Perspectiefnota 2023-2027 gemeente Steenwijkerland.pdf
Tekst van het document
En dat zien we terug in de cijfers. Zonder ‘financi eel ravijn’ hadden we een sluitend meerjarenperspectief kunnen aanbieden (afgeronde bedragen): Bedragen x € 1.000 2026 2027 Saldo PPN 2023-2027 - 5.200 - 8.900 Geen ‘ravijn’ / volledige compensatie door het rijk + 7.000 + 12.000 Fictief saldo PPN 2023-2027 1.800 3.100 Saldo PPN 2023-2027 - 5.200 - 8.900 Minimaal 75% compensatie door het rijk + 5.300 + 9.000 Fictief saldo PPN 2023-2027 100 100 + = voordeel Meerjarenbeeld 2023 2024 2025 2026 2027 Saldo door de raad vastgestelde Programmabegroting 2023-2026 438 2.869 5.696 317 - 1.380 Diverse informatienota's gemeentefonds 1.739 632 - 154 - 573 - 1.761 Raadsbesluiten tot en met de vergadering van 25 april 2023 240 186 186 186 187 Autonome ontwikkelingen - 1.498 - 794 - 2.168 - 2.704 - 2.615 Financiële mutaties - 1.465 - 1.233 - 1.233 - 796 - 756 Bestedingsplan 2024-2027, excl.
projecten Coalitieakkoord - - 4.023 - 1.783 - 2.264 - 2.484 Bestedingsplan 2024-2027, projecten Coalitieakkoord - - 865 249 70 - 176 Subtotaal - 984 - 6.097 - 4.902 - 6.080 - 7.604 Waarvan structureel - 984 - 1.211 - 3.754 - 5.489 - 7.492 Waarvan incidenteel - - 4.886 - 1.148 - 591 - 112 Saldo PPN 2023-2027 - 546 1.658 1.943 - 5.171 - 8.872 56 Ter illustratie hebben we in bovenstaande tabel eveneens in beeld gebracht waar we in 2026 en 2027 op uit zouden komen als het rijk zou besl uiten het ‘ravijn’ niet volledig te compenseren, maar wel voor minimaal 75%. Ook dan zouden we nu een sluitend meerjarenperspectief kunnen presenteren. Wij vertrouwen erop dat de onderhandelingen tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het kabinet zullen leiden tot een substantieel bedrag aan structurele compensatie of verruiming van het belastinggebied. Wij durven ermee te rekenen dat de uitkomst minimaal 75% is. De Voorjaarsnota 2023 van het rijk laat echter een ander beeld zien (zie paragraaf 3.4). Als dat het definitieve beeld zou zijn, betekent dat voor ons nog steeds een flink negatief effect. We wachten de meicirculaire – gebaseerd op de voorjaarsnota – af en volgen de onderhandelingen tussen VNG en rijk op de voet om te bepalen wat onze positie voor de begroting wordt.
Aangenomen moties en amendementen: Bij de behandeling van de Programmabegroting 2023-2026 heeft uw raad drie amendementen aangenomen: 1. Het harmoniseren van de tegemoetkoming jeugdsport - en volwassenenfonds bij deelname activiteiten tot een bedrag van € 225 en dit te dekken uit het saldo van de programmabegroting (bestuursprogramma Samenredzaam); 2. Toevoegen van een aanvullende doelstelling ‘Actieprogramma vitale ouderen ’ (bestuursprogramma Samenredzaam); 3. Toevoegen van een aanvullende actie voor 2023, namelijk het onderzoeken van de klanttevredenheid van de dienstve rlening vergunningverlening/ruimtelijke ordening (bestuursprogramma Financiën en dienstverlening). Alleen het eerstgenoemde amendement heeft financiële consequenties (zie tabel 1). De inhoudelijke toevoegingen in relatie tot de andere twee amendementen zijn verwerkt in hoofdstuk 2. Diverse informatienota’s: Na het vaststellen van de Programmabegroting 202 3-2026 heeft u diverse informatienota’s ontvangen die in voorliggende PPN zijn verwerkt. De informatienota voor de septembercirculaire van het gemeentefonds heeft uw raad al voor de begrotingsbehandeling ontvangen, maar deze is zoals gebruikelijk niet verwerkt in de begroting.
Tabel 2: Diverse informatienota’s, bedragen x € 1.000 + = voordeel Raadsbesluiten tot en met de vergadering van 25 april 2023 De financiële gevolgen van de besluiten tot en met de raadsvergadering van 25 april 2023 zijn verwerkt in deze nota: Meerjarenbeeld I/S 2023 2024 2025 2026 2027 Diverse informatienota's gemeentefonds: Informatienota 11 oktober 2022 (septembercirculaire gemeentefonds 2022) S 2.766 2.336 401 1.974 - 1.909 Verrekening stelpost 2026 (doortrekken accres 2025) S - - - - 2.345 - Verrekening stelpost Omgevingswet S - 500 - 500 - 450 - 350 - Verrekening stelpost Compensatie Jeugdzorg S - - 625 475 730 730 Informatienota 24 januari 2023 (decembercirculaire GF 2022) S - 527 - 579 - 580 - 582 - 582 Totaal informatienota's 1.739 632 - 154 - 573 - 1.761 Waarvan structureel 1.739 632 - 154 - 573 - 1.761 Waarvan incidenteel - - - - - 57 Tabel 3: Raadsbesluiten, bedragen x € 1.000 + = voordeel Autonome ontwikkelingen Met autonome ontwikkelingen bedoelen we ontwikkelingen die onontkoombaar zijn en waar we geen invloed op hebben. De autonome ontwikkelingen zijn in onderstaande tabel gespecificeerd, onderverdeeld naar mee- en tegenvallers. Tabel 4a: Autonome ontwikkelingen (meevallers), bedragen x € 1.000 + = voordeel Een aantal posten lichten we hieronder toe.
Sociale lasten en premies 2023 In 2023 stijgt de premie die we als werkgever betalen aan het A lgemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) voor het ouderdomspensioen (van 25,9% naar 27,9%). Toch daalt de premie die we moeten afdragen aan het ABP, omdat de zogenaamde VPL-premie6 (3,0% van het salaris) komt te vervallen. Per saldo levert dit een structurele meevaller op vanaf 2023. Prijscompensatie inkomsten (2,4%) Zie paragraaf 4.4. AU gemeentefonds: compensatie lonen en prijzen (stelpost) Op basis van de septembercirculaire 2022 van het gemeentefonds wordt voor 2024 en volgende jaren een hogere algemene uitkering uit het gemeentefonds voor loon - en prijsontwikkelingen verwacht. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2024 -2027 worden de werkelijke bedragen op basis van de meicirculaire 2023 van het gemeentefonds berekend en toegevoegd. 6 De afkorting VPL is afkomstig van de Wet VPL (Wet aanpassing fiscale behandeling VUT- en prepensioenregelingen en introductie levensloopregelingen).
Meerjarenbeeld I/S 2023 2024 2025 2026 2027 Raadsbesluiten tot en met de vergadering van 25 april 2023: 20/12/22: Voordeel opbrengst OZB S - 199 199 199 199 199 14/02/23: Noodhulp Turkijke en Syrië (€ 1 per inwoner) I - - 45 - - - - 04/04/23: Uitvoeringsmiddelen klimaat- en energiebeleid (stelpost) I - - 851 - - - - Specifieke uitkering 'Uitvoeringsmiddelen klimaat en energie' I - 851 - - - - 25/04/23: Herinrichting Tukseweg in Tuk, fase 3 S - 210 - 13 - 12 - 12 - 12 - 12 Eenmalige lasten I 99 - - - - Totaal raadsbesluiten - 210 240 186 186 186 187 Waarvan structureel 186 186 186 186 187 Waarvan incidenteel 54 - - - - Meerjarenbeeld Investering 2023 2024 2025 2026 2027 Meevallers: Sociale lasten en premies 2023 - 554 554 554 554 554 Extra inkomsten OZB a.g.v. areaaluitbreiding - - 42 42 42 42 Prijscompensatie inkomsten (2,4%) - - 314 314 314 314 AU gemeentefonds: compensatie lonen en prijzen (stelpost) - - 3.195 3.195 3.208 3.208 AU gemeentefonds: hoeveelheidsverschillen - - 287 213 202 181 Totaal meevallers - 554 4.392 4.317 4.320 4.298 Waarvan structureel 554 4.392 4.317 4.320 4.298 Waarvan incidenteel - - - - - 58 Tabel 4b: Autonome ontwikkelingen (tegenvallers), bedragen x € 1.000 + = voordeel Een aantal posten is hieronder toegelicht. Nieuwe CAO gemeentepersoneel 2023 (i.r.t.
