CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2020-2023 SWL.pdf

Raadsvergadering 5 november 2019, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Programmabegroting 2020-202359.444 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

Tenslotte wordt gekeken hoe ‘ duur Steenwijkerland is ten opzichte van omligge nde en vergelijkbare gemeenten. 4.1.2. Belastingen en heffingen Bij het verkrijgen van inkomsten van inwoners en ondernemers zijn gemeenten aan regels gebonden. Zo mogen gemeenten slechts een beperkt aantal belastingen heffen. Deze staan opgesomd in de Gemeentewet. Voor de tarieven geldt dat deze niet zijn gekoppeld aan de hoogte van de kosten van de gemeentelijke dienstverlening. Ook in de besteding van de belastingopbrengsten is de gemeente vrij. Voorbeelden zijn de onroerende - zaakbelastingen (OZB), h ondenbelasting en de toeristenbelasting. De gemeentelijke belastingen die in 20 20 in de gemeente Steenwijkerland worden geheven zijn: - OZB - Hondenbelasting 75 - Toeristenbelasting - Forensenbelasting Naast belastingen rekent de gemeente heffingen. Dit zij n kosten voor individuele dienstverlening aan burgers en ondernemers. Voor de tarieven van deze heffingen geldt dat de opbrengsten de kosten van de dienstverlening op begrotingsbasis niet mogen overschrijden. De gem eentelijke heffingen die in 2020 in de gemeente Steenwijkerland worden geheven zijn: - Rioolrechten - Afvalstoffenheffing - Begraafrechten - Overige rechten 4.1.3. Uitgangspunten De gemeente werkt voortdurend aan een goed leefklimaat voor haar inwoners, ondernemers en bezoekers. Dit vraagt de nodige inspanningen van de gemeente.

Inspanningen die veel geld kosten, getuige deze begroting. Welke bijdrage jaarlijks wordt gevraagd van de inwoners en ondernemers van Steenwijkerland bepaalt de gemeenteraad. Zij stelt namelijk de nieuwe tarie ven vast voor de lokale belastingen en heffingen. De gemeenteraad heeft hierbij weliswaar een grote mate van vrijheid, maar is zich bewust dat een goed leefklimaat hand in hand gaat met een verantwoord belastingbeleid. Uitgangspunt is dat de lokale lasten alleen gematigd mogen stijgen. In paragraaf 2.9 is dat onder het bestuursprogramma ‘Financiën en Overhead’ als volgt geconcretiseerd: - De Onroerend Zaakbelasting (OZB) mag jaarlijks niet meer dan trendmatig worden verhoogd; - Voor de Afvalstoffenheffing en de Rioolrechten worden wijzigingen in de kosten verhaald door de betreffende tarieven dienovereenkomstig aan te passen (gesloten huishouding). Om grote tariefschommelingen te voorkomen, wordt gebruik gemaakt van de voorziening Reiniging en de voorziening Ri olering. 4.1.4. Overzicht belastingopbrengsten De totale opbrengst voor belastingen en heffingen in 20 20 bedraagt € 19,8 miljoen. Verwezen wordt naar onderstaande specificatie.

bedragen x € 1.000 Lokale belastingen en heffingen Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Belastingen Onroerende zaak belasting gebruikers 1.060 1.115 1.167 1.167 1.167 1.167 Onroerende zaak belasting eigenaren 5.874 5.907 6.205 6.205 6.205 6.205 Toeristenbelasting 572 522 632 947 1.002 1.002 Forensenbelasting 779 796 839 839 839 839 Hondenbelasting 179 200 204 204 204 204 Totaal Belastingen 8.464 8.540 9.047 9.362 9.417 9.417 Heffingen Rioolheffing 4.978 4.892 4.997 4.997 4.997 4.997 Reinigingsrechten en afvalstoffenheffing 3.187 3.402 3.720 3.820 3.915 3.915 Marktgelden 21 18 19 19 19 19 Totaal Heffingen 8.187 8.313 8.736 8.836 8.931 8.931 76 bedragen x € 1.000 Lokale belastingen en heffingen Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Leges en rechten Secretarieleges burgerzaken 499 391 349 365 338 307 Begraafplaatsrechten 532 445 513 513 513 513 Overige leges en rechten 1.459 1.369 1.390 1.390 1.390 1.390 Totaal Leges en rechten 2.490 2.205 2.252 2.268 2.241 2.210 Kwijtscheldingen Kwijtscheldingen - 198 - 228 - 228 - 228 - 228 - 228 Totaal Kwijtscheldingen - 198 - 228 - 228 - 228 - 228 - 228 Totaal lokale belastingen en heffingen 18.943 18.830 19.807 20.238 20.361 20.330 In onderstaande cirkeldiagram is het aandeel van de belastingsoorten en verschillende heffingen in het totaal van de gemeentelijke belastingen in

beeld gebracht. 36,8% 4,2% 3,2% 18,6% 24,9% 11,2% 1,1% Lokale heffingen - Begroting 2020 Onroerende zaakbelasting Forensenbelasting Toeristenbelasting Reinigingsrechten en afvalstoffenheffing Rioolheffing Leges en rechten Overig 4.1.5. Lokale belastingdruk Alle gemeenten in Nederland maken gebruik van hun bevoegdheid om inkomsten te verkrijgen via burgers en bedrijven. Binnen de grenzen van de wet bepalen de afzonderlijke gemeenteraden daarbij zelf welke belastingen zij heffen. Ook ten aanzien van de verschillende belastingtarieven hebben zij een grote mate van vrijheid. Dit heeft tot gevolg dat er grote verschillen zijn in de bedragen die gemeenten in rekening brengen bij hun inwoners en ondernemers. De gemeente Steenwijkerland voert een terughoudend beleid als het gaat om een meer dan trendmatige verhoging van de belastingtarieven. Voor de Afvalstoffenheffing en de Rioolrechten worden de wijzigingen in de kosten verhaald d oor de betreffende tarieven dienovereenkomstig aan te passen (gesloten huishouding) Daarbij proberen we grote tariefschommelingen te voorkomen door gebruik te maken van de (egalisatie)voorziening Reiniging en de (egalisatie)voorziening Riolering.

Voor de g emeente Steenwijkerland is de ontwikkeling van de lokale belastingdruk als volgt: 77 Woonlasten eigenaar en gebruiker 2019 2020 Lasten- stijging (€) Lasten- stijging (%) Eigenaar en gebruiker Onroerende-zaakbelastingen (eigenarendeel) € 212,26 € 222,02 € 9,76 4,6% Afvalstoffenheffing € 179,30 € 194,00 € 14,70 8,2% Rioolrechten € 220,09 € 223,61 € 3,52 1,6% Woonlasten eigenaar en gebruiker € 611,65 € 639,63 € 27,98 4,6% Gebruiker Afvalstoffenheffing € 179,30 € 194,00 € 14,70 8,2% Rioolrechten € 95,65 € 97,18 € 1,53 1,6% Woonlasten gebruiker € 274,95 € 291,18 € 16,23 5,9% Helaas zijn we genoodzaakt om de lokale lasten voor onze inwoners en ondernemers extra te verhogen. Dat staat op gespannen voet met het uitgan gspunt in ons coalitieakkoord dat we de lokale lasten niet meer dan trendmatig laten stijgen (zie paragraaf 4.1.3). In 2020 stijgen de gemiddelde woonlasten voor eigenaren en gebruikers met 4,6%. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de kostenstijgingen b ij afval die worden doorberekend in de tarieven. Het tarief stijgt gemiddeld met 8,2%. De OZB stijgt met 4,6%. Dit is 3% boven op het percentage wat aan opbrengststijging staat vermeld in de PPN 2020-2023 voor het jaar 2020. Bij de rioolheffingen wordt de stijging van het tarief beperkt tot 1,6%, conform het percentage aan prijsstijging zoals staat vermeld in de PPN 2020 -2023 voor het jaar 2020.

