Programmabegroting 2021-2024 gemeente Steenwijkerland.pdf
Tekst van het document
Vanaf 20 21 wordt jaarlijks € 180.000 toegevoegd aan deze voorziening. Voorziening te betalen pensioenen voormalig bestuurders Voor voormalig bestuurders, die vanaf 2015 pensioenrechten hebben, dienen de te betalen pensioenen volledig uit een voorziening bekostigd te worden. Indien een v oormalig bestuurder op enig moment recht heeft op pensioen bestaat er geen mogelijkheid voor hem/haar om het pensioen over te dragen aan een pensioenfonds en wordt het gereserveerde be drag in de vorige voorziening ( voorziening pensioen wethouders) overgehe veld naar deze voorziening om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. E lk jaar wordt de omvang van deze voorziening geactualiseerd. 84 4. Specifieke paragrafen 4.1. Paragraaf Lokale heffingen 4.1.1. Inleiding De gemeente heeft voor het goed kunnen uitvo eren van haar taken geld nodig. Een groot deel van dit geld wordt ontvangen van de rijksoverheid via de zogenaamde ‘Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds’. Dit ‘Haagse’ geld is echter onvoldoende om alle taken te kunnen uitvoeren. Daarom maakt de gemeen te gebruik van haar bevoegdheid om inkomsten te verkrijgen via burgers , bedrijven en bezoekers. Dit gebeurt met behulp van onder meer lokale belastingen en heffingen.
In 2021 verwacht de gemeente Steenwijkerland in totaal een bedrag van € 115 miljoen12 aan inkomsten te ontvangen (gemeentelijke belastingen en heffingen en rijksuitkeringen). In onderstaande grafi ek is aangegeven welk deel uit ‘Den Haag’ komt en welk deel uit ‘Steenwijkerland’. Zoals blijkt uit de grafiek vormen de lokale belastingen en heffingen een wezenlijk deel van de gemeentelijke inkomsten. In deze paragraaf wordt daarom stilgestaan bij de diverse aspecten die samengaan met dit onderwerp. Zo worden de uitgangspunten benoemd, die de gemeente hanteert bij het vaststellen van de tarieven voor inwoners en ondernemers. Ook wordt met behulp van tabellen de ontwikkeling getoond van de gemeentelijke belastingopbrengsten. Tenslotte wordt gekeken hoe ‘ duur Steenwijkerland is ten opzichte van omliggende en vergelijkbare gemeenten. 4.1.2. Belastingen en heffingen De gemeentelijke belastingen die in 2021 in de gemeente Steenwijkerland worden geheven zijn: - OZB; - Hondenbelasting; - Toeristenbelasting; - Forensenbelasting. Naast belastingen rekent de gemeente heffingen. Dit zijn kosten voor i ndividuele dienstverlening aan burgers en ondernemers. Voor de tarieven van deze heffingen geldt dat de opbrengsten de kosten van de dienstverlening op 12 € 21,8 miljoen aan gemeentelijke belastingen en heffingen en € 93,3 miljoen aan rijksuitkeringen.
85 begrotingsbasis niet mogen overschrijden. De gem eentelijke heffingen die in 2021 in de gemeente Steenwijkerland worden geheven zijn: - Rioolheffing; - Afvalstoffenheffing; - Begraafrechten; - Vermakelijkhedenretributie (nieuw), zie hoofdstuk 3.8.; - Overige rechten. 4.1.3. Uitgangspunten U als raad stelt de tarieven vast voor de lokale belastingen en heffi ngen. Ons uitgangspunt bij de start van deze collegeperiode was dat de lokale lasten alleen gematigd (‘trendmatig’) mogen stijgen. Dat uitgangspunt kunnen wij in deze begroting helaas niet waarmaken, zoals ook reeds in de bestuurlijke inleiding is aangegev en. Voor de Afvalstoffenheffing en de Riool heffing worden wijzigingen in de kosten verhaald door de betreffende tarieven dienovereenkomstig aan te passen (gesloten huishouding). Om grote tariefschommelingen te voorkomen, wordt gebruik gemaakt van de voorziening Reiniging en de voorziening Riolering. 4.1.4. Overzicht belastingopbrengsten De totale opbrengst voor belastingen en heffingen in 20 21 b edraagt € 21,8 miljoen. Verwezen wordt naar onderstaande specificatie.
86 In onderstaande cirkeldiagram is het aandeel van de belastingsoorten en verschillende heffingen in het totaal van de gemeentelijke belastingen in beeld gebracht. 4.1.5. Lokale belastingdruk Helaas zijn we genoodzaakt om de lokale lasten voor onze inwoners en ondernemers extra te verhogen . Dat staat op gespannen voet met het uitgangspunt in ons coalitieakkoord dat we de lokale lasten niet meer dan trendmatig laten stijgen (zie paragraaf 4.1.3). In 2021 stijgen de gemiddelde woonlasten voor eigenaren en gebruikers met 5,9%. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de kostenstijgingen bij afval die wordt doorberekend in de tarieven. Het tarief stijgt gemiddeld met 15,1%. De OZB stijgt met 9,9%. Dit is 6,1% bovenop het percentage van 3,8% aan ‘toegestane’ opbrengstenstijging op grond van de tre ndmatige groei in 2021 (zie tabel ‘Uitgangspunten voor de programmabegroting’ in paragraaf 3.2). Bij de rioolheffing is sprake van een daling van het tarief met 6%. De stand van de voorziening riolering laat het toe om een fors bedrag te onttrekken, waardo or het tarief kan dalen. De ontwikkeling van de lokale belastingdruk ziet er als volgt uit: Bij de OZB is uitgegaan van een WOZ waarde van € 225.320 (waardepeildatum 1 -1-2019). Geen rekening is gehouden met de effecten van de hertaxatie met waardepeildatum 1-1-2020.
Op basis van de laatste COELO13 atlas is de gemeente Steenwijkerland op de ranglijst voor 2020 ten opzichte van 2019 ‘geklommen’ (2019: 31 e plaats en 2020: 28 e plaats). In de atlas staan alle gemeenten vermeld dus ook de ons omringende geme enten. Ook staan de gemiddelde woonlasten van de provincie Overijssel en Nederland vermeld. 13 Atlas van de lokale lasten 2020 (COELO). De atlas wordt jaarlijks door het Centrum voor Onderzoek van de Economie voor Lagere Overheden (COELO) uitgegeven . Het COELO berekent de lokale lasten voor de burger op basis van de door gemeenten aangeleverde informatie.
87 4.1.6. Onroerende-zaakbelastingen De wettelijke kaders van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) zijn neergelegd in de artikelen 220 tot en met 220 h van de Gemeen tewet en de Wet Waardering O nroerende zaken (Wet WOZ). Voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken kunnen twee belastingen geheven worden: een eigenaren- en een gebruikersbelasting. De hoogte van de OZB is afhankelijk van de in het kader van de Wet WO Z aan de onroerende zaak toegekende waarde. Het tarief is een percentage van deze waarde. Er kunnen verschillende tarieven vastgesteld worden voor woningen en niet-woningen. Binnen deze groepen mag niet verder gedifferentieerd worden. Voor alle woningen en alle niet- woningen gelden dus dezelfde tarieven. Hiernaast kunnen verschillende tarieven vastgesteld worden voor de eigenarenbelastingen en de gebruikersbelasting. Op dit ogenblik wordt hard gewerkt aan de hertaxatie van het WOZ bestand met waardepeildatum 1 januari 2020. In december 2020 worden nadere voorstellen aan uw raad gepresenteerd over de tarieven voor 2020. Uitgangspunt daarbij is een gelijkblijvende opbrengst. Een daling van de waarde van het totale woningbestand leidt dan tot een gelijke stijging van de tarieven en omgekeerd. 4.1.7. Afvalstoffenheffing Ontwikkeling baten en lasten 2021 Voor 2021 zijn de uitgaven niet verhoogd.
