CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverslag 2020.pdf

Politieke Markt 22 juni 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Jaarstukken 202052.552 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

De gemeenten zijn verplicht (AMvB) een reële kostprijs te betalen voor de zorg. Begeleiding en dagbesteding Het aantal inwoners dat in 2020 een voorziening had voor begeleiding is gedaald t.o.v. 2019. Dit is deels te verklaren door uitgestelde vraag als gevolge van de coronacrisis. Daarnaast is een eerste effect te zien van bewustwording op basis van de financiële taakstelling en Transformatie 2.0. Medewerkers van de integrale toegang zijn kritischer op realisatie van doelen en sturen meer op basiszorg en ‘goed is goed genoeg’. Schoonmaakondersteuning Ook in 2020 is een stijging van het aantal inwoners dat gebruikt maakt van schoonmaak-ondersteuning. Deze stijging is een gevolg van zowel demografische ontwikkelingen (vergrijzing), inzet op langer thuis wonen en het abonnementstarief . In 2020 is het aantal PGB’s gedaald en is de ondersteuning vanuit Zin (gecontracteerde aanbieders) gestegen. Voorzieningen in het kader van Wonen, Rollen en Vervoer In het kader van de voorzieningen Wonen, Rollen en Vervoer is meer uitgegeven voor woningaanpassingen waaronder trapliften (€ 197.000) en Rolvoorzieningen (€ 119.000). Daar tege nover staan lagere kosten voor vervoervoorzieningen (€ 63.000). De nadelige uitkomst op de Rolvoorzieningen komt onder meer door hogere huurtarieven ten opzichte van 2019.

91 Opvang en Beschermd Wonen De taak Opvang en Beschermd Wonen wordt door de cen trumgemeente (Zwolle) uitgevoerd en rechtsreeks doo r het Rijk bekostigd. Ook in 2020 heeft de centrumgemeente bedragen uitge keerd aan de gemeenten. Het betekende voor Steenwij kerland in totaal een bedrag van € 1.518.000 waarvan € 291.000 betrekking heeft op 2019. Eigen bijdrage De eigen bijdrage abonnementstarief is positiever uitgevallen dan begroot. In het voordeel zit een bedrag van nagekomen baten van € 36.000 over 2019. Door de Coronacrisis is over 10 maanden een abonnementstarief opgelegd door het CAK. Voorzieningen Jeugd Het totale budget voor 2020 van € 12.556.000 is toereikend gebleken. De uitgaven zijn uitgekomen op een bedrag van € 11.797.000. Er is een overschot van € 761.000 ( € 818.000 in Zorg in Natura (ZiN) / € 57.000 nadelig in PGB). Het aantal jongeren dat gebruik maakt van een voorziening is in 2020 gedaald. Echter de heftigheid van de problematiek - mede door corona - bij betreffende jongeren en gezinnen is toegenomen. Ook is bij deze doelgroep intern gestuurd op meer basiszorg en ‘goed is goed genoeg’. Op basis van de uitkomsten van een intern onderzoek naar dure en/of intensieve jeugdtrajecten zijn een aantal jongeren doorgeleid naar de Wet Langdurige Zorg (WLZ).

De daling van het aantal afgegeven voorzieningen is ook te verklaren doordat gestuurd wordt op minder dubbele voorzieningen. Daarnaast is er een afname van het aantal ‘profiele n’, een toename in de specialistische GGZ en een ve rschuiving van Intensieve groepsbegeleiding (neemt af) naar Intensieve individuele begeleiding (neemt toe). De uitgaven zijn inclusief lokale projecten zoals de Praktijkondersteuners Huisartsen en de SO+ en SO+ + klassen. Het doel van deze projecten is het voorkomen van verstrekken van jeugdhulp aan jeugdigen. Dividenduitkering N.V. Rendo Holding Lagere dividenduitkering als gevolg van afschaffing precariorechten en instemming met de Algemene Vero rdening Ondergrondse Infrastructuur en aanpassing van de algemene voorwaarden leiden tot een lagere nettowinst. Tot en met 2020 is een dividenduitkering ontvangen € 1,5 miljoen. Verwacht wordt dat over het boekjaar 2020 nog hetzelfde bedrag zal worden uitgekeerd. Inmiddels heeft de algemene verg adering van aandeelhouders ingestemd met de Algemen e Verordening Ondergrondse Infrastructuur per 1 januari 2021. Ver wacht wordt dat in de periode tot en met 2024 een l agere dividenduitkering zal worden ontvangen. Rendo hanteert voor deze jaren ee n bandbreedte van € 5 tot 7 miljoen. Voor onze gem eente betekent een dividenduitkering van € 999.000,-- tot € 1.398.600 in plaats van € 1.498.586.

BTW compensatiefonds De gemeente Steenwijkerland declareert BTW terug op grond van het BTW compensatiefonds. Landelijk gezien is hieraan een plafond ingevoerd. Het plafond bedroeg in 2020 € 109,333 mi ljoen. Het aandeel van de gemeenten bedraagt € 96, 548 miljoen. Dit bedrag is aan de algemene uitkering toegevoegd. De ontwikkeli ng van de uitgaven wordt vlak doorgetrokken. Hierbi j is rekening gehouden met de jaarlijkse toevoegingen (taakmutaties) aan het BCF. Bij deze aanname blijft voor alle jaren sprake van ruimte onder het BCF-plafond. De daling van de ruimte onder het plafond ten opzichte van de raming bij de septembercirculaire 2019 wordt voornamelijk veroorzaakt doordat gemeenten en provincies meer zijn gaan declareren bij het BCF. Daarom gaan de uitgaven van het fonds omhoog en gaat de ruimte onder het plafond omlaag. Daarnaast heeft ook de stand van het accres invloed op de hoogte van het plafond en daarmee op de ruim te onder het plafond. De accressen zijn voor het laatst gewijzigd bij de mei circulaire 2020, waarna het accres voor de jaren 20 20 en 2021 is vastgezet op de standen uit de Voorjaarsnota 2020. Als gevolg van deze normeringssystematiek is ook het accres van het BTW compensatiefonds (BCF) in 2020 en 2021 bevroren. Het plafond kan alleen nog wijzigen door taakmutaties.

Verder heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan over de vraag of de btw op kosten voor de exploitatie v an begraafplaatsen compensabel is en in aanmerking komt voor een bijdr age uit het BTW compensatiefonds (bcf). Zij is van mening dat de btw niet in aanmerking komt voor een bijdrage uit het BTW compensatiefonds (bcf). Invoering Vennootschapsbelasting De aangiften over de jaren 2016, 2017 en 2018 zijn ingediend. Voor 2019 en 2020 is uitstel aangevraagd . De aangifte over 2016 en 2017 is inmiddels definitief vastgesteld. Er hoeft over deze jaren geen vennootschapsbelasting te worden betaald. Voor 2019 en 2020 is een voorlopige aanslag ontvangen en betaald. De verwachting op dit moment is dat het fiscale resultaat over deze jaren nihil zal zijn, maar om een te betalen belastingrente van 8% te voorkomen is besloten toch een voorlopige aangifte in te dienen en te betalen. Mocht het fiscale resultaat nihil zijn zoals verwacht, dan zullen de betaalde bedragen weer terug worden ontvangen. Ontwikkeling Algemene uitkering Gemeenten ontvangen het grootste gedeelte van hun inkomsten uit de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Hoeveel uitkering wordt ontvangen is voor een groot gedeelte afhankelijk van de hoogte van de rijksuitgaven. Wijzigingen in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de Algemene uitkering (samen de trap op en samen de trap af).

