CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2023-2026 gemeente Steenwijkerland.pdf

Raadsvergadering 8 november 2022, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Programmabegroting 2023-2026 gemeente Steenwijkerland40.939 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Hierin wordt ingegaan op algemene risico’s en projectspecifieke risico’s. Van de projectspecifieke risico’s wordt vervolgens aangegeven of deze kwantitatief of kwalitatief van aard zijn. De beide soorten risico’s worden omgezet in een bedrag voor de hoogte van het risico per project. Uitgangspunt is dat de kans dat alle onderkende risico’s zich op exact hetzelfde moment zullen voordoen 75% is. Dit percentage is overeenkomend richtlijnen die worden gehanteerd door de Vereniging van Grondbedrijven (70-80%). Impact Het actuele risicoprofiel van het grondbedrijf bedraagt circa € 1,9 miljoen. Te berekenen als volgt: 2,4 miljoen (projectspecifieke risico’s) * 75% (waarschijnlijkheid van gelijktijdig optreden) * 105% (extra bandbreedte). N.B. De berekeningswijze in deze risicoparagraaf wijkt enigszins af van bovenstaande berekening. De hoogste risico -categorie is immers 50-75%. (Beheers)maatregelen De beheersmaatregelen zijn afhankelijk van de aard van het projectspecifieke risico. Voor moeilijk verkoopbare (rest-)percelen wordt gekeken naar een andere bestemming of aanbieden tegen een lagere verkoopprijs per m2. 88 Risico: Inflatie Omschrijving risico We zien dat materialen niet leverbaar zijn en steeds duurder worden. De inflatie neemt toe. Dit geldt niet allen voor materialen, maar indirect ook voor loonontwikkeling.

Impact Als de prijzen met 1% stijgen dan leidt dat extra uitgaven van naar schatting € 500.000 (dit is excl. de doorwerking naar de algemene uitkering van het gemeentefonds via de normeringssystematiek). Voorbeeld is het integraal huisvestingsplan (IHP) voor onderwijs. In 2023 wordt het IHP herzien. Doordat materialen veel duurder zijn geworden, verwachten we dat de kosten hoger zullen uitvallen dan nu zijn geraamd. Uiteraard kan dit ook gelden voor andere onderdelen in de begroting. (Beheers)maatregelen Jaarlijks volgt de gemeente Steenwijkerland de uitgangpunten zoals gepubliceerd door het CPB. Dit blijft ongewijzigd. NB In voorliggende begroting is voor 202 3 gerekend een inflatie van 0,8% (zie de PPN 2022-2026, p. 70). Risico: Omgevingswet Omschrijving risico De invoering van de Omgevingswet is een grote opgave v oor de organisatie. Op 1 januari 2023 gaat de wet in. Na 202 3 zijn we niet klaar, maar zullen we de omgevingswet nog verder implementeren. Dit traject loopt tot uiterlijk 2029. Risico bestaat dat het budget voor invoering onvoldoende blijkt te zijn voor een goede invoering. Impact De invoering van de omgevingswet brengt drie soorten kosten met zich mee die lastig in te schatten zijn en in die zin een risico vormen: - Voorbereidings- en implementatiekosten; - Verandering in de structurele lasten .

Deze lasten kunnen wijzigen door een verandering in de personeelsbehoefte en een vermoedelijke daling van de legesopbrengsten. Een kwantitatieve duiding is nog niet te geven, dat zal pas mogelijk zijn als er grote stappen zijn gezet met de omgevin gsvisie en het omgevingsplan; - Mogelijke incidentele frictiekosten. Deze kosten kunnen optreden als gevolg van een verschuiving in het personeel. Een kwantitatieve duiding is nog niet te geven. (Beheers)maatregelen Binnen de organisatie is het programma omgevingswet opgezet. In dit programma worden d e inhoudelijke en financiële risico’s in de gaten gehouden en worden er maatregelen op getroffen. 4.2.4. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s Op basis van de in het risicoprofiel opgenomen risico’s, die gekwantificeerd kunnen worden (exclusief de zogenaamde PM -posten), bedraagt het totale risicobedrag afgerond € 7,9 miljoen. Op basis van de gehanteerde wegingsfactoren bedraagt het risicobedrag afgerond € 4,0 miljoen. 89 Nadat de weerstandscapaciteit is bepaald en de omvang van de te lopen risico’s kunnen beide met elkaar worden geconfronteerd. Ook al is de omvang van een risico niet exact te becijferen, in ieder geval hebben wij ze als PM benoemd, zodat inzicht ontstaat in welke risico’s de gemeente loopt. Daarbij kunnen zich de volgende scenario’s voordoen: 1.

Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit > 1, er is onvoldoende weerstandscapaciteit aanwezig; 2. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit < 1, er zijn overtollige middelen (die alternatief kunnen worden aangewend); 3. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit = 0, risico’s en middelen zijn voldoende (wordt meer beschouwd als een theoretische situatie). Het gewogen risicoprofiel vertaalt zich in 2023 in een score van 5,3 op de weerstandsratio (zie paragraaf 4.2.5.7.). 4.2.5. Diverse kengetallen 4.2.5.1. Inleiding Een deugdelijke en transparante begroting is in het belang van een goede controle door de raad op de financiële positie van onze gemeente. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling) van de financiële positie. De ken getallen maken inzichtelijk over hoeveel financiële ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of op te vangen. Ze geven dus inzicht in de financiële weerbaar - en wendbaarheid. De kengetallen moeten in samenhang beoor deeld worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente.

De financiële positie is geen doel op zich en moet altijd gezien worden in het licht van de totale maatschappelijke opgave van de gemeente. Het te bereiken maatschappelijke rendement en de bijdrage aan de inhoudelijke beleidsdoelstellingen zijn hierbij van evident belang. De financiële positie is ondersteunend aan het afwegingsproces en moet het bestuur helpen verantwoorde keuzes te maken voor de (middel)lange termijn. We kennen de volgende kengetallen: 1. netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen ;

90 2. solvabiliteitsratio; 3. grondexploitatie; 4. structurele exploitatieruimte; 5. belastingcapaciteit; 6. weerstandsratio. Naast de kengetallen voor het struct urele begrotingsevenwicht is een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. Hoe de kengetallen berekend worden, is vastgelegd in een ministeriële regeling. Het gebruik en het vaststellen van de berekeningswijze heeft geen functie als normeringsinstrument voor het financieel toezicht door de provincies. De invoering van deze kengetallen is voornamelijk bedoeld om de financiële positie voor de raadsleden inzichtelijker te maken. Voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente worden de kengetallen in samenhang bezien. Het totaalbeeld geeft inzicht in de financiële weer- en wendbaarheid. 4.2.5.2. Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de totale baten. Het kengetal geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en af lossingen op de exploitatie drukken. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is, valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren.

