CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2024-2027 gemeente Steenwijkerland

Raadsvergadering 7 november 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Programmabegroting 2024-2027 gemeente Steenwijkerland34.532 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Voor 2024 was ingezet op een aantal maatregelen waaronder een fietsverbinding Gasthuisstraat (Steenwijk) en een fietsverbinding tussen Giethoorn en Steenwijk. Wij stellen voor om het bestedings plan op deze punten te wijzigen. De besluitvorming over de fietsverbinding Gasthuisstraat wordt doorge schoven naar 2025 (via de PPN 2024 -2028). Voor de fietsverbinding Giethoorn - Steenwijk vragen we u voor 2024 alleen een voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen . Ook hiervoor geldt dat de besluitvorming over de bijbehorende investering zal plaatsvinden bij de PPN 2024-2028. 2 Zie post 6.12 in het bestedingsplan op p. 124 en 125 in de PPN 2023-2027.

35 Project Coalitieakkoord: Museum Steenwijk De plannen voor de realisatie van het museum worden gewijzigd. De onderhandelingen over de beoogde locatie aan de Gasthuisstraat hebben niet het gewenste resultaat. De afgelopen jaren is met veel inzet en passie met partijen ingezet op het nieuwe museum. Energie en draagvlak willen we vasthouden door de Spijkervetstallen te ontwikkelen als museum voor onze collecties van Hildo Krop , het Stadsmuseum en het voormalige K ermis- en Circusmuseum. Parallel daaraan zetten we in op de ontwikkeling van de panden aan de Markt zuidzijde met bibliotheek, Galerie en werkplekken voor de museumorganisatie . Voor het uitwerken van de nieuwe plannen vragen wij u om een bedrag van € 277.000 aan voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen. Dat bedrag is (per saldo) opgenomen in het bestedingsplan in hoofdstuk 3.5.

36

37 2.8. Bestuursprogramma ‘Financiën en dienstverlening’ Financieel Beleid Het financieel beleid van de afgelopen jaren continueren we. De volgende drie uitgangspunten hanteren we daarbij: AMBITIE FINANCIEN: - Sluitende meerjarenbegroting. - Voldoende weerstandsvermogen. - Gematigde ontwikkeling lokale lasten. GLOBAL GOALS (o.a.): Een sluitende begroting voor alle jaren is het uitgangspunt. Dit houdt in dat de structurele uitgaven en inkomsten in evenwicht zijn. Dat lukt niet voor de jaren 2026 en 2027 omdat we, net als alle andere gemeente, worden geconfronteerd met fors lagere inkomsten van het Rijk vanaf 2026. We kiezen ervoor om te blijven investeren, omdat we erop vertrouwen dat het Rijk gemeenten op enig moment financieel compenseert of een andere keuze maakt, bijvoorbeeld het uitbreiden van het lokale belastingge bied. De keuze om te blijven investeren (en niet te gaan bezuinigen) is in lijn met het VNG -begrotingsadvies 2024-2027 van juli 2023. De VNG adviseert om voor 2024 en 2025 een sluitende begroting te presenteren en de lasten in de meerjarenramingen voor 202 6 realistisch in beeld te brengen. De VNG schrijft daarover: Baseer deze op het huidige takenpakket, de noodzakelijke investeringen, de inflatie, de stijgende rente, de ambities uit uw coalitieakkoord en geschatte mee - en tegenvallers.

Naar verwachting zul len de meerjarenramingen 2026 en 2027 dan duidelijk tekorten aangeven. Qua gemeentelijke woonlasten is ons uitgangspunt dat we tot de 25% gemeenten van Nederland met de laagste lasten blijven behoren. Dienstverlening Bij het aansluiten bij de leefwereld van inwoners en ondernemers speelt de gemeentelijke dienstverlening en communicatie een cruciale rol. De volgende drie uitgangspunten voor de dienstverlening hanteren we: AMBITIE DIENSTVERLENING: - Aansluiten bij de behoefte en beleving van de inwoner of ondernemer. - Open en transparant met elkaar omgaan op basis van vertrouwen. - Snel en simpel waar het kan, persoonlijk waar het hoort. GLOBAL GOALS (o.a.)

38 We sluiten in onze dienstverlening aan bij de behoefte en beleving van de inwoner of ondernemer. Dat betekent - ook in het licht van de Global Goals - dat we ons inzetten voor een toegankelijke en inclusieve dienstverlening. Het Atrium is daarvan een goed voorbeeld. Aansluiting bij de behoeften van inwoners en ondernemers betekent voor ons ook de zorg voor goed toegankelijke stemlokalen, het versterken van een dienstverlenende en lerende houding door tevredenheidonderzoeken en inwoners proactief informeren in begrijpelijke taal. En tot slot hoort hier ook een goede digitale toegang tot informatie toe. Bij het verbeteren van onze dienstverlening voeren we ons project Duidelijke Taal uit, dat erop gericht is brieven en formulieren te versimpelen en het (taa l) bewustzijn van medewerkers te verbeteren. Daarnaast kijken we ook naar de mogelijkheden die AI (kunstmatige intelligentie) voor onze dienstverlening kan bieden en nemen we de mogelijke inzet van ‘live chat/chatbot’ als extra dienstverleningsoptie mee. Hoe gaan we dat doen? Doel Verantwoord omgaan met financiële middelen Beoogd resultaat Een sluitende begroting voor alle jaren is het uitgangspunt. Dit houdt in dat de structurele uitgaven en inkomsten in evenwicht zijn. Acties 2024 Via alle mogelijke (bestuurlijke) kanalen, ook in regioverband, aandacht vragen voor de financiële problemen vanaf 2026.

Doel Voldoende weerstandsvermogen Beoogd resultaat Om financiële tegenvallers op te kunnen vangen is voldoende weerstandsvermogen nodig. Bij een waarde van de weerstandsratio (het kengetal hiervoor) van minimaal 1 is daar sprake van (waarde in begroting 2023: 5,3). Acties 2024 Bij een weerstandsratio < 1 treffen we indien nodig maatregelen. Doel Lokale (woon)lasten relatief laag Beoogd resultaat Behoren tot de top 25% gemeenten van Nederland met de laagste lasten. Steenwijkerland staat 9e van de 342 gemeenten (COELO-atlas 2023). Acties 2024 Geen bovengemiddelde stijgingen van de tarieven OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Doel Gemeentelijke dienstverlening sluit aan bij de behoefte Beoogd resultaat Rapportcijfer voor klanttevredenheid minimaal een 7,5. Acties 2024 • Uitkomsten monitoring klantcontacten (telefonie, balie, online diensten, vergunningverlening/ruimtelijke ordening, terugbelverzoeken) en het websitegebruik worden gebruikt voor betere dienstverlening. • We onderzoeken de mogelijkheden voor toekomstgerichte software die onze dienstverlening (beter) ondersteunt • We brengen minimaal 1 klantreis (de route die een klant aflegt als deze een product of dienst koopt ) voor een bepaald product in kaart om gericht een dienst te verbeteren.

