Programmabegroting 2021-2024 gemeente Steenwijkerland.pdf
Tekst van het document
In dat geval hoeft een hoge schuld geen p robleem te zijn. Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Bij de netto schuldquote worden de leningen die we hebben uitstaan buiten beschouwing ge laten en bij de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen wordt hiermee wel rekening 111 gehouden. Een netto schuldquote tussen 0% en 100% is acceptabel, c.q. wordt als normaal (groen) beschouwd. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog (oranje). Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, bevindt de gemeente zich in de gevarenzone (rood). Opgemerkt wordt dat de maten 100% en 130% grove vuistregels zijn. Voor een genuanceerder beeld van de schuldpositie wordt ook gekeken naar de voorraad bouwgronden en de uitgeleende gelden. Gemeenten met veel grond hebben meer schulden en dus een hogere schuldquote. De gemeente heeft ook leningen voor woningcorporatie Wetland Wonen aangetrokken. Deze leningen worden een op een doorgegeven. Bij de schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen worden deze leningen geëlimineerd. De netto schuldquote neemt toe door inzet van incidentele middelen in reserves, die zijn bestemd voor investeringen. De reserves worden dan ingezet door ze te ruilen voor structurele kapitaallasten.
In de volgende grafieken wordt de verwachte ontwikkeling van beide schuldquotes weergegeven. Bij beide schuldquotes zien wij een lichte stijging van de percentages van 2021.
112 4.2.5.3. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. Indien er sprake is van een forse schuld en veel eigen vermogen (het totaal van de algemene reserves en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen pro bleem te zijn voor de financiële positie. Daar is bijvoorbeeld sprake van als een lening is aangegaan omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe h oger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van de gemeente. De solvabiliteitsratio drukt immers het eigen vermogen ui t als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan her financiële verplichtingen te voldoen. Voor gemeenten geldt dat een ratio tussen de 20% en 70% als normaal wordt gezien. De VNG hanteert de norm van 20% als minimum. Voor 2021 wordt een solvabiliteitsratio verwacht van 18%, terwijl voor 2024 20% wordt gecalculeerd. 4.2.5.4. Grondexploitatie Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen de waarde van de (bouw-)gronden en het totaal aan (geraamde) baten en is indicatie van het risico. Hoe lager het percentage des te geringer het risico.
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente. Als gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kan immers de schuld worden afgelost. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt de gemeente relatief een gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet deze worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. De VNG adviseert een norm van 10%. Er is een dalende tendens waar te nemen voor wat betreft de ontwikkeling van het kengetal. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een afname van de voorraad bouwgrond. De gemeente Steenwijkerland voert namelijk een faciliterend grondbeleid, tenzij vanwege volkshuisvestings- en economische redenen actief grondbeleid gewenst is (zie paragraaf 4.8).
113 4.2.5.5. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele ruimte is. Hierbij wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten. Deze worden vergeleken met de totale baten van de gemeente. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Structurele baten zijn bijvoorbee ld de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende-zaakbelasting (ozb). Zoals uit de navolgende grafiek blijkt verwachten wij voor de komende jaren dat de structurele baten voldoende zijn om de structurele lasten ter dekke n. Overigens blijkt dit ook uit het overresultaat voor de verschillende planjaren. Tegelijkertijd is ons risicoprofiel gestegen en zal veel afhangen van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds vanaf 2022 en de ontwikkeling van de BUIG-gelden die we van het Rijk ontvangen.
114 4.2.5.6. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of waarin er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de gemee nten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, riool - en afvalstoffenheffing). Het kengetal vergelijkt de woonlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t-1). Voor 2021 komt dit cijfer uit op 87 %. Wij gaan ervan uit dat de woonlasten (en daarmee de belastingcapaciteit) de komende jaren onder het landelijk gemiddelde zullen blijven. Dit hangt uiteraard in belangrijke mate af van de vraag of in het voorjaar van 2021 extra maatregel en aan de inkomstenskant noodzakelijk zijn (op basis van de gepresenteerde stelposten). Een belastingcapaciteit van 100% betekent dat de woonlasten op het landelijke gemiddelde liggen. Een belastingcapaciteit tussen de 95% en 105% wordt als neutraal bescho uwd. 4.2.5.7. Weerstandsratio Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. De weerstandsratio is een hulpmiddel waarbij de beschikbare weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit.
De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevorm door alle reserves, tenzij er (juridische) verplichtingen zijn aangegeven, de stille reserves en eventuele onbenutte belastingcapaciteit. Deze wordt in eerste instantie op nul geraamd. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van de risico’s, die de gemeente loopt. Voor de berekening worden omvang en kans van de risico’s in een risicomodel ingevoerd. Bij de vaststelling van de ‘Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 201 9’ is afgesproken dat de signaleringswaarde voor de weerstandsratio minimaal 1,0 is. Opgemerkt wordt dat deze waarde alleen betrekking heeft op de risico’s die kwantificeerbaar zijn 15. 15 De weerstandsratio is vanaf het begrotingsjaar 2020 geïntroduceerd. Voor 2019 is geen cijfer beschikbaar. Voor de jaren 2022 tot en met 2024 zijn eveneens geen cijfers beschikbaar, omdat de uitkomsten sterk afhankelijk zijn van de ontwikkeling van het risicoprofiel, de ontwikkeling van de Algemene reserve – vaste buffer en de meerjarige ontwikkeling van de onbenutte belastingcapaciteit.
115 De verwachting is dat de weerstandsratio in 2020 en 2021 boven de 1 zal uitkomen16. Dit betekent dat de gemeente, zoals het er nu naar uitziet, in 2020 en 2021 over voldoende middelen zal beschikken om eventuele tegenvallers op te vangen. Bij de positieve verwachting van de ratio hoort een kanttekening. Niet alleen is de uitkomst in 2021 naar verwachting lager dan in 2020, we lopen ook meer financiële risico’s als gemeente. Op dit moment is bij een groot aantal risico’s het lastig om een inschatting te maken van de financiële impact als deze risico’s zich daadwerkelijk voordoen. Bovendien zijn risico’s aan veranderingen onderhevig en er kunnen zich in de komende periode weer nieuwe risico’s voordoen. Kortom, het risicoprofiel van onze gemeente kan er de komende jaren heel anders uit zien. Indien nodig, zullen beheersmaatreg elen worden genomen om de risico’s te verminderen of het effect ervan te verkleinen. Mocht dat niet lukken, dan is het zaak de omvang van de beschikbare weerstandscapaciteit op peil te krijgen en te houden. Signaleringwaarden De gezamenlijke provinciale toezichthouders en het Rijk hebben signaleringswaarden opgesteld voor de verplichte kengetallen. Zij hebben gekozen voor een indeling in drie categorieën. Waarbij kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en C het meest risicovol.
In onderstaande tabel zijn de signaleringswaarden opgenomen. 16 Bij de berekening van de weerstandratio is voor beide jaren uitgegaan van het ongewogen risicoprofiel van de gemeente. Als in plaats daarvan wordt gekozen voor het gewogen risico (bedrag x kans), dan zijn de uitkomsten voor de weerstandsratio aanzienlijk hoger dan gepresenteerd in de staafdiagram.
