Programmabegroting 2020-2023 SWL.pdf
Tekst van het document
Financiën en overhead Investering S / I Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Inkomsten KCC Zwartewaterland (aansturing en gesprekken) S - 9 - 9 - 9 - 9 6.2. ICT: wijzigingen antivirus software en onderhoud hardware S - 30 - 30 - 30 - 30 6.3. ICT: verlagen vervangingsinvesteringen (kapitaallasten) S - 2 - 2 - 15 - 15 6.4. ICT: verlagen investering in E-HRM (kapitaallasten) S - 6 - 6 - 6 6.5. Kantoorbenodigdheden S - 8 - 8 - 8 - 8 6.6. Verlagen vervangingsinvesteringen (kapitaallasten) S - 12 - 12 - 12 - 12 Totaal bestuurlijke herprioritering - - 100 - 100 - 113 - 107 bedragen x € 1.000 Overzicht baten en lasten - 6.
Financiën en overhead Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Saldo van baten en lasten Lasten - 14.257 - 18.489 - 16.578 - 16.128 - 15.698 - 15.544 Baten 82.059 85.280 86.838 87.503 87.553 88.302 Saldo van baten en lasten 67.802 66.792 70.260 71.375 71.854 72.758 Mutatie reserves Toevoegingen - 5.177 - 746 - 1.059 - - - Onttrekkingen 10.446 827 2.449 - - - Mutatie reserves 5.268 81 1.390 - - - Resultaat 73.070 66.873 71.650 71.375 71.854 72.758 Af: incidentele baten en lasten - - - - - - Materieel resultaat 73.070 66.873 71.650 71.375 71.854 72.758 Verbonden Partijen De volgende verbonden partijen leveren via het aandelendividend een bijdrage aan de gemeentelijke financiële positie: - BNG Bank - Enexis - Rendo - Vitens - Rova - Wadinko In de begroting wordt rekening gehouden met het jaarlijks te ontvangen dividend. Dit dividend is uiteraard afhankelijk van de prestaties en winstgevendheid van deze ondernemingen en vormt daarmee een risico voor de begroting. Een belangrijk risico vormt op dit moment de beperking van verhoging van de tarieven, die de Autoriteit Consument en Markt (ACM) (toezichthouder) de nutsbedrijven oplegt in verband met de lage rentestand. Dit heeft gevolgen voor het uit te keren dividend van deze bedrijven. In de bijlage Verbonden Partijen wordt nader op de afzonderlijke verbonden partijen ingegaan. 54 2.11.
Programmatische werken In het Coalitieakkoord ‘Door verbinding naar resultaat’ staat vermeld dat we het programmatisch werken introduceren. Daarmee willen we sturen op samenhang en resultaat. In de genoemde bestuursprogramma’s zijn de verschillende sectorale onderwerpen in logisch verband gezet. Vanuit de ambities en doelen die zijn geformuleerd bij de verschillende bestuursprogramma’s zijn drie afzonderlijke programma’s benoemd met een eigen programmastructuur en een (ambtelijk) programmamanager. Het gaat om de volgende programma’s: 1. Programma Duurzaam en Be-Leefbaar Toerisme; 2. Programma Omgevingswet; 3. Programma Duurzaam. Deze programma’s zien hieronder toegelicht. Programma Duurzaam en Be-Leefbaar Toerisme (DBT) Eind 2018 is gestart met een programmatische aanpak onder de titel ‘Duurzaam (Be)Leefbaar Toerisme ’ (DBT). Hierin zijn de activiteiten van de Stichting Weerribben -Wieden, de projecten uit de Regiodeal ‘Leefbaar Giethoorn 2019-2021’, en toeristische projecten van de gemeente Steenwijkerland met elkaar verbonden. Samen vormen deze drie sporen het programma D BT. De hoofddoelstelling van het DBT -programma is om projecten te realiseren die bijdragen aan een versterking van de (toeristische) economie, waarbij een duurzame balans tussen ecologie, economie en leefbaarheid wordt nagestreefd.
Ambitie daarbij is: meer we lvaart en welzijn voor de bewoners van Steenwijkerland, gericht op de langere termijn. Het eerste spoor noemen we het Duurzaamheidsspoor. Hierin speelt de Stichting Weerribben-Wieden een hoofdrol. Alle belanghebbende partners in de gemeente Steenwijkerland zijn hierin vertegenwoordigd. In dit Publiek Private Partnerschap (PPP) wordt gestreefd naar een duurzame ontwikkeling van de regio met een goede balans tussen ecologie, economie en leefbaarheid. Hier wordt een visie voor de middellange e n lange termijn ontwikkeld. Ook werken we met landelijke instituten aan betere data en monitoring, waarmee ingespeeld kan worden op trends en ontwikkelingen. Educatie krijgt hierbij een belangrijke positie. Ambitie is om het Nationaal Park door te ontwikkelen tot een Nati onaal Park van wereldklasse . Daartoe wordt het merk ‘Weerribben-Wieden’ verder ontwikkeld met huisstijl en communicatieconcept, die de basis vormen voo r de marketingcommunicatie. Met de uitvoering van het ‘Duurzaamheidsspoor’ wordt een belangrijke basis gelegd voor de andere twee sporen: het ‘(Be- )leefbaarheidsspoor’ en het ‘Toerismespoor’. Feitelijk kunnen de drie sporen niet los van elkaar gezien. Het tweede spoor noemen we het ‘(Be-)Leefbaarheidsspoor’. Hier staan leefbaarheid en beleefbaarheid centraa l. Niet voor niets staat bij (Be)leefbaarheid ‘Be’ tussen haakjes.
Het zijn twee begrippen, die nauw verbonden zijn, maar vanuit een verschillend gezichtspunt: leefbaarheid vanuit de inwoner, beleefbaarheid vanuit de toerist en recreant. (Be)leefbaarheid b eoogt dat de beleefbaarheid bijdraagt aan de leefbaarheid en de leefbaarheid ervoor zorgt dat het gebied beleefbaar blijft. Ze hebben elkaar nodig. Dit spoor spitst zich in belangrijke mate toe op Giethoorn, dat de laatste jaren steeds vaker genoemd wordt in de discussie over toerisme. Daarom participeren ook de provincie Overijssel en het Rijk in dit spoor. In dit spoor wordt gewerkt met een gebiedsgerichte aanpak, waar de gemeente Steenwijkerland, ‘t Gieters Belang en Giethoorn Onderneemt in een tripartie te constructie samenwerken. Het derde spoor is het ‘Toerismespoor’. Het betreft deels de reguliere Toerisme-activiteiten van de gemeente, zoals de fietsinfrastructuur en projecten met de provincie (Gastvrij Overijssel), maar ook de grot e investeringsprojecten, zoals station Steenwijk en Noorderpoort, die gezien risico’s, aansprakelijkheid en kapitaalsbehoefte het beste belegd kunnen worden bij de gemeente.
Reguliere lijnactiviteiten op het gebied van toerisme en recreatie, die voorheen bij 55 ‘Werk aan de Winkel’ waren ondergebracht, worden voor de duur van dit programma in dit spoor meegenomen, zodat integraliteit gewaarborgd is en ook na de periode van extra projectgelden de basis overeind blijft. In essentie gaat het om de optimale balans tussen leefbaarh eid, ecologie en economie. Oftewel: people, planet and profit. In feite niets nieuws onder de zon, maar andere verschijningsvormen! De hoofddoelstellingen vallen in een aantal subdoelstellingen uiteen: 1. Kwaliteitsimpuls realiseren in het gebied (infrastructuur, voorzieningen, gastheerschap etc.); 2. Verbeteren van balans tussen toerisme en leefbaarheid en tussen economie en ecologie ; 3. Duurzame investeringen aanjagen, passend bij gebied en ter versterking van de concurrentiepositie; 4. Omgaan met en inspelen op verwachte toeristische groei en door middel van positionering keuzes maken over de toeristen/doelgroepen waar we ons primair op richten. Sinds 2015 is de werkgelegenheid in de toeristisch -recreatieve sector toegenomen. 2018 heeft een beperkte daling laten zien. Over langere periode verwachten we dat de werkgelegenheid zal blijven toenemen.
