CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverslag 2021.pdf

Politieke Markt 21 juni 2022, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Jaarstukken 202146.513 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Op basis daarvan wordt gewerkt aan een aanbesteding voor een integraal scholingsprogramma Omgevingswet.  73 Waar nodig extra trainingsmogelijkheden aanbieden Het integrale scholingsprogramma geeft invulling aan de extra trainingsmogelijkheden die wenselijk zijn voor (delen van) de organisatie.  Speerpunt 3: Aanschaf en training software Net als de dienstverlening, is ook de software een aandachtspunt, omdat er vanaf 2022 mee gewerkt gaat worden. Wat wilden we bereiken in 2021? Wat is er bereikt in 2021? Welke acties zijn uitgevoerd om de speerpunten te realiseren? Gehaald?  = gehaald x = niet gehaald NB = Niet bekend Verder werken aan de aansluiting tussen de verschillende systemen Alle benodigde aansluitingen zijn gerealiseerd. De software voor de (digitale) dienstverlening rondom de aanvraag van vergunningen, afstemming met ketenpartners om aanvragen te kunnen afhandelen en om omgevingsplannen en toepasbare regels (vragenbomen, aanvraag- formulieren) te kunnen publiceren op de landelijke systemen is op orde.  Trainen medewerkers die met de software gaan werken De medewerkers die met de software gaan werken zijn getraind en krijgen waar nodig een vervolgtraining aangeboden.  74 4. Specifieke paragrafen 4.1 Lokale heffingen De lokale heffingen zijn ook in 2021 een belangrijke inkomstenbron voor onze gemeente geweest..

Bij het verkrijgen van deze inkomsten is de gemeente aan regels gebonden. De lokale heffingen zijn onder te verdelen in twee categorieën: - de belastingen en - de rechten. Belastingen zijn heffingen waar geen aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente tegenover staat. Beleidsuitgangspunt belastingen De belangrijkste functie van belastingen is de budgettaire functie. Dit houdt in dat de opbrengst van de heffing bedoeld is voor het financieren van collectieve goederen en diensten waarvan de politiek bepaald dat zij algemeen toegankelijk moeten zijn. Te denken valt onder andere aan wegen, onderwijs, politie, etc.. De raad heeft een grote mate van vrijheid bij het vaststellen van de belastingtarieven. Op de bestaande opbrengsten van 2020 is het inflatiecorrectie toegepast. Beleidsuitgangspunt rechten Door het karakter van de rechten als bestemmingsheffing bestaat er een duidelijke relatie tussen de opbrengst van de rechten en de kosten van de door de gemeente geleverde prestatie. Uitgangspunt is daarom een reden voor kostendekkendheid van de betrokken tegenprestatie. De mate hiervan bepaalt in principe het in rekening brengen van het tarief aan de inwoner. Zowel voor de afvalstoffenheffing als de rioolheffing geldt dat de tarieven maximaal 100% kostendekkend mogen zijn. De overschotten en tekorten worden verrekend met de egalisatievoorziening.

Voor wat betreft de overhead wordt deze aan de afvalstoffenheffing niet geheel doorberekend. Voor wat betreft de BTW wordt deze niet doorberekend aan de afvalstoffenheffing en voor een klein gedeelte aan de rioolheffing. De middelen zijn niet toegevoegd aan algemene middelen, maar gestort in de voorziening riolering. Hiermee wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt ( BBV artikel 44 lid 2 ) dat deze door derden verkregen middelen specifiek ingezet moeten worden. . De tarieven voor rioolrechten zijn in 2021 met 6% verlaagd en afvalstoffenheffing met 15,1% verhoogd. Vermakelijkhedenretributie Deze retributie werd geheven over het tegen betaling aangeboden amusement of vermaak en werd geïntroduceerd bij het nieuwe vaar- en verhuurbeleid. Voor het gebruik van de dorpsgracht in Giethoorn voor bedrijfsmatig ter beschikking gestelde boten moest een vergoeding betaald worden. Er werden verschillende categorieën boten gehanteerd. Per boot werd aan de hand van de categorie per jaar een tarief in rekening gebracht. De exploitant kon dit doorberekenen in zijn tarieven. De bedoeling was dat er een bedrag van € 400.000 aan extra inkomsten werd gegenereerd. Door de maatregelen in verband met corona is dit niet gehaald.

Kwijtscheldingsbeleid Het kwijtscheldingsbeleid is vastgelegd in de Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapbelastingen. Kwijtschelding wordt verleend over de onroerende zaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Wat de afvalstoffenheffing in 2021 betreft was het mogelijk dat een inwoner maximaal € 195,40 kwijtschelding kon krijgen over het vaste tarief met GFT (zonder GFT € 163,94) en € 20,15 ( 13 x € 1,55) over het variabele deel. Voor de rioolheffing was kwijtschelding voor de gebruiker mogelijk voor een bedrag van € 91,35. Daarnaast bestond de mogelijkheid om kwijtschelding te verlenen voor eigenaren als de woning “onder water” staat. Verder zijn er nog kwijtscheldingen verleend over 2020 in verband met de afrekening van de afvalstoffenheffing voor maximaal € 17,55 (13 x € 1,35). In 2021 zijn ook voorlopige kwijtscheldingen verleend, daar de definitieve afrekening van de afvalstoffenheffing pas in februari 2022 zijn verzonden. In 2021 zijn 664 aanvragen binnengekomen, waarvan er 446 deels of volledig zijn gehonoreerd. 218 verzoeken zijn afgewezen.

75 Het totale beeld van belastingen en heffingen over 2021 ziet er als volgt uit: In onderstaande cirkeldiagram wordt het aandeel van de belastingsoorten en verschillende heffingen in het totaal van de gemeentelijke belastingen in beeld gebracht.

76 Woonlasten 2021 In het collegeprogramma was afgesproken dat de tarieven van de gemeentelijke belastingen alleen maar trendmatig mochten worden verhoogd met het jaarlijks inflatiepercentage. Uitzondering hierop zijn echter de rioolheffingen en de afvalstoffenheffingen. Deze zijn aangepast in verband met een aantal ontwikkelingen. Ten aanzien van de OZB is uitgegaan van de tarieven zoals opgenomen in de Programmabegroting 2021-2024 met de daarbij behorende WOZ-waarden. De lokale belastingdruk was voor de eigenaar met € 37,76 toegenomen en voor de gebruiker met € 23,47. Verder wordt opgemerkt dat de gemeente Steenwijkerland met ingang van 1 januari 2013 het begrip “rioolheffing” in plaats van “rioolrechten” hanteert. Nu worden ook onbebouwde percelen voor de rioolheffing aangeslagen. Er is immers sprake van waterbeheer in de ruimste zin van het woord en gaat het niet meer alleen om het afvoeren en verwerken van rioolwater. In 2021 zijn de gemiddelde woonlasten voor eigenaren en gebruikers met 5,9% gestegen. Dit werd voornamelijk veroorzaakt door de kostenstijgingen bij afval die zijn doorberekend in de tarieven. Het tarief steeg gemiddeld met 15,1%. De OZB steeg met 9,9%.

