Jaarverslag 2024 (1)
Tekst van het document
De inflatie is gedurende de looptijd van het contract significant hoger geweest dan de prijscorrectie op het contract (2024: 2,4%), waardoor het prijsniveau achter loopt . Voor komend jaar zal dit opnieuw bepaald moeten worden, mede doordat het huidige contract afloopt. De groei is daarmee gerealiseerd op andere opdrachten (buiten gemeentewerk). Ook de andere activiteiten lieten een omzetstijging zien. Stap voor stap zullen verbeteringen worden doorgevoerd die de dienstverlening verder optimaliseren. NoordWestGroep combineert daarin maatschappelijk verantwoord ondernemen met een uitdagende zakelijke ambitie, waarbij gewerkt wordt aan een gezonde bedrijfsvoering, met een jaarlijks verbeterend resultaat door omzetgroei, kostenreductie en efficiency. Hiermee stel t zij zich in staat om ook in de toekomst nog meer van betekenis te zijn in haar opdracht om zoveel mogelijk mensen werk te bieden. Risico’s Jaarlijkse verlaging van de rijksbijdrage betekent een financieel risico voor de gemeente als Noordwestgroep hier geen nieuwe inkomsten tegenover zet. Bijkomend risico is dat het huidig bestand niet genoeg krimpt.
102 1.8 Vennootschappen na verkoop Essent In 2009 werd het productie- en leveringsdeel van Essent verkocht aan RWE. Bij de verkoop zijn een aantal tijdelijke B.V.’s opgericht om de belangen van de aandeelhouders te behartigen. De CBL Vennootschap B.V., Verkoop Vennootschap B.V. en Vordering op Enexis B.V. zijn in 2020 opgeheven. Ontwikkelingen CSV Amsterdam B.V. Onderdeel van het finale compromis in 2020 was dat CSV op eigen kosten en risico namens Deponie Zuid B.V. (vennootschap onder Attero Holding B.V.) een bezwaar/gerechtelijkeprocedure zou voeren tegen de Belastingdienst ten aanzien van de opgelegde naheffingsaanslag afvalstoffenbelasting in 2014. Na eerst een bezwaarprocedure te hebben gevoerd bij de Belastingdienst, waarbij de Belastingdienst bij haar standpunt bleef dat de naheffingsaanslag afvalstoffenbelasting in 2014 terecht was opgelegd, heeft CSV in overleg met de Aandeelhouderscommissie begin 2024 besloten een gerechtelijke procedure tegen de Belastingdienst te starten. Op dinsdag 3 september 2024 heeft de zitting plaatsgevonden bij de Rechtbank Zeeland -West-Brabant.
Op 7 oktober 2024 heeft de Rechtbank uitspraak gedaan in deze procedure, waarbij zij CSV in het gelijk heeft gesteld en de Belastingdienst heeft veroordeeld om de opgelegde naheffingsaanslag afvalstoffenbelasting in 2014 ( € 6.963.648) en de in rekening gebracht belastingrente (€ 1.378.802) terug te betalen. Tevens werd de Belastingdienst verplicht een gedeelte van de proceskosten (€ 12.998) aan CSV te vergoeden. Met de afwikkeling van de gerechtelijke procedure tegen de Belastingdienst naheffingsaanslag afvalstoffenbelasting in 2014 resteren er geen rechten en plichten meer die zijn voortgekomen uit de verkoop van Attero. Inmiddels is het besluit in voorbereiding om in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 17 april 2025, de vennootschap op te heffen en te liquideren. Verwachting is dat dit besluit zal worden bekrachtigd door de aandeelhouders. De resterende liquide middelen van ongeveer totaal € 8,5 mln. zal dan vervolgens naar rato van het aandelenbelang aan de aandeelhouders binnen 5 werkdagen na het besluit kunnen worden uitgekeerd. Publiek Belang Elektricititeitsproductie B.V.