Zo kan een hoge schuld worden ve roorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten, die vervolgens weer worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te krijgen in hoeverre e r sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Bij de netto schuldquote worden de leningen die we hebben uitstaan buiten beschouwing gelaten en bij de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen wordt hiermee wel rekening gehouden. Een netto schuldquote tussen 0% en 100% is acceptabel, c.q. wordt als normaal (groen) beschouwd. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog (oranje). Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, bevindt de gemeente zich in de gevarenzone (rood). Voor een genuanceerder beeld van de schuldpositie wordt ook gekeken naar de voorraad bouwgronden en de uitgeleende gelden. Gemeenten met veel grond kunnen meer schulden hebben en dus een hogere schuldquote. De gemeente heeft ook leningen voor woningcorporatie Wetland Wonen aangetrokken. Deze leningen worden een op een doorgegeven. Bij de schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen worden deze leningen geëlimineerd. In de volgende grafieken is de verwachte ontwikkeling van beide schuldquotes weergegeven.

91 4.2.5.3. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. Indien er sprake is van een forse schuld en vee l eigen vermogen (het totaal van de algemene reserves en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Daar is bijvoorbeeld sprake van als een lening is aangegaan omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van de gemeente. De solvabiliteitsratio drukt immers het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan h aar financiële verplichtingen te voldoen. Voor gemeenten geldt dat een ratio tussen de 20% en 70% als normaal wordt gezien. Voor 2023 verwachten we een solvabiliteitsratio van 21%. Ten opzichte van de vorige programmabegroting is de score verslechterd. Ter indicatie: voor 202 2 was de raming 24% (nu op basis van de actuele situatie 23%). De belangrijkste is de onttrekking van € 3,8 miljoen als gevolg van het bestedingsplan.

Daarnaast is 2022 een langlopende geldlening aangetrokken van € 7,5 miljoen.

92 4.2.5.4. Grondexploitatie Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen de waarde van de (bouw-)gronden en het totaal aan (geraamde) baten van de gemeente . Hoe lager het percentage des te geringer het risico. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente. Als gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het va n belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kan immers de schuld worden afgelost. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt de gemeente relatief een gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet deze worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. De VNG adviseert een norm van 10%. In de afgelopen jaren was een dalende tendens waar te nemen voor wat betreft de ontwikkeling van het kengetal. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een afname van de voorraad bouwgrond.

De gemeente Steenwijkerland voert namelijk tot nu toe een faciliterend grondbeleid, tenzij vanwege volkshuisvestings - en economische redenen actief grondbeleid gewenst is . Dat laatste gaat mogelijk veranderen al s besluitvorming door uw raad heeft plaatsgevonden over het te voeren grondbeleid (zie paragraaf 4.8). Mocht het beleid worden aangepast, dan zal dat gevolgen hebben voor hieronder gepresenteerde uitkomsten. 4.2.5.5. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele ruimte is. Hierbij wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten. Deze worden vergeleken met de totale baten van de gemeente. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te drage n of welke structurele stijging van baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende-zaakbelasting (OZB). Zoals uit de navolge nde grafiek blijkt verwachten wij voor de komende jaren dat de structurele baten voldoende zijn om de structurele lasten ter dekken.

93 4.2.5.6. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenva ller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of waarin er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, riool - en afvalstoffenheffing). Het kengetal vergelijkt de woonlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t-1). Voor 2023 komt dit cijfer uit op 73%. Een belastingcapaciteit van 100% betekent dat de woonlasten op het landelijke gemiddelde liggen. Een belastingcapaciteit tussen de 95% en 105% wordt als neutraal beschouwd. Wij gaan ervan uit dat de woonlasten de komende jaren onder het landelijk gemiddelde zullen blijve n en we de komende jaren qua belastingcapaciteit ‘groen’ blijven scoren. Daarmee zijn we dus in staat om financiële tegenvallers op te vangen en/of is er ruimte voor nieuw beleid. 4.2.5.7. Weerstandsratio Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. De weerstandsratio is een hulpmiddel waarbij de beschikbare weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit (de totale omvang van de risico’s x risicopercentages) .

De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevorm door de Algemene Reserve vaste buffer en onbenutte belastingcapaciteit . De benodigde

94 weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van de risico’s, die de gemeente loopt. Voor de berekening worden omvang en kans van de risico’s in een risicomodel ingevoerd. Hieruit volgt een g ewogen risicoprofiel voor de gemeente (zie paragraaf 4.2.4). Bij de vaststelling van de ‘Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019’ is afgesproken dat de signaleringswaarde voor de weerstandsratio minimaal 1,0 is. Opgemerkt wordt dat deze waarde alleen betrekking heeft op de risico’s die kwantificeerbaar zijn 9. Onderstaand diagram geeft het actueel beel d van de (ontwikkeling van) de weerstandsratio. Verwachting is dat de weerstandsratio in 202 3 ruim boven de 2 zal uitkomen. Dit betekent dat de gemeente, zoals het er nu naar uitziet in die jaren over voldoende middelen zal beschikken om eventuele tegenvallers op te vangen. De lagere score in 2023 ten opzichte van 2022 wordt veroorzaakt door het hogere risicoprofiel. Het gewogen risicoprofiel is gestegen van € 2,9 miljoen naar € 4,0 miljoen. De financiële risico’s zijn dus toegenomen. Signaleringwaarden De gezamenlijke provinciale toezichthouders en het Rijk hebben signaleringswaarden opgesteld voor de verplichte kengetallen. Zij hebben gekozen voor een indeling in drie categorieën. Waarbij kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en C het meest risicovol.

In onderstaande tabel zijn de signaleringswaarden opgenomen. 9 De weerstandsratio is vanaf het begrotingsjaar 2020 geïntroduceerd. Voor de jaren 2024 tot en met 2026 zijn geen cijfers beschikbaar, omdat de uitkomsten sterk afhankelijk zijn van de ontwikkeling van het risicoprofiel, de ontwikkeling van de Algemene reserve vaste buffer en de meerjarige ontwikkeling van de onbenutte belastingcapaciteit.

95 Samenvattend is het beeld van de kengetallen voor de gemeente Steenwijkerland de komende jaren als volgt: ‘Beoordeling’ Voor vijf van de zes gepresenteerde kengetallen geldt dat we ‘groen’ scoren. Alleen voor de solvabiliteitsratio begeven we ons in het ‘oranje segment’.

96 4.3. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen 4.3.1. Algemeen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzieningen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zijn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voorzieningen is van groot belang voor het optimaal functioneren van de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. Voor het goed onderhouden van de kapitaalgoederen zijn een aantal zaken belangrijk. Allereerst is het van belang dat bekend is wat moet worden onderhouden en wat de huidige staat van het onderhoud is. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpakket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld up -to-date wordt gehouden. Vervolgens moet eenduidig bekend zijn wat het gewenste kwaliteitsniveau is. Dit is vastgelegd in de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2007 door de gemeenteraad is vastgesteld, en in beleidsdocumenten die per onderdeel beschikbaar zijn. De uitwerking vindt plaats volgens de volgende stappen: - Waar gaat het over (areaal)?; - Wat zijn de doelstellingen (beleidskader)?; - Wat zijn de financiële consequenties van deze doelstellingen?; - Hoe zijn deze consequenties geborgd in de begroting? 4.3.2.