De jaarlijkse toe- of afname van de Algemene uitkering op basis van dit principe wordt het accres genoemd. Het accres heeft de afgelopen jaren weinig stabiliteit laten zien. Het ene 92 moment is er een flinke tegenvaller, een tijdje later gevolgd door een flinke meevaller. Het is dan ook zeer lastig om hier op een goede manier mee om te gaan. In de primitieve begroting was een bedrag aan inkomsten geraamd van € 74,1 miljoen. Uiteindelijk is er een bedrag van € 77,5 miljoen ontvangen. Dit is inclusief de bedragen die binnen de Algemene uitkering van het rijk zijn ontvangen t er compensatie van de coronapandemie. Hierover is gerapporteerd in de diverse Informatienota’s. Het rijk en gemeenten hebben in mei 2018 afgesproken om de verdeling van de middelen in het sociaal domein en de verdeling van de andere middelen in het gemeentefonds vanaf 2022 (was in eerste instantie 2021) integraal te herzien. Gemeenten hebben in het sociaal en het fysiek domein meer taken gekregen en ook maatschappelijke ontwikkelingen zijn door gegaan. De financiële verhouding moet bij deze ontwikkelingen aansluiten. In de verdeelmodell en van het sociaal domein zitten discrepanties die ervoor zorgen dat sommige gemeenten minder geld van het rijk ontvangen voor h et sociaal domein dan zij op basis van hun kostenst ructuur nodig hebben.

De herziening van de verdeelmodellen sociaal domein is erop gericht om de financiële problemen van deze gemeenten als gevolg van een verkeerde verdeling op te lossen. Een positief herverdeeleffect voor de ene gemeente leidt echter altijd tot een negatief herverdeeleffect bij een andere gemeente. De herziening van de verdeelmodellen sociaal domein kan dus voor onze gemeente tot een financieel nadeel of voordeel leiden. Op 7 december jl. hebben de fondsbeheerders de Twee de Kamer per brief geïnformeerd over het vervolgpro ces van de herijking van de verdeling van het gemeentefonds. De fondsbeheerders hebben besloten de besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds aan het volgend kabinet te laten. Dit betekent dat de invoering van de nieuwe verdeling opschuift van 1 januari 2022 naar 1 januari 2023. Reden hiervoor is de huidige financiële positie van gemeenten en de nog lopende gesprekken met gemeenten over onder andere de toereikendheid van de financie ring van de jeugdzorg. Het is van belang dat er hel derheid is over de financiële afspraken met, en positie van gemeenten alvorens tot de invoering van het nieuwe verdeelmodel over te gaan. Hoewel dit kabinet geen besluit meer zal nemen over de invoering van het herijkte verdeelmodel, achten de fondsbeheerders het wel van belang het onderzoek af te ronden.

Dit om gemeenten en de VNG de mogelijkheid te geven zich voor te bereiden op hun inbreng bij de nieuwe kabinetsformatie. De fondsbeheerders zijn van mening dat de nieuwe verdeelmodellen een verbetering zijn ten opzichte van de huidige verdeling: ze zijn eenvoudig, beter uitlegbaar en sluiten goed aan bij de kosten die gemeenten maken. Het integrale verde elvoorstel is meer dan alleen een optelsom van de uitgevoerde onderzoeken in het sociale- en klassieke domein. Om tot een definitieve verdeling te komen moet nog een aantal afwegingen worden gemaakt. Met de VNG is afgesproken voorafgaand aan de consultatie van gemeenten, de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) om advies te vragen. Deze ad viesaanvraag zal het ministerie van BZK in januari 2021 indienen en ter informatie aan de Tweede Kamer sturen. De voorlopig e uitkomsten van de verdeling zullen tegelijk met d e adviesaanvraag aan ROB worden gepubliceerd. De adviesaanvraag heeft betrekking op enkele keuzes bij de totstandkoming van de verdeling, niet op individuele uitkomsten van gemeenten. Na ontvangst van het advies van de ROB start de consultatie van gemeenten. Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet is een grote opgave voor de organisatie. Op 1 januari 2022 gaat de wet in en moet onze organisatie er op zijn voorbereid, en ook daarna zal de verdere implementatie van de wet veel inzet vergen.

Inmiddels komt de datum van invoering dichterbij en wordt steeds duidelijker wat de omgevingswet van d e organisatie vraagt. In de begroting voor 2020 is dit nader gespecificeerd en de organisatie werkt op dit moment programmatisch a an de opgave. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar de programm abegroting 2020-2023. Via aparte bijeenkomsten en i nformatienota’s wordt de raad aanvullend geïnformeerd over de invoering van de omgevingswet. Met betrekking tot de financiële risico’s vindt structureel overleg plaats met de afdeling financiën. In 2020 zijn er geen overschrijdingen geweest. Ook zijn er nog geen beheersmaatregelen getroffen. Verhoging van de afvalstoffenbelasting De verhoging van de afvalstoffenbelasting heeft con sequenties voor de hoogte van de afvalstoffenheffin g. In 2020 is deze belasting verhoogd naar € 32,63 per ton (was € 32,12 per ton in 2019). De verwachting is dat de afvalstoffenbelasting in de toekomst verdubbelt. Ook zullen (verwachte) gedragseffecten ontstaan met een indexering van de afgesproken verhoging. Deze plannen van de regering zijn onderdeel van het vergroenen van het belastingstelsel. Daarnaast is de egalisatievoorziening reiniging beschikbaar om financiële tegenvallers op te vangen en daarmee tariefschommelingen zoveel mogelijk te voorkomen.

Achterstallig onderhoud openbare ruimte Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen in de op enbare ruimte wordt gebruikt gemaakt van speciale c omputerprogramma’s, De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het op orde bre ngen van deze programma’s. Het gehele areaal is ing evoerd. Door middel van inspecties wordt de staat van onderhoud bepaald. Op basis van deze gegevens wordt de besteding van het jaarlijkse onderhoudsbudget bepaald. Het risico van de schade als gevolg van achterstallig onderhoud is afhankelijk van de gekozen frequentie van inspecteren. Het financieel risico was ingeschat op € 500.000 en het budget was toereikend om het vastgestelde onderhoudsniveau te onderhouden. Wel moet worden opgemerkt dat bij vervangingen van bruggen (oeververbindingen) is uitgegaan van “kale” vervangingskosten waarbij in het beleidsplan geen rekening is gehouden met sp ecifieke (onvoorziene) maatregelen zoals noodbrugge n, verkeersmaatregelen, omleidingen, kabels en leidingen etc.. Vooral bij d e grote verkeersbruggen kan dit een (grote) rol spe len blijkt uit de ervaringen. De 93 kosten voor vervangingen zijn onder druk komen te staan. Participatiewet (uitkeringen en rijksbijdrage) De gemeente is volledig financieel verantwoordelijk voor het bijstandsgedeelte van de wet. Van het Rijk wordt hiervoor jaarlijks wel een bijdrage ontvangen.

Het in de begroting opgenomen t e ontvangen budget betreft een voorlopig inschattin g van hetgeen door het Rijk toegekend gaat worden. In oktober van het begrotingsjaar wordt het definitieve budget pas bekend gemaakt. De hoogte van het budget is afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelingen op landelijk niveau. Bij minder verstrekte bijstand suitkeringen dan van tevoren is ingeschat wordt het budget naar beneden bijgesteld, bij meer verstrekte bijstandsuitkeringen wordt het budget naar boven bijgesteld. Het gemiddeld aantal verstrekte uitkeringen Participatiewet (Pw) is in 2020 uitgekomen op 690 (per 1 j anuari 2020: 678 / per 1 januari 2021: 702). In de begroting is uitgegaan van een ge middeld aantal van 721. Hierdoor is een voordeel on tstaan van € 345.000. De gemiddelde kosten per uitkering zijn uitgekomen op een bedrag van € 14.430. In totaal is er een bedrag van € 9.957.000 aan uitkeringen verstrekt. Uitgangspunt in de begroting was een gemiddelde van 50 IOAW/IOAZ-uitkeringen. Het aantal inwoners met een IOAW-uitkering is in 2020 echter gedaald van 40 (januari) naar 35 eind d ecember. Het aantal inwoners met een IOAZ-uitkering is in 2020 gedaald van 7 (januari) naar 2 eind december. Hierdoor is een voordeel ontstaan van € 120.000.