39 Doel Onze communicatie is actief, omgevingsgericht en in duidelijke taal Beoogd resultaat Steeds meer brieven, formulieren en teksten zijn in eenvoudig Nederlands geschreven (‘B1-niveau’). Acties 2024 • Uitvoering project Duidelijke Taal, waarbij ook tenminste 3 keer per jaar ons Testpanel wordt ingezet • Uitvoeren onafhankelijke audit op toegankelijkheid van onze website. • Uitvoeren social media scans om te weten wat er leeft en speelt bij inwoners en samenleving (omgevingsanalyse). Wat mag het kosten? Hieronder treft u het bestedingsplan aan voor het bestuursprogramma ‘Financiën en dienstverlening’. In hoofdstuk 3.5 is het volledig bestedingsplan opgenomen voor alle bestuursprogramma’s. De bijbehorende toelichtingen treft u aan in hoofdstuk 6.2 van de PPN 2023-2027. Na het verschijnen van de PPN heeft zich een aantal financiële ontwikkelingen voorgedaan die zijn verwerkt in voorliggende begroting:

40 Het merendeel van bovenstaande mutaties betreft correcties op eerder gemaakte berekeningen die destijds zijn gemaakt bij het opstellen van de PPN 2023 -2027. De posten ‘toeristenbelasting’ en ‘loonkosten raad en B&W’ zijn toegelicht in de Najaarsnota 2023 -2027. Daarin staat vermeld dat de extra geraamde inkomsten voor de toeristenbelasting het resultaat zijn van intensievere controles op de aangifte van (water-) en toeristenbelasting die in 2023 zijn uitgevoerd. De bedragen voor de loonkosten van raad en B&W zijn berekend op basis van informatie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ( BZK) over de loonkostenontwikkeling van politieke ambtsdragers

41 2.9. Projecten Coalitieakkoord In de PPN 2023 -2027 is op p. 112 onderstaande tabe l opgenomen met daarin de financiële gevolgen – voor zover nu bekend – van vier grote projecten uit het Coalitieakkoord. In de PPN zijn de verschillende projecten nader toegelicht. Na het verschijnen van de PPN heeft zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan met betrekking tot het project Museum Steenwijk , waardoor de plannen voor de realisatie van het museum worden gewijzigd (zie toelichting onder het bestuursprogramma Leefbare steden en kernen in paragraaf 2.7). Het bestedingsplan dat in hoofdstuk 3.5 is opgenomen, hebben we hierop aangepast.

42 3. Financiële positie 3.1. Inleiding In dit hoofdstuk presenteren we het financieel meerjarenbeeld en gaan we nader in op de achtergronden ervan. Ook laten we u de scores op een aantal financiële kengetallen zien om u daarmee nader te informeren over onze financiële positie. Bij de behandeling van de PPN 2023-2027 op 4 juli 2023 heeft u ingestemd met de kaders voor de samenstelling van deze programmabegroting. In hoofdstuk 3.4 zijn deze uitgangspunten nogmaals weergegeven. In dit hoofdstuk geven we u tevens inzicht in de ontwikkeling van onze reserves en voorzieningen. 3.2. Meerjarenbeeld In onderstaande tabel is het financieel meerjarenbeeld gepresenteerd. Verderop in dit hoofdstuk zijn alle posten afzonderlijk toegelicht. 3.2.1. Problematiek niet-taakgebonden korting rijk In de PPN 2024 -2027 hebben we een financieel perspectief gepresenteerd dat grillig is , i n 2024 en 2025 ruime overschotten en in 2026 en 2027 forse tekorten. Dit beeld zien we ook terug in voorliggende begroting. Steenwijkerland is daarin niet uniek, de meeste gemeenten zullen een vergelijkbaar beeld presenteren in de begroting voor 2024-2027. Net als wij volgen veel gemeenten het begrotingsadvies dat de VNG heeft uitgebracht 3. De VNG adviseert de nadelige financiële gevolgen van het kabinetsbeleid zichtbaar op te nemen in de meerjarenramingen 2026 en 2027.

Daarnaast is het advies om, als de opbouw van de begroting dit toelaat, in een financiële toelichting onder het kopje ‘Problematiek niet -taakgebonden kortingen rijk’ een overzicht te geven van keuzes die in dit kader gemaakt of overwogen worden. In de PPN lieten we zien dat als het rijk gemeenten niet had gekort (€ -3 miljard in 2026 en € -4,7 miljard in 2027) , we een sluitend meerjarenperspectief hadden gepresenteerd. Dat geldt nog steeds. Zonder ‘financieel’ ravijn was voorliggende begroting sluitend geweest voor alle begrotingsjaren. 3 ‘Begrotingsadvies 2024-2027’ van 14 juli 2023, brief van de VNG aan alle gemeenten (leden van college en gemeenteraad).

43 We vertrouwen erop dat het rijk op enig moment zal besluiten tot een substantieel bedrag aan structurele compensatie. De demissionaire status van het huidige kabinet maakt dat daar op korte termijn geen duidelijkheid over zal komen en we eerst de plannen van een nieuw te vormen kabinet moeten afwachten. Desondanks vinden we het verantwoord om nu geen maatregelen (zoals bezuinigen of het extra verhogen van de OZB) te treffen om het financieel probleem dat door het rijk is veroorzaakt zelf als gemeente op te lossen. 3.2.2. ‘Dashboard’ met financiële kengetallen Een deugdelijke en transparante begroting is in het belang van een goede controle door de raad op de financiële positie van onze geme ente. Dat gaat verder dan het meerjarig saldo van de begroting zoals dat in de vorige paragraaf is gepresenteerd. Financiële kengetallen helpen daarbij. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans. De kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel financiële ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of op te vangen. Ze geven dus inzicht in de financiële weerbaar - en wendbaarheid. Naast een aantal verpli chte kengetallen kennen we sinds vorig jaar een nieuw ‘eigen’ kengetal, de weerstandsratio4.

De weerstandsratio is een hulpmiddel waarbij de beschikbare weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’ s die we lopen. Het zegt iets over het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Alle kengetallen treft u aan in hoofdstuk 4.2.5, inclusief een nadere toelichting. Hieronder wordt een totaaloverzicht gegeven dat kan dienen als ‘dashboard’ om te bepalen of we financieel gezien ‘op koers’ liggen. De gezamenlijke provinciale toezichthouders en het Rijk hebben signaleringswaarden opgesteld voor de verplichte kengetallen. Zij hebben gekozen voor een indeling in drie categorieën, waarbij kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en C het meest risicovol. In onderstaande tabel zijn de signaleringswaarden opgenomen. De scores op de kengetallen moeten in samenhang worden bekeken. Voor de financieel toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Het helpt bij het verkrijgen van een completer inzicht in de financiële situatie 4 Bij de vaststelling van de ‘Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019’ is afgesproken dat de signaleringswaarde voor d e weerstandsratio minimaal 1,0 is.

44 van een gemeente, ook voor raad sleden. De waarden worden niet gebruikt als norm bij het beoordelen van het materieel evenwicht van de meerjarenbegroting. Hieronder zijn de ‘scores’ voor 2024 tot en met 2027 opgenomen: Toelichting: - De netto schuldquote stijgt als gevolg van de nog te realiseren investeringen o p basis van het bestedingsplan in deze begroting en de bijbehorende kredieten. - De scores op solvabiliteitsratio staan onder druk door een relatief hoog investeringsvolume. Meerjarig zien we een sterke daling van de score op di t kengetal. De belangrijkste oorzaken zijn het investeringsvolume voor komende jaren en de begrotingstekorten die vanaf 2026 zijn gepresenteerd. Indien het volgend kabinet besluit om het ‘financieel ravijn’ vanaf 2026 te compenseren, dan ontstaat een ander beeld. Over de hele linie zien we dan dat de scores zich bewegen rond de 20%. - De forse begrotingstekorten in 2026 en 2027 zien we ook terug in bovenstaand overzicht. De structurele exploitatieruimte is voor die jaren negatief. - Voor 2024 is de score op de weerstandsratio 4,6. In de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2023’ die onlangs aan u is aangeboden stellen we voor de normering van de hoogte van de ‘Algemene Reserve – vaste buffer aan te passen’ (zie toelichting in paragraaf 3.8.1).

Indien we de nieuwe no rmering hadden toegepast in voorliggende begroting dan was de score op de weerstandsratio uitgekomen op 3,4, nog ruim boven de 2 en daarmee ‘in het groen’. 3.3. Uitgaven en inkomsten per programma In onderstaande tabellen en cirkeldiagram presenteren we de budgetten per bestuursprogramma voor zowel de inkomsten als de uitgaven over 2024. Er is geen rekening gehouden met de mutaties in de reserves.

