Programmabegroting 2022-2025 gemeente Steenwijkerland.pdf
Tekst van het document
Impact Ingeschat wordt dat de gemeente een risico loopt van 10% van het begrote te ontvangen rijksbudget (€ 12.929.000), met een ruime risico kans. De afwijking op de uitkeringen wordt berekend op 10% van het bedrag dat is opgenomen aan te verstrekken uitkeringen (€ 10.736.000), ook met een ruime risicokans. Bij een forse overschrijding van het budget kan overigens (onder voorwaarden) een beroep worden gedaan op de ingebouwde Vangnetregeling bij het rijk. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus. Risico: Investeringsprojecten ruimtelijk domein Omschrijving risico Voor de aanleg en instandhouding van voorzieningen in de omgeving zijn investeringen noodzakelijk. De kredieten die met deze investeringen zijn gemoeid worden projectmatig aangevraagd en gemonitord. Een totaaloverzicht van de lopende projecten is door middel van een projectenlijst inzichtelijk. De aard en omvang van deze projecten kunnen erg verschillen en daarmee ook de risico’s die per project worden gelopen. Om op projectniveau de risico’s inzichtelijk te kunnen maken is de zogenaamde prescan ingevoerd. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar financiële risico’s, maar ook naar bijvoorbeeld organisatorische, juridische en maatschappelijke risico’s. In de prescan wordt voor het inschatten van de kans van voorkomen gebruikt gemaakt van drie niveaus (klein, ge middeld en groot).
Voor het totaal van de risico’s van alle projecten kan worden uitgegaan van een gemiddelde kans van voorkomen. Impact Het verleden heeft bewezen dat er investeringsprojecten zijn die uit de pas kunnen lopen. In de praktijk blijkt echter dat dit zich zowel in negatieve als ook in positieve zin kan voordoen. Adequaat en tijdig rapporteren is hierin van het grootste belang. (Beheers)maatregelen Aan de voorkant begint het met realistisch begroten. Afhankelijk van de risico’s worden beheersmaatregelen ingezet. Door middel van kwartaalrapportages wordt de voortgang van het project en de beheersing van de risico’s gemonitord. Zowel financieel als ook qua planning zal hier naar worden gekeken. Op het moment dat zich een risico voordoet zal hierover worden gerapporteerd. 93 Risico: Projecten Openbare Ruimte en de PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) Omschrijving risico Veel stikstofneerslag is vaak slecht voor de natuur. Daarom regelt de Wet natuurbescherming (Wnb) dat een vergunning nodig is voor plannen en projecten die mogelijk nadelig zijn voor Natura2000 -gebieden. Sinds 1 juli 2021 is een vergunning op grond van de Wnb niet meer nodig als het gaat om slopen, bouwen of aanleggen. Dit zijn eenmalige activiteiten, die in de Wnb vrijgesteld zijn van de vergunningplicht. Het gaat dan om het slopen en/of bouwen van gebouwen, het aanleggen van wegen etc.
Voor stikstofuitstoot in de gebruiksfase van het gebouwde / aangelegde is dus nog steeds wel een beoordeling en zo nodig een vergunning vereist. Impact Omdat er sinds 1 juli 2021 een vrijstelling van de vergunningplicht geldt, is het stikstofprobleem nu een beperkter risico voor het uitvoeren van Projecten Openbare Ruimte. De realisatie van voorzieningen die in de gebruiksfase geen stikstof uitstoten (bijv. riolering, fietspaden) is zonder vergunning voor gebiedenbescherming mogelijk. Er zijn nu nog geen rechterlijke uitspra ken of de in de Wnb opgenomen vrijstelling in overeenstemming is met de bescherming van Natura2000 -gebieden op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Het is dus niet zeker dat de vrijstelling na rechterlijke toetsing standhoudt. (Beheers)maatregelen Het rijk werkt op diverse manieren aan maatregelen om de stikstofuitstoot terug te dringen. Risico: Aansprakelijkstelling Riolering Omschrijving risico Eind februari 2019 ontvangt de gemeente een dagvaarding welke betrekking heeft op een schadeclaim van € 3 miljoen van een veehouder die de gemeente aansprakelijk stelt voor de verontreiniging met rioolwater van een perceel waarop de veehouder voedergewassen voor zijn vee verbouwde.
De veehouder beweert dat hij sinds 2007 te maken heeft gehad met de verontreiniging van een stuk land, doordat sprake was van overstromingen van een gemeentelijke rioolput. De veehouder stelt dat hij dientengevolge te kampen heef t gekregen met diverse problemen, waaronder sterfte van vee en medische klachten. De zaak is overgedragen aan de huisadvocaat. De zitting was 31 augustus 2021, wanneer de uitspraak volgt is op dit moment onbekend. De advocaat geeft aan dat het causaal ve rband tussen de overstromingen van de rioolput en de geclaimde schade door de veehouder niet voldoende lijkt aangetoond en dat het schadebedrag daarnaast buitenproportioneel hoog lijkt. Impact De gemeente loopt een financieel risico dat de schadeclaim wordt toegewezen. Het is een risico voor de algemene middelen, omdat egalisatievoorziening riolering de functie heeft om tariefschommelingen op te vangen. (Beheers)maatregelen Afwachten op uitspraak Rechtbank. 94 Risico: Ontwikkeling algemene uitkering uit het gemeentefonds Omschrijving risico Gemeenten ontvangen het grootste gedeelte van hun inkomsten uit de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Hoeveel uitkering wordt ontvangen is voor een groot gedeelte afhankeli jk van de hoogte van de rijksuitgaven. Wijzigingen in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de Algemene uitkering (samen de trap op en samen de trap af).
De jaarlijkse toe- of afname van de Algemene uitkering op basis van dit principe wordt het accres genoemd. Het accres heeft de afgelopen jaren weinig stabiliteit laten zien. Het ene moment is er een flinke tegenvaller, een tijdje later gevolgd door een flinke meevaller. Het is dan ook zeer lastig om hier op een goede manier mee om te gaan . Mogelijk dat een nieuw Kabinet besluit om met ingang van het begrotingsjaar 2023 de normeringssystematiek aan te passen om meer stabiliteit te creëren. Impact De gemeente is voor een groot gedeelte afhankelijk van de inkomsten uit het Gemeentefonds. In de begroting is voor het jaar 2022 een ontvangst geraamd van bijna € 84,6 miljoen. Als de uitkering tegenvalt, kan dit betekenen dat het financieel beleid moet worden bijgesteld. De impact is de afgelopen jaren groter geworden vanwege de decentralisaties in het sociaal d omein, waardoor het gemeentefonds in omvang is toegenomen en daarmee ook het risico voor de gemeente. (Beheers)maatregelen Wij hebben een aantal beheersmaatregelen getroffen om de gevolgen van tegenvallers in de Algemene uitkering op te kunnen vangen: 1. De ‘Algemene reserve vaste buffer’ die is bedoeld om onverwachte tegenvallers op te vangen (ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). 2. Bestemmingsreserve voor het sociaal domein.
