CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2020-2023 SWL.pdf

Raadsvergadering 5 november 2019, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Programmabegroting 2020-202359.444 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 7

In relatie tot voorgaande risico’s worden/zijn de volgende maatregelen genomen 1. Om de vergunningprocedure goed in te richten is enerzijds de hulp ingeschakeld van een bureau dat de processen uitwerkt en wordt anderzijds t.z.t. een implementatiemanager ingezet die deze processen daadwerkelijk moet laten werken in de organisatie. 2. Op de tweede groep risico’s met betrekking tot de eigen lokale ambities worden geen specifieke beheersmaatregelen getroffen. Wel wordt continu gekeken naar de voortgang van het programma, de beschikbare capaciteit en de balans tussen interne en externe inzet. 98 3. Met betrekking tot de financiële risico’s vindt structureel overleg plaats met de afdeling financiën. Momenteel zijn er geen overschrijdingen te verwachten en derhalve ook geen beheersmaatregelen. Risico: Verhoging van de afvalstoffenbelasting Omschrijving risico Gedurende de periode 1 januari 2019 tot 1 juli 2021 vallen wij onder een zogenaamde overgangsregeling waardoor wij nog niet worden aangeslagen voor de afvalstoffenbelasting. Het risico bestaat dat dit tarief in de toekomst hoger ligt dan het huidige tarief. De verwacht ing is dat de afvalstoffenbelasting zou kunnen verdubbelen. Deze plannen van de regering zijn onderdeel van het vergroenen van het belastingstelsel.

Impact Financieel: verhoging van de afvalstoffenheffing (Beheers)maatregelen De egalisatievoorziening reiniging is beschikbaar om financiële tegenvallers op te vangen en daarmee tariefschommelingen zoveel mogelijk te voorkomen. Risico: Investeringsprojecten ruimtelijk domein Omschrijving risico Voor de aanleg en instandhouding van voorzieningen in de omgeving zijn investeringen noodzakelijk. De kredieten die met deze investeringen zijn gemoeid worden projectmatig aangevraagd en gemonitord. Een totaaloverzicht van de lopende projecten is door middel van een project enlijst inzichtelijk. De aard en omvang van deze projecten kunnen erg verschillen en daarmee ook de risico’s die per project worden gelopen. Om op projectniveau de risico’s inzichtelijk te kunnen maken is de zogenaamde prescan ingevoerd. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar financiële risico’s, maar ook naar bijvoorbeeld organisatorische, juridische en maatschappelijke risico’s. In de prescan wordt voor het inschatten van de kans van voorkomen gebruikt gemaakt van drie niveaus (klein, gemiddeld en groot). Voor het totaal van de risico’s van alle projecten kan worden uitgegaan van een gemiddelde kans van voorkomen. Dit komt overeen met het kans -niveau ‘ruim’ en een rekenpercentage van 40%.

Impact Om in zijn algemeenheid iets te kunnen zeggen over de financ iële risico’s van alle lopende investeringsprojecten kan worden uitgegaan v an een gemiddelde impact van circa 25% van de totale investerings -omvang. De totale omvang van de investeringsprojecten die vanuit het beheer openbare ruimte (excl. riolering) en vanuit ontwikkeling worden geïnitieerd bedraagt op dit moment ca. € 14,5 miljoen. De impact van de risico’s wordt momenteel dus geraamd op € 3,6 miljoen. (Beheers)maatregelen Afhankelijk van de risico’s worden beheersmaatregelen ingezet. Door middel van kwartaalrapportages wordt de voortgang van het project en de beheersing van de risico’s gemonitord. 99 Risico: Projecten Openbare Ruimte en de PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) Omschrijving risico Te veel stikstofneerslag is slecht voor de natuur. Daarom hebben we een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig voor activiteiten (bijvoorbeeld voor wegenbouw) waar stikstof bij vrij komt. Tot 29 mei 2019 was toestemming hiervoor gebaseerd op de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), een programma om de stikstofuitstoot rond Natura 2000 -gebieden te verminderen. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State de PAS ongeldig verklaard, omdat de PAS in strijd is met de Europese Wetgeving.

Impact Het verbieden van de PAS heeft directe gevolgen voor lopende vergunningaanvragen en toekomstige initiatieven voor projecten: deze komen in ieder geval tijdelijk stil te liggen en kunnen verder in de procedure geen gebruik meer maken van de PAS, omdat PAS nu geen status meer heeft. (Beheers)maatregelen Rijksoverheid werkt aan een nieuwe aanpak stikstof. 4.2.4. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s Nu de weerstandscapaciteit is bepaald en de omvang van de te lopen risico’s kunnen beide met elkaar worden geconfronteerd. Ook al is de omvang van een risico niet exact te becijferen, in ieder geval hebben wij ze als p.m. benoemd, zodat inzicht ontstaat in welke risico’s de gemeente loopt. Daarbij kunnen zich de volgende scenario’s voordoen: 1. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit > 1, er is onvoldoende weerstandscapaciteit aanwezig; 2. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit < 1, er zijn overtollige middelen (die alternatief kunnen worden aangewend); 3. Uitkomst inventa risatie risico’s/weerstandscapaciteit = 0, risico’s en middelen zijn voldoende (wordt meer beschouwd als een theoretische situatie). Op basis van de in het risicoprofiel opgenomen risico’s, die gekwantificeerd kunnen worden, bedraagt het totale risicobedrag afgerond € 7,2 miljoen.

Voor de overige risico’s is dit nog niet concreet aan te geven, maar het belangrijkste is dat ze worden benoemd. Op basis van de wegingsfactoren bedraagt het risicobedrag afgerond € 2,3 miljoen. Worden ook de p.m. posten , de niet-kwantificeerbare risico’s, bij de afweging betrokken dan schatten wij in dat voldoende weerstandscapaciteit aanwezig als sprake is van financiële tegenvallers . 4.2.5. Diverse kengetallen 4.2.5.1. Inleiding Een deugdelijke en transparante begroting is in het belang van een goede controle door de raad op de financiële positie van onze gemeente. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling) van de financiële positie. De kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel financiële ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of op te vangen. Ze geven dus inzicht in de financiële weerbaar - en wendbaarheid. De kengetallen moeten in samenhang beoordeeld worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. De financiële positie is geen doel op zich en moet altijd gezien worden in het licht van de totale maatschappelijke opgave van de gemeente.

Het te bereiken maatschappelijke rendement en de bijdrage aan de inhoudelijke 100 beleidsdoelstellingen zijn hierbij van evident belang. De financiële positie is ondersteunend aan het afwegingsproces en moet het bestuur helpen verantwoorde keuzes te maken voor de (middel)lange termijn. We kennen de volgende kengetallen: 1. Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Belastingcapaciteit 6. Weerstandsratio Naast de kengetallen voor het structurele begrotingsevenwicht wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. Dit omdat de financiële positie v an de gemeente steeds belangrijker wordt. De kengetallen en de beoordeling geven gezamenlijk op eenvoudige wijze inzicht aan de raadsleden over de financiële positie van de gemeente. Hoe de kengetallen berekend worden, is vastgelegd in een ministeriële reg eling. Het gebruik en het vaststellen van de berekeningswijze heeft geen functie als normeringsinstrument voor het financieel toezicht door de provincies. De invoering van deze kengetallen is voornamelijk bedoeld om de financiële positie voor de raadsleden inzichtelijker te maken. Voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente worden de kengetallen in samenhang bezien.