103 Ondanks dat het General Escrow Fond s sinds juni 2016 is geliquideerd, moest de vennootschap als gevolg van contractuele verplichtingen nog in stand gehouden te worden. Het bestuur van de vennootschap heeft met het Ministerie van Klimaat en Energie, ZEH Energy B.V. en Energy Resources Holding B.V. in februari 2024 overeenstemming bereikt over het terugtreden van PBE als contractpartij uit het Convenant Borging Publiek Belang Kerncentrale Borssele uit 2009. Daarmee resteren er geen openstaande contractuele verplichtingen meer en kan PBE als vennootschap worden ontbonden. Op 30 september 2009 zijn de aandelen van Essent verkocht aan RWE. Onderdeel van Essent was het 50% aandeel in N.V. Elektriciteits Productiemaatschappij Zuid -Nederland (EPZ), o.a. eigenaar van de kerncentrale in Borssele. Ten tijde van deze verkoop is Publiek Belang Elektriciteitsproductie BV (PBE) opgericht om de resterende rechten en plichten af te wikkelen voor de verkopende aandeelhouders, voortvloeiend uit de deelneming van Essent in EPZ. In de eerste helft van 2024 zijn de laatste contractuele verplichtingen afgewikkeld. Vervolgens is in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVvA) op 25 april jl. het besluit genomen PBE te liquideren.
Tevens is in deze vergadering besloten bij de vereffening van PBE, om administratieve lasten te minimaliseren, een kapitaalstorting in CSV Amsterdam BV (CSV) van € 400.000 te verrekenen. CSV heeft dezelfde aandeelhouders als PBE. CSV is opgericht om de rechten en plichten af te wikkelen voor de verkopende aandeelhouders, voortvloeiend uit de verkoop van Attero in 2013. De kapitaalstorting in CSV is benodigd om de nog resterende activiteiten uit te oefenen. Als gevolg van de liquidatie van PBE is er een vereffeningbalans opgesteld. In de A lgemene Vergadering van Aandeelhouders op 26 september jl. is er ingestemd met deze vereffeningsbalans . Een terugbetaling van het gestorte aandelenkapitaal van in totaal netto € € 1.027.541 heeft inmiddels plaatsgevonden . (Op dit bedrag is de kapitaalstorting van € 400.000 CSV reeds in mindering gebracht .) Risico’s Het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de gemeente is relatief gering en beperkt tot de hoogte van het gestort aandelenkapitaal en het resterend werkkapitaal van deze vennootschappen. 2. Stichtingen en verenigingen 2.1. Stichting Weerribben- Wieden De accountant maakt gebruik van de mogelijkheden om de werkzaamheden van haar klanten over het jaar te spreiden, hetgeen tot gevolg heeft dat de Stichting Weerribben-Wieden nog geen opgestelde jaarrekening over 2024 heeft.
Ontwikkelingen In het meerjaren jaarplan 2024 is de eerste stap gezet vanu it het nieuwe Beleidsprogramma Nationale Parken 2024-2030. Dit programma kent 5 doelen, te weten: - het versterken van de natuur -, landschaps -, erfgoed - en ruimtelijke kwaliteiten van Nationaal Park Weerribben-Wieden; - robuuste natuur - en landschapsgebieden met stevige natuurkernen in Nationaal Park Weerribben-Wieden; - een sterke en unieke natuurbeleving in Nationaal Park Weerribben-Wieden, in balans met de draagkracht van de natuur en leefomgeving; - Nationaal Park Weerribben-Wieden in sterke verbinding met de samenleving en - De herkenbaarheid van Nationaal Park Weerribben-Wieden vergroten, ook als onderdeel van de gezamenlijke nationale parken. Risico’s De Stichting Weerribben-Wieden is een stichting zonder winstoogmerk. Het financieel risico is laag en beperkt zich tot het leveren van een jaarlijkse financiële bijdrage.
104 3. Gemeenschappelijke regelingen 3.1. GGD IJsselland Ontwikkelingen In vervolg op de projectopdracht ‘versterking bedrijfsvoering VR/GGD’ in 2023 zijn in 2024 verbeterstappen gezet gericht op het creëren van een basisniveau voor dienstverlening voor de Veiligheidsregio en GGD op het gebied van HRM, facilitair, financiën en ICT. Bij de bepaling van dat basisniveau is kritisch gekeken welke taken onderdeel moeten zijn van de gezamenlijke bedrijfsvoering en welke taken het beste op een andere manier georganiseerd kunnen worden. De onderliggende afspraken zijn begin 2025 vastgelegd in een nieuwe samenwerkingsovereenkomst. Risico’s Nog niet bekend.