Assetmanagement Om de aansluiting van de activiteiten op het gebied van beheer en onderhoud met de bestuurlijke ambities en de wensen van de stakeholders te verbeteren en te borge n wordt gewerkt aan de implementatie van een assetmanagementsysteem op basis van NEN-ISO 55000. De implementatie van het assetmanagementsysteem vindt op een organische wijze plaats. Er wordt aan alle onderdelen tegelijkertijd gewerkt. Op natuurlijke mome nten wordt een stap gezet in het vaststellen van een volgende ontwikkelfase van een onderdeel. Het vaststellen van nieuwe beleidsplannen zijn voorbeelden van dergelijke natuurlijke momenten. Binnen het assetmanagementsysteem is een belangrijke plaats ing eruimd voor het Strategisch Assetmanagement Plan. In dit plan wordt een inhoudelijke en procesmatige vertaling gemaakt van de bestuurlijke ambities naar de activiteiten die nodig zijn om deze ambities waar te maken. In 2019 is door de raad de ‘Nota Onderho ud Kapitaalgoederen 2019 -2023’ vastgesteld. Deze nota dient als kader voor de jaarlijkse ‘Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen’. 4.3.3 Door de raad vastgestelde beleids- en beheerplannen Voor het op orde houden van de kapitaalgoederen binnen de openbare r uimte zijn door de raad beleids - en beheerplannen vastgesteld.

Uit de door de raad vastgestelde beleids - en beheerplannen en bijbehorende meerjarenplannen wordt jaarlijks een integrale financiële afweging gemaakt en vertaald in de meerjarenbegroting. Hierdoor ontstaat per planjaar een evenwichtig maatregelprogramma voor onderhoud en investeringen in de openbare ruimte. 97 4.3.3.1 Wegen Areaal Beleidskaders Het beleidskader voor onze wegen is vastgelegd in het beleidsplan ‘Overwegen’ (april 2017) en de ‘Strategische Mobiliteitsvisie Steenwijkerland duurzaam in beweging’(2020) . Wij beschouwen ons uitgebreide, grotendeels historische, netwerk van wegen, paden e n pleinen als een waardevol bezit en als een belangrijk middel om het dagelijkse woon-, werk- en recreatieve verkeer mogelijk te maken en veilig, efficiënt en duurzaam af te wikkelen. Het beleidsplan kent de thema’s: - wegennet up to date; - onderhoud op maat; - inspirerend partnerschap. Wij zien de inbreng van inwoners, ondernemers en partijen als uitgangspunt, óók voor onze wegbeheertaak. Opvolging van wettelijke (wegbeheer)taken en behoud/versterking van sociale -, milieu en kapitaalswaarde (‘People, Planet, Profit’) zijn daarbij essentiële randvoorwaarden. Wij richten onze wegbeheertaak daarom vraaggestuurd, risicobewust en gebiedsgericht in. Voor het wegenonderhoud heeft de raad ingestemd met het kwaliteitsniveau ‘basis’. Hierbij wordt het risicoprofiel ‘laag’ aangehouden.

Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het beleidsplan ‘Overwegen’ zijn de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau berekend. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader ‘Overwegen’ in 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het benodigde wegenbudget voor het kwaliteitsniveau ‘basis’ en besloten tot het instellen van een voorziening. De benodigde bedragen voor levensduur verlengende maatregelen zijn beschikbaar gesteld op onderhoudsniveau ‘basis’. De benodigde bedragen voor investeringen in bermverhardingen zijn in eerste instantie beschikbaar gesteld op onderhoudsniveau ‘beperkt basis’. Bij de Programmabegroting 2021 -2024 zijn op basis van een motie van de raad de benodigde middelen beschikbaar gesteld voor investeringen in bermverhardingen voor onderhoudsniveau ‘basis’. Dit is met ingang van het jaar 2022. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn:

98 4.3.3.2. Openbare verlichting Areaal Beleidskader Uitgangspunt voor het beleidsplan Openbaar Licht (2017) is ‘donkerte’. ‘Even dimmen graag’ is het devies. De volgende ambities zijn in dit beleidsplan benoemd: de veiligheid van inwoners staat voorop, ruimte voor donkerte en duurzaamheid. Communicatie over openbare verlichting is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Bij de Programmabegroting 2021 -2024 zijn op basis van een motie van de raad de benodigde middelen be schikbaar gesteld voor het onderhoudsniveau basis. Dit is met ingang van het boekjaar 2022. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Door de grootschalige vervanging van masten en armaturen wordt bespaard op de onderhoudskosten. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Voor het dagelijks onderhoud is in 202 3 een bedrag van € 211.000 beschikbaar. Dit loopt terug naar € 208.000 in 2026. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: 4.3.3.3. Riolering Areaal Beleidskader De beleidskaders voor de riolering zijn vastgesteld in het ‘ Riool en Water Programma 2023 -2028’, dat is opgesteld met het waterschap Drents Overijsselse Delta en de zes inliggende gemeenten van het beheergebied ‘Reest & Wieden’, de zgn. werkregio Fluvius.

99 Een belangrijk aandachtspunt voor het nieuwe ‘Riool en Water Programma 2023 -2028’ is het onderwerp klimaatadaptatie en dan specifiek die aspecten van klimaatadaptatie die verband houden met de gemeentelijke zorgplicht voor hemelwater. Klimaatadaptatie wordt momenteel opgepakt in zowel regionaal verband (Fluvius) als in lokaal verband. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het ‘Riool en Water Programma’ is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het watertakenplan opgenomen in het ‘Teamplan Openbare Ruimte’. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het watertakenplan zijn een op een verwerkt in de Programmabegroting 2023-2026. Naast de kosten voor riolering zijn er ook kosten voor stedelijk water die bij de rioolheffing worden betrokken. Deze kosten worden vermeld bij het onderdeel water. De (globale) opbouw van het budget riolering is in onderstaande tabel weergegeven. 4.3.3.4. Water & Kunstwerken Areaal Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kunstwerken in de gemeente is vastgelegd in diverse beleidsnota’s en plannen.

De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: - Beleidsplan Oeverconstructies Steenwijkerland 2021-2026; - Beleidsplan Oeververbindingen Steenwijkerland 2022-2027;

100 - Beheerplan Havens 2022-2027; - ‘Riool en Water Programma’. In 2020 is het ‘Beleidsplan oeverconstructies 2021-2026’ vastgesteld. Gekozen is voor een variant waarbij, daar waar beschoeiing echt nodig is, bij vervanging gekozen wordt voor kunststof. Dit is een duurzaam en financieel gunstig scenario. Voor de oeverconstructies is gekozen voor kwaliteitsniveau ‘basis’. In 2021 is een nieuw ‘Bele idsplan oeververbindingen 2022 -2027 vastgesteld. Oeververbindingen worden ook wel civiele kunstwerken genoemd en vormen een belangrijke categorie binnen de kapitaalgoederen. Onder oeververbindingen wordt onder andere verstaan: (beweegbare) bruggen, viaduct en en tunnels. Dit beleidsplan heeft als doel om als leidraad te fungeren voor het doelmatig en planmatig beheren van de oeververbindingen. Het geeft handvatten voor het beheer en onderhoud en zet de lijn uit voor de komende jaren. Er is gekozen voor het kwaliteitsniveau ‘basis’. Ten aanzien van de recreatieve voorzieningen geldt dat er in 202 3 geen beleidswijzigingen zijn te verwachten in het kader van beheer en onderhoud. In 2021 heeft de raad het Beheerplan Havens vastgesteld. Het Beheerplan Havens 2022 -2026 vormt het kader om het beheer en onderhoud van de havens om kwaliteitsniveau basis te krijgen en te behouden.