Dit was 6,6% bovenop het percentage van 3,8% aan ‘toegestane’ opbrengstenstijging op grond van de trendmatige groei in 2021 (zie tabel ‘Uitgangspunten voor de programmabegroting in paragraaf 3.2.) Bij de rioolheffingen werd de daling van het tarief met 6,0%. De stand van de voorziening riolering liet het toe om een fors bedrag te onttrekken, waardoor het tarief kon dalen. Woonlastendruk COELO Jaarlijks wordt door het Centrum voor Onderzoek van Economie voor Lagere Overheden (COELO) een uitgave verzorgd met hierin een vergelijking van de lasten voor de burger per gemeente. Ter vergelijking is een aantal omringende gemeenten in beeld gebracht voor 2021 en 2020 respectievelijk de bijbehorende plaats in de COELO atlas. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de COELO atlas nog geen rekening houdt met door de gemeente Steenwijkerland gewijzigde vorm van afvalverwijdering. Dit zal naar verwachting in de toekomst wanneer meer gemeenten overgaan op omgekeerd inzamelen wel het geval zijn. Netto woonlastendruk De gemeente werkt voortdurend aan een goed leefklimaat voor haar inwoners, ondernemers en bezoekers. Dit heeft de nodige inspanningen van de gemeente gekost. Deze inspanningen hebben veel geld gekost. Uiteindelijk bepaalt de gemeenteraad welke bijdrage jaarlijks wordt gevraagd van de inwoners en ondernemers van Steenwijkerland.

De raad heeft de nieuwe tarieven voor de lokale belastingen en heffingen op 15 december 2020 vastgesteld.

77 De gemeente is van de 28e plaats in 2020 naar de 34e plaats gedaald in de COELO Atlas, de jaarlijkse woonlasten monitor. Wel wordt opgemerkt dat de lastendruk in onze gemeente negatief wordt beïnvloed doordat de tarieven van de leges voor begraafrechten niet 100% kostendekkend zijn. Verder zijn van invloed de kosten van het aanleggen van riolering op plaatsen waar een slechte bodemstructuur en natuurlijk ook extra kosten in verband met de uitgestrektheid van onze gemeente.

78 4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de nota van aanbieding hebben we gemeld dat het noodzakelijk is dat er een goed inzicht bestaat in de risico’s die de gemeente loopt. Op basis hiervan kan een juiste analyse worden gemaakt voor de beoordeling en beheersing van de risico’s. De paragraaf weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting is geweest van de gemeente Steenwijkerland. Opgemerkt wordt dat het proces van risico control nog de nodige aandacht verdient. Daarom heeft het college de volgende doelstellingen gehanteerd: - dat het optreden van risico’s geen effect mag hebben op de uitvoering van bestaand beleid en op de gemeentelijke voorzieningen; - dat er een koppeling bestaat tussen het risicoprofiel en de omvang van de weerstandscapaciteit; - dat de (project)risico’s worden beheerst; - dat het bewust denken in risico’s een onderdeel is van de beleidsprocessen. Risicomanagement Dit is het identificeren en kwantificeren van risico’s, alsmede het vaststellen van beheersmaatregelen om risico’s zoveel mogelijk te voorkomen. Belangrijk is dat bewust nagedacht moet worden over mogelijke risico’s bij onze beleidsprocessen. Bij het opstellen van de begroting 2021 is getracht het risicomanagement verder te verbeteren.

Belangrijke aandachtpunten die hierbij een rol spelen zijn: - de processen binnen onze organisatie zodanig in te richten en op te zetten, zodat risico’s worden voorkomen, c.q. worden weggenomen dan wel in een vroeg stadium worden onderkend en herkend; - de risico-inventarisatie zo goed mogelijk te voorzien van een plan van aanpak om deze risico’s te beheersen. Dit houdt in dat maatregelen worden genomen om risico’s weg te nemen. Overigens kan het ook voorkomen dat voor niet-beïnvloedbare risico’s, dus risico’s waar de gemeente niets aan kan doen, vooraf geen maatregelen getroffen kunnen worden. Bij de begroting is een inventarisatie gemaakt van de risico’s om te komen tot een risicoprofiel voor onze gemeente. Hieronder treft u de diverse beleidsterreinen aan waarbij gedacht werd dat een risico gelopen zou worden: - privatisering bouwtoezicht; - planschade bestemmingsplannen; - verhoging van de afvalstoffenbelasting; - uitbreiding van de BTW sportvrijstelling; - rentestijging; - dividenduitkering nutsbedrijven (verlaging WACC 12); - dividenduitkering nutsbedrijven (toename investeringen); - dividenduitkering Wadinko; - rioolheffing (lopende bezwaarprocedures); - herverdeling gemeentefonds vanaf 2022; - loonkostensubsidies; - minimabeleid (incl.

schuldhulpverlening); - Participatiewet (re-integratie en WSW); - Participatiewet (uitkeringen en rijksbijdrage; - BTW compensatiefonds (BCF); - dividenduitkering N.V. Rendo Holding; - onderhoud openbare ruimte; - Essentaksterfte; - nieuwe CAO gemeentepersoneel en mogelijke stijging pensioenpremies; - Participatiewet (uitkeringen en rijksbijdrage stelpost BUIG); - ontwikkeling algemene uitkering uit het gemeentefonds; - Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO); - Jeugdzorg; - omgevingswet; - investeringsprojecten ruimtelijk domein; - grondexploitaties; - programma Openbare ruimte en PAS (Programmatische Aanpas Stikstof); - prijsstijgingen gas en elektra; 12 Weighted Average Cost of Capital : gewogen gemiddelde kosten van kapitaal 79 - aansprakelijkstelling. Verhoging van de afvalstoffenbelasting Met betrekking tot de verhoging van de afvalstoffenbelasting zijn er geen ontwikkelingen. In 2021 zijn de prijzen voor oud papier gestegen wat betekent dat we een kleine meevaller hebben gehad ten opzichte van 2019 en 2020. Wat de prijzen voor 2022 doen, is afwachten. Door de corona-epidemie zien we dat de hoeveelheid afval niet afneemt, maar zelfs toeneemt. Dit zorgt voor hogere verwerkingskosten voor o.a. grof tuinafval en gft.

Ook is de grondstoffenmarkt in beweging: producenten of importeurs krijgen steeds vaker de (mede) verantwoordelijkheid voor het afvalbeheer van de producten die door hen op de markt zijn (of worden) gebracht. Dit betekent iets voor de manier van inzamelen en de inzamelkosten. Voor welke stromen dit gaat gelden en wat de financiële impact is, wordt op een later moment duidelijk. Uitbreiding van de BTW sportvrijstelling (SPUK 13) Per 1 januari 2019 is de sportvrijstelling in de Wet op de omzetbelasting verruimd. Door deze wetswijziging vervalt het recht op aftrek van btw voor gemeenten en niet-winstbeogende exploitanten van sportaccommodaties. Ook de gemeente Steenwijkerland heeft in 2021, net als in 2019 en 2020 een SPUK-aanvraag ingediend. In totaal hebben de gemeenten aanvragen ingediend met een omvang van € 237 miljoen, terwijl er een uitkeringsbudget was van € 182 miljoen. Het uitkeringspercentage wordt naar rato bepaald en komt voor 2021 neer op 76,94%. Inmiddels is een bedrag van plm. € 333.000 als voorschot ontvangen. Destijds was een bedrag van ruim € 456.000 gedeclareerd. De verantwoording vindt plaats op basis van de SISA-systematiek bij de jaarrekening 2021. Vervolgens zal het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op basis van de gerealiseerde kosten de aanvragen van de gemeente definitief vaststellen.

In de Najaarsnota 2021 is voor het begrote jaarlijkse tekort een budget toegekend van € 97.000. Het risicobedrag is hierdoor sterk afgenomen. Fiscale procesbeheersing De organisatie is zich niet altijd bewust van fiscale risico`s en kansen, waardoor mogelijk onnodige risico`s worden gelopen. Het is daarom van belang om vast te leggen hoe de organisatie met de fiscaliteit omgaat. Het college van de gemeente Steenwijkerland heeft zich gecommitteerd aan horizontaal toezicht (HT) door ondertekening van een convenant met de Belastingdienst op 9 juli 2012. In het convenant zijn kernwaarden als transparantie, begrip en vertrouwen sleutelbegrippen en vormen de basis voor een goede fiscale verantwoording. Sinds de invoering van horizontaal toezicht in 2005 is de werkwijze niet wezenlijk veranderd. De (fiscale) wereld daaromheen is dat wel. De Belastingdienst is daarom een project gestart met als doel het horizontaal toezicht te onderzoeken en waar nodig door te ontwikkelen. Het project doorontwikkeling horizontaal toezicht is tussen medio 2018 en medio 2019 uitgevoerd en heeft geleid tot verbetervoorstellen voor zowel de individuele convenanten als convenanten via fiscaal dienstverleners. Gemeente Steenwijkerland heeft in 2012 een individueel convenant afgesloten met de Belastingdienst.