Het N ederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (N BTC) gaat ervan uit dat het aantal buitenlandse toeristen dat Nederland bezoekt tot 2030 zal blijven stijgen en dat oo k het binnenlands toerisme zal blijven toenemen. Dit zal naar verwachting ook in onze gemeente leiden tot hogere bestedingen en dat zal in de omzet van de bedrijven zichtbaar worden. In Giethoorn leidt dit al op bepaalde momenten tot problemen met de leefbaarheid. Hier zullen we ons de komende periode op blijven richten. Onderdeel hiervan is het verleiden van de toerist om niet (alleen) Giethoorn te bezoeken maar ook eens een bezoek te brengen aan de toeristische bedrijven in de regio. De investeringen, voortkomende uit het bidbook ‘Land van Weerribben en Wieden’ zijn hierop gericht. Er wordt gewerkt aan de voorbereidingen voor realisatie zodat in 2020 kan worden gestart met de uitvoering. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het realiseren van een fysieke ontvangstpoort van het gebied bij het intercitystation Steenwijk en de aanleg en aanpak van fietspaden. De opgaven volgend uit het bidbook hangen nauw met elkaar samen en hebben veel raakvlakken met andere beleidsvelden. We werken hierbij nauw samen met diverse partijen waaronder de Stichting Weerribben -Wieden, waarin de gebiedspartners die betrokken zijn bi j de toeristische ontwikkeling van onze gemeente vertegenwoordigd zijn.
De plannen, zoals gepresenteerd in het bidbook, zijn als Regiodeal aangeboden aan het Rijk. Het verzoek om een rijksbijdrage is in dat kader niet gehonoreerd. We voeren lobby om het Rijk te bewegen toch zijn verantwoordelijkheid te nemen en hier financieel aan bij te dragen. In dit kader zijn in het voorjaar van 2019 kamerleden uitgenodigd om duidelijk te maken waarom investeringen nodig zijn om toeristen te verleiden om de regio te b ezoeken (en daarmee Giethoorn te ontlasten). Samen met diverse gebiedspartijen hebben we daarbij de problematiek en onze plannen onder de aandacht gebracht. Dit heeft geleid tot diverse moties in de Tweede Kamer waarbij staatssecretaris Mona Keijzer o.a. i s verzocht ‘actief bij te dragen aan het welslagen van dit project’. We blijven ons inspannen om ervoor te zorgen dat dit ook een financiële vertaling krijgt. In het najaar 2019 word t de kwaliteit en het perspectief van de bedrijven in de regio onderzocht door middel van een kwaliteitsscan. Op basis van dit onderzoek kunnen we bedrijven beter ondersteunen zodat ze klaar zijn om de extra toeristen te ontvangen. Om beter te kunnen bekijken of onze maatregelen ook werken en om ons beleid tijdig te kunnen bijs turen hebben we meer cijfers en feiten nodig.
Onder verantwoordelijkheid van de Stichting Weerribben-Wieden en in nauwe samenwerking met het NBTC en MarketingOost gaan we de komende periode zorgen dat er meer betrouwbare data beschikbaar komen. In 2019 wo rdt, onder verantwoordelijkheid van de Stichting Weerribben -Wieden, gewerkt aan het opstellen van een visie recreatie & toerisme die begin 2020 aan uw raad wordt voorgelegd. Tegelijkertijd wordt samen met de partners in Giethoorn een dorpsvisie opgesteld, die ook begin 2020 aan uw raad wordt voorgelegd. Beide visies 56 worden nauw op elkaar afgestemd en vormen na vaststelling door uw raad een belangrijke basis voor toekomstig beleid. In 2020 zal de nadruk liggen op: - Visie recreatie & toerisme Weerribben -Wieden en dorpsvisie Giethoorn plus doorvertaling in beleid en projecten; - Het verleiden van de toerist om de regio te ontdekken door o.a. realisering van de projecten uit het bidbook ‘Land van Weerribben en Wieden’ en doorontwikkeling van het poortenconcept ; - Het realiseren van projecten op basis van de visie voor de binnenstad van Steenwijk om de toeristische potentie van Steenwijk te versterken. Het programma DBT heeft een relatie met alle bestuursprogramma’s. Investeringen ten behoeve van het toerisme kunnen ook gebruikt worden door (recreërende) inwoners. Denk hierbij aan fietspaden, versterken mobiliteit etc.
Ook is er een sterke relatie met de overige doelen van het bestuursprogramma ‘Werk aan de Winkel’ 1. Excellent vestigingsklimaat (goede recreatieve voorzieningen dragen bij aan een excellent vestigingsklimaat); 2. Versterken regionale samenwerking (maatregelen kunnen alleen in nauwe samenwerking binnen de regio en zullen deze samenwerking versterken); 3. Versterken Arbeidsmarkt (hogere bestedingen, verspreid ove r de regio en het jaar, leiden tot versterking arbeidsmarkt). Programma Omgevingswet De Omgevingswet treedt op 1 januari 2021 in werking. Landelijk is voorgeschreven wat we (minimaal) moeten doen om straks met de Omgevingswet te kunnen werken. Bij de voorbereidingen van de invoering van de wet hebben we uitgebreid stil gestaan bij de vraag: wa t wordt er beter voor onze inwoners en ondernemers? Dat heeft onder meer geleid tot de volgende toekomstbeelden: - Onze inwoners en ondernemers weten wat kan en wat m ag als het om ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving gaat. Ze vinden alles op één plek, hun vragen worden integraal afgewogen en ze weten snel waar ze aan toe zijn. - Onze inwoners en ondernemers kunnen rekenen op een dienstverlening die aansluit bij hun vraag. Ze weten wat ze van ons mogen verwachten. Wat snel kan, doen we snel. We denken mee en zijn duidelijk. - Onze informatie is toegankelijk voor iedereen.
Dat betekent dat onze inwoners en ondernemers over dezelfde informatie kunnen beschikken als wij. Hebben zij een vraag gesteld, dan hebben ze digitaal inzicht in de voortgang ervan. Natuurlijk houden we daarbi j wél rekening met ieders privacy. Zijn meerdere overheden betrokken? Dan vragen we onze inwoners en ondernemers niet steeds om dezelfde informatie. - Onze inwoners en ondernemers merken dat er één gemeentelijke organisatie is. Het maakt niet uit bij wie ze binnenkomen. Er zijn geen barrières tussen de verschillende teams en er wordt goed samengewerkt. - Onze inwoners en ondernemers ervaren dat hun vraag centraal staat. Ze merken dat medewerkers met hen meedenken en proberen om samen tot een oplossing te komen. Hier komen we natuurlijk niet vanzelf. Er moet veel werk voor worden verzet in 2020 aangezien de wet op 1 januari 2021 in werking treedt. Natuurlijk moet er ook na die datum nog veel gebeuren, maar desalniettemin is 2020 een erg belangrijk jaar.
De belangrijkste acties die in 2020 plaatsvinden vanuit het programma Omgevingswet: - Opstarten doorontwikkeling huidige omgevingsvisie naar de uiteindelijke omgevingsvisie (deadline 2024) ; - Opstarten ontwikkeling omgevingsplan (deadline 2029); - Inrichting van de vergunningsprocessen volgens (landelijke) serviceformules; - Aanschaf/aanbesteding software voor ons vergunningsproces, omgevingsdocumenten, aansluiting op het DSO en de implementatie van de bijbehorende processen; 57 - Inrichten van het gebruik van toepasbare regels en vragenbomen voor onze meest aangevraagde producten ; - Training van medewerkers om te kunnen werken volgens de Omgevingswet, om inwoners en ondernemers te kunnen ondersteunen; - Bijeenkomsten voor college en raad ter voorbereiding op de Omgevingswet. Niet al deze activiteiten beginnen pas in 2020 of eindigen in 2020, maar voorgaande opsomming betreft wel de belangrijkste activiteiten die plaatsvinden in het kader van de Omgevingswet. Programma Duurzaam In paragraaf 2.6 zijn de ambities, doelen en be oogde resultaten voor het bestuursprogramma Duurzaam weergegeven, onderverdeeld naar 3 thema’s: energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie. Het ambtelijk programma Duurzaam sluit hier een-op-een op aan en de 3 thema’s zijn via een 8-tal sporen uitgewerkt, te weten: 1. Steenwijkerland bespaart energie en wordt aardgasvrij; 2.
Steenwijkerland klimaatbestendig; 3. Steenwijkerland wekt op: 4. Duurzame bedrijvigheid in Steenwijkerland; 5. De gemeente helpt u op weg; 6. De gemeente geeft het goede voorbeeld; 7. Afval = grondstof; 8. Steenwijkerland duurzaam mobiel. Om de doelen en concrete resultaten te behalen, kiezen we voor een programmatische aanpak. De vertaling van deze aanpak is vastgelegd in een programmaplan. De huidige collegeperiode is vooralsnog de reikwijdte van dit programma. Aanvullend op het belang van een samenhangende, integrale en op een einddatum gerichte aanpak zijn er nog meer redenen om te kiezen voor een programmatische aanpak: 1. Een programmatische aanpak helpt ons bij te dragen aan de realisatie van de ambities van het college; 2. De doelen – ook na uitwerking in het programma – zijn niet altijd helder en concreet, vaak gaat het om na te streven effecten; 3. Er is sprake van diverse projecten in het programma die een sterke onderlinge afhankelijkheid tot elkaar hebben; 4. Er zijn nog behoorlijk grote onzekerheden; 5. De gevraagde transitie grijpt diep in op de organisatie; 6. De opgaven vragen een aanpak waarin inwoners, bedrijven en maartschappelijke instellingen op een goede wijze worden betrokken en hun krachten op een goede wijze worden aangewend.