45 Grafisch weergegeven ziet de verdeling van de inkomsten er als volgt uit: Uit het overzicht blijkt dat het grootste gedeelte van de inkomsten betrekking heeft op het programma ‘Financiën en dienstverlening’. Dit heeft vooral te maken met de inkomsten van het Rijk via de algemene uitkering van het gemeentefonds en de gemeentelijke belastingen. Grafisch weergegeven ziet de verdeling van de uitgaven er als volgt uit:

46 De gemeente geeft het meeste geld uit binnen het bestuursprogramma Samenredzaam, het sociaal domein. Voorbeelden zijn het verstrekken van uitkeringen in het k ader van de Participatiewet, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), de Jeugdzorg en de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). 3.4. Uitgangspunten programmabegroting Bij de raadsbehandeling van de PPN 2023-2027 heeft u ingestemd met het hanteren van de volgende uitganspunten voor de samenstelling van de Programmabegroting 2024-2027: Deze uitgangspunten, of kaders, zijn gehanteerd in voorliggende begroting. 3.5. Bestedingsplan 2024-2027 Deze begroting volgt op de PPN 2023-2027 die op 4 juli 2023 met u is besproken. Uw raad heeft toen kennis genomen van het bestedingsplan 2024 -2027 dat hieronder in ongewijzigde vorm is gepresenteerd. De wijzigingen op het bestedingsplan die in hoofdstuk 2 onder de verschillende bestuursprogramma’s zijn toegeli cht, treft u verderop in een afzonderlijke tabel aan.

47

48

49 3.5.1. Wijzigingen bestedingsplan 2024-2027 Het oorspronkelijk bestedingsplan in de PPN is op een aantal punten gewijzigd. Dit is toegelicht in hoofdstuk 2 onder de verschillende bestuursprogramma’s. De wijzigen zijn hieronder in een aparte tabel gepresenteerd. Het oorspronkelijk bestedingsplan en de wijzigingen daarop vormen samen het definitief bestedingsplan dat wij aan u voorleggen ter instemming. Met het bestedingsplan is in totaal een krediet gemoeid van afgerond € 33 miljoen.

50 Het bestedingsplan is integraal overgenomen in deze programmabegroting. Dat betekent dat de incidentele en de structurele lasten van het totale bestedingsplan zijn verwerkt in de programmabegroting. 3.6. Financiële ontwikkelingen Nadat de PPN 2023-2027 in het voorjaar door uw raad is vastgesteld, heeft zich een aantal financiële ontwikkelingen voorgedaan die in deze paragraaf afzonderlijk zijn toegelicht. 3.6.1. Financiële ontwikkelingen Gemeentefonds We ontvangen de komende jaren naar verwachting meer geld uit het gemeentefonds. De financiële gevolgen zijn hieronder in beeld gebracht. Informatienota 27 juni 2023 (meicirculaire gemeentefonds 2023 en Buigbudget) Op 27 juni 2023 bent u geïnformeerd over de financiële gevolgen van de meicirculaire 2023 van het gemeentefonds en het ‘nader voorlopig Buigbudget’. Zoals gebruikelijk hebben we deze informatie verwerkt in de begroting. 3.6.2. Raadsbesluiten In de PPN 2023-2027 zijn alle raadsbesluiten verwerkt tot en met de vergadering van 25 april 2023. In onderstaande tabel zijn de raadsbesluiten opgenomen die betrekking hebben op de periode tot en met 19 september 2023. In de PPN 2023-2027 is al aangekondigd dat extra structurele bijdragen noodzakelijk zijn voor de GGD IJsselland, de Veiligheidsregio IJsselland en de Omgevingsdienst IJsselland voor in totaal € 541.000. 3.6.3.

Financiële ontwikkelingen na de PPN 2023-2027 Na het verschijnen van de PPN 202 3-2027 heeft zich een aantal wijzigingen voorgedaan met financiële gevolgen voor onze gemeente. In onderstaande tabel zijn de wijzigingen toegelicht. Het totaal van alle gepresenteerde

51 mutaties is opgenomen in het meerjarenbeeld ( paragraaf 3.2). De afzonderlijke posten zijn toegelicht in hoofdstuk 2 binnen de bestuursprogramma’s Samenredzaam, Vitaal Platteland en Financiën en dienstverlening. 3.6.4. Structurele doorwerking mutaties Najaarsnota 2023 In voorliggende programmabegroting zijn de mutaties 2023 verwerkt, voor zover deze een structurele doorwerking naar 2024 en latere jaren hebben.

52 Voor een toelichting op de gepresenteerde mutaties verwijzen wij u naar de Najaarsnota 2023. 3.6.5. Restantkredieten Jaarlijks stelt u krediet beschikbaar om projecten uit te kunnen voeren. Als een project is afgerond en er minder krediet nodig bleek te zijn dan beschikbaar was, dan kan het restantkrediet komen te vervallen. Daarnaast kunnen projecten om verschillende redenen niet worden uitgevoer d. Ook in die gevallen kunnen de restantkredieten vrijvallen. Daarbij maken we onderscheid tussen kredieten die ten laste van de Algemene Reserve – vrij besteedbaar zijn gebracht en kredieten waar dat niet voor geldt. In het eerste geval vloeien de restantkredieten terug naar deze reserve. In het tweede geval kunnen de bijbehorende (structurele) kapitaallasten komen te vervallen. In het afgelopen begrotingsproces hebben we in beeld geb racht of kredieten konden vrijvallen. In onderstaande tabel treft u de daarvan de uitkomsten aan.

53 De projecten ‘Canneveltstraat’, ‘Aanpassing kruising Gasthuisdijk/De Klosse 2021’ en ‘Aanleg parkeerplaatsen Oostermeenthe’ zijn inmiddels afgerond, waardoor deze nog openstaande kredieten kunnen komen te vervallen. Voor de overige posten geldt dat het geld om verschillende redenen niet meer benodigd is en het krediet dus kan terugvloeien naar de Algemene Reserve – vrij besteedbaar. 3.6.6. Vervangingsinvesteringen Zoals gebruikelijk zijn de meerjarige vervangingsinvesteringenplannen geactualiseerd. In voorliggende programmabegroting zijn op basis van deze plannen voor de jaren 202 4 en volgende de kapitaallasten van de geplande investe ringen gereserveerd. Wij verwijzen u naar bijlage 1 van deze begroting. Het betreffen de vervangingsinvesteringen voor: - Tractie; - ICT; - Begraafplaatsen; - Huishoudelijke dienst. De kapitaallasten voortvloeiende uit de v ervangingsinvesteringen kunnen volledig worden gedekt uit de gereserveerde vrijvallende kapitaallasten. Voor 2024 stellen wij voor de volgende kredieten beschikbaar te stellen:

54 3.7. Overhead In het Besluit begroting en verantwoording (BBV) is voorgeschreven dat de programmabegroting een apart overzicht bevat met de kosten van de overhead. Hiermee krijgt uw raad op een eenvoudige wijze inzicht in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie. Om te kunnen vaststellen welke kosten verband houden met de sturing en ondersteuning van het primaire proces en zodoende gerekend kunnen worden tot de overhead, wordt de volgende definitie gehanteerd: A lle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De kosten van sturing en ondersteuning van de directe medewerkers (overhead) bestaan in ieder geval uit: - Loonkosten (onder meer: financiën, personeel en organisatie, inkoop, juridische zaken, leidinggevenden, - Bestuurszaken en bestuursondersteuning; - ICT kosten; - Huisvesting en facilitaire zaken; - Uitbestedingskosten bedrijfsvoering; - Overige materiële kosten (waaronder tractie, gereedschappen, kantoorbenodigdheden). Met deze defi nitie wordt een eenduidig inzicht geboden in de kosten die direct zijn toe te rekenen aan bepaalde taakvelden. In de praktijk zijn dit veelal loonkosten die direct zijn toe te rekenen tot bepaalde activiteiten binnen een van de bestuursprogramma’s.

