Perspectiefnota 2021-2025.pdf
Tekst van het document
De resultaten van dit onderzoek dienen als inbreng voor de komende kabinetsformatie. Op basis van een richtlijn van het ministerie van BZK en de toezichthouders is het toegestaan om een stelpost in de begroting op te nemen vanuit de gedachte dat het kabinet uiteindelijk zal besluiten om het extra jeugdbudget structureel beschikbaar te stellen aan gemeenten. Wij hebben gebruik gemaakt van die mogelijkheid en hebben vanaf 2023 een stelpost aan de inkomstenkant opgenomen in de begroting voor een bedrag van jaarlijks € 735.000. Wij gaan er nog steeds vanuit dat het nieuwe kabinet deze middelen alsnog structureel beschikbaar zal stellen. Dividenduitkeringen nutsbedrijven: We zien over de hele linie nog steeds dat de dividenduitkeringen van nutsbedrijven onder druk staan. 61 Nieuwe CAO gemeentepersoneel / stijging sociale premies: In voorliggende PPN houden we voor 202 2 rekening met een stijging van de lonen, inclusief sociale lasten van 1,2%. Of dit voldoende is om de feitelijke stijging te kunnen bekostigen , is onzeker. De huidige CAO Gemeenten loopt van 1 januari 2019 tot 1 januari 2021. Informatieveiligheid: Inwoners en ondernemers verwachten een betrouwbare overheid die zorgvuldig met informatie omgaat. Het gaat daarbij om beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van informatie. Wij bezitten een grote hoeveelheid ongestructureerde data.
Met de komst van de AVG en de hogere eisen op het gebied van informatiebeveiliging is dit niet gewenst. In 2022 wordt een project gestart om op slimme wijze structuur aan te brengen in deze data. Op basis hiervan wordt data conform wet - en regelgeving bewaard of vernietigd (hiervoor is een claim ingediend). 62 3.7. Programmatisch werken 3.7.1. Programma Duurzaam en Be-Leefbaar Toerisme (DBT) De voortgang op de in de begroting opgenomen speerpunten is als volgt: Speerpunt 1 Uitvoering geven aan Regiodeal Regio Zwolle Prognose Relatie met de bestuursprogramma’s Bestuursprogramma De inwoner op 1 De projecten uit de Regiodeal Regio Zwolle moeten onder andere gaan leiden tot meer balans tussen toerisme en leefbaarheid door toeristen te verleiden de gehele regio te bezoeken. Wanneer we daar in slagen kan dit Giethoorn, waar het op bepaalde momenten en plekken te druk is, ontlasten. Voor veel inwoners in Giethoorn wordt het woonklimaat hierdoor verbeterd. Aan de andere kant is er op veel locaties in onze gemeente ruimte voor meer toerisme. Op deze locaties kan de leefbaarheid toenemen door meer toerisme (bijvoorbeeld door meer voorzieningen). Bestuursprogramma Werk aan de Winkel: Wanneer we met verbetering van de mobiliteitsmogelijkheden en het realiseren van meer toeristische bestemmingen de toerist langer vast kunnen houden zullen de bestedingen ook toenemen.
Dit is goed voor onze lokale economie. Bestuursprogramma Samen Redzaam: Bij het versterken van de vervoersmogelijkheden wordt ook gedacht aan vervoermiddelen die een gezonde leefstijl bevorderen, zoals de verhuur van fietsen. Bestuursprogramma Mijn Steenwijkerland: De projecten uit de Regiodeal dragen b ij aan de kwaliteit van het woonklimaat en bereikbaarheid. Mobiliteitsvoorzieningen ten behoeve van onze gasten kunnen ook door onze eigen inwoners gebruikt worden. Bestuursprogramma Duurzaam: Steenwijkerland wil komen tot een duurzame ontwikkeling van de woon-, leef- en werkomgeving. Bij de projecten op basis van de Regiodeal wordt zoveel mogelijk een verbinding gemaakt met Duurzaamheid, bijvoorbeeld door het versterken van het duurzaam vervoer. Toelichting Eind 2020 is bekend geworden dat het Rijk, als onderdeel van de Regio Deal Regio Zwolle, bereid is een bijdrage te doen aan projecten uit onze gemeente voor een bedrag van in totaal € 3,75 miljoen. Een bedrag van € 1,75 miljoen is beschikbaar voor Smart Hospitality en Smart Mobility met station Steenwi jk als centrale regionale vervoershub terwijl een bedrag van € 2 miljoen beschikbaar is gesteld voor de realisatie van het European Wetland Center te Ossenzijl.
Ten aanzien van Smart Hospitality en Smart Mobility worden ontvangst – en spreidingslocaties in beeld gebracht en inmiddels is gesproken met diverse ondernemers en overige lokale partijen, verspreid over de gemeente, over hun deelname in het vervoersnetwerk. Tevens heeft overleg plaatsgevonden met 63 energiecoöperaties voor zover het deelauto’s betref t. In het najaar 2020 is gestart met de voorbereiding van een digitaal gebiedsplatform dat de basis moet vormen voor smart hospitality. Met diverse buurgemeenten zijn afspraken gemaakt over samenwerking. De gebiedspartners binnen de Stichting Weerribben-Wieden, met Staatsbosbeheer voorop, hebben plannen ontwikkeld voor een nieuw, spraakmakend bezoekersconcept als onderdeel van een groter concept waar mogelijk ook een hotel en vergaderaccommodatie deel van uitmaken. Het European Wetland Center zal een belan grijke rol spelen in het visitormanagement van de regio en versterkt de identiteit en herkenbaarheid van het gebied. In combinatie met smart hospitality, draagt het bij aan een evenwichtige regionale ontwikkeling met balans tussen economie, ecologie en leefbaarheid. Met name Staatsbosbeheer is aan zet om in combinatie met partners het traject door te ontwikkelen.
De eerste stap is dat de in initiatiefnemers Staatsbosbeheer en de Kluft komen tot een aantrekkelijke businesscase, die past binnen planologische en ecologische kaders en die op een breed draagvlak bij bewoners, gemeente en provincie kan rekenen. Deze moet in het tweede kwartaal van 2021 gereed zijn. Daarna volgen de planologische procedures en ambitie is dat in de tweede helft van 2022 met de realisatie begonnen kan worden. Speerpunt 2 Samen met de partners uitvoering geven aan de toeristisch - recreatieve visie ‘Perspectief Bestemming Weerribben -Wieden 2025’ Prognose Relatie met de bestuursprogramma’s Bestuursprogramma De inwoner op 1 De inwoner staat in onze gemeente op 1. Het geluk van onze inwoners staat voorop. Naast de meest belangrijke zaken als gezondheid is het, nu en in de naaste toekomst, plezierig wonen, werken en recreëren bepalend voor de mate van geluk. De visie ‘Perspectief Bestemming Weerribben-Wieden 2025’ is opgesteld samen met onze partners in de Stichting Weerribben -Wieden opgesteld. De uitvoering van de visie wordt samen met onze partners, waaronder inwoners, opgepakt Bestuursprogramma Werk aan de Winkel: De toeri stisch-recreatieve sector is belangrijk voor de lokale economie van Steenwijkerland. Circa 14% van de werkgelegenheid is gelieerd aan deze sector.
Door het realiseren van projecten op basis van de toeristisch-recreatieve visie kan de werkgelegenheid in de sector nog verder toenemen. Bestuursprogramma Samen Redzaam: De recreatiemogelijkheden welke we in het kader van genoemde visie realiseren ten behoeve van onze gasten kunnen ook door onze eigen inwoners benut worden en daarmee een bijdrage leveren aan de gezondheid. Bestuursprogramma Mijn Steenwijkerland: De projecten uit de visie dragen bij aan de kwaliteit van het woonklimaat en bereikbaarheid. Het spreiden van toeristen vraagt om een goed vervoersnetwerk. Dit combineren we met het 64 versterken van de vervoersmogelijkheden voor onze eigen inwoners. Bestuursprogramma Duurzaam: Steenwijkerland wil komen tot een duurzame ontwikkeling van de woon-, leef- en werkomgeving. Met duurzaam toerisme, met als onderdeel het elektrisch varen, werken we hier al jaren aan met de toeristische sector. De investeringen in Smart mobility geven kansen de relatie tussen deze bestuursprogramma’s verder te versterken. Toelichting De uitvoering op basis van deze speerpunten is een opdracht voor alle gebiedspartijen, waaronder de gemeente. Een aantal projecten pakt de gemeente op binnen het programma DBT. Veel wordt opgepakt samen met onze partners in de Stichting Weerribben-Wieden. De uitvoering is op koers.
