijk op willen gaan: zorgen dat kind en gezin wanneer dit nodig is zo snel als mogelijk passende zorg en ondersteuning ontvangen. - De doelstellingen en bijbehorende veranderingen vind en plaats van lokaal tot regionaal en landelijk niveau en is daarmee een bijzonder grote opgave. - Een externe deskundigheidscommissie brengt zwaarwegend advies uit aan het Rijk en de VNG ten aanzien van de uitvoering van de maatregelen en de gepleegde inspanningen, vooral in relatie tot de uitgavenontwikkeling. De commissie zal in januari 2025 en januari 2028 een advies uitbrengen. 96 - Als de beoogde besparingen niet in zijn geheel en/of pas later dan gepland gerealiseerd worden, dan kan de commissie zwaarwegend adviseren over: - Voorstellen voor bijsturing of andere maatregelen om het financieel kader (alsnog) te realiseren. - Wie verantwoordelijk is voor het dekken van eventueel ontstane tekorten, conform artikel 108 van de Gemeentewet. Impact • Het rijk en gemeenten zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de maatregelen volgens de afspraken in de Hervormingsagenda. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de Jeugdwet, inclusief de financiële verantwoordelijkheid voor bovenwettelijke initiatieven.

Onvoorziene omstandigheden en autonome groei vallen onder verantwoordelijkheid van het rijk. • • De Hervormingsagenda Jeugd brengt ingrijpende veranderingen met zich mee, zoals mogelijke beperking van de reikwijdte van de Jeugdwet, waardoor alleen bij ernstige zorgbehoeften jeugdhulp behoeft te worden geboden. Hulpverlening wordt meer gericht op de oo rzaken van zorgbehoeften, zoals ouderproblematiek of bestaanszekerheid (inkomen en wonen). De verantwoordelijkheid voor specialistische zorg verschuift naar regionale niveaus, zoals jeugdhulpregio RSJ IJsselland. Investeringen zijn er om de kwaliteit en ef fectiviteit van hulpverlening te verbeteren. Voor de gemeente Steenwijkerland is dit een bedrag van 400.000. (Beheers)maatregelen - Volgen van advies deskundigheidscommissie over de Hervormingsagenda, inclusief financiële afspraken en het meerjarig financieel kader jeugd. - Actie ondernemen conform het advies van de VNG om de doelen van de Hervormingsagenda te bereiken, te weten formatie van stevige lokale teams, verplichte regiovorming voor specialistische jeugdhulp, afbouw residentieel verblijf. Risico: Uitgavenoverschrijding verplaatsing scouting Omschrijving risico De locatie Onderduikersweg voor de huisvesting van scouting is door gestegen bouwkosten en terreininrichting niet meer passend binnen het beschikbare budget.

Het verwachte extra benodigde budget (plusminus € 700.000) en de beperkte gebruiksmogelijkheden van het pand hebben aanleiding gegeven om samen met betrokken partijen extra inspanningen te leveren om alternatieven te verkennen die passen bij de wensen van de scouting en binnen het beschikbare budget valle n. De verkenning loopt op dit moment, maar de uitkomst is nog onzeker. Indien de locatie aan de Onderduikersweg als enige reëel optie overblijft komt het college met een separaat voorstel naar de raad om het budget te verhogen. Impact Naast een mogelijke uitgavenoverschrijding, leidt de verkenning naar alternatieven tot vertraging in de realisatie van een nieuwe locatie voor de scouting ten opzichte van het oorspronkelijk plan. (Beheers)maatregelen Verkennen van alternatieven. 97 Risico: Bouwkostenstijgingen/tegenvallende aanbestedingen Omschrijving risico De bouwkosten zijn de afgelopen jaren fors gestegen, terwijl dit maar voor een klein deel gecompenseerd is in onze budgetten. In het IHP hebben we al rekening gehouden met 20% opslag boven op de VNG norm-bedragen (prijspeil 2022). Bij een aanbesteding blijken de daadwerkelijke bouwkosten. Risico aanwezig dat budget niet volstaat. Impact De impact kan fors zijn. Er gaan de komende jaren meerdere grotere projecten spelen, waaronder de unilocatie. Projecten die 40 jaar lang op de begroting drukken.

