CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2022-2025 gemeente Steenwijkerland.pdf

Raadsvergadering 2 november 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Programmabegroting 2022-2025 gemeente Steenwijkerland44.525 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

de verstedelijkingsstrategie rondom Steenwijk (momenteel in visiefase). Voor het maken van gerichte beleidsmatige en praktische keuzes stelt de kwartiermaker een samenhangende planning met een realistisch tijdpad op om de woningbouw verder te kunnen versnellen. 10. Op peil houden bezetting Team Communicatie Op dit moment beschikken we binnen de organisatie over drie communicatieadviseurs. De afgelopen periode hebben we ervaren dat voor een gemeente van onze omvang en ambities dit een minimale bezetting is. Een van de adviseurs wordt tot medio 2023 bekostigd uit tijdelijke programmagelden DBT. We willen de bekostiging graag structureel regelen om onze dienstverlening ook in de toekomst op peil te kunnen houden en de kwaliteit van onze communicatiediscipline te kunnen waarborgen. Daarom stellen we voor om vanaf medio 2023, als de bekostiging vanuit het programma DBT stopt, structureel middelen beschikbaar te stellen voor deze functie. 11. Uitbreiden ecologisch juridische kennis Een uitbreiding van ecologisch juridische kennis is nodig om projecten die een effect (kunnen) hebben op de ecologie te kunnen laten voortgaan. Daarvoor moeten immers ecologische rapporten worden geï nterpreteerd om zodoende ruimtelijke en groen initiatieven van inwoners en van onszelf te kunnen laten doorgaan.

In onze organisatie is deze kennis onvoldoende aanwezig om alle initiatieven te kunnen laten doorgaan. Zeker nu met de veranderende stikstofregels het speelveld in onze gemeente snel verandert, de werkzaamheden complexer worden en in omvang toenemen. 12. Doorontwikkelen wijkgericht werken in het sociaal domein Op dit moment wordt in verschillende wijken gewerkt aan een wijkvisie of wijkaanpak (onder andere Steenwijk West en Gagels). Nu de wijkontwikkeling op meerdere plekken tegelijkertijd vorm en invulling moet krijgen, wordt de vraag naar nauwe betrokkenheid vanuit beleid sociaal domein sterker. Dit sluit ook aan bij de transformatieopgaven in het sociaal domein, waar de ontwikkeling van wijkgericht werken als één van de acties is benoemd. Er is behoefte aan een coördinator vanuit het sociaal domein die onder meer samen met de coördinator kernen en wijken nog gerichter kijkt wat nodig is in een wijk - vanuit data, trends en ontwikkelingen, ervaringen van partners uit de wijk en samen met inwoners. De tijdelijke extra formatie moet de ruimte bieden aan de organisatie om de omslag naar integraal wijkgericht werken daadwerkelijk te maken. Uiteindelijk willen we de nieuwe manier van werken implementeren in de reguliere werkzaamheden van het team Samenleving en Ontwikkeling. 13.

Implementeren inwonersparticipatie Participatie zal meer van ons als gemeente gaan vragen, mede door de invoering van de Omgevingswet. Het zal zowel in de lijnorganisatie als centraal om structurele inzet vragen. De beoogd adviseur participatie zal alle centrale taken oppakken en de taken i n de lijn coördineren en (deels) overnemen. De incidentele taken bestaan uit het informeren en (helpen) opleiden en trainen van collega’s binnen het gemeentehuis. De structurele taken bestaan uit het informeren, adviseren en op weg helpen van initiatiefnem ers, inwoners en collega’s binnen het gemeentehuis bij het opzetten en/of participeren in participatietrajecten. De tijdelijke extra formatie moet de ruimte bieden aan de organisatie om deze omslag ook daadwerkelijk te maken. Na het jaar 2024 blijven alleen de structurele taken met betrekking tot het informeren, adviseren en op weg helpen van initiatiefnemers en inwoners over. Deze structurele taken willen we op het moment dat de tijdelijke formatie ophoudt, beleggen in de reguliere werkzaamheden van het team Samenleving en Ontwikkeling. 63 3.6. Vervangingsinvesteringen Zoals gebruikelijk zijn de meerjarige vervangingsinvesteringenplannen geactualiseerd. In voorliggende programmabegroting zijn op basis van deze plannen voor de jaren 202 2 en volgende de kapitaallasten van de geplande investe ringen gereserveerd.

Wij verwijzen u naar bijlage 1 van deze begroting. Het betreffen de vervangingsinvesteringen voor: - Tractie; - ICT; - Begraafplaatsen; - Huishoudelijke dienst. De kapitaallasten voortvloe iende uit de v ervangingsinvesteringen voor 202 2 kunnen volledig worden gedekt uit de gereserveerde vrijvallende kapitaallasten. Voor 20 22 stellen wij voor de volgende kredieten beschikbaar te stellen: 3.7. Financiering Om investeringen te kunnen doen wordt meestal geleend. Bij het aantrekken van financieringsmiddelen wordt op basis van de geldende rentetarieven op de geld - en kapitaalmarkt en de te verwachten liquiditeitsbehoefte een financieringsconstructie gekozen, die optimaal aansluit bij eerdergen oemde behoefte en in de pas loopt met de wettelijke voorschriften. Tot en met september 2021 zijn geen nieuwe langlopende leningen aangetrokken. 3.8. Reserves en voorzieningen Per ultimo 2022 bedraagt de vermogenspositie naar verwachting € 31,4 miljoen (excl. voorzieningen). Het meerjarig verloop van de reserves en voorzieningen is opgenomen in bijlage 4.

64 3.8.1. Verloop algemene en bestemmingsreserves Het BBV onderscheidt de volgende reserves: a. algemene reserve(s); b. de bestemmingsreserves. In onderstaande toelichting wordt nader ingegaan op een aantal algemene en bestemmingsreserves. Algemene reserves Algemene reserve vaste buffer In de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2017’ is vastgelegd dat de norm voor de Algemene reserve vaste buffer 15% van de som van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de opbrengst onroerende-zaakbelastingen (OZB) bedraagt6. Om veelvuldige toevoegingen en onttrekkingen aan genoemde reserve te voorkomen als gevolg van fluctuaties in de alge mene uitkering en de opbrengst OZB geldt een marge naar boven en beneden van 5%. Afwijking van de bandbreedte is maximaal 3 jaar toegestaan. De Algemene reserve vaste buffer bedraagt ultimo 2021 € 12.846.000. Dit bedrag is lager dan de gestelde norm van € 13.895.000. Voorstel is om deze reserve weer op het niveau van 15% te brengen. We stellen voor om een bedrag van € 1.049.000 ten laste te brengen van het begrotingssaldo 2022. Algemene reserve vrij besteedbaar De Algemene reserve vrij besteedbaar bedraagt per ultimo 2025 € 6,8 miljoen. Bedrijfsreserve Het saldo van de bed rijfsreserve bedraagt per 1 januari 2022 € 0,3 miljoen. Dit bedrag ligt lager dan het maximaal afgesproken bedrag van € 0,5 miljoen.

6 In december 2017 heeft uw raad de genoemde nota vastgesteld. De norm van de Algemene reserve vaste buffer is toen verhoogd van 10% naar 15% vanwege het opheffen van de ‘algemene reserve Grondbedrijf’.