Speerpunt 3 Samen met de partners uitvoering geven aan de ‘Toekomstvisie Giethoorn’ Prognose Relatie met de bestuursprogramma’s Bestuursprogramma De inwoner op 1 De ‘Toekomstvisie Giethoorn’ is mede opgesteld door ’t Gieters Belang. Ook de uitvoering wordt in nauw overleg met de inwoners (en ondernemers) opgepakt. Bestuursprogramma Werk aan de Winkel: Giethoorn is een toeristisch dorp en zal dat ook blijven. Zo’ n 36% van de werkgelegenheid hangt direct samen met toerisme. We vinden het van belang dat toerisme en leefbaarheid in Giethoorn in balans blijft. Op langere termijn is dit ook in het belang van het toerisme. Bestuursprogramma Mijn Steenwijkerland: Onderdeel van de uitvoering van de toekomstvisie Giethoorn is onder andere het verbeteren van zaken in de openbare ruimte. Dit maakt onderdeel uit van dit bestuursprogramma. Bestuursprogramma Duurzaam: Bij veel projecten op basis van de toekomstvisie speelt duurzaamheid een rol, bijvoorbeeld bij het varen in Giethoorn. 65 Toelichting De reconstructie van de paden in Giethoorn is in volle gang. Met lokale aannemers leveren we behendig maatwerk om het dorp zonder wegen op te knappen, met het toeristenseizoen als pauze gaan we door tot de paden volledig opgeknapt zijn. De loswal is een onmisbare voorziening voor het dorp met de vele bruggen, we streven dan ook naar behoud op de huidige locatie.
We onderzoeken hoe we ondernemers kunnen helpen met het elektrisch transpo rt van goederen. De molen naast de loswal wordt voorzien van draaiende wieken. De Kerkweg gaan we autoluw maken. Bezoekersverkeer en inwonersverkeer wordt gescheiden, de inwoners behouden de huidige ontsluiting en voor bezoekers wordt een nieuwe weg aangel egd vanaf de Nering. Door deze nieuwe weg te koppelen aan “het pad van Rodermond” ontstaat een fiets - wandelpad welke mogelijk ook een fietspad naar de nieuwe school kan worden. Mede dit gaan we in overleg met betrokkenen in een nadere invulling van de Gieterse Polder onderzoeken. Voor het parkeren bij de stegen kijken we per steeg naar de oorzaak van de parkeerproblemen. Per steeg wordt naar maatwerkoplossingen gekeken. Tot slot. De duurzame ambachten zijn de dragers van ons landschap. We stimuleren meer h outenpunters op het water, Weerribben - Wieden riet op de daken en streekeigen vis op het bord. Om mensen de noeste arbeid van het ontstaan van ons landschap te laten ervaren, omarmen we het initiatief voor een Experience Center in Giethoorn. Het is van be lang dat de uitvoering van de projecten vanuit de Toekomstvisie worden voortgezet zodat de balans tussen toerisme en leefbaarheid gehouden blijft of wordt hersteld. Beleidsmatige en mogelijk financiële gevolgen van de coronacrisis: De c oronacrisis heeft grote impact op de toeristische sector.
Hoe groot zal later blijken. Op dit moment heeft dit nog geen invloed op de projecten van het programma DBT. De projecten die we realiseren pakken we over het algemeen samen op met ondernemers. Aangezien die on dernemers financieel nu hard geraakt worden kan dit effect hebben op de investeringen van derden. Nu de sector het moeilijk heeft bekijken we hoe we de sector kunnen ondersteunen. Het geheel of gedeeltelijk wegvallen van het inkomen in bepaalde deelsector en is heel zorgelijk maar een eerste verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid. Tijdens de crisis steunen we de sector zoveel mogelijk, samen met onze partners, door het ondersteunen van initiatieven die nodig zijn om te kunnen blijven ondernemen in de 1,5 meter samenleving. Niet alleen door het tegen sterk gereduceerd tarief beschikbaar stellen van materialen en inrichten van routes maar ook bijvoorbeeld door het toestaan van grotere terrassen. Na de crisis is het van belang dat we snel weer opstarten en ervoor zorgen dat toeristen ons weer weten te vinden. Er zijn inmiddels STER-spotjes opgenomen die, wanneer het einde van de crisis in zicht is, zullen worden getoond op de nationale televisie. We doen ook mee aan de landelijke campagne Nederland Waterland. Dit alles om te zorgen dat de toeristische sector zo sterk mogelijk uit de crisis komt.
De kansen en uitdagingen in relatie tot het programma ‘Duurzaam en Be-Leefbaar Toerisme’ zijn als volgt: 66 Vooral Nederlandse gasten toeristen en recreanten hebben ons gebied in de zomer van 2020 goed weten te vinden. Wanneer onze gasten eenmaal kennis hebben gemaakt met de schoonheid van ons gebied komen ze vaak weer terug. Over het algemeen passen deze gasten bij de doelgroepen waarop wij ons primair willen richten , zoals beschreven in de visie ‘Perspectief Bestemming Weerribben - Wieden 2025’. Het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland (IBP VP) heeft de ambitie het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen als één overheid te laten werken voor een ‘eco nomisch vitaal, leefbaar en ecologisch duurzaam platteland’. In het landelijk gebied komen veel grote opgaven samen die vragen om forse en structurele veranderingen. In de Gebiedsgerichte Aanpak Noordwest Overijssel pakken we dit via een samenhangende, regiospecifieke benadering op. Het is een uitdaging maar vooral een kans hier samen met onze partners in de Stichting Weerribben-Wieden projecten te ontwikkelen voor meervoudig ruimtegebruik met nieuwe spelers/partners en nieuw geld. Een deel van de onderne mers heeft liquiditeitsproblemen terwijl we de projecten in het kader van Duurzaam (Be)leefbaar Toerisme veelal samen met hen op willen pakken. 3.7.3.
Programma Omgevingswet De voortgang op de in de begroting opgenomen speerpunten is als volgt: Speerpunt 1 Omgevingsplan Prognose Relatie met de bestuursprogramma’s Bestuursprogramma Inwoner op 1: Met het opstellen van het omgevingsplan dragen we bij aan het scheppen van duidelijkheid voor inwoners en een sneller proces voor het opzetten van initiatieven. Toelichting Met de komst van de nieuwe programmamanager is het werk aan het omgevings plan weer opgepakt. Eerste prioriteit was het vinden van een vervanger voor de in maart 2020 vertrokken jurist Omgevingsplan. In 2020 is met tijdelijke inhu ur aan de slag gegaan met het verder inventariseren van het gedane werk. Dit heeft geleid tot een gespreksronde in de organisatie om ervoor te zorgen dat alle stukken (bijvoorbeeld verordeningen) die in het kader van het Omgevingsplan een update moeten krijgen in beeld zijn en dat duidelijk is wie het stuk gaat herijken. Deze inventarisatie is november 2020 afgerond, waarna een start is gemaakt met het opzetten van een projectgroep. Met de komst van een nieuwe jurist omgevings plan, is de projectgroep in 202 1 van start gegaan met het opzetten van een tijdelijk omgevingsplan. De door corona en de onvolledige bezetting opgelopen vertraging kan in de komende tijd ingehaald worden en er zijn mogelijkheden om op te schalen wanneer dit nodig is.
Daarmee ligt er ein d 2021 een tijdelijk omgevingsplan waarmee de gemeente vanaf 2022 kan werken. Speerpunt 2 Dienstverlening Prognose Relatie met de bestuursprogramma’s Inwoner op 1 & Werk aan de winkel Vanuit beide programma’s is het van belang dat de initiatiefnemer zich welkom voelt, dat er integraal naar zijn/haar aanvraag gekeken wordt en gehandeld wordt vanuit de ja, mits - houding. Allemaal zaken die passen bij (de geest van) de Omgevingswet. Specifiek is er relatie met Werk aan de Winkel als 67 het gaat om de ambities met betrekking tot het MKB binnen onze gemeente. Snellere dienstverlening, meer op maat voor de initiatieven die ontplooid worden, daar heeft het MKB baat bij. Toelichting Vanaf juni 2020 is er een start gemaakt met het geven van trainingen op basis van de door de projectgroep opgestelde ontwerpformule voor dienstverlening op initiatieven. Deze dienstverlening komt er anders uit te zien door de invoering van de omgevingswet. De trainingen zijn gegeven aan alle medewerkers die een rol vervullen in het proces van dienstverlening op initiatieven. Vanwege corona zijn de trainingen niet fysiek op locatie gegeven maar digitaal via zoom. In 2021 willen we een tweede trainingsronde opzetten, het li efst fysiek op locatie. Dit omdat dan de interactie tijdens en de reflectie na afloop dan beter tot hun recht komen.