Ook voor de gemeente Steenwijkerland geldt dat het convenant gemoderniseerd en aangescherpt zal worden, met een beperkte looptijd van drie jaar. Er zijn zes criteria opgesteld, waaraan grote ondernemingen moeten voldoen, willen zij een convenant willen sluiten. Organisaties, zoals de gemeente Steenwijkerland, die thans onder de overgangsregeling van Horizontaal toezicht vallen, dienen uiterlijk ultimo 2022 aan deze criteria te voldoen. Binnen het horizontaal toezicht verschuift de nadruk naar het gezamenlijk kunnen vaststellen dat door organisaties onder het handhavingsconvenant ingediende aangiften aanvaardbaar zijn. Daarbij hoort de verwachting dat een organisatie een fiscale self-assessment maakt en deelt met de Belastingdienst. Inmiddels is een overleg gestart met de Belastingdienst om te komen tot een nieuw convenant. Daartoe is een 1 e concept Fiscaal beleidsplan opgesteld en besproken. De volgende stap is deze verder uit te werken en binnen de gemeente te behandelen. Ook zal een risicoanalyse worden opgesteld en in april 2022 worden besproken met de Belastingdienst. Het streven is om eind 2022 een nieuw convenant af te sluiten. De gemeente streeft ernaar om van controle (achteraf) naar control (vooraf) te komen. Hierbij kunnen kansen eerder worden gelokaliseerd en risico`s vooraf worden vermeden. Rentestijging De rente bevindt zich al geruime tijd op een laag niveau.

Bij een aantrekkende economie is een rentestijging niet ondenkbaar. Verder hebben spanningen in de wereld invloed op het rentepercentage. Deze risico’s zijn niet te beïnvloeden door de gemeente. Zij kunnen zich wel degelijk voordoen. Het eventuele overschrijdingsrisico werd voor 2021 ingeschat op 25%, in de categorie laag. Een rentestijging van 1% werd gekwantificeerd op ongeveer € 100.000 in 2021 oplopend naar € 400.000 in 2025. Jaarlijks wordt voor de begroting op basis van de rentegegevens per 1 september een herberekening gemaakt van de rentecomponent. Bij de rapportage van de P&C cyclus is over de financiële gevolgen van de rente gerapporteerd. Dividenduitkeringen nutsbedrijven Het WACC percentage bedroeg in 2021 2,75%. Doordat dit percentage erg laag is staan de dividenduitkeringen van de nutsbedrijven onder druk. Zij hebben immers te maken met beperkte winstmogelijkheden. In het slechtste geval moeten zij teveel gemaakte winst terugbetalen via de tarieven. Verder zijn hierdoor de mogelijkheden om te investeren beperkt, terwijl die vraag naar bijvoorbeeld 13 Specifieke uitkering 80 drinkwater en stroom wel toeneemt. Inmiddels heeft dit tot gevolg gehad dat van Vitens in 2021 geen dividenduitkering is ontvangen. Van Enexis is in 2021 een bedrag ontvangen van € 152.820 en van Rendo een bedrag van € 1.498.488.

Dividenduitkeringen nutsbedrijven (toename investeringen) Lagere of geen dividenduitkering van nutsbedrijven als gevolg van de enorme investeringen die de komende jaren gedaan moeten worden in verband met de energietransitie. Gevolg een lager bedrijfsresultaat en een lagere of geen dividenduitkering. In 2020 heeft Enexis forse investeringen gedaan in verband met de energietransitie. Over 2020 is dan ook een lagere dividenduitkering ontvangen omdat het resultaat na belastingen plm. € 102 miljoen lager was dan voorgaand jaar. Van Rendo Holding N.V. is over 2020 nog de geheel geraamde dividenduitkering ontvangen. Het resultaat werd beïnvloed door incidentele baten uit de fraudezaak. Dividenduitkering Wadinko Meer dan de helft van de participaties waarin Wadinko deelneemt heeft in 2020 steun van de rijksoverheid ontvangen in de vorm van de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW). Eén van de voorwaarden bij deze maatregel is het beperken van de mogelijkheid om dividend-, winst- en bonusuitkeringen te doen. Het is niet de bedoeling dat door het verkrijgen van overheidssubsidie bestuurders en/of aandeelhouders extra worden beloond. Daarmee zou indirect de subsidie ten goede komen aan de aandeelhouders en bestuurders. Deze beperking geldt overigens formeel niet voor de participaties van Wadinko waar zij een minderheidsbelang heeft.

Echter, bij een van de participaties die een bijdrage voor NOW heeft ontvangen heeft Wadinko een meerderheidsbelang. Daarom kon Wadinko over 2020 geen dividend uitkeren aan haar aandeelhouders. Ander aspect dat meegespeeld heeft bij de afweging om wel of geen dividend uit te keren was het grote aantal toegekende NOW-aanvragen bij de andere participaties. Loonkostensubsidies Het aantal inwoners dat met een loonkostensubsidie aan het werk is, is in 2021 gestegen van 110 in januari naar 147 in december. Vanuit onze visie dat we in zetten op maximale participatie van onze inwoners en het liefst naar betaald werk, zien we dit als een goede ontwikkeling. Hierdoor is er in 2021 een nadeel van afgerond € 220.000 t.o.v. de gewijzigde begroting. De gemeenteraad heeft in de najaarsnota 2021 besloten in de begroting 2022-2025 het budget loonkostensubsidie structureel te verhogen met € 200.000. Echter blijft de loonkostensubsidie een open-eind regeling. Om die reden is ook in de begroting 2022 het risico opgevoerd. Minimabeleid (incl. schuldhulpverlening) Het benoemde risico heeft zich niet voorgedaan. Er is een voordeel op de bbz van circa € 93.000 en een voordeel op minimabeleid van circa € 380.000 (t.o.v. de gewijzigde begroting). Deze voordelen worden veroorzaakt door onderstaande ontwikkelingen: 1. In 2021 zijn er minder aanvragen bbz gedaan.

De oorzaak ligt met name bij de coronacrisis. Men heeft aanspraak gedaan op één van de coronaregelingen (TOZO/TONK). 2. Dit jaar wordt door de consulenten anders gekeken naar de schuldhulpvraag. Hierdoor worden minder inwoners doorverwezen naar het GKB. Dit heeft een voordelig effect op de bijdrage aan de GKB. 3. Er wordt minder aanspraak gemaakt op minimaregelingen dan vooraf ingeschat. Als we kijken naar de daling van het uitkeringsbestand heeft dat te maken met een doelgroep die afgelopen jaar kleiner is geworden dan het jaar daarvoor. Wat de regelingen betreft: met name de regeling ‘tegemoetkoming eigen risico’ en de regeling ‘sociaal culturele activiteiten’ zijn minder aangevraagd. Inwoners hebben minder gebruik kunnen maken van de zorg in brede zin. Waardoor inwoners geen of een lagere wettelijke eigen risico hoeven te betalen. De regeling tegemoetkoming eigen risico is daarom minder benut. Aan de andere kant zijn deze kosten dus ook niet gemaakt door inwoners. Voor wat betreft de regeling sociaal cultureel geldt dat veel activiteiten op sport en cultureel gebied niet konden plaatsvinden. Dus ook deze kosten zijn dus niet gemaakt. De verwachting is wel dat de impact van de coronacrisis op de schuldhulpverlening nog gaat komen. In de Perspectiefnota en de begroting 2022 is om die reden het risico opgevoerd.