65 Bestemmingsreserves Een aantal bestemmingsreserves uit het overzicht in bijlage 5 wordt hieronder toegelicht. Reserve opvangen tekorten sociaal domein In de Najaarsnota 2021 hebben we voorgesteld om geen einddatum te verbinden aan de ‘reserve opvangen tekorten Sociaal Domein’. In voorliggende begroting stellen we voor om het resterende bedrag van € 409.187 over te hevelen van de ‘reserve opvangen tekorten Sociaal Domein’ naar de ‘Algemene reserve vrij besteedbaar’ en de titel van de bestemmingsreserve te veranderen in ‘bestemmingsreserve coronagerelateerd e uitgaven Sociaal Domein’. Reserve Volkshuisvesting. Het saldo bedraagt per 1 januari 2022 € 6,7 miljoen. De meerjarige financiële gevolgen van het raadsbesluit uit 2018 voor de investeringsopgave zijn hierin meegenomen. 3.8.2. Verloop voorzieningen Voorzieningen worden onder meer gevormd wegens: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs is in te schatten; b. op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten; c.

kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. Evenals bij de reserves treft u onderstaand ook een toelichting aan op de meest in het oog springende voorzieningen. Voorziening groot onderhoud wegen De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed heeft op de hoogte van de voorziening wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Voorziening onderhoud speelvoorzieningen De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed op de hoogte van de voorziening heeft wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Voorziening Algemeen Maatschappelijk Vastgoed De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed op de hoogte van de voorziening heeft wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld.

Egalisatievoorziening reiniging De exploitatiesaldi worden ten gunste of ten laste van de egalisatievoorziening reiniging gebracht. Er vindt in 2022 een onttrekking van € 175.000 aan de voorziening plaats. In paragraaf 4.1.7 Afvalstoffenheffing wordt een nadere toelichting gegeven. 66 Voorziening riolering (exploitatie) De exploitatiesaldi worden ten gunste of ten laste van de egalisatievoorziening riolering (exploi tatie) gebracht. Er vindt in 202 2 een onttrekking van € 466.000 aan de voorziening plaats. In paragraaf 4.1.8 Rioolheffing wordt een nadere toelichting gegeven. Voorziening overdracht wethouderspensioenen Op grond va n de wet APPA (algemene pensioenwet politieke ambtsdragers) is de gemeente verplicht om een voorziening te treffen voor wethouders om hen in staat te stellen hun pensioen over te dragen aan een pensioeninstelling. Indien dit gebeurt is een eenmalige afkoop som benodigd. Op dit moment is de gemeente voor de bestuurders die hieraan niet de voorkeur geven, na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, verplicht pensioen uit te betalen. Het gereserveerde bedrag gaat vervolgens over naar de voorziening te betalen pensioen voormalige bestuurders. Per 1 januari 2022 bedraagt het saldo € 1.997.000.

Voorziening te betalen pensioenen voormalig bestuurders Voor voormalig bestuurders, die vanaf 2015 pensioenrechten hebben, dienen de te betalen pensioenen volledig uit een voorziening bekostigd te worden. Indien een voormalig bestuurder op enig moment recht heeft op pensioen bestaat er geen mogelijkheid voor hem/haar om het pensioen over te dragen aan een pensioenfonds en wordt het gereserveerde be drag in d e vorige voorziening ( voorziening pensioen wethouders) overgeheveld naar deze voorziening om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. E lk jaar wordt de omvang van deze voorziening geactualiseerd. 67 4. Specifieke paragrafen 4.1. Paragraaf Lokale heffingen 4.1.1. Inleiding De gemeente heeft voor het goed kunnen uitvoeren van haar taken geld nodig. Een groot deel van dit geld wordt ontvangen van de rijksoverheid via de zogenaamde ‘Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds’. Dit ‘Haagse’ geld is echter onvoldoende om alle taken te kunnen uitvoeren. Daarom maakt de gemeente gebruik van haar bevoegdheid om inkomsten te verkrijgen via burgers, bedrijven en bezoekers. Dit gebeurt met behulp van onder meer lokale belastingen en heffingen. In 2022 verwacht de gemeente Steenwijkerland in totaal een bedrag van € 121 miljoen7 aan inkomsten te ontvangen (gemeentelijke belastingen en heffingen en rijksuitkeringen).

In onderstaande grafiek is aangegeven welk deel uit ‘Den Haag’ komt en welk deel uit ‘Steenwijkerland’. De grafiek laat zien dat de lokale belastingen en heff ingen een wezenlijk onderdeel vormen van de gemeentelijke inkomsten. In deze paragraaf wordt daarom stilgestaan bij de diverse aspecten die samengaan met dit onderwerp. Zo worden de uitgangspunten benoemd, die de gemeente hanteert bij het vaststellen van de tarieven voor inwoners en ondernemers. Ook tonen we met behulp van tabellen de ontwikkeling van de gemeentelijke belastingopbrengsten. Tenslotte laten we zien hoe ‘duur ’ Steenwijkerland is ten opzichte van omliggende en vergelijkbare gemeenten. 4.1.2. Belastingen en heffingen De gemeentelijke belastingen die in 2022 in de gemeente Steenwijkerland worden geheven zijn: - OZB; - Toeristenbelasting; - Forensenbelasting. In deze opsomming ontbreekt de hondenbelasting die op verzoek van uw raad met ingang va n 1 januari 2022 is afgeschaft. Naast belastingen rekent de gemeente heffingen. Dit zijn kosten voor individuele dienstverlening aan burgers en ondernemers. Voor de tarieven van deze heffingen geldt dat de opbrengsten de kosten van de 7 € 21,9 miljoen aan gemeentelijke belastingen en heffingen en € 99,1 miljoen aan rijksuitkeringen.

68 dienstverlening op be grotingsbasis niet mogen overschrijden. De gemeentelijke heffingen die in 2022 in de gemeente Steenwijkerland worden geheven zijn: - Rioolheffing; - Afvalstoffenheffing; - Begraafrechten; - Vermakelijkhedenretributie; - Overige rechten. 4.1.3. Uitgangspunten Uw raad stelt de tarieven vast voor de lokale belastingen en heffingen. Ons uitgangspunt bij de start van deze collegeperiode was dat de lokale lasten alleen gematigd (‘trendmatig’) mogen stijgen. Bij de behandeling van de PPN 2021-2025 heeft uw raad e en amendement aangenomen waardoor de OZB -opbrengst in 2022 niet zal stijgen (amendement ‘OZB 0%’). Bij een gelijkblijvende opbrengst zal een stijging van de waarde van het totale woningbestand leiden tot een gelijke daling van de tarieven en omgekeerd. In december 2021 worden nadere voorstellen aan uw raad gepresenteerd over de tarieven voor 2022. Voor de Afvalstoffenheffing en de Rioolheffing worden wijzigingen in de kosten verhaald door de betreffende tarieven dienovereenkomstig aan te passen (gesloten huishouding). Om grote tariefschommelingen te voorkomen, wordt gebruik gemaakt van de voorziening Reiniging en de voorziening Riolering. 4.1.4. Overzicht belastingopbrengsten De totale opbrengst voor belastingen en heffingen in 202 2 bedraagt € 21,9 miljoen. Dit bedrag is als volgt gespecificeerd:

69 In onderstaande cirkeldiagram is het aandeel van de belastingsoorten en verschillende heffingen in het totaal van de gemeentelijke belastingen in beeld gebracht. 4.1.5. Lokale belastingdruk Onze inwoners en ondernemers gaan in 2022 gemiddeld minder lokale lasten betalen. In 2022 dalen de gemiddelde woonlasten voor eigenaren en gebruikers met 2,6%. Zowel de afvalstoffenheffing als de rioolheffing daalt met 4%. De OZB blijft ongewijzigd. In plaats van een stijging van de lokale lasten op basis van de inflatie met 1,7% is er dus per saldo sprake van een daling in 2022. De ontwikkeling van de lokale belastingdruk ziet er als volgt uit: Bij de OZB is uitgegaan van een WOZ-waarde van € 240.000 (waardepeil datum 1 -1-2020). Geen rekening is gehouden met de effecten van de hertaxatie met waardepeildatum 1 -1-2021. Op basis van de laatste COELO 8 atlas is de gemeente Steenwijkerland op de ranglijst van gemeenten met de laagste lokale lasten gedaald (2020: 28e plaats en 2021: 34e plaats). In de atlas staan alle gemeenten vermeld dus ook de ons omringende gemeenten. Ook zijn de gemiddelde woonlasten van de provincie Overijssel en Nederland in beeld gebracht. 8 Atlas van de lokale lasten 2021 (COELO). De atlas wordt jaarlijks door het Centrum voor Onderzoek van de Economie voor Lagere Overheden (COELO) uitgegeven .