Het totaalbeeld geeft inzicht in de financiële weer- en wendbaarheid. 4.2.5.2. Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de totale baten. Het kengetal geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie druk ken. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is, valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten, die vervolgens weer worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Bij de netto schuldquote worden de leningen die we hebben uitstaan buiten beschouwing gelaten en bij de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen wordt hiermee wel rekening gehouden. Een netto schuldquote tussen 0% en 100% is acceptabel, c.q. wordt als normaal (groen) beschouwd. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog (oranje).

Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, bevin dt de gemeente zich in de gevarenzone (rood). Opgemerkt wordt dat de maten 100% en 130% grove vuistregels zijn. Voor een genuanceerder beeld van de schuldpositie wordt ook gekeken naar de voorraad bouwgronden en de uitgeleende gelden. Gemeenten met veel g rond hebben meer schulden en dus een hogere schuldquote. De gemeente heeft ook leningen voor woningcorporatie Wetland Wonen aangetrokken. Deze leningen worden één op één doorgegeven. Bij de schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen worden deze leni ngen geëlimineerd. De netto schuldquote neemt toe door inzet van incidentele middelen in reserves, die zijn bestemd voor investeringen. De reserves worden dan ingezet door ze te ruilen voor structurele kapitaallasten. In de volgende grafieken wordt de v erwachte ontwikkeling van beide schuldquotes weergegeven. Bij beide schuldquotes zien wij een daling van de percentages van 2020. 101 52% 71% 73% 70% 65% 61% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% 140% 160% 180% Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Mjr 2021 Mjr 2022 Mjr 2023 1a. Netto schuldquote Categorie A Categorie B Categorie C 4.2.5.3. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft de verhouding weer t ussen het eigen vermogen en het balanstotaal.

Indien er sprake is van een forse schuld en veel eigen vermogen (het totaal van de algemene reserves en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Daar is b ijvoorbeeld sprake van als een lening is aangegaan omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaar heid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van de gemeente. De solvabiliteitsratio drukt immers het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft d aarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan her financiële verplichtingen te voldoen. Voor gemeenten geldt dat een ratio tussen de 20% en 70% als normaal wordt gezien. Voor 2020 wordt een solvabiliteitsratio verwacht van 22%, terwijl voor 2023 24% wordt gecalculeerd. Dit betekent een verbetering van het aandeel van eigen vermogen in het totale vermogen. 35% 25% 22% 22% 22% 24% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Mjr 2021 Mjr 2022 Mjr 2023 2. Solvabiliteitsratio Categorie C Categorie B Categorie A 4.2.5.4.

Grondexploitatie Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen de waarde van de (bouw-)gronden en het totaal aan (geraamde) baten en is indicatie van het risico. Hoe lager het percentage des te geringer het risico. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente. Als gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. 52% 71% 73% 70% 65% 61% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% 140% 160% 180% Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Mjr 2021 Mjr 2022 Mjr 2023 1a. Netto schuldquote Categorie A Categorie B Categorie C 102 Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kan immers de schuld worden afgelost. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt de gemeente relatief een gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet deze worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. Er is een dalende tendens waar te nemen voor wat betreft de ontwikkeling van het kengetal.

Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een afname van de voorraad bouwgrond. De gemeente Steenwijkerland voert namelijk een faciliterend grondbeleid, tenzij vanwege volkshuisvestings- en economische redenen actief grondbeleid gewenst is (zie paragraaf 4.8). 4.2.5.5. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele ruimte is. Hierbij wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten. Deze worden vergeleken met de totale baten van de gemeente. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het Gemeente fonds en de opbrengsten uit de onroerende-zaakbelasting (ozb). Zoals uit de navolgende grafiek blijkt verwachten wij voor de komende jaren dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten ter dekken. Overigens blijkt dit ook uit het mater ieel resultaat voor de verschillende planjaren. 14% 11% 9% 8% 6% 5% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50% Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Mjr 2021 Mjr 2022 Mjr 2023 3.

Kengetal grondexploitatie Categorie A Categorie B Categorie C 103 0,6% -1,4% 0,0% 0,0% 0,0% 0,7% -2% -2% -1% -1% 0% 1% 1% 2% 2% Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Mjr 2021 Mjr 2022 Mjr 2023 4. Structurele exploitatieruimte Categorie C Categorie B Categorie A 4.2.5.6. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of waarin er ruimte is voor ni euw beleid. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, riool - en afvalstoffenheffing). Het kengetal vergelijkt de woonlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t-1). Voor 2020 komt dit cijfer uit op 86%. Wij gaan ervan uit dat de woonlasten (en daarmee de belastingcapaciteit) de komende jaren onder het landelijk gemiddelde zullen blijven. Dit hangt uiteraard in belangrijke mate af van de vraag of in het voorjaar van 2021 extra maatregelen aan de inkomstenskant noodzakelijk zijn (op basis van de gepresenteerde stelposten). 4.2.5.7. Weerstandsratio Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. De weerstandsratio is een hulpmiddel waarbij de beschikbare weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit.

De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevorm door alle reserves, tenzij er (juridische) verplichtingen zijn aangegeven, de stille reserves en eventuele onbenutte belastingcapaciteit. Deze wordt in eerste instantie op nul geraamd. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van de risico’s, die de gemeente loopt. Voor de berekening worden omvang en kans van de risico’s in een ri sicomodel ingevoerd. Bij de vaststelling van de ‘ Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019 ’ is afgesproken dat de 85% 85% 86% 86% 86% 86% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% 140% Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Mjr 2021 Mjr 2022 Mjr 2023 5. Belastingcapactiteit: woonlasten meerpersoons-huishouden Categorie A Categorie B Categorie C 104 signaleringswaarde voor de weerstandsratio minimaal 1,0 is. Opgemerkt wordt dat deze waarde alleen betrekking heeft op de risico’s die kwantificeerbaar zijn. 0,00 1,10 2,21 0,00 0,00 0,00 0,00 0,50 1,00 1,50 2,00 2,50 Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Mjr 2021 Mjr 2022 Mjr 2023 6. Weerstandsratio Categorie A Categorie B Categorie C De verwachting is dat de weerstandsratio in 2019 en 2020 boven de 1 zal uitkomen. Dit betekent dat de gemeente, zoals het er nu naar uitziet, in 2019 en 2020 over voldoende middelen zal beschikken om eventuele tegenvallers op te vangen. Bij de positieve verwachting van de ratio hoort een kanttekening.

Op dit moment is bij een groot aantal risico’s het lastig om een inschatting te maken van de financiële impact als deze risico’s zich daadwerkelij k voordoen. Bovendien zijn risico’s aan veranderingen onderhevig en er kunnen zich in de komende periode weer nieuwe risico’s voordoen. Kortom, het risicoprofiel van onze gemeente kan er de komende jaren heel anders uit zien. Indien nodig, zullen beheersmaatregelen worden genomen om de risico ’s te verminderen of het effect ervan te verkleinen. Mocht dat niet lukken, dan is het zaak d e omvang van de beschikbare weerstandscapaciteit op peil te krijgen en te houden. Signaleringwaarden De gezamenlijke provinciale toezichthouders en het Rijk hebben signaleringswaarden opgesteld voor de verplichte kengetallen. Zij hebben gekozen voor een indeling in drie categorieën. Waarbij kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en C het meest risicovol. In onderstaande tabel zijn de signaleringswaarden opgenomen. Signaleringswaarden kengetallen Categorie A Categorie B Categorie C Verplichte kengetallen 1a. Netto schuldquote < 90% 90 - 130% > 130% 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen < 90% 90 - 130% > 130% 2. Solvabiliteitsratio > 50% 20 - 50% < 20% 3. Grondexploitatie < 20% 20 - 35% > 35% 4. Structurele exploitatieruimte > 0% 0% < 0% 5.