Op basis van deze trainingen zullen naast een optionele brede training ook op maat trajecten (indien daar behoefte aan is) worden aangeboden. Actie Aanschaf en training software Prognose Relatie met de bestuursprogramma’s De aanschaf van de software is een landelijk vereiste en heeft geen relatie met de bestuursprogramma’s. Toelichting De gemeente heeft een aanbestedingsprocedure gevolgd voor het verwerven van software voor omgevingsdocumenten en toepasbare regels, inclusief aansluiting op het DSO 11. Voor de software voor het vergunningenproces wordt aangesloten bij de software die wordt gebruikt in de regio IJsselland. De medewerkers die met de software gaan werken zijn getraind of worden op korte termijn getraind. Beleidsmatige en mogelijk financiële gevolgen van de coronacrisis: De coronacrisis heeft geen gevolgen gehad die financieel zullen doorwerken, echter, beleidsmatig is corona wel van invloed geweest op de voortgang van het programma. Corona heeft geleid tot een grotere afstand tussen collega’s en gezien de omstandigheden een logische focus op de concrete taken die moeten worden uitgevoerd. Deze ontwikkeling heeft het pro gramma, gezien het multidisciplinaire karakter, parten gespeeld.
De kansen en uitdagingen in relatie tot het programma ‘Omgevingswet’ zijn als volgt: Het is het afgelopen jaar moeilijk gebleken om de personele bezetting binnen het programmateam op orde te krijgen. Vanaf april 2021 is het team weer op volle sterkte. Met name op het spoor van het omgevingsplan is er (zoals hierboven al geschetst) een inha alslag nodig. Het programma zoekt volop de samenwerking met teams binnen het gemeentehuis waarvoor de invoering van de Omgevingswet gevolgen heeft en merkt dat personele schaarste in andere teams ook van invloed is op de voortgang die het programma kan boeken. Vooral met betrekking tot het omgevingsplan kunnen we leren van het proces bij andere gemeenten en ons voordeel doen met de omgevingsplannen die de komende maanden beschikbaar komen. Mogelijk uitstel van de wet (waar in april uitspraak over zal worden gedaan) is zowel een kans als een uitdaging. Het is een kans omdat het ruimte biedt om op sporen waar de planning krap is ruimte te krijgen. 11 Digitaal Stelsel Omgevingswet. 68 Hoe boeken we in multidisciplinair verband, ondanks de personele schaarste, voldoende voortgang op de sporen van het Programma Omgevingswet. Mogelijk uitstel van de wet (waar in april uitspraak over zal worden gedaan) is zowel een kans als een uitdaging.
Het is een uitdaging omdat het voor de sporen waar we op schema lopen een jaar extra betekent om de scherpte op de processen te behouden. 3.7.3. Programma Duurzaam In de begroting is aangegeven dat het (ambtelijk) integraal programma Duurzaam qua doelen en beoogde resultaten een -op-een aansluit bij het bestuursprogramma Duurzaam. De voortgang van het integraal programma is daarom onder paragraaf 3.2. toegelicht. 69 4. Financieel beeld 4.1. Programmabegroting 2021-2024: Oordeel provincie Uw raad is onlangs door de provincie Overijssel geïnformeerd over het oordeel van de provincie in het kader van het Interbestuurlijk Toezicht (IBT). Het totaalbeeld IBT is opgebouwd uit zes domeinen: Financiën, Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), Wro (Wet ruimtelijke ordening), Informatie- & archiefbeheer, Huisvesting statushouders en Monumenten. Voor Financiën gaat het om provinciaal toezicht op de begroting, en voor de andere domeinen om p rovinciaal toezicht op de uitvoering van gemeentelijke medebewindstaken. Het oordeel over de programmabegroting 2021-2024 is als volgt: Op het domein Financiën is de IBT-kleuring met ingang van het jaar 2021 oranje. De jaren daarvoor was de gemeente groen gekleurd op dit domein. Steenwijkerland is een gemeente met een gezonde financiële positie maar heeft ook veel last van de extra lasten sociaal domein.
Het structurele beeld van de begroting is voor alle jaren sluitend. De gemeente heeft via meerdere bes tuurlijke herprioriteringen forse ombuigingen verwerkt in haar begroting, die voor een groot deel nog gerealiseerd moeten worden. Hier zijn risico's aan verbonden. De totstandkoming en onderbouwing van deze ombuigingen geven ons vertrouwen dat Steenwijkerland hierin zal slagen. Daarnaast constateren wij dat: de gemeente, om het financiële evenwicht te behouden, de opbrengst van de onroerendezaakbelastingen heeft verhoogd met 9,9% in 2021; de gemeente in het vastgestelde begrotingsbeeld rekening heeft gehouden met de mogelijke effecten van Covid-19 (toename uitkeringen WWB); het sociaal domein (opnieuw) aandacht vraagt vanwege oplopende kosten. De gemeente heeft inmiddels concrete maatregelen vastgesteld om die kosten neerwaarts bij te stellen; de herijking van het gemeentefonds (naar verwachting vanaf 2023) een rol gaat spelen. In de begroting zien wij dat de mogelijke structurele effecten daarvan in de exploitatie zijn opgenomen door middel van een stelpost van € 0,7 miljoen in 2022. Deze stelpost loopt op naar € 1,0 miljoen in 2024; de gemeente op onderdelen minder behoudend is gaan ramen.
Dit is vooral te zien bij de algemene uitkering gemeentefonds en het niet uitkeren van loon- prijscompensatie; de gemeente gebruik maakt van de mogelijkheid om voor de jaren 2023 en 2024 een stelpost "Uitkomst onderzoek jeugdzorg" op te nemen 12. De stelpost is opgenomen in het structurele beeld van de gemeente. Het opnemen van de stelpost brengt een risico met zich mee omdat de extra middelen niet structureel zijn opgenomen in het gemeentefonds. Wij herkennen ons in het beeld dat door de provincie is geschetst. Bovenstaande opsomming van bevindingen geeft goed weer in wat voor onzekere financiële situatie we ons bevinden. Naast het doorvoeren van een omvangrijk pakket aan bezuinigingen hebben we de lokale lasten in 2021 extra moeten verhogen om te komen tot een meerjarig sluitende begroting. Daarnaast zijn we op onderdelen inderdaad minder behoedzaam gaan ramen. Dat brengt risico’s met zich mee. 12 Een stelpost aan de inkomstenkant van € 824.000 vanaf 2022 (structureel). 70 4.2. Stand van zaken bezuinigingen In de Programmabegroting 2021 -2025 is een fors bezuinigingspakket opgenome n. In de interne uitvraag voor voorliggende PPN hebben we gevraagd naar de stand van zaken.
Hebben we voldoende vertrouwen dat we die besparingen gaan halen en waarop is dat vertrouwen gebaseerd? Liggen we op koers? Hieronder treft u de uitkomsten aan: Bestuursprogramma Stand van zaken bezuinigingen Programmabegroting 2021-2024 De inwoner op 1 Bezuinigingen liggen op koers. Bijzonderheden: Het budget voor representatie is structureel verlaagd. In de legesverordening van afgelopen december zijn de leges voor rijbewijzen, reisdocumenten, huwelijken en omgevingsvergunningen verhoogd naar de voorgestelde bedragen dan wel percentages. Het bedrag dat structureel gereserveerd werd voor mogelijk geclaimde planschade is uit de budgetten gehaald. Op dit moment is nog niet in te schatten of er daadwerkelijk planschade uitgekeerd gaat worden. Duurzaam Bezuinigingen liggen op koers. Geen bijzonderheden. Werk aan de winkel De bezuiniging op de Stichting Weerribben-Wieden is doorgevoerd. Daarnaast is invulling gegeven aan de opdracht om de toerist meer bij te laten dragen door het instellen van een vermakelijkhedenretributie voor de verhuurboten in Giethoorn. Samenredzaam Bezuinigingen liggen grotendeels op koers.