116 Samenvattend is het beeld van de kengetallen voor de gemeente Steenwijkerland de komende jaren als volgt: ‘Beoordeling’ Op basis van de gepresenteerde kengetallen kan geconcludeerd worden dat de financiële positie van onze gemeente zorgelijk is. De schuldenlast is acceptabel. Uit de solvabiliteitsratio blijkt dat de gemeente moeilijker aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen. De structurele exploitatieruimte is de komende jaren positief. Dit is met name een gevolg van het terugdringen van tekorten in het Sociaal Domein. De grondexploitaties zijn actueel en laten in totaliteit een positief resultaat zien. Voor een van de vijf verplichte kengetallen scoort de gemeente Steenwijkerland niet meer in het groene vlak in de getoonde grafie ken. De solvabiliteitsratio ‘scoort bruinrood’. Verder is de score van het niet verplichte kengetal weerstandsratio ook oranje. Geconstateerd mag dan ook worden dat de financiële positie van de gemeente Steenwijkerland verslechtert. Opgemerkt wordt dat de werkelijkheid, het kengetal solvabiliteit in de jaarrekening 2019 een positiever beeld laat zien. Dit komt vaker voor. In de begroting zijn investeringen opgenomen, inclusief de benodigde financiering. In de jaarrekening blijkt dan dat sommige investeringen achterblijven bij de planning.
117 4.3. Paragraaf Meerjaren auditplan Per 1 januari 2019 is de geactualiseerde verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid (artikel 213a van de Geme entewet) door de raad vastgesteld. In deze verordening is vermeld dat het onderzoeksplan in de paragraaf bedrijfsvoering van de programmabegroting is opgenomen. Begin 2019 is een geactualiseerd meerjaren auditplan vastgesteld. In dit plan zijn de te onderzoeken processen voor de periode 2019 -2022 opgenomen en voorzien van een doelstelling en een planning. Tevens is per proces aangegeven of het onderzoek is gericht op de kwaliteit van de beheersing van het proces, de beoordeling van de doelmatigheid, (financiële) rechtmatigheid of een combinatie hiervan. In bijlage 3 zijn de te onderzoeken processen voor 2021 opgenomen. 118 4.4. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen 4.4.1. Algemeen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzieningen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zijn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voorzieningen is van groot belang voor het optimaal functioneren van de gemee nte, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. Voor het goed onderhouden van de kapitaalgoederen zijn een aantal zaken belangrijk.
Allereerst is het van belang dat bekend is wat moet worden onderhouden en wat de huidige staat van het onderhoud is. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpakket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld up -to-date wordt gehouden. Vervolgens moet eenduidig bekend zijn wat het gewenste kwaliteitsniveau is. Dit is vastgelegd in de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2007 door de gemeenteraad is vastgesteld, en in beleidsdocumenten die per onderdeel beschikbaar zijn. De uitwerking vindt pl aats volgens de volgende stappen: - Waar gaat het over (areaal)?; - Wat zijn de doelstellingen (beleidskader)?; - Wat zijn de financiële consequenties van deze doelstellingen?; - Hoe zijn deze consequenties geborgd in de begroting? 4.4.2. Assetmanagement Om de aansluiting van de activiteiten op het gebied van beheer en onderhoud met de bestuurlijke ambities en de wensen van de stakeholders te verbeteren en te borgen wordt gewerkt aan de implementatie van een assetmanagementsysteem op basis van NEN -ISO 55000. In onderstaande Roos, een figuur van het kennisportaal voor Assetmanagement ‘IamPro’, zijn de onderdelen van het systeem weergegeven. Het symbool staat voor het open karakter van het systeem. Het systeem is open in de zin van flexibel, maar ook in de zin van transparant en toegankelijk.
119 In de komende periode wordt gewerkt aan het ordenen en ontwikkelen van de verschillende activiteiten en documenten die relevant zijn voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte conform de Roos. De implementati e van het assetmanagementsysteem vindt op een organische wijze plaats. Er wordt aan alle onderdelen tegelijkertijd gewerkt. Op natuurlijke momenten wordt een stap gezet in het vaststellen van een volgende ontwikkelfase van een onderdeel. Het vaststellen va n nieuwe beleidsplannen zijn voorbeelden van dergelijke natuurlijke momenten. Binnen het assetmanagementsysteem is een belangrijke plaats ingeruimd voor het Strategisch Assetmanagement Plan. In dit plan wordt een inhoudelijke en procesmatige vertaling ge maakt van de bestuurlijke ambities uit het collegeprogramma naar de activiteiten die nodig zijn om deze ambities waar te maken. In 2019 is door de raad de ‘Nota Onderhoud Kapitaalgoederen 2019 -2023’ vastgesteld. Deze nota dient als kader voor de jaarlijkse paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. 4.4.3 Door de raad vastgestelde beleids- en beheerplannen Voor het op orde houden van de kapitaalgoederen binnen de openbare ruimte zijn door de raad beleids - en beheerplannen vastgesteld.
Uit de door de raad vastge stelde beleids - en beheerplannen en bijbehorende meerjarenplannen wordt jaarlijks een integrale financiële afweging gemaakt en vertaald in de meerjarenbegroting. Hierdoor ontstaat per planjaar een evenwichtig maatregelprogramma voor onderhoud en investerin gen in de openbare ruimte. 4.4.3.1 Wegen Areaal Beleidskaders Het beleidskader voor onze wegen is vastgelegd in het beleidsplan ‘Overwegen’ (april 2017) en het beleidsplan ‘Verkeer’ (2017). Wij beschouwen ons uitgebreide, grotendeels historische, netwerk van wegen, paden en pleinen als een waardevol bezit en als een belangrijk middel om het dagelijkse woon-, werk- en recreatieve verkeer mogelijk te maken en veilig, efficiënt en duurzaam af te wikkelen. Het beleidsplan kent de thema’s: - Wegennet up to date, - Onderhoud op maat, - Inspirerend partnerschap. Wij zien de inbreng van inwoners, ondernemers en partijen als uitgangspunt, óók voor onze wegbeheertaak. Opvolging van wettelijke (wegbeheer)taken en behoud/versterking van sociale -, milieu en kapit aalswaarde (‘People, Planet, Profit’) zijn daarbij essentiële randvoorwaarden. Wij richten onze wegbeheertaak daarom vraag gestuurd, risicobewust en gebiedsgericht in. Voor het wegenonderhoud heeft de raad ingestemd met het kwaliteitsniveau ‘basis’. Hierbij wordt het risicoprofiel ‘laag’ aangehouden.
120 Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het beleidsplan ‘Overwegen’ zijn de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau berekend. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader ‘Overwegen’ in 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het benodigde wegenbudget voor het kwaliteitsniveau ‘basis’ en besloten tot het instellen van een voorziening. De benodigde bedragen v oor levensduur verlengende maatregelen zijn beschikbaar gesteld op onderhoudsniveau ‘basis’. De benodigde bedragen voor investeringen in bermverhardingen zijn in eerste instantie beschikbaar gesteld op onderhoudsniveau ‘beperkt basis’. Bij de Programmabegr oting 2021-2024 zijn op basis van een motie van de raad de benodigde middelen beschikbaar gesteld voor investeringen in bermverhardingen voor onderhoudsniveau basis. Dit is met ingang van het jaar 2022. De vertaling van deze motie heeft nog niet in onderst aande tabel plaatsgevonden. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: 4.4.3.2. Openbare verlichting Areaal Beleidskader Uitgangspunt voor het beleidsplan Openbaar Licht (2017) is ‘donkerte’. ‘Even dimmen gra ag’ is het devies. De volgende ambities zijn in dit beleidsplan benoemd: de veiligheid van inwoners staat voorop, ruimte voor donkerte en duurzaamheid.