Bij de onroerende-zaakbelastingen is uitgegaan van een WOZ waarde van € 214.400 (waardepeildatum 1 -1-2018). Geen rekening is gehouden met de effecten van de hertaxatie met waardepeildatum 1 -1-2019. O p basis van de laatste COELO7 atlas is de gemeente Steenwijkerland op de ranglijst voor 2019 t en opzichte van 2018 ‘geklommen’ (2018: 40 e plaats en 2019: 31 e plaats). In de atlas staan alle gemeenten vermeld dus ook de ons omringende gemeenten. Ook staan de gemiddelde woonlasten van de provincie Overijssel en Nederland vermeld. Woonlasten per gemeente Woonlasten meerpersoonshuishouden Positie Meppel € 608 21 Steenwijkerland € 639 31 Westerveld € 641 33 Weststellingwerf € 674 60 Staphorst € 680 69 Noordoostpolder € 721 118 Zwartewaterland € 742 157 Provincie Overijssel € 743 Nederland € 740 4.1.6. Onroerende-zaakbelastingen De wettelijke kaders van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) zijn neergelegd in de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet en de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken kunnen twee belastingen geheven worden: een eigenaren- en een gebruikersbelasting. De hoogte 7 COELO Atlas van de lokale lasten 2018. De atlas wordt jaarlijks door het Centrum voor Onderzoek van de Economie voor Lagere Overheden (COELO) uitgegeven .

Het COELO berekent de lokale lasten voor de burger op basis van de door gemeenten aangeleverde informatie. 78 van de OZB is afhankelijk van de in het kader van de Wet WOZ aan de onroerende zaak toegekende waarde. Het tarief is een percentage van deze waarde. Er kun nen verschillende tarieven vastgesteld worden voor woningen en niet-woningen. Binnen deze groepen mag niet verder gedifferentieerd worden. Voor alle woningen en alle niet - woningen gelden dus dezelfde tarieven. Hiernaast kunnen verschillende tarieven vastge steld worden voor de eigenarenbelastingen en de gebruikersbelasting. Op dit ogenblik wordt hard gewerkt aan de hertaxatie van het WOZ bestand met waardepeildatum 1 januari 2019. In december 2019 worden nadere voorstellen aan uw raad gepresenteerd over de tarieven voor 2020. Uitgangspunt daarbij is een gelijkblijvende opbrengst. Een daling van de waarde van het totale woningbestand leidt dan tot een gelijke stijging van de tarieven en omgekeerd. 4.1.7. Afvalstoffenheffing Ontwikkeling baten en lasten 2020 Voor 2020 zijn de uitgaven met het inflatiepercentage van 1,6% verhoogd. Hiervan is afgeweken voor zover de ROVA bij de gemeente andere tarieven in rekening brengt. bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid afval Begroting 2019 Begroting 2020 Lasten heffing Netto lasten Lasten, incl. (omslag)rente 4.191 4.291 Baten, excl.

Heffingen - 801 - 671 Netto lasten 3.390 3.620 Toe te rekenen lasten Overhead 545 515 BTW * 791 818 Toe te rekenen lasten taakveld 1.336 1.333 Totale lasten heffing 4.726 4.953 Totale baten heffing 3.392 3.710 Dekkingspercentage heffing 71,8% 74,9% Tarief woning nominaal ( € ) € 179,30 € 194,00 Indexcijfer tariefontwikkeling (2018=100) 107,2 116,0 * De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten. N.B. Als referentietarief is uitgegaan van de vaste kosten en gemiddelde variabele kosten per aansluiting, zijnde € 167,23 in 2018. Zoals uit bovenstaande tabel kan worden afgeleid, vindt in 2020 een stijging van het gemiddelde tarief per aansluiting plaats van € 179,30 naar € 194,00 (8,2%). Het dekkingspercentage dat staat vermeld in de tabel is met 74,9% relatief laag. Oorzaak is dat in de berekening van dit dekkingspercentage rekening is gehouden met de compensabele BTW, terwijl deze BTW niet in rekening 79 wordt gebracht bij de inwoners. De overhead is becijferd op 12%. Indien dit percentage zou worden doorberekend aan afval stijgen de lasten voor overhead ten opzichte van de Programmabegroting 2016 -2019 met € 310.000. Gezien het feit dat er bij de afvalstoffenheffing reeds sprake is van een stijging van de tarieven die boven het inflatiepercentage ligt, vinden wij het niet opportuun dit in rekening te brengen bij onze inwoners.

Het vaste tarief stijgt met € 11,28. Deze stijging is hoger dan de stijging met het inflatiepercentage. Afvalstoffenheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een woning. Dit betekent dus dat inwoners worden geconfronteerd met deze tariefstijging en dat ondernemers hier niet onder vallen. De oorzaak van de tariefstijging is 3-ledig: 1. De kosten voor het sorteren en vermarkten van kunststof verpakkingsmaterialen zijn flink gestegen. De oorzaken van de prijsstijg ing zijn een nieuw contract met hogere kosten, vervuiling van het PMD (Plastic Metalen Drankenkartons), kosten extra transport er doordat er meer tonnages PMD zijn aangeleverd dan in eerder contract was opgenomen. 2. Daarnaast lopen ook de inkomsten voor plastic afval en metalen verder terug. Dit komt enerzijds doordat het tarief per ton verder daalt en anderzijds doordat er voor minder tonnages een vergoeding wordt ontvangen dat in het verleden. Oorzaak hiervan is onder meer afgekeurde ladingen wegens te veel vervuiling. De ROVA is inmiddels begonnen met een campagne om dit zo veel mogelijk te voorkomen. 3. Ook ligt het indexatiecijfer van de ROVA met 2,17% boven het door ons gehanteerde inflatiepercentage van 1,6%. In de vorige programmabegroting is aangegeve n dat de afvalstoffenbelasting die het R ijk heeft ingevoerd ook gaat gelden voor de gemeente Steenwijkerland.

Waar wij tot voor kort niet met deze kosten werden geconfronteerd doordat het afval van de ROVA werd afgevoerd net over grens in Duitsland, heeft het R ijk dit aangepast. Bij de tariefberekening van de afvalstoffenheffing voor 2019 is rekening gehouden met de afvalstoffenbelasting van het Rijk. Het ging hierbij om circa € 5 per aansluiting. Dit bedrag is dus in rekening g ebracht van onze inwoners. In december 2018 bleek echter dat dit voor onze gemeente in verband met een overgangsregeling pas vanaf 1 juli 2021 zal gaan gelden 8. Op dat moment konden de tarieven voor 2019 echter niet meer worden gewijzigd. De extra inkoms ten doordat we de afvalstoffenbelasting in 2019 niet verschuldigd zijn, zullen via de egalisatievoorziening worden verrekend. Het tarief voor 2020 is berekend exclusief de afvalstoffenbelasting van circa € 5 per aansluiting. Met ingang van 1 juli 2021 zal dit echter wel gaan gelden. Vanaf dat moment is er dan ook binnen de tarieven rekening mee gehouden. Dat betekent dat voor 2021 een stijging is voorzien van het vaste tarief van € 2,50 . Voor 2022 is sprake van een verdere verhoging van het tarief waarbij de verbrandingsbelasting volledig is meegenomen. Het tarief per zak stijgt van € 1,16 per aanbieding naar € 1,35 naar 2020. In 2021 wordt een verdere stijging voorzien naar € 1,55 per zak.

Dit tarief ligt gelijk aan het adviestarief van de ROVA (dit is exclusief de afvalstoffenbelasting). Als we kijken naar de ontwikkelingen om ons heen van andere ROVA -gemeenten, dan ligt ons tarief per zak momenteel aan de lage kant. Het gemiddelde tarief per zak ligt bij de overige ROVA-gemeenten in 2019 reeds op € 1,56 gemiddeld per zak. Een betere afvalscheiding, kan leiden tot minder aanbiedingen, wat weer een voordeel is voor de burger en zal leiden tot minder restafval. Ontwikkeling egalisatievoorziening Reiniging In de nota Reserves en Voorzieningen 2017 staat vermeld dat de egalisatievoorziening Reiniging een bovengrens kent van 10% van de jaarlijkse inkomsten, waarbij wel wordt gekeken naar de komende 4 jaar. De voorziening mag niet negatief staan. De bovengrens bedraagt 10% en is daarmee € 371.000. Dit betekent d at we binnen de 8 In de PPN 2020-2023 (p. 11) staat vermeld dat de rijksbelasting op afval (afvalstoffenbelasting) voor de gemeente Steenwijkerland tot 1 juli 2021 nog niet van toepassing is. 80 grenzen bewegen. Gezien de ontwikkelingen rondom de vergoedingen voor plastic en metalen en rondom de afvalstoffenbelasting is het belangrijk dat hier een zekere bedrag aan buffer voor beschikbaar is.

