CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2023-2026 gemeente Steenwijkerland.pdf

Raadsvergadering 8 november 2022, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Programmabegroting 2023-2026 gemeente Steenwijkerland40.939 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Vanuit de VNG is aangegeve n dat men de indruk heeft dat het kabinet alvast voorsorteert op een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025, waarbij de mogelijkheid van een groter eigen belastinggebied wordt betrokken: Om een stabielere financiering voor gemeenten en provincies te realiseren en hun autonomie te vergroten, wordt in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 uitgewerkt, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken. Als het accres 2026 wordt afgezet tegen het accres 2025 (zie PPN 2022 -2026, p. 63), dan is het verschil voor onze gemeente € 2,3 miljoen negatief. Voorstel is om het accres van 2025 volledig door te trekken naar 2026, 3.4. Bestedingsplan 2023-2026 In tegenstelling tot andere jare n bevat de PPN 2022 -2026 geen b eleidsvoornemens en plannen voor de komende jaren met een bijbehorend bestedingsoverzicht. Eerst moesten de hoofdlijnen van het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorbouwen’ verder worden uitgewerkt in doelen en resultaten, gekoppeld aan de nieuwe bestuursprogramma’s. Dat traject is inmiddels afgerond, waardoor we u nu het bestedingsplan ku nnen voorleggen voor de periode 2023 tot en met 2026. Het totale bestedingsplan treft u hieronder aan. De afzonderlijke planne n zijn toegelicht in hoofdstuk 2 onder de desbetreffende bestuursprogramma’s. 57

58

59 3.5. Vervangingsinvesteringen Zoals gebruikelijk zijn de meerjarige vervangingsinvesteringenplannen geactualiseerd. In voorliggende programmabegroting zijn op basis van deze plannen voor de jaren 202 3 en volgende de kapitaallasten van de geplande investe ringen gereserveerd. Wij verwijzen u naar bijlage 1 van deze begroting. Het betreffen de vervangingsinvesteringen voor: - Tractie; - ICT; - Begraafplaatsen; - Huishoudelijke dienst. De kapitaallasten voortvloeiende uit de v ervangingsinvesteringen kunnen volledig worden gedekt uit de gereserveerde vrijvallende kapitaallasten. Voor 2023 stellen wij voor de volgende kredieten beschikbaar te stellen: 3.6. Financiering Om investeringen te kunnen doen wordt meestal geleend. Bij het aantrekken van financieringsmiddelen wordt op basis van de geldende rentetarieven op de geld - en kapitaalm arkt en de te verwachten liquiditeitsbehoefte een financieringsconstructie gekozen, die optimaal aansluit bij eerdergenoemde behoefte en in de pas loopt met de wettelijke voorschriften. In februari 2022 is een langlopende geldlening aangetrokken voor een b edrag van € 7,5 miljoen (rente 25 jaar vast tegen 0,6%.) 3.7. Reserves en voorzieningen Per ultimo 2023 bedraagt de vermogenspositie naar verwachting € 29,5 miljoen (excl. voorzieningen). Het meerjarig verloop van de reserves en voorzieningen is opgenomen in bijlage 4.

60 3.7.1. Verloop algemene en bestemmingsreserves Het BBV onderscheidt de volgende reserves: a. algemene reserve(s); b. de bestemmingsreserves. In onderstaande toelichting wordt nader ingegaan op een aantal algemene en bestemmingsreserves. Algemene reserves Algemene reserve vaste buffer In de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2017’ is vastgelegd dat de norm voor de Algemene reserve vaste buffer 15% van de som van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de opbrengst onroerende-zaakbelastingen (OZB) bedraagt6. Om veelvuldige toevoegingen en onttrekkingen aan genoemde reserve t e voorkomen als gevolg van fluctuaties in de alge mene uitkering en de opbrengst OZB geldt een marge naar boven en beneden van 5%. Afwijking van de bandbreedte is maximaal 3 jaar toegestaan. De Algemene reserve vaste buffer bedraagt ultimo 2022 € 13.895.000. Dit bedrag is lager dan de gestelde norm van € 15.293.000. Voorstel is om deze reserve weer op het niveau van 15% te brengen. We stellen voor om een bedrag van € 1.398.000 ten laste te brengen van het de Algemene reserve vrij besteedbaar. Algemene reserve vrij besteedbaar De Algemene reserve vrij besteedbaar bedraagt per ultimo 2026 € 2,4 miljoen. Bestemmingsreserves Een aantal bestemmingsreserves uit het overzicht in bijlage 5 wordt hieronder toegelicht.

Reserve coronagerelateerde uitgaven Sociaal Domein Voorstel is om een bedrag van € 300.000 te onttrekken aan de ‘Reserve coronagerelateerde uitgaven Sociaal Domein’ en dat dat geld in te zetten voor d e ‘Beweging van nul’ (zie hoofdstuk 2.7 .). Na deze onttrekking resteert ultimo 2023 een bedrag van € 300.000. 6 In december 2017 heeft uw raad de genoemde nota vastgesteld. De norm van de Algemene reserve vaste buffer is toen verhoogd van 10% naar 15% vanwege het opheffen van de ‘algemene reserve Grondbedrijf’.

61 Reserve energiecompensatie maatschappelijke instellingen In de Najaarsnota 202 2 stellen we voor om een ‘Reserve energiecompensatie maatschappelijke instellingen’ in het leven te roepen. We gaan ervan uit dat de hiervoor beschikbare middelen (€ 3,3 miljoen) ook daadwerkelijk worden uitgekeerd. Hierdoor zijn geen bedragen zichtbaar in het meerjarig beeld van deze reserve. Reserve Volkshuisvesting. Het saldo bedraagt per 1 januari 2023 € 6,7 miljoen. De meerjarige financiële gevolgen van het raadsbesluit uit 2018 voor de investeringsopgave zijn hierin meegenomen. 3.7.2. Verloop voorzieningen Voorzieningen worden onder meer gevormd wegens: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs is in te schatten; b. op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten; c. kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar e n de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. Evenals bij de reserves treft u onderstaand ook een toelichting aan op de meest in het oog springende voorzieningen.

Voorziening groot onderhoud wegen De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed heeft op de hoogte van de voorziening wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Voorziening onderhoud speelvoorzieningen De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed op de hoogte van de voorziening heeft wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Voorziening Algemeen Maatschappelijk Vastgoed De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed op de hoogte van de voorziening heeft wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Egalisatievoorziening reiniging De exploitatiesaldi worden ten gunste of ten laste van de egalisatievoorziening reiniging gebracht. Er vindt in 2023 een onttrekking van € 170.000 aan de voorziening plaats. In paragraaf 4.1.7. Afvalstoffenheffing wordt een nadere toelichting gegeven. Voorziening riolering (exploitatie) De exploitatiesaldi worden ten gunste of ten laste van de egalisatievoorziening riolering (exploi tatie) gebracht.

Er vindt in 2023 een onttrekking van € 817.000 aan de voorziening plaats. In paragraaf 4.1.8. Rioolheffing wordt een nadere toelichting gegeven. 62 Voorziening overdracht wethouderspensioenen Op grond van de wet APPA (algemene pensioenwet politieke ambtsdragers) is de gemeente verplicht om een voorziening te treffen voor wethouders om hen in staat te stellen hun pensioen over te dragen aan een pensioeninstelling. Indien dit gebeurt is een eenmalige afkoopsom benodigd. Op dit moment is de gemeente voor de bestuurders die hieraan niet de voorkeur geven, na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, verplicht pensioen uit te betalen. Het gereserveerde bedrag gaat vervolgens over naar de voorziening te betalen pensioen voormalige bestuurders. Per 1 januari 2023 bedraagt het saldo € 1,8 miljoen. Voorziening te betalen pensioenen voormalig bestuurders Voor voormalig bestuurders, die vanaf 2015 pensioenrechten hebben, dienen de te betalen pensioenen volledig uit een voorziening bekostigd te worden. Indien een voormalig bestuurder op enig moment recht heeft op pensioen bestaat er geen mogeli jkheid voor hem/haar om het pensioen over te dragen aan een pensioenfonds en wordt het gereserveerde be drag in de vorige voorziening ( voorziening overdracht wethouderspensioenen ) overgeheveld naar deze voorziening om aan de verplichtingen te kunnen voldoen .