Met een programmatische aanpak willen we een samenhangende aanpak bevorderen om onze organisatie voor te bereiden op de duurzaamheidsvraagstukken, onderverdeeld naar circulaire economie, klimaatadaptatie en de energietransitie. Daarbij is het van belang de volgende context in acht te nemen: - circulaire economie en de energietransitie zorgen voor een transformatie van de economie in de komende decennia en gaan gepaard met grote veranderingen voor inwoners en bedrijven. - Klimaatadaptatie en de energietransitie hebben een behoorlijke impact op de verandering van onze leefomgeving, denk daarbij aan zonneparken en windmolens, maar ook waterberging en vergroening van versteende omgevingen. 58 2.12. Overzicht totale programmabegroting In onderstaand overzicht is het materieel resultaat weergegeven voor de komende jaren. Deze is voor de jaren 2020 tot en met 2023 positief. bedragen x € 1.000 Overzicht baten en lasten Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Programma's Lasten 1. De inwoner op 1 - 10.412 - 11.442 - 10.241 - 10.109 - 9.735 - 9.317 2. Duurzaam - 8.760 - 10.071 - 9.173 - 9.089 - 9.430 - 9.070 3. Werk aan de winkel - 12.320 - 12.429 - 7.194 - 5.943 - 5.908 - 4.499 4. Samenredzaam - 59.503 - 59.543 - 61.689 - 58.832 - 58.403 - 58.172 5. Mijn Steenwijkerland - 25.957 - 26.553 - 23.733 - 22.444 - 23.909 - 23.818 6.
Financiën en overhead - 4 - - - - - Totaal Lasten - 116.956 - 120.038 - 112.029 - 106.417 - 107.384 - 104.876 Baten 1. De inwoner op 1 2.953 3.410 1.943 2.235 2.068 1.888 2. Duurzaam 4.821 5.161 5.041 5.085 5.590 5.187 3. Werk aan de winkel 9.676 8.229 5.434 4.353 4.291 2.783 4. Samenredzaam 16.250 14.773 15.281 15.087 15.381 15.381 5. Mijn Steenwijkerland 9.996 9.245 8.758 7.402 8.024 8.094 6. Financiën en overhead 1.355 1.318 1.471 1.786 1.841 1.841 Totaal Baten 45.050 42.136 37.927 35.948 37.196 35.174 Totaal Programma's - 71.907 - 77.903 - 74.102 - 70.469 - 70.188 - 69.701 Algemene dekkingsmiddelen Lasten Algemene dekkingsmiddelen - 692 - 431 - 471 - 450 - 406 - 343 Overhead - 13.585 - 17.062 - 16.319 - 15.891 - 15.505 - 15.414 Onvoorzien - 143 - 1.289 44 44 44 44 Totaal Lasten - 14.420 - 18.781 - 16.747 - 16.297 - 15.867 - 15.713 Baten Algemene dekkingsmiddelen 79.046 82.403 84.241 84.205 84.259 85.008 Overhead 1.568 1.560 1.127 962 903 903 Onvoorzien 90 - - 550 550 550 Totaal Baten 80.704 83.963 85.367 85.717 85.712 86.461 Totaal Algemene dekkingsmiddelen 66.284 65.182 68.621 69.421 69.845 70.749 Mutatie reserves Toevoegingen - 5.880 - 2.050 - 2.388 - 829 - 694 - 596 Onttrekkingen 12.262 13.049 7.908 1.927 1.077 341 Totaal Mutatie reserves 6.382 10.999 5.520 1.098 382 - 256 Saldo programmabegroting 760 - 1.722 38 50 39 791 Af: incidentele baten en lasten - - - - - -
Materieel resultaat 760 - 1.722 38 50 39 791 59 2.13. Overzicht algemene dekkingsmiddelen Onderstaand overzicht biedt inzicht in de samenstelling van de algemene dekkingsmiddelen , inclusief de verplichte taakvelden voor overhead en onvoorzien. bedragen x € 1.000 Algemene dekkingsmiddelen Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Algemene dekkingsmiddelen Uitkeringen Gemeentefonds Algemene uitkering 44.111 63.499 65.335 65.512 65.735 66.613 Integratie-uitkering Sociaal domein 24.900 9.003 8.793 8.525 8.326 8.200 Uitkeringen Gemeentefonds 69.011 72.502 74.127 74.037 74.061 74.813 Onroerende Zaak Belasting OZB woningen 4.235 4.222 4.442 4.442 4.442 4.442 OZB niet-woningen 2.699 2.800 2.931 2.931 2.931 2.931 Uitvoering wet WOZ - 461 - 503 - 496 - 496 - 496 - 496 Onroerende Zaak Belasting 6.473 6.519 6.876 6.876 6.876 6.876 Belastingen overig Hondenbelasting 179 200 204 204 204 204 Bestrijding hondenpoep - 4 - 15 - 15 - 15 - 15 - 15 Heffing en invordering overige belastingen - 0 16 16 16 16 16 Overige - 15 - - - - - Belastingen overig 160 201 204 204 204 204 Treasury Dividend 2.648 2.497 2.448 2.508 2.541 2.541 Overige 62 253 113 131 170 231 Treasury 2.711 2.749 2.562 2.638 2.712 2.772 Totaal Algemene dekkingsmiddelen 78.354 81.972 83.769 83.756 83.854 84.666 Overhead Overhead - 12.017 - 15.501 - 15.192 - 14.929 - 14.602 - 14.511 Totaal Overhead -
12.017 - 15.501 - 15.192 - 14.929 - 14.602 - 14.511 Onvoorzien Onvoorzien - 52 - 1.289 44 594 594 594 Totaal Onvoorzien - 52 - 1.289 44 594 594 594 Totaal 66.284 65.182 68.621 69.421 69.845 70.749 2.14. Overhead In het Besluit begroting en verantwoording (BBV) is voorgeschreven dat jaarlijks in de programmabegroting een apart overzicht moet worden opgenomen van de kosten van de overhead. Hiermee krijgt uw raad op een eenvoudige wijze inzicht in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie. 60 Om te kunnen vaststellen welke kosten verband houden met de sturing en ondersteuning van het primaire proces en zodoende gerekend kunnen worden tot de overhead, wordt de volgende definitie gehanteerd: Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De kosten van sturing en ondersteuning van de directe medewerkers (overhead) bestaan in ieder geval uit: - Loonkosten (onder meer: financiën, personeel en organisatie, inkoop, juridische zaken, leidinggevenden, - bestuurszaken en bestuursondersteuning); - ICT kosten; - Huisvesting en facilitaire zaken; - Uitbestedingskosten bedrijfsvoering; - Overige materiële kosten (waaronder tractie, gereedschappen, kantoorbenodigdheden) . Met deze definitie wordt een eenduidig inzicht geboden in de kosten die direct zijn toe te rekenen aan bepaalde taakvelden.
In de praktijk zijn dit veelal loonkosten die direct zijn toe te rekenen tot bepaalde activiteiten binnen een van de bestuursprogram ma’s. Die kosten zijn dan ook opgenomen onder het desbetreffende programma en niet betrokken bij de berekening van het bedrag aan overhead. In het BBV is één uitzondering gemaakt op het verplicht centraal begroten en verantwoorden van overhead. Dit betreft de toerekening van overhead aan de grondexploitaties en de investeringen. Deze uitzondering is gemaakt omdat het niet toerekenen van overhead aan dergelijke investeringen zou leiden tot een begrotingstekort. Voor de gemeente Steenwijkerland wordt rekeni ng gehouden met een bedrag van € 0,3 miljoen in 20 20. Dit bedrag ligt aanzienlijk lager dan het bedrag dat was geraamd voor 2019 (€ 0,7 miljoen). Reden hiervan is dat de raad op 11 april 2017 heeft besloten het prestatiecontract te beperken tot gesloten hu ishoudingen, de grondexploitaties en de subsidiabele projecten voor zover de toegerekende uren van deze projecten subsidiabel zijn. Zoals uit onderstaande tabel blijkt, bedragen de kosten voor overhead in totaal € 15,2 miljoen voor 2020. Uitgedrukt in ee n percentage van de totale exploitatielasten , vóór mutaties in de reserves, bedraagt de overhead 12%. Ter illustratie: In de Programmabegroting 201 9-2022 is voor het begrotingsjaar 2019 een percentage opgenomen van 13%.