bedragen x € 1.000 Egalisatievoorziening reiniging Begroting 2019 Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Stand per 1 januari 870 714 599 485 343 Toevoeging - - - - - Onttrekking - 156 - 115 - 115 - 141 - 141 Stand per 31 december 714 599 485 343 202 4.1.8. Rioolheffing Het Gemeentelijk Watertakenplan is in oktober 2015 vastgesteld. Dit is een gezamenlijk plan van de 6 gemeenten in de regio Reest en Wieden en het waterschap. In dit Gemeentelijk Watertakenplan is een tariefstijging vanaf 2017 vastgelegd van 1% cumulatief tot en met 2021 en vanaf 2022 0,4% cumulatief tot en met 2024. Vanaf 2025 is geen tariefstijging meer voorzien. Deze stijging is exclusief inflatie. De inflatie bedraagt voor 2020 1,6%. Voorgesteld wordt om de tarieven voor 2020 met 1,6% te laten stijgen. Op basis hiervan stijgt het tarief t.o.v. 2019 met € 3,52. Het tarief komt voor 2020 op € 223,61. bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid riolering Begroting 2019 Begroting 2020 Lasten heffing Netto lasten Lasten, incl. (omslag)rente 4.822 4.622 Baten, excl.

Heffingen - - Netto lasten 4.822 4.622 Toe te rekenen lasten Overhead 627 555 BTW * 729 696 Toe te rekenen lasten taakveld 1.356 1.251 Totale lasten heffing 6.178 5.873 Totale baten heffing 4.892 4.997 Dekkingspercentage heffing 79,2% 85,1% Tarief woning nominaal ( € ) € 220,09 € 223,61 Indexcijfer tariefontwikkeling (2018=100) 96,9 98,4 * De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten. N.B. Als referentietarief is uitgegaan van een eigen woning, dus de som van het eigenarendeel en het gebruikersdeel, zijnde € 227,20 in 2018. 81 De kosten voor het taakveld riolering zijn voor 100% doorberekend in de rioolheffing. Dit betreft onder meer kosten voor onderzoek, planvorming en onderhoud. De kosten voor het taakveld waterwegen zijn voor 48% doorberekend in de riolering. Dit betreft kosten voor het baggeren van watergangen, onderhoud en vervangen van beschoeiingen en onderhoud van sloten. Het baggeren is noodzakelijk om de doorstroming van de watergangen te garanderen, daarnaast om ernstige vervuiling vanuit de riool overstorten en met regenwater meegespoelde sediment te verwijderen. Het onderhoud en vervangen van oeverbeschermingen is noodzakelijk om de oevers op hun plaats te houden en om te voorkomen dat de watergang haar inrichting en bergend vermogen verliest.

Het onderhouden van de sloten betreft jaarlijkse onderhoudswerkzaamheden (door derden) om d e berging en afvoer van sloten te garanderen en om de sloten op diepte te houden. In het v erbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (v GRP) 2009-2015 was vastgelegd dat alle middelen inclusief investeringen ook voor deze periode werden vrijgegeven door de Raad. Door middel van het uitvoeringsplan, dat jaarlijks ter kennisname wordt gebracht van de Raad, werd de Raad op de hoogte gehouden van de voorgenomen uitgaven inclusief investeringen. Bij de vaststelling van het Gemeentelijk Watertakenplan is dit niet opnieuw vastgelegd. Dit is de reden dat wij de investeringen die voor 2020 op de planning staan bij de Programmabegroting 2020-2023 willen vastleggen door aan de raad voor te stellen een krediet van in totaal € 1.845.000 beschikbaar ter stellen. Het krediet is bedoeld voor de volgende investeringen: - Vervangen rioolgemalen € 400.000 - Vervangen riolering € 1.445.000 Bij de bepaling van de tarieven voor de rioolrechten is rekening gehouden met de (kapitaal)lasten, die voortvloeien uit vorengenoemde investeringen. In het uitvoeringsplan Openbare Ruimte, dat in het eerste kwartaal 2020 ter kennisname wordt gebracht van de Raad, worden de rioleringsprojecten verder toegelicht. De overhead is becijferd op 12%.

Indien dit percentage zou worden doorberekend aan de riolering stijgen de lasten voor de overhead ten opzichte van de Programmabegroting 2016 -2019 met € 165.000. Bij de berekening van he t dekkingspercentage is rekening gehouden met de compensabele BTW. Dit is een bedrag van € 696.000. Wij hebben besloten een deel van deze bedragen, namelijk € 200.000 door te berekenen aan de rioolheffing . Dit betekent dat in totaal € 661.000 niet wordt doorberekend. Egalisatievoorziening riolering exploitatie In de nota Reserves en Voorzieningen 2017 staat vermeld dat de egalisatievoorziening Rioolheffing een positieve bovengrens kent van 10% van de jaarlijkse inkomsten, waarbij wel wordt gekeken naar de komende 4 jaar. De voorziening mag niet negatief staan. De bovengrens bedraagt 10% en is daarmee € 500.000. Dit betekent dat de voorziening zich beweegt boven de bovengrens. Dit vinden wij gerechtvaardigd om de volgende redenen: - De rentelasten zijn nu geb aseerd op een rentepercentage van 1,25%, een stijging met 0,25% betekent circa € 90.000 aan hogere lasten; - Gemeenten staan aan de vooravond van de uitvoering van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Uit een uit te voeren stresstest voor hitte, droogte en intensieve neerslag zal blijken of nieuwe investeringen nodig zijn. - Het beleidsplan oeverconstructies loopt tot en met 2020.

Tot en met 2020 is hier ook financieel rekening mee gehouden omdat ook een gedeelte ten laste van rioolheffing wordt gebracht. Wat de consequenties voor 2021 en verder zullen zijn is op dit moment nog onzeker. - Indien men de uitgangspunten uit het watertakenplan ook voor 2020 (een aparte regel in onderstaande tabel) en verder achterwege laat, betekent dit dat de stand negatiever wordt. 82 bedragen x € 1.000 Voorziening riolering (exploitatie) Begroting 2019 Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Stand per 1 januari 3.134 2.458 2.243 2.061 1.883 Toevoeging - - - - - Onttrekking - 676 - 215 - 232 - 248 - 258 Stand per 31 december, exclusief watertakenplan 2.458 2.243 2.011 1.813 1.625 Invloed watertakenplan, tariefsverhoging 1% (vanaf 2022 0,4%) - - 50 70 90 Stand per 31 december (na doorvoering tariefsverhoging 1%) 2.458 2.243 2.061 1.883 1.715 4.1.9. Lijkbezorging Ten opzichte van de Programmabegroting 2019-2022 is het dekkingspercentage voor de heffing begraafplaatsen en crematoria voor 2020 gestegen met 7,5% tot 64,5%. De overhead is becijferd op 12%. De berekening van dit percentage wordt toegelicht in hoofdstuk 2.14. bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid begraafplaatsen en crematoria Begroting 2019 Begroting 2020 Lasten heffing Netto lasten Lasten, incl. (omslag)rente 691 712 Baten, excl.