105 3.2. Veiligheidsregio IJsselland Ontwikkelingen De Veiligheidsregio bereidt zich voor op onzekere tijden, rekening houdend met verschillende scenario’s. Dit gebeurt vanuit het programma ‘Vandaag voorbereid op morgen’ en past binnen de reeds ingezette lijn vanuit onze beleidsagenda en het risicogericht werken. Binnen de geprioriteerde thema’s staat uitval van onze vitale infrastructuur en dreigingen digitale infrastructuur als rode draad centraal. Het gaat erom hoe we als samenleving weerbaarder worden tegen datgene wat op ons afkomt, zodat we hier veerkrachtig op kunnen reageren. Dat i s een taak van ons allemaal. Door ons te richten op de effecten (bijvoorbeeld overbelasting van de zorg) kunnen we ons effectief voorbereiden, ongeacht de oorzaak (een cyberaanval, een oorlog in de Baltische staten of een overstroomde eerste hulp). Het algemeen bestuur heeft daarom de veiligheidsregio twee opdrachten gegeven: 1. Regisseer het risicogericht werken in het brede veiligheidsnetwerk 2. Organiseer het strategisch crisismanagement. Met het programma ‘Vandaag voorbereid op morgen’ wordt invulling gegeven aan deze twee opdrachten. Ons programma bestaat uit drie onderwerpen. • Risico's in beeld: De regio wil weten wat er op ons afkomt, wat de risico's zijn, wat dat voor ons kan betekenen en welke partijen betrokken zijn.
Het Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK), wat op dit moment opgericht wordt, is een belangrijke manier om de risico’s in beeld te krijgen. S amenwerking met ketenpartners is hiervoor noodzakelijk. • Risicoreductie: De regio wil proactief met haar partners de juiste acties bepalen om de risico’s die we in beeld hebben te verminderen. Bijvoorbeeld door de omgeving anders in te richten, meer te handhaven of een publiekscampagne te starten. • Voorbereiden incidenten: De regio wil op basis van benoemde risico’s goed voorbereid zijn op een inzet van de crisisorganisatie en de samenwerking met partners. Dit gaat ook over mensen, middelen, het delen van kennis en het spreken van dezelfde taal. Risico’s Veiligheidsregio IJsselland voert een actief financieel risicobeleid. De weerstandscapaciteit wordt geëvalueerd op basis van een financiële risico-inventarisatie.
106 3.3. Omgevingsdienst IJsselland Ontwikkelingen De Omgevingsdienst zette volop in op de strategische koers voor de komende jaren en op het landelijke interbestuurlijke programma voor de versterking van het VTH-stelsel (IBP-VTH). Dit deed zij samen met haar deelnemers op bestuurlijk, hoger management en ambtelijk niveau. Daarbij waren twee mijlpalen, te weten: strategische koers en op weg naar Robuuste Omgevingsdienst IJsselland. Op 11 juli 2024 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de routekaart. De routekaart is het meerjarenplan voor de toekomstige ontwikkeling van de Omgevingsdienst en programmeert de samenhangende opgaven. Verder besloot het Algemeen Bestuur op 19 december 2024 om in te stemmen met de ontwikkelroute naar een robuuste Omgevingsdienst met slimme allianties en daarmee te streven om de taakuitvoering en de organisatie in overeenstemming te brengen met het landelijke robuustheidbeleid. Het benodigde budget van ca. € 23,3 miljoen (prijspeil 2025) v oor het actualiseren van vergunningen en het herstellen van de balans in de toezichtscapaciteit zal worden verwerkt in de Kade rbrief 2026 en de ontwerpbegroting 2026.Over het benodigde structurele budget van ca.