E lk jaar wordt de omvang van deze voorziening geactualiseerd. 3.8. Meerjaren Investerings Planning (MIP) Investeringen vormen (ook in het BBV en de eigen beleidsregels) een aparte categorie gemeentelijke uitgaven. Investeringen worden geactiveerd en d e kapitaallasten landen (na afronding van de investering) in de exploitatiebegroting. Daarmee zijn investeringen ook een belangrijke categorie uitgaven die betrokken moeten worden in de treasury (het aantrekken van geld). Er is immers veelal externe financ iering nodig om het door de raad beschikbaar gestelde krediet te kunnen realiseren. Investeringen worden vooraf geraamd en in de boeken gezet, veelal per begrotingsprogramma. Het totaal pakket aan investeringen is door de jaren heen permanent aan verander ing onderhevig: investeringen vinden later dan gepland plaats, vervallen, worden duurder, er komen nieuwe investeringen bij, de kapitaallast wijzigt (denk aan de rente), etc. Dit pleit het er voor het totaal aan investeringen als ‘complex’ te beschouwen, zodat integraler besloten kan worden over de gehele investeringsportefeuille, de investeringsruimte en de gevolgen van investeringen. Door een horizon te kiezen van (bijvoorbeeld) 10-15 jaar kan onder andere financieel en qua capaciteitsbeslag een betere planning en sturing plaatsvinden.

Zo wordt het bijvoorbeeld mogelijk de totale kapitaallasten gelijkmatiger te plannen in de begroting en vrijval van kapitaallasten bewuster in te zetten voor andere investeringen. Een Meerjaren Investerings Planning ( MIP) inrichten in jaarschijven, waarin alle investeringen uit de deelprogramma’s worden samengevat, en omgezet naar kapitaallasten, verschaft organisatie, bestuur en politiek dus meer inzicht in en oordeelsruimte over de investeringen. Veel gemeente n, los van d e omvang, kennen een dergelijke werkwijze. Het is dan ook wijs gebruik te maken van deze ervaringen en vervolgens een aanvang te maken met het inrichten van het MIP. Insteek is om in de begroting 2024 een eerste MIP op te nemen. 63 4. Specifieke paragrafen 4.1. Paragraaf Lokale heffingen 4.1.1. Inleiding De gemeente heeft voor het goed kunnen uitvoeren van haar taken geld nodig. Een groot deel van dit geld wordt ontvangen van de rijksoverheid via de zogenaamde ‘Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds’. Dit ‘Haagse’ geld is echter onvoldoende om alle taken te kunnen uitvoeren. Daarom maakt de gemeente gebruik van haar bevoegdheid om inkomsten te verkrijgen via burgers, bedrijven en bezoekers. Dit gebeurt met behulp van onder meer lokale belastingen en heffingen.

In 2023 verwacht de gemeente Steenwijkerland in totaal een bedrag van € 131 miljoen7 aan inkomsten te ontvangen (gemeentelijke belastingen en heffingen en rijksuitkeringen). In onderstaande grafiek is aangegeven welk deel ui t ‘Den Haag’ komt en welk deel uit ‘Steenwijkerland’. De grafiek laat zien dat de lokale belastingen en heffingen een wezenlijk onderdeel vormen van de gemeentelijke inkomsten. In deze paragraaf wordt daarom stilgestaan bij de diverse aspecten die samengaan met dit onderwerp. Zo worden de uitgangspunten benoemd, die de gemeente hanteert bij het vaststellen van de tarieven voor inwoners en onderneme rs. Ook tonen we met behulp van tabellen de ontwikkeling van de gemeentelijke belastingopbrengsten. Tenslotte laten we zien hoe ‘duur ’ Steenwijkerland is ten opzichte van omliggende en vergelijkbare gemeenten. 4.1.2. Belastingen en heffingen De gemeentelijke belastingen die in 2023 in de gemeente Steenwijkerland worden geheven zijn: - OZB; - Toeristenbelasting; - Forensenbelasting. Naast belastingen rekent de gemeente heffingen. Dit zijn kosten voor individuele dienstverlening aan burgers en ondernemers. Voor de tarieven van deze heffingen geldt dat de opbrengsten de kosten van de dienstverlening op 77 € 22,2 miljoen aan gemeentelijke belastingen en heffingen en € 108,4 miljoen aan rijksuitkeringen.

64 begrotingsbasis niet mogen overschrijden. De gemeentelijke heffingen die in 2023 in de gemeente Steenwijkerland worden geheven zijn: - Rioolheffing; - Afvalstoffenheffing; - Begraafrechten; - Vermakelijkhedenretributie; - Overige rechten. 4.1.3. Uitgangspunten Uw raad stelt de tarieven vast voor de lokale belastingen en heffingen. Ons uitgangspunt is dat we blijven behoren tot de top 25% gemeenten van Nederland met de laagste lokale lasten . We willen daarom geen bovengemiddelde stijgingen doorvoeren in de tarieven voor de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Voor de Afvalstoffenheffing en de Rioolheffing worden wijzigingen in de kosten verhaald door de betreffende tarieven dienovereenkomstig aan te passen (gesloten huishouding). Om grote tariefschommelingen te voorkomen, wordt gebruik gemaakt van de voorziening Reiniging en de voorziening Riolering. 4.1.4. Overzicht belastingopbrengsten De totale opbrengst voor belastingen en heffingen in 202 3 bedraagt € 22,2 miljoen. Dit bedrag is als volgt gespecificeerd:

65 In onderstaande cirkeldiagram is het aandeel van de belastingsoorten en verschillende heffingen in het totaal van de gemeentelijke belastingen in beeld gebracht. 4.1.5. Lokale belastingdruk Onze inwoners en ondernemers gaan in 2023 gemiddeld 0,8% meer a an lokale lasten betalen. Dit geldt voor zowel de OZB, de rioolheffing als ook de afvalstoffenheffing. De ontwikkeling van de lokale belastingdruk ziet er als volgt uit: Bij de OZB is uitgegaan van een WOZ -waarde van € 264.000 (waardepeildatum 1 -1-2021). Geen rekening is gehouden met de effecten van de hertaxatie met waardepeildatum 1 -1-2022. Op basis van de laatste COELO 8 atlas is de gemeente Steenwijkerland op de ranglijst van gemeenten met de laagste lokale lasten gestegen (2021: 34e plaats en 2022: 15e plaats). In de atlas staan alle gemeenten vermeld dus ook de ons omringende gemeenten. Ook zijn de gemiddelde woonlasten van de provincie Overijssel en Nederland in beeld gebracht. 8 Atlas van de lokale lasten 2022 (COELO). De atlas wordt jaarlijks door het Centrum voor Onderzoek van de Economie voor Lagere Overheden (COELO) uitgegeven . Het COELO berekent de lokale lasten voor de burger op basis van de door gemeenten aangeleverde informatie.

66 4.1.6. Onroerende-zaakbelastingen De wettelijke kaders van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) zijn neergelegd in de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet en de Wet Waardering Onr oerende zaken (Wet WOZ). Voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken kunnen twee belastingen geheven worden: een eigenaren- en een gebruikersbelasting. De hoogte van de OZB is afhankelijk van de in het kader van de Wet WOZ aan de onroerende zaak toege kende waarde. Het tarief is een percentage van deze waarde. Er kunnen verschillende tarieven vastgesteld worden voor woningen en niet-woningen. Binnen deze groepen mag niet verder gedifferentieerd worden. Voor alle woningen en alle niet - woningen gelden dus dezelfde tarieven. Hiernaast kunnen verschillende tarieven vastgesteld worden voor de eigenarenbelastingen en de gebruikersbelasting. Op dit ogenblik wordt hard gewerkt aan de hertaxatie van het WOZ -bestand met waardepeildatum 1 -1-2022. In december 2022 worden nadere voorstellen aan uw raad gepresenteerd over de tarieven voor 2022. Uitgangspunt daarbij is een gelijkblijvende opbrengst. Een stijging van de waarde van het totale woningbestand zal dan leiden tot een gelijke daling van de tarieven en omgekeerd. 4.1.7.