Hiervan is afgeweken voor zover de ROVA bij de gemeente andere tarieven in rekening brengt.
88 4.1.8. Rioolheffing Het Gemeentelijk Watertakenplan is in oktober 2015 vastgesteld. Dit is een gezamenlijk plan van de 6 gemeenten in de regio Reest en Wieden en het waterschap. In dit Gemeentelijk Watertakenplan is een tariefstijging vanaf 2017 vastgelegd van 1% cumul atief tot en met 2021 en vanaf 2022 0,4% cumulatief tot en met 2024. Vanaf 2025 is geen tariefstijging meer voorzien. Deze stijging is exclusief inflatie. De inflatie bedraagt voor 2021 3,8%. Voorgesteld wordt om de tarieven voor 2021 met 6% te laten dal en. De stand van de voorziening laat dit toe. Op basis hiervan daalt het tarief t.o.v. 2020 met € 13,42. Het tarief komt voor 2021 op € 210,19 14. 14 Als referentietarief is uitgegaan van een eigen woning, dus de som van het eigenarendeel en het gebruikersdeel, zijnde € 227,20 in 2018.
89 De kosten voor het taakveld riolering zijn voor 100% doorberekend in de rioolheffing. Dit betreft onder meer kosten voor onderzoek, planvorming en onderhoud. De kosten voor het taakveld waterwegen zijn voor 48% doorberekend in de riolering. Dit betreft kosten voor het baggeren van watergangen, onderhoud en vervangen van beschoeiingen en onderhoud van sloten. H et baggeren is noodzakelijk om de doorstroming van de watergangen te garanderen, daarnaast om ernstige vervuiling vanuit de riooloverstorten en met regenwater meegespoelde sediment te verwijderen. Het onderhoud en vervangen van oeverbeschermingen is noodzakelijk om de oevers op hun plaats te houden en om te voorkomen dat de watergang haar inrichting en bergend vermogen verliest. Het onderhouden van de sloten betreft jaarlijkse onderhoudswerkzaamheden (door derden) om de berging en afvoer van sloten te garanderen en om de sloten op diepte te houden. Voor de investeringen die voor 2021 op de planning vragen wij uw raad een krediet van in totaal € 1. 911.000 beschikbaar ter stellen. Het krediet is bedoeld voor de volgende investeringen: - Vervangen rioolgemalen € 400.000 - Vervangen riolering € 1.178.500 - Vervangen oevercostructies € 332.500 Bij de bepaling van de tarieven voor de rioolheffing is rekening gehouden met de (kapitaal)lasten, die voortvloeien uit vorengenoemde investeringen.
De overhead is becijferd op 1 1%. Bij de berekening van het dekkingspercentage is rekening gehouden met de compensabele BTW. Dit is een bedrag van € 681.000. Wij hebben besloten een deel van dit bedrag, namelijk € 592.000 niet door te berekenen aan de rioolheffing. Het behoort dus wel tot de kosten, maar wordt niet doorberekend aan de burger. Egalisatievoorziening riolering (exploitatie) In de nota Reserves en Voorzieningen 2017 staat vermeld dat de ‘voorziening riolering (exploitatie)’ een positieve bovengrens kent van 10% van de jaarlijkse inkomsten, waarbij wel wordt gekeken naar de komende 4 jaar. De
90 voorziening mag niet negatief staan. De bovengrens bedraagt 10% en is daarmee € 480.000. Dit betekent dat de voorziening zich ruim beweegt boven de bovengrens. Dit vinden wij gerechtvaardigd om de volgende redenen: - Overdracht stedelijk water: als gemeente zijn we in gesprek met het watersch ap over de overdracht van een deel van het stedelijk water. Dit betekent dat er eenmalig een bedrag aan het waterschap verschuldigd is, en dat er structureel besparingen ontstaan. Op dit moment is er nog geen zicht op wat dit precies gaat betekenen; - De rentelasten zijn nu gebaseerd op een rentepercentage van 1%, een stijging met 0,25% betekent circa € 90.000 aan hogere lasten; - Gemeenten staan aan de vooravond van de uitvoering van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Uit een uit te voeren stresstest voor hitte, droogte en intensieve neerslag zal blijken of nieuwe investeringen nodig zijn; - De onttrekking loopt op termijn op tot ruim 4 ton per jaar. Op het moment dat de voorziening terug loopt, zit hier een risico in voor toekomstige tariefstijgingen. 4.1.9. Lijkbezorging Ten opzichte van de Programmabegroting 2020-2023 is het dekkingspercentage voor de heffing begraafplaatsen en crematoria voor 2021 gestegen met 1 1,3% tot 75, 8%. De overhead is becijferd op 1 1%. De berekening van dit percentage wordt toegelicht in hoofdstuk 2.14.
91 4.1.10. Onderbouwing kostendekkendheid leges Ten behoeve van de kostendekkendheid van de leges is de legesverordening hieronder uitgewerkt. Geconcludeerd kan worden dat over het geheel genomen het kostendekkingspercentage voor leges ligt op 58%.
92 4.1.11. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Wij verlenen voor 100% kwijtschelding aan de burger voor de volgende belastingsoorten: - afvalstoffenheffing (voor de vaste component en voor het aanbieden van maximaa l 13 zakken); - rioolrechten; - onroerende-zaakbelasting. Honorering van een kwijtscheldingsverzoek is met name afhankelijk van het inkomen, het vermogen en de uitgaven van de aanvrager. De aanvragen worden beoordeeld op basis van de door het Rijk vastgesteld e normen en richtlijnen (Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990). De budgetten voor kwijtschelding zijn verdisconteerd in de tarieven van de betreffende belastingsoorten. In vergelijking met 2020 verwachten wij een stabiel aantal (geheel of gedeeltelijk ) toe te wijzen kwijtscheldingsverzoeken. Dit is gebaseerd op de tot op heden gehonoreerde verzoeken (stand per 1 september 2020) en de verwachting voor het restant van dit jaar. Als iemand gedurende 2 achtereenvolgende jaren kwijtschelding heeft ontvangen, hoeft hij/zij geen aanvraag meer in te dienen. Jaarlijks wordt een steekproef gehouden onder de groep huishoudens die elk jaar automatisch kwijtschelding ontvangen.
93 4.2. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1. Algemeen Op basis van een goede en betrouwbare risicocontrol kan tot een juiste analyse, beoordeling en beheersing van de risico’s worden gekomen. Daarbij is het van belang dat het optreden van risico’s op de uitvoering van het bestaande beleid en de bestaande v oorzieningen geen invloed heeft. De risico’s moeten onlosmakelijk deel uitmaken van de beleidsprocessen. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt hierop nader ingegaan. De paragraaf weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting is. Dit is van belang wanneer er zich een financiële tegenvaller voordoet. Door aandacht voor het weerstandsvermogen kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. Deze paragraaf bevat ten minste: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico’s; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. Op 21 mei 2019 heeft uw raad de ‘Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019’ vastgesteld. In de nota is het begrip weerstandsratio – de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de totale omvang van de gewogen risico’s – geïntroduceerd. Uw raad heeft besloten de weerstandsratio voortaan te presenteren in de jaarlijkse programmabegroting en de jaarstukken van de gemeente Steenwijkerland.
In de vorige programmabegroting is dat voor het eerst gebeurd. 4.2.2. Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover wij beschikken om onverwachte tegenvallers op te vangen als deze zich voordoen. De totale weerst andscapaciteit van de gemeente Steenwijkerland aan zowel de vermogenskant als d e exploitatiekant bestaat uit: 1. Algemene reserve – vaste buffer 2. Onroerendezaakbelasting (OZB) Algemene reserve In de nota “Reserves en voorzieningen 2017” is aangegeven dat de A lgemene reserve vaste buffer uitsluitend kan worden ingezet voor uitzonderlijke situaties (soort ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). Bij Najaarsnota 2020 is voor het eerst in de geschiedenis een bedrag onttrokken aan deze reserve (- € 1,1 miljoen). Onroerende-zaakbelasting (OZB) De onbenutte belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan de norm die het Rijk hanteert voor toelating tot artikel 12 van de Financiële Verhoudingswet (FVW). Indien het normtarief van het Rijk hoger is dan het door de gemeente Steenwijkerland gehanteerde gemiddelde tarief is er sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Het Rijk heeft het normtarief in de meicirculaire 20 20 voor toelating tot artikel 12 van de FVW voor 2021 vastgesteld op 18,09% van de WOZ waarde .