Gemeentelijke belastingcapaciteit < 95% 95 - 105% > 105% Overige kengetallen 6. Weerstandsratio > 2 1 - 2 < 1 Samenvattend is het beeld van de kengetallen voor de gemeente Steenwijkerland de komende jaren als volgt: 105 Kengetallen Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Verplichte kengetallen 1a. Netto schuldquote 52% 71% 73% 70% 65% 61% 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 43% 63% 66% 63% 58% 55% 2. Solvabiliteitsratio 35% 25% 22% 22% 22% 24% 3. Grondexploitatie 14% 11% 9% 8% 6% 5% 4. Structurele exploitatieruimte 0,60% -1,37% 0,03% 0,04% 0,03% 0,65% 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit 85% 85% 86% 86% 86% 86% Overige kengetallen 6. Weerstandsratio 1,1 2,2 ‘Beoordeling’ Op basis van de gepresenteerde kengetallen kan geconcludeerd worden dat de financiële positie van onze gemeente goed is. De schuldenlast is acceptabel. Uit de solvabiliteitsratio blijkt dat de gemeente aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen. De grond exploitaties zijn actueel en laten in totaliteit een positief resultaat zien. Voor vier van de vijf verplichte kengetallen scoort de gemeente Steenwijkerland in het groene vlak in de getoonde grafieken. Alleen de solvabiliteitsratio ‘scoort oranje’. Verder is de score van het niet verplichte kengetal weerstandsratio ook groen.

Geconstateerd mag dan ook worden dat de gemeente Steenwijkerland een degelijke financiële positie heeft. Opgemerkt wordt dat de werkelijkheid, het kengetal solvabiliteit in de jaar rekening 2018 een positiever beeld laat zien. Dit komt vaker voor. In de begroting zijn investeringen opgenomen, inclusief de benodigde financiering. In de jaarrekening blijkt dan dat sommige investeringen achterblijven bij de planning. 106 4.3. Paragraaf Meerjaren auditplan Per 1 januari 2019 is de geactualiseerde verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid ( artikel 213a van de Gemeentewet ) door de raad vastgesteld. In deze verordening is vermeld dat het onderzoeksplan in de paragraaf bedrijfsvoering van de programmabegroting is opgenomen. Begin 2019 is een geactualiseerd meerjaren auditplan vastgesteld. In dit plan zijn de te onderzoeken processen voor de periode 201 9-2022 opgenomen en voorzien van een doelstelling en een planning. Tevens is per proces aangegeven of het onderzoek is gericht op de kwaliteit van de beheersing van het proces, de beoordeling van de doelmatigheid, (financiële) rechtmatigheid of een combinatie hiervan. In bijlage 3 zijn de te onderzoeken processen voor 2020 opgenomen. De geactualiseerde verordening 213A vermeldt dat per jaar minimaal één doelmatigheidsonderzoek dient te worden uitgevoerd.

Voor 2019 is gekozen voor een doelmatigheidsonderzoek binnen het belastingendomein, namelijk de toeristenbelasting. Dit onderzoek vindt momenteel plaats. De uitkomsten zullen na afronding met de raad worden gedeeld. In 2020 zal de doelmatigheid van het proces hondenbelasting w orden onderzocht. Met het vaststellen van de programmabegroting door de gemeenteraad wordt de onderzoeksopdracht voor het college voor 2020 bekrachtigd. 107 4.4. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen 4.4.1. Algemeen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzieningen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zijn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voorzieningen is van groot belang vo or het optimaal functioneren van de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. Voor het goed onderhouden van de kapitaalgoederen zijn een aanta l zaken belangrijk. Allereerst is het van belang dat bekend is wat moet worden onderhouden en wat de huidige staat van het onderhoud is. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpakket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld u p-to-date wordt gehouden. Vervolgens moet eenduidig bekend zijn wat het gewenste kwaliteitsniveau is.

Dit is vastgelegd in de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2007 door de gemeenteraad is vastgesteld, en in beleidsdocumenten die per onderdeel beschikbaar zijn. De uitwerking vindt plaats volgens de volgende stappen: - Waar gaat het over (areaal)?; - Wat zijn de doelstellingen (beleidskader)?; - Wat zijn de financiële consequenties van deze doelstellingen?; - Hoe zijn deze consequenties geborgd in de begroting? 4.4.2. Assetmanagement Om de aansluiting van de activiteiten op het gebied van beheer en onderhoud met de bestuurlijke ambities en de wensen van de stakeholders te verbeteren en te borgen wordt gewerkt aan de implementatie van een assetmanagementsysteem op basis van NEN-ISO 55000. In onderstaande Roos, een figuur van het kennisportaal voor Assetmanagement ‘IamPro’, zijn de onderdelen van het systeem weergegeven. Het symbool staat voor het open karakter van het systeem. Het systeem is open in de zin van flexibel, maar ook in de zin van transparant en toegankelijk.

108 In de komende periode wordt gewerkt aan het ordenen en ontwikkelen van de verschillende activiteiten en documenten die relevant zijn voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte conform de Roos. De implementatie van het assetmanagementsysteem vindt op een organische wijze plaats. Er wordt aan alle onderdelen tegelijkertijd gewerkt. Op natuurlijke momenten wordt een stap gezet in het vaststellen van een volgende o ntwikkelfase van een onderdeel. Het vaststellen van nieuwe beleidsplannen zijn voorbeelden van dergelijke natuurlijke momenten. Binnen het assetmanagementsysteem is een belangrijke plaats ingeruimd voor het Strategisch Assetmanagement Plan. In dit plan w ordt een inhoudelijke en procesmatige vertaling gemaakt van de bestuurlijke ambities uit het collegeprogramma naar de activiteiten die nodig zijn om deze ambities waar te maken. Inmiddels is ook de ‘Nota Onderhoud Kapitaalgoederen 2019-2023’ opgesteld en aan uw raad aangeboden ter vaststelling. Deze nota dient als kader voor de jaarlijkse paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. 4.4.3 Door de raad vastgestelde beleids- en beheerplannen Voor het op orde houden van de kapitaalgoederen binnen de openbare ruimte zijn door de raad de bijbehorende beleids- en beheerplannen vastgesteld.