Heffingen - - Netto lasten 691 712 Toe te rekenen lasten Overhead 90 85 BTW *1) - - Toe te rekenen lasten taakveld 90 85 Totale lasten heffing 781 797 Totale baten heffing 445 514 Dekkingspercentage heffing 57,0% 64,5% *1) De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten 4.1.10. Onderbouwing kostendekkendheid leges Ten behoeve van de kostendekkendheid van de leges is de legesverordening hieronder uitgewerkt. Geconcludeerd kan worden dat over het geheel genomen het kostendekkingspercentage voor leges ligt op 54%. bedragen x € 1.000 Titel 1 Algemene dienstverlening Begroting 2020 Lasten Baten Dekkings percentage Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand 293 75 26% Hoofdstuk 2 Reisdocumenten en Nederlandse Identeitskaart 172 194 113% Hoofdstuk 3 Rijbewijzen 129 87 68% Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit basisregistratie personen 178 58 33% Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister - 83 bedragen x € 1.000 Titel 1 Algemene dienstverlening Begroting 2020 Lasten Baten Dekkings percentage Hoofdstuk 6 Vervallen - Hoofdstuk 7 Bestuursstukken - Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie - Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken (eigen verklaringen) 101 23 23% Hoofdstuk 10 Gemeentearchief - Hoofdstuk 11 Vervallen - Hoofdstuk 12 Leegstandswet 0 0 75% Hoofdstuk 13 Vervallen - Hoofdstuk 14 Wet op de kansspelen 1 1 71% Hoofdstuk 15 Ondergrondse leidingen 60 56 93% Hoofdstuk 16

Verkeer en vervoer 11 10 90% Hoofdstuk 17 Diversen 5 5 105% Kostendekking titel 1 949 509 54% bedragen x € 1.000 Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Begroting 2020 Lasten Baten Dekkings percentage Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen - Hoofdstuk 2 Vooroverleg en conceptaanvraag 253 32 13% Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning 1.581 1.189 75% Hoofdstuk 4 Vermindering - Hoofdstuk 5 Teruggaaf - Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning - Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project - Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen 288 74 26% Hoofdstuk 9 Huisnummering en perceelsregistratie - Hoofdstuk 10 In deze titel niet benoemde beschikking - Kostendekking titel 2 2.123 1.295 61% bedragen x € 1.000 Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2 Begroting 2020 Lasten Baten Dekkings percentage Hoofdstuk 1 Horeca 106 12 11% Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen 126 10 8% Hoofdstuk 3 Seksbedrijven - - - Hoofdstuk 4 Winkeltijdenwet - Hoofdstuk 5 Diversen - Hoofdstuk 6 In deze titel niet benoeming vergunning, ontheffing of andere beschikking 65 - 0% Kostendekking titel 3 298 22 7% bedragen x € 1.000 Titel 1, 2 en 3 Legesverordening Begroting 2020 Lasten Baten Dekkings percentage Titel 1 Algemene dienstverlening 949 509 54% Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke

leefomgeving/omgevingsvergunning 2.123 1.295 61% Titel 3 Dienstverlening vallend onder Eur. Dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2 298 22 7% Totaal legesverordening 3.369 1.826 54% 84 4.1.11. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen De gemeente Steenwijkerland verleent voor 100% kwijtschelding aan de burger voor de volgende belastingsoorten: - afvalstoffenheffing (voor de vaste component en voor het aanbieden van maximaal 13 zakken ); - rioolrechten; - onroerende-zaakbelasting. Honorering van een kwijtscheldingsverzoek is met name afhankelijk van het inkomen, het vermogen en de uitgaven van de aanvrager. De aanvragen worden beoordeeld op basis van de door het Rijk vastgestelde normen en richtlijnen (Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990). De budgetten voor kwijtschelding zijn verdisconteerd in de tarieven van de betreffende belastingsoorten. In vergelijking met 201 9 verwachten wij een stabiel aantal (geheel of gedeeltelijk) toe te wijzen kwijtscheldingsverzoeken. Dit is gebaseerd op de tot op heden gehonoreerde verzoeken (stand per 1 juli 2019) en de verwachting voor het restant van dit jaar.

bedragen x € 1.000 Kwijtscheldingsverzoeken Rekening 2017 Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 MJR 2021 Bedrag - 223 - 198 - 228 - 228 - 228 Aantal (deels) gehonoreerde verzoeken 902 767 900 900 900 Als iemand gedurende 2 achtereenvolgende jaren kwijtschelding heeft ontvangen, hoeft hij/zij geen aanvraag meer in te dienen. Jaarlijks wordt een steekproef gehouden onder de groep huishoudens die elk jaar automatisch kwijtschelding ontvangen. 85 4.2. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1. Algemeen Op basis van een goede en betrouwbare risicocontrol kan tot een juiste analyse, beoordeling en beheersing van de risico’s worden gekomen. Daarbij is het van belang dat het optreden van risico’s op de uitvoering van het bestaande beleid en de bestaande voorzieningen geen invloed heeft. De risico’s moeten onlosmakelijk deel uitmaken van de beleidsprocessen. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt hierop nader ingegaan. De paragraaf weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting is. Dit is van belang wanneer er zich een financiële tegenvaller voordoet. Door aandacht voor het weerstandsvermogen kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. Deze paragraaf bevat ten minste: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico’s; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s.

Op 21 mei 2019 heeft uw raad de ‘Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019’ vastgesteld. In de nota is het begrip weerstandsratio – de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de totale omvang van de gewogen risico’s – geïntroduceerd. Uw raad heeft besloten de weerstandsratio voortaan te presenteren in de jaarlijkse programmabegroting en de jaarstukken van de gemeente Steenwijkerland. 4.2.2. Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover wij beschikken om onverwachte tegenvallers op te vangen als deze zich voordoen. De totale weerstandscapaciteit van de gemeente Steenwijkerland aan zowel de vermogenskant als d e exploitatiekant bestaat uit: 1. Algemene reserve 2. Onroerendezaakbelasting (OZB) Algemene reserve In de nota “Reserves en voorzieningen 2017” is aangegeven dat de Algemene reserve vaste buffer uitsluitend kan worden ingezet voor uitzonderlijke situaties (soort ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). Onroerende-zaakbelasting (OZB) De onbenutte belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan de norm die het Rijk hanteert voor toelating tot artikel 12 van de Financiële Verhoudingswet (FVW). Indien het normtar ief van het Rijk hoger is dan het door de gemeente Steenwijkerland gehanteerde gemiddelde tarief is er sprake van onbenutte belastingcapaciteit.

Het Rijk heeft het normtarief in de meicirculaire 2019 voor toelating tot artikel 12 van de FVW voor 2020 vastgesteld op 0,1853% van de WOZ waarde . Voor de berekening van het gemiddelde OZB -percentage bij de toelating tot artikel 12 wordt uitgegaan van de WOZ -gegevens per 1 januari van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft en de OZB - percentages in datzelfde jaar. Voor 2020 bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit € 3,9 miljoen. Dit bedrag is als volgt gespecificeerd: 86 bedragen x € 1.000 Onbenutte belastingcapaciteit Begroting 2020 WOZ waarden WOZ waarde woningen 4.264.258 WOZ waarde niet-woningen eigenaar 928.899 WOZ waarde niet-woningen gebruiker 760.888 Totaal WOZ waarden 5.954.045 Percentage art. 12 Financiële Verhoudingswet 0,1853% Maximale opbrengst volgens art. 12 Fvw 11.033 Totale opbrengst 7.123 Onbenutte belastingcapaciteit 3.910 De totale weerstandscapaciteit per inwoner bedraagt: bedragen x € 1.000 Weerstandscapaciteit Begroting 2019 Begroting 2020 Weerstandscapaciteit vermogen Algemene reserve vaste buffer 11.166 11.166 Storting vanuit de Algemene reserve vrij besteedbaar 1.059 Weerstandscapaciteit exploitatie Onbenutte belastingcapaciteit 3.556 3.910 Totaal weerstandscapaciteit 14.722 16.135 Aantal inwoners 43.768 43.935 Weerstandscapaciteit per inwoner 336 367 In paragraaf 3.6.1 is de storting vanuit de Algemene Reserve vrij besteedbaar toegelicht.

