Programmabegroting 2024-2027 gemeente Steenwijkerland
Tekst van het document
Impact Bij het niet voldoen aan de fiscale verplichtingen kan de Belast ingdienst naheffingsaanslagen opleggen eventueel verhoogd met boetes. Bij het niet of niet tijdig voldoen aan de criteria zoals opgesteld door de Belastingdienst vervalt het convenant en zal de gemeente vallen onder een meer retrospectief toezicht met boekenonderzoek en controle. (Beheers)maatregelen Het convenant is een instrument om te komen tot een effectieve en efficiënte werkwijze om de rechtszekerheid te vergroten. Het convenant is gesloten voor een periode van 3 jaar en wordt voor het einde van de looptijd geëvalueerd. Risico: Participatiewet (uitkeringen en rijksbijdrage) Omschrijving risico De gemeente is volledig financieel verantwoordelijk voor het bijstandsgedeelte van de wet. Van het rijk wordt hiervoor jaarlijks wel een bijdrage (Buiguitkering) ontvangen. Dit geldt ook voor de te verstrekken loonkostensubsidies. Het in de begroting opgenomen te ontvangen budget betreft een voorlopig inschatting van hetgeen door het rijk toegekend gaat worden. In oktober van het begrotingsjaar wordt het definitieve budget pas bekend gemaakt. De hoogte van het budget is onder andere afhankelijk van de con juncturele ontwikkelingen op landelijk niveau en de hoogte van de totaal verstrekte loonkostensubsidies door alle gemeenten.
Bij minder verstrekte bijstandsuitkeringen dan van tevoren is ingeschat wordt het budget naar beneden bijgesteld, bij meer verstrekte bijstandsuitkeringen stijgt het budget. In de begroting 2024 wordt er verder rekening mee gehouden dat er in dat jaar gemiddeld 630 bijstandsuitkeringen worden verstrekt. De begrote uitgaven bedragen hierdoor € 10.104.000. Voor de IOAW en IOAZ bedragen deze aantallen gemiddeld 30 77 uitkeringen en een begroot bedrag ter hoogte van € 525.000. De gedane aannames kunnen in werkelijkheid afwijken. Impact Ingeschat wordt dat de gemeente een risico loopt van 10% van het begrote te ontvangen rijksbudget (€ 13.34 1.000), met een ruime risico kans. De afwijking op de uitkeringen wordt berekend op 10% van het bedrag dat is opgenomen aan te verstrekken uitkeringen (€ 10.629.000), ook met een ruime risicokans. Bij een forse overschrijding van het budget kan overigens (onder voorwaarden) een beroep worden gedaan op de ingebouwde Vangnetregeling bij het rijk. Het totale risico in 2024 komt daarmee uit op € 2.397.000. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus.
CATEGORIE: OMVANG RISICO: > € 500.000 Risico: Toename van het aantal inwoners met hulpvraag Omschrijving risico Door de huidige macro -economische omstandigheden blijft de kans reëel dat op termijn meer inwoners een beroep moeten doen op inkomensondersteuning door de gemeente, dan wel dat ze een beroep gaan doen op de gemeentelijke schuldhulpverleningen. Impact Verwachting is dat meer inwoners in financiële problemen komen door de stijgende inflatie en daardoor een beroep zullen doen op de gemeentelijke schuldhulpverl ening en minimaregeling. De financiële impact is ingeschat op in totaal € 1.000.000. Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 50% in de categorie ruim. (Beheers)maatregelen Er wordt fors ingezet op preventie en vroegsignalering. Daardoor hebben we inwoners die in de problemen komen eerder in beeld. Daarmee voorkom je dat inwoners in de schulden komen en kunnen ze beter ondersteund worden. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat inwoners een beroep gaan doen op dure trajecten voor schuldhulpverlening. Risico: Onderhoud openbare ruimte Omschrijving risico Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte wordt gebruik gemaakt van speciale computerprogramma's. De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het op orde brengen van deze programma's. Ondertussen is het gehele areaal ingevoerd. D.m.v. ins pecties wordt de staat van onderhoud bepaald.
Het risico van schade als gevolg van achterstallig onderhoud is afhankelijk van de gekozen frequentie van inspecteren. Op basis van deze gegevens wordt de besteding van het jaarlijkse onderhoudsbudget bepaald. In 2017 zijn de beleidsplannen voor wegen, fietspaden, openbare verlichting en oeververbindingen geactualiseerd en is een belangrijke slag gemaakt in het inzichtelijk maken van de onderhoudstoestand van deze kapitaalgoederen. Op basis hiervan kan planmatiger worden gewerkt. Impact Het financieel risico wordt ingeschat op € 500.000. Doordat onze kapitaalgoederen voortaan meer planmatig worden beheerd en wij de komende jaren fors investeren, komen wij tot een lage risicokans. 78 (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring en rapporteren in tussenrapportages. Risico: Ontwikkeling algemene uitkering uit het gemeentefonds Omschrijving risico Gemeenten ontvangen het grootste gedeelte van hun inkomsten uit de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Hoeveel uitkering wordt ontvangen is voor een groot gedeelte afhankelijk van de hoogte van de rijksuitgaven. Wijzigingen in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de Algemene uitkering (samen de trap op en samen de trap af). De jaarlijkse toe- of afname van de Algemene uitkering op basis van dit principe wordt het accres genoemd. Het accres heeft de afgelopen jaren weinig stabiliteit laten zien.
Het ene moment is er een flinke tegenvaller, een tijdje later gevolgd door een flinke meevaller. Het is dan ook zeer las tig om hier op een goede manier mee om te gaan. Impact De gemeente is voor een groot gedeelte afhankelijk van de inkomsten uit het Gemeentefonds. In de begroting is voor het jaar 2024 een ontvangst geraamd van bijna € 104 miljoen. Als de uitkering tegenva lt, kan dit betekenen dat het financieel beleid moet worden bijgesteld. Op dit moment is het onduidelijk wat de (financië le) gevolgen zullen zijn van de komende landelijke verkiezingen op 22 november 2023 en de kabinetsformatie die daarop volgt. Wordt de zogenaamde ‘opschalingskorting’ definitief afgeschaft? Worden gemeenten gecompenseerd voor het ‘financieel ravijn’ vanaf 2026 dat door het huidig demissionair kabinet is gecreëerd? Dit zijn vragen waar we op dit moment geen antwoord op kunnen geven. (Beheers)maatregelen De ‘Algemene reserve vaste buffer’ is bedoeld om onverwachte tegenvallers op te vangen (ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). Risico: Nieuwe CAO gemeentepersoneel Omschrijving risico De huidige CAO gemeentepersoneel loopt van 2 januari 2023 tot en met 1 januari 2024. Op dit moment is nog geen zicht op wanneer een nieuwe CAO wordt afgesloten/inwerking treedt en wat daarvan de financiële gevolgen voor de gemeente Steenwijkerland.