Voor twee in de programmabegroting opgenomen bezuinigingen geldt dat daar specifieke aandacht voor nodig is het betreft de bezuiniging op de openbare bibliotheek en de aanvullende bezuiniging op Scala: Er zijn gesprekken gaande met de bibliotheekdirectie om op de nieuwe locatie tevens een efficiëntere werkwijze door te voeren met een taakstelling op de exploitatiesubsidie. De voorgenomen bezuiniging van € 80.000 staat nu gepland voor 2023. Het is nog nie t zeker dat die gehaald wordt. De uitwerking van het transitieplan duurt langer als gedacht vanwege Covid-19 en vanwege ontwikkelingen op gebied van herhuisvesting hoofdlocatie. De bibliotheek heeft een nieuw meerjarenplan opgesteld, daarin o.a. opgenomen dat een aantal locaties zullen worden afgestoten. Met kernen en stakeholders moet vervolgens gezocht worden naar alternatieve invulling, bijvoorbeeld ‘de bibliotheek op school’. Een aantal vaste eigen inkomsten zijn vanwege Covid-19 of andere oorzaken komen te vervallen en kunnen in huidige situatie niet worden opgevangen. De (beperkte) indexatie van de laatste paar jaar heeft eveneens voor een gat gezorgd in de begroting. Bij gelijkblijvende omstandigheden is er in 2025 een negatief eigen vermogen. De gevolgen: Uitgangspunt gemeente Steenwijkerland bij reductie van de subsidie van Scala is dat het bibliotheekwerk zodanig transformeert dat het aansluit bij de doelgroepen.
Talentontwikkeling stimuleren en educatie aan de basis is daarbij het uitgangspunt. De provincie Overijssel lijkt bereid om mee te doen met dit transitieproces en overweegt om de bibliotheek te zien als provinciaal pilotproject waarbij per 1 -1-2023 een aanzienlijk bijdrage vrij wordt gespeeld voor 71 doorontwikkeling van de bibliotheek. Voo rwaarde is dat de gemeente Steenwijkerland dit bedrag gaat matchen. Voorgestelde maatregel: Komend jaar wordt tezamen met de bibliotheek het transitieproject nader uitgewerkt. Er wordt structureel overlegd om zodoende tijdig te kunnen anticiperen op afwij kingen van eerdere besluiten. Mogelijk zijn er in het kader van het combineren van bibliotheekwerk met andere diensten (in het kader van leven -lang-leren) zowel winst op gebed van inhoudelijk programma als op gebied van huisvesting te maken dat uiteindelijk leidt tot een financieel voordeel. Besparingsopdracht van € 100.000 wordt niet gehaald. Scala heeft meer tijd nodig om de besparingsopdracht van € 100.000 te kunnen realiseren. Realisatie van de besparing is niet mogelijk per 1-1-2022 maar per 1-1-2025. Scala realiseert per 1-1-2021 een korting van € 70.000 per jaar. Dit betekent dat in de begroting vanaf 1 -1-2022 tot 31 -12-2024 jaarlijks een extra subsidiebijdrage van € 30.000 moet worden opgenomen voor Scala. Hiervoor is een claim ingediend (zie bestedingsplan in bijlage 7.2).
Mijn Steenwijkerland We zien de komende jaren (met name vanaf 2023) een oploop in het aantal grafrechten wat voor verlenging in aanmerking komt. We gaan ervan uit dat dit ook de komende jaren zal leiden tot een stijging van het aantal verlengingen. Dit zal ertoe leiden dat de inkomsten voor de lijkbezorging waarschijnlijk hoger zullen uitvallen. De verwachting is dat dit vanaf 2023 zichtbaar wordt. Het aantal verlengingsvragen in de tussenliggende jaren, 2021 en 2022, is echter minder groot dan vanaf 2023. De meerjarenbegroting gaat uit van een consistente stijging van € 50.000 vanaf 2021. Een oplopende financiële verwachting is echter meer reëel. Programma Financiën & Overhead Bezuinigingen liggen op koers. Geen bijzonderheden. Ons eerste beeld is dat de voorgenomen en door uw raad geaccordeerde bezuinigingen op koers liggen. Dat betekent dat budgetten zijn aangepast, tarieven zijn verhoogd etc. 4.3. Actuele begrotingspositie Uitgangspunten Vanwege de vele onzekerheden welke rijksmiddelen gemeenten gaan krijgen, is het extra lastig de begroting voor 2022 voor te bereiden. Waar rekening mee te houden met de jeugdzorg bijvoorbeeld? Komt er extra geld van het nieuwe kabinet of niet? Om toch een soort van spoorboekje te hebben ter voorbereiding van de begroting 2022, stelden controllers van de 100.000+ gemeenten een set ‘veilige’ uitgangspunten op.
Door die te volgen, kunnen gemeenten tot onderbouwde ramingen komen van de rijksmiddelen voor de begroting van volgend jaar. Dat voorkomt, als het goed is, dat straks ‘al te ingrijpende’ bezuinigingen voor de korte termijn nodig zijn en er onverantwoorde risico’s ontstaan op de lange termijn. Het algemene uitgangspunt is dat gemeenten zich niet (te) rijk moeten rekenen, dat wil zeggen: niet gelijktijdig rekening houden met én verder bevriezen of afschaffen van de van rijkswege opgelegde opschalingskorting én voor extra compensatie voor de jeugdzorg. Ook luidt de waarschuwing niet al te zeer uit te gaan van een positiev e uitkomst van de voorgenomen herverdeling van het gemeentefonds. Behoedzaamheid voor alles dus. 72 Hoewel de provincie bij het oordeel over de Programmabegroting 2021 -2024 van de gemeente Steenwijkerland duidelijk te kennen heeft gegeven dat we minder behoedzaam zijn gaan ramen, zijn wij van mening dat we met voorliggende PPN geen onverantwoorde risico’s nemen en een solide financieel beleid voeren . Zo hebben we alleen de i ncidentele gelden voor de Jeug dzorg structureel in onze begroting verwerkt via een stelpost, omdat we er van uitgaan dat die rijksmiddelen er in ieder geval zullen komen. Echter, we houden op voorhand geen rekening met aanvullende compensatie door een nieu w kabinet.
Dat houdt in dat we niet voorsorteren op extra geld voor de Jeugdzorg (bovenop het bedrag van € 824.000 op de genoemde stelpost), een eventuele afschaffing van de zogenaamde opschalingskorting en positieve herverdeeleffecten van de voorgenomen herverdeling van het gemeentefonds. Actueel financieel beeld Zoals uit tabel 1 kan worden opgemaakt is er sprake van een negatief saldo voor het lopend begrotingsjaar 2021 van bijna € 1 miljoen. De jaren 2022 t/m 2025 zijn financieel sluitend voor alle jaarschijven. Bij de opstellin g van de Progr ammabegroting 2022-2025 wordt op basis van het dan geldende budgettaire beeld (onder meer de verwerking van de meicirculaire) duidelijk of maatregelen noodzakelijk zijn om te komen tot een meerjarig sluitende begroting. Tabel 1: Financieel beeld, bedragen x € 1.000 + = voordeel Bij de berekening van het meerjarig saldo van voorliggende tabel is onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele inkomsten en uitgaven ( I/S). In principe vallen onder ' incidenteel’ de uitgaven en inkomsten met een eenmalig karakter en een looptijd van maximaal drie jaar. De incidentele uitgaven worden gedekt door een onttrekking aan de Al gemene R eserve vrij besteedbaar, met uitzondering van nieuwe incidentele uitgaven in het lopend jaar (20 21).
Voor de jaren 2022 tot en met 2025 wordt een beroep gedaan op de Algemene reserve vrij besteedbaar tot een bedrag van € 2,4 miljoen. Bovenstaande tabel met de actuele begrotingspositie start met de meerjarige begrotingssaldi van de Programmabegroting 2021-2024 (tabel ‘Meerjarenbeeld’ op p. 11 ). De verschillende posten zijn hieronder nader toegelicht: Meerjarenbeeld 2021 2022 2023 2024 2025 Saldo Programmabegroting 2021-2024 15 308 792 1.112 1.112 Diverse informatienota's 221 39 123 364 364 Raadbesluiten tot en met de vergadering van 25 mei 2021 - 35 - 91 - 134 - 134 - 134 Autonome ontwikkelingen - 335 729 877 1.041 658 Financiële mutaties (saldo van mee- en tegenvallers) - 835 - 535 - 482 - 414 - 405 Bestedingsplan 2022-2025 - - 1.749 - 1.171 - 673 - 501 Subtotaal - 984 - 1.606 - 788 185 - 18 Waarvan structureel - 375 - 246 - 30 375 70 Waarvan incidenteel - 609 - 1.360 - 757 - 190 - 88 Saldo PPN 2021-2025 - 970 62 762 1.487 1.182 73 Diverse informatienota’s: Na het vaststellen van de Programmabegroting 2021 -2024 heeft u diverse informatienota’s ontvangen die in voorliggende PPN zijn verwerkt. De informatienota voor de septembercirculaire van het gemeentefonds heeft uw raad al voor de begrotingsbehandeling ontvangen, maar deze is zoals gebruikelijk niet verwerkt in de begroting.