beschikbare bedragen op een stelpost) De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft met de gezamenlijke bonden een akkoord voor een nieuwe ‘ Cao Gemeenten 2023’ afgesloten. Deze is van toepassing voor werknemers in dienst bij gemeenten en aangesloten gemeentelijke organisaties en geldt voor één jaar7. De financiële gevolgen van de nieuwe cao zijn verwerkt in voorliggende PPN. Voor 2023 zijn we in de Programmabegroting 2023 -2026 uitgegaan van een looncompensatie van 3,3%. Dit p ercentage is bepaald op basis van de raming van het CPB uit het voorjaar van 2023, conform de systematiek die is vastgelegd in onze ‘Kadernota financieel beleid gemeente Steenwijkerland 2018’. Gemeenteambtenaren gaan er in de nieuwe cao gemiddeld 9 % op v ooruit. In de laagste salarisschalen is de plus ruim 13%. In de hoogste salarisschalen (vanaf schaal 11) blijft de loonstijging beperkt tot zo’n 7 %. De gemiddelde loonstijging op basis van de nieuwe cao ligt ruim boven het percentage van 3,3% waarmee we vorig jaar hebben gerekend. Gevolg is dat de gereserveerde bedragen ontoereikend zijn om de nieuwe cao te kunnen bekostigen. Storting in (nieuwe) voorziening spaarverlof In de nieuwe CAO is het spaarverlof ingevoerd. Medewerkers kunnen verlof sparen tot maximaal 3.600 uur, bijvoorbeeld voor een sabbatical, langdurig verlof of eerder pensioen.
Onlangs (januari 2023) heeft de commissie BBV 8 voorgeschreven dat er een voorziening moet worden ingesteld voor dit spaarverlof en verlofstuwmeren vanuit het bovenwettelijk verlof. Bovenwettelijk verlof is verlof dat maximaal 5 jaar mag worden opgespaard. 7 De nieuwe Cao loopt van 2 januari 2023 tot en met 1 januari 2024. 8 BBV staat voor Besluit Begroting en Verantwoording. Meerjarenbeeld Investering 2023 2024 2025 2026 2027 Tegenvallers: Nieuwe CAO gemeentepersoneel 2023 (i.r.t. beschikbare bedragen op een stelpost) - - 2.534 - 2.535 - 2.535 - 2.535 - 2.535 Verrekening met stelpost 'Indexatie lonen en sociale lasten 2023 (3,3%)' - 1.028 1.013 1.004 1.002 1.002 Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) o.b.v. nieuwe CAO gemeentepersoneel - - - 50 - 150 - 265 - 190 Tegemoetkoming arbeidsongeschiktheidsverzekering o.b.v.
nieuwe CAO gemeentepersoneel - - - 50 - 50 - 50 - 50 Storting in de (nieuwe) voorziening spaarverlof - - 395 - 395 - 395 - 395 - 395 Stelpost: indexatie lonen en sociale lasten 2024 (4,7%) - - - 1.630 - 1.615 - 1.600 - 1.575 Prijscompensatie uitgaven (2,4%) - - - 678 - 676 - 706 - 705 Indexering van contracten 2023 in het sociaal domein - - 200 - 200 - 200 - 200 - 200 Indexering Jeugdzorg (4%) - - - 600 - 600 - 600 - 600 Indexering WMO (4%) - - - 450 - 450 - 450 - 450 Indexering leerlingenvervoer (4%) - - - 50 - 50 - 50 - 50 Indexering voor WMO aanpassingen - - 250 - 250 - 250 - 250 - 250 Areaaluitbreiding, extra uitgaven (openbare verlichting, plantsoenen en wegen) - - - 61 - 61 - 61 - 61 Nieuw inkoopmodel RSJ inkoopmodel Jeugdzorg - - 1.000 - 1.000 - 1.000 - 1.000 - 1.000 In- en uitstroom Jeugdzorg (o.b.v.
prognosemodel) - 300 1.200 - - 400 - 300 Demografie WMO - - - 100 - 100 - 100 - 100 Vrijval budget: achterstandsbestrijding - 150 150 150 150 150 Vrijval budget: WMO vervoer - 250 250 250 250 250 Vrijval budget: WMO begeleiding - 200 200 200 200 200 Vrijval budget: leerlingenvervoer - 50 50 50 50 50 Vrijval budget: beschermd wonen - 300 - - - - Vrijval budget: schuldhulpverlening - 50 - - - - Aanpassen jaarschijf 2027 (bermen) - 637 - - - - - 38 Aanpassen jaarschijf 2027 (levensduurverlengende maatregelen) - 43 - - - - - 3 Aanpassen jaarschijf 2027 (routekaart energieneutraal maatschappelijk vastgoed 2050) - 400 - - - - - 22 Aanpassen jaarschijf 2027 (bruggen) - 341 - - - - - 15 Aanpassen jaarschijven 2025 t/m 2027 (oeverconstructies) - 499 - - - 7 - 14 - 21 Aanpassen jaarschijf 2027 (jachthavens) - 95 - - - - - 4 Totaal tegenvallers - 2.014 - 2.051 - 5.186 - 6.485 - 7.024 - 6.912 Waarvan structureel - 2.401 - 5.186 - 6.485 - 7.024 - 6.912 Waarvan incidenteel 350 - - - - 59 Stelpost: indexatie lonen en sociale lasten 2024 (4,7%) Zie paragraaf 4.3. Prijscompensatie 2,4% uitgaven en inkomsten Zie paragraaf 4.4. Indexering Jeugdzorg, WMO, leerlingenvervoer (4%) De gemeente heeft lopende contracten met verschillende zorgaanbieders (onder andere voor de WMO en Jeugdvoorzieningen). Deze contracten houden zich veelal aan de NZA (Nederlandse Zorg Autoriteit) index.
Er wordt uitgegaan van een gemiddelde index van 4% in plaats van de prijsindex van 2,4% die wij zelf als gemeente hanteren voor 2024 (zie paragraaf 4.4). Nieuw inkoopmodel RSJ inkoopmodel Jeugdzorg Het project ‘doorontwikkeling inkoop J eugdhulp’ is er op gericht om de inkoop Jeugdhulp te vernieuwen en ondersteunend te laten zijn aan de regionale en lokale transformatie Jeugd. De oorspronkelijke planning van het project is twee keer een jaar uitgesteld. In januari 2020 door corona en in 2 021 doordat aanbieders en gemeenten geen overeenstemming konden bereiken over de tarieven. De aanbesteding is uiteindelijk eind 2022 afgerond. Het RSJ heeft medio maart 2022 een impactanalyse opgesteld en berekende een structureel nadeel voor de gemeente Steenwijkerland van € 350.000. Dit nadeel is in de PPN 2022 -2026 verwerkt. Het RSJ heeft eind september 2022 de impactanalyse herberekend wat resulteert in een aanvullend nadeel voor Steenwijkerland. Inmiddels zijn de eerste tariefsomzettingen voor 202 3 verwerkt. De tariefsaanpassingen zijn verschillend maar fors van omvang. De toename van de zorgtarieven variëren tussen de 8% en 30%. Hiermee wordt de geactualiseerde impactanalyse van het RSJ werkelijkheid. De financiële impact op basis van de omzetting en ziet er zorgwekkend uit.