Het COELO berekent de lokale lasten voor de burger op basis van de door gemeenten aangeleverde informatie.

70 4.1.6. Onroerende-zaakbelastingen De wettelijke kaders van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) zijn neergelegd in de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet en de Wet Waardering Onroerende zaken (Wet WOZ). Voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken kunnen twee belastingen geheven worden: een eigenaren- en een gebruikersbelasting. De hoogte van de OZB is afhankelijk van de in het kader van de Wet WOZ aan de onroerende zaak toegekende waarde. Het tarief is een percentage van deze waarde. Er kunnen verschillende tarieven vastgesteld worden voor wo ningen en niet-woningen. Binnen deze groepen mag niet verder gedifferentieerd worden. Voor alle woningen en alle niet - woningen gelden dus dezelfde tarieven. Hiernaast kunnen verschillende tarieven vastgesteld worden voor de eigenarenbelastingen en de gebruikersbelasting. Op dit ogenblik wordt hard gewerkt aan de hertaxatie van het WOZ-bestand met waardepeildatum 1 januari 2021. In december 2021 worden nadere voorstellen aan uw raad gepresenteerd over de tarieven voor 2022. Uitgangspunt daarbij is een gelijkblijvende opbrengst. Een stijging van de waarde van het totale woningbestand zal dan lei den tot een gelijke daling van de tarieven en omgekeerd. 4.1.7. Afvalstoffenheffing Ontwikkeling baten en lasten 2022 Voor 2022 zijn de uitgaven verhoogd met 1,7% conform het prijsindexcijfer dat wij hanteren voor de uitgaven .

Hiervan is afgeweken voor zover de ROVA bij de gemeente andere tarieven in rekening brengt. De structurele gevolgen van het grondstoffenplan zijn in de begroting verwerkt. Zoals uit onderstaande tabel kan worden afgeleid, daalt het gemiddelde tarief per aansluiting in 2022 van € 2 23,30 naar € 214,36 (4%). Het dekkingspercentage dat staat vermeld in de tabel is met 75,5% relatief laag. Oorzaak is dat in de berekening van dit dekkingspercentage rekening is gehouden met de compensabele BTW, terwijl deze BTW niet in rekening wordt gebr acht bij de inwoners. De overhead is becijferd op 11%. Indien dit overheadpercentage zou worden doorberekend aan afval dan stijgen de lasten voor overhead met € 304.000. Gezien het feit dat er bij de afvalstoffenheffing reeds sprake is van een stijging van de tarieven die boven het inflatiepercentage ligt, vinden wij het niet opportuun dit in rekening te brengen bij onze inwoners.

71 N.B. Als referentietarief is uitgegaan van de vaste kosten en gemiddelde variabele kosten per aansluiting, zijnde € 167,23 i n 2018. Afvalstoffenheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een woning. Het vaste tarief daalt met € 8,94. De oorzaken van de tariefsdaling zijn als volgt: Oud papier De uitgaven zijn in vergelijking met vorig jaar € 50.000 hoger. Aan de ene kant is het niet doorvoeren van de blauwe container in Steenwijk (waar vorig jaar rekening mee is gehouden) gunstig qua financiën, aan de andere kant is er de situatie dat de inzet van professionele achterladers noodzakelijk is. Voor wat betreft de inkomstenkant houden we nu rekening met € 150.000 aan inkomsten, terwijl we vorig jaar hebben gerekend met € 16.000, een voordeel van circa € 130.000. Dit komt door de gunstige ontwikkeling van de oud papier prijzen. De prijs per ton was in september vorig jaar € 49, in januari € 83 en nu in september € 149. Verwachting is dat prijzen voor 2022 nog wel relatief hoog blijven, maar dit is uiteraard nog wel onzeker. ROVA-index De ROVA past voor 2022 de ROVA-index toe voor een tariefstijging van 2,62%. Dit betekent circa € 80.000 aan extra kosten. Deze kosten zijn doorberekend in de tarieven. GFT Het aanbod van GFT is de laatste jaren gestegen. Vanaf 2021 zijn daarnaast de kosten voor GFT gestegen.

Dit komt door de aanpassing in de route van GFT Zwolle (de vergister) naar H VC Alkmaar. Dit heeft geleid tot een stijging van het tarief (wegvallen ESD-subsidie en extra kosten voor vervoer). De kosten zijn € 55.000 hoger dan in 2021 Vergoedingen Nedvang Vorig jaar zijn we ervan uitgegaan dat de nieuwe systematiek rondom vergoedi ngen van Nedvang budgettair neutraal voor de gemeente zou verlopen. Als gevolg van technische aanpassingen en het feit dat we goed scoren op afvalscheiding ten opzichte van het landelijk beeld, zien we dat de vergoeding zich gunstig ontwikkelt. Voor

72 2022 is de verwachting een opbrengst van € 200 per ton. De ROVA schetst de situatie dat er momenteel druk overleg is tussen VNG en Nedvang met betrekking tot de vergoedingen voor de komende jaren. Hoe de ontwikkelingen daarna zullen zijn is zeer onzeker. Voor wa t betreft de inkomsten voor 2022 zijn we nu uitgegaan van € 300.000, waarbij de verwachting is dat de inkomsten vanaf 2023 ieder jaar € 25.000 lager zullen uitvallen. Het blijft echter zeer onzeker hoe zich dit de komende jaren gaat ontwikkelen. Voor 2022 betekent dit dus dat we nu € 300.000 opnemen in plaats van € 105.000, per saldo een voordeel van € 195.000. Vertaling grondstoffenplan Met de structurele gevolgen voortvloeiende uit het grondstoffenplan van € 33.000 is bij de tarieven rekening gehouden. Het jaar 2022 is het laatste jaar dat we € 50.000 krijgen voor de aanpak van zwerfafval. Daarna stopt de bijdrage en stopt ‘Mooi Schoon’. In de winter komt er een plan om zwerfafval aan te pakken. Het tarief per zak blijft ongewijzigd op € 1,55. Een betere afvalscheiding, kan leiden tot minder aanbiedingen, wat weer een voordeel is voor de burger en zal leiden tot minder restafval.

Ontwikkeling egalisatievoorziening Reiniging In de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2017’ staat vermeld dat de egalisatievoorziening Reiniging een bovengrens kent van 10% van de jaarlijkse inkomsten, waarbij wel wordt gekeken naar de komende 4 jaar. De voorziening mag niet negatief staan. De bovengrens bedraagt 10% en is daarmee € 420.000. Dit betekent dat we binnen de grenzen bewegen. Door de gunstige resultaten bij de jaarrekening 2020 en verwachte gunstige resultaten over 2021 is de voorziening hoger dan waar we vorig jaar van uit zijn gegaan. Gezien de onzekere ontwikkelingen rondom de vergoedingen voor plastic en metalen en rondom de afvalstoffenbelasting is het belangrijk dat hier een zeker bedrag aan buffer voor beschikbaar is. De incidentele gevolgen voortvloeiende uit het ‘Grondstoffenplan’ (€ 30.000 eenmalig) zijn nog niet in de hierboven gepresenteerde stand van de voorziening verwerkt.

73 4.1.8. Rioolheffing Voorgesteld wordt om de tarieven rioolheffing voor 2022 met 4% te laten dalen. De st and van de voorziening laat dit toe. Op basis hiervan daalt het tarief t.o.v. 2021 met € 8,41. Het tarief komt voor 2022 op € 201,78 9. De kosten voor het taakveld riolering zijn voor 100% doorberekend in de rioolheffing. Dit betreft onder meer kosten voor onderzoek, planvorming en onderhoud. De kosten voor het taakveld waterwegen zijn voor 49% doorberekend in de riolering. Dit betreft kosten voor het baggeren van watergangen, onderhoud en vervangen van beschoeiingen en onderhoud van sloten. Het bagger en is noodzakelijk om de doorstroming van de watergangen te garanderen, daarnaast om ernstige vervuiling vanuit de riooloverstorten en met regenwater meegespoelde sediment te verwijderen. Het onderhoud en vervangen van oeverbeschermingen is noodzakelijk om de oevers op hun plaats te houden en om te voorkomen dat de watergang haar inrichting en bergend vermogen verliest. Het onderhouden van de sloten betreft jaarlijkse onderhoudswerkzaamheden (door derden) om de berging en afvoer van sloten te garanderen en om de sloten op diepte te houden. Voor de investeringen die voor 2022 op de planning staan vragen wij uw raad een krediet van in totaal € 1.626.500 beschikbaar te stellen.