Afvalstoffenheffing Ontwikkeling baten en lasten 2023 Voor 2023 zijn de uitgaven voor afval verhoogd met 0,8% conform het prijsindexcijfer dat wij hanteren voor de uitgaven. Hiervan is afgeweken voor zover de ROVA bij de gemeente andere tarie ven in rekening brengt. De structurele gevolgen van het grondstoffenplan zijn in de begroting verwerkt. Zoals uit onderstaande tabel kan worden afgeleid, stijgt het gemiddelde tarief per aansluiting in 2023 van € 214,36 naar € 216,11 (0,8%). Het dekkingspercentage dat staat vermeld in de tabel is met 76,9% relatief laag. Oorzaak is dat in de berekening van dit dekkingspercentage rekening is gehouden met de compensabele BTW, terwijl deze BTW niet in rekening wordt gebracht bij de inwoners. De overhead is becijferd op 12% (toegelicht in hoofdstuk 2.12).

67 N.B. Als referentietarief is uitgegaan van de vaste kosten en gemiddelde variabele kosten per aansluiting, zijnde € 214,36 in 2022 Afvalstoffenheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een woning. Het vaste tarief stijgt met € 1,75. Het tarief per zak en per lediging blijven ongewijzigd op € 1,55. Per saldo is er sprake van een gemiddelde stijging met 0,8%, zijnde het inflatiepercentage voor 2023. De belangrijkste ontwikkelingen zijn als volgt: Oud papier Aan de uitgavenkant zijn de uitgaven in vergelijking met vorig jaar € 20.000 lager. Alle ontwikkelingen waarover besluiten zijn genomen, zijn financieel verwerkt. Eventueel nieuw beleid rondom blauwe minicontainers is niet financieel verwerkt. Hier werd vorig jaar nog wel rekening mee gehouden. Voor wat betreft de inkomstenkant houden we nu rekening met € 255.000 aan inkomsten, terwijl we vorig jaar hebben gerekend met € 150.000, een voordeel derhalve van € 105.000. Dit komt door de gunstige oud papier prijzen. Waar we hier vorig jaar behoudend in zijn geweest, sluiten we nu aan bij de actuele oud papier prijzen. Aangezien de verwachtingen rondom oud papier prijzen nog steeds onze ker zijn, lopen we hier wel een financieel risico . Per saldo zijn de kosten overigens nog wel steeds hoger dan de opbrengsten voor wat betreft oud papier. ROVA-index De ROVA past voor 2023 de ROVA index toe voor een tariefstijging met 4,43%.

Dit betekent circa € 150.000 aan extra kosten die in rekening worden gebracht aan onze gemeente. Aangezien de verwachtingen zijn dat deze index op lange termijn onvoldoende zal zijn om alle kosten te kunnen dekken , heeft de ROVA ook al een index bepaald voor 2024. Die index komt uit 4,27%. Ook dat leidt tot extra meerkosten van € 150.000 vanaf 2024. In totaal wordt er dus vanaf 2024 rekening gehouden met een stijging van de kosten van ROVA van € 300.000. Nedvang vergoedingen Voor 2022 hadden we gerekend met € 300.000 aan inkomsten. Dat was mede omdat de ROVA aangaf dat we hier zeer terughoudend in moeten zijn. Inmiddels is er in ieder geval een concept-overeenkomst over de vergoeding van Nedvang per ton. Deze vergoeding komt uit op € 218 per ton. Voor 2023 willen we uitgaan van 2.200 ton afval

68 x € 218 (vergoeding) x 85% (na correctie uitval) = € 400.000. De onderhandelingen met Nedvang blijven echter moeizaam gaan. Van de kant van de gemeenten wordt ingezet op een hogere vergoe ding, van de kant van de producenten wordt ingezet op een zo laag mogelijke vergoeding. Hoe zich dit op langere termijn gaat ontwikkelen blijft onzeker. Vertaling grondstoffenplan Met de structurele financiële gevolgen voortvloeiende uit het grondstoffenplan is rekening gehouden. Dit leidt tot circa € 50.000 aan meerkosten ten opzichte van vorig jaar, wat met name komt door vervallen vergoeding vanuit project ‘Mooi Schoon’. Toerekenen dividend ROVA aan gesloten huishouding afval en toerekenen meer overhead Met ingang van 2012 wordt het dividend van de ROVA niet meer toegevoegd aan de gesloten huishouding afval, maar ingezet als algemeen dekkingsmiddel. In de praktijk gaan de ROVA gemeenten er verschillend mee om. De ene gemeente zet de dividenduitkering in als algemeen dekkingsmiddel, de andere gemeente brengt het ten gunste van afval. In de tussentijd is er regelmatig discussie geweest of dit besluit uit 2012 moet worden heroverwogen. Omdat de ROVA inmiddels haar tak bedrijfsafval heeft afgestoten, is het dividend dat wordt uitgekeerd uitsluitend gerelateerd aan huishoudelijk afval.

Er zit een duidelijke koppeling tussen het normdividend van de ROVA en het tarief wat wij in rekening brengen bij de burger. Bovendien blijkt ook uit het aangepaste boxenstelsel dat met ingang van 2023 gaat gelden de koppeling tussen normdividend en tarief. Dit is dan ook de reden dat wij van mening zijn dat het dividend niet langer thuishoort onder de algemene middelen, maar ten gunste hoort te komen van afval. Het gaat hier om een bedrag van jaarlijks € 252.400. Daartegenover staat echter dat we de afgelopen jaren niet alle overhead hebben toegerekend aan afval die toegerekend zou kunnen worden. We stellen voor om met ingang van 2023 het dividend van de ROVA onderdeel te maken van de gesloten huishouding afval en een extra bedrag aan overhead toe te rekenen voor het bedrag van € 252.400. In totaal ontstaat hiermee een budgettair neutraal resultaat voor zowel de gesloten huishouding afval als ook voor de gemeentelijke begroting. Ontwikkeling egalisatievoorziening Reiniging In de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2017’ staat vermeld dat de egalisatievoorziening Reiniging een bovengrens kent van 10% van de jaarlijkse inkomsten, waarbij wel wordt gekeken naar de komende 4 jaar. De voorziening mag niet negatief staan. De bovengrens bedraagt 10% en is daarmee € 428.000.

Ook met een onttrekking van € 170.000 in 2023 komt de voorziening hoger uit dan de bovengrens die uw raad heeft bepaald (waarbij wel mag worden gekeken naar de komende 4 ja ar). De komende jaren zal de voorziening verder worden afgebouwd, waardoor we naar verwachting in 2026 weer binnen de gestelde grenzen bewegen. Door de gunstige resultaten bij de jaarrekening 2021 is de voorziening hoger dan waar we vorig jaar van uit zij n gegaan. Gezien de onzekere ontwikkelingen rondom de vergoedingen voor plastic en metalen en de oud papier prijzen is het belangrijk dat hier een zeker bedrag aan buffer voor beschikbaar is.