Beleidsbeheerplannen Door de raad vastgesteld Looptijd t/m Financiële vertaling in de begroting • Wegen 2017 2021 Ja • Verkeer 2017 2020 Ja • Verlichting 2017 2026 Ja • Riolering 2016 2021 Ja • Water 2016 2021 Ja • Oeververbindingen 2017 2021 Ja • Oeverconstructies 2016 2020 Ja • Groen 2011 2014 Ja • Spelen 2014 2017 Ja • Gebouwen 2017 2026 Ja Bovenstaande tabel geeft aan dat voor de kapitaalgoederen er actuele plannen aanwezig zijn maar dat de onderdelen ‘G roen’ en ‘ Spelen’ hierin achter lopen. Het voornemen is om ook hiervoor de beleidskaders en bijbehorende beheerplannen te actualiseren. Uit de door de raad vastgestelde beleids- en beheerplannen en bijbehorende meerjarenplannen wordt jaarlijks een integraal uitvoeringsplan openbare ruimte opgesteld en aangeboden aan het college en raad. In dit uitvoeringsplan worden alle plannen in de openbare ruimte benoemd, gewogen en integraal afgestemd. Hierdoor ontstaat per planjaar een evenwichtig maatregelprogramma voor onderhoud en investeringen in de openbare ruimte. 109 4.4.3.1 Wegen Areaal Areaal Wegen Aantal % • Asfalt 173 49 • Cementbeton 11 3 • Elementen 158 45 • Onverhard 12 3 354 100 Beleidskaders Het beleidskader voor o nze wegen is vastgelegd in het b eleidsplan ‘Overwegen’ (april 2017) en het beleidsplan ‘Verkeer’ (2017).

Wij beschouwen ons uitgebreide, grotendeels historische, netwerk van wegen, paden en pleinen als een waardevol bezit en als een belangrijk middel om het dagelijkse woon-, werk- en recreatieve verkeer mogelijk te maken en veilig, efficiënt en duurzaam af te wikkelen. Het beleidsplan kent de thema’s: - Wegennet up to date, - Onderhoud op maat, - Inspirerend partnerschap. Wij zien de inbreng van inwoners, ondernemers en partijen als uitgangspunt, óók voor onze wegbeheertaak. Opvolging van wettelijke (wegbeheer)taken en behoud/versterking van social e-, milieu en kapitaalswaarde (‘People, Planet, Profit ’) zijn daarbij essentiële randvoorwaarden. Wij richten onze wegbeheertaak daarom vraaggestuurd, risicobewust en gebiedsgericht in. Voor het wegenonderho ud heeft de raad inge stemd met het kwaliteitsniveau ‘basis’. Hierbij wordt het risicoprofiel ‘laag’ aangehouden. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het beleidsplan ‘Overwegen’ zijn de financiële consequenties van het vastgest elde kwaliteitsniveau berekend. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader ‘Overwegen’ in 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het benodigde wegenbudget voor het kwaliteitsniveau ‘basis’ en besl oten tot het instellen van een voorziening.

De benodigde bedragen voor levensduurverlengende maatregelen zijn beschikbaar gesteld op onderhoudsniveau ‘basis’. De benodigde bedragen voor investeringen in bermverhardingen zijn beschikbaar gesteld op onderhou dsniveau ‘beperkt basis’. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: bedragen x € 1.000 Financiële consequenties Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Dagelijks beheer 379 270 270 270 270 270 Groot onderhoud 1.269 1.343 1.955 697 735 2.217 Bijdragen en investeringen 530 162 - 187 142 399 Investeringen bermverharding - 404 404 404 404 404 110 4.4.3.2. Openbare verlichting Areaal Areaal Openbare Verlichting Aantal Eenheid • Lichtmasten 11.000 stuks Beleidskader Uitgangspunt voor het beleidsplan Openbaar Licht (2017) is ‘donkerte’. ‘Even dimmen graag ’ is het devies. De volgende ambities zijn in dit beleidsplan benoemd: de veiligheid van inwoners staat voorop, ruimte voor donkerte en duurzaamheid. Communicatie over openbare verlichting is daarbij een belangrijk aandachtspunt. In het gekozen scenario ‘beperkt basis’ wordt enige achterstand in de vervanging geaccepteerd. Er wordt in de komende 12 jaar 80% van de openbare verlichting vervangen. In de vervanging voor 2018 en 2019 is niet gekort omdat hier de oudste onderdelen met grotere risico’s (achterstand) wordt vervangen.

Dat betekent dat in deze jaren het niveau basis is aangehouden. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Door de grootschalige vervanging van masten en armaturen wordt bespaard op de onderhoudskosten. In 2020 is daarom het budget bijgesteld naar € 198.000. In 2029 zijn de onderhoudskosten afgenomen tot € 186.000. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Voor het dagelijks onderhoud is in 2020 een bedrag van € 198.000 beschikbaar. Dit loopt terug naar € 193.000 in 2023. Voor de vervanging van de openbare verlichting is in de komende vier jaar een bedrag van € 1.860.000 opgenomen. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: bedragen x € 1.000 Openbare verlichting Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Onderhoud 137 224 198 195 193 193 Energie 160 220 202 199 197 197 Investeringen armaturen - 365 385 233 261 276 Investeringen masten - 237 199 192 164 149 4.4.3.3.

Riolering Areaal Areaal Riool Aantal Eenheid • Vrijverval riolering 420 km • Persleiding 61 km • Drukriolering 341 km • Gemalen 144 stuks • Randvoorzieningen 12 stuks • Minigemalen 1.150 stuks 111 Beleidskader De beleidskaders voor de riolering zijn vastgesteld in het ‘Watertakenplan Fluvius 2016-2021’, dat is opgesteld met het waterschap Drents Overijsselse Delta en de zes inliggende gemeenten van het beheergebied ‘Reest & Wieden’. Voor de gemeentelijke watertaken zijn een vijftal bestuurlijke doelen gedefinieerd: 1. Risico’s voor de volksgezondheid door aanraking met schadelijke stoffen en geuroverlast maximaal beperken. 2. Beperk wateroverlast door water op straat en beperk overstroming maximaal. 3. Beperk hinder door falen van riolen en door verstopping of werkzaamheden. 4. Zorg voor goede oppervlaktewaterkwaliteit, voer zo weinig mogelijk schoon water af naar de zuivering. 5. De klant staat voorop. Aantal klachten zit onder het landelijk gemiddelde. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het watertakenplan is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het watertakenplan opgenomen in het ‘Uitvoeringsplan Openbare Ruimte’.

Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het watertakenplan zijn één op één verwerkt in de Programmabegroting 2020-2023. Naast de kosten voor riolering zijn er ook kosten voor stedelijk water die bij de rioolheffing worden betrokken. Deze kosten worden vermeld bij het onderdeel water. De (globale) opbouw van het budget riolering is in onderstaande tabel weergegeven. bedragen x € 1.000 Riolering Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Algemeen 365 448 459 545 618 684 Onderzoek 191 207 207 207 207 207 Planvorming 41 108 128 128 108 108 Onderhoud 617 574 571 569 569 569 Investeringen - 1.400 1.845 2.150 1.488 1.400 4.4.3.4. Water & Kunstwerken Areaal Areaal Kunstwerken Aantal Eenheid • Kunstwerken (bruggen, steigers en voorzieningen) 335 stuks • Havens 11 stuks • Beschoeiing ca. 120 km Areaal Water Aantal Eenheid • Watergangen stedelijk gebied 46 km • Niet schouwsloten 119 km • Schouwsloten 207 km • Greppels 100 km • Duikers 1.500 stuks 112 Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kunstwerken in de gemeente is vastgelegd in diverse beleidsnota’s en plannen.