Impact Zolang er geen nieuwe CAO is afgesloten, kunnen we geen inschatting geven van de financiële gevolgen voor 202 4 en of we voldoende middelen hebben opgenomen in voorliggende begroting. Het risico dat we worden geconfronteerd met een hogere loonstijging dan waarmee we rekening hebben gehouden schatten we in op € 800.00 met een hoge risicokans. (Beheers)maatregelen Voor 2024 wordt in voorliggende begroting uitgegaan van een stijging van de lonen en sociale lasten van 4,7% (op basis van de ramingen van het Centraal Pla nbureau (CPB) van afgelopen voorjaar, zie PPN 202 3-2027, p. 58 en 62) . Dit komt overeen met een bedrag van ruim € 1,6 miljoen. 79 Risico: Informatieveiligheid Omschrijving risico Digitalisering brengt veel goeds, in termen van onder meer procesefficiëntie en communicatie, duurzaamheid en sociale verbindingen, effectiviteit en ketens en innovatie. Daar tegenover staan echter stevige veiligheidsrisico’s. Groeiende afhankelijkheid van systemen heeft een keerzijde dat hapering van systemen gro te gevolgen kan hebben, zowel digitaal als in de fysieke leefomgeving. Informatie kan in verkeerde handen terechtkomen, gemanipuleerd worden, onbereikbaar worden of ‘kwijt’ raken met alle gevolgen van dien.
Ondanks het feit dat de digitale infrastructuur in Nederland tot een van de besten ter wereld behoort heeft een digitale ontwrichting grote consequenties voor de continuïteit van de dienstverlening en bedrijfsvoering en gaat gepaard met omvangrijke financiële gevolgen. Impact Digitalisering brengt veel goeds maar gaat gepaard met toenemende risico’s op uitval van de gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoeringsprocessen met alle financiële gevolgen van dien. (Beheers)maatregelen Verhogen van de gemeentelijke digitale weerbaarheid, zoals invulling geven aan het basisbeveiligingsniveau door implementatie van de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO), het continue aanbrengen van noodzakelijke technische maatregelen en monitoren van (extern en interne) bedreigingen. Risico: Grondexploitatie Omschrijving risico Het risicoprofiel van het gemeentelijke grondbedrijf (lees: alle grondexploitaties) wordt jaarlijks bepaald op basis van de zogenaamde RISMAN-methode. Hierin wordt ingegaan op algemene risico’s en projectspecifieke risico’s. Van de proje ctspecifieke risico’s wordt vervolgens aangegeven of deze kwantitatief of kwalitatief van aard zijn. De beide soorten risico’s worden omgezet in een bedrag voor de hoogte van het risico per project. Uitgangspunt is dat de kans dat alle onderkende risico’s zich op exact hetzelfde moment zullen voordoen 75% is.
Dit percentage komt overeen met de richtlijnen die worden gehanteerd door de Vereniging van Grondbedrijven (70 -80%). Impact Het actuele risicoprofiel van het grondbedrijf bedraagt circa € 2,9 miljoen. Te berekenen als volgt: € 3,7 miljoen (projectspecifieke risico’s) * 75% (waarschijnlijkheid van gelijktijdig optreden) * 105% (extra bandbreedte). N.B. De berekeningswijze in dez e risicoparagraaf wijkt enigszins af van bovenstaande berekening. De hoogste risico - categorie is immers 50-75%. (Beheers)maatregelen De beheersmaatregelen zijn afhankelijk van de aard van het projectspecifieke risico. Voor moeilijk verkoopbare (rest-)percelen wordt gekeken naar een andere bestemming of aanbieden tegen een lagere verkoopprijs per m2. Risico: Inflatie Omschrijving risico De inflatie blijft hoog . Dit geldt niet alle en voor materialen, maar indirect ook voor loonontwikkeling. Onzeker is wat de gevolgen van de mondiale spanningen op korte en middellange termijn zullen zijn. Impact Als de prijzen met 1% stijgen dan leidt dat extra uitgaven van naar schatting € 500.000 (dit is excl. de doorwerking naar de algemene uitkering van het gemeentefonds via de normeringssystematiek). 80 (Beheers)maatregelen Jaarlijks volgt de gemeente Steenwijkerland de uitgangpunten zoals gepubliceerd door het CPB. Dit blijft ongewijzigd.
NB In voorliggende begroting is voor 202 4 gerekend een inflatie van 2,4% (zie paragraaf 3.4). Risico: Omgevingswet Omschrijving risico De invoering van de Omgevingswet is een grote opgave voor de organisatie. Op 1 januari 202 4 gaat de wet in. Na 202 4 zijn we niet klaar, maar zullen we de omgevingswet nog verder implementeren. Dit traject loopt tot uiterlijk 2029. Risico bestaat dat het budget voor invoering onvoldoende bli jkt te zijn voor een goede invoering. Impact De invoering van de omgevingswet brengt drie soorten kosten met zich mee die lastig in te schatten zijn en in die zin een risico vormen: - Voorbereidings- en implementatiekosten; - Verandering in de structurele lasten. Deze lasten kunnen wijzigen door een verandering in de personeelsbehoefte en een vermoedelijke daling van de legesopbrengsten. Een kwantitatieve duiding is nog niet te geven, dat zal pas mogelijk zijn als er grote stappen zijn gezet met de omgevingsvisie en het omgevingsplan; - Mogelijke incidentele frictiekosten. Deze kosten kunnen optreden als gevolg van een verschuiving in het personeel. Een kwantitatieve duiding is nog niet te geven. (Beheers)maatregelen Binnen de organisatie is het programma omgevingswet opgezet. In dit programma worden de inhoudelijke en financiële risico’s in de gaten gehouden en worden er maatregelen op getroffen. 4.2.4.
Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s Op basis van de in het risicoprofiel opgenomen risico’s, die gekwantificeerd kunnen worden (exclusief de zogenaamde PM -posten), bedraagt het totale risicobedrag afgerond € 9,5 miljoen. Op basis van de gehantee rde wegingsfactoren bedraagt het risicobedrag afgerond € 4,6 miljoen.
81 Nadat de weerstandscapaciteit is bepaald en de omvang van de te lopen risico’s kunnen beide met elkaar worden geconfronteerd (de zogenaamde weerstandsratio). Daarbij kunnen zich de volgende scenario’s voordoen: 1. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit > 1, er is onvoldoende weerstandscapaciteit aanwezig; 2. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit < 1, er zijn overtollige middelen (die alternatief kunnen worden aangewend); 3. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit = 0, risico’s en middelen zijn voldoende (wordt meer beschouwd als een theoretische situatie). Het gewogen risicoprofiel vertaalt zich in 2024 in een score van 4,6 op de weerstandsratio (zie paragraaf 4.2.5.7.). 4.2.5. Diverse kengetallen 4.2.5.1. Inleiding Een deugdelijke en transparante begroting is in het belang van een goede controle door de raad op de financiële positie van onze gemeente. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling) van de financiële positie. De kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel financiële ruimte de gemeent e beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of op te vangen. Ze geven dus inzicht in de financiële weerbaar - en wendbaarheid.