Rioolheffing De raad is de afgelopen jaren regelmatig geïnformeerd over het dossier inzake de aanslag rioolheffing woningbouwstichting. Het college heeft in het verleden dan ook gemeld dat er een procedure speelt van een woningstichting tegen de aanslag voor de rioolheffing. Op dit moment lopen de zaken tegen de aanslagen 2016 tot en met 2020 nog. Gezien de eerdere uitspraak van het Hof van 21 juni 2019 wordt verwacht dat het risico dat de gemeente loopt laag is. In het cassatieberoep zijn immers alle aangedragen punten door de woningstichting ongegrond verklaard. De verordeningen en de opgelegde aanslagen zijn in stand gebleven. Verwacht wordt dan ook dat de gemeente bij genoemde aanslagen geen risico meer loopt. Sociaal domein Participatiewet (re-integratie en WSW) In oktober 2021 heeft de raad het toekomstscenario voor de komende 6 jaar vastgesteld voor NoordWestGroep. Uitgangspunt is dat NWG fungeert als een participatiebedrijf en sociale onderneming. Hierbij dient de focus te liggen op arbeidsontwikkeling en door – en 81 uitstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Voor inwoners waar deze uitstroom niet haalbaar voor is kan NWG ook als vangnet dienen. Hiervoor heeft de raad ook extra financiële middelen beschikbaar gesteld van € 330.000 in 2022, oplopend tot € 626.000 in 2025.

Evenals in 2020 heeft NWG ook in 2021 een compensatie van de Rijksoverheid ontvangen voor de nadelige gevolgen van corona. Hiervoor is een bedrag ontvangen van € 164.000. Het uiteindelijke financiële resultaat (gemeentelijke bijdrage) over 2021 is € 42.000 positiever dan begroot en blijft hiermee net onder de € 1 mln. Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) Ten opzicht van de gewijzigde begroting 2021 is er bij Wmo (totaal) sprake van een voordeel. Het overschot wordt met name veroorzaakt door lagere lasten begeleiding en vervoer. De opgaven vanuit de transformatie komen hier financieel tot uitdrukking. Daarentegen is er een fors nadeel op Schoonmaak ondersteuning (huishoudelijke hulp, HH). Dit nadeel is een gevolg van toegenomen aanvragen door demografische ontwikkelingen. Corona heeft momenteel geen aanwijsbaar financieel effect op de realisatie 2021 van HH en het abonnementstarief. Daarentegen wordt geconstateerd dat de HH aanvragen stijgen. De gemeenteraad heeft in de najaarsnota 2021 besloten om in de begroting 2022-2025 de besparingsopgave voor HH terug te draaien. Jeugdzorg Ten opzicht van de gewijzigde begroting 2021 is er bij jeugdzorg (totaal) sprake van een fors nadeel. Dit nadeel is voor een groot gedeelte te wijten aan corona.

Daarnaast is er een andere ontwikkeling gaande binnen de jeugdzorg welke zich financieel nadelig vertaalt in de financiën en de samenleving. We constateren een toename van de zorgvraag en toename van de complexiteit van deze zorgvraag. Deze ontwikkeling sluit aan bij signalen vanuit onderwijs, schooljaar 2020-2021. De stijging van het aantal aanmeldingen in de jeugdzorg komt met name van jeugdigen in de puberleeftijd. Het lijkt door de aanhoudende impact van corona met name voor pubers ´onrustig´. Opvallend daarin zijn de toenemende signalen van eenzaamheid en verveling. In de verbinding met externe partijen wordt onderzocht of het om iets incidenteels gaat of dat er iets structureels (dieper) aan de hand is. De gemeenteraad heeft in de najaarsnota 2021 besloten om in de begroting 2022-2025 de besparingsopgave voor jeugdzorg (inkoop) terug te draaien. Daarnaast is er in de begroting een risico opgevoerd mbt het inkooptraject jeugd (Regionaal Serviceteam Jeugd). Dividenduitkering N.V. Rendo Holding Lagere dividenduitkering N.V. Rendo Holding als gevolg van afschaffing precariorechten en de algemene verordening ondergrondse infrastructuur hebben in 2021 niet geleid tot een lagere nettowinst. Het resultaat over 2020 was positief beïnvloed door bijzondere bate als gevolg van de afwikkeling van de fraude. Tot en met 2021 is een dividenduitkering ontvangen van € 1.498.488.

Per 1 januari 2021 is de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur van kracht. Op dit moment hanteert Rendo een bandbreedte van € 5 tot € 7 miljoen voor de totale dividenduitkering per jaar. Voor onze gemeente betekent dit een dividenduitkering van € 999.000 tot € 1.398.600 in plaats van € 1.498.586. BTW compensatiefonds De gemeente Steenwijkerland declareert samen met alle andere gemeenten btw terug bij het rijk op grond van het btw compensatiefonds. Voor dit fonds is wel een maximum aan declaraties (het plafond) ingevoerd. Dit plafond bedroeg voor gemeenten in 2021 € 3.154 miljoen. Met het Rijk is de afspraak gemaakt dat indien het maximale plafond aan declaraties door gemeenten niet wordt bereikt, het resterende bedrag naar het Gemeentefonds gaat. Uitbetaling vindt dan plaats via de Algemene uitkering. Andersom geldt de gemaakte afspraak dan natuurlijk ook. Als gemeenten meer declareren, vindt een korting plaats binnen het Gemeentefonds. De afgelopen jaren is het plafond overigens nooit bereikt. In de gemeentelijke begroting 2021 is een structureel te ontvangen bedrag opgenomen ter hoogte van € 295.000. Uiteindelijk hebben wij in 2021 een bedrag ontvangen van € 530.000. Ontwikkeling Algemene uitkering Gemeenten ontvangen het grootste gedeelte van hun inkomsten uit de Algemene uitkering van het Gemeentefonds.

Hoeveel uitkering wordt ontvangen is voor een groot gedeelte afhankelijk van de hoogte van de rijksuitgaven. Wijzigingen in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de Algemene uitkering (samen de trap op en samen de trap af). De jaarlijkse toe- of afname van de Algemene uitkering op basis van dit principe wordt het accres genoemd. In de primitieve begroting was een bedrag aan inkomsten geraamd van bijna € 78 miljoen. Uiteindelijk is er een bedrag van € 82,8 miljoen ontvangen. Dit is inclusief de bedragen die binnen de Algemene uitkering van het rijk zijn ontvangen ter compensatie van de coronapandemie en een extra bedrag van het rijk voor Jeugdzorg. Hierover is uitgebreid gerapporteerd in de diverse Informatienota’s. Participatiewet en Ioa (uitkeringen en rijksbijdrage) / stelpost BUIG De gemeente is volledig financieel verantwoordelijk voor het bijstandsgedeelte van de wet. Van het Rijk wordt hiervoor jaarlijks wel een bijdrage ontvangen. Het in de begroting opgenomen te ontvangen Buigbudget betreft een voorlopig inschatting van hetgeen door het Rijk toegekend gaat worden. In oktober van het begrotingsjaar wordt het definitieve budget pas bekend gemaakt. De hoogte van het budget is o.a. afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelingen op landelijk niveau.

