Jaarverslag 2024 (1)
Tekst van het document
76 kengetal geeft de verhouding aan tussen de waarde van de voorraden bouwgrond en de jaarlijkse inkomsten. Hoe hoger dit kenget al hoe meer risico er wordt gelopen. Opgemerkt wordt dat naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, dit rentekosten en risico’s met zich meebrengt. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. Het kengetal voor de grondexploitatie bedraagt eind 2024 3%. Dit percentage wijkt af van het percentage dat meegenomen is bij de programmabegroting 2024-2027. Dit ondanks het feit dat de boekwaarde met bijna € 1,0 mln. is gestegen, mede door winstnemingen € 0,9 mln. in 2024. Omdat het percentage evenals bij de schuldquote wordt berekend door de boekwaarde uit te drukken in een percentage ten opzichte van de totale baten van de gemeente (exclusief reserves) wordt het percentage ook gunstig beïnvloed door de extra inkomsten door een hogere algemene uitkering, Rijksbijdragen Oekraïne van totaal ongeveer € 30 mln. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.
De structurele expl oitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en laste n en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Op deze manier ontstaat er een percentage voor de structurele exploitatieruimte. Als dit percentage negatief is, betekent dit dat de structurele bat en onvoldoende ruimte bieden om de structurele lasten te dekken. Dus hoe hoger dit percentage is, des te beter het gaat met de gemeente. Het kengetal voor de structurele exploitatieruimte bedraagt eind 2024 5,1% (2023: 3,7%). Dit percentage geeft een sterk vertekend beeld omdat dit de indruk zou kunnen wekken dat de gemeente er florissant voor staat. De ontwikkeling van deze structurele ru imte is sterk afhankelijk van zowel de ontwikkeling in de structurele lasten en van de in komsten van het Rijk voor de gemeente Steenwijkerland.
77 Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het land elijk gemiddelde. Door de hoogte van de woonlasten (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) in de gemeente te vergelijken met het landelijk gemiddelde kan een indicatie worden gegeven van de belastingcapaciteit. Het kengetal vergelijkt de woonlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t -1). Als dit percentage lager dan 100% is betekent dit dat de gemeen te meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze. Als indicatie kan worden gegeven dat hoe la ger dit percentage is, des te beter het met de gemeente gaat. Voor 2024 komt dit cijfer uit op 67%. Zoals u ziet was in deze grafiek een stabiele trend waarneembaar. Dit betekent dat de woonlasten gedurende de gehele periode zich onder het landelijk gemiddelde bewegen en de belastingcapaciteit is toegenomen en de laatste jaren redelijk stabiel blijft. Weerstandsratio In de raadsvergadering van 21 mei 2019 is de nota weerstandsvermogen en risicomanagement vastgesteld. Hierin is een nieuwe signaleringswaarde opgenomen, te weten de weerstandsratio. Dit is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de totale omvang van de gewogen risico’s. Het minimum van deze ratio is bepaald op 1,0.
De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door alle reserves, tenzij er (juridische) verplichtingen zijn aangegeven, de stille reserves en de onbenutte belastingcapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van risico’s, die de gemeente loopt. Voor de berekening worden omvang en kans van de risico’s in een risicomodel ingevoerd. Zie hiervoor hoofdstuk 4.2 van de programmabegroting 2024-2027. Deze ratio wordt bepaald door de algemene reserve vaste buffer en de onbenutte belasti ngcapaciteit uit te drukken in een ratio/getal in welke mate de gekwantificeerde risico’s kunnen worden betaald/opgevangen. In de begroting 2024 is een gewogen ratio van 4,6 opgenomen. Het zegt iets over het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te vangen. Bij de bepaling van het weerstandsvermogen eind 2024 hebben wij de in de begroting van 2025 opgenomen risico’s nader beoordeeld. De risico’s zijn eind 202 4 toegenomen, maar belangrijker in dit verband is de aanpassing van de omvang van de reserve vaste buffer zoals is besloten met de vaststelling van de nota reserves en voorzieningen.
78 De gewogen weerstandsratio bedraagt eind 2024 3,7 (2024 begroot: 4,6). Dit betekent dat de gemeente in staat is om de op dit moment bekende financiële tegenvallers op te vangen en haar taken kan blijven uitvoeren. Resumé
79 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen Kapitaalgoederen zijn voorzieningen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zijn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voorzieningen is van groot belang voor de leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. Onderhoudsmaatregelen of investeringen doen we op basis van assetmanagement zoals beschreven in NEN-ISO 5500. Hiervoor maken we gebruik van een beheerpakket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld up -to-date wordt gehouden. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR) . Een nadere uitwerking hiervan is vastgelegd in verschillende beleidsdocumenten. Met betrekking tot het onderhoud van kapitaalgoederen dient het beleidsplan voor wegen en maatschappelijk vastgoed periodiek, elk e vier jaar, te wo rden geactualiseerd. In deze paragraaf onderhoud kapitaalgoederen zal per onderdeel de situatie van 202 4 worden besproken. Wegen Areaal Het wegenareaal bestaat uit: Beleidskader Het beleidskader voor onze wegen is vastgelegd in het Beleidsplan ‘Overwegen’ (april 2017) en het beleidsplan Verkeer (2017).
We beschouwen ons uitgebreide, grotendeels historische, netwerk van wegen, paden en pleinen als een waardevol bezit en als een belangrijk middel om het dagelijkse woon-, werk- en recreatieve verkeer mogelijk te maken en veilig, efficiënt en duurzaam af te wikkelen. Het beleidsplan kent de thema’s: • Wegennet up to date, • Onderhoud op maat, • Inspirerend partnerschap. Wij zien de inbreng van inwoners, ondernemers en partijen als uitgangspunt, óók voor onze wegbeheertaak. Opvolging van wettel ijke (wegbeheer)taken en behoud/versterking van sociale -, milieu en kapitaalswaarde (“People, Planet, Profit”) zijn daarbij essenti ële randvoorwaarden. Wij richten onze wegbeheertaak daarom vraaggestuurd, risicobewust en gebiedsgericht in. Voor het wegenonderhoud heeft de raad ingestemd met het kwaliteitsniveau “basis”. Hierbij wordt het risicoprofiel “laag” aangehouden. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau zijn berekend in het beleidsplan “Overwegen” 2017 -2020”. Door middel van jaarlijkse inspecties wordt de houdbaarheid van het beleid regelmatig tegen het licht gehouden. Iedere weg wordt m inimaal eens per twee jaar geïnspecteerd, waarbij de wegen worden beoordeeld op verschillende schadebeelden.
De inspectiegegevens worden met het geautomatiseerde wegbeheerpakket vertaald naar benodigde maatregelen. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader “Overwegen” in 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het benodigde wegenbudget voor het kwaliteitsniveau “basis” en besloten tot het instellen van een voorziening. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening . Openbare verlichting Areaal Het openbare verlichtingsareaal bestaat uit:
80 Beleidskader Uitgangspunt voor het beleidsplan Openbaar Licht (2017) is ‘donkerte’. “Even dimmen graag” is het devies. De volgende ambities zijn in dit beleidsplan benoemd: de veiligheid van inwoners staat voorop, ruimte voor donkerte en duurzaamheid. Communicatie over openbare verlichting is daarbij een belangrijk aandachtspunt. De openbare verlichting wordt onderhouden op het niveau basis. In 2026 verwachten we 80% van de openbare verlichting te hebben vervangen door energiezuinige Ledverlichting. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het beleidsplan Openbaar Licht is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaa ld. Uiteindelijk is gekozen voor het niveau basis. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het beleidsplan Open baar Licht opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het beleidsplan Openbaar Licht zijn één op één verwerkt in de programmabegroting. Riolering Areaal De areaalgegevens van het riool zijn als volgt: Beleidskader In 2022 is een nieuw Riool en Water Programma (RWP) Fluvius 2023-2028 opgesteld en vastgesteld door de gemeenteraad.