De kengetallen moeten in samenhang beoordeeld worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. De financiële positie is geen doel op zich en moet altijd gezien worden in het licht van de totale maatschappelijke opgave van de gemeente. Het te bereiken maatschappelijke rendement en de bijdra ge aan de inhoudelijke beleidsdoelstellingen zijn hierbij van evident belang. De financiële positie is ondersteunend aan het afwegingsproces en moet het bestuur helpen verantwoorde keuzes te maken voor de (middel)lange termijn. We kennen de volgende kengetallen: 1. netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen ; 2. solvabiliteitsratio; 3. grondexploitatie; 4. structurele exploitatieruimte; 5. belastingcapaciteit; 6. weerstandsratio. Naast de kengetallen voor het struct urele begrotingsevenwicht is een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. Hoe de kengetallen berekend worden, is vastgelegd in een ministeriële regeling. Het gebruik en het vaststellen van de berekeningswijze heeft geen functie als normeringsinstrument voor het financieel toezicht door de provincies. De invoering van deze kengetallen is voornamelijk bedoeld om de financiële positie voor de raadsleden inzichtelijker te maken.
Voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente worden de kengetallen in samenhang bezien. Het totaalbeeld geeft inzicht in de financiële weer- en wendbaarheid. 82 4.2.5.2. Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de totale baten. Het kengetal geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is, valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten, die vervolgens weer worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel inclusief a ls exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Bij de netto schuldquote worden de leningen die we hebben uitstaan buiten beschouwing gelaten en bij de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen wordt hiermee wel rekening gehouden. Een netto schuldquote tussen 0% en 100% is acceptabel, c.q. wordt als normaal (groen) beschouwd.
Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog (oranje). Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, bevindt de gemeente zich in de gevarenzone (rood). Voor een genuanceerder beeld van de schuldpositie wordt ook gekeken naar de voorraad bouwgronden en de uitgeleende gelden. Gemeenten met veel grond kunnen meer schulden hebben en dus een hogere schuldquote. De gemeente heeft ook leningen voor woningcorporatie Wetland Wonen aangetrokken. Deze leningen worden een op een doorgegeven. Bij de schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen worden deze leningen geëlimineerd. In de volgende grafieken is de verwachte ontwikkeling van beide schuldquotes weergegeven.
83 4.2.5.3. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. Indien er sprake is van een forse schuld en veel eigen vermogen (het totaal van de algemene reserves en de bestemmin gsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Daar is bijvoorbeeld sprake van als een lening is aangegaan omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van de gemeente. De solvabilite itsratio drukt immers het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan h aar financiële verplichtingen te voldoen. Voor 2024 verwachten we een solvabiliteitsratio van 20%. Ten opzichte van de vorige programmabegroting is de score nagenoeg gelijk (voor 2023 was de raming 21%). Meerjarig zien we een sterke daling van de score op dit kengetal. De belangrijkste oorzaken zijn het investeringsvolume voor komende jaren en de begrotingstekorten die vanaf 2026 zijn gepresenteerd.
84 Indien het volgend kabinet besluit om het ‘financieel ravijn’ vanaf 2026 te compenseren, dan ontstaat een ander beeld (zie onderstaande grafiek). Over de hele linie zien we dan dat de scores zich bewegen rond de 20%. 4.2.5.4. Grondexploitatie Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen de waarde van de (bouw-)gronden en het totaal aan (geraamde) baten van de gemeente . Hoe lager het percentage des te geringer het risico. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente. Als gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekoms tige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kan immers de schuld worden afgelost. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt de gemeente relatief een gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet deze worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. De VNG adviseert een norm van 10%.
In de afgelopen jaren was een dalende tendens waar te nemen voor wat betreft de ontwikkeling van het kengetal. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een afname van de voorraad bouwgrond. De gemeente Steenwijkerland voert namelijk tot nu toe een faciliterend grondbeleid, tenzij vanwege volkshuisve stings- en economische redenen actief grondbeleid gewenst is . Dat laatste gaat mogelijk veranderen als besluitvorming door uw raad heeft plaatsgevonden over het te voeren grondbeleid (zie paragraaf 4.7). Mocht het beleid worden aangepast, dan zal dat gevolgen hebben voor hieronder gepresenteerde uitkomsten.
85 4.2.5.5. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele ruimte is. Hierbij wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten. Deze worden vergeleken met de totale baten van de gemeente. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het Gemeentefon ds en de opbrengsten uit de onroerende-zaakbelasting (OZB). Zoals uit de navolgende grafiek blijkt verwachten wij vanaf 2026 dat de structurele baten onvoldoende zijn om de structurele lasten ter dekken.
86 4.2.5.6. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of waarin er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, riool - en afvalstoffenheffing). Het kengetal vergelijkt de woonlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t-1). Voor 2024 komt dit cijfer uit op 70%. Een belastingcapa citeit van 100% betekent dat de woonlasten op het landelijke gemiddelde liggen. Een lager percentage laat zien dat de mogelijkheid bestaat om de belastingen in de toekomst te verhogen (potentiële ruimte). Een belastingcapaciteit tussen de 95% en 105% wordt als neutraal beschouwd. Wij gaan ervan uit dat de woonlasten de komende jaren onder het landelijk gemiddelde zullen blijve n en we de komende jaren qua belastingcapaciteit ‘groen’ blijven scoren. Daarmee zijn we dus in staat om financiële tegenvallers op te vangen en/of is er ruimte voor nieuw beleid. Voorwaarde is wel dat het rijk gemeenten alsnog gaat compenseren voor de financiële tekorten die vanaf 2026 zijn ontstaan. 4.2.5.7. Weerstandsratio Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen.
De weerstandsratio is een hulpmiddel waarbij de beschikbare weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit (de totale omvang van de risico’s x risicopercentages) . De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevorm door de Algemene Reserve vaste buffer en onbenutte belastingcapaciteit . De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van de risico’s, die de gemeente loopt. Voor de berekening worden omvang en kans van d e risico’s in een risicomodel ingevoerd. Hieruit volgt een gewogen risicoprofiel voor de gemeente (zie paragraaf 4.2.4). Bij de vaststelling van de ‘Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019’ is afgesproken dat de signaleringswaarde voor de weerstandsratio minimaal 1,0 is. Opgemerkt wordt dat deze waarde alleen betrekking heeft op de risico’s die kwantificeerbaar zijn 7. Onderstaand diagram geeft het actueel beel d van de (ontwikkeling van) de weerstandsratio. 7 De weerstandsratio is vanaf het begrotingsjaar 2020 geïntroduceerd. Voor de jaren 2025 tot en met 2027 zijn geen cijfers beschikbaar, omdat de uitkomsten sterk afhankelijk zijn van de ontwikkeling van het risicoprofiel, de ontwikkeling van de Algemene reserve vaste buffer en de meerjarige ontwikkeling van de onbenutte belastingcapaciteit.