Tabel 2: Diverse informatienota’s, bedragen x € 1.000 + = voordeel Raadsbesluiten tot en met de vergadering van 25 mei 2021 De financiële gevolgen van de besluiten tot en met de raadsvergadering van 25 mei 2021 z ijn verwerkt in deze nota: Tabel 3: Raadsbesluiten, bedragen x € 1.000 + = voordeel Autonome ontwikkelingen Met autonome ontwikkelingen bedoelen we ontwikkelingen die onontkoombaar zijn en waar we geen invloed op hebben. De autonome ontwikkelingen zijn in onderstaande tabel gespecificeerd, onderverdeel naar mee- en tegenvallers. Meerjarenbeeld I/S 2021 2022 2023 2024 2025 Diverse informatienota's: Informatienota 13/10/20: Septembercirculaire gemeentefonds 2020 S 205 39 123 364 364 Informatienota 26/01/21: Decembercirculaire gemeentefonds 2020 I 16 - - - - Informatienota 26/01/21: 3e coronacompensatiepakket gemeentefonds 2020 I 179 - - - - Stelpost voor de bijbehorende uitgaven I - 179 - - - - Informatienota 26/01/21: 3e coronacompensatiepakket gemeentefonds 2021 I 597 - - - - Stelpost voor de bijbehorende uitgaven I - 597 - - - - Informatienota 01/06/21: 4e coronacompensatiepakket gemeentefonds 2021 I 582 - - - - Stelpost voor de bijbehorende uitgaven I - 582 - - - - Totaal informatienota's 221 39 123 364 364 Waarvan structureel 205 39 123 364 364 Waarvan incidenteel 16 - - - - Meerjarenbeeld I/S 2021 2022 2023 2024 2025 Raadbesluiten tot en met de vergadering van 25
mei 2021: 15/12/20: Belastingvoorstellen/nadeel opbrengst OZB S - 9 - 9 - 9 - 9 - 9 15/12/20: Hogere kapitaallasten vanwege extra krediet fusieschool Giethoorn S - - 8 - 8 - 8 - 8 09/03/21: Vervangen brug De Wulpen S - 10 - 10 - 10 - 10 - 9 30/03/21: Hogere inschaling griffiemedewerker S - 2 - 2 - 2 - 2 - 2 30/03/21: Fietspaden De Woldberg I 213 - - - - Toevoeging aan de Algemene Reserve vrij besteedbaar I - 213 - - - - Bijbehorende kapitaallasten S - 9 - 9 - 9 - 9 - 9 21/04/21: Motie pilot ondergrondse afvalcontainers in de historische binnenstad van Steenwijk S - 6 - 5 - 5 - 5 - 5 25/05/21: Begroting Veiligheidsregio IJsselland, bijdrage Steenwijkerland S - - 47 - 91 - 91 - 91 Totaal raadsbesluiten - 35 - 91 - 134 - 134 - 134 Waarvan structureel - 35 - 91 - 134 - 134 - 134 Waarvan incidenteel - - - - - 74 Tabel 4: Autonome ontwikkelingen (meevallers), bedragen x € 1.000 + = voordeel Tabel 5: Autonome ontwikkelingen (tegenvallers), bedragen x € 1.000 + = voordeel Een aantal posten is hieronder toegelicht. Nieuwe raming herverdeeleffecten GF: vervallen stelpost aan de uitgavenkant: In de Programmabegroting 2021-2024 is rekening gehouden, door middel van een stelpost, met een negatief herverdeeleffect van € 700.000 in het jaar 2022, oplopend tot € 1.000.000 structureel in het jaar 2024.
In eerste instantie liet de berekening van het herverdeeleffect voor onze gemeente een fors nadeel zien (naar verwachting - € 33 per inwoner). Vandaar dat in de begroting rekening is gehouden met een stelpost om dit verwachte nadelige effect op te vangen. Inmiddels zijn er nieuwe berekeningen gemaakt door een onderzoeksbureau dat in opdracht van het Rijk het onderzoek uitvoert. Op basis het nieuwe onderzoek is gebleken dat Steenwijkerland is veranderd van een nadeelgemeente in een voordeelg emeente. Op dit moment kunnen geen harde conclusies worden getrokken, omdat een consultatie loopt en de besluitvorming door het Kabinet nog moet plaatsvinden (toegelicht in paragraaf 3.6) . Hoewel de financiële uitkomsten nog steeds onzeker zijn, vinden wij een stelpost aan de uitgavenkant niet langer noodzakelijk en komt deze daarmee te vervallen.
Meerjarenbeeld I/S 2021 2022 2023 2024 2025 Meevallers: Nieuwe raming herverdeeleffecten GF: vervallen stelpost aan de uitgavenkant S - 700 850 1.000 1.000 Prijscompensatie inkomsten (1,7%) S - 217 216 221 221 Areaaluitbreiding, extra inkomsten S - 27 27 27 27 AU Gemeentefonds: compensatie lonen en prijzen (stelpost) S - 930 930 930 930 AU Gemeentefonds: hoeveelheidsverschillen S - 335 97 73 75 49 AU Gemeentefonds: aanpassen jaarschijf 2025 S - - - - 7 Totaal meevallers - 335 1.971 2.096 2.252 2.233 Waarvan structureel - 335 1.971 2.096 2.252 2.233 Waarvan incidenteel - - - - - Meerjarenbeeld I/S 2021 2022 2023 2024 2025 Tegenvallers: Prijscompensatie uitgaven (1,7%) S - - 888 - 868 - 860 - 847 Areaaluitbreiding, extra uitgaven (openbare verlichting, plantsoenen en wegen) S - - 42 - 42 - 42 - 42 Indexatie lonen en sociale lasten 2022 (1,2%) S - - 312 - 310 - 310 - 310 AU Gemeentefonds: aanpassen jaarschijf 2025 S - - - - - 288 Bijbehorende verlaging van het Participatiebudget (Wsw en re-integratie) S - - - - 288 Aanpassen jaarschijf 2025 (rente langlopende leningen) S - - - - 83 Aanpassen jaarschijf 2025 (eenmalige kosten IHP; onttrekken aan de AR vrij besteedbaar) I - - - - - 88 Aanpassen jaarschijf 2025 (Investeringen IHP) S - - - - - 263 Aanpassen jaarschijf 2025 (investering hockeyveld) S - - - - - 10 Aanpassen jaarschijf 2025 (investering bermen) S - - - - - 38 Aanpassen
jaarschijf 2025 (investering openbare verlichting: masten en armaturen) S - - - - - 26 Aanpassen jaarschijf 2025 (investering levensduurverlengende maatregelen) S - - - - - 16 Aanpassen jaarschijf 2025 (investering routekaart energieneutraal maatschappelijk vastgoed 2050) S - - - - - 21 Totaal tegenvallers - - 1.242 - 1.219 - 1.211 - 1.575 Waarvan structureel - - 1.242 - 1.219 - 1.211 - 1.488 Waarvan incidenteel - - - - - 88 75 Prijscompensatie 1,7% uitgaven en inkomsten Een van de maa tregelen om te komen tot een mee rjarig sluitende Programmabegroting 2021 -2024 was het niet uitkeren van de prijscompensatie van 3,8% in 202113. Dit heeft geleid tot een besparing van bijna € 1 miljoen structureel. De prijscompensatie voor 2022 komt uit op 1,7%14. Dit is overeenkomstig de ‘Kadernota Financieel beleid gemeente Steenwijkerland 2018’ waarin op pagina 11 staat vermeld dat de berekening van de prijsontwikkeling wordt bepaald aan de hand van de gegevens van het Centraal Planbureau (CPB). Meer specifiek gaat het om de index ‘prijscompensatie voor intermediair verbruik ’. E ventuele bijstellingen over voorgaande jaren worden normaal gesproken meegenomen bij de berekening van het percentage voor prijsontwikkeling voor het komende begrotingsjaar.