Het krediet is bedoeld voor de volgende investeringen: - Vervangen rioolgemalen € 400.000 - Vervangen riolering € 894.000 - Vervangen oeverconstructies € 332.500 Bij de bepaling van de tarieven voor de rioolheffing is rekening gehouden met de (kapitaal)lasten, die voortvloeien uit vorengenoemde investeringen. 9 Als referentietarief is uitgegaan van een eigen woning, dus de som van het eigenarendeel en het gebruikersdeel, zijnde € 227,20 in 2018.

74 De overhead is becijferd op 11%. Bij de berekening van het dekkingspercentage is rekening gehouden met de compensabele BTW. Dit is een bedrag van € 704.000. Wij hebben besloten een deel van dit bedrag, namelijk € 621.000 niet door te berekenen aan de rioolheffing. Het behoort dus wel tot de kosten, maar wordt niet doorberekend aan de burger. Egalisatievoorziening riolering (exploitatie) In de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2017’ staat vermeld dat de ‘voorziening riolering (exploitatie)’ een positieve bovengrens kent van 10% van de j aarlijkse inkomsten, waarbij wel wordt gekeken naar de komende 4 jaar. De voorziening mag niet negatief staan. De bovengrens bedraagt 10% en is daarmee € 466.000. Dit betekent dat de voorziening zich ruim boven de bovengrens beweegt. In het voorjaar 2022 hebben we zicht op een aantal ontwikkelingen, namelijk: - Een nieuw watertakenplan 2023-2028; - Een nieuw baggerplan; - Inzicht in de klimaatopgaven; - Hoe om te gaan met vaarwegenbeheer in toekomst nu waterschap en provincie niet meer willen bijdragen. Deze ontwikkelingen zullen financiële consequenties hebben. Op dit moment hebben we daar geen zicht op en het is nog te vroeg om hierop te anticiperen. Zodra die duidelijkheid er is, zullen we opnieuw kijken naar de stand van voorziening in relatie tot de kaders uit de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2017’.

Inmiddels heeft de in de vorige begroting aangekondigde overheveling van een deel van het stedelijk water naar het waterschap plaatsgevonden. De financiële consequenties zijn verwerkt in de Jaarrekening 2020 inclusief de vertaling naar de stand van de voorziening riolering. 4.1.9. Lijkbezorging Ten opzichte van de Programmabegroting 2021-2025 is het dekkingspercentage voor de heffing begraafplaatsen en crematoria voor 2021 gedaald met 0,8% tot 75,0%. D e overhead is becijferd op 11%. De berekening van dit percentage is toegelicht in paragraaf 2.15.

75 4.1.10. Onderbouwing kostendekkendheid leges Ten behoeve van de kostendekkendheid van de leges is de legesverordening hieronder uitgewerkt. Geconcludeerd kan worden dat over het geheel genomen het kostendekkingspercentage voor leges ligt op 58%.

76 4.1.11. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Wij verlenen voor 100% kwijtschelding aan de burger voor de volgende belastingsoorten: - afvalstoffenheffing (voor de vaste component en voor het aanbieden van maximaal 13 zakken); - rioolrechten; - onroerende-zaakbelasting. Honorering van een kwijtscheldingsverzoek is met name afhankelijk van het inkomen, het vermogen en de uitgaven van de aanvr ager. De aanvragen worden beoordeeld op basis van de door het Rijk vastgestelde normen en richtlijnen (Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990). De budgetten voor kwijtschelding zijn verdisconteerd in de tarieven van de betreffende belastingsoorten. In vergelijking met 2021 verwachten wij een daling van het aantal (geheel of gedeeltelijk) toe te wijzen kwijtscheldingsverzoeken. Dit is gebaseerd op de tot op heden gehonoreerde verzoeken (stand per 1 september

77 2021) en de verwachting voor het restant van di t jaar. Waar de verwachting was dat het aantal verzoeken zou toenemen ten gevolge van corona is dit in de praktijk meegevallen. Voor 2022 houden we ook rekening met de kwijtschelding voor inwoners met alleen een AOW. Bij de kwijtschelding voor AOW-gerechtigden wordt nu nog uitgegaan van 100% van de bijstandsnorm in plaats van het netto AOW-bedrag voor AOW-gerechtigden. Huishoudens met alleen een AOW-uitkering zonder, of met een zeer laag eigen vermogen komen nu niet in aanmerking voor gedeeltelijke of vol ledige kwijtschelding. Als iemand gedurende twee achtereenvolgende jaren kwijtschelding heeft ontvangen, hoeft hij/zij geen aanvraag meer in te dienen. Jaarlijks wordt een steekproef gehouden onder de groep huishoudens die elk jaar automatisch kwijtschelding ontvangen.

78 4.2. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1. Algemeen Op basis van een goede en betrouwbare risicocontrol kan tot een juiste analyse, beoordeling en beheersing van de risico’s worden gekomen. Daarbij is het van belang dat het optreden van risico’s op de uitvoering van het bestaande beleid en de bestaande voorzieningen geen invloed heeft. De risico’s moeten onlosmakelijk deel uitmaken van de beleidsprocessen. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt hierop nader ingegaan. De paragraaf weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting is. Dit is van belang wanneer er zich een financiële tegenvaller voordoet. Door aandacht voor het weerstandsvermogen kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. Deze paragraaf bevat ten minste: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico’s; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. Op 21 mei 2019 heeft uw raad de ‘Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019’ vastgesteld. In de nota is het begrip weerstandsratio – de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de totale omvang van de gewogen risico’s – geïntroduceerd. Uw raad heeft besloten de weerstandsratio voortaa n te presenteren in de jaarlijkse programmabegroting en de jaarstukken van de gemeente Steenwijkerland. 4.2.2.

Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover wij beschikken om onverwachte tegenvallers op te vangen als deze zich voordoen. De totale weerstandscapaciteit van de gemeente Steenwijkerland aan zowel de vermogenskant als d e exploitatiekant bestaat uit: 1. Algemene reserve – vaste buffer 2. Onroerendezaakbelasting (OZB) Algemene reserve In de nota “Reserves en voorzieningen 2017” is aangegeven dat de Algemene reserve vaste buffer uitsluitend kan worden ingezet voor uitzonderlijke situaties (soort ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). Onroerende-zaakbelasting (OZB) De onbenutte belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan de norm die het Rijk hanteert voor toelating tot artikel 12 van de Financiële Verhoudingswet (FVW). Indien het normtarief van het Rijk hoger is dan het door de gemeente Steenwijkerland gehanteerde gemiddelde tar ief is er sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Het Rijk heeft het normtarief in de meicirculaire 2021 voor toelating tot artikel 12 van de FVW voor 2022 vastgesteld op 0,18%. Voor de gemeente Steenwijkerland resulteert dat in een maximale opbrengst vo lgens artikel 12 van de FVW van € 11,8 miljoen in 2022. Voor 2022 bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit € 3,9 miljoen.

Dit bedrag is als volgt gespecificeerd: 79 De totale weerstandscapaciteit per inwoner bedraagt: In paragraaf 3.8.1 is de berekening van de benodigde storting in de Algemene reserve vrij vaste buffer toegelicht. 4.2.3. Inventarisatie risico’s In dit hoofdstuk worden de risico’s vermeld die tot het moment van het aanbieden van de programmabegroting bekend zijn. In dit ver band wordt onder risico verstaan “alle voorzienbare risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die niet van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie”. De risicokans is uitgedrukt in klassen. Aan deze klassen is een rekenpercentage per risico gekoppeld. Vervolgens is een indeling gemaakt van de mogelijke financiële gevolgen.