Een belangrijk aandachtspunt voor het nieuwe Riool en Water Programma is het onderwerp klimaatadaptatie en dan specifiek de aspec ten van klimaatadaptatie die verband houden met een gemeentelijke zor gplicht voor hemelwater. Klimaatadaptatie is opgepakt in zowel regionaal verband (Fluvius) als in lokaal verband. Besluitvorming over de LAS (Lokale Adaptatie Strategie) met bijbehorende l okale uitvoeringsagenda heeft plaatsgevonden begin 2023. Deze lokale uitvoeringsagenda is voor de onderdelen wateroverlast en droogte verwerkt in het RWP. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het Riool en Water Programma (RWP) is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het Riool en Water Programma opgenomen in het teamplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het watertakenplan zijn één op één verwerkt in de programmabegroting en in overeenstemming me t de programmabegroting uitgevoerd.
81 Water en kunstwerken Areaal Het areaal water- en kunstwerken bestaat uit: Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water - en kunstwerken in de gemeente is vastgelegd in diverse beleidsnota’s en plannen. De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: • Beleidsplan oeverconstructies Steenwijkerland (2022-2026); • Beleidsplan oeververbindingen Steenwijkerland (2022 -2027); • Beheerplan Havens (2022-2027); • Riool en Water Programma (2023-2028) In 2020 is het beleidsplan oeverconstructies 2022 -2026 door de raad vastgesteld. Gekozen is voor een variant waarbij, daar waar beschoeiing echt nodig is, bij vervanging wordt gekozen voor kunststof. Dit is een duurzaam en financieel gunstig scenario. V oor de oeverconstructies is gekozen voor kwaliteitsniveau basis. In 2022 is door de raad het beleidsplan Oeververbindingen 2022 -2027 vastgesteld met de daarbij benodigde middelen. Hierbij is gekozen voor het onderhoudsscenario basis. In 2021 heeft de raad het beheerplan havens vastgesteld. Het beheerplan havens 2022 -2026 vormt het kader om het beheer en onderhoud van de havens op kwaliteitsniveau basis te krijgen en te behouden. Het bijbehorende budget zorgt ervoor dat de hier bij benodigde onderhouds- en vervangingsmaatregelen kunnen worden gerealiseerd.
Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van de verschillende beleidsplannen en de bijbehorende kwaliteitsniveaus zijn becijferd. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Ten aanzien van het beheer van het stedelijk water (waterwegen en beschoeiingen) is door middel van het vaststellen van het R iool en Water Programma voorzien in een gedeeltelijke dekking van de benodigde middelen. Voor de oeverconstructies geldt dat het benodigde geld beschikbaar is gesteld. In het Beheerplan Baggeren 2023 - 2038 is de baggeropgave voor een periode van 15 jaar uitgewerkt. Op basis van deze opgave zijn de bijbehorende benodigde middelen bepaald en voor het stedelijk gebied opgenomen in het Riool en Water Programma. en voor het landelijk gebied uit de algemene begroting. Ten aanzien van oeververbindingen geldt dat het budget behorende bij het onderhoudsscenario basis beschikbaar is gesteld. Ten aanzien van de havens zijn de benodigde middelen b eschikbaar gesteld voor het beheren en onderhouden op basisniveau.
82 Openbaar groen en speelvoorzieningen Areaal Het areaal groen, sport- en speelvoorzieningen bestaat uit: Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plantsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides. Hierbij zijn de volgende nota’s en plannen van belang: - De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); - Meerjarenprogramma Groen (MJP Groen), 2011 - Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte gemeente Steenwijkerland. Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: - Speelplekkenbeleid (2009); - Meerjarenplan Spelen (2014). In de beleidsnota Groen worden de beheerambities met betrekking tot het groen beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarb ij het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn er ambities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een s chone en veilige omgeving. Het meerjarenplan Groen geeft aan hoe aan deze ambitie invulling kan worden gegeven. In 2014 heeft de gemeenteraad op basis van een evaluatie besloten om de lijn van het speelplekkenbeleid uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren. In dit plan is vastgesteld dat de gemeente spelen en bewegen stimuleert en dat daarvoor voldoend e speelruimte aangeboden wordt. Het onderhoud van de speelvoorzieningen zal op het basisniveau van ‘schoon heel en veilig’ word en uitgevoerd.
De uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van de gemeentelijke sportvelden zijn vastgelegd in: - Visie op beheer en onderhoud gemeentelijke sportvelden (raadsbesluit d.d. 20 -10-2020); - Gebruiks- en onderhoudsreglement gemeentelijke buitensportaccommodaties Steenwijkerland 2021 (collegebesluit d.d. 20 -7- 2021). In oktober 2020 is de visie op het beheer en onderhoud van de sportvelden vastgesteld door de raad. Een van de speerpunten uit deze visie is het vergroten van het eigenaarschap van buitensportverenigingen als het gaat om “hun” accommodatie en velden. Hiertoe is een aantal zaken doorgevoerd, onder meer de overdracht van een aantal taken van gemeente naar vereniging en de introductie van de Right to Challenge. Verenigingen kunnen in dit kader op eigen initiatief aangeven dat zij meer taken van de gemeente willen overnemen (aanvullend op de taken die vanuit de visie zijn overgedragen) en kunnen hiertoe een bijdrage verwachten. De ze mogelijkheid en wijziging in taken en verantwoordelijkheden zijn door vertaald in het gebruiks - en onderhoudsreglement van de buitensportaccommodaties in onze gemeente. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In de beleidsnota Groen is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald.
Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op de beleidsnota Groen opgenomen in het teamplan Openbare Ruimte. In het meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 jaren becijferd hoeveel geld er nodig is om het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. De financiële consequenties die voortvloeien uit de visie beheer en onderhoud gemeentelijke sportvelden zijn verta ald in de begroting.
83 Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van de beleidsnota Groen zijn één op één verwerkt in de programmabegroting. In 2014 is voor het onderhoud van de speelvoorzieningen besloten tot het instellen van een voorziening, met als doel kosten d ie in de toekomst worden verwacht te kunnen opvangen. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Ee n eventueel tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening. De financiële consequenties die voortvloeien uit de visie en beheer en onderhoud gemeentelijke sportvelden zijn één op één verwerkt in de programmabegroting. Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Beleidskader Voor de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud v oor meerdere jaren vastgelegd, inclusief de onderhoudskosten waarmee rekening moet worden gehouden. Een onderliggend beleidsplan wordt in 2025 opgesteld, waardoor wordt voldaan aan de uitgangspunten van het BBV. Uitgegaan wordt van drie categorieën onderhoud. Het klachtenonderhoud betreft dagelijks voorkomende calamiteiten en storingen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn afgesloten. Dit betreft voornamelijk technische installaties.
Tenslotte is er het planmatig onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voor een periode van minimaal 10 jaar een Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed opgesteld. Deze plannen worden ieder jaar bij de jaarrekening geactualiseerd. Bij de laatste actualisatie is becijfe rd dat de jaarlijkse kosten aan planmatig onderhoud gemiddeld ongeve er € 1.660.000 bedragen. Uitbreidingen en duurzame maatregelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en zullen via investeringen moeten worden gerealiseerd. De zwembaden zijn aan de voorziening toegevoegd. De daarvoor benodigde middelen zijn opgenomen in het meerjarenplan. Verder is er voor het verduurzamen van het vastgoed incidenteel geld beschikbaar gesteld. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed is verwerkt in de begroting. Voor het Maatschappelijk Vastgoed is een voorziening ingesteld. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening.
