Jaarverslag 2021.pdf
Tekst van het document
94 Openbaar groen en speelvoorzieningen Areaal Het areaal groen, sport- en speelvoorzieningen bestaat uit: Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plantsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides. Hierbij zijn de volgende nota’s en plannen van belang: - De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); - Beleidsnota Groen, 2007; - Meerjarenprogramma Groen (MJP Groen), 2011; - Landschapsontwikkelingsplan (LOP), 2005; - Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte gemeente Steenwijkerland. Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: - Speelplekkenbeleid (2009); - Meerjarenplan Spelen (2014). In het landschapsontwikkelingsplan is aangegeven hoe het landschap ontwikkeld en beheerd kan worden. In de beleidsnota Groen worden de beheerambities met betrekking tot het groen beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarbij het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn er ambities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een schone en veilige omgeving. Het meerjarenplan Groen geeft aan hoe aan deze ambitie invulling kan worden gegeven. In 2014 heeft de gemeenteraad op basis van een evaluatie besloten om de lijn van het speelplekkenbeleid uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren. In dit plan is vastgesteld dat de gemeente spelen en bewegen stimuleert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden wordt.
Om het buitenspelen te stimuleren zijn er uitdagende natuurspeelplekken ontwikkeld gericht op beweging en het prikkelen van de fantasie. Bij het ontwerpen van speelplekken wordt rekening gehouden met medegebruik door kinderen met een beperking. Open schoolpleinen dragen bij in de behoefte aan speelruimte. Er zijn daarover met diverse scholen afspraken gemaakt. Bij het ontwerp en onderhoud van de openbare ruimte in het algemeen wordt nagegaan hoe de bespeelbaarheid verhoogd kan worden. Het onderhoud van de speelvoorzieningen zal op het basisniveau van ‘schoon heel en veilig’ worden uitgevoerd. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In de beleidsnota Groen is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op de beleidsnota Groen opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. In het meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 jaren becijferd hoeveel geld er nodig is om het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van de beleidsnota Groen zijn één op één verwerkt in de programmabegroting. In 2014 is voor het onderhoud van de speelvoorzieningen besloten tot het instellen van een voorziening, met als doel kosten die in de toekomst worden verwacht te kunnen opvangen.
Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Een eventueel tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening.
95 Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Beleidskader Voor de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerdere jaren vastgelegd, inclusief de onderhoudskosten waarmee rekening moet worden gehouden. Uitgegaan wordt van drie categorieën onderhoud. Het klachtenonderhoud betreft dagelijks voorkomende calamiteiten en storingen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn afgesloten. Dit betreft voornamelijk technische installaties. Tenslotte is er het planmatig onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voor een periode van minimaal 10 jaar een Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed opgesteld. Deze plannen worden ieder jaar bij de jaarrekening geactualiseerd. Bij de laatste actualisatie is becijferd dat de jaarlijkse kosten aan planmatig onderhoud gemiddeld circa € 1.000.000 bedragen. Uitbreidingen en duurzame maatregelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en zullen via investeringen moeten worden gerealiseerd. In 2018 zijn de zwembaden aan de voorziening toegevoegd. De daarvoor benodigde middelen zijn opgenomen in het meerjarenplan. Verder is er voor het verduurzamen van het vastgoed incidenteel geld beschikbaar gesteld.
Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed is verwerkt in de begroting. Voor het Maatschappelijk Vastgoed is een voorziening ingesteld. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening.
96 4.4 Financiering De financieringsparagraaf bevat informatie over het financieringsgedrag van de gemeente. In het kader van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) zijn regels vastgesteld, die van kracht zijn voor het beheersen van financiële risico’s op aangetrokken en uitgezette middelen. De Wet FIDO is een raamwerk die de risico’s in het financieringsbeleid van de gemeente binnen de perken moet houden en tegelijkertijd flexibiliteit en transparantie in de financieringsstructuur mogelijk maakt. De Wet FIDO is voor onze gemeente nader uitgewerkt in het “Treasurystatuut gemeente Steenwijkerland”. Dit statuut is op 10 maart 2020 door de raad vastgesteld. Een gevolg hiervan is dat de kaders met betrekking tot het beheren en beheersen van de geldstromen zijn vastgesteld. Verder geeft de financieringsparagraaf informatie over algemene ontwikkelingen en concrete beleidsplannen van het risicobeheer, de gemeentefinanciering en het kasbeheer. De gemeente Steenwijkerland streeft er naar om zorgvuldig (doeltreffend en doelmatig) om te gaan met de beschikbare financiële middelen. Daarom wordt gestreefd dat benodigde leningen tegen zo laag mogelijke kosten worden aangetrokken, waardoor de renterisico’s kunnen worden beheerst. Bij het afsluiten van leningen wordt rekening gehouden met de bestaande leningenportefeuille, maar ook met de rentevisie en de renterisiconorm.
Wel wordt opgemerkt dat het aantrekken van gelden, alsmede de hoogte van het bedrag, afhankelijk zijn van de inkomende en uitgaande geldstromen bij de gemeente. Risicobeheer Een kernonderdeel van de financieringsparagraaf is het risicoprofiel. In dit verband worden onder risico verstaan: - Renterisico’s; - Koersrisico’s - Kredietrisico’s; - (intern( liquiditeitsrisico’s en - Valutarisico’s. Bij onze leningenportefeuille loopt de gemeente een risico in verband met renteherziening en een risico in verband met herfinanciering. In 2021 is een lening van het voormalig woningbedrijf IJsselham vervroegd afgelost. Verder hebben we in 2021 in beperkte mate te maken gehad met zgn. kredietrisico’s. Dit zijn risico’s die zich kunnen voordoen bij het verstrekken van leningen aan onder andere publieke instellingen. Daarnaast zijn er drie duurzaamheidsleningen verstrekt. De totale omvang van deze leningen bedroeg op 1 januari 2021 afgerond € 7,4 miljoen, exclusief startersleningen. Per 31 december 2021 bedroeg de restantschuld afgerond € 6,7 miljoen, eveneens exclusief startersleningen. Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is om tot een zodanig opbouw van de leningenportefeuille te komen dat het renterisico door renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt.
Als de leningenportefeuille gelijkmatig is opgebouwd, zal ook het renterisico over de vaste schuld gelijkmatig in de tijd zijn gespreid. Als bovengrens wordt 20% van het begrotingstotaal per 1 januari 2021 gehanteerd. Indien de jaarlijks te herfinancieren bedragen onder de norm blijven is er sprake van een beheerste en overzienbare situatie. Zoals uit onderstaande tabel blijkt bedraagt de ruimte onder de risiconorm in 2021 plm. € 15,5 miljoen.
97 Kasgeldlimiet Ieder kwartaal wordt een opgave gedaan aan het CBS via informatieverstrekking derden (Iv3). Hieruit kunnen gegevens worden gehaald met betrekking tot de gemiddelde netto vlottende schuld. Dit bedrag mag de kasgeldlimiet –dit is de maximaal toegestane netto vlottende schuld- niet overschrijden. Het percentage voor de kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal, zijnde afgerond € 130 miljoen, waarbij geen rekening is gehouden met stortingen uit de reserves. Het bedrag van de kasgeldlimiet bedraagt afgerond € 11 miljoen. Zoals u ziet is de kasgeldlimiet per saldo in de kwartalen van 2021 niet overschreden. Bij overschrijding kan de toezichthouder indien de overschrijding meer dan twee kwartalen voortduurt ons “verplichten” een langlopende geldlening af te sluiten. Koersrisico In 2021 heeft de gemeente geen overtollige middelen uitgezet. Kasbeheer Het kasbeheer bestaat uit het saldo- en liquiditeitenbeheer en het beheer van de geldstromen van de debiteuren en crediteuren. Dagelijks wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie van voldoende omvang is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig worden nagekomen. Het betalingsverkeer wordt elektronisch uitgevoerd door de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Naast een rekening bij de BNG heeft de gemeente nog een betaalrekening bij de Rabobank voor de internetontvangsten van burgerzaken.
