Programmabegroting 2021-2024 gemeente Steenwijkerland.pdf
Tekst van het document
56 2.12. Programmatische werken In het Coalitieakkoord ‘Door verbinding naar resultaat’ staat vermeld dat we het programmatisch werken introduceren. Daarmee willen we sturen op samenhang en resultaat. In de genoemde bestuursprogramma’s zijn de verschillende sectorale onderwerpen in logisch verband gezet. Vanuit de ambities en doelen die zijn geformuleerd bij de verschillende bestuursprogramma’s zijn drie afzonderlijke programma’s benoemd met een eigen programmastructuur en een (ambtelijk) programmama nager. Het gaat om de volgende programma’s: 1. Programma Duurzaam en Be-Leefbaar Toerisme; 2. Programma Omgevingswet; 3. Programma Duurzaam. Deze programma’s zien hieronder toegelicht. Programma Duurzaam en Be-Leefbaar Toerisme (DBT) Eind 2018 is gestart met een programmatische aanpak onder de titel ‘Duurzaam (Be)Leefbaar Toerisme ’ (DBT). Hierin zijn de activiteiten van de Stichting Weerribben -Wieden, de projecten uit de Regiodeal ‘Leefbaar Giethoorn 2019-2021’, en toeristische projecten van de gemeente Steenwijk erland met elkaar verbonden. Samen vormen deze drie sporen het programma D BT. De hoofddoelstelling van het DBT -programma is om projecten te realiseren die bijdragen aan een versterking van de (toeristische) economie, waarbij een duurzame balans tussen ecol ogie, economie en leefbaarheid wordt nagestreefd.
Ambitie daarbij is: meer welvaart en welzijn voor de bewoners van Steenwijkerland, gericht op de langere termijn. De Coronacrisis treft ons allemaal maar de toeristisch-recreatieve sector in het bijzonder. Vooral bedrijven die zich richten op groepen hebben het lastig. Er zijn ook bedrijven die hebben geprofiteerd van de behoefte aan rust en ruimte. De precieze gevolgen zijn op dit moment onvoldoende in beeld. De binnenlandse toerist heeft ons gebied dit jaar goed kunnen vinden. Mede daardoor zijn de gevolgen voor veel bedrijven nog enigszins beperkt gebleven. De kans is nu om deze gasten betrokken te houden bij het gebied. Wie ons gebied heeft leren kennen komt vaak weer terug, niet persé voor de zomervakanties maar ook voor korte breaks in het voor- en najaar. De grote uitdaging voor de komende periode is ervoor te zorgen dat de toeristisch-recreatieve bedrijven hun hoofd boven water kunnen houden en ze te helpen zodat ze sterk uit de crisis komen. Hier zijn ze vooral zelf voor verantwoordelijk maar we willen ze hierbij zoveel mogelijk en binnen onze verantwoordelijkheid steunen. De projecten in het kader van Duurzaam (Be)leefbaar Toerisme zijn soms iets vertraagd maar hebben niet stilgelegen. Voor 2021 zijn dit de belangrijkste speerpunten: Speerpunten voor 2021 1.
Uitvoering geven aan Regiodeal Regio Zwolle De gemeente Steenwijkerland heeft als onderdeel van de Regiodeal Regio Zwolle het Rijk verzocht bij te dragen aan enerzijds het realiseren van projecten op het gebied van slimme mobiliteit (smart mobility) en slimme gastvrijheid (smart hospitality) en anderzijds voor het versterken van de poort Ossenzijl (bezoekerscentrum Staatsbosbeheer). De hoogte van de uiteindelijke bijdrage wordt in het najaar 20 20 bekend. In 2021 zullen de projecten worden voorbereid zodat deze in de periode tot 2023 kunnen worden gerealiseerd. 57 2. Samen met de partners uitvoering geven aan de toeristisch -recreatieve visie ‘Perspectief Bestemming Weerribben-Wieden 2025’ De Stichting Weerribben-Wieden heeft in opdracht van de gemeente deze visie opgesteld welke in najaar 2020 ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt aangeboden. Het is een gezamenlijke visie waarin ook een concept uitvoeringsprogramma is opgenomen. Het is ook aan all e gebiedspartijen, inclusief de gemeente Steenwijkerland, om hier gevolg aan te geven. Voor de specifieke acties wordt verwezen naar dat uitvoeringsprogramma. 3. Samen met de partners uitvoering geven aan de ‘Toekomstvisie Giethoorn’ Samen met bewoners (’t Gieters Belang) en ondernemers (Giethoorn Onderneemt) is een ‘Toekomstvisie Giethoorn’ opgesteld, welke op 1 september jl. door de raad is vastgesteld.
Ook hier geldt dat in de visie een uitvoeringsprogramma is opgenomen waarbij we samen aan de slag gaan om deze te realiseren. Programma Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet is met een jaar uitgesteld naar 1 januari 2022. Landelijk is voorgeschreven wat we (minimaal) moeten doen om straks met de Omgevingswet te kunnen werken. Bij de voorbereidingen van de invoering van de wet hebben we uitgebreid stil gestaan bij de vraag: wat wordt er beter voor onze inwoners en ondernemers? Dat heeft onder meer geleid tot de volgende toekomstbeelden: - Onze inwoners en ondernemers weten wat kan en wat mag als het o m ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving gaat. Ze vinden alles op één plek, hun vragen worden integraal afgewogen en ze weten snel waar ze aan toe zijn. - Onze inwoners en ondernemers kunnen rekenen op een dienstverlening die aansluit bij hun vraag. Ze w eten wat ze van ons mogen verwachten. Wat snel kan, doen we snel. We denken mee en zijn duidelijk. - Onze informatie is toegankelijk voor iedereen. Dat betekent dat onze inwoners en ondernemers over dezelfde informatie kunnen beschikken als wij. Hebben zij een vraag gesteld, dan hebben ze digitaal inzicht in de voortgang ervan. Natuurlijk houden we daarbij wél rekening met ieders privacy. Zijn meerdere overheden betrokken? Dan vragen we onze inwoners en ondernemers niet steeds om dezelfde informatie.
- Onze inwoners en ondernemers merken dat er één gemeentelijke organisatie is. Het maakt niet uit bij wie ze binnenkomen. Er zijn geen barrières tussen de verschillende teams en er wordt goed samengewerkt. - Onze inwoners en ondernemers ervaren dat hun vraag centra al staat. Ze merken dat medewerkers met hen meedenken en proberen om samen tot een oplossing te komen. Speerpunten voor 2021 1. Omgevingsplan Het werk aan het omgevingsplan heeft door het vertrek van de programmamanager een tijdje minder aandacht gekregen . Met de komst van de nieuwe programmamanager willen wij hier weer constructief aan verder werken. De deadline is niet in gevaar, maar het is wel goed om een duidelijk beeld te hebben van het werk wat er nog verzet moet worden. Acties: - Inventariseren van het gedane werk; - Aanpassen plan van aanpak; - Opzetten projectgroep omgevingsplan. 2. Dienstverlening Omdat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet de dienstverlening ook per 2022 omgevingswetproof moet zijn is dit een speerpunt voor 2021. 58 Acties: - Trainen medewerkers door het omgevingsspel; - Op basis van het spel inventariseren waar extra trainingsvraagstukken liggen; - Waar nodig extra trainingsmogelijkheden aanbieden. 3. Aanschaf en training software Net als de dienstverlening, is ook de software een aandachtspunt, omdat er vanaf 2022 mee gewerkt gaat worden.
Acties: - Verder werken aan de aansluiting tussen de verschillende systemen; - Trainen medewerkers die met de software gaan werken. Programma Duurzaam In paragraaf 2.6 zijn de ambities, doelen en beoogde resultaten voor het bestuursprogramma Duurzaam weergegeven, onderverdeeld naar 3 thema’s: energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie. Het ambtelijk programma Duurzaam sluit hier een-op-een op aan. 59 2.13. Overzicht totale programmabegroting In onderstaand overzicht is het financieel resultaat weergegeven voor de komende jaren. Deze is voor de jaren 2021 tot en met 2024 positief.