Communicatie over openbare verlichting is daarbij een belangrijk aandachtspunt. In het gekozen scenario ‘beperkt basis’ wordt enige achterstand in de vervanging geaccepteerd. Er wordt in de komende 12 jaar 80% van de openbare verlichting vervangen. In de vervanging voor 2018 en 2019 is niet gekort omdat hier de oudste onderdelen met grotere risico’s (achterstand) wordt vervangen. Dat betekent dat in deze jaren het niveau basis is aangehouden. Bij de Programmabegroting 2021-2024 zijn op basis van een motie van de raad de benodigde middelen beschikbaar gesteld voor het onderhoudsniveau basis. Dit is met ingang van het boekjaar 2022. De vertaling van deze motie heeft nog niet in onderstaande tabel plaatsgevonden. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Door de grootschalige vervanging van masten en armaturen wordt bespaard op de onderhouds kosten. In 2021 is daarom het budget bijgesteld naar € 200.000. In 2029 zijn de onderhoudskosten afgenomen tot € 188.000. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Voor het dagelijks onderhoud is in 2021 een bedrag van € 200.000 beschikba ar. Dit loopt terug naar € 191.000 in 2024. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn:
121 4.4.3.3. Riolering Areaal Beleidskader De beleidskaders voor de riolering zijn vastgesteld in het ‘Watertakenplan Fluvius 2016-2021’, dat is opgesteld met het waterschap Drents Overijsselse Delta en de zes inliggende gemeenten van het beheergebied ‘Reest & Wieden’. Voor de gemeentelijke watertaken zijn een vijftal bestuurlijke doelen gedefinieerd: 1. Risico’s voor de volksgezondheid door aanraking met schadelijke stoffen en geuroverlast maximaal beperken. 2. Beperk wateroverlast door water op straat en beperk overstroming maximaal. 3. Beperk hinder door falen van riolen en door verstopping of werkzaamheden. 4. Zorg voor goede oppervlaktewaterkwaliteit, voer zo weinig mogelijk schoon water af naar de zuivering. 5. De klant staat voorop. Aantal klachten zit onder het landelijk gemiddelde. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het watertakenplan is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het watertakenplan opgenomen in het ‘Uitvoeringsplan Openbare Ruimte’. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het watertakenplan zijn een op een verwerkt in de Programmabegroting 2020-2023. Naast de kosten voor riolering zijn er ook kosten voor stedelijk water die bij de rioolheffing worden betrokken.
Deze kosten worden verm eld bij het onderdeel water. De (globale) opbouw van het budget riolering is in onderstaande tabel weergegeven.
122 4.4.3.4. Water & Kunstwerken Areaal Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kunstwerken in de gemeente is vastgelegd in diverse beleidsnota’s en plannen. De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: - Beleidsplan Oeverconstructies Steenwijkerland 2016-2020; - Beleidsplan Oeververbindingen Steenwijkerland 2017-2021; - Watertakenplan Fluvius 2016-2021. In 2015 is het ‘Beleidsplan oeverconstructies 2016 -2020’ vastgesteld. In dit beleidsplan is op basis van voor - en nadelen van verschillende scenario’s gekozen voor een variant waarbij, daar waar beschoeiing echt nodig is, bij vervanging gekozen wordt voor kunststof. Dit is een duurzaam en financieel gunstig scenario. Voor de oeverconstructies is gekozen voor kwaliteitsniveau ‘basis’. Eind 2020 wordt het ‘Beleidsplan oeverconstructies 2021-2026’ naar verwachting door uw raad vastgesteld. Met de vertaling van dit beleidsplan is in de cijfers reeds rekening gehouden (zie paragraaf 3.6; Bestedingsplan 2021-2024). In 2017 is een nieuw ‘Beleidsplan oeververbindingen 2017 -2021’ vastgesteld. Oeververbindingen worden ook wel civiele kunstwerk en genoemd en vormen een belangrijke categorie binnen de kapitaalgoederen. Onder oeververbindingen wordt onder andere verstaan: (beweegbare) bruggen, viaducten en tunnels.
Dit beleidsplan heeft als doel om als leidraad te fungeren voor het doelmatig en planmatig beheren van de oeververbindingen. Het geeft handvatten voor het beheer en onderhoud en zet de lijn uit voor de komende jaren.
123 Er is gekozen voor het kwaliteitsniveau ‘beperkt basis’. Bij de Programmabegroting 2021-2024 zijn op basis van een motie van de raad de benodigde middelen beschikbaar gesteld voor het onderhoudsniveau basis. Dit is met ingang van het boekjaar 2022. De vertaling van deze motie heeft nog niet in onderstaande tabel plaatsgevonden. Ten aanzien van de recreatieve voorzieningen gel dt dat er in 2020 geen beleidswijzigingen zijn te verwachten in het kader van beheer en onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Oeverconstructies Het vastgestelde onderhoudsniveau voor de oeverconstructies op basis van he t ‘Beleidsplan Oeverconstructies 2021-2026’ betekent dat er een budget benodigd is voor deze periode van € 605.500 waarvan € 498.750 bestaat uit vervangingen en € 106.750 uit planmatig onderhoud. Oeververbindingen De gemeenteraad heeft bij de behandeling van de PPN in het voorjaar van 2017 gekozen voor het budget passend bij de optie ‘beperkt basis’ voor wat betreft het beleidsplan Oeververbindingen. In het ‘Beleidsplan Oeververbindingen 2017 -2021’ wordt onderscheid gemaakt tussen het onderhoud en het ver vangen van de oeververbindingen. Voor het niveau ‘beperkt basis’ is een budget benodigd van € 400.000. In het beleidsplan oeververbindingen wordt aangegeven dat in de komende jaren 67 bruggen aan vervanging toe zijn.
Hiervoor wordt vanaf 2018 gedurende 5 j aar € 538.000 per jaar gevraagd. Het gevraagde budget op basis van beperkt basis is beschikbaar. Bij de Programmabegroting 2021-2024 zijn op basis van een motie van de raad de benodigde middelen beschikbaar gesteld voor het onderhoudsniveau basis. Dit is met ingang van het boekjaar 2022. Het betekent dat er voor onderhoud extra geld beschikbaar komt en dat de investeringen over 30 jaar worden afgeschreven in plaats van 50 jaar. De vertaling van deze motie heeft nog niet in onderstaande tabel plaats gevonde n. Water Voor wat betreft de baggeropgave is op basis van het ‘Watertakenplan Fluvius 2016-2021’ een budget benodigd van € 950.000. Binnen de gemeentelijke begroting is een bedrag beschikbaar van € 475.000. Voor het overige deel wordt samen met de andere waterbeheerders in het gebied getracht om door middel van slim en integraal aan te besteden het gekozen onderhoudsniveau te realiseren. Voor het maaien en onderhouden van sloten is in zijn totaliteit een bedrag benodigd van € 280.000 waarvan € 164.000 gerelateerd is aan schouwsloten. Het overige deel is meer gerelateerd aan het maaien van bermen en bermmaaisel. Momenteel zijn we in overleg met het waterschap over de overdracht van een deel van het stedelijk water met de daarbij behorende financiële consequenties.