Daarnaast geven consulenten van onze toegang aan dat het nieuwe inkoopmodel (momenteel) leidt tot zwaardere intensiteit aan zorglevering en daardoor hogere kosten. Vooralsnog wordt een structureel nadeel van € 1 miljoen verwacht met ingang van het jaar 2023. Financiële mutaties In bijlage 6.1 zijn de structurele en incidentele budgetafwijkingen voor het begrotingsjaar 202 3 vermeld en van een nadere toelichting voorzien. Bestedingsplan 2024-2027 Het bestedingsplan 2024-2027 is toegelicht in bijlage 6.2. 3.3. Ontwikkeling reservepositie Alle voorstellen in voorliggende PPN leiden samen tot een verslechtering van onze vermogenspositie met € 6,7 miljoen tot en met 2027. Zoals eerder is vermeld , komen de incidentele uitgaven die verband houden met de budgetafwijkingen 2023 zoals opgenomen in bijlage 6.1. niet ten laste van de Algemene Reserve vrij besteedbaar. Mutaties in het lopend jaar komen namelijk ten laste van het begrotingssaldo. 60 De jaarrekening 2022 van de gemeente Steenwijkerland laat een positief saldo van € 3,7 miljoen zien. In de jaarrekening wordt voorgesteld om daarvan een bedrag van € 2,1 miljoen toe te voegen aan de Algemene Reserve vrij besteedbaar.
Alle genoemde mutaties leiden tot het volgende beeld voor de ontwikkeling van onze vermogenspositie: Tabel 5: Ontwikkeling reservepositie PPN 2023-2027 (incidentele uitgaven vanaf 2024) € -6.738.102 Resultaat jaarrekening 2022 € 2.076.000 Totaal mutatie Algemene Reserve vrij besteedbaar € 4.662.102 + = verbetering Hoe de Algemene Reserve vrij besteedbaar zich de komende jaren daadwerkelijk gaat ontwikkelen, valt moeilijk te voorspellen. De financiële vooruitzichten zijn onzeker. We zien een grillig meerjarig begrotingsbeeld, wat kan leiden tot aanvullende onttrekkingen. Tegelijkertijd zijn de begrotingssaldi voor 2024 en 2025 juist positief, waardoor we in die jaren mogelijk financiële middelen kunnen toevoegen aan de reserve. 3.4. Vooruitblik Programmabegroting 2024-2027 Voorjaarsnota rijk / Meicirculaire gemeentefonds 2023 Op 28 april 2023 heeft het kabinet de Voorjaarsnota 2023 gepubliceerd. De Voorjaarsnota geeft een vooruitblik op de rijksbegroting voor de komende jaren. Voor gemeenten zijn de volgende onderwerpen van belang: 1. Vooruitlopend op een nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026 heeft het kabi net in de septembercirculaire 2022 in 2026 eenmalig € 1 miljard beschikbaar gesteld. Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota 2023 aangekondigd dat dit bedrag vanaf 2027 structureel beschikbaar komt. 2.
In de Voorjaarsnota 2023 is besloten om het gemeentefonds voor de volume ontwikkeling vanaf 2027 te indexeren op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. Hiervoor is in de Voorjaarsnota 2023 een budget gereserveerd van € 150 miljoen in 2027 en € 300 miljoen in 2028. 3. In de Najaarsnota 2022 heeft het kabinet aangekondigd een extra prijsbijstelling over 2022 uit te keren in verband met de uitzonderlijke prijsstijgingen voor 2022. Nu is in de Voorjaarsnota 2023 aangekondigd dat gemeenten een extra tranche prijsbijstelling 2022 vanaf 2023 van slechts € 127 miljoen structureel ontvangen. Dit is minder dan de aankondiging van € 300 miljoen voor de loon- en prijsbijstelling in de Najaarsnota 2022. Over de precieze financiële gevolgen van de Voorjaarsnota worden de gemeenten geïnformeerd via de meicirculaire 2023 van het gemeentefonds. Hiervoor zullen we een informatienota opstellen. Daarnaast hebben het rijk en de VNG op 18 april dit jaar laten weten dat een financieel principeakkoord bereikt is voor de Hervormingsagenda Jeugd. Eén van de financiële af spraken in het principeakkoord is dat de huidige besparingsreeks van € 374 miljoen voor 2023, € 463 voor 2024, 61 € 563 voor 2025 voor 2023 tot en met 2025 bevroren is op het niveau van € 374 miljoen. We gaan er vooralsnog vanuit dat de afspraken budgettair neutraal zullen uitwerken voor de gemeenten.
Gemeenschappelijke regelingen Van onderstaande gemeenschappelijke regelingen hebben we de begrotingen voor 2024 ontvangen: - GGD IJsselland; - Veiligheidsregio IJsselland; - Omgevingsdienst IJsselland. Deze begrotingen zullen nog voor de raadsbehandeling van de PPN aan u worden aangeboden. Uit de drie begrotingen blijkt dat de bijdrage voor de deelnemende gemeenten vanaf het jaar 202 4 omhoog gaat. Dat geldt dus ook voor onze gemeente. In totaal gaat het om ee n extra structurele bijdrage van € 540.000. Hier is in deze voorliggende PPN nog geen rekening mee gehouden. In onderstaande tabel wordt per instantie de hogere bijdrage van de gemeente Steenwijkerland weergegeven: 2024 tot en met 2027 GGD IJsselland - € 230.000 Veiligheidsregio IJsselland - € 223.000 Omgevingsdienst IJsselland - € 87.000 Totaal - € 540.000 + = verbetering Ontwikkelingen Oekraïneopvang Inmiddels worden er al ruim een jaar Oekraïense vluchtelingen in Nederland opgevangen door gemeenten en particulieren. Omdat een einde aan de oorlog in Oekraïne nog niet in zicht is, is de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) inmiddels verlengd tot maart 2024. Wij vangen binnen onze gemeentelijke opvanglocaties 305 ontheemden op (stand van zaken 1 april 2023). Daarnaast worden er door particulieren in onze gemeente ongeveer 150 Oekraïense ontheemden opgevangen.
De kosten voor deze opvang bedragen voor 2023 rond de € 7,7 miljoen (stand van zaken 1 april 2023). Het rijk vergoed t de gemaakte kosten voor de gemeentelijke opvang op basis van een normvergoeding of, indien de kosten boven de normvergoeding uitkomen, de feitelijke kosten. In tegenstelling tot vorig jaar ziet het er nu naar uit dat de totale kosten gemiddeld onder de normvergoeding uitkomen. Het is hierbij de vraag of wij, omdat we in 2022 gebruik hebben gemaakt van de feitelijke kostenvergoeding ook de no rmvergoeding kunnen declareren. Deze vraag is uitgezet en wij verwachten u hierover in de Najaarsnota 2023 te informeren. 62 4. Kaders Programmabegroting 2024-2027 4.1. Inleiding In dit hoofdstuk zijn de kaders voor de samenstelling van de Program mabegroting 20 24-2027 opgenomen. De financiële vertaling van een deel van deze kaders is reeds meegenomen in voorliggende PPN. De kaders zijn gebaseerd op de door uw raad vastgestelde ‘Kadernota Financieel beleid gemeente Steenwijkerland 2018’9. 4.2. Kaders Onderstaand treft u de kaders aan voor o.a. de prijs- en loonindexcijfers en de te hanteren rekenrente. De met een (*) aangegeven onderdelen zijn reeds verwerkt in de perspectiefnota. Tabel 6: Kaders voor de Programmabegroting 2024-2027 Omschrijving Kader Raadsbesluiten t/m de raadsvergadering van 25 april 2023 Lonen (incl.
sociale lasten) (*) 4,7% Prijsinflatie inkomstenbudgetten (*) 2,4% Prijsinflatie uitgavenbudgetten (*) 2,4% Prijsinflatie grondexploitatie uitgavenbudgetten 3,0% Prijsinflatie grondexploitatie inkomstenbudgetten 1,5% Rente grondexploitaties 0,75% Rekenrente (omslagpercentage) 1,0% Marktrente (*) 3,0% Prijsinflatie verstrekte subsidies (*) 2,4% Prijsinflatie gemeentelijke belastingen en rechten (*) 2,4% Areaaluitbreiding wegen en wegmeubilair, openbare verlichting en openbaar groen 175 woningen Tarief 2024 voor het prestatiecontract € 98 Aantal woonruimten per 1-1-2023 (geraamde groei 2023) 20.443 (175) Aantal inwoners per 1-1-2023 (geraamde groei 2023) 45.370 (320) Algemene uitkering uit het Gemeentefonds (*) Septembercirculaire 2022, Decembercirculaire 2022 NB de Meicirculaire 2023 verschijnt eind mei/begin juni 2023. Wij zullen uw raad daarover via een afzonderlijke informatienota over informeren. 4.3. Loonkostenontwikkelingen De huidige Cao Gemeenten loopt van 2 januari 2023 tot en met 1 januari 2024. Voor 2024 wordt op basis van de actuele ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) uitgegaan van een stijging van de lonen en sociale lasten van 4,7%10. 9 Laatst gewijzigd op 14 december 2021. 10 Prijs overheidsconsumptie beloning werknemers (Kerngegevenstabel 2021-2024, Centraal Economisch Plan, CPB, maart 2023). 63 4.4.