€ 1 miljoen voor het voldoen aan het landelijke robuustheidsniveau voor strafrechtelijke handhaving en bodemtoezicht, voor het instellen van een structureel innovatiebudget van 1% van de begroting en het ophogen van het opleidingsbudget tot 3% van de loonsom zal aan het Rijk worden gevraagd op welke wijze zij gaat bijdragen aan de financiering van dit budget. Risico’s Er zijn nog weinig historische gegevens bekend, doordat de Omgevingsdienst IJsselland is gestart in 2018. Per deze datum heeft de gemeente taken ingebracht en voor de daarbij behorende capaciteit wordt betaald. Aanvullende, niet standaard ingebrachte, taken voert de Omgevingsdienst wel voor ons uit. Deze worden apart bij ons in rekening gebracht. Hierbij gaat het in ieder geval om specialistische advisering t.a.v. gaswinning en geluidsmetingen bij evenementen, maar daarnaast bijvoorbeeld ook mogelijke aanvullende metingen (geluid, gevaarlijke stoffen) bij handhavingstrajecten .
107 3.4. Jeugdzorg IJsselland (RSJ) Ontwikkelingen De uitvoering van de landelijke Hervormingsagenda Jeugd heeft in 2024 ook regionaal inkleuring gekregen. Onder regie van het Ministerie van VWS is begin 2024 een startfoto gemaakt van de regio IJsselland. Op basis hiervan is de jeugdregio aangemerkt als robuuste regio . Dit is ook als zodanig vastgelegd in een landelijke AmvB. Dit betekent dat de jeugdregio voldoende toekomstbesteding is om de komende jaren uitvoering te geven aan de uitdagingen van de Hervormingsagenda jeugd. Het RSJ verzorgt regionaal de procesregie op de Hervormingsagenda. Verder is eind 2024 een regionaal actieplan uitgezet waarin met alle betrokken partijen de koers voor de komende jaren is uitgezet. Verder is in 2024 de organisatie verstevigd, doordat meer medewerkers zijn verbonden aan de organisatie. Daardoor is zij minder afhankelijk van externe inhuur. Dit vergroot de stabiliteit en continuïteit van de organisatie. Ook hebben 11 gemeenten in 2024 met het RSJ de opdracht voor de komende jaren vastgesteld. RSJ blijft uitvoering geven aan inkoop en contractmanagement, de regiovisie en regioagenda en voert daarnaast procesregie op het opstellen van een nieuwe regiovisie en de regionale aanpak voor de Hervormingsagenda Jeugd. Ook is in 2024 het fundament gelegd voor de verdere professionalisering van het contractmanagement.
Samen met gemeenten wordt de keuze gemaakt hoe het contractmanagement met de jeugdhulpaanbieders vorm wordt gegeven en hoe wordt omgegaan met mogelijke risico’s. Risico’s De RSJ IJsselland geeft aan dat in de dynamiek van het jeugdstelstel het een uitdaging is om een stabiele bedrijfsvoering te organiseren. Daarom heeft zij geen risicomanagement maar er wordt wel jaarlijks een inschatting gemaakt van de risico’s en de mitigerende maatregelen. Gezien de risico’s, de mitigerende maatregelen en de huidige bijdrageregeling is het niet nodig om een eigen weerstand svermogen op te bouwen binnen het RSJ. In de begroting wordt rekening gehouden met de nodige budgetflexibiliteit. Een ander risico betreft de financiële uitkomsten van het nieuwe inkoopmodel. Deze zullen vooraf worden onderzocht en daarna gemonitord.
108 3.7 Uitvoering grondbeleid 2024 Binnen de gemeentelijke grondexploitaties zijn minder particuliere woningbouw kavels verkocht (6) dan de prognose (10). De hogere prognose heeft te maken met de start van de verkoop van de kavels in complex Noordermaten fase A. Echter zijn er nog veel kav els in optie, niet gepasseerd bij de notaris in 2024. Voor bedrijventerreinen geldt dat er meer is verkocht (8.609 m2) dan verwacht (7.000 m2). De prognose van de verwachte grondverkopen in de grondexploitaties is voor de lange termijn gebaseerd op de historische uitgi fte en voor de korte termijn op opties. De verwachtingen voor 2025 en verder voor wat betreft de uitgifte van woningbouw kavels is dat er rond 2026/2027 een piek in verkoop zal ontstaan door de uitgifte van woningbouw kavels in het project Kornputkwartier en Wanneperv een. Voor bedrijventerrein is er op dit moment bijna geen aanbod meer en de verwachting is pas weer stijging in verkoop/beschikbare kavels rond 2026-2027. Naar aanleiding van achterblijvende grondverkopen bedrijventerrein is een deel van het bedrijventerrein Boterberg Zuid verhuu rd als zonnepark tot 1 januari 2034. Voor deze grondexploitatie is een langere looptijd vastgesteld dan de geldende richttermijn van uit het BBV van maximaal 10 jaar.