Investeringsprojecten ruimtelijk domein Evenals bij de grondexploitaties zijn voor de lopen de investeringsprojecten op basis van de Risman met hode de risico’s in beeld gebracht. De totale omvang van de investeringsprojecten die vanuit het beheer openbare ruimte (excl. riolering) en vanuit ontwikkeling zijn geïnitieerd bedroeg destijds ca. € 14,5 miljoe n. De impact van de risico’s werd geraamd op € 2, 8 miljoen. Er zijn in 2020 geen specifieke projecten met hoge financiële risico’s geweest. Projecten Openbare Ruimte en de PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) Te veel stikstofneerslag is slecht voor de natuur. Daarom hebben we een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig voor activiteiten (bijvoorbeeld voor wegenbouw) waar stikstof bij vrij komt. Tot 29 mei 2019 was toestemming hiervoor gebaseerd op de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), een programma om de stikstofuitstoot rond Natura 2000-gebieden te verminderen. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State de PAS ongeldig verklaard, omdat de PAS in strijd is met de Europese Wetgeving. Het verbieden van de PAS ad directe gevolgen voor l opende vergunningaanvragen en toekomstige initiatie ven voor projecten: deze kwamen in ieder geval tijdelijk stil te liggen en k unnen verder in de procedure geen gebruik meer make n van de PAS, omdat PAS nu geen status meer heeft.

Inmiddels werkt de Rijksoverheid aan een nieuwe aanpak stikstof. Prijsstijgingen gas en electra De energieprijzen zijn de laatste jaren door onder andere de energiebelasting gestegen. Dit kan tot fo rse overschrijdingen op de energiebudgetten leiden. In verband met de gunstige weersomstandigheden zijn de budgetten in 2020 niet verhoogd. In 2020 was een bedrag begroot van € 139.363 voor het gasgebruik in de diverse gebouwen. In 2020 is een bedrag hiervoor uitgegeven van € 134.952. Op deze budgetten is sprake van een onderschrijding. Voor elektra was een bedrag begroot van € 625.237, terwijl een bedrag van € 715.904 hiervoor is uitgegeven. Er is dus sprake geweest van een overschrijding. Per saldo was er een tekort van plm. € 86.250. Aansprakelijkstelling Met betrekking tot aansprakelijkstelling loopt er een zaak. De actuele stand van zaken is als volgt. Eind februari 2019 ontvangt de gemeente een dagvaar ding welke betrekking heeft op een schadeclaim van 3 miljoen euro van een veehouder die de gemeente aansprakelijk stelt voor de verontreiniging met rioolwater van een perceel w aarop de veehouder voedergewassen voor zijn vee verbouwde. De veehouder beweert dat hij sinds 2007 te maken heeft gehad met de verontreiniging van een stuk land, doordat sprake was van overstrominge n van een gemeentelijke rioolput.

De veehouder stel t dat hij dientengevolge te kampen heeft gekregen met diverse problemen, waaronder sterfte van vee en medische klachten. Eind juni 2020 heeft de rechtbank vonnis gewezen in deze zaak. De vorderingen van de veehouder zijn afgewezen en de veehouder is veroordeeld in de kosten. Volgens de rechtbank is het causaal verband tussen de schade en de overstromingen van de gemeentelijke rioolput niet komen vast te staan. Ook is niet gebl eken dat de riolering gebrekkig was. In september 2 020 heeft de veehouder hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank. Op dit moment bevinden we ons in de schriftelijke fase. Het is nog niet bekend wanneer de inhoudelijke zitting bij het gerechtshof zal plaatsvinden. Grondexploitaties Ultimo van elk jaar worden de grondexploitaties op basis van de jaarrekening geactualiseerd. Sinds 2018 wordt de POC ( Percentage Of Completion ) methode toegepast. Het risicoprofiel van alle grondexploitaties is bij de jaarrekening 2020 circa € 2,65 miljoen (2019: 3,5 miljoen). In de programmabegroting was nog rekening gehouden met een risicoprofiel van € 3,5 miljoen. Door het goede klimaat op de woningmarkt het afzetrisico in een aantal individuele grondexploitaties afgenomen. 94 Corona Sinds januari 2020 is heel de wereld geconfronteerd met de coronacrisis.

In ons land was de impact in januari nog beperkt, maar eind februari / begin maart 2020 werden toch de grote gevolgen hiervan zichtbaar. Al met al heeft dit geleid tot ongekende aanpassingen van het dagelijkse leven en het kabinet heeft allerlei beperkingen, c.q. maatregelen opgelegd teneinde dez e crisis het hoofd te kunnen bieden. De financiële impact was in 2020 sterk afha nkelijk van de duur van de maatregelen en ernst van de crisis en de besluiten die vanuit het kabinet en lokaal zijn genomen en/of opgelegd. In 2020 hebben onder andere de volgende zaken gespeeld: • toegenomen uitgaven voor inkomensondersteuning; • meerkosten WMO externe partijen en huishoudelijke verzorging; • extra kosten verplaatsen weekmarkt; • lagere inkomsten van de havengelden, toeristenbelasting, forensenbelasting en opschorting dividenduitkering; • onderuitputting bij diverse investeringsprojecten als gevolg van vertraging van de uitvoering; • extra maatregelen voor verkeersgeleiding in onder andere Giethoorn; • kwijtschelding huur van de Meenthe; • stagnatie uitgifte van grond bij grondexploitaties; • extra lasten voor noodzakelijke kindercrisisopvang, aanschaf van laptops en licenties voor thuiswerksystemen; • meerwerk opstellen jaarrekening; • aanschaf schermen in verband met Tweede Kamerverkiezingen; • extra kosten voorlichting en communicatie.

Verder worden nog problemen verwacht bij de rechtmatigheidscontrole, doordat kosten voor de jeugdzorg zijn doorbetaald. Naar verwachting zullen zich de in ieder geval de volgende effecten voordoen: • Toegenomen uitgaven voor inkomensondersteuning • Extra lasten voor gemeenschappelijke regelingen (GGD en Veiligheidsregio); • Onzekerheden op het gebied van uitgaven voor onderwijs; • Lagere /wegvallende inkomsten (bijv. havengelden, toeristenbelasting, forensenbelasting, dividenden); • Onderuitputting op investeringen; • Stagnatie van mogelijke uitgifte van gronden van de grondexploitaties;. • Extra lasten voor noodzakelijke kindercrisisopvang, laptops en licenties voor thuiswerksystemen; • Nadelige effecten op de kengetallen van de gemeente, ( solvabiliteit, netto schuldpositie en grondexploitatie); • Rechtmatigheidsproblemen bij het blijven doorbetalen van Jeugdzorg conform de oproep van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten; Op dit moment is moeilijk een inschatting te maken van het te verwachten financiële effect voor de gemeente Steenwijkerland. Verwezen wordt dan ook naar de zgn. Coronaparagraaf. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente de beschikking had, c.q. kon beschikken om onverwachte tegenvallers op te vangen mochten deze zich voordoen.