De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: - Beleidsplan Oeverconstructies Steenwijkerland 2016-2020; - Beleidsplan Oeververbindingen Steenwijkerland 2017-2021; - Watertakenplan Fluvius 2016-2021. In 2015 is het ‘Beleidsplan oeverconstructies 2016 -2020’ vastgesteld. In dit beleidsplan is op basis van voor - en nadelen van verschillende scenario’s gekozen voor een variant waarbij , daar waar beschoeiing echt nodig is , bij vervanging gekozen wordt voor kunststof. Dit is een duurzaam en financieel gunstig scenario. Voor de oeverconstructies is gekozen voor kwaliteitsniveau ‘basis’. In 2017 is een nie uw ‘Beleidsplan oeververbindingen 2017 -2021’ vastgesteld. Oeververbindingen worden ook wel civiele kunstwerken genoemd en vormen een belangrijke categorie binnen de kapitaalgoederen. Onder oeververbindingen wordt onder andere verstaan: (beweegbare) bruggen , viaducten en tunnels. Dit beleidsplan heeft als doel om als leidraad te fungeren voor het doelmatig en planmatig beheren van de oeververbindingen. Het geeft handvatten voor het beheer en onderhoud en zet de lijn uit voor de komende jaren. Er is gekozen voor het kwaliteitsniveau ‘beperkt basis’. Deze strategie typeert zich als volgt: Maximale levensduur tegen de laagst mogelijke kosten: risico gestuurd planmatig beheer.

In 2020 wordt een meerjarenplan jachthavens opgesteld met de daarbij behorende financiële gevolgen. Ten aanzien van de recreatieve voorzieningen geldt dat er in 2020 geen beleidswijzigingen zijn te verwachten in het kader van beheer en onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Oeverconstructies Het vastgestelde onderhoudsniveau voor de oeverconstructies op basis van het ‘Beleidsplan Oeverconstructies 2016-2020’ betekent dat er een budget benodigd is voor deze periode van € 600.000 waarvan € 300.000 bestaat uit uitgestelde vervangingen en € 300.000 uit planmatig onderhoud. Dit budget is beschikbaar tot en met 2020. In 2020 is het budget lager doordat budget vanuit 2020 naar voren is gehaald naar 2018 en 2019. Oeververbindingen De gemeenteraad heeft bij de behandeling van de PPN in het voorjaar van 2017 gekozen voor het budget passend bij de optie ‘beperkt basis’ voor wat betreft het beleidsplan Oeververbindingen. In het ‘Beleidsplan Oeververbindingen 2017 -2021’ wordt onderscheid gemaakt tussen het onderhoud en het vervangen van de oeververbindingen. Voor het niveau ‘beperkt basis ’ is een budget benodigd van € 400.000. In het beleidsplan oeververbindingen wordt aangegeven dat in de komende jaren 67 bruggen aan vervanging toe zijn. Hiervoor wordt vanaf 2018 € 538.000 per jaar gevraagd. Het gevraagde budget op basis van beperkt basis is beschikbaar.

Water Voor wat betreft de baggeropgave is op basis van het ‘Watertakenplan Fluvius 2016-2021’ een budget benodigd van € 950.000. Binnen de gemeentelijke begroting is een bedrag beschikbaar van € 475.000. Voor het overige deel wordt samen met de andere waterbeheerders in het gebied getracht om door middel van slim en integraal aan te besteden het gekozen onderhoudsniveau te realiseren. Voor het maaien en onderhouden van sloten is in zijn totaliteit een bedrag benodigd van € 280.000 waarvan € 164.000 gerelateerd is aan schouwsloten. Het overige deel is meer gerelateerd aan het maaien van bermen en bermmaaisel. Jachthavens en Recreatieve vijvers Voor wat betreft jachthavens geldt dat er wordt gewerkt met een onderhoudsbudget van ca. € 50.000. Voor de recreatieve vijvers geldt eveneens dat er wordt gewerkt met een onderhoudsbudget van ca. € 60.000.

113 Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: bedragen x € 1.000 Water en kunstwerken Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Onderhoud jachthavens 47 48 48 48 48 48 Onderhoud recreatieve vijvers 60 60 60 60 60 60 Onderhoud bruggen 618 406 406 406 406 406 Beschoeiingen 613 417 167 267 267 267 Baggeren 146 804 475 475 475 475 Schouwsloten 107 164 164 164 164 164 Investeringen bruggen 333 742 538 538 538 538 Investeringen beschoeiingen 688 415 50 150 150 150 4.4.3.5 Openbaar groen en speelvoorzieningen Areaal Areaal Groen- en speelvoorzieningen Aantal Eenheid • Bomen 34.000 stuks • Gazon 100 ha • Extensief beheerd gras 84 ha • Bermen 258 ha • Hagen 33.000 m2 • Plantsoen 16 ha • Landschappelijk groen (bos en houtwallen) 91 ha • Speelplekken 184 stuks Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plantsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides. Hierbij zijn de volgende nota’s en plannen van belang: - De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); - Beleidsnota Groen en Meerjarenprogramma Groen (MJP Groen), 2011 -2014; - Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte Gemeente Steenwijkerland. Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: - Speelplekkenbeleid (2009); - Meerjarenplan Spelen (2014-2017).

In de beleidsnota Groen worden de beheerambities met betrekking tot het groen beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarbij het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn er ambities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een schone, hele en veil ige omgeving. Het Meerjarenprogramma Groen geeft aan hoe aan deze ambitie de komende jaren invulling wordt gegeven. In 2014 heeft de gemeenteraad op basis van een evaluatie besloten om de lijn van het speelplekkenbeleid uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren. In dit plan is vastgesteld dat de gemeente spelen en bewegen 114 stimuleert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden wordt. Het onderhoud van de speelvoorzieningen wordt op het basisniveau van ‘schoon heel en veilig’ uitgevoerd. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Binnen de budgetten van groen zijn er middelen beschikbaar om onderhoud uit te voeren aan de diverse groenobjecten. Er is onderscheid gemaakt in middelen voor onderhoud van openbaar groen, bermenonderhoud, bomenonderhoud en extensief maaien. Het grootste deel van het onderhoudsbudget wordt besteed aan het integrale onderhoudsbestek voor de openbare ruimte. In dit bestek is het verzorgend onderhoud in de openbare ruimte opgenomen. Dit bestek wordt door de Noordwestgroep uitgevoerd in opdracht van de gemeente.

In 2019 en 2020 is daarnaast budget beschikbaar voor het project om biodiversiteit en bloemrijke bermen te stimuleren. In het Meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 jaren becijf erd hoeveel geld er nodig is om op het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. Hierop is in het kader van de ‘herprioritering’ een bedrag van € 20.000 ingeleverd. In onderstaande tabel zijn de bedragen voor de komende vier jaren weergegeven. bedragen x € 1.000 Speelvoorzieningen Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Onderhoud speelvoorzieningen 107 106 106 106 106 106 Mutatie in voorziening 93 116 92 63 64 162 Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: bedragen x € 1.000 Openbaar groen Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Onderhoud groen 367 442 422 422 422 422 Onderhoud bermen 328 313 313 313 313 313 Onderhoud groen Noordwestgroep 659 656 653 653 653 653 Onderhoud bomen 192 281 153 153 153 153 Extensief maaien gras 31 30 30 30 30 30 Onderhoud groen begraafplaatsen 15 20 20 20 20 20 Essentaksterfte - 100 100 100 - - 4.4.3.6.

Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Areaal Gemeentelijke gebouwen Aantal Eenheid • Binnensport accommodaties 8 stuks • Buitensport accommodaties 15 stuks • Gemeentelijke panden 1 stuks • Werkplaatsen 2 stuks 115 Areaal Gemeentelijke gebouwen Aantal Eenheid • Brandweer 6 stuks • Musea 5 stuks • Wijkgebouwen 3 stuks • Peuterspeelzalen 3 stuks • Jeugdhonken 2 stuks • Begraafplaatsen 16 stuks • Woningen 2 stuks • Recreatie 12 stuks • MFC 1 stuks • Theater 1 stuks • Overige panden 42 stuks • Zwembaden 3 stuks Beleidskader Van de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerdere jaren vastgelegd inclusief de onderhoudskosten waarmee rekening moet worden gehouden. Uitgegaan wordt van drie categori eën onderhoud. Het klachtenonderhoud betreft dagelijks voorkomende calamiteiten en storingen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn afgesloten. Dit betreft voornamelijk technische installaties. Tenslotte is er het planmatig onderhou d. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voor de periode van 2019 –2028 een ‘Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed ’ opgesteld. Deze plannen worden ieder jaar bij de jaarrekening geactualiseerd.

Bij de laatste actualisatie is becijferd dat de jaarlijkse kosten aan planmatig onderhoud gemiddeld € 1.110.000 bedragen. Uitbreidingen en duurzame maatregelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en vergen afzonderlijke investeringen. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het ‘Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed ’ is verwerkt in de begroting. De maatregelen voor 2020 worden vastgelegd in het ‘Uitvoeringsplan Maatschappelijk Vastgoed 2019 ’. Voor het m aatschappelijk vastgoed is een voorziening ingesteld. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: bedragen x € 1.000 Gebouwen Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Onderhoud maatschappelijk vastgoed 1.265 1.577 906 913 1.133 1.058 Investeringen maatschappelijk vastgoed 124 106 44 252 110 740 116 4.5. Paragraaf Financiering Ambitie Het doel is een optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven op korte en lange termijn. Om dit goed uit te voeren, wordt gekeken naar de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland.

De treasuryfunctie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet f inanciering decentrale overheden (Wet fido), de Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) en het financieringsstatuut. Doelstellingen Bij de begroting wordt afgewogen welke investeringen er op korte en lange termijn plaatsvinden. Het is vervolgens onze taak om deze investeringen conform de kaders te financieren. We beperken ons tot de publieke taak en hanteren hierbij de volgende doelstellingen: 1. Er is voldoende financiering op korte en lange termijn; zodoende kunnen wij te allen tijde aan onze betaalverplichtingen voldoen. 2. De risico’s die aan financiële transacties verbonden zijn worden beheerst en bep erkt. Te denken valt onder andere aan renterisico’s, koersrisico’s en debiteuren-/crediteurenrisico’s. 3. De rentekosten van de leningen worden zoveel mogelijk beperkt. 4. De interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en finan ciële posities worden zoveel mogelijk beperkt. Onze inzet We maken onderscheid tussen financiering en dekking. Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan onze financiële middelen komen (bijvoorbeeld door verkoop van gronden of door het aangaan van g eldleningen). Bij dekking gaat het om de vraag hoe we de middelen kunnen aanwenden om de begroting sluitend te houden (bijvoorbeeld opbrengst uitkering gemeentefonds en belastingopbrengsten).

De uitvoering van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de kaders van de Wet fido en de Wet Hof. Om vooral de financieringsrisico’s te beperken, staan in de Wet fido twee instrumenten genoemd, te weten de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Renterisiconorm De wettelijke renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks ma ximaal 20% van het begrotingstotaal gebruikt mag worden voor renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een maximum gesteld aan het renterisico op de langlopende leningenportefeuille. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst een voor waarde is opgenomen dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar word t aangepast. Van herfinanciering is sprake als een nieuwe lening wordt gebruikt om een oude lening af te lossen. De renterisiconorm beperkt dus de aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Op een begrotingstotaal van € 128,8 miljoen in 2020 bedraagt de renterisiconorm voor onze gemeente € 25,8 miljoen. In 2020 vindt voor een bedrag van € 4,095 miljoen aan aflossingen van bestaande leningen plaats. We kunnen nog een nieuwe lening aantrekken voor een bedrag van € 20,977 miljoen.

bedragen x € 1.000 Renterisiconorm Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Renterisico vaste schulden Renteherzieningen (o/g) 683 364 835 - Betaalde aflossingen 4.095 4.071 4.040 3.963 Renterisico vaste schulden 4.778 4.435 4.875 3.963 Toegestane renterisico norm Omvang begroting (=grondslag) 128.776 122.714 123.252 120.589 Renterisiconorm (in % van de grondslag) 20% 20% 20% 20% 117 bedragen x € 1.000 Renterisiconorm Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Toegestane renterisiconorm 25.755 24.543 24.650 24.118 Toets renterisico norm Ruimte onder renterisiconorm 20.977 20.108 19.775 20.155 Overschrijding renterisiconorm Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is in de Wet fido opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat gemeenten hun financieringsbehoefte voor slechts een beperkt bedrag met kort geld (looptijd korter dan 1 jaar) mogen financieren. Hierdoor worden de renterisico’s op korte termijn beperkt. De norm is in de wet gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten. Voor de gemeente Steenwijke rland bedraagt de limiet in 2020 afgerond € 10,9 miljoen. De intentie is om de kasgeldlimiet optimaal te benutten. Di t omdat voor opgenomen kasgeldleningen de laatste tijd zelfs een rentevergoeding wordt ontvangen en dus goedkoper is dan het aantrekken van een langlopende geldlening .

In verband met regelgeving is het niet toegestaan om meer dan 2 kwartalen achter elkaar gebruik te maken van kasgeld. Daarom is per 12 september 2019 een langlopende lening van € 9 miljoen aangetrokken. Debiteuren-/crediteurenrisico Onder debiteurenrisico wordt hier verstaan het risico dat uitgezette geldleningen niet worden terugontvangen van marktpartijen. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en daalt de staatsschuld. Schatkistbankieren is ingevoerd voor gemeente, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen. Dit heeft een positief effect op de omvang van de EMU -schuld. Depositotarieven en inleentarieven worden geharmoniseerd. De gemeente krijgt een rente vergoed die gelijk is aan de rente die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. Op dit moment bedraagt dat rentepercentage 0%. De Wet biedt, onder bepaalde voorwaarden, (lagere) overheden de mogelijkheid elkaar leningen te verstrekken. Dit kan voor beide partijen leiden tot gunstige rentecondities. Uit oogpunt van doelmatigheid is in de Wet een drempelbedrag opgenomen. Hiermee kan een bepaald bedrag buiten de schatkist worden gehouden.