(Beheers)maatregelen Per project kijken we naar de beste manier van aanbesteding (bouworganisatievorm) en budget gestuurd ontwerp. Als er te veel tegenvallers zich gelijktijdig gaan aandienen is temporiseren en prioriteren een optie die de raad heeft. Risico: Lopende rechterlijke procedure Vermakelijkhedenretributie (VMR) Omschrijving risico Op 24 juni 2024 heeft de Rechtbank uitspraak gedaan in de beroepsprocedure, aangespannen door de bootverhuurders in Steenwijkerland, tegen de aanslagen in het van de opgelegde aanslagen in kader van de VMR. Behoudens in vier gevallen is de gemeente Steenwijkerland in het gelijk gesteld en zijn de aanslagen correct opgelegd. Met deze uitspraak heeft de gemeente een aanvang gemaakt met de invordering van de opstaande aanslagen over de jaren 2021, 2022 en 2023. Tegen de uitspraak is hoger beroep aangevraagd. Dit heeft tot risico dat in een volgende rechtszaak de gemeente in ongelijk kan worden gesteld en de gemeente tot terugbetaling over dient te gaan. Impact Als we de rechtszaak zouden verliezen dan lopen we de inkomsten over 2021, 2022 en 2023 mis (resp. € 350.000, € 400.000 en € 440.000). Daarnaast zouden we dan ook de inkomsten over 2024 en 2025 mislopen (in totaal begroot voor € 880.000). Dat maakt samen e en maximaal risico van € 2.070.000. In de voorziening is al op basis de ouderdom van debiteuren verplicht € 240.000 op zij gezet.

Resteert een potentieel risico van € 2.070.000 - € 240.000 = € 1.830.000, met risicokans laag. (Beheers)maatregelen De zaak is nu onder de rechter. We wachten de uitspraak af. Risico: Nieuwe CAO gemeentepersoneel Omschrijving risico De huidige CAO gemeentepersoneel loopt van 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2025. Op dit moment is nog geen zicht op wanneer een nieuwe CAO wordt afgesloten/inwerking treedt en wat daarvan de financiële gevolgen voor de gemeente Steenwijkerland. Impact Zolang er geen nieuwe CAO is afgesloten, kunnen we geen inschatting geven van de financiële gevolgen voor 2025 en of we voldoende middelen hebben opgenomen in voorliggende begroting. Het risico dat we worden geconfronteerd met een hogere loonstijging dan waarmee we rekening hebben gehouden schatten we in op € 600.000 met een hoge risicokans. Dit risico is afgeleid van de CAO Rijk die inmiddels is afgesproken voor 9,7% gedurende 1,5 jaar. (Beheers)maatregelen Voor 2025 wordt in voorliggende begroting uitgegaan van een stijging van de lonen en sociale lasten van 4,4% (op basis van de ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) 98 van afgelopen voorjaar, zie PPN 2024 -2028, p. 67). Dit komt overeen met een bedrag van ruim € 1,6 miljoen.

Risico: Ontwikkeling algemene uitkering uit het gemeentefonds Omschrijving risico Gemeenten ontvangen het grootste gedeelte van hun inkomsten uit de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Met ingang van het begrotingsjaar 2024 heeft het rijk gekozen voor een andere systematiek. Voorheen was de systematiek van ‘samen de trap op, samen de trap af’ van toepassing. Dat betekende dat de groei van het gemeentefonds was gekoppeld aan de groei van de rijksuitgaven. Inmiddels is de groei van de algemene uitkering van het gemeentefonds afhankelijk van de groei van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Naar verwachting zal dat leiden tot meer stabiliteit. Hoe de groei van het BBP zich de komende jaren zal ontwikkelen in relatie tot de groei van gemeentelijke uitgaven is onzeker. Impact De gemeente is voor een groot gedeelte afhankelijk van de inkomsten uit het Gemeentefonds. Mutaties kunnen daarom een fors financieel effect hebben voor gemeenten. Dit valt op voorhand niet te kwantificeren. (Beheers)maatregelen De ‘Algemene reserve vaste buffer’ is bedoeld om onverwachte tegenvallers op te vangen (ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). Deze reserve kunnen we inzetten als we een financiële tegenvaller niet binnen de begroting kunnen opvangen.

Risico: Informatieveiligheid Omschrijving risico Digitalisering brengt veel goeds, in termen van onder meer procesefficiëntie en communicatie, duurzaamheid en sociale verbindingen, effectiviteit en ketens en innovatie. Daar tegenover staan echter stevige veiligheidsrisico’s. Groeiende afhankelijkheid van systemen heeft een keerzijde dat hapering van systemen gro te gevolgen kan hebben, zowel digitaal als in de fysieke leefomgeving. Informatie kan in verkeerde handen terechtkomen, gemanipuleerd worden, onbereikbaar worden of ‘kwijt’ raken met alle gevolgen van dien. Ondanks het feit dat de digitale infrastructuur in Nederland tot een van de besten ter wereld behoort heeft een digitale ontwrichting grote consequenties voor de continuïteit van de dienstverlening en bedrijfsvoering en gaat gepaard met omvangrijke financiële gevolgen. Impact Digitalisering brengt veel goeds maar gaat gepaard met toenemende risico’s op uitval van de gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoeringsprocessen met alle financiële gevolgen van dien. (Beheers)maatregelen Verhogen van de gemeentelijke digitale weerbaarheid, zoals invulling geven aan het basisbeveiligingsniveau door implementatie van de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO), het continue aanbrengen van noodzakelijke technische maatregelen en monitoren van (extern en interne) bedreigingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/158b0839-276b-4f03-b1ff-8d40b0145561?agendaItemId=73ac3a4e-6ea7-4fe4-b627-1f79d4ed976c