87 Verwachting is dat de weerstandsratio in 2024 ruim boven de 2 zal uitkomen. Dit betekent dat de gemeente, zoals het er nu naar uitziet in die jaren over voldoende middelen zal beschikken om eventuele tegenvallers op te vangen. De lagere score in 202 4 ten opzichte van 202 3 wordt voornamelijk veroorzaakt door een hoger risicoprofiel bijvoorbeeld vanwege het risico op een toename van het aantal inwoners met een hulpvraag als gevolg van de huidige macro-economische omstandigheden. Signaleringwaarden De gezamenlijke provinciale toezichthouders en het Rijk hebben signaleringswaarden opgesteld voor de verplichte kengetallen. Zij hebben gekozen voor een indeling in drie categorieën. Waarbij kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en C het meest risicovol. In onderstaande tabel zijn de signaleringswaarden opgenomen. Samenvattend is het beeld van de kengetallen voor de gemeente Steenwijkerland de komende jaren als volgt:
88 ‘Beoordeling’ - De forse begrotingstekorten in 2026 en 2027 zien we ook terug in bovenstaand overzicht. De structurele exploitatieruimte is voor die jaren negatief. - De scores op solvabiliteitsratio staa n onder druk door een relatie hoog investeringsvolume en het ‘ravijnjaar’ vanaf 2026. - Voor 2024 is de score op de weerstandsratio 4,6. In de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2023’ die onlangs aan u is aangeboden stellen we voor de normering van de hoogte van de ‘Algemene Reserve – vaste buffer aan te passen’ (zie toelichting in paragraaf 3.8.1). Indien we de nieuwe normering hadden toegepast in voorliggende begroting dan was de score op de weerstandsratio uitgekomen op 3,4, nog ruim boven de 2 en daarmee ‘in het groen’.
89 4.3. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen 4.3.1. Algemeen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzieningen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zijn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, openbare verlichting, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voorzieningen is van groot belang voor het optimaal functioneren van de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. Voor het goed onderhouden van de kapitaalgoederen zijn een aantal zaken belangrijk. Allereerst is het van belang dat bekend is wat moet worden onderhouden en wat de huidige staat van het onderhoud is. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpakket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld up -to-date wordt gehouden. Vervolgens moet eenduidig bekend zijn wat het gewenste kwaliteitsniveau is. Dit is vastgelegd in de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2007 door de gemeen teraad is vastgesteld, en in beleidsdocumenten die per onderdeel beschikbaar zijn. De uitwerking vindt plaats volgens de volgende stappen: - Waar gaat het over (areaal)?; - Wat zijn de doelstellingen (beleidskader)?; - Wat zijn de financiële consequenties van deze doelstellingen?; - Hoe zijn deze consequenties geborgd in de begroting? 4.3.2.
Door de raad vastgestelde beleids- en beheerplannen Voor het op orde houden van de kapitaalgoederen binnen de openbare ruimte zijn door de raad beleids - en beheerplannen vastgesteld. Uit de door de raad vastgestelde beleids - en beheerplannen en bijbehorende meerjarenplannen wordt jaarlijks een integrale financiële afweging gemaakt en vertaald in de meerjarenbegroting. Hierdoor ontstaat per planjaar een evenwichtig maatreg elprogramma voor onderhoud en investeringen in de openbare ruimte. In 2019 is door de raad de ‘Nota onderhoud Kapitaalgoederen 2019 -2023’ vastgesteld. Deze nota dient als kader voor de jaarlijkse ‘Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen’. 4.3.2.1 Wegen Areaal Beleidskaders Het beleidskader voor onze wegen is vastgelegd in het beleidsplan ‘Overwegen’ (april 2017) en de ‘Strategische Mobiliteitsvisie Steenwijkerland duurzaam in beweging’ (2020). Wij beschouwen ons uitgebreide, grotendeels
90 historische, netwerk van wegen, paden en pleinen als een waardevol bezit en als een belangrijk middel om het dagelijkse woon-, werk- en recreatieve verkeer mogelijk te maken en veilig, efficiënt en duurzaam af te wikkelen. Het beleidsplan kent de thema’s: - wegennet up to date; - onderhoud op maat; - inspirerend partnerschap. Wij zien de inbreng van inwoners, ondernemers en partijen als uitgangspunt, óók voor onze wegbeheertaak. Opvolging van wettelijke (wegbeheer)taken en behoud/versterking van sociale -, milieu en kapitaalswaarde (‘People, Planet, Profit’) zijn daarbij essenti ële randvoorwaarden. Wij richten onze wegbeheertaak daarom vraaggestuurd, risicobewust en gebiedsgericht in. Voor het wegenonderhoud heeft de raad ingestemd met het kwaliteitsniveau ‘basis’. Hierbij wordt het risicoprofiel ‘laag’ aangehouden. Op dit momen t wordt het meerjaren onderhoudsprogramma voor wegen geactualiseerd. De maatregeltoets 8 daarvoor loopt. Plan is om die uiterlijk in november 2023 op te leveren. Vervolgens gaan we aan de slag met het beleidsplan waarin we aandacht hebben voor duurzame thema’s als bijvoorbeeld circulariteit, klimaatadaptatie en zero emissie bouwplaats. Het nieuwe meerjaren onderhoudsprogramma zullen we voor de zomer van 2024 aan u voorleggen.
Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het beleidsplan ‘Overwegen’ zijn de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau berekend. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader ‘Overwegen’ in 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het benodigde wegenbudget voor het kwaliteitsniveau ‘basis’ en besloten tot het instellen van een voorziening. De benodigde bedragen voor levensduur ver lengende maatregelen zijn beschikbaar gesteld op onderhoudsniveau ‘basis’. De benodigde bedragen voor investeringen in bermverhardingen zijn in eerste instantie beschikbaar gesteld op onderhoudsniveau ‘beperkt basis’. Bij de Programmabegroting 2021 -2024 zijn op basis van een motie van de raad de benodigde middelen beschikbaar gesteld voor investeringen in bermverhardingen voor onderhoudsniveau ‘basis’. Dit is met ingang van het jaar 2022 toegepast. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: 8 De maatregeltoets heeft ten doel om op projectniveau nauwkeurig de aard, de omvang en de locatie van de te nemen onderhoudsmaatregel vast te stellen.
91 4.3.3.2. Openbare verlichting Areaal Beleidskader Uitgangspunt voor het beleidsplan Openbaar Licht (2017) is ‘donkerte’. ‘Even dimmen graag’ is het devies. De volgende ambities zijn in dit beleidsplan benoemd: de veiligheid van inwoners staat voorop, ruimte voor donkerte en duurzaamheid. Communicatie over openbare verlichting is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Bij de Programmabegroting 2021 -2024 zijn op basis van een motie van de raad de benodigde middelen be schikbaar gesteld voor het onderhoudsniveau basis. Dit is met ingang van het boekjaar 2022 toegepast. Vanuit het platform openbare verlichting werken we samen met andere gemeenten en een adviseur aan een nieuw beleidsplan openbare verlichting. Dat doet iedere gemeente voor zich maar met gebruik van dezelfde kennis en het delen van ervaringen. Het nieuwe beleidsplan zullen we voor de zomer van 2024 aan u voorleggen. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Door de grootschalige vervanging van masten en armaturen wordt bespaard op de onderhoudskosten. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties die voortvloeien uit het ‘Beleidsplan Openbaar Licht’ en het vastgestel de onderhoudsniveau (basis) zijn verwerkt in de Programmabegroting 2024 -2027. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn voor openbare verlichting.