Bij minder verstrekte bijstandsuitkeringen dan van tevoren is ingeschat wordt het budget naar beneden bijgesteld, bij meer verstrekte bijstandsuitkeringen wordt het budget naar boven 82 bijgesteld. In onze (bijgestelde) begroting is een Buigbudget geraamd van € 12.929.000. Het werkelijke budget bedraagt € 12.801.000. Op rekeningbasis een nadeel van € 128.000. Het gemiddeld aantal verstrekte uitkeringen Participatiewet (Pw) is in 2021 uitgekomen op 675 (per 1 januari 2021: 702 / per 1 januari 2022: 647). In de begroting is uitgegaan van een gemiddeld aantal van 701. Hierdoor is een voordeel ontstaan van € 350.000. De gemiddelde kosten per uitkering zijn uitgekomen op € 14.310. In totaal is er een bedrag van € 9.659.000 aan uitkeringen verstrekt. Bij Terugvordering en Verhaal is een nadeel ontstaan ter hoogte van € 37.000. In de begroting stond een bedrag geraamd van € 300.000. Uitgangspunt in de begroting was een gemiddelde van 35 Ioaw/Ioaz-uitkeringen. Dit verwachte gemiddelde is ook uitgekomen. Op het geraamde bedrag van € 525.000 is wel een voordeel ontstaan van € 15.000 door de iets lagere kosten per uitkering. Herijking verdeling Gemeentefonds De fondsbeheerders hebben de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over het vervolgproces van de herijking van de verdeling van het gemeentefonds.

De fondsbeheerders hebben besloten de besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds aan het volgend kabinet te laten. Dit betekent dat de invoering van de nieuwe verdeling opschuift van 1 januari 2022 naar 1 januari 2023. In de Programmabegroting 2021-2024 was rekening gehouden, door middel van een stelpost, met een negatief herverdeeleffect van € 700.000 in het jaar 2022, oplopend tot € 1.000.000 structureel in het jaar 2024. Dit omdat in eerste instantie de berekening van het herverdeeleffect voor onze gemeente een fors nadeel liet zien. Vandaar dat in de begroting rekening is gehouden met een stelpost om dit verwachte nadelige effect op te vangen. Inmiddels zijn er nieuwe berekeningen gemaakt door een onderzoeksbureau dat in opdracht van het Rijk het onderzoek uitvoert. Op basis van het nieuwe onderzoek is gebleken dat Steenwijkerland is veranderd van een nadeelgemeente in een voordeelgemeente. Op dit moment kunnen geen harde conclusies worden getrokken, omdat besluitvorming door het (nieuwe) kabinet nog moet plaatsvinden. Hoewel de financiële uitkomsten van de herijking van het gemeentefonds nog steeds onzeker zijn, is bij de Perspectiefnota 2021 – 2025 wel besloten dat een stelpost aan de uitgavenkant niet langer noodzakelijk is. Deze is dan ook komen te vervallen.

Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet is een grote opgave voor de organisatie. De inwerkingtredingsdatum is wederom uitgesteld. Na 2022 zijn we niet klaar, maar zullen we de omgevingswet nog verder implementeren, leren werken met de nieuwe instrumenten en ook leren werken in de geest van de Omgevingswet (Ja-mits). Dit traject loopt tot uiterlijk 2029 (uiterlijke datum vaststellen omgevingsplan). De focus voor nu ligt op de periode tot en met 2022. Momenteel wordt vanuit het programma invoering omgevingswet toegewerkt naar de deadline waarop de wet in werking treedt. Risico’s betreffen: 1. Niet halen van de deadline van invoering door lokale of landelijke oorzaken en daarmee niet kunnen uitvoeren van wettelijke taken op de datum dat de wet in werking treedt. 2. Niet halen van de deadline/op schema blijven lopen en daarmee niet halen van eigen ambities. Overschrijding van het budget voor invoering/onvoldoende middelen voor een goede invoering. Binnen de organisatie is het programma omgevingswet opgezet. In dit programma worden de inhoudelijke en financiële risico’s in de gaten gehouden en worden er maatregelen op getroffen. Risico’s die te groot dreigen te worden of daadwerkelijk optreden worden besproken in de stuurgroep omgevingswet van waaruit beheersmaatregelen worden genomen. In relatie tot voorgaande risico’s worden/zijn de volgende maatregelen genomen: 1.

Om de vergunningprocedure goed in te richten is enerzijds de hulp ingeschakeld van een bureau dat de processen uitwerkt en wordt anderzijds t.z.t. een implementatiemanager ingezet die deze processen daadwerkelijk moet laten werken in de organisatie. 2. Op de tweede groep risico’s met betrekking tot de eigen lokale ambities zijn geen specifieke beheersmaatregelen getroffen. Wel wordt continu gekeken naar de voortgang van het programma, de beschikbare capaciteit en de balans tussen interne en externe inzet. Met betrekking tot de financiële risico’s vindt structureel overleg plaats met de afdeling financiën. In 2021 zijn er geen overschrijdingen geweest. Ook zijn er nog geen beheersmaatregelen getroffen. Privatisering bouwtoezicht De Wet kwaliteitsborging is net als de omgevingswet uitgesteld tot 1 oktober 2022 of 1 januari 2023. Vanaf dat moment gaat de kwaliteitscontrole bij bouwprojecten over naar de markt. Bouwers moeten een private kwaliteitsborger inhuren. Deze onafhankelijke, gecertificeerde controleur ziet erop toe dat gebouwen conform de bouwtechnische voorschriften tot stand komen. Een positieve gereedheidsverklaring van het gebouw gaat straks in het bouwdossier naar de gemeente, die daarna geen inhoudelijke technische toetsingstaak meer heeft, maar niettemin als bevoegd gezag verantwoordelijk blijft.

Als de positieve verklaring ontbreekt, bijvoorbeeld omdat de kwaliteitsborger oordeelt dat het gebouw niet BBL 14-proof is, kan de gemeente in een lastig parket terecht komen. Zonder deze verklaring zijn de gevolgen voor de gemeente. Wettelijk gezien is het gebruik van het gebouw dan niet toegestaan. Maar strikt genomen moet er wel worden gehandhaafd. De consequentie is dat het gebouw leeg staat en onbenut blijft. Verwacht wordt dat initiatiefnemers het hier niet bij laten zitten. In het ergste geval kan dit tot rechtszaken leiden. De gemeente heeft dan weinig keus en is 14 Besluit Bouw Leefomgeving 83 genoodzaakt zich het bouwdossier eigen te maken om zelf een oplossing te zoeken. Mogelijk moet ze een externe deskundige inhuren. Dit kan flink in de papieren lopen. Essentaksterfte De essentaksterfte is voor een aantal grotere boomstructuren in de gemeente nog steeds een bedreiging. Door het droge voorjaar van de afgelopen jaren heeft de veroorzakende schimmel minder bomen aangetast. Het is echter niet uit te sluiten dat het aantal aantastingen, met uiteindelijk afsterven tot gevolg, weer gaat toenemen. Grote laanstructuren in de polders en de boomstructuren langs de paden in Giethoorn bestaan uit essen. Het wegvallen van deze boomstructuren zal leiden tot ernstige kwaliteitsverlies, herplant zal altijd nodig zijn om de landschapskarakteristiek en het dorpskarakter te behouden.

Het wegvallen van de boomstructuur langs de paden in Giethoorn heeft ruimtelijke consequenties, het dorpsbeeld wordt ernstig aangetast. Ook is het verwijderen van grote bomen op deze locatie complex door de moeilijke bereikbaarheid. Verder hebben laanstructuren in de polders een sterke invloed op de ruimtelijke kwaliteit. Alle essen zijn in 2021 geïnspecteerd. Aangetaste essen zijn gemonitord. De bomen worden gefaseerd vervangen. Zo blijft de kwantiteit en de kwaliteit van het dorp Giethoorn en het polderlandschap (o.a. Polder Giethoorn en polder IJsselham) behouden. Achterstallig onderhoud openbare ruimte Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte wordt gebruik gemaakt van speciale computerprogramma's. De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het op orde brengen van deze programma's. Ondertussen is het gehele areaal ingevoerd. D.m.v. inspecties wordt de staat van onderhoud bepaald. Het risico van schade als gevolg van achterstallig onderhoud is afhankelijk van de gekozen frequentie van inspecteren. Op basis van deze gegevens wordt de besteding van het jaarlijkse onderhoudsbudget bepaald. In 2017 zijn de beleidsplannen voor wegen, fietspaden, openbare verlichting en oeververbindingen geactualiseerd en is een belangrijke slag gemaakt in het inzichtelijk maken van de onderhoudstoestand van deze kapitaalgoederen.