84 3.4 Financiering De financieringsparagraaf bevat informatie over het financieringsgedrag van de gemeente. In het kader van de Wet FIDO (Financ iering Decentrale Overheden) zijn regels vastgesteld, die van kracht zijn voor het beheersen van financiële risico’s op aangetrokke n en uitgezette middelen. De Wet FIDO is een raamwerk die de risico’s in het financieringsbeleid van de gemeente binnen de perken moet houden en tegelijkertijd flexibiliteit en transparantie in de financieringsstructuur mogelijk maakt. De Wet FIDO is voor onze gemeente nader uitgewerkt in het “Treasurystatuut gemeente Steenwijkerland”. Dit statuut is op 10 maart 2020 door de raad vastgesteld. Een gevolg hiervan is dat de kaders met betrekking tot het beheren en beheersen van de geldstromen zijn vastgesteld. Verder geeft de financieringsparagraaf informatie over algemene ontwikkelingen en concrete beleidsplannen van het risicobehee r, de gemeentefinanciering en het kasbeheer. De gemeente Steenwijkerland streeft naar het zo zorgvuldig mogelijk (doeltreffend en doelmatig) benutten van de beschikbare financiële middelen. Daarom wordt gestreefd dat benodigde leningen tegen zo laag mogelijke kosten worden aangetrokken, waardoor de renterisico’s kunnen worden beheerst. Bij het afsluiten van leningen wordt rekening gehouden met de bestaande leningenportefeuille, maar ook met de rentevisie en de renterisiconorm.
Wel wordt opgemerkt dat het aantrekken van gelden, en ook de hoogte van het bedrag, afhankelijk zijn van de inkomende en uitgaande geldstromen bij de gemeente. Risicobeheer Bij onze leningenportefeuille loopt de gemeente een risico in verband met renteherziening en een risico in verband met herfin anciering. Dit risico is de afgelopen jaren ingeperkt door te kiezen voor leningen met een lange looptijd, zonder renteaanpassing. Nu de rente weer is gestegen is het van belang om af te wegen of leningen met tussentijdse renteaanpassingen goedkoper is of juist meer financieel risico met zich meebrengt. We hebben in beperkte mate te maken gehad met zgn. kredietrisico’s. Dit zijn risico’s die zich kunnen voordoen bij het verstrekken van leningen aan onder andere publieke instellingen. Daarnaast zijn er 19 duurzaamheidsleningen verstrekt. De totale omvang van deze leningen bedroeg op 1 januari 2024 afgerond € 6,0 mln., exclusief startersleningen. Per 31 december 2024 bedroeg de restantschuld afgerond € 5,7 mln., eveneens exclusief startersleningen. Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is om tot een zodanig opbouw van de leningenportefeuille te komen dat het renterisico door renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt.
Als de leningenportefeuille gelijkmatig is opgebouwd, za l ook het renterisico over de vaste schuld gelijkmatig in de tijd zijn gespreid. Als bovengrens wordt 20% van het begrotingstotaal per 1 januari 2024 gehanteerd. Als de jaarlijks te herfinancieren bedragen onder de norm blijven is er sprake van een beheerste en overzienbare situatie. Zoals uit onderstaande tabel blijkt bedraagt de ru imte onder de risiconorm in 2024 ongeveer € 27,6 mln.
85 Met de toename van de restantkredieten zal er tijdig moeten worden gekeken of er een langlopende geldlening moet worden aangetrokken om een overschrijding van de renterisiconorm te voorkomen. Kasgeldlimiet Ieder kwartaal wordt een opgave gedaan aan het CBS via informatieverstrekking derden (Iv3). Hieruit kunnen gegevens worden gehaald met betrekking tot de gemiddelde netto vlottende schuld. Dit bedrag mag de kasgeldlimiet –dit is de maximaal toegestane netto vlottende schuld- niet overschrijden. Het percentage voor de kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal, zijnde afgerond € 158 mln., waarbij rekening is gehouden met stortingen uit de reserves. Het bedrag van de kasgeldlimiet bedraagt afgerond € 13,4 mln. Zoals u ziet is de kasgeldlimiet pe r saldo in de kwartalen van 2024 niet overschreden. Als de overschrijding meer dan twee kwartalen voortduurt, kan de toezichthouder ons “verplichten” een langlopende geldlening af te sluiten. Koersrisico De gemeente heeft geen overtollige middelen uitgezet. Kasbeheer Het kasbeheer bestaat uit het saldo - en liquiditeitenbeheer en het beheer van de geldstromen van de debiteuren en crediteuren. Dagelijks wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie van voldoende omvang is om te garanderen dat de verplichtingen tijd ig worden nagekomen. Het betalingsverkeer wordt elektronisch uitgevoerd door de N.V.
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Naast een rekening bij de BNG heeft de gemeente nog een betaalrekening bij de Rabobank voor de internetontvangsten van burgerzaken. In verban d met een effectief saldobeheer en ter voorkoming van extra rentelasten worden positieve saldi regelmatig overgeboekt naar de betaalrekening van de BNG. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekeningcourantrekening. Voordat middelen worden aangetrokken met een looptijd korter dan 1 jaar, maar langer dan een maand, moet bij minimaal twee instellingen een offerte worden gevraagd. Kasgeldleningen met e en looptijd korter dan een maand worden uit praktische overwegingen meestal afgesloten bij de huisbankier (BNG). Het kasbeheer bestaat naast het liquiditeitenbeheer uit het beheer van de geldstromen van de debiteuren en crediteuren. De wettelijke betaaltermijn voor inkomende facturen bedraagt 30 dagen na dagtekening van de factuur, tenzij er redenen zijn om hiervan af te wijken. Als gemeente hanteren we een betaaltermijn van 0 dagen. Dit betekent dat zodra de factuur is gefiatteerd door de budgethouder en indien van toepassing door de prestatieverklaarder de betaling meegaat met de eerstvolgende betaalbatch. Verder wordt in principe drie keer in de week een betaalbatch aangemaakt, te weten op maandag, woensdag en vrijdag.
Het debiteurenbeheer omvat het zorg dragen voor een tijdige ontvangst van betalingen. De betaaltermijn van uitgaande nota’s bedraagt standaard 14 dagen na dagtekening van de factuur, tenzij anders is aangegeven. Te denken valt hierbij aan nota’s voor bijvoor beeld kosten begraven, grafrechten. De termijn die hier wordt gehanteerd is 30 dagen. De inning van belastingdebiteuren geschiedt zoveel mogelijk door middel van automatische incasso. Gemiddeld maakt 6 5% van de belastingdebiteuren gebruik hiervan. Verder komt het nog steeds voor dat er automatische incasso’s worden ingetrokken wegens onvoldoende saldo op de rekeningen van de belastingdebiteuren. Verwacht wordt dan ook dat dit percentage nagenoeg niet verder zal stijgen.