92 4.3.3.3. Riolering Areaal Beleidskader De beleidskaders voor de riolering zijn vastgesteld in het ‘ Riool en Water Programma 2023 -2028’, dat is opgesteld met het waterschap Drents Overijsselse Delta en de zes inliggende gemeenten van het beheergebied ‘Reest & Wieden’, de zogenaamde werkregio Fluvius. Een belangrijk aandachtspunt voor het nieuwe ‘Riool en Water Programma 2023 -2028’ is het onderwerp klimaatadaptatie en dan specifiek die aspecten van klimaatadaptatie die verband houden met de gemeentelijke zorgplicht voor hemelwater. Klimaatadaptatie wordt momenteel opgepakt in zowel regionaal verband (Fluvius) als in lokaal verband. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het ‘Riool en Water Programma’ is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het watertakenplan opgenomen in het ‘Teamplan Openbare Ruimte’. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het ‘Riool en Water Programma’ zijn verwerkt in de Programmabegroting 202 4- 2027. Naast de kosten voor riolering zijn er ook kosten voor stedelijk water die bij de rioolheffing worden betrokken. Deze kosten worden vermeld bij het onderdeel water. De (globale) opbouw van het b udget riolering is in onderstaande tabel weergegeven.
93 4.3.3.4. Water & Kunstwerken Areaal Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kunstwerken in de gemeente is vastgelegd in diverse beleidsnota’s en plannen. De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: - Beleidsplan Oeverconstructies Steenwijkerland 2021-2026; - Beleidsplan Oeververbindingen Steenwijkerland 2022-2027; - Beheerplan Havens 2022-2027; - ‘Riool en Water Programma 2023-2028’. In 2020 is het ‘Beleidsplan oeverconstructies 2021 -2026’ vastgesteld. Gekozen is voor een variant waarbij wordt gekozen voor kunststof als vervanging van beschoeiing echt nodig is. Dit is een duurzaam en financieel gunstig e maatregel. Voor de oeverconstructies is gekozen voor kwaliteitsniveau ‘basis’. In 2021 is een nieuw ‘Beleidsplan oeververbindingen 2022 -2027 vastgesteld. Oeververbindingen worden ook wel civiele kunstwerken genoemd en vormen een belangrijke categorie binnen de kapitaalgoederen. Onder oeververbindingen wordt onder andere verstaan: (beweegbare) bruggen, viaducten en tunnels. Dit beleidsplan heeft als doel om als leidraad te fungeren voor het doelmatig en planmatig beheren van de oeververbindingen. Het geeft handvatten voor het beheer en onderhoud en zet de lijn uit voor de komende jaren. Er is gekozen voor het kwaliteitsniveau ‘basis’.
Ten aanzien van d e recreatieve voorzieningen geldt dat er in 202 4 geen beleidswijzigingen zijn te verwachten in het kader van beheer en onderhoud. In 2021 heeft de raad het Beheerplan Havens vastgesteld. Het Beheerplan Havens 2022 -2026 vormt het kader om het beheer en onderhoud van de havens om kwaliteitsniveau ‘basis’ te krijgen en te behouden. Het bijbehorende budget zorgt ervoor dat de hierbij ben odigde onderhouds - en vervangingsmaatregelen kunnen worden gerealiseerd.
94 Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Oeverconstructies De financiële consequenties die voortvloeien uit het ‘Beleidsplan Oeverconstructies 2021-2026’ en het vastgestelde onderhoudsniveau (basis) zijn verwerkt in de Programmabegroting 2024 -2027. Er is een deel wat betrekking heeft op investeringen en een deel wat betrekking heeft op planmatig onderhoud. Oeververbindingen De financiële consequenties die voortvloeien uit het ‘Beleidsplan Oeververbindingen 2022-2027’ en het vastgestelde onderhoudsniveau (basis) zijn verwerkt in de Programmabegroting 2024 -2027. Er is een deel wat betrekking heeft op onderhoudsmaatregelen en een deel wat betrekking heeft op vervangingen. Water De financiële consequenties gerelateerd aan de baggeropgave zijn gebaseerd op het ‘Riool en Water Programma 2023-2028’ en zijn verwerkt in de Programmabegroting 2024-2027. Dit is onderverdeeld in een deel wat gerelateerd is aan de baggeropgave in stedelijk gebied en een deel wat gerelateerd is aan de baggeropgave in landelijk gebied. Daarnaast zijn ook de budgetten voor het maaien en onderhouden van sloten gebaseerd op het ‘Riool en Water Programma’ en financieel vertaald in de begroting.
Jachthavens en Recreatieve Vijvers De financiële consequenties die voortvloeien uit het ‘Beheerplan Havens 2022 -2026’ en het vastgestelde onderhoudsniveau (basis) zijn verwerkt in de Programmabegroting 2024 -2027. Er is een deel wat betrekking heeft op investeringen en een deel wat betrekking heeft op planmatig onderhoud. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn:
95 4.3.3.5 Openbaar groen, sportvelden en speelvoorzieningen Areaal Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plantsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides. Hierbij zijn de volgende nota’s en plannen van belang: - De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); - Beleidsnota Groen (2007). In 2023 wordt gestart met de actualisatie van het beleid, door het opstellen van een visie groen en biodiversiteit; - Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte Gemeente Steenwijkerland. Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: - Speelplekkenbeleid (2009/2014); - Meerjarenplan Spelen (2014-2017). In de beleidsnota Groen worden de beheerambities met betrekking tot het groen beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarbij het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn er ambities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een schone, hele en veilige omgeving. Het beleid wordt geactualiseerd omdat de thema’s biodiversiteit, sociale cohesie, gezondheid en klimaat niet zijn opgenomen in de huidige beleidsnota groen. In 2014 heeft de gemeenteraad op basis v an een evaluatie besloten om de lijn van het speelplekkenbeleid uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren. In dit plan is vastgesteld dat de gemeente spelen en bewegen stimuleert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden wordt.
Het onde rhoud van de speelvoorzieningen wordt op het basisniveau van ‘schoon, heel en veilig’ uitgevoerd. Sportvelden De uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van de gemeentelijke sportvelden zijn vastgelegd in: - Visie op beheer en onderhoud gemeentelijke sportvelden (raadsbesluit d.d. 20-10-2020); - Gebruiks- en onderhoudsreglement gemeentelijke buitensportaccommodaties Steenwijkerland 2021 (collegebesluit d.d. 20-07-2021). In oktober 2020 is de visie op het beheer en onderhoud van de sportvel den vastgesteld door de raad. Een van de speerpunten uit deze visie is het vergroten van het eigenaarschap van buitensportverenigingen als het gaat om ‘hun’ accommodatie en velden.