Die kos ten zijn dan ook opgenomen onder het desbetreffende programma en niet betrokken bij de berekening van het bedrag aan overhead. In het BBV is één uitzondering gemaakt op het verplicht centraal begroten en verantwoorden van overhead. Dit betreft de toereke ning van overhead aan de grondexploitaties en de investeringen (prestatiecontract). Deze uitzondering is gemaakt omdat het niet toerekenen van overhead aan dergelijke investeringen zou leiden tot een begrotingstekort. Voor de gemeente Steenwijkerland wordt rekening gehouden met een bedrag van ruim € 0,3 miljoen in 2024. Zoals uit onderstaande tabel blijkt, bedragen de kosten voor overhead in totaal € 20,8 miljoen in 2024. Uitgedrukt in een percentage van de totale exploitatielasten, vóór mutaties in de re serves, bedraagt de overhead 13%. Ter illustratie: In de Programmabegroting 2023 -2026 is voor het begrotingsjaar 2023 een percentage opgenomen van 12%.

55 3.8. Reserves en voorzieningen Per ultimo 2024 bedraagt de vermogenspositie naar verwachting € 28,6 miljoen (excl. voorzieningen). Het meerjarig verloop van de reserves en voorzieningen is opgenomen in bijlage 4. 3.8.1. Verloop algemene en bestemmingsreserves Onlangs hebben wij de nieuwe ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2023’ aan u aangeboden. De nieuwe nota moet eerst door u worden vastgesteld voordat we wijzigingen kunnen doorvoeren in de begroting. Zo zijn we in voorliggende begroting uitgegaan van de bestaande normering voor de minimale hoogte van ‘Algemene reserve vaste buffer’ op basis van de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2017’ (zie toelichting verderop in deze paragraaf). Het BBV onderscheidt de volgende reserves: a. algemene reserve(s); b. de bestemmingsreserves. In onderstaande toelichting wordt nader ingegaan op een aantal algemene en bestemmingsreserves. Algemene reserves Algemene reserve vaste buffer In de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2017’ is vastgelegd dat de norm voor de Algemene reserve vaste buffer 15% van de som van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de opbrengst onroerende-zaakbelastingen (OZB) bedraagt. Om veelvuldige toevoegingen en onttrekkingen aan genoemde reserve te voorkomen als gevolg van fluctuaties in de alge mene uitkering en de opbrengst OZB geldt een marge naar boven en beneden van 5%.

Afwijking van de bandbreedte is maximaal 3 jaar toegestaan. De Algemene reserve vaste buffer bedraagt ultimo 2023 € 15.692.000. Dit bedrag is lager dan de gestelde norm van € 16.847.000. Voorstel is om deze reserve weer op het niveau van 15% te brengen. We stellen voor om een bedrag van € 1.155.000 ten laste te brengen van het begrotingssaldo 2024.

56 Algemene reserve vrij besteedbaar We stellen voor om in zowel 2024 als 2025 een bedrag van € 2.000.000 te storten in de ‘Algemene reserve vrij besteedbaar’ en deze bedragen te laste te brengen van de begrotingssaldi voor 2024 en 2025. Hiermee willen we onze reservepositie voor de nabije toekomst verbeteren. De Algemene reserve vrij besteedbaar bedraagt per ultimo 2027 € 4,8 miljoen. Bestemmingsreserves Het overzicht met bestemmingsreserves treft u aan in bijlage 4. Ultimo 2024 kennen we drie bestemmingsreserves: De ‘Reserve koppengeld’, de ‘Reserve startersleningen’ en de ‘Reserve volkshuisvesting’. Met deze drie bestemmingsreserves is in totaal een bedrag gemoeid van € € 9,5 miljoen. 3.8.2. Verloop voorzieningen Voorzieningen worden onder meer gevormd wegens: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs is in te schatten; b. op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten; c. kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsja ar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.

Evenals bij de reserves treft u onderstaand ook een toelichting aan op de meest in het oog springende voorzieningen.

57 Voorziening groot onderhoud wegen De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed heeft op de hoogte van de voorziening wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Voorziening onderhoud speelvoorzieningen De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed op de hoogte van de voorziening heeft wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Voorziening Algemeen Maatschappelijk Vastgoed De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed op de hoogte van de voorziening heeft wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Egalisatievoorziening reiniging De exploitatiesaldi worden ten gunste of ten laste van de egalisatievoorziening reiniging gebracht. Er vindt in 2024 een onttrekking van € € 327.000 aan de voorziening plaats. In paragraaf 4.1.7. Afvalstoffenheffing wordt een nadere toelichting gegeven. Voorziening riolering (exploitatie) De exploitatiesaldi worden ten gunste of ten laste van de egalisatievoorziening riolering (exploi tatie) gebracht.

Er vindt in 2024 een onttrekking van € € 514.000 aan de voorziening plaats. In paragraaf 4.1.8. Rioolheffing wordt een nadere toelichting gegeven. Voorziening overdracht wethouderspensioenen Op grond van de wet APPA (algemene pensioenwet politieke ambtsdragers) is de gemeente verplicht om een voorziening te treffen voor wethouders om hen in staat te stellen hun pensioen over te dragen aan een pensioeninstelling. Indien dit gebeurt is een eenmalige afkoopsom benodigd. Op dit moment is de gemeente voor de bestuurders die hieraan niet de voorkeur geven, na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, verplicht pensioen uit te betalen. Het gereserveerde bedrag gaat vervolgens over naar de voorziening te betalen pensioen voormalige bestuurders. Per 1 januari 2024 bedraagt het saldo € 1,5 miljoen. Voorziening te betalen pensioenen voormalig bestuurders Voor voormalig bestuurders, die vanaf 2015 pensioenrechten hebben, dienen de te betalen pensioenen volledig uit een voorziening bekostigd te worden. Indien een voormalig bestuurder op enig moment recht he eft op pensioen bestaat er geen mogelijkheid voor hem/haar om het pensioen over te dragen aan een pensioenfonds en wordt het gereserveerde be drag in de vorige voorziening ( voorziening overdracht wethouderspensioenen ) overgeheveld naar deze voorziening om aan de verplichtingen te kunnen voldoen.

E lk jaar wordt de omvang van deze voorziening geactualiseerd. 58 3.9. Overzicht totale programmabegroting In onderstaand overzicht is het financieel resultaat weergegeven voor de komende jaren waarbij de baten en lasten zijn uitgesplitst per bestuursprogramma.

59 3.10. Overzicht algemene dekkingsmiddelen Onderstaand overzicht biedt inzicht in de samenstelling van de algemene dekkingsmiddelen, inclusief de verplichte taakvelden voor overhead en onvoorzien.

60 4. Specifieke paragrafen 4.1. Paragraaf Lokale heffingen 4.1.1. Inleiding De gemeente heeft voor het goed kunnen uitvoeren van haar taken geld nodig. Een groot deel van dit geld wordt ontvangen van de rijksoverheid via de zogenaamde ‘Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds’. Dit ‘Haagse’ geld is echter onvoldoende om alle taken te kunnen uitvoeren. Daarom maakt de gemeente gebruik van haar bevoegdheid om inkomsten te verkrijgen via burgers, bedrijven e n bezoekers. Dit gebeurt met behulp van onder meer lokale belastingen en heffingen. In 2024 verwacht de gemeente Steenwijkerland in totaal een bedrag van € 142 miljoen5 aan inkomsten te ontvangen (gemeentelijke belastingen en heffingen en rijksuitkeringe n). In onderstaande grafiek is aangegeven welk deel uit ‘Den Haag’ komt en welk deel uit ‘Steenwijkerland’. De grafiek laat zien dat de lokale belastingen en heffingen een wezenlijk onderdeel vormen van de gemeentelijke inkomsten. In deze paragraaf wordt daarom stilgestaan bij de diverse aspecten die samengaan met dit onderwerp. Zo worden de uitgangspunten benoemd, die de gemeente hanteert bij het vaststellen van de tarieven voor inwoners en ondernemers. Ook tonen we met behulp van tabellen de ontwik keling van de gemeentelijke belastingopbrengsten. Tenslotte laten we zien hoe ‘duur ’ Steenwijkerland is ten opzichte van omliggende en vergelijkbare gemeenten. 4.1.2.