bedragen x € 1.000 Overhead Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 A. Loonkosten overhead - 11.459 - 11.140 - 11.009 - 10.952 B. ICT kosten - 1.769 - 1.761 - 1.751 - 1.718 C. Huisvestingskosten - 841 - 924 - 777 - 767 D. Uitbestedingskosten bedrijfsvoering - 195 - 141 - 140 - 140 E. Overige materiele kosten - 1.261 - 1.297 - 1.260 - 1.267 F. Prestatiecontract 334 334 334 334 Totaal overhead - 15.192 - 14.929 - 14.602 - 14.511 (A) Totale lasten begroting (exclusief mutaties reserves) - 128.776 - 122.714 - 123.252 - 120.589 (B) Totaal overhead - 15.192 - 14.929 - 14.602 - 14.511 Totaal overhead / Totale lasten (B/A) 12% 12% 12% 12% 61 3. Financiële positie 3.1. Inleiding In hoofdstuk 2.3. hebben wij reeds het meerjarenbeeld geschetst. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de totstandkoming van dit beeld. Bij de behandeling van de PPN 2020-2023 heeft u ingestemd met de kaders voor de samenstelling van deze programmabegroting. Voor zover niet anders is vermeld , zijn deze kaders dan ook gehanteerd. In o nderstaande tabel zijn ze nogmaals weergegeven. Verder treft u in dit hoofdstuk een toelichting aan op de reguliere herijkingen en wordt nader ingegaan op de reserves en voorzieningen. 3.2. Uitgangspunten programmabegroting Bij de samenstelling van de Programmabegroting 2020-2023 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.
Uitgangspunten programmabegroting Grondslag Raadsbesluiten t/m raadsvergadering 9 juli 2019 Looninflatie* 1,9% Prijsinflatie inkomstenbudgetten 1,6% Prijsinflatie uitgavenbudgetten 0,8% Prijsinflatie grondexploitatie 2,0% Stijging opbrengsten grondexploitatie 1,5% Rente grondexploitaties 1,0% Rekenrente (omslagpercentage) 1,25% Marktrente* 1,5% Prijsinflatie verstrekte subsidies 0,8% Prijsinflatie gemeentelijke belastingen en rechten* 1,6% Areaaluitbreiding wegen en wegmeubilair, openbare verlichting en openbaar groen 117 woningen Tarief 2020 voor het prestatiecontract € 90 Algemene uitkering uit het gemeentefonds Meicirculaire 2019 Aantal woonruimten per 1-1-2019 (geraamde groei 2019) 20.324 (117) Aantal inwoners per 1-1-2019 (geraamde groei 2019) 43.935 (147) Areaaluitbreiding riolering - De uitgangspunten die zijn gewijzigd ten opzichte van de kaders die in de PPN waren opgenomen, zijn voorzien van een sterretje. Verderop in dit hoofdstuk worden deze posten nader toegelicht. 3.3. Bestuurlijke herprioritering In de PPN 2020 -2023 is een pa kket aan maatregelen aan u voorgelegd ter grootte van ongeveer € 2 miljoen structureel om ons structurele uitgavenniveau te beperken.
Tijdens de raadsvergadering van 9 juli 2019 heeft u w raad een amendement aangenomen waardoor het jaarlijks budget voor het zogenaamde ‘Mantelzorgcompliment’ in stand is gebleven (€ 50.000 structureel vanaf 2020). De maatregel om het budget te schrappen, is daarom niet langer opgenomen in onderstaand totaaloverzicht met maatregelen voor bestuurlijke herprioritering. 62 bedragen x € 1.000 Perspectiefnota 2020-2023 (bestuurlijke herprioritering) Investering S / I Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 In begroting 2020-2023 opgenomen 1. De inwoner op 1 1.1. Vrijval (deel) aanjaagbudget programma 'Inwoner op 1' S - 31 - 31 - 31 - 31 1.2. Herprioritering budget media, lokale omroep SLOS S - 10 - 10 - 10 - 10 1.3. Stoppen project internationale samenwerking S - 13 - 13 - 13 - 13 1.4. Verlagen budget representatie S - 15 - 15 - 15 - 15 1.5. Verlagen budget jongerenparticipatie S - 6 - 6 - 6 - 6 2. Duurzaam 2.1. Routekaart Energie Neutraal Maatschappelijk Vastgoed 2050 - 384 S - 10 - 20 - 29 - 29 2.2. Herstructureren Beheer en Onderhoud Maatsch. Vastgoed S - 160 - 175 - 190 - 195 2.3. Duurzame Maatschappelijk Vastgoed Portefeuille I - 125 - 125 - 125 - 125 2.4. Stelpost: Afval evenementen S - 17 - 27 - 37 - 37 3. Werk aan de winkel 3.1. Aanleg breedband buitengebied I - 66 3.2. Regio Zwolle (basisbijdrage)/Ontwikkelfonds S - 30 - 28 - 26 - 24 3.3.
Vrijval budget TRAP S - 36 - 36 - 36 - 36 4. Samenredzaam 4.1. Kortdurende peuteropvang S - 210 - 210 - 210 - 210 4.2. IGSD - beperken externe inhuur S - 200 - 200 - 200 - 200 4.3. Apparaatskosten RSJ S - 50 - 50 - 50 - 50 4.4. Dyslexiezorg overhevelen naar het onderwijs S - 50 - 50 - 50 - 50 4.5. Mindfit S - 24 - 24 - 24 - 24 4.6. Zorgintensieve gezinnen S - 225 - 225 - 225 - 225 4.7. Integrale begeleidingstrajecten S - 25 - 25 - 25 - 25 4.8. WMO woningaanpassingen S - 50 - 50 - 50 - 50 4.9. Mantelzorgcompliment S - 50 - 50 - 50 - 50 4.10. Verwijsindex Risicojongeren (VIR) S - 15 - 15 - 15 - 15 4.11. Onderwijsbegeleiding S - 80 - 80 - 80 - 80 5. Mijn Steenwijkerland Wegen en verkeer 5.1. Onderhoudsbudget wegen verlagen S - 25 - 25 - 25 - 25 5.2. Wegen: verhogen inkomsten kabels en leidingen S - 25 - 25 - 25 - 25 5.3. Fasering versterken bermen S - - 7 - 13 - 13 5.4. Fasering levensduurverlengende maatregelen S - 9 - 7 - 20 - 20 5.5. Verlagen onderhoudsbudget openbare verlichting S - 25 - 25 - 25 - 25 5.6. Fasering investeringen openbare verlichting (masten) S - 12 - 13 - 14 - 14 Fasering investeringen openbare verlichting (armaturen) S - 5 - 4 - 4 - 4 5.7. Parkeergarage Gasthuispoort: zelf uitvoeren onderhoud S - 10 - 10 - 10 - 10 5.8. Fasering investeringen: afschrijvingslasten - 350 S - 144 - 109 - 13 - 13 Fasering investeringen: rentelasten S - 42 - 9 - 11 - 7 5.9.
Energie openbare verlichting en overige gebouwen S - 30 - 30 - 30 - 30 Groen en spelen 5.10. Speelvoorzieningen S - 20 - 20 - 20 - 20 Overig 5.11. Zwembad De Waterwijck S - 40 - 40 - 40 - 40 5.12. Toename inkomsten begraafrechten S - 60 - 60 - 60 - 60 63 bedragen x € 1.000 Perspectiefnota 2020-2023 (bestuurlijke herprioritering) Investering S / I Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 5.13. Herprioritering overhead en taken Scala S - 100 - 100 5.14. Herprioritering budget aankopen kunst S - 30 - 30 - 30 - 30 5.15. Verlagen exploitatiebudget wijkvisie Steenwijk-West S - 20 - 20 - 20 - 20 5.16. Schoonmaak budgetten gemeentelijke gebouwen S - 20 - 20 - 20 - 20 6. Financiën en overhead 6.1. Inkomsten KCC Zwartewaterland (werkplekken en applicaties) S - 34 - 34 - 34 - 34 Inkomsten KCC Zwartewaterland (aansturing en gesprekken) S - 9 - 9 - 9 - 9 6.2. ICT: wijzigingen antivirus software en onderhoud hardware S - 30 - 30 - 30 - 30 6.3. ICT: verlagen vervangingsinvesteringen (kapitaallasten) S - 2 - 2 - 15 - 15 6.4. ICT: verlagen investering in E-HRM (kapitaallasten) S - 6 - 6 - 6 6.5. Kantoorbenodigdheden S - 8 - 8 - 8 - 8 6.6. Verlagen vervangingsinvesteringen (kapitaallasten) S - 12 - 12 - 12 - 12 Totaal bestuurlijke herprioritering - 734 - 2.113 - 2.018 - 2.089 - 2.081 Amendement Mantelzorgcompliment (PPN 2020-2023) S 50 50 50 50 Totaal bestuurlijke herprioritering, incl.