Prijsinflatie exploitatiebudgetten en kostenplaatsen Voor de uitgaven- en inkomstenbudgetten in 2024 gaan we uit van een prijsindexatie van 2,4%. Dit percentage is overeenkomstig de meest actuele index ‘prijscompensatie voor intermediair verbruik’ van het Centraal Planbureau (CPB)11. In de ‘Kadernota financieel beleid gemeente Steenwijkerland 2018’ is de systematiek als volgt vastgelegd: - P.10: De prijsontwikkelingen worden bepaald aan de hand van de gegevens van het Centraal Plan bureau (CPB). Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de ontwikkeling van het prijsindexcijfer voor interm ediair verbruik, zoals deze jaarlijks door het CPB wordt gepubliceerd. - P. 11: De berekening van de prijsontwikkeling wordt bepaald aan de hand van de gegevens van het CPB. Hierbij wordt gekeken naar de prijscompensatie voor intermediair verbruik. Indien he t prijsindexcijfer voor enig jaar nog niet bekend is, wordt het meest recente, wel bekende prijsindexcijfer voor intermediair verbruik genomen. Het prijsindexcijfer cijfer van 2,4% hanteren we zowel voor de inkomsten - als uitgavenbudgetten, tenzij er bij voorbeeld andere contractuel e afspraken zijn gemaakt, bijvoorbeeld met aanbieders in het sociaal domein. Deze afspraken zijn veelal in regionaal verband gemaakt.
Zo hebben we in voorliggende PPN voor het sociaal domein voor 202 4 gerekend met een prijscompensatie van 4% (zie tabel 4b in hoofdstuk 3). 4.5. Prijsinflatie grondexploitatie Voor de gemeentelijke grondexploitaties wordt een afwijkend percentage gehanteerd voor zowel de kosten- als de opbrengstenkant. Kostenstijging In de gemeente Steenwijkerland is het gebruikelijk om de parameter kostenstijging te baseren op het langjarig gemiddelde van de GWW -index (Grond, Weg - en Waterbouw). Deze index wordt toegepast op basis van de ‘bouwkostenindex’, een reeks gebaseerd op de directe kosten voor arbeid, materieel en materiaal. In de Programmabegroting 2023-2026 hebben zijn we voor 2023 voor de grondexploitaties uitgegaan van een kostenstijging van 2,0% . Per 1 januari 2023 hebben wij de kosten geïndexeerd met 6,5% en voor 2023 houden wij nu rekening met een kostenstijging van 3,5%. De gemiddelde GWW-index over de afgelopen 10 jaar bedraagt 2,4% (zie tabel 7). Tabel 7: GWW-index, procentuele mutatie t.o.v. van voorgaande jaar (%) 12 Jaar Jaarmutatie GWW-index (%) 2013 1,7% 2014 2,0% 2015 1,0% 2016 1,2% 2017 2,3% 11 Prijs intermediair verbruik (Kerngegevenstabel 2021-2024, Centraal Economisch Plan, CPB, maart 2023).
12 Er is rekening gehouden met het aandeel/belang van de individuele indexen van de verschillende productgroepen in het bouw- en woonrijp maken van een gemiddeld woningbouwproject. 64 2018 3,5% 2019 1,4% 2020 2,6% 2021 2,2% 2022 7,2% Gemiddelde 2013 t/m 2022 (10-jaarsgemiddelde) 2,5% Voor de komende begrotingsperiode ( meerjarenbegroting 2024-2027) houden we rekening met een kostenindex van 3% (2024) en 2% (2025 en verder). Opbrengstenstijging Er is in Nederland geen database beschikbaar waarin de prijsontwikkeling van bouwgrond wordt bijgehouden. In de gemeente Steenwi jkerland wordt de parameter opbrengstenstijging gewoonlijk gebaseerd op het langjarig gemiddelde van de Consumentenprijsindex (CPI) van het CBS. Op dit moment hanteren we in de grondexploitaties een parameter opbrengstenstijging van 1,5%. Het gemiddelde van de CPI in de afgelopen 10 jaar bedraagt circa 2,4% (zie tabel 8). Tabel 8: Consumentenprijzen; prijsindex (2015=100) 13 Jaar CPI Jaarmutatie CPI (%) 2013 98,4 2,5% 2014 99,4 1,0% 2015 100,0 0,6% 2016 100,3 0,3% 2017 101,7 1,4% 2018 103,4 1,7% 2019 106,2 2,6% 2020 107,5 1,3% 2021 110,4 2,7% 2022 121,4 10,0% Gemiddelde 2013 t/m 2022 (10-jaarsgemiddelde) 2,4% Voor de komende begrotingsperiode (MBG 2024-2027) wordt de parameter opbrengstenstijging van 1,5% geconsolideerd. 4.6.
Rente De rekenrente (omslagpercentage) is gebaseerd op de te betalen minus te ontvangen rente in een jaar gedeeld door 1% van de boekwaarde van de investeringen per 1 januari van het desbetreffende jaar. Voor het aantrekken van langlopende geldleningen voor de financiering van de geraamde investeringen en toekomstige investeringen (bestedingsp lan) wordt een marktrente van 3,0% gehanteerd. Het totaal benodigde rentebedrag wordt herrekend en opgenomen in de programmabegroting op basis van het bestedingsplan dat op dat moment voorligt aan de raad ter vaststelling. 13 Bron: CBS Statline. 65 4.7. Loon- en prijsinflatie subsidies In vele gevallen kennen gesubsidieerde instellingen voor hun producten eenzelfde kostenopbouw als gemeenten. De bekostiging van deze producten vindt (deels) plaats door gemeenten in de vorm van een subsidie. Hiervoor wordt de gemeente niet afzonderlijk gecompenseerd in het accres van de algemene uitkering van het gemeentefonds. Compensatie van de ge subsidieerde instellingen vindt normaliter plaats overeenkomstig het door de gemeente gehanteerde percentage voor prijsstijgingen. Voor 202 3 wordt voor te verstrekken subsidies een loon - en prijsinflatiepercentage gehanteerd van 2,4%. 4.8. Prijsinflatie gemeentelijke belastingen en rechten Voor gemeentelijke belastingen en rechten wordt dezelfde prijsindex als voor exploitatiebudgetten gehanteerd.
Voor 2024 komt dit uit op 2,4%. Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing worden wijzigingen in de kosten verhaald door de betreffende tarieven dienovereenkomstig aan te passen (gesloten huishouding). Om grote tariefschommelingen te voorkomen, maken we gebruik van de egalisatievoorziening reiniging en de egalisatievoorziening riolering. De tarieven voor afval en riool in 202 4 zijn op dit moment niet bekend. In de Programmabegroting 2024-2027 zullen we de precieze kosten voor uw raad inzichtelijk maken en een voorstel doen voor de daarvan afgeleide tarieven in 202 4. 4.9. Tarief 2023 voor het prestatiecontract Met het prestatiecontract kunnen interne uren worden doorbelast aan projecten. In april 2017 heeft de raad besloten het prestatiecontract te beperken tot de investeringen in gesloten huishoudingen, de grondexploitaties en de subsidiabele projecten voor zover de toegerekende uren van deze projecten subsidiabel zijn. Reden is dat door veranderde regelgeving (BBV) de exploitatiebegroting voor een steeds groter deel zou worden belast met kosten voor interne uren als het prestatiecontract volledig zou zijn gehandhaafd. Jaarlijks wordt het uurtarief opnieuw berekend door rekening te houden met de stijging van de loonk osten. Voor 20 23 wordt een tarief van € 9 4 gehanteerd.