86 Financieringspositie Net als in het bedrijfsleven is het bij de gemeente belangrijk om te weten of zij haar kortlopende en langlopende verplichtingen na kan komen. Hierbij wordt gekeken naar de stand van de investeringen enerzijds en de aanwezige financieringsmiddelen anderzijds. A ls de boekwaarde van de investeringen groter is dan de aanwezige financieringsmiddelen, is er sprake van een financieringstekort. Van een financieringsoverschot is sprake als er minder is geïnvesteerd dan de aanwezige financieringsmiddelen. De gemeente beschikt over de volgende financieringsmiddelen: algemene en bestemmingsreserves, voorzieningen en langlopende leningen. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt is het fi nancieringstekort eind 2024 ten opzichte van eind 202 3 met € 9,0 mln. toegenomen, maar niet in die mate die was voorzien. Dit wordt met name veroorzaakt door het niet realiseren van alle investeringskredieten. De omvang van de nog te realiseren investeringen bedraagt € 41 mln.3. 3 zie bijlage 7 van de rekening
87 Treasury Het renteresultaat bedraagt € 107.000 positief en kan als volgt worden gespecificeerd. EMU saldo Op grond van artikel 3 van het Besluit Begroting en Verantwoording moet het EMU -saldo in de jaarstukken worden opgenomen. Genoemd artikel vereist dat ook de jaarstukken inzicht bieden dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en lasten. In Europees verband is afgesproken dat het overheidstekort maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) mag bedragen. Binnen ons land is dit tekort van 3% verdeeld tussen de verschillende overheden. Decentrale overheden mogen als afgeleide hie rvan een tekort hebben van 0, 5% van het BBP. Het aandeel hierin voor gemeenten is 0, 37% van het BBP en bedraagt voor 2024 € 2.911 mln. Bij een positief EMU-saldo krijgt de gemeente via reële transacties meer geld binnen dan dat ze uitgeeft. Dit schept ruimte om schulden af te lossen, te sparen en de reservepositie te verhogen. Daarmee draagt zij positief bij aan het EMU -saldo van Nederland. Als het EMU-saldo grenst aan 0 dan krijgt de gemeente via reële transacties ongeveer evenveel geld binnen als dat er wordt uitgegeven. Bij een negatief EMU-saldo geeft de gemeente via reële transacties meer geld uit dan dat er binnenkomt. Gemeente maakt schulden, trekt leningen aan en spreekt het gespaarde geld aan. Ook nemen de reserves af.
Hiermee draagt zij bij aan het EMU -saldo van Nederland. In onderstaande tabel is het EMU -saldo van onze gemeente over het jaar 2024 weergegeven. In 2024 hebben wij een negatief EMU- saldo van € 1,271 mln.
88 In onderstaande tabel is het EMU -saldo afgezet tegen de referentiewaarde. Dit is de waarde die is vastgesteld voor de gemeente Steenwijkerland en gepubliceerd in de septembercirculaire 2022 van het gemeentefonds. Opgemerkt wordt dat in de septembercirculaire 2023 geen referentiewaardes voor 2024 zijn vastgesteld. De individuele EMU -referentiewaarde betreft een indicatie van het aandeel dat een gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. We blijven ruim binnen de referentiewaarde. De rekening 2024 laat een onderschrijding zien van de referentiewaarde met € 4,346 mln. (2023 € 0,718 mln.) Verder laa t de actuele begroting van 2024 zien dat we de referentiewaarde van de EMU-tekortnorm op begrotingsbasis fors overschrijden, te weten met een bedrag van € 11,04 mln. Dit wordt veroorzaakt doordat geplande investeringen niet zijn uitgevoerd Op dit moment is geen sprake van een sanctiemaatregel omdat landelijk de tekortnorm van 0,27% van het BBP van toepassing is. Deze optie is wel in beeld en geldt voor alle gemeenten indien landelijk de tekortnorm wordt overschreden. Daarbij is niet van bel ang of een gemeente hierin wel of niet heeft bijgedragen.
89 3.5 Bedrijfsvoering Deze bedrijfsparagraaf gaat over hoe we intern georganiseerd zijn en over hoe we onze werkzaamheden uitvoeren. We richten ons daarmee op het beheer en de organisatie. Het organisatieschema dat hieronder is opgenomen bevat de missie, visie, doelen en kernwaarden van waaruit de gemeentelijke organisatie werkt. Voor de structuur van deze paragraaf hanteren we de organisatiedoelstellingen als leidraad. Tot slot van deze paragraaf volgt de rechtmatigheidsverklaring. Betrouwbaar en professioneel Doelmatigheidsonderzoek Jaarlijks doen we onderzoek naar de doelmatigheid van een bepaald product of proces. Het inwonerspanel is onderwerp van onderzoek geweest. Uit het onderzoek bleek dat het proces van het uitvragen van een peiling door de (interne) opdrachtgevers als positief en goed georganiseerd werd ervaren. Twee andere conclusies uit het onderzoek zijn zorgpunten omtrent het inwonerspanel. Allereerst da t de responscijfers zijn gedaald (van 56% begin 2020 naar 40% eind 2023) en dat panelleden een beperkte terugkoppeling va n het gebruik van de resultaten van een peiling krijgen. Gelet op deze evaluatie en de inzet op de diverse andere beschikbare instrumenten voor inwonerparticipatie is in de begroting 2025-2028 als saldo verbeterende maatregel opgenomen om te stoppen met he t inwonerpanel.
Rechtmatigheidsverantwoording Evenals in 2023 is het de verantwoordelijkheid van het college om een oordeel te vellen over de rechtmatigheid van de handeli ngen van de gemeente. Voor 2024 zijn er ten opzichte van 2023 geen grote wijzigingen. De bevindingen van de rechtmatigheidsverklaring is als laatste onderdeel van deze paragraaf opgenomen. Visie op control Het afgelopen jaar is geïnventariseerd hoe bedrijfsvoeringstaken in de teams opgepakt (kunnen) worden. De eerder vastgestelde visie op control is hierbij het kader. Er zijn aanbevelingen en acties benoemd op de onderdelen communicatie, personeel & organisat ie, juridisch, inkoop en financiën. Sommige acties konden meteen in gang gezet worden. Voor andere act ies geldt dat hiervoor extra inzet of middelen benodigd zijn of dat deze in een later stadium opgepakt worden. Het traject zal in 2025 vervolgd worden.
90 Projectmatig werken In 2024 is de Steenwijkerlandse manier van projectmatig werken ontstaan. Eén vaste methode, met afspraken over sturing en voortgang van en verantwoording over projecten. Hiermee is er uniformiteit. Daarnaast is uitgewerkt wat de verschillende rollen bij het projectmatig werken en hun bevoegdheden zijn. Dit alles biedt veel meer overzicht om op basis daarvan prioriteiten te kunnen stellen. Onze capaciteit is tenslotte niet onbeperkt. De uitrol vindt vanaf begin 2025 plaats. Fraudebeheersing Er is in toenemende mate aandacht voor het voorkomen en beperken van fraude binnen overheidsorganisaties. In het afgelopen ja ar zijn de beheersmaatregelen geïnventariseerd om fraude en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Deze inventarisatie op procesniveau heeft in samenwerking met alle teams plaatsgevonden en is zowel in het DT als in het college besproken en vastgesteld. Communicatie In 2023 hebben we ‘De koers van communicatie’ vastgesteld. In aansluiting daarop hebben we ons gericht op het updaten van ons social mediabeleid. Dat heeft geleid tot het koersdocument ‘Steenwijkerland in verbinding’. Die verbinding zoeken we op de on line platformen waarop ook onze inwoners en ondernemers én jongeren te vinden zijn. Onze social media zijn daarnaast belangrijke voelsprieten in de samenleving.
Hierdoor weten we wat er leeft en speelt en kunnen we door een goede online monitoring ‘buite n nog meer naar binnen halen’. In 2025 gaan we verder met concrete activiteiten die voortvloeien uit de ‘De koers van communicatie’. We investeren in de communicatieve vaardigheden van onze organisatie. Ook gaan we een sterkere nadruk leggen op visuele communicatie in de wetenschap dat we daarmee meer mensen bereiken. Wet open overheid De grootste verandering door de komst van de Wet open overheid (Woo) is de actieve openbaarmaking van informatie. In de wet s taat welke informatie moet worden verstrekt zonder dat erom hoeft te worden gevraagd. Hier is een begin mee gemaakt. De verwachting is dat er meer categorieën door de minister worden aangewezen om openbaar te maken. Als organisatie dienen wij hieraan te voldoe n. Vooruitlopend hierop wordt in 2025 onderzocht op welke wijze Woo -verzoeken openbaar ku nnen worden gemaakt op onze eigen website. De hoeveelheid informatie die we op verzoek van een aanvrager – passieve informatieverstrekking – verstrekken neemt enorm toe. In 2024 zijn 77 verzoeken op grond van de Woo binnengekomen. Dit is een verdubbeling ten opzichte van eerdere jaren. Verwachting is dat deze stijging zich in 2025 gaat voortzetten . D e interne rolverdeling voor het behandelen van Woo -verzoeken is verder geoptimaliseerd.