Belastingen en heffingen De gemeentelijke belastingen die in 2024 in de gemeente Steenwijkerland worden geheven zijn: - OZB; - Toeristenbelasting; - Forensenbelasting. Naast belastingen rekent de gemeente heffingen. Dit zijn kosten voor individuele dienstverlening aan burgers en ondernemers. Voor de tarieven van deze heffingen geldt dat de opbrengsten de kosten van de dienstverlening op 55 € 22,5 miljoen aan gemeentelijke belastingen en heffingen en € 119,6 miljoen aan rijksuitkeringen.

61 begrotingsbasis niet mogen overschrijden. De gemeentelijke heffingen die in 202 4 in de gemeente Steenwijkerland worden geheven zijn: - Rioolheffing; - Afvalstoffenheffing; - Begraafrechten; - Vermakelijkhedenretributie; - Overige rechten. 4.1.3. Uitgangspunten Uw raad stelt de tarieven vast voor de lokale belastingen en heffingen. Ons uitgangspunt is dat we blijven behoren tot de top 25% gemeenten van Nederland met de laagste lokale lasten. We willen daarom geen bovengemiddelde stijgingen doorvoeren in de tarieven voor de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Voor de Afvalsto ffenheffing en de Rioolheffing worden wijzigingen in de kosten verhaald door de betreffende tarieven d aarop aan te passen (gesloten huishouding). Om grote tariefschommelingen te voorkomen, wordt gebruik gemaakt van de voorziening Reiniging en de voorziening Riolering. 4.1.4. Overzicht belastingopbrengsten De totale opbrengst voor belastingen en heffingen in 202 4 bedraagt € 22,5 miljoen. Dit bedrag is als volgt gespecificeerd:

62 In onderstaande cirkeldiagram is het aandeel van de belastingsoorten en verschillende heffingen in het totaal van de gemeentelijke belastingen in beeld gebracht. 4.1.5. Lokale belastingdruk Onze inwoners en ondernemers gaan in 2024 gemiddeld 2,1% meer aan lokale lasten betalen. De ontwikkeling van de lokale belastingdruk ziet er als volgt uit: Bij de OZB is uitgegaan van een WOZ -waarde van € 293.000 (waardepeildatum 1 -1-2022). Geen rekening is gehouden met de effecten van de hertaxatie met waardepeildatum 1 -1-2023. Op basis van de laatste COELO6 atlas is de gemeente Steenwijkerland op de ranglijst van gemeenten met de laagste lokale lasten gestegen (2022: 15e plaats en 2023: 9e plaats). In de atlas staan alle gemeenten vermeld dus ook de ons omringende gemeenten. Ook zijn de gemiddelde woonlasten van de provincie Overijssel en Nederland in beeld gebracht. 6 Atlas van de lokale lasten 2023 (COELO). De atlas wordt jaarlijks door het Centrum voor Onderzoek van de Economie voor Lagere Overheden (COELO) uitgegeven. Het COELO berekent de lokale lasten voor de burger op basis van de door gemeenten aangeleverde informatie.

63 4.1.6. Onroerende-zaakbelastingen De wettelijke kaders van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) zijn neergelegd in de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet en de Wet Waardering Onroerende zaken (Wet WOZ). Voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken kunnen twee belastingen geheven worden: een eigenaren- en een gebruikersbelasting. De hoogte van de OZB is afhankelijk van de in het kader van de Wet WOZ aan de onroere nde zaak toegekende waarde. Het tarief is een percentage van deze waarde. Er kunnen verschillende tarieven vastgesteld worden voor woningen en niet-woningen. Binnen deze groepen mag niet verder gedifferentieerd worden. Voor alle woningen en alle niet - woningen gelden dus dezelfde tarieven. Hiernaast kunnen verschillende tarieven vastgesteld worden voor de eigenarenbelastingen en de gebruikersbelasting. Op dit ogenblik wordt hard gewerkt aan de hertaxatie van het WOZ -bestand met waardepeildatum 1 -1-2023. In december 2023 worden nadere voorstellen aan uw raad gepresenteerd over de tarieven voor 202 4. Uitgangspunt daarbij is een gelijkblijvende opbrengst. Een stijging van de waarde van het totale woningbestand zal dan leiden tot een gelijke daling van de tarieven en omgekeerd. 4.1.7.

Afvalstoffenheffing Ontwikkeling baten en lasten 2024 Voor 2024 zijn de uitgaven voor afval verhoogd met 2,4% conform het prijsindexcijfer dat wij hanteren voor de uitgaven. Hiervan is afgeweken voor zover de ROVA bij de gemeente andere tarieven in rekening brengt. De structurele gevolgen van het grondstoffenplan zijn in de begroting verwerkt. Zoals uit onderstaande tabel kan worden afgeleid, stijgt het gemiddelde tarief per aansluiting in 2024 van € 216,11 naar € 219,69 (1,7%). Het dekkingspercentage dat staat vermeld in de tabel is met 74,7% relatief laag. Oorzaak is dat in de berekening van dit dekkingspercentage rekening is gehouden met de compensabele BTW, terwijl deze BTW niet in rekening wordt gebracht bij de inwoners. De overhead is becijferd op 13% (toegelicht in hoofdstuk 3.7).

64 Afvalstoffenheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een woning. Het vaste tarief stijgt met € 3,58. Het tarief per zak en per lediging blijven ongewijzigd op € 1,55. Per saldo is er sprake van een gemiddelde stijging met 1,7%. De belangrijkste ontwikkelingen zijn als volgt: Oud papier Aan de uitgavenkant zijn de uitgaven in vergelijking met vorig jaar € 17.000 hoger. Dit is conform het voorstel over oud papier wat eerder in 2023 in de raad is behandeld. Voor wat betreft de inkomstenkant houden we nu rekening met € 116.000 aan inkomsten, terwijl we vorig jaar hebben gerekend met € 255.000, een nadeel derhalve van € 139.000. Dit komt door de ontwikkeling van de oud papier prijzen vanaf september 2022. De oud papier prijs heeft vanaf dat moment een scherpe daling laten zien. We baseren ons nu op de laatst bekende oud papier prijzen. ROVA-index De ROVA past voor 2024 de ROVA index toe voor een tariefstijging met 3,66%. Bovendien is er sprake van een extra Co2 heffing doordat de fabriek voor de verwerking van restafval in Duitsland staat en we vallen onder Duitse wetgeving. Dit gaat om circa € 40.000.

65 Nedvang vergoedingen (PMD) Voor 2023 hadden we gerekend met € 400.000 aan inkomsten. Dat was op basis van een vergoeding van € 218 per ton. Inmiddels is er een conceptovereenkomst voor de vergoeding van Nedvang per ton over 2023. Deze vergoeding is € 245 per ton. Voor 2024 willen we uitgaan van 2.350 ton afval x € 225 (vergoeding) x 85% (na correctie uitval) = € 450.000. De onderhandelingen met Nedvang blijven echter moeizaam gaan en v oor 2024 en verder zijn nog geen afspraken gemaakt. Vandaar dat de ROVA ons adviseert hier terughoudend mee om te gaan. Ontwikkeling egalisatievoorziening Reiniging In de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2017’ staat vermeld dat de egalisatievoorziening Reiniging een bovengrens kent van 10% van de jaarlijkse inkomsten, waarbij wel wordt gekeken naar de komende 4 jaar. De voorziening mag niet negatief staan. De bovengrens bedraagt 10% en is daarmee € 435.000. De komende jaren zal de voorziening verder worden afgebouwd, waardoor we naar verwachting in 2027 weer binnen de gestelde grenzen bewegen. De egalisatievoorziening is ingesteld om jaarlijkse mee - en tegenvallers van het huishoudelijk afval op te vangen. De verwachte stand bedraagt per 1-1-24 € 1,7 miljoen. Dit is hoger dan de norm uit de genoemde nota. Dit biedt de ruimte om het tarief afvalstoffenheffing de komende 4 jaren te dempen met circa € 16 per jaar.