4.2.3. Inventarisatie risico’s In dit hoofdstuk worden de risico’s vermeld die tot het moment van het aanbieden van de programmabegroting bekend zijn. In dit verband wordt onder risico verstaan “alle voorzienbare risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die niet van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie”. De risicokans is uitgedrukt in klassen. Aan deze klassen is een rekenpercentage per risico gekoppeld. Vervolgens is een indeling gemaakt van de mogelijke financiële gevolgen. Rekenpercentage Laag Ruim Hoog 10-25% 25-50% 50-75% Rekenpercentage per risico 20% 40% 60% 87 bedragen x € 1.000 Risicoprofiel Laag Ruim Hoog 10-25% 25-50% 50-75% Omvang risico: < € 200.000 Dalende inkomsten bij kunststofverpakkingsmateriaal pm Uitbreiding van de BTW-sportvrijstelling 125 Dividenduitkering nutsbedrijven pm Waardering Onroerende Zaken 200 Rentestijging 100 Rioolheffing pm Totaal omvang risico: < € 200.000 100 200 125 Omvang risico: > € 200.000 - < € 500.000 Minimabeleid 230 Participatiewet (re-integratie en WSW) pm WMO pm Jeugdzorg pm Dividenduitkering Rendo pm BTW-compensatiefonds 300 Vennootschapsbelasting pm Onderhoud openbare ruimte 500 Totaal omvang risico: > € 200.000 - < € 500.000 730 300 - Omvang risico: > € 500.000 Participatiewet (rijksbijdrage) 1.240

Participatiewet (uitkeringen) 1.021 Ontwikkeling algemene uitkering uit het gemeentefonds pm Omgevingswet pm Verhoging van de afvalstoffenbelasting pm Investeringsprojecten ruimtelijk domein 3.600 Proj. openbare ruimte en PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) pm Totaal omvang risico: > € 500.000 2.261 3.600 - Totaal omvang risico 3.091 4.100 125 bedragen x € 1.000 Risicoprofiel Laag Ruim Hoog 10-25% 25-50% 50-75% Omvang risico Omvang risico: < € 200.000 100 200 125 Omvang risico: > € 200.000 - < € 500.000 730 300 - Omvang risico: > € 500.000 2.261 3.600 - Totaal omvang risico 3.091 4.100 125 Rekenpercentage 20% 40% 60% Omvang risico x rekenpercentage Omvang risico: < € 200.000 20 80 75 Omvang risico: > € 200.000 - < € 500.000 146 120 - Omvang risico: > € 500.000 452 1.440 - Totaal omvang risico x rekenpercentage 618 1.640 75 88 Toelichting Voor een adequate risicobeheersing gaat het niet alleen om het treffen van financiële buffers om te zorgen voor voldoende weerstandscapaciteit. Het is ook zaak om niet-financiële maatregelen te treffen om de kans van optreden van geïdentificeerde risico’s te beperken. Wij hebben hieraan invulling gegeven door in de onderstaande overzichten naast een omschrijving van het risico ook aandacht te besteden aan de impact van het risico en de te treffen beheersmaatregelen.

CATEGORIE: OMVANG RISICO: < € 200.000 Risico: Dalende inkomsten bij kunststofverpakkingsmateriaal Omschrijving risico Het ministerie van I nfrastructuur en Milieu , de VNG en het verpakkend bedrijfsleven hebben vergoedingsafspraken gemaakt voor de inzameling en sortering van het kunststof verpakkingsafval. Gemeenten laten kunststofverpakkingsafval en dr ankenkartons inzamelen, sorteren en recyclen. Hiervoor ontvangen zij een vergoeding, mits het materiaal voldoet aan een aantal voorwaarden. Eén van die voorwaarden is dat de materiaalfracties voldoen aan afgesproken kwaliteitseisen. We zien dat de inkomste n uit plastic teruglopen. Ook zien we meer vervuiling in deze stroom. Dit betekent dat ladingen worden afgekeurd. Een afgekeurde lading plastic verpakkingen, metaal en drinkpakken (PMD) wordt verbrand als restafval. Hiervoor ontvangen we dan ook geen vergoeding. Er dient een nieuwe overeenkomst te worden afgesloten met vergoedingen die naar alle waarschijnlijkheid lager zullen uitvallen. Impact Financieel: verhoging van de afvalstoffenheffing (Beheers)maatregelen Om afkeuringen te voorkomen zetten we extra in op communicatie. Daarnaast is de egalisatievoorziening reiniging beschikbaar om financiële tegenvallers op te vangen en daarmee tariefschommelingen zoveel mogelijk te voorkomen.

Risico: Uitbreiding van de BTW-sportvrijstelling Omschrijving risico De Nederlandse sportvrijstelling BTW is per 1 januari 2019 gewijzigd. Tot dan toe konden gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen de BTW die aan hen in rekening werd gebracht in aftrek brengen. Het recht op aftrek is, mede vanw ege Europese jurisprudentie, komen te vervallen. Deze verruiming van de sportvrijstelling leidt tot een structurele extra belastingopbrengst van € 241 miljoen voor de rijksoverheid. Daartegenover staan de extra kosten voor gemeenten, sportverenigingen en s portstichtingen. Om de kostenstijging voor gemeenten te beperken heeft het kabinet een subsidieregeling in het leven geroepen voor vooralsnog 5 jaar; de regeling specifieke uitkering stimulering sport (SPUK). Het exact toe te kennen bedrag uit de SPUK word t achteraf vastgesteld. De systematiek komt erop neer dat het budget voor SPUK-toekenningen bij het R ijk gemaximaliseerd is. Als er meer aangevraagd wordt dan er budget beschikbaar is bij het R ijk dan wordt het beschikbaar budget evenredig verdeeld over de aanvragers. In dat geval is het aannemelijk dat gemeenten minder ontvangen dan aangevraagd. De kans is groot dat het beschikbare bedrag wordt overvraagd en de gemeente maar een deel van de BTW-schade vergoed krijgt.

89 Voor de overige sportstichtingen is het vervallen van de BTW -aftrek op de exploitatielasten mogelijk een nadeel. Stichtingen hebben aan de andere kant ook voordeel bij de nieuwe regeling omdat ze de BTW op verkoop niet meer hoeven af te dragen. Het gevolg van de verruiming van de sportvrijstell ing en de niet meer aftrekbare BTW, kan voor de stichtingen tot een lager resultaat leiden. De BTW op de kosten zijn immers nu ook kosten geworden. Uiteindelijk zullen zij waarschijnlijk bij de gemeente aankloppen voor een hogere subsidie of lagere huur. Al met al zal de gemeente bij moeten/gaan springen. Impact Gemeente Steenwijkerland heeft in 2019 een SPUK -aanvraag voor € 377.000 ingediend. Het uitkeringsplafond bedraag voor het jaar 2019 € 152 miljoen. De kans is groot dat het beschikbare bedrag wordt overvraagd en de gemeente maar een deel van de BTW-schade vergoed krijgt. Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 50%, in de categorie laag. De BTW -schade wordt gekwantificeerd op ongeveer € 125.000. (Beheers)maatregelen De ontwikkelingen volgen en continue monitoring. Risico: Dividenduitkering nutsbedrijven Omschrijving risico Lagere of geen dividenduitkering van nutsbedrijven als gevolg van verdere verlaging van de WACC (vermogenskostenvoet) van 3,4% naar 2,7%. Gevolg een lager bedrijfsresultaat en een lagere of geen dividenduitkering.

Impact Forse daling van de dividendopbrengst van met name Vitens N.V. en Enexis Holding N.V.. (Beheers)maatregelen Via de P& C cyclus worden de gevolgen van de lagere dividendopbrengst gevolgd. Risico: Waardering Onroerende zaken Omschrijving risico In 2019 is een financiële tegenvaller ontstaan doordat er relatief veel bezwaarschriften zijn ingediend als gevolg van forse waardestijgingen (normaliter 400 bezwaarschriften, in 2019 zijn het 1200). Hierdoor is extra inhuur noodzakelijk. Ook zijn we als gemeente wettelijk verplicht om een proceskostenvergoeding aan een No Cure No Pay bureau te betalen als een bezwaarschrift gegrond blijkt te zijn. Huidige inschatting is dat in 2019 aan kostenverg oeding aan No Cure No Pay bureaus voor WOZ-bezwaren een bedrag van € 300.000 verschuldigd is. Voor 2020 is het onzeker hoeveel bezwaarschriften we ontvangen en hoeveel daarvan via No Cure No Pay bureaus zal gaan. Doordat we onze WOZ -waarden nog beter gaan onderbouwen (zie beheersmaatregel) schatten we in dat we minder geld kwijt zijn aan No Cure No Pay bureaus. Een voorzichtige schatting voor 2020 komt dan uit op € 200.000 aan risico. Impact De gemeente loopt een financieel risico doordat veel burgers een No Cure No Pay bureau inschakelen. De kans bestaat dat er in 2020 ook relatief veel bezwaren worden ingediend en we meer kosten gaan maken.