60 2.14. Overzicht algemene dekkingsmiddelen Onderstaand overzicht biedt inzicht in de samens telling van de algemene dekkingsmiddelen , inclusief de verplichte taakvelden voor overhead en onvoorzien. 2.15. Overhead In het Besluit begroting en verantwoording (BBV) is voorgeschreven dat jaarlijks in de programmabegroting een apart overzicht mo et worden opgenomen van de kosten van de overhead. Hiermee krijgt uw raad op een eenvoudige wijze inzicht in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie. Om te kunnen vaststellen welke kosten verband houden met de sturing en ondersteuning van het primaire proces en zodoende gerekend kunnen worden tot de overhead, wordt de volgende definitie gehanteerd: Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De kosten van sturing en ondersteuning van de directe medewerkers (overhead) bestaan in ieder geval uit: - Loonkosten (onder meer: financiën, personeel en organisatie, inkoop, juridische zaken, leidinggevenden,
61 - bestuurszaken en bestuursondersteuning; - ICT kosten; - Huisvesting en facilitaire zaken; - Uitbestedingskosten bedrijfsvoering; - Overige materiële kosten (waaronder tractie, gereedschappen, kantoorbenodigdheden) . Met deze definitie wordt een eenduidig inzicht geboden in de kosten die direct zijn toe te rekenen aan bepaalde taakvelden. In de praktijk zijn dit veelal loonkosten die direct zijn toe te rekenen tot bepaalde activiteiten binnen een van de bestuursprogramma’s. Die kosten zijn dan ook opgenomen onder het desbetreffende programma en niet betrokken bij de berekening van het bedrag aan overhead. In het BBV is één uitzondering gemaakt op het verplicht centraal begroten en verantwoorden van overhead. Dit betreft de toerekening van overhead aan de grondexploitaties en de investeringen. Deze uitzondering is gemaakt omdat het niet toerekenen van overhead aan dergelijke investeringen zou leiden tot een begrotingstekort. Voor de gemeente Steenwijkerland wordt rekening gehouden met een bedrag van € 0,3 miljoen in 2021. Zoals uit onderstaande tabelblijkt, bedragen de kosten voor overhead in totaal € 14,6 miljoen voor 2021. Uitgedrukt in een percentage van de totale exploitatielasten , vóór mutaties in de reserves, bedraagt de overhead 11%. Ter illustratie: In de Programmabegroting 2020-2023 is voor het begrotingsjaar 20 20 een percentage opgenomen van 12%.
62 3. Financiële positie 3.1. Inleiding In hoofdstuk 2.3. hebben wij reeds het meerjarenbeeld geschetst. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de totstandkoming van dit beeld. Normaal gesproken stemt u in het voorjaar bij de behandeling van de PPN in met de kaders voor de samenstelling van deze programmabegroting. Dat gaat dit jaar anders nu er geen PPN is verschenen. Uiteraard hebben we in het voorjaar wel gerekend met de gegevens die toen beschikbaar waren. Voor zover niet anders is vermeld , zijn de kaders uit het voorjaar dan ook gehanteerd. In onderstaande tabel zijn ze weergegeven. Verder treft u in dit hoofdstuk een toelichting aan op alle bezuinigingen en wordt nader ingegaan op de reserves en voorzieningen. 3.2. Uitgangspunten programmabegroting Bij de samenstelling van de Programmabegroting 2021-2024 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: De uitgangspunten die zijn gewijzigd ten opzichte van de kaders die in het voorjaar bekend waren , zijn voorzien van een sterretje. Verderop in dit hoofdstuk worden deze posten nader toegelicht. 3.3. Financiële mutaties voorjaar 2020 met structurele doorwerking In het voorjaar heeft uw raad informatie ontvangen over de uitvoering van de begroting 2020. In de Najaarsno ta 2020 zijn deze mutaties voor het lopend jaar verwerkt en toegelicht. Veel van die mutaties hebben een structurele doorwerking naar 2021 en latere jaren.
In onderstaande ta bel treft u de informatie aan die in het voorjaar met u is gedeeld. De tabel die d aarna wordt gespresenteerd, geeft inzicht in de posten die nadien zijn gewijzigd (waarbij dezelfde nummering is aangehouden).
63
64
65 3.4. Raadsbesluiten In onderstaande tabel zijn de raadsbesluiten opgenomen die betrekking hebben op de periode tot en met 1 juli 2020. 3.5. Autonome ontwikkelingen / structurele doorwerking mutaties Najaarsnota 2020 Onder autonome ontwikkelingen verstaan wij ontwikkelingen die onontkoombaar zijn en niet te beïnvloeden zijn. Soms hangt dat samen met eerder door de raad gemaakte keuzes. Zo hanteren we voor de jaarlijkse prijsindexatie voor onze uitgavenbudgetten een bepaalde systematiek waarbij eventuele bijstellingen over voorgaande jaren worden meegenomen bij de berekening van het percentage voor prijsontw ikkeling voor het komende begrotingsjaar. De autonome ontwikkelingen zijn in onderstaande tabel gespecificeerd, evenals de mutaties uit de Najaarsnota 2020 met een structurele doorwerking naar 2021 en latere jaren.
66 Een aantal autonome ontwikkelingen wordt hieronder toegelicht. 3.5.1. Prijscompensatie 3,8% (inkomsten en uitgaven) In het voorjaar gingen we voor de uitgaven- en inkomstenbudgetten 2021 uit van een trendmatige aanpassing van 3,8% op basis van gegevens van het Centraal Planbureau (CPB) 6. De berekening die daaraan ten grondslag heeft gelegen is overeenkomstig de systematiek die we ieder jaar hanteren o.b.v. de ‘Kadernota Financieel beleid gemeente Steenwijkerland 2018’. Dat betekent dat de berekening van de prijsontwikkeling wordt bepaald aan de hand van de index ‘prijscompensatie voor intermediair verbruik’ van het CPB. Eventuele bijstellingen over voorgaande jaren worden meegenomen bij de berekening van het percentage voor prijsontwikkeling voor het komende begrotingsjaar. Overigens worden voor het sociaal domein andere prijsindexcijfers gebruikt dan die wij hanteren. Reden hiervoor is dat we veelal in regioverband opereren en daarmee geen directe invloed hebben op de percentages die worden toegekend binnen de verschillende onderdelen v an het sociaal domein. De bedragen die hiermee zijn gemoeid in 2021 zijn besloten in de financiële mutaties waarover uw raad in het voorjaar bent geïnformeerd. 6 Prijs intermediair verbruik (Kerngegevenstabel 2018-2021, Centraal Economisch Plan, CPB, maart 2020).
67 Voorstel is om de prijscompensatie over 2021 niet uit te keren, als één van de saldoverbeterende maatregelen zoals beschreven verderop in dit hoofdstuk. Deze maatregel geldt niet voor de uitgaven binnen het sociaal domein. 3.5.2. Areaaluitbreiding (inkomsten en uitgaven) Met areaaluitbreiding bedoelen we dat we voor berekening van onze inkomsten en uitgaven rekening houden met de geraamde groei van het aantal woningen en inwoners. Wij gaan uit van een groei van 117 woningen, gebaseerd op de Woonvisie Steenwijkerland 2017-20217, en een toename van 150 inwoners in 2021. 3.5.3. Indexatie lonen en sociale lasten De huidige CAO gemeenten loopt van 1 januari 2019 tot 1 januari 2021. Volgens deze CAO is in 2020 op verschillende momenten een salarisverhoging doorgevoerd (per 1 januari, per 1 juli en per 1 oktober). Niet alle financiële mutaties golden dus voor het volledige jaar. Voor 2021 geldt dat uiteraard wel. Dat betekent dat op basis van de huidige CAO nog een bedrag nodig is dat correspondeert met een salarisverhoging van 1,25%. Verder ramen we op basis van de gebruikelijke systematiek een bedrag voor 2021, geb aseerd op de ramingen van het CPB. De raming van het CPB van afgelopen voorjaar ging voor 2021 uit van een stijging van de lonen en sociale lasten met 2,8% 8.