Let op: als de dekking uit de egalisatievoorziening na vier jaar vervalt, is een tariefsverhoging met € 16 noodzakelijk. Door de gunstige resultaten bij de jaarrekening 2022 is de voorzi ening hoger dan waar we vorig jaar van uit zijn gegaan. Er zijn 2 belangrijke risico’s: 1. Het PMD dossier blijft een (landelijk) discussiepunt tussen het verpakkend bedrijfsleven en de gemeenten. Discussies gaan over de kwaliteit en de vergoeding aan gemeen ten. Er is een financieel risico op bovenmatige afkeur en lagere vergoedingen dan waarmee is gerekend. 2. De opbrengst van oud papier wordt bepaald door de (wereld)marktprijs. De prijs is in de begroting voorzichtig geraamd. Daarmee is de hoogte van het financiële risico beperkt. 4.1.8. Rioolheffing We stellen voor om de tarieven rioolheffing voor 2024 met 2,4% te laten stijgen. Door een onttrekking uit de voorziening riolering kunnen we volstaan met een stijging van het tarief met alleen het inflatiepercentage. Op basis hiervan stijgt het tarief ten opzichte van 2023 met € 4,83. Het tarief komt voor 202 4 uit op € 208,22 en het dekkingspercentage komt in 2024 uit op 78,6%.

66 De kosten voor het taakveld riolering zijn voor 100% doorberekend in de rioolheffing. Dit betreft onder meer kosten voor onderzoek, planvorming en onderhoud. De kosten voor het maaien en onderhouden van sloten worden voor 66% doorberekend. Sloten vormen een kans om hemelwater af te koppelen van de riolering en passe n bij duurzaam (stedelijk) waterbeheer. Hieronder valt tevens het verwijderen van exoten. Dat is noodzakelijk om de doorstroming van watergangen te borgen. De kosten voor het baggeren in stedelijk gebied worden doorberekend in de rioolheffing. Het bagger en van watergangen is noodzakelijk om de doorstroming te garanderen, daarnaast om eventuele vervuiling vanuit de riool overstorten en met regenwater meegespoeld sediment te verwijderen. De kosten voor onderhoud en vervanging van oeverbeschermingen worden voor 67% toegerekend aan de rioolheffing. Het onderhoud en en vervangen van oeverbeschermingen is noodzakelijk om de oevers op hun plaats te houden en om te voorkomen dat de watergang haar inrichting en bergend vermogen verliest. Voor de investeringen die voor 2024 op de planning staan, vragen wij uw raad een krediet van in totaal € 1.516.133 beschikbaar te stellen. Het krediet is bedoeld voor de volgende investeringen: - Vervangen rioolgemalen € 600.000 - Vervangen riolering € 583.633 - Vervangen oeverconstructies € 332.500

67 Bij de bepaling van de tarieven voor de rioolheffing is rekening gehouden met de (kapitaal)lasten, die voortvloeien uit deze investeringen. Egalisatievoorziening riolering (exploitatie) In de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2017’ staat vermeld dat de ‘voorziening riolering (exploitatie)’ een positieve bovengrens kent van 10% van de jaarlijkse inkomsten, waarbij wel wordt gekeken naar de komende 4 jaar. De voorziening mag niet negatief staan. De bovengrens bedraagt 10% en is daarmee € 485.000. Het belangrijkste risico zijn de renteontwikkelingen. De investeringen op het gebied van riolering zijn nu nog geraamd tegen de omslagrente van 1%. Naar alle waarschijnlijkheid gaat dit percentage de komende jaren stijgen. 4.1.9. Lijkbezorging We stellen voor om de lijkbezorgingsrechten in 2024 met 2,4% te verhogen ten opzichte van 2023 en het dekkingspercentage voor 2024 te bepalen op 72,6 %. De overhead is becijferd op 13% (toegelicht in hoofdstuk 3.7).

68 4.1.10. Onderbouwing kostendekkendheid leges Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking. Een extern bureau heeft de opdracht van ons gekregen om op basis van de nieuwe wetgeving een geactualiseerde legesverordening op te stellen, met daarbij ook een onderbouwing van de kostendekkendheid. Bij het opstellen van de Programmaprogramma 2024 -2027 was nog niet exact bekend wat de nieuwe regelgeving betekent voor onze kostendekkendheid van de leges. Bij het vaststellen van de diverse verordeningen in de raadsvergadering van december 2023 komen wij hierop terug. 4.1.11. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Wij verlenen voor 100% kwijtschelding aan de burger voor de volgende belastingsoorten: - afvalstoffenheffing (voor de vaste component en voor het aanbieden van maximaal 13 zakken); - rioolrechten; - onroerende-zaakbelasting. Honorering van een kwijtscheldingsverzoek is met name afhankelijk van het inkomen, het vermogen en de uitgaven van de aanvrager. De aanvragen worden beoor deeld op basis van de door het Rijk vastgestelde normen en richtlijnen (Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990). De budgetten voor kwijtschelding zijn verdisconteerd in de tarieven van de betreffende belastingsoorten.

In vergelijking met 202 3 verwachten wij een stabilisering van het aantal (geheel of gedeeltelijk) toe te wijzen kwijtscheldingsverzoeken. Dit is gebaseerd op de tot op heden gehonoreerde verzoeken (stand per 1 september 2023) en de verwachting voor het restant van dit jaar. Vanaf 2022 houden we ook rekening met de kwijtschelding voor inwoners met alleen een AOW -uitkering. Huishoudens met alleen een AOW -uitkering zonder, of met een zeer laag eigen vermogen komen ook in aanmerking voor gedeeltelijke of volledige kwijtschelding. Als iemand gedurende twee achtereenvolgende jaren kwijtschelding heeft ontvangen, hoeft hij/zij geen aanvraag meer in te dienen. Jaarlijks wordt een steekproef gehouden onder de groep huishoudens die elk jaar automatisch kwijtschelding ontvangen.

69 4.2. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1. Algemeen Op basis van een goede en betrouwbare risicocontrol kan tot een juiste analyse, beoordeling en beheersing van de risico’s worden gekomen. Daarbij is het van belang dat het optreden van risico’s op de uitvoering van het bestaande beleid en de bestaande voorzieningen geen invloed heeft. De risico’s moeten onlosmakelijk deel uitmaken van de beleidsprocessen. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt hierop nader ingegaan. De ‘Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing’ geeft aan hoe robuust de begroting is. Dit is van belang wanneer er zich een financiële tegenvaller voordoet. Met voldoende weerstandsvermogen kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. Deze paragraaf bevat ten minste: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico’s; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. Op 21 mei 2019 heeft uw raad de ‘Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019’ vastgesteld. In de nota is het begrip weerstandsratio – de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de totale omvang van de gewogen risico’s – geïntroduceerd. Uw raad heeft besloten de weerstandsratio voortaan te presenteren in d e jaarlijkse programmabegroting en de jaarstukken van de gemeente Steenwijkerland. 4.2.2.

Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover wij beschikken om onverwachte tegenvallers op te vangen als deze zich voordoen. De totale weerstandscapaciteit van de gemeente Steenwijkerland aan zowel de vermogenskant als d e exploitatiekant bestaat uit: 1. Algemene reserve – vaste buffer 2. Onroerendezaakbelasting (OZB) Algemene reserve In de nota ‘Reserves en voorzieningen 2017 ’ is aangegeven dat de Algemene reserve vaste buffer uitsluitend kan worden ingezet voor uitzonderlijke situaties (soort ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). In 2020 is dat voor het eerst gebeurd door onder andere een Vitaliteitsfonds van € 500.000 in het leven te roepen. Daarmee kon ondersteuning worden geboden aan maatschappelijke organisaties die door de coronacrisis in de problemen zijn gekomen. Onroerende-zaakbelasting (OZB) De onbenutte belastingcapacite it wordt gerelateerd aan de norm die het rijk hanteert voor toelating tot artikel 12 van de Financiële -verhoudingswet (FVW). Indien het normtarief van het rijk hoger is dan het door de gemeente Steenwijkerland gehanteerde gemiddelde tarief is er sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Het rijk heeft het normtarief in de meicirculaire 2023 voor toelating tot artikel 12 van de FVW voor 2024 vastgesteld op 0,16%.