Uit onderstaande tabel blijkt dat de weerstandscapaciteit in 2020 € 354,83 per inwoner bedroeg en een beetje hoger is dan in 2019 volgens de nieuwe methode (€ 333,64).

95 Diverse kengetallen Op grond van regelgeving is de gemeente sinds 2015 verplicht om inzicht te geven in de financiële keng etallen. De cijfers van deze kengetallen geven in samenhang de raad een globaal inzicht van de verwachte financiële ontwikkelingen in de gemeente bij het jaarverslag. Er zijn geen landelijke normen voor de kengetallen omdat deze afhankelijk zijn van de lokale situatie. Wel kan de raad eigen normen stellen voor deze kengetallen. Ook kan zij b ij belangrijke raadsbesluiten laten opnemen wat het effect is op de financiële kengetallen en de afgesproken normen. Hierbij gaat het om de volgende kengetallen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Grondexploitatie; 4. Structurele exploitatieruimte; 5. Belastingcapaciteit en 6. Weerstandsratio. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen . De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schulden ten opzichte van de eigen inkomsten van de gemeente. Als regel geldt dat hoe hoger de inkomsten zijn des te meer schuld een gemeente mag hebben. Normaal bevindt deze schul dquote zich in de bandbreedte tussen 0% en 100%. Een laag percentage is gunstig. Doordat er bijvoorbeeld net grote investeringen of een flinke meevaller is geweest kan de netto schuldquote hoger of lager zijn.

De netto schuldquote voor onze gemeente is vrij constant en varieert van 54% in 2016 naar 46% in 2020. De schuldquote geeft een vertekend beeld door uitgeleende gelden aan derden en verbonden partijen. Met name de verstrekte leningen aan de woningcorporaties (Wetland Wonen en Woonconcept) en de nutsbedrijven (vordering op Enexis en Vitens) zijn hiervan een goed voorbeeld. Daarom moet de netto schuldquote nog wor den gecorrigeerd voor uitgeleende gelden. In de vol gende grafiek is de ontwikkeling van beide schuldquotes weergegeven. Zoals u ziet is de netto schuldquote in de periode 2016-2020 gedaald van 54% naar 46%. Het percentage in de jaarrekening 2020 is lager dan het genoemde percentage in de programmabegroting 2020-2023. Daar werd echter rekening gehouden met een daling naar 48%. Deze hogere daling wordt onder andere veroorza akt doordat een langlopende lening vervroegd is afg elost.Verder zijn er bij een tweetal leningen van het voormalige woningbedrijf IJsselham het rentepercentage herzien.

96 Zoals u ziet is de gecorrigeerde netto schuldquote gecorrigeerd in de periode 2016-2020 gedaald van 41% naar 38%. Het percentage bij de rekening 2020 is lager dan het genoemde percentage In de programmabegroting 2020-2023. Daar werd echter rekening gehouden met een daling naar 40%. Deze hogere daling wordt voornamelijk veroorzaakt doordat een langlopende geldlening vervroegd is afgelost en een drietal leningen zijn verstrekt, te denken valt hierbij aan onder andere Enexis en een tweetal duurzaamheidsleningen. Schommelingen in inkomsten kunnen dus het kengetal van de netto schuldquote beïnvloeden. Er ontstaat dan het zogenaamde noemer effect. Vaak betrof het kleine schommelingen, met l ichte trendbreuken tot gevolg. Sinds 2015 heeft de gemeente te maken met een forse trendbreuk door de overheveling van taken in het sociaal domein. De inkomsten zijn hierdoor fors gestegen . Een gevolg hiervan is dat de netto schuldquote in 2020 is gedaald naar 45,5% en de netto schuldquote gecorrigeerd naar 38,4%. Opgemerkt wordt dat hoe lager het percentage van de netto schuldquote is, hoe beter het gaat met de gemeente. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre het bezit van de gemeente op de balans is afbetaald. Ook geeft dit ratio inzicht of de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen.

Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een geme ente zich tussen de 30% en 80%. Bij een ratio boven de 80% heeft de gemeente per saldo geen schulden. Bij een ratio onder de 20% heeft de gemeente heel veel schuld. Dus hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemee nte. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie w eer. In de nota “Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019” wordt een minimumpercentage genoemd van 20%. De gemeente Steenwijkerland heeft eind 2020 een solvabiliteitsratio van 31,5%. Zoals u ziet is de solvabiliteit hoger ten opzichte van de programmabegroting 2020-2023. Dit heeft onder andere te maken met de uitvoering van de investeringen die achterblijven ten opzichte

97 van de planning en ten laste van de reserves komen. Opgemerkt wordt dat het solvabiliteitsratio redelij k stabiel is. Ons doel van de meerjarenbegroting om de solvabiliteit minimaal op dit niveau te stabiliseren is dan ook gelukt. Grondexploitatie Voor de gemeente betekent het aanhouden van voorrad en bouwgrond een risico. Het is immers altijd de vr aag of de bouwgrond met winst verkocht kan worden. Om de hoogte van dit financiële risico in beeld te brengen, is het kengetal grondexploitatie vastgesteld. Dit kengetal geeft de verhouding aan tussen de waarde van de voorraden bouwgrond en de jaarlijkse gemeentelijke inkomsten. Hoe hoger dit kengetal hoe meer risico er wordt gelopen. Opgemerkt wordt dat naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, dit rentekosten en risico’s met zich mee brengt. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. Dus hoe lager dit percentage is hoe beter het met de gemeente gaat. Het kengetal voor de grondexploitatie bedraagt eind 2020 8,1%.Dit percentage wijkt iets af van het percentage dat meegenomen is bij de programmabegroting 2020-2023. Zoals u ziet ligt het kengetal sinds 2016 rond de 1 7%. In 2017 is dit gestegen naar 18,5%. Vervolgens is een daling ingezet tot 8,1%. Deze daling wordt veroorzaakt door enerzijds de verliezen en anderzijds winstneming van diverse complexen.

Dit omdat het percentage wordt berekend door de boekwaarde uit te drukken in een percentage ten opzichte van de totale baten va n de gemeente (exclusief reserves). Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om t e kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele ba ten en lasten en het saldo van de structurele onttr ekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Op deze man ier ontstaat er een percentage voor de structurele exploitatieruimte. Als dit percentage negatief is, betekent dit dat de structu rele baten onvoldoende ruimte bieden om de structur ele lasten te dekken. Dus hoe hoger dit percentage is, des te beter het gaat met de gemeente.

98 Het kengetal voor de structurele exploitatieruimte bedraagt eind 2020 2,9% ( 2019: -1,5%). Dit percent age geeft een vertekend beeld omdat in 2020 vanwege de coronapandemie tal van bud getten niet zijn besteed en hierdoor als structurel e bestedingsruimte wordt aangemerkt. De structurele exploitatieruimte wordt evenwel bepaald op basis van het saldo minus de inc identele bestedingen. In het percentage is juist sprake van geen bestedingen , maar incidentele voordelen als gevolg hiervan. Hoe deze structurele ruimte zich in de komende periode ontwikkeld is sterk afhankelijk van zowel de ontwikkeling in de lasten en van de inkomsten van het Rijk voor de gemeente Steenwijkerland. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in h oe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt te n opzichte van het landelijk gemiddelde. Door de hoogte van de woonlasten (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) in de gemeente te vergelijken met het landelijk gemiddelde kan een indicatie worden gegeven van de belastingcapaciteit. Het kengetal vergelijkt de woonlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t-1). Als dit percentage hoog ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze.