69 4.1.8. Rioolheffing We stellen voor om de tarieven rioolheffing voor 2023 met 0,8% te laten stijgen. In oktober 2022 ligt het nieuwe Riool en Water Programma (RWP) voor ter vaststelling door uw raad. Vooruitlopend daarop zijn de uitgangspunten van dit RWP vertaald in de begroting . Dit is inclusief eventuel e kostenstijgingen. Door inzet van de voorziening riolering kunnen we vo lstaan met een stijging van het tarief met alleen het inflatiepercentage. Op basis hiervan stijgt het tarief ten opzichte van 2022 met € 1,61. Het tarief komt voor 2023 op € 203,39. N.B. Als referentietarief is uitgegaan van een eigen woning, dus de som van het eigenarendeel en het gebruikersdeel, zijnde € 201,78 in 2022. De kosten voor het taakveld riolering zijn voor 100% doorberekend in de rioolheffing. Dit betreft onder meer kosten voor onderzoek, planvorming en onderhoud. De kosten voor het maaien en onderhouden van sloten worden voor 66% doorberekend. Sloten vormen een kans om hemelwater af te koppelen van de riolering en passen bij duurzaam (stedelijk) waterbeheer. Hieronde r valt tevens het verwijderen van exoten, dat is noodzakelijk om de doorstroming van watergangen te borgen. De kosten voor het baggeren in stedelijk gebied worden doorberekend in de rioolheffing.

Het baggeren van watergangen is noodzakelijk om de doorstroming te garanderen, daarnaast om eventuele vervuiling vanuit de riool overstorten en met regenwater mee gespoeld sediment te verwijderen. Kosten voor onderhoud en vervanging worden voor 67% toegerekend aan de rioolheffing. Het onderhoud en vervangen van o everbeschermingen is noodzakelijk om de oevers op hun plaats te houden en om te voorkomen dat de watergang haar inrichting en bergend vermogen verliest. Voor de investeringen die voor 2023 op de planning staan, vragen wij uw raad een krediet van in totaal € 2.456.840 beschikbaar te stellen. Het krediet is bedoeld voor de volgende investeringen: - Vervangen rioolgemalen € 600.000 - Vervangen riolering € 1.524.340 - Vervangen oeverconstructies € 332.500

70 Bij de bepaling van de tarieven voor de rioolheffing is rekening gehouden met de (kapitaal)lasten, die voortvloeien uit deze investeringen. De overhead is becijferd op 12%. Bij de berekening van het dekkingspercentage is rekening gehouden met de compensabele BTW. Dit is een bedrag van € 750.000. Het behoort wel tot de kosten, maar wordt niet doorberekend aan de burger. Egalisatievoorziening riolering (exploitatie) In de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2017’ staat vermeld dat de ‘voorziening riolering (exploitatie)’ een positieve bovengrens kent van 10% van de jaarlijkse inkomsten, waarbij wel wordt gekeken naar de komende 4 jaar. De voorziening mag niet negatief staan. De bovengrens bedraagt 10% en is daarmee € 473.000. In het RWP is een structureel bedrag van € 400.000 meegenomen aan energielasten. Op basis van de laatste informatie is de inschatting op dit moment dat de lasten zullen oplopen tot € 700.000 in 2023. Dat is echter gebaseerd op een grove inschatting. Het realiteitsgehalte van dit bedrag en verwachtingen rondom ontwikkelingen op dit gebied zullen de komende periode moeten worden onderzocht. Voorgesteld wordt dan ook eenmalig in 2023 nog een bedrag van € 300.000 ten laste van de voorziening te brengen.

Mocht achteraf bij de jaarrekening 2023 blijken dat de energielasten binnen riolering zijn meegevallen, dan blijft het voordeel binnen de gesloten huishouding riolering (en wordt toegevoegd aan de voorzien ing). Als er dan meer duidelijkheid is rondom een onderbouwde verwachting van de ontwikkeling van de energietarieven zullen die worden verwerkt in de Programmabegroting 2024. 4.1.9. Lijkbezorging We stellen voor om de lijkbezorgingsrechten in 2023 met 0,8% te verhogen ten opzichte van 2022 en het dekkingspercentage voor 2023 te bepalen op 75,3%. Ten opzichte van de Programmabegroting 2022 -2025 is het dekkingspercentage nagenoeg ongewijzigd gebleven. De overhead is becij ferd op 12% (toegelicht in hoofdstuk 2.12).

71 4.1.10. Onderbouwing kostendekkendheid leges Ten behoeve van de kostendekkendheid van de leges is de legesverordening hieronder uitgewerkt. Geconcludeerd kan worden dat over het geheel genomen het kostendekkingspercentage voor leges ligt op 86%.

72 4.1.11. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Wij verlenen voor 100% kwijtschelding aan de burger voor de volgende belastingsoorten: - afvalstoffenheffing (voor de vaste component en voor het aanbieden van maximaal 13 zakken); - rioolrechten; - onroerende-zaakbelasting. Honorering van een kwijtscheldingsverzoek is met name afhankelijk van het inkomen, het vermogen en de uitgaven van de aanvrager. De aanvragen worden beoordeeld op basis van de door het Rijk vastgestelde normen en richtlijnen (Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990). De budgetten voor kwijtschelding zijn verdisconteerd in de tarieven van de betreffende belastingsoorten. In vergelijking met 2022 verwachten wij een stabilisering van het aantal (geheel of gedeeltelijk) toe te wijzen kwijtscheldingsverzoeken. Dit is gebaseerd op de tot op heden gehonoreerde verzoeken (stand per 1 september

73 2022) en de verwachting voor het restant van dit jaar. Waar de verwachting was dat het aantal ver zoeken zou toenemen ten gevolge van corona is dit in de praktijk meegevallen. Vanaf 2022 houden we ook rekening met de kwijtschelding voor inwoners met alleen een AOW. Huishoudens met alleen een AOW -uitkering zonder, of met een zeer laag eigen vermogen komen ook in aanmerking voor gedeeltelijke of volledige kwijtschelding. Als iemand gedurende twee achtereenvolgende jaren kwijtschelding heeft ontvangen, hoeft hij/zij geen aanvraag meer in te dienen. Jaarlijks wordt een steekproef gehouden onder de gr oep huishoudens die elk jaar automatisch kwijtschelding ontvangen.

74 4.2. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1. Algemeen Op basis van een goede en betrouwbare risicocontrol kan tot een juiste analyse, beoordeling en beheersing van de risico’s worden gekomen. Daarbij is het van belang dat het optreden van risico’s op de uitvoering van het bestaande beleid en de bestaande voorzieningen geen invloed heeft. De risico’s moeten onlosmakelijk deel uit maken van de beleidsprocessen. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt hierop nader ingegaan. De ‘Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing’ geeft aan hoe robuust de begroting is. Dit is van belang wanneer er zich een financiële tegenvaller voordoet . Door aandacht voor het weerstandsvermogen kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. Deze paragraaf bevat ten minste: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico’s; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. Op 21 mei 2019 heeft uw raad de ‘Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019’ vastgesteld. In de nota is het begrip weerstandsratio – de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de totale omvang van de gewogen risico’s – geïntroduceerd. Uw raad heeft besloten de weerstandsratio voortaan te presenteren in de jaarlijkse programmabegroting en de jaarstukken van de gemeente Steenwijkerland. 4.2.2.

Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapac iteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover wij beschikken om onverwachte tegenvallers op te vangen als deze zich voordoen. De totale weerstandscapaciteit van de gemeente Steenwijkerland aan zowel de vermogenskant als d e exploitatiekant bestaat uit: 1. Algemene reserve – vaste buffer 2. Onroerendezaakbelasting (OZB) Algemene reserve In de nota ‘Reserves en voorzieningen 2017 ’ is aangegeven dat de Algemene reserve vaste buffer uitsluitend kan worden ingezet voor uitzonderlijke situaties (soort ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). In 2020 is dat voor het eerst gebeurd door onder andere een Vitaliteitsfonds voor € 500.000 in het leven te roepen. Daarmee kon ondersteuning worden geboden aan maatschappelijke organisaties die door de corona -crisis in de problemen zijn gekomen. Onroerende-zaakbelasting (OZB) De onbenutte belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan de norm die het rijk hanteert voor toelating tot artikel 12 van de Financiële -verhoudingswet (FVW). Indien het normtarief van het rijk hoger is dan het door de gemeente Steenwijkerland gehanteerde gemiddelde tarief is er sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Het rijk heeft het normtarief in de meicirculaire 2022 voor toelating tot artikel 12 van de FVW voor 2023 vastgesteld op 0,17%.