Bij de herziening van de grondexploitaties per 1 januari 2025 is dit deel van de grondexploitatie ingerekend in de jaren 2034 tot en met 2038 Nota Grondbeleid 2024-2028 Op 18 december 2024 is door de raad de Nota Grondbeleid 2024-2028 vastgesteld. Voor de visie op het grondbeleid en de wijze waarop het grondbeleid wordt gevoerd wordt verwezen naar de Nota Grondbeleid 2024-2028. Grondbeleid is in zijn algemeenheid een middel om ruimtelijke doelstellingen te realiseren, bijvoorbeeld op het gebied van volkshuisvesting, lokale economie, natuur en groen, infrastructuur, duurzaamheid of maatschappelijke voorzieningen. Het grond beleid is daarmee een vorm van ‘facetbeleid’ dat volgend/dienend is aan het ‘sectorale beleid’. Het beleidsmatige uitgangspunt van de gemeente Steenwijkerland is situationeel grondbeleid. Afhankelijk van de situatie moet er gekozen worden voor actief dan wel faciliterend grondbeleid. De gemeente past situationeel grondbeleid toe, zodat de gemeente de vrijheid heeft om per situatie het grondbeleid toe te passen dat het meest geschikt is voor de beoogde situatie. Belangrijke gebeurtenissen 2024 In 2024 he eft zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan die gevolgen hebben voor de financiële positie van het gemeentelijke grondbedrijf. De grondprijzenbrief 2025 is in december 2024 vastgesteld door het college en ter kennisname verstuurd naar de raad.
De grondprijzen opgenomen in de grondprijzenbrief 2024 zijn verwerkt bij de herziening van de grondexploitaties per 1 -1-2025. De grondprijzen van de reeds lopende/bestaande grondexploitaties voor woningbouw en bedrijventerreinen zijn in 2024 verhoogd met 1,5% ten opzichte v an 2023. Dit is gelijk aan de jaarlijkse opbrengstenstijging waarmee rekening hebben gehouden in de meerjarenbegroting 20 24-2028. De verhoging van de grondprijzen heeft hiermee dus geen effect op de grondexploitatieresultaten. Om beter inzicht te krijgen in actuele grondprijzen en de verschillen tussen de kernen binnen onze gemeente voor toekomstige/ nieuwe grondexploitaties en faciliterende woningbouwprojecten, is een marktanalyse uitgevoerd door de STEC Groep naar de Grondwaard es Wonen Gemeente Steenwijkerland. De vertaling hiervan is nu terug te vinden in de nieuwe Grondprijzenbrief 2025. Waarbij wij n u werken met kernen en bandbreedtes om beter te kunnen inspelen op de marktbehoeftes en locatie -specifieke kenmerken voor alle nieuwe projecten. Ook is er een nieuwe marktanalyse uitgevoerd voor de vaste kavelprijzen sociale huur. De nieuwe vaste kavelprijzen voor sociale huur zijn ook verwerkt in de nieuwe Grondprijzenbrief 2025. De woningbouwcoöperaties zijn hierover geïnformeerd en in de nieuwe prestatieafspraken worden de nieuwe prijzen meegenomen.