Jachthavens en Recreatieve vijvers Voor wat betreft jachthavens geldt dat er wordt gewerkt met een onderhoudsbudget van ca. € 50.000. Voor de recreatieve vijvers geldt eveneens dat er wordt gewerkt met een onderhoudsbudget van ca. € 60.000. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn:
124 4.4.3.5 Openbaar groen en speelvoorzieningen Areaal Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plantsoenb eheer, maaibeheer en dierenweides. Hierbij zijn de volgende nota’s en plannen van belang: - De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); - Beleidsnota Groen en Meerjarenprogramma Groen (MJP Groen), 2011 -2014; - Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte Gemeente Steenwijkerland. Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: - Speelplekkenbeleid (2009); - Meerjarenplan Spelen (2014-2017). In de beleidsnota Groen worden de beheerambities met betrekking tot het groen beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarbij het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn er ambities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een schone, hele en veilige omgeving. Het Meerjarenprogramma Groen geeft aan hoe aan deze ambitie de komende jaren invulling wordt gegeven. In 2014 heeft de gemeenteraad op basis van een evaluatie besloten om de lijn van het speelplekkenbeleid uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren. In dit plan is vastgesteld dat de gemeente spelen en bewegen stimuleert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden wordt. Het onderhoud van de speelvoorzieningen wordt op het basisniveau van ‘schoon heel en veilig’ uitgevoerd.
Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Binnen de budgetten van gro en zijn er middelen beschikbaar om onderhoud uit te voeren aan de diverse groenobjecten. Er is onderscheid gemaakt in middelen voor onderhoud van openbaar groen, bermenonderhoud, bomenonderhoud en extensief maaien. Het grootste deel van het onderhoudsbudge t wordt besteed aan het integrale onderhoudsbestek voor de openbare ruimte. In dit bestek is het verzorgend onderhoud in de openbare ruimte opgenomen. Dit bestek wordt door de Noordwestgroep uitgevoerd in opdracht van de gemeente. In het Meerjarenplan Sp elen is voor een periode van 10 jaren becijferd hoeveel geld er nodig is om op het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. Hierop is in het kader van de ‘herprioritering’ een bedrag van € 20.000 ingeleverd. In onderstaande tabel zijn de bedragen voor de komende vier jaren weergegeven.
125 Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: 4.4.3.6. Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Beleidskader Van de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerdere jaren vastgelegd inclusief de onderhoudskosten w aarmee rekening moet worden gehouden. Uitgegaan wordt van drie categorieën onderhoud. Het klachtenonderhoud betreft dagelijks
126 voorkomende calamiteiten en storingen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn afgesloten. Dit betreft voornamelijk technische installaties. Tenslotte is er het planmatig onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voor de periode van 2020 –2029 een ‘Meerjarenplan Maatschappelijk Vastg oed’ opgesteld. Deze plannen worden ieder jaar bij de jaarrekening geac tualiseerd. Bij de laatste actualisatie is becijferd dat de jaarlijkse kosten aan planmatig onderhoud gemiddeld € 966.000 bedragen. Uitbreidingen en duurzame maatregelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en vergen afzonderlijke investeringen. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het ‘Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed’ is verwerkt in de begroting. De maatregelen voor 2021 worden vastgelegd in het ‘Uitvoeringsplan Maatschappelijk Vastgoed 2021’. Voor het maatschappelijk vast goed is een voorziening ingesteld. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn:
127 4.5. Paragraaf Financiering In de paragraaf financiering lichten we de financieringsfunctie van de gemeente Steenwijkerland voor de jaren 2021-2024 toe. We gaan in op zowel d e algemene ontwikkelingen als de ontwikkelingen in onze geme ente. De algemene ontwikkelingen betreffen de renteontwikkelingen en de wet - en regelgeving. De specifieke ontwikkelingen omvatten de renterisiconorm, de kasgeldlimiet en de financiering van de gemeente. Conclusies - Geen stijging langlopende rente verwacht; - Rente-omslagpercentage in 2021 en verder verlaagd van 1,25% naar 1%; - Rente grondexploitatie in 2021 en verder verlaagd van 1% naar 0,75%. Ambitie Het doel is een optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven op korte en lange termijn. Om dit goed uit te voeren, wordt gekeken naar de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasuryfunctie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) en het financieringsstatuut. Doelstellingen Bij de begroting wordt afgewogen welke investeringen er op korte en lange termijn plaatsvinden. Het is vervolgens onze taak om deze investeringen conform de kaders te financieren. We beperken ons tot de publieke taak en hanteren hierbij de volgende doelstellingen: 1.
Er is voldoende financiering op korte en lange termijn; zodoende kunnen wij te allen tijde aan onze betaalverplichtingen voldoen. 2. De risico’s die aan financiële transacties verbonden zijn wo rden beheerst en beperkt. Te denken valt onder andere aan renterisico’s, koersrisico’s en debiteuren-/crediteurenrisico’s. 3. De rentekosten van de leningen worden zoveel mogelijk beperkt. 4. De interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities worden zoveel mogelijk beperkt. Onze inzet We maken onderscheid tussen financiering en dekking. Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan onze financiële middelen komen (bijvoorbeeld door verkoop van gronden of do or het aangaan van geldleningen). Bij dekking gaat het om de vraag hoe we de middelen kunnen aanwenden om de begroting sluitend te houden (bijvoorbeeld opbrengst uitkering gemeentefonds en belastingopbrengsten). De uitvoering van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de kaders van de Wet fido en de Wet Hof. Om vooral de financieringsrisico’s te beperken, staan in de Wet fido twee instrumenten genoemd, te weten de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Renterisiconorm Het uitgangspunt van de renterisic onorm is het beheersen van de renterisico’s op langlopende schulden. Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen.
Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk moeten worden afgesloten met het risico van snel oplopende rentelasten. Met behulp van de renterisiconorm wordt bepaald wel renterisico de gemeente loopt op haar vaste schuld (leningen met een looptijd langer dan één jaar). De renterisiconorm is bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hierbij is een minimumbedrag bepaald van € 2,5 miljoen. 128 Op een begrotingstotaal van € 129 miljoen in 2021 bedraagt de renterisiconorm voor onze gemeente € 25,8 miljoen. In 2021 vindt voor een bedrag van € 4,1 miljoen aan aflossingen van bestaande leningen plaats. We kunnen nog een nieuwe lening aantrekken voor een bedrag van € 15,7 miljoen. Kasgeldlimiet In verband met het beperken van renterisico’s op de korte schuld moeten gemeenten voldoen aan de kasgeldlimiet. Dit betekent dat de korte schuld voor gemeenten maximaal 8,5% van het begrotingstotaal (lasten) mag bedragen. De korte schuld bestaat uit de opgenomen gelden met e en oorspronkelijke rente typische looptijd korter dan één jaar en de schuld op de rekening -courant. Deze opgenomen gelden zijn bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. Voor de gemeente Steenwijkerland bedraagt de limiet in 2021 afgerond € 11 miljoen.