Het bijbehorende budget zorgt ervoor dat de hierbij benod igde onderhouds - en vervangingsmaatregelen kunnen worden gerealiseerd. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Oeverconstructies Het vastgestelde onderhoudsniveau (basis) voor de oeverconstructies op basis van het ‘Beleidsplan Oeverconstructies 2021-2026’ betekent dat er een budget benodigd is voor deze periode van € 605.500 waarvan € 498.750 bestaat uit vervangingen10 en € 106.750 uit planmatig onderhoud. Oeververbindingen Het vastgesteld onderhoudsniveau (basis) voor de oeververb indingen op basis van het Beleidsplan Oeververbindingen 2022-2027 betekent dat er een budget benodigd is voor onderh oudsmaatregelen ad. € 5 82.000 en voor de vervangingen ad. € 341.000. Water Voor wat betreft de baggeropgave in het stedelijk gebied is op basis van het ‘Riool en Water Programma 2023-2028’ een budget benodigd van € 235.000. Voor het baggeren van wateren in het landelijk gebied is een budget benodigd van € 240.000. Voor het maaien en onderhouden van sloten is in zijn totaliteit een bedrag beno digd van € 340.000 waarvan € 225.000 gerelateerd is aan schouwsloten. Het overige deel is meer gerelateerd aan het maaien van bermen en bermmaaisel. Jachthavens en Recreatieve vijvers Voor de havens geldt dat er gewerkt wordt met een onderhoudsbudget van ca. € 100.000 en een vervangingsbudget van ca. € 95.000.

Voor de recreatieve vijvers geldt eveneens dat er wordt gewerkt met een onderhoudsbudget van ca. € 60.000. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: 10 Een deel van de vervangingsinvestering (€ 332.500) voor oeverconstructies wordt toegerekend aan riolering (zie paragraaf 4.1.8). 101 4.3.3.5 Openbaar groen, sportvelden en speelvoorzieningen Areaal Beleidskader Openbaar groen heeft betre kking op boombeheer, plantsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides. Hierbij zijn de volgende nota’s en plannen van belang: - De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); - Beleidsnota Groen; - Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte Gemeente Steenwijkerland. Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: - Speelplekkenbeleid (2009); - Meerjarenplan Spelen (2014-2017). In de beleidsnota Groen worden de beheerambities met betrekking tot het groen beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarb ij het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn er ambities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een schone, hele en veilige omgeving. In 2014 heeft de gemeenteraad op basis van een evaluatie besloten om de lijn van het speelple kkenbeleid uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren.

In dit plan is vastgesteld dat de gemeente spelen en bewegen stimuleert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden wordt. Het onderhoud van de speelvoorzieningen wordt op het basisniveau van ‘schoon heel en veilig’ uitgevoerd. Sportvelden De uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van de gemeentelijke sportvelden zijn vastgelegd in:

102 - Visie op beheer en onderhoud gemeentelijke sportvelden (raadsbesluit d.d. 20 -10-2020); - Gebruiks- en onderhoudsreglement gemeentelijke buitensportaccommodaties Steenwijkerland 2021 (collegebesluit d.d. 20-07-2021). In oktober 2020 is de visie op het beheer en onderhoud van de sportvelden vastgesteld door de raad. Een van de speerpunten uit d eze visie is het vergroten van het eigenaarschap van buitensportverenigingen als het gaat om ‘hun’ accommodatie en velden. Hiertoe is een aantal zaken doorgevoerd, onder meer de overdracht van een aantal taken van gemeente naar vereniging en de introducti e van de Right to Challenge. Verenigingen kunnen in dit kader op eigen initiatief aangeven dat zij meer taken van de gemeente willen overnemen (aanvullend op de taken die vanuit de visie zijn overgedragen) en kunnen hiertoe dan ook een bijdrage verwachten. Deze mogelijkheid en wijziging in taken en verantwoordelijkheden zijn doorvertaald in het gebruiks - en onderhoudsreglement van de buitensportaccommodaties in onze gemeente. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Binnen de budgette n van groen zijn er middelen beschikbaar om onderhoud uit te voeren aan de diverse groenobjecten. Er is onderscheid gemaakt in middelen voor onderhoud van openbaar groen, bermenonderhoud, bomenonderhoud en extensief maaien.

Het grootste deel van het onderh oudsbudget wordt besteed aan het integrale onderhoudsbestek voor de openbare ruimte. In dit bestek is het verzorgend onderhoud in de openbare ruimte opgenomen. Dit bestek wordt door de Noordwestgroep uitgevoerd in opdracht van de gemeente. In het Meerjar enplan Spelen is voor een periode van 10 jaren becijferd hoeveel geld er nodig is om op het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. In onderstaande tabel zijn de bedragen voor de komende vier jaren weergegeven. Voor de sportvelden is aan onderhoud € 378.000 beschikbaar. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn:

103 4.3.3.6. Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Beleidskader Van de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerder e jaren vastgelegd inclusief de onderhoudskosten waarmee rekening moet worden gehouden. Uitgegaan wordt van drie categorieën onderhoud. Het klachtenonderhoud betreft dagelijks voorkomende calamiteiten en storingen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn afgesloten. Dit betreft voornamelijk technische installaties. Tenslotte is er het planmatig onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voor de periode van 2022–2031 een ‘Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed’ opgesteld. Deze plannen worden ieder jaar bij de jaarrekening geactualiseerd. Bij de laatste actualisatie is becijferd dat de jaarlijkse kosten aan planmatig onderhoud gemiddeld € 1.026.000 bedragen. Uitbreidingen en duurzame maatregelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en vergen afzonderlijke investeringen.

104 Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het ‘Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed’ is verwerkt in de begroting. Voor het maatschappelijk vastgoed is een voorziening ingesteld. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn:

105 4.4. Paragraaf Financiering In de ‘Paragraaf Financiering’ lichten we de financieringsfunctie van de gemeente Steenwijkerland voor de jaren 2023-2026 toe. We gaan in op zowel de algemene ontwikkelingen als de ontwikkelingen in onze gemeente. De algemene ontwikkelingen betreffen de renteontwikkelingen en de wet - en regelgeving. De specifieke ontwikkelingen omvatten de renterisiconorm, de kasgeldlimiet e n de financiering van de gemeente. Ambitie Het doel is een optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven op korte en lange termijn. Om dit goed uit te voeren, wordt gekeken naar de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasuryfunctie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) en het financieringsstatuut. Doelstellingen Bij de begroting wordt afgewogen welke investeringen er op korte en lange termijn plaatsvinden. Het is vervolgens onze taak om deze investeringen conform de kaders te financieren. We beperken ons tot de publieke taak en hanteren hierbij de volgende doelstellingen: 1. Er is voldoende financiering op korte e n lange termijn; zodoende kunnen wij te allen tijde aan onze betaalverplichtingen voldoen. 2. De risico’s die aan financiële transacties verbonden zijn worden beheerst en beperkt.