Risico: Nieuwe CAO gemeentepersoneel Omschrijving risico Één van de aanvullende bezuinigingen uit de Programmabegroting 2021 -2024 is het niet ramen van looncompensatie in 2021. Dat betekent dat een CAO -verhoging voortvloeiend uit de lopende onderhandelingen binnen het aanwezige budget moet worden opgevangen, oftewel bezuinigd. Concreet betekent dit dat er taakstellend wordt bezuinigd op personele lasten omdat wij lokaal CAO -afspraken dienen uit te voeren. Hierdoor zullen effectief minder taken uitgevoerd kunnen worden. Op dit moment is nog gee n zicht op wanneer een nieuwe CAO wordt afgesloten/inwerking treedt. Impact Zolang er geen nieuwe CAO is afgesloten, kunnen we geen inschatting geven van de financiële gevolgen voor 2021 en 2022. De nieuwe pensioenpremies van het ABP (het werkgeversdeel) zijn inmiddels wel bekend en budgettair verwerkt in voorliggende begroting (zie paragraaf 3.5.3). (Beheers)maatregelen - Voor 2022 wordt in voorliggende begroting uitgegaan van een stijging van de lonen en sociale lasten van 1,2% (op basis van de CPB -ramingen van afgelopen voorjaar, zie PPN 2021-2025, p. 80). - Voorzichtigheidshalve hebben we ervoor gekozen om de extra uitgaven in 2022 als gevolg van de stijging van de premies in voorliggende begroting op te nemen.
95 Risico: Informatieveiligheid Omschrijving risico Op de golven van razendsnelle technologische ontwikkelingen organiseert de samenleving zich sneller en digitaler waardoor een steeds groter deel van ons leven en werk verloopt via digitale kanalen. Met de toename van de digitale mogelijkheden nemen echter ook de kwetsbaarheden en bedreigingen van het digitale domein toe, met soms verstrekkende gevolgen. De recente ‘hack’ in de gemeente Lochem is daarvan een voorbeeld. Een dergelijk digitale ontwrichting heeft grote consequenties voor de continuïteit van de dienstverlening en bedrijfsvoering. Daarnaast kan dit gepaard gaan met omvangrijke financiële gevolgen. Impact De positieve ontwikkelingen in de informatiesamenleving gaan gepaard met toenemende risico’s op uitval van de gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoeringsprocessen met alle financiële gevolgen van dien. (Beheers)maatregelen Verhogen van de gemeentelijke digitale weerbaarheid, zoals invulling geven aan het basisbeveiligingsniveau door implementatie van de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO), het continue monitoren van (extern en interne) bedreigingen en het periodiek uitvoeren van analyses en testen. Risico: Inflatie Omschrijving risico De economie trekt aan, er zijn meer banen dan werklozen, materialen zijn niet leverbaar en worden steeds duurder. De inflatie neemt toe.
Dit geldt niet allen voor materialen, maar indirect ook voor loonontwikkeling. Impact Als de prijzen met 1% stijgen dan leidt dat extra uitgaven van naar schatting € 500.000. (dit is excl. de doorwerking naar de algemene uitkering van het gemeentefonds via de normeringssystematiek). (Beheers)maatregelen Jaarlijks volgt de gemeente Steenwijkerland de uitgangpunten zoals gepubliceerd door het CPB. Dit blijft ongewijzigd. NB In voorliggende begroting is voor 2022 gerekend een inflatie van 1,7% (zie de PPN 2021-2025, p. 74 en 75). Risico: Omgevingswet Omschrijving risico De invoering van de Omgevingswet is een grote opgave voor de organisatie. Op 1 juli 2022 gaat de wet in. Na 2022 zijn we niet klaar, maar zullen we de omgevingswet nog verder implementeren. Dit traject loopt tot uiterlijk 2029. Risico bestaat dat het budget voor invoering onvoldoende blijkt te zijn voor een goede invoering. Impact De invoering van de omgevingswet brengt drie soorten kosten met zich mee die lastig in te schatten zijn en in die zin een risico vormen: - Voorbereidings- en implementatiekosten; - Verandering in de structurele lasten . Deze lasten kunnen wijzigen door een verandering in de personeelsbehoefte en een vermoedelijke daling van de legesopbrengsten.
Een kwantitatieve duiding is nog niet te geven, dat zal pas 96 mogelijk zijn als er grote stappen zijn gezet met de omgevin gsvisie en het omgevingsplan; - Mogelijke incidentele frictiekosten . Deze kosten kunnen optreden als gevolg van een verschuiving in het personeel. Een kwantitatieve duiding is nog niet te geven. (Beheers)maatregelen Binnen de organisatie is h et programma omgevingswet opgezet. In dit programma worden de inhoudelijke en financiële risico’s in de gaten gehouden en worden er maatregelen op getroffen. 4.2.4. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s Nu de weerstandscapaciteit is bepaald en de omvang van de te lopen risico’s kunnen beide met elkaar worden geconfronteerd. Ook al is de omvang van een risico niet exact te becijferen, in ieder geval hebben wij ze als PM benoemd, zodat inzicht ontstaat in welke risico’s de gemeente loo pt. Daarbij kunnen zich de volgende scenario’s voordoen: 1. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit > 1, er is onvoldoende weerstandscapaciteit aanwezig; 2. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit < 1, er zijn overtollige middelen (d ie alternatief kunnen worden aangewend); 3. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit = 0, risico’s en middelen zijn voldoende (wordt meer beschouwd als een theoretische situatie).
Op basis van de in het risicoprofiel opgenomen risico’s, die gekw antificeerd kunnen worden (exclusief de zogenaamde PM -posten), bedraagt het totale risicobedrag afgerond € 8,7 miljoen. Op basis van de gehanteerde wegingsfactoren bedraagt het risicobedrag afgerond € 2,9 miljoen. Dat vertaalt zich in 2022 in een score van 6,1 op de weerstandsratio (zie paragraaf 4.2.5.7.). 4.2.5. Diverse kengetallen 4.2.5.1. Inleiding Een deugdelijke en transparante begroting is in het belang van een goede controle door de raad op de financiële positie van onze gemeente. Kengetallen z ijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling) van de financiële positie. De kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel financiële ruimte de gem eente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of op te vangen. Ze geven dus inzicht in de financiële weerbaar - en wendbaarheid. De kengetallen moeten in samenhang beoordeeld worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. De financiële positie is geen doel op zich en moet altijd gezien worden in het licht van de totale maatschappelijke opgave van de gemeente.
Het te bereiken maatschappelijke rendement en de bi jdrage aan de inhoudelijke beleidsdoelstellingen zijn hierbij van evident belang. De financiële positie is ondersteunend aan het afwegingsproces en moet het bestuur helpen verantwoorde keuzes te maken voor de (middel)lange termijn. We kennen de volgende kengetallen: 1. netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen ; 2. solvabiliteitsratio; 3. grondexploitatie; 97 4. structurele exploitatieruimte; 5. belastingcapaciteit; 6. weerstandsratio. Naast de kengetallen voor het struct urele begrotingsevenwicht is een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. Hoe de kengetallen berekend worden, is vastgelegd in een ministeriële regeling. Het gebruik en het vaststellen van de berekeningswijze heeft geen functie als normeringsinstrument voor het financieel toezicht door de provincies. De invoering van deze kengetallen is voornamelijk bedoeld om de financiële positie voor de raadsleden inzichtelijker te maken. Voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente worden de kengetallen in samenhang bezien. Het totaalbeeld geeft inzicht in de financiële weer- en wendbaarheid. 4.2.5.2.
Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de totale baten. Het kengetal geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzel f geen probleem te zijn. Of dat het geval is, valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten, die vervolgens weer worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel inclusief als exclusi ef doorgeleende gelden weergegeven. Bij de netto schuldquote worden de leningen die we hebben uitstaan buiten beschouwing gelaten en bij de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen wordt hiermee wel rekening gehouden. Een netto schuldquote tussen 0% en 100% is acceptabel, c.q. wordt als normaal (groen) beschouwd. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog (oranje). Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, bevindt de gemeente zich in de gevarenzone (rood).
Op gemerkt wordt dat de maten 100% en 130% grove vuistregels zijn. Voor een genuanceerder beeld van de schuldpositie wordt ook gekeken naar de voorraad bouwgronden en de uitgeleende gelden. Gemeenten met veel grond kunnen meer schulden hebben en dus een hogere schuldquote. De gemeente heeft ook leningen voor woningcorporatie Wetland Wonen aangetrokken. Deze leningen worden een op een doorgegeven. Bij de schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen worden deze leningen geëlimineerd. In de volgende grafi eken wordt de verwachte ontwikkeling van beide schuldquotes weergegeven. Bij beide schuldquotes vertonen de komende jaren een stabiel patroon. 98 4.2.5.3. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. Indien er sprake is van een forse schuld en veel eigen vermogen (het totaal van de algemene reserves en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zij n voor de financiële positie. Daar is bijvoorbeeld sprake van als een lening is aangegaan omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe hoger de solv abiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van de gemeente.
De solvabiliteitsratio drukt immers het eigen vermogen uit als percen tage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan her financiële verplichtingen te voldoen. Voor gemeenten geldt dat een ratio tussen de 20% en 70% als normaal wordt gezien. Voor 2022 verwachten we een solvabiliteitsratio van 24%, terwijl we voor 2025 rekening houden met een uitkomst van 28%. Ten opzichte van de vorige programmabegroting is de score verbeterd. Ter indicatie: voor 2021 was de raming 18%. Belangrijkste oorzaken van de verbetering is het posi tief rekeningsaldo 2020 van € 4,4 miljoen, de nieuwe winstprognoses voor de grondexploitaties en de storting van ruim € 1 miljoen in de Algemene reserve vaste buffer.
99 4.2.5.4. Grondexploitatie Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen de waarde van de (bouw-)gronden en het totaal aan (geraamde) baten van de gemeente . Hoe lager het percentage des te geringer het risico. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente. Als gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kan immers de schuld worden afgelost. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt de gemeente relatief een gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet deze worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. De VNG adviseert een norm van 10%. In de afgelopen jaren was een dalende tendens waar te nemen voor wat betreft de ontwikkeling van het kengetal. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een afname van de voorraad bouwgrond.
De gemeente Steenwijkerland voert namelijk tot nu toe een faciliterend grondbeleid, tenzij vanwege volkshuisvestings - en economische redenen actief grondbeleid gewenst is . Dat laatste gaat mogelijk veranderen als het woningmarktonderzoek is uitgevoerd, er een nieuwe woonagenda ligt en besluit vorming door uw raad heeft plaatsgevonden over het te voeren grondbeleid (zie paragraaf 4.8). Mocht het beleid worden aangepast, dan zal dat gevolgen hebben voor hieronder gepresenteerde uitkomsten.
100 4.2.5.5. Structurele exploitatieruimte Dit kenget al geeft aan hoe groot de structurele ruimte is. Hierbij wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten. Deze worden vergeleken met de totale baten van de gemeente. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijg ing van baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende-zaakbelasting (OZB). Zoals uit de navolgende grafiek blijkt verwachte n wij voor de komende jaren dat de structurele baten voldoende zijn om de structurele lasten ter dekken. 4.2.5.6. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of waarin er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, riool - en afvalstoffenheffing).
101 Het kengetal vergelijkt de woonlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t-1). Voor 2021 komt dit cijfer uit op 83%. Een belastingcapaciteit van 100% betekent dat de woonlasten op het landelijke gemiddelde liggen. Een belastingcapaciteit tussen de 95% en 105% wo rdt als neutraal beschouwd. Wij gaan ervan uit dat de woonlasten de komende jaren onder het landelijk gemiddelde zullen blijve n en we de komende jaren qua belastingcapaciteit ‘groen’ blijven scoren. Daarmee zijn we dus in staat om financiële tegenvallers op te vangen en/of is er ruimte voor nieuw beleid. 4.2.5.7. Weerstandsratio Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. De weerstandsratio is een hulpmiddel waarbij de beschikbare weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevorm door alle reserves, tenzij er (juridische) verplichtingen zijn aangegeven, de stille reserves en eventuele onbenutte belastingcapac iteit. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van de risico’s, die de gemeente loopt. Voor de berekening worden omvang en kans van de risico’s in een risicomodel ingevoerd.
Bij de vaststelling van de ‘Nota Weerstandsvermogen en risicomana gement 2019’ is afgesproken dat de signaleringswaarde voor de weerstandsratio minimaal 1,0 is. Opgemerkt wordt dat deze waarde alleen betrekking heeft op de risico’s die kwantificeerbaar zijn 10. Bij de berekening van de weerstandratio zijn we bij het opst ellen van de begrotingen vanaf 2020 tot nu toe te conservatief geweest. We zijn namelijk uitgegaan van het ongewogen risicoprofiel van de gemeente. Echter, op p. 20 van de ‘Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019’ staat vermeld dat we het gewogen risico (bedrag x kans) moeten hanteren: Weerstandsratio = Weerstandscapaciteit / (totale omvang risico’s x risicopercentages) We hebben er daarom voor gekozen om dit jaar bovenstaande definitie te hanteren (voor alle jaren). Dat resulteert in het volgende beeld voor de weerstandsratio. 10 De weerstandsratio is vanaf het begrotingsjaar 2020 geïntroduceerd. Voor de jaren 2023 tot en met 2025 zijn geen cijfers beschikbaar, omdat de uitkomsten sterk afhankelijk zijn van de ontwikkeling van het risicoprofiel, de ontwikkeling van de Algemene reserve vaste buffer en de meerjarige ontwikkeling van de onbenutte belastingcapaciteit.
102 Verwachting is dat de weerstandsratio in 202 2 ruim boven de 2 zal uitkomen. Dit betekent dat de gemeente, zoals het er nu naar uitziet in die jaren over voldoende middelen zal beschikken om eventuele tegenvallers op te vangen. Signaleringwaarden De gezamenlijke provinciale toezichthouders en het Rijk hebben signaleringswaarden opgesteld voor de verplichte kengetallen. Zij hebben gekozen voor een indeling in drie categorieën. Waarbij kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en C het meest risicovol. In onderstaande tabel zijn de signaleringswaarden opgenomen. co Samenvattend is het beeld van de kengetallen voor de gemeente Steenwijkerland de komende jaren als volgt:
103 ‘Beoordeling’ Voor vijf van de zes gepresenteerde kengetallen geldt dat we ‘groen’ scoren. Alleen voor de solvabiliteitsratio begeven we ons in het ‘oranje segment’. Overigens verwachten we wel dat we de komende jaren beter zullen scoren op dit kengetal. Verder zien we dat met name de structurele exploitatieruimte sterk is verbeterd ten opzichte van de vorige begroting.