(Beheers)maatregelen Belangrijkste beheersmaatregel is het nog beter onderbouwen van de WOZ - waarden, waardoor er ac hteraf minder hoeft te worden bijgesteld (en we minder geld kwijt zijn aan No Cure No Pay bureaus ). Vanaf 2022 zijn gemeenten verplicht om te waarderen op basis van gebruiksoppervlakte. Voor onze gemeente betekent dit dat voor alle woningen de gebruiksoppe rvlakte moet worden vastgesteld, 90 omdat nu op basis van inhoud wordt gewaardeerd. Het omzetten van de inhoud naar gebruiksoppervlakte is een kans om objectkenmerken van alle objecten weer actueel op orde te brengen. Dat moet naar de toekomst voorkomen dat e r weer zoveel bezwaren worden ingediend. De slag moet worden gemaakt in 2020 en 2021. Risico: Rentestijging Omschrijving risico De rente bevindt zich op een heel laag niveau. Bij een aantrekkende economie is een rentestijging niet ondenkbaar. Ook de spanningen in de wereld kunnen van invloed zijn op het rentepercentage. Het zijn risico’s die niet te beïnvloeden zijn door ons als gemeente, maar die zich wel degelijk kunnen voordoen. Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 25%, in de categorie laag. Een rentestijging van 1% wordt gekwantificeerd op ongeveer € 100.000 in 2020 oplopend naar € 400.000 in 2024.

(Beheers)maatregelen Jaarlijks voor de begroting wordt op basis van de rentegegevens op 1 september een herberekening gemaakt van de rentecomponent. Via de P&C cyclus worden de financiële gevolgen van de rente gerapporteerd. Risico: Rioolheffing Omschrijving risico De raad is de afgelopen jaren regelmatig geïnformeerd over het dossier inzake de aanslag rioolheffing woningbouwstichting. Het college heeft gemeld dat er een procedure speelt van een woningstichting tegen de aanslag voor de rioolheffing van 2013, 2014 en 2015. Op 21 juni 2019 heeft de Hoge Raad de cassatieberoepen op alle punten ongegrond verklaard. De verordeningen en de opgelegde aanslagen rioolheffing blijven daarom in stand. Daarmee is dit niet langer een risico voor onze financiële positie. Tegen de aanslagen 2016 tot en met 2019 is ook bezwaar gemaakt door de woningstichting. Deze zaken lopen nog. Impact Het eventuele risico inzake de aanslagen 2016 tot en met 2019 wordt ingeschat in de categorie laag. (Beheers)maatregelen Een eventuele financiële tegenvaller zal net als bij andere risico’s moeten worden gedekt uit algemene middelen (‘Algemene reserve - vaste buffer’). Om de risico’s te verminderen voor toekomstige aanslagen kijken wij zeer kritisch naar de onderbouwing van de kosten, waaronder de overhead en de BTW.

CATEGORIE: OMVANG RISICO: > € 200.000 - < € 500.000 Risico: Minimabeleid Omschrijving risico Uitkeringen bijzondere bijstand en minimabeleid zijn zogenaamde open eind financieringen. Afhankelijk van het aantal aanvragen en hoogte van de uitkeringen kunnen er onder- dan wel overschrijdingen plaatsvinden. Het opgenomen budget in de begroting 2020 bedraagt € 2,3 miljoen. Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 10%, in de categorie laag. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages. 91 Risico: Participatiewet (re-integratie en WSW) Omschrijving risico De invoering van de Participatiewet per 1 januari 2015 is gepaard gegaan met een forse korting op de diverse rijksbijdragen. Impact Ondanks het feit dat de economie afgelopen jaar is aangetrokken blijft het een moeilijke tijd voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Er is nog steeds een ruime risicokans dat het beschikbare budget niet toereikend is. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages van de NWG. Samen met de NWG wordt naar oplossingen gezocht op het gebied van extra inkomsten of extra uitstroom. Risico: Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) Omschrijving risico Binnen de nieuwe Wmo worden enkele risico’s onderkend.

- De rijksbijdrage wordt niet meer via een Integratie Uitkering toegekend aan de gemeenten maar verstrekt via de methodiek van het Gemeentefonds. Wat hier het effect van is, nu en op langere termijn, is moeilijk in te schatten. - Ook het feit dat mensen (met een zorgvraag) langer thuis moeten of willen blijven wonen levert risico’s op. Deze groep groeit en hiermee wordt een groter beroep op de gemeente gedaan en wij zigt ook de aard en intensiteit van de hulpvraag aan de gemeente. - Vanaf 2018 is de prijs van een traject samen met de zorgaanbieders bepaald en is er sprake van een reële kostprijs. Ook al was het uitgangspunt dat de nieuwe methodiek moest passen binnen he t bestaande budget, komende periode zal blijken of de realisatie van de hulp met de nieuwe kostprijs ook daadwerkelijk binnen het budget blijft. - In 2019 is het ‘abonnementstarief’ in gegaan. Dit betekent dat degenen die gebruik maken van maatwerkvoorzieningen hier niet meer aan bijdragen naar draagkracht maar dat iedereen een vast bedrag betaalt (vanaf 2020 € 20 per maand). Voor alle gemeenten zal dit een verlaging v an de inkomsten betekenen. Het R ijk compenseert slechts een gedeelte van deze verlaging. Daarnaast is het de verwachting dat deze maatregel zal leiden tot een ‘aanzuigende werking’ in het aantal gevraagde maatwerkvoorzieningen.

Impact De risicokans wordt als ruim inschat, zonder dat hier op dit moment een bedrag aan gekoppeld kan worden. (Beheers)maatregelen - Periodieke monitoring via de P&C cyclus. - Verdere invulling van het beleidsplan Sociaal domein 2017 -2020 door middel van de transformatie agenda. - De raad heeft een reserve opvangen tekorten Sociaal Domein in het leven geroepen. Eventue le budgetoverschrijdingen kunnen hiermee worden opgevangen (stand is nu nog € 854.000). Risico: Jeugdzorg Omschrijving risico Sinds de inwerkingtreding van de Jeugdwet (2015) kunnen de volgende risico’s worden onderkend: 92 - Ten eerste geldt ook hier dat de rijksbijdrage niet meer via een Integratie Uitkering wordt toegekend aan de gemeenten maar verstrekt via de methodiek van het Gemeentefonds. Wat hier het effect van is ook bij het budget voor de jeugdzorg, nu en op langere termijn, is moeilijk in te schatten. - Een ander risico is dat er sprake is van een stijgende vraag om jeugdzorg. Deze trend is ook landelijk zichtbaar. Het is nog niet bekend waar de stijging door wordt veroorzaakt. - Verder wordt vanaf het jaar 2018 de jeugdhulp (deels) op een andere ma nier ingekocht. Bestaande producten worden gebundeld in een beperkt aantal nieuwe trajectprijzen. Het vaststellen van de nieuwe trajectprijzen is een complexe zaak, waarbij er sprake is van belangrijke onbekende variabelen.

Een te hoog vastgestelde trajectprijs betekent een risico voor de kosten. - Daarnaast gaat een dermate grote wijziging gepaard met het risico op fricties in de overgangsperiode. Impact De risicokans wordt als ruim inschat, zonder dat hier op dit moment bedragen aan gekoppeld kunnen worden. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus. In 2019 is een Plan van Aanpak Jeugdzorg opgesteld. Hierin zijn diverse maatregelen benoemd die uiteindelijk moeten leiden tot een verlaging van de kosten voor de jeugdhulp. Verdere invulling van het beleidsplan Sociaal domein 2017 -2020 door middel van de transformatie agenda. De raad heeft de reserve opvangen tekorten Sociaal Domein in het leven geroepen. Eventuele budgetoverschrijdingen kunnen hiermee worden opgevangen. Risico: Dividenduitkering Rendo Omschrijving risico Lagere dividenduitkering N.V. Rendo Holding als gevolg van afschaffing precariorechten en de algemene verordening ondergrondse infrastructuur. Impact De gemeente loopt een financieel risico, doordat met ingang van het jaar 2020 de dividenduitkering lager kan uitvallen. In de begroting is nu nog een bedrag geraamd van € 1,5 miljoen structureel. (Beheers)maatregelen De ontwikkelingen over de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur tussen de verschillende gemeenten en de N.V. Rendo Holding zullen nauwlettend worden gevolgd.