Voorstel is om geen bedrag voor looncompensatie over 2021 op te nemen in de begroting, als één van de saldoverbeterende maatregelen zoals beschreven verderop in dit hoofdstuk. 3.5.4. Kapitaallasten Bij de berekening van de (verwachte) werkelijke rentelasten zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: - het huidige saldo in rekening-courant bij de BNG; - financiering van de investeringen met kasgeldleningen (looptijd < 1 jaar) tot de kasgeldlimiet van bijna € 11 miljoen tegen 0%; - boven de kasgeldlimiet (looptijd > 1 jaar) wordt rekening gehouden met het rentepercentage van 0, 3% over de aan te trekken leningen; - de ontwikkelingen van de grondexploitaties. 3.6. Bestedingsplan 2021-2024 In het voorjaar werd duidelijk dat de financiële vooruitzichten verder waren verslechterd en dat er geen financiële ruimte was voor nieuwe plannen. Voor de komende jaren zijn we daa rom erg terughoudend geweest met het opvoeren van extra investeringen. Alleen die zaken die noodzakelijk zijn en niet kunnen wachten, zijn terug te vinden in onderstaand bestedingsplan voor 2021-2024. 7 De Woonvisie gaat uit van een groei van circa 1.170 huishoudens tot 2025. Het betreft hier een periode van 10 jaar. 8 Prijs overheidsconsumptie beloning werknemers (Kerngegevenstabel 2018-2021, Centraal Economisch Plan, CPB, maart 2020). 68 1.
Toeristische productontwikkeling Het proces rondom de Visie Toerisme & Recreatie is vertraagd door de c oronacrisis. Wanneer we samen met onze partners (in de Stichting Weerribben -Wieden) de realisering van deze visie willen ondersteunen en projecten die hieraan bijdragen willen stimuleren vraagt dit om extra beschikbaar budget. In de visie wordt dit uitvoeringsbudget ook aangekondigd. Er is/komt wel budget voor verschillende (grootschalige) projecten die gerealiseerd worden met financiële ondersteuning van de provincie en het Rijk. We zoeken in overleg met deze partners mogelijkheden om flexibel(er) met de besteding van de budgetten om te kunnen gaan. Het is nu echter meer dan ooit noodzakelijk dat we onze toeristische sector ondersteunen. Directe financiële ondersteuning van de ondernemers is niet onz e verantwoordelijkheid. We kunnen de sector wel helpen door de zaken waar wij wel verantwoordelijkheid in hebben op te pakken. Dan kan het gaan om de grotere zaken als het op peil hebben en houden van onze fietspaden en het verbeteren van de vervoersmogeli jkheden maar het ondersteunen van innovatieve ondernemersinitiatieven horen daar ook bij. 2. Continuering hoofdaannemer en uitvoering Actieplan Werk(t) Vanwege de coronacrisis ziet de wereld er nu anders uit dan aan het begin van het jaar, toen er sprake was van krapte en tekorten op de arbeidsmarkt.
De termen beschikbaarheid, wendbaarheid en inclusiviteit zijn wellicht nu belangrijker dan ooit. Behoud van werkgelegenheid staat centraal. Herstel van economie en werkgelegenheid is dan ook terecht een kernthema van Het Hernieuwd Perspectief. De Regio Zwolle heeft met volle steun van al haar partners een regiodeal ingediend bij het rijk en voor een groot deel gehonoreerd gekregen. Voor wat betreft het onderdeel Human Capital gaat het hierbij om beschikbaarheid,
69 wendbaarheid en inclusiviteit. In een waardevol participatief traject, dat als voorbeeld is gaan gelden voor de regio, hebben wij een actieplan Werk(t) opgesteld. Aanvankelijk was dit actieplan bedoeld om de krapte op de arbeidsmarkt te bedwingen, met sys teemdoorbrekende innovatieve oplossingen. Nu is als gevolg van de coronacrisis de opgave groter. In sommige sectoren blijft krapte, waar we op in blijven zetten, maar het vergt nu extra investering om mensen aan het werk te houden, de instroom te beperken en te zorgen voor een snelle uitstroom. Onderdeel van het actieplan werk(t) is de hoofdaannemer, die regie heeft, en resultaatverantwoordelijk is voor de uitvoering. Voor 2020 is hiervoor financiering beschikbaar. De uitvoeringstermijn van het actieplan Werk(t) is 5 jaar (2019 t/m 2023). Gezien de coronacrisis en de effecten daarvan op de werkgelegenheid is inzet en regie nodig om goede resultaten te kunnen boeken. 3. Inzet handhaving intern sociaal domein breed In de afgelopen jaren zijn diverse gemeenten geconfronteerd met voorbeelden van zorg - en/of uitkeringsfraude. Waar sprake is van het willens en wetens overtreden van wet- en regelgeving zijn toezicht en handhaving essentieel om dergelijke situaties te voorkomen en daadkrachtig aan te pakken.
Daarnaa st moet er meer aandacht komen op de gebieden Jeugd en WMO, waarbij het wenselijk is deze capaciteit intern in te zetten in plaats van op afstand. De toezichthouders Wmo van GGD IJsselland voeren sinds januari 2017 namens alle 11 gemeenten in IJsselland het toezicht uit op de naleving van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015). Dit betreft de kwaliteit van de in het kader van deze wet geboden voorzieningen en kwaliteitstoezicht op basis van signalen. Dat geldt voor zowel meldingsplichtige signalen (calamiteiten) als voor overige signalen. Op dit moment wordt 1 fte binnen het Sociaal domein ingezet op handhaving Participatiewet. Doordat de handhaver intern actief is en zich op de werkvloer begeeft kunnen zowel externe als interne signalen onmidd ellijk worden opgepakt in gezamenlijkheid met de uitvoering. In de praktijk is echter de afgelopen jaren gebleken dat deze inzet onvoldoende is om voldoende aandacht te hebben voor alle signalen, screening aan de poort, het posten binnen een uitgestrekte gemeente en het doen van extra themacontroles. Het is de verwachting dat uit onderzoek zal blijken dat handhaving Sociaal domein lokaal breed zal worden ingezet en is 1 fte extra noodzakelijk om in afdoende inzet op het gebied van Participatie, Jeugd en WMO te kunnen voorzien.
We gaan nader onderzoeken welke taken betreffende kwaliteit en rechtmatigheid in het sociaal domein breed lokaal worden ingezet en welke taken regionaal blijven bestaan en waar dit voordeel oplevert. Het is mogelijk dat dit, op termijn (vanaf 2022/2023) een maximale besparing van € 50.000 kan opleveren. 4. Wijkvisie Steenwijk-West: vrijval exploitatiebudget Met woningcorporatie Woonconcept zijn meerjarige afspraken gemaakt over het doorvoeren van wijkvernieuwing in Steenwijk -West. De w oningbouwvereniging is verantwoordelijk voor nieuwbouw/renovatie van de huurwoningen en de gemeente voor inrichting van de openbare ruimte. In het kader van het uitvoeren van de 3 e (en laatste) fase zijn investeringen voorzien vanaf 2025. Dit valt buiten d e scope van onderhavige programmabegroting. De aanvullende budgetten dienen daarom op een later moment door uw raad beschikbaar te worden gesteld. In relatie tot deze opgave is sprake van vrijval van een deel van het exploitatiebudget voor de jaren 2021 tot en met 2024. 5. Bijdrage aanpassen rotonde N351 Kuinre De provincie Overijssel en de gemeente Steenwijkerland hebben plannen opgesteld om de N351 bij Kuinre in te richten als weg binnen de bebouwde kom met 50 km/u. De hiervoor benodigde maatregelen aan de rotonde komen voor de helft voor rekening van de gemeente. Er wordt nu onderzocht welke inrichting het meest efficiënt is.