Voor de berekening van het gemiddelde OZB -percentage bij de toelating tot artikel 12 wordt uitgegaan van de WOZ -gegevens per 1 januari van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft en de OZB - percentages in datzelfde jaar. Voor 2021 bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit € 3,2 miljoen. Dit bedrag is als volgt gespecificeerd: 94 De totale weerstandscapaciteit per inwoner bedraagt: In paragraaf 3.11.1 is de storting vanuit de Algemene reserve vrij besteedbaar toegelicht. 4.2.3. Inventarisatie risico’s In dit hoofdstuk worden de risico’s vermeld die tot het moment van het aanbieden van de programmabegroting bekend zijn. In dit verband wordt onder risico verstaan “alle voorzienbare risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die niet van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie”. De risicokans is uitgedrukt in klassen. Aa n deze klassen is een rekenpercentage per risico gekoppeld. Vervolgens is een indeling gemaakt van de mogelijke financiële gevolgen.
95
96 Toelichting Voor een adequate risicobeheersing gaat het niet alleen om het treffen van financiële buffers om te zorgen voor voldoende weerstandscapaciteit. Het is ook zaak om niet-financiële maatregelen te treffen om de kans van optreden van geïdentificeerde risico’s te beperken. Wij hebben hieraan invulling gegeven door in de onderstaande overzichten naast een om schrijving van het risico ook aandacht te besteden aan de impact van het risico en de te treffen beheersmaatregelen. CATEGORIE: OMVANG RISICO: < € 200.000 risico: Privatisering bouwtoezicht (nieuw) Omschrijving risico Aan de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) kleven risico’s. Een financiële tegenvaller is niet denkbeeldig nu er ‘verborgen’ kosten opduiken bij de geplande privatisering van het toezicht. Begin 2022 treedt tegelijk met de Omgevingswet de Wkb in werking. Op dat moment gaat de kwaliteitscontrole bij bouwprojecten over naar de markt. Bouwers moeten een private kwa liteitsborger inhuren. Deze onafhankelijke, gecertificeerde controleur ziet erop toe dat gebouwen conform de bouwtechnische voorschriften uit het Besluit Bouwwerken (BBL), e en van de vier AMvB’s onder de Omgevingswet, tot stand komen.
Een positieve gereedheidsverklaring van het gebouw gaat straks in het bouwdossier naar de gemeente, die daarna geen inhoudelijke technische toetsingstaak meer heeft, maar niettemin als bevoegd g ezag verantwoordelijk blijft. Als de positieve verklaring ontbreekt, bijvoorbeeld omdat de kwaliteitsborger oordeelt dat het gebouw niet BBL-proof is, komen gemeenten in een lastig parket terecht. Zonder deze verklaring zijn de gevolgen voor gemeenten. Wet telijk gezien is het gebruik van het gebouw dan niet toegestaan. Maar gemeenten moeten dan wel strikt handhaven. De consequentie is dat het gebouw leeg staat en onbenut blijft. De druk van buiten zal toenemen. Initiatiefnemers zullen het hier niet bij late n zitten. In het ergste geval kan dit tot rechtszaken leiden. De gemeente heeft dan weinig keus en is genoodzaakt zich het bouwdossier eigen te maken om zelf een oplossing te zoeken. Mogelijk moet ze een externe deskundige inhuren. Dit kan flink in de papieren lopen.
97 Impact De impactanalyse van de VNG rekent voor dat een gemeente als snel één tot twee weken aan een enkel dossier kwijt is, mocht de positieve verklaring blijvend achterwege blijven. Als bij tien procent van de bouwprojecten geen positieve verklaring zit, komt dat voor alle gemeenten samen neer op een kostenplaatje van € 3 tot € 6 miljoen per jaar. Bij hogere percentages lopen de kosten op. Punt is dat het extra werk niet financieel gedekt is in de Wkb. Daarbij komt nog dat voor veel bouwplannen alleen een meldingsplicht gaat gelden. Het gaat om veel voorkomende bouwtypen, zoals rijtjeshuizen en vrijstaande woningen. Gemeenten, vooral in de gebouwen waar veel gebouwd wordt, zien hun legesinkomsten dalen, wat de financiële middelen voor bouwtoezicht verder onder druk zet. (Beheers)maatregelen Via proefprojecten wil de VNG proberen inzicht te krijgen. Risico: Planschade bestemmingsplannen (nieuw) Omschrijving risico Één van de bezuinigingsvoorstellen onder bestuursprogramma ‘De in woner op 1’ is om het bestaand budget (€ 25.000 structur eel) voor mogelijke planschade bij bestemmingsplannen t e laten vervallen. Planschade wordt ook wel tegemoetkoming in schade genoemd als gevolg van een planologische maatregel. Voorbeelden: het realiseren van een nieuwe woonwijk of het wij zigen van de functie van een bestaand pand.
Onder bepaalde voorwaarden kan een verzoek worden ingediend bij de gemeente (er geldt een wettelijk recht op planschadevergoeding). We kiezen ervoor om dit bedrag niet langer te begroten en het potentiële risico te accepteren met een vermelding in de risicoparagraaf van de begroting. Impact Financieel: De € 25.000 die jaarlijks beschikbaar was om het risico af te dekken, is niet langer beschikbaar. In plaats daarvan stellen we voor om hetzelfde bedrag op te nemen in deze risicoparagraaf. (Beheers)maatregelen Indien mogelijk leggen we het ris ico van planschade neer bij degene die verantwoordelijk is voor de planologische wijziging. Risico: Verhoging van de afvalstoffenbelasting Omschrijving risico Gedurende de periode 1 januari 2019 tot 1 juli 2021 vallen wij onder een zogenaamde overgangsregeling waardoor wij nog niet worden aangeslagen voor de afvalstoffenbelasting. Het risico bestaat dat dit tarief in de toekomst hoger ligt dan het huidige tarief. De verwachting is dat de afvalstoffenbelasting zou kunnen verdubbelen. Deze plannen van de regering zijn onderdeel van het vergroenen van het belastingstelsel. Impact Financieel: verhoging van de afvalstoffenheffing (Beheers)maatregelen De egalisatievoorziening reiniging is beschikbaar om financiële tegenvallers op te vangen en daarmee tariefschommelingen zoveel mogelijk te voorkomen.
98 Risico: Uitbreiding van de BTW-sportvrijstelling Omschrijving risico De Nederlandse sportvrijstelling BTW is per 1 januari 2019 gewijzigd. Tot dan toe konden gemeenten, sportverenigingen en sportsticht ingen de BTW die aan hen in rekening werd gebracht in aftrek brengen. Het recht op aftrek is, mede vanwege Europese jurisprudentie, komen te vervallen. Deze verruiming van de sportvrijstelling leidt tot een structurele extra belastingopbrengst van € 241 miljoen voor de rijksoverheid. Daartegenover staan de extra kosten voor gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen. Om de kostenstijging voor gemeenten te beperken heeft het kabinet een subsidieregeling in het leven geroepen voor vooralsnog 5 jaar; de regeling specifieke uitkering stimulering sport (SPUK). Het exact toe te kennen bedrag uit de SPUK wordt achteraf vastgesteld. De systematiek komt erop neer dat het budget voor SPUK-toekenningen bij het R ijk gemaximaliseerd is. Als er meer aangevraagd wor dt dan er budget beschikbaar is bij het R ijk dan wordt het beschikbaar budget evenredig verdeeld over de aanvragers. In dat geval is het aannemelijk dat gemeenten minder ontvangen dan aangevraagd. De kans is groot dat het beschikbare bedrag wordt overvraagd en de gemeente maar een deel van de BTW-schade vergoed krijgt.