Te denken valt onder andere aan renterisico’s, koersrisico’s en debiteuren-/crediteurenrisico’s. 3. De rentekosten van de leningen worden zoveel mogelijk beperkt. 4. De interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities worden zoveel mogelijk beperkt. Onze inzet We maken onderscheid tusse n financiering en dekking. Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan onze financiële middelen komen (bijvoorbeeld door verkoop van gronden of door het aangaan van geldleningen). Bij dekking gaat het om de vraag hoe we de middelen kunnen aanwenden om de begroting sluitend te houden (bijvoorbeeld opbrengst uitkering gemeentefonds en belastingopbrengsten). De uitvoering van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de kaders van de Wet fido en de Wet Hof. Om vooral de financieringsrisico’s te beperken, staan in de Wet fido twee instrumenten genoemd, te weten de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Renterisiconorm Het uitgangspunt van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op langlopende schulden. Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk moeten worden afgesloten met het risico van snel oplopende rentelasten.

Met behulp van de renterisiconorm wordt bepaald wel renterisico de gemeente loopt op haar vaste schuld (leningen met een looptijd langer dan één jaar). De renterisiconorm is bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen be dragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hierbij is een minimumbedrag bepaald van € 2,5 miljoen. Op een begrotingstotaal van € 147 miljoen in 2023 bedraagt de renterisiconorm voor onze gemeente € 29,5 miljoen. In 2023 vindt voor een bedrag van € 4,2 miljoen aan aflossingen van bestaande leningen plaats. We kunnen nog een nieuwe lening aantrekken voor een bedrag van € 25,3 miljoen. 106 Kasgeldlimiet In verband met het beperken van renterisico’s op de korte schuld moeten gemeenten voldoen aan de kasgeldlimiet. Dit betekent dat de korte schuld voor gemeenten maximaal 8,5% van het begrotingstotaal (lasten) mag bedragen. De korte schuld bestaat uit de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rente typische looptijd korter d an één jaar en de schuld op de rekening -courant. Deze opgenomen gelden zijn bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. In 2023 bedraagt de limiet v oor de gemeente Steenwijkerland € 12,5 miljoen. De intentie is om de kasgeldlimiet optimaal te benutt en.

Dit omdat voor opgenomen kasgeldleningen de laatste tijd zelfs een rentevergoeding wordt ontvangen en dus goedkoper is dan het aantrekken van een langlopende geldlening. In verband met regelgeving is het niet toegestaan om meer dan 2 kwartalen achter e lkaar gebruik te maken van kasgeld. Debiteuren-/crediteurenrisico Onder debiteurenrisico wordt hier verstaan het risico dat uitgezette geldleningen niet worden terugontvangen van marktpartijen. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat tegoede n worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en daalt de staatsschuld. Schatkistbankieren is ingevoerd voor gemeente n, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke re gelingen. Dit heeft een positief effect op de omvang van de EMU-schuld. Depositotarieven en inleentarieven worden geharmoniseerd. De Wet biedt, onder bepaalde voorwaarden, (lagere) overheden de mogelijkheid elkaar leningen te verstrekken. Dit kan voor be ide partijen leiden tot gunstige rentecondities. Uit oogpunt van doelmatigheid is in de Wet een drempelbedrag opgenomen. Hiermee kan een bepaald bedrag buiten de schatkist worden gehouden. Voor gemeenten met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen is het drempelbedrag bepaald op 2% met een minimum van € 1.000.000.

Voor de gemeente Steenwijkerland gel dt in 2023 als drempel 2% van € 147,5 miljoen, ofwel ruim € 2,9 miljoen. Wij mogen dus een positief rekening -courantsaldo hebben van € 2,9 miljoen, voordat deze middelen worden afgeroomd aan de schatkist.

107 De gemeente krijgt normaliter een rente vergoed die gelijk is aan de rente die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. Echter, tot en met september 2022 bracht de BNG-creditrente (negatieve rente) in rekening. Wij hebben daarom de hierboven gestelde drempel van € 2,9 miljoen eigenstandig verlaagd tot een bedrag van € 0,5 miljoen. Dit om renteverplichtingen te voorkomen. Hoe dit eind 2022 zich gaat ontwikkelen is onduidelijk, maar de kans is groot dat de negatieve rente tot het verleden behoort. Dan zullen wij de eigenstandige norm van € 0,5 miljoen weer bijstellen tot € 2,9 miljoen. Leningenportefeuille In de gemeente Steenwijkerland werken we met totaalfinanciering. Dit houdt in dat niet voor iedere investering apart een lening wordt afgesloten. Investeringen worden gefinancierd vanuit het totaal van eigen vermogen (reserves) en het lang vreemd vermogen (aangetrokken leningen). Bij projecten van grote omvang kan het zijn dat het systeem van totaalfinanciering wordt losgelaten. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld een project waarbij er sprake is van een verschil tussen juridisch en economisch eigenaar van een activa. In het overzicht zijn meegenomen de opgenomen leningen, die zijn doorgesluisd naar woningcorporatie Wetland Wonen Groep. De restschuld van deze doorgesluisde leningen bedraagt per 1 januari 202 3 € 4,2 miljoen.

Alle leningen zijn opgenomen bij de BNG Bank. In 2022 moet een totaalbedrag van afgerond € 1 miljoen worden betaald wegens verschuldigde rentekosten. Dit is inclusief de rentelasten van € 0,177 miljoen voor de doorgesluisde leningen aan Wetland Wonen. Wij lopen een risico als de woningcorporatie haar betalingsverplichtingen niet nakomt. Het Waarborgfonds Sociale Woningen staat garant voor de betalingen van rente en aflossingen van 4 van de 6 verstrekte leningen. Rentetoerekening Sinds 2018 wordt de rekenrente volgens een vaste formule berekend en kan deze niet meer vrij worden bepaald. De invloed op het renteresultaat is vanaf dat moment beperkt tot de keuze om wel of geen rente over het eigen vermogen te berekenen. De omvang van de rente die over het eigen vermogen mag worden berekend, is met ingang van de begroting 2017 gemaximeerd op het gemid delde rentepercentage dat de gemeente over haar extern aangetrokken leningen betaalt. Het renteschema is hieronder weergegeven.

108 Kredietrisico’s Dit is het risico dat de gemeente loopt wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen, c.q. publ ieke instellingen die in voorkomende gevallen in financiële problemen kunnen komen. Onze gemeente heeft naar verwachting in het begrotingsjaar 202 3 in beperkte mate te maken met kredietrisico’s. De totale omvan g van deze leningen per 1 -1-2023 bedraagt € 6,3 miljoen. De ontwikkeling van de verstrekte leningenportefeuille ziet er als volgt uit. Voor 2023 is een rentevergoeding van afgerond € 0,3 miljoen begroot. Hieronder is dit bedrag gespecificeerd.