In 2025 zal hier meer uitvoering aan worden gegeven. Informatievoorziening Afgelopen jaar zijn grote stappen gezet om verdere invulling te geven aan onze cloud-strategie. Dit heeft het voor ons mogelijk gemaakt om nieuwe ontwikkelingen veel sneller in gebruik te nemen en veel flexibeler te zijn. Verder zijn op gebied van archivering goede stappen gezet, wat ook blijkt uit de rapportage van de toezichthouder. Het grootste IT-project was de migratie naar de nieuwe belastingapplicatie. Dit is binnen planning en budget afgerond. Marktontwikkelingen ICT In de software -industrie is het onrustig. Er is sprake van overname van partijen en verschuivingen van software tussen partijen. De investeringen om ontwikkelingen bij te houden zijn groot en gebeuren door deze partijen niet altijd en vanwege onzekerheden behouden ze het personeel niet. We merken dat partijen daardoor niet (meer) altijd het afgesproken resultaat behalen of niet eens (kun nen) reageren op uitvragen in de markt. Afgelopen jaar hebben we hier bij meerdere softwareleveranciers ook last van gehad. Dit heeft vooral geleid tot vertragingen in vernieuwingen of slecht werkende software. Een oplossingsrichting waar we afgelopen jaar verder me e bezig zijn geweest is om zelf meer low -code applicaties te maken. Afgelopen jaar is bijvoorbeeld onze eigen ‘B el Mij Terug’ App voor terugbelverzoeken live gegaan.
Daarnaast kijken we niet meer alleen naar de gebruikelijke gemeentelijke softwareleveranciers maar overwegen we eerst de wereldwijd veel gebruikte platforms. 91 Samenleving Dienstverlening Goede dienstverlening vinden we belangrijk. We vragen onze inwoners hoe zij onze dienstverlening bij de balies, telefonie, me ldingen openbare ruimte en e-diensten hebben ervaren. We krijgen hiervoor gemiddeld een 8,3. Dit is een resultaat waarop we trots z ijn. Zeker in het licht van de ‘paspoortenpiek’ die zorgt voor extra drukte aan de balies. Voldoende bezetting aan de balies was en is een uitdaging, zeker in tijden van krapte op de arbeidsmarkt. Door een aantal medewerkers van het KCC op te leiden voor burgerzaken hebben we daarin voor een deel zelf voorzien. KCC -medewerkers stroomden niet all een door naar burgerzaken, maar ook naar andere onderdelen in de organisatie. Die doorstroom en uitstroom door medewerkers die me t pensioen gaan, zorgt ervoor dat ook voor het KCC de bezetting een belangrijk aandachtspunt was en is. Afgelopen jaar hebben we extra aandacht besteed aan het op tijd terugbellen van inwoners met een terugbelverzoek. Hiervoor is een eigen Bel-mij-terug-app ontwikkeld door team I&A. Door terugbelverzoeken en de afhandeling ervan te registreren, kunnen we beter monitoren en kunnen teamleiders gerichter sturen.
En afgelopen jaar hebben we ook extra aandacht besteed aan het versimpelen van teksten. Dat deden we door uitvoering van het project Duidelijke Taal. Dat project loopt door in 2025. In 2024 stonden de verkiezingen voor het Europees Parlement op de agenda. Het centraal tellen bleek afgelopen jaar (weer) een prettige(r) manier van werken. Verduurzaming bedrijfsvoering Als belangrijke (regionale) opdrachtgever met een inkoopkracht van meer dan € 50 mln. kan de gemeente Steenwijkerland bij het opdrachtgeven en inkopen duurzame keuzes maken. De basis hiervoor is gelegd in het inkoop - en aanbestedingsbeleid 2018 en het inkoop- en aanbestedingsprotocol 2024. Met het ondertekenen van het manifest Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) in juli 2022, hebben we ons als gemeente gecommitteerd aan het opstellen van een actieplan. Dit actieplan i s december 2024 vastgesteld door het college. Er zijn in de organisatie al een aantal mooie voorbeelden van het toepassen van MVOI. Hergebruik, social return on investment (SROI) en duurzaamheid zijn bij verschillende inkooptrajecten al op innovatieve wijze toegepast. Het doel bij het uitvoeren van dit Actieplan is dat maatschappelijk verantwoord inkopen steeds meer de standaard wordt in onz e organisatie en het geborgd wordt in ons inkoopproces.
Voor ons eigen vastgoed is gewerkt aan een dashboard energie maatschappelijk vastgoed. Aan de hand van een uitgebreid onderzoek en analyse is een planning opgesteld van verduurzamingsmaatregelen. Ook zijn mogelijkheden voor een zonnecarport bij het gemeentehuis onderzocht, zijn fossiele voertuigen vervangen door elektrisch, en hebben we gedetailleerd inzicht in de CO2-uitstoot van onze zakelijke dienstreizen. Tijdens de klimaat - en duurzaamheidsweek konden collega's laagdrempelig kennismaken met nieuwe duurzaamheidsonderwerpen en is samen met facilitair gewerkt aan een duurzame oplossing voor het foliegebruik in het werkcafé. Tot slot zijn de herbruikbare koffiebekers uitgebreid met theeglazen. Medewerkers tevreden Huisvesting Zowel een advies verduurzaming gemeentehuis als een plan van aanpak voor de huisvesting/inrichting zijn opgeleverd. Beiden zijn gepresenteerd aan de gemeenteraad in een werkvergadering. Gezien de financiële situatie heeft het college moeten besluiten alleen financiële middelen te vragen voor noodzakelijk onderhoud. De uitvoering vindt in 2025 plaats. Eigenaarschap Medewerkers voelen zich betrokken en verantwoordelijk. Daar zit de kracht van de organisatie. Een thema dat voor alle overheden enorm van belang is, is eigenaarschap.
Om het eigenaarschap te stimuleren is in 2024 een eerste groep gestart met een programma gericht op het versterken van eigenaarschap. Vanuit een positieve benadering met de nadruk op het zoeken naar overeenkomsten in plaats van het versterken van verschillen. Daarnaast is een nieuwe opzet ontwikkeld en geïmplementeerd rondom de overlegstructuren en zijn opdrachtgever en opdrachtnemerschap versterkt. Vitaliteit en de duurzaam inzetbare medewerker Het vitaliteitsprogramma is geïmplementeerd. Dit programma is ontwikkeld met een lange termijnvisie. Per kwartaal zijn er verschillende activiteiten aangeboden. Het biedt medewerkers praktische handvatten om hun vitaliteit, werkvermogen en duurzame inzetbaarheid te verbeteren. Medewerkersonderzoek Medewerkers willen graag werken bij onze gemeente en dragen dit ook uit. Dit is een van de resultaten uit het organisatiebrede medewerker onderzoek dat in het najaar van 2024 plaatsvond. Medewerkers denken en praten positief over de organisatie als werkgever. Vergeleken met 2,5 jaar geleden is he t aantal medewerkers dat de werkgever actief promoot fors toegenomen zelfs boven de benchmark. De organisatie is gegroeid ten opzichte van het onderzoek in 2022. Op bijna alle modules werd hoger gescoord. Iets om 92 trots op te zijn! We zijn als organisatie gegroeid in samenwerking en leiderschap. De sociale veiligheid is groot.