Voor de gemeente Steenwijkerland resulteert dat in een maximale opbrengst volgens artikel 12 van de FVW van € 1 3,6 miljoen in 2023. Voor 2023 bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit € 5,6 miljoen. Dit bedrag is als volgt gespecificeerd: 75 De totale weerstandscapaciteit per inwoner bedraagt: In hoofdstuk 3.7.1 is de berekening van de benodigde storting in de Algemene reserve vrij vaste buffer toegelicht. 4.2.3. Inventarisatie risico’s In dit hoofdstuk worden de risico’s vermeld die tot het moment van het aanbieden van de programmabegroting bekend zijn. In dit verband wordt onder risico verstaan alle voorzienbare risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die niet van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie. In deze paragraaf presenteren we alleen de risico’s die zich in het begrotingsjaar 2023 kunnen voordoen en waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen. Een voorbeeld van dat laatste is de stijging van de energieprijzen waarvoor we extra budget vragen in 2023 (zie paragraaf 2.11). Die post zien we daarom niet meer terug in deze paragraaf, ondanks het feit dat er ook financiële risico’s zijn vanaf 2024.

76 De risicokans is uitgedrukt in klassen. Aan deze klassen is een rekenpercentage per risico gekoppeld. Vervolgens is een indeling gemaakt van de mogelijke financiële gevolgen. Toelichting Voor een adequate risicobeheersing gaat het niet alleen om het treffen van financiële buffers om te zorgen voor voldoende weerstandscapaciteit. Het is ook zaak om niet-financiële maatregelen te treffen om de kans van optreden van geïdentificeerde risico’s te beperken.

77 Wij hebben hieraan invulling gegeven door in de onderstaande overzichten naast een omschrijving van het risico ook aandacht te besteden aan de impact van het risico en de te treffen beheersmaatregelen. CATEGORIE: OMVANG RISICO: < € 200.000 Risico: Rentestijging Omschrijving risico De rente bevond zich begin 2022 op een historisch laag niveau. Inmiddels is de rente aan het stijgen. De inflatie is inmiddels extreem hoog. Daarnaast zullen de spanningen in de wereld ook van invloed zijn op het rentepercentage. Het zijn risico’s die door de gemeente niet te beïnvloeden zijn, maar die zich wel kunnen voordoen. Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 50%-75%, in de categorie hoog. Een rentestijging van 1 ,5% wordt gekwantificeerd op ongeveer € 1 50.000 in 202 3 oplopend naar € 600.000 in 2026 op basis van een investeringsvolume van € 10 miljoen per jaar. (Beheers)maatregelen Jaarlijks voor de begroting wordt op basis van de rentegegevens op 1 augustus een herberekening gemaakt van de rentecomponent. Via de P&C cyclus worden de financiële gevolgen van de rente gerapporteerd. Risico: Planschade bestemmingsplannen Omschrijving risico Bij de Programmabegroting 2021 -2024 is het budget voor mogelijke planschade bij bestemmingsplannen (€ 25.000 structureel) vervallen.

Planschade wordt ook wel tegemoetkoming in schade genoemd als gevolg van een planologische maatregel. Voorbeelden: het realiseren van een nieuwe woonwijk of het wijzigen van de functie van een bestaand pand. Onder bepaalde voorwaarden kan een verzoek worden ingediend bij de gemeente (er geldt een wettelijk recht op planschadevergoeding). Doordat het budget is komen te vervallen, is sprake van een financieel risico. Impact Financieel: De € 25.000 die jaarlijks beschikbaar was om het risico af te dekken, is met ingang van de Programmabegroting 2021 -2024 niet langer beschikbaar. Dit bedrag is daarom opgenomen in deze risicoparagraaf. (Beheers)maatregelen Indien mogelijk legg en we het risico van planschade neer bij degene die verantwoordelijk is voor de planologische wijziging. 78 Risico: Privatisering bouwtoezicht Omschrijving risico Aan de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) kleven risico’s. Een financiële tegenvaller is niet denkbeeldig nu er ‘verborgen’ kosten opduiken bij de geplande privatisering van het toezicht. Begin 2023 treedt tegelijk met de Omgevingswet de Wkb in werking. Op dat moment gaat de kwaliteitscontrole bij bouwprojecten over naar de markt. Bouwers moeten een private kwaliteitsborger inhuren.

Deze onafhankelijke, gecertificeerde controleur ziet erop toe dat ge bouwen conform de bouwtechnische voorschriften uit het Besluit Bouwwerken (BBL), een van de vier AMvB’s onder de Omgevingswet, tot stand komen. Een positieve gereedheidsverklaring van het gebouw gaat straks in het bouwdossier naar de gemeente, die daarna g een inhoudelijke technische toetsingstaak meer heeft, maar niettemin als bevoegd gezag verantwoordelijk blijft. Als de positieve verklaring ontbreekt, bijvoorbeeld omdat de kwaliteitsborger oordeelt dat het gebouw niet ‘BBL- proof’ is, komen gemeenten in een lastig parket terecht. Zonder deze verklaring zijn de gevolgen voor gemeenten. Wettelijk gezien is het gebruik van het gebouw dan niet toegestaan. Maar gemeenten moeten dan wel strikt handhaven. De consequentie is dat het gebouw leeg staat en onbenut bli jft. De druk van buiten zal toenemen. Initiatiefnemers zullen het hier niet bij laten zitten. In het ergste geval kan dit tot rechtszaken leiden. De gemeente heeft dan weinig keus en is genoodzaakt zich het bouwdossier eigen te maken om zelf een oplossing te zoeken. Mogelijk moet ze een externe deskundige inhuren. Dit kan flink in de papieren lopen. Impact De impactanalyse van de VNG rekent voor dat een gemeente al snel één tot twee weken aan een enkel dossier kwijt is, mocht de positieve verklaring blijve nd achterwege blijven.

Als bij 10% van de bouwprojecten geen positieve verklaring zit, komt dat voor alle gemeenten samen neer op een kostenplaatje van € 3 tot € 6 miljoen per jaar. Bij hogere percentages lopen de kosten op. Punt is dat het extra werk niet financieel gedekt is in de Wkb. Daarbij komt nog dat voor veel bouwplannen alleen een meldingsplicht gaat gelden. Het gaat om veel voorkomende bouwtypen, zoals rijtjeshuizen en vrijstaande woningen. Gemeenten, vooral waar veel gebouwd wordt, zien hun legesinkomsten dalen, wat de financiële middelen voor bouwtoezicht verder onder druk zet. (Beheers)maatregelen Via proefprojecten wil de VNG proberen inzicht te krijgen. Risico: Impact schuldhulpverlening en minimaregelingen Omschrijving risico Door de huidige macro-economische omstandigheden blijft de kans reëel dat op termijn meer inwoners een beroep moeten doen op inkomensondersteuning door de gemeente, dan wel dat ze een beroep gaan doen op de gemeentelijke schuldhulpverleningen. Impact Verwachting is dat meer inwoners in financiële problemen komen door de stijgende inflatie en daardoor een beroep zullen doen op de gemeentelijke schuldhulpverlening en minimaregeling. De financiële impact is ingeschat op in totaal € 200.000. 79 (Beheers)maatregelen Er wordt fors ingezet op preventie en vroegsignalering Daardoor hebben we mensen eerder in beeld.