Tot een begrotingstotaal van € 500 miljoen is het drempelbed rag bepaald op 0,75% met een minimum van € 250.000. Voor begrotingstotalen boven € 500 miljoen geldt een additionele drempel van 0,2% over dat deel dat de € 500 miljoen overstijgt. Voor de gemeente Steenwijkerland geldt als drempel voor 2020 0,75% van € 12 8,776 miljoen, ofwel € 0,966 miljoen. Wij mogen dus een positief reken ing-courantsaldo hebben van € 0,966 miljoen, voordat deze middelen worden afgeroomd aa n de schatkist. Gelet op onze rekening -courantpositie en de geraamde financieringsbehoefte g aan wij ervan uit dat we in 2020 slechts zeer incidenteel gebruik zullen maken van schatkistbankieren. Leningenportefeuille Wij maken op dit moment optimaal gebruik van de kasgeldlimiet met name als gevolg van nieuwe investeringen en aflossingen op bestaande len ingen. Deze vlottende schuld (looptijd < 1 jaar) moet bij overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende een langere termijn worden omgezet in een schuld voor langere termijn (looptijd > 1 jaar) in de vorm van het aantrekken van een langlopende geldlening. In de afgelopen periode is een nieuwe langlopende geldlening van € 9 miljoen aangetrokken tegen een rentepercentage van 0,275%.

118 bedragen x € 1.000 Ontwikkeling leningenportefeuille o/g 2020 2021 2022 2023 Schuldrestant per 1 januari 65.860 61.765 57.694 53.654 Nieuw aangetrokken leningen - - - - Reguliere aflossingen 4.095 4.071 4.040 3.963 Schuldrestant per 31 december 61.765 57.694 53.654 49.691 Verschuldigde rente 1.661 1.545 1.430 1.316 Gemiddeld rentepercentage 2,69% 2,68% 2,67% 2,65% In het overzicht zijn meegenomen de opgenomen leningen, die zijn doorgesluisd naar woningcorporatie Wetland Wonen Groep. De restschuld van deze doorgesluisde leninge n bedraagt per 1 januari 2020 € 5,5 miljoen. Alle leningen zijn opgenomen bij de BNG Bank. In 2020 moet een totaalbedrag van circa € 1,661 miljoen worden betaald wegens verschuldigde rentekosten. Dit is inclusief de rentelasten van afgerond € 0,225 miljoen voor de doorgesluisde leningen aan Wetland Wonen. Wij lopen een r isico als de woningcorporatie haar betalingsverplichtingen niet nakomt. Het Waarborgfonds Sociale Woningen staat garant voor de betalingen van rente en aflossingen van 7 van de 8 verstrekte leningen. Rentetoerekening Sinds 2018 wordt de rekenrente volgen s een vaste formule berekend en kan deze niet meer vrij worden bepaald. De invloed op het renteresultaat is vanaf dat moment beperkt tot de keuze om wel of geen rente over het eigen vermogen te berekenen.

De omvang van de rente die over het eigen vermogen mag worden berekend, is met ingang van de begroting 2017 gemaximeerd op het gemiddelde rentepercentage dat de gemeente over haar extern aangetrokken leningen betaalt. bedragen x € 1.000 Renteschema Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering (-) - 1.874 - 1.674 - 1.721 b. Externe rentebaten (idem) (+) 482 344 266 Saldo rentelasten en rentebaten - 1.392 - 1.329 - 1.455 c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend (+) 222 178 128 c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (+) - 260 - 241 - 225 c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= project- financiering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (-) 260 241 225 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente - 1.170 - 1.151 - 1.327 d1. Rente over eigen vermogen (-) - - - d2. Rente over voorzieningen (contante waarde) (-) - - - Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente - 1.170 - 1.151 - 1.327 e. Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) (+) 1.260 1.438 1.485 Renteresultaat op het taakveld treasury 90 287 158 119 Kredietrisico’s Dit is het risico dat de gemeente loopt wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen, c.q.

publieke instellingen die in voorkomende gevallen in financiële problemen kunnen komen. Onze gemeent e heeft naar verwachting in het begrotingsjaar 2020 in beperkte mate te maken met kredietrisico’s. De totale omvan g van deze leningen per 1-1-2020 bedraagt afgerond € 7,1 miljoen. De ontwikkeling van de verstrekte leningenportefeuille ziet er als volgt uit. bedragen x € 1.000 Verstrekte leningen 2020 2021 2022 2023 Vitens N.V. 528 264 - - Stichting roeiaccommodatie 't Diep 23 17 12 6 Wetland Wonen Groep 5.491 5.029 4.594 4.193 N.V. Rova Holding 1.011 1.011 1.011 1.011 Div. verstrekte hypotheken gemeentepersoneel 36 29 22 15 Totaal verstrekte leningen 7.089 6.350 5.639 5.225 Rentevergoeding 317 245 275 258 Gemiddeld rentepercentage 4,47% 3,86% 4,88% 4,94% Voor 2020 is een rentevergoeding van afgerond € 0,317 mln. begroot. Hieronder volgt een korte samenvatting. bedragen x € 1.000 Ontvangen rente Begroting 2020 Vitens N.V. 10 Stichting roeiaccommodatie 't Diep 1 Wetland Wonen Groep 225 N.V. Rova Holding 81 Div. verstrekte hypotheken gemeentepersoneel 0 Totaal ontvangen rente 317 Liquiditeitsplanning De planning van de liquiditeiten heeft betrekking op toekomstige inkomsten en uitgaven van de gemeente. Voor het opstellen van deze planning is het nodig dat er een liquiditeitsprognose wordt gemaakt.

In deze prognose worden de ontvangsten en ui tgaven in e en bepaalde periode vermeld. Dit leidt tot een verwachting van de benodigde liquiditeit. De Wet fido stelt eisen aan het actief beheren van toekomstige renterisico’s. De gemeente wordt daarom gedwongen om een systematische planning hiervoor te ontwikkelen en bij te houden. Financiering Binnen de gemeente wordt een omslagrente in rekening gebracht bij de investeringen en de projecten van 1,25%. Financieringspositie Het verschil tussen de financieringsbehoefte en de aanwezige beschikbare financieringsmidd elen (langlopende opgenomen geldleningen plus reserves en voorzieningen) is het financieringstekort of –overschot. De boekwaarde van de investeringen wordt per 1 januari 2020 geraamd op afgerond € 137 miljoen. 120 bedragen x € 1.000 Financieringsbehoefte 01-01-2020 01-01-2021 01-01-2022 01-01-2023 Boekwaarde Boekwaarde vaste activa incl.

voorraden 125.690 121.309 115.976 111.220 Boekwaarde leningen u/g 10.937 10.199 9.487 9.074 Totaal boekwaarde 136.627 131.508 125.463 120.294 Aanwezige financieringsmiddelen Eigen vermogen Algemene reserves 27.895 22.845 21.847 21.515 Bestemmingsreserves 10.908 10.438 10.338 10.288 Totaal eigen vermogen 38.802 33.283 32.185 31.802 Vreemd vermogen Voorzieningen 8.829 8.153 8.750 9.128 Langlopende leningen 65.860 61.765 57.695 53.655 Totaal vreemd vermogen 74.689 69.918 66.445 62.783 Totaal financieringsmiddelen 113.492 103.201 98.629 94.585 Financieringstekort (-/-) c.q. overschot (+/+) - 23.135 - 28.307 - 26.834 - 25.709 Financieringstekort Bij de aanvang van dit begrotingsjaar ramen wij een financieringstekort van € 23 ,1 miljoen. Dit tekort ontstaat doordat de som van de reserves en voorzieningen en de opgenomen geldleningen per 1 januari 2020 lager is dan de boekwaarde van de investeringen per 1 januari 2020. Rentevisie De rentevisie is gebaseerd op de meest actuele ontwikkelingen op de geld - en kapitaalmarkt. Wij maken daarbij onder andere gebruik van de renteprognose en berichtgeving van de BNG Bank. De afgelopen jaren kenmerkt zich door een kapitaalmarkt met voortdurend aanhoudende lage quotes.