Medewerker s geven aan zichzelf te kunnen zijn. Meer aandacht wordt gevraagd voor ontwikkelmogelijkheden en inzet en behoud van talenten. Werkdruk en herstelbehoefte scoren niet lager dan de benchmark van vergelijkbare organisaties en blijven wel aandacht vragen. Een belangr ijk thema in de huidige arbeidsmarkt is behoud van medewerkers. We investeren in ontwikkelmogelijkheden om medewerkers lang er inzetbaar te houden in de organisatie en aan ons te binden. Dit bevordert bevlogenheid en betrokkenheid en draagt bij aan het verminderen van stress. De aandacht voor vitaliteit, gezondheid en arbeidsomstandigheden dragen ook bij aan reductie van werk druk en herstelbehoefte. Het vitaliteitsprogramma geeft een aanzet om bewust om te gaan met je eigen vitaliteit. Eigenaarschap is hierbij belangrijk en hier zelf verantwoordelijkheid voor te nemen. Personele gegevens Formatie en bezetting 2022 2023 2024 Aantal mdw/ fte op Peildatum 31-12-2022 31-12-2023 31-12-2024 Aantal medewerkers 432 457 473 Bezetting (aantal mdw in fte) 378,8 403,7 418,1 Formatie (begroting in fte) 407,5 423,7 434,5 Verschil formatie bezetting (fte) 28,7 42,1 16,4 Aantal stagiaires 25 23 18 Aantal medewerkers inhuur 78 62 57 Totaal aantal medewerkers inclusief inhuur 510 494 530 fte= full time medewerker De formatie in de begroting is het afgelopen jaar gestegen met ca. 1 0 fte.
Dit betreft onder andere meer projectleiders in het ruimtelijk domein (2 fte), tijdelijke uitbreiding van de formatie voor het programma vitaal platteland (2,8 fte) en extra formatie voor recreatie en toerisme, verkeer , duidelijke taal en controle openbare ruimte . Door deze ontwikkelingen en door de invulling van openstaande vacatures is het aantal medewerkers met 16 gestegen. De kosten voor inhuur in lagen op 8% van de totale loonkosten. Dat percentage ligt flink lager dan de gemiddelde inhuur bij gemeenten (18,1% in 2023). Een van de oorzaken van de lage inhuur is dat het geluk t is om veel vacatures tijdig in te vullen. Daardoor is minder inhuur nodig.
93 In-, door-, uitstroom aantal mdw 2022 2023 2024 instroom (aantal nieuwe mdw) 54 69 71 doorstroom (intern andere functie) 7 11 11 uitstroom (aantal mdw uit dienst) 40 44 54 % uitstroom 9% 10% 11% aantal vacatures* 50 82 89 lopend 11 3 ingevuld 59 82 niet ingevuld 12 4 *detail gegevens beschikbaar vanaf maart 2022 i.v.m. nieuw systeem De uitstroom was hoger dan de jaren daarvoor. De instroom is vergelijkbaar met 2023. Ook de interne doorstroom is vergelijkbaar : 11 medewerkers intern gestart in een andere functie. In 2024 is actief ingezet op het vakgebied recruitment. Dit heeft geresulte erd in het vervullen van bijna alle openstaande vacatures in dit jaar. Verzuim 2022 2023 2024 verzuim % 6,4% 5,5% 6,7 exclusief zwangerschaps- en bevallingsverlof Na een daling in 2023 is het verzuim weer gestegen. Om deze trend te doorbreken is eind 2024 gestart met de inzet van verzuimtrainingen om zowel preventieve als begeleidende verzuimgesprekken te verbeteren. Vitaliteit en de duurzaam inzetbare medewerker Voorgaand jaar was sprake van een bemoedigende daling , na enkele jaren van een toename in verzuim. Het verzuimcijfer is daarentegen toegenomen tot 6,7%. We hebben het pre-pandemische niveau (onder de 5%) nog niet bereikt. Dit doel vergt meer tijd om te realiseren.
Het verlagen van het ziekteverzuimpercentage heeft een directe, positieve invloed op de werkdruk en de slagkracht van de organisatie. Wanneer een medewerker ziek is en niet kan werken, moeten de taken die deze persoon zou hebben uitgevoerd, vaak worden overgenomen door andere teamleden. Dit kan leiden tot een verhoogde werkdruk voor deze medewerkers, omdat zij naast hun eigen werkzaamheden ook extra taken moeten uitvoeren. Ziekteverzuim brengt kosten met zich mee voor de organisatie, niet alleen doo r het verlies aan productiviteit maar ook door de kosten voor vervanging, overwerk voor andere medewerkers, en mogelijk de kosten voo r ziekteverzuimbegeleiding en re-integratietrajecten. Bevindingen rechtmatigheidsverklaring van het college Sinds het verslagjaar 2023 geeft het college een rechtmatigheidsverklaring af.
94 Het college is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in beginsel onrechtmatig tot stand zijn gekomen, echter op basis van de verordening financieel beleid acceptabel worden geacht. De rechtmatigheidsverklaring kent 3 onderdelen: het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium. Bij het laatste criterium zijn geen bevindingen . Begrotingscriterium De overschrijdingen die onrechtmatig zijn, bedragen in totaal € 3,644 mln. Hiervan kan € 2,962 mln. conform ons financieel be leid als acceptabel beschouwd worden. De begrotingsonrechtmatigheden betreffen: 1) overschrijdingen in het sociaal domein van € 2,750 mln. Dit komt volledig door gedecentraliseerde wettelijke taken, ook we l open- einde regelingen genoemd. 2) overschrijdingen in afgesloten projecten en restantkredieten van € 235.000. Als raad wordt u hierover bij de jaarrekening geïnformeerd. Hiervan is 1 overschrijding, die zowel niet rechtmatig als niet acceptabel is, omdat u niet voor de behandeling van de jaarre kening hierover bent geïnformeerd. Deze afwijking heeft betrekking op openbare verlichting armaturen (€ 23.000), waarvoor in 2025 bu dget beschikbaar is. De overige overschrijdingen zijn wel acceptabel. Voorwaardencriterium Aan inkopen is € 638.548 onrechtmatig besteed.
Deze zijn ten onrechte niet Europees aanbesteed. Het gaat om: - € 572.430 onderhoudscontract; - € 66.118 ICT-diensten. De bestedingen voor de ICT-diensten waren over 2023 ook al als onrechtmatig gekwalificeerd. Het budget voor de nieuwe aanbesteding is in 2024 geregeld. Vanaf het 2 e kwartaal 2025 zal er een marktverkenning plaatsvinden, waarna er een inkoop - en aanbestedingstraject zal worden gestart of aangesloten zal worden bij een door de VNG uitgevoerde collectieve aanbesteding. Wat betreft het onderhoudscontract heeft er een overschrijding van het maximale volume plaatsgevonden. Dit maximale volume dient vermeld te worden in raamovereenkomsten. Het contract loopt tot 1 juli 2025. Er is reeds gestart met een nieuwe aanbesteding. Om de rechtmatigheidsfout voor 2025 zoveel mogelijk te beperken zal er overleg met inkoop en de leveranc ier plaatsvinden. Het contract geeft mogelijkheden om het maximale volume te verhogen waardoor de rechtmatigheidsfout beperkt wordt. 95 3.6 Verbonden partijen Op 9 februari 2016 heeft de raad de nota “Verbonden partijen” vastgesteld. Het proces van deelnemingen is echter een dynamisc h gebeuren. Regelmatig moet deze nota dan ook worden herzien. Hieronder treft u de belangrijkste resultaten en wijzigingen aan welke binnen de kaders van de al vastgestelde nota passen.