De parameter rente en opbrengstenstijging zijn vastgesteld op 1% respectievelijk 1,5%. In verband met de forse kostenstijging en is de kostenindexatie ingerekend volgens onderstaande tabel:
109 Programma Woningbouw Er zijn in totaal 6 woningbouwkavels verkocht (particulier + projectmatig), terwijl de prognose uitging van de verkoop van 10 woningbouwkavels (particulier + projectmatig). Hiermee is minder verkocht dan verwacht. Een positieve ontwikkeling is dat er in december 2024 voor het project woningbouw Wanneperveen een raadsbesluit ligt om de exploitatieberekening om te zetten naar een Grondexploitatie. Hiermee is de start gegeven voor de bouw van in totaal 37 woningen door de gemeente zelf. De grondexploitat ie Blokzijl/ Noordermaten waar in totaal 80 woningen worden gerealiseerd is voor fase A de verkoop gestart van in totaal 34 woningen. Daarnaast is er een positieve ontwikkeling voor het Kornputkwartier waar door verkaveling in totaal 116 woningen gebouwd gaan worden en de locatie stormbaan, onderdeel van het Kornputkwartier gaat in totaal 46 sociale huurwoningen krijgen. Daarnaast zijn er positieve ontwikkelingen in Belt -Schutsloot, Kuinre en Scheerwolde. In totaal ligt er nu een harde plancapaciteit van in totaal 562 woningen de komende jaren. Programma Bedrijventerreinen Er is in totaal meer m2 bedrijventerrein verkocht dan de prognose.
Daar staat tegenover dat afgelopen jaren de werkelijke verkopen aanzienlijk lager waren dan de geschatte 2,3 hectare per jaar volgens het document Afspraken Regionale Bedrijventerreinen Programmering West Overijssel 2019 -2022. Een positieve ontwikkeling is ook dat er in Vollenhove nieuwe gronden beschikbaar zijn, we zijn in onderhandeling met een ontwikkelaar waarmee we (anterieure) afspraken maken over realisatie. Resultaten De prognose van het gezamenlijk resultaat op eindwaarde van de onderhanden grondexploitaties was eind 2023 € 2,8 mln. positief. De prognose van het gezamenlijk resultaat op eindwaarde van de onderhanden grondexploitaties was eind 2024 € 2,9 mln. positief. De lichte stijging is te verklaring door het openen van het nieuwe complex Wanneperveen. In totaal zullen er 2 grondexploitaties afgesloten gaan worden en zal er 1 nieuwe Grondexploitatie geopend worden Door de mutaties in de grondexploitaties en de invoering van de POC-methode kunnen en moeten er in verschillende complexen winsten genomen worden, terwijl in andere complexen verliezen moeten worden genomen. Omdat wij dit jaar 2 complexen afsluiten zal de winstneming ongeveer € 847.000 zijn voor het grondbedrijf. Met de vaststelling van de Nota Reserves en voorzieningen op 19 december 2017 is de Algemene Reserves Grondexploitatie (ARG) opgegaan in de Algemene Reserve vaste Buffer.
Hiermee wordt benadrukt da t het grondbedrijf deel uitmaakt van de algemene dienst en geen apart onderdeel is binnen de financiële huishouding van de geme ente. Het totale risico binnen de grondexploitaties is op basis van de jaarrekening 2024 ca. € 1,29 mln. (2023: € 1,1 mln.). In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt het totale pakket aan risico’s gepresenteerd. 110 4. Verklaring Ensia In een tijd waarin de urgentie rond digitale weerbaarheid alleen maar groter wordt moeten inwoners en ondernemers kunnen reke nen op een betrouwbare overheid die luistert naar hun zorgen en wensen en vervolgens daarop inspeelt in haar dienstverlening. Dig itale weerbaarheid is een cruciaal thema dat momenteel sterk in de belangstelling staat. De toenemende eisen voor digitale veiligheid vanuit Europese wet - en regelgeving vraagt ook lokaal meer aandacht. Tevens is de snelheid waarmee digitale technologieën wo rden geïntroduceerd en gebruikt een uitdaging voor de organisatie en wordt het uitsluiten van allerlei digitale risico’s steeds la stiger. Een betrouwbare overheid en veilige informatievoorziening is daarom essentieel voor het goed functioneren van de gemeente en is de basis voor het beschermen van de rechten van inwoners en ondernemers. Het College van B&W legt verantwoording af over de kwaliteit van de informatieveiligheid.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van d e zogenaamde ENSIA[1] methode. De horizontale verantwoording die hieruit ontstaat bestaat uit een zelfevaluatie en een verklaring van het College van B&W over de (informatie)veiligheid van de diverse informatiesystemen. Het gaat dan over de geselecteerde beveiligingsnormen inzake DigiD[2], Suwinet[3], BAG[4], BGT[5], BRO[6], BRP[7] en PUN[8]. Privacy, Informatiebeveiliging en informatiebeheer. Overheidsinformatie moet duurzaam toegankelijk, vindbaar, juist en volledig en veilig en met inachtneming van de regels van persoonsgegevens worden opgeslagen en (tijdig) worden vernietigd. Hierdoor zijn privacy, informatiebeveiliging en informatieb eheer onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Om de betrouwbaarheid van de gemeentelijke processen, gebruikte informatiesystemen en de daarin opgeslagen gegevens aantoonbaar te beschermen en te borgen dient een pakket van passende evenredige technische, operationele en organisatorische maatregelen te worden getroffen. Algemeen beeld en resultaten afgelopen periode In 2021 is het strategische beleid Privacy, informatiebeveiliging en informatiebeheer 2021-2024 vastgesteld waarmee de basis is gelegd voor het waarborgen van een veilige omgeving en verdere uitwerking in jaarplannen geschied. In 2024 is de verplichte her -audit op de Wet politiegegevens (Wpg) uitgevoerd.