80

81 Toelichting Voor een adequate risicobeheersing gaat het niet alleen om het treffen van financiële buffers om te zorgen voor voldoende weerstandscapaciteit. Het is ook zaak om niet-financiële maatregelen te treffen om de kans van optreden van geïdentificeerde risico’s te beperken. Wij hebben hieraan invulling gege ven door in de onderstaande overzichten naast een omschrijving van het risico ook aandacht te besteden aan de impact van het risico en de te treffen beheersmaatregelen. CATEGORIE: OMVANG RISICO: < € 200.000 Risico: Planschade bestemmingsplannen Omschrijving risico Één van de bezuinigingen in de Programmabegroting 2021 -2024 is om het budget voor mogelijke planschade bij bestemmingsplannen (€ 25.000 structureel) te laten vervallen. Planschade wordt ook wel tegemoetkoming in schade genoemd als gevol g van een planologische maatregel. Voorbeelden: het realiseren van een nieuwe woonwijk of het wijzigen van de functie van een bestaand pand. Onder bepaalde voorwaarden kan een verzoek worden ingediend bij de gemeente (er geldt een wettelijk recht op planschadevergoeding). Doordat het budget is komen te vervallen, is sprake van een financieel risico. Impact Financieel: De € 25.000 die jaarlijks beschikbaar was om het risico af te dekken, is met ingang van de Programmabegroting 2021 -2024 niet langer beschikbaar.

Dit bedrag is daarom net als vorig jaar opgenomen in deze risicoparagraaf. (Beheers)maatregelen Indien mogelijk leggen we het risico van planschade neer bij degene die verantwoordelijk is voor de planologische wijziging.

82 Risico: Privatisering bouwtoezicht Omschrijving risico Aan de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) kleven risico’s. Een financiële tegenvaller is niet denkbeeldig nu er ‘verborgen’ kosten opduiken bij de geplande privatisering van het toezicht. Begin 2022 treedt tegelijk met de Omgevingswet de Wkb in werking. Op dat moment gaat de kwaliteitscontrole bij bouwprojecten over naar de markt. Bouwers moeten een private kwaliteitsborger inhuren. Deze onafhankelijke, gecertificeerde controleur ziet erop toe dat gebouwen conform de bouwtechnische voorschriften uit het Besluit Bouwwerken (BBL), een van de vier AMvB’s onder de Omgevingswet, tot stand komen. Een positieve gereedheidsverklaring van het gebouw gaat straks in het bouwdossier naar de gemeente, di e daarna geen inhoudelijke technische toetsingstaak meer heeft, maar niettemin als bevoegd gezag verantwoordelijk blijft. Als de positieve verklaring ontbreekt, bijvoorbeeld omdat de kwaliteitsborger oordeelt dat het gebouw niet BBL -proof is, komen gemeent en in een lastig parket terecht. Zonder deze verklaring zijn de gevolgen voor gemeenten. Wettelijk gezien is het gebruik van het gebouw dan niet toegestaan. Maar gemeenten moeten dan wel strikt handhaven. De consequentie is dat het gebouw leeg staat en onbenut blijft. De druk van buiten zal toenemen. Initiatiefnemers zullen het hier niet bij laten zitten.

In het ergste geval kan dit tot rechtszaken leiden. De gemeente heeft dan weinig keus en is genoodzaakt zich het bouwdossier eigen te maken om zelf een oplossing te zoeken. Mogelijk moet ze een externe deskundige inhuren. Dit kan flink in de papieren lopen. Impact De impactanalyse van de VNG rekent voor dat een gemeente al snel één tot twee weken aan een enkel dossier kwijt is, mocht de positieve verklarin g blijvend achterwege blijven. Als bij tien procent van de bouwprojecten geen positieve verklaring zit, komt dat voor alle gemeenten samen neer op een kostenplaatje van € 3 tot € 6 miljoen per jaar. Bij hogere percentages lopen de kosten op. Punt is dat he t extra werk niet financieel gedekt is in de Wkb. Daarbij komt nog dat voor veel bouwplannen alleen een meldingsplicht gaat gelden. Het gaat om veel voorkomende bouwtypen, zoals rijtjeshuizen en vrijstaande woningen. G emeenten, vooral waar veel gebouwd wor dt, zien hun legesinkomsten dalen, wat de financiële middelen voor bouwtoezicht verder onder druk zet. (Beheers)maatregelen Via proefprojecten wil de VNG proberen inzicht te krijgen. Risico: Impact corona schuldhulpverlening Omschrijving risico Door corona blijft de kans reëel dat op termijn meer inwoners een beroep moeten doen op inkomensondersteuning door de gemeente, dan wel dat ze een beroep gaan doen op de gemeentelijke schuldhulpverleningen.

Impact Normaliter zou dat betekenen dat er meer geld wordt uitgegeven aan minimaregelingen. Omdat we in 2022 echter overstappen naar een vraaggerichte benadering t.a.v. de(inkomens)ondersteuning middels het maatwerkbudget i.p.v. aanbodgerichte inkomensondersteuning, is de verwachting dat de uitgaven hierdoo r zullen dalen. We gaan nu immers alleen (inkomens)ondersteuning verlenen daar waar het echt nodig is en stappen over naar een integrale aanpak. 83 Verwachting is dat meer inwoners in financiële problemen komen en daardoor een beroep zullen doen op de gemeen telijke schuldhulpverlening. De financiële impact is ingeschat op in totaal € 100.000 (2022: € 50.000 en 2023 € 50.000). (Beheers)maatregelen Door de inzet van een maatwerkbudget wordt voorkomen dat mensen in de ( financiële) problemen komen. Snelle inzet van het maat -werkbudget voorkomt vaak erger. Dat ‘erger’ kan zijn: hogere zorgkosten voor de gemeente of meer schulden of narigheid voor de inwoner – meestal beide. Tevens hebben we in 2021 fors ingezet op preventie en vroegsignalering Daardoor hebben we mensen eerder in beeld. Daarmee voorkom je dat inwoners in de schulden komen en kunnen ze beter ondersteund worden. Hiermee wordt voorkomen dat inwoners een beroep gaan doen op dure schuldhulpverleningstrajecten.

Risico: Loonkostensubsidies (LKS) Omschrijving risico Indien er meer beroep wordt gedaan op instrument LKS (begroot op € 1,1 miljoen ) als gevolg van herstel van de economie, dan heeft dit een negatief effect op de begroting. Daarnaast is het zo dat indien een LKS wordt geïndiceerd, er ook een LKS verstrekt moet worden het gaat hier namelijk om een open-eind-regeling. Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 25%, in de categorie laag. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages. Risico: Toenemende onkruiddruk door warmer en natter weer Omschrijving risico Grotere inspanning behoud basis kwaliteit onderhoud verzorgend onderhoud openbare ruimte door structureel warmer en natter weer. Impact Er lijkt een trend in de weersontwikkeling te zijn waarbij het, het hele jaar door, warmer en natter is. Daardoor neemt de onkr uiddruk in plantsoenen en op verhardingen (wegen) toe. Dit vraagt om een grotere inspanning in het onderhoud om aan het basis onderhoudskwaliteit te blijven voldoen. Door te veel onkruid in goten en verharding verslechterd waterafvoer. Plantsoenen bezwijken onder de onkruiddruk of beschadigen door te zware ingrepen in het onderhoud. Daardoor is er eerder groot onderhoud (vervangen, nieuwe aanplant) nodig.