Als rekening wordt gehoude n met een stijging van de loonkosten met 4,7%, komt het tarief voor 20 24 uit op afgerond € 98. 4.10. Groei aantal woningen Op basis van de kadernota mag bij de rioolrechten, de afvalstoffenheffing, het huishoudelijk afval en de onroerende -zaakbelastingen rekening worden gehouden met de groei van het aantal woningen in 20 23. Er wordt rekening gehouden met een gemiddelde groei van 175 woningen, gebaseerd op de ‘Woonagenda Steenwijkerland 2022-2026’. Conform de Woonagenda bedraagt de lokale behoefte over de periode 2021 -2031 in totaal 1.735 woningen, waarvan 1.435 koopwoningen en 300 huurwoningen. Gemiddeld komt de jaarlijkse groei dan uit op 175 woningen. Dit is een voorzichtige raming, aangezien de ambitie is om een versnelling aan te brengen in het aantal te bouwen woningen: De komende vijf jaar moeten gemiddeld jaarlijks 230 woningen worden gerealiseerd. 66 4.11. Groei aantal inwoners Per 1-1-2023 heeft de gemeente Steenwijkerland 45.370 inwoners. Ten opzichte van de stand 1-1-2022 zien we een toename van 629 inwoners. De gemiddelde groei over de laatste 5 jaar komt uit op 320 inwoners. Voor 2023 wordt dit aantal als raming gehanteerd. 67 5. Te nemen besluiten De gemeenteraad besluit: 1.
Kennis te nemen van: a) De voortgangsinformatie over het begrotingsjaar 2023, inclusief de kansen en uitdagingen zoals vermeld in hoofdstuk 2; b) Het financieel beeld zoals weergegeven in hoofdstuk 3; c) Het bestedingsplan 2024-2027 zoals opgenomen in bijlage 6.2. 2. In te stemmen met: a) De begrotingspositie zoals weergegeven in hoofdstuk 3.2 voor zover het de jaarschijf 2023 betreft; b) De budgetafwijkingen zoals opgenomen in bijlage 6.1; c) De Programmabegroting 2023-2026 overeenkomstig 2a en 2b te wijzigen; d) De kaders voor de samenstelling van de Programmabegroting 202 4-2027 zoals opgenomen in hoofdstuk 4; e) Het saldo van de jaarschijven 2024 t/m 2027 zoals opgenomen in hoofdstuk 3.2 te betrekken bij de samenstelling van de Programmabegroting 202 4-2027. 3. Voor 2023 een krediet beschikbaar te stellen van in totaal € 675.000 voor: a) ‘Reconstructie fietspad Wanneperveen’ van € 110.000; b) ‘Leefbaar Giethoorn deal’ van € 330.000; c) ‘Investering bus begraafteam’ van € 10.000; d) ‘Investering Case Tractor’ van € 20.000; e) ‘Investering veegvuil auto’ van € 20.000; f) ‘Investeringen tractie rioolvoertuigen’ van € 185.000. 68 6. Bijlagen Perspectiefnota 2023-2027 6.1. Budgetafwijkingen voor 2023 In deze paragraaf treft u de budgetafwijkingen of financiële mutaties voor het jaar 2023 aan, inclusief de doorwerking naar latere jaren.
De toelichting op deze afwijkingen vindt u na de presentatie van de totaaltabel. Totaaloverzicht met budgetafwijkingen (bedragen x € 1.000) I/S Investering 2023 2024 2025 2026 2027 Financiële mutaties: Woningbouw - - 118 - - - - Werk en economie - - - - - - Samenredzaam - - 550 - 173 - 173 27 127 Vitaal Platteland - - - - - - Duurzaam - - 50 - - - - Leefbare steden en kernen - 515 - 540 - 470 - 470 - 234 - 234 Financiën en dienstverlening - 235 - 208 - 590 - 589 - 589 - 649 Totaal financiële mutaties -75014 - 1.465 - 1.233 - 1.233 - 796 - 756 Waarvan structureel S - 512 - 997 - 997 - 796 - 756 Waarvan incidenteel I - 954 - 236 - 236 - - + = voordeel 14 Van dit bedrag heeft € 75.000 betrekking op een investering in 2024 voor ANWB bewegwijzering (zie financiële mutatie F 6.7). 69 Woningbouw Woningbouw (bedragen x € 1.000); I/S Investering 2023 2024 2025 2026 2027 F 1.1 Voorbereidingskrediet woningbouw Wanneperveen I - - 40 - - - - F 1.2 Tijdelijke standplaatsen woonwagenbewoners I - - 78 - - - - Totaal 'Woningbouw' - - 118 - - - - + = voordeel Toelichting: Financiële mutatie nr. F 1.1: Voorbereidingskrediet woningbouw Wanneperveen Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Voor het opzetten van een grondexploitatie in Wanneperveen wordt een voorbereidingskrediet aangevraagd van € 40.000.
Dit betreft: • Natuuronderzoek € 10.000 • Stedenbouwkundige € 8.000 • Opstellen bestemmingsplan € 22.000 Wat zijn de oorzaken? Voorafgaand aan de besluitvorming moeten externe kosten gemaakt worden voor verdere uitwerking van de plannen. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Nee Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Realiseren van (starters-)woningen. Binnen de grondexploitatie is ook ruimte gereserveerd voor het bouwen van een nieuwe school. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Buiten inhuur van € 40.000 worden de werkzaamheden uitgevoerd door eigen personeel Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Geen Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Niet van toepassing Welk bedrag komen we per saldo tekort (indien sprake is van een financiële tegenvaller)? Er ontstaat een tekort van € 40.000 indien geen grondexploitatie wordt opgestart Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Verplaatsing van een school naar de nieuwbouwlocatie 70 Financiële mutatie nr. F 1.2 : Tijdelijke standplaatsen woonwagenbewoners Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Er is een bedrag van € 77.500 nodig voor de aanleg van tijdelijke standplaatsen voor woonwagenbewoners aan de Verlaatseweg.
Wat zijn de oorzaken? Vorig jaar hebben enkele jonge woonwagenbewoners een vergunning aangevraagd om tijdelijk 5 woonwagens te plaatsen aan de Parallelweg. Een vergelijkbaar verzoek komt er aan vanuit de Verlaatseweg. Ten aanzien van het straatwerk aan de Parallelweg is hiervoor binnen wegen geld gereserveerd, echter voor de Verlaatseweg niet. Voor de aanleg van riolering aan de Parallelweg zal gebruik worden gemaakt van het werkbudget woningbouw. Ten aanzien van de riolering voor de Verlaatseweg is nog geen geld geregeld. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Niet van toepassing. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? In de Programmabegroting 2023-2027 is als actie benoemd de realisatie voor specifieke doelgroepen zoals standplaatsen voor de huisvesting van woonwagenbewoners. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er ontstaat een eenmalig nadeel van € 77.500. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Niet van toepassing. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Niet van toepassing. Welk bedrag komen we per saldo tekort (indien sprake is van een financiële tegenvaller)? We komen per saldo eenmalig € 77.500 tekort. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? De tijdelijke plekken zijn voorloper van een definitieve invulling.
Materialen die we nu gebruiken kunnen (deels) ook bij een definitieve invulling hergebruikt worden. 71 Werk en economie Voor het bestuursprogramma ‘Werk en economie’ is geen sprake van financiële mutaties. Werk en economie (bedragen x € 1.000) I/S Investering 2023 2024 2025 2026 2027 Geen financiële mutaties - - - - - - Totaal 'Werk en economie' - - - - - - + = voordeel 72 Samenredzaam Samenredzaam (bedragen x € 1.000): I/S Investering 2023 2024 2025 2026 2027 F 3.1 Stijging wettelijk minimumloon (NoordWestGroep) I - - 237 - - - - F 3.2 Sociaal werk aanbesteding I - - 25 - - - - F 3.3 Vitaal ouder worden I - - 50 - - - - Specifieke uitkering 'Gezond en Actief Leven Akkoord' (GALA) I - 50 - - - - F 3.4 Toegang beschermd wonen I - - 85 - - - - F 3.5 Jeugdconsulenten bij huisartsen S - - 42 - 85 - 85 - 85 - 85 Vrijvallend budget (o.a.