104 4.3. Paragraaf Meerjaren auditplan Per 1 januari 2019 is de geactualiseerde verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid (artikel 213a van de Gemeentewet) door de raad vastgesteld. In deze verordening is vermeld dat het onderzoeksplan in de paragraaf bedrijfsvoering van de programmabegroting is opgenomen. Begin 2019 is een geactualiseerd meerjaren auditplan vastgesteld. In dit plan zijn de te onderzoeken processen voor de periode 2019 -2022 opgenomen en voorzien van een doelstelling en een planning. Tevens is per proces aangegeven of het onderzoek is gericht op de kwaliteit van de beheersing van het proces, de beoordeling van de doelmatigheid, (financiële) rechtmatigheid of een combinatie hiervan. In bijlage 3 zijn de te onderzoeken processen voor 2022 opgenomen. 105 4.4. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen 4.4.1. Algemeen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzieningen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zijn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voorzieningen is van groot belang vo or het optimaal functioneren van de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. Voor het goed onderhouden van de kapitaalgoederen zijn een aanta l zaken belangrijk.
Allereerst is het van belang dat bekend is wat moet worden onderhouden en wat de huidige staat van het onderhoud is. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpakket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld u p-to-date wordt gehouden. Vervolgens moet eenduidig bekend zijn wat het gewenste kwaliteitsniveau is. Dit is vastgelegd in de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2007 door de gemeenteraad is vastgesteld, en in beleidsdocumenten die per onderdeel beschikbaar zijn. De uitwerking vindt plaats volgens de volgende stappen: - Waar gaat het over (areaal)?; - Wat zijn de doelstellingen (beleidskader)?; - Wat zijn de financiële consequenties van deze doelstellingen?; - Hoe zijn deze consequenties geborgd in de begroting? 4.4.2. Assetmanagement Om de aansluiting van de activiteiten op het gebied van beheer en onderhoud met de bestuurlijke ambities en de wensen van de stakeholders te verbeteren en te borgen wordt gewerkt aan de implementatie van een assetmanagementsysteem op basis van NEN -ISO 55000. In onderstaande Roos, een figuur van het kennisportaal voor Assetmanagement ‘IamPro’, zijn de onderdelen van het systeem weergegeven. Het symbool staat voor het open karakter van het systeem. Het systeem is open in de zin van flexibel, maar ook in de zin van transparant en toegankelijk.
106 In de komende periode wordt gewerkt aan het ordenen en ontwikkelen van de verschillende activiteiten en documenten die relevant zijn voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte conform de Roos. De implementatie van het assetmanagementsysteem vindt op een organische wijze plaats. Er wordt aan alle onderdelen tegelijkertijd gewerkt. Op natuurlijke momenten wordt een stap gezet in het vaststellen van een volgende ontwikkelf ase van een onderdeel. Het vaststellen van nieuwe beleidsplannen zijn voorbeelden van dergelijke natuurlijke momenten. Binnen het assetmanagementsysteem is een belangrijke plaats ingeruimd voor het Strategisch Assetmanagement Plan. In dit plan wordt een inhoudelijke en procesmatige vertaling gemaakt van de bestuurlijke ambities uit het collegeprogramma naar de activiteiten die nodig zijn om deze ambities waar te maken. In 2019 is door de raad de ‘Nota Onderhoud Kapitaalgoederen 2019 -2023’ vastgesteld. Deze nota dient als kader voor de jaarlijkse paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. 4.4.3 Door de raad vastgestelde beleids- en beheerplannen Voor het op orde houden van de kapitaalgoederen binnen de openbare ruimte zijn door de raad beleids - en beheerplannen vastgesteld.
Uit de door de raad vastgestelde beleids - en beheerplannen en bijbehorende meerjarenplannen wordt jaarlijks een integrale financiële afweging gemaakt en vertaald in de meerjarenbegroting. Hierdoor ontstaat per planjaar een evenwichtig maatreg elprogramma voor onderhoud en investeringen in de openbare ruimte. 4.4.3.1 Wegen Areaal Beleidskaders Het beleidskader voor onze wegen is vastgelegd in het beleidsplan ‘Overwegen’ (april 2017) en het beleidsplan ‘Verkeer’ (2017). Wij beschouwen ons uitgebreide, grotendeels historische, netwerk van wegen, paden en pleinen als een waardevol bezit en als een belangrijk middel om het dagelijkse woon-, werk- en recreatieve verkeer mogelijk te maken en veilig, efficiënt en duurzaam af te wikkelen. Het beleidsplan kent de thema’s: - Wegennet up to date, - Onderhoud op maat, - Inspirerend partnerschap. Wij zien de inbreng van inwoners, ondernemers en partijen als uitgangspunt, óók voor onze wegbeheertaak. Opvolging van wettelijke (wegbeheer)taken en behoud/ versterking van sociale -, milieu en kapitaalswaarde (‘People, Planet, Profit’) zijn daarbij essentiële randvoorwaarden. Wij richten onze wegbeheertaak daarom vraag gestuurd, risicobewust en gebiedsgericht in. Voor het wegenonderhoud heeft de raad ingestemd met het kwaliteitsniveau ‘basis’. Hierbij wordt het risicoprofiel ‘laag’ aangehouden.
107 Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het beleidsplan ‘Overwegen’ zijn de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau berekend. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader ‘Overwegen’ in 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het benodigde wegenbudget voor het kwaliteitsniveau ‘basis’ en besloten tot het instellen van een voorziening. De benodigde bedragen voor levensduur verlengende maatregelen zijn beschikbaar gesteld op onderhoudsniveau ‘basis’. De benodigde bed ragen voor investeringen in bermverhardingen zijn in eerste instantie beschikbaar gesteld op onderhoudsniveau ‘beperkt basis’. Bij de Programmabegroting 2021 -2024 zijn op basis van een motie van de raad de benodigde middelen beschikbaar gesteld voor invest eringen in bermverhardingen voor onderhoudsniveau basis. Dit is met ingang van het jaar 2022. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: 4.4.3.2. Openbare verlichting Areaal Beleidskader Uitgangspunt voor het beleidsplan Openbaar Licht (2017) is ‘donkerte’. ‘Even dimmen graag’ is het devies. De volgende ambities zijn in dit beleidsplan benoemd: de veiligheid van inwoners staat voorop, ruimte voor donkerte en duurzaamheid. Communicatie over openbare verlichting is daarbij een belangrijk aandachtspunt.