Hieruit blijkt dat de organisatie mooie sprongen voorwaarts heeft gemaakt bij het op orde brengen van de noodzakelijke processen. Het opgeleverde audit -verslag is ter kennisname naar de Autoriteit persoonsg egevens verzonden. Collegeverklaring Op 18 maart 2025 heeft het college de Ensia verklaring 2024 vastgesteld waarna de IT-auditor hierop assurance heeft verleend. Meerjarenperspectief De belangrijkste trends en ontwikkelingen voor de gemeentelijk informatieveiligheid zijn: 1.Indien informatie niet beschikbaar is, leidt dat tot problemen in de dienstverlening en de bedrijfsvoering. Nagenoeg ieder proces, van uitgifte van paspoorten tot het betalen van uitkeringen, wordt uitgevoerd of ondersteund door digitale informatie - en communicatievoorzieningen. In het ergste geval moet de gemeente dienstverleningsprocessen stilleggen. Uitval van dienstverlening en bedrijfsvoering moeten zoveel mogelijk worden voorkomen door het mitigeren van risico’s. 2.Met het van kracht worden van de Wet open overheid (Woo) is overheidsinformatie toegankelijker geworden waarmee informatie zoveel mogelijk actief openbaar moet worden gemaakt. Dit betekent dat inwoners en ondernemers en andere belanghebbenden toegang hebben tot informatie over wat de gemeente doet, hoe ze dat doet en waarom. Voor specifieke informatie die nog niet openbaar is gemaakt kan een verzoek worden ingediend.
Enerzijds dienen maatregelen te worden getroffen om de toegankelijkheid en vindbaarheid van informatie mogelijk te maken maar anderzijds dienen maatregelen te worden getroffen om te voorkomen dat vertrouwelijke informatie in verkeerde handen valt. 3. Kwaliteit en integriteit van data worden in het algemeen niet direct gezien als doel van informatiebeveiliging. Toch dient dit risico nadrukkelijk op het netvlies te staan van een ieder binnen de organisatie. Want informatiebeveiligingsincidenten kunnen leiden tot fouten in de dienstverlening. Als informatie niet integer is, kan dat leiden tot vertraagde of foute beslissingen, verkeerde handeli ngen en verspilling van tijd en menskracht. 4. Met de inwerkingtreding van de Cyberbeveiligingswet eind 2025 zullen de verantwoordelijkheden voor de gemeente op het gebied van informatieveiligheid worden uitgebreid. Met deze wetgeving worden gemeentelijke bestuurders niet alleen verantwoordelijk voor de veiligheid van de processen die de gemeente uitvoert, maar ook op het gebied van ketenprocessen en maatschappelijk relevante processen.
[1] Eenduidige Normatiek Single Information Audit [2] Digitale Identiteit [3] De Gemeenschappelijke elektronische Voorziening Suwi (GeVS, ook wel Suwinet genoemd) [4] Basisregistratie Adressen en Gebouwen [5] Basisregistratie Grootschalige Topografie [6] Basisregistratie Ondergrond [7] Basisregistratie Personen [8] Paspoort Uitvoeringsregeling Nederland