109 Financiering Binnen de gemeente wordt een omslagrente in rekening gebracht bij de investeringen en de projecten van 1,00%. Financieringspositie De financieringspositie geeft inzicht in de ontwikkeling van de financieringsbehoefte, rekening houdend met de investeringen en beschikbare interne en externe middelen. De interne financiering vindt plaats in de vorm van de ten laste van de exploitatiereke ning gebrachte afschrijvingen en in de vorm van eigen vermogen (reserves). Voor de externe financiering wordt een beroep gedaan op de geld - en kapitaalmarkt. De boekwaarde van de investeringen wordt per 1 januari 2023 geraamd op afgerond € 129,7 miljoen. Financieringstekort Bij de aanvang van dit begrotingsjaar ramen wij een financieringstekort van afgerond € 25,5 miljoen. Dit tekort ontstaat doordat de som van de reserves en voorzieningen en de opgenomen geldleningen per 1 januari 2023 lager is dan de boekwaarde van de investeringen per 1 januari 2023. Rentevisie De rentevisie is gebaseerd op de meest actuele ontwikkelingen op de geld - en kapitaalmarkt. Wij maken daarbij onder andere gebruik van de renteprognose en berichtgeving van de B NG Bank.

110 Relatiebeheer Evenals voorgaande jaren is de BNG onze huisbankier. Nagenoeg alle transacties vinden plaats via deze bank. Medio 2020 is de dienstverleningsovereenkomst gewijzigd. Hierin is geregeld dat wij tot een bedrag van € 12 miljoen ‘rood’ mogen staan. Daarnaast heeft de gemeente een rekening -courantovereenkomst met de Rabobank ‘Meppel-Staphorst- Steenwijkerland’. Prognose Meerjarenbalans11 Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU -saldo is in het BBV voorgeschreven dat bi j de uiteenzetting van de financiële positie een geprognosticeerde balans wordt opgenomen. Deze balans moet meerjarig zijn en geeft inzicht in de ontwikkeling van onder meer de investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte. 11 In de prognose meerjarenbalans zijn de saldi van de voorliggende programmabegroting vertaald in de post ‘eigen vermogen’. De overlopende activa en passiva zijn constant gelaten ten opzichte van de laatste vastgestelde jaarrekening.

111 De presentatie van de geprognosticeerde balans sluit aan op de balans van de jaarrekening, maar behoeft niet dezelfde mate van detail te kennen. In de prognose zitten veel aannames omdat de toekomstige mutaties onzeker zijn. Het vertrekpunt voor deze balans is de jaarrekening 202 1. Bij de prognose van de eindbalansen van de jaren 2023 t/m 2026 is rekening gehouden met de mutaties voortvloeiende uit: - het investeringsprogramma 2023–2026; - actualisatie grondexploitaties; - de mutaties in de reserves en voorzieningen. EMU-saldo Om strakker te kunnen sturen op de afspraken die het Rijk heeft gemaakt in Europees verband is de Wet Hof ingevoerd. De wet is bedoeld voor de beheersing van de schuldenlast en het begrotingstotaal op rijksnivea u. Een individuele EMU-referentiewaarde betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente heeft in de gezamenlijke tekortnorm. Wij hebben een sluitende (meerjaren)begroting, maar de manier waarop het Rijk het EMU-saldo berekent, betekent dat wij misschien wel een negatief EMU -saldo hebben. De belangrijkste oorzaak is dat het Rijk investeringen aan één jaar toerekent (het zogenaamde kasstelsel) terwijl andere overheden en het bedrijfsleven dergelijke uitgaven via afschrijvingen over meerdere jaren uitsmeren (stelsel van baten en lasten).

Sturingsopties om het EMU-saldo in positieve zin te beïnvloeden zijn het afstoten van activa en passiva die niet tot de ‘core business’ van e en gemeente horen. Als vervolg daarop kan het noodzakelijk zijn keuzes te maken en ambities te beperken als het gaat om het investeringsprogramma. Voor vastgoedobjecten kan daarbij huur of lease een optie zijn.

112 Voor 2023 bedraagt de referentiewaarde - € 5.617.000 (voor 2022 was dat - € 4.843.000). Uit bovenstaande tabel blijkt dat het EMU-saldo voor de jaren 2023 tot en met 2026 onder de referentiewaarde blijft. We presenteren in die jaren positieve EMU -saldi. De overschrijding in 202 2 wordt veroorzaakt doordat de restantkrediet en over 20 21 zijn overgeheveld naar 2022.

113 4.5. Paragraaf Bedrijfsvoering In onderstaande kaart staan de ambities voor de ambtelijke organisatie. De hierin opgenomen organisatiedoelen gebruiken we als indeling voor deze bedrijfsvoeringsparagraaf. Betrouwbaar en professioneel Effectieve en efficiënte werkprocessen We verbeteren continu hoe we werken. We houden daarbij steeds onze inwoners, ondernemers en instellingen én de bestuurlijke wensen in gedachten. Voor hen moet het beter worden. We willen dat iedere medewerker doorlopend alert is op onhandige, onlogische zaken en dat meldt waardoor het uiteindelijk beter kan worden. Ook stimuleren we het eigenaarschap en de eigen verantwoordelijkheid in de organisatie . Onderdeel van die aanpak is het versterken van het programmatisch en projectmatig werken. We gaan gericht op specifieke projecten en grotere opgaves via een leer-werkprogramma de methodiek aanscherpen. Tijd en plaats onafhankelijk werken in een aantrekkelijke, effectieve en efficiënte werkomgeving. Hybride werken (soms op kantoor, soms ergens anders) is in het post -corona tijdperk niet meer weg te denken. Daarbij gaat het om plaats- en tijdonafhankelijk werken, maar ook om de digitale weerbaarheid. De nieuwe manier van werken vergt een herinrichting van ons kantoor. Het klassieke cellen -kantoor gaan we aanpakken om e en betere werkomgeving te maken.

In een zeer concurrerende arbeidsmarkt is dat een noodzaak. Ook vanuit arbotechnische gronden is er een noodzaak om tot actie over te gaan, aangezien het pand 30 jaar oud is en aan renovatie en verduurzaming toe is. We maken een plan en starten de voorbereidingen op. Inkoop en aanbesteden In oktober hebben w e het nieuwe landelijke manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) ondertekend. In 2023 zal een gemeentelijke actieplan MVOI vastgesteld worden waarin we beschrijven op welke manier we invulling gaan geven aan de uitgangspunten van het manifest. Bij het opstellen van dit actieplan zullen lokale ondernemers betrokken worden met als doel een MKB-vriendelijk actieplan op te stellen.

114 Privacy, informatiebeveiliging en informatiebeheer Digitale veiligheid en betrouwbare informatie(voorziening) zijn cruciaal voor het goed functioneren van de gemeente. Het is de basis voor het beschermen van de rechten van onze inwoners en ondernemers én het waarborgen van een veilige digitale omgeving als gemeente. Inwoners moeten erop kunnen vertrouwen dat de gegevens die we verstrekken in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving. In 2023 gaan wij daarom verder met het jaarlijks trainen van medewerkers en het implementeren van ons bedrijfscontinuïteitsplan. Daarnaast zetten we verder in op versterking van de (digitale) weerbaarheid van de gemeente. Dit door onder meer het oefenen op informatiebeveiligingsincidenten met management en bestuur en natuurlijk ook met acties die bijdragen aan het voorkomen van incidenten. Informatievoorziening en Wet Open Overheid. De Wet open overheid (Woo) is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo wil overheden transparanter maken door overheidsinformatie beter vindbaar te maken. De wijzi ging ten opzichte van de Wob betreft vooral de actieve openbaarmaking. Het gaat hierbij onder meer om raads- en collegestukken, beschikkingen, klachten, Woo -verzoeken, adviezen van adviescommissies, jaarplannen/ -verslagen, organisatiegegevens en bepaalde onderzoeken.