Als indicatie kan worden gegeven dat hoe lager dit percentage is, des te beter het met de gemeente gaat. Voor 2020 komt dit cijfer uit op 82%. Zoals u ziet was in deze grafiek een neergaande tre nd waarneembaar. Dit betekent dat de woonlasten zic h steeds verder onder het landelijk gemiddelde bewegen en de belastingcapaciteit in de loop van de jaren is toegenomen. Door bep erkte lastenverzwaring, stijgt de “ruimte” van de belastingcapaciteit.

99 Weerstandsratio In de raadsvergadering van 21 mei 2019 is de nota weerstandsvermogen en risicomanagement vastgesteld. Hierin is een nieuwe signaleringswaarde opgenomen, te weten de weerstandsratio. Dit is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de totale omvang van de gewogen risico’s. Het minimum van dit ratio is bepaald op 1,0. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd d oor alle reserves, tenzij er (juridische) verplicht ingen zijn aangegeven, de stille reserves en eventuele onbenutte belastingcapaciteit. Deze is in eerste instantie op nul geraamd. De be nodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van risico’s, die de gemeent e loopt. Voor de berekening worden omvang en kans v an de risico’s in een risicomodel ingevoerd. Zie hiervoor hoofdstuk 4.2.3. van de programmabegroting 2020-2023. Dit ratio wordt bepaald door de algemene reserve vaste buffer en de onbenutte belastingcapaciteit uit te drukken in een ratio / getal in welke mate de gekwantificeerde risico’s kunnen worden betaald / opgevangen. In de begroting 2020 is een ratio van 2,1 opgenomen. Het doel van het weerstandvermogen is om zeker te zijn dat de gemeente haar taken, ondanks tegenvallers kan blijven uitvoeren.

Bij de bepaling van het weerstandsvermogen ultimo 2020 hebben wij de in de begroting van 2021 opgenomen risico’s nader beoordeeld en ongemoeid gelaten indien er geen aanleiding tot aanpassing aanwezig was. De verwachting is dat vanw ege de corona en de toekomstige effecten hiervan de risico’s zullen toenemen. Deze zijn met name te verwachten op het gebied van Rente /Inflatie / toename instroom PW / jeugdhulp en lagere dividenduitkeringen. Het weerstandsratio bedraagt eind 2020 1,5% ( 2020 begroot: 2,1%). Dit betekent dat de gemeente bij tegenvallers haar taken kon uitvoeren.

100 Resumé

101 4.3 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzienin gen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zi jn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voorzieningen is van groot belang voor het optimaal functioneren van de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. De processen die uiteindelijk leiden tot onderhoudsmaatregelen of investeringen zijn ingericht volgens de filosofie van assetmanagement zoals beschreven in NEN-ISO 5500. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpakket dat aan de h and van inventarisaties en inspecties in het veld up-to-date wordt gehouden . Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau i s de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2007 door de gemeenteraad is vastgesteld. Een nadere uitwerking hiervan is vastg elegd in verschillende beleidsdocumenten. In deze paragraaf onderhoud kapitaalgoederen zal per onderdeel de situatie van 2020 worden besproken. Wegen Areaal Het wegenareaal bestaat uit: Beleidskader Het beleidskader voor onze wegen is vastgelegd in het Beleidsplan ‘Overwegen’ (april 2017) en het beleidsplan Verkeer (2017).

Wij beschouwen ons uitgebreide, grotendeels histori sche, netwerk van wegen, paden en pleinen als een w aardevol bezit en als een belangrijk middel om het dagelijkse woon-, werk- en recreatieve verkeer mogelijk te maken en veilig, efficiënt en duurzaam af te wikkelen. Het beleidsplan kent de thema’s: • Wegennet up to date, • Onderhoud op maat, • Inspirerend partnerschap. Wij zien de inbreng van inwoners, ondernemers en partijen als uitgangspunt, óók voor onze wegbeheertaak. Opvolging van wettelijke (wegbeheer) taken en behoud/versterking van sociale-, milieu en kapitaalswaarde (“People, Planet, Profit”) zijn daarbij essentiële randvoorwa arden. Wij richten onze wegbeheertaak daarom vraagg estuurd, risicobewust en gebiedsgericht in. Voor het wegenonderhoud heeft de raad ingestemd met het kwaliteitsniveau “basis”. Hierbij wordt het risicoprofiel “laag” aangehouden. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van het vastgestelde kw aliteitsniveau zijn berekend in het beleidsplan “O verwegen” 2017-2020”. Door middel van jaarlijkse inspecties wordt de houdbaarheid van het beleid regelmatig tegen het licht gehouden. Iedere weg wordt minimaal eens per twee jaar geïnspecteerd, waarbij de wegen worden beoordeeld op verschillende schadebeelden.

De inspectiegegevens worden met het geautomatiseerde wegbeheerpakket vertaald naar benodigde maatregelen. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader “Overwegen” in 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het benodigde wegenbudget voor het kwaliteitsniveau “basis” en besloten tot het instellen van een voorziening. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening . Openbare verlichting Areaal

102 Beleidskader Uitgangspunt voor het beleidsplan Openbaar Licht (2017) is ‘donkerte’. “Even dimmen graag” is het devi es. De volgende ambities zijn in dit beleidsplan benoemd: de veiligheid van inwon ers staat voorop, ruimte voor donkerte en duurzaamh eid. Communicatie over openbare verlichting is daarbij een belangrijk aandachtspunt. In het gekozen scenario Beperkt Basis wordt enige a chterstand in de vervanging geaccepteerd. Er wordt in de komende 12 jaar 80% van de openbare verlichting vervangen. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het beleidsplan Openbaar Licht is niet alleen he t beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financi ële consequenties bepaald. Uiteindelijk is gekozen voor het niveau beperkt bas is. Per jaar worden de concrete plannen die gebasee rd zijn op het beleidsplan Openbaar Licht opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het beleidsplan Openbaar Licht zijn één op één verwerkt in de programmabegroting. Riolering Areaal De areaalgegevens van het riool zijn als volgt: Beleidskader De beleidskaders voor de riolering zijn vastgesteld in het Watertakenplan Fluvius 2016-2021, dat is op gesteld met het toenmalig waterschap Reest en Wieden en de zes inliggende gem eenten van het beheergebied van dit waterschap.

Voo r de gemeentelijke watertaken zijn de volgende vijf bestuurlijke doelen gedefinieerd: 1. Risico’s voor de volksgezondheid door aanraking schadelijke stoffen en geur-overlast maximaal beperken. 2. Beperk wateroverlast door water op straat en beperk overstroming maximaal. 3. Beperk hinder door falen van riolen en door verstopping of werkzaamheden. 4. Zorg voor goede oppervlaktewater-kwaliteit, voer zo weinig mogelijk schoon water af naar de zuivering. 5. De klant staat voorop. Aantal klachten zit onder het landelijk gemiddelde. Twee doelen richten zich op communicatie, meldingen, klachten en afhandeling hiervan. Het betreft doel 1: ‘bescherm de volksgezondheid’ e n doel 5: ‘zorgvuldige dienstverlening’. De overige drie doelen (doel 2: beperk wateroverlast, doel 3: beperk hinder en doel 4: spaar het milieu) bepalen in grote mate de inzet van menskracht en middelen.