De verlegging van de rotonde wordt integraal in de gehele aanpak van de N351 meegenomen. Daarbij worden ook onderhoudswerken van de gemeente aan de Sleep en het Waagplein meegenomen. 70 6. Museumproject museum Steenwijk In het kader van het Project binnenstad Steenwijk is door een extern onderzoeksbureau Bureau in het najaar van 2019 een haalbaarheidsonderzoek Museum Steenwijk uitgevoerd. Onderzocht is of en zo ja op welke wijze de huidige musea in Steenwijk, te weten Hildo Krop museum, Stadsmuseum en het Kermis- en Circusmuseum kunnen worden samengevoegd tot 1 centraal museum zodanig dat dit opzet van dit museum aansluit bij de ambities en visie van de stad Steenwijk en gemeente Steenwijkerland. In dit haalbaarheidsonderzoek wordt aanbevolen om de bestaande musea met bijbeho rende functies samen en inclusief de activiteiten van de “’Galerie Steenwijk” samen te voegen. Vanwege Covid -19 is aan de raad geen adviesnota, maar een informatienota voorgelegd waarin de voortgang is gecommuniceerd. Covid-19 heeft gezorgd voor vertraging in dit project. Het museumproject is tevens als discussieonderwerp voorgelegd aan de raad, moet het museumproject w orden getemporiseerd of helemaal worden geannuleerd? De meeste raadsleden hebben aangegeven dat het zonde zou zijn om het museumproject te temporiseren. Kijk wat wel mogelijk is , luidt het advies van de raad.
Opstart vanaf september 2020 , inclusief cofinanciering inzet kwartiermaker Provincie Overijssel ( € 90.000 per jaar, 50% cofinanciering Provincie, looptijd 2 jaar). Vanaf september 2020 wordt het project opgestart. De intentie is om een kwartiermaker in te gaan zetten die het vervolgproces effectief gaat coördineren vanaf conclusies haalbaarheidsonderz oek en de wens van de bestuurlijke opdrachtgever tot daadwerkelijke realisatie. De looptijd van dit project is 2 jaar na de start. 7. Aanpassen kruising Gasthuisdijk/De Klosse In de afgelopen jaren hebben zich regelmatig ongevallen voorgedaan op het kruispun t Gasthuisdijk/de Klosse. In 2019 één met fatale afloop. De kruising wordt aangepast zodat het zicht op de zijwegen wordt verbeterd. Dit project wordt aangemeld voor subsidie van de provincie voor verkeersveiligheidsprojecten. Over de mogelijke toekenning komt meer duidelijkheid in december 2020. 8. Nieuw Meerjarenplan beschoeiingen Veel waterwegen hebben een oeverconstructie ter bescherming van de land - en waterfuncties. In totaal beheert de gemeente ruim 115 km oeverconstructies met een vervangingswaarde van zo’n € 31.350.000. Het merendeel van de oeverbescherming is in de jaren '70 aangelegd en heeft de technische levensduur inmiddels bereikt. Goed beheer van deze oeverconstructies is van belang om de veiligheid en functionaliteit op korte en lange termijn te borgen.
De gemeente heeft hierin een wettelijke zorgplicht. Het huidige beleidsplan oeverconstructies is vastgesteld in 2015 en beslaat de periode 2016-2020. Ter voorbereiding op het aflopen van deze beleidsperiode is er dit jaar een nieuw beleidsplan opgesteld voor de periode 2021 -2026. Het huidige beleid wordt gecontinueerd en de bijbehorende beheer- en onderhoudsmaatregelen zijn hierin verder uitgewerkt. Het uitgangspunt voor dit beleidsplan is het besluit van de gemeenteraad om de oeverconstructies op kwaliteitsniveau basis te onderhouden. Uit de inspecties is gebleken dat de huidige technische staat van de oeverconstructies er veelal voor zorgt dat niet meer kan worden volstaan met onderhoud maar dat vervanging de enige aangewezen maatregel is om h et kwaliteitsniveau basis te blijven behouden. Er zijn situaties waar door verrotting de houten oeverconstructie voor grote delen verdwenen is waardoor uitspoeling plaats vindt van de achterliggende bermen. Ter plaatse van deze situaties is uitstappen vanu it de boot zeker geen optie meer. Het benodigde budget ligt in de periode 2021 -2026 op ongeveer hetzelfde niveau als in de afgelopen periode. Wel ligt de verhouding tussen kosten onderhoud en kosten vervangen anders. In het vorige beleidsplan 2016 -2020 was een gelijke verhouding (50% onderhoud, 50% vervangen) opgenomen.
In het nieuwe plan ligt de verhouding op circa 80% vervangen en circa 20% onderhouden. Het benodigd budget zal gedeeltelijk worden gedekt vanuit de algemene middelen en gedeeltelijk vanuit de rioolheffing. Het voorstel gaat uit van voortzetting van het beleid en de verdeelsleutel zoals gekozen in het 71 beleidsplan oeverconstructies 2016 -2020. Dit betekent 2/3 ten laste van de rioolheffing en 1/3 ten laste van de algemene middelen. Het ‘Beleidsplan Oeverconstructies 2021-2026’ staat geagendeerd voor de raadsvergadering van 20 oktober 2020. 9. Toegangsbeveiliging gemeentehuis en gemeentewerf De Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en ons eigen toegangsbeleid vereisen een uitbreiding van de beveiligde zones in het gemeentehuis. Hiervoor zijn extra paslezers nodig. Helaas is het bestaande systeem niet meer verder uit te breiden omdat te verouderd is. Daarnaast zijn de huidige passen gemakkelijk te kopiëren vanwege de verouderde technologie. De enige manier om te voldoen aan het toegangsbeleid is door het gehele toegangssysteem te vernieuwen. Tevens werken de gemeentewerf en het gemeentehuis nu op verschillende toegangssystemen waarbij dit kan worden aangepast naar één uniform toegangssystee m dat voldoet aan de moderne beveiligingsnormen.
Stelpost aan de uitgavenkant: Herverdeling gemeentefonds vanaf 2022 Wij stellen voor om een stelpost aan de uitgavenkant te introduceren van € 700.000 in 2022, oplopend tot € 1.000.000 structureel in 2024 in verband met de herverdeling van het gemeentefonds vanaf 2022. Het Rijk en gemeenten hebben in mei 2018 afgesproken om de verdeling van de middelen in het sociaal domein en de verdeling van de andere middelen (‘klassiek’) in het gemeentefonds vanaf 202 2 integraal te herzien. Gemeenten hebben in het sociaal en het fysiek domein meer taken gekregen en ook maatschappelijke ontwikkelingen zijn door gegaan. De financiële verhouding moet bij deze ontwikkelingen aansluiten. In de verdeelmodellen van het sociaa l domein zitten discrepanties die ervoor zorgen dat sommige gemeenten minder geld van het Rijk ontvangen voor het sociaal domein dan zij op basis van hun kostenstructuur nodig hebben. De herziening van de verdeelmodellen sociaal domein is erop gericht om d e financiële problemen van deze gemeenten als gevolg van een verkeerde verdeling op te lossen. Een positief herverdeeleffect voor de ene gemeente leidt echte r altijd tot een negatief herverdeeleffect bij een andere gemeente. De herziening van de verdeelmod ellen sociaal domein kan dus voor onze gemeente tot een financieel nadeel leiden. De wijziging van het woonplaatsbeginsel Jeugd zal ook financiële effecten hebben.