Op basis hiervan kan planmatiger worden gewerkt. De meerjarige onderhoudsplannen zijn met ingang van 2022 over het algemeen op het onderhoudsniveau ‘basis’ gebaseerd en begraven op ‘hoog’. Het financieel risico werd ingeschat op € 250.000. Het budget voor 2021 was toereikend om het vastgestelde onderhoudsniveau te onderhouden. Waardering onroerende zaken Gemeenten zijn met ingang van 2022 verplicht te beschikken op basis van oppervlakte, daar waar dit nu gebeurt op inhoud. Inmiddels is het contract met de taxateur beëindigd. Dit omdat het pakket niet voldeed aan de geldende wet- en regelgeving. De combinatie van taxeren op basis van gebruikersoppervlakte en de nieuwe applicatie kan in 2022 zorgen voor een toename van het aantal bezwaarschriften. Doordat tijdig is begonnen met de omzetting naar gebruiksoppervlakte was het project in 2020 al afgerond in plaats van in 2021. Als gevolg hiervan hebben we meer tijd gehad om de groepsindeling kritisch te beoordelen, voorafgaand aan de beschikking te communiceren met belanghebbende en de voorlopige eindwaardes te controleren. Hiermee konden we voorkomen dat foutieve waardes toch beschikt werden. In 2021 is intensief samengewerkt met de nieuwe leverancier. Verder is gevraagd een plan van aanpak te schrijven voor de omzettingen.

Investeringsprojecten ruimtelijk domein De in de meerjarenbegroting opgenomen investeringen en lopende investeringen (verlichting , bermen, routekaart energieneutraal, speelvoorzieningen en het IHP ) zullen als gevolg van de prijsstijgingen financieel onder druk komen te staan. Projecten Openbare Ruimte en Wet natuurbescherming (Wnb) Te veel stikstofneerslag is slecht voor de natuur. Sinds 1 juli 2021 is er voor bouwwerkzaamheden en aanlegwerkzaamheden geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) nodig. Dit betekent dat voor de meeste werkzaamheden die de gemeente uitvoert er momenteel geen probleem is in relatie tot stikstof. Prijsstijgingen gas en electra De energieprijzen zijn de afgelopen jaren door onder andere de energiebelasting gestegen. In het afgelopen jaar zijn ook de prijzen van energie enorm gestegen. Dit heeft met name gevolgen voor de begroting 2022- 2027. In totaal gaat het om een voorlopige raming van € 550.000 waarvan € 200.000 voor riolering. Aansprakelijkstelling Met betrekking tot de aansprakelijkstelling loopt er een zaak. De actuele stand van zaken is als volgt.

Eind februari 2019 ontvangt de gemeente een dagvaarding welke betrekking heeft op een schadeclaim van 3 miljoen euro van een veehouder die de gemeente aansprakelijk stelt voor de verontreiniging met rioolwater van een perceel waarop de veehouder voedergewassen voor zijn vee verbouwde. De veehouder beweert dat hij sinds 2007 te maken heeft gehad met de verontreiniging van een stuk land, doordat sprake was van overstromingen van een gemeentelijke rioolput. De veehouder stelt dat hij dientengevolge te kampen heeft gekregen met diverse problemen, waaronder sterfte van vee en medische klachten. 84 Eind juni 2020 heeft de rechtbank vonnis gewezen in deze zaak. De vorderingen van de veehouder zijn afgewezen en de veehouder is veroordeeld in de kosten. Volgens de rechtbank is het causaal verband tussen de schade en de overstromingen van de gemeentelijke rioolput niet komen vast te staan. Ook is niet gebleken dat de riolering gebrekkig was. In september 2020 heeft de veehouder hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank. Begin november 2021 heeft het gerechtshof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Alleen de deskundigenkosten heeft het gerechtshof deels toegewezen aan de veehouder, op de grondslag dat is komen vast te staan dat de rioolput gelekt heeft.

De termijn waarbinnen het cassatieberoep moet worden ingesteld is begin februari 2022 verstreken, zonder dat cassatieberoep is ingesteld door de veehouder. Grondexploitaties Ultimo van elk jaar worden de grondexploitaties op basis van de jaarrekening geactualiseerd. Sinds 2018 wordt de POC (Percentage Of Completion) methode toegepast. Het risicoprofiel van alle grondexploitaties is bij de jaarrekening 2021 circa € 1,88 miljoen (2020: 2,65 miljoen). In de programmabegroting was nog rekening gehouden met een risicoprofiel van € 2,65 miljoen. Door realisatie en verbeterde marktomstandigheden is het afzetrisico in een aantal individuele grondexploitaties afgenomen. Corona In zowel 2020 als in 2021 zijn door het Rijk compensatieregelingen beschikbaar gesteld om noodzakelijke lasten te kunnen voldoen. Dit heeft in 2021 niet geleid tot grote financiële tekorten voor de gemeente. De crisis heeft in 2021 geleid tot ongekende aanpassingen van het dagelijkse leven en het kabinet heeft allerlei beperkingen, c.q. maatregelen opgelegd teneinde deze crisis het hoofd te kunnen bieden.

In 2021 hebben onder andere de volgende zaken gespeeld:  toegenomen uitgaven en inkomsten voor inkomensondersteuning;  meerkosten WMO externe partijen en huishoudelijke verzorging;  lagere inkomsten van de havengelden en dividenduitkering;  onderuitputting bij diverse investeringsprojecten als gevolg van vertraging van de uitvoering;  extra maatregelen voor verkeersgeleiding in onder andere Giethoorn;  kwijtschelding huur van de Meenthe en sportverenigingen;  extra kosten bij verkiezingen;  extra kosten voorlichting en communicatie. Verder worden nog problemen verwacht bij de rechtmatigheidscontrole, doordat kosten voor de jeugdzorg zijn doorbetaald. Op dit moment is moeilijk een inschatting te maken van het te verwachten financiële effect voor de gemeente Steenwijkerland. Op basis van de ervaringen uit het jaar 2020 worden geen grote financiële effecten verwacht. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente de beschikking had, c.q. kon beschikken om onverwachte tegenvallers op te vangen mochten deze zich voordoen. Uit onderstaande tabel blijkt dat de weerstandscapaciteit in 2021 € 380,75 per inwoner bedroeg en hoger is dan in 2020 (€ 354,83). Diverse kengetallen

85 Op grond van regelgeving is de gemeente sinds 2015 verplicht om inzicht te geven in de financiële kengetallen. De cijfers van deze kengetallen geven in samenhang de raad een globaal inzicht van de verwachte financiële ontwikkelingen in de gemeente bij het jaarverslag. Er zijn geen landelijke normen voor de kengetallen omdat deze afhankelijk zijn van de lokale situatie. Wel kan de raad eigen normen stellen voor deze kengetallen. Ook kan zij bij belangrijke raadsbesluiten laten opnemen wat het effect is op de financiële kengetallen en de afgesproken normen. Hierbij gaat het om de volgende kengetallen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Grondexploitatie; 4. Structurele exploitatieruimte; 5. Belastingcapaciteit en 6. Weerstandsratio. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen . De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schulden ten opzichte van de eigen inkomsten van de gemeente. Als regel geldt dat hoe hoger de inkomsten zijn des te meer schuld een gemeente mag hebben. Normaal bevindt deze schuldquote zich in de bandbreedte tussen 0% en 100%. Een laag percentage is gunstig. Doordat er bijvoorbeeld grote investeringen of een flinke meevaller is geweest kan de netto schuldquote hoger of lager zijn.