In verband met een effectief saldobeheer en ter voorkoming van extra rentelasten worden positieve saldi regelmatig overgeboekt naar de betaalrekening van de BNG. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekeningcourantrekening. Voordat middelen worden aangetrokken met een looptijd korter dan 1 jaar, maar langer dan een maand, moet bij minimaal twee instellingen een offerte worden gevraagd. Kasgeldleningen met een looptijd korter dan een maand worden uit praktische overwegingen meestal afgesloten bij de huisbankier (BNG). Het kasbeheer bestaat naast het liquiditeitenbeheer uit het beheer van de geldstromen van de debiteuren en crediteuren. De wettelijke betaaltermijn voor inkomende facturen bedraagt 28 dagen na dagtekening van de factuur, tenzij er redenen zijn om hiervan af te wijken. De gemeente Steenwijkerland hanteert met ingang van 1 januari 2020 een betaaltermijn van 0 dagen. Dit betekent dat zodra de factuur is gefiatteerd door de budgethouder de betaling meegaat met de eerstvolgende betaalbatch. Verder wordt in principe drie keer in de week zo’n batch aangemaakt, te weten op maandag, woensdag en vrijdag. Het debiteurenbeheer omvat het zorg dragen voor een tijdige ontvangst van betalingen.
De betaaltermijn van uitgaande facturen bedraagt standaard 14 dagen na dagtekening van de factuur, tenzij anders is aangegeven. Te denken valt hierbij aan nota’s voor bijvoorbeeld kosten begraven, grafrechten. De termijn die hier wordt gehanteerd is 30 dagen. De inning van belastingdebiteuren geschiedt zoveel mogelijk door middel van automatische incasso. Gemiddeld maakt 60% van de belastingdebiteuren gebruik hiervan. Verder komt het nog steeds voor dat er automatische incasso’s worden ingetrokken wegens onvoldoende saldo op de rekeningen van de belastingdebiteuren. Verwacht wordt dan ook dat dit percentage niet verder zal stijgen. Financieringspositie Net als in het bedrijfsleven is het bij de gemeente belangrijk om te weten of zij haar kortlopende en langlopende verplichtingen na kan komen. Hierbij wordt gekeken naar de stand van de investeringen enerzijds en de aanwezige financieringsmiddelen anderzijds. Als de boekwaarde van de investeringen groter is dan de aanwezige financieringsmiddelen, is er sprake van een financieringstekort. Van een
98 financieringsoverschot is sprake als er minder is geïnvesteerd dan de aanwezige financieringsmiddelen. De gemeente beschikt over de volgende financieringsmiddelen: algemene en bestemmingsreserves, voorzieningen en langlopende leningen. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt is het financieringstekort gedurende 2021 ( 31-12 / 1-1 ) met € 5,086 miljoen toegenomen. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat niet alle begrote investeringen tot uitvoering zijn gekomen. Treasury. Met ingang van 2017 wordt geen rekening gehouden met rente over het eigen vermogen en voorzieningen, de zogenaamde bespaarde rente. Deze rente werd gebruikt als dekkingsmiddel voor de exploitatie. Een gevolg hiervan is dat de wekelijke rentelasten lager uitvallen. Ook het omslagpercentage is lager. Doordat het omslagpercentage overeenkomstig de Kadernota is vastgesteld is er een saldo ontstaan een saldo op het taakveld treasury. Per saldo is er een nadelig saldo van € 3.000 bij de jaarrekening.
99 EMU saldo Op grond van artikel 3 van het Besluit Begroting en Verantwoording moet het EMU-saldo in de jaarstukken worden opgenomen. Genoemd artikel vereist dat ook de jaarstukken inzicht bieden dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en lasten. In Europees verband is afgesproken dat het overheidstekort maximaal 3% van het BBP mag bedragen. Binnen ons land is dit tekort van 3% verdeeld tussen de verschillende overheden. Decentrale overheden mogen als afgeleide hiervan een tekort hebben van 0,4% van het BBP. Het aandeel hierin voor gemeenten is 0,27% van het BBP en bedraagt voor 2021 € 2,218 miljoen. Deze norm is in de septembercirculaire 2020 bekendgemaakt. Er kunnen een aantal scenario’s ontstaat: Bij een positief EMU-saldo krijgt de gemeente via reële transacties meer geld binnen dan dat ze uitgeeft. Dit schept ruimte om schulden af te lossen, te sparen en de reservepositie te verhogen. Daarmee draagt zij positief bij aan het EMU-saldo van Nederland. Als het EMU-saldo grenst aan 0 dan krijgt de gemeente via reële transacties ongeveer evenveel geld binnen als dat er wordt uitgegeven. Bij een negatief EMU-saldo geeft de gemeente via reële transacties meer geld uit dan dat er binnenkomt. Gemeente maakt schulden, trekt leningen aan en spreekt het gespaarde geld aan. Ook nemen de reserves af.
Hiermee draagt zij bij aan het EMU-saldo van Nederland. In onderstaande tabel is het EMU-saldo van onze gemeente over het jaar 2021 weergegeven. In 2021 hebben wij een positief berekend EMU-saldo van € 2,008 miljoen.
100 In onderstaande tabel is het EMU-saldo afgezet tegen de referentiewaarde. Dit is de waarde die is vastgesteld voor de gemeente Steenwijkerland en gepubliceerd in de septembercirculaire 2020 van het gemeentefonds. De individuele EMU-referentiewaarde betreft een indicatie van het aandeel dat een gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. We blijven ruim binnen de referentiewaarde. De rekening 2020 laat een onderschrijding zien van de referentiewaarde met € 8,101 miljoen. De rekening 2021 laat een onderschrijding zien van de referentiewaarde met € 6,634 miljoen. Verder laat de actuele begroting van 2021 zien dat we de referentiewaarde van de EMU tekortnorm fors overschrijden, te weten met een bedrag van € 20,834 miljoen. Dit wordt veroorzaakt doordat geplande investeringen niet zijn uitgevoerd in voorgaande jaren. In de begroting 2022 is wederom een hoog investeringsniveau opgenomen. Wanneer deze investeringen tot besteding komen zal dit tot gevolg hebben dat het tekort ook in de rekening 2022 gaat toenemen. Op dit moment is geen sprake van een sanctiemaatregel omdat landelijk de tekortnorm van 0,27% van het BBP van toepassing is. Deze optie is wel in beeld en geldt voor alle gemeenten indien landelijk de tekortnorm wordt overschreden. Daarbij is niet van belang of een gemeente hierin wel of niet heeft bijgedragen.
101 4.5 Bedrijfsvoering Het jaar 2021 was het tweede jaar op rij dat we geconfronteerd werden met maatregelen tegen het coronavirus. Maatregelen die onze inwoners en ondernemers diep geraakt hebben. Jong en oud, niemand uitgezonderd. Ook op onze gemeentelijke organisatie waren de effecten van corona merkbaar. Ondanks dat hebben we op diverse onderdelen stappen kunnen zetten. Maar we zien ook dat het ziekteverzuim flink is toegenomen. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door het langdurig verzuim. De hoge werkdruk, de effecten van de coronamaatregelen op het sociale leven en het aantal langdurig COVID-zieken hebben net als bij andere gemeenten dit verzuim verhoogd. In 2021 hebben de nieuwe leidinggevenden, die in 2020 zijn begonnen, hun plek gevonden in de organisatie. De eerste stappen in de organisatieontwikkeling zijn en worden gezet: wendbaarheid en flexibiliteit, samenwerken, professionaliteit en vitaliteit stonden op de agenda. De beperkingen die er waren in aantallen bij elkaar, het verplichte thuiswerken en daardoor de ontbrekende ontmoetingsmogelijkheden hebben de verbinding vanzelfsprekend niet bevorderd. Verbinding tussen leidinggevenden en medewerkers en tussen leidinggevenden onderling. Binnen die mogelijkheden hebben we ons werk gedaan, maar we zijn daardoor minder ver dan gehoopt.