aangenomen amendement - 734 - 2.063 - 1.968 - 2.039 - 2.031 3.4. Bestedingsplan 2020-2023 Deze begroting volgt op de PPN 2020-2023 die in juli met u is besproken. Uw raad heeft toen kennis genomen van bestedingsplan 2020-2023 en een motie aangenomen om een post toe te voegen aan het bestedingsplan. Het betreft het beschikbaar stellen van structureel budget van € 40.000 voor de ombudsfunctie sociaal domein vanaf 20205. Dit gewijzigd bestedingsplan is integraal overgenomen in voorliggende programmabegroting. Dat betekent dat de incidentele en structurele lasten van het totale bestedingsplan zijn verwerkt in deze programmabegroting. bedragen x € 1.000 Perspectiefnota 2020-2023 (bestedingsplan) Investering S / I Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 In begroting 2020-2023 opgenomen De inwoner op 1 1. Invoering Omgevingswet (implementatiekosten) I 912 541 265 2. Actualisatie archeologische verwachtingskaart buitengebied I 30 Duurzaam 3. Investeren in zonnepanelen in tijdelijke opstelling, locatie Oldemarkt: - kapitaallasten - 177 S 84 83 81 80 - onderhoud S 15 16 16 17 - subsidie S - 61 - 60 - 59 - 58 - terugleveringen S - 38 - 38 - 39 - 39 4. Isoleren is besparen I 80 80 80 5. Warmtetransitie in praktijk brengen I 50 50 50 Werk aan de winkel 6. Inzet slimme technologie t.b.v. monitoring varen in Giethoorn I 30 5 Voor 2018 en 2019 was al incidenteel budget beschikbaar gesteld.
64 bedragen x € 1.000 Perspectiefnota 2020-2023 (bestedingsplan) Investering S / I Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Samenredzaam 7. De Herberg (nachtopvang) I 42 42 Mijn Steenwijkerland 8. Verkeersmaatregelen zwaar verkeer Blokzijl I 50 9a. Bespeelbaarheid sportvelden niveau basis (variant 1): - Investering en bijbehorende kapitaallasten 1.420 S 47 70 100 - Eenmalige kosten I 15 - Jaarlijks onderhoud S 51 51 51 51 9b. Bespeelbaarheid sportvelden niveau basis + (variant 2): - Investering en bijbehorende kapitaallasten 32 S 2 2 2 2 - Eenmalige kosten I 93 - Jaarlijks onderhoud S 10. Start uitvoering strategische mobiliteitsvisie I 40 11. Verkeersveiligheid Tukseweg fase 3 S 10 I 290 Financiën en overhead 12. Structureel inzetten formatie als security specialist ICT S 70 70 70 70 Totaal bestedingsplan 1.275 1.450 899 588 523 Motie ombudsfunctie sociaal domein S 40 40 40 40 Totaal bestedingsplan, incl. aangenomen motie 1.275 1.490 939 628 563 3.5. Raadsbesluiten In de de PPN 2020-2023 zijn alle raadsbesluiten verwerkt tot en met de raadsvergaderingen in april 2019. In onderstaande tabel zijn de raadsbesluiten opgenomen die betrekking hebben op de periode mei 2019 tot en met 9 juli 2019.
bedragen x € 1.000 Raadsbesluiten tot en met 9 juli 2019 Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 21 mei 2019: Urenuitbreiding Griffie - 5 - 5 - 5 - 5 18 juni 2019: Veiligheidsregio IJsselland (begroting 2020-2023) - 68 - 68 - 68 - 68 18 juni 2019: Veiligheidsregio IJsselland (huuropbrengst kazernes) 4 4 4 4 18 juni 2019: Omgevingsdienst IJsselland (begroting 2020-2023) - 27 - 27 - 27 - 27 18 juni 2019: GGD IJsselland - 20 - 20 - 20 - 20 9 juli 2019: Ontwikkeling Maatsch. vastgoed Tuk/verplaatsing scouting 26 25 25 Totaal - 117 - 91 - 91 - 92 3.6. Financiële ontwikkelingen na de PPN 2020-2023 Na het verschijnen van de PPN 2020 -2023 heeft zicht een aantal wijzigingen voorgedaan met financiële gevolgen. Deze wijzigingen zijn het gevolg van loonaanpassingen, autonome ontwikkelingen, kapitaallasten en 65 beleidsbeslissingen. Verwezen wordt naar onderstaande tabel. Het totaal van alle gepresentererde mutaties is opgenomen in het meerjarenbeeld (hoofdstuk 2.3.). bedragen x € 1.000 Financiële ontwikkelingen na de PPN 2020-2023 Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Prijscompensatie (m.n. individuele voorzieningen Jeugd) - 83 - 81 - 80 - 77 Prijscompensatie (overig) - 119 - 114 - 115 - 127 Nieuwe CAO, incl.
sociale lasten - 635 - 599 - 590 - 585 Autonome ontwikkelingen 59 106 75 81 Kapitaallasten - 20 - 23 - 32 - 25 Beleidsbeslissingen 540 1.475 2.424 2.549 Totaal - 258 763 1.682 1.815 3.6.1. Prijscompensatie In de PPN 2020-2023 is voor de uitgaven - en inkomstenbudgetten rekening gehouden met een trendmatige aanpassing van 1,6% op basis van gegevens van het Centraal Planbureau (CPB). Tegelijkertijd is toen een aantal saldoverbeterende maatregelen aan u voorgesteld, waaronder het voorstel om de prijs index voor de helft uit te keren (0,8%). Dit levert een besparing op in de uitgaven. Voor de programmabegroting is daarom gerekend met een prijsindex van 0,8% in plaats van 1,6%. Met ingang van 2020 komt de afzonderlijke prijscompensatie voor d e individuele voorzieningen Jeugd vanuit een integratie-uitkering binnen de algemene uitkering van het gemeentefonds te vervallen. In plaats daarvan loopt de compensatie mee in de algemene systematiek van het gemeentefonds. 3.6.2. Nieuwe CAO, incl. sociale lasten De VNG en de vakbonden hebben op 12 september 2019 een akkoord bereikt over de nieuwe CAO voor gemeentepersoneel. Het akkoord bevat afspraken over de salarisontwikkeling, transitievergoeding, een werkgeversbijdrage en verlof en vitaliteit. De CAO loopt va n 1 j anuari 2019 tot 1 januari 2021.
De salarisverhogingen zijn als volgt: - Per 1 oktober 2019: 3,25%; - Per 1 januari 2020: 1%; - Per 1 juli 2020: 1%; - Per 1 oktober 2020: 1%. Naast de CAO voor gemeentepersoneel is de bezoldiging voor burgemeester en wethouders en de vergoeding aan raadsleden voor 2020 e.v. in beeld gebracht. Bovenop de bedragen die al waren geraamd in de vorige programmabegroting (+ 3% voor 2019) en de PPN 2020-2023 (+ 1,9% voor 2020), is in totaal jaarlijks nog structureel circa € 600.000 noodzakelijk. 66 3.6.3. Autonome ontwikkelingen Een van de posten in bovenstaande tabel met financiële ontwikkelingen die zich sinds de PPN hebben voorgedaan, is de post autonome ontwikkelingen. Onder autonome ontwikkelingen verstaan wij ontwikkelingen die onontkoombaar en niet te beïnvloeden zijn. E en specificatie van de autonome ontwikkelingen treft u onderstaand aan. bedragen x € 1.000 Autonome ontwikkelingen Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Lagere marktrente (0,5% in plaats van 1,5% in de PPN 2020-2023): Rente-uitgaven o.b.v.
liquiditeitsbehoefte 224 240 235 290 Dotatie voorziening overdracht pensioen wethouders - 60 - 60 - 60 - 60 Areaaluitbreiding, extra uitgaven 8 8 8 8 Areaaluitbreiding, extra inkomsten (OZB) 23 23 23 23 Erfpacht - 1 - 1 - 1 - 1 Structurele doorwerking mutaties Najaarsnota 2019: Leges reisdocumenten en rijbewijzen - 117 - 101 - 128 - 159 Niet invullen vacature bij Burgerzaken 46 61 61 61 Marketing Oost - 15 - 15 - 15 - 15 Veilig Thuis - 100 Onttrekking Reserve opvangen tekorten Sociaal Domein 100 Dividenduitkering N.V. Rova Holding - 18 - 18 - 18 - 18 Diversen - 3 - 2 - 2 - 19 Aanpassen diverse verzekeringspremies - 29 - 29 - 29 - 29 Totaal 59 106 75 81 Hieronder zijn enkele van de vermelde autonome ontwikkelingen toegelicht. Lagere marktrente (0,5% in plaats van 1,5% in de PPN 2020-2023) In de PPN 2020-2023 zijn we uitgegaan van een markrentepercentage van 1,5%, gebaseerd. Op dat moment zagen we nog geen aanleiding om het percentage te verlagen. Vanwege de actuele ontwikkelingen op de kapitaalmarkt is daar nu wel reden toe. Dit wordt bevestigd doordat we recentelijk een langlopende geldlening hebben afgesloten met een looptijd van 25 jaar tegen een rentetarief van 0,275%. Het structureel voordeel is meerjarig verwerkt in de begroting.