96 Hiertoe is een aantal zaken doorgevoerd, onder meer de overdracht van een aantal taken van gemeente naar vereniging en de introductie van de Right to Challenge. Verenigingen kunnen in dit kader op eigen initiatief aangeven dat zij meer taken van de gemeente willen overnemen (aanvullend op de taken die vanuit d e visie zijn overgedragen) en kunnen hiertoe dan ook een bijdrage verwachten. Deze mogelijkheid en wijziging in taken en verantwoordelijkheden zijn doorvertaald in het gebruiks - en onderhoudsreglement van de buitensportaccommodaties in onze gemeente. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Binnen de budgetten van groen zijn er middelen beschikbaar om onderhoud uit te voeren aan de diverse groenobjecten. Er is onderscheid gemaakt in middelen voor onderhoud van openbaar groen, bermenon derhoud, bomenonderhoud en extensief maaien. Het grootste deel van het onderhoudsbudget wordt besteed aan het integrale onderhoudsbestek voor de openbare ruimte. In dit bestek is het verzorgend onderhoud in de openbare ruimte opgenomen. Dit bestek wordt door de Noordwestgroep uitgevoerd in opdracht van de gemeente. In het Meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 jaar becijferd hoeveel geld er nodig is om op het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. In onderstaande tabel zijn de bedragen voor de komende vier jaar weergegeven.
Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn:
97 4.3.3.6. Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Beleidskader Van de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerdere jaren vastgelegd inclusief de onderhoudskosten waarmee rekening moet worden gehouden. Uitgegaan wordt van drie categori eën onderhoud. Het klachtenonderhoud betreft dagelijks voorkomende calamiteiten en storingen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn afgesloten. Dit betreft voornamelijk technische installaties. Tenslotte is er het planmatig onderhou d. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voor de periode van 202 2–2031 een ‘Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed’ opgesteld. Deze plannen worden ieder jaar bij de jaarrekening geac tualiseerd. Bij de laatste actualisatie is becijferd dat de jaarlijkse kosten aan planmatig onderhoud gemiddeld € 1.242.000 bedragen. Dit bedrag is in de voorliggende begroting verwerkt. Uitbreidingen en duurzame maatregelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en vergen afzonderlijke investeringen. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het ‘Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed’ is verwerkt in de begroting.
Voor het maatschappelijk vastgoed is een voorziening ingesteld. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn:
98 4.3.3.7. Begraafplaatsen Areaal De gemeente is beheerder van 16 begraafplaatsen. Beleidskader Uitvaart is emotie. Een gedegen beleid en uitvoering is dan ook erg belangrijk. Het gaat om het bieden van verschillende mogelijkheden voor lijkbezorging, rust en gedenken, een respectvolle benadering van nabestaanden en een zorgvuldige ‘nazorg’ in de zin van een correcte administratie en correspondentie. De beleving wordt voor een groot deel gevormd door de aanwezigheid van groen. De aanwezigheid van bijzondere of waardevolle bomen, diverse heesters en planten, kleine zoogdieren, reptielen, insecten en vog els dragen bij aan biodiversiteit. Ook de cultuurhistorische waarde is groot. We werken binnen de beleidskaders van: - Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Steenwijkerland 2016; - Nadere regels voor de graven, asbezorging en grafbedekking op de gemeentelijke begraafplaatsen ; - Integrale visie openbare ruimte (IVOR).
99 4.4. Paragraaf Financiering Om investeringen te kunnen doen wordt meestal geleend. Bij het aantrekken van financieringsmiddelen wordt op basis van de geldende rentetarieven op de geld - en kapitaalmarkt en de te verwachten liquiditeitsbehoefte een financieringsconstructie gekozen, die aansluit bij de financierings behoefte en in de pas loopt met de wettelijke voorschriften. In de ‘Paragraaf Financiering’ lichten we de financieringsfunctie van de gemeente Steenwijkerland voor de jaren 2024-2027 toe. We gaan in op zowel de algemene ontwikkelingen als de ontwikkelingen in onze gemeente. De algemene ontwikkelingen betreffen de renteontwikkelingen en de wet - en regelgeving. De specifieke ontwikkelingen omvatten de renterisiconorm, de kasgeldlimiet en de financiering van de gemeente. Ambitie Het doel is een optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitg aven op korte en lange termijn. Om dit goed uit te voeren, wordt gekeken naar de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasuryfunctie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) en het financieringsstatuut. Doelstellingen Bij de begroting wordt afgewogen welke investeringen er op korte en lange termijn plaatsvinden.
Het is vervolgens onze taak om deze investeringen conform de kaders te financieren. We beperken ons tot de publieke taak en hanteren hierbij de volgende doelstellingen: 1. Er is voldoende financiering op korte en lange termijn; zodoende kunnen wij te allen tijde aan onze betaalverplichtingen voldoen. 2. De risico’s die aa n financiële transacties verbonden zijn worden beheerst en beperkt. Te denken valt onder andere aan renterisico’s, koersrisico’s en debiteuren-/crediteurenrisico’s. 3. De rentekosten van de leningen worden zoveel mogelijk beperkt. 4. De interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities worden zoveel mogelijk beperkt. Onze inzet We maken onderscheid tussen financiering en dekking. Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan onze financiële middelen komen (b ijvoorbeeld door verkoop van gronden of door het aangaan van geldleningen). Bij dekking gaat het om de vraag hoe we de middelen kunnen aanwenden om de begroting sluitend te houden (bijvoorbeeld opbrengst uitkering gemeentefonds en belastingopbrengsten). De uitvoering van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de kaders van de Wet fido en de Wet Hof. Om vooral de financieringsrisico’s te beperken, staan in de Wet fido twee instrumenten genoemd, te weten de renterisiconorm en de kasgeldlimiet.
Renterisiconorm Het uitgangspunt van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op langlopende schulden. Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk moeten worden afgesloten met het risico van snel oplopende rentelasten. 100 Met behulp van de renterisiconorm wordt bepaald wel renterisico de gemeente loopt op haar vaste schuld (leningen met een looptijd langer dan één jaar). De renterisiconorm is bepaa ld op 20% van het begrotingstotaal. Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hierbij is een minimumbedrag bepaald van € 2,5 miljoen. Op een begrotingstotaal van € 157,7 miljoen in 2024 bedraagt de renterisiconorm voor onze gemeente € 31,5 miljoen. In 2024 vindt voor een bedrag van € 3,985 miljoen aan aflossingen van bestaande leningen plaats. We kunnen nog een nieuwe lening aantrekken voor een bedrag van € 27,6 miljoen. Kasgeldlimiet In verband met het beperken van renterisico’s op de korte schuld moeten gemeenten voldoen aan de kasgeldlimiet. Dit betekent dat de korte schuld voor gemeenten maximaal 8,5% van het begrotingstotaal (lasten) mag bedragen.