De doelstellingen voor 2021 in de begroting 2021 richtten zich op drie specifieke doelen: - samenleving tevreden; - bestuur tevreden en; - medewerkers tevreden. In 2021 zijn deze meer geconcretiseerd naar de plaat hieronder. Deze is rond de zomer in een aantal digitale sessies aan de organisatie toegelicht. Hieronder leest u wat we in 2021 hebben bereikt. 1. Betrouwbaar en professioneel Informatievoorziening Overheidsinformatie moet duurzaam toegankelijk, vindbaar, juist en volledig zijn. Maar ook veilig en met bescherming van de privacy van persoonsgegevens worden opgeslagen. Hierdoor zijn de onderwerpen privacy, informatiebeveiliging en informatiebeheer onlosmakelijk aan elkaar verbonden. In samenhang hebben we één strategisch beleidsdocument voor de jaren 2021-2024 opgesteld. De uitwerking van dit beleid vindt zijn weg in jaarplannen. Te beginnen met het jaarplan 2021-2022.
102 In 2021 is de telefooncentrale van het Klantcontactcentrum (KCC) vervroegd vervangen. De vorige centrale had veel storingen en er was sprake van een niet goed werkbare applicatie. De hinder voor onze inwoners en ondernemers is beperkt gebleven, maar er was veel ergernis bij de medewerkers van het KCC. De nieuwe oplossing is zeer stabiel en werkt prettig voor de medewerkers. In 2021 is een aanbesteding gedaan voor alle Microsoft licenties waaronder Office365. Direct na levering is gestart met de implementatie van de eerste onderdelen. Microsoft Teams is geïmplementeerd en gekoppeld aan de nieuwe telefooncentrale. Teams is bekend van het video vergaderen maar kan nu, door de koppeling aan de telefooncentrale, ook ingezet worden om te bellen naar normale telefoonlijnen. In 2022 wordt dit uitgebreid met het samen kunnen werken aan bestanden waarmee Teams de basis voor onze digitale werkplek gaat zijn. Verder is de technische implementatie van het zaaksysteem afgerond waardoor in 2022 gestart kan worden met het overzetten van alle data. Processen Processen lopen door de hele organisatie en dus over de teams heen. Daarin samen optrekken en bedenken hoe processen beter kunnen (bijvoorbeeld sneller, hogere kwaliteit) is voor ons belangrijk. In het coronajaar 2021 hebben we hier niet organisatiebreed op gestuurd. We hopen daar in 2022 stappen in te kunnen zetten.
Het proces dat leidt tot een besluit van het college is in 2021 gestroomlijnd en wordt volledig ondersteund door een systeem. In 2022 wordt dit verfijnd en zal met de nieuwe raad, in nauw overleg met de griffie, worden bepaald of het wenselijk is dit door te trekken naar het besluitvormingsproces van de raad. Implementatie Visie op control Bij een betrouwbare en professionele organisatie hoort een goede beheersing (control) van taken en verantwoordelijkheden. In 2021 is een visie op control opgesteld, die uitgaat van een inrichting volgens het zogenaamde ‘Three lines of defence-model’. Dit model past bij onze organisatiestructuur. Het laat zien dat control van iedereen is en dat de belangen van de drie lijnen dezelfde zijn. Namelijk het werken aan dezelfde doelen. Hierbinnen heeft iedereen (iedere lijn) zijn eigen verantwoordelijkheden. De implementatie van het model is gestart in 2021 en gaat organisch en stapsgewijs. Rechtmatigheidsverantwoording In de huidige situatie geeft de accountant in haar controleverklaring een oordeel over de rechtmatigheid van het handelen van de gemeente. In de toekomstige situatie ligt deze verantwoordelijkheid bij het college, aan de hand van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening. Het wetsvoorstel hiertoe heeft vertraging opgelopen.
Naar verwachting zullen wij voor het verslagjaar 2022 voor de eerste keer een rechtmatigheidsverantwoording op moeten nemen in de jaarrekening. De voorbereidingen hiertoe zijn opgepakt. Regionale samenwerking Op aantal terreinen werken wij regionaal samen: KCC (Zwartewaterland) Inkoop (Staphorst) Functionaris gegevensbescherming (FG) (Westerveld, Staphorst en Zwartewaterland) Verbijzonderde Interne Controle (VIC) (Westerveld, Zwartewaterland, Meppel). Eind 2021 is de samenwerking voor de VIC beëindigd. Door vele personele wisselingen bij de andere gemeenten waren de inspanningen voor Steenwijkerland groter dan de baten uit de samenwerking. De behaalde voordelen op het gebied van werkwijzen, formats e.d. blijven we zeker gebruiken voor onze eigen organisatie. Bij de samenwerking voor de FG wordt door het vertrek van de FG bij Staphorst opnieuw bepaald hoe we die rol zien en specifiek in de samenwerking. Meppel is hier inmiddels ook bij betrokken. Inkoop Om de kwetsbaarheid op de inkoopadviesfunctie te verkleinen werken we samen met de gemeente Staphorst. Door het vertrek van de inkoopadviseur van de gemeente Staphorst is er een tijdlang sprake geweest van onderbezetting. Sinds 1 februari 2021 is de formatie echter weer op orde. Rechtmatig (volgens wet- en regelgeving) en doelmatig inkopen is belangrijk. We kopen tenslotte voor grote bedragen in.
De bevindingen van de accountant zijn een belangrijke bron van informatie om te kunnen verbeteren. Bij de jaarrekening 2020 was een accountantsbevinding dat we via Europese aanbestedingen raamovereenkomsten afsloten waarin geen maximale omvang was vastgelegd. Hiermee voldeden we niet aan een uitspraak van het Europese Hof. Naar aanleiding van deze bevinding zijn de standaard formats aangepast. De manier waarop we in de organisatie onze inkoopfunctie hebben georganiseerd (waaronder de doelmatigheid) hebben we eind 2021 door een externe partij laten onderzoeken. Het bureau heeft zijn rapport met conclusies en aanbevelingen inmiddels opgeleverd. In 2022 wordt gestart met een (meerjarig) implementatietraject. Doelmatigheidsonderzoek Jaarlijks wordt een doelmatigheidsonderzoek gehouden. Afgelopen jaar is de uitvoering van de hondenbelasting het onderzoeksonderwerp geweest, onder andere gelet op de al jaren dalende opbrengsten. Het onderzoek heeft er mede toe geleid dat de 103 hondenbelasting inmiddels is afgeschaft. Als onderzoeksonderwerp voor 2022 is gekozen voor onze telefonische dienstverlening, en specifiek daarbij de onbeantwoorde gesprekken en terugbelverzoeken van inwoners. Mandaatregeling Een mandaatregeling legt officieel vast wie welke bevoegdheden heeft. Vaak is de insteek dat bevoegdheden omlaag (naar lagere niveaus) worden gemandateerd.
Bij onze organisatieontwikkeling past de overweging om niet van boven naar beneden te mandateren, maar om te bepalen welke bevoegdheden je niet op medewerkersniveau wilt regelen maar een of meerdere lagen daarboven. Het omgekeerde mandaat. Dit is nog niet zover. Hiervoor is een uniforme organisatiestructuur en functiestructuur met een heldere beschrijving en afbakening van de taakvelden van de teams nodig. Dit moet worden vastgelegd in een Organisatiebesluit. Een eerste evaluatie van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de directeuren, teamleiders en coördinatoren gaat daar nog input voor leveren. Daarna zal worden bepaald of en hoe het omgekeerd mandaatstelsel kan worden ingevoerd. 2. Samenleving tevreden Inwoner op 1 betekent dat de wensen en behoeften van de samenleving centraal staan. Dat zien we bijvoorbeeld terug in (inwoners)participatie. De visie hierop heeft uw raad vastgesteld en vormt daarmee de leidraad voor de uitwerking in praktische handreikingen voor initiatiefnemers én collega’s. Een belangrijk onderdeel, ook voor de Omgevingswet. In 2021 hebben we letterlijk in beeld gebracht hoe inwoners onze dienstverlening waarderen en hoe we presteren: het overzicht ‘dienstverlening in cijfers’ hebben we aangeboden aan uw raad. De uitkomsten zijn heel positief.