In het gekozen scenario ‘beperkt basis’ wordt enige achterstand in de vervanging geaccepteerd. Er wordt in de komende 12 jaar 80% van de openbare verlichting vervangen. In de vervanging voor 2018 en 2019 is nie t gekort omdat hier de oudste onderdelen met grotere risico’s (achterstand) wordt vervangen. Dat betekent dat in deze jaren het niveau basis is aangehouden. Bij de Programmabegroting 2021-2024 zijn op basis van een motie van de raad de benodigde middelen beschikbaar gesteld voor het onderhoudsniveau basis. Dit is met ingang van het boekjaar 2022. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Door de grootschalige vervanging van masten en armaturen wordt bespaard op de onderhoudskosten. In 2022 is daarom het budget bijgesteld naar € 199.000 en daarna naar € 196.000. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Voor het dagelijks onderhoud is in 2022 een bedrag van € 199.000 beschikbaar. Dit loopt terug naar € 196.000 in 2025. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn:
108 4.4.3.3. Riolering Areaal Beleidskader De beleidskaders voor de riolering zijn vastgesteld in het ‘Watertakenplan Fluvius 2016-2021’, dat is opgesteld met het waterschap Drents Overijsselse Delta en de zes inliggende gemeenten van het beheergebied ‘Reest & Wieden’. Voor de gemeentelijke watertaken zijn een vijftal bestuurlijke doelen gedefinieerd: 1. Risico’s voor de volksgezondheid door aanraking met schadelijke stoffen en geuroverlast maximaal beperken. 2. Beperk wateroverlast door water op straat en beperk overstroming maximaal. 3. Beperk hinder door falen van riolen en door verstopping of werkzaamheden. 4. Zorg voor goede oppervlaktewaterkwaliteit, voer zo weinig mogelijk schoon water af naar de zuivering. 5. De klant staat voorop. Aantal klachten zit onder het landelijk gemiddelde. Het huidige Watertakenplan loopt af op 31 december 2021. Het huidige Watertakenplan wordt met 1 jaar verlengd. In 2022 wordt een nieuw Watertakenplan Fluvius 2023 -2029 opgesteld en voorgelegd ter besluitvorming aan de gemeenteraad. Een belangrijk aandachtspunt voor het nieuwe Wa tertakenplan is namelijk het onderwerp klimaatadaptatie en dan specifiek die aspecten van klimaatadaptatie die verband houden met de gemeentelijke zorgplicht voor hemelwater. Klimaatadaptatie wordt momenteel opgepakt in zowel regionaal verband (Fluvius) als in lokaal verband. Besluitvorming over de zgn.
RAS (Regionale Adaptatie Strategie) en de LAS (Lokale Adaptatie Strategie) met bij behorende uitvoeringsagenda’s wordt voorzien begin 2022. De uitkomsten hiervan worden betrokken bij het opstellen van het nieuwe Watertakenplan. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het watertakenplan is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het watertakenplan opgenomen in het ‘Uitvoeringsplan Openbare Ruimte’. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het watertakenplan zijn een op een verwerkt in de Programmabegroting 2022-2025. Naast de k osten voor riolering zijn er ook kosten voor stedelijk water die bij de rioolheffing worden betrokken.
109 Deze kosten worden vermeld bij het onderdeel water. De (globale) opbouw van het budget riolering is in onderstaande tabel weergegeven. 4.4.3.4. Water & Kunstwerken Areaal Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kunstwerken in de gemeente is vastgelegd in diverse beleidsnota’s en plannen. De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau : - Beleidsplan Oeverconstructies Steenwijkerland 2021-2026; - Beleidsplan Oeververbindingen Steenwijkerland 2022-2027; - Beheerplan Havens 2022-2027 - Watertakenplan Fluvius 2016-2021. In 2020 is het ‘Beleidsplan oeverconstructies 2021-2026’ vastgesteld. Gekozen is voor een variant waarbij, daar waar beschoeiing echt nodig is, bij vervanging gekozen wordt voor kunststof. Dit is een duurzaam en financieel gunstig scenario. Voor de oeverconstructies is gekozen voor kwaliteitsniveau ‘basis’. In 2021 is een nie uw ‘Beleidsplan oeververbindingen 2022 -2027 vastgesteld. Oeververbindingen worden ook wel civiele kunstwerken genoemd en vormen een belangrijke categorie binnen de kapitaalgoederen. Onder oeververbindingen wordt onder andere verstaan: (beweegbare) bruggen, viaducten en tunnels. Dit beleidsplan heeft als doel om als leidraad te fungeren voor het doelmatig en planmatig beheren van de oeververbindingen.
Het geeft handvatten voor het beheer en onderhoud en zet de lijn uit voor de komende jaren.
110 Er is gekozen voor het kwaliteitsniveau ‘basis’. Ten aanzien van de recreatieve voorzieningen geldt dat er in 2022 geen beleidswijzigingen zijn te verwachten in het kader van beheer en onderhoud. In 2021 heeft de raad het Beheerplan Havens vastgesteld. Het Beheerplan Ha vens 2022-2026 vormt het kader om het beheer en onderhoud van de havens om kwaliteitsniveau basis te krijgen en te behouden. Het bijbehorende budget zorgt ervoor dat de hierbij benodigde onderhouds - en vervangingsmaatregelen kunnen worden gerealiseerd. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Oeverconstructies Het vastgestelde onderhoudsniveau (basis) voor de oeverconstructies op basis van het ‘Beleidsplan Oeverconstructies 2021-2026’ betekent dat er een budget benodigd is voor deze periode van € 605.500 waarvan € 498.750 bestaat uit vervangingen en € 106.750 uit planmatig onderhoud. Oeververbindingen Het vastgesteld onderhoudsniveau (basis) voor de oeververbindingen op basis van het Beleidsplan Oeververbindingen 2022-2027 betekent dat er een budget benodigd is voor onderh oudsmaatregelen ad. € 530.000 en voor de vervangingen ad. € 341.000. Water Voor wat betreft de baggeropgave is op basis van het ‘Watertakenplan Fluvius 2016-2021’ een budget benodigd van € 950.000. Binnen de gemeentelijke begroting is een bedrag beschikbaar van € 475.000.
Voor het overige deel wordt samen met de andere waterbeheerders in het gebied getracht om door middel van slim en integraal aan te besteden het gekozen onderhoudsniveau te realiseren. Voor het maa ien en onderhouden van sloten is in zijn totaliteit een bedrag benodigd van € 280.000 waarvan € 164.000 gerelateerd is aan schouwsloten. Het overige deel is meer gerelateerd aan het maaien van bermen en bermmaaisel. Momenteel zijn we in overleg met het waterschap over de overdracht van een deel van het stedelijk water met de daarbij behorende financiële consequenties. Jachthavens en Recreatieve vijvers Voor de havens geldt dat er gewerkt wordt met een onderhoudsbudget van ca. € 100.000 en een vervangingsbudget van ca. € 95.000. Voor de recreatieve vijvers geldt eveneens dat er wordt gewerkt met een onderhoudsbudget van ca. € 60.000. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren besc hikbaar zijn:
111 4.4.3.5 Openbaar groen, sportvelden en speelvoorzieningen Areaal Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plantsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides. Hierbij zijn de volgende nota’s en plannen van belang: - De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); - Beleidsnota Groen en Meerjarenprogramma Groen (MJP Groen), 2011 -2014; - Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte Gemeente Steenwijkerland. Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: - Speelplekkenbeleid (2009); - Meerjarenplan Spelen (2014-2017). In de beleidsnota Groen worden de beheerambities met betrekking tot het groen beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarbij het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn er ambities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een schone, hele en veilige omgeving. Het Meerjarenprogramma Groen geeft aan hoe aan deze ambitie de komende jaren invulling wordt gegeven. In 2014 heeft de gemeenteraad op basis van een evaluatie beslo ten om de lijn van het speelplekkenbeleid uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren. In dit plan is vastgesteld dat de gemeente spelen en bewegen stimuleert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden wordt. Het onderhoud van de speelvoor zieningen wordt op het basisniveau van ‘schoon heel en veilig’ uitgevoerd.