Voor de gemeente Steenwijkerland resulteert dat in een maximale opbrengst volgens artikel 12 van de FVW van € 13 miljoen in 2024. Voor 2024 bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit € 4,4 miljoen. Dit bedrag is als volgt gespecificeerd: 70 De totale weerstandscapaciteit per inwoner bedraagt: In hoofdstuk 3.8.1 is de berekening van de benodigde storting in de Algemene reserve vaste buffer toegelicht. 4.2.3. Inventarisatie risico’s In dit hoofdstuk worden de risico’s vermeld die tot het moment van het aanbieden van de programmabegroting bekend zijn. In dit verband wordt onder risico verstaan alle voorzienbare risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die niet van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie. In deze paragraaf presenteren we alleen de risico’s die zich in het begrotingsjaar 202 4 kunnen voordoen en waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen. De risicokans is uitgedrukt in klassen. Aan deze klassen is een rekenpercentage per risico gekoppeld. Vervolgens is een indeling gemaakt van de mogelijke financiële gevolgen.

71 Toelichting Voor een adequate ris icobeheersing gaat het niet alleen om het treffen van financiële buffers om te zorgen voor voldoende weerstandscapaciteit. Het is ook zaak om niet-financiële maatregelen te treffen om de kans van optreden van geïdentificeerde risico’s te beperken. Wij hebben hieraan invulling gegeven door in de onderstaande overzichten naast een omschrijving van het risico ook aandacht te besteden aan de impact van het risico en de te treffen beheersmaatregelen.

72 CATEGORIE: OMVANG RISICO: < € 200.000 Risico: Rentestijging Omschrijving risico De rente is vanaf 2022 sterk gestegen naar ongeveer 3,5 tot 4%. De inflatie is iets aan het afvlakken, maar het is onzeker hoe dit verder zal ontwikkelen. Meer in algemene zin zullen de spanningen in de wereld ook van invloed blijven op de ontwikkeling van het rentepercentage. H ier heeft de gemeente geen invloed op . Het risico gaat vooral een rol spelen bij nieuw beleid. Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 50%-75%, in de categorie hoog. Een rent estijging van 1% wordt gekwantificeerd op ongeveer € 100.000 in 2024 oplopend naar € 400.000 in 2027 op basis van een investeringsvolume van € 10 miljoen per jaar. (Beheers)maatregelen Jaarlijks wordt op basis van de rentegegevens een herberekening gemaa kt van de rentecomponent. Via de P&C cyclus worden de financiële gevolgen van de rente gerapporteerd. In de PPN 2023-2027 is de hogere rente op 3% gebracht voor de lopende investeringen. Risico: Projecten openbare ruimte en PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) Omschrijving risico Veel stikstofneerslag is vaak slecht voor de natuur. Daarom regelt de Wet natuurbescherming (Wnb) dat een vergunning nodig is voor plannen en projecten die mogelijk significante effecten hebben voor Na tura2000-gebieden.

Sinds de uitspraak van de Raad van State op 2 november 2022 moet ook de stikstofuitstoot tijdens de sloop-, bouw - en aanlegfase van een project weer meegenomen worden in de ‘Aeriusberekening’. Voor stikstofuitstoot in de gebruiksfase van het gebouwde / aangelegde is dit altijd zo geweest, en dus nog steeds. Als de stikstofdepositie op Natura2000-gebied meer is dan 0,00 mol / ha / jaar moet er beoordeeld worden of er sprake kan zijn van een significant effect en moet er eventueel een vergu nning op grond van de Wet natuurbescherming aangevraagd worden. Impact Omdat de vrijstelling van de beoordelingsplicht sinds 2 november 2022 niet meer geldt, is het onderwerp stikstof nu weer een groter risico voor het uitvoeren van Projecten Openbare Ruimte. De realisatie van voorzieningen die in de gebruiksfase geen stikstof uitstoten (bijvoorbeeld riolering, fietspaden) is niet meer zonder onderzoek naar de stikstofdepositie (de zogenaamde ‘Aeriusberekening’) mogelijk. (Beheers)maatregelen Het rijk en de provincie werken op diverse manieren aan maatregelen om de stikstofuitstoot terug te dringen. Oplossing bij de gemeente ligt voor projecten Openbare Ruimte in het voorschrijven (bij de aanbesteding) dat werkzaamheden worden uitgevoerd zonder stikstofuitstoot. In veel gevallen zal dat betekenen elektrisch werken.

Elektrisch materieel is nog maar beperkt beschikbaar/aanwezig voor uitvoering van civiel technische werken. En wanneer beschikbaar vaak nog twee - tot driemaal du urder dan het reguliere (HVO diesel) materieel, Hydrotreated Vegetable Oil is de meest duurzame dieselbrandstof op dit moment. Hoewel de ontwikkelingen verduurzamen materieel in de weg - en waterbouw snel gaan zijn sommige machines vanwege hun gevraagde ver mogen (nog) niet 73 te elektrificeren of op waterstof verkrijgbaar. Ook het opladen/transport van accu’s/realiseren van een krachtstroomaansluiting op locatie is niet altijd mogelijk. Risico: Toenemende onkruiddruk door warmer en natter weer Omschrijving risico Door toenemende onkruiddruk als gevolg van warmer en natter weer is een grotere inspanning in het onderhoud nodig om aan de basis onderhoudskwaliteit voor de openbare ruimte te kunnen voldoen. Impact Door de verandering van het klimaat is het gemiddeld het hele jaar door warmer. De hoeveelheid neerslag wisselt daarbij ieder jaar. Natte jaren wisselen af met extreem droge jaren. In natte jaren neemt de onkruiddruk, door de warme natte omstandigheden, toe. Dit vraagt om een grotere inspanning in het onderhoud om aan de basis onderhoudskwaliteit te blijven voldoen. Door te veel onkruid in goten en verharding verslechtert de waterafvoer.

Plantsoenen bezwijken onder de onkruiddruk of beschadigen door te zwar e ingrepen in het onderhoud. Het tegenovergestelde gebeurt ook, extreme droogte zorgt ervoor dat plantsoenen verdrogen, niet alle beplanting is bestand tegen lange periode van droogte. Ook jonge aanplant is niet bestand tegen een lange periode van droogte, waardoor de kans op uitval groot is. Daardoor moeten delen jonge beplanting opnieuw worden aangeplant en is er eerder groot onderhoud (vervangen, nieuwe aanplant) nodig. (Beheers)maatregelen Monitoren onderhoudsinspanning en onderhoudsbeeld, kwaliteit pl antsoenen monitoren, monitoren onkruiddruk op verharding. Toepassen van bomen, planten en struiken die (beter) bestand zijn tegen extreme weersomstandigheden. Risico: Planschade bestemmingsplannen Omschrijving risico Bij de Programmabegroting 2021 -2024 is het budget voor mogelijke planschade bij bestemmingsplannen (€ 25.000 structureel) vervallen. Planschade wordt ook wel tegemoetkoming in schade genoemd als gevolg van een planologische maatregel. Voorbeelden: het realiseren van een nieuwe woonwijk of h et wijzigen van de functie van een bestaand pand. Onder bepaalde voorwaarden kan een verzoek worden ingediend bij de gemeente (er geldt een wettelijk recht op planschadevergoeding). Doordat het budget is komen te vervallen, is sprake van een financieel ris ico.

Impact Financieel: De € 25.000 die jaarlijks beschikbaar was om het risico af te dekken, is met ingang van de Programmabegroting 2021 -2024 niet langer beschikbaar. Dit bedrag is daarom opgenomen in deze risicoparagraaf. (Beheers)maatregelen Indien mogelijk legg en we het risico van planschade neer bij degene die verantwoordelijk is voor de planologische wijziging. Risico: Privatisering bouwtoezicht Omschrijving risico Aan de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) kleven risico’s. Een financiële tegenvaller is niet denkbeeldig nu er ‘verborgen’ kosten opduiken bij de geplande privatisering van het toezicht, die vervolgens niet door leges (mogen) worden gedekt. Impact Begin 2024 treedt tegelijk met de Omgevingswet de Wkb in werking. Op dat moment gaat de kwaliteitscontrole bij bouwprojecten over naar de markt. Bouwers moeten een 74 private kwaliteitsborger inhuren. Deze onafhankelijke, gecertificeerde controleur ziet erop toe dat gebouwen conform de bouwtechnische voorschriften uit het Besluit Bouwwerken (BBL), een van de vier AMvB’s onder de Omgevingswet, tot stand komen. Een positieve gereedheidsverklaring van het gebouw gaat straks in het bouwdossier naar de gemeente, die daarna geen inhoudelijke technische toetsingstaak meer heeft, maar niettemin als bevoegd gezag verantwoordelijk blijft.