minder specialistische inzet Jeugd GGZ) S - 20 40 40 140 190 F 3.6 Gedragskundige WMO en Jeugd S - - 53 - 105 - 105 - 105 - 105 Vrijvallend budget (gedragswetenschapper en individuele begeleiding WMO) S - 30 60 60 160 210 F 3.7 Onderzoek lectoraat inzet jeugdconsulenten bij huisartsenpraktijken I - - 25 - - - - F 3.8 Zorg en onderwijs I - - 186 - - - - Specifieke uitkering Nationaal Programma Onderwijs (NPO) I - 186 - - - - F 3.9 Extra ondersteuning statushouders Oude Wet inburgering I - - 50 - - - - F 3.10 Terugvordering uitkeringen S - - 75 - 75 - 75 - 75 - 75 F 3.11 Regenboogbeleid 'onbeperkt jezelf zijn' I - - 20 - - - - Dekking bestaand budget WMO I - 20 - - - - F 3.12 Opheffen stelpost aan de inkomstenkant voor de BUIG S - - 336 - 336 - 336 - 336 - 336 Lager aantal uitkeringen voor de Participatiewet en IOA S - 328 328 328 328 328 Totaal 'Samenredzaam' - - 550 - 173 - 173 27 127 + = voordeel 73 Toelichting: Financiële mutatie nr. F 3.1: Stijging wettelijk minimumloon (NoordWestGroep) Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Per 1 januari 2023 is het wettelijk minimumloon met 10,15% verhoogd. Naast de stijging van inflatie is dit niet op te lossen binnen de reguliere begroting van de NoordWestgroep en ontstaat er een tekort. Dit tekort bedraagt € 237.000 waardoor de gemeentelijke bijdrage moet worden verhoogd met dit bedrag.
Het is op dit moment nog niet duidelijk in hoeverre we hierin als gemeente nog gecompenseerd worden door de rijksoverheid bij de meicirculaire 2023. Wat zijn de oorzaken? Stijging van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2023. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Ja, Wsw. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Heeft geen gevolgen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er ontstaat een tekort van € 237.000. Bij de meicirculaire 2023 verwachten we duidelijkheid over de compensatie van de rijkso verheid voor de gestegen lonen van de Sociale werkvoorziening. Deze compensatie zullen we bij de najaarsnota 2023 opnemen, evenals de gevolgen hiervan voor de meerjarenbegroting. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Geen. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Er is geen sprake van een besparing. Welk bedrag komen we per saldo tekort (indien sprake is van een financiële tegenvaller)? Een bedrag van € 237.000. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Stijging van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2023. Financiële mutatie nr. F 3.2: Sociaal werk aanbesteding Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Voor de overgangskosten naar een eventuele nieuwe partner voor de uitvoering van sociaal werk wordt een bedrag gevraagd van € 25.000.
Wat zijn de oorzaken? Het huidige contract met Sociaal Werk de Kop loopt per 1 januari 2024 af. Er vindt daarom in 2023 een nieuwe Europese aanbesteding plaats. In het geval dat een nieuwe partij de aanbesteding gegund krijgt, is het van belang om de overgang van personeel en dossiers zo goed mogelijk te laten verlopen zod at inwoners hier zo min mogelijk hinder van ondervinden. Daarom willen we de nieuwe partij minimaal 3 maanden voor aanvang van het formele contract in staat stellen voorbereidin gen te treffen. Voorgesteld wordt om hiervoor een bedrag van € 25.000 beschikbaar te stellen. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Nee. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Dat er, indien nodig, een goede overdracht plaats kan vinden van de huidige organisatie sociaal werk naar een eventuele nieuwe organisatie per 1 januari 2024. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Voor deze inwerkperiode van 3 maanden is gen budget beschikbaar in de begroting. Mocht de opdracht voor sociaal werk vanaf 1 januari 2024 aan de huidige uitvoeringsorganisatie gegund worden dan zal dit budget niet nodig zijn. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Geen. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Er wordt geen bedrag bespaard.
74 Welk bedrag komen we per saldo tekort (indien sprake is van een financiële tegenvaller)? Een bedrag van € 25.000. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Er vindt een nieuwe aanbesteding sociaal werk plaats. Financiële mutatie nr. F 3.3: Vitaal ouder worden Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Om invulling te geven aan het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en Integraal Zorgakkoord gaan we een integraal plan opstellen. Een onderdeel van dit plan is vitaal ouder worden. Bij de invulling van het hele plan, en dus ook voor het onderdeel vitaal ouder worden, is het gedachtengoed van positieve gezondheid leidend. Het bepalen van de kaders van het integrale plan doen we in 2023. En in het najaar van 2023 en voorjaar van 2024 vertalen we dit naar een uitvoeringsplan/actieprogramma. Dit doen we samen met lokale en regionale partners en inwoners. De focus ligt hierbij in eerste instantie op preventie en een sociale basis. Wat zijn de oorzaken? Het opstellen van dit integrale plan en actieprogramma lukt niet binnen de huidige formatie. Ook het bewaken van de voortgang en verdere afstemming in de uitvoering vraagt extra inzet. Dit werken we uit in het actieprogramma. Om te komen tot het actieprogramma zetten we het ontvangen (rijks)budget uit het GALA in.
Voor de kosten voor uitvoering van het actieprogramma en noodzakelijke formatie komen we, indien nodig, met een nader voorstel met bijbehorende claim. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Nee. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Niet van toepassing. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De kosten ter hoogte van € 50.000 worden gedekt vanuit het budget GALA. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Budget GALA wordt ingezet. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Er is geen sprake van een besparing Welk bedrag komen we per saldo tekort (indien sprake is van een financiële tegenvaller)? Door de gevonden dekking binnen het budget GALA is er geen sprake van een tekort. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen. Financiële mutatie nr. F 3.4: Toegang beschermd wonen Wat is de aard en de omvang van de afwijking? In onze toekomstvisie op Beschermd wonen (2022) is besloten de toegang tot beschermd wonen vanaf 2024 zelf uit te gaan voeren. Deze mutatie geeft invu lling aan de hiervoor benodigde kennis en capaciteit in de toegang. Doordecentralisatie beschermd wonen in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en invoering van een nieuw financieel verdeelmodel en woonplaatsbeginsel.
Wat zijn de oorzaken? Per 1 januari 2024 wordt de taak Beschermd wonen door de gemeente zelf uitgevoerd. Tot die tijd wordt de taak nog uitgevoerd in regionaal verband. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Beschermd wonen (Wmo). Wat zijn de gevolgen voor de real isatie van het bijbehorend doel? Ter ontlasting van het bestaand team wordt 1 fte gevraagd, zodat het gehele team in staat wordt gesteld nieuwe meldingen op te pakken. Beschermd wonen meldingen zijn doorgaans complex en vragen meer casusregie (crisisgevoelig) waardoor deze meer inzet vragen dan reguliere Wmo aanvragen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De kosten bedragen € 85.000 (1fte). 75 Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Geen. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Er is geen sprake van een besparing Welk bedrag komen we per saldo tekort (indien sprake is van een financiële tegenvaller)? Een bedrag van € 85.000. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Vooralsnog wordt voor één jaar budget aangevraagd. Eventueel wordt later specialistische kennis binnengehaald door de overname van GGD -personeel, die op dit moment de toegang uitvoert. De budgettaire gevolgen worden dan ook verder in beeld gebracht. Financiële mutatie nr.
F 3.5: Jeugdconsulenten bij huisartsen Wat is de aard en de omvang van de afwijking? In 2023 gaan bij meer huisartsenpraktijken spreekuren van jeugdconsulenten plaatsvinden. We gaan van 5 huisartsen naar 7 huis artsen. We verwachten minder uitgaven op de specialistische inzet van Jeugd GGZ en minder inhuur van POH-er GGZ. Wat zijn de oorzaken? Zie hierboven. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Jeugdzorg. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Het realiseren van een structurele verbetering van de lokale jeugdhulp in de breedte, met als doel alle kinderen optimaal thu is opgroeien. Versterken van de samenwerking binnen de keten door samen te werken met de huisartsen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De kosten bedragen € 85.000 per jaar (1 fte). In het jaar 2023 € 42.000. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Minder uitgaven op de specialistische inzet van Jeugd GGZ door jeugdzorgaanbieders en minder inhuur van POH-er GGZ. Hierdoor wordt over het jaar 2023 € 20.000 bespaard, en over de jaren 2024 en 2025 een bedrag van € 40.000. In 2026 een bedrag van € 140.000 en vanaf 2027 structureel € 190.000. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Uiteindelijk levert het een structurele besparing op van € 105.000.