Het budget voor Voogdij 18+ kan na wijziging van het woonplaatsbeginsel objectief verdeeld gaan worden, en hoeft niet meer op basis van historisch zorggebruik verdeeld te worden. Dit loopt mee in de evaluatie van de verdeelmodellen welke momenteel plaatsvindt en in 2022 tot aangepaste verdeelmodellen zal leiden. Gemeenten worden uiterlijk in de decembercirculaire 2020 over de uitkomsten geïnformeerd. Op basis van eerder onderzoek bedraagt het negatief herverdeeleffect voor onze gemeente naar verwachting € 33 per inwoner, ofwel maximaal € 1,5 miljoen structureel. Dit bedrag staat nog niet vast, omdat er nog onderhandelingen plaatsvinden tussen de VNG en het kabinet. Wij verwachten dat het uiteindelijk bedrag daarom lager zal uitvallen. Bovendien zal het kabinet bij een dergelijke grote herverdeeloperatie waarschijnlijk een overgangstermijn van 3 j aar hanteren waarbij de herverdeeleffecten in de eerste jaren zijn gemaximeerd. 3.7. Bezuinigingen 2021-2024 Om een sluitende meerjarenbegroting aan uw raad aan te kunnen bieden bleek al snel dat we fors moeten bezuinigingen. Deze bezuinigingen komen bovenop de maatregelen die vorig jaar in de Programmabegroting 2020- 2023 zijn gepresenteerd onder de noemer ‘bestuurlijke herprioritering’. In onderstaand overzicht zijn alle nieuwe bezuinigingen/versoberingen opgenomen. De maatregelen zijn afzonderlijk toegelicht. 72
73 DE INWONER OP 1 1.1 Verlagen budget voor representatie Terughoudendheid onder meer met relatiegeschenken maken een bezuiniging op deze post mogelijk. 1.2 Verhogen leges op rijbewijzen en reisdocumenten De leges op rijbewijzen en reisdo cumenten zijn gemaximeerd (landelijk vastgesteld). Onze leges liggen onder dit maximum. Voorstel is dit gelijk te trekken aan de maximum tarieven. 1.3 Verhogen leges voor trouwen Voor de leges op trouwen is weliswaar geen maximumtarief vastgesteld, maar h anteren wij relatief lage leges ten opzichte van omliggende gemeenten. Voorstel is ook deze te verhogen met € 51 op de korte huwelijken, met € 38 op de lange huwelijken in de raadzaal en met € 138 op de lange huwelijken ‘extern’. 1.4 Bestemmingsplannen (planschade) Dit is een bestaand budget om een mogelijk risico voor planschade af te dekken. We kiezen er voor dit bedrag niet langer te begroten en het potentiële risico te accepteren (met een vermelding in de risicoparagraaf van deze begroting). 1.5 Verhogen leges omgevingsvergunningen Op dit moment hanteren wij voor de leges als tarief 2,6% van de bouwkosten. Landelijk ligt dat tarief op 3,37%. Het voorstel is onze leges te verhogen tot 3% van de bouwkosten. DUURZAAM 2.1 Lagere kosten inzameling oud papier Oudpapierinzamelaars ontvangen een standaardvergoeding per ton oudpapier.
Als een oudpapierinzamelaar ervoor kiest om te stoppen, stopt ook de vergoeding per ton oudpapier. Per 1 januari 2021 stopt een
74 oudpapierinzamelaar in Steenwijk. Als gemeente ne men wij de inzameling over. Dit betekent dat de vergoeding van circa € 15.000 niet meer uitgekeerd hoeft te worden. 2.2 Stopzetten plan van aanpak asbest op het dak Omdat de rijksoverheid nog geen einddatum heeft bepaald voor het verbod op asbestdaken (e n andere vormen van asbestgebruik) zien we dat de animo om te saneren afneemt. We stellen daarom voor de tijd die we besteden aan stimuleringsacties te schrappen. WERK AAN DE WINKEL 3.1 Economisch beleid: verlagen budget voor onderzoeks- en (externe) advieskosten Het betreft hier het verlagen van het budget voor onderzoeks - en (externe) advieskosten t.b.v. economische beleidsadvisering. Vanuit dit budget worden onder ander bekostigd: Promotie/acquisitie Eeserwold , s amen- werking BCS en inzet ter stimulering werkgelegenheid (banenplan). 3.2 Economische promotie: lagere contributie aan regio Zwolle Het betreft deelname aan de regiodeal HCA, contributie Regio Zwolle en algemene promotieactiviteiten. Stijging van de gemeentelijke uitgaven voor deelname aan Regio Zwolle is niet zo hoog als verwacht. 3.3 Marktgelden en baten vaste standplaatsen De opbrengst van de marktgelden voor standplaatsen weekmarkten in de diversie kernen van Steenwijkerland zijn de afgelopen 5 jaar lager dan begroot . Tegelijkertijd zien we hogere baten voor vaste standplaatsen.
Per saldo is sprake van een structurele besparing. 3.4 Programma DBT: bekostiging van de Stichting Weerribben Wieden Wij stellen voor om op de structurele bekostiging van de Stichting Weerribben Wieden een bezuin iging door te voeren. Het Marketing budget dat naar de stichting gaat blijft buiten schot. SAMENREDZAAM BDO-onderzoek: De financiële tekorten binnen het programma Samenredzaam, zijn in 2020 onderwerp van onderzoek geweest. BDO heeft op basis van ervaring bij andere gemeenten voorstellen gedaan voor besparingen en bezuinigingen. Deze voorstellen hebben we vertaald naar de Steenwijkerlandse situatie. Dit heeft geleid tot een groot aantal versoberings- en verbeterideeën. Wij hebben al deze ideeën gelegd naa st de drie kernthema’s uit het H HP: In stand houden vitale lokale samenleving , wie het nodig heeft ontvangt ( basis)zorg en herstel van economie en werkgelegenheid. Op basis daarvan zijn we gekomen tot een mix aan maatregelen die in 2024 moet leiden tot een evenwicht in kosten en uitgaven bij de uitvoering van de WMO, Jeugdwet en participatiewet. Het rapport van BDO gaf mogelijkheden om tevens besparen op het minima- en armoedebeleid. Wij hebben ervoor gekozen dat niet te doen. In deze tijd besparen op deze regelingen, maakt de kans te groot dat inwoners die nu in een kwetsbare positie zitten of komen, daar moeilijker of later uit komen.
Wel komen we bij de Perspectiefnota 2022 met een voorstel om onze minima - en armoederegelingen om te zetten naar een maatwerkbudget. Daarmee komen we tot een regeling die tegemoetkomt aan wat onze inwoners echt nodig hebben, in plaats van regelingen die benadrukken waar ze recht op hebben. Wij zijn ons er bewust van dat het geheel aan maatregelen consequenties kan hebben voo r inwoners. Dat is onontkoombaar gezien onze financiële positie. We hebben dit al eerder aangegeven. Door met name in te zetten op het niet inzetten van zorg waarvan de effectiviteit niet bewezen is, op een duidelijker controle op bestedingen en op een and ere manier van werken door de medewerkers, houden we de zorg betaalbaar en bereikbaar voor hen die dat echt nodig hebben. 75 Hieronder is toegelicht dat de budgetten voor participatie, WMO en Jeugd taakstellend worden verlaagd. Zoals bij de meeste bezuinigingen het geval is, is het onzeker of de besparingen per onderdeel volledig worden gerealiseerd. Wellicht valt het bij het ene onderdeel tegen en bij het andere onderdeel juist mee. Uitgangspunt is dat over het geheel genomen – voor de drie versoberingsmaatregelen gezamenlijk – de opgevoerde bedragen ook daadwerkelijk worden bespaard. 4.1 Versoberingsmaatregelen n.a.v. onderzoek BDO: Participatie Ten aanzien van de participatie zetten we in op een beperkte besparing.
Zeker nu de verwachting is dat we ons moeten voorbereiden op de effecten van de economische crisis ten gevolge van het coronavirus. 4.2 Versoberingsmaatregelen n.a.v. onderzoek BDO: WMO Voor wat betreft de WMO, daarbij leggen we de nadruk op een versobering van het aanbod. Met name door in te zetten op andere (lagere) normtijden voor huishoudelijke hulp, het aanscherpen van de inzet voor begeleiding en het stoppen van niet -effectief gebleken begeleiding. Ook zal de “waakvlamondersteuning” onderzocht worden. Hierbij wordt alleen op momenten dat dit noodzakelijk is de zorg geïntensiveerd. 4.3: Versoberingsmaatregelen n.a.v. onderzoek BDO: Jeugd Bij de Jeugdwet kijken we kritischer naar het effect van de ingezette hulp in relatie tot verzoeken om verlenging daarvan. Ook bevorderen we dat kinderen en jongeren die onder de reikwijdte van bijvoorbeeld de Wet op de Langdurige Zorg vallen, hun zorg en ondersteuning op díe manier gaan ontvangen. Bij aanvragen voor verlengde jeugdhulp kijken we kritischer of deze verlengde hulp echt noodzakelijk is of dat deze op een andere manier te realiseren is. Ook intensiveren we de samenwerking met partijen die indicaties kunnen afgeven voor jeugdigen: met name de huisartsen en de geïndiceerde instellingen, die samen een aanzienlijk deel van de indicaties/kosten bepalen.