Bij de begroting is al aangegeven welke voornemens de gemeente had met haar aandelenbezit, namelijk het streven naar een zo hoog mogelijk rendement in de vorm van dividend. Landelijke, regionale of plaatselijke ontwikkelingen hebben geen aanleiding gegeven bovengenoemde standpunten los te laten en over te gaan tot vervreemding. Afhankelijk van de mate van verbondenheid (bijv. geplaatst aandelenkapitaal) zijn we in staat om in vloed op het beleid van de betreffende verbonden partij uit te oefenen. De genoemde verbonden partijen kennen hun eigen risicopositie. Daar waar sprake is van een aanzienlijk, niet afgedekt, risico wordt dit meegenomen bij de paragraaf weerstandsvermogen. De op 1 april 202 5 ontvangen jaarstukken van verbonden partijen zijn opgenomen. Van een aantal verbonden partijen zijn nog geen jaarstukken over 2024 beschikbaar en deze ontbreken dan ook in deze paragraaf. De bijlage is volgens het raadsvoorstel van 9 februari 2016 opgesteld en worden in de volgende categorieën gepresenteerd (zie ook paragraaf 4.2): o vennootschappen en coöperaties; o stichtingen en verenigingen en o gemeenschappelijke regelingen. De 4e categorie, de “overige verbonden partijen” is momenteel niet aanwezig. Onder verwijzing naar bovenvermelde notitie “Verbonden partijen” geven wij onderstaand de posities per ultimo van het rekenin gjaar weer.
Deze zijn aangevuld met ontwikkelingen en risico’s. 1. Vennootschappen en coöperaties 1.1 BNG Opgemerkt wordt dat de dividenduitkeringen pas worden uitgekeerd in het jaar daarop. Zo za l de dividenduitkering over 2024 in 2025 worden ontvangen. Ontwikkelingen De hoofdlijnen van de strategische koers blijft onverminderd van kracht. De bank is financier van het publieke domein en biedt scherpe tarieven aan. Verder investeert zij in verduurzaming en onderscheid zij zich als een bank met een maatschappelijke impact. In 2025 gaat zij haar ambitie versterken en verrijken met een duidelijke focus op kernthema’s. Zo wordt de nadruk gelegd op onder meer het versnellen van de transitie naar betaalbare duurzame energie via warmtenetten en het adressen van het woningtekort. Daarnaast heeft zij als duidelijke taak om sneller, efficiënter en wendbaarder te opereren. Door processen te optimaliseren, de organisatie te versterken, meer in te zetten op digitalisering en verder te investeren in robuuste IT-infrastuur wordt gezorgd dat de klant optimaal wordt bediend.
96 De sterke kapitaal- en liquiditeitspositie vormt een solide basis voor de bank en geeft vertrouwen om vooruit te kijken. Met een groot marktaandeel en een groeiende kredietportefeuille bewijst zij dat de gekozen aanpak werkt. De bank blijft investeren in duurzaamheid en sociale vooruitgang , samen met klanten, partners en haar medewerkers bouwt zij aan een leefbare toekomst. De verwachting is dat de bank ook in 2025 financieel sterk blijft. De hoogte van de nettowinst is met onzekerheden omgeven. De bank kan dan ook geen voorspelling doen over de ontwikkeling van de ongerealiseerde marktwaardeveranderingen. Een betrouwbare schatting van de nettowinst voor 2025 kan de bank daarom dan ook niet maken. Risico’s Beperkt, tot deelname aandelenkapitaal. Financiers hebben vertrouwen in de bank dat het risico van kredietverlening aan de BNG bank beperkt is, gezien het eigenaarschap van gemeenten, provincies en de staat. 1.2 Enexis N.V. Opgemerkt wordt dat de dividenduitkeringen pas worden uitgekeerd in het jaar daarop. Zo za l de dividenduitkering over 2024 in 2025 worden ontvangen. Ontwikkelingen Enexis beheert het energienetwerk voor elektriciteit en aardgas in Noord -, Oost- en Zuid -Nederland voor de aansluiting van ongeveer 2,3 mln. klanten (huishoudens, bedrijven en overheden) voor gas en 2,9 mln. klanten voor elektriciteit.
De netbeheerderstaak is een publiek belang, wettelijk geregeld met o.a. toezicht vanuit de Autoriteit Consument en Markt. In het voorjaar van 2024 heeft de aandeelhoudersvergadering ingestemd met aanpassing van het strategisch plan (2022) in verband met de nieuwe wet collectieve warmtevoorziening. Enexis treft op basis daarvan voorbereidingen voor een actieve rol bij de ontwikkeling van initiatieven in haar verzorgingsgebied. In het strategisch plan is verder gekozen voor focus op kerntaken met drie hoo fddoelen. 1. Wij sturen op maatschappelijk optimale energiekeuzes . Mede richting geven aan maatschappelijk optimale keuzes voor een duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem van de toekomst en een haalbare weg daarnaartoe. 2. Wij bieden iedereen altijd toegang tot energie. Voor iedereen een toegankelijke, veilige energie- infrastructuur met behoud van een hoge leveringszekerheid en tegen de laagst mogelijk kosten. 3. Klanten weten wat ze aan ons hebben. Transparante, betrouwbare en efficiënte dienstverlening aan klanten en marktpartijen.
Deze missie komt voort uit maatschappelijke ontwikkelingen die een materiële impact op Enexis hebben: klimaatverandering & energietransitie; participatie en vertrouwen in instituties (burgers willen meer invloed op hun directe leefomgeving); digitale transformaties Risico’s Het risico voor de aandeelhouders is gering omdat Enexis opereert in een gereguleerde (energie)markt, onder toezicht van de Energiekamer. Daarnaast is het risico gering in relatie tot de (intrinsieke) waarde van Enexis Holding N.V. Wettelijk is minimaal 40% eigen vermogen vereist, Enexis heeft op dit moment 50% eigen vermogen. Het risico dat de gemeente hierbij loopt is laag. Een aanvullend risico is het achterblijven van de geraamde dividendinkomsten. Het risico is echter gemitigeerd met een overeengekomen streefwaarde van € 100 mln. voor het jaarlijkse dividend.
97 1.3 Rendo Holding N.V. Cijfers komen week van 12 mei Opgemerkt wordt dat de dividenduitkeringen pas worden uitgekeerd in het jaar daarop. Zo za l de dividenduitkering over 2024 in 2025 in drie termijnen worden ontvangen. Ontwikkelingen De strategie 2022 -2026 is vertaald in een 10 puntenplan voor de Rendogroep. Deze is in 2024 geactualiseerd en waar nodig aangescherpt. Deze liggen tevens aan de basis van de jaarplannen 2025 die volgens het Objectives Goals Strategies Measures (OGSM) model zijn opgez et. De doelstellingen en acties die hierin zijn opgenomen en op een directe wijze bijdragen aan het verwezenlijken van het 10-puntenplan worden toegelicht in de begroting, kwartaalrapportages en de jaarrekening. Over 2024 verwacht Rendo een resultaat van plm. € 8 mln. Risico’s N.V. Rendo Hol ding is de moedermaatschappij van verschillende vennootschappen. Re-Flex Beheer B.V.is een dochteronderneming en bestaat uit Enavi B.V., N-Tra B.V., Rendo Netwerken B.V., Re-Net B.V. en Rendo Duurzaam. Rendo Netwerken beheert en onderhoudt het gas - en elektriciteitsnetwerk. Verder houdt zij zich ook bezig met warmte en glasvezelprojecten. Gezien de aard van de activiteiten is Rendo een vrij stabiele vennootschap. Bij een eventuele overname in verband met sectorordening vervalt het dividend. De opbrengst is naar verwachting (aanzienlijk) lager dan de huidige dividendopbrengst.