De waardering in het tweede halfjaar (meest recent) van telefonische dienstverlening is een 7,9, van een baliebezoek een 8,5, de e-diensten een 7,9, de afhandeling van een Melding Openbare Ruimte (MOR) een 7,2. Cijfers om trots op te zijn. Dat neemt niet weg dat we blijven kijken waar en wat we nog verder kunnen verbeteren. Daar hebben en houden we continu aandacht voor. Huisvesting Begin 2021 is De Vesting leeg opgeleverd en is de verbouwing aan het atrium in het gemeentehuis aan de Vendelweg inclusief werkcafé afgerond. Daarmee is verbouwing vanwege de komst van de IGSD klaar. Onze inwoners hebben hiermee één plek waar zij terecht kunnen met vragen over jeugd, Wmo, werk en inkomen. Dat biedt overzicht. 3. Bestuur tevreden Met de uitkomsten van een raadstevredenheidsonderzoek dat we eind 2020 hebben gehouden zijn we aan de slag gegaan. In raadsvoorstellen besteden we aandacht aan de geuite wensen zoals het opnemen van de voorgeschiedenis en het uitwerken van verschillende scenario’s. De leesbaarheid is vergroot door de informatie slechts op een plek op te nemen en te verwijzen. De raad uitte ook veel tevredenheid over de betere leesbaarheid dit jaar van producten uit de P&C cyclus (zoals de begroting). Daarnaast hebben we in overleg met de griffie de voorbereiding van werkvergaderingen aangepast.
Programmatisch en projectmatig werken De doorontwikkeling van programmatisch en projectmatig werken is in 2021 laag geprioriteerd en heeft daardoor geen voortgang gekregen. Het toerusten van de organisatie – via een leer- en werkprogramma – om deze methode Programmatisch Creëren toe te passen staat voor 2022 op het programma. 4. Medewerkers tevreden Ook in 2021 hebben we zoveel mogelijk thuisgewerkt om verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Wanneer medewerkers wel op een werklocatie aanwezig waren, hebben we afstand gehouden en hygiënemaatregelen in acht genomen. We hebben in 2021 een start gemaakt met ons vitaliteitsbeleid, we hebben ons pilotbeleid ‘Plaats- en tijdonafhankelijk werken’ klaargezet voor uitrol en zijn begonnen met het geven van een plek aan dienend leiderschap in onze organisatie. Daarnaast zijn we begonnen met het herzien van de digitale (e-HRM-)processen, is een conceptbeleid voor het ‘goede gesprek’ geformuleerd en is een start gemaakt met de strategische HR-visie. Vanwege capaciteitsproblemen is het niet gelukt om de ontwikkeling van deze onderwerpen af te ronden in 2021. Vitaliteitsbeleid In 2021 zijn we gestart met de ontwikkeling van het vitaliteitsbeleid. Er is een werkgroep opgericht met een afvaardiging van P&O, leidinggevenden, medewerkers en de ondernemingsraad.
De werkgroep heeft verkend wat de essentie is van het vitaliteitsbeleid. Op dit moment worden de gevolgen van het conceptbeleid uitgezocht. Dit vanwege de samenhang van het onderwerp ‘vitaliteit’ met andere HR-onderwerpen. Deze fase verwachten we in 2022 af te ronden. Pilotbeleid plaats- en tijdonafhankelijk werken In 2021 is ook een pilotbeleid ‘Plaats- en tijdonafhankelijk werken’ ontwikkeld. De duur van de pilot is 1,5 jaar vanaf de start van de uitrol. Daarna vindt een evaluatie plaats. Plaats- en tijdonafhankelijk werken biedt medewerkers een moderne en belangrijke arbeidsvoorwaarde. Uit onderzoek naar de werkbeleving in coronatijd is gebleken dat veel medewerkers ook na opheffing van de coronamaatregelen gedeeltelijk thuis willen blijven werken. Dit komt met name de werk-privébalans ten goede. De uitrol van het pilotbeleid heeft vanwege de coronamaatregelen nog niet plaatsgevonden. Naar verwachting bieden de coronamaatregelen in 2022 ruimte voor uitrol. 104 Dienend leiderschap In 2021 is begonnen met de uitrol van dienend leiderschap in de organisatie.
Een dienend leider stelt “het welzijn van mensen en het bijdragen aan de samenleving op de eerste plaats, heeft de wijsheid om te zien wat nodig is, de capaciteiten om daar iets mee te doen en de moed om daarnaar te handelen.” Leidinggevenden en medewerkers hebben kennisgemaakt met het gedachtegoed van dienend leiderschap en wat dat van hen vraagt. Dit door middel van training en inspiratiesessies. Daarnaast zijn er diverse boeken over dit thema beschikbaar voor leidinggevenden en medewerkers. Leidinggevenden hebben gekozen voor een aanbestedingstraject voor de verdere uitrol van dienend leiderschap in de organisatie. Onderdeel hiervan is een management-ontwikkeltraject en ontwikkelmogelijkheden voor medewerkers. De voorbereiding op deze aanbesteding is in 2021 gestart en wordt in 2022 voortgezet. Het ‘goede gesprek’ In 2019 zijn we afgestapt van de gesprekscyclus zoals we die kenden. In 2021 hebben we gewerkt aan nieuw beleid voor het ‘goede gesprek’. De essentie is dat leidinggevende en medewerker het ‘goede gesprek’ voeren over de doelen van het team waarin de medewerker zit en wat de medewerker nodig heeft om daaraan bij te dragen. In het beleid worden een aantal onderwerpen uitgelicht die tijdens het gesprek aandacht krijgen. De medewerker stemt zelf de vorm van het gesprek af met de leidinggevende. Dit stimuleert de eigen regie van de medewerker.
De organisatie zal diverse mogelijkheden faciliteren om de medewerker op weg te helpen. HR-visie De HR-visie is door herprioritering doorgeschoven naar 2022. Verwacht wordt begin 2022 tot een strategische HR-visie te komen. Vooruitlopend daarop is al wel de keuze gemaakt voor een nieuw systeem voor het werving- en selectieproces. Dit sluit aan bij andere P&O-systemen en helpt bij een gestroomlijnd proces. Daarnaast worden de systemen uitgebreid met enkele modules die de efficiëntie en het thuiswerken ten goede komen, zoals een module voor digitale handtekeningen. HR21 De implementatie van het functiewaarderingssysteem HR21 is in 2021 afgerond. HR21 is een functiewaarderingsysteem van de VNG dat door veel gemeenten wordt gebruikt. Eind 2020 zijn alle medewerkers geïnformeerd over de indeling van hun functie in een HR21 functieprofiel. Als de medewerker het niet eens is met zijn indeling, is in het proces de mogelijkheid om respectievelijk een zienswijze bij de werkgever, of een verzoekschrift bij de geschillencommissie in te dienen. Er zijn 22 individuele en 4 groeps-zienswijzen behandeld. Vervolgens zijn 4 individuele en 1 groeps-verzoekschrift ingediend bij de geschillencommissie. Door de voorkeur voor een fysieke zitting is de behandeling van de verzoekschriften een aantal keren uitgesteld. Inmiddels zijn ze behandeld en is de implementatie van HR21 daarmee afgerond.