Naar onze verwachting leidt dit niet alleen bij de hen, maar ook bij zorgpartijen en onze ambtelijke organisatie tot een andere manier van werken. Wat is de impact van bovenstaande maatregelen? Voor de jeugdige en het gezin betekent dit onder ander e dat er nadrukkelijk wordt afgestemd op de ondersteuningsvraag die zij hebben, waarbij er samen gekeken wordt naar wat zij zelf kunnen en doen met behulp van het eigen netwerk en waarvoor dan nog maatwerk -ondersteuning nodig. Het gaat om doen wat nodig is en wat werkt. Dit betekent dat er minder specialistische zorg wordt geboden, dan jeugdigen / gezinnen gewend waren. Voor de inwoners vanaf 18 jaar betekent dit onder andere dat ook hier kritisch gekeken zal worden naar wat zij nog zelf kunnen doen. Dit k an betekenen dat langlopende zorg afgebouwd gaat worden naar “waakvlamondersteuning’. Nieuwe normtijden voor de huishoudelijke hulp kunnen leiden tot minder hulp dan men gewend was. Ook hier gaat het er om dat gedaan wordt wat nodig is en wat werkt. Door mensen op een meer passende arbeidsplaats te plaatsen is het mogelijk het aantal indienstnemings - en loonkostensubsidies terug te dringen. Het passend plaatsten zal ertoe leiden dat kwetsbare inwoners minder langdurig uitvallen. Job -coaching wordt alleen aa n dié inwoners, die vanuit de wet en de regionale afspraken hier aanspraak op kunnen maken, aangeboden.
Concreet betekent dit dat mensen op een werkervaringsplaats of een leerwerk traject geen job - coaching meer krijgen aangeboden. Voor de gemeente betekent dit dat ze haar visie en kaders communiceert met partners en aanbieders en in lijn hiervan afspraken maakt. Ook handelingsrichtlijnen voor de medewerkers en verordeningen worden hierop aanpast. De benodigde scholing en deskundigheidsbevordering wordt gerealiseerd. Voor de toegangsmedewerker betekent dit voortdurend blijven trainen op o.a. gespreksvaardigheden zodat waar nodig kritische gesprekken gevoerd kunnen worden en frequenter en intensiever met de aanbieder sturen op de resultaten. Ook wordt toegewerkt naar 1 plan voor 1 huishouden met 1 gemeentelijke toegangswerken als regisseur. 76 Voor de aanbieder (samenwerkende partner) betekent dit dat er meer sturing komt van de toegang op doelmatigheid en het al dan niet halen van beoogde resultaten. In sa menwerking met lokale partijen op het terrein van participatie wordt ingezet op vermindering van intensieve begeleidingstrajecten, indienstnemingssubsidies en verlaging van loonkostensubsidies.
4.4 Extra personele inzet/opleiding voor verdere transformatie sociaal domein In lijn met het advies van BDO kiezen we voor een projectmatige aanpak, waarbij het niet alleen gaat om het realiseren van de genoemde bezuinigingen, maar om de realisatie van de transformatie van het sociaal domein. Een belangrijke stap hebben we daarin uiteraard gezet door de integrale toegang van de participatie, wmo en jeugdzorg te realiseren. De transformatie gaat ook niet alleen over de uitvoering, maar heeft ook betrekking op beleid en contractmanagement. 4.5 Openbare bibliotheek: herhuisvesting per 01-11-22 De hoofdvestiging in Steenwijk zit in een duur gebouw, dit kan per 1 -1-2021 worden opgezegd. Dit leidt tot een kostenreductie. Daarnaast zullen we met de bibliotheekdirectie overleggen om op de nieuwe locatie tevens een efficiëntere werkwijze door te voeren met een taakstelling op de exploitatiesubsidie. 4.6 Verlagen budget Scala: cultuurprofiel evenementen en netwerkvorming Met Scala zijn al bezuinigingsafspraken gemaakt die per 1 -1-2022 zullen ingaan (besparing € 100.000 p er jaar). In 2021 kan een aanvullende besparing worden gerealiseerd op het deelbudget cultuurprofiel evenementen en een klein deel netwerkvorming. 4.7 Schrappen van het budget voor wereldwinkels De wereldwinkels zijn opgeheven, waardoor de jaarlijkse subsidie kan komen te vervallen.
4.8 Historisch archief: lagere kosten vanwege gedane aanschaf scanvoorziening Het gemeentearchief heeft een regulier jaarlijks bud get. Hiervan worden betaald vrijwilligerskosten, aanschaffen voor de historische bibliotheek, lidmaatschappen, digitaliseringskosten, kosten voor restauratie- en ontsmetting en periodieke inhuur extern personeel voor inspectie-, advies- of inventarisatiewerkzaamheden. Dit jaar is een scanvoorziening aangeschaft, die speciaal bedoeld is voor kwetsbare oude stukken. Daarmee kunnen kleinere digitaliseringsprojecten in het vervolg in eigen beheer worden uitgevoerd, al dan niet met hulp van vrijwilligers. Voor kleinere digitaliseringsprojecten is daarom geen apart digitaliseringsbudget meer noodzakelijk. 4.9 Verlagen budget cliëntondersteuning voor Jeugd en WMO Het budget voor cliëntondersteuning kan komen te vervallen, omdat gebleken is dat de uitgaven hiervoor worden bekostigd vanuit een ander bestaand budget (‘toegang’). 4.10 Schrappen niet wettelijke subsidies: Regiocampus en Diaconaal platform Voorstel is om de samenwerking met Regiocampus9 te beëindigen. Het diaconaal platform heeft in een brief aangegeven dat ze de komende jaren geen gebruik hoeven te maken van de gemeentelijke subsidie . 4.11 Verlagen budget welzijnsbeleid/ouderenzorg Het budget voor welzijnsbeleid is de afgelopen jaren niet aangewend en kan voor een groot deel vervallen .
Voor ouderenzorg is de afgelopen jaren ongeveer de helft van het budget nodig gebleken. Het rester ende gedeelte kan komen te vervallen. 9 Een netwerk in Zuidwest-Drenthe en Noordwest-Overijssel dat zorg, onderwijs, bedrijfsleven en gemeenten met elkaar verbindt. 77 MIJN STEENWIJKERLAND 5.1 Integraal Huisvestingsplan (IHP): fasering diverse scholen In januari 2018 is in de raad circa € 34 m iljoen tot 2032 beschikbaar gesteld t.b.v. bouwen/renoveren van scholen. Uiteindelijk is in november 2018 totaal circa € 65 miljoen, in verband met alle bijkomende kosten, beschikbaar gesteld. Een toename van circa € 2,5 miljoen (investering) per jaar. Hierbij is echter het jaartal (2032) niet aangepast. Het voorstel is om de huidige fasering tot aan 2032 aan te passen én de ‘einddatum’ verderop in de toekomst te schuiven. Te denken valt aan 2040. Daarnaast is het voorstel om uitgangspunten en criteria aan te passen waardoor een aantal scholen zal worden opgeheven, niet meer vernieuwd en/of gerenoveerd. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan een afwegingskader renovatie/nieuwbouw voor het IHP. Dit afwegingskader komt tot stand in samenwerking met de schoolbesturen. Hierin is opgenomen wanneer een school in aanmerking komt voor nieuwbouw en/of renovatie. Met name verderop in de tijd – na 2024 - levert dit financieel voordelen op.
5.2 Lijkbezorging: verlengingen begraafrechten We zien de komende jaren (met name vanaf 2023) een oploop in het aantal begraafrechten wat voor verlenging in aanmerking komt. We gaan ervan uit dat dit ook de komende jaren zal leiden tot een stijging van het aantal verlengingen. Dit zal ertoe leiden dat de inkomsten voor de lijkbezorging waarschijnlijk hoger zullen uitvallen. 5.3 Mfa ’t Torennest: VUSO activiteiten zijn per 01-07-20 gestopt VUSO activiteiten per 1-7-2020 gestopt. Kosten kunnen komen te vervallen. FINANCIËN EN OVERHEAD 6.1 Rentevoordeel a.g.v. conversie langlopende geldlening (lager rentetarief) We hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de rente van een langlopende geldlening (looptijd 10 jaar) aan te passen. Dit had te maken met de renteherzieningsdatum die in beeld kwam. Doordat rente momenteel erg laag is, levert deze renteconversie structureel voordeel op (van 3,95% naar 0,29%). Daarnaast is een langlopende geldlening met een looptijd van eveneens 10 jaar afgelost, waardoor de jaarlijkse rente -uitgaven voor deze lening zijn komen te vervallen. 3.8. Aanvullende bezuinigingen 2021-2024 Om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting zijn aanvullende bezuinigingen noodzakelijk. Onze voorstellen daartoe treft u hieronder aan. Onder de tabel zijn alle bezuinigingen afzonderlijk toegelicht. . 78 Toelichting 1.