(Beheers)maatregelen Monitoren onderhoudsinspanning en onderhoudsbeeld, kwaliteit plantsoenen monitoren, monitoren onkruiddruk op verharding. Risico: Dividenduitkering nutsbedrijven Omschrijving risico - Lagere of geen dividenduitkering van nutsbedrijven als gevolg van de verlaging van de WACC (vermogenskostenvoet) van 3,4% naar 2,75%. Gevolg is een lager bedrijfsresultaat en een lagere of misschien zelfs wel geen dividenduitkering. 84 - Lagere of geen dividenduitkering van nutsbedrijven als gevolg van de enorme investeringen die de komende jaren gedaan moeten worden in verband met de energietransitie en (de gevolgen van) klimaatverandering. Gevolg is een lager bedrijfsresultaat en een lagere of geen dividenduitkering. Impact Forse daling van de dividendopbrengst van met name N.V. Rendo Holding en Enexis Holding N.V. en Vitens. (Beheers)maatregelen Via de P&C cyclus worden de gevolgen van de lagere dividendopbrengst gevolgd. Risico: Dividenduitkering Wadinko Omschrijving risico Lagere dividenduitkering Wadinko N.V.. De participaties waarin Wadinko deelneemt ondervinden problemen als gevolg van de coronacrisis. Vooral bij participaties actief in de maakindustrie verwacht Wadinko een terugval van de omzet. Dit zal het resultaat van Wadinko negatief beïnvloeden.

Impact De gemeente loopt een financieel risico, doordat de dividenduitkering ter hoogte van € 81.624 geheel of deels kan komen te vervallen, doordat de participaties waarin Wadinko deelneemt financiële steun van de overheid krijgen. (Beheers)maatregelen Via de P&C cyclus worden de gevolgen van de lagere dividendopbrengst gevolgd. Risico: Waardering Onroerende zaken Omschrijving risico Gemeenten zijn met ingang van 2022 verplicht te beschikken op basis van oppervlakte, daar waar dit nu gebeurt op inhoud. De waardering van 2021, die gedaan wordt voor de beschikking van 2022, zal zorgen voor waarde verspringingen. Met ingang van 2021 is er overgestapt naar een nieuwe taxatiepartner, 4Value. De combinatie van taxeren op basis van gebruikersoppervlakte en de nieuwe applicatie, kan zorgen voor een wijziging van de waarde en daarmee leiden tot een toename in het aantal bezwaren Impact Veel (no cure no pay) bezwaren zal leiden tot een hoger bedrag aan proceskosten. (Beheers)maatregelen De omzetting naar gebruiksoppervlakte is inmiddels volledig doorgevoerd. De nieuwe taxatiepartner hee ft de groepsindeling kritisch beoordeeld en aangepast. Daarbij is nadrukkelijk rekening gehouden met de kritiek die de Waarderingskame r daar de afgelopen jaren op heeft gehad. De nieuwe groepsindeling is vooraf uitgebreid besproken met de Waarderingskamer.

De nieuwe waarden worden met de bewoners gecommuniceerd door middel van een voormelding. Bewoners ontvangen deze per post of digitaal voorafgaand aan de beschikking en wordt gevraagd de gegevens te controleren en waar nodig deze te corrigeren. Daarmee kunnen we voorkomen dat foutieve waardes toch beschikt worden en leiden tot bezwaren. In de aanloop naar het versturen van de beschikkingen eind februari 2022 zal er op meerdere manieren worden gecommuniceerd met de inwoners over de veranderingen in berekeningen van de WOZ-waarden (van inhoud naar oppervlakte). 85 Risico: Rioolheffing (lopende bezwaarprocedures) Omschrijving risico De afgelopen jaren bent u meermaals geïnformeerd over procedures tegen de rioolheffing 2013, 2014 en 2015. De Hoge Raad heeft de beroepen op alle punten ongegrond verklaard. De verordeningen en de opgelegde aanslagen rioolheffing zijn in stand gebleven. Daarmee is dit niet langer een risico voor onze financiële positie. Tegen de aanslagen 2016 tot en met 2020 lopen nog wel bezwaarprocedures. Aangezien deze inhoudelijk gelijk zijn aan de gevoerde procedures voor 2013 tot en met 2015, is het financiële risico naar verwachting beperkt. Impact Het eventuele risico inzake wordt ingeschat in de categorie laag.

(Beheers)maatregelen Een eventuele financiële tegenvaller zal net als bij andere risico’s moeten worden gedekt uit algemene middelen (Algemene reserve vaste buffer). Risico: Stijging prijzen gas en elektra Omschrijving risico In verband met momenteel (zeer) hoge prijzen (onder andere door corona – relatief lage olieproductie) voor elektra en gas is er voor 2022 nog geen volume ingekocht. Hierdoor lopen wij een prijsrisico. Impact - Stijging energiekosten. - In 2020 gas verbruik totaal: 193.458 m3. - Totaal elektra verbruik Gemeente = circa 3.450.000 kWh. - Afhankelijk van de wijzigingen in andere tarieven (energiebelasting / Opslag Duurzame Energie) zal het risico zijn dat alleen door invloed van de prijs van gas en elektra de energielasten toenemen. - De beursprijzen zonder opslagen liggen momenteel op: peak elektra 79,25 €/MHh en gas 25,360 €/MWh. Dit is circa 30% meer dan in 2021. - Risico wordt op dit moment becijferd op € 160.000. (Beheers)maatregelen De gemeente maakt onderdeel uit van een gezamenlijke inkoop procedure. We laten ons hierin adviseren en ondersteunen door experts in de energiemarkt. Zodra de prijs het gunstigste is zal ingekocht worden.

CATEGORIE: OMVANG RISICO: > € 200.000 - < € 500.000 Risico: Jeugd Voogdij 18+ Omschrijving risico Bij de meicirculaire 2021 gemeentefonds zijn structureel extra middelen (€ 611.000) beschikbaar gesteld voor de uitvoering van voogdij voor 18+ers. Het is momenteel onduidelijk wat de exacte financiële effecten voor de gemeente zijn. Op basis van risicobenadering wordt geacht dat 50% van het verkregen budget niet benut zal worden. Bij de Najaarsnota 2021 is een bedrag van € 311.000 ingezet om de extra kos ten binnen het sociaal domein deels op te vangen. Dit komt meerjarig ook tot uitdrukking in de structurele doorwerking van de Najaarsnota zoals gespresenteerd in voorliggende 86 begroting. Impact De financiële impact is ingeschat op € 300.000 structureel vanaf 2022. (Beheers)maatregelen Niet van toepassing. Risico: Nieuwe taken GGD IJsselland. Omschrijving risico Een financiële vertaling van de agenda publieke gezondheid voor 2022 valt nog niet te maken en zit dan ook nog niet in de programmabegroting van de GGD. Daarnaast staat op de inkoopkalender van de GGD voor 2022 het aanbesteden van het elektronisch kinddossier. De financiële impact voor de begroting 2022 is onduidelijk. Vooralsnog gaat de GGD er vanuit dat dit binnen de begroting 2022 kan worden opgevangen.

Het is nog onduidelijk op welke manier (positieve) gezondheid en preventie onderdeel worden van het nieuwe kabinetsbeleid en welke gevolgen dat gaat hebben voor het werk van de GGD. Hiermee is dan ook geen rekening gehouden in de begroting 2022 van de GGD. Op dit moment is nog onduidelijk of dit financiële gevolgen heeft voor de gemeente Steenwijkerland. Decentralisatie beschermd wonen: De GGD voert in opdracht van de gemeenten uit de regio IJssel -Vecht de beoordeling en indicatie (de toegang) voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang uit. Vanaf 1 januari 2023 komt er een nieuwe financiële verdeling over gemeenten en een zogeheten woonplaatsbeginsel. Daarmee wordt geregeld dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor beschermd wonen voor hun eigen inwoners en daartoe ook in staat zijn omdat gemeenten hiervoor ook middelen ontvangen. Dit betekent dat centrumgemeente Zwolle hiervoor niet meer verantwoordelijk is. Voor de GGD is het nog onduidelijk of en in welke vorm de toega ng gecontinueerd wordt. Voor 2022 is de overeenkomst met de GGD voor de toegang nog in de huidige vorm gecontinueerd. Impact Op dit moment is nog onduidelijk of bovengenoemde zaken financiële gevolgen hebben voor de gemeente Steenwijkerland. (Beheers)maatregelen In de bestuursrapportage najaar 2021 hoopt de GGD IJsselland hierover meer bekend te maken.