Om de functieprofielen up to date te houden is er tweemaal per jaar de mogelijkheid voor een herziening van de functieprofielen. Dit kan op initiatief van de leidinggevende of de medewerker in gang worden gezet. Het totale aantal medewerkers is toegenomen in 2021, terwijl de totale formatie nagenoeg gelijk is gebleven ten opzichte van 2020. Er zijn in totaal 47 nieuwe medewerkers in dienst gekomen, terwijl er 37 zijn uitgestroomd. Dit komt doordat in 2021 is ingezet op het vervullen van moeilijk vervulbare vacatures en het in dienst nemen van medewerkers in plaats van het inhuren van medewerkers. Hieronder een overzicht van het aantal medewerkers, de formatie en de totale bezetting van de afgelopen vijf jaren. Deze cijfers zijn van 31 december 2021 en geven hiermee een volledig beeld van het afgelopen jaar.
105 Er is in 2021 voor gekozen om het traineeprogramma van onze organisatie te evalueren, voordat we starten met een nieuwe lichting. Bij de evaluatie willen we terug naar de doelen van het traineeprogramma: verjonging en toekomstbestendigheid van de organisatie, en in hoeverre de bestaande aanpak hieraan bijdraagt. In de tussentijd mogen leidinggevenden wel decentraal trainees werven. Deze trainees doen mee aan externe ontwikkelprogramma. Het verzuimpercentage is in 2021 gestegen. Het grootste deel van het verzuim betreft langdurig verzuim. Daarnaast heeft het coronavirus impact gehad op onze medewerkers, op zowel een directe als indirecte manier. Een aantal medewerkers is besmet geraakt (vooral in het najaar) en dit heeft bij een deel van deze mensen geleid tot verzuim. Daarnaast brengt het coronavirus en de coronamaatregelen extra werk met zich mee. Dit extra werk, gecombineerd met de uitval van besmette medewerkers, heeft geleid tot een stijging van het verzuim vanwege te hoge werkdruk. Dit is een trend die ook bij andere gemeenten zichtbaar is. Overig: verplichte vermelding niet financiële onrechtmatigheden In de notitie bedrijfsvoering van de commissie Besluit Begroting en Verantwoording staat dat de niet financiële onrechtmatigheden moet worden meegenomen in de paragraaf bedrijfsvoering met ingang van het verslagjaar 2021.
Een niet financiële onrechtmatigheid kan zich voordoen bij de wet Fido en onderliggende regelingen. Aan overtredingen van deze wet, bijvoorbeeld overschrijding van de kasgeldlimiet of renterisiconorm, zijn meestal geen directe financiële gevolgen verbonden. Deze onrechtmatigheden hoeven dan ook niet te worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Wel kan het van belang zijn voor het beeld van de raad over de financiële positie van de gemeente. Er is in 2021 geen sprake van een niet financiële onrechtmatigheid. Hieronder wordt dat toegelicht. De wet Fido kent een tweetal instrumenten om de renterisico’s binnen de perken te houden, te weten de kasgeldlimiet voor de kortlopende schuld en de renterisiconorm voor de langlopende schuld. Bij aanvang van de begroting is de kasgeldlimiet vastgesteld op € 10,97 miljoen. Dit houdt in dat saldi van de diverse rekeningcourantrekeningen plus opgenomen kasgeldleningen een totaalbedrag van € 10,97 miljoen mochten bedragen. In 2021 is optimaal van deze mogelijkheid gebruikgemaakt. Soms is dit saldo overschreden. Door gebruik te maken van kasgeldleningen werd geprofiteerd van de lage rentestanden op de kapitaalmarkt en werd er rentevergoeding ontvangen. Volgens artikel 4, 2e lid van de Wet FIDO is overschrijding gedurende 2e kwartalen toegestaan. In 2021 was er per saldo dan ook geen sprake van overschrijding van de kasgeldlimiet.
De renterisiconorm bepaalt voor welk leningsbedrag er in een jaar renteherziening of herfinanciering is toegestaan. Bij de begroting, exclusief resultaatbestemming is deze vastgesteld op € 25,8 miljoen. In 2021 is bij een lening het rentepercentage herzien en is een lening vervroegd afgelost. Dit waren de effecten van de afgesloten renteherzieningen en vervroegde aflossingen van medio juni 2020. Verder zijn er acties ondernomen om bij een tweetal leningen met ingang van 2022 het rentepercentage te herzien. De effecten hiervan zijn zichtbaar in de programmabegroting 2022-2025. Daarnaast zal in 2022 wederom een lening van het voormalige woningbedrijf vervroegd worden afgelost. Genoemde acties hebben in 2021 niet geleid tot overschrijding van de renterisiconorm. Gemeente Steenwijkerland heeft geen gelden elders heeft belegd. Wel zijn er een aantal duurzaamheidsleningen verstrekt aan instellingen en een particulier.
106 4.6 Verbonden partijen Op 9 februari 2016 heeft de raad de nota “Verbonden partijen” vastgesteld. Het proces van deelnemingen is echter een dynamisch gebeuren. Regelmatig moet deze nota dan ook worden herzien. Hieronder treft u de belangrijkste resultaten en wijzigingen aan welke binnen de kaders van de reeds vastgestelde nota passen. Bij de begroting is al aangegeven welke voornemens de gemeente had met haar aandelenbezit, namelijk het streven naar een zo hoog mogelijk rendement in de vorm van dividend. De visie van ons certificatenbezit bij Dataland moet leiden tot het op korte termijn verlagen van de lastendruk bij verzoeken om gebouwgegevens en het verbeteren van de kwaliteit van de eigen vastgoedgegevens. Dataland heeft haar activiteiten per 1 januari 2022 beëindigd. Na 31 maart 2022 zullen de certificaathouders bericht ontvangen over de vereffening. Zowel het college als de gemeenteraad hadden een besluit genomen om de consequenties van toetreding van de gemeente Steenwijkerland tot de gemeenschappelijke regeling Historisch Centrum Overijssel per 1-1-2020 nader uit te weken. (PPN 2019-2022). Toetreding tot genoemde regeling is in afwachting van de ontwikkeling over voortzetting door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen uitgesteld.
Nu helder is dat het rijk uit de GR HCO stapt, maar financieel wel verbonden blijft, zijn de gesprekken over het wel of niet deelnemen in het Historisch Centrum weer hervat. Inmiddels zijn de verkenningen voor het wel of niet toetreden tot de gemeenschappelijke regeling afgerond en zijn we tot de conclusie gekomen dat een eventuele toetreding tot de gemeenschappelijke regeling onvoldoende oplossing biedt voor de uitdagingen waarvoor het gemeentearchief staat. Landelijke, regionale of plaatselijke ontwikkelingen hebben in 2021 geen aanleiding gegeven bovengenoemde standpunten los te laten en over te gaan tot vervreemding. Afhankelijk van de mate van verbondenheid (bijv. geplaatst aandelenkapitaal) zijn we in staat om invloed op het beleid van de betreffende verbonden partij uit te oefenen. De genoemde verbonden partijen kennen hun eigen risicopositie. Daar waar sprake is van een aanzienlijk, niet afgedekt, risico wordt dit meegenomen bij de paragraaf weerstandsvermogen. De op 1 april 2022 ontvangen jaarstukken van verbonden partijen zijn opgenomen. Van enkele verbonden partijen zijn nog geen jaarstukken 2021 beschikbaar en deze ontbreken dan ook in deze paragraaf.