Opschalingskorting (tegemoetkoming Rijk voor 2020 en 2021, brief augustus 2020) Op 31 augustus jongstleden heeft het kabinet de Tweede Kamer geïnformeerd over een nieuw pakket aan maatregelen om gemeenten (en provincies) te compenseren voor de gev olgen van de coronacrisis 10. Één van de maatregelen is de oploop in de zogenaamde opschalingskorting (100.000+ gemeenten) voor gemeenten in de jaren 2020 en 2021 te sch rappen. Normaliter zouden we het hiervoor beschikbare bedrag niet opnem en in de programmabegroting 2021-2024. Dat zouden we pas doen in het voorjaar van 2021 als we de septembercirculaire gemeentefonds 2020 verwerken. In dit geval stellen we voor een uitzondering te maken aangezien het Rijk zelf nadrukkelijk een relatie legt met de moeilijke financiële positie waarin gemeenten momenteel verkeren. 2. (Nader voorlopig) BUIG budget 2020 niet verwerken in de begroting In de informatienota ‘Financiële gevolgen meicirculaire 2020’ is een passage opgenomen over de nader voorlopige BUIG-beschikking (budget voor bijstandsuitkeringen) over het jaar 2020. Op grond van die beschikking van het ministerie van SZW valt het bedrag over het jaar 2020 € 440.000 lager uit dan de voorlopige beschikking die wij in oktober 2019 hebben ontvangen. Hierbij is rekening ge houden met het landel ijk gerealiseerde aantal bijstands - uitkeringen over het jaar 2019.
Dat was dus op basis van informatie die bekend was nog voor de coronacrisis. Omdat er nu landelijk een stijging te zien valt in het aantal bijstandsuitkeringen door de coronacrisis heeft het ministerie toegezegd hier rekening mee te houden bij het vaststellen van het definitieve BUIG-budget in oktober van dit jaar. Hierdoor zal naar verwachting het nadeel verminderen of verdwijnen. Normaliter zouden we de informatie uit het voorjaar verwerken in de programmabegroting, maar gezien de toename van het aantal verstrekte bijstands - uitkeringen is dat niet langer reëel om te doen. Voorstel is daarom om de bedragen uit de nader voorlopige BUIG - beschikking over het jaar 2020 niet te verwerken in de voorliggende begroting, maar te wachten op de voorlopige BUIG-beschikking die wij binnenkort ontvangen voor het jaar 2021. 3. Onderuitputting BCF inboeken Als de gezamenlijke declaraties van gemeenten bij het BTW -compensatiefonds (BCF) onder het zogenaamde BCF- plafond blijven, wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding van het plafond volgt een uitname. In het systeem is opgenomen dat jaarlijks bij de septembercirculaire een voorschot wordt verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar. In de meicirculaire volgend op dat kalenderjaar volgt dan de afrekening.
De provinciaal toezichthouder staat toe een meerjarige stelpost op te nemen als inschatting op de jaarlijkse onder schrijding van het plafond, di t tot maximaal de hoogte van de laatst bekende afrekening. In ons 10 Kamerstukken II 2020/21, 35420, nr. 104.
79 geval is dat € 295.000 over 2019. Voorstel is om een dergelijke stelpost aan de inkomstenkant te introduceren en uit te gaan van de maximale ruimte die de provincie biedt. Door vanaf 2021 st ructureel een bedrag op te nemen aan inkomsten lopen we wel het risico dat de compensatie achteraf lager uitvalt. 4. Opnemen stelpost inkomsten BUIG voor extra WWB uitgaven door corona We zien onze bijstandsaantallen, en dus onze uitgaven, fors oplopen en d e verwachting is dat het aantal te verstrekken uitkeringen in 2021 en 2022 verder zal toenemen. Hierboven is al aangegeven dat we in oktober nieuwe informatie van het ministerie van SZW verwachten over het voorlopig BUIG budget 2021 voor onze gemeente. Uiteraard zullen we uw raad hierover informeren. Of de groei in onze uitgave n leidt tot een navenante stij ging van het BUIG-budget is onzeker. Voorstel is om daar wel vanuit te gaan en voor de extra uitgaven door corona een stelpost aan de inkomstenkant op te nemen. Hiermee lopen we wel een financieel risico. 5. Aangenomen Motie ‘Meerjarenplannen voor kapitaalgoederen op minimaal niveau basis’ uitvoeren vanaf 2022 Vorig jaar is bij de behandeling van de Programmabegroting 2020-2023 door uw raad een motie aangenomen om de meerjarenplannen voor kapitaalgoederen op minimaal niveau ‘basis’ uit te voeren en de financiële meerkosten in de volgende PPN op te nemen.
Voorstel is om de motie wel uit te voeren, maar pas vanaf 2022 om het begrotingssaldo 2021 te ontlasten. De bijbehorende extra uitgaven zijn opgenomen in voorliggende begroting vanaf het begrotingsjaar 2022. 6. Niet uitkeren van de prijscompensatie van 3,8% Zoals eerder in dit hoofdstuk staat vermeld, komt de prijscompensatie voor 2021 ten opzichte van 2020 uit op 3,8%. Het niet uitkeren van de prijsindex levert een besparing op in de uitgaven. Daarmee wordt de systematiek die we jaarlijks hanteren, en die door de raad is vastgelegd in de ‘Kadernota Financieel beleid gemeente Steenwijkerland 2018’, losgelaten. Overigens is het niet de eerste keer dat we een dergelijke maatregel moesten treffen. Ook vorig jaar liet het financieel beeld het niet toe om de prijscompensatie volledig uit te keren. Toen hebben we voorgesteld om voor het begrotingsjaar 2020 slechts de helft uit te keren (0,8% in plaats van 1,6% ). In de door uw raad vastgestelde programmabegroting 2020-2023 is dat financieel vertaald. 7. Niet uitkeren van de looncompensatie van 2,8% Naar analogie met het niet doorgeven van prijscompensatie aan de organisat ie en instanties (zoals gesubsidieerde instellingen) wordt ook geen prijsstijging geraamd voor de loonkosten. Dat betekent dat een CAO -verhoging voortvloeiend uit de lopende onderhandelingen binnen het aanwezige budget moet worden opgevangen, oftewel bezuinigd.
Concreet betekent dit dat er taakstellend wordt bezuinigd op personele lasten omdat wij lokaal CAO - afspraken dienen uit te voeren. Hierdoor zullen effectief minder taken uitgevoerd kunnen worden. 8. Bijdrage vanuit de bedrijfsvoering In de P rogrammabegroting 2020 -2023 is het budget bedrijfsvoering verlaagd tot oplopend € 500.000 structureel vanaf 2023. Op basis van een uitgevoerde analyse van de totale loonsom bleek het budget voor verhoging met periodieken in de salarisschaal niet nodig te zijn. Aanvullend hierop stellen we voor het budget van de bedrijfsvoering verder te verlagen met € 200.000 in 2021 oplopend naar € 350.000 in 2023. Met deze aanvullende bezuiniging ligt er een flinke opgave voor de organisatie. De bezuinigingen van de afgelopen jaren hadden de “rek” er al uit gehaald; we hebben te nslotte onze wettelijke taken uit te voeren. Deze aanvullende bezuinigingen gaan daarom hoe dan ook leiden tot neerwaartse bijstellingen van de ambities van het college. Het college brengt de effecten de komende tijd in beeld. Invulling van de ‘De bezoeker draagt bij’ uit de Programmabegroting 2020-2023 In de Programmabegroting 2020 -2023 is onder de noemer ‘De bezoeker draagt bij’ aangekondigd dat we de bezoekers aan ons gebied een (extra) financiële bijdrage gaan vragen (zowel dag- als verblijfsbezoek).