Risico: BTW-compensatiefonds Omschrijving risico Gemeenten declareren BTW terug op grond van het BTW-compensatiefonds (BCF). Voor dit fonds geldt een maximaal te declareren bedrag. Zolang dit zogeheten plafond niet is bereikt, wordt het niet gebruikte gedeelte op begrotingsbasis toegevoegd aan de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Omgekeerd kan het ook zo zijn dat er meer wordt gedeclareerd dan het plafond. Dan vindt er een korting plaats op de Algemene uitkering. Voor de begroting 2020 met bijbehorende meerjarenraming is in de meicirculaire een advies opgenomen dat die raming maximaal gelijk mag zijn aan de afrekening van 2018, zijnde € 100.000 in alle jaren. De provinciaal toezichthouders hebben aangegeven dit advies als richtlijn te 93 gebruiken bij het beoordelen van de begrotingen. Sterker nog, ze geven ter overweging een lagere of zelfs helemaal g een raming meer te maken omdat het totaal van gemeentelijke declaraties op korte termijn zou kunnen omslaan in een overschrijding van het plafond en dus een uitname uit het gemeentefonds. Voorzichtigheidshalve is er voor gekozen om geen bedrag op te nemen. Impact Indien het maximum van het fonds wordt bereikt of een overschrijding hiervan in enig jaar, betekent dit dat er een nadeel optreedt binnen de Algemene uitkering. Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 50%, in de categorie hoog.

Het opgenomen risico ter hoogte van € 100.000 kan dus ook nog hoger uitvallen, oplopend naar € 300.000. (Beheers)maatregelen Elk jaar wordt het op te nemen budget opnieuw berekend. Risico: Vennootschapsbelasting Omschrijving risico Met ingang van 1 januari 2016 geldt voor de gemeente een vennootschapsbelastingplicht. Een inventarisatie is gemaakt van de activiteiten die hieronder vallen. De activiteiten van de gemeente zullen continu gemonitord moeten worden op de fiscale consequenties om fouten te voorkomen, de juiste beslissingen te nemen en alleen terecht deze belasting te betalen. Het is daarom zaak feiten en omstandigheden op de juiste wijze te presenteren en alert te zijn op (wijzigingen in) bijvoorbeeld het gemeentelijk vastgoedbeleid. Dit geldt tevens voor activiteiten, zoals detachering van personeel, werkzaamheden voor derden en samenwerkingsovereenkomsten. Impact De invoering vergt een flinke investering voor de gemeente door de extra (structurele) werkzaamheden, benodigde inhuur van extern e adviseurs en opleidingen van personeel. In 2018 is de aangifte over 2016 ingediend en uitstel aangevraagd voor de aangifte over 2017 en 2018. Inmiddels is een voorlopige aanslag over de jaren 2016 t/m 2019 ontvangen en betaald.

De verwachting op dit moment is dat het fiscale resultaat over deze jaren nihil zal zijn, maar om een te betalen belastingrente van 8% te voorkomen is besloten toch een voorlopige aangifte in te dienen en te betalen. Mocht het fiscale resultaat nihil zijn zoals verwacht, dan zulle n de betaalde bedragen weer terug worden ontvangen. Op dit moment bestaat veel onduidelijkheid over de manier waarop gemeenten hun winst dienen te berekenen, deze onduidelijkheid zal waarschijnlijk nog enige jaren aanhouden. Het kan er ook toe leiden dat de belastingdienst het moment van opleggen van een definitieve aanslag zoveel mogelijk naar achter zal verplaatsen. Het gevolg van de onzekerheid is dat het mogelijk tot eind 2021 kan duren voordat een definitieve aanslag over 2016 wordt opgelegd. De geme ente zal bij het opstellen van de begroting de hoogte van de te betalen belasting voorzichtig inschatten. Het valt niet uit te sluiten dat de ingeschatte bedragen afwijken van de uiteindelijk te betalen belasting. (Beheers)maatregelen De belastingdienst geeft de mogelijkheid aan gemeenten om een vaststellingsovereenkomst (VSO) te sluiten over de waarde van de grondvoorraad voor de openingsbalans en de daarmee samenhangende toerekenbare rente. Begin 2019 is er een verzoek tot vooroverleg ingediend bij de belastingdienst om te komen tot een VSO.

De eerste indruk is dat dit voordeliger is voor de gemeente Steenwijkerland, de berekening is eenvoudiger en het geeft zekerheid. Najaar 2019 94 wordt een 1e overleg met de Belastingdienst gepland. Ook in het traject om te komen tot een VSO laat de gemeente zich begeleiden door een extern bureau. Risico: Onderhoud openbare ruimte Omschrijving risico Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte wordt gebruik gemaakt van speciale computerprogramma's. De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het op orde brengen van deze programma's. Ondertussen is het gehele areaal ingevoerd. D.m.v. inspecties wordt de staat van onderhoud bepaald. Het risico van schade als gevolg van achterstallig onderhoud is afhankelijk van de gekozen frequentie van inspecteren. Op basis van deze gegevens wordt de besteding van het jaarlijkse onderhoudsbudget bepaald. In 2017 zijn de beleidsplannen voor wegen, fietspaden, openbare verlichting en oeververbindingen geactualiseerd en is een belangrijke slag gemaakt in het inzichtelijk maken van de onderhoudstoestand van deze kapitaalgoederen. Op basis hiervan kan planmatig er worden gewerkt. De meerjarige onderhoudsplannen zijn niet over hele linie op het onderhoudsniveau ‘basis’ gebaseerd, maar in sommige gevallen op ‘beperkt basis’ en begraven op “hoog”. Impact Het financieel risico wordt ingeschat op € 500.000.

Doordat onze kapitaalgoederen voortaan meer planmatig worden beheerd en wij de komende jaren fors investeren, komen wij tot een lage risicokans. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring en rapporteren in tussenrapportages CATEGORIE: OMVANG RISICO: > € 500.000 Risico: Participatiewet (uitkeringen en rijksbijdrage) Omschrijving risico De gemeente is volledig financieel verantwoordelijk voor het bijstandsgedeelte van de wet. Van het Rijk wordt hiervoor jaarlijks wel een bijdrage ontvangen. Het in de begroting opgenomen te ontvangen budget betreft een voorlopig inschatting van hetgeen door het Rijk toegekend gaat worden. In oktober van het begrotingsjaar wordt het definitieve budget pas bekend gemaakt. De hoogte van het budget is afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelingen op landelijk niveau. Bij minder verstrekte bijstandsuitkeringen dan van tevoren is ingeschat wordt het budget naar beneden bijgesteld, bij meer verstrekte bijstandsuitkeringen wordt het budget naar boven bijgesteld. In de begroting 2020 wordt er verder rekening mee gehouden dat er in dat jaar gemiddeld 675 bijstandsuitkeringen worden verstrekt. Het geschatte gemiddelde bedrag van een verstrekte uitkering bedraagt € 14.000 per jaar. De begrote uitgaven bedragen hierdoor € 9.450.000. Voor de Ioaw en Ioaz bedragen deze aantallen 50 x € 15.200. Dit is een bedrag van € 760.000.

Deze aannames kunnen in werkelijkheid afwijken. Impact Ingeschat wordt dat de gemeente een ri sico loopt van 10% van het begrote te ontvangen rijksbudget (€ 12.396.000), met een ruime risicokans. De afwijking op de uitkeringen wordt berekend op 10% van het bedrag dat is opgenomen aan te verstrekken uitkeringen (€ 10.210.000), ook met een ruime risi cokans. Bij een forse 95 overschrijding van het budget kan overigens een beroep worden gedaan op de ingebouwde Vangnetregeling bij het Rijk. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus. Risico: Ontwikkeling algemene uitkering uit het gemeentefonds Omschrijving risico Gemeenten ontvangen het grootste gedeelte van hun inkomsten uit de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Hoeveel uitkering wordt ontvangen is voor een groot gedeelte afhankelijk van de hoogte van de rijksuitgaven. Wijzigingen in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de Algemene uitkering (samen de trap op en samen de trap af). De jaarlijkse toe - of afname van de Algemene uitkering op basis van dit principe wordt het accres genoemd. Het accres heeft de afgelopen jaren weinig stabiliteit laten zien. Het ene moment is er een flinke tegenvaller, een tijdje later gevolgd door een flinke meevaller. Het is dan ook zeer lastig om hier op een goede manier mee om te gaan.