Leges reisdocumenten en rijbewijzen De inkomsten uit gemeentelijke leges voor reisdocumenten zijn naar verwachting van 2019 t/m 2023 lager dan begroot. Daarnaast heeft de Rijksdienst Wegverkeer (RDW) een overzicht gemaakt van het aantal rijbewijzen dat in de komende jaren vernieuwd moet worden. Hieruit blijkt dat ook het aantal rijbewijzen dat vernieuwd moet worden en daarmee de inkomsten uit gemeentelijke leges naar verwachting vanaf 2021 lager zijn dan in de afgelopen jaren. Er is een bijstelling noodzakelijk van de begroting 2020 t/m 2023 voor zowel reisdocumenten als voor rijbewijzen. In 2014 is de geldigheid van reisdocumenten voor personen van 18 jaar en ouder verdubbeld van 5 naar 10 jaar. Verwacht wordt een sterke daling in het aantal aanvragen van paspoorten en identiteitskaarten van 201 9 t/ m 2023 waardoor de inkomsten afnemen. Vanaf 2024 herstelt het aantal aanvragen weer tot 2029, waarna de aanvraagdip zich vervolgens herhaalt. Omdat vanaf oktober 1986 ook de geldigheid van het rijbewijs van 5 naar 10 jaar is gegaan, zal het aantal rijbewijzen dat vernieuwd moet worden vanaf oktober 2021 lager zijn dan in de 67 afgelopen jaren. Er is sprake van een ‘rijbewijscyclus’, waarin een periode van 5 jaar waarin minder rijbewijzen worden afgegeven, wordt gevolgd door een periode van 5 jaar waarin meer rijbewijzen worden afgegeven.
De periode van minder rijbewijzen gaat in vanaf oktober 2021. De periode met meer rijbewijzen gaat in vanaf oktober 2026. Om het financieel nadeel voor een deel te compenseren wordt een vacature van 1 fte bij Burgerzaken die volgend jaar april ontstaat, niet ingevuld. Marketing Oost Het beheer en onderhoud van de toeristische routenetwerken (wandelen/fietsen) wordt verricht door MarketingOost. Over gemeente- en regiogrenzen is dit op eenzelfde wijze georganiseerd. Aanvankelijk betaalde de provincie Overijssel hieraan mee. Enkele jaren geleden zijn ze hiermee gestopt. MarketingOost heeft toen een eenmalig bedrag ontvangen van de provincie die over een aantal jaren is uitgesmeerd. Vanaf 2020 is dit bedrag niet meer beschikbaar. Om het bestaande niveau te handhaven wordt de bijdrage van de gemeenten in Overijssel structureel € 15.000 hoger. Veilig Thuis Sinds 1 januari 2019 is de verbeterde meldcode in werking getreden. Deze meldcode helpt profess ionals in allerlei sectoren bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling en bestaat uit vijf stappen. Vanaf 1 januari is het een professionele norm om melding te doen bij Veilig Thuis als er vermoedens zijn van acute - of structurele onveiligheid. In de regio IJsselland is er in het eerste kwartaal van 2019 een stijging van het aantal meldingen waar te nemen van 35% ten opzichte van het gemiddelde van 2018.
Veilig Thuis onderzoekt elke melding en afhankelijk van de uitkomst zorgt Veilig Thuis vo or hulp of ondersteuning van het slachtoffer. Ook in de gemeente Steenwijkerland is het aantal meldingen gestegen. Er is via trainingen veel inzet gepleegd bij onze maatschappelijke partners (onderwijs, kinderopvang, voorschool, sociale dienst, etc.) om bi j zorgen over huiselijk geweld of kindermishandeling melding hiervan te doen bij Veilig Thuis. Deze inzet lijkt zich te vertalen in een verdubbeling van het aantal meldingen. Hierdoor komt er meer huiselijk geweld in beeld en kunnen we concluderen dat de verbeterde meldcode succesvol wordt uitgevoerd. De andere kant van de medaille is, is de forse stijging van het onderzoeken bij Veilig Thuis en de hierdoor ontstane achterstand en wachtlijst. Om deze achterstand in te lopen is er in 2020 vooralsnog incidenteel extra capaciteit en budget benodigd om het aantal meldingen binnen de wettelijke termijnen te kunnen verwerken. 3.6.4.
Kapitaallasten Bij de berekening van de (verwachte) werkelijke rentelasten zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: - het huidige saldo in rekening-courant bij de BNG; - financiering van de investeringen met kasgeldleningen (looptijd < 1 jaar) tot de kasgeldlimiet van bijna € 11 miljoen tegen 0%; - boven de kasgeldlimiet (looptijd > 1 jaar) wordt rekening gehouden met het rentepercentage van 0,5% over de aan te trekken leningen; - de ontwikkelingen van de grondexploitaties; - de (verwachte) werkelijke rente is berekend over de restant kredieten van voorg aande jare n, vervangingsinvesteringen 2020 en het Bestedingsplan 2020-2023. Het 1e jaar is gerekend met een half jaar rente. 3.6.5. Beleidsbeslissingen Onder de noemer beleidsbeslissingen zijn de volgende onderwerpen gebracht. 68 bedragen x € 1.000 Beleidsbeslissingen Begroting 2020 MJR 2021 MJR 2022 MJR 2023 Huisvesting Integrale Toegang Sociaal Domein - 915 Ten laste van de AR vrij besteedbaar 915 Verlagen budget bedrijfsvoering 125 250 375 500 Extra verhogen lokale lasten in 2020 415 415 415 415 'De bezoeker draagt bij' 260 260 260 Stelpost: extra middelen jeugdhulp (o.b.v.
richtlijn BZK/toezichthouders) 824 824 Stelpost: 'de bezoeker draagt bij' 140 140 140 Stelpost: verhogen overige belastingen en heffingen 410 410 410 Totaal 540 1.475 2.424 2.549 Toelichting Huisvesting Integrale Toegang Sociaal Domein Uw gemeenteraad heeft ons college in een motie opgeroepen om voor de begrotingsvergadering van 5 november 2019 u te voorzien van de verschillende scenario’s voor de permanente huisvesting (na 2021) van de integrale gemeentelijke toegang van het Sociaal domein, inclusief de daarbij behorende inhoudelijke - en financiële overwegingen. Het college heeft uit de diverse huisvestingsscenario’s gekozen voor de meest sobere variant. Hierbij wordt de gehele gemeentelijke organisatie, inclusief het ambtelijk personeel werkzaam binnen het Sociaal domein, gehuisvest in het gemeentehuis aan de Vendelweg met ingang van het jaar 2021. Het atrium moet worden verbouwd om een goede dienstverlening te kunnen garanderen. De kosten van deze verbouwing bedragen € 915.000 en worden gedekt uit de Algemene reserve vrij besteedbaar. De diverse huisvestingsscenario’s zijn met u besproken in de Politieke markt van 8 oktober j.l.. Verlagen budget bedrijfsvoering De afgelopen jaren zijn in de jaarrekening flinke overschotten op de bedrijfsvoering gepresenteerd.
Wij hebben een analyse gemaakt van de in de begroting opgenomen loonsom, afgezet tegen de maximaal benodigde loonsom op basis van het maximum van een salari sschaal waarin iemand geplaatst is. Uit de analyse blijkt dat er ook dan (iedereen aan het eind van de salarisschaal) een klein overschot overblijft op de begrote loonsom. Aanvullend is er een bedrag in de begroting opgenomen van oplopend € 500.000 (€ 125.000 in 2020, € 250.000 in 2021, € 375.000 in 2022 en € 500.000 in 2023 en verder), voor de verhoging met een jaarlijkse periodiek in de salarisschaal van medewerkers (voor ambtenaren die het maximum van de salarisschaal nog niet hebben bereikt). Op basis v an de gemaakte analyse van de loonsom is dit aanvullende budget voor de verhoging met een periodiek in de salarisschaal niet benodigd. Extra verhogen lokale lasten in 2020 In ons coalitieakkoord is als uitgangspunt opgenomen dat we de lokale lasten niet m eer dan trendmatig laten stijgen. Dat uitgangspunt hebben we helaas moeten loslaten voor 2020. De lokale lasten - OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing - stijgen in 2020 in totaal met 3% bovenop de 1,6% die als was voorzien in de PPN 2020 -2023. In de ‘Paragraaf Lokale heffingen’ in hoofdstuk 4 zijn de woonlasten in beeld gebracht, onderverdeeld naar OZB, afvalstoffenheffing en rioolrechten.