Daarmee voorkom je dat inwoners in de schulden komen en kunnen ze beter ondersteund worden. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat inwoner s een beroep gaan doen op dure schuldhulpverleningstrajecten. Risico: Toenemende onkruiddruk door warmer en natter weer Omschrijving risico Door toenemende onkruiddruk als gevolg van warmer en natter weer is een g rotere inspanning in het onderhoud nodig om aan de basis onderhoudskwaliteit voor de openbare ruimte te kunnen voldoen. Impact Door de verandering van het klimaat is het gemiddeld het hele jaar doo r warmer. De hoeveelheid neerslag wisselt daarbij ieder jaar . Natte jaren w isselen af met extreem droge jaren. In natte jaren neemt de onkruiddruk, door de warme natte omstandigheden, toe. Dit vraagt om een grotere inspanning in het onderhoud om aan de basis onderhoudskwaliteit te blijven voldoen. Door te veel onkruid in goten en verharding verslechtert waterafvoer. Plantsoenen bezwijken onder de onkruiddruk of beschadigen door te zware ingrepen in het onderhoud. Het tegenovergestelde gebeurt ook, extreme droogte zorgt ervoor dat plantsoenen verdrogen, niet alle beplanting is bestand tegen lange periode van droogte. Ook jonge aanplant is niet bestand tegen een lange periode van droogte, waardoor de kans op uitval groot is.

Daardoor moeten delen jonge beplanting opnieuw worden aangeplant en is er eerder groot onderhoud (vervangen, nieuwe aanplant) nodig. (Beheers)maatregelen Monitoren onderhoudsinspanning en onderhoudsbeeld, kwaliteit plantsoenen monitoren, monitoren onkruiddruk op verharding. Toepassen van bomen, planten en struiken die (beter) bestand zijn tegen extreme weersomstandigheden. Risico: Dividenduitkering nutsbedrijven (Enexis en Rendo) Omschrijving risico - Lagere of geen dividenduitkering van nutsbedrijven als gevolg van de verlaging van de WACC (vermogenskostenvoet) naar 2,95% voor drinkwaterbedrijven en 3,15% (na belasting) voor energiebedrijven. Gevolg is een lager bedrijfsresultaat en een lagere of misschien zelfs wel geen dividenduitkering. - Lagere of geen dividenduitkeri ng van nutsbedrijven als gevolg van de enorme investeringen die de komende jaren gedaan moeten worden in verband met de energietransitie en (de gevolgen van) klimaatverandering. Ander aspect dat ook meespeelt is de hogere personeelslasten. Gevolg is een lager bedrijfsresultaat en een lagere of geen dividenduitkering. Impact Forse daling van de dividendopbrengst van met name N.V. Rendo Holding en Enexis Holding N.V. 80 (Beheers)maatregelen Via de P&C cyclus worden de gevolgen van de lagere dividendopbrengst gevolgd.

Risico: Rioolheffing (lopende bezwaarprocedures) Omschrijving risico De afgelopen jaren bent u meermaals geïnformeerd over procedures tegen de rioolheffing. De Hoge Raad heeft de beroepen op alle punten ongegrond verklaard. De verordeningen en de opgelegde aanslagen rioolheffing zijn in stand gebleven. Daarmee is dit niet langer een risico voor onze financiële positie. Er lopen nog wel procedures die inhoudelijk gelijk zijn aan de in voorgaande jaren gevoerde proce dures, maar het financiële risico is naar verwachting beperkt. Impact Het eventuele risico inzake wordt ingeschat in de categorie laag. (Beheers)maatregelen Een eventuele financiële tegenvaller zal net als bij andere risico’s moeten worden gedekt uit algemene middelen (Algemene reserve vaste buffer). CATEGORIE: OMVANG RISICO: > € 200.000 - < € 500.000 Risico: Nieuwe taken GGD IJsselland Omschrijving risico Een financiële vertaling van de agenda publieke gezondheid voor 202 3 valt nog niet te maken en zit dan ook nog niet in de programmabegroting van de GGD. Daarnaast worden lokaal en regionaal keuzes gemaakt in 2023. Omdat er nieuwe colleges komen in de 11 gemeenten komt er ook een nieuw algemeen bestuur van de GGD IJsselland . Dit kan een verandering van koers tot gevolg hebben en mogelijk ook financiële gevolgen.

Vooralsnog gaat de GGD uit van de financiële kaders die in de huidige begroting van de GGD zijn ingeruimd. Decentralisatie beschermd wonen Het rijk en de gemeenten zijn overeengekomen om vanaf 2024 beschermd wonen door te decentraliseren naar alle gemeenten. Daarmee wordt geregeld dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor beschermd wonen voor hun eigen inwoners (nieuwe aanvragen) en daartoe ook in staat zijn omdat gem eenten hiervoor ook middelen ontvangen ( invoering van een nieuw objectief verdeelmodel ). Centrumgemeenten blijven verantwoordelijk voor beschermd wonen van de huidige cliënten. Op dit moment voert de GGD in opdracht van de gemeenten uit de regio IJssel -Vecht de beoordeling en indicatie (de toegang) voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang uit . De komende periode zal dit echter veranderen. Medewerkers van de Centrale Toegang GGD worden deels overgenomen bij verschillende gemeenten uit de regio. Momenteel wordt uitgewerkt hoe deze overgang eruit gaat zien (bijvoorbeeld stapsgewijs en voor welke omvang/fte). Ook de gemeente Steenwijkerland heeft de intentie uitgesproken GGD personeel in het uitvoeringsteam Sociaal domein op te nemen voor lokale taken. 81 Zorg & veiligheid Op regionaal niveau wordt al hard gewerkt aan diverse thema’s op het snijvlak zorg en veiligheid. Bijvoorbeeld de ketenveldnorm en de Wet verplichte Geestelijke Gezondheidszorg (WvGGZ).

Regionaal is uitgesproken om te komen tot een gezamenlijke agenda van acht IJssellandse gemeenten en ketenpartners, met als doel de totale keten van zorg en veiligheid zowel lokaal als regionaal te versterken. Er is subsidie aangevraagd bij het landelijke ZOnMw om de programma organisatie hiervan te bekost igen. Ook zijn gemeenten en partners opgeroepen om binnen reguliere werkzaamheden tijd en energie vrij te maken voor deze agenda. Zo wordt inzet van een agenda netwerker en diverse projectleider s gevraagd. Indien ook extra inzet van de GGD wordt gevraagd zal dit mogelijk formatieve consequenties hebben. Impact Op dit moment is nog onduidelijk of bovengenoemde zaken financiële gevolgen hebben voor de gemeente Steenwijkerland. (Beheers)maatregelen De GGD IJsselland zal hierover binnenkort meer bekend te maken. Risico: Essentaksterfte Omschrijving risico De essentaksterfte is voor een aantal grotere boomstructuren in de gemeente nog steeds een bedreiging. Door het droge voorjaar van de afgelopen jaren heeft de veroorzakende schimmel minder bomen aangetast. Het is echter niet uit te slu iten dat het aantal aantastingen, met uiteindelijk afsterven tot gevolg, weer gaat toenemen. Grote laanstructuren in de polders en de boomstructuren langs de paden in Giethoorn bestaan uit essen.

Het wegvallen van deze boomstructuren zal leiden tot ernstig e kwaliteitsverlies, herplant zal altijd nodig zijn om de landschapskarakteristiek en het dorpskarakter te behouden. Impact Het wegvallen van de boomstructuur langs de paden in Giethoorn heeft ruimtelijke consequenties, het dorpsbeeld wordt ernstig aangetast. Ook is het verwijderen van grote bomen op deze locatie complex door de moeilijke bereikbaarheid. Ook laanstructuren in de polders hebben sterke invloed op de ruimtelijke kwaliteit. (Beheers)maatregelen Ieder jaar worden alle essen geïnspecteerd. Aangetaste essen worden gemonitord. De periode vanaf het moment van aantasting tot het sterven van de boom is gemiddeld 5 tot 7 jaar. In deze periode kan worden overgegaan met het vervangen van de aangetaste bomen. Door de bomen gefaseerd te vervangen blijft de kwaliteit van het dorp Giethoorn en het polderlandschap (onder andere Polder Giethoorn en polder IJsselham) behouden. Bij zware aantasting van de bestaande structuren kunnen de kosten voor herstel oplopen tot € 400.000, risicokans: ruim. Het is niet waarschijnlijk dat alle bomen tegelijk worden aangetast, daarmee kan deze opgave gefaseerd over de jaren worden opgepakt. 82 Risico: BTW-compensatiefonds Omschrijving risico Gemeenten declareren BTW terug op grond van het BTW -compensatiefonds (BCF). Voor dit fonds geldt een maximaal te declareren bedrag.