De bijlage is conform het raadsvoorstel van 9 februari 2016 opgesteld en worden in de volgende categorieën gepresenteerd (zie ook paragraaf 4.2): o vennootschappen en coöperaties o stichtingen en verenigingen o gemeenschappelijke regelingen en De 4e categorie, de “overige verbonden partijen” is momenteel niet voorradig. Onder verwijzing naar bovenvermelde notitie “Verbonden partijen” geven wij onderstaand de posities per ultimo van het rekeningjaar weer. Deze zijn aangevuld met ontwikkelingen en risico’s. 1. Vennootschappen en coöperaties 1.1 BNG
107 Opgemerkt wordt dat de dividenduitkeringen pas worden uitgekeerd in het jaar daarop. Zo zal de dividenduitkering over 2021 in 2022 worden ontvangen. Als gevolg van de opschorting van de dividenduitkering over 2019 is deze op 19 maart en 4 oktober 2021 alsnog uitgekeerd. Ontwikkelingen De bank verwacht toenemende investeringen door woningcorporaties in nieuwe woningen en een toename van duurzaamheidsinvesteringen, zoals die in hernieuwbare energie. Deze ontwikkelingen zullen de kredietaanvraag van de klanten positief beïnvloeden. Gegeven de afhankelijkheid van marktomstandigheden is een betrouwbare prognose over de financiële transacties niet te geven. De bank acht het niet verantwoord om nu al een uitspraak te doen over de te verwachten nettowinst over 2022. Het uitkeringspercentage van de nettowinst bedraagt de komende jaren weer 50%. Risico’s Beperkt, tot deelname aandelenkapitaal. Financiers hebben vertrouwen in de bank dat het risico van kredietverlening aan de BNG bank beperkt is, gezien het eigenaarschap van gemeenten, provincies en de staat. 1.2 Enexis Opgemerkt wordt dat de dividenduitkeringen pas worden uitgekeerd in het jaar daarop. Zo zal de dividenduitkering over 2021 in 2022 worden ontvangen. Ontwikkelingen In 2022 wordt het strategisch beleid geactualiseerd. Enexis stelt zichzelf de volgende missie: “Wij brengen mensen steeds meer duurzame energie.
Dat doen we door mede richting te geven aan het energiesysteem van de toekomst en door slim te investeren in betrouwbare energie en infrastructuur. Zo houden we de energietransitie haalbaar en betaalbaar.” Deze missie komt voort uit maatschappelijke ontwikkelingen die een materiële impact op Enexis hebben: klimaatverandering & energietransitie, participatie en vertrouwen in instituties (burgers willen meer invloed op hun directe leefomgeving), digitale transformaties. Risico’s Het risico voor de aandeelhouders is gering omdat Enexis opereert in een gereguleerde (energie)markt, onder toezicht van de Energiekamer. Daarnaast is het risico gering in relatie tot de (intrinsieke) waarde van Enexis Holding N.V. Wettelijk is minimaal 40% eigen vermogen vereist, Enexis heeft op dit moment 50% eigen vermogen. Het risico dat de gemeente hierbij loopt is laag. Een aanvullend risico is het achterblijven van de geraamde dividendinkomsten. Het risico is echter gemitigeerd middels een overeengekomen streefwaarde van € 100 miljoen voor het jaarlijkse dividend.
108 1.3 Rendo Holding N.V. Opgemerkt wordt dat de dividenduitkeringen pas worden uitgekeerd in het jaar daarop. Zo zal de dividenduitkering over 2021 in 2022 in drie termijnen worden ontvangen. Ontwikkelingen Rendo houdt in haar begroting van 2022 rekening met een resultaat van € 6 miljoen. Dit ligt in de lijn van de begroting 2021, dat een begroot resultaat had van € 6,2 miljoen. Verder heeft zij forse investeringen meegenomen in verband met de energietransitie. Door de hoge inflatie heeft Rendo te maken met hogere personeelslasten en stijgende energiekosten. Daarnaast heeft zij te maken met een lager resultaat op glasvezel doordat projecten worden opgeleverd, waarna dan pas kan worden begonnen met de afschrijving op de investeringen. Risico’s N.V. Rendo Holding is de moedermaatschappij van verschillende vennootschappen..Re-Flex Beheer B.V.is een dochteronderneming en bestaat uit Enavi B.V., N-Tra B.V., Rendo Netwerken B.V., Re-Net B.V. en Rendo Duurzaam. Rendo Netwerken beheert en onderhoudt het gas- en elektriciteitsnetwerk. Verder houdt zij zich ook bezig met warmte en glasvezelprojecten. Gezien de aard van de activiteiten is Rendo een vrij stabiele vennootschap. Bij een eventuele overname in verband met sectorordening vervalt het dividend. De opbrengst is naar verwachting (aanzienlijk) lager dan de huidige dividendopbrengst. 1.4 Vitens N.V.
Vanaf 2019 heeft Vitens geen dividend meer uitgekeerd.
109 Ontwikkelingen Voor de komende jaren is de verwachting dat Vitens geen dividend zal uitkeren als gevolg van de lage WACC (Weighted Average Cost of Capital of vermogenskostenvoet) en het hoge investeringsniveau voor de komende jaren. De afgelopen jaren heeft Vitens samen met andere drinkwaterbedrijven en met hulp van de aandeelhouders gelobbyd bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de Tweede Kamer voor een betere invulling van de WACC (zogeheten Weighted Average Cost of Capital). Dit resulteerde erin dat de minister medio 2021 een WACC heeft vastgesteld van 2,95% voor de periode 2022-2024. Op korte termijn biedt deze maatregel ruimte, maar voor de lange termijn is dit percentage niet voldoende. Met de bestaande systematiek voor het vaststellen van de WACC ontstaan na 2026 problemen met het financieren van het investeringsprogramma. Inmiddels is een onderzoek gestart door bureau Berenschot. De lobby op dit onderwerp heeft de hoogste prioriteit, waarbij samen wordt opgetrokken met provincies en gemeenten. De lobby voor een aanpassing van de WACC wordt dus onverminderd doorgezet. We zien dat door inflatie de prijzen flink stijgen, het investeringsprogramma een stijgend volume aangeeft en de doorkijk voor de komende jaren aangeeft dat de solvabiliteit en de andere ratio’s verder onder druk staan.
Dit en de toekomstige financieringsstrategie, waarin mogelijk een beroep op de aandeelhouders en kapitaalmarkt zal worden gedaan, maakt dat het uitkeren van dividend helaas een logisch besluit is. Risico’s De deelneming brengt voor de gemeente een gering risico met zich mee. Vitens opereert maar zeer beperkt in een concurrerende omgeving, de marktrisico’s zin daarom beperkt. De operationele risico’s zijn niet klein omdat het product moet voldoen aan hoge kwaliteitseisen. 1.5 Rova N.V. Opgemerkt wordt dat de dividenduitkeringen pas worden uitgekeerd in het jaar daarop. Zo wordt de dividenduitkering over 2021 in 2022 ontvangen. Ontwikkelingen De behaalde resultaten in de transitie van afval naar grondstoffen (omgekeerd inzamelen) en de implementatie van de BOR-dienstverlening zijn positief te noemen. De Rova zal zich hierop blijven inzetten. Verder wordt gezocht door het uitbreiden van samenwerking met gemeenten, bijvoorbeeld op het terrein van beheer openbare ruimte en groenbeheer en is Rova actief rondom de implementatie van de participatiewet (bijvoorbeeld door het bieden van leerwerktrajecten voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt). Risico’s Beperkt tot deelname aandelenkapitaal.
110 1.6 Wadinko N.V. Opgemerkt wordt dat de dividenduitkeringen pas worden uitgekeerd in het jaar daarop. Zo wordt de dividenduitkering over 2021 in 2022 ontvangen. Ontwikkelingen Wadinko zet het bestaand beleid voort met enige accentverschuivingen waarbij thema’s duurzaamheid en digitalisering meer aandacht krijgen. Ook zullen de (post)coronaeffecten in de regionale economie een rol spelen bij haar investeringsbeleid. Verder is er een besluit genomen in de aandeelhoudersvergadering van 11 juni 2021 dat de komende 5 jaar een bedrag van € 1,5 miljoen per jaar zal worden uitgekeerd aan de aandeelhouders. Eén en ander onder voorwaarde dat NOW- uitkeringen in bedrijven waarin Wadinko deelneemt niet een belemmering vormen. Het resultaat van Wadinko wordt sterk bepaald door de gevolgen van mogelijke verkopen van belangen en noodzakelijke afwaarderingen bij de participaties. Daarnaast verwacht Wadinko dat het resultaat in 2022 positief zal zijn. Verder verwacht zij dat het aantal medewerkers bij Wadinko gelijk zal blijven. Risico’s Verbonden met de taken van Wadinko zijn er ondernemingsrisico’s. De participatiemaatschappij zorgt dat zij invloed uitoefent op de ondernemingen waarin zij participeert via een Raad van Commissarissen of een aandeelhoudersovereenkomst. Het is echter niet te zeggen welke risico’s Wadinko precies loopt met betrekking tot de aangegane participaties.