De intentie is om de kasgeldlimiet optimaal te benutten. Dit omdat voor opgenomen kasgeldleningen de laatste tijd zelfs een rentevergoeding wordt ontvangen en dus goedkoper is dan het aantrekken van een langlopende geld lening. In verband met regelgeving is het niet toegestaan om meer dan 2 kwartalen achter elkaar gebruik te maken van kasgeld. Debiteuren-/crediteurenrisico Onder debiteurenrisico wordt hier verstaan het risico dat uitgezette geldleningen niet worden terugontvangen van marktpartijen. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en daalt de staatsschuld. Schatkis tbankieren is ingevoerd voor gemeente, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen. Dit heeft een positief effect op de omvang van de EMU -schuld. Depositotarieven en inleentarieven worden geharmoniseerd. De gemeente krijgt een rente vergoed die gelijk is aan de rente die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. Op dit moment bedraagt dat rentepercentage 0%. De Wet biedt, onder bepaalde voorwaarden, (lagere) overheden de mogelijkheid elkaar leningen te verstrekken. Dit kan voor beide partijen leiden tot gunstige rentecondities. Uit oogpunt van doelmatigheid is in de Wet een drempelbedrag opgenomen.
Hiermee kan een bepaald bedrag buiten de schatkist worden gehouden. Tot een begrotingstotaal van € 500 miljoen is het d rempelbedrag bepaald op 0,75% met een minimum van € 250.000. Voor begrotingstotalen boven € 500 miljoen geldt een additionele drempel van 0,2% over dat deel dat de € 500 miljoen overstijgt. Voor de gemeente Steenwijkerland geldt als drempel voor 2021 0,75% van € 129,022 miljoen, ofwel € 0,968 miljoen. Wij mogen dus een positief rekening -courantsaldo hebben van € 0,968 miljoen, voordat deze middelen worden afgeroomd aan de schatkist. Gelet op onze rekening -courantpositie en de geraamde
129 financieringsbehoefte gaan wij ervan uit dat we in 2021 slechts zeer incidenteel gebruik zullen maken van schatkistbankieren. Leningenportefeuille In de gemeente Steenwijkerland werken we met totaalfinanciering. Dit houdt dat niet voor iedere investering apart een lening word t afgesloten. Investeringen worden gefinancierd vanuit het totaal van eigen vermogen (reserves) en het lang vreemd vermogen (aangetrokken leningen). Bij projecten van grote omvang kan het zijn dat het systeem van totaalfinanciering wordt losgelaten. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld een project waarbij er sprake is van een verschil tussen juridisch en economisch eigenaar van een activa. Van 2 leningen is per 1 juli 2020 het rentepercentage herzien. Het rentepercentage wordt aangepast van 3,3% naar 0,25%. Verder is bij deze leningen gekozen voor lineaire aflossing in plaats van aflossing op basis van annuïteit. Per 1 november 2020 en 1 april 2021 gaan we 2 leningen vervroegd aflossen. Deze leningen hebben op dit moment een rentepercentage van 3,1% en 4 ,14%. Verder wordt bij 1 lening per 1 februari 2021 het rentepercentage op ons verzoek aangepast. Voordeel van deze aanpassing is dat we van een rentepercentage van 3,95% naar 0,29% gaan. Met deze acties hopen we een positieve bijdrage te kunnen leveren aa n het verbeteren van het begrotingssaldo.
In het overzicht zijn meegenomen de opgenomen leningen, die zijn doorgesluisd naar woningcorporatie Wetland Wonen Groep. De restschuld van deze doorgesluisde leningen bedraagt per 1 januari 2021 € 5,029 miljoen. Alle leningen zijn opgenomen bij de BNG Bank. In 2021 moet een totaalbedrag van circa € 1,274 miljoen worden betaald wegens verschuldigde rentekosten. Dit is inclusief de rentelasten van afgerond € 0,208 miljoen voor de doorgesluisde leningen aan Wetland Wonen. Wij lopen een risico als de woningcorporatie haar betalingsverplichtingen niet nakomt. Het Waarborgfonds Sociale Woningen staat garant voor de betali ngen van rente en aflossingen van 7 van de 8 verstrekte leningen. Rentetoerekening Sinds 2018 wordt de rekenrente volgens een vaste formule berekend en kan deze niet meer vrij worden bepaald. De invloed op het renteresultaat is vanaf dat moment beperkt t ot de keuze om wel of geen rente over het eigen vermogen te berekenen. De omvang van de rente die over het eigen vermogen mag worden berekend, is met ingang van de begroting 2017 gemaximeerd op het gemiddelde rentepercentage dat de gemeente over haar exter n aangetrokken leningen betaalt.
130 Kredietrisico’s Dit is het risico dat de gemeente loopt wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen, c.q. publieke instellingen die in voorkomende gevallen in financiële problemen kunnen komen. Onze gemeen te heeft naar verwachting in het begrotingsjaar 2021 in beperkte mate te maken met kredietrisico’s. De totale omvang van deze leningen per 1-1-2021 bedraagt afgerond € 6,4 miljoen. De ontwikkeling van de verstrekte leningenportefeuille ziet er als volgt uit. Voor 2021 is een rentevergoeding van afgerond € 0,295 mln. begroot. Hieronder volgt een korte samenvatting.
131 Liquiditeitsplanning De planning van de liquiditeiten heeft betrekking op toekomstige inkomsten en uitgaven van de gemeente. Voor het opstellen van deze planning is het nodig dat er een liquiditeitsprognose wordt gemaakt. In deze prognose worden de ontvangsten en uitgaven in een bepaalde periode vermeld. Dit leidt tot een verwachting van de benodigde liquiditeit. De Wet Fido stelt eisen aan het actief beheren van toekomstige renterisico’s. De gemeente wordt daarom gedwongen om een systematische planning hiervoor te ontwikke len en bij te houden. Financiering Binnen de gemeente wordt een omslagrente in rekening gebracht bij de investeringen en de projecten van 1,00%. Financieringspositie De financieringspositie geeft inzicht in de ontwikkeling van de financieringsbehoefte, rekening houdend met de investeringen en beschikbare interne en externe middelen. De interne financiering vindt plaats in de vorm van de ten laste van de exploitatierekening gebrachte afschrijvingen en in de vorm van eigen vermogen (reserves). Voor de ext erne financiering wordt een beroep gedaan op de geld - en kapitaalmarkt. De boekwaarde van de investeringen wordt per 1 januari 2021 geraamd op afgerond € 135 miljoen.