Voor de overige sportstichtingen is het vervallen van de BTW -aftrek op de exploitatielasten mogelijk een nadeel. Stichtingen hebben aan de andere kant ook voordeel bij de nieuwe regeling omdat ze de BTW op verkoop niet meer hoeven af te dragen. Het gevolg van de verruiming van de sportvrijstelling en de niet meer aftrekbare BTW, kan voor de stichtingen tot een lager resultaat leiden. De BTW op de kosten zijn immers nu ook kosten geworden. Uit eindelijk zullen zij waarschijnlijk bij de gemeente aankloppen voor een hogere subsidie of lagere huur. Al met al zal de gemeente bij moeten/gaan springen. Impact Gemeente Steenwijkerland heeft in 20 20 een SPUK -aanvraag voor € 430.000 ingediend. Het uitke ringsplafond bedraag voor het jaar 20 20 € 188 miljoen. Het beschikbare bedrag is overvraagd en de gemeente krijgt slechts 80% van de BTW- schade vergoed. Het eventuele overschrijdingsrisico voor 2021 is dus aanzienlijk en wordt als categorie hoog aangemerkt. De BTW -schade wordt gekwantificeerd op ongeveer € 100.000. (Beheers)maatregelen De ontwikkelingen volgen en continue monitoring. Risico: Rentestijging Omschrijving risico De rente bevindt zich op een historisch laag niveau. Bij een aantrekkende ec onomie is een rentestijging niet ondenkbaar. Vanwege de corona pandemie is dit scenario evenwel op de korte termijn niet realistisch.
Wel kunnen de spanningen in de wereld van invloed zijn op het rentepercentage. Het zijn risico’s die door de gemeente niet te beïnvloeden zijn, maar die zich wel kunnen voordoen. Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 25%, in de categorie laag. Een rentestijging van 1% wordt gekwantificeerd op ongeveer € 100.000 in 2021 oplopend naar € 400.000 in 2025 op basis van een investeringsvolume van € 10 miljoen per jaar. 99 (Beheers)maatregelen Jaarlijks voor de begroting wordt op basis van de rentegegevens op 1 augustus een herberekening gemaakt van de rentecomponent. Via de P&C cyclus worden de financiële gevolgen van de rente gerapporteerd. Risico: Dividenduitkering nutsbedrijven (verlaging WACC) Omschrijving risico Lagere of geen dividenduitkering van nuts bedrijven als gevolg va n de verlaging van de WACC (vermogenskostenvoet) van 3,4% naar 2,7 5%. Gevolg een lager bedrijfsresultaat en een lagere of misschien zelfs wel geen dividenduitkering. Impact Forse daling van de dividendo pbrengst van met name N.V. Rendo Holding en Enexis Holding N.V.. (Beheers)maatregelen Via de P& C cyclus worden de gevolgen van de lagere dividendopbrengst gevolgd.
Risico: Dividenduitkering nutsbedrijven (toename investeringen) Omschrijving risico Lagere of geen dividenduitkering van nuts bedrijven als gevolg van de enorme investeringen die de komende jaren gedaan moeten worden in verband met de energietransitie. Gevolg een lager bedrijfsresultaat en een lagere of geen dividenduitkering. Impact Forse daling van de dividendo pbrengst van met name N.V. Re ndo Holding en Enexis Holding N.V.. (Beheers)maatregelen Via de P&C cyclus worden de gevolgen van de lagere dividendopbrengst gevolgd. Inmiddels wordt bij de raming voor de dividenduitkering van Enexis al rekening gehouden met een lagere dividendopbrengst. Hierbij is rekening gehouden met een daling van de nettowinst met € 50 miljoen. Risico: Dividenduitkering Wadinko Omschrijving risico Lagere dividenduitkering Wadinko N.V.. De participaties waarin Wadinko deelneemt ondervinden problemen als gevolg van de coronacrisis. Vooral bij participaties actief in de maakindus trie verwacht Wadinko een terugval van de omzet. Dit zal het resultaat van Wadinko negatief beïnvloeden. Impact De gemeente loopt een financieel risico, doordat de dividenduitkering ter hoogte van € 65.000 geheel of deels kan komen te vervallen. (Beheers)maatregelen Via de P&C cyclus worden de gevolgen van de lagere dividendopbrengst gevolgd.
Risico: Waardering Onroerende zaken Omschrijving risico Gemeenten zijn met ingang van 2022 verplicht te beschikken op basis van oppervlakte, daar waar dit nu gebeurt op inhoud. De waardering van 2021, die gedaan wordt voor de beschikking van 2022, zal zorgen voor waarde verspringingen. Daarnaast loopt het contract met onze huidige waarderingspartij (KONDAR) eind 2020 af. Deze overeenkomst kan niet worden verlengd, omdat het pakket van KONDAR niet meer voldoet aan de geldende wet - en regelgeving. De 100 gemeente moet dus overstappen naar een nieuwe waarderingsapplicatie. De combinatie van taxeren op basis van gebruikersoppervlakte en de nieuwe applicatie, kan zorgen voor een toename in het aantal bezwaren Impact - Veel (no cure no pay) bezwaren zal leiden tot een hoger bedrag aan proceskosten. Daarnaast zou het aantal bezwaren te veel zijn voor de huidige bezetting waardoor er mogelijk gebruik gemaakt moet worden van een extern bureau. - De nieuwe applicatie zal moeten worden geïmplementeerd. (Beheers)maatregelen Er is een vroegere start gemaakt met de omzetting naar gebruiksoppervlakte. Dit project wordt in 2020 afgerond, in plaats van in 2021. Daarmee hebben we meer tijd om de groepsindeling kritisch te beoordelen, voorafgaand aan de beschikking te communiceren met belanghebbenden en voorlopige eindwaardes te controleren.
Daarmee kunnen we voorkomen dat foutieve waardes toch beschikt worden. Met de nieuwe leverancier z al intensief samengewerkt moeten worden. In de aanbesteding zullen we een nieuwe leverancier dan ook vragen een plan van aanpak te schrijven voor deze omzettingen. Risico: Rioolheffing (lopende bezwaarprocedures) Omschrijving risico De afgelopen jaren bent u meermaals geïnformeerd over procedures tegen de rioolheffing 2013, 2014 en 2015. Vorig jaar heeft de Hoge Raad de beroepen op alle punten ongegrond verklaard. De verordeningen en de opgelegde aanslagen rioolheffing zijn in stand gebleven. Daarmee i s dit niet langer een risico voor onze financiële positie. Tegen de aanslagen 2016 tot en met 2019 lopen nog wel bezwaarprocedures. Aangezien deze inhoudelijk gelijk zijn aan de gevoerde procedures voor 2013 tot en met 2015, is het financiële risico naar v erwachting beperkt. Impact Het eventuele risico inzake wordt ingeschat in de categorie laag. (Beheers)maatregelen Een eventuele financiële tegenvaller zal net als bij andere risico’s moeten worden gedekt uit algemene middelen (‘Algemene reserve - vaste buffer’).