Voor andere documenten geldt een inspanningsverplichting om openbaar te maken. Om de wet goed te kunnen uitvoeren en monitoren is extra ambtelijke capaciteit ingezet, zoals een juridisch adviseur en een Woo-contactfunctionaris. Om de informatie toegankelijk te maken is het noodzakelijk om de (digitale) informatiehuishouding verder op orde te brengen. Dit is een forse operatie waarbij alle gemeentelijke informatiesystemen en informatiestromen zijn betrokken. Ook moet veel informatie die op papier staat gedigitaliseerd worden. In de grote hoeveelheid data zit bovendien informatie die volgens de A lgemene verordening gegevensbescherming (A VG) al vernietigd had moeten zijn. Tegelijkertijd zitten er ook documenten tussen die volgens de archiefwet voo r een bepaalde periode bewaard moeten blijven. In 2022 zijn wij daarom gestart met een project om structuur aan te brengen in deze data. Daar gaan wij in 2023 mee door. Rechtmatigheidsverantwoording In de huidige situatie geeft de accountant in de contro leverklaring een oordeel over de rechtmatigheid van het handelen van de gemeente. Vanaf het verslagjaar 2023 ligt deze verantwoordelijkheid bij het college, aan de hand van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening. Ter voorbereiding op deze nieu we verantwoordelijkheid en werkzaamheden zijn we in 2022 gestart met een pilot.

Insteek is om bij de jaarrekening 2022 op het onderdeel Sociaal Domein al een rechtmatigheidsverantwoording op te nemen. De pilot is de basis om een jaar later bij de verantwoo rding over het boekjaar 2023 een volledige rechtsmatigheidsverantwoording op te kunnen stellen. Doelmatigheid en interne controle Jaarlijks doen we onderzoek naar de doelmatigheid van een bepaald product of proces. Het onderzoeksonderwerp voor 2022 is onz e telefonische dienstverlening (terugbelnotities). In 2023 zal het inwonerspanel worden geëvalueerd. Insteek is om te onderzoeken hoe het instrument zo doelmatig en doeltreffend kan worden ingezet. Per 1 januari 2019 is de geactualiseerde verordening ond erzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid (artikel 213a van de Gemeentewet) door de raad vastgesteld. In deze verordening is vermeld dat het onderzoeksplan in de programmabegroting is opgenomen. In bijlage 3 zijn de te onderzoeken processen voor 2023 opge nomen. Fraudebeheersing De komende jaren zal vanuit de accountscontrole extra aandacht worden gegeven aan fraudepreventie. Ook wordt dit onderwerp onderdeel van de controleverklaring van de accountant. In zowel het managementoverleg (DT en teamleidersoverleg) als bij het college wordt sinds 2021 periodiek een frauderisicoanalyse uitgevoerd.

Vanaf het komend jaar wordt via deze bedrijfsvoeringparagraaf gerapporteerd over de ontwikkelingen rondom fraudebeheersing. In 2023 wordt intern extra aandacht besteed aan fraudebewustzijn bij onze medewerkers. 115 Daarnaast wordt, ook in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording, aan de verbetering van de risicobeoordeling via procescontroles gewerkt. Samenleving tevreden ... over onze dienstverlening, over hoe we integraal samenwerken en over onze gastvrijheid. Dienstverlening Inwoners en ondernemers komen op diverse momenten in contact met ons. Wij vinden het belangrijk dat dit contact dan prettig verloopt. In welke vorm dit contact plaatsvindt; digitaal, telefonisch, schriftelijk of in levenden lijve. Aan onze inwoners en ondernemers vragen we hoe ze onze dienstverlening ervaren. Bijvoorbeeld via enquêtes en ons inwonerpanel. Begin 2023 verwachten we de uitkomsten van het on derzoek van het panel over social media, de website en de Berichtenbox van MijnOverheid en gaan we aan de slag met de hieruit voortvloeiende verbetersuggesties. Datzelfde geldt voor het vereenvoudigen van teksten van brieven en het nog verder verbeteren van online informatie. Onze dienstverlening wordt als goed beoordeeld . Zo zien we dat bij balie en telefo nie zo'n driekwart van de inwoners een 8 of hoger geeft en ongeveer 10% een onvoldoende.

Bij meldingen openbare ruimte (MOR) zien we nog steeds een hoog percentage dat een 8 of hoger geeft (61%), maar ook een hoger percentage onvoldoendes (32%). Deze onvoldoendes worden vooral gegeven door inwoners die vinden dat hun melding niet tijdig of niet op de door hun gewenste manier worden opgelost. We maken een actieplan om in 2023 de MOR te verbeteren. Ontwikkelen gebiedsgericht werken In het coalitieakkoord komt in verschillende opgaven de term gebieds -en wijkgericht werken terug. Het beeld van wat dit precies inhoudt en op moet leveren verschilt echter vanuit verschillende opgaven en teams. Het komend jaar gaan we volop aan de slag om het gebiedsgericht werken te verbeteren. Hiervoor wordt een ontwikkelteam ingesteld dat, op basis van de ervaringen in Steenwijkerland en bij andere gemeenten, de opdracht krijgt: 1) duidelijkheid te geven over wat we in de gemeente onder gebiedsgericht werken verstaan 2) een gedragen werkwijze voor gebiedsgericht werken op te stellen inclusief hel derheid in taak - en rolverdeling 3) de randvoorwaarden en benodigde faciliteiten in beeld te brengen en realisatie daarvan in gang te zetten (zoals de opstelling van een leidraad, interne communicatie, training). Medewerkers tevreden … over de positieve werksfeer, een fijne werkomgeving, de ruimte voor ontwikkeling en over een goede werkgever.

Een flexibele manier van werken – het plaats- en tijdonafhankelijk werken – heeft zoals al gezegd de toekomst. We werkten er eerst mee in de vorm van een pilot. In 2023 verwachten we deze manier van werken verder uit te kunnen rollen in de organisatie. Plaats - en tijdonafhankelijk werken komt ten goede aan de duurzame inzetbaarhei d van medewerkers. Om maatwerkafspraken te kunnen verbeteren, versterken we in 2023 het dienend leiderschap van onze leidinggevenden. Daarnaast geven we diversiteit en inclusie verder vorm in ons personeelsbeleid en gaan we aan de slag om onze arbeidsmarktcommunicatie te verbeteren. Vitaliteit en de duurzaam inzetbare medewerker In 2021 is gestart met het ontwikkelen van het Vitaliteitsbeleid. Dat krijgt de komende jaren vorm in de organisatie. Medewerkers krijgen concrete handvatten om hun vitaliteit, w erkvermogen en inzetbaarheid te vergroten. Daarmee draagt dit beleid en de uitrol bij aan de doelstelling ‘tevreden medewerkers’. We bieden gezonde producten aan onze medewerkers in ons nieuwe werkcafé. Ontwikkeling ziekteverzuim Het verzuim is de afgelo pen jaren gestegen ten opzichte van de voorgaande jaren. De oorzaak is het langdurig verzuim. De doelstelling voor 2023 is om weer de dalende lijn te vinden en onder de 5% uit te komen.