132 Financieringstekort Bij de aanvang van dit begrotingsjaar ramen wij een financie ringstekort van afgerond € 3 4 miljoen. Dit tekort ontstaat doordat de som van de reserves en voorzieningen en de opgenomen geldleningen per 1 januari 2021 lager is dan de boekwaarde van de investeringen per 1 januari 2021. Rentevisie De rentevisie is geb aseerd op de meest actuele ontwikkelingen op de geld - en kapitaalmarkt. Wij maken daarbij onder andere gebruik van de renteprognose en berichtgeving van de BNG Bank. De afgelopen jaren kenmerkt zich door een kapitaalmarkt met voortdurend aanhoudende lage q uotes. De matige mondiale economische ontwikkelingen, gekoppeld aan onzekere tijden binnen de Eurozone hebben ertoe geleid dat de rente een historisch laag niveau heeft bereikt en al langere tijd aanhoudt. Wij houden voor het consolideren van onze liquiditeitspositie bij het aantrekken van eventuele langlopende leningen rekening met een rentepercentage van 0, 3%. De uitbraak van het coronavirus Covid-19 heeft dit jaar geleid tot een mondiale recessie. De wereldeconomie zal in 2020 met ca. 3,5% krimpen. In 20 21 wordt een geleidelijk economisch herstel verwacht. In de meeste westerse landen lijkt het virus onder controle gekomen. De overheden zijn overgegaan tot een geleidelijke versoepeling van de beperkende maatregelen.
Regels met betrekking tot afstand houden en hygiëne blijven evenwel in de meeste landen van kracht. De bedrijvigheid zal in de loop van het jaar aantrekken. Een volledig economisch herstel is echter pas mogelijk, indien er een vaccin of medicijn beschikbaar is. Relatiebeheer Evenals voorgaan de jaren is de B NG onze huisbankier. Nagenoeg alle transacties vinden plaats via deze bank. Medio 2020 is de dienstverleningsovereenkomst gewijzigd. Hierin is geregeld dat wij tot een bedrag van € 12 miljoen “rood” mogen staan. Recente Europese regelgeving (de Benchmarkve rordening) vereist verder van basisrentes dat zij robuust en betrouwbaar zijn. Daarom zijn er nieuwe regels ontwikkeld om de wijze waarop basisrentes worden vastgesteld te verbeteren. Basisrentes moeten meer op basis van transacties worden berekend en minder op basis van inschattingen van bank om de objectiviteit te vergroten. Dit heeft gevolgen voor de huidige contractuele basisrente, omdat deze niet aan de nieuwe regels voldoen. Daarnaast heeft de gemeente een rekening- courantovereenkomst met de Rabobank “Meppel-Staphorst- Steenwijkerland”. Prognose Meerjarenbalans17 Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo wordt in het vernieuwde BBV voorgeschreven dat bij de uiteenzetting van de financiële positie een geprognosticeerde balans wordt opgenomen.
Deze balans moet meerjarig zijn en geeft inzicht in de ontwikkeling van onder meer de investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte. De presentatie van de geprognosticeerde balans sluit aan op de bal ans van de jaarrekening, maar behoeft niet dezelfde mate van detail te kennen. In de prognose zitten veel aannames omdat de toekomstige mutaties onzeker zijn. Het vertrekpunt voor deze balans is de jaarrekening 2019. Bij de prognose van de eindbalansen van de jaren 2021 t/m 2024 is rekening gehouden met de mutaties voortvloeiende uit: - het investeringsprogramma 2021–2024; - actualisatie grondexploitaties; - de mutaties in de reserves en voorzieningen en - het financiële beleid dat ingaat op 1 januari 2021. 17 In de prognose meerjarenbalans zijn de saldi van de voorliggende programmabegroting vertaald in de post ‘eigen vermogen’. De overlopende activa en passiva zijn constant gelaten ten opzichte van de laatste vastgestelde jaarrekening. 133 EMU-saldo Om strakker te kunnen sturen op de afspraken die het Rijk heeft gemaakt in Europees verband is de Wet Hof ingevoerd. De wet is bedoeld voor de beheersing van de schuldenlast en het begrotingstotaal op rijksniveau. De EMU-tekortruimte voor decent rale overheden is voor de jaren 2021 tot en met 2024 vastgesteld op 0,4% van het bruto binnenlands product per jaar.
Voor de gemeenten wordt bij de verdeling van de macronorm voor 2021 rekening gehouden met een percentage van 0,27. Een individuele EMU -referentiewaarde betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente heeft in de gezamenlijke tekortnorm. De Wet Hof bepaalt dat de individuele referentiewaarde voor het EMU -saldo van de individuele overheden naast het eigen aandeel in openbare lichamen betreft. Wij hebben een sluitende (meerjaren)begroting maar de manier waarop het Rijk het EMU-saldo berekent, betekent dat wij mischien wel een negatief EMU -saldo hebben. De belangrijkste oorzaak is dat het Rijk investeringen aan één jaar toe rekent (het zogenaamde kasstelsel) terwijl andere overheden en het bedrijfsleven dergelijke uitgaven via afschrijvingen over meerdere jaren uitsmeren (stelsel van baten en lasten). Sturingsopties om het EMU-saldo in positieve zin te beïnvloeden zijn het afstoten van activa en passiva die niet tot de ‘core business’ van een gemeente horen. Als vervolg daarop kan het noodzakelijk zijn keuzes te maken en ambities te beperken als het gaat om het investeringsprogramma. Voor vastgoedobjecten kan daarbij huur of lease een optie zijn.
134 Volgens de septembercirculaire 2020 van het gemeentefonds bedraagt de referentiewaarde 2021 - € 4.626.000 (voor 2020 was dat - € 4.820.000). Uit bovenstaande tabel blijkt dat het EMU -saldo voor de jaren 2021 tot en met 202 4 onder de referentiewaarde blijft. De overschrijding in 2020 wordt veroorzaakt doordat de restantkrediet en over 2019 zijn overgeheveld naar 2020.
135
136 4.6. Paragraaf Bedrijfsvoering Onder de noemer “Steenwijkerland is mooi man” hebben we de weg ingezet naar een wendbare en flexibele organisatie. Samenwerken, meedenken, professionaliteit en plezier staan in deze koers centraal. Het bereiken van deze doelen doen we mede aan de hand van een nieuw organisatiemodel, met daar in op diverse plekken nieuwe leidinggevenden. Hoe belangrijk een flexibele en wendbare organisatie is, bleek wel toen de coronacrisis zijn intrede deed. Veel medewerkers zijn (tijdelijk) andere werkzaamheden gaan doen, sprongen in gaten die er vielen en implementeerden nieuwe werkwijzen. Met trots hebben we gezien dat veel van wat wij als doelen in onze koers hebben verwoord in korte tijd in onze organisatie zo zichtbaar werd. Werken aan een toekomstbestendige organisatie is evenwel een continu proces, e n de effecten van de huidige coronacrisis vergen daarbij momenteel extra aandacht. Als organisatie willen we op een betrouwbare en professionele manier werken, met daarbij de specifieke doelen: - samenleving tevreden; - bestuur tevreden en; - medewerkers tevreden. Voor het komende jaar beschrijven wij hieronder onze plannen qua bedrijfsvoering op basis van deze doelen.