De korte schuld bestaat uit de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rente typische looptijd korter dan één jaar en de schuld op de r ekening-courant. Deze opgenomen gelden zijn bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. In 2024 bedraagt de limiet voor de gemeente Steenwijkerland € 13,4 miljoen. In verband met regelgeving is het niet toegestaan om meer dan 2 kwartalen achter elkaar de kasgeldlimiet te overschrijden. Debiteuren-/crediteurenrisico Onder debiteurenrisico wordt hier verstaan het risico dat uitgezette geldleningen niet worden terugontvangen van marktpartijen. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en daalt de staatsschuld. Schatkistbankieren is ingevoerd voor gemeente n, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen. Dit heeft een positief effect op de omvang van de EMU-schuld. Depositotarieven en inleentarieven worden geharmoniseerd. De Wet biedt, onder bepaalde voorwaarden, (lagere) overheden de mogelijkheid elkaar leningen te verstrekken. Dit kan voor beide partijen leiden tot gunstige rentecondities. Uit oogpunt van doe lmatigheid is in de Wet een drempelbedrag opgenomen. Hiermee kan een bepaald bedrag buiten de schatkist worden gehouden.
Voor gemeenten met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen is het drempelbedrag bepaald op 2% met een minimum van
101 € 1.000.000. Voor de gemeente Steenwijkerland geldt in 2024 als drempel 2% van € 157,7 miljoen, ofwel € 3,2 miljoen. Wij mogen dus een positief rekening -courantsaldo hebben van € 3,2 miljoen, voordat deze middelen worden afgeroomd aan de schatkist. Leningenportefeuille In de gemeente Steenwijkerland werken we met totaalfinanciering. Dit houdt in dat niet voor iedere investering apart een lening wordt afgesloten. Investeringen worden gefinancierd vanuit het totaal van eigen vermogen (reserves) en het lang vreemd vermogen (a angetrokken leningen). Bij projecten van grote omvang kan het zijn dat het systeem van totaalfinanciering wordt losgelaten. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld een project waarbij er sprake is van een verschil tussen juridisch en economisch eigenaar va n een activa. In het overzicht zijn meegenomen de opgenomen leningen, die zijn doorgesluisd naar woningcorporatie Wetland Wonen Groep. De restschuld van deze doorgesluisde leningen bedraagt per 1 januari 202 4 € 3,8 miljoen. Alle leningen zijn opgenom en bij de BNG Bank. In 202 4 moet een totaalbedrag van afgerond € 0,903 miljoen worden betaald wegens verschuldigde rentekosten. Dit is inclusief de rentelasten van € 0,162 miljoen voor de doorgesluisde leningen aan Wetland Wonen. Wij lopen een risico als de woningcorporatie haar betalingsverplichtingen niet nakomt.
Het Waarborgfonds Sociale Woningen staat garant voor de betalingen van rente en aflossingen van 3 van de 5 verstrekte leningen. Rentetoerekening Sinds 2018 wordt de rekenrente volgens een vaste formule berekend en kan deze niet meer vrij worden bepaald. De invloed op het renteresultaat is vanaf dat moment beperkt tot de keuze om wel of geen rente over het eigen vermogen te berekenen. De omvang van de rente die over het eigen vermogen mag worden berekend, is met ingang van de begroting 2017 gemaximeerd op het gemid delde rentepercentage dat de gemeente over haar extern aangetrokken leningen betaalt. Het renteschema is hieronder weergegeven.
102 Kredietrisico’s Dit is het risico dat de gemeente loopt wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen, c.q. pub lieke instellingen die in voorkomende gevallen in financiële problemen kunnen komen. Onze gemeente heeft naar verwachting in het begrotingsjaar 2024 in beperkte mate te maken met kredietrisico’s. De totale omvan g van deze leningen per 1 -1-2024 bedraagt € 6 miljoen (excl. de startersleningen) . De ontwikkeling van de verstrekte leningenportefeuille ziet er als volgt uit.
103 Voor 2024 is een rentevergoeding van afgerond € 0,258 miljoen begroot. Hieronder is dit bedrag gespecificeerd. Financiering Binnen de gemeente wordt een omslagrente in rekening gebracht bij de investeringen en de projecten van 1,00%. Voor de grondexploitatie wordt 0,75% berekend. Deze omslagrente is berekend op basis van het investeringsvolume 2024 (inclusief restantkredieten) en bestaat uit de werkelijk betaalde en ontvangen rente. Indien in de loop van het begrotingsjaar de werkelijke rente sterk afwijkt (>25%) dan is een correctie verplicht voorgeschreven. De rente voor de grondexploitatie is lager omdat deze verplicht wordt berekend op grond van de notitie grondbeleid van de commissie BBV (fiscale redenen). Financieringspositie De financieringspositie geeft inzicht in de ontwikkeling van de financieringsbehoefte, rekening houdend met de investeringen en beschikbare interne en externe middelen. De interne financiering vindt plaats in de vorm van de ten laste van de exploitatiereke ning gebrachte afschrijvingen en in de vorm van eigen vermogen (reserves). Voor de externe financiering wordt een beroep gedaan op de geld - en kapitaalmarkt. De boekwaarde van de investeringen en uitgezette leningen wordt per 1 januari 2024 geraamd op afgerond € 129,7 miljoen. Financieringstekort
104 Bij de aanvang van het begrotingsjaar 2024 ramen wij een financieringstekort van afgerond € 22,2 miljoen. Dit tekort ontstaat doordat de som van de reserves en voorzieningen en de opgenomen geldleningen per 1 januari 2024 lager is dan de boekwaarde van de investeringen per 1 januari 2024. Relatiebeheer De BNG is onze huisbankier. Nagenoeg alle transacties vinden plaats via deze bank. In de dienstverleningsovereenkomst is geregeld dat wij tot een bedrag van € 12 miljoen ‘rood’ mogen staan. Daarnaast heeft de gemeente een rekening-courantovereenkomst met de Rabobank ‘Meppel-Staphorst- Steenwijkerland’. Prognose Meerjarenbalans9 9 In de prognose meerjarenbalans zijn de saldi van de voorliggende programmabegroting vertaald in de post ‘eigen vermogen’. De overlopende activa en passiva zijn constant gelaten ten opzichte van de laatste vastgestelde jaarrekening.
105 Met het oog o p een betere raming en beheersing van het EMU -saldo is in het BBV voorgeschreven dat bij de uiteenzetting van de financiële positie een geprognosticeerde balans wordt opgenomen. Deze balans moet meerjarig zijn en geeft inzicht in de ontwikkeling van onder meer de investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte. De presentatie van de geprognosticeerde balans sluit aan op de balans van de jaarrekening, maar behoeft niet dezelfde mate van detail te kennen. In de prognos e zitten veel aannames omdat de toekomstige mutaties onzeker zijn. Het vertrekpunt voor deze balans is de jaarrekening 2022 geweest. Bij de prognose van de eindbalans voor de jaren 2024 t/m 2027 is rekening gehouden met de mutaties voortvloeiende uit: - het investeringsprogramma 2024–2027; - actualisatie grondexploitaties; - de mutaties in de reserves en voorzieningen. EMU-saldo Om strakker te kunnen sturen op de afspraken die het Rijk heeft gemaakt in Europees verband is de Wet Hof ingevoerd. De wet is be doeld voor de beheersing van de schuldenlast en het begrotingstotaal op rijksniveau. Een individuele EMU-referentiewaarde betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente heeft in de gezamenlijke tekortnorm. Gemeenten met een sluitende (meerjaren) begroting hebben niet per definitie ook een sluitende begroting in EMU- termen.