Het Rijk en gemeenten hebben in mei 2018 afgesproken om de verdeling van de middelen in het sociaal domein en de verdeling van de andere middelen in het gemeentefonds vanaf 2021 integraal te herzien. Gemeenten hebben in het sociaal en het fysiek domein meer taken gekregen en ook maatschappelijke ontwikkelingen zijn door gegaan. De financiële verhouding moet bij deze ontwikkelingen aansluiten. In de verdeelmodellen van het sociaal domein zitten discrepanties die ervoor zorgen dat sommige gemeenten minder geld van het Rijk ontvangen voor het sociaal domein dan zij op basis van hun kostenstructuur nodig hebben. De herziening van de verdeelmodellen sociaal domein is erop gericht om de financiële problemen van deze gemeenten als gevolg van een verkeerde verdeling op te lossen. Een positief herverdeeleffect voor de ene gemeente leidt echter altijd tot een negatief herverdeeleffect bij een andere gemeente. De herziening van de verdeelmodellen sociaal domein kan dus voor onze gemeente tot een financieel nadeel leiden. De wijziging van het woonplaatsbeginsel Jeugd zal ook financiële effec ten hebben. Het budget voor voogdij en 18+ kan na wijziging van het woonplaatsbeginsel objectief verdeeld gaan worden, en hoeft niet meer op basis van historisch zorggebruik verdeeld te worden.

Dit loopt mee in de evaluatie van de verdeelmodellen welke mom enteel plaatsvindt en in 2021 tot aangepaste verdeelmodellen zal leiden. Gemeenten worden uiterlijk in de meicirculaire 2020 over de uitkomsten geïnformeerd. Impact De gemeente is voor een groot gedeelte afhankelijk van de inkomsten uit het Gemeentefonds. In de begroting is voor het jaar 2020 een ontvangst geraamd van bijna € 74 miljoen. Als de uitkering tegenvalt, kan dit betekenen dat het financieel beleid moet worden bijgesteld. De impact is de afgelopen jaren groter geworden vanwege de decentralisatie s in het Sociaal domein, waardoor het gemeentefonds in omvang is toegenomen en daarmee ook het risico voor de gemeente. (Beheers)maatregelen Wij hebben een aantal beheersmaatregelen getroffen om de gevolgen van tegenvallers in de Algemene uitkering op te kunnen vangen: 1. De ‘Algemene reserve vaste buffer’ die is bedoeld om onverwachte tegenvallers op te vangen (ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). 2. De reserve ‘Opvangen tekorten Sociaal domein’ is in het leven geroepen om tegenvallers binnen het Sociaal domein op te vangen. 96 Risico: Omgevingswet Omschrijving risico De invoering van de Omgevingswet is een grote opgave voor de organisatie. Op 1 januari 2021 gaat de wet in. Na 2021 zijn we niet klaar, maar zullen we de omgevingswet nog verder implementeren. Dit traject loopt tot uiterlijk 2029.

De focus voor nu ligt op de periode tot 2021. Momenteel wordt vanuit het programma invoering omgevingswet toegewerkt naar de deadline waarop de wet in werking treedt. Risico’s betreffen: 1. Niet halen van de deadline van invoering door lokale of landelijke oorzaken en daarmee niet kunnen uitvoeren van wettelijke taken per 1-1-21. 2. Niet halen van de deadline/op schema blijven lopen en daarmee niet halen van eigen ambities. 3. Overschrijding van het budget voor invoering/onvoldoende middelen voor een goede invoering. Impact 1. De invoering van de wet bestaat uit vele verschillende elementen waarvan sommige crucialer zijn dan andere. Om inzichtelijk te maken wat per se op 1-1- 21 gereed moet zijn heeft de VNG een li jst met minimale acties geformuleerd om voorbereid te zijn op de omgevingswet. Voor de meeste van de acties op deze lijst lopen we op schema. Er is één actie die momenteel als risico wordt ingeschat: - Inrichting van de gewijzigde vergunningprocedure (met 8 weken als standaard) en de daarvoor benodigde ketensamenwerking. Het mogelijke gevolg van het optreden van dit risico is dat we per 1 -1-21 geen vergunningen meer kunnen verstrekken en daarmee de ontwikkelingen in het fysieke domein op slot gaan.

De oorzaak is meervoudig: beperkte capaciteit in de organisatie, onduidelijkheid over noodzaak gebruik toepasbare regels en de stappen die in regionaal verband nog gezet moeten worden qua samenwerking. 2. Aanvullend op hetgeen dat we (wettelijk gezien) klaar moeten hebben is binnen het programma omgevingswet ook een eigen ambitie geformuleerd aansluitend op de ambities van het college en de organisatie. Omdat het hier gaat om ambities en niet om wettelijke vereisten is de deadline van 1 -1-21 minder hard, maar de wens elijkheid van het halen van deze bestuurlijke ambities is er niet minder om. Als we kijken naar de doelen uit de bestuursprogramma’s en de in het verlengde daarvan opgestelde ambities ten aanzien van de invoering van de wet, dan doen zich de volgende risico’s voor: - Beperktere aansluiting op de wensen en behoeften van inwoners, met name de tevredenheid over (digitale) contacten/communicatie en het gebruik van serviceformules doordat vooral wordt gefocust op de (verplichte) techniek en te weinig tijd beschik baar is om medewerkers te trainen in de juiste houding en gedrag. - Participatie zit in ons bloed & goed verwachtingenmanagement: deze ambities betekenen dat medewerkers hierin getraind moeten worden. Doorlopend en intensief.

Omdat er geen harde grens is aan de mate waarin we dit moeten – dat bepalen we zelf – kan dit bij te beperkte capaciteit in de knel komen. 97 - De vraag staat centraal willen we bereiken door het invoeren van een initiatieventeam. Een team dat zich snel en integraal buigt over initiatieven. Omdat de deadline van 1 -1-21 vooral geldt voor het technisch kunnen afhandelen van een aanvraag en de werkwijze van een team vooral een cultuurverandering is kan deze ambitie in de knel komen door te beperkte aandacht hiervoor. - Sectoraal in plaats van int egraal beleid vanwege onvoldoende samenwerking en afstemming met als gevolg tegenstrijdige uitgangspunten, etc. De risico’s die hier genoemd staan zijn die bestuurlijke ambities uit het coalitieakkoord, de begroting of het programma omgevingswet die in het gedrang komen als we te weinig capaciteit vrij maken voor de invoering van de omgevingswet. Het zijn – in tegenstelling tot de minimale (wettelijke) acties onder punt 1 - geen zaken die per se geregeld moeten zijn op 1-1-21, maar wel belangrijke ambities van dit college. 3. Tot slot blijft de omgevingswet een financieel risico met zich meebrengen. De omgevingswet brengt drie soorten kosten met zich mee die lastig in te schatten zijn en in die zin een risico vormen: - Voorbereidings- en implementatiekosten - Om deze in te kunnen schatten is het VNG -model gebruikt.

Doordat dit model in vergelijking met vorig jaar beter ingevuld kon worden heeft dit tot een inschatting van de kosten voor de komende jaren en een claim bij de afgelopen PPN geleid. Voor 2020 gaat d it om een bedrag van bijna een miljoen euro. Met het bij de PPN vastgestelde bestedingsplan wordt dit risico als flink kleiner dan voorheen ingeschat. Onzekerheid blijft natuurlijk altijd aanwezig, maar bij (verwachte) afwijkingen wordt uw raad bij het voorjaars- en najaarsmoment geïnformeerd. - Verandering in de structurele lasten - Deze lasten kunnen wijzigen door een verandering in de personeelsbehoefte en een vermoedelijke daling van de legesopbrengsten. Een kwantitatieve duiding is nog niet te geven, dat zal pas mogelijk zijn als er grote stappen zijn gezet met de omgevingsvisie en het omgevingsplan. - Mogelijke incidentele frictiekosten - Deze kosten kunnen optreden als gevolg van een verschuiving in het personeel. Een kwantitatieve duiding is nog niet te geven. (Beheers)maatregelen Binnen de organisatie is het programma omgevingswet opgezet. In dit programma worden de inhoudelijke en financiële risico’s in de gaten gehouden en worden er maatregelen op getroffen. Risico’s die te groot dreigen te worden o f daadwerkelijk optreden worden besproken in de stuurgroep omgevingswet van waaruit beheersmaatregelen worden genomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/8cc121d9-490d-4424-9ed6-b3ce24d735c5?agendaItemId=b5951f22-42c5-4599-b5ed-dbcccc477da4