Risico: Corona en WMO Omschrijving risico We zien nu dat de groep met minder draagkracht het extra zwaar heeft gekregen, waardoor bij meer mensen de draagkracht overschreden wordt. Daarnaast stijgt vanwege de toenemende complexiteit het aantal casussen waarop casusregie gevoerd wordt. Dit uit zich door meer inzet van de hulpverleners, waardoor consulenten meer tijd aan regie kwijt zijn. En verder zien we dat inwoners of huishoudens op meerdere leefgebieden vraagstukken hebben. Gelet op lokale en landelijke signalen over overbelaste mantelzorgers, en de daarbij behorende scenario´s, verwachten wij dat er vormen van lichte respijtzorg en respijtzorg aan huis zich zullen ontwikkelen, waardoor de kost en met name voor respijtzorg kunnen toenemen. 87 Wij verwachten dat deze ontwikkeling zich nog zal voortze tten en dat ook na de lockdown sprake zal zijn van een toename van complexe problematiek. Landelijk is de verwachting dat mensen in minder stabiele situaties (gezondheid, werk, inkomen, netwerk) door een opeenstapeling van risico´s extra geraakt worden. We gaan nu uit van een stijging van 10% van de kosten voor WMO -hulp. Door leidt tot een mogelijk tekort van € 0,5 miljoen vanwege de ontwikkeling, de omvang en de complexiteit van de aanvragen. Dit kan in 2021, maar ook in de jaren daarna optreden.

Impact De financiële impact is ingeschat op in totaal € 500.000 (2022: € 250.000, 2023 € 250.000). (Beheers)maatregelen Voorgesteld wordt in de monitor sociaal domein de vinger aan de pols te houden m.b.t. het corona effect. Bij de jaarrekening 2021 herzien of h et effect zich voor doet in 2022. Zo ja, bij de jaarrekening 2021 een voorstel doen om een financiële bijdrage te storten ter hoogte van het risico in de ‘bestemmingsreserve coronagerelateerde uitgaven Sociaal Domein’. Risico: Minimabeleid (incl. schuldhulpverlening) Omschrijving risico Uitkeringen bijzondere bijstand en minimabeleid zijn zogenaamde open eind financieringen. Afhankelijk van het aantal aanvragen en hoogte van de uitkeringen kunnen er onder- dan wel overschrijdingen plaatsvinden. Het opgenomen budget in de begroting bedraagt € 2,1 miljoen. Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 10%, in de categorie laag. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages. Risico: Essentaksterfte Omschrijving risico De essentaksterfte is voor een aantal grotere boomstructuren in de gemeente nog steeds een bedreiging. Door het droge voorjaar van de afgelopen jaren heeft de veroorzakende schimmel minder bomen aangetast. Het is echter niet uit te sluiten dat het aantal aantastingen, met uiteindelijk afsterven tot gevolg, weer gaat toenemen.

Grote laanstructuren in de polders en de boomstructuren langs de paden in Giethoorn bestaan uit essen. Het wegvallen van deze boomstructu ren zal leiden tot ernstige kwaliteitsverlies, herplant zal altijd nodig zijn om de landschapskarakteristiek en het dorpskarakter te behouden. Impact Het wegvallen van de boomstructuur langs de paden in Giethoorn heeft ruimtelijke consequenties, het dorpsbeeld wordt ernstig aangetast. Ook is het verwijderen van grote bomen op deze locatie complex door de moeilijke bereikbaarheid. Ook laanstructuren in de polders hebben sterke invloed op de ruimtelijke kwaliteit. 88 (Beheers)maatregelen Ieder jaar worden alle essen geïnspecteerd. Aangetaste essen worden gemonitord. De periode vanaf het moment van aantasting tot het sterven van de boom is gemiddeld 5 tot 7 jaar. In deze periode kan worden overgegaan met het vervangen van de aangetaste bomen. Door de bomen gefaseerd te vervangen blijft de kwaliteit en de kwaliteit van het dorp Gietho orn en het polderlandschap (onder andere Polder Giethoorn en polder IJsselham) behouden. Bij zware aantasting van de bestaande structuren kunnen de kosten voor herstel oplopen tot € 400.000, risicokans: ruim. Het is niet waarschijnlijk dat alle bomen tegelijk worden aangetast, daarmee kan deze opgave gefaseerd over de jaren worden opgepakt.

Risico: Onderhoud openbare ruimte Omschrijving risico Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte wordt gebruik gemaakt van speciale computerprogramma's. De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het op orde brengen van deze programma's. Ondertussen is het gehele areaal ingevoerd. D.m.v. ins pecties wordt de staat van onderhoud bepaald. Het risico van schade als gevolg van achterstallig onderhoud is afhankelijk van de gekozen frequentie van inspecteren. Op basis van deze gegevens wordt de besteding van het jaarlijkse onderhoudsbudget bepaald. In 2017 zijn de beleidsplannen voor wegen, fietspaden, openbare verlichting en oeververbindingen geactualiseerd en is een belangrijke slag gemaakt in het inzichtelijk maken van de onderhoudstoestand van deze kapitaalgoederen. Op basis hiervan kan planmatig er worden gewerkt. De meerjarige onderhoudsplannen zijn niet over hele linie op het onderhoudsniveau ‘basis’ gebaseerd, maar in sommige gevallen op ‘beperkt basis’ en begraven op ‘hoog’. Impact Het financieel risico wordt ingeschat op € 500.000. Doordat onze kapitaalgoederen voortaan meer planmatig worden beheerd en wij de komende jaren fors investeren, komen wij tot een lage risicokans.

(Beheers)maatregelen Periodieke monitoring en rapporteren in tussenrapportages Risico: BTW-compensatiefonds Omschrijving risico Gemeenten declareren BTW terug op grond van het BTW -compensatiefonds (BCF). Voor dit fonds geldt een maximaal te declareren bedrag. Zolang dit zogeheten plafond niet is bereikt, wordt het niet gebruikte gedeelte op begrotingsbasis toegevoegd aan de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Met ingang van de Programmabegroting 2021 -2024 is besloten om het maximaal toegestane bedrag van € 295.000 op te nemen. Dit is in de huidige meerjarenraming niet gewijzigd. 89 Impact Indien het maximum te declareren bedrag bij BCF wordt bereikt of een overschrijding hiervan in enig jaar, betekent dit dat er een nadeel optreedt binnen de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Dit nadeel kunnen we niet kwantificeren. Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingescha t op 75%, (2021: 50%) in de categorie hoog. Door het aantrekken van de economie en de betere begrotingspositie van gemeenten is de verwachting dat het plafond eerder wordt bereikt. (Beheers)maatregelen Elk jaar wordt het op te nemen budget opnieuw berekend. Risico: Rentestijging Omschrijving risico De rente bevindt zich op een historisch laag niveau. Bij een aantrekkende economie is een rentestijging niet ondenkbaar.

In 2021 is ook nog eens zichtbaar sprake van stijgende inflatie, prijzen worden duurder. Door de Europese Bank wordt tot en met medio 2 022 nog een beleid gevoerd om de rente op het huidige niveau te stabiliseren. Daarnaast kunnen de spanningen in de wereld ook van invloed zijn op het rentepercentage. Het zijn risico’s die door de gemeente niet te beïnvloeden zijn, maar die zich wel kunne n voordoen. Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 50%, in de categorie ruim. Een rentestijging van 1% wordt gekwantificeerd op ongeveer € 100.000 in 2022 oplopend naar € 400.000 in 2026 op basis van een investeringsvolume van € 10 miljoen per jaar. (Beheers)maatregelen Jaarlijks voor de begroting wordt op basis van de rentegegevens op 1 augustus een herberekening gemaakt van de rentecomponent. Via de P&C cyclus worden de financiële gevolgen van de rente gerapporteerd. Risico: Fiscale procesbeheersing Omschrijving risico De organisatie is zich niet altijd bewust van fiscale risico’s en kansen waardoor mogelijk onnodige risico’s worden gelopen. Het is daarom van belang om vast te leggen hoe de organisatie met de fiscaliteit omgaat. Het college van de gemeente Steenwijkerland heeft zich gecommitteerd aan horizontaal toezicht (HT) door ondertekening van een convenant met de Bela stingdienst op 9 juli 2012.