Wij stellen voor met ingang van de Programmabegroting 2022-2025 geen nacalculatie meer toe te passen en de Kadernota op dit punt aan te passen (zie toelichting verderop onder paragraaf 5.4). Looncompensatie 1,2% en stijging sociale lasten De huidige Cao Gemeenten kent een looptijd tot 1 januari 20 21. Voor 20 21 is in de programma - begroting uitgegaan van een stijging van de lonen en sociale lasten van 2,8% op basis van de beschikbare informatie van het CPB (raming voorjaar 2020). In de begroting zijn daar in tegenstelling tot andere jaren geen extra mid delen voor beschikbaar gesteld als onderdeel van een aanvu llend bezuinigingspakket. Vanaf 2021 levert deze bezuiniging een besparing op van € 820.000 structureel. Dit bedrag kan wijzigen afhankelijk van de nieuwe CAO die nog moet worden afgesloten. Dat betekent dat een CAO -verhoging voorvloeiend uit de lopende on derhandelingen tussen de vakbonden en de VNG binnen het bestaand budget moet wo rden opgevangen. Concreet betek ent dat dat er taakstellend wordt bezuinigd op personele lasten, omdat wij lokaal CAO-afspraken dienen uit te voeren. Voor 2022 wordt op basis van de actuele ramingen van het CPB uitgegaan van een stijging van de lonen en sociale lasten van 1,2%15. Dit is conform de gebruikelijke systematiek die we jaarlijks hanteren.
Uiteraard vindt een bijstelling van het geraamde percentage voor de salariskosten en sociale lasten plaats, zodra hierover meer duidelijkheid bestaat. Aanpassen jaarschijf 2025 Het betreft een bijstelling van de jaarschijf 2025 ten opzichte van 2024. Algemene uitkering gemeentefonds (AU) Het Rijk informeert de gemeenten in circulaires over de gemeentefondsuitkeringen. De ontwikkeling hiervan wordt voor een belangrijk deel bepaald door de hoogte van de rijksuitgaven. Wijziging in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de algemene uitkering (‘samen de trap op, samen de trap af’). De financiële gevolgen van de septembercirculaire 20 20 van het gemeentefonds zijn verwerkt in voorliggende PPN , evenals de decembercirculaire 20 20 en diverse compensatiepakketten voor corona. 13 Voor het sociaal domein is een uitzondering gemaakt, omdat we rekening moeten houden met specifieke indexatiepercentages die veelal in regionaal verband zijn afgesproken. Zie beantwoording technische vragen t.b.v. vragenuur voor de Programmabegroting 2021-2024 (vraag 21). 14 Prijs intermediair verbruik (kerngegevenstabel 2019-2022, Centraal Economisch Plan, CPB, maart 2021). 15 Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers (kerngegevenstabel 201 9-2022, Centraal Economisch Plan, CPB, maart 2021).
76 Algemene uitkering gemeentefonds: Compensatie lonen en prijzen (stelpost) Op basis van de septembercirculaire 2020 wordt voor 2022 en volgende jaren een hogere algemene uitkering uit het gemeentefonds voor prijs - en loonontwikkelingen (inclusief sociale lasten) verwacht. Algemene uitkering gemeentefonds: Hoeveelheidsverschillen (volume) Het betreft hier een bijstelling van de algemene uitkering op basis van aantallen en hoeveelheden. Voorbeelden hiervan zijn het aantal inwoners en het aantal bijstandsontvangers. Algemene uitkering gemeentefonds: Aanpassing jaarschijf 2025 De jaarschijf 2025 is ten opzichte van 2024 aangepast. Financiële mutaties (saldo van mee- en tegenvallers) In bijlage zijn de structurele en incidentele budgetafwijkingen voor het begrotingsjaar 2021 vermeld en van een nadere toelichting voorzien. Bestedingsplan 2022-2025 Het bestedingsplan 2022-2025 is toegelicht in bijlage 7.2. 4.4. Financiële gevolgen van de coronacrisis De coronacrisis duurt voort. De financiële gevolgen voor de korte termijn hebben we redelijk goed in beeld. Het betreft dan voornamelijk eenmal ige uitgaven bijvoorbeeld om er voor te zorgen dat medewerkers van de gemeente veilig hun werkzaamheden kunnen blijven verrichten. Of het gaat om het ondersteunen van maatschappelijke org anisaties via bijvoorbeeld het Vitaliteitsfonds.
Aan de inkomstenkant zien we bijvoorbeeld onze opbrengsten uit de toeristenbelasting dalen. Gelukkig staan hier in de meeste gevallen ook extra inkomsten tegenover via de compensatiepakketten van het Rijk. Wat de meerjarige financiële gevolgen van de crisis zijn, valt niet te voorspellen. Mochten we worden geconfronteerd met nieuwe financiële tegenvallers, dan kunnen we de Algemene Reserve vaste buffer aanspreken. Dat kan uiteraard alleen als tegenvallers een eenmalig karakter hebben. In navolging van de Programmabegroting 2021-2024 zullen wij in de komende programmabegroting een afzonderlijke paragraaf wijden aan de financiële gevolgen van de coronacrisis en de financiële effecten zo goed mogelijk in beeld b rengen. De provinciaal toezichthouder heeft daar ook om gevraagd in haar recente begrotingsbrief die is verstuurd aan alle gemeenteraden in Overijssel 16. In de brief staat vermeld dat er twee voorkomende situaties zijn: 1. U houdt in de begroting en meerjarenraming geen rekening met de corona-crisis c.q. u raamt de financiële gevolgen van de corona-crisis budgettair neutraal; 2. U houdt in de begroting en meerjarenraming rekening met incidentele en/of structurele baten en lasten. Wij kiezen ervoor om de baten e n lasten zo goed mogelijk te ramen en uw raad hierover te informeren (optie 2).
16 Brief ‘Informatie voor uw begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025, provincie Overijssel, 20 april 2021, kenmerk 2021/0075377. 77 In paragraaf 2.4 van de door uw raad vastgestelde Programmabegroting 2021-2024 zijn de financiële gevolgen van de coronacrisis in beeld gebracht met een verwijzing naar de ve rschillende bestuursprogramma’s. In voorliggende PPN is dat op eenzelfde wijze gebeurd. Incidentele financiële effecten De incidentele financiële effecten zijn opgenomen als financiële mutatie onder het programma Financiën & Overhead (zie bijlage 7.1). Het betreft bijvoorbeeld het aantrekken van tijdelijk personeel om de ervaren werkdruk het hoofd te bieden, extra schoonmaakkosten, plexischermen etc. Aanvullend op wat er is beschreven in de verschillende bestuursprogramma’s: TOZO TOZO staat voor ‘ Tijdelijke o verbruggingsregeling zelfstandig ondernemers. Om uitvoering te geven aan deze regeling van het Rijk hebben we vorig jaar een noodloket voor ondernemers ingericht. Er zijn op dit moment 186 lopende Tozo uitkeringen en in 2021 zijn 4 kredieten aangevraagd, het totaal uitgegeven bedrag ligt iets hoger dan de helft van het voorschot. Het eerste voorschot voor Tozo 2021 is vooralsnog € 905.923. Ingaande het tweede kwartaal start Tozo 4 met dezelfde voorwaarden en dezelfde doelgroep als onder Tozo 3, in principe tot 1 juli 2021.
Echter ook de afgelopen periode is de duur van de regeling diverse malen verlengd , ondanks een genoemde einddatum. Afhankelijk van de landelijke maatregelen de komende maanden, zal er meer of minder beroep worden gedaan op de Tozo . Dit kan niet worden voorspeld. Indien de aantallen fors toenemen zullen we met het huidige voorschot onvoldoende middelen hebben. De verwachting is echter dat er aanvullende voorschotten volgen op basis van het voorgaande jaar. Op dit moment wordt de uitvoering van de Tozo met de huidige personele inzet uitgevoerd, bij forse toename, zal maximaal 1 fte extra moeten worden ingezet, afhankelijk van de mate van toename. TONK De tijdelijke noodmaatregel ‘ Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten ’ (TONK) wordt uitgevoerd binnen het juridische kader van de bijzondere bijstand, in verband hiermee maken gemeenten eigen keuzes in beleid en besteding van middelen, de regeling geldt van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021. Vanuit de minister is een beroep gedaan om de regeling ruimhartig toe te passen. De beleidsregels TONK zijn inmiddels vastgesteld. Er is een werkinst ructie en een berekeningssheet gemaakt en er kan digitaal worden aangevraagd en de eerste aanvragen zijn binnengekomen.