Zolang dit zogeheten plafond niet is bereikt, wordt het niet gebruikt e gedeelte op begrotingsbasis toegevoegd aan de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Met ingang van de Programmabegroting 2021 -2024 is besloten om het toen maximaal toegestane bedrag van € 295.000 op te nemen. Dit is in de huidige meerjarenraming niet gewijzigd. Impact Indien het maximum te declareren bedrag bij BCF wordt bereikt of een overschrijding hiervan in enig jaar, betekent dit dat er een nadeel optreedt binnen de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Dit nadeel kunnen we niet kwantificeren. Het eventuele ove rschrijdingsrisico wordt ingeschat op 75%, (2021: 50%) in de c ategorie hoog. (Beheers)maatregelen Elk jaar wordt door het ministerie van BZK het nieuwe maximaal toegestane bedrag berekend. Aan de hand van de nieuwe berekening kan het bedrag in de begroting worden aangepast. Risico: Fiscale procesbeheersing Omschrijving risico De organisatie is zich niet altijd bewust van fiscale risico’s en kansen waardoor mogelijk onnodige risico’s worden gelopen. Het is daarom van belang om vast te leggen h oe de organisatie met de fiscaliteit omgaat. Het college van de gemeente Steenwijkerland heeft zich gecommitteerd aan horizontaal toezicht (HT) door ondertekening van een convenant met de Belastingdienst op 9 juli 2012.

In het convenant zijn kernwaarden als transparantie, begrip en vertrouwen sleutelbegrippen en vormen de basis voor een goede fiscale verantwoording. Er zijn zes criteria opgesteld, waaraan grote ondernemingen moeten voldoen, willen zij een convenant willen sluiten. Organisaties, zoals de gemeente Steenwijkerland, die thans onder de o vergangsregeling van Horizontaal toezicht vallen, dienen uiterlijk ultimo 2022 aan deze criteria te voldoen. Binnen het horizontaal toezicht verschuift de nadruk naar het gezamenlijk kunnen vaststellen dat door organisaties onder het handhavingsconvenant i ngediende aangiften aanvaardbaar zijn. Daarbij hoort de verwachting dat een organisatie een fiscale self -assessment maakt en deelt met de Belastingdienst. Impact Bij het niet voldoen aan de fiscale verplichtingen kan de Belastingdienst naheffingsaanslagen opleggen eventueel verhoogd met boetes. Bij het niet of niet tijdig voldoen aan de criteria zoals opgesteld door de Belastingdienst vervalt het convenant en zal de gemeente vallen onder een meer retrospectief toezicht met boekenonderzoek en controle. 83 (Beheers)maatregelen Inmiddels is een overleg gestart met de Belastingdienst om te komen tot een nieuw convenant. Daartoe is een 1 e concept Fiscaal beleidsplan opgesteld en besproken. Ook is een risicoanalyse opgesteld en besproken met de Belastingdienst.

De verwachting is dat eind 2022 een nieuw convenant afgesloten kan worden. De gemeente streeft ernaar om van controle (achteraf) naar control (vooraf) te komen. Hierbij kunnen kansen eerder worden gelokaliseerd en risico’s vooraf worden vermeden. Risico: Inflatie gemeenschappelijke regelingen (verbonden partijen) Omschrijving risico De huidige inflatie raakt ook onze verbonden partijen. Naar verwachting worden een (groot) gedeelte van deze extra kosten doorbelast naar de gemeente. De gemeentelijk e budgetten zijn niet aangepast op basis van het nieuwe prijspeil maar zijn gebaseerd op de verkregen begrotingen/ kaderbrieven afkomstig uit februari-maart 2022. Impact De financiële impact is ingeschat op € 400.000 structureel vanaf 2023. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages. Risico: Participatiewet (uitkeringen en rijksbijdrage) Omschrijving risico De gemeente heeft voorgesorteerd op de koopkrachtdeal van Prinsjesdag. Het budget voor de uitkeringen is met 10% verhoogd (€ 1,0 miljoen). Daartegenover is een verhoging van het BUIG -budget geraamd (€ 0,75 miljoen). Aangezien de definitieve BUIG budget pas later dit jaar bekend wordt gemaakt loopt de gemeente een risico. Impact In de begroting 2021-2024 is een stelpost BUIG-budget (te ontvangen budget van het rijk voor bijstandsuitkeringen) aan de inkomstenkant opgenomen.

De verwachting was dat door de toename van het aantal uitkeringen door de coronacrisis, het BUIG-budget ook navenant zou stijgen. Hiermee lopen we wel een financieel risico, zoals ook is verwoord in genoemde begroting. In de Na jaarsnota 2022 (p. 39) is het risicobedrag voor 2023 en latere jaren berekend. Het resterend risico voor 2023 en latere jaren bedraagt € 827. 000. Ingeschat wordt dat de gemeente vanaf 2023 een extra risico loopt van € 250.000 als gevolg van de hogere bijstandsuitkeringen (koppeling minimumloon) en de nieuwe stelpost BUIG -budget die we in voorliggende begroting hebben opgenomen. In hoofdstuk 2.7 is dit nader toegelicht. Het totale risico in 2023 komt daarmee uit op € 1.077.000. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus. 84 CATEGORIE: OMVANG RISICO: > € 500.000 Risico: Inkoopmodel RSJ Omschrijving risico Het aanbestedingstraject voor specialistische jeugdhulp, uitgevoerd door het RSJ IJsselland, loopt. Het doel was per 1 januari 2022 voldoende aanbod (kwalitatief en kwantitatief) in te kopen, op de percelen Ambulante Jeugdhulp, Wonen en Verblijf en Dyslexie, conform de gestelde voorwaarden in het inkoopdocument. In het inkoopdocument zijn ook de tarieven vastgelegd die een aanbieder ontvangt wanneer zij hulp verleent.

De strategie ging uit van een beperkt aantal aanbieders dat niet zo u inschrijven en waarmee op basis van een continuïteitsanalyse alsnog aanvullende afspraken mee konden worden gemaakt om hen te overtuigen alsnog in te schrijven. De ervaring is nu dat een groter deel van de zorgaanbieders niet gaan inschrijven. Redenen die aanbieders aangeven: - de tarieven zijn kostendekkend; - er is gebrek aan vertrouwen in uitwerking inkoopmodel en regionale werkwijze tussen de stakeholders (lokaal/regionaal/ bovenregionaal); - men ervaart een gebrek aan visie vanuit de regio; - ze willen voorafgaand aan inschrijven duidelijkheid over de budgetten. De aanbieders die niet in schrijven omvatten een kwalitatieve en kwantitatieve omvang die niet kan worden opgelost met andere aanbieders. Samen verlenen zij hulp aan 41% van de jeugdigen in de regio. Impact De financiële impact is ingeschat op € 1.000.000 structureel vanaf 2023. (Beheers)maatregelen Op regionaal niveau worden gesprekken gevoerd met zorgaanbieders. Bestuurlijk is het besluit genomen de aanbesteding van specialistische jeugdhulp op pauze te zetten. Om het proces zorgvuldig te blijven doorlopen is er meer tijd nodig om een aantal zaken verder uit te werken en/of te bespreken alvorens we weer verder gaan met de aanbesteding.