De afgelopen jaren is een positief financieel resultaat gedraaid. Dit wil echter niet zeggen dat het bedrijf financieel gezond blijft, vanwege de afhankelijkheid van de financiële posities van de participerende partijen. Vooralsnog is het eigen vermogen (liquide middelen) hoog genoeg om risico’s op te vangen. 1.7 Noordwestgroep N.V.
111 Ontwikkelingen De Noordwestgroep is in ontwikkeling naar een sociale onderneming gericht op onze maatschappelijke impact: zo veel mogelijk inwoners van Steenwijkerland laten participeren. De Noordwestgroep staat voor duurzaam en eerlijk werk voor iedereen die wil en kan werken, niet alleen voor de huidige generatie, maar ook voor de volgende generaties. De Noordwestgroep richt zich op het zijn van sociale onderneming en leerwerkbedrijf, waarin de samenwerking met ondernemers, onderwijs en overheid centraal staat. Dat is een forse, maar wel mooie uitdaging waar zij zich vol overgave op richt. Stap voor stap worden verbeteringen doorgevoerd die de dienstverlening optimaliseren. In september 2021 heeft de gemeenteraad ingestemd met het collegevoorstel dat Noordwestgroep en de USD de uitvoeringsorganisaties zijn in het sociaal domein en dat de Noordwestgroep een breed arbeidsontwikkelbedrijf is voor sociale werkvoorziening, doelgroepers, beschut nieuw en nieuwkomers. In 2022 zal hier verder invulling worden aangegeven met de samenwerkingspartners, waarbij ook de positionering van NWG Kopwerk en de strategische ambities voor de komende jaren verder uitgewerkt gaan worden. Naast de intensivering van de samenwerking met de gemeente gaat zij ook als arbeidsontwikkelbedrijf de samenwerking opzoeken met samenwerkingspartijen in het bedrijfsleven, onderwijs en overheid.
Verder wordt ingezet op verbetering van de organisatie. Dit bestaat uit een verbeteringstraject voor het proces van de hoveniers, waar ingezet wordt op een efficiëntere en effectievere organisatie. Ook wordt ingezet op de kwaliteit van de organisatie, waaronder ontwikkeling van het managementteam. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de toeleiding naar reguliere arbeid, zowel voor huidige medewerkers als ook in het kader van de dienstverlening aan gemeenten voor uitkeringsgerechtigden. De focus zal in de komende jaren specifiek komen te liggen op de doorstroom van de doelgroepers naar regulier werk. Met bovengenoemde ontwikkelingen wordt verder gebouwd aan een verbetering van de organisatie en een toekomstbestendige organisatie, gericht op duurzaam en eerlijk werk voor iedereen die kan en wil werken, voor de huidige generatie en voor de toekomstige generaties. Risico’s Jaarlijkse verlaging van de rijksbijdrage betekent een financieel risico voor de gemeente als Noordwestgroep hier geen nieuwe inkomsten tegenover zet. Bijkomend risico is dat het huidig bestand niet genoeg krimpt. 1.8 Vennootschappen na verkoop Essent In 2009 werd het productie- en leveringsdeel van Essent verkocht aan RWE. Bij de verkoop is een aantal tijdelijke B.V.’s opgericht om de belangen van de aandeelhouders te behartigen. De CBL Vennootschap B.V., Verkoop Vennootschap B.V. en Vordering op Enexis B.V.
zijn in 2020 opgeheven.
112 Ontwikkelingen CSV Amsterdam B.V. De vennootschap zal voorlopig nog voortbestaan om op eigen kosten en risico namens Deponie Zuid B.V. (vennootschap onder Attero Holding B.V.), in overleg met de aandeelhouderscommissie, het bezwaar en/of beroep te voeren tegen de belastingdienst ten aanzien van de naheffingsaanslag afvalstoffenbelasting. Op dit moment is de vennootschap in afwachting van de reactie van de belastingdienst op het bezwaar. Afhankelijk van deze reactie en de kans van slagen van een gerechtelijke procedure zal in overleg met de aandeelhouderscommissie de procedure al dan niet worden voortgezet. Gebeurtenissen na balansdatum: Begin maart 2021 werd via de media bekend dat er misbruik had plaatsgevonden van de rekening die onder beheer werd gehouden door advocatenkantoor Pels Rijcken, en met name Oranje als de Escrow Agent. Op dinsdag 9 maart heeft Pels Rijcken, CSV formeel schriftelijk op de hoogte gebracht van voornoemd misbruik en dat verschuivingen van gelden van de Escrow naar een externe rekening in het verleden hadden plaatsgevonden door Mr. Oranje. Inmiddels hebben Pels Rijcken en CSV overeenstemming bereikt over de vergoeding van de financiële schade, die CSV hierdoor heeft geleden. Pels Rijcken heeft op 13 juli 2021 de totale vergoeding ad € 75.122,71 aan CSV betaald. Daarmee is de zaak verder afgesloten. Publiek Belang Elektricititeitsproductie B.V.
Ondanks dat het General Escrow Fonds sinds juni 2016 is geliquideerd, dient de vennootschap als gevolg van contractuele verplichtingen nog in stand gehouden te worden. Het bestuur van de vennootschap is in overleg met de andere contractuele partijen om na te gaan wanneer de contractuele verplichtingen voortijdig kunnen worden beëindigd en de vennootschap vervolgens kan worden ontbonden. Risico’s Als aandeelhouder loopt de gemeente een zeer beheerst risico’s op Enexis voor de niet-tijdige betaling van rente en/of aflossing en, in het ergste geval, faillissement van Enexis. Daarnaast is het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders relatief gering en beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (ongeveer € 20.000). Het financiële risico is beperkt tot eventuele claims van Waterland als gevolg van garanties en vrijwaringen die door de verkopende aandeelhouders zijn afgegeven tot het bedrag van € 8.035,783 die nog resteert op de escrow-rekening en voor het bedrag dat als werkkapitaal wordt aangehouden in de vennootschap. 2. Stichtingen en verenigingen 2.1. Stichting Dataland Verbonden partij Stichting administratiekantoor Dataland Activiteiten Dataland verzorgt de toegankelijkheid van gemeentelijke vastgoed, GEO- en WOZ-informatie voor publieke en private afnemers in Nederland.
Inhoudelijk belang Deelname is een vorm van samenwerking tussen gemeenten ter behartiging van het openbaar belang en met als resultaat efficiëntie en kennisvoordelen op het gebied van toegankelijkheid van overheidsinformatie. Dankzij de samenwerking met deelnemende gemeenten, vele afnemers en andere betrokkenen bij de overheidsinformatievoorziening is Dataland uitgegroeid tot het landelijke kennis- en dataknooppunt voor vastgoed, GEO- en WOZ gerelateerde gemeentelijke gegevens.