CATEGORIE: OMVANG RISICO: > € 200.000 - < € 500.000 Risico: Herverdeling gemeentefonds vanaf 2022 Omschrijving risico Het Rijk en gemeenten hebben in mei 2018 afgesproken om de verdeling van de middelen in het sociaal domein en de verdeling van de andere middelen (‘klassiek’) in het gemeentefonds vanaf 2022 integraal te herzien. Gemeenten hebben in het sociaal en het fysiek domein meer taken gekregen en ook maatschappelijke ontwikkelingen zijn door gegaan. De financiële verhouding moet bij deze ontwikkelingen aansluiten. In de verdeelmodellen van het sociaal domein zitten discrepanties die ervoor zorgen dat sommige gemeenten minder geld van het Rijk ontvangen voor het sociaal domein dan zij op basis van hun kostenstructuur nodig hebben. De h erziening van de verdeelmodellen sociaal domein is erop gericht om de financiële problemen van deze gemeenten als gevolg van een verkeerde verdeling op te lossen. Een positief herverdeeleffect voor de ene gemeente leidt echter altijd tot een negatief herverdeeleffect bij een andere gemeente. De herziening van de verdeelmodellen sociaal domein kan dus voor onze gemeente tot een 101 financieel nadeel leiden. De wijziging van het woonplaatsbeginsel Jeugd zal ook financiële ef fecten hebben.
Het budget voor Voogdij 18+ kan na wijziging van het woonplaatsbeginsel objectief verdeeld gaan worden, en hoeft niet meer op basis van historisch zorggebruik verdeeld te worden. Dit loopt mee in de evaluatie van de verdeelmodellen welke momenteel plaatsvindt en in 2022 tot aang epaste verdeelmodellen zal leiden. Gemeenten worden uiterlijk in de december circulaire 2020 over de uitkomsten geïnformeerd. Impact Op basis van eerder onderzoek bedraagt het negatief herverdeeleffect voor onze gemeente naar verwachting € 33 per inwoner, ofwel maximaal € 1,5 miljoen structureel. Dit bedrag staat nog niet vast, omdat er nog onderhandelingen plaatsvinden tussen de VNG en het kabinet. Wij verwachten dat het uiteindelijk bedrag daarom lager zal uitvallen. Bovendien zal het kabinet bij een dergelijke grote herverdeeloperatie waarschijnlijk een overgangstermijn van 3 jaar hanteren waarbij de herverdeeleffecten in de eerste jaren zijn gemaximeerd. (Beheers)maatregelen In voorliggende begroting stellen we voor om een ste lpost aan de uitgavenkant te introduceren van € 700.000 in 2022, oplopend tot € 1.000.000 structureel in 2024. Risico: Loonkostensubsidies (nieuw) Omschrijving risico Indien er meer ber oep wordt gedaan op het instrument l oonkostensubsidie als gevolg van herstel van de economie, dan heeft dit een negatief effect op de begroting.
Daarnaast is het zo dat indien een l oonkostensubsidie wordt geïndiceerd, er ook een loonkostensubsidie verstrekt moet worden . Het gaat hier namelijk om een open-eind-regeling. Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 25%, in de categorie laag. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages. Risico: Minimabeleid (incl. schuldhulpverlening) Omschrijving risico Uitkeringen bijzondere bijstand en minimabel eid zijn zogenaamde open eind financieringen. Afhankelijk van het aantal aanvragen en hoogte van de uitkeringen kunnen er onder- dan wel overschrijdingen plaatsvinden. Het opgen omen budget in de begroting 2021 bedraagt circa € 2 miljoen. Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 10%, in de categorie laag. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages. Risico: Participatiewet (re-integratie en Wsw) Omschrijving risico De invoering van de Pa rticipatiewet per 1 januari 2015 is gepaard gegaan met een forse korting op de diverse rijksbijdragen. Impact Door de coronacrisis in 2020 is de arbeidsmarkt gewijzigd en verslechterd. Er is nog steeds een ruime risicokans dat het beschikbare budget voor re-integratie en de Wsw (NoordWestGroep) niet toereikend is. 102 (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages van de NWG.
Samen met de NWG wordt naar oplossingen gezocht op het gebied van extra inkomsten of extra uitstroom. Risico: BTW-compensatiefonds Omschrijving risico Gemeenten declareren BTW terug op grond van het BTW-compensatiefonds (BCF). Voor dit fonds geldt een maximaal te declareren bedrag. Zolang dit zogeheten plafond niet is bereikt, wordt het niet gebruikte gedeelte op begrotingsbasis toegevoegd aan de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Omgekeerd kan het ook zo zijn dat er meer wordt gedeclareerd dan het plafond. Dan vindt er een korting plaats op de Algemene uitkering. Voor de begroting 2021 met bijbehorende meerjarenraming is in de meicirculaire een advies opgenomen dat die raming maximaal gelijk mag zijn aan de afrekening van 201 9, zijnde € 295.000 in alle jaren. De provinciaal toezichthouders hebben aangegeven dit advies als richtlijn te gebruiken bij het beoordelen van de begrotingen. Sterker nog, ze geven ter overweging een lagere of zelfs helemaal geen raming meer te maken omda t het totaal van gemeentelijke declaraties op korte termijn zou kunnen omslaan in een overschrijding van het plafond en dus een uitname uit het gemeentefonds. In de vorige programmabegroting is voorzichtigheidshalve gekozen om geen bedrag op te nemen.
In voorliggende begroting stellen we voor dat wel te doen voor het maximaal toegestane bedrag van € 295.000 om daarmee het meerjarig begrotingssaldo vanaf 2021 te ontlasten. Impact - Indien er achteraf geen ruimte onder het plafond blijkt te zijn (geen onderschrijding), dan worden we geconfronteerd met een financieel nadeel van € 295.000. - Indien het maximum te declareren bedrag bij BCF wordt bereikt of een overschrijding hiervan in enig jaar, betekent dit dat er een nadeel optreedt binnen de Algemene uitkering van het Gemeentefonds . Dit nadeel kunnen we niet kwantificeren. Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 50%, in de categorie hoog. (Beheers)maatregelen Elk jaar wordt het op te nemen budget opnieuw berekend. Risico: Dividenduitkering Rendo Omschrijving risico Lagere dividenduitkering N.V. Rendo Holding als gevolg van afschaffing precariorechten en de algemene verordening ondergrondse infrastructuur. Impact De gemeente loopt financieel risico, door dat met ingang van het jaar 2021 de dividenduitkering lager kan uitvallen. In de begroti ng is vooralsnog een bedrag geraamd van € 1,5 miljoen structureel. Op basis van de huidige inzichten bedraagt het maximaal risico de komende jaren € 500.000 in de categorie hoog.
(Beheers)maatregelen De Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur is aangenomen door de aandeelhoudersvergadering van Rendo en gaat in per 1 januari 2021. De financiële gevolgen van de invoering zal met name in de beginperiode nauwlettend worden gevolgd. 103 Risico: Onderhoud openbare ruimte Omschrijving risico Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte wordt gebruik gemaakt van speciale computerprogramma's. De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het op orde brengen van deze programma's. Ondertussen is het gehele areaal ingevoerd. D.m.v. inspecties wordt de staat van onderhoud bepaald. Het risico van schade als gevolg van achterstallig onderhoud is afhankelijk van de gekozen frequentie van inspecteren. Op basis van deze gegevens wordt de besteding van het jaarlijkse onderhoudsbudget bepaald. In 2017 zi jn de beleidsplannen voor wegen, fietspaden, openbare verlichting en oeververbindingen geactualiseerd en is een belangrijke slag gemaakt in het inzichtelijk maken van de onderhoudstoestand van deze kapitaalgoederen. Op basis hiervan kan planmatiger worden gewerkt. De meerjarige onderhoudsplannen zijn met ingang van 2022 over het algemeen op het onderhoudsniveau ‘basis’ gebaseerd en begraven op ‘hoog’. Impact Het financieel risico wordt ingeschat op € 250.000.