Risico: Worst case scenario Jeugdzorg Omschrijving risico De zorgvraag en zorgzwaarte van jeugdzorg neemt toe. Met name de specialistische GGZ is een zorg. Op basis van scenario afweging is een worst case scenario berekend. In dit scenario ligt de instroom op een hoger niveau dan het gemiddelde. Impact De financiële impact is ingeschat op € 500.000 structureel vanaf 2023. (Beheers)maatregelen Er wordt elk half jaar gemonitord. Beheersing vindt plaats via het programma Transformatie 2.0. 85 Risico: Onderhoud openbare ruimte Omschrijving risico Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte wordt gebruik gemaakt van speciale computerprogramma's. De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het op orde brengen van deze programma's. Ondertussen is het gehele areaal ingevoerd. D.m.v. ins pecties wordt de staat van onderhoud bepaald. Het risico van schade als gevolg van achterstallig onderhoud is afhankelijk van de gekozen frequentie van inspecteren. Op basis van deze gegevens wordt de besteding van het jaarlijkse onderhoudsbudget bepaald. In 2017 zijn de beleidsplannen voor wegen, fietspaden, openbare verlichting en oeververbindingen geactualiseerd en is een belangrijke slag gemaakt in het inzichtelijk maken van de onderhoudstoestand van deze kapitaalgoederen. Op basis hiervan kan planmatiger worden gewerkt. Impact Het financieel risico wordt ingeschat op € 500.000.

Doordat onze kapitaalgoederen voortaan meer planmatig worden beheerd en wij de komende jaren fors investeren, komen wij tot een lage risicokans. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring en rapporteren in tussenrapportages Risico: Projecten openbare ruimte en PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) Omschrijving risico Veel stikstofneerslag is vaak slecht voor de natuur. Daarom regelt de Wet natuurbescherming (Wnb) dat een vergunning nodig is voor plannen en projecten die mogelijk nadelig zijn voor Natura2000 -gebieden. Sinds 1 juli 2021 is een vergunning op grond van de Wnb niet meer nodig als het gaat om slopen, bouwen of aanleggen. Dit zijn eenmalige activiteiten, die in de Wnb vrijgesteld zijn van de vergunningplicht. Het gaat dan om het slopen en/of bouwen van gebouwen, het aanleggen van wegen etc. Deze vrijstelling v an de vergunningplicht staat ter discussie. Naar verwachting volgt in oktober 2022 een uitspraak of deze vrijstelling standhoudt, danwel komt te vervallen. Voor stikstofuitstoot in de gebruiksfase van het gebouwde / aangelegde is dus nog steeds wel een beoordeling en zo nodig een vergunning vereist. Impact Omdat er momenteel (sinds 1 juli 2021) een vrijstelling van de vergunningplicht geldt, is het stikstofprobleem nu een beperkter risico voor het uitvoeren van Projecten Openbare Ruimte.

De realisatie van voorzieningen die in de gebruiksfase geen stikstof uitstoten (bijv. riolering, fietspaden) is zonder vergunning voor gebiedenbescherming mogelijk. Naar verwachting in oktober 2022 komt er een rechterlijke uitspraken of de in de Wnb opgenomen vrijstelling in overeenstemming is met de bescherming van Natura2000-gebieden op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Het is dus niet zeker dat de vrijstelling na rechterlijke toetsing standhoudt. (Beheers)maatregelen Het rijk en de provincie werken op diverse manieren aan maatregelen om de stikstofuitstoot terug te dringen. Oplossing bij de gemeente ligt voor projecten Openbare Ruimte in het voorschrijven (bij de aanbesteding) dat werkzaamheden worden uitgevoerd zonder stikstofuitstoot. In veel gevallen zal dat betekenen elektrisch werken. 86 Risico: Ontwikkeling algemene uitkering uit het gemeentefonds Omschrijving risico Gemeenten ontvangen het grootste gedeelte van hun inkomsten uit de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Hoeveel uitkering wordt ontvangen is voor een groot gedeelte afhankelijk van de hoogte van de rijksuitgaven. Wijzigingen in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de Algemene uitkering (samen de trap op en samen de trap af). De jaarlijkse toe- of afname van de Algemene uitkering op basis van dit principe wordt het accres genoemd.

Het accres heeft de afgelopen jaren weinig stabiliteit laten zien. Het ene moment is er een flinke tegenvaller, een tijdje later gevolgd door een flinke meevaller. Het is dan ook zeer lastig om hier op een goede manier mee om te gaan. Impact De gemeente is voor een groot gedeelte afhankelijk van de inkomsten uit het Gemeentefonds. In de begroting is voor het jaar 202 3 een ontvangst geraamd van bijna € 93,4 miljoen. Als de uitkering tegenvalt, kan dit betekenen dat het financieel beleid moet worden bijgesteld. Wel wordt er door het rijk aan gewerkt om te komen tot een nieuwe financieringssystematiek voor het jaar 2026 en verder. Daarnaast gaat het kabinet de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. (Beheers)maatregelen De ‘Algemene reserve vaste buffer’ is bedoeld om onverwachte tegenvallers op te vangen (ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). Risico: Nieuwe CAO gemeentepersoneel Omschrijving risico De huidige Cao gemeentepersoneel loopt van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022. Op dit moment is nog geen zicht op wanneer een nieuwe CAO wordt afgesloten/inwerking treedt en wat daarvan de financiële gevolgen voor de gemeente Steenwijkerland.

Impact Zolang er geen nieuwe Cao is afgesloten, kunnen we geen inschatting geven van de financiële gevolgen voor 2023 en of we voldoende middelen hebben opgenomen in voorliggende begroting. Ter illustratie: Op 24 juni 2022 is een principeakkoord voor de Cao Provincies bereikt met een loonstijging van 3% in 2022 en 4% in 2023. Ook de NS heeft een principe-akkoord afgesloten met de vakbonden. In de nieuwe CAO is men een loonsverhoging overeengekomen van gemiddeld 9,25% in achttien maanden. Stel dat we in 2023 worden geconfronteerd met een nieuwe CAO gemeentepersoneel met een loonstijging van 6%, dan leidt dat tot extra uitgaven ten opzichte van de PPN 2022-2026 van structureel € 800.000. (Beheers)maatregelen Voor 2023 wordt in voorliggende begroting uitgegaan van een stijging van de lonen en sociale lasten van 3,3% (op basis van de ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) van afgelopen voorjaar, zie PPN 2022 -2026, p. 69). Dit komt overeen met een bedrag van ruim € 1 miljoen. 87 Risico: Informatieveiligheid Omschrijving risico Digitalisering brengt veel goeds, in termen van onder meer procesefficiëntie en communicatie, duurzaamheid en sociale verbindingen, effectiviteit en ketens en innovatie. Daar tegenover staan echter stevige veiligheidsrisico’s.

Groeiende afhankelijkheid van systemen heeft een keerzijde dat hapering van systemen grote gevolgen kan hebben, zowel digitaal als in de fysieke leefomgeving. Informatie kan in verkeerde handen terechtkomen, gemanipuleerd worde n, onbereikbaar worden of ‘kwijt’ raken met alle gevolgen van dien. De recente ‘hack’ bij de gemeente Buren is daarvan een voorbeeld. Ondanks het feit dat de digitale infrastructuur in Nederland tot een van de besten ter wereld behoort heeft een dergelijk digitale ontwrichting grote consequenties voor de continuïteit van de dienstverlening en bedrijfsvoering en gaat gepaard met omvangrijke financiële gevolgen. Impact Digitalisering brengt veel goeds maar gaat gepaard met toenemende risico’s op uitval van de gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoeringsprocessen met alle financiële gevolgen van dien. (Beheers)maatregelen Verhogen van de gemeentelijke digitale weerbaarheid, zoals invulling geven aan het basisbeveiligingsniveau door implementatie van de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO), het continue aanbrengen van noodzakelijke technische maatregelen en monitoren van (extern en interne) bedreigingen. Risico: Grondexploitatie Omschrijving risico Het risicoprofiel van het gemeentelijke grondbedrijf (lees: alle grondexploitaties) wordt jaarlijks bepaald op basis van de RISMAN -methode.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/ba531df7-481b-4a26-bbda-d70dfdb8bd87?agendaItemId=e13d2c09-4e2d-4839-8d93-29e500823581