Welk bedrag komen we per saldo tekort (indien sprake is van een financiële tegenvaller)? Over het jaar 2023 komen we een bedrag tekort van € 22.000. Over de jaren 2024 en 2025 komen we een bedrag tekort van € 45.000, daarna per saldo een besparing. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen. Financiële mutatie nr. F 3.6: Gedragskundige WMO en Jeugd Wat is de aard en de omvang van de afwijking? De gedragskundige Wmo en Jeugd heeft een cruciale rol in de opgaven zoals deze in de programmabegroting zijn geformuleerd: zorgdragen voor passende ondersteuning op de juiste plek, kwaliteit, transformatie van de jeugdzorg, veiligheid casuïstiek. We stoppen met de inhuur van een gedragswetenschapper. Dit bespaart € 40.000. Deze taken worden overgenomen door de eigen tijdelijke gedragswetenschapper. Tevens is sprake van een besparing op de individuele begeleiding Wmo van 65.000. Dit vrijgekomen budget (inhuur gedragswetenschapper en besparing individuele begeleiding Wmo) wordt ingezet. Door investeren en versterken van de lokale jeugdhulp in de komende jaren, verwachten we na 2026 minder uitgaven specialistische jeugdzorg en minder inhuur van de POH-er GGZ. Wat zijn de oorzaken? Zie hierboven. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Jeugdzorg en Wmo.
76 Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Beweging naar nul: optimaal opgroeien van kinderen en jongeren in de eigen thuissituatie oftewel uithuisplaatsingen voorkomen. Passende ondersteuning, zo licht als kan, zo zwaar als nodig. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De kosten bedragen € 105.000 per jaar (1 fte). In het jaar 2023 € 53.000. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Over het jaar 2023 wordt een bedrag bespaard van € 30.000. bespaard. Over de jaren 2024 en 2025 een bedrag van € 60.000. In 2026 een bedrag van € 160.000 en vanaf 2027 structureel € 210.000. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Uiteindelijk levert het een structurele besparing op van € 105.000. Welk bedrag komen we per saldo tekort (indien sprake is van een financiële tegenvaller)? Over het jaar 2023 komen we een bedrag tekort van € 23.000. Over de jaren 2024 en 2025 komen we een bedrag tekort van € 45.000, daarna per saldo een besparing. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen. Financiële mutatie nr.
F 3.7: Onderzoek lectoraat inzet jeugdconsulenten bij huisartsenpraktijken Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Onderzoek door lectoraat Hogeschool Windesheim Zwolle naar de resultaten en effecten van de inzet van jeugdconsulenten bij drie huisartsenpraktijken. Deze inzet is onderdeel van het realiseren van een structurele verbetering van de lokale jeugdhulp in de breedte. Dit onderzoek kost € 25.000. Door investeren en versterken van de lokale jeugdhulp in de komende jaren, verwachten we na 2026 minder uitgaven specialistische jeugdzorg en minder inhuur van de POH-er GGZ. De uitkomsten van het onderzoek lectoraat zullen dit proces verstevigen en borgen. Wat zijn de oorzaken? Zie hierboven. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Jeugdzorg. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Beweging naar nul: optimaal opgroeien van kinderen en jongeren in de eigen thuissituatie oftewel uithuisplaatsingen voorkomen. Passende ondersteuning, zo licht als kan, zo zwaar als nodig. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De kosten bedragen € 25.000. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Geen. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Geen besparing.
Welk bedrag komen we per saldo tekort (indien sprake is van een financiële tegenvaller)? Een bedrag van € 25.000. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen. Financiële mutatie nr. F 3.8: Zorg en onderwijs Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Conform ons collegebesluit van in mei 2022 is gestart met een inzet van jeugd-consulenten en schoolmaatschappelijk werk op een aantal scholen. Hiermee worden zowel de gevolgen van corona voor jeugd verkleind, als ook de samenwerking tussen zorg en onderwij s verbeterd. Continuering van deze inzet kan worden bekostigd vanuit de rijksmiddelen uit het Nationaal Programma Onderwijs. Wat zijn de oorzaken? Zie hierboven.. 77 Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Jeugdzorg Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Niet van toepassing. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De kosten ter hoogte van € 186.000 worden gedekt vanuit het budget Nationaal Programma Onderwijs. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Budget Nationaal Programma Onderwijs wordt ingezet.
Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Er is geen sprake van een besparing Welk bedrag komen we per saldo tekort (indien sprake is van een financiële tegenvaller)? Door de gevonden dekking binnen het budget Nationaal Programma Onderwijs is er geen sprake van een tekort. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen. Financiële mutatie nr. F 3.9: Extra ondersteuning statushouders Oude Wet inburgering Wat is de aard en de omvang van de afwijking? In 2022 is de Nieuwe Wet Inburgering in werking getreden. Onder deze wet heeft de gemeente een belangrijke begeleidende rol voor inburgeraars. Statushouder die onder de Oude Wet inburgering vallen, hebben hun inburgering veelal zelf moeten regelen, met behulp van een lening bij DUO. Niet al deze statushouders hebben hun inburgering succesvol genoeg kunnen afronden, waardoor ze nu niet volwaardig mee kunnen doen in de samenleving en nog een uitkering ontvangen. We willen d eze, op dit moment 138 ‘oude wetters’ een aanbod bieden om hun inburgering af te ronden en volwaardig mee te doen in de samenleving, door (betaald) werk. Dit aanbod komt aan op maatwerk, omdat er voor eenieder iets anders nodig zal zijn om goed in te burgeren. Verschillende van onze samenwerkingspartners hebben een aanbod voor deze groep, waar we graag gebruik van maken. Denk hierbij aan extra taallessen, een (taal)maatje of een leerwerktraject.
Wat zijn de oorzaken? Zie hierboven. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Wet Inburgering. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Het doel is om statushouder die onder de Oude Wet inburgering vallen en nog een uitkering ontvangen, een aanbod te bieden zodat ze volwaardig mee kunnen doen in de samenleving. Door het afronden van hun inburgering wordt de schuld bij DUO kwijtgescholden. Door goed ingeburgerd te zijn en door te begeleiden naar een (betaalde) baan kunnen deze mensen uit de uitkering. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De kosten bedragen € 50.000. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Geen. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Er is geen sprake van een besparing Welk bedrag komen we per saldo tekort (indien sprake is van een financiële tegenvaller)? Een bedrag van € 50.000. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen. 78 Financiële mutatie nr. F 3.10: Terugvordering uitkeringen Wat is de aard en de omvang van de afwijking? In de begroting is een structurele inkomst van € 300.000 opgenomen voor de terugvordering van uitkeringen Participatiewet. Al een aantal jaren blijkt dat dit bedrag niet gehaald wordt, ook al door de daling van het aantal inwoners met een uitkering.
De verwachting is dat een bedrag van € 250.000 wel haalbaar is. Dit levert voor de begroting een structureel nadeel op van € 50.000. Hetzelfde verhaal geldt voor de terugvordering van uitkeringen voor zelfstandigen (Bbz). In de begroting is hiervoor een te ontvangen bedrag van € 100.000 opgenomen. Dit bedrag wordt structureel verlaagd met een bedrag van € 25.000. Wat zijn de oorzaken? De opgenomen te ontvangen bedragen in de begroting blijken al een aantal jaren niet realistisch, waardoor deze naar beneden moeten worden bijgesteld. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Ja, o.a. de Participatiewet. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Niet van toepassing. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er ontstaat een structureel tekort van € 75.000. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Geen. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Er is geen sprake van een besparing. Welk bedrag komen we per saldo tekort (indien sprake is van een financiële tegenvaller)? Een bedrag van € 75.000. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen. Financiële mutatie nr. F 3.11: Regenboogbeleid ‘onbeperkt jezelf zijn’ Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Het college heeft de ambitie uitgesproken dat Steenwijkerland een regenboog-gemeente is.