137 1. Betrouwbaar en professioneel Informatievoorziening Inwoners en ondernemers verwachten een betrouwbare overheid die zorgvuldig met infor matie omgaat. Het gaat daarbij om beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van informatie. Het waarborgen van de betrouwbaarheid van informatie zorgt voor een goede kwaliteit en continuïteit van de bedrijfsvoerings- en dienstverleningsprocessen. De gemeente staat midden in de informatiesamenleving en draagt daar actief aan bij. We investeren in de digitalisering en gebruiken (technologische) mogelijkheden. De uitgevoerde marktconsultatie voor zaakgericht werken en de visie op online dienstverlenin g hebben de basis gelegd voor de verdere invulling van ons applicatielandschap. Het belangrijkste uitgangspunt dat we hierbij hanteren is dat we de domein specifieke applicaties centraal stellen. Hierdoor kunnen we de stap zetten van online invulformuliere n naar slimme online diensten. Online diensten worden hierdoor gemakkelijker voor de inwoner. Verder worden in 2021 stappen gezet om het huidige zaaksysteem te verbeteren en de implementatie van Office365. Daarmee staan we voor de grootste veranderingen sinds jaren in onze informatievoorziening. Tegelijkertijd zien we dat de eisen op het gebied van informatiebeveiliging steeds verder toenemen.
Processen Procesgericht werken is een van de uitgangspunten in de organisatieontwikkeling en helpend om privacy en governance te borgen. Denken en handelen in ketens is een kenmerk daarvan. Het doorontwikkelen van het procesgericht werken staat op de agenda in 2020. Door de coronacrisis is hier in 2020 beperkt voortgang in geweest. Visie op control De toegenomen c omplexiteit van processen maar ook de snelheid waarmee deze veranderen benadrukken de noodzaak van een goede beheersing (control). Zo worden opgaven meer en meer integraal en projectmatig / programmatisch opgepakt, terwijl control grotendeels lijngestuurd is ingericht met een sterke focus vanuit financiën. Dit vraagt om een doorontwikkeling. In 2020 wordt een visie op control opgesteld, toekomstbestendig en passend in de nieuwe organisatiestructuur. Invulling van deze visie start in 2021. Rechtsmatigheid(sverklaring) Met ingang van het verslagjaar 2021 zijn wij als college verplicht een rechtmatigheidsverklaring af te geven bij de jaarrekening. In de huidige situatie heeft de accountant deze rol en verantwoordelijkheid. Mede gelet op deze wetswijziging hebben wij twee jaar geleden besloten tot een gemeentelijke samenwerking op het gebied van de Verbijzonderde Interne Controle. In 2021 zal de uitvoering starten van de “nieuwe stijl” rechtmatigheid.
Eind 2020 zal hiervoor het intern controleplan door de VIC wo rden opgesteld. Over de uitvoering zal de VIC ons in 2021 periodiek informeren. Medio 2022, bij de jaarrekening 2021, zullen wij voor het eerst een eigenstandige rechtmatigheidsverantwoording afgeven. Regionale samenwerking Op een aantal terreinen werken wij op dit moment regionaal samen: KCC (Zwartewaterland), Inkoop (Staphorst) en Verbijzonderde Interne Controle (Westerveld, Zwartewaterland, Meppel). Voordeel is slim combineren, achtervang en kennisdeling. Aangezien de financiën bij gemeenten onder druk staan, ontstaan er (her)overwegingen. Dit kan in 2021 consequenties hebben voor de samenwerkingen. Inkoop De gemeente heeft in het verleden gekozen voor een gecoördineerd inkoopmodel. Kenmerkend voor dit model is dat er sprake is van decentrale verantwo ordelijkheid met een centrale adviesfunctie. Aan dit model zitten grote voordelen, maar ook een aantal nadelen zoals: 138 - het feit dat het uitvoeren inkoop - en aanbestedingsprocedures voor veel budgethouders geen dagelijks werk is; - de markt- en productkennis daardoor bij budgethouders soms onvoldoende is; - de kennis over inkoop- en aanbestedingswet- en regelgeving bij veel budgethouders beperkt is.
De hiervoor genoemde nadelen van een gecoördineerd inkoopmodel leiden tot de door de accountant genoemde risico’s voor wat betreft het niet juist toepassen van de (Europese) aanbestedingsregels. De komende tijd zal uitgezocht worden of de wijze waarop inkoop nu georganiseerd is doelmatig is en niet tot onnodige risico’s leidt (zoals het in strijd handelen met de Aanbestedingswet). Zaken waaraan gedacht kan worden bij het optimaliseren van de inkooporganisatie zijn: - het verlagen van het aantal budgethouders; - het aanwijzen van “hoofdkopers” per inkooppakket; - het uitbreiden van de centrale adviesfunctie (al dan niet in samenwerking met andere gemeenten); - het meer centraliseren van inkoop. Doelmatigheidsonderzoek Jaarlijks wordt een doelmatigheidsonderzoek gehouden. In 2020 is het onderzoek naar de toeristenbelasting afgerond en is gestart met een onderzoek naar de honden belasting. Dit onderzoek loopt door naar 2021. Een belangrijke reden om dit onderwerp nader te analyseren is de aanzienlijke afname in het aantal honden waar in de gemeentebelasting voor wordt betaald (ruim 10% vanaf 2016). Mandaatregeling In lijn met de nieuwe manier van werken is er de wens om in de organisatie te werken met een nieuwe mandaatregeling op basis van “de omgekeerde systematiek”.
Bevoegdheden worden niet meer per bevoegdheid beschreven en gemandateerd (huidig mandaatstelsel), maar worden, t enzij voorbehouden, neergelegd bij de medewerker tot wiens taakveld het behoort. Dit vraagt om een zorgvuldige afstemming en harmonisatie van de in de organisatie neergelegde structuur en rollen en tevens een heldere afbakening van de taakvelden van een bepaald team. In 2021 hopen wij hierin stappen te kunnen zetten, die leiden tot de introductie van het omgekeerd mandaat. Privacy De afgelopen jaren zijn belangrijke stappen gezet in het uitvoeren van privacybeleid en het vaststellen van de door de AVG (Al gemene verordening gegevensbescherming) verplichte documenten en processen. In 2021 wordt de focus gelegd op een integrale aanpak binnen de organisatie door het beleggen van eigenaarschap en governance. Het in kaart brengen van kwetsbaarheden, dreigingen en risico’s die van invloed kunnen zijn op de bescherming van persoonsgegevens doen we o.a. met behulp van DPIA’s (data protection impact assessment). Dit soort verplichte toetsen hebben we dit jaar bijvoorbeeld toegepast op nieuwe ontwikkelingen, zoals h et videobellen en camera-toepassingen. Implementeren van maatregelen doen we in nauw overleg met de medewerkers, wat weer bijdraagt aan verdere bewustwording. 2.
Samenleving tevreden De diverse bestuursprogramma’s in deze begroting geven inzicht in onze inh oudelijke plannen en doelen voor de gemeente in de komende jaren. Inwoner op 1 is ook de basis voor onze bedrijfsvoering en dienstverlening. De wensen en behoeften van de samenleving staan centraal. De manier waarop we dat willen doen is uitnodigend, met persoonlijke aandacht, betrouwbaar, duidelijk, verbindend en toegankelijk. Zo hebben we dat ook beschreven in onze visie op dienstverlening, die u als raad onlangs heeft vastgesteld. Het inrichten van serviceformules is één van die manieren. Hiermee maken w e onze dienstverlening op maat . In 2021 is de snelserviceformule en ontwerpformule gereed voor (aan)vragen onder de Omgevingswet. Om vanaf 2022 omgevingswetproof te kunnen 139 werken, trainen we in 2021 de collega’s die betrokken zijn bij het beoordelen en gun nen van initiatieven van inwoners. Daarnaast starten we dit jaar nog met een ronde langs alle teams om de visie op dienstverlening te vertalen naar de praktijk. We koppelen daar ook kpi’s (kritieke prestatie -indicatoren) en servicenormen aan, die we qua ontwikkeling monitoren om waar nodig bij te sturen. Het resultaat moet zijn dat onze inwoners en ondernemers beamen dat zij dienstverlening op maat krijgen.