Doordat onze kapitaalgoederen voortaan meer planmatig worden beheerd en wij de komende jaren fors investeren, komen wij tot een lage risicokans. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring en rapporteren in tussenrapportages Risico: Essentaksterfte (nieuw) Omschrijving risico De essentaksterfte is voor een aantal grotere boomstructuren in de gemeente nog steeds een bedreiging. Door het droge voorjaar van de afgelopen jaren heeft de veroorzakende schimmel minder bomen aangetast. Het is echter niet uit te sluiten dat het aantal aantastingen, met uite indelijk afsterven tot gevolg, weer gaat toenemen. Grote laanstructuren in de polders en de boomstructuren langs de paden in Giethoorn bestaan uit essen. Het wegvallen van deze boomstructuren zal leiden tot ernstige kwaliteitsverlies, herplant zal altijd n odig zijn om de landschapskarakteristiek en het dorpskarakter te behouden. Impact Het wegvallen van de boomstructuur langs de paden in Giethoorn heeft ruimtelijke consequenties, het dorpsbeeld wordt ernstig aangetast. Ook is het verwijderen van grote bome n op deze locatie complex door de moeilijke bereikbaarheid. Ook laanstructuren in de polders hebben sterke invloed op de ruimtelijke kwaliteit. (Beheers)maatregelen Ieder jaar worden alle essen geïnspecteerd. Aangetaste essen worden gemonitord.
De peri ode vanaf het moment van aantasting tot het sterven van de boom is gemiddeld 5 tot 7 jaar. In deze periode kan worden overgegaan met het vervangen van de aangetaste bomen. Daarmee blijft het beeld instant. Door de bomen gefaseerd te vervangen blijft de kwaliteit en de kwaliteit van het dorp Giethoorn en het polderlandschap (o. a. Polder Giethoorn en polder IJ sselham) behouden. Bij zware aantasting van de bestaande structuren kunnen de kosten voor herstel oplopen tot € 400.000 , risicokans: ruim. H et is niet waarschijnlijk dat alle bomen tegelijk worden aangetast, daarmee kan deze opgave gefaseerd over de jaren worden opgepakt. 104 CATEGORIE: OMVANG RISICO: > € 500.000 Risico: Nieuwe CAO gemeentepersoneel en mogelijke stijging pensioenpremies (nieuw) Omschrijving risico Één van de aanvullende bezuinigingsvoorstellen is het niet ramen van looncompensatie in 2021. Dat betekent dat een CAO-verhoging voortvloeiend uit de lopende onderhandelingen binnen het aanwezige budget moet worden opgevangen, oftewel bezuinigd. Concreet betekent dit dat er taakstellend wordt bezuinigd op personele lasten omdat wij lokaal CAO -afspraken dienen uit te voeren. Hierdoor zullen effectief minder taken uitgevoerd kunnen worden.
Daarnaast kwam onlangs in het nieuws dat door lage rente en nieuwe rendementseisen voor pensioenfondsen werknemers volgen d jaar tientalle n tot honderden euro’s meer betalen aan pensioen. De precieze premiebedragen zijn nog niet bekend, wel is duidelijk dat veel fondsen niet ontkomen aan drastische premiestijgingen. Werkgevers betalen vaak het grootste deel van de pensioenpremie. Impact Bij het maken van onze uitgave nramingen hebben we volgens de gebruikelijke systematiek gerekend met 2,8% looncompensatie in 2021 (zie tabel ‘uitgangspunten programmabegroting’ in paragraaf 3.2). Dat resulteert in een bedrag van ruim € 8 ton vanaf 2021. Hiervoor is een beheersmaatregel getroffen. Voor eventuele stijging van de pensioenpremies – het werkgeversdeel – is nog onvoldoende informatie bekend. Riscokans: hoog. (Beheers)maatregelen Een taakstellende bezuiniging op perso nele lasten als sprake is van een CAO - verhoging in 2021. Risico: Participatiewet (uitkeringen en rijksbijdrage) / stelpost BUIG Omschrijving risico De gemeente is volledig financieel verantwoordelijk voor het bijstandsgedeelte van de wet. Van het rijk wordt hiervoor jaarlijks wel een bijdrage ontvangen. Het in de begroting opgenomen te ontvangen budget betreft een voorlopig inschatting van hetgeen doo r het r ijk toegekend gaat worden. In oktober van het begrotingsjaar wordt het definitieve budget pas be kend gemaakt.
De hoogte van het budget is afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelingen op landelijk niveau. Bij minder verstrekte bijstandsuitkeringen dan van tevoren is ingeschat wordt het budget naar beneden bijgesteld, bij meer verstrekte bijstandsuitkeringen wordt het budget naar boven bijgesteld. In de begroting 2021 wordt er verder rekening mee gehouden dat er in dat jaar gemiddeld 8 15 bijstandsuitkeringen worden verstrekt. Het geschatte gemiddelde bedrag van een verstrekte uitkering bedraagt € 14.300 per jaar. De begrote uitgaven bedragen hierdoor € 11.655.000. Voor de Ioaw en Ioaz bedragen deze aantallen 50 x € 15.200. Dit is een bed rag van € 760.000. Deze aannames kunnen in werkelijkheid afwijken. Impact Ingeschat wordt dat de gemeente een risico loopt van 10% van het begrote te ontvangen BUIG budget (€ 14.494.000), met een ruime risicokans. De afwijking op de uitkeringen wordt bere kend op 10% van het bedrag dat is opgenomen aan te verstrekken uitkeringen (€ 12.4 15.000), ook met een ruime risicokans. Bij een forse 105 overschrijding van het budget kan overigens een beroep worden gedaan op de ingebouwde Vangnetregeling bij het Rijk. (Beheers)maatregelen - Periodieke monitoring via de P&C cyclus.
- Uitwerken BDO rapport; Grip op financiën Sociaal Domein Risico: Ontwikkeling algemene uitkering uit het gemeentefonds Omschrijving risico Gemeenten ontvangen het grootste gedeelte van hun inkom sten uit de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Hoeveel uitkering wordt ontvangen is voor een groot gedeelte afhankelijk van de hoogte van de rijksuitgaven. Wijzigingen in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de Algemene uitkering (samen de trap op en samen de trap af). De jaarlijkse toe - of afname van de Algemene uitkering op basis van dit principe wordt het accres genoemd. Het accres heeft de afgelopen jaren weinig stabiliteit laten zien. Het ene moment is er een flinke tegenvaller, een tijdje later gevolgd door een flinke meevaller. Het is dan ook zeer lastig om hier op een goede manier mee om te gaan. Impact De gemeente is voor een groot gedeelte afhankelijk van de inkomsten uit het Gemeentefonds. In de begroting is voor het ja ar 2021 een ontvangst geraamd van bijna € 78 miljoen. Als de uitkering tegenvalt, kan dit betekenen dat het financieel beleid moet worden bijgesteld. De impact is de afgelopen jaren groter geworden vanwege de decentralisaties in het Sociaal domein, waardo or het gemeentefonds in omvang is toegenomen en daarmee ook het risico voor de gemeente.
(Beheers)maatregelen Wij hebben een aantal beheersmaatregelen getroffen om de gevolgen van tegenvallers in de Algemene uitkering op te kunnen vangen: 1. De ‘Algemene reserve vaste buffer’ die is bedoeld om onverwachte tegenvallers op te vangen (ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). 2. De reserve ‘Opvangen tekorten Sociaal domein’ is in het leven geroepen om tegenvallers binnen het Sociaal domein op te vangen . Deze bestemmingsreserve kent een looptijd tot en met 2022. Risico: Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) Omschrijving risico Binnen de Wmo worden enkele risico’s onderkend: - De rijksbijdrage wordt niet meer via een Integratie Uitkering toegekend aan de gemeenten maar verstrekt via de methodiek van het Gemeentefonds. Wat hier het effect van is, nu en op langere termijn, is moeilijk in te schatten. - Ook het feit dat mensen (met een zorgvraag) langer thuis moeten of willen blijven wonen levert risico’s op. Deze groep groeit en hiermee wordt een groter beroep op de gemeente gedaan en wijzigt ook de aard en intensiteit van de hulpvraag aan de gemeente. - Toe- dan wel afname in de zorg is niet tot zeer moeilijk in te schatten. - In 2020 wordt de schoonmaakondersteuning opnieuw aanbesteed. De gevolgen hiervan worden vanaf het jaar 2021 zichtbaar. - In 2019 is het ‘abonnementstarief’ in gegaan.