De matige mondiale economische ontwikkelingen, gekoppeld aan onzekere tijden binnen de Eurozone hebben ertoe geleid dat de rente een historisch laag niveau heeft bereikt en al langere tijd aanhoudt. Wij houden bij langlopende leningen rekening met een rentepercentage van 0,5%. Relatiebeheer Evenals voorgaande jaren is de BNG onze huisbankier. Nagenoeg alle transacties vinden plaats via deze bank. Eind 2014 is een nieuwe dienstverleningsovereenkomst gesloten. Hierin is geregeld dat wij tot een bedrag van € 12 miljoen “rood” mogen staan. Verder is er sprake van een basisrente van 1 maands Euribor met een spread 9 van 0,40% (was 0,21% tot en met 31 december 2011) tot en met 31 december 2015. De spread kan na afloop van de looptijd, waarvoor deze is vastgesteld, door de BNG voor een nader te bepalen looptijd worden gewijzigd. De excedentrente10 bedraagt 5% (was 5%). Wel ka n nu deze rente van tijd tot tijd worden aangepast door de bank. Verder heeft de gemeente een rekening -courantovereenkomst met de Rabobank “Meppel -Staphorst- Steenwijkerland”. 9 Spread is de debetopslag op het 1-maands Euribor-tarief. 10 Excedentrente is de extra toeslag op de debetrente die de BNG bank in rekening brengt bij het overschrijden van de kredietlimiet in rekening-courant.

121 Prognose Meerjarenbalans11 Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo wordt in het vernieuwde BBV voorgeschreven dat bij de uiteenzetting van de financiële positie een geprognosticeerde balans wordt opgenomen. Deze balans moet meerjarig zijn en geeft inzicht in de ontwikkeling van onder meer de investeringen, h et aanwenden van reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte. De presentatie van de geprognosticeerde balans sluit aan op de balans van de jaarrekening, maar behoeft niet dezelfde mate van detail te kennen. In de prognose zitten veel aannames om dat de toekomstige mutaties onzeker zijn. Het vertrekpunt voor dez e balans is de jaarrekening 2018 . Bij de prognose van d e eindbalansen van de jaren 2020 t/m 2023 is rekening gehouden met de mutaties voortvloeiende uit: - het investeringsprogramma 2020–2023; - actualisatie grondexploitaties; - de mutaties in de reserves en voorzieningen en - het financiële beleid dat ingaat op 1 januari 2020.

bedragen x € 1.000 Prognose meerjarenbalans Realisatie Ultimo 2018 Begroting Ultimo 2019 Begroting Ultimo 2020 MJR Ultimo 2021 MJR Ultimo 2022 MJR Ultimo 2023 Activa Vaste Activa Immateriële vaste activa - - - - - - Materiële vaste activa 96.341 112.167 109.806 106.317 104.001 100.522 Financiële vaste activa 12.450 10.937 10.199 9.487 9.074 8.650 Totaal vaste activa 108.791 123.104 120.005 115.804 113.075 109.172 Vlottende Activa Voorraden 17.785 13.523 11.503 9.659 7.219 6.186 Uitzettingen met een rentetyp. looptijd < 1 jaar 11.618 11.618 11.618 11.618 11.618 11.618 Liquide middelen 61 61 61 61 61 61 Overlopende activa 2.967 2.967 2.967 2.967 2.967 2.967 Totaal vlottende activa 32.431 28.169 26.149 24.305 21.865 20.832 Totaal activa 141.222 151.273 146.154 140.109 134.940 130.004 Passiva Vaste Passiva Eigen vermogen 49.801 37.080 31.599 30.551 30.207 31.254 Voorzieningen 10.459 8.829 8.153 8.750 9.128 8.083 Financieringsbehoefte 19.587 24.721 23.198 22.034 21.060 Vaste Schuld met een rentetyp. looptijd > 1 jaar 61.046 65.860 61.765 57.695 53.655 49.691 Totaal vaste passiva 121.306 131.357 126.238 120.193 115.024 110.088 Vlottende Passiva Vlottende schuld met een rentetyp.

looptijd < 1 jaar 14.862 14.862 14.862 14.862 14.862 14.862 Overlopende passiva 5.054 5.054 5.054 5.054 5.054 5.054 Totaal vlottende passiva 19.916 19.916 19.916 19.916 19.916 19.916 Totaal passiva 141.222 151.273 146.154 140.109 134.940 130.004 11 In de prognose meerjarenbalans zijn de saldi van de PPN 2020-2023 en voorliggende programmabegroting vertaald in de post ‘eigen vermogen’. De overlopende activa en passiva zijn constant gelaten ten opzichte van de laatste vastgestelde jaarrekening. 122 EMU-saldo Om strakker te kunnen sturen op de afspraken die het Rijk heeft gemaakt in Europees verband is de Wet H of ingevoerd. De wet is bedoeld voor de beheersing van de schuldenlast en het begrotingstotaal op rijksniveau. De EMU-tekortruimte voor decentrale overheden is voor de jaren 2020 tot en met 2023 vastgesteld op 0,4% van het bruto binnenlands product per jaar. Voor de gemeenten wordt bij de verdeling van de macronorm voor 2020 rekening gehouden met een percentage van 0,27. Een individuele EMU -referentiewaarde betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente heeft in de gezamenlijke tekortnorm. De Wet Hof bepaalt dat de individuele referentiewaarde voor het EMU -saldo van de individuele overheden naast het eigen aandeel in openbare lichamen betreft.

Wij hebben een sluitende (meerjaren)begroting maar de manier waarop het Rijk het EMU-saldo berekent, betekent dat wij een negatief EMU-saldo hebben. De belangrijkste oorzaak is dat het Rijk investeringen aan één jaar toerekent (het zogenaamde kasstelsel) terwijl andere overheden en het bedrijfsleven dergelijke uitgaven via afschrijvingen over meerdere jaren uitsmeren (stelsel van baten en lasten). Sturingsopties om het EMU-saldo in positieve zin te beïnvloeden zijn het afstoten van activa en passiva die niet tot de ‘core business ’ van een gemeente horen. Als vervolg daarop kan het noodzakelijk zijn keuzes te maken en ambities te beperken als het gaat om het investeringsprogramma. Voor vastgoedobjecten kan daarbij huur of lease een optie zijn. bedragen x € 1.000 Berekening EMU-saldo via exploitatie en balans (volgens EMU-enquête) Begroting 2019 Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 1. (+) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c). - 12.721 - 5.482 - 1.048 - 344 1.047 2. (-) Mutatie (im)materiële vaste activa 15.826 - 2.361 - 3.489 - 2.316 - 3.479 3. (+) Mutatie voorzieningen - 1.630 - 676 596 378 - 1.045 4. (-) Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) - 4.262 - 2.020 - 1.844 - 2.440 - 1.033 5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/8cc121d9-490d-4424-9ed6-b3ce24d735c5?agendaItemId=b5951f22-42c5-4599-b5ed-dbcccc477da4