‘De bezoeker draagt bij’ Steeds meer bezoekers/toeristen weten ons gebied te vinden, in toenemende mate ook vanui t het buitenland, met name door de aantrekkingskracht van de kern Giethoorn. Dit betreft zowel dag- als verblijfsbezoek. We investeren fors in toerisme en zijn van mening dat de bezoeker aan ons gebied hier ook aan mag bijdragen. Bij de berekening van het bedrag van € 260.000 is uitgegaan van een tariefstijging voor de toeristenbelasting van € 1,10 naar € 1,50 in 2021. 69 Momenteel loopt een onderzoek naar de (ontwikkeling van) de opbrengst van toeristenbelasting/forensenbelasting en de heffingssystematiek daarachter. Bij de opdrachtformulering hebben we nadrukkelijk gevraagd of er, naast toeristen- en forensenbelasting, nog andere manieren zijn om de opbrengst van het bezoek aan onze gemeente te verhogen. Dat zou er toe kunnen leiden dat we in het voorjaar van 2020 een mix aan maatregelen aan u voorleggen onder de noemer ‘de bezoeker draagt bij’, waaronder een tariefstijging voor de toeristenbelasting in 2021. Stelpost: Extra middelen jeugdhulp (o.b.v. richtlijn BZK/toezichthouders) Het kabinet heeft beslot en extra middelen toe te voegen aan het jeugdhulpbudget voor 2019, 2020 en 2021. Deze middelen bij de meicirculaire 2019 toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds en d aarmee verwerkt in voorliggende begroting.
Aanvullend wordt onderzoek ve rricht om te kunnen bepalen of, en zo ja in welke mate, gemeenten structureel extra middelen nodig hebben. Met ingang van de be groting 2022 zijn de extra middelen voor de jeugdzorg niet begroot. In het kader van het financieel toezicht van de provincies op de gemeenten zijn de toezichthouders en het ministerie van BZK met een gezamenlijke richtlijn gekomen. Daarin staat het volgende vermeld: Het is primair aan gemeenten om te bepalen hoe zij baten en lasten ramen. Indien gemeenten voor de jaren 2022 en 202 3 gebruik willen maken van een stelpost om een sluitende meerjarenraming te presenteren, accepteert de toezichthouder deze tot een maximum van (het meest actuele beeld van het gemeentelijk aandeel in) € 300 miljoen voor 2021. Voorwaarde hierbij is dat de g emeente tevens zelf maatregelen neemt in het kader van de transformatie van de jeugdzorg en ggz, mede gericht op beheersing van de kosten. Gemeenten kunnen hier immers ook op sturen. Wij vinden dat we voldoen aan de gestelde voorwaarde dat we zelf maatregelen nemen om de kosten te beheersen en daarom een stelpost kunnen opnemen. In 2019 is hard gewerkt om beter inzicht te krijgen in de stijgende kosten binnen het sociaal domein met name de j eugdhulp en de Wmo. Beide analyses bieden goede handvaten om beter grip te krijgen op de kosten van de jeugdhulp en de maatwerkvoorzieningen in de Wmo.
Het plan van aanpak Jeugdhulp is – nadat deze is besproken in uw gemeenteraad – ter hand genomen. We verwachten minimaal twee jaar nodig te hebben om uitvoering te geven aan alle maatregelen uit het plan van aanpak en deze te borgen in het primaire werkproces. Het plan van aanpak loopt daarom van 1 juli 2019 t/m 31 december 2021. Er is in de tweede helft van 2019 gewerkt aan een analyse naar het gebruik van maatwerkvoorzie ningen Wmo en wordt er gekeken of er aanvullende maatregelen nodig zijn om het gebruik te stabiliseren en bij voorkeur te verminderen. Zo zal zeker het effect van de invoering van het abonnementstarief onderzocht worden. Het bedrag van € 824.000 dat als stelpost is opgenomen, is ons gemeentelijk aandeel in de € 300 miljoen die voor 2021 door het Rijk beschikbaar is gesteld. Stelposten: ‘de bezoeker draagt bij’/’verhogen overige belastingen en heffingen’ Voor de jaren 2021 en verder geldt dat in het voorjaar van 2020 op basis van het dan geldende financieel beeld zal worden bezien of aanvullende lastenstijgingen noodzakelijk zijn. Op basis van het gepresenteerde beeld in voorliggende programmabegroting is dat noodzakelijk. We hebben dat in beeld gebra cht door twee zogenaamde ‘stelposten’ aan de inkomstenkant op te nemen ( ‘de bezoeker draagt bij ’ en ‘verhogen overige belastingen/heffingen’). 3.7.
Vervangingsinvesteringen Zoals gebruikelijk zijn de meerjarige vervangingsinvesteringenplannen geactualis eerd. In voorliggende programmabegroting zijn op basis van deze plannen voor de jaren 2020 en volgende de kapitaallasten van de geplande investe ringen gereserveerd. Wij verwijzen u naar bijlage 1 van deze begroting. Het betreffen de vervangingsinvesteringen voor: - Tractie; 70 - ICT; - Begraafplaatsen; - Huishoudelijke dienst. In de ‘Financiële verordening gemeente Steenwijkerland 2018’ zijn ‘de regels voor waardering en afschrijving van activa’ opgenomen. Voor een aantal vervangingsinvesteringen wijken de afschrijvingstermijnen af van wat in de financiële verordening is vastgelegd. De afschrijvingstermijn van tablets en mobiele ‘thin clients’ (voor een mobiele werkplek) is verlengd van 3 naar 4 jaar. In het geval van vaste werkplekken is de afschrijvingste rmijn aangepast van 6 jaar naar 3 jaar. De afschrijvingstermijn voor de WIFI is aangepast van 5 jaar naar 4 jaar. In alle gevallen geldt dat de praktijk uitwijst dat de nieuwe afschrijvingstermijnen realistischer zijn. In het geval van de investering in mobiele telefonie geldt dat er een mogelijkheid bestaat dat hier gekozen wordt voor lease in plaats van koop. D at is nog niet duidelijk. Op dit moment gaan we er van uit dat er sprake zal zijn van koop, vandaar dat dit ook is meegenomen bij de investeringen.
De kapitaallasten voortvloeiende uit de v ervangingsinvesteringen voor 2020 kunnen volledig worden gedekt uit de gereserveerde vrijvallende kapitaallasten. Voor 20 20 stellen wij voor de volgende kredieten beschikbaar te stellen: bedragen x € 1.000 Kredieten 2020 Investering Bedrijfsmiddelen Tractie 270 ICT 598 Huishoudelijke dienst 44 Begraafplaatsen - Totaal beschikbaar te stellen krediet 912 3.8. Financiering Om investeringen te kunnen doen wordt meestal geleend. Bij het aantrekken van financieringsmiddelen wordt op basis van de geldende rentetarieven op de geld - en kapitaalmarkt en de te verwachten liquiditeitsbehoefte een financieringsconstructie gekozen, die optimaal aansluit bij eerdergenoemde behoefte en in de pas loopt met de wettelijke voorschriften. In 2019 hebben we een langlopende geldlening aangetrokken ter fi nanciering van onze investeringen. Het betreft een lening van € 9 miljoen met een looptijd van 25 jaar. 3.9. Reserves en voorzieningen Per ultimo 2020 bedraagt de vermogenspositie naar verwachting € 33,3 miljoen (excl. voorzieningen). Het meerjarig verloop van de reserves en voorzieningen is opgenomen in bijlage 4.
bedragen x € 1.000 Reserves en voorzieningen Realisatie Ultimo 2018 Begroting Ultimo 2019 Begroting Ultimo 2020 MJR Ultimo 2021 MJR Ultimo 2022 MJR Ultimo 2023 Reserves Saldo rekening 760 - 0 - 0 - 0 - 0 - 0 Algemene reserve 35.246 27.895 22.845 21.847 21.515 21.771 71 bedragen x € 1.000 Reserves en voorzieningen Realisatie Ultimo 2018 Begroting Ultimo 2019 Begroting Ultimo 2020 MJR Ultimo 2021 MJR Ultimo 2022 MJR Ultimo 2023 Bestemmingsreserves overig 13.796 10.908 10.438 10.338 10.288 10.288 Totaal Reserves 49.801 38.802 33.283 32.185 31.802 32.058 Voorzieningen Voorzieningen 10.459 8.829 8.153 8.750 9.128 8.083 Totaal Voorzieningen 10.459 8.829 8.153 8.750 9.128 8.083 Totaal 60.260 47.632 41.436 40.934 40.930 40.141 3.9.1. Verloop algemene en bestemmingsreserves Het BBV onderscheidt de volgende reserves: a. algemene reserve(s); b. de bestemmingsreserves. In onderstaande toelichting wordt nader ingegaan op een aantal algemene en bestemmingsreserves. Algemene reserves Algemene reserve vaste buffer In de nota Reserves en Voorzieningen 2017 is vastgelegd dat de norm voor de Algemene reserve vaste buffer 15 % van de som van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de opbrengst onroerende-zaakbelastingen (OZB) bedraagt6.