Er is op voorhand niet te voorspellen hoeveel inwoners een beroep zullen gaan doen op de betreffende regeling, aangezien dit alle huisho udens betreft die door corona een sterke terugval in inkomsten hebben en daardoor hun noodzakelijke (woon)kosten niet meer kunnen betalen. Dit betreft dan ook een risico qua budget indien er een enorm beroep zal worden gedaan op de betreffende regeling. Inmiddels is bekend gemaakt dat het kabinet het beschikbare budget verdubbelt voor de TONK -regeling. Er is nu landelijk € 260 miljoen beschikbaar voor het eerste halfjaar van 2021. De eerder afgesproken € 65 miljoen voor de eerste tranche blijft beschikbaar 78 volgens de afgesproken verdeelsleutel. In de tweede tranche wordt het resterende budget van € 195 miljoen over gemeenten verdeeld. Daarnaast is er een risico voor wat betreft personele inzet. Vooralsnog zal de regeling met bestaand personeel worden uitgevoerd. Het is echter noodzakelijk tijdelijk max. 1 extra fte in te zetten, indien er een grote toestroom zal zijn, zodat kan worden gewaarborgd dat de betreffende huishoudens tijdig kunnen worden geholpen. Structurele financiële effecten Wat de coronacrisi s financieel betekent voor de (middel)lang e termijn is nog steeds onzeker, met name voor wat de structurele gevolgen zijn voor de bijstandsaantallen.
Twee onderwerpen lichten we uit: de ontwikkeling van de bijstandsaantallen en de gevolgen voor de toeristi sche sector. In de begroting verwachtten we dat de bijstandsaantallen, en dus ook onze uitgaven fors zouden oplopen en dat het aantal te verstrekken uitkeringen in 2021 en 2022 verder zal toenemen. Financieel hebben we dat ‘opgevangen’ door een stelpost aan de inkomstenkant te introduceren voor de BUIG- gelden17. Dat houdt in dat we op voorhand rekening houden met extra inkomsten op het moment dat we meer uitkeringen moeten verstrekken. We lopen daarmee wel een financieel risico. Op dit moment is het aantal uitkeringen 697 (exclusief IOAW en IOAZ ). Dit aantal ligt flink onder het begrote aantal. Groei wordt nog steeds verwacht, echter die blijft tot op heden uit. In verband hiermee dient het uitkeringenaantal naar beneden te worden bijgesteld. Om het genoemde financieel risico te verkleinen stellen we voor om het voordeel op de aantallen te verrekenen met de opgenomen stelpost (zie financiële mutatie 4.1 in bijlage 7.1).
Ontwikkelingen/onzekerheden Naar verwachting zullen zich in 2021 wederom de volgende effecten zich kunnen voordoen: - Toegenomen uitgaven voor inkomensondersteuning; - Onzekerheden op het gebied van uitgaven voor onderwijs; - Lagere/wegvallende inkomsten (bijvoorbeeld voor havengelden, toeristenbelasting, forensenbelasting en dividenden); - Onderuitputting op investeringen; - Stagnatie van mogelijke uitgifte van gronden van de grondexploitaties; - Extra lasten voor noodzakelijke kindercrisisopvang, laptops en licenties voor thuiswerksystemen; - Nadelige effecten op de kengetallen van de gemeente, (solvabiliteit, netto schuldpositie en - grondexploitatie; - Rechtmatigheidsproblemen bij het blijven doorbetalen van jeugdzorg conform de oproep van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten. Samenvattend betekent dit dat de financiële consequenties voor de gemeente niet goed zijn in te schatten. Processen en sturing worden zo goed mogelijk ingericht om met alle onzekerheden om te gaan, waar mogelijk duidelijkheid te krijgen over de impact op de financiële situatie en een deugdelijke administratie te blijven voeren, waardoor de rechtmatigheid van uitgaven en inkomsten mogelijk blijft. Dit is evenwel niet bij voorbaat te garanderen. 17 Zie paragraaf 3.8 in de Programmabegroting 2021-2024. 79 4.5.
Ontwikkeling reservepositie Alle voorstellen in voorliggende PPN leiden samen tot een verslechtering van onze vermogenspositie met € 2,4 miljoen tot en met 2025, waarvan € 1,4 miljoen betrekking heeft op 2022 (zie tabel 1) . Zoals eerder is vermeld , komen de incidentele uitgaven die verband houden met de budgetafwijkingen 2021 zoals opgenomen in bijlage 7.1. niet ten laste van de Algemene Reserve vrij besteedbaar. Mutaties in het lopend jaar komen namelijk ten laste van het begrotingssaldo. De jaarrekening van de gemeente Steenwijkerland over het jaar 2020 geeft na bestemming een positief saldo van € 4,4 milj oen. In de jaarrekening wordt voorgesteld om dit bedrag toe te voegen aan de Algemene Reserve vrij besteedbaar. Tijdens de begrotingsbehandeling op 10 november 2020 heeft uw raad een motie aangenomen voor de verbouwing van dorpshuis ‘De Ontmoeting’ in Ee sveen. In de motie wordt het college verzocht: Het benodigde bedrag via de Algemene Reserve vrij te besteden beschikbaar te stellen bij een overschot op de jaarrekening 2020 dan wel op een ander moment in 2021. Het jaarrekeningresultaat over 2020 is dusdanig positief dat de motie kan worden uitgevoerd.
Alle genoemde mutaties leiden tot het volgende beeld voor de ontwikkeling van onze vermogenspositie: Tabel 6: Ontwikkeling reservepositie PPN 2021-2025 (incidentele uitgaven vanaf 2022) - € 2.394.811 Resultaat jaarrekening 2020 € 4.397.000 Uitvoering Motie ‘Perspectief voor de Ontmoeting 2.0 in Eesveen’ -€ 656.000 Totaal mutatie Algemene Reserve vrij besteedbaar € 1.346.189 + = verbetering 80 5. Kaders Programmabegroting 2022-2025 5.1. Inleiding In dit hoofdstuk zijn de kaders voor de samenstelling van de Programmabegroting 20 22-2025 opgenomen. De financiële vertaling van een deel van deze kaders is reeds meegenomen in voorliggende PPN. De kaders zijn gebaseerd op de door uw raad vastgestelde ‘Kadernota Financieel beleid gemeente Steenwijkerland 2018’. 5.2. Kaders Onderstaand treft u de kaders aan voor o.a. de prijs- en loonindexcijfers en de te hanteren rekenrente. De met een (*) aangegeven onderdelen zijn reeds verwerkt in de perspectiefnota. Tabel 7: Kaders voor de Programmabegroting 2022-2025 Omschrijving Kader Raadsbesluiten Tot en met de raadsvergadering van 25 mei 2021 Lonen (incl.
sociale lasten) (*) 1,2% Prijsinflatie inkomstenbudgetten (*) 1,7% Prijsinflatie uitgavenbudgetten (*) 1,7% Prijsinflatie grondexploitatie uitgavenbudgetten 2,0% Prijsinflatie grondexploitatie inkomstenbudgetten 1,5% Rente grondexploitaties 0,75% Rekenrente (omslagpercentage) 1,00% Marktrente (*) 0,3% Prijsinflatie verstrekte subsidies (*) 1,7% Prijsinflatie gemeentelijke belastingen en rechten (*) 1,7% Areaaluitbreiding wegen en wegmeubilair, openbare verlichting en openbaar groen 117 woningen Tarief 2022 voor het prestatiecontract € 91 Aantal woonruimten per 1-1-2021 (geraamde groei 2021) 20.236 (117) Aantal inwoners per 1-1-2021 (geraamde groei 2021) 44.318 (151) Algemene uitkering uit het Gemeentefonds (*) Septembercirculaire 2020 en Decembercirculaire 2020, incl. het 4e coronacompensatiepakket. NB de Meicirculaire 2021 verschijnt eind mei/begin juni 2021; wij zullen uw raad daarover via een afzonderlijke informatienota over informeren. 5.3. Loonkostenontwikkelingen De huidige Cao Gemeenten loopt van 1 januari 2019 tot 1 januari 2021. Voor 2022 wordt op basis van de actuele ramingen van het CPB uitgegaan van een stijging van de lonen en sociale lasten van 1,2%18. Uiteraard vindt een bijstelling van het geraamde percentage voor de salariskosten en sociale lasten plaats, zodra hier meer duidelijkheid over bestaat.