Sportvelden De uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van de gemeentelijke sportvelden zijn vastgelegd in: - Visie op beheer en onderhoud gemeentelijke sportvelden (raadsbesluit d.d. 20-10-2020); - Gebruiks- en onderhoudsreglement gemeentelijke buitensportaccommodaties Steenwijkerland 2021 (collegebesluit d.d. 20-07-2021). In oktober 2020 is de visie op het beheer en onderhoud van de sportvelden vastgesteld door de raad. Een van d e speerpunten uit deze visie is het vergroten van het eigenaarschap van buitensportverenigingen als het gaat om ‘hun’ accommodatie en velden. Hiertoe is een aantal zaken doorgevoerd, onder meer de overdracht van een aantal taken van gemeente naar vereniging en de introductie van de Right to Challenge. Verenigingen kunnen in dit kader op eigen initiatief aangeven dat zij meer taken van de gemeente willen overnemen (aanvullend op de taken die vanuit de visie zijn overgedragen) en kunnen hiertoe dan ook een bi jdrage verwachten. Deze mogelijkheid en wijziging in taken en verantwoordelijkheden zijn doorvertaald in het gebruiks - en onderhoudsreglement van de buitensportaccommodaties in onze gemeente.
112 Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Binnen de budgetten van groen zijn er middelen beschikbaar om onderhoud uit te voeren aan de diverse groenobjecten. Er is onderscheid gemaakt in middelen voor onderhoud van openbaar groen, bermenonderhoud, bomenonderhoud en extensief maaien. Het grootste d eel van het onderhoudsbudget wordt besteed aan het integrale onderhoudsbestek voor de openbare ruimte. In dit bestek is het verzorgend onderhoud in de openbare ruimte opgenomen. Dit bestek wordt door de Noordwestgroep uitgevoerd in opdracht van de gemeente . In het Meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 jaren becijferd hoeveel geld er nodig is om op het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. Hierop is in het kader van de ‘herprioritering’ een bedrag van € 20.000 ingeleverd. In onderstaande tabel zijn de bedragen voor de komende vier jaren weergegeven. Voor de sportvelden is aan onderhoud € 375.000 beschikbaar. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn : 4.4.3.6. Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd:
113 Beleidskader Van de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerdere jaren vastgelegd inclusief de onderhoudskosten waarmee rekening moet worden gehouden. Uitgegaan wordt van drie categori eën onderhoud. Het klachtenonderhoud betreft dagelijks voorkomende calamiteiten en storingen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn afgesloten. Dit betreft voornamelijk technische installaties. Tenslotte is er het planmatig onderhou d. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voor de periode van 2021 –2030 een ‘Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed’ opgesteld. Deze plannen worden ieder jaar bij de jaarrekening geactualiseerd. Bij de laatste actualisatie is becijferd dat de jaarlij kse kosten aan planmatig onderhoud gemiddeld € 976.000 bedragen. Uitbreidingen en duurzame maatregelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en vergen afzonderlijke investeringen. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het ‘Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed’ is verwerkt in de begroting. Voor het maatschappelijk vastgoed is een voorziening ingesteld. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening.
Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn:
114 4.5. Paragraaf Financiering In de paragraaf financiering lichten we de financieringsfunctie van de gemeente Steenwijkerland voor de jaren 20221-2025 toe. We gaan in op zowel de algemene ontwikkelingen als de ontwikkelingen in onze gemeente. De algemene ontwikkelingen betreffen de renteontwikkelingen en de wet - en regelgeving. De specifieke ontwikkelingen omvatten de renterisiconorm, de kasgeldlimiet e n de financiering van de gemeente. Ambitie Het doel is een optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven op korte en lange termijn. Om dit goed uit te voeren, wordt gekeken naar de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasuryfunctie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) en het financieringsstatuut. Doelstellingen Bij de begroting wordt afgewogen welke investeringen er op korte en lange termijn plaatsvinden. Het is vervolgens onze taak om deze investeringen conform de kaders te financieren. We beperken ons tot de publieke taak en hanteren hierbij de volgende doelstellingen: 1. Er is voldoende financiering op korte e n lange termijn; zodoende kunnen wij te allen tijde aan onze betaalverplichtingen voldoen. 2. De risico’s die aan financiële transacties verbonden zijn worden beheerst en beperkt.
Te denken valt onder andere aan renterisico’s, koersrisico’s en debiteuren-/crediteurenrisico’s. 3. De rentekosten van de leningen worden zoveel mogelijk beperkt. 4. De interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities worden zoveel mogelijk beperkt. Onze inzet We maken on derscheid tussen financiering en dekking. Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan onze financiële middelen komen (bijvoorbeeld door verkoop van gronden of door het aangaan van geldleningen). Bij dekking gaat het om de vraag hoe we de middelen kunn en aanwenden om de begroting sluitend te houden (bijvoorbeeld opbrengst uitkering gemeentefonds en belastingopbrengsten). De uitvoering van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de kaders van de Wet fido en de Wet Hof. Om vooral de financieringsrisico’s te beperken, staan in de Wet fido twee instrumenten genoemd, te weten de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Renterisiconorm Het uitgangspunt van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op langlopende schulden. Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk moeten worden afgesloten met het risico van snel oplopende rentelasten.
Met behulp van de renterisiconorm wordt bepaald wel renterisico de gemeente loopt op haar vaste schuld (leningen met een looptijd langer dan één jaar). De renterisiconorm is bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen be dragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hierbij is een minimumbedrag bepaald van € 2,5 miljoen. Op een begrotingstotaal van € 137 miljoen in 2022 bedraagt de renterisiconorm voor onze gemeente € 27,5 miljoen. In 2022 vindt voor een bedrag van € 4 miljoen aan aflossingen van bestaande leningen plaats. We kunnen nog een nieuwe lening aantrekken voor een bedrag van € 17,8 miljoen. 115 Kasgeldlimiet In verband met het beperken van renterisico’s op de korte schuld moeten gemeenten voldoen aan de kasgeldlimiet. Dit betekent dat de korte schuld voor gemeenten maximaal 8,5% van het begrotingstotaal (lasten) mag bedragen. De korte schuld bestaat uit de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rente typische looptijd korter dan één jaar en de schuld op de rekening -courant. Deze opgenomen gelden zijn bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. Voor de gemeente Steenwijkerland bedraagt de limiet in 2022 afgerond € 12 miljoen. De intentie is om de kasgeldlimiet optimaal te benutten.