In het convenant zijn kernwaarden als transparantie, begrip en vertrouwen sleutelbegrippen en vormen de basis voor een goede fiscale verantwoording. Er zijn zes criteria opgesteld, waaraan grote ondernemingen moeten voldoen, w illen zij een convenant willen sluiten. Organisaties, zoals de gemeente Steenwijkerland, die thans onder de overgangsregeling van Horizontaal toezicht vallen, dienen uiterlijk ultimo 2022 aan deze criteria te voldoen. Binnen het horizontaal toezicht versch uift de nadruk naar het gezamenlijk kunnen vaststellen dat door organisaties onder het handhavingsconvenant ingediende aangiften aanvaardbaar zijn. Daarbij hoort de verwachting dat een organisatie een fiscale self -assessment maakt en deelt met de Belastingdienst. 90 Impact Bij het niet voldoen aan de fiscale verplichtingen kan de Belastingdienst naheffingsaanslagen opleggen eventueel verhoogd met boetes. Bij het niet of niet tijdig voldoen aan de criteria zoals opgesteld door de Belastingdienst vervalt het convenant en zal de gemeente vallen onder een meer retrospectief toezicht met boekenonderzoek en controle. (Beheers)maatregelen Inmiddels is een overleg gestart met de Belastingdienst om te komen tot een nieuw convenant. Daartoe is een 1 e concept Fiscaal beleidsplan opgesteld en besproken. De volgende stap is deze verder uit te werken en binnen de gemeente te behandelen.

Ook zal een risicoanalyse worden opgesteld en eind 2021 worden besproken met de Belastingdienst. Het streven is om in 2022 een nieuw convenant af te sluiten. De gemeente streeft ernaar om van controle (achteraf) naar control (vooraf) te komen. Hierbij kunnen kansen eerder worden gelokaliseerd en risico ’s vooraf worden vermeden. CATEGORIE: OMVANG RISICO: > € 500.000 Risico: Impact corona jeugd Omschrijving risico De impact van corona is: een toename van de complexiteit van de hulpvragen en wachtlijsten bij de jeugd -ggz en de Raad voor de Kinderbescherming. Dit heeft tot gevolg dat: - de werkdruk van de toegang fors is toegenomen; - er meer overbruggingszorg wordt gerealiseerd i.v.m. wachtlijsten bij de jeugd -ggz en de Raad voor de Kinderbescherming; - er meer expertise en deskundigheid van de toegang verwacht. - er wordt een groter beroep gedaan op informele zorg. De Nederlandse GGZ stelt dat er een stijging van het aantal kwetsbare kinderen is te zien van 30% tot 60% welke is te relateren aan corona. In 2021 is onder andere een forse stijging te zien van het aantal spoedzaken ten opzichte van dezelfde periode 2020 en 2019. Na een trendmatige daling van het aantal voorzieningen in de periode maart 2019 tot en met december 2020 is er in 2021 een stijgende trend te zien van + 115. Deze stijging rekenen wij voor 50% toe aan corona (58 voorzieningen).

Dit komt neer op afgerond € 600.000 voor 2021. De doorlooptijd van voorzieningen in de Jeugdwet ligt gemiddeld boven het jaar. Het is om die reden aannemelijk dat het corona effect in 2021 na-ijlt in de jaren 2022 en 2023. Impact De financiële impact is ingeschat op in totaal € 1.000.000 (2022: € 650.000, 2023 € 350.000). (Beheers)maatregelen 1. De toegang versterken met extra formatie jeugdconsulenten. 2. Een jeugdconsulent toevoegen aan de samenwerking met de huisartsen en praktijkondersteuners bij de huisarts (POH-ers). 3. De deskundigheid en expertise van de toegang uitbreiden met een gedragsdeskundige en ggz-expertise. 4. De toegang versterken met meer deskundigheid rondom echtscheidings - problematiek. 91 5. De rol en deskundigheid van de toegang rond huiselijk geweld en kindermishandeling versterken door een aandacht-functionaris huiselijk geweld en kindermishandeling aan te stellen. 6. De backoffice verster ken met en administratieve functie die taken van de jeugdconsulent kan overnemen. 7. Het voorveld versterken met informele zorg van onder andere ‘steun-gezinnen’. 8. Het volledige risico afdekken binnen de ‘bestemmingsreserve coronagerelateerde uitgaven Sociaal Domein’. Risico: Inkoopmodel 2022 RSJ Omschrijving risico Het aanbestedingstraject voor specialistische jeugdhulp, uitgevoerd door het RSJ IJsselland, loopt.

Het doel was per 1 januari 2022 voldoende aanbod (kwalitatief en kwantitatief) in te kopen, op de percelen Ambulante Jeugdhulp, Wonen en Verblijf en Dyslexie, conform de gestelde voorwaarden in het inkoopdocument . In het inkoopdocument zijn ook de tarieven vastgelegd die een aanbieder ontvangt wanneer zij hulp verleent. De strategie ging uit van een beperkt aantal aanbieders dat niet zou inschrijven en waarmee op basis van een continuïteitsanalyse alsnog aanvullen de afspraken mee konden worden gemaakt om hen te overtuigen alsnog in te schrijven. De ervaring is nu is dat een groter deel van de zorgaanbieders niet gaan inschrijven. Redenen die aanbieders aangeven: - de tarieven zijn niet kostendekkend; - er is gebrek aan vertrouwen in uitwerking inkoopmodel en regionale werkwijze tussen de stakeholders (lokaal/regionaal/ bovenregionaal); - men ervaart een gebrek aan visie vanuit de regio; - ze willen voorafgaand aan inschrijven duidelijkheid over de budgetten. De aanbieders die niet in schrijven omvatten een kwalitatieve en kwan-titatieve omvang die niet kan worden opgelost met andere aanbieders. Samen verlenen zij hulp aan 41% van de jeugdigen in de regio. Impact De financiële impact is ingeschat op € 500.000 structureel vanaf 2022. (Beheers)maatregelen Op regionaal niveau worden gesprekken gevoerd met zorgaanbieders.

Bestuurlijk is het besluit genomen de aanbesteding van specialistische jeugdhulp op pauze te zetten. Om het proces zorgvuldig te blijven doorlopen is er meer tijd nodig om een aantal zaken verder uit te werken en/of te bespreken alvorens we weer verder gaan met de aanbesteding. Risico: Participatiewet (uitkeringen en rijksbijdrage) Omschrijving risico De gemeente is volledig financieel verantwoordelijk voor het bijstandsgedeelte van de wet. Van het rijk wordt hiervoor jaarlijks wel een bijdrage ontvangen. Het in de begroting opgenomen te ontvangen budget betreft een voorlopig inschatting van hetgeen door het rijk toegekend gaat worden. In oktober van he t begrotingsjaar wordt het definitieve budget pas bekend gemaakt. D e hoogte van het budget is onder andere afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelingen op landelijk niveau. Bij minder 92 verstrekte bijstandsuitkeringen dan van tevoren is ingeschat wordt he t budget naar beneden bijgesteld, bij meer verstrekte bijstands -uitkeringen wordt het budget naar boven bijgesteld. In de begroting 2022 wordt er verder rekening mee gehouden dat er in dat jaar gemiddeld 713 bijstandsuitkeringen worden verstrekt. De begro te uitgaven bedragen hierdoor € 10.188.000. Voor de IOAW en IOAZ bedragen deze aantallen gemiddeld 37 uitkeringen en een begroot bedrag ter hoogte van € 548.000. De gedane aannames kunnen in werkelijkheid afwijken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/74527ab5-014f-443c-8f51-85ea1387c422?agendaItemId=0a94af2a-ee73-4f65-a68f-1a8df1750aab