18 Prijs overheidsconsumptie beloning werknemers (Kerngegevenstabel 2019-2022, Centraal Economisch Plan, CPB, maart 2021). 81 5.4. Prijsinflatie exploitatiebudgetten en kostenplaatsen Voor de uitgaven- en inkomstenbudgetten in 2022 gaan we uit van een prijsindexatie van 1,7%. Dit percentage is overeenkomstig de meest actuele index ‘prijscompensatie voor intermediair verbruik’ van het CPB19. In de ‘Kadernota financieel beleid gemeente Steenwijkerland 2018’ is de systematiek als volgt vastgelegd: - P.10: De prijsontwikkelingen worden bepaald aan de hand van de gegevens van het Centraal Plan Bureau (CPB). Hiervoor wordt gebruik gema akt van de ontwikkeling van het prijsindexcijfer voor intermediair verbruik, zoals deze jaarlijks door het CPB wordt gepubliceerd. - P. 11: De berekening van de prijsontwikkeling wordt bepaald aan de hand van de gegevens van het CPB. Hierbij wordt gekeken na ar de prijscompensatie voor intermediair verbruik. Indien het prijsindexcijfer voor enig jaar nog niet bekend is, wordt het meest recente, wel bekende prijsindexcijfer voor intermediair verbruik genomen. Eventuele bijstellingen over voorgaande jaren worden meegenomen bij de berekening van het percentage voor prijsontwikkeling voor het komende begrotingsjaar. Er wordt gesproken over ‘eventuele bijstellingen over voorgaande jaren’, maar er is niet vastgelegd hoe lang we teruggaan in de tijd.
Tot nu toe hebben we altijd 3 jaar teruggekeken. Voor 2022 zou dat betekenen dat we nacalculeren over 2019, 2020 en 2021. Zouden we de huidige systematiek wederom toepassen dan leidt dat tot een prijsindexcijfer van 4,3% in 2022. Reden waarom dit percentage aan de hoge kan t is, is vooral de bijstelling over 2021. Er is immers geen prijsinflatie uitgekeerd (bezuinigingsmaatregel), waardoor de bijstelling over dat jaar fors is. Ook speelt mee dat in 2020 slechts de helft van het berekende percent age is uitgekeerd (0,8% in plaats van 1,6%; eveneens een saldoverbeterende maatregel). Wij stellen voor om met ingang van de Programmabegroting 2022-2025 geen nacalculatie over oude jaren meer toe te passen. De huidige systematiek met nacalculatie over oude jaren kent namelijk een aantal nadelen: - Het berekende percentage wijkt vaa k veel af van de actuele raming van de inflatie van het desbetreffende begrotingsjaar. Dit kan zowel hoger als lager uitvallen vanwege de bijstellingen over oude jaren. Het is lastig uitleggen aan buitenstaanders die bijvoorbeeld subsidie van ons ontvangen. Zij hebben een ander beeld. - Naast dat het lastig uitlegbaar is aan buitenstaanders, kunnen er ook problemen ontstaan bij aanbestedingen van de gemeente als het uitgekeerde percentage fors lager ligt dan wat de markt vraagt.
- Het berekende percentage hanteren we ook voor het bepalen van de trendmatige g roei van de lokale lasten, waardoor ook de ontwikkeling van de lokale lasten minder goed aansluit bij de actualiteit. - Geen stab iel begrotingsproces mogelijk, omdat de inkomsten via het gemeentefonds niet op dezelfde wijze mee-ademen als onze uitgavenontwikkeling. Door voortaan bij de berekening van de prijscompensatie geen nacalculatie toe te passen, sluiten we maximaal aan bij de actualiteit en zijn de uitkomsten goed uitlegbaar aan partijen die bijvoorbeeld subsidie ontvangen van de gemeente. Wij zullen de ‘Kadernota financieel beleid gemeente Steenwijkerland 2018’ op dit punt aanpassen. 19 Prijs intermediair verbruik (Kerngegevenstabel 2019-2022, Centraal Economisch Plan, CPB, maart 2021). 82 5.5. Prijsinflatie grondexploitatie Voor de gemeentelijke grondexploitaties wordt een afwijkend percentage gehanteerd voor zowel de kosten- als de opbrengstenkant. Kostenstijging In de gemeente Steenwijkerland is het gebruikelijk om de parameter kostenstijging te baseren op het langjarig gemiddelde van de GWW -index (Grond, Weg - en Waterbouw). We hanteren de GWW - index omdat deze index de prijsontwikkeling van civieltechnische kosten in beeld brengt. De civieltechnische kosten zijn de voornaamste kosten binnen de grondexploitaties.
De GWW-index is opgebouwd uit de gemiddelde prijsstijgingen en -dalingen van de diverse productgroepen zoals loonkosten, gasolie, elektriciteit, betonproducten, cement, kunststof, (beton)staal en (wegenbouw)bitumen. Op dit moment hanteren we in de grondexploitaties e en parameter kostenstijging van 2,0%. De gemiddelde GWW-index over de afgelopen 10 jaar bedraagt 1,8% (zie tabel 8). Tabel 8: GWW-index, procentuele mutatie t.o.v. van voorgaande jaar (%) 20 Jaar (%) 2011 3,1% 2012 3,1% 2013 0,2% 2014 -0,1% 2015 -1,5% 2016 -0,7% 2017 4,1% 2018 4,8% 2019 3,1% 2020 2,1% Gemiddelde 2011 t/m 2020 (10-jaarsgemiddelde) 1,8% Voor de komende begrotingsperiode (MBG 2022 -2025) wordt daarom de parameter kostenstijging van 2,0% geconsolideerd (1,8% afgerond op halve procenten). Opbrengstenstijging Er is in Nederland geen database beschikbaar waarin de prijsontwikkeling van bouwgrond wordt bijgehouden. In de gemeente Steenwijkerland wordt dat de parameter opbrengstenstijging gewoonlijk gebaseerd op het langjarig gemid delde van de Consumentenprijsindex (CPI) van het CBS. Op dit moment hanteren we in de grondexploitaties een parameter opbrengstenstijging van 1,5%. Het gemiddelde van de CPI in de afgelopen 10 jaar bedraagt circa 1,6% (zie tabel 9).
20 Er is rekening gehouden met het aandeel/belang van de individuele indexen van de verschillende productgroepen in het bouw- en woonrijpmaken van een gemiddeld woningbouwproject. 83 Tabel 9: Consumentenprijzen; prijsindex (2015=100)21 Jaar CPI Jaarmutatie CPI (%) 2011 93,7 2,3% 2012 96,0 2,5% 2013 98,4 2,5% 2014 99,4 1,0% 2015 100,0 0,6% 2016 100,3 0,3% 2017 101,7 1,4% 2018 103,4 1,7% 2019 106,2 2,6% 2020 107,5 1,3% gemiddelde 2011 t/m 2020 (10-jaarsgemiddelde) 1,6% Voor de komende begrotingsperiode (MBG 2022 -2025) wordt daarom de parameter opbrengstenstijging van 1,5% geconsolideerd (1,6% afgerond op halve procenten). 5.6. Rente De rekenrente (omslagpercentage) is gebaseerd op de te betalen minus te ontvangen rente in een jaar gedeeld door 1% van de boekwaarde van de investeringen per 1/1 van het jaar. Voor het aantrekken van langlopende geldleningen ter financiering van de geraamde investeringen en toekomstige investeringen (bestedingsplan) wordt een marktrente van 1, 00% gehanteerd. Het totaal benodigde rentebedrag wordt herrekend en opgenomen in de programmabegroting op basis van het bestedingsplan dat op dat moment voorligt aan de raad ter vaststelling. 5.7. Loon– en prijsinflatie subsidies In vele gevallen kennen gesubsidieerde instellingen voor hun producten eenzelfde kostenopbouw als gemeenten.
De bekostiging van deze producten vindt (deels) plaats door gemeenten in de vorm van een subsidie. Hiervoor wordt de gemeente niet afzonderlijk gecompenseerd in het accres van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Compensatie van de ge subsidieerde instellingen vindt normaliter plaats overeenkomstig het door de gemeente gehanteerde percentage voor prijsstijgingen. Voor 2022 wordt voor te verstrekken subsidies een loon - en prijsinflatiepercentage gehanteerd van 1,7%. Voor het sociaal domein geldt dat we voor onze uitgavenramingen eveneens zijn uitgegaan van een prijsinflatie van 1,7%. Het is echter mogelijk dat de lever anciers binnen het sociaal domein andere indexcijfers (lonen en prijzen) gebruiken dan die wij hanteren. Daar komt nog bij dat we bij onze inkoop veelal in regioverband opereren en we daarmee niet altijd directe invloed hebben op de diverse afgesproken percentages. 5.8. Prijsinflatie gemeentelijke belastingen en rechten Voor gemeentelijke belastingen en rechten wordt dezelfde prijsindex als voor exploitatiebudgetten gehanteerd. Voor 2022 komt dit uit op 1,7%. 21 Bron: CBS Statline. 84 5.9. Tarief 2022 voor het prestatiecontract Met het prestatiecontract kunnen interne uren worden doorbelast aan projecten.