Dit omdat voor opgenomen kasg eldleningen de laatste tijd zelfs een rentevergoeding wordt ontvangen en dus goedkoper is dan het aantrekken van een langlopende geldlening. In verband met regelgeving is het niet toegestaan om meer dan 2 kwartalen achter elkaar gebruik te maken van kasgeld. Debiteuren-/crediteurenrisico Onder debiteurenrisico wordt hier verstaan het risico dat uitgezette geldleningen niet worden terugontvangen van marktpartijen. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederl andse schatkist. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en daalt de staatsschuld. Schatkistbankieren is ingevoerd voor gemeente, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen. Dit heeft een positief effect op de omvang van de EMU-schuld. Depositotarieven en inleentarieven worden geharmoniseerd. De Wet biedt, onder bepaalde voorwaarden, (lagere) overheden de mogelijkheid elkaar leningen te verstrekken. Dit kan voor beide partijen leiden tot gunstige rentecondities. Uit oogpunt van doelmatigheid is in de Wet een drempelbedrag opgenomen. Hiermee kan een bepaald bedrag buiten de schatkist worden gehouden. Voor gemeenten met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen is het drempelbedrag bepaald op 2% met een minimum van € 1.000.000.
Voor de gemeente Steenwijkerland geldt in 2022 als drempel 2% van € 137,4 miljoen, ofwel € 2,7 miljoen. Wij mogen dus een positief rekening -courantsaldo hebben van € 2,7 miljoen, voordat deze middelen worden afgeroomd aan de schatkist.
116 De gemeente krijgt normaliter een rente vergoed die gelijk is aan de rente die de Nede rlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. Echter, op dit moment brengt de BNG-creditrente (negatieve rente) in rekening. Wij hebben daarom de hierboven gestelde drempel van € 2,7 miljoen eigenstandig verlaagd tot een bedrag van € 0,5 miljoen. Hierdoor is de kans groter dat we vaker gebruik zullen maken schatkistbankieren. Leningenportefeuille In de gemeente Steenwijkerland werken we met totaalfinanciering. Dit houdt dat niet voor iedere investering apart een lening wordt afgesloten. In vesteringen worden gefinancierd vanuit het totaal van eigen vermogen (reserves) en het lang vreemd vermogen (aangetrokken leningen). Bij projecten van grote omvang kan het zijn dat het systeem van totaalfinanciering wordt losgelaten. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld een project waarbij er sprake is van een verschil tussen juridisch en economisch eigenaar van een activa. In het overzicht zijn meegenomen de opgenomen leningen, die zijn doorgesluisd naar woningcorporatie Wetland Wonen Groep. De re stschuld van deze doorgesluisde leningen bedraagt per 1 januari 202 2 € 4,6 miljoen. Alle leningen zijn opgenomen bij de BNG Bank. In 2022 moet een totaalbedrag van € 1,1 miljoen worden betaald wegens verschuldigde rentekosten.
Dit is inclusief de rentelasten van € 0,2 miljoen voor de doorgesluisde leningen aan Wetland Wonen. Wij lopen een risico als de woningcorporatie haar betalingsverplichtingen niet nakomt. Het Waarborgfonds Sociale Woningen staat garant voor de betalingen van rente en aflossingen van 5 van de 6 verstrekte leningen. Rentetoerekening Sinds 2018 wordt de rekenrente volgens een vaste formule berekend en kan deze niet meer vrij worden bepaald. De invloed op het renteresultaat is vanaf dat moment beperkt tot de keuze om wel of geen rente over het eigen vermogen te berekenen. De omvang van de rente die over het eigen vermogen mag worden berekend, is met ingang van de begroting 2017 gemaximeerd op het gemidde lde rentepercentage dat de gemeente over haar extern aangetrokken leningen betaalt.
117 Kredietrisico’s Dit is het risico dat de gemeente loopt wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen, c.q. publieke instellingen die in voorkomende gevalle n in financiële problemen kunnen komen. Onze gemeente heeft naar verwachting in het begrotingsjaar 202 2 in beperkte mate te maken met kredietrisico’s. De totale omvan g van deze leningen per 1 -1-2022 bedraagt € 6, 8 miljoen. De ontwikkeling van de verstrekte leningenportefeuille ziet er als volgt uit. Voor 2022 is een rentevergoeding van € 0,3 miljoen begroot. Hieronder is dit bedrag gespecificeerd.
118 Financiering Binnen de gemeente wordt een omslagrente in rekening gebracht bij de investeringen en de projecten van 1,00%. Financieringspositie De financieringspositie geeft inzicht in de ontwikkeling van de financieringsbehoefte, rekening houdend met de investeringen en beschikbare i nterne en externe middelen. De interne financiering vindt plaats in de vorm van de ten laste van de exploitatierekening gebrachte afschrijvingen en in de vorm van eigen vermogen (reserves). Voor de externe financiering wordt een beroep gedaan op de geld - en kapitaalmarkt. De boekwaarde van de investeringen wordt per 1 januari 2022 geraamd op afgerond € 135 miljoen. Financieringstekort Bij de aanvang van dit begrotingsjaar ramen wij een financieringstekort van afgerond € 29 miljoen. Dit tekort ontstaat doordat de som van de reserves en voorzieningen en de opgenomen geldleningen per 1 januari 2022 lager is dan de boekwaarde van de investeringen per 1 januari 2022.
119 Rentevisie De rentevisie is gebaseerd op de meest actuele ontwikkelingen op de geld - en kapitaalmarkt. Wij maken daarbij onder andere gebruik van de renteprognose en berichtgeving van de BNG Bank . Relatiebeheer Evenals voorgaande jaren is de BNG onze huisbankier. Nagenoeg alle transacties vinden plaats via deze bank. Medio 2020 is de dienstverleningsovereenkomst gewijzigd. Hierin is geregeld dat wij tot een bedrag van € 12 miljoen ‘rood’ mogen staan. Daarnaast he eft de gemeente een rekening -courantovereenkomst met de Rabobank ‘Meppel-Staphorst- Steenwijkerland’. Prognose Meerjarenbalans11 Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU -saldo is in het BBV voorgeschreven dat bij de uiteenzetting van de financiële positie een geprognosticeerde balans wordt opgenomen. Deze balans moet meerjarig zijn en geeft inzicht in de ontwikkeling van onder meer de investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte. 11 In de prognose meerjarenbalans zijn de saldi van de voorliggende programmabegroting vertaald in de post ‘eigen vermogen’. De overlopende activa en passiva zijn constant gelaten ten opzichte van de laatste vastgestelde jaarrekening.