113 Bestuursprogramma De inwoner op 1 Deelnemende partijen Diverse Nederlandse gemeenten Aandeel en zeggenschap De gemeente bezit 22.640 certificaten à € 0,10 per certificaat. Participatie geschiedt door de eenmalige aankoop van certificaten naar rato van het aantal gebouwen in de gemeente. Hiermee krijgt de gemeente zeggenschap over het beleid van Dataland. Vertegenwoordiger De gemeente is als participant vertegenwoordigd in de certificaathouders vergadering. (*) vergoeding voor gemeente als verstrekker van gegevens Ontwikkelingen Inmiddels heeft Dataland haar activiteiten per 1 januari 2022 beëindigd. Diverse onderdelen zijn door de VNG overgenomen. Zoals het zich nu laat zien eindigt Dataland zijn bestaan met een positief batig saldo. Als met al wordt verwacht dat na de liquidatie en de vereffening nog een aanzienlijk deel van hun oorspronkelijke inleg aan de certificaathouders kan worden uitgekeerd. Na 31 maart 2022 zal bericht worden ontvangen over de vereffening. Risico’s Het maximale risico voor de certificaathouders was dat de gelden die de certificaathouders hebben ingelegd niet terugbetaald kunnen worden. Voor onze gemeente ging het om een bedrag van circa. € 2.264. 2.2.
Stichting Weerribben- Wieden Verbonden partij Stichting Weerribben-Wieden Activiteiten In de stichtingsakte is het doel van de stichting als volgt omschreven “Het bewerkstelligen van aantoonbare maatschappelijke (economische en ecologische) meerwaarde voor het gebied Weerribben-wieden (Steenwijkerland) met als hart het Nationaal Park, alsmede het verbinden van beide entiteiten”. De activiteiten zijn daarop gericht. Inhoudelijk belang De stichting heeft tot doel het bewerkstelligen van aantoonbare maatschappelijke meerwaarde voor het gebied Weerribben-Wieden (Steenwijkerland) met als hart het Nationaal Park. Hierbij staat de balans tussen economie, ecologie en leefbaarheid centraal. Bestuursprogramma Werk aan de winkel Deelnemende partijen Stichting Weerribben-Wieden is een organisatie van, voor en uit het gebied. Bewoners, ondernemers, terreinbeheerders en gemeente werken samen via deze stichting (Koninklijke Horeca Nederland, afd. Steenwijkerland, KOPTOP, LTO Noord, afd. Steenwijkerland, Natuurmonumenten, gebiedseenheid De Wieden, Staatsbosbeheer, regiodirectie Oost, Ondernemersplatform Steenwijkerland, Plaatselijke Belangen in de Weerribben en De Wieden). Aandeel en zeggenschap De gemeente neemt als één van de partners deel aan de stichting. Vertegenwoordiger De gemeente is vertegenwoordigd in het stichtingsbestuur op basis van het raadsbesluit van 20 juni 2017.
Dit is vastgelegd in de stichtingsakte. Het aantal bestuursleden bedraagt ten minste 3 waaronder een lid van het college, te weten wethouder Harmsma.
114 Ontwikkelingen De organisatie van de Stichting Weerribben-Wieden heeft zich in 2021 doorontwikkeld. Marga Kool is aangesteld als onafhankelijk voorzitter en twee bestuursleden zijn benoemd die de inwonerscontacten verzorgen. Bovendien is de werkorganisatie versterkt met enkele gebiedsontwikkelaars. De Stichting Weerribben-Wieden heeft zich in 2021 o.a. bezig gehouden met de opgaven op basis van het projectplan Nationaal Park Weerribben-Wieden Nieuwe Stijl waarvoor het Rijk in 2020, voor een periode van 3 jaar, budget beschikbaar heeft gesteld . Risico’s De Stichting Weerribben-Wieden is een stichting zonder winstoogmerk. Het financieel risico is laag en beperkt zich tot het leveren van een jaarlijkse financiële bijdrage. 3. Gemeenschappelijke regelingen 3.1. GGD IJsselland Verbonden partij Gemeenschappelijke gezondheidsdienst (GGD) IJsselland Activiteiten De GGD IJsselland bewaakt, beschermt en bevordert de gezondheid van de ruim 500.000 inwoners van 11 gemeenten in IJsselland Inhoudelijk belang De gemeente heeft de wettelijke taak om de gezondheid van de burgers te bevorderen en te beschermen tegen ziekten en calamiteiten. Daarnaast is de gemeente verplicht een gemeenschappelijke gezondheidsdienst te hebben. Het publiek belang kan het best gediend worden door middel van een publiekrechtelijke deelname op basis van de Wgr.
Bestuursprogramma Samenredzaam Deelnemende partijen De gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Ommen, Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle. Aandeel en zeggenschap Gemeenten hebben zitting in het algemeen bestuur. Iedere gemeente heeft 1 stem. De (basis)bijdrage per gemeente wordt berekend aan de hand van het aantal inwoners. Vertegenwoordiger Algemeen bestuur: wethouder Jongman-Smit
115 Ontwikkelingen Toekomstbestendig samenwerken aan gezondheid was de titel van de Ontwikkelingenbrief 2023, de basis voor de programmabegroting 2023. Toekomstbestendig samenwerken aan een belangrijke opdracht: het bewaken, beschermen en bevorderen van een gezonde en veilige leefomgeving voor alle Nederlanders. De coronacrisis en de impact daarvan op alle inwoners van de regio heeft het belang van gezondheid meer dan ooit zichtbaar gemaakt. Voor de GGD was en is de bestrijding van Covid 19 nog steeds een taak waarin zij graag een betekenisvolle bijdrage wil blijven leveren. Herstel en versteviging van de publieke gezondheid, verschuiving van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag en het realiseren van een robuuste crisisorganisatie. Inmiddels is de volgende crisis aan de orde van de dag: de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne en het bieden van de zorg aan hen. Samen met de elf gemeenten en veel lokale en regionale partners richt de GGD zich op een integrale aanpak van “gezondheid over alle beleidsterreinen heen”. Dit is nodig om de zorgkosten in de toekomst betaalbaar te houden en de steeds groter wordende gezondheidsverschillen tussen inwoners te verkleinen. Risico’s De risico’s die de GGD in haar begroting heeft vermeld hebben niet geleid tot extra kosten. Dit omdat de reserves toereikend waren. 3.2.
Veiligheidsregio IJsselland Verbonden partij Veiligheidsregio IJsselland Activiteiten Veiligheidsregio IJsselland werkt met gemeenten en andere partners samen in het voorkomen, bestrijden en beperken van de gevolgen van branden, ongevallen, rampen en crisis in de regio IJsselland. Inhoudelijk belang De brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing en het bieden van geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen zijn alle publieke belangen. Deze belangen kunnen het beste behartigd worden door middel van een gemeenschappelijke regeling op basis van de Wgr. Bestuursprogramma De inwoner op 1 Deelnemende partijen De gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Ommen, Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle. Aandeel en zeggenschap Gemeenten hebben zitting in het algemeen bestuur. Iedere gemeente heeft 1 stem. Vertegenwoordiger Algemeen bestuur: burgemeester Bats Ontwikkelingen Binnen de brandweer en crisisbeheersing zijn een aantal ontwikkelingen gaande die in 2023 een vervolg zullen krijgen. Met Europese regelgeving als directe aanleiding en goed werkgeverschap als drijvend motief, worden organisatievormen, waarbij brandweervrijwilligers gekazerneerd of geconsigneerd zijn, tegen het licht gehouden. Tevens wordt er een nieuwe keuze gemaakt over de organisatievorm en de eventuele aanstelling van vrijwilligers.
Met het nieuwe dekkingsplan als uitgangspunt wordt ook de gehele regionale uitrukorganisatie beoordeeld en worden er nieuwe scenario’s uitgewerkt. Dit met als doel om de huidige uitrukorganisatie te verbeteren. De verwachting is dat eind 2022 een kader ligt hoe het regionaal wordt uitgewerkt. Op het gebied van crisisbeheersing wordt er voorbereid op crisis dat voort kan komen uit de risico’s van het regionaal risicoprofiel. Er wordt op het gebied van crisisbeheersing ingezet op het versterken van integrale sturing, omdat er steeds vaker sprake is van bovenregionale