De schuldquote geeft een vertekend beeld door uitgeleende gelden aan derden en verbonden partijen. Met name de verstrekte leningen aan de woningcorporaties (Wetland Wonen en Woonconcept) en de nutsbedrijven (Enexis en Vitens) zijn hiervan een goed voorbeeld. Daarom moet de netto schuldquote nog worden gecorrigeerd voor uitgeleende gelden. In de volgende grafiek is de ontwikkeling van beide schuldquotes weergegeven. Zoals u ziet is de netto schuldquote in de periode 2017-2021 gedaald van 58% naar 44%. De ontwikkeling van dit percentage wordt deels verklaard door de extra uitkeringen die in 2020 en 2021 zijn ontvangen vanwege de coronacrisis. Dit verklaart de daling van 53% naar 46% eind 2020. De verdere daling in 2021 naar 44% zijn het gevolg van de hoge opbrengsten van grondverkopen in 2021, de achterblijvende investeringen, waardoor geen situatie ontstond om een langlopende lening af te sluiten.

86 Zoals u ziet is de gecorrigeerde netto schuldquote gecorrigeerd in de periode 2017-2021 gedaald van 41% naar 37%. Het percentage bij de rekening 2021 is lager dan het genoemde percentage In de programmabegroting 2021-2024. De oorzaken zijn gelijk aan de vermeld bij 1a netto schuldqoute. Schommelingen in inkomsten kunnen dus het kengetal van de netto schuldquote beïnvloeden. Er ontstaat dan het zogenaamde noemer effect. Vaak betreft het kleine schommelingen, met lichte trendbreuken tot gevolg. In 2015 was er sprake van een forse trendbreuk door de overheveling van taken in het sociaal domein. De inkomsten zijn hierdoor fors gestegen . Ook is 2020 en 2021 is dit het geval. De gemeente is in deze jaren sterk gecompenseerd voor coronagerelateerde uitgaven. Omdat dit hoofdzakelijk exploitatieuitgaven betreft die geen effect hebben op de balanspostie, maar wel tot meer inkomsten leiden heeft dit een dempend effect op de schuldqoute. Daarnaast is in 2021 voor ongeveer € 6,6 miljoen aan grond verkocht. Deze twee grote inkomstenstijgingen zijn van grote invloed op de schuldquota. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre het bezit van de gemeente op de balans is afbetaald. Ook geeft deze ratio inzicht of de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen.

Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. Bij een ratio boven de 80% heeft de gemeente per saldo geen schulden. Bij een ratio onder de 20% heeft de gemeente veel schuld. Dus hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. In de nota “Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019” wordt een minimumpercentage genoemd van 20%.

87 De gemeente Steenwijkerland heeft eind 2021 een solvabiliteitsratio van 33%. Zoals u ziet is de solvabiliteit hoger ten opzichte van de programmabegroting 2021-2024. Dit heeft onder andere te maken met de uitvoering van de investeringen die achterblijft ten opzichte van de planning en die ten laste van de reserves komen.Het rekeningssaldo bedraagt bijna € 3,1 miljoen en is togevoegd aan de reserves. De ratio wordt hierdoor 2,2% positief beinvloed. Dit geldt ook voor de stortingen die zijn gedaan op het gebied van het sociaal domein van €1,2 miljoen en de bestemde budgetten van € 907.000. Deze hebben een positief effect van 1,5%. Grondexploitatie Voor de gemeente betekent het aanhouden van voorraden bouwgrond een risico. Het is immers altijd de vraag of de bouwgrond met winst verkocht kan worden. Om de hoogte van dit financiële risico in beeld te brengen, is het kengetal grondexploitatie vastgesteld. Dit kengetal geeft de verhouding aan tussen de waarde van de voorraden bouwgrond en de jaarlijkse gemeentelijke inkomsten. Hoe hoger dit kengetal hoe meer risico er wordt gelopen. Opgemerkt wordt dat naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, dit rentekosten en risico’s met zich mee brengt. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. Dus hoe lager dit percentage is, hoe beter het met de gemeente gaat.

Het kengetal voor de grondexploitatie bedraagt eind 2021 4%. Dit percentage wijkt af van het percentage dat meegenomen is bij de programmabegroting 2021-2024. Dit omdat de boekwaarde met ruim € 6 miljoen is gedaald door de grote omvang van verkopen in 2021. De daling van 19% in 2017 naar 4% in 2021 is in financiële zin een gunstige ontwikkeling. Naast de financieel gunstige jaren zijn er in deze periode ook geen gronden in exploitatie genomen om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. Omdat het percentage wordt berekend door de boekwaarde uit te drukken in een percentage ten opzichte van de totale baten van de gemeente (exclusief reserves) is het percentage gunstiger omdat in zowel 2020 als in 2021 de gemeente extra inkomsten heeft ontvangen voor de uitvoering van de compensatieregelingen als gevolg van de coronacrisis. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Op deze manier ontstaat er een percentage voor de structurele exploitatieruimte.

Als dit percentage negatief is, betekent dit dat de structurele baten onvoldoende ruimte bieden om de structurele lasten te dekken. Dus hoe hoger dit percentage is, des te beter het gaat met de gemeente.

88 Het kengetal voor de structurele exploitatieruimte bedraagt eind 2021 4,7% (2020: 2,9%). Dit percentage geeft een vertekend beeld omdat in 2021 vanwege de coronapandemie tal van budgetten niet zijn besteed en hierdoor als structurele bestedingsruimte wordt aangemerkt. De structurele exploitatieruimte wordt evenwel bepaald op basis van het saldo minus de incidentele bestedingen. In het percentage is juist sprake van geen bestedingen, maar incidentele voordelen als gevolg hiervan. Hoe deze structurele ruimte zich in de komende periode ontwikkelt is sterk afhankelijk van zowel de ontwikkeling in de lasten en van de inkomsten van het Rijk voor de gemeente Steenwijkerland. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Door de hoogte van de woonlasten (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) in de gemeente te vergelijken met het landelijk gemiddelde kan een indicatie worden gegeven van de belastingcapaciteit. Het kengetal vergelijkt de woonlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t-1). Als dit percentage hoog ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze.

Als indicatie kan worden gegeven dat hoe lager dit percentage is, des te beter het met de gemeente gaat. Voor 2021 komt dit cijfer uit op 83%. Zoals u ziet is in deze grafiek een stabiele trend waarneembaar. Dit betekent dat de woonlasten zich onder het landelijk gemiddelde bewegen en de belastingcapaciteit vanaf 2017 is toegenomen en de laatste jaren stabiel blijft.

89 Weerstandsratio In de raadsvergadering van 21 mei 2019 is de nota weerstandsvermogen en risicomanagement vastgesteld. Hierin is een nieuwe signaleringswaarde opgenomen, te weten de weerstandsratio. Dit is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de totale omvang van de gewogen risico’s. Het minimum van deze ratio is bepaald op 1,0. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door alle reserves, tenzij er (juridische) verplichtingen zijn aangegeven, de stille reserves en eventuele onbenutte belastingcapaciteit. Deze is in eerste instantie op nul geraamd. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van risico’s, die de gemeente loopt. Voor de berekening worden omvang en kans van de risico’s in een risicomodel ingevoerd. Zie hiervoor hoofdstuk 4.2.3. van de programmabegroting 2021-2024. Deze ratio wordt bepaald door de algemene reserve vaste buffer en de onbenutte belastingcapaciteit uit te drukken in een ratio / getal in welke mate de gekwantificeerde risico’s kunnen worden betaald / opgevangen. In de begroting 2021 is een gewogen ratio van 4,5 opgenomen. Het zegt iets over het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te vangen. Bij de bepaling van het weerstandsvermogen ultimo 2021 hebben wij de in de begroting van 2022 opgenomen risico’s nader beoordeeld en ongemoeid gelaten indien er geen aanleiding tot aanpassing aanwezig was.