Daartoe wordt een aantal strategische keuzes gemaakt: - Inzet op assetmanagement en een sterke betrokkenheid van inwoners en bedrijven; - Inzet op versterken van de duurzaamheid; - Maatregelen afleiden uit de ketenbenadering en de bestuurlijke doelen, daarbij zijn de zorgplichten leidend voor de mate waarin de gemeente haar verantwoordelijkheid invult: o Aanleg van nieuwe voorzieningen; o Gegevensbeheer; o Aansluiting op riolering of IBA; o Onderhoudswerkzaamheden; o Kwaliteit van riolering; o Functioneren van riolering; o Aanpak knelpunten; o Communicatie; o Klimaatverandering; o Afkoppelen; o Overdracht stedelijk water;

103 o Zorgplicht grondwater. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het watertakenplan is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het watertakenplan opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het watertakenplan zijn één op één verwerkt in de programmabegroting. Water en kunstwerken Areaal Het areaal water- en kunstwerken bestaat uit: Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kuns twerken in de gemeente is vastgelegd in diverse bel eidsnota’s en plannen. De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: - Beleidsplan oeverconstructies Steenwijkerland (2021-2026); - Beleidsplan oeververbindingen Steenwijkerland (2017-2021) - Watertakenplan Fluvius 2016-2021; In 2020 is het beleidsplan oeverconstructies 2021-2 026 door de raad vastgesteld. Dit beleidsplan zet h et eerder vastgestelde beleidsscenario voort waarbij daar waar beschoeiing echt nodig is bij vervanging gekozen wordt voor kunststof. Dit is een duurzaam en financieel gunstig scenario. Dit betekent dat er bij constatering van een matige, slechte of zeer slechte kwaliteit wordt gekeken of: 1.

De beschoeiing onder verantwoordelijkheid van de gemeente valt (als het onder particuliere verantwoordelijkheid valt dan dient de gemeente de particulier aan te schrijven en te w ijzen op de slechte staat van de beschoeiing, maar verder geen actie te ondernemen); 2. De locatie vraagt om beschoeiing of dat kan word en volstaan met een natuurlijke oever (als de huidige beschoeiing kan worden vervangen door ene natuurlijke oever dan is dat een duurzamere invulling); 3. De beschoeiing kan worden vervangen door een duu rzame kunststof beschoeiing (als er toch beschoeiing dient te komen dan heeft een kunststof toepassing de voorkeur boven hout als de omstandigheden dit toelaten). In 2017 is door de raad het beleidsplan Oeververbindingen 2017-2021 vastgesteld met de daarbij benodigde middelen. Hierbij is gekozen voor het onderhoudsscenario beperkt basis. Verhogin g van het onderhoudsbudget als gevolg van achtersta llig onderhoud en het benodigde budget voor vervangingsinvesteringen voor de jaren 2018 t/m 2022 zijn beschikbaar gesteld. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van de verschillende beleidsplannen en de bijbehorende kwaliteitsniveaus zijn becijferd. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting

104 Ten aanzien van het beheer van het stedelijk water (waterwegen en beschoeiingen) is door middel van he t vaststellen van het watertakenplan voorzien in een gedeeltelijke dekking van de benodigde middelen. Voor de oeverconstruct ies geldt dat het benodigde geld beschikbaar is gesteld. Voor wat betreft de baggeropgave wordt samen met de andere waterbeheerders in het gebied getracht om door middel van slim en integraal aan te besteden h et gekozen onderhoudsniveau te realiseren. Ten aanz ien van oeververbindingen geldt dat het budget behorende bij het onderhoudsscenario beperkt basis beschikbaar is gesteld. Openbaar groen en speelvoorzieningen Areaal Het areaal groen, sport- en speelvoorzieningen bestaat uit: Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plan tsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides. Hierbij zi jn de volgende nota’s en plannen van belang: - De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); - Beleidsnota Groen, 2007; - Meerjarenprogramma Groen (MJP Groen), 2011; - Landschapsontwikkelingsplan (LOP), 2005; - Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte gemeente Steenwijkerland. Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: - Speelplekkenbeleid (2009); - Meerjarenplan Spelen (2014). In het landschapsontwikkelingsplan is aangegeven ho e het landschap ontwikkeld en beheerd kan worden.

I n de beleidsnota Groen worden de beheerambities met betrekking tot het groen beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarbij het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn er ambities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een schone en veilige omgeving. Het meerjarenplan Groen geeft aan hoe aan deze ambitie invulling kan worden gegeven. In 2014 heeft de gemeenteraad op basis van een evaluatie besloten om de lijn van het speelplekkenbeleid uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren. In dit plan is vastgest eld dat de gemeente spelen en bewegen stimuleert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden wordt. Om het buitenspelen t e stimuleren zijn er uitdagende natuurspeelplekken ontwikkeld gericht op beweging en het prikkelen van de fantasie. Bij het ontwerpen van speelplekken wordt rekening gehouden met medegebruik door kinderen met een beperking. Open schoolpleinen drag en bij in de behoefte aan speelruimte. Er zijn daar over met diverse scholen afspraken gemaakt. Bij het ontwerp en onderhoud van de openbare ruimte in het algemeen wordt nagegaan hoe de bespeelbaarheid verhoogd kan worden. Het onderhoud van de speelvoorzieningen zal op het basisniveau van ‘schoon heel en veilig’ worden uitgevoerd.

Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In de beleidsnota Groen is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op de beleidsnota Groen opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. In het meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 jaren becijferd hoeveel geld er nodig is om het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van de beleidsnota Groen zijn één op één verwerkt in de programmabegroting. In 2014 is voor het onderhoud van de speelvoorzieningen besloten tot het instellen van een voorziening, met als doel kosten die in de toekomst worden verwacht te kunnen opvangen. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Een eventueel tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening.

105 Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Beleidskader Voor de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerdere jaren vastgelegd, inclusief de onderhoudsk osten waarmee rekening moet worden gehouden. Uitgeg aan wordt van drie categorieën onderhoud. Het klachtenonderhoud betreft dagelijks voorkomende calamiteiten en storingen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn afgesloten. Dit betreft voornamelijk technische installaties. Tenslotte is er het planmatig onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voo r een periode van minimaal 10 jaar een Meerjarenpla n Maatschappelijk Vastgoed opgesteld. Deze plannen worden ieder jaar bij de jaarrekening geactualiseerd. Bij de laatste actualisatie is becijferd dat de jaarlijkse kosten aan planmatig onderhoud gemiddeld € 975.000 bedragen. Uitbreidingen en duurzame maat regelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en zullen via investeringen moeten worden gerealiseerd. In 2018 zijn de zwembaden aan de voorziening toegev oegd. De daarvoor benodigde middelen zijn opgenomen in het meerjarenplan. Verder is er voor het verduurzamen van het vastgoed incidenteel geld beschikbaar gesteld.

Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed is verwerkt in de begroting. Voor het Maatschappelijk Vastgoed is een voorziening ingesteld. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening .

106 4.4 Financiering De financieringsparagraaf bevat informatie over het financieringsgedrag van de gemeente. In het kader van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) zijn regels vastgesteld, die van kracht zijn voor het beheersen van financiële r isico’s op aangetrokken en uitgezette middelen. De Wet FIDO is een raamwerk di e de risico’s in het financieringsbeleid van de gem eente binnen de perken moet houden en tegelijkertijd flexibiliteit en transpara ntie in de financieringsstructuur mogelijk maakt. D e Wet FIDO is voor onze gemeente nader uitgewerkt in het “Financieringsstatuut gemeente Steenwijkerland”, dat op 21 juni 2011 was vastgesteld door de raad. Inmiddels is dit vervangen door het “Treasurystatuut gemeente Steenwijkerland”. Dit statuut is op 10 maart 2020 door de raad vastgesteld. Een gevolg hiervan is dat de kaders met betrekking tot het beheren en beheersen van de geldstromen zijn vastgesteld. Verder geeft de financieringsparagraaf informatie over algemene ontwikkelingen en concrete beleidsplan nen van het risicobeheer, de gemeentefinanciering en het kasbeheer. De gemeente Steenwijkerland streeft er naar om zorg vuldig (doeltreffend en doelmatig) om te gaan met d e beschikbare financiële middelen. Daarom wordt gestreefd dat benodigde leni ngen tegen zo laag mogelijke kosten worden aangetro kken, waardoor de renterisico’s kunnen worden beheerst.