120 De presentatie van de geprognosticeerde balans sluit aan op de balans van de jaarrekening, maar behoeft niet dezelfde mate van detail te kennen. In de prognose zitten veel aannames omdat de toekomstige mutaties onzeker zijn. Het vertrekpunt voor deze balans i s de jaarrekening 2020. Bij de prognose van de eindbalansen van de jaren 2022 t/m 2025 is rekening gehouden met de mutaties voortvloeiende uit: - het investeringsprogramma 2022–2025; - actualisatie grondexploitaties; - de mutaties in de reserves en voorzieningen. EMU-saldo Om strakker te kunnen sturen op de afspraken die het Rijk heeft gemaakt in Europees verband is de Wet Hof ingevoerd. De wet is bedoeld voor de beheersing van de schuldenlast en het begrotingstotaal op rijksniveau. Een individuele EMU-referentiewaarde betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente heeft in de gezamenlijke tekortnorm. Wij hebben een sluitende (meerjaren)begroting, maar de manier waarop het Rijk het EMU-saldo berekent, betekent dat wij misschien wel een negatief EMU-saldo hebben. De belangrijkste oorzaak is dat het Rijk investeringen aan één jaar toerekent (het zogenaamde kasstelsel) terwijl andere overheden en het bedrijfsleven dergelijke uitgaven via afschrijvingen over meerdere jaren uitsmeren (stelsel van baten en lasten).
Sturingsopties om het EMU-saldo in positieve zin te beïnvloeden zijn het afstoten van activa en passiva die niet tot de ‘core business’ van een gemeente horen. Als vervolg daarop kan het noodzakelijk zijn keuzes te maken en ambities te beperken als het gaat om het investeringsprogramma. Voor vastgoedobjecten kan daarbij huur of lease een optie zijn.
121 Voor 2022 bedraagt de referentiewaarde -€ 4.843.000 (voor 2021 was dat -€ 4.626.000). Uit bovenstaande tabel blijkt dat het EMU-saldo voor de jaren 2022 tot en met 2025 onder de referentiewaarde blijft. We presenteren in die jaren positieve EMU -saldi. De overschrijding in 2021 wordt veroorzaakt doordat de restantkrediet en over 20 20 zijn overgeheveld naar 2021.
122 4.6. Paragraaf Bedrijfsvoering Vlak voor de zomer heeft het directieteam deze ambitiekaart op intranet gezet en tijdens digitale overleggen aan de medewerkers toegelicht. Samen met hun teams gaan de teamleiders aan de slag om de ambitiekaart uit te werken en te vertalen in nodige en logische acties. Op de kaart ziet u in een groen blok de organisatiedoelen die we – net als in de vorige begroting – gebruiken als indeling voor deze paragraaf Bedrijfsvoering. Betrouwbaar en professioneel Privacy, informatiebeveiliging en informatiebeheer Betrouwbare informatie(voorziening) is noodzakelijk voor het goed functioneren van de gemeente. Ook is het de basis voor het beschermen van de rechten van onze inwoners en ondernemers. Privacy, informatieb eveiliging en informatiebeheer zijn drie aandachtsgebieden die ontzettend belangrijk zijn voor de gemeentelijke informatiehuishouding. We waarborgen een veilige omgeving voor: - alle informatie in het archief, - beleidsinformatie, - bedrijfsinformatie en persoonsgegevens, - (vertrouwelijke) gegevens van en over onze inwoners, ondernemers, medewerkers, bestuurders en andere belanghebbenden.
123 Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat de gegevens die we verstrekken in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving . En dat betekent dat de gegevens duurzaam toegankelijk, vindbaar, juist, volledig en betrouwbaar zijn. Er is dus nauwe samenhang tussen de aandachtsgebieden. In 2021 zijn we begonnen met het maken van integraal beleid voor de komende jaren. Het doel hie rvan is om privacy, informatiebeveiliging en informatiebeheer in onze organisatie te verankeren. Dit beleid gaan we nog in 2021 vertalen naar een integraal jaarplan 2021-2022. Daarin staan concrete acties voor de komende periode. Zo gaan we: - de jaarlijkse training voor medewerkers met aandacht voor domeinspecifieke onderwerpen actualiseren, - het bedrijfscontinuïteitsplan up-to-date maken, - voor privacy een toezichtkader opstellen, - de uitgangspunten bepalen voor en het ambitieniveau in beeld brengen van het Kw aliteitssysteem Informatiebeheer Decentrale Overheid (KIDO). Informatievoorziening Een steeds groter deel van ons leven en werk verloopt via digitale kanalen. Als gemeente willen we dat zo klantvriendelijk mogelijk doen voor onze inwoners en ondernemers. Maar het moet ook veilig gebeuren. Die combinatie levert soms spanning op. Inwoners en ondernemers moeten kunnen rekenen op een betrouwbare overheid die zorgvuldig met informatie omgaat.
In 2022 gaan we verdere acties inzetten om de weerbaarheid van de gemeente te vergroten. Door het oefenen op informatiebeveiligingsincidenten met management en bestuur en natuurlijk ook met acties die bijdragen aan het voorkomen van incidenten. Door de toegankelijke en snelle ontwikkeling van de technologie organiseert de samenleving steeds sneller en meer digitaal. De informatievoorziening moet deze verandering (mede) mogelijk maken; informatievoorziening moet helpen en niet remmen. Dat betekent dat we vooruit kijken, de consequenties doordenken en hierop investeren. De nog op te stellen i-Visie 2021-2024 wordt de kapstok voor de verdere invulling van onze informatievoorziening en applicatielandschap. Door het gebruik van slimme online diensten verbeteren we de dienstverlening aan onze inwoner en ondernemer. Hybride werken (soms op kantoor, soms ergens anders) is in het post -corona tijdperk natuurlijk een belangrijk thema. Daarbij gaat het om plaats - en tijdonafhankelijk werken, maar ook om de digitale weerbaarheid. In 2022 zetten we verdere stappen in de impl ementatie van Office365 om hiermee het hybride werken goed te kunnen ondersteunen. Wet open overheid De Wet open overheid (Woo) is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo wil overheden transparanter maken door overheidsinformatie be ter vindbaar te maken.
De wijziging ten opzichte van de Wob betreft vooral de actieve openbaarmaking. Onze gemeente zal bepaalde categorieën documenten uit eigen beweging naar buiten moeten brengen. Het gaat hierbij onder meer om raads - en collegestukken, beschikkingen, klachten, Woo -verzoeken, adviezen van adviescommissies, jaarplannen/ -verslagen, organisatiegegevens en bepaalde onderzoeken. Voor andere documenten geldt een inspanningsverplichting om openbaar te maken. Daarbij gaat het in ieder geval om informatie over het beleid. Om de informatie toegankelijk te maken verplicht de Woo ook de (digitale) informatiehuishouding op orde te brengen. Dit is een forse operatie waarbij alle gemeentelijke informatiesystemen en informatiestromen zijn betrokken. De Woo treedt waarschijnlijk half 2022 in werking. Voor het organiseren van de actieve openbaarmaking en het opstellen van een meerjarenplan digitale informatiehuishouding wordt een ruime overgangsperiode gegeven. Dit neemt niet weg dat de voorbereidingen begi n 2022 moeten zijn gestart en dat de implementatie van de Woo volgend jaar de nodige tijd gaat vragen. 124 Aanpak structurering data In de beginjaren van digitalisering lag de focus bij gemeenten vooral op digitale dienstverlening en digitaal kunnen werken. Dit terwijl er ook nog veel op papier werd gedaan.