De verwachting is dat vanwege de corona en de toekomstige effecten hiervan de risico’s zullen toenemen. Deze zijn met name te verwachten op het gebied van rente /inflatie / toename instroom PW / jeugdhulp en lagere dividenduitkeringen. De gewogen weerstandsratio bedraagt eind 2021 3,2 ( 2021 begroot: 4,5). Dit betekent dat de gemeente in staat is om de op dit moment bekende financiële tegenvallers op te vangen en haar taken kan blijven uitvoeren.

90 Resumé

91 4.3 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzieningen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zijn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voorzieningen is van groot belang voor het optimaal functioneren van de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. De processen die uiteindelijk leiden tot onderhoudsmaatregelen of investeringen zijn ingericht volgens de filosofie van assetmanagement zoals beschreven in NEN-ISO 5500. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpakket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld up-to-date wordt gehouden. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2007 door de gemeenteraad is vastgesteld. Een nadere uitwerking hiervan is vastgelegd in verschillende beleidsdocumenten. In deze paragraaf onderhoud kapitaalgoederen zal per onderdeel de situatie van 2021 worden besproken. Wegen Areaal Het wegenareaal bestaat uit: Beleidskader Het beleidskader voor onze wegen is vastgelegd in het Beleidsplan ‘Overwegen’ (april 2017) en het beleidsplan Verkeer (2017).

Wij beschouwen ons uitgebreide, grotendeels historische, netwerk van wegen, paden en pleinen als een waardevol bezit en als een belangrijk middel om het dagelijkse woon-, werk- en recreatieve verkeer mogelijk te maken en veilig, efficiënt en duurzaam af te wikkelen. Het beleidsplan kent de thema’s:  Wegennet up to date,  Onderhoud op maat,  Inspirerend partnerschap. Wij zien de inbreng van inwoners, ondernemers en partijen als uitgangspunt, óók voor onze wegbeheertaak. Opvolging van wettelijke (wegbeheer)taken en behoud/versterking van sociale-, milieu en kapitaalswaarde (“People, Planet, Profit”) zijn daarbij essentiële randvoorwaarden. Wij richten onze wegbeheertaak daarom vraaggestuurd, risicobewust en gebiedsgericht in. Voor het wegenonderhoud heeft de raad ingestemd met het kwaliteitsniveau “basis”. Hierbij wordt het risicoprofiel “laag” aangehouden. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau zijn berekend in het beleidsplan “Overwegen” 2017-2020”. Door middel van jaarlijkse inspecties wordt de houdbaarheid van het beleid regelmatig tegen het licht gehouden. Iedere weg wordt minimaal eens per twee jaar geïnspecteerd, waarbij de wegen worden beoordeeld op verschillende schadebeelden. De inspectiegegevens worden met het geautomatiseerde wegbeheerpakket vertaald naar benodigde maatregelen.

Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader “Overwegen” in 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het benodigde wegenbudget voor het kwaliteitsniveau “basis” en besloten tot het instellen van een voorziening. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening .

92 Openbare verlichting Areaal Beleidskader Uitgangspunt voor het beleidsplan Openbaar Licht (2017) is ‘donkerte’. “Even dimmen graag” is het devies. De volgende ambities zijn in dit beleidsplan benoemd: de veiligheid van inwoners staat voorop, ruimte voor donkerte en duurzaamheid. Communicatie over openbare verlichting is daarbij een belangrijk aandachtspunt. In het gekozen scenario Beperkt Basis wordt enige achterstand in de vervanging geaccepteerd. Er wordt in de komende 12 jaar 80% van de openbare verlichting vervangen. In de periode 2017-2026 wordt 80% van de openbare verlichting vervangen door energiezuinige LED-verlichting. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het beleidsplan Openbaar Licht is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Uiteindelijk is gekozen voor het niveau beperkt basis. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het beleidsplan Openbaar Licht opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het beleidsplan Openbaar Licht zijn één op één verwerkt in de programmabegroting.

Riolering Areaal De areaalgegevens van het riool zijn als volgt: Beleidskader De beleidskaders voor de riolering zijn vastgesteld in het Watertakenplan Fluvius 2016-2022, dat is opgesteld met het toenmalig waterschap Reest en Wieden en de zes inliggende gemeenten van het beheergebied van dit waterschap. Voor de gemeentelijke watertaken zijn de volgende vijf bestuurlijke doelen gedefinieerd: 1. Risico’s voor de volksgezondheid door aanraking schadelijke stoffen en geur-overlast maximaal beperken. 2. Beperk wateroverlast door water op straat en beperk overstroming maximaal. 3. Beperk hinder door falen van riolen en door verstopping of werkzaamheden. 4. Zorg voor goede oppervlaktewater-kwaliteit, voer zo weinig mogelijk schoon water af naar de zuivering. 5. De klant staat voorop. Aantal klachten zit onder het landelijk gemiddelde. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het watertakenplan is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het watertakenplan opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het watertakenplan zijn één op één verwerkt in de programmabegroting.

93 Water en kunstwerken Areaal Het areaal water- en kunstwerken bestaat uit: Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kunstwerken in de gemeente is vastgelegd in diverse beleidsnota’s en plannen. De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: - Beleidsplan oeverconstructies Steenwijkerland (2021-2026); - Beleidsplan oeververbindingen Steenwijkerland (2022-2027); - Beheerplan Havens 2022-2027 - Watertakenplan Fluvius 2016-2022; In 2020 is het beleidsplan oeverconstructies 2021-2026 door de raad vastgesteld. Dit beleidsplan zet het eerder vastgestelde beleidsscenario voort waarbij daar waar beschoeiing echt nodig is bij vervanging gekozen wordt voor kunststof. Dit is een duurzaam en financieel gunstig scenario. Dit betekent dat er bij constatering van een matige, slechte of zeer slechte kwaliteit wordt gekeken of: 1. De beschoeiing onder verantwoordelijkheid van de gemeente valt (als het onder particuliere verantwoordelijkheid valt dan dient de gemeente de particulier aan te schrijven en te wijzen op de slechte staat van de beschoeiing, maar verder geen actie te ondernemen); 2. De locatie vraagt om beschoeiing of dat kan worden volstaan met een natuurlijke oever (als de huidige beschoeiing kan worden vervangen door een natuurlijke oever dan is dat een duurzamere invulling); 3.

De beschoeiing kan worden vervangen door een duurzame kunststof beschoeiing (als er toch beschoeiing dient te komen dan heeft een kunststof toepassing de voorkeur boven hout als de omstandigheden dit toelaten). In 2021 is door de raad het beleidsplan Oeververbindingen 2022-2027 vastgesteld met de daarbij benodigde middelen. Hierbij is gekozen voor het onderhoudsscenario basis. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van de verschillende beleidsplannen en de bijbehorende kwaliteitsniveaus zijn becijferd. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Ten aanzien van het beheer van het stedelijk water (waterwegen en beschoeiingen) is door middel van het vaststellen van het watertakenplan voorzien in een gedeeltelijke dekking van de benodigde middelen. Voor de oeverconstructies geldt dat het benodigde geld beschikbaar is gesteld. Voor wat betreft de baggeropgave wordt samen met de andere waterbeheerders in het gebied getracht om door middel van slim en integraal aan te besteden het gekozen onderhoudsniveau te realiseren. Ten aanzien van oeververbindingen geldt dat het budget behorende bij het onderhoudsscenario basis beschikbaar is gesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/8413354a-02b1-4ae9-9770-b2a6a41b9b00?agendaItemId=cfd73cb3-2407-4a33-89eb-22e2efbbe6d1