De belangrijkste oorzaak is dat het Rijk investeringen aan één jaar toerekent (het zogenaamde kasstelsel) terwijl andere overheden en het bedrijfsleven dergelijke uitgaven via afschrijvingen over meerdere jaren uitsmeren (stelsel van baten en lasten). Sturingsopties om het EMU-saldo in positieve zin te beïnvloeden zijn het afstoten van activa en passiva die niet tot de ‘core business’ van een gemeente horen. Als v ervolg daarop kan het noodzakelijk zijn keuzes te maken en ambities te beperken als het gaat om het investeringsprogramma. Voor vastgoedobjecten kan daarbij huur of lease een optie zijn.
106 Voor 2024 bedraagt de referentiewaarde - € 5,6 miljoen. Uit bovenstaande tabel blijkt dat de EMU-saldi in 2023, 2024 en 2025 niet binnen de gestelde referentiewaarden blijven. Dit heeft te maken met de geplande investeringen in die jaren. Specifieke voor de overschrijding in 2023 geldt dat deze wordt veroorzaakt doordat de restantkredieten over 2022 zijn overgeheveld naar 2023.
107 4.5. Paragraaf Bedrijfsvoering In onderstaande kaart staan de ambities voor de ambtelijke organisatie. De hierin opgenomen organisatiedoelen gebruiken we als indeling voor deze bedrijfsvoeringsparagraaf. Betrouwbaar en professioneel Doelmatigheidsonderzoek Jaarlijks doen we onderzoek naar de doelmatigheid van een bepaald product of proces. Het inwonerspanel is in 2023 onderwerp van onderzoek. Sinds 2018 hebben we een digitaal inwonerspanel. Daarin kunnen belangstellenden meedenken ove r onderwerpen die hen aangaan. Naar verwachting wordt dit onderzoek begin 2024 afgerond. Daarna wordt het proces van de aanschaf van voertuigen bij de buitendienst onderzocht, waarbij de vraag centraal staat hoe doelmatig en doeltreffend dit proces wordt u itgevoerd. Rechtmatigheidsverantwoording In de huidige situatie geeft de accountant in de controleverklaring een oordeel over de rechtmatigheid van het handelen van de gemeente. Deze verantwoordelijkheid ligt vanaf de verantwoording over 2023 bij het col lege en zal worden opgenomen in de jaarrekening. Het is een extra stimulans voor het college om ‘in control’ te zijn en hierover te rapporteren. Visie op control De accountant stelt vast dat gemeente Steenwijkerland inmiddels goed in control is. De afbake ningen in control (wie is waarvoor verantwoordelijk) kan wat ons betreft nog iets beter. In 2024 staat dit op de agenda.
108 Projectmatig werken We hebben laten onderzoeken wat de huidige situatie van programmatisch en projectmatig werken in onze organisatie is. Verbeteringen zijn mogelijk door meer uniformiteit in werken (methode, wie kan opdrachtgever zijn, administreren, sturing & voortgang) aan te brengen. De doorontwikkeling zelf wordt projectmatig aangepakt. Het (laten) stellen van prioriteiten in alles waaraan wordt gewerkt maakt er onderdeel van uit. Fraudebeheersing De komende jaren wordt er vanuit de accountantscontrole nadrukkelijker aandacht gegeven aan fraudepreventie. Ook is dit onderwerp inmiddels onderdeel van de controleverklaring van de accountant. Via diverse invalshoeken besteden wij continu aandacht aan fr audepreventie, zoals onder meer de verbetering van de risicobeoordeling via procescontroles en bewustzijnsacties onder medewerkers. Komend jaar wordt onder meer een frauderesponsplan opgesteld. Ook worden aanbevelingen opgepakt die voortvloeien uit de nog uit te voeren volwassenheidsscan Digitale Bestuurskracht die de accountant bij ons gaat uitvoeren. Communicatie In april hebben wij ‘De koers van communicatie’ vastgesteld. Daarbij gaat het om overheidscommunicatie; niet om elke interactie tussen mensen.
We zetten overheidscommunicatie in om uitleg te geven, om te luisteren naar wat onze inwoners zeggen en vinden, om te weten wat er leeft in de samenleving, om te werken aan het imago van onze gemeente en om onze zichtbaarheid te vergroten. Dat uitleg geven is niet alleen het ‘wat’ en ‘hoe’, maar vooral ook het ‘waarom’. In 2024 richten we ons op het updaten van ons social media beleid, het ‘buiten nog meer naar binnen halen’ door een verbeterde online monitoring en het investeren in de communicatieskills van onze organisatie. Wet open overheid De grootste verandering door de komst van de Wet open overheid (Woo) is de actieve openbaarmaking van informatie. In de wet staat welke informatie moet worden verstrekt zonder dat erom hoeft te worden gevraagd. I n 2024 ligt de focus op vergaderstukken van de raad, convenanten en afgehandelde Woo -verzoeken. Later - stapsgewijs en via een fasering die door de minister is aangegeven - volgen zaken als adviezen van adviescommissies, jaarplannen/-verslagen, organisatiegegevens en bepaalde onderzoeken. De hoeveelheid informatie die we op verzoek van een aanvrager – wat passieve informatieverstrekking heet – neemt enorm toe. Er is sprake van een verdubbeling van de hoeveelheid Woo-verzoeken en het zijn omvangrijkere aanvragen. De vraag is of deze stijging in 2024 voortzet.
Voor de invoering, uitvoering en monitoring van de Woo hebben wij geld ontvangen van het rijk. Dit geld is o.a. ingezet voor ambtelijke capaciteit in de vorm van een juridische Woo-(beleids)adviseur en een Woo-contactfunctionaris. Bezien moet worden of deze inzet in 2024 gezien de toename van de Woo-verzoeken toereikend is. Daarnaast optimaliseren we in 2024 de interne rolverdeling voor het behandelen van Woo-verzoeken verder. Informatievoorziening Om de informatie beter en eenvoudiger toegankelijk te maken, is het noodzakelijk om de (digitale) informatiehuishouding verder op orde te brengen. De actieve openbaarmaking is een forse operatie, waarbij alle gemeentelijke informatiesystemen en informatiest romen zijn betrokken. Ook moet veel informatie die op papier staat gedigitaliseerd worden. Het project om structuur aan te brengen in deze data, wordt in 2024 voortgezet. 109 Marktontwikkelingen ICT In de software -industrie is het onrustig. Er is sprake van o vername van partijen en verschuivingen van software tussen partijen. De investeringen om ontwikkelingen bij te houden zijn groot en gebeuren door deze partijen niet altijd en vanwege onzekerheden behouden ze het personeel niet. We merken dat partijen daardoor niet (meer) altijd het afgesproken resultaat behalen of niet eens (kunnen) reageren op uitvragen in de markt.