Als de positieve verklaring ontbreekt, bijvoorbeeld omdat de kwaliteitsborger oordeelt dat het gebouw niet ‘BBL -proof’ is, komen g emeenten in een lastig parket terecht. Zonder deze verklaring zijn de gevolgen voor gemeenten. Wettelijk gezien is het gebruik van het gebouw dan niet toegestaan. Maar gemeenten moeten dan wel strikt handhaven. De consequentie is dat het gebouw leeg staat en onbenut blijft. De druk van buiten zal toenemen. Initiatiefnemers zullen het hier niet bij laten zitten. In het ergste geval kan dit tot rechtszaken leiden. De gemeente heeft dan weinig keus en is genoodzaakt zich het bouwdossier eigen te maken om zelf een oplossing te zoeken. Mogelijk moet ze een externe deskundige inhuren. Dit kan flink in de papieren lopen. (Beheers)maatregelen De impactanalyse van de VNG rekent voor dat een gemeente al snel één tot twee weken aan een enkel dossier kwijt is, mocht de positieve verklaring blijvend achterwege blijven. Als bij 10% van de bouwprojecten geen positieve verklaring zit, komt dat voor alle gemeenten samen neer op een kostenplaatje van € 3 tot € 6 miljoen per jaar. Bij hogere percentages lopen de kosten op. Punt is dat het extra werk niet financieel gedekt is in de Wkb. Dekking vanuit leges is niet toegestaan. Daarbij komt nog dat voor veel bouwplannen alleen een meldingsplicht gaat gelden.

Het gaat om veel voorkomende bouwtypen, zoals rijtjeshuizen en vrijstaande woningen. Gemeenten, vooral waar veel gebouwd wordt, zien hun legesinkomsten dalen, wat de financiële middelen voor bouwtoezicht verder onder druk zet. Risico: Dividenduitkering nutsbedrijven (Enexis en Rendo) Omschrijving risico Lagere of geen dividenduitkering van nutsbedrijven als gevolg van de verlaging van de WACC (vermogenskostenvoet) naar 3,15% (na belasting) voor energiebedrijven. Gevolg is een lager bedrijfsresultaat en een lagere of misschien zelfs wel geen dividenduitkering. Lagere of geen dividenduitkering van nutsbedrijven als gevolg van de enorme investeringen die de komende jaren gedaan moeten worden in verband met de energietransitie en (de gevolgen van) klimaatverandering. Ander aspect dat ook meespeelt is de hoger e personeelslasten. Gevolg is een lager bedrijfsresultaat en een lagere of geen dividenduitkering. Impact Lagere dividendopbrengst van met name N.V. Rendo Holding en Enexis Holding N.V. (Beheers)maatregelen Via de P&C cyclus worden de gevolgen van de lagere dividendopbrengst gevolgd. Risico: Rioolheffing (lopende bezwaarprocedures) Omschrijving risico De afgelopen jaren bent u meermaals geïnformeerd over procedures tegen de rioolheffing. De Hoge Raad heeft de beroepen op alle punten ongegrond verklaard.

De verordeningen en de opgelegde aanslagen rioolheffing zijn in stand gebleven. Daarmee 75 is dit niet l anger een risico voor onze financiële positie. Er lopen nog wel procedures die inhoudelijk gelijk zijn aan de in voorgaande jaren gevoerde procedures, maar het financiële risico is naar verwachting beperkt. Impact Het eventuele risico inzake wordt ingeschat in de categorie laag. (Beheers)maatregelen Een eventuele financiële tegenvaller zal net als bij andere risico’s moeten worden gedekt uit algemene middelen (Algemene reserve vaste buffer). CATEGORIE: OMVANG RISICO: > € 200.000 - < € 500.000 Risico: Essentaksterfte Omschrijving risico De essentaksterfte is voor een aantal grotere boomstructuren in de gemeente nog steeds een bedreiging. Door het droge voorjaar van de afgelopen jaren heeft de veroorzakende schimmel minder bomen aangetast. Het is echter niet uit te sluiten dat het aantal aantastingen, met uiteindelijk afsterven tot gevolg, weer gaat toenemen. Grote laanstructuren in de polders en de boomstructuren langs de paden in Giethoorn bestaan uit essen. Het wegvallen van de ze boomstructuren zal leiden tot ernstige kwaliteitsverlies, herplant zal altijd nodig zijn om de landschapskarakteristiek en het dorpskarakter te behouden. Impact Het wegvallen van de boomstructuur langs de paden in Giethoorn heeft ruimtelijke consequenties, het dorpsbeeld wordt ernstig aangetast.

Ook is het verwijderen van grote bomen op deze locatie complex door de moeilijke bereikbaarheid. Ook laanstructuren in de polders hebben sterke invloed op de ruimtelijke kwaliteit. (Beheers)maatregelen Ieder jaar worden alle essen geïnspecteerd. Aangetaste essen worden gemonitord. De periode vanaf het moment van aantasting tot het sterven van de boom is gemiddeld 5 tot 7 jaar. In deze periode kan worden overgegaan met het vervangen van de aangetaste bomen. Door de bomen gefaseerd te vervangen blijft de kwaliteit van het dorp Giethoorn en het polderlandschap (onder andere Polder Giethoorn en polder IJsselham) behouden. Bij zware aantasting van de bestaande structuren kunnen de kosten voor herstel oplopen tot € 40 0.000, risicokans: ruim. Het is niet waarschijnlijk dat alle bomen tegelijk worden aangetast, daarmee kan deze opgave gefaseerd over de jaren worden opgepakt. Risico: BTW-compensatiefonds Omschrijving risico Gemeenten declareren BTW terug op grond v an het BTW -compensatiefonds (BCF). Voor dit fonds geldt een maximaal te declareren bedrag. Zolang dit zogeheten plafond niet is bereikt, wordt het niet gebruikte gedeelte op begrotingsbasis toegevoegd aan de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Met ingang van de Programmabegroting 2021 -2024 is besloten om het toen maximaal toegestane bedrag van € 295.000 op te nemen.

Dit is in de huidige meerjarenraming niet gewijzigd. Impact Indien het maximum te declareren bedrag bij BCF wordt bereikt of een overschrijding hiervan in enig jaar, betekent dit dat er een nadeel optreedt binnen de Algemene 76 uitkering van het Gemeentefonds. Dit nadeel kunnen we niet kwantificeren. Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 75% in de categorie hoog. (Beheers)maatregelen Elk jaar wordt door het ministerie van BZK het nieuwe maximaal toegestane bedrag berekend. Aan de hand van de nieuwe berekening kan het bedrag in de begroting worden aangepast. Risico: Fiscale procesbeheersing Omschrijving risico De organisatie is zich niet altijd bewust van fiscale risico’s en kansen waardoor mogelijk onnodige risico’s worden gelopen. Het is daarom van belang om vast te leggen hoe de organisatie met de fiscaliteit omgaat. Het college van de gemeente Steenwijkerland heeft zich gecommitteerd aan horizontaal toezicht (HT) door ondertekening van een nieuw convenant met de Belastingdienst op 2 november 2022. In het convenant zijn kernwaarden als transparantie, begrip en vertrouw en sleutelbegrippen en deze kernwaarden vormen de basis voor een goede fiscale verantwoording. In het convenant zijn de afspraken tussen de gemeente en de Belastingdienst vastgelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/ee8b26be-3580-4fc3-bd2d-9be86586b9cf?agendaItemId=99e0bfb6-18cd-4ddb-9857-235c93df58be