Dit betekent dat degenen die gebruik maken van maatwerkvoorzieningen hier niet meer aan bijdragen naar draagkracht maar dat iedereen een vast bedrag betaalt (vanaf 2020 € 20 per maand). Voor alle gemeenten zal dit een verlaging v an de inkomsten betekenen. Het Rijk heeft slechts een gedeelte van deze verlaging gecompenseerd. In 2019 en ook in 2020 is zichtbaar dat deze maatrege l een 106 ‘aanzuigende werking’ heeft op het aantal gevraagde maatwerkvoorzieningen. Dit is vooral zichtbaar bij de schoonmaakondersteuning. - De indexeringen die de gemeente moet meenemen in de tarieven ligt vaak hoger dan de indexering die intern wordt toegepast binnen de begroting. Impact De risicokans wordt als ruim inschat, zonder dat hier op dit moment een bedrag aan gekoppeld kan worden. (Beheers)maatregelen - Periodieke monitoring via de P&C cyclus. - Verdere uitwerking van de transformatie agenda. - Uitwerken BDO rapport; Grip op financiën Sociaal Domein. Risico: Jeugdzorg Omschrijving risico Sinds de inwerkingtreding van de Jeugdwet (2015) kunnen de volgende risico’s worden onderkend: - Ten eerste geldt ook hier dat de rijksbijdrage niet meer via een Int egratie Uitkering wordt toegekend aan de gemeenten maar verstrekt via de methodiek van het Gemeentefonds. Wat hier het effect van is ook bij het budget voor de jeugdzorg, nu en op langere termijn, is moeilijk in te schatten.
- Een ander risico is dat er sprake is van een stijgende vraag om jeugdzorg. Deze trend is ook landelijk zichtbaar. Het is niet goed aan te geven waardoor deze stijging wordt veroorzaakt. - In 2021 moet de Jeugdzorg opnieuw worden aanbesteed. De gevolgen van een nieuwe wijze van inkoop worden in de loop van het jaar 2022 zichtbaar. - De indexeringen die de gemeente moet meenemen in de tarieven ligt vaak hoger dan de indexering die intern wordt toegepast binnen de begroting. Impact De risicokans wordt als ruim inschat, zonder dat hier op dit m oment bedragen aan gekoppeld kunnen worden. (Beheers)maatregelen - Periodieke monitoring via de P&C cyclus. - In 2019 is een Plan van Aanpak Jeugdzorg opgesteld. Hierin zijn diverse maatregelen benoemd die uiteindelijk moeten leiden tot een verlaging van de kosten voor de jeugdhulp. - Verdere invulling van de transformatie agenda. - Uitwerken BDO rapport; Grip op financiën Sociaal Domein Risico: Omgevingswet Omschrijving risico De invoering van de Omgevingswet is een grote opgave voor de organisatie. Op 1 januari 2022 gaat de wet in. Na 2022 zijn we niet klaar, maar zullen we de omgevingswet nog verder implementeren. Dit traject loopt tot uiterlijk 2029. De focus voor nu ligt op de periode tot 2022. Momenteel wordt vanuit het programma invoering omgevingswet t oegewerkt naar de deadline waarop de wet in werking treedt.
Risico’s betreffen: 1. Niet halen van de deadline van invoering door lokale of landelijke oorzaken en daarmee niet kunnen uitvoeren van wettelijke taken per 1-1-22. 2. Niet halen van de deadline/op schema blijven lopen en daarmee niet halen van eigen ambities. 3. Overschrijding van het budget voor invoering/onvoldoende middelen voor een goede invoering. 107 Impact 1. De invoering van de wet bestaat uit vele verschillende elementen waarvan sommige crucialer zij n dan andere. Om inzichtelijk te maken wat op 1 -1-22 gereed moet zijn heeft de VNG een lijst met minimale acties geformuleerd om voorbereid te zijn op de omgevingswet. Voor de meeste van de acties op deze lijst lopen we op schema. Er is één actie die momen teel als risico wordt ingeschat: - Inrichting van de gewijzigde vergunningprocedure (met 8 weken als standaard) en de daarvoor benodigde ketensamenwerking. Het mogelijke gevolg van het optreden van dit risico is dat we per 1 -1-22 geen vergunningen meer kunnen verstrekken en daarmee de ontwikkelingen in het fysieke domein op slot gaan. De oorzaak is meervoudig: beperkte capaciteit in de organisatie, onduidelijkheid over noodzaak gebruik toepasbare regels en de stappen die in regionaal verband nog gezet moeten worden qua samenwerking. 2.
Aanvullend op hetgeen dat we (wettelijk gezien) klaar moeten hebben is binnen het programma omgevingswet ook een eigen ambitie geformuleerd aansluitend op de ambities van het college en de organisatie. Omdat het hier gaat om ambi ties en niet om wettelijke vereisten is de deadline van 1 -1-22 minder hard, maar de wenselijkheid van het halen van deze bestuurlijke ambities is er niet minder om. Als we kijken naar de doelen uit de bestuursprogramma’s en de in het verlengde daarvan opgestelde ambities ten aanzien van de invoering van de wet, dan doen zich de volgende risico’s voor: - Beperktere aansluiting op de wensen en behoeften van inwoners, met name de tevredenheid over (digitale) contacten/communicatie en het gebruik van serviceformules doordat vooral wordt gefocust op de (verplichte) techniek en te weinig tijd beschikbaar is om medewerkers te trainen in de juiste houding en gedrag. - Participatie zit in ons bloed & goed verwachtingenmanagement: deze ambities betekenen dat medewerkers hierin getraind moeten worden. Doorlopend en intensief. Omdat er geen harde grens is aan de mate waarin we dit moeten – dat bepalen we zelf – kan dit bij te beperkte capaciteit in de knel komen. - “De vraag staat centraal” willen we bereiken door het invoer en van een initiatieventeam. Een team dat zich snel en integraal buigt over initiatieven.
Omdat de deadline van 1 -1-22 vooral geldt voor het technisch kunnen afhandelen van een aanvraag en de werkwijze van een team vooral een cultuurverandering is kan deze ambitie in de knel komen door te beperkte aandacht hiervoor. - Sectoraal in plaats van integraal beleid vanwege onvoldoende samenwerking en afstemming met als gevolg tegenstrijdige uitgangspunten, etc. De risico’s die hier genoemd staan zijn die bestuur lijke ambities uit het coalitieakkoord, de begroting of het programma omgevingswet die in het gedrang komen als we te weinig capaciteit vrij maken voor de invoering van de omgevingswet. Het zijn – in tegenstelling tot de minimale (wettelijke) acties onder punt 1 - geen zaken die per se geregeld moeten zijn op 1-1-22, maar wel belangrijke ambities van dit college. 108 3. Tot slot blijft de omgevingswet een financieel risico met zich meebrengen. De omgevingswet brengt drie soorten kosten met zich mee die lastig in te schatten zijn en in die zin een risico vormen: - Voorbereidings- en implementatiekosten. Om deze in te kunnen schatten is het VNG-model gebruikt. Doordat dit model in vergelijking met vorig jaar beter ingevuld kon worden heeft dit tot een inschatting van de kosten voor de komende jaren en een claim bij de afgelopen PPN geleid. Voor 2020 gaat dit om een bedrag van bijna een miljoen euro.