We zien 116 gelukkig dat langdurig zieken weer (meer) herstellen, al is er ook sprake van nieuwe situaties van langdurig verzuim. Het is denkbaar dat het (deels) weer op kantoor werken en het daardoor meer fysiek in beeld zijn bij de leidinggevende een positief effect gaat hebben op het verzuim. Om een daling van het langdurig v erzuim te bereiken, zetten we in op preventie en actieve begeleiding bij verzuim. Medewerkers onderzoek Als organisatie willen we dat onze medewerkers tevreden en vitaal zijn. Periodiek toetsen we dat via onderzoek. Uit het medewerkersonderzoek in 2022 bleek dat we in het vergelijkbare scores hebben met gemeenten van dezelfde omvang. Medewerkers zijn trots op de mogelijkheden om thuis te werken, de bevlogenheid en betrokkenheid van hun collega’s en ervaren de onderlinge samenwerking als prettig en colleg iaal. Belangrijke aandachtspunten zijn de hoge werkdruk, de werk-privébalans en de onderlinge samenwerking tussen teams. Ook ‘harde’ aspecten zoals de internetverbinding op kantoor en aandacht voor de werkplekinrichting zijn veelvuldig genoemd als verbeterpunt. Verbeteracties op basis van het onderzoek zijn inmiddels ingezet en krijgen in 2023 een vervolg. 117 4.6. Paragraaf Verbonden partijen Inleiding Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft.

Bestuurlijk belang houdt in dat de gemeente een zetel in het bestuur heeft of stemrecht heeft bij de vergaderingen. Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente financiële middelen in het bedrijf heeft geïnvesteerd, c.q. gestoken. Als het bedrijf failliet gaat, is de kans groot dat de gemeente de beschikbare financiële middelen kwijt is. Ook bij problemen bij de verbonden partij kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld en kunnen kosten verhaald worden op de gemeente. Een partij die ieder jaar een subsidie krijgt, waar geen tegenprestatie tegenover staat is geen verbonden partij. In de ‘Nota Verbonden Partije n’ zijn regels vermeld voor het aangaan van diverse nieuwe samenwerkingen. Het proces van deelnemingen is een dynamisch gebeuren. Daarom treft u net als vorig jaar weer een aantal wijzigingen, c.q. aanvullingen aan die passen binnen de huidige kaders van de ‘Nota Verbonden Partijen’. Visie en beleid ten aanzien van verbonden partijen Wij streven ernaar om het bestuurlijk en financieel belang te houden in die organisaties die een bijdrage leveren aan het openbaar belang en waarvan de activiteiten aansluiten bij het beleid zoals dat door de gemeente wordt gevoerd. Beleidswijzigingen voor specifieke verbonden partijen worden voor zover nodig of wenselijk afzonderlijk aan de raad voorgelegd.

Verbonden partijen waarin de gemeente Steenwijkerland deelneemt De verbonden partijen van de gemeente Steenwijkerland bestaan uit de gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en publiekrechtelijke rechtspersonen. Voornemens tot het aangaan van nieuwe bestuurlijke participaties Op dit moment zijn er geen voornemens bekend tot het aangaan van nieuwe bestuurlijke participaties. Voornemens tot het beëindigen van bestaande participaties Verwacht wordt dat de gemeente op korte termijn geen participaties met uitzondering van Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. en CSV Amsterdam B.V. gaat beëindigen: - Het doel is dat Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. in 2022 of zoveel mogelijk eerder wordt opgeheven. De resterende liquide middelen worden dan aan de aandeelhouders uitgekeerd naar rato van hun aandelenbelang. - CSV Amsterdam B.V. zal na afwikkeling van de bezwaar - en eventuele gerechtelijke procedure of eventuele voortijdige beëindiging van deze procedure (bijvoorbeeld door een mogelijk compromis tussen de Belastingdienst en CSV of een besluit van de Aandeelhouderscommissie de procedure niet verder voort te zetten) zal de vennootschap kunnen worden opgeheven. De resterende liquide middelen worden dan aan de aandeelhouders uitgekeerd naar rato van hun aandelenvermogen.

Wijzigingen bestaande participaties Op dit moment zijn er geen wijzigingen in bestaande participaties bekend. Risico’s Bij het deelnemen in een verbonden partij kan de gemeente risico’s lopen. Te denken valt onder andere aan: - de hoogte van de dividenduitkering; - aansprakelijkstelling bij faillissement; - verplichte hogere bijdragen bij exploitatietekorten bij gemeenschappelijke regelingen. Beheersmaatregelen Om de risico’s te beperken zijn de volgende maatregelen getroffen: 118 - de gemeenschappelijke regelingen moeten j aarlijks vóór 15 april hun ontwerpbegroting en voorlopige jaarrekening naar de gemeenteraden zenden; - bij de rechtspersonen (onder andere nutsbedrijven) heeft de gemeente, via de portefeuillehouder inspraak bij de behandeling tijdens de aandeelhoudersvergaderingen. Bij de verschillende programma’s worden de specifieke risico’s van de verbonden partijen vermeld. Verder treft u in bijlage 8 het overzicht aan van de verbonden partijen. Resumé Hieronder treft u een beknopt overzicht aan van dividenduitkeringen, rente-inkomsten en verschuldigde bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen.

119 4.7. Paragraaf Grondbeleid en ontwikkelingsinvesteringen Algemeen In de ‘Paragraaf Grondbeleid en ontwikkelingsinvesteringen ’ wordt ingegaan op de vermogenspositie van het grondbedrijf op basis van geactualiseerde exploitatieopzetten van de diverse complexen. Tevens zijn de diverse risico’s, waar het grondbedrijf mee te maken heeft, beschreven. De resultaten van 202 1 zijn verwerkt in de jaarrekening en hebben hun weerslag gehad op de grondexploitaties. Op basis van de bijgestelde grondexploitaties is de vermogenspositie van het grondbedrijf in beeld gebracht. Nieuwe ontwikkelingen Er zijn een aantal ontwikkelingen die ook de grondexploitatieprojecten raken: Parameters Jaarlijks worden de parameters kosten - en opbrengstenstijging ten behoeve van de Meerjarenbegroting Grondexploitaties (MBG) opnieuw vastgesteld. In de ‘MBG 202 2 e.v.’ zijn de para meters voor de komende begrotingsperiode niet gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening. Er wordt een opbrengstenstijging van 1,5% gehanteerd, op basis van de ontwikkeling van de Consumentenprijsindex (CPI). Er wordt een kostenstijging van 2% gehanteerd, op basis van de ontwikkeling van de Grond -, Weg - en Waterbouwindex (GWW -index). Het rentepercentage dat wordt doorberekend aan de grondexploitaties bedraagt 0,75% op basis van de kredietfaciliteit bij de BNG.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/ba531df7-481b-4a26-bbda-d70dfdb8bd87?agendaItemId=e13d2c09-4e2d-4839-8d93-29e500823581