Ook als zij minder digitaalvaardig of laaggeletterd zijn, zoals u tijdens de behandeling van de visie op dienstverlening in de raad heeft benadrukt. Huisvesting Per 1 februari 2021 is de huur van De Vesting opgezegd. In het laatste kwartaal van 2020 vindt de verbouw plaats, met mogelijk een staartje (zonder consequenties voor inwoners of raad) in 2021. Vanaf januari is de Integrale Toegang Sociaal Domein daarmee gevestigd aan de Vendelweg. De maand januari wordt gebruikt voor de oplevering van De Vesting. 3. Bestuur tevreden Als organisatie werken we hard om de plannen en wensen van raad en college, zoals die in de bestuursprogramma’s van deze begroting zijn opgenomen, te realiseren. De tevredenheid van u als bestuur is hier rechtstreeks mee verbonden. Onze wens is ook een goed inzicht te hebben in uw ervaringen met onze ambtelijke ondersteuning en communicatie. Daarom gaan we eind 2020 meten hoe tevreden u bent over de kwaliteit van deze ondersteuning en de kwaliteit van de aangeleverde raadstukken. Op basis van deze uitkomsten gaan we aan de slag om verdere verbeteringen in de ondersteuning aan de raad aa n te brengen. Tijdens de periodieke (bijpraat -) sessies met u over de bedrijfsvoering, die wij ook het komend jaar willen houden, komen we daar eveneens op terug.
Programmatisch- en projectmatig werken Afgelopen jaar hebben we keuzes gemaakt in welke methodiek we gebruiken voor programmatisch en projectmatig werken (“Projectmatig Creëren”). In 2021 wordt geïnvesteerd in het toerusten van de organisatie – via een leer- en werkprogramma - om deze methode toe te passen. 4. Medewerkers tevreden Door het coronavirus waar we vanaf maart mee te maken hebben is onze manier van werken behoorlijk veranderd. We werken zoveel mogelijk thuis, overleggen via Zoom, zien lege gangen op kantoor en houden afstand. We monitoren wat Covid-19 en de veranderende werkomstandigheden met de medewerkers doet, onder meer via een tevredenheidsonderzoek dat in september 2020 is uitgevoerd. Met de resultaten uit deze enquête willen we het werken in deze coronatijd verder optimaliseren. Ook stellen we in 2021 een vitaliteitsbeleid op met als doel een duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers. HR-visie In onze nieuwe organisatievisie staan samenwerken, meedenken, professionaliteit en plezier centraal. Om dez e doelen waar te maken wordt de HR-visie komend jaar gericht op het bijdragen a an deze waarden herzien. Aansluitend op deze visie zal het bestaande HR-beleid waar nodig worden geactualiseerd.
Concreet gaan we bezig met ‘gesprekscyclus’, ‘vitaliteitsbeleid’, ‘diversiteitsbeleid’, ‘arbeidsmarktcommunicatie’, ‘dienend leiderschap’ en de doorontwikkeling van e -HRM. Ook alle structurele veranderingen door Cov id-19 (bijvoorbeeld tijd- en plaatsonafhankelijk werken) zullen hierin meegenomen worden. 140 Vitaliteit / Duurzaam inzetbare medewerker Het komende jaar hebben we aandacht voor vitaliteitsbeleid. Een duurzaam inzetbare medewerker die vitaal is, het werk aankan (werkvermogen) en inzetbaar is (employability), draagt direct bij aan de doelstelling ‘tevreden medewerkers’. Ontwikkeltraject management Medio 2020 zijn alle leidinggevende po sities weer bezet. Nu de fase van “ingewerkt zijn” voor allen is bereikt, zal eind 2020 een managementontwikkeltraject van start gaan. Basis hiervoor is het dienend (en doenend) leiderschap. Nieuw intranet In september 2020 zijn we gestart met een nieuw intranet. Dit is een zogenaamd ‘sociaal intranet’, waarin medewerkers naast informatie ook elkaar kunnen vinden. Modern, interactief, verbindend, open en natuurlijk gebruiksvriendelijk zijn hierbij de uitgangspunten. 5. Bezuinigingen op bedrijfsvoering Naar analogie met het niet doorgeven van prijscompensatie aan de organisatie en instanties (zoals gesubsidieerde instellingen) wordt ook geen prijsstijging geraamd voor de loonkosten.
Dat betekent dat een CAO -verhoging voortvloeiend uit de lopende onderhandel ingen binnen het aanwezige budget moet worden opgevangen, oftewel bezuinigd. Concreet betekent dit dat er taakstellend wordt bezuinigd op personele lasten omdat wij lokaal CAO - afspraken dienen uit te voeren. Hierdoor zullen effectief minder taken uitgevoer d kunnen worden. Een andere maatregel die is getroffen is het “ taakstellend” niet compenseren voor het invoeren van het HR21 functiewaarderingssysteem voor gemeenten (ruim € 200.000), een systematiek die oplevert dat er marktconform (markt is daarbij de overheid) wordt betaald. Met aanvullend nog een algemene bezuinigingstaakstelling van € 200.000 in 2021 oplopend naar € 350.000 in 2023 ligt er een flinke opgave voor de organisatie. De bezuinigingen van de afgelopen jaren hadden de “rek” er al uit gehaald; we hebben tenslotte onze wettelijke taken uit te voeren. Deze aanvullende bezuinigingen gaan daarom hoe dan ook leiden tot neerwaartse bijstellingen van de ambities van het college. Het college brengt de effecten de komende tijd in beeld. 141 4.7. Paragraaf Verbonden partijen Inleiding Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Bestuurlijk belang houdt in dat de gemeente een zetel in het bestuur heeft of stemrecht heeft bij de vergaderingen.
Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente financiële middelen in het bedrijf heeft geïnvesteerd, c.q. gestoken. Als het bedrijf failliet gaat, is de kans groot dat de gemeente de beschikbare finan ciële middelen kwijt is. Ook bij problemen bij de verbonden partij kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld en kunnen kosten verhaald worden op de gemeente. Een partij die ieder jaar een subsidie krijgt, waar geen tegenprestatie tegenover staat is geen verbonden partij. In de ‘Nota Verbonden Partijen’ zijn regels vermeld voor het aangaan van diverse nieuwe samenwerkingen. Het proces van deelnemingen is een dynamisch gebeuren. Daarom treft u net als vorig jaar weer een aantal wijzigingen, c.q. aanvullin gen aan die passen binnen de huidige kaders van de ‘Nota Verbonden Partijen’. Visie en beleid ten aanzien van verbonden partijen Wij streven ernaar om het bestuurlijk en financieel belang te houden in die organisaties die een bijdrage leveren aan het open baar belang en waarvan de activiteiten aansluiten bij het beleid zoals dat door de gemeente wordt gevoerd. Beleidswijzigingen voor specifieke verbonden partijen worden voor zover nodig of wenselijk afzonderlijk aan de raad voorgelegd.