Bij het afsluiten van leningen wordt rekening gehouden met de be staande leningenportefeuille, maar ook met de rentevisie en de renterisiconorm. W el wordt opgemerkt dat het aantrekken van gelden, a lsmede de hoogte van het bedrag, afhankelijk zijn van de inkomende en uitgaande geldstromen bij de gemeente. Risicobeheer Een kernonderdeel van de financieringsparagraaf is het risicoprofiel. In dit verband worden onder risico verstaan: - Renterisico’s; - Koersrisico’s - Kredietrisico’s; - (intern( liquiditeitsrisico’s en - Valutarisico’s. Bij onze leningenportefeuille loopt de gemeente een risico in verband met renteherziening en een risico in verband met herfinanciering. In 2020 is een lening van het voormalig woningbedri jf IJsselham vervroegd afgelost. Verder is bij een tweetal leningen eveneens van het voormalig woningbedrijf het rentepercentage herzien. Verder hebben we in 2020 in beperkte mate te maken gehad met zgn. kredietrisico’s. Dit zijn risico’s die zich kunnen voordoen bij het verstrekken van leningen aan onder andere publieke instellingen. Daarnaast zijn er twee duurzaamheidsleningen verstrekt. Ook is een lening verstrekt aan Enexis Holding N.V. in verband met de nodige investeringen in het energienet. De totale omvang van deze leningen bedroeg op 1 jan uari 2020 afgerond € 7,1 miljoen, exclusief starter sleningen.

Per 31 december 2020 bedroeg de restantschuld afgerond € 7,4 miljoen, eveneens exclusief startersleningen. Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is om tot een zodan ig opbouw van de leningenportefeuille te komen dat het renterisico door renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mat e worden beperkt. Als de leningenportefeuille gelij kmatig is opgebouwd, zal ook het renterisico over de vaste schuld gelijkmatig in de tijd zijn gespreid. Als bovengrens wordt een be drag van 20% van het begrotingstotaal per 1 januari 2020 gehanteerd. Ind ien de jaarlijks te herfinancieren bedragen onder d e norm blijven is er sprake van een beheerste en overzienbare situatie. Zoals uit o nderstaande tabel blijkt bedraagt de ruimte onder d e risiconorm in 2020 plm. € 21 miljoen.

107 Kasgeldlimiet Ieder kwartaal wordt een opgave gedaan aan het CBS via informatieverstrekking derden (Iv3). Hieruit kunnen gegevens worden gehaald met betrekking tot de gemiddelde netto vlottende schuld. Dit bedrag mag de kasgeldlimiet –dit is de maximaal toegestane netto vlottende schuld- niet overschrijden. Het percentage voor de kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal, zijnde afgerond € 129 miljoen, waarbij geen rekening is gehouden met stortingen uit de reserves. Het bedrag van de kasgeldlimiet bedraagt afgerond € 10,9 miljoen. Zoals u ziet is de kasgeldlimiet per saldo in de kw artalen van 2020 niet overschreden. Bij overschrijd ing kan de toezichthouder indien de overschrijding meer dan twee kwartalen voortduurt ons “verplichten” een langlopende geldlening af te sluiten. Koersrisico In 2020 heeft de gemeente geen overtollige middelen uitgezet. Kasbeheer Het kasbeheer bestaat uit het saldo- en liquiditeitenbeheer en het beheer van de geldstromen van de debiteuren en crediteuren. Dagelijks wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie van voldoende omvang is om te garanderen dat de verpli chtingen tijdig worden nagekomen. Het betalingsverkeer wordt elektronisch uitgevoerd door de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Naast een rekening bij de BNG heeft de gemeente nog een betaalrekening bij de Rabobank voor de internetontvangsten van burgerzaken.

In verband met een effectief saldobeheer en ter voorkoming van extra rentelasten worden positieve saldi regelmatig overgeboekt naar de betaalrekening van de BNG. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kort lopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en k redietlimiet op rekeningcourantrekening. Voordat middelen worden aangetrokken met een looptijd korter dan 1 jaar, maar langer dan een maand, moet bij minimaal twee instellingen een offerte worden g evraagd. Kasgeldleningen met een looptijd korter da n een maand worden uit praktische overwegingen meestal afgesloten bij de huisbankier (BNG). Het kasbeheer bestaat naast het liquiditeitenbeheer uit het beheer van de geldstromen van de debiteuren en crediteuren. De wettelijke betaaltermijn voor inkomende facturen bedraagt 28 dagen na dagtekening van de factuur, tenzij er redenen zijn om hiervan af te wijken. De gemeente Steenwijkerland hanteert met ingang van 1 januari 2020 een betaaltermijn van 0 dagen. Dit betekent dat zodra de factuur is gefiatteerd door de budgethouder de betaling mee gaat met de eerstvolgende betaalbatch. Verder wordt in principe drie keer in de week zo’n batch aangemaakt, te weten op maandag, woensdag en vrijdag. Het debiteurenbeheer omvat het zorg dragen voor een tijdige ontvangst van betalingen.

De betaaltermijn van uitgaande facturen bedraagt standaard 14 dagen na dagtekening van de f actuur, tenzij anders is aangegeven. Te denken valt hierbij aan nota’s voor bijvoorbeeld kosten begraven, grafrechten. De termijn die hier wordt gehanteerd is 30 dagen. De inning van belastingdebiteuren geschiedt zoveel mogelijk door middel van automatische incasso. Gemi ddeld maakt 60% van de belastingdebiteuren gebruik hiervan. Verder komt h et nog steeds voor dat er automatische incasso’s wo rden ingetrokken wegens onvoldoende saldo op de rekeningen van de belastingdebiteuren. Verwacht wordt dan ook dat dit percentage niet verder zal stijgen. Financieringspositie Net als in het bedrijfsleven is het bij de gemeente belangrijk om te weten of zij haar kortlopende en langlopende verplichtingen na kan komen. Hierbij wordt gekeken naar de stand van de investeringen enerzijds en de aanwezige financieringsmiddelen anderzijds. Als de boekwaarde van de investeringen groter is dan de aanwezige financieringsmiddelen, is er sprake van een financieringstekort. Van een

108 financieringsoverschot is sprake als er minder is geïnvesteerd dan de aanwezige financieringsmiddelen. De gemeente beschikt over de volgende financieringsmiddelen: algemene en bestemmingsreserves, voorzieningen en langlopende leningen. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt is het financieringstekort gedurende 2020 ( 31-12 / 1-1 ) met € 1,972 miljoen toegenomen. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat niet alle begrote investeringen tot uitvoering zijn gekomen. Treasury. De toerekening van rente is een belangrijk aandachtspunt geweest bij de wijzigingen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) met ingang van 2017. Met de wijziging is geprobeerd dat alle gemeenten op dezelfde manier omgaan met h un rentelasten en – opbrengsten. Vanaf 2017 moest rente worden toegerek end aan de taakvelden. In onderstaand renteschema i s invulling gegeven aan de doorbelasting van de rentelasten naar de taakvelden. Met ingang van 2017 is geen rekening gehouden met rente over het eigen vermogen en voorzieningen, de zogenaamde bespaarde rente. Deze rente werd gebruikt als dekkingsmiddel voor de exploitatie. Een gevolg hiervan is dat de wekelijke rentelasten lager uitvallen. Ook het omslagpercentage is lager. Doordat het omslagpercentage overeenkomstig de Kadernota is vastgesteld is er een saldo ontstaan een saldo op het taakveld Treasury .