Om veelvuldige toevoegingen en onttrekkingen aan genoemde reserve te voorkomen als gevolg van fluctuaties in de alge mene uitkering en de opbrengst OZB geldt een marge naar boven en beneden van 5%. Afwijking van de bandbreedte is maximaal 3 jaar toegestaan. De Algemene reserve vaste buffer bedraagt ultimo 2019 € 11.166.000. Dit bedrag is lager dan de gestelde norm van € 12.255.000 en wi jkt daarmee 8,7% af. Voorstel is om deze reserve weer op het niveau van 15% te brengen. Dat betekent dat een bedrag van € 1.059.000 wordt overgeheveld van de Algemene reserve vrij besteedbaar naar de Algemene reserve vaste buffer. In onderstaande tabel is deze mutatie verwerkt. bedragen x € 1.000 Norm Algemene reserve vaste buffer Begroting 2020 Grondslag normbepaling Algemene uitkering uit gemeentefonds 65.335 Integratie-uitkering sociaal domein 8.793 Opbrengst Onroerende-zaakbelasting 7.372 Totaal Grondslag normbepaling 81.500 Afwijking t.o.v. norm Norm 15% 12.225 Algemene reserve vaste buffer per ultimo 2019 12.225 Afwijking t.o.v. norm (hoger) - 0 Afwijking in % 0,0% 6 In december 2017 heeft uw raad de genoemde nota vastgesteld. De norm van de Algemene reserve vaste buffer is toen verhoogd van 10% naar 15% vanwege het opheffen van de ‘algemene reserve Grondbedrijf’. 72 Algemene reserve vrij besteedbaar De Algemene reserve vrij besteedbaar bedraagt per ultimo 2023 € 9,2 miljoen.
Bedrijfsreserve Het saldo van de bed rijfsreserve bedraagt per 1 januari 2020 € 0,4 miljoen. Dit bedrag ligt iets lager dan het maximaal afgesproken bedrag van € 0,5 miljoen Bestemmingsreserves Een aantal bestemmingsreserves uit het overzicht in bijlage 5 wordt hieronder toegelicht. Reserve opvangen tekorten sociaal domein Uw raad wordt gevraagd in te stemmen met een onttrekking van € 100.000 uit de bestemmingsreserve ‘opvan gen tekorten sociaal domein’ in 2020 vanwege een financiële tegenvaller bij Veilig Thuis (zie paragraaf 3. 4.3 met beleidsbeslissingen). Ultimo 2022 resteert een bedrag van bijna € 1,4 miljoen. Daarbij is nog geen rekening gehouden met een onttrekking van € 600.000 op basis van de nog door uw raad te behandelen Najaarsnota 2019. Reserve Volkshuisvesting. Het saldo bedraagt per 1 januari 2020 € 6,5 miljoen. De financiële gevolgen van het raadsbesluit uit 2018 voor de investeringsopgave is hierin meegenomen. 3.9.2. Verloop voorzieningen Voorzieningen worden onder meer gevormd wegens: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs is te schatten; b. op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; c.
kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand be grotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. Evenals bij de reserves treft u onderstaand ook een toelichting aan op de meest in het oog springende voorzieningen. Voorziening groot onderhoud wegen De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed heeft op de hoogte van de voorziening wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Aan de hand van het jaarlijkse uitvoeringplannen openbare ruimte zal het meerjarig verloop van de voorziening in beeld worden gebracht. Deze uitvoeringsplannen worden ter kennisname aan de raad aangeboden. Voorziening Speeltoestellen De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed op de hoogte van de voorziening heeft wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. 73 Voorziening Maatschappelijk vastgoed. De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar.
Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed op de hoogte van de voorziening heeft wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Voorziening Reiniging De exploitatiesaldi worden ten gunste of ten laste van de egalisatievoorziening reiniging gebracht. Er vindt in 2020 een onttrekking van € 115.000 aan de voorziening plaats. In paragraaf 4.1.7 Afvalstoffenheffing wordt een nadere toelichting gegeven. Voorziening Riolering De exploitatiesaldi worden ten gunste of ten laste van de egalisatievoorziening riolering (exploi tatie) gebracht. Er vindt in 2020 een onttrekking van € 215.000 aan de voorziening plaats. In paragraaf 4.1.8 Rioolheffing wordt een nadere toelichting gegeven. Voorziening wachtgelden collegeleden De wachtgeldverplichtingen van voormalige bestuurders lopen tot 20 21. Per 1 janua ri 2020 heeft de voorziening een omvang van € 169.000. De berekening is gebaseerd op de maximaal mogelijke omvang van de wachtgeldverplichting. Jaarlijks wordt de omvang van deze voorziening geactualiseerd, waarbij neveninkomsten en het aannemen van een nieuwe dienstbetrekking wordt meegewogen.
Voorziening overdracht wethouderspensioenen Op grond van de wet APPA (algemene pensioenwet politieke ambtsdragers) is de gemeente verplicht om een voorziening te treffen voor wethouders om hen in staat te stellen hun pensioen over te dragen aan een pensioeninstelling. Indien dit gebeurt is een eenmalige afkoopsom benodigd. Op dit moment is de gemeente voor de bestuurders die hieraan niet de voorkeur geven, na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, verpli cht pensioen uit te betalen. Het gereserveerde bedrag gaat vervolgens over naar de voorziening te betalen pensioen voormalige bestuurders. Per 1 januari 2020 bedraagt het saldo € 1.426.000. Vanaf 20 20 wordt jaarlijks € 1 80.000 toegevoegd aan deze voorziening. Voorziening te betalen pensioenen voormalig bestuurders Voor voormalig bestuurders, die vanaf 2015 pensioenrechten hebben, dient deze volledig uit een voorziening bekostigd te worden. Indien een voormalig bestuurder op enig mom ent recht heeft op pensioen bestaat er geen mogelijkheid voor hem/haar om het pensioen over te dragen aan een pensioenfonds en wordt het gereserveerde bedrag in de vorige voorziening ( voorziening pensioen wethouders) overgeheveld naar deze voorziening om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Elk jaar wordt de omvang van deze voorziening geactualiseerd. 74 4. Specifieke paragrafen 4.1. Paragraaf Lokale heffingen 4.1.1.
Inleiding De gemeente heeft voor het goed kunnen uitvoeren van haar taken geld nodig. Een groot deel van dit geld wordt ontvangen van de rijksoverheid via de zogenaamde ‘Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds’. Dit ‘Haagse’ geld is echter onvoldoende om alle taken te kunnen uitvoeren. Daarom maakt de gemeente gebruik van haar bevoegdheid om inkomsten te verkrijgen via burgers , bedrijven en bezoekers. Dit gebeurt met behulp van onder meer lokale belastingen en heffingen. In 2020 verwacht de gemeente Steenwijkerland in totaal een bedrag van € 107 miljoen aan inkomsten te ontvangen (gemeentelijke belastingen en heffingen en rijksuitkeringen). In onderstaande grafi ek is aangegeven welk deel uit ‘Den Haag’ komt en welk deel uit ‘Steenwijkerland’. 18,5% 81,5% Lokale heffingen en rijksuitkeringen - Begroting 2020 Gemeentelijke belastingen en heffingen Rijksuitkeringen Zoals blijkt ui t de grafiek vormen de lokale belastingen en heffingen een wezenlijk deel van de gemeentelijke inkomsten. In deze paragraaf wordt daarom stilgestaan bij de diverse aspecten die samengaan met dit onderwerp. Zo worden de uitgangspunten benoemd, die de gemeente hanteert bij het vaststellen van de tarieven voor inwoners en ondernemers. Ook wordt met behulp van tabellen de ontwikkeling getoond van de gemeentelijke belastingopbrengsten.