We investeren 80 fors in toerisme en zijn van mening dat de bezoeker aan ons gebied hier ook aan mag bijdragen. Het betreft twee posten vanaf 2021: 1. Een taakstellende opdracht van € 260.000; 2. Een stelpost van € 140.000. In de begroting is aangekondigd (p. 69) dat we in het voorjaar van 2020 een mix aan maatregelen aan u voorleggen. Vanwege het feit dat er dit jaar geen PPN is verschenen, zijn onze voorstellen in voorliggende begroting opgenomen. De in totaal € 400.000 aan extra inkomsten willen we genereren door de introductie van vermakelijkhedenretributie. Deze retributie mag worden geheven over het tegen betaling aangeboden amusement of vermaak en willen we introduceren bij het nieuwe vaar- en verhuurbeleid. Hierbij stellen wij dat voor het gebruik van de Dorpsgracht in Giethoorn voor bedrijfsmatig ter beschikking gestelde boten een vergoeding betaald moet worden. We hanteren verschillende categorieën boten. Per boot wordt, aan de hand van de categorie, per jaar een tarief in rekening gebracht. Dit kan de exploitant doorberekenen aan de opvarenden. Per saldo leidt dit tot geschatte inkomsten van € 580.000. Aan de uitgavenkant zullen er naast de bestaande uitgaven ook nieuwe uitgaven noodzakelijk zijn. Het betreft hier uitgaven in het kader van ‘ stevig aanwezig’, investering in het inningssysteem en impulsgelden.
Per saldo wordt invulling gegeven aan de stelpost van € 400.000 uit de programmabegroting 2020-2023. 3.9. Vervangingsinvesteringen Zoals gebruikelijk zijn de meerjarige vervangingsinvesteringenplannen geactualiseerd. In voorliggende programmabegroting zijn op basis van deze plannen voor de jaren 202 1 en volgende de kapitaallasten van de geplande investe ringen gereserveerd. Wij verwijzen u naar bijlage 1 van deze begroting. Het betreffen de vervangingsinvesteringen voor: - Tractie; - ICT; - Begraafplaatsen; - Huishoudelijke dienst. De kapitaallasten voortvloeiende uit de v ervangingsinvesteringen voor 202 1 kunnen volledig worden gedekt uit de gereserveerde vrijvallende kapitaallasten. Voor 20 21 stellen wij voor d e volgende kredieten beschikbaar te stellen: 3.10. Financiering Om investeringen te kunnen doen wordt meestal geleend. Bij het aantrekken van financieringsmiddelen wordt op basis van de geldende rentetarieven op de geld - en kapitaalmarkt en de te verw achten liquiditeitsbehoefte een
81 financieringsconstructie gekozen, die optimaal aansluit bij eerdergenoemde behoefte en in de pas loopt met de wettelijke voorschriften. Tot en met september 2020 zijn geen nieuwe leningen aangetrokken. 3.11. Reserves en voorzieningen Per ultimo 2021 bedraagt de vermogenspositie naar verwachting € 28,6 miljoen (excl. voorzieningen). Het meerjarig verloop van de reserves en voorzieningen is opgenomen in bijlage 4. 3.11.1. Verloop algemene en bestemmingsreserves Het BBV onderscheidt de volgende reserves: a. algemene reserve(s); b. de bestemmingsreserves. In onderstaande toelichting wordt nader ingegaan op een aantal algemene en bestemmingsreserves. Algemene reserves Algemene reserve vaste buffer In de nota Reserves en Voorzieningen 2017 is vastgelegd dat de norm voor de Algemene reserve vaste buffer 15 % van de som van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de opbrengst onroerende-zaakbelastingen (OZB) bedraagt11. Om veelvuldige toevoegingen en onttrekkingen aan genoe mde reserve te voorkomen als gevolg van fluctuaties in de alge mene uitkering en de opbrengst OZB geldt een marge naar boven en beneden van 5%. Afwijking van de bandbreedte is maximaal 3 jaar toegestaan. De Algemene reserve vaste buffer bedraagt ultimo 2020 € 11.411.000. Dit bedrag is lager dan de gestelde norm van € 12.846.000 en wijkt daarmee 11,2% af.
Voorstel is om deze reserve weer op het niveau van 15% te brengen. Dat betekent dat een bedrag van € 1.435.000 wordt overgeheveld van de Algemene reserve vr ij besteedbaar naar de Algemene reserve vaste buffer. 11 In december 2017 heeft uw raad de genoemde nota vastgesteld. De norm van de Algemene reserve vaste buffer is toen verhoogd van 10% naar 15% vanwege het opheffen van de ‘algemene reserve Grondbedrijf’.
82 Algemene reserve vrij besteedbaar De Algemene reserve vrij besteedbaar bedraagt per ultimo 2024 € 5,7 miljoen. Bedrijfsreserve Het saldo van de bed rijfsreserve bedraagt per 1 januari 2021 € 0,2 miljoen. Dit bedrag ligt lager dan het maximaal afgesproken bedrag van € 0,5 miljoen. Bestemmingsreserves Een aantal bestemmingsreserves uit het overzicht in bijlage 5 wordt hieronder toegelicht. Reserve opvangen tekorten sociaal domein Vorig jaar heeft uw raad bij de PPN 2020 -2023 besloten om de looptijd van de ‘Reserve opvangen tekorten sociaal domein’ te verlengen tot en met 2022. Ultimo 20 22 resteert een bedrag van € 0,4 miljoen. Daarbij is rekening gehouden met een onttrekking van € 345.000 op basis van de nog door uw raad te behandelen Najaarsnota 2020 (voor indexering tarieven Jeugdhulp 2020). Reserve Volkshuisvesting. Het saldo bedraagt per 1 januari 2021 € 6,4 miljoen. De meerjarige financiële gevolgen van het raadsbesluit uit 2018 voor de investeringsopgave is hierin meegenomen. 3.11.2. Verloop voorzieningen Voorzieningen worden onder meer gevormd wegens: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs is te schatten; b. op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; c.
kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begroting sjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.
83 Evenals bij de reserves treft u onderstaand ook een toelichting aan op de meest in het oog springende voorzieningen. Voorziening groot onderhoud wegen De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed heeft op de hoogte van de voorziening wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Voorziening Speeltoestellen De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed op de hoogte van de voorziening heeft wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Voorziening Maatschappelijk vastgoed. De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed op de hoogte van de voorziening heeft wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Voorziening Reiniging De exploitatiesaldi worden ten gunste of ten laste van de egalisatievoorziening reiniging gebracht. Er vindt in 2021 een onttrekking van € 15.000 aan de voorzi ening plaats. In paragraaf 4.1.7 Afvalstoffenheffing wordt een nadere toelichting gegeven.
Voorziening Riolering De exploitatiesaldi worden ten gunste of ten laste van de egalisatievoorziening riolering (exploi tatie) gebracht. Er vindt in 202 1 een onttrekking van € 286.000 aan de voorziening plaats. In paragraaf 4.1.8 Rioolheffing wordt een nadere toelichting gegeven. Voorziening wachtgelden collegeleden De wachtgeldverplichtingen van voormalige bestuurders lo pen tot ultimo 2021. Per 1 januari 20 21 heeft d e voorziening een omvang van € 37.000. De berekening is gebaseerd op de maximaal mogelijke omvang van de wachtgeldverplichting. Jaarlijks wordt de omvang van deze voorziening geactualiseerd, waarbij neveninkom sten en het aannemen van een nieuwe dienstbetrekking wordt meegewogen. Voorziening overdracht wethouderspensioenen Op grond van de wet APPA (algemene pensioenwet politieke ambtsdragers) is de gemeente verplicht om een voorziening te treffen voor wethoud ers om hen in staat te stellen hun pensioen over te dragen aan een pensioeninstelling. Indien dit gebeurt is een eenmalige afkoopsom benodigd. Op dit moment is de gemeente voor de bestuurders die hieraan niet de voorkeur geven, na het bereiken van de pensi oengerechtigde leeftijd, verplicht pensioen uit te betalen. Het gereserveerde bedrag gaat vervolgens over naar de voorziening te betalen pensioen voormalige bestuurders. Per 1 januari 2021 bedraagt het saldo € 2.006.000.