98 1.4 Vitens N.V. Vanaf 2019 heeft Vitens geen dividend meer uitgekeerd . Ontwikkelingen Voor de komende jaren is de verwachting dat Vitens geen dividend zal uitkeren als gevolg van de lage WACC (Weighted Average Cost of Capital of vermogenskostenvoet) en het hoge investeringsniveau voor de komende jaren. De afgelopen jaren heeft Vitens samen met andere drinkwaterbedrijven en met hulp van de aandeelhouders gelobbyd bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de Tweede Kamer voor een betere invulling van de WACC (zogeheten Weighted Average Cost of Capital). Dit resulteerde erin dat de minister medio 2022 een WACC heeft vastgesteld van 2,95% voor de periode 2022-2024. Op korte termijn biedt deze maatregel enige ruimte, maar voor de lange termijn is dit percentage niet voldoende. Met de bestaande systematiek voor het vaststellen van de WACC ontstaan na 2026 problemen met het financieren van het investeringsprogramma. We zien dat door inflatie de prijzen flink stij gen, het investeringsprogramma een stijgend volume aangeeft en de doorkijk voor de komende jaren aangeeft dat de solvabiliteit en de andere ratio’s verder onder druk staan. Dit en de toekomstige financieringsstrategie, waarin mogelijk een beroep op de aandeelhouders en kapitaalmarkt zal worden gedaan, maakt dat het uitkeren van dividend helaas een logisch besluit is.
Verder heeft zij te maken met externe ontwikkelingen, zoals klimaatverandering, verdroging, verdergaande digitalisering, cybersecurity, verslechterde kwaliteit van de bronnen, demografische ontwikkelingen en krappe arbeidsmarkt. Risico’s De deelneming brengt voor de gemeente een gering risico met zich mee. Vitens opereert maar zeer beperkt in een concurrerende omgeving, de marktrisico’s zin zijn daarom beperkt. De operationele risico’s zijn niet klein omdat het product moet voldoen aan hoge kwaliteitseisen.
99 1.5 Rova N.V. Opgemerkt wordt dat de dividenduitkeringen pas worden uitgekeerd in het jaar daarop. Zo word t de dividenduitkering over 2024 in 2025 ontvangen. Ontwikkelingen Ook in de komende jaren heeft Rova te maken met stijgende uitvoeringskosten en volatiele grondstofmarkten. Het is daarom belangrijk om strak te sturen op de uitvoeringskosten. Met name personeelskosten en kosten voor materieel en activa zullen de komende jaren verder stijgen. De kostenstijging bij materieel en activa worden deels veroorzaakt voor investeringen in verduurzaming (transitie naar zero -emissie). Dit alles vraagt een actieve sturing op kosten en jaarplannen, zowel in de uitvoerende afdelingen als bij de indirecte functies (Holding). Hierover is Rova voortdurend in gesprek met de deelnemende gemeenten . Dit om te voorkomen dat we voor verrassingen komen te staan. Daarom worden tijdig beheersmaatregelen getroffen om de kosten voor de inwoners van de gemeenten beheersbaar te houden. Naast genoemde kosten hebben de gemeenten ook te maken met dalende opbrengsten van grondstoffen en met stijgingen van verwerkingskosten. In de komende jaren zal onder andere doorvoering van een CO2-heffing op het verbranden van restafval doorwerken in de gemeentelijke afvalstoffenheffing.
Verder wordt er nog gekeken naar de plannen van het Rijk om via maatwerkafspraken met afvalverbranders verduurzaming en de circulaire economie te stimu leren. Op dit moment kan nog niet worden ingeschat wat dat gaat betekenen , maar wel is duidelijk dat verdere reductie van restafval door preventie en betere afvalscheiding in de nabije toekomst steeds urgenter wordt. Rova zet zich verder volop in de transitie van afvalinzamelaar naar grondstoffenleverancier. Met een duidelijke visie op toekomstig afvalbeheer investeert Rova in nieuwe vormen van afvalinzameling om meer grip te krijgen op de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen. Verder zijn er nog ontwikkelingen op de inzamelmarkt die ervoor zorgen dat meerdere gemeenten op zoek gaan naar een nieuw inzamelbedrijf en daarom overwegen om zich aan te sluiten bij publieke af valbedrijven zoals Rova. Risico’s Beperkt tot deelname aandelenkapitaal.
100 1.6 Wadinko N.V. Opgemerkt wordt dat de dividenduitkeringen pas worden uitgekeerd in het jaar daarop. Zo word t de dividenduitkering over 2024 in 2025 ontvangen. Ontwikkelingen Wadinko zet het bestaand beleid voort met enige accentverschuivingen waarbij thema’s duurzaamheid en digitalisering meer aandacht krijgen. Ook zullen de (post)coronaeffecten in de regionale economie een rol spelen bij haar investeringsbeleid. Verder is er een bes luit genomen in de aandeelhoudersvergadering van 11 juni 2022 dat de komende 5 jaar een bedrag van € 1,5 mln. per jaar zal worden uitgekeerd aan de aandeelhouders. Het resultaat van Wadinko wordt sterk bepaald door de gevolgen van mogelijke verkopen van be langen en noodzakelijke afwaarderingen bij de participaties. Daarnaast verwacht Wadinko dat het resultaat in 2025 positief zal zijn. Verder verwacht zij dat het aantal medewerkers bij de participaties waarin Wadinko deelneemt nagenoeg gelijk zal blijven. Risico’s Verbonden met de taken van Wadinko zijn er ondernemingsrisico’s. De participatiemaatschappij zorgt dat zij invloed uitoefent op de ondernemingen waarin zij participeert via een Raad van Commissarissen of een aandeelhoudersovereenkomst. Het is echter niet te zeggen welke risico’s Wadinko precies loopt met betrekking tot de aangegane participaties. De afgelopen jaren is een positief financieel resultaat gedraaid.
Dit wil echter niet zeggen dat het bedrijf financieel gezond blijft, vanwege de afhankelijkheid van de financiële posities van de participerende partijen. Vooralsnog is het eigen vermogen (liquide middelen) hoog genoeg om risico’s op te vangen.
101 1.7 Noordwestgroep N.V. Ontwikkelingen In september 2021 heeft de gemeenteraad ingestemd met het collegevoorstel dat NWG en de USD dé uitvoeringsorganisaties zijn in het sociaal domein en dat NWG een breed arbeidsontwikkelbedrijf is voor SW, doelgroepers, Beschut Werk en nieuwkomers voor een pe riode van 6 jaar (tot en met 2027). Afgelopen jaren is hard gewerkt om NoordWestGroep toekomstbestendig te maken. Het WSW -bedrijf is definitief voorbij. Nu richt zij zich op het zijn van sociale onderneming en leerwerkbedrijf, waarin de samenwerking met ondernemers, onderwijs en overheid centraal staat. De gerealiseerde omzet over 202 4 bedraagt € 7.656.000 en is daarmee € 954.000 gestegen ten opzichte van voorgaand jaar (14%). Alle activiteiten van NWG lieten in 2024 een stijging zien in omzet. Met name de omzetten van NWG Hoveniers (€ 562.000) en NWG Kopwerk (€ 147.000) droegen bij in absolute zin. De groei op NWG Hoveniers is in zoverre opmerkelijk dat dit onderdeel een relatief stabiele sector is qua productiebezetting. Toch zien we hierin de investering in verbetering van het proces ook waarde generere n. Dit komt zowel terug in een hoger volume als ook betere tarieven. Waarbij aangetekend dat 2024 het laatste contractjaar was voor het gemeentelijk groencontract met vaste contractafspraken. Voor het gemeentelijke contract blijft de omzet in 2024 verder achter qua prijsniveau.