Per saldo is er een nadelig saldo van € 31.000 bij de jaarrekening.

109 EMU saldo Op grond van artikel 3 van het Besluit Begroting en Verantwoording moet het EMU-saldo in de jaarstukke n worden opgenomen. Genoemd artikel vereist dat ook de jaarstukken inzi cht bieden dat een verantwoord oordeel kan worden g evormd over de financiële positie en over de baten en lasten. In Europees verband is afgesproken dat het overheidstekort maximaal 3% van het BBP mag bedragen. Binnen ons land is dit tekort van 3% verdeeld tussen de verschillende overheden. Decentrale overheden mogen als afgeleide hiervan een tekort hebben van 0,4% van het BBP. Het aandeel hierin voor gemeenten is 0,27% van het BBP en bedraagt voor 2020 € 2.249 miljoen. Deze norm is in de septembercirculaire 2019 bekendgemaakt. Er kunnen een aantal scenario’s ontstaat: Bij een positief EMU-saldo krijgt de gemeente via reële transacties meer geld binnen dan dat ze uitgeeft. Dit schept ruimte om schulden af te lossen, te sparen en de reservepositie te verhogen. Daarmee draagt zij positief bij aan het EMU-saldo van Nederland. Als het EMU-saldo grenst aan 0 dan krijgt de gemeente via reële transacties ongeveer evenveel geld binnen als dat er wordt uitgegeven. Bij een negatief EMU-saldo geeft de gemeente via re ële transacties meer geld uit dan dat er binnenkomt . Gemeente maakt schulden, trekt leningen aan en spreekt het gespaarde geld aa n. Ook nemen de reserves af.

Hiermee draagt zij bij aan het EMU-saldo van Nederland. In onderstaande tabel is het EMU-saldo van onze gemeente over het jaar 2020 weergegeven. In 2020 hebben wij een positief berekend EMU-saldo van € 2,443 miljoen.

110 In onderstaande tabel is het EMU-saldo afgezet tege n de referentiewaarde. Dit is de waarde die is vast gesteld voor de gemeente Steenwijkerland en gepubliceerd in de septembercirculaire 2019 van het gemeentefonds. De individuele EMU-referentiewaarde betreft een indicatie van het aandeel dat een gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. We blijven ruim binnen de referentiewaarde. De rekening 2019 laat een overschrijding zien van de referentiewaarde met € 0,889 miljoen. De rekening 2020 laat een onderschrijding zien van de referentiewaarde met € 7,263 miljoen. Verder laat de actuele begroting van 2020 zien dat we de referentiewaarde van de EMU tekortnorm fors overschrijden, te weten met een bedrag van € 30,455 miljoen. Dit wordt veroorzaakt doordat geplande investeringen niet zijn uitgevoerd in voorgaande jaren. In de begroting 2021 is wederom een hoog investeringsniveau opgenomen. Wanneer deze investeringen tot besteding komen zal dit tot gevolg hebben dat het tekort ook in de rekening 2021 gaat toenemen.

111 Op dit moment is geen sprake van een sanctiemaatregel omdat landelijk de tekortnorm van 0,27% van het BBP van toepassing is. Deze optie is wel in beeld en geldt voor alle gemeenten indien landelijk de tekortnorm wordt overschreden. Daarbij is niet van belang of een gemeente hierin wel of niet heeft bijgedragen. 112 4.5 Bedrijfsvoering Interne organisatie In 2019 zijn de eerste stappen gezet naar een toekomstgerichte organisatie die wendbaar en flexibel is en waarbij de vraag van inwoners, ondernemers en instellingen centraal staat. Eind 20 19 en begin 2020 hebben de werving- en selectieproc edures voor de benoeming van de teamleiders plaatsgevonden. De eerste helft van 2020 zijn alle nieuwe team- en programmaleiders gestart. Hiermee is het management (directeuren, teamleiders en programmaleiders) compleet. Vijf voormalig (tijdelijke) teamleiders zijn niet benoemd in de nieuwe organisatie. De tijdelijke teamleider is teruggekeerd naar zijn vorige functie, twee hebben inmiddels de organisatie verla ten, één is gedetacheerd en één verricht werkzaamhe den maar niet op een formatieplaats. De overige functies zijn met interne doorstroming of met mensen buiten de gemeente ingevuld. De financiële gevolgen van de reorganisatie zijn hierdoor beperkt gebleven en zijn en worden tot nog toe opgevangen binnen het personeelsbudget.

Een verzoek tot aanvullend budget hiervoor is niet nodig geweest. Door de gespreide komst van de teamleiders grotendeels middenin coronatijd en de extra druk op de organisatie door corona zijn we er in 2020 minder dan gehoopt in geslaagd om aandacht te besteden aan het ontwikkeltraject dat we voor ogen hadden. Toch hebben we stappen kunnen zetten. Zo zijn als kernwaarden Betr ouwbaar, Samen en Ontwikkelen bepaald met als parap lu Aandacht voor elkaar. Ook zijn de organisatiedoelen en ambities uitgewerkt. En de gewenste flexibiliteit en wendbaarheid? Die hebben we mogen ervaren in deze coronatijd. Iets om trots op te zijn! Het geplande medewerkertevredenheidsonderzoek hebbe n we ingevuld met een onderzoek naar het welbevinde n in coronatijd. De gemeentesecretaris heeft u in de werkvergadering va n 27 oktober 2020 geïnformeerd over de uitkomsten w aarbij, kijkend naar de organisatie, met name het werkplezier flink was gestegen. Onderzoek raadstevredenheid Eind 2020 hebben we onder raadsleden een tevredenheidsonderzoek gehouden over de ambtelijke ondersteuning. Aan de hand van een korte enquête is gevraagd naar de kwaliteit van raadsvoorstellen, werkvergaderingen en de begroting. Maar ook hoe het contact met medewerkers wordt ervaren en de wijze waarop vragen worden beantwoord. De aanbevelingen en tips uit het onderzoek worden zoveel mogelijk meteen in de praktijk gebracht.

Daarnaast is met de raad en griffie een gezamenlijke ‘verbeterbrigade’ opgericht die aan de slag gaat om de aanbevelingen verder vorm en inhoud te geven. Informatiemanagement Als gemeente staan we midden in de informatiesamenleving en dragen we daar actief aan bij. We investeren in digitalisering en gebruiken (technologische) mogelijkheden. De mark tconsultatie die we hebben uitgevoerd voor zaakgeri cht werken én de visie op online dienstverlening hebben de basis gelegd voor de verdere invulling van de applicaties en systemen die we als gemeente (willen) gebruiken. Het belangrijkste uitgangspunt hierbij i s dat we vakgerichte applicaties centraal stellen. Online diensten worden hierdoor gemakkelijker voor de inwoner en de afhandeling ervan wordt gebruiksvriendelijker voor onze medewerkers. Door deze visie leunen we minder sterk op het centrale zaaksysteem. De rol voor het zaaksysteem wordt beperkt tot archivering en de afhandeling van processen die niet zijn ondergebrac ht in een vakgerichte applicatie. Samen met de clou d-strategie die eind 2019 is vastgesteld geeft de visie ons een duidelijke richting voor de komende jaren. In 2020 zijn al de eerste stappen gezet door inkooptrajecten af te ronden voor de applicaties voor burgerzaken, besluitvorming, zaakgericht werken, meldingen openbare ruimte en het social intranet waarmee we inmiddels ook al een tijdje werken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/2a43ad9e-4dad-405d-8ae5-edd779f76b3c?agendaItemId=5e8c0c3c-fbd5-4635-a42a-108e53a77ef6