Voor de periode 2023 – 2027 is het regenboogbeleid ‘Onbeperkt jezelf zijn’ ontwikkeld. Dit resulteert in een jaarlijkse kostenpost van € 20.000. Deze kan voor het jaar 2023 gedekt worden uit het algemene budget Wmo. Voor de overige jaren wordt een claim ingediend. Wat zijn de oorzaken? Zie hierboven. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Nee, het betreft eigen beleid. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Het vastgestelde beleid kan gerealiseerd worden. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Geen. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Voor het bedrag van € 20.000 is dekking gezocht binnen een bestaand budget. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Er is geen sprake van een besparing. Welk bedrag komen we per saldo tekort (indien sprake is van een financiële tegenvaller)? Voor het jaar 2023 verloopt dit budgettair neutraal. Vanaf het jaar 2024 is een claim ingediend. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen. 79 Financiële mutatie nr. F 3.12: Opheffen stelpost aan de inkomstenkant voor de BUIG Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Bij de Najaarsnota 2022 hebben we de prognose voor het aantal uitkeringen al positief bijgesteld. De ingezette daling is nog iets verder doorgegaan.
De verwachting is wel dat de aantallen zich de komende jaren gaan stabiliseren. In onderstaande tabel worden de gewijzigde aantallen weergegeven. Wat zijn de oorzaken? De arbeidsmarkt is nog steeds krap. Dit heeft een positieve uitwerking op het aantal inwoners dat een beroep doet op een uitkering. Daarnaast is het actieve beleid op het gebied van loonkostensubsidies van invloed op de aantallen. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Uitvoering van de Participatiewet en Ioaw en Ioaz. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Geen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De geraamde budgetten voor Pw-uitkeringen en Ioaw/z kunnen naar beneden worden bijgesteld. Vanaf het jaar 2023 moet wel rekening gehouden worden met een gemiddelde stijging van € 2.300 per Ioaw/z-uitkering.
Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Voorgesteld wordt om de (gemiddelde) aantallen in de begroting als volgt bij te stellen: Participatiewet Jaar Oud (NJN) Nieuw Verschil 2023 Gemiddeld 650 630 - 20 2024 Gemiddeld 650 630 - 20 2025 Gemiddeld 650 630 - 20 2026 Gemiddeld 650 630 - 20 Ioaw en Ioaz Jaar Oud Nieuw Verschil 2023 Gemiddeld 35 30 - 5 2024 Gemiddeld 35 30 - 5 2025 Gemiddeld 35 30 - 5 2026 Gemiddeld 35 30 - 5 80 Welk bedrag wordt daarmee bespaard? De verlaging van de aantallen levert per uitkering een besparing op. Een gemiddelde P-wet uitkering staat nu geraamd voor een bedrag van € 16.038 per jaar. Dit levert per saldo de volgende besparing op (en wordt verrekend met de stelpost Buigbudget): Participatiewet 2023 2024 2025 2026 20 x 20 x 20 x 20 x € 16.038 € 16.038 € 16.038 € 16.038 = = = = + € 320.760 + € 320.760 + € 320.760 + € 320.760 Een gemiddelde Ioaw/z uitkering staat geraamd voor een bedrag van € 15.200 per jaar. Met ingang van het jaar 2023 wordt dit € 17.500 per jaar.
Dit levert per saldo de volgende besparing op (en wordt ook verrekend met de stelpost Buigbudget): Ioaw en Ioaz 2023 2024 2025 2026 5 x 5 x 5 x 5 x € 15.200 € 15.200 € 15.200 € 15.200 + € 76.000 + € 76.000 + € 76.000 + € 76.000 - verhoging 30 x € 2.300 = - verhoging 30 x € 2.300 = - verhoging 30 x € 2.300 = - verhoging 30 x € 2.300 = - € 69.000 - € 69.000 - € 69.000 - € 69.000 saldo saldo saldo saldo + € 7.000 + € 7.000 + € 7.000 € 7.000 Welk bedrag komen we per saldo tekort (indien sprake is van een financiële tegenvaller)? Niet van toepassing. 81 Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? In de begroting 2021-2024 is een stelpost Buigbudget (te ontvangen budget van het rijk voor bijstandsuitkeringen) aan de inkomstenkant opgenomen. De verwachting was dat door de toename van het aantal uitkeringen door de coronacrisis, het Buigbudget ook navenant zou stijgen. Hiermee lopen we wel een financieel risico, zoals ook is verwoord in genoemde begroting. Om dit risico te verkleinen wordt voorgesteld om het voordeel op de aantallen net als bij de Najaarsnota 2022 te verrekenen met de opgenomen resterende stelpost.
Overzicht resterende stelpost Buigbudget: 2023 2024 2025 2026 Buig begroot € 13.725.865 € 13.725.865 € 13.725.865 € 13.725.865 Aantallen Pw en Ioa Af: € 327.760 Af: € 327.760 Af: € 327.760 Af: € 327.760 Buig begroot nieuw € 13.398.105 € 13.398.105 € 13.398.105 € 13.398.105 Buig werkelijk € 13.390.000 € 13.390.000 € 13.390.000 € 13.390.000 Resterend € 8.105 € 8.105 € 8.105 € 8.105 Gezien het geringe resterende bedrag wordt voorgesteld om dit restant van € 8.105 ten laste van het saldo van de begroting te brengen. Hiermee is de opgenomen stelpost Buigbudget weggewerkt. Op basis van de laatst bekende informatie van het rijk, de Miljoenennota en de begroting van het ministerie van SZW, wordt het Buigbudget berekend. Het budget wordt gedurende het begrotingsjaar door het rijk bijgesteld op basis van o.a. gerealiseerde aantallen op landelijk niveau en verstrekte loonkostensubsidies. Hierdoor ontstaan de volgende bijstelmomenten:. • voorlopige beschikking aan de hand van de Miljoenennota (oktober); • nader voorlopige beschikking voorjaar van het lopende begrotingsjaar; • definitief oktober van het lopende begrotingsjaar. Wij hebben de voorlopige beschikking met een bedrag van € 13.390.000 ontvangen van het ministerie van SZW. Dit jaar volgt dan ook nog de nader voorlopige en de definitieve beschikking 2023.
82 Vitaal platteland Voor het bestuursprogramma ‘Vitaal platteland’ is geen sprake van financiële mutaties. Vitaal Platteland (bedragen x € 1.000): I/S Investering 2023 2024 2025 2026 2027 Geen financiële mutaties - - - - - - Totaal 'Vitaal Platteland' - - - - - - + = voordeel 83 Duurzaam Duurzaam (bedragen x € 1.000): I/S Investering 2023 2024 2025 2026 2027 F 5.1 Tijdelijke capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid I - - - 858 - 866 - - Uitvoeringsmiddelen klimaat- en energiebeleid (specifieke uitkering) I - - 858 866 - - F 5.2 Tijdelijke juridische capaciteit VTH I - - 50 - - - - Totaal 'Duurzaam' - - 50 - - - - + = voordeel Toelichting: Financiële mutatie nr. F 5.1: Tijdelijke capaciteit decentrale overheden voor klimaat - en energiebeleid Wat is de aard en de omvang van de afwijking? De uitkering van het rijk voor de tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid zullen voor dit doel worden ingezet. Wat zijn de oorzaken? Voor het uitvoeren van klimaat - en energiebeleid kan de gemeente een uitkering aanvragen. Inmiddels is er een ministeri ële regeling. Ten tijde van het opstellen van het v oorstel voor de raadsvergadering van 4 april was deze regeling nog niet gepubliceerd. De gemeente kan tussen 3 april en 28 april een aanvraag indienen. Het betreft hier een uitkering voor de jaren 2023, 2024 en 2025.
Er wordt nog gewerkt aan een regeling voor na 2025. Hier zijn al middelen door het rijk voor gereserveerd. Het geld dient voor minimaal 90% te worden gebruikt voor apparaatskosten en maximaal 10% mag worden gebruikt voor overige kosten die te maken hebben met de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? N.v.t. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Heeft een positieve invloed op het doel Steenwijkerland klimaatneutraal in 2050. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De middelen voor 2023 van € 850.761 zullen op een stelpost worden gezet bij het college (zie tabel 3 met raadsbesluiten in hoofdstuk 3.2). Hierna kunnen voorstellen worden gedaan om de gelden vrij te vragen. De middelen zullen voor het grootste deel worden ingezet voor personele capaciteit conform voorwaarden voor de uitkering. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? N.v.t. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? N.v.t 84 Welk bedrag komen we per saldo tekort (indien sprake is van een financiële tegenvaller)? De middelen die we van het rijk krijgen als gevolg van de tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden (in 2023 € 850.761) zullen worden besteed conform de voorschriften.