Van dit bedrag is in het kader van het HHP een aanzienlijk deel ingeleverd (€ 200.000). Met het bij de PPN vastgestelde bestedingsplan wordt dit risico als flink kleiner dan voorheen ingeschat en lijken we ook met het inleveren in het kader van het HHP over voldoende middelen te beschikken voor de nu voorziene looptijd. Onzekerheid blijft natuurlijk altijd aanwezig, maar bi j (verwachte) afwijkingen wordt uw raad bij het voorjaars - en najaarsmoment geïnformeerd. - Verandering in de structurele lasten. Deze lasten kunnen wijzigen door een verandering in de personeelsbehoefte en een vermoedelijke daling van de legesopbrengsten. Een kwantitatieve duiding is nog niet te geven, dat zal pas mogelijk zijn als er grote stappen zijn gezet met de omgevingsvisie en het omgevingsplan. - Mogelijke incidentele frictiekosten . Deze kosten kunnen optreden als gevolg van een verschuiving in het personeel. Een kwantitatieve duiding is nog niet te geven. (Beheers)maatregelen Binnen de organisatie is het programma omgevingswet opgezet. In dit programma worden de inhoudelijke en financiële risico’s in de gaten gehouden en worden er maatregelen op getroffen. Risico’s die te groot dreigen te worden of daadwerkelijk optreden worden besproken in de stuurgroep omgevingswet van waaruit beheersmaatregelen worden genomen. In relatie tot voorgaande risico’s worden/zijn de volgende maatregelen genomen: 1.
Om d e vergunningprocedure goed in te richten is enerzijds de hulp ingeschakeld van een bureau dat de processen uitwerkt en wordt anderzijds t.z.t. een implementatiemanager ingezet die deze processen daadwerkelijk moet laten werken in de organisatie. 2. Op de twe ede groep risico’s met betrekking tot de eigen lokale ambities worden geen specifieke beheersmaatregelen getroffen. Wel wordt continu gekeken naar de voortgang van het programma, de beschikbare capaciteit en de balans tussen interne en externe inzet. 3. Met betrekking tot de financiële risico’s vindt structureel overleg plaats met de afdeling financiën. Momenteel zijn er geen overschrijdingen te verwachten en derhalve ook geen beheersmaatregelen. Risico: Investeringsprojecten ruimtelijk domein / grondexploitaties Omschrijving risico Voor de aanleg en instandhouding van voorzieningen in de omgeving zijn investeringen noodzakelijk. De kredieten die met deze investeringen zijn gemoeid worden projectmatig aangevraagd en gemonitord. Een totaaloverzicht van de lopende projecten is door middel van een projectenlijst inzichtelijk. De aard en omvang van deze projecten kunnen erg verschillen en daarmee ook de risico’s die per project worden gelopen. Om op projectniveau de risico’s inzichtelijk te kunnen 109 maken is de zogenaamde prescan ingevoerd.
Hierbij wordt niet alleen gekeken naar financiële risico’s, maar ook naar bijvoorbeeld organisatorische, juridische en maatschappelijke risico’s. In de prescan wordt voor het inschatten van de kans van voorkomen gebruikt gemaak t van drie niveaus (klein, gemiddeld en groot). Voor het totaal van de risico’s van alle projecten kan worden uitgegaan van een gemiddelde kans van voorkomen. Dit komt overeen met het kans -niveau ‘ruim’ en een rekenpercentage van 40%. Impact Om in zijn al gemeenheid iets te kunnen zeggen over de financiële risico’s van alle lopende investeringsprojecten /grondexploitaties kan worden uitgegaan v an een gemiddelde impact van circa 25% van de totale investerings -omvang. De totale omvang van de investeringsprojec ten die vanuit het beheer openbare ruimte (excl. riolering) en vanuit ontwikkeling worden geïnitieerd bedraagt op dit moment circa € 14,4 miljoen. De impact van de risico’s wordt momenteel dus geraamd op € 3,6 miljoen. (Beheers)maatregelen Afhankelijk van de risico’s worden beheersmaatregelen ingezet. Door middel van kwartaalrapportages wordt de voortgang van het project en de beheer sing van de risico’s gemonitord. Risico: Projecten Openbare Ruimte en de PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) Omschrijving risico Te veel stikstofneerslag is slecht voor de natuur.
Daarom hebben we een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig voor activiteiten (bijvoorbeeld voor wegenbouw) waar stikstof bij vrij komt. Tot 29 mei 2019 was toestemming hiervoor gebaseerd op de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), een programma om de stikstofuitstoot rond Natura 2000 -gebieden te verminderen. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State de PAS ongeldig verklaard, omdat de PAS in strijd is met de Europese Wetgeving. Impact Het verbieden van de PAS heeft directe gevolgen voor lopende vergunningaanvragen en toekomstige initiatieven voor projecten: deze komen in ieder geval tijdelijk stil te liggen en kunnen verder in de procedure geen gebruik meer maken van de PAS, omdat PAS nu geen status meer heeft. (Beheers)maatregelen Rijksoverheid werkt aan een nieuwe aanpak stikstof. 4.2.4. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s Nu de weerstandscapaciteit is bepaald en de omvang van de te lopen risico’s kunnen beide met elkaar worden geconfronteerd. Ook al is de omvang van een risico niet exact te becijferen, in ieder geval hebben wij ze als PM benoemd, zodat inzicht ontstaat in welke risico’s de gemeente loopt. Daarbij kunnen zich de volgende scenario’s voordoen: 1. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit > 1, er is onvoldoende weerstandscapaciteit aanwezig; 2.
Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit < 1, er zijn overtollige middelen (die alternatief kunnen worden aangewend); 3. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit = 0, risico’s en middelen zijn voldoende (wordt meer beschouwd als een theoretische situatie). Op basis van de in het risicoprofiel opgenomen risico’s, die gekwantificeerd kunnen worden, bedraagt het totale risicobedrag afgerond € 9,4 miljoen. Voor de overige risico’s is dit nog niet concreet aan te geven, maar het belangrijkste is dat ze worden benoemd. Op basis van de wegingsfactoren bedraagt het risicobedrag afgerond € 3,5 110 miljoen. Worden ook de PM posten, de niet-kwantificeerbare risico’s, bij de afweging betrokken dan schatten wij in dat voldoende weerstandscapaciteit aanwezig als sprake is van financiële tegenvallers . Dat vertaalt zich in 2021 in een score van 1,7 op de weerstandsratio (zie paragraaf 4.2.5.7.). 4.2.5. Diverse kengetallen 4.2.5.1. Inleiding Een deugdelijke en transparante begroting is in het belang van een goede controle door de raad op de financiële positie van onze gemeente. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde o nderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling) van de financiële positie.
De kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel financiële ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunn en dekken of op te vangen. Ze geven dus inzicht in de financiële weerbaar - en wendbaarheid. De kengetallen moeten in samenhang beoordeeld worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemee nte. De financiële positie is geen doel op zich en moet altijd gezien worden in het licht van de totale maatschappelijke opgave van de gemeente. Het te bereiken maatschappelijke rendement en de bijdrage aan de inhoudelijke beleidsdoelstellingen zijn hierb ij van evident belang. De financiële positie is ondersteunend aan het afwegingsproces en moet het bestuur helpen verantwoorde keuzes te maken voor de (middel)lange termijn. We kennen de volgende kengetallen: 1. Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Belastingcapaciteit 6. Weerstandsratio Naast de kengetallen voor het structurele begrotingsevenwicht wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de ken getallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. Dit omdat de financiële positie van de gemeente steeds belangrijker wordt.
De kengetallen en de beoordeling geven gezamenlijk op eenvoudige wijze inzicht aan de raadsleden over de financiële positie van de gemeente. Hoe de kengetallen berekend worden, is vastgelegd in een ministeriële regeling. Het gebruik en het vaststellen van de berekeningswijze heeft geen functie als normeringsinstrument voor het financieel toezicht door de provincies. De invoerin g van deze kengetallen is voornamelijk bedoeld om de financiële positie voor de raadsleden inzichtelijker te maken. Voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente worden de kengetallen in samenhang bezien. Het totaalbeeld geeft inzicht in de financiële weer- en wendbaarheid. 4.2.5.2. Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de totale baten. Het kengetal geